CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2025.05.20 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 27 mei en 5 juni 2025 en de Dordtse Dinsdag van 13 mei, 20 mei, 3 juni en 10 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3, en 524.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 20 MEI 2025 Vergaderzaal 3 1. Presidium 2. Agendacommissie 3. Agenderingsverzoek College aan Agendacommissie over Opvolging motie M17a “Raad aan zet” Voorzitter: Mevrouw Van Engelen Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Boom-Vos (VVD) De heer Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Dhr. In ’t Veld (VSP) Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Brouwer, dhr. Hagoort De voorzitter: Goedenavond allemaal, het is 19.30 uur, we kunnen beginnen. We zijn hier voor een technische briefing/consultatiesessie over een aangenomen motie. Dat ga ik zo allemaal toelichten, maar we beginnen eventjes met het namenrondje voor het verslag. Mijn naam is in ieder geval Yara van Engelen. En ik ben vanavond de voorzitter. En dan gaan we rechts verder. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer ’t Lam: Jack ’t Lam, SP. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. De heer Brouwer: Stefan Brouwer, ambtelijke ondersteuning.

1

De heer Hagoort: Ik ben Gert Hagoort, team Planning & Control. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer In ’t Veld: Richard in ‘t Veld, VSP. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Vermeulen: En Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De voorzitter: Dank u wel. Wij krijgen vanavond een presentatie van de heer Brouwer, naar aanleiding van motie 17A. En mijnheer Hagoort is er ook om andere vragen van de commissie te beantwoorden. Het dictum van de aangenomen motie luidde, jaarlijks nadat het voorlopig jaarresultaat bekend is bij het college de raad door middel van een commissievergadering te betrekken bij het verwerken van dit resultaat in de Perspectiefnota. En dat gaat over de verschillende scenario's bij het begrotingsoverschot. In het raadsvoorstel, met raadsbesluit, voor de bestemming aan te geven hoe de inbreng van de raad is verwerkt. En deze werkwijze te evalueren met de raad aan het eind van de collegeperiode. De Agendacommissie … Of is dat de andere vergadering? Moet ik even checken. Is dit die één die beeldvormend en oordeelsvormend stond? Nee? Dit is echt alleen een technische briefing. Super. Dan ga ik aan de commissie vragen, technische vragen over de presentatie kunnen gewoon tussendoor gesteld worden.

Maar aan het eind gaat de heer Brouwer ook aan de commissie vragen welke andere mogelijke scenario's jullie willen inbrengen? Graag dat bewaren tot aan het eind. En dan ga ik nu het stokje overdragen aan de heer Brouwer. Gaat uw gang. De heer Brouwer: Dank u wel, voorzitter. We zijn hier inderdaad om technisch in te gaan op motie 17A. Ik ga dadelijk even kort in op de motie. Mocht ik iets naast de rode draad zitten, dan hoop ik dat de indieners mij aanvullen. Ik roep iets over de kaders. Ik roep iets over het voorstel wat het college voornemens is te doen, en eventuele opties die u zelf heeft te kiezen. En dan natuurlijk inderdaad de vraag aan het eind, heeft u zelf nog ideeën hoe het anders zou kunnen? Allereerst even de motie. Hij is wat klein, maar ik heb hem nog even in de presentatie gedaan. Ik neem aan dat die gedeeld is. En dan wil ik eigenlijk gauw naar wat ik geïnterpreteerd heb als zijnde rode draad in deze motie. Volgens mij gaat die motie om transparantie. Het gaat om tijdig meenemen van de raad. Het gaat om een goede afweging in uw raad, op basis van juiste informatie. Er staan afspraken in dat we dit jaarlijks gaan doen. En dat het college op basis van deze bespreking een afweging maakt wat ze voor willen stellen rondom resultaatbestemming bij de Perspectiefnota.

En aan het eind van deze periode gaan we kijken of dit een juiste manier van werken is en of het een passende manier van werken is. Even nog de planning van de jaarrekening. Ik denk even om een gevoel te hebben hoe we ervoor staan. 27 mei hopen we een besluit te hebben van het college. 30 mei komen de jaarstukken uw kant op. 10 juni is de Auditcommissie. Daar zal BDO ook aanhaken om haar bevindingen te delen. En ik vermoed dat er ’s avonds dan ook een technische

2

commissie is, maar dat zal de griffie weten. En dan ga ik er stiekem vanuit dat u 1 juli onze jaarrekening gewoon vaststelt. En als we het dan hebben over, wat gaan we bespreken en hoe gaan we erom in de scenario's van het verdedigend resultaat? We zitten nu 19 mei met de concept jaarstukken op een onverdeeld resultaat van 2 miljoen. Die kan nog wijzigen. De accountant is nog bezig. Maar ik verwacht dat we dit stukje over hebben van vorig jaar, wat eventueel verdeeld kan worden. Dan misschien wel goed om even nog u mee te nemen in de kaders die u toepast om het college te toetsen in de uitvoering van het beleid. Een van de belangrijkste daarin is denk ik de Nota Risicosturing en Weerstandsvermogen, waarin is opgenomen dat uitgangspunt is dat we een weerstandsratio hebben van 1. Dat houdt eigenlijk in dat alle gekwantificeerde risico's die wij kennen volledig afgedekt dienen te worden vanuit de algemene reserve. Lukt dat niet, heeft u aangegeven dat het college 3 jaar de tijd heeft om concreet te maken hoe we wel weer terugkomen naar 1.0. Ik neem deze even mee, omdat die relevant is voor verderop in de presentatie. Dan hebben we ook nog zaken die vanuit landelijke gremia komen. Zo hebben we bestuurlijk overleg financiële verhoudingen. Daar zit in ieder geval de VNG in, daar zit het ministerie van Financiën en Binnenlandse Zaken.

Die hebben afgelopen jaar ook een toelichting gegeven hoe wij reserves eventueel kunnen inzetten. En dan met name op dit stukje is weer relevant de inzet van reserves, als het gaat om de komende bezuinigingen en ombuigingen. Je mag reserves gebruiken om eventueel aanloopverliezen op weg naar een compleet sluitende begroting te dekken. Alleen daar zitten wel voorwaarden aan. En een van die voorwaarden is ook weer, en dat zie je met name in het financieel toezicht wat ik eronder heb gezegd vanuit de provincie, waarin zij ook zeggen, is prima dat je dit wil, zo'n reserve ombuiging inzetten, maar dan gaan wij er wel vanuit dat je een weerstandsratio hebt van 1.0. Dus al je risico's kan dekken. Heb je wat over, zou je dat kunnen gaan gebruiken om je ombuigingen te dempen. En de andere is een solvabiliteitseis van 20 procent. Dat je een goede balans hebt, een balansverhouding hebt om dit ook te kunnen doen. Dat zijn even de zaken die in ieder geval meespelen in, hoe ga je om met je saldo? De voorzitter: Er is een vraag daarover van de heer Van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Begrijp ik het goed dat bij frictie in verband met het toegroeien naar een sluitende begroting gebruik gemaakt kan worden van de reserves, zolang maar aan die weerstandsratio wordt gedaan? Kan ik dat zo zeggen? De heer Brouwer: Dat klopt. Onder voorwaarden mag het.

De heer Van der Meer: En betekent dat dan dat die … Nee, het is zo even voldoende. De voorzitter: Het is voldoende? De heer Van der Meer: Ja, even wel. De voorzitter: Mooi. Dan gaat u verder. De heer Brouwer: Ik heb hier het scenario nog even geschetst waar we nu staan, als het gaat om ons weerstandsvermogen, het risicoprofiel en weerstandsratio. Als wij nu kijken naar de cijfers, zien we dat we een weerstandsratio hebben die onder de 1 zit. Ons risicoprofiel is hoger dan wat we op dit moment in de reserves hebben zitten.

3

Weerstandsvermogen van ongeveer 22 miljoen, risico van 25 miljoen, betekent eigenlijk plat dat we minimaal binnen 3 jaar 3 miljoen moeten vinden om weer op de ratio te komen. Vandaar ook het voorstel van het college, in ieder geval het voornemen van het college om voor te stellen de 2 miljoen die we hebben ook te storten in de algemene reserve. Om in ieder geval alweer dichter bij de ratio van 1 te komen. Dan denk ik dat ik het goed formuleerde. Zijn er dan nog andere scenario's? Dat is voor ons wat lastig. We hebben ook, met name Gert en ik, gediscussieerd over, als we dan scenario’s hebben, ik heb honderdduizenden ideeën wat je met het geld kan doen. Dan is het moeilijk om ook terug te leggen bij u als raad, wat kunnen we dan wel? We hebben toch nog even gekeken, wat zijn dan de meest algemene scenario's? De eerste zie ik vooral van, we storten het niet in de algemene reserve en u kijkt of er nog incidentele uitgaven zijn die u ziet die u graag wil of noodzakelijk vindt. En die dekt u dit jaar uit eventueel het onverdeeld resultaat. Risico staat eronder. De weerstandsratio heb ik dan nog niet zo snel op 1. Maar die keuze heeft u, want tenslotte staat in het eigen kader, we hebben 3 jaar de tijd om te groeien naar een ratio van 1. Die staat er ook onder. Je kan inderdaad ook gewoon bewust kiezen om een deel wel, deel niet.

We hoeven niet alles te storten in de algemene reserve. Met in het achterhoofd dat we in 3 jaar tijd wel groeien naar. Het risico is wel dat als er geen incidentele voordelen komen het zoeken wordt om die reserve aan te vullen. Maar hij kan. En ik heb er toch nog even bijgezet, de reserve ombuigingen hebben we volgens mij afgelopen jaar ook gebruikt om te vullen, als we een voordelig resultaat hadden. Dat zou hier ook mee kunnen. Zitten we alleen met de voorwaarde van toezichthouder die zegt, je moet in ieder geval je weerstandsratio op 1 hebben. Dus zullen we een andere manier moeten vinden om naar 1 te gaan in 2025, om überhaupt de reserve in ‘26 te kunnen gebruiken. En toen waren wij eigenlijk uit alle mogelijke scenario's ambtelijk. Vandaar ook de vraag, heeft u zelf nog ideeën van tevoren bedacht? En de tweede vraag is, voldoet dit een beetje aan de motie? Want wij zijn absoluut aan het zoeken geweest, wat voor scenario's verwacht u dan als raad? Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de presentatie en het voorschrijven voor in ieder geval de gevonden scenario’s binnen de kaders. Dan wordt nu eigenlijk aan de commissie gevraagd om inbreng te leveren, om andere ideeën op te halen voor scenario's. En natuurlijk ook, is dit wat er met de motie bedoeld werd? De motie was natuurlijk breder dan een presentatie.

Het gaat om de inhoud, dat er gezocht is naar andere scenario's. Is er een commissielid dat hierop wil reageren? Dan kunnen we in gesprek. De heer In ’t Veld, gaat uw gang. De heer In ’t Veld: Dank u wel, voorzitter. Zoals de situatie die financieel gezien er nu voorligt, dan kun je wel stellen dat deze presentatie voldoet aan de verwachting of het verzoek, maar hij is natuurlijk anders bedoeld. Het uitgangspunt was natuurlijk dat we in ieder geval hoopten dat we een positief resultaat zouden hebben, dat we konden verdelen. En dan heb je inderdaad, meer scenario's behoren tot de mogelijkheden. Aan de ene kant, hij voldoet, gelet op de situatie van nu, wat mij betreft dan in ieder geval. Maar dit is niet eigenlijk de bedoeling geweest natuurlijk achter de motie. Want dat ging uit van een positief resultaat en dat je dan meerdere scenario's kreeg om dat positieve resultaat te kunnen verdelen. Dat is niet zozeer een vraag, maar wel een antwoord op de vraag of hij voldoet.

4

De voorzitter: Hij voldoet wel, maar helaas niet met de financiële wensen die u had. De heer Schalken, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Op de vraag inderdaad, wilt u mogelijke andere scenario’s inbrengen, deze presentatie maakt duidelijk dat er weinig andere scenario's mogelijk zijn. Maar even sec kijkend naar de bedoeling van de motie, wat Beter voor Dordt betreft had het beter geweest om dit voor te leggen voordat het richting de raad ging, qua voorstel. En dat is denk ik ook als we nu, voordat dit zo op papier komt te staan, met elkaar een commissiemoment hadden gehad van, dit gaat er waarschijnlijk aankomen. En als we het hebben over zorgvuldig met de financiën omgaan, dan stellen wij voor, denken we, dat dit de enige manier is om het goed te doen. Maar u kunt ook kijken naar andere scenario's. Nu liggen die, nadat het gepresenteerd is, op tafel. En dat is denk ik vooral het punt waar vanuit Beter voor Dordt werd aangegeven, jongens, laten we nu eerst eens inzichtelijk krijgen wat eventueel andere opties zijn. De voorzitter: Dat is een input voor de wethouder. Die is er momenteel niet, want die had nog een oordeelsvormende sessie. Die heeft zich afgemeld hiervoor. Maar dat wordt natuurlijk meegenomen. Mevrouw Boom wil daarop reageren.

Mevrouw Boom-Vos: Voorzitter, kan de heer Schalken aangeven wat hij dan wel verwacht? Volgens mij wordt hier het onverdeelde resultaat gepresenteerd, van tevoren, voordat de jaarrekeningstukken bekend zijn. En worden de mogelijkheden nog hier neergelegd. Wat had u dan eigenlijk nog meer gewild of anders gewild? De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, in reactie daarop, volgens mij moeten we hier geen echt oordeelsvormende vergadering over dit hebben. De voorzitter: Zeker niet. Maar een verdiepende vraag over dat. De heer Schalken-den Hartog: Jazeker. Kijk, nu worden deze andere scenario's wel duidelijk aangegeven. Volgens mij waren die in eerste instantie niet gedeeld met de raad. Ik denk, als dat aan de voorkant was gedeeld met de raad, op een bepaalde manier, en dat had zo op papier gekomen, dan hadden we meer het gevoel gehad dat er toch uitvoering was gegeven aan de manier waarop de motie bedoeld was. De voorzitter: Dat is wel inderdaad lastig met hoe dat proces werkt. Wat u kan, en dat is uiteindelijk ook een politieke keuze … Kijk, één scenario is nu eigenlijk de mogelijkheid. En je kan natuurlijk ook als politiek ervoor kiezen om helemaal buiten het boekje te gaan, andere risico's te nemen en dan toch voor een ander scenario te gaan. Maar dat is gewoon heel lastig. In principe heeft u die keuze nog wel, maar hij is gewoon niet zo heel erg verstandig.

Tenminste, gebaseerd op de feiten niet zo verstandig. Andere commissieleden nog? Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dit was een vraag aan de heer Schalken-den Hartog. Ik wilde zelf even van de VVD de input geven. Want voldoet deze motie? Volgens mij voldoet hij wel een beetje aan de lijn waar hij op ingediend is. Wij hebben niet ingediend, maar we hebben wel meegestemd. De bedoeling was van tevoren even het resultaat te horen

5

krijgen, zodat je daar wat meer over na kon denken. Qua mogelijkheden, wij staan eigenlijk altijd voor goed financieel beleid. En we gaan denk ik ook wel heel erg mee in dit voorstel, omdat het nu niet pijn doet. En we krijgen komende jaren nog wel wat financiële hindernissen om te overwinnen. Dan hebben wij liever dat we nu al aan een reserve toevoegen, dan dat we de komende drie jaar nog ergens moeten gaan zoeken en extra moeten bezuinigen. Maar dat is even het antwoord op de heer Brouwer. De voorzitter: Eens met het voorliggende scenario. Nog partijen met alternatieve scenario's, wensen? Nee? De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Niet in deze situatie, wat mij betreft. Maar voor de procedure, op het moment dat er overschotten zijn die niet meer nodig zijn om de weerstandsratio op het goede niveau te brengen, dan kun je natuurlijk wel veel makkelijker verschillende scenario’s onderscheiden. En dan zou het goed zijn dat vanuit de organisatie of het college mogelijke alternatieven worden aangedragen. De voorzitter: Volgens mij, deze motie was een duidelijke oproep vanuit de raad. En volgens mij blijft het niet bij een enkele keer. Ik kijk eventjes of misschien de ambtenaar daar ook ja op kan zeggen. De heer Brouwer.

De heer Brouwer: Ik blijf met het dilemma zitten dat de vragen … Kijk, maar ik zoek u dadelijk even op wat u nu precies bedoelde, want ik kon u niet helemaal volgen. Maar het moeilijke is een beetje, we kunnen verschillende scenario's bedenken. En dat kan het college natuurlijk ook. Maar welke breng je dan? Want we hadden hier natuurlijk ook kunnen zeggen, we kopen er 23 brandweerauto's voor of zo. Verzin iets. Of ik doe nog iets met speeltuinen. We doen ergens gouden kranen. Het is een beetje moeilijk wat voor soort scenario's wij dan kunnen brengen. Het zou in ieder geval de organisatie helpen als we daar iets van richting hebben in de raad. Want je kan die euro op duizend verschillende manieren uitgeven, als je dat wil. Wat brengen we dan? Daar ben ik een beetje naar op zoek, in ieder geval voor volgend jaar, dat ik denk, als we uw kant op komen en het kan beter, dan doe ik het graag beter. De voorzitter: Dank u wel. Aan de andere kant zijn dat ook eigenlijk politieke voorstellen en keuzes van hoe je je budget besteedt. We hebben nu natuurlijk wel gezien waar het overschot allemaal terecht mag komen. De heer ‘t Lam heeft nog een vraag. De heer ’t Lam: Dank u, voorzitter. Ik wil even op de reactie inhaken. In het huidige geval hebben we eigenlijk geen scenario.

Het agenderingsverzoek was, wat de SP betreft, heel helder en hadden we ook niet over hoeven te praten, want we moeten ons houden aan onze eigen gemaakte afspraken. Als het in de toekomst anders is, denk ik dat het voor de ambtelijke dienst ook lastig is om scenario's te maken, want het gaat dan om een politiek besluit. Wil je het dan doel A of aan doel B of aan doel C uitgeven, dat moeten we hier met elkaar bediscussiëren. Ik vraag me af of dat er ook echt scenario's geschreven moeten worden door de ambtenaren, of dat we gewoon te horen krijgen, er is een x-bedrag over, dat mag je besteden. Doe even een soort brainstormende sessie, waar de raad het aan wil gaan besteden. Dat is denk ik makkelijker dan de ambtenaren te vragen. Dan krijgen we altijd de opmerking, hoe kom je eraan?

6

De voorzitter: Dit is de motie die inderdaad is aangenomen. Daarom is het nu zo opgepakt. Het staat natuurlijk de raad altijd vrij om in een oordeelvormende sessie of in de arena van de Raadzaal die discussies goed te voeren. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wat mij niet helemaal helder is, we hebben nu een aantal scenario’s liggen, is het ook de bedoeling, en dat zal waarschijnlijk dan in de vergadering eventueel als hij daar komt hierna komen, maar dat we uit één zo'n scenario kiezen, of blijft dat nog een beetje in de lucht hangen welk scenario dat dat dan gaat worden? De heer Brouwer: In de motie is nu opgenomen dat we deze sessie hebben om in ieder geval op te halen welke scenario's de raad zag. Dat neemt het college mee in de afweging bij het voorstel wat ze bij de Perspectiefnota gaan doen voor de inzet van het onverdeeld resultaat. En er wordt een toelichting op gegeven waarom ze daarvoor kiezen. Dat is de vertaling van de motie. Uiteindelijk komt het college na deze inbreng met een voorstel. De voorzitter: En de inbreng is tot nu toe dat de commissie eigenlijk het wel eens is dat dit het enige scenario is. Ik kijk nog even rond of dat inderdaad klopt? De heer Van der Meer wil nog iets toevoegen. De heer Van der Meer: Ik snap op zich wel wat de heer ‘t Lam zegt, het is een politieke keuze. Natuurlijk is het een politieke keuze.

Dat geld gaat ook bijvoorbeeld als we straks over bezuinigingen moeten besluiten. Toch heeft daarvoor de ambtelijke organisatie allerlei mogelijke alternatieven gegenereerd, met daarbij ook een inschatting van wat de maatschappelijke effecten, enzovoort, daarvan kunnen zijn. Dat is behulpzaam voor de besluitvorming in de raad. Natuurlijk kan de raad ook zelf zeggen, wij vinden dit of dit zo urgent, daar willen we het overschot aan besteden. Maar het helpt in mijn ervaring wel vaak als het college, gevoed door de ambtelijke organisatie, daarvoor met mogelijke opties komt. De voorzitter: Dat scheelt weer een hoop uitzoekwerk voor de raad, als er een beetje voorwerk is gedaan. Dan blijft volgens mij de conclusie dat de commissie het best wel eens is met het geschetste scenario in de presentatie. Dan mag ik concluderen dat we gewoon heel vroeg klaar zijn. En dan wil ik de heer Brouwer en de heer Hagoort heel erg bedanken voor het uitzoeken en het uitleggen hiervan. En fijn dat er zo uitvoering aan de motie is gegeven. En de rest is aan de politiek. Hartelijk dank. Nog een fijne vergaderavond. Nog een nabrander. De heer Van der Meer: Of jullie hiermee uit de voeten kunnen? De voorzitter: We kunnen verder. De heer Brouwer zoekt de heer Schalken na de vergadering nog eventjes op voor verduidelijking van de verwachting. En dat is volgens mij helemaal prima.

En deze hoeven we volgens mij ook verder niet af te sluiten. Dank u wel. Fijne avond. En neem uw flesjes vooral weer mee naar de pantry. 4. Beschikbaar stellen van budget voor uitvoering van de gebiedsprioritering Dordt Oost en Centrum – Raadsvoorstel

7

Voorzitter: Mevrouw Van Engelen Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Pauwels (Partij van de Arbeid) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder M. Merx Ambtelijke ondersteuning: mevr. Meijer, mevr. Muijres, dhr. Bindels De voorzitter: Goedenavond allemaal, welkom commissieleden, ambtelijke ondersteuning. Er zit hier nog een wethouder naast me. Ik zie wat mensen op de tribune. De wethouder moet ik zeggen. Niet zomaar een wethouder, de wethouder. Ik zie wat mensen op de tribune. En wie weet kijken er wat mensen thuis ook mee. We zijn hier vanavond voor een beeldvormende sessie over het, moet ik het even goed zeggen, raadsvoorstel beschikbaar stellen van budget voor uitvoering van de gebiedsprioritering Dordt Oost en Centrum. En daar krijgen we vanavond een presentatie over van mevrouw Meijer en mevrouw Muijres. Zeg ik het zo goed? Ja. En zo meteen, voor de presentatie, wil de wethouder nog even een kleine toelichting geven. Die toelichting zal ook voornamelijk technisch zijn.

En daarna gaat de wethouder ook naar de tribune terug om het vanavond technisch te houden en niet politiek. En voordat ik het verder toelicht, gaan we eerst even het namenrondje doen. Mijn naam is Yara van Engelen, en ik ben vanavond uw voorzitter. En dan ga ik aan mijn rechterkant verder. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer De Vries: André de Vries, VSP.

8

De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA. De heer Bindels: Roger Bindels, adviseur wijken. Mevrouw Meijer: Angelique Meijer, gebiedsmanager Centrum. Mevrouw Muijres: Meike Muijres, gebiedsmanager Dordt Oost, De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Ayverdi: Emin, Ayverdi, DENK. De heer Van der Meer: Frans-Bauke Van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. De heer Merx: Marc Merx, wethouder. De voorzitter: Dank jullie wel. Dan zijn de namen voor het verslag rond. Dan toelichting van de vergadering. Het college heeft de gemeenteraad voorgesteld om budget beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de gebiedsprioritering Dordt Oost en Centrum. En vanavond krijgt u van de gebiedsmanagers een toelichting op de totstandkoming van de gebiedsprogramma's en de voorgestelde besteding van de middelen. Dat had ik net in makkelijke taal eigenlijk ook al gezegd. Aan de commissie het verzoek om pas na de presentatie de vragen te stellen. Alle vragen die in u opkomen, graag even opschrijven en voor aan het eind bewaren. We hebben een uur voor deze beeldvormende sessie. En ook belangrijk om te weten, dit onderwerp, dit raadsvoorstel is eigenlijk al twee keer geagendeerd.

Vanavond beeldvormend, dat was op verzoek van de VSP, en dat kreeg genoeg steun. Maar de PvdA heeft dit ook al oordeelsvormend op de agenda gezet, met genoeg steun van andere partijen, en al een politieke vraag. Straks aan het eind is het niet de keuze, gaan we nog oordeel vormen? Die staat in principe al gepland. Dan kunt u politieke vraag meegeven, of er natuurlijk voor kiezen om nog een keer te beeld vormen. Dat staat u altijd vrij. Maar dan weet u in ieder geval dat er met het vervolg van dit raadsvoorstel al keuzes gemaakt zijn. Dan ga ik het stokje overdragen aan de heer Merx, want die gaat ons een korte toelichting geven. Gaat uw gang. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad heel kort. Zeker omdat we nog een oordeelsvormende vergadering dan gaan krijgen. Bij het politiek akkoord is er een bepaald bedrag, dat leest u in het raadsvoorstel, gereserveerd voor de leefbaarheid en veiligheid, en dan met name voor de wijken, of tenminste voor de stadsdelen Oost en Centrum. En we hebben het daar met elkaar ook intern uitgebreid over gehad. We moeten dit geld, want het is eenmalig geld, niet zomaar uitgeven. Dat moeten we heel

9

gericht uitgeven aan daar waar het echt gaat bijdragen, daar waar het echt impact heeft. En dat betekent, ik had een simpele vraag, kunnen we ook een analyse maken van waar dat dan het meeste effect gaat hebben? De vraag was vrij simpel. De uitwerking heeft even geduurd. Maar dan ligt er ook wel wat. We hebben u overladen met een hele hoop papier, of in ieder geval digitaal papier, met analyses en met een prioritering. En er komt straks een agenda. Ik denk dat er echt wel een mooi stukje werk is geleverd, mijn persoonlijke oordeel, op basis waarvan we de keuzes kunnen gaan maken. Mijn collega's zullen dadelijk de presentatie gaan geven. Het is veel meer dan alleen leefbaarheid. U vindt ook alle stukken over de Omgevingsvisie, alle onderwerpen daarin terug. U kunt hier ook uit grasduinen voor andere onderwerpen dan waar het hier vanavond over gaat alleen. Ik zou zeggen, doe er uw voordeel mee. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder vindt het een mooi plan, maar dat hadden we van tevoren kunnen weten. Dat sta ik maar even toe, die toelichting. Dan gaan we naar mevrouw Muijres, voor het eerste deel van de presentatie. Gaat uw gang. Mevrouw Muijres: Goedenavond allemaal. Allereerst, dank je wel commissie voor het agenderen van dit onderwerp.

Wij vinden het heel erg fijn om een toelichting te mogen geven, ook gezien de grote bestanden die als bijlage aan dit raadsvoorstel zijn meegestuurd. We hebben ons net al geïntroduceerd. Goed om te weten dat wij een afvaardiging zijn van het integrale projectteam dat hieraan gewerkt heeft. En ook goed om te weten dat zowel mijn collega Angelique als ik als gebiedsmanagers het initiatief hebben genomen om die gebiedsprogramma's te gaan ontwikkelen. En dat hebben we ook wel gedaan, omdat onze rol zit echt op dat snijvlak, op dat grensvlak tussen de interne gemeentelijke organisatie en die buitenwereld, die samenleving, tussen die systeemwereld en de leefwereld, tussen beleid en hoe dat landt in de wijken en buurten. En daaruit, die behoefte om goed te kunnen acteren op dat snijvlak, wilden wij heel graag dat die gebiedsprogramma's er kwamen. De opzet voor vanavond is dat wij u in ongeveer een kwartier de tijd meenemen over de gebiedsprogramma's, een toelichting daarop geven, maar ook natuurlijk stilstaan bij de voorgestelde besteding van de middelen die we willen inzetten. En we bewaken goed de tijd, zodat er ook gelegenheid voor u is om vragen te stellen, het gesprek aan te gaan, want we gaan ervan uit dat die er ongetwijfeld zullen zijn.

Wanneer we naar Dordrecht en het wijkgericht werken kijken, dan focussen we op het woongebied van Dordrecht, dan zien we eigenlijk dat Dordrecht ingedeeld is in drie gebieden. Het gebied of de wijken in West zijn als focusgebied toegetreden tot het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, Samen Dordt West, u ongetwijfeld niet onbekend. En daar zijn de opgaven helder. En er is een alliantiestructuur opgetuigd om daaraan te gaan werken. Er zijn ook nationale middelen, die ingezet kunnen worden om aan deze opgave te gaan werken. En voor de gebieden in het centrum, hier aangegeven in het groen, de vier groene wijken en de wijken in Oost, aangegeven hier in de kleur blauw, is deze toegang tot nationale middelen er niet. En hadden we eigenlijk ook niet zo'n heel helder inzicht op de opgaven die er waren. En vanuit onze rol als gebiedsmanagers hadden we heel sterk de behoefte om ook hier de opgave helder te gaan krijgen. De ambitie is eigenlijk om integraal naar die wijken te kijken, prioriteiten daaruit te halen, die ook breed gedragen zijn. We beginnen natuurlijk niet bij nul. Die wijken bestaan al. Die gebieden bestaan al. Er wordt al fantastisch werk gedaan door ons als gemeente, maar

10

zeker ook door partners, de bewoners, door ondernemers. Maar we zien wel potentie om die inzet, die allemaal gedaan wordt, wat meer richting te geven om de samenwerking te verbeteren of beter af te stemmen wat we aan het doen zijn, zodat uiteindelijk dat impact maken meer centraal komt te staan. En dat is de ambitie die hierachter zit. Hoe hebben we dat gedaan? Dat is best wel een zoektocht geweest. We hebben ook veel in het land gekeken hoe andere gemeenten dat doen. En uiteindelijk hebben we hier een werkwijze proberen op te tuigen die we dan het gebiedsprogramma noemen. En het gebiedsprogramma bestaat uit drie delen. Allereerst hebben we een gebiedsanalyse gedaan. Dat is een grondig dataonderzoek, wat ook verrijkt is met gesprekken met wijkprofessionals en al enkele bewoners. Uit die analyse komen prioriteiten. Dat is de gebiedsprioritering. Die hebben we daar proberen te formuleren. En vervolgens willen we heel graag aan de slag gaan om ook een gebiedsagenda te gaan ontwikkelen. En die gebiedsagenda is eigenlijk de concrete uitwerking van de prioritering, omgezet naar middelen, naar inzet en naar planning. En uiteindelijk is dit een iteratief cyclisch proces. Dat betekent dat we het regelmatig gaan monitoren. De gebiedsanalyse wordt dan eigenlijk een gebiedsmonitor. En dat we ook kunnen bijstellen naar veranderende omstandigheden, nieuwe inzichten, nieuwe data.

Dat we dat steeds kunnen verwerken in onze werkwijze. Dat is het idee erachter. Een integrale gebiedsanalyse klinkt goed, denk ik. Maar hoe doe je dat dan, is de volgende vraag. En ook dat is best wel een zoektocht geweest, binnen de ambtelijke organisatie. Hoe pakken we dat dan aan? En uiteindelijk hebben we ervoor gekozen om de zeven doelen uit de Omgevingsvisie als kapstok te gebruiken voor die analyse. De zeven doelen herkent u, in de linkerkolom. En we zijn eigenlijk nagegaan van, welke onderwerpen willen wij dan zicht op hebben om een uitspraak te doen over bijvoorbeeld, hoe aantrekkelijk is deze wijk? En die onderwerpen hebben we vervolgens weer geoperationaliseerd in indicatoren die meetbaar zijn, waar we data bij kunnen zoeken. En vervolgens moest ook de check gedaan worden, hebben we die data dan beschikbaar en op welk ruimtelijk niveau hebben we die data? Zijn dat alleen stedelijke cijfers of hebben we die cijfers ook op wijk- of buurtniveau? Dat hebben we eigenlijk allemaal in kaart gebracht. Het is echt een analyse van zowel de sociale als die fysieke leefomgeving in de wijken. Wat ook bijzonder is aan deze analyse, is dat die verschillende ruimtelijke schaalniveaus kent. We hebben naar de stad gekeken. We hebben naar de stadsdelen, de gebieden gekeken, zoals ik die net geïntroduceerd heb, hoe wij ermee werken. We hebben naar de wijkgemiddelden gekeken.

Maar het werd eigenlijk pas echt interessant toen we naar de buurtcijfers gingen kijken. Want dan zie je de verschillen oppoppen. En zover ons bekend is, hebben we niet eerder zulke integrale analyse op buurtniveau in Dordrecht gedaan. Dan die prioritering. Uit die analyse moeten prioriteiten komen. En die prioriteiten hebben we geformuleerd door te kijken van, wijken de cijfers nu af ten opzichte van het gemiddelde van Dordrecht of ten opzichte van elkaar binnen een wijk? Want dan vinden we dat een wijk of een buurt achterblijft en dat er een prioriteit uit kan volgen. Op die manier hebben we eigenlijk de prioriteiten geformuleerd. En we zijn zowel in de interne organisatie als met onze partners, zowel op dat uitvoerende wijkniveau als op het managementniveau in gesprek gegaan van, herkent u zich nu in de prioriteiten die wij geformuleerd hebben, of missen we nog iets, en heeft u daar dan onderbouwing voor van wat we missen? En op die manier zijn eigenlijk die data steeds verrijkt en hebben we ook die prioriteiten gevalideerd en zijn ze erkend door onze partners en ook onze interne

11

samenwerkingscollega's. En de prioriteiten willen we graag vaststellen voor een periode van vijf jaar, tot 2030. En die concretisering van, hoe gaan we werken aan een prioriteit, wat gaan we daarvoor doen, welke interventies gaan we ontwikkelen, wie doet wat, ook in dat brede netwerk met partners, met bewoners, met ondernemers, dat volgt in die gebiedsagenda. En die gebiedsagenda is ook de plek waar de participatie gaat plaatsvinden. We hebben weliswaar enkele bewoners gesproken. In de gesprekken die we met wijkprofessionals hadden over die validatie van die prioriteiten, maar nog niet genoeg. En we weten uit eerdere gemeentelijke projecten wanneer het abstractieniveau hoog is we maar een beperkte groep inwoners bereiken in participatievormen. En we wilden hier graag echt de mensen bereiken in die buurten, straten waar de nood het hoogst is, die het meest kwetsbaar zijn, waar die veiligheid en leefbaarheid het meest onder druk staan. Dat is waarom we hier die participatie willen gaan inzetten. Hoe willen we dat doen? We willen bij onze partners en ook in de interne organisatie uitvragen, wat doen we eigenlijk al op deze plekken, wat kunnen we nog meer doen en wat is daarvoor nodig? We willen die bewoners en ondernemers heel erg nadrukkelijk bevragen in die participatie. En dat gebundeld moet die gebiedsagenda gaan worden.

Die niet alleen van ons als gemeente is, maar echt iets van die hele wijk of buurt. Misschien aardig om te benoemen, is ook nog dat onze partners op het gebied van leefbaarheid en veiligheid, dat we daar op verschillende niveaus mee samenwerken. We hebben een bestuurlijk overleg leefbaarheid en veiligheid. Daar zitten onze bestuurders samen. En daar werken we nu aan de intentieovereenkomst, om echt hun intentie ook vast te leggen om met deze prioritering aan de slag te gaan. We hebben op managementniveau een overleg, waar wij echt wat meer op gebieds- en stadsniveau naar de vraagstukken kijken. En we hebben ook echt in die wijken overleggen met onze partners. En onze partners zijn dan onder andere Dordrecht Sociaal, de politie, de woningcorporaties, dat soort partijen. Ook in de wijken zit dat uitvoerend netwerk samen aan tafel. Dat is eigenlijk wat ik voor nu echt over de gebiedsprogramma’s wilde vertellen. En dan pakt Angelique hem over om nog over de besteding van de middelen door te praten. Mevrouw Meijer: Inmiddels hebben we de gebiedsanalyse en de prioritering achter de rug. En nu willen we het met jullie hebben over hoe wij denken dat we de bestemmingsreserve het beste kunnen uitgeven. We weten dankzij de gebiedsanalyse en de prioritering wat waar nodig is. Waar we het meest succes kunnen hebben als we onze interventies inzetten.

We willen de middelen uit de bestemmingsreserve daarvoor benutten om van wal te komen, want het zijn eenmalige middelen. Maar we denken dat het ons helpt om van slag te gaan met een aantal interventies. Hoe zien we dat dan voor ons? We willen een deel van de middelen, dat is ongeveer een kwart van de middelen, inzetten voor de aanschaf van een mobiele hub, een mobiele wijkpost. Dat is iets waarmee we de wijk in willen om actief met bewoners in gesprek te gaan. We willen dat niet alleen voor de aanschaf gebruiken, maar ook voor de coördinatie en beheer van zo'n mobiele wijkpost. Het richt zich op bewonersparticipatie, om met bewoners in gesprek te gaan van, hoe zie je je wijk, wat vind je nodig, waar heb je behoefte aan? En we zien het als een zichtbare en laagdrempelige voorziening. Het is een instrument wat je eigenlijk 24/7 in zou kunnen zetten op plekken waar bewoners komen. En bewoners die misschien niet één, twee, drie bij bekende wijkcentra komen. Je kan het ook inzetten op plekken waar tijdelijk sprake is van extra spanningen, om wat voor reden dan ook. Het is dan ook een trefpunt voor gemeenten, maar ook voor professionals, wijkagenten, buurtwerkers

12

om met bewoners in gesprek te komen. Even een paar beelden, wat voorbeelden van, hoe zou zo'n mobiele wijkpost eruit kunnen zien? We zien het voor ons als een busje, het liefst elektrisch uiteraard, want we hebben ook een energietransitie waar we voor staan, waar zowel gemeente, collega's, misschien ook u als raadsleden, onze partners in de wijk gebruik van kunnen maken om met bewoners in contact te komen op verschillende momenten en plekken. Het overgrote deel van die middelen willen we inzetten om een start te maken voor interventies. Interventies in die buurten waar de leefbaarheid en veiligheid het meest onder druk staat. Dat weten we waar het is dankzij de gebiedsanalyse en de prioritering. En het gaat dan vooral om fysieke maatregelen. Moet u denken aan vergroening, verbeteren van speel-, beweegplekken, sportplekken, maar ook het organiseren van ontmoeting, sociale initiatieven en veiligheidsinterventies. Van dat hele grote gebied Dordrecht Oost hebben we een focus aan kunnen brengen van, waar is de nood het hoogst, waar moeten we onze focus op zetten, op welke buurten? Dat zijn deze buurten. Hier staat, afgezet tegenover andere buurten, de leefbaarheid en veiligheid, het meest onder druk. Kijkend naar gebied Centrum, dan gaat het om meer buurten. Ik ga ze niet allemaal oplezen, maar ze staan hier. Voor de binnenstad, de Noordflank, Reeland en De Staart.

Ik kijk ondertussen even op mijn aantekeningen of ik niks vergeet te zeggen. En waar hebben we het dan over en wat voor soort interventies zou je dan aan kunnen denken? Dan gaat het om verbeteren van de leefomstandigheden. Wat ik net al zei, vergroening of tegengaan verloedering of het stimuleren van een gezonde leefomgeving. En over sociale cohesie, over ontmoeting, dat de mensen elkaar weer kennen, dat ze met elkaar in gesprek komen, dat ze weten wie hun buren zijn. En het verbeteren van die gezonde woonomgeving, die beweeg- en speelplekken. We hebben geprobeerd of getracht jullie in een notendop mee te nemen in de ontwikkeling van de gebiedsprogramma's. Het is best wel een intensief traject geweest, waarbij zowel collega's vanuit de sociale kant als de fysieke kant met elkaar hebben samengewerkt om tot een, we hopen, leesbaar verhaal te komen, wat betreft de prioritering. De analyse is daarbij vooral een naslagwerk wat wij gebruikt hebben als input voor de prioritering. En we hopen dat u hiermee een beeld krijgt, maar ook wellicht kansen voor uzelf ziet als raadslid om hier informatie uit te halen. Want het totaalpakket van gebied Centrum en Oost is wel iets van 700 pagina's. Dat is natuurlijk gruwelijk veel. Maar er zit ook heel veel informatie in over biodiversiteit, over bereikbaarheid, over duurzaamheid, over leefbaarheid, over gezonde wijk, aantrekkelijk, noem maar op.

We hebben getracht een zo compleet mogelijk beeld te schetsen. En we zijn eigenlijk benieuwd wat u ervan vindt en welke vragen u voor ons heeft op dit punt. De voorzitter: Dank u wel. Voordat we echt naar de vragen gaan, ik zie nog twee sheets staan. Iets over gebiedscyclus en voorbeeld uitgelichte buurten. Moeten die eigenlijk nog voor de vragen? Mevrouw Meijer: Nee, dat is niet nodig. De voorzitter: Dat is fijn. Mevrouw Meijer: Dat hadden we eerder er wel in, maar we dachten, soms hangt van de vraag af, kan het misschien nog erbij gepakt worden, maar is niet noodzakelijk.

13

De voorzitter: Helemaal prima. Maar dan weet ik zeker dat we niet te veel vragen gaan stellen. Dan kijk ik even rond wie er allemaal een vraag heeft, want dat zullen er wat zijn. Dan ga ik eventjes noteren. Hou de handen vooral omhoog. Allemaal. Ik ga een rondje maken. Dit onthoud ik denk ik wel. En als ik iemand over het hoofd zie, dan trekt u maar aan de bel. Ik begin bij de heer Wringer, van Beter voor Dordt. Gaat uw gang. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik heb twee vraagjes. Jullie hebben het over de gebiedsagenda, die nog te ontwikkelen is. Maar hoe groot is dat gebied? Want jullie zeggen, bij de buurt komen pas de verschillen naar boven. Zou je het dan niet een beetje een buurtagenda moeten noemen, zodat dat wat duidelijker wordt? En de tweede vraag is, die mobiele wijkpost, hoe moet ik dat zien? Wordt die dadelijk vijf dagen in de week de hele dag ingezet op één plek? En dan de volgende dag gaat hij weer naar een andere plek? Of blijft die een week op een plek staan? Kunt u daar iets toelichten hoe dat eruit gaat zien? Dank u. De voorzitter: Mevrouw Muijres. Mevrouw Muijres: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij hele mooie, terechte vragen. De suggestie van een buurtagenda vind ik eigenlijk een hele mooie. We werken vanuit de gebieden. En zo ziet de indeling met collega's en partners er vaak ook uit. Vandaar dat wij bij het woord gebiedsagenda zijn uitgekomen.

Maar die vertaalt zich inderdaad op dat buurtniveau. Misschien moeten daar buurtagenda's onder komen te vallen. Uw andere vraag ging over de programmering van de mobiele wijkpost. Die hebben we nog niet gemaakt, maar hij is inderdaad flexibel in te plannen en mee te bewegen. De eerste aanzet is natuurlijk die participatie voor die gebiedsagenda. Daar gaat hij echt rond in die kwetsbare buurten, die net ook op de sheet te zien waren. En in latere fase kan die verschillend worden ingezet. Maar die programmering hebben we op dit moment nog niet gereed. De heer Wringer: Een korte aanvullende vraag. De voorzitter: Korte, aanvullende vraag. Gaat uw gang. De heer Wringer: Het is wel de bedoeling dat die vijftig weken per jaar, vijf dagen per week wordt ingezet? Mevrouw Meijer: We willen hem wel inderdaad zoveel mogelijk inzetten. En we zien dat, net zoals in Dordrecht West, heb je een wijkconciërge, die ook heel veel in de wijk aanwezig is met zijn bakfiets. En dat is ook wel iets hoe wij dit voor ogen zien, zoveel mogelijk. Niet een bus aanschaffen, en dan dat die ergens geparkeerd staat. Maar we willen hem wel heel veel inzetten. Dat klopt. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan de heer Kuhlmann van de Dordtse VVD. Ik zag net geen handen daar, maar dan ga ik zo meteen gewoon weer een stukje terug. Dat is geen probleem. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter.

Ik heb twee vragen. De eerste vraag is gericht aan mevrouw Muijres. Gaat over het eerste deel van de presentatie. Het programma

14

natuurlijk draait om leefbaarheid en veilige wijken. Dat is het geld wat we daar expliciet, u zult begrijpen, ook natuurlijk op wens van de Dordtse VVD, voor hebben gereserveerd. En als ik kijk naar de onderwerpen op sheet 6 van uw presentatie, dan zie ik daar allerlei verschillende dingen waar ik me heel veel bij kan voorstellen. Maar bijvoorbeeld, er zitten ook een paar dingen bij waar ik me afvraag, wat heeft dat te maken met de leefbaarheid en een veilige wijk? Om er eentje uit te halen, verzwaring van het elektriciteitsnet. Om hem maar heel concreet te maken, ik denk dat bewoners in wijken meer profijt hebben, meer het idee hebben dat de veiligheid en leefbaarheid wordt verbeterd op het moment dat er een … De voorzitter: Maar u heeft het idee dat inwoners … Dat is eigenlijk een mening. Even de vraag om het in een technische vraag te doen. De heer Kuhlmann: Dan kan ik zeggen, ik weet dat bewoners er meer prijs op stellen, op dit rondom leefbaarheid en veilige wijken als bijvoorbeeld er een extra handhaver langskomt dan wanneer er ergens diep onder de grond een zwaardere kabel ligt. Mijn vraag is, kunt u wat meer toelichten op welke manier, want het is een hele brede waaier aan onderwerpen, toch de focus wordt behouden op wat de prioriteit is, namelijk leefbaarheid en veilige wijken? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Muijres: Dank u wel, voorzitter. Een hele mooie vraag.

En ik ben blij dat ik de kans krijg om dat te verduidelijken. In de analyse hebben we echt breed integraal gekeken naar zowel die fysieke als sociale leefwereld. En er staan inderdaad meer onderwerpen bij dan het domein veiligheid en leefbaarheid behelst. Voor het raadsvoorstel hebben we die prioriteiten naar voren gehaald die echt op leefbaarheid en veiligheid zitten. Dat gaat echt over de buurt, waar leefbaarheid en veiligheid het meest onder druk staan. En daar gaat het geld ook naartoe, op die onderwerpen. Niet op verzwaring elektriciteitsnet. En daar gaan we andere financiering voor zoeken. De voorzitter: Helder. Dank u wel. En dan uw tweede vraag. De heer Kuhlmann: Mijn tweede vraag, dank u, voorzitter, is gericht aan mevrouw Meijer, over dat tweede deel van de presentatie. Natuurlijk de mobiele wijkpost kwam daar naar voren. Even als belangrijkste, je kunt natuurlijk contact maken op verschillende manieren met de inwoners. Waarom de specifieke keus voor de wijkpost en niet zozeer voor een andere manier, bijvoorbeeld door aan te bellen bij inwoners? Ik vraag het, omdat natuurlijk waar het gaat om zo’n post, daar moet je toch maar weer … Net op het moment dat jij tijd hebt, moet je daarnaartoe gaan.

Terwijl je ook heel veel waardevolle informatie en goede gesprekken kunt voeren, eigenlijk met de meest brede groep, op het moment dat je gewoon in dat gebied gaat aanbellen aan de deur. De voorzitter: Is dat uw enige vraag, of had u nog een tweede vraag? De heer Kuhlmann: En ook rondom die mobiele wijkposten werd genoemd de inzet 24 uur en 7 dagen in de week. En ik ben even benieuwd of dat ook daadwerkelijk … Want er zijn natuurlijk ook weleens mensen die gewoon overdag aan het werk zijn. Of die dan ook

15

’s avonds wordt bemenst of in het weekend, wanneer mensen wat meer tijd hebben? De afweging aanbellen en wijkpost en de inzet in tijd rondom de wijkpost. De voorzitter: En dan 5 dagen, 50 weken per jaar? Niet 24/7, maar 5 dagen in de week. Mevrouw Meijer: Allereerst, waarom we hebben gekozen voor de mobiele wijkpost, is ook heel praktisch, omdat het gebied Oost een heel groot gebied is. Als je kijkt naar de bakfiets voor Dordrecht West, waar goede ervaring mee is, dat is ook een logische keuze daar, omdat het eigenlijk een veel kleiner gebied is. Hier gaat het om gebied Oost en Centrum. Een behoorlijke afstand. Praktisch gezien ook. Plus dat we een mogelijkheid willen hebben dat als het slecht weer is dat je even binnen een een-op-een gesprek met iemand kan voeren. En aanbellen kan uiteraard ook. En dat gebeurt ook. Dat is onlangs bijvoorbeeld gebeurd in het Kromhout-Kasperspad. Is ook huis-aan-huis aangebeld en mensen gevraagd over de omstandigheden in de buurt en hoe ze zich voelen en wat ze als verbeterpunten zien. We zien dit als een aanvullend middel. We hebben namelijk wijkcentra in Dordrecht. We hebben helaas niet zoveel wijkcentra in Dordrecht. En die zijn ook niet altijd open op momenten dat je zou willen.

We hopen met zo'n mobiele wijkpost dat je zegt, we hebben nu een avond een evenement of er is iets in een bepaalde buurt op een bepaald moment ’s avonds, dan kunnen we ook die post inzetten. Dat kan ook in een weekend. En we willen dat daar een persoon bij komt, zoals een soort wijkconciërge, die weet dat die ook buiten kantoortijden ingezet kan worden. De voorzitter: Helder. En dan kan hij langer blijven staan? Want het is een beetje gek als u heel erg lang voor iemands voordeur blijft staan, lijkt mij. De heer Ayverdi, van DENK Dordrecht. Sorry, ik had beloofd om terug te gaan. Dit ging ik allemaal onthouden. Mevrouw Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel dat ik toch even de tijd krijg voor mijn vragen. Ik had iets meer tijd nodig om die presentatie te laten bezinken. De eerste vraag, het gebiedsprogramma in zijn geheel, vindt hij nog zijn uitwerking in het omgevingsplan? Dat is de eerste vraag. En de tweede vraag is, er staat in de presentatie, het begrote budget nu is om een start te maken met de uitvoering van die gebiedsprioritering. Nou staan er natuurlijk in dat gebiedsprogramma heel veel meer dingen die nodig zijn in deze gebieden. Wat wordt het vervolg? En zijn jullie aan het nadenken over het budget daaropvolgend? De voorzitter: Heldere vragen. Wie kan hem antwoorden? Mevrouw Muijres, gaat uw gang.

Mevrouw Muijres: Dank u wel. De eerste vraag ging over de relatie met de Omgevingsvisie. Die vraag moet ik dan even … Ik kijk even naar mijn collega's. De Omgevingsvisie, denk ik, dat bedoeld wordt? Mevrouw Meijer: Een gebiedsprogramma is als het ware een programma onder de Omgevingswet. Ik weet niet wat u bedoelt met omgevingsplan? Misschien hebben we het dan wel over hetzelfde. Mevrouw Van Herwijnen: Je hebt een Omgevingsvisie. Daar volgen programma’s uit.

16

Mevrouw Meijer: En dit is zo’n programma. Mevrouw Van Herwijnen: En die programma's moeten weer gaan landen in het omgevingsplan. En de vraag is, gaan deze programma's uiteindelijk landen in het omgevingsplan? Mevrouw Meijer: Ja, klopt. Mevrouw Muijres: Uw andere vraag ging over de financiering. Wij willen graag een start maken. In onze netwerksamenwerking hopen we dat de andere partners middelen zullen gaan inzetten op het moment dat wij dat ook gaan doen. We gaan wel kijken of we dat kunnen koppelen aan elkaar. En ook willen we koppelkansen benutten. Werk met werk maken. Wanneer er fysieke onderhoudsprojecten zijn, kijken of we daar sociale doelen aan kunnen koppelen. Dat is ook een manier om aan de prioriteiten te werken. Dat doet soms iets voor de planning. En daarom zit dat cyclisch proces er ook in, waarbij we u als raad tweejaarlijks gaan informeren, middels een RIB. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Tutupoly, van Op Ons Eiland.

De heer Tutupoly: Ik had wel even een korte vraag ten aanzien van die mobiele wijkpost. Het gaat onder andere even om veiligheidsissues. Hoe zien jullie het gebruik daarvan? Want ik kan me voorstellen dat, als ik even zo naar de plaatjes kijk, dat is allemaal open en bloot dat buurtbewoners, als er veiligheidsissues in een wijk spelen, niet geneigd zijn om naar zo'n bus te lopen en dan in the open, zal ik maar zeggen, met hun verhaal komen Ik vroeg me eigenlijk af hoe jullie in dat kader zouden handelen. Mevrouw Meijer: Ik begrijp de vraag niet helemaal. De heer Tutupoly: Stel jou eens voor dat er overlast is, ik noem maar wat, van bepaalde buurtbewoners of het zijn jongeren of iets dergelijks, dat bewoners niet altijd geneigd zullen zijn, lijkt mij, om van zo'n mobiele wijkpost gebruik te maken, omdat je daar dan gewoon vol in het zicht zit eigenlijk. Ik vroeg me eigenlijk af hoe jullie daar dan mee omgaan? Mevrouw Meijer: Die mobiele wijkpost is een van de manieren om met bewoners in contact te komen. Als dat geen goede manier is, ik kan me voorstellen, er zijn buurten, als dit speelt, waar het niet handig is om inderdaad met zo'n post te staan, op dat onderwerp. Dan zullen we misschien overgaan tot huis-aan-huis of werkateliers organiseren, andere soorten werkgroepen. Er zijn verschillende vormen.

We zien dit als een van de manieren om met bewoners in contact te komen, maar het moet wel aansluiten bij de behoefte in die buurt. De voorzitter: Nog een aanvulling daarop? Mevrouw Muijres: Ja, mag ik daar kort op aanvullen? Het is natuurlijk ook zo dat het niet in plaats van bijvoorbeeld, ‘…’ wijkagent in de wijk heeft, komt. Het is aanvullend op. Maar doordat de wijkagent misschien bij de mobiele wijkpost ook aanwezig is, is de

17

herkenbaarheid of de stap om daarnaartoe te gaan wellicht kleiner. De bekendheid van een wijkagent neemt toe. En daardoor hopen we ook dat dit soort gesprekken misschien nog meer gaan plaatsvinden. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu wel naar de heer Ayverdi, van DENK. Gaat uw gang. De heer Ayverdi: Nu wel. Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat mijn vraag deels al beantwoord is, maar toch ga ik een poging wagen. Het gaat over de besteding van de 775 duizend euro. En hoe gaat dat bepaald worden? Want u had het over fysieke maatregelen, sociale initiatieven, net als de vraag van mijn buurman. Gaat men gebruikmaken van input van bewoners van die mobiele wijkposten of is het een politieke afweging? Gaan wij dat bepalen als raad? Hoe zit dat in elkaar? De voorzitter: Dat zit denk ik in die … Dan ga ik het jullie laten zeggen, anders dan zeg ik verkeerde woorden. Gaat uw gang. Mevrouw Meijer: Je mag het zeggen hoor. De voorzitter: In de gebiedsagenda. Mevrouw Meijer: Uiteindelijk komt het in een gebiedsagenda. Dat is de uitvoeringsagenda. Maar wat erin komt te staan, dat weten we nu nog niet, want het hangt ervan af wat bewoners en professionals aangeven. Vooral bewoners zien wij echt als een expert van hun leefomgeving. Die weten veel beter wat er speelt en wat er nodig is, zoals bijvoorbeeld wat ik net zei het voorbeeld van het Kromhout, dat ze huis-aan-huis gegaan zijn.

En er kwam onder andere ook naar voren dat bepaalde mensen zich onveilig voelen. En dat dat een oplossing zou zijn op het gebied van parkeren, zodat ze minder lang in het donker hoeven te lopen, ver van huis, omdat dat voor hen een onveilig gevoel geeft. Dat zijn allemaal inzichten die je wil gebruiken om interventies te doen. Het hangt heel erg ervan af wat de bewoners aangeven waar ze behoefte aan hebben. De voorzitter: Het is gebaseerd wel op participatie en input van de inwoners. Heeft u nog een vervolgvraag? De heer Ayverdi: Ja, inderdaad, voorzitter. Staat hij aan? Ja. En houdt u dan ook rekening met de type verschillende doelgroepen die dan samenleven in een wijk, in een buurt? Bijvoorbeeld jongeren of ouderen, mensen met auto, zonder auto? En hoe gaat dat dan samen, al die informatie? Mevrouw Meijer: Daarom kiezen we ook voor verschillende participatievormen. En daarom hechten we ook waarde aan die mobiele wijkpost. Juist omdat we niet altijd hetzelfde geluid willen horen van dezelfde mensen, of die in de wijkcentra komen. Om al die wegingen te maken van de verschillende mensen die in een wijk wonen. De voorzitter: Dank u wel. Die microfoon begint een beetje rond te zingen. Mocht het heel vervelend worden, dan kunt u natuurlijk altijd een microfoon van de buurman of buurvrouw gebruiken. Even kijken. De heer Van der Meer van GroenLinks, gaat uw gang.

18

De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Een paar vragen. De analyse start vanuit allerlei buitengewoon interessante materialen. Ik heb het niet allemaal al kunnen bekijken. Dat stelt u natuurlijk erg teleur. Maar inderdaad het is absoluut materiaal om vaker en ook bij andere onderwerpen op terug te grijpen. Erg veel dank daarvoor. Dat is heel nuttig. De prioriteiten zijn gebaseerd op die analyse. Dat gaat om een analyse van de huidige situatie. Ik hoor u ook, en wat mij betreft terecht, zeggen, we focussen op de plekken waar vooral de problemen zijn. Tegelijkertijd bekruipt mij een beetje het gevoel, bij het lezen van het stuk en ook naar u te luisteren, dat het erg gaat om het oplossen van problemen. En dat het veel minder gaat om het grijpen van kansen, die er ook zouden kunnen zijn. Creatieve ideeën waarmee je een wijk impulsen zou kunnen geven. Dat is misschien alleen maar een gevolg van hoe het opgeschreven is, maar ik wilde het toch even naar voren brengen, en uw reactie daarop vragen. De voorzitter: Eigenlijk is uw vraag of die conclusie klopt? De heer Van der Meer: Ja. Zal ik mijn andere vragen ook even doen? De voorzitter: Ja. En als die in één zin ongeveer kunnen, zou dat fijn zijn. De heer Van der Meer: Ik doe mijn best, voorzitter.

Die procedure om met zo'n mobiele wijkpost allerlei input van verschillende groepen te krijgen, betekent dat de tegengestelde belangen, om het zo maar te zeggen, waar mijn buurman het over had, bij jullie terechtkomen. En dat jullie daar iets, denk ik, mee gaan bedenken over hoe dat moet. Of is dat ook weer inzet van overleg tussen mensen in de wijk van, hoe gaan we dat oplossen? Er zijn mensen die willen meer groen, en andere mensen willen meer parkeergelegenheid. Gaan jullie dat oplossen? Gaan jullie daar een voorstel voor bedenken? Of breng je die mensen met elkaar in contact? De voorzitter: Dat was een heldere vraag. Twee vragen. Dan gaan we naar de beantwoording. Mevrouw Muijres: Volgens mij hebben beide vragen te maken met, benutten jullie de kracht van de bewoners in de wijk voldoende? De eerste vraag ging over het oplossen van problemen versus het creëren van kansen. Ik kan me voorstellen dat door hoe we het geschreven hebben vanuit die analyse, wat toch een soort probleemanalyse is, dat dat erg blijft hangen. Maar hoe wij het proces van die gebiedsagenda ontwikkelen zien, is juist ook die kracht van die wijk willen benutten. We willen echt ruimte geven aan die bewonersideeën en ondernemers die daar iets in kunnen betekenen. En natuurlijk onze partners, waar we al mee samenwerken. Dat zit wel in de visie op de gebiedsagenda.

Dat is natuurlijk het stuk nog te ontwikkelen. Misschien leest u dat op dit moment nog wat minder terug, maar is absoluut onze insteek. Mevrouw Meijer: Zal ik het tweede stuk doen? Mevrouw Muijres: Ja. Mevrouw Meijer: Hoe we dan omgaan met tegenstrijdige belangen in de wijk? Dat is iets waar we nu ook alle dagen mee te maken hebben. Wij zijn gebiedsmanager, maar elke wijk heeft ook een wijkmanager. De wijkmanager staat in contact met bewoners en

19

professionals. Die halen ook heel veel informatie op. En een van de vormen die wij voor ons zien is ook co-creatie. Ook samen met bewoners rond de tafel van, wat zou de meest passende oplossing hier zijn? We gaan nooit iedereen tevreden maken. Dat zal altijd aan de orde zijn. Maar we willen natuurlijk wel het goede doen voor die wijken, want dat is de bedoeling. Je wil voorkomen dat die wijken afglippen. Je wil dat het een aantrekkelijke wijk is, waar mensen graag wonen. En dat betekent dat er verschillende belangen zijn en dat je daarvoor open moet staan en dat met elkaar moet wegen. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Een opmerking nog of een verdiepende vraag. De heer Van der Meer: Een korte opmerking om mee te geven. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Ik denk ook dat het heel belangrijk is om de bewoners op die manier een beetje mee verantwoordelijk te maken voor de keuzes die gemaakt worden. En daarmee de sociale cohesie ook te bevorderen. De voorzitter: Ik heb niet verstaan of dat een opmerking of een vraag was. Dat was eigenlijk mijn vraag aan u, voordat u begon. Maar goed. We gaan naar mevrouw Dijkstra, van Gewoon Dordt, heeft u een vraag? Nee. Dan ga ik naar de overkant, naar de heer Klerk van het CDA. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. De gebiedsprioriteringen, die documenten heb ik met plezier gelezen.

Mooie documenten, ook gezien de integraliteit. Die analyse? Niet de analyse, maar de documenten. De voorzitter: En nu de vraag. De heer Klerk: Even kijken. Ik zou bijna zeggen, jammer dat die er van Dordt West niet zijn. Maar waar ik op aansloeg, en dat is inmiddels het meest besproken onderdeel ongeveer, de hub. En ik vraag me af, ik snap het idee erachter, maar zijn er ook … Ik ben helemaal van slag gelijk. Maar het is minstens zo uitdagend als belangrijk om mensen met elkaar in contact te brengen. Sociale cohesie is een grote uitdaging. Maar zijn er verhalen of ervaringen dat zoiets ook daadwerkelijk gaat helpen? Juist omdat dat zo'n grote uitdaging is. Of is, ik sla hem even heel erg plat, een zichtbare wijkagent of handhaving niet veel effectiever, als het gaat om leefbaarheid in de wijk? Mevrouw Muijres: Als ik uw vraag goed begrepen heb, bent u op zoek naar voorbeelden uit Dordrecht waarin we aan de sociale cohesie gewerkt hebben en waar we impact van terugzien? De heer Klerk: Niet per se Dordrecht, maar waar een soortgelijke hub actief is, of zo’n mobiele … Ik ben de naam even kwijt. Post. De voorzitter: Ik denk inderdaad, is de mobiele post gebaseerd op ervaringen uit bijvoorbeeld andere gemeentes? Is er al een soort bewijs dat het werkt voor bepaalde gebieden?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/41179