2.7 2025.04.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
We hebben geen parallelle besluitvorming meer, maar nu spreken we eigenlijk van gebundelde wijzigingen met meerdere onderwerpen. En dat wordt zo wel duidelijk ook met het voorbeeld. Gebundelde wijzigingsbesluiten komen jullie kant op. Omdat we maar één per keer kunnen doen, en daar zit natuurlijk een doorlooptijd aan, rekenen wij op zo'n maximaal vier van die besluiten per jaar te kunnen doen. Dat is eigenlijk heel beperkt. De voorzitter: Dat was de vraag. Klopt dat, mijnheer Laban? Er is een vraag gesteld. De heer Laban: U geeft aan dat de software maar één wijzigingsbesluit per keer toestaat. Komt daar nog een softwarewijziging of hoort dit erbij, of hoe moet ik dat zien? Mevrouw Van Middendorp: Dit is landelijk klaargezet. Die softwarepakketten worden natuurlijk door landelijke regelgeving eigenlijk ingericht. Een van de eerste gemeenten, Amsterdam, heeft dit gelijk aangekaart. Zij hebben heel veel plannen, heel veel wijzigingsbesluiten wat zij normaal hadden, bestemmingsplannen. En dit vormt echt een probleem, want je moet nu wachten telkens op het wijzigingsbesluit. Dat is bij het Rijk aangekaart. Er gaan nu meer signalen op. Wij lopen er ook tegenaan. Wij proberen dat nu op te lossen met die gebundelde wijzigingen. Tot nu toe is er volgens mij nog niks bekend dat dat aangepast gaat worde, die systematiek. We moeten hier nu mee werken.
We zitten natuurlijk in een soort overgangsperiode. We hebben nog net die nieuwe wetgeving. We hebben tot 2030 om ons omgevingsplan definitief te maken. Wie weet dat het daarna verandert, maar voorlopig gaat het op deze manier. Dan ga ik door. Even nog over wat dan in die raadswerkgroep is besproken, de gefaseerde aanpak. Zoals ik net al zei, in 2030 moeten we eigenlijk een definitief omgevingsplan hebben. Wij nemen eigenlijk de tijd om het uit te smeren en ons omgevingsplan gefaseerd op te bouwen. We willen nu niet meteen een kant-en-klaar omgevingsplan, maar geleidelijk, op basis van die bestuurlijke urgentie. Als we dan een woningbouwontwikkeling hebben die meteen prio heeft en door moet, of een thematisch onderwerp, zo bouwen we dat het omgevingsplan geleidelijk op. Dan nog een dia, dit was ook in de raadswerkgroep. En dat geeft even het beeld van, wat zijn de stappen bij zo'n omgevingsplanwijziging en wie is eigenlijk dan aan zet? Je begint met een principebesluit natuurlijk van de wethouder. Dat
43
gaat door naar het college. Vooraankondiging volgt. Participatie. En dan volgt eigenlijk het formele besluit, omdat het ontwerp ter inzage gaat. En zodra wij dat willen laten vaststellen, komt het als voorstel naar de raad toe. De voorzitter: Een vraag van mijnheer ’t Lam. Gaat uw gang. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. De raad moet uiteindelijk het besluit vaststellen. Dat blijkt ook uit dit schema. Maar ik zie dat het principebesluit een collegebesluit is. En de eerste keer is dat via een RIB aan de raad voorgelegd, meegedeeld. Maar ik begrijp dat dat in de toekomst niet de bedoeling is. En daaraan gekoppeld mijn vraag, moet de raad als kaderstellend orgaan niet aan de voorkant iets mee kunnen geven? Want we krijgen straks een min of meer kant-en-klaar besluit, waar participatie over geweest is, wat ter inzage heeft gelegen, ter vaststelling. En we kunnen politiek gezien wel iets anders willen. Zijn we dan niet heel laat, als we wat anders willen? De voorzitter: En dan is eigenlijk, denk ik, uw vraag, is dat mogelijk in deze procedurestappen? Want wij kunnen natuurlijk iets anders willen, maar even kijken hoe het systeem werkt. De heer Van de Rijdt: Eigenlijk is dat bij bestemmingsplannen ook zo. Het ontwerpbestemmingsplan gaat ter inzage. Dan komt er vaak een RIB. Dat is nu ook zo. Bij stap 3 is het formele besluit om de procedure te starten.
En dan informeren we de raad met een raadsinformatiebrief. Nu kan het college natuurlijk bij belangrijke besluiten, bij een principebesluit ook de raad informeren, maar dat was ook bij bestemmingsplannen niet gebruikelijk om te doen. Dat gebruik hebben we eigenlijk doorgezet. De heer ‘t Lam: Vervolgvraag, als reactie daarop. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer ’t Lam: Als je nieuwe plannen hebt, zoals het Gezondheidspark, Maasterras, dan liggen daar visies aan ten grondslag, waarin de raad het kader heeft vastgesteld. En de uitwerking is dan het bestemmingsplan. Kijk, als je een kleine wijziging hebt van het bestemmingsplan, dan hoeven we niet aan de voorkant te zitten. Maar als je bij grote, nieuwe plannen niet aan de voorkant zit en je krijgt uiteindelijk pas met de vaststelling ermee te maken, dan krijgen we, denk ik, een hele lastige discussie in de raad. De voorzitter: We moeten inderdaad even uitkijken dat we geen wensen vanuit de raad uitspreken, want daar kunnen de ambtenaren natuurlijk niet zoveel mee. Maar dat we inderdaad proberen uit te vragen, wat is er dan mogelijk voor ons in de procedure? Dan vertaal ik hem nog even zo naar u. Misschien kan er dan een antwoord komen. De heer Van de Rijdt: Misschien toch technisch. Ik denk heel veel onderwerpen die nu in de wijziging zitten, hebben wel een grondslag in de Omgevingsvisie.
Daar staat vaak dat er woningen gebouwd moeten worden, woningbouwlocaties aangewezen worden. In de meeste gevallen is er wel een opdracht van de raad die daar al soms wat abstracter, soms wat concreter aan ten grondslag ligt.
44
De voorzitter: Dank u wel. Dan kunnen we verder met de presentatie. Mevrouw Van Middendorp: Dat is even kort het schema. Dan nu even het proces wat wij achter de schermen eigenlijk doen en voorbereiden, om een beeld te geven van, wat betekent zo'n gebundeld wijzigingsbesluit? Wat wij eerst als formele stap moeten doen, als wij een wijziging gaan voorbereiden, moeten we dat aankondigen. Want men moet weten hoe men kan reageren wanneer op het plan. Dus de participatie. En dat is nog echt voor de formele besluitvorming. Daarna, omdat we te maken hebben met dat we maar één wijzigingsbesluit per keer kunnen doen, gaan wij een planning maken van, wanneer gaan die wijzigingsbesluiten dan lopen? Die hebben wij genummerd één, twee, drie, vier. En dan kunnen we ambtelijk apart gaan werken aan de wijzigingen, net als bij bestemmingsplannen. Wij hebben een team van zeven planjuristen. En we werken allemaal apart aan onze wijzigingen. Maar om toch die planning in oog te houden en in oog te houden, wat zijn dan allemaal die nieuwe regels bijvoorbeeld, hebben wij daarvoor een gezamenlijk bestand, waarin we al die wijzigingen bijhouden. De voorzitter: Dank u wel. Dan is er weer een tussendoor vraag van mijnheer Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Dank u wel. Even een vraag.
Want hoelang is de doorlooptijd voor zo'n wijzigingsbesluit? Met andere woorden, hoeveel wijzigingsbesluiten per jaar kunnen er worden genomen? Mevrouw Van Middendorp: Ik hoorde hem inderdaad. Ik had al maximaal vier gezegd. Als alles een beetje meezit, zit je op ongeveer een half jaar. Want je moet het eerst als collegebesluit, dan moet het ter inzage gelegd worden, dan moet de zienswijze beantwoord worden en dan gaat het voor vaststelling naar de raad. Een half jaar tot een jaar, en soms lopen ze nog verder uit, maar gemiddeld half jaar tot een jaar. Wil je dat nog toelichten? De heer Van de Rijdt: Vier is het maximale. Als het heel snel gaat, dan hebben we geen zienswijze, zou je binnen drie maanden van ontwerp naar vaststelling kunnen. Dan moeten we echt heel snel zijn. Maar we merken nu ook wel, de tweede wijziging is de procedure en de derde wijziging zit al te duwen. En normaal bij een bestemmingsplan, denk je, we wachten nog even. Dat geeft wel wat druk op het proces. Ik denk dat wij ook moeten proberen om die snelheid erin te houden, om te zorgen dat we niet steeds moeten wachten tot een plan is vastgesteld. Dat vraagt ook een wat andere werkwijze. De voorzitter: Herhaling is de kunst van het onthouden. Max vier hebben we nu gehoord. Gaat u verder. Mevrouw Van Middendorp: Dank je wel. Als de wijziging klaar is, dan ga je mee met die bepaalde wijziging.
Ben je te laat, dan wordt het gewoon de volgende. Zoals mijn collega net al aangaf, dat drukt elkaar wel. Onder andere wat wij als voorwaarde hebben, is dat de anterieure overeenkomst is getekend. De plankosten zijn dan vergoed. En dan volgt het collegebesluit dat het ter inzage gaat, en een RIB naar de raad. En dan de volgende stap, zienswijzebehandeling en een raadsvoorstel voor het vaststellen. Even gezien de
45
tijd, we kunnen nog even ... En dan ga ik even er weer uit. Wij hadden ook ons gezamenlijk bestand klaargezet. Dat geeft heel goed weer wat die verschillende wijzigingsbesluiten zijn. Hier in dat kader, dit is waar wij met alle planjuristen, maar ook vanuit projecten mee werken en waar wij de regelingen in klaarzetten. Ik kan het nog iets groter maken. Wij begonnen met de regeling Bruidsschat. Dat is door het Rijk klaargezet. Vervolgens hebben we onze eerste wijziging gehad, erfgoed. Dat hebben wij dan met de kleur groen. En nu zijn wij bezig met de tweede wijziging. En daar zie je terugkomen dat het vier onderwerpen betreft. En daar houden wij dan een andere kleur voor aan. En zo houden wij bij, wat is welke wijziging? En hier wordt ook wel duidelijk dat wij met de derde wijziging al bezig zijn. En ook de vierde wijziging staat al klaar. En de bedoeling is dat al onze wijzigingen wel in dat ene document allemaal komen, want het is nog steeds één omgevingsplan. En men ziet op regels op het kaart altijd maar één omgevingsplan. En dan hadden we hieronder nog even, dat is ook wel goed om erbij te hebben, onze opbouw van het omgevingsplan. Dit hebben wij toen ook in de raadswerkgroep besproken. Er zijn heel veel verschillende hoofdstukken, thematisch, bouwregels.
Dat geeft wel een indruk van hoe groot dat omgevingsplan gaat worden, dat het ook allemaal onder verschillende hoofdstukken gaat. En zo wordt dat straks ook aan jullie voorgelegd, die verschillende hoofdstukken, met de wijzigingen die er dan in volgen. Even spieken of ik nog verder ... Nee, dat was eigenlijk wat het belangrijkste was. Dan ga ik weer terug naar de dia's. De voorzitter: Hier kan ik ook niet bij helpen helaas. Mevrouw Van Middendorp: Ik zocht de presentatiemodus, maar die zie ik zo snel niet. Even nog terug, want nu hebben we het algemene deel gehad van, hoe pakken wij zo'n wijzigingsbesluit aan? En dat het uit verschillende onderwerpen bestaat. Nu willen we jullie graag meenemen in ons tweede wijzigingsbesluit. Dat is inderdaad de wijziging van het omgevingsplan voor bodem, Bouwhuys en de andere twee onderwerpen. En daar wil we jullie inhoudelijk in meenemen. Eerst even kort de planning. Het is ter inzage gelegd van december tot januari. Daar is een RIB naar jullie over gegaan op 4 februari. Nu, momenteel, hebben wij 7 zienswijzen in behandeling. Zijn we bezig met de beantwoording daarvan. En straks komt het als gewijzigde vaststelling richting jullie. En dat willen we nog voor deze zomer aan jullie aanbieden. Het is eigenlijk onze eerste gebundelde wijziging, want de eerste ging alleen over erfgoed, waarin 4 onderwerpen zitten.
En die onderwerpen zullen we nu even een voor een langslopen. De eerste is de Bouwhuyslocatie. Dat betreft een woningbouwontwikkeling in Wielwijk, aan de Trompweg. En dat is eigenlijk al vanuit de Visie Wielwijk, het beeldkwaliteitsplan wat we voor Wielwijk hadden en het stedenbouwkundig plan, die eigenlijk al ingaan op deze locatie, dat dat een aantrekkelijke woningbouwlocatie moet worden. Wat betekent dat in dat omgevingsplan? Er moeten 213 woning komen. Er zit nu een functie maatschappelijk op. Er zat een school. De school is vertrokken. Die complexen zitten tijdelijke functies in. Daar willen we een functie wonen van opleggen. Het plan verder typeert zich met hoogbouw. Nu is het vooral laagbouw, maar doordat er straks hoogbouw komt, komt er meer ruimte voor groen en water. En daarbij passen we eigenlijk de 40 procentregel toe. Dat is eigenlijk de uitwerking van, in de Omgevingsvisie, het Groenblauwprogramma, en uiteindelijk de regels die in het omgevingsplan komen. Die worden hier al toegepast, dat er genoeg ruimte voor groen en water is. En daarnaast komen er nog enkele andere
46
functies, horeca en maatschappelijk, maar dan niet school, maar een tandarts of huisarts. Op dit onderdeel hebben wij geen zienswijze binnengekregen. Dit is een verbeelding uit het stedenbouwkundig plan. Dit zijn eigenlijk ook de randvoorwaarden straks voor de woningbouwontwikkeling. Dan zie je inderdaad 2 torens en vooral veel hoogbouw. En er zijn, ik geloof, 30 à 40 grondgebonden woningen, eengezinswoningen. En vooral parkachtige omgeving, aansluitend op het Wielwijkpark. Dan het volgende onderdeel. Dat is het thema bodem. Daar is door de raad, door jullie, in januari 2024 een voorbereidingsbesluit genomen. Dat was in het kader van tekortkomingen van de Omgevingswet, die we wilden opvangen. Dat onderdeel bodem is een regionale samenwerking met alle Zuid-Holland Zuid gemeenten. Die bereiden dit ook allemaal voor als omgevingsplanwijziging. Het is overzetten van regionaal beleid. Voorheen was er de Bodembeheernota in deze regio. En de meeste normen en waarden worden eruit overgenomen. Het uitgangspunt voor deze regeling is het beschermen van milieu en de gezondheid. En als je dan specifiek kijkt naar ons Omgevingsvisie, vertalen we eigenlijk het doel, het voorkomen van een verslechtering van de bodemkwaliteit. Omdat het de Bodembeheernota is, is het merendeel beleidsneutraal. Maar we hebben ook een aantal vernieuwingen.
Daar zijn we ook wat strenger dan het Rijk, om het zo te zeggen. Dat zijn onder andere regels voor PFOA, voor lood, voor vluchtige stoffen. Dan moet je denken aan bouwstoffen en thermisch gereinigde grond en voor wegbermen. Daar willen we vooral meer vergroening en meer biodiversiteit in de wegbermen. En we hebben ook versoepelingen ten aanzien van het Rijk. Dat we voor bedrijventerreinen soepeler omgaan met de afdeklagen, bij vervuilde grond. En bepaalde graafwerkzaamheden hoeven niet meer gemeld te worden. Dat zijn kleine graafwerkzaamheden. De impact is daarvan niet groot. Op dit onderwerp zijn 4 zienswijzen binnengekomen. En daar wil ik jullie nog even in meenemen, wat de inhoud daarvan is? Ze richten zich grotendeels op het verbod dat wij instellen op het toepassen van bouwstoffen. Deze hadden wij in het voorbereidingsbesluit zitten. En hebben wij besloten over te nemen in het ontwerpbesluit. Dat gaat onder andere over de bouwstoffen, staalslakken en bodemas. Dat blijft na verbranding van afval over. En met name als je een wegverbreding hebt of nieuwe asfaltering, dan wordt het gebruikt als stevige onderlaag. Die bouwstoffen zijn in opspraak over de mogelijke milieueffecten en gezondheidseffecten. En ook onderzoek wijst erop dat de nationale regelgeving hiervoor achterloopt. Dat is eigenlijk sinds 2008 niet meer aangepast.
Wat is dan het bezwaar en het verzoek? Zij willen eigenlijk een versoepeling van dat verbod en duidelijker zijn over de voorwaarden, waaronder wij het wel toestaan. Momenteel hebben wij die zienswijzen in behandeling en loopt er een onderzoek en hebben wij overleg met de omgevingsdienst of versoepeling mogelijk is, om zo de partijen tegemoet te komen. Maar er is aan de andere kant wel motivatie op basis van het voorzorgbeginsel, in het kader van die mogelijke gezondheidseffecten, om dan toch te kijken, moeten we niet strenger blijven? We zitten midden daartussen, om dat te onderzoeken. Straks als deze wijziging richting jullie komt voor vaststelling, dan natuurlijk in de staat van wijziging is na te lezen hoe dit is verwerkt en wat het antwoord hierop wordt. De voorzitter: Een vraag van mijnheer ’t Lam. Gaat uw gang. De heer ‘t Lam: Ik heb in de raadsinformatiebrief, die een aantal maanden geleden gestuurd is, gelezen dat dit voorbereidingsbesluit van januari 2024 anderhalf jaar
47
werking had, als ik het goed zeg. Wat is het gevolg als we niet binnen anderhalf jaar dit besluit nemen? Want ik zie nu, voor de vakantie komt het naar ons toe. Maar ik vraag me af of we voor de vakantie een besluit kunnen nemen, als er ook nog zienswijzen zijn en we die mensen misschien moeten horen. Heeft dat een bepaald effect, dat er dan iets ineens mogelijk is wat niet mogelijk zou zijn als we het op tijd doen? Mevrouw Van Middendorp: Er zijn effecten. Die weet ik nu niet uit mijn hoofd. Dat heeft de omgevingsdienst al wel uitgezocht, omdat het inderdaad kritiek wordt, omdat we met deze bezwaren zitten en dat goed moeten onderzoeken. Ik zou hier graag schriftelijk op terug willen komen, want het is uitgezocht. We hebben het ook schriftelijk, maar ik weet het nu even niet op dit moment. De voorzitter: Dat lijkt me inderdaad een goede oplossing. Dit gaat natuurlijk over een stuk ervan. Mevrouw Van Middendorp: Precies. Maar dat komt nog uw kant op. Dan ga ik door naar het volgende onderwerp. Wat ook in het tweede wijzigingsbesluit zit, is het onderwerp bedrijventerreinen. Daar volgt ook een voorbereidingsbesluit op. Dat is in november 2023 door jullie vastgesteld. En dat gaat eigenlijk over dat we geen oneigenlijk gebruik van bedrijventerreinen willen, het liefst.
Je hebt bedrijventerreinen met hoge milieucategorieën, maar daar kunnen ook bedrijven met lage milieucategorie gaan zitten. Maar juist die hoge milieucategorie is er natuurlijk bestemd. Daar kunnen zware bedrijven gaan zitten. Wij willen voorkomen dat daar een bedrijfsverzamelgebouw of een opslagbedrijf of iets dergelijks komt. Daar hebben we ook andere plekken voor in de stad namelijk. Dat hebben we opgelost door een omgevingsvergunning op te nemen in het omgevingsplan. En dan creëren we eigenlijk voor het college dat de afweging is of die bedrijfsactiviteit afbreuk gaat doen aan het bedrijventerrein, of het daar past, of dat een andere plek logischer is. Op dit onderwerp zijn geen zienswijzen binnengekomen. De voorzitter: En nog een vraag van mijnheer ’t Lam. Gaat uw gang. De heer ‘t Lam: Min of meer dezelfde vraag. Hier zijn geen zienswijzen. Dat scheelt. Maar we gaan wel over de termijn heen van anderhalf jaar. Kan dat betekenen dat een bedrijf dat slim is nu ineens iets aanvraagt wat we moeten toestaan, wat we met deze wijziging niet zouden willen toestaan? De voorzitter: Een maas in de wet. Is dat zo? Mevrouw Van Middendorp: U heeft inderdaad gelijk. Het is natuurlijk wel zo, als er een aanvraag komt, kunnen we wel laten zien, we zijn een regeling aan het voorbereiden. In het kader van die regeling zouden we het een en ander mogelijk als voorwaarde kunnen stellen.
Maar we kunnen het niet heel hard tegenhouden, zoals dat voorbereidingsbesluit werkt. Het zou kunnen zijn dat er een bedrijf zit met een lage milieucategorie, op een plek waar een zwaar bedrijf ook kan. Wil je nog aanvullen? De heer Van de Rijdt: Ik denk dat die kans ook wel reëel is. We hebben ook het voorbereidingsbesluit gezien, dat dat meteen effect heeft gehad. Dat een aantal aanvragen precies afgestemd was op de vierkante meters in dat voorbereidingsbesluit. Die ruimte is schaars. Dat risico is wel reëel, als we niet op tijd tot een besluit komen,
48
dat er dan aanvragen komen die we niet meer kunnen weigeren. Nu is het zo dat we in de planning nog wel enige tijd hebben. We mikken nu op 27 mei. En we kunnen ook nog op 2 juli vaststellen, als tenminste de agenda van de raad, die heel druk is, dat toelaat. Maar we mikken nog steeds op 27 mei. De voorzitter: En de raad gaat over haar eigen agenda. Als we het slim spelen, dan zijn we op tijd. Is uw vraag zo beantwoord, of heeft u nog een vervolgvraag. De heer ‘t Lam: Die is beantwoord, maar ik heb gelijk een aanvullende vraag. Want we kunnen in de toekomst maar beperkt wijzigingen aanbrengen, vanwege die software. En kan dat betekenen dat we ook in de toekomst te maken kunnen krijgen met termijnen, zoals we nu hebben, en we dolgraag zouden willen aanpassen, maar dat dat vanwege de software niet op tijd kan? Mevrouw Van Middendorp: Ik denk dat die situaties best kunnen gaan voorkomen. Nu hebben we best met forse zienswijzen te maken. Zeven stuks. Als het er nog meer zijn, daar heb je gewoon de tijd en aandacht voor nodig om die te behandelen en om het plan eventueel aan te passen, dan kan het best zijn dat we uitlopen, dat de volgende verder moet wachten en dat we te laat zijn voor een voorbereidingsbesluit. Dat scenario is denkbaar. De voorzitter: Geen leuk antwoord, maar wel feitelijk. De heer Schalken-den Hartog, voor een vraag.
De heer Schalken-den Hartog: Misschien een aanvullende vraag daarop. Ik kan me zo voorstellen dat niet alleen Dordrecht, maar heel veel andere gemeentes, u noemde net al Amsterdam, daar eigenlijk al last van hebben. Is er ook wel al een of andere lobby of iets, of wellicht vanuit de VNG, om te kijken hoe dat in de toekomst anders kan, zodat deze ongewenste situaties voorkomen kunnen worden? De voorzitter: Dit is leuk, een technische vraag over politiek. Dat kan gewoon wel. Gaat uw gang. Mevrouw Van Middendorp: De VNG organiseert ook heel veel bijeenkomsten voor planjuristen, maar ook andere vakspecialisten. En dan wordt inderdaad ook gedeeld dat de VNG aan het lobbyen is, want dit zit ons gewoon in de weg. Wij kunnen nu niet eigenlijk, wanneer dat nodig is, een besluit voorbereiden, zoals dat bij bestemmingsplannen ging. Daar is een lobby vanuit VNG, mogelijk meer partijen, maar die heb ik niet in beeld. Gemeente Amsterdam, weet ik. Voor de rest zijn er ook gemeenten die het gewoon afhouden. Die zeggen, wij gaan nog niet zomaar aan een omgevingsplanwijziging beginnen, doe alles maar met een vergunning of de tijdelijke oplossing TAM-IMRO. Maar wij hebben zoiets, wij gaan gewoon met de software aan de slag. En wij hebben dan die gebundelde wijziging als oplossing, met zijn haken en ogen. De voorzitter: En een hoopvol antwoord. Dat is ook fijn.
Dan kunnen we verder met de presentatie. Mevrouw Van Middendorp: Het laatste onderwerp wat in de tweede wijziging zit, is een perceel in het buitengebied, Zuidbuitenpoldersekade 3. Daar stond een woning, want
49
inmiddels wordt hij gesloopt, geloof ik. Er is een uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsverbindingen. En dat is in het kader van de mogelijke gezondheidsschade van als je permanent onder een hoogspanningsverbinding woont. Wat ook nog vanuit die regeling geregeld moet worden, is dat de woonbestemming wordt verwijderd. En dat gaan wij doen tot een passend initiatief zich meldt. En tot nu leggen we eigenlijk de functie recreatie op dat perceel, in lijn eigenlijk met wat er in de omgeving zit. Hier hebben wij een zienswijze op gekregen. En dat is met name in relatie tot dat mogelijk passende initiatief op die locatie. Wij hebben al gesprekken met een partij, die daar iets wil beginnen. En zij willen graag in gesprek blijven met ons daarover. Dan zijn wij bij de laatste dia aangekomen. Dan wilde ik nog even kort ingaan op het vervolg van dit tweede wijzigingsbesluit. Dat zijn we aan het voorbereiden. Dat gaat natuurlijk eerst naar jullie toe in de Agendacommissie. Er zal ook een sprekersplein, verwacht ik, georganiseerd worden, omdat er toch zeven bezwaarhebbers zijn. En dan volgt natuurlijk de oordeelsvormende raad, besluitvormende raad, vaststelling. En dan hebben we nog de beroepstermijn. Dan kan men nog een beroep indienen. En wij mikken inderdaad nu op vaststelling van 27 mei, als dat lukt. De voorzitter: Helder. Dank u wel.
Duidelijke presentatie over een best wel ingewikkeld onderwerp. Ik kijk even de commissie rond. Zijn er nog technische vragen die gesteld willen worden? De heer Roggekamp, gaat uw gang. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, in de presentatie was net heel even, en dat stond niet in onze, bij de Bouwhuyslocatie een mooi plaatje van de woningen. En ik wil even weten wat voor status ik daaraan moet zien. Is dat echt de bedoeling dat die op zo'n manier komt, of is dat, dan zeg ik het misschien oneerbiedig, maar een worst die net als bij het station en bij het Maasterras is geweest? Kijk, zo kan het heel mooi zijn, maar uiteindelijk wordt heel anders, want het kan toch niet. Wat de status van zo'n plaatje? De voorzitter: Precies. Vaak wordt inderdaad in het proces natuurlijk nog een hoop gewijzigd, door allerlei wensen en regels en dingen. Ik ga hem doorgeven aan de ambtenaar. De heer Van de Rijdt: Dit is een wel iets ander plan dan Maasterras. Dit verbeeldt meer wat het waarschijnlijk gaat worden, dan bij Maasterras, waar het echt nog een proefverkaveling is en dat nog alle kanten op kan. Dit is een stedenbouwkundig plan. Dat is door een extern bureau gemaakt, in opdracht van het project. En dat stedenbouwkundig plan is ook juridisch vertaald in het omgevingsplan. Er zijn regels opgenomen dat je op bepaalde onderdelen moet voldoen aan dit beeld.
Dat betekent dat er gedetailleerd bouwblokken zijn getekend, met bouwhoogtes aangegeven waar de functies kunnen komen. En er zijn regels voor, waar moet groen komen, hoeveel groen moet er komen? Dit is wel redelijk het beeld wat het gaat worden, als het goed is. De voorzitter: Het is redelijk gekaderd al. Dat is fijn. Even kijken. Zijn er nog andere vragen vanuit de commissie? Nee. Daar kan ik denk ook uit concluderen dat er geen behoefte is aan een tweede technische sessie, om nog meer toelichting hierop te krijgen.
50
En dat wij het raadsvoorstel, wat richting de Agendacommissie gaat, afwachten. En dan gaan we dat op die manier behandelen, zoals het ook aan ons net is uitgelegd. Dan nogmaals hartelijk dank aan beide planjuristen voor de heldere presentatie. En u allemaal bedankt voor de aandacht, op dit late tijdstip. Vergeet uw flesjes en glazen niet mee te nemen naar de pantry. En fijn avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 27 mei 2025.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
P.A.C.M. van der Velden
51