2.7 2025.01.14 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 14 JANUARI 2025 Vergaderzaal 1 1. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder T. de Jonge, wethouder R. van der Linden, wethouder M. Merx De voorzitter: Beste mensen, welkom allemaal bij het vragenhalfuurtje van dinsdag 14 januari. Het eerste vragenhalfuurtje van 2025. Met vandaag vragen over twee onderwerpen. En het eerste onderwerp is de verkeerssituatie in en bij de wijk Wilgenwende, waar zowel Beter voor Dordt als de VVD vragen over hebben gesteld. Ven zover ik begreep, is de inleiding samengevoegd en kunnen daarna afzonderlijk de vragen worden gesteld. En klopt het dat de heer Katif de inleiding doet en dat daarna dan de vragen gesteld worden en aanvullend de vragen van de VVD komen? Dat klopt? De heer Katif: Ja, dat klopt. De voorzitter: Gaat uw gang. Een korte toelichting graag. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Op 8 januari jongstleden heeft zich in de wijk Wilgenwende een incident voorgedaan, waarbij een vrachtwagenchauffeur schade veroorzaakte aan de fietsbrug tussen Laan van Braets en de Smitsweg en vervolgens doorreed. Een wijkbewoner heeft dit gefilmd.
En u heeft dit filmpje vast ook gezien, Dumpert. Dit incident staat helaas niet op zichzelf, maar staat symbool voor een groter probleem in de Wilgenwende dat aandacht vereist. Wilgenwende heeft maar één ontsluitingsweg. En die is duidelijk niet berekend op grote voertuigen, zoals vrachtwagens en bussen. Er zijn al meerdere voorbeelden van grote voertuigen die door gebrek aan duidelijke bewegwijzering de wijk inreden en schade aanrichtten. Beter voor Dordt en de VVD maken zich grote zorgen over de leefbaarheid en de verkeersveiligheid in de wijk. En daarom stellen wij de volgende vragen. Deelt het college onze zorgen? Welke maatregelen zijn op dit moment van toepassing om te voorkomen dat grote voertuigen de wijk Wilgenwende inrijden? Is het college het met ons eens dat de noodzaak groot is om aanvullende maatregelen te treffen om chauffeurs tijdig te waarschuwen en dat de wijk niet geschikt is voor hun grote voertuigen, vraagteken?
1
Zo ja, welke aanvullende maatregelen denkt het college aan? Een laatste vraag, voorzitter. Is het college bereid om grotere fysieke maatregelen te overwegen, zoals een hoogtebegrenzer, paaltjes, verkeersdrempels, ik kan zo wel doorgaan, om te voorkomen dat grote voertuigen de wijk binnenkomen? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan geef ik het stokje door aan de heer Kuhlmann van de VVD, nog met aanvullende vragen. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik ben het natuurlijk roerend eens met wat collega Katif zegt van Beter voor Dordt. En het is ook zo’n onderwerp waar we als Dordtse VVD al eerder aandacht voor hebben gevraagd. Het is niet alleen nu dat nare incident van afgelopen woensdag, maar het gebeurt vaker. En dan gaan er stoeptegels, spiegels van auto’s ervan af. En daarom ben ik heel benieuwd, vindt de wethouder het een goede praktijk dat vrachtauto’s die er niets te zoeken hebben schade veroorzaken in Wilgenwende? En we hebben eerder voorgesteld om een groot en duidelijk ANWBbewegwijzeringsbord te plaatsen. Bij de vragen, zoals die bij de griffie zijn ingediend, heb ik ter vergelijking een plaatje, zoals bij de kruising van de Oranjelaan ook staat. En ook de huidige situatie, er staat een bordje, maar dat wordt snel over het hoofd gezien.
Is de wethouder bereid om zich ervoor in te zetten dat er zo’n groot, duidelijk bord komt? De voorzitter: Dank u wel voor de vragen. En voor het antwoord ga ik naar de heer Van der Linden. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dat klopt. Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat niemand in deze ruimte het filmpje niet gezien heeft. Als dat wel zo is, ben ik heel benieuwd onder welke steen u geleefd heeft de afgelopen week. Want dit was natuurlijk een absurd beeld wat je zag, dat iemand met zo’n grote auto... Jij niet, Marc? De heer Merx: Nee. De heer Van der Linden: Ik licht even toe wat er gebeurd is. Een enorm grote vrachtwagen over een heel klein bruggetje. En dat is natuurlijk iets wat schade heeft opgeleverd en wat je ook helemaal niet wil in zo’n wijk. Voor de duidelijkheid, zo’n vrachtwagencombinatie zou ook in een willekeurige andere woonerf, wijk of in de binnenstad natuurlijk alleen met hele grote moeite weer kunnen vertrekken. Het is duidelijk dat dit helemaal ongewenst is. We hebben ook even gekeken, wat kunnen we hiermee of aan doen? Soms heeft het te maken met niet opletten. Soms heeft het ook te maken met routeplanners. Maar we hebben wel gedacht dat het hier zinvol is om een bord aan de voet van de rotonde, bij de afslag N3, neer te zetten. Dat hebben we gister besproken met de mensen van verkeer.
En een hoogtebegrenzer ligt niet zo voor de hand, want er moeten natuurlijk af en toe wel ook grotere vrachtwagens, zoals bijvoorbeeld van HCV of een verhuiswagen, doorheen kunnen. Drempels vinden we ook wat ingewikkeld, want er ligt al wel een en ander, maar je moet dat ook een beetje begrenzen. Wat er komt, dat is in bestelling, en dat zal binnen enkele weken kunnen worden geleverd, is een bord enerzijds met een symbool van een vrachtwagen met een begrenzer op 10 meter. Dat vinden we wel genoeg in deze wijk.
2
En er komt nog een ander verwijsbord onder. Het is niet helemaal het bord wat u heeft opgestuurd, mijnheer Kuhlmann, maar een vergelijkbaar bord wel. En het is vrij fors. Dat gaan we in de buurt van de afslag neerzetten. Tot zover. De voorzitter: Een klip-en-klaar en duidelijk antwoord, denk ik. Wat mij betreft, denk ik ook dat er geen vragen meer over zijn. Ik weet niet of u nog een aanvulling heeft? Maar volgens mij is het prima zo, toch? De heer Katif: Ik zou best willen reageren. Maar ik wil het heel positief houden, voorzitter. Want als je de wijk een beetje kent, dan zult u wel anders, hoe zou ik zeggen, praten. Want het is nog gevaarlijker dan wij eigenlijk, de heer Kuhlmann en ik, even aangeven. Ik bedoel, die vrachtwagens waar wij het over hebben, het zijn echt enorm grote vrachtwagens. Die kunnen daar de wijk gewoon niet in. Punt. En dan alleen met een bord? Ik denk dat u uit een ander vaatje moet tappen dan alleen maar een bordje even daar neerzetten. E dat is eigenlijk het enige wat ik zou willen zeggen, want dat maakt mensen... De voorzitter: Uw punt is duidelijk, denk ik. De heer Katif: Of bewoners in de stad of in Wilgenwende gewoon echt niet gerust hoor, kan ik u vertellen. De voorzitter: Wil de heer Van der Linden er nog kort op reageren? De heer Van der Linden: Ik heb gezien wat voor auto het is hoor. En die hoort natuurlijk niet thuis in deze wijk.
En ik kan me ook niet voorstellen hoe je er ooit in komt en door zo’n wijk heen gaat met zo’n combinatie. Besef wel, deze auto is over de enige toegangsweg tot Wilgenwende gekomen. Dat debat hebben we vaker gehad. Als wij op die enige toegangsweg nog meer fysieke barrière gaan toepassen, dat levert ook altijd heel veel discussie op. Nogmaals, hoogte lijkt me niet handig, want ook HVC moet er langs met een vuilniswagen en er wordt verhuisd en af en toe is er een leverantie, waar je een grotere vrachtwagen voor nodig hebt. Wij denken dat we met een bord, waarin groot, en ik heb de foto’s bij me, die kan u zo even bekijken, wordt aangegeven 10 meter, that’s it. Want dit was ook een niet-Nederlandstalige chauffeur. Met een helder symbool en met een ondertekst, dat we daar voldoende afschrikwekkend laten zien, draai om en ga verder via de N3. Tot zover. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik laat het hierbij. En ik ga naar de volgende vraag. De tweede vraag gaat over de lekkage bij Chemours van vorige week. En die vragen worden gesteld door de heer Wringer van Beter voor Dordt. En kunt u ze kort toelichten? De heer Wringer: Ja, voorzitter, dat kan ik doen. Wij maken ons sterk voor de veiligheid van iedereen die in de omgeving van Chemours woont of werkt. En dat verwachten we ook van de gemeente Dordrecht.
Daarom, naar aanleiding van het bericht in het Algemeen Dagblad en het wethoudersbericht, heeft Beter Voor Dordt een aantal vragen waarom er geen NL-Alert is uitgegaan na de lekkage bij Chemours van vorige week. Is het college het met ons eens dat als veiligheidsvoorzorgsmaatregel als eerste een NLAlert had moeten uitgaan met de opdracht om ramen te sluiten en de ventilatie uit te
3
zetten? Waarom heeft de gemeente pas in de vroege ochtend gehandeld op de lekkage en niet direct na het melden van DCMR om 01:09 uur? Is het college het met ons eens dat dit verloren uren zijn, die tot ernstige gezondheidsklachten hadden kunnen leiden? Wat zijn de overwegingen geweest om te wachten en uiteindelijk geen NL-Alert te versturen? Had de wethouder hier een bevoegdheid in om dit te bewerkstelligen, of niet? Want als uit onderzoek blijkt van, het lijkt dat het minder ernstig is, kan je altijd een tweede bericht sturen. En als het ernstig mocht zijn, dan ben je eigenlijk al te laat met het versturen van je eerste bericht. En als laatste, zijn er volgens het college verbeteringen in de processen van de gemeente nodig om bij een volgende lekkage als eerste een NL-Alert te versturen om de bescherming van onze Dordtse en regionale inwoners te beschermen? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Een vraag voor mevrouw De Jonge. Gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vraag. Misschien een beetje overbodig, maar laat ik wel even beginnen met hoe de situatie in elkaar zit. Dordrecht is geen bevoegd gezag. Toezicht, handhaving ligt bij de provincie. Die heeft het gemandateerd aan onze Omgevingsdienst DCMR. Als er iets bij Chemours aan de hand is, dan gaat het gelijk naar de DCMR in dit geval, die verantwoordelijk is voor het nemen van actie.
Dat is ook gebeurd in de nacht van 6 op 7 januari. En dat heeft u, denk ik, ook allemaal kunnen volgen. Ze hebben om 01.00 uur en om 03.00 uur daar een communicatie ook over uitgedaan. In die communicatie staat ook, het was heel kortstondig en een kleine ontsnapping. En naar hun inschatting was op dat moment het niet gevaarlijk. Wij als gemeente hebben gelijk gehandeld de volgende ochtend van, wat is er aan de hand? Wat kunnen we communiceren? Wij zijn afhankelijk van de informatie die wij krijgen van een DCMR. Zo zijn de afspraken, zij zijn verantwoordelijk, zij communiceren en wij kijken wanneer wij er zelf ook iets over kunnen zeggen met de informatie die we hebben. Dat hebben we ook gedaan. We hebben alle berichten ook altijd gelijk op pfasinfo.nl gezet. Het kanaal waar onze inwoners alles kunnen vinden. DCMR is degene die beoordeelt de ernst van de situatie en is er sprake van mogelijk risicovolle blootstelling? In dit geval hebben zij beoordeeld dat dat niet het geval was. Dan houdt het daar bij hen ook op. Mocht dat wel zo zijn, dan gaat er namelijk een heel ander scenario... En dat begint al bij het bedrijf zelf, dat zij een melding moeten doen dat er een serieus voorval is. En dan begint de communicatie namelijk al gelijk door DCMR.
En als het echt ernstig is voor de volksgezondheid, dan komt onze Veiligheidsregio, want dat is degene die als enige een NL-Alert mag uitvaardigen. Dat kan helemaal niemand anders. DCMR heeft ook de Veiligheidsregio in die nacht op de hoogte gesteld. En ook daar is gezegd, dit is niet ernstig. Later kwam er nog meer bekendheid. Onze toxicoloog De Boer, die we allemaal kennen, heeft ook in het AD toegelicht, dat heeft waarschijnlijk nooit verder kunnen komen dan het bedrijventerrein. DCMR doet dat niet met de inschatting, zoals de heer De Boer dat doet, maar die hebben een berekening, hoe werkt dat precies met zo’n 45 kilo? Die hebben tot dezelfde conclusie gezegd, er is inderdaad ook met deze stof terecht geen verdere opschaling plaatsgevonden. In die zin zijn we met zijn allen geschrokken, maar heeft DCMR wel, met de informatie die zij hadden, gehandeld zoals het moest bij deze lekkage, die van beperkte omvang was en ook bijna per direct weer was gestopt. Wat nog wel goed om te weten is, dat we nog wel, althans DCMR dan, verder in gesprek gaat met Chemours van, hoe heeft dit
4
kunnen plaatsvinden? Want dat vinden we natuurlijk wel belangrijk. En daar zetten wij als gemeente nu ook op van, wij willen wel zeker weten dat dit niet nog een keer kan gebeuren. Ook al is het misschien maar een heel beperkte hoeveelheid, we willen gewoon niet dat er überhaupt iets ontsnapt daar. We willen ons niet eens zorgen willen maken. Daar zitten we aan. En zoals ik ook in de wethoudersbrief heb gezegd, wil ik ook graag de communicatie met de betrokken partijen evalueren. Het voelt gewoon ongemakkelijk weleens als gemeente van, wat mag ik wel en niet zeggen? Maar in dit geval geldt wel de regel dat degene die erover gaat communiceert. Dus DCMR. En als het nodig was geweest, was dat de Veiligheidsregio geweest, als het NL-Alert nodig was geweest. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Is het voldoende voor u, mijnheer Wringer? De heer Wringer: Een kleine vervolgvraag. Ik denk wel dat u begrijpt als burgers in de krant lezen, er is een zeer zorgwekkende stof ontsnapt bij, dat ze zich afvragen, waarom ben ik daarvan niet op de hoogte gesteld? Ook bij een kleine waarschijnlijk ontsnapping zou het misschien toch prettig geweest zijn als die mensen gewaarschuwd zijn. U zegt, tenslotte, het is eigenlijk een opmerking, DCMR heeft niet de bevoegdheid om een NLAlert... Dat heeft alleen de Veiligheidsregio.
Hoe snel kan dat proces van dat NL-Alert naar buiten komen, na een lekkage? De voorzitter: Nog een reactie van mevrouw De Jonge? Mevrouw De Jonge: Ja. Dank u wel. Wat ik al zei, wij vinden het ook belangrijk dat wij zo snel mogelijk onze rol kunnen pakken als het richting de inwoners gaat. Dit is voor mij ook een puntje van evaluatie van, hadden we iets kunnen communiceren al veel eerder? DCMR zegt, het was niet nodig. En dat onderbouwen ze. En dat hebben ze ook richting de Veiligheidsregio onderbouwd, die daarop haar conclusie heeft getrokken van, wij hoeven ook niks te doen. En dat is precies mijn evaluatiepuntje, ik en wij als gemeente kijken, welke vraag zou een inwoner hebben als? Dat is precies wat u ook aankaart. En dat vind ik ook echt het evaluatiepunt, communicatie over het voorval en wat er is geconstateerd en wat er wel of niet nodig was, dat heeft DCMR opgepakt en, ik denk, gedaan zoals ze dat moesten doen. Maar wij proberen wel het gesprek aan te gaan van, en wij willen als gemeente wel graag betrokken zijn. Want wij willen wel inderdaad vanuit de inwonerskant inbrengen, wat moet je communiceren om eventuele zorgen ook vroegtijdig weg te halen? En dat is onze inzet nu. De voorzitter: Dank u wel.
Voldoende zo, denk ik dan? De heer Wringer: Maar nog geen antwoord, hoe snel tussen een lekkage en een NL-Alert naar buiten kan? Een lekkage is natuurlijk een dingetje, daar willen mensen natuurlijk wel geïnformeerd worden, bij de volgende keer in ieder geval bij een groot... De voorzitter: Heeft u daar nog een reactie op, wethouder De Jonge? Mevrouw De Jonge: Dat is, wat ik al zei, als er vanuit het bedrijf een melding komt, dit is niet goed, DCMR constateert hetzelfde, dan gaat er direct... De meldkamer is gezamenlijk met de Veiligheidsregio. Gaat gelijk naar de Veiligheidsregio die melding. En
5
die pakken het dan op. In principe is dat binnen een heel kort tijdsbestek, als dat nodig is. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kamphuis, nog een korte vervolgvraag? Mevrouw Kamphuis: Ja, graag. Ik wilde aan de wethouder vragen, via u, voorzitter, of ze aan de desbetreffende persoon kan vragen om te kijken of er controle kan komen op de rest van de breekplaten om ergere incidenten te kunnen voorkomen? De voorzitter: Kan mevrouw De Jonge daar nog een reactie op geven? Mevrouw De Jonge: Ik zal het proberen, want ik probeer ook even de vraag goed te begrijpen. Als ik u goed begrijp, is er genoeg controle op de breekplaten die er zijn? DCMR doet altijd haar controles en kijkt ook naar dit soort breekplaten. Mocht u daar meer van willen weten, dan zullen we dat echt even bij DCMR moeten checken, want het zit volgens mij gewoon in hun standaardcontroles. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kamphuis: Dat bedoelde ik niet. Mag ik, voorzitter? De voorzitter: Ik weet niet of het niet te technisch wordt. Mevrouw Kamphuis: Het is gewoon, kan de wethouder aan DCMR vragen of Chemours alle breekplaten wil controleren? Dat is schijnbaar niet gebeurd. De voorzitter: Mevrouw De Jonge nog. Mevrouw De Jonge: Het is een beetje technisch. Maar je kan breekplaten controleren. Er is groot onderhoud geweest vanaf september. Er is ook allemaal naar gekeken.
Maar er gebeurt iets in een leiding. En die breekplaat breekt, omdat er iets in een leiding aan de hand is. Het onderzoek wat nu ook plaatsvindt bij Chemours, wat is er in die leiding gebeurd? De breekplaat is eigenlijk het signaal, oeps, er is iets niet goed gegaan. Zo moet je het zien met die breekplaten. Je kunt de breekplaten controleren, die kunnen heel goed zijn, maar dat is niet de oorzaak geweest van dit gaslek. En daar doet Chemours nu verder onderzoek naar. De voorzitter: Dank u wel. Ik laat het hierbij, want ik denk dat het anders ook erg technisch wordt. Ik dank u voor uw aandacht en wens u een prettige vergaderavond.
2. Agenderingsverzoek Raadsfractie GroenLinks aan Agendacommissie voor Kennissessie Afval Voorzitter: De heer De Feijter Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz
6
Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Mevr. De Groot (Beter voor Dordt) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: wethouder T. de Jonge Overige aanwezigen: dhr. Fokkens, mevr. Dreuning, dhr. Weenk, dhr. Vink, dhr. Hoogland, mevr. Krol, dhr. De Waard, dhr. Van Opstal, dhr. Schouten, mevr. Kolk, dhr. Schenkel, dhr. Bekka, dhr. Buiting De voorzitter: Een hele goedenavond allemaal. Als iedereen zijn plekje zo zachtjes aan heeft gevonden, dan zie ik dat het tijd is. En dan gaan we zo zachtjes aan beginnen. Welkom allemaal. Welkom alle raads- en commissieleden. Welkom ook aan wethouder De Jonge, namens het college hier aanwezig. Bijzonder welkom ook aan onze gasten en ambtelijke ondersteuning. Voor het eerste uur zijn dat de heer Fokkens en mevrouw Dreuning, beiden strategisch adviseurs afval hier voor de gemeente Dordrecht. De heer Weenk is hier aanwezig vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. En die zal namens het programma Van Afval naar Grondstof een presentatie hebben.
En tot slotte de heer Vink, Dordts beleidsadviseur hier, met expertise ook in communicatie en gedragsspecialist. Voor het verslag zou ik graag eventjes willen vragen of alle raads- en commissieleden zich ook voor willen stellen. En dan begin ik links van mij. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. Mevrouw Van Engelen: Yara Mevrouw Van Engelen, GroenLinks. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD.
7
De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter voor Dordt. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw De Jonge: Tanja de Jonge, wethouder. De heer Fokkens: Pieter Fokkens, ambtelijke ondersteuning. De heer Weenk: Addie Weenk, ministerie. Mevrouw Dreuning: Sjaak Dreuning, adviseur afval en grondstoffen. De voorzitter: Dan doen we voor de volledigheid de twee mensen links van mij ook nog even. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De heer Vink: Niels Vink, gedragsadviseur bij de gemeente. De voorzitter: Super. Hartelijk welkom. De heer Stolk: Voorzitter. De heer De Vries: Voorzitter. De voorzitter: Ik hoor al een interruptie. Excuses, we hebben nog wat mensen op de tweede rang zitten, maar geenszins tweederangs commissieleden. Gaat uw gang. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Stolk: En Leo Stolk, ook VSP. De voorzitter: Dat was iedereen? Super. We hebben nog een aantal insprekers ook voor het tweede onderdeel van de vergadering. Die zal ik te zijner tijd ook voorstellen. Een korte toelichting dan.
Waarom zitten we hier samen? Er is een agenderingsverzoek gedaan voor een kennissessie rondom het onderwerp afval. Het eerste uur zullen we die kennissessie hebben. Het eerste uur is voornamelijk gericht op cijfers en feiten, waarin er drie presentatie ook zijn. Die gasten hebben zich zojuist ook voorgesteld. Tijdens het tweede gedeelte nodigen we gasten uit die een gemeente of een afvalverwerker vertegenwoordigen. En daarnaast zijn er ook nog een aantal inwoners aanwezig en
8
iemand vanuit handhaving. En dan zal de nadruk iets meer liggen op het vraagstuk nascheiding of bronscheiding. Ter informatie wil ik nog meegeven, de raadsinformatiebrief over de Resultaten afvalscheiding Dordrecht 2023... Die is velen misschien ontgaan, omdat deze pas na publicatie van deze vergadering beschikbaar kwam. In dit document kunt u nog heel veel feiten en cijfers ook vinden over afvalscheiding. En verder wil ik eigenlijk voorstellen om zo snel mogelijk van start te gaan met de presentaties. En dan wil ik als eerste het woord geven aan de heer Weenk, die hier namens het programma van afval van grondstof... Excuses, Van Afval naar Grondstof vanuit het ministerie van Infrastructuur zal zijn. Vijf à tien minuten ongeveer voor uw presentatie. En vindt u het fijn om tussentijds vragen te hebben of zou u die het liefst achteraf hebben? De heer Weenk: Als ze dringend zijn, laat ze alsjeblieft komen. Wij hebben inderdaad nog veel tijd om daarna ook verder op de zaak in te gaan. De voorzitter: Helemaal duidelijk. Aan u het woord. De heer Weenk: Dank voor de gelegenheid. Kort wat over de landelijke ontwikkelingen en bevindingen, zoals wij die vanuit het Utrechtse aanschouwen. Qua ontwikkelingen hadden we ooit doelstellingen op de hoeveelheid restafval per persoon per jaar. Dat ging naar 100 kilo. Dat is veranderd. We hebben nu doelstellingen op recycling.
Dat betekent dat we niet alleen gaan kijken wat er ingezameld wordt, maar ook wat er daadwerkelijk gerecycled wordt en wat er daadwerkelijk belandt, na verwerking, bij het restafval en de verbranding. De focus is meer op de keten komen te liggen. We zien ook een toename van de producentenverantwoordelijkheid. Dat betekent bijvoorbeeld voor matrassen, textiel, apparaten en uiteraard ook de plastics dat producenten in principe verantwoordelijk zijn, die verantwoordelijkheid ook moeten nemen. En dat is vormgegeven en wordt ook nog steeds beter vormgegeven mede door mijn collega's. En het is een beetje een stoeipartij wel als het gaat om de rolverdeling, wat doe je nog als gemeente en wat doe je als producent? Verder zien we een groeiend aantal gemeenten met diftar of het recycletarief. Dat gaat gestaag voort. Wordt ook steeds meer kennis mee opgebouwd en ervaring. En de cijfers zijn duidelijk, wat dat betreft, die zullen ook nog wel aan de orde komen, dat die gemeenten de beste prestaties halen als het gaat om de hoeveelheid restafval, recycling en ook als het gaat om de kosten die gemaakt worden. En die kosten, over die kosten gesproken, die zijn stijgend door verschillende oorzaken. Nederland is koploper in de inflatie, dat alleen al. En dat geldt ook voor de afvalverwerking, afvalinzameling en -verwerking. Dat wordt elk jaar meer, hoger helaas.
De voorzitter: Ik zie een vraag van de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Even ter verduidelijking, waar u het heeft over kosten, bedoelt u neem ik aan alleen de kosten voor afvalinzameling, niet de kosten die er bijvoorbeeld zijn om zwerfafval op straat op te ruimen? De heer Weenk: Nee, die kosten worden vertegenwoordigd in de afvalstoffenheffing feitelijk. En die wordt geacht om in ieder geval die inzamelingsverwerkingskosten te dekken. Soms zitten daar ook wat zwerfafvalkosten in, maar in principe gaat het om de kosten voor inzameling en verwerking. Klopt. Er is ook vanuit Europa een groeiende druk, ook op Nederland, hoewel we het wel aardig doen in Europa. En die druk wordt ook
9
toegespitst op de stroom gft. Daar hoef ik u volgens mij niks over te vertellen. Ook bij u, een derde van het restafval bestaat uit dat gft. Met name gfe, groente, fruit, etensresten. Daar moeten we zogezegd aan de bak. Wat bevindingen. Wat we heel veel zien bij de gemeenten in Nederland, hoewel we ons wel behoorlijk op de borst kloppen, maar dat de basis vaak nog niet op orde is. Die basis is gedefinieerd in het LAP en natuurlijk ook het toekomstige Circulair Materialenplan, een aantal hoofdpunten feitelijk. Maar dat is vaak nog niet op orde. En dat is best zorgelijk ook voor een land als Nederland, vinden wij. En zoals gezegd... De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, deze kant. Nog even een vraag. Kunt u wat meer uitleg geven over die basis. Wat u daar precies mee bedoelt? De heer Weenk: Ja. Ik heb een gedragsdeskundige aan mijn zijde ook. Ik ben het zelf ook. Maar wat het wil zeggen, is dat je zorgt dat de bewoner voldoende gemotiveerd is, voldoende kennis heeft over hoe hij afval moet scheiden en dat er voldoende gelegenheid is om dat ook daadwerkelijk uit te voeren. Dat zijn drie hoofdfactoren. Je moet zorgen dat hij goed geïnformeerd is, dat hij voldoende bakken heeft bij huis, middelen in huis wellicht en ook dat hij het kan aanbieden ter inzameling en verwerking. Dat hebben we nog verder uitgewerkt. Ik kan u dat toesturen. Maar dat zijn wat checkpunten.
En daar zien we dat het nog niet goed is. Wat ik al zei, we hebben een steviger aanpak nodig, ook landelijk, maar ook in Dordrecht feitelijk op dat gfe. En die mag ook wat steviger zijn. Ik bedoel, met gedragsbeïnvloeding hebben we het vaak over instrumenten en verleiden en dergelijke. Inmiddels wordt ook cameratoezicht bijvoorbeeld bij inzamelwagens toegepast om meer en betere feedback te geven aan inwoners als het gaat om, dit gaat niet goed en dat gaat wel goed. Ook belonen hoort daarbij uiteraard. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, sorry toch... De voorzitter: Nog een vraag van de heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Nog een verduidelijkende vraag, omdat mijnheer het nu heeft over gfe, etensresten. En wordt de T, het tuinafval, apart ergens benoemd of in meegenomen met kostenberekeningen en qua inzameling? De heer Weenk: Zeker. De T hoort daar uiteraard bij. Als we kijken naar waar het knelpunt ligt in de hoogbouw, maar ook in de laagbouw, dan is het vooral in die groente, fruit en etensresten. Klopt. Wat we zien, dat heb ik ook al gezegd, dat gemeenten met diftar dan wel het recycletarief beter recyclen, meer recyclen en ook lagere kosten hebben. Dit is het plaatje van Nederland. Dit gaat over de prestaties. Hoe groener, hoe beter.
En als je kijkt, het plaatje ernaast zet, welke gemeenten hebben diftar of het recycletarief, dan zie je verdacht veel overeenkomsten daarin. Dat is bijna een-op-een. En hier zie je ook een grafiek, als het gaat om de kosten. Daar onderin zijn de gemeenten met diftar. En die hebben beduidend lagere kosten, dat is echt significant, dan andere gemeenten, als zijnde bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing. Ter afsluiting, ik wil u in ieder geval complimenteren met het besluit om het te gaan doen, te gaan proberen, uit te gaan voeren, diftar, recycletarief. Is het laatste nog niet over gezegd, maar ik heb begrepen
10
dat er positieve intenties zijn. Daar wil ik u in ieder geval mee complimenteren. Ik begreep dat ik hier wat zou mee oproepen. Dat was even niet de bedoeling. En mind you, er is veel kennis en ervaring beschikbaar. Meer dan 100 gemeenten, 150 gemeenten misschien wel zijn er al mee bezig, voeren het uit. Wij proberen dat ook bij elkaar te brengen, die kennis. Maak er alstublieft gebruik van. En Pieter weet ons ook goed te vinden. Dat is eigenlijk mijn oproep waar ik mee af wil sluiten. De voorzitter: Hartstikke bedankt. Ik zag nog een vraag van de heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik zie inderdaad twee kaartjes. Wat opvalt, is natuurlijk dat de Randstad heeft heel veel restafval en geen diftar. Althans, de grote steden, laat ik het zo even zeggen. Wat valt er te zeggen over het verschil tussen hoogstedelijk gebied en meer landelijk gebied, waar je veel dorpen hebt? Valt daar in de statistieken iets over te zeggen wat van waarde is? De heer Weenk: Ja, zeker. De minder stedelijke gebieden hebben het gewoon makkelijker, in de zin dat ze meer gelegenheid bij huis kunnen aanbieden, meer middelen bij huis. Mensen hebben meer ruimte. En in een stad ligt dat gewoon heel anders. Ze hebben de basis makkelijker en veel beter op orde. En je ziet daar ook heel veel diftar toepassing. In hoogbouw weten we dat het gewoon lastig is.
Er zijn ook nog best wel wat grote steden die bijvoorbeeld niet of heel weinig dat groente, fruit en etensresten inzamelen. Dan heb je het al over 100, 150 kilo per persoon per jaar wat je dan sowieso bij je restafval hebt. Zeker is er een correlatie met het grootstedelijke en laagstedelijke. De voorzitter: Dan zie ik een vraag van de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Nog even over dat groente, fruit en etensresten. Want ik begrijp, voor een belangrijk deel wordt dat nu ingezameld met het restafval. De heer Weenk: In grote steden. De heer Kuhlmann: In grote steden. En dat belandt dan in plaats van op de composthoop in de verbrandingsoven. Nu hebben we natuurlijk hier ook een warmtenet. Wat is het probleem wanneer we dit afval verbranden? De heer Weenk: Heeft u weleens geprobeerd om water te verbranden? Dat levert een bijzonder laag rendement op. Sterker nog, het kost energie. Gfe proberen te verbranden, gaat u geen energie opleveren. Dat is sowieso al. Verder streven we naar recycle doelstellingen. Dat betekent dat recycling voor gfe... Dat je de nutriënten terugwint. De stoffen die weer terug moeten naar de bodem waar al die materialen, groente, fruit en dergelijke op gegroeid hebben. Dat betekent dat je ze terug moet winnen. En dat is bijvoorbeeld met compost, compostering, maar dat is zeker niet met verbranding. Dan verlies je ze. Ben je ze kwijt. De voorzitter: Dank u wel.
Nog een vraag van de heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel, voorzitter. We hadden het net over de kosten van het diftar tarief en wanneer je op een andere manier inderdaad afval inzamelt. Dat
11
zijn dan puur de kosten die gemaakt worden voor het inzamelen en zo. En is er ook ergens bekend wanneer er gekozen wordt voor het diftar tarief, wat wellicht gemiddeld die extra kosten zijn die je moet gaan maken met betrekking tot handhaving, dumpingen en dat soort zaken allemaal, die ook een van de negatieve effecten zijn van het diftar tarief? De heer Weenk: Dat zijn bekende verhalen, in ieder geval. Wat we zien met diftar, is dat de kwaliteit eigenlijk niet zo ver terugloopt en in sommige gevallen zelfs verbetert. Als het gaat om dumpingen, dat is ook een bekend verhaal, maar die dumpingen, dat zijn we nagegaan, bleken er vaak al te zijn en bleken bovendien vooral afkomstig van bedrijven. Die dumpingen viel ook wel mee. Zeker in het begin zal het wel extra aandacht vergen. Maar het is niet zo dat dat gigantisch in de kosten loopt. De voorzitter: Ik zag de heer Struijk eerst. De heer Struijk: Dank u wel. Toch even over die dumpingen. Ik hoor, die waren vooral van bedrijven. Nou denk ik dat ik wel een bekend geluid vertegenwoordig als ik zeg dat in Dordrecht er ook best wel heel veel dumpingen plaatsvinden door particulieren. En mijn vraag is, hoe krijg je nu dat die particulieren, die nu al niet hun afval op de juiste wijze aanbieden, dat straks wel gaan doen? Dat zie ik nog niet zo gauw gebeuren.
De heer Weenk: Ik heb geen zicht op de cijfers, maar als het nu al gebeurt, dan moet je nagaan wat er aan de hand is, want dat kan ik zo niet zeggen. En of het dan erger wordt, dat weet ik niet als we niet weten wat er echt aan de hand is, wat het motief is om die dumpingen te doen. Maar zeker, monitoring lijkt me prima om te doen en daarop ingrijpen ook. De voorzitter: Dan de heer De Vries. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eigenlijk nog eventjes... Wat ik dan niet helemaal begrijp. Waarom verwacht u eigenlijk dat de dumpingen minder worden als we diftar krijgen van de bedrijven? Die blijven toch dumpen. De heer Weenk: Ik verwacht niet dat dumpingen van bedrijven minder worden door diftar, want de diftar is waarschijnlijk niet van toepassing op bedrijven. Die moeten hun eigen boontjes doppen als het gaat om het afval. Ik verwacht niet dat de dumpingen minder worden van... De heer De Vries: Dan blijven we gewoon met dat probleem zitten? De heer Weenk: Ja, maar dat staat los van de invoering van diftar, denk ik. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik ben benieuwd wat de voornaamste redenen zijn van gemeenten die diftar per se niet willen invoeren. De heer Weenk: Dat is een interessante. Ik durf wel te stellen dat het vaak vooroordelen zijn. Verhalen over toenemende dumping en ontwijkingen, dat sowieso. Soms zit het hem
12
ook in een soort principe van, afval is iets waarvan we de kosten met zijn allen moeten delen. Waarop ik dan vraag, wil je dat ook gaan doen met stroom, gas? En dan is het antwoord uiteraard nee. Maar ik denk, het is ook een nutsvoorziening, waarbij het sterk loont, om de veroorzaker ook te belasten. De voorzitter: De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik zat nog even na te kauwen op het antwoord dat u gaf op de vraag van collega Struijk over de dumpingen. Heb ik het goed begrepen als u zegt, of je wel of niet diftar invoert, dat heeft geen gevolgen voor het aantal dumpingen? Eigenlijk koppelt u de dumpingen door particulieren los van wel of niet diftar invoeren. Begrijp ik dat goed? De heer Weenk: Klopt. De voorzitter: Dat was voldoende antwoord, geloof ik. De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik was eigenlijk heel benieuwd, op het moment dat ik mijn container aan de weg zet, is de gemeente verantwoordelijk voor die container en wat erin zit en wat eruit gaat en weet ik wat allemaal. Op het moment dat ik met diftar per gewicht en dat soort dingen ga betalen, dan is het heel interessant voor buren of voor anderen om er even wat bij te doen.
Die gemeentes die dan met diftar werken, hebben die daar alternatieven voor of hebben die daar mogelijkheden voor dat dat niet gebeurt? De heer Weenk: Gewicht diftar is niet de meest toegepaste vorm van diftar. Het is wel de meest eerlijke eigenlijk. In die zin juichen we hem toe. Maar daar kleven dit soort risico's aan. We hebben gezien dat het feitelijk niet zo gebeurt, maar dat het vaak de angst daarvoor is dat het wel gebeurt. En als het gebeurt, dan heb je de poppen aan dansen, dan springt de media erop. Niettemin, de gewichtsgemeenten, gewichtsdiftar zijn volgens mij behoorlijk tevreden wel daarover, over het systeem. Ik denk, leeuwen en beren zijn er altijd zeker te bedenken. De praktijk, daar moet je gaan monitoren of dit daadwerkelijk op gaat treden. De voorzitter: Mevrouw Dreuning wil er ook nog even op reageren. Mevrouw Dreuning: Wellicht ten overvloede, de gewichtsdiftar is niet het element wat er voorgesteld wordt voor de gemeente Dordt. De voorstelling voor de gemeente Dordt is om op basis van volumefrequentie daadwerkelijk af te rekenen. En dat betekent dat je zelf besluit wanneer je je bak aan de weg zet of zak in een container gooit. En op dat moment ook de tag krijgt. En dan maakt het niet meer uit of andere mensen erbij dumpen. De voorzitter: De heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter.
U heeft heel wat voordelen opgenoemd met betrekking tot diftar. Echter heb ik een aantal maanden geleden bij gemeente.nu een
13
artikel gelezen dat er juist steeds meer gemeenten nascheiding toepassen. Hoe rijmt dat met elkaar? De heer Weenk: Hoe rijmt dat met elkaar? Ik ben zelf geen voor- of tegenstander van nascheiding. Ik vind het op zichzelf zelfs wel logisch. Nog steeds zou je kunnen bedenken, de belangrijkste stroom die dan gescheiden moet worden, is in ieder geval de groente, fruit en etensresten. En door daarop te focussen, wordt je restafval feitelijk droger. Maar er is hier een deskundige van AVR, die zal dat misschien toelichten. Als je restafval echt helemaal droog zou zijn, dan zou je, even theoretisch, met nascheiding wellicht mooie machines en robots en zo alles eruit kunnen halen. Alleen zover zijn we nog niet. Maar dat betekent wel dat je focus op die gft, en alle andere stromen tot nu toe, die haal je wel. En als je kunt zeggen, we gaan een lager tarief toepassen, want met nascheiding kunnen we bijvoorbeeld het plastic eruit halen, als het echt zo is, zal niemand daar vervelend over doen, denk ik. Maar goed, daar zijn veel discussies over, over bron- en nascheiding, maar er wordt nog een en ander toegelicht, begrijp ik. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik nog ruimte voor een laatste vraag voor de heer Weenk. De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: En die gaat naar mijnheer Stolk. De heer Stolk: Toch even over die nascheiding.
We hebben daar diverse gemeentes voor gepolst eigenlijk. En die zijn naar nascheiding gegaan. En dat heeft natuurlijk ook consequenties als je nascheiding doet dat van de straat eigenlijk alles afgaat en meegenomen wordt naar de verzamelaar. En dat daardoor ook eventueel minder duur is als mensen die moeten controleren, bekeuringen uitgeven en zo. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Weenk: Ik vind dat de term nascheiding een beetje breed wordt gehanteerd, want eigenlijk zeggen we, adviseren we iedereen om op dit moment te zeggen, het gaat om nascheiding van de verpakkingen van de PMD. En dan wordt het opeens een ander verhaal. Dat betekent dat je die andere zaken wel gewoon in ieder geval moet scheiden. En er zijn gemeenten in Nederland met diftar en nascheiding. Het kan zelfs gecombineerd worden. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik de heer Weenk van harte bedanken voor zijn bijdrage. En dan gaan we door naar de volgende presentatie. En dat zullen de heer Fokkens en mevrouw Dreuning doen. Allebei strategisch adviseurs hier bij de gemeente Dordrecht. En die hebben ook een presentatie. Gaat uw gang. De heer Fokkens: Dank u wel, voorzitter. U heeft de cijfers van de gemeente Dordrecht gekregen, wat aan de late kant. Wellicht niet allemaal... Komt hij door, de presentatie? Nog niet kunnen lezen, maar daar kan alle tijd nog voor genomen worden.
Mijn collega Sjaak Dreuning zal u meenemen in de achtergronden van hoe we tot deze resultaten komen, die op zich best goed zijn voor een gemeente stedelijkheidsklasse 1, met bijna 50 procent hoogbouw. En dan komt hij als het goed is nu op het scherm.
14
De voorzitter: De presentatie komt eraan. Voor de raads- en commissieleden, de presentatie is ook te vinden in het RIS. De heer Fokkens: Dan neemt Sjaak Dreuning u mee in het beleid om tot deze cijfers te komen. Mevrouw Dreuning: Kleine aanvulling, ik ben al heel lang betrokken bij het beleid van de gemeente Dordrecht, maar in zodanig word ik ingehuurd. Ik doe deze rol ook bij een hele hoop andere gemeenten in Nederland. Een hele hoop van degenen die u daarnet op de kaart zag staan. Het is een beetje breder waar ik u nu ook in meeneem voor vandaag. Als wij het hebben over de puzzel van het grondstoffenbeleid, zijn wij vanuit ons afvalwezen altijd heel erg genegen om te praten over een driehoek waarop we besluiten nemen. En de driehoek bestaat altijd uit service, kosten en milieu. En wat we de laatste jaren steeds meer bemerken, en dat merkte ik daarnet ook hier aan deze tafel, is dat het eigenlijk geen driehoek meer is, maar dat het een puzzel geworden is, waarin naast service, kosten en milieu ook de openbare ruimte een rol gaat spelen in de keuzes die we maken op het gebied van afval. En daar hebben we meteen een lastig element te pakken, want op kosten en milieu zijn de prestatie-indicatoren heel goed meetbaar en bij service en openbare ruimte zijn ze heel goed voelbaar, maar niet zo goed meetbaar.
En zijn er ook tegengestelde reacties over wat service is en wat service niet is. En sommige mensen hebben een ander beeld dan andere mensen. En dat geldt ook voor wat de openbare ruimte is. De voorzitter: De heer Kuhlmann.
De heer Kuhlmann: Even een vraag naar aanleiding van wat u vertelt. Begrijp ik het goed dat u het milieu in onze directe leefomgeving, gewoon de straten om ons heen, en het milieu van hoe het verder gaat met een composthoop en zo, dat u dat echt als twee gescheiden werelden ziet? Wat mij betreft, is het inderdaad toelichten is milieu, is natuurlijk ook gewoon... Dat begint bij je stoep en wat daar wel of niet aan zwerfafval bijvoorbeeld ook is. Mevrouw Dreuning: Ik probeer juist aan te geven dat we dit steeds meer als een integraal geheel van onderdelen beschouwen. En dat we van oorsprong veel meer op die driehoek keken, maar dat we nu veel meer naar het totale plaatje kijken. De voorzitter: Dan heeft mevrouw Van Engelen ook nog een interruptie. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, even een verduidelijkingsvraag over de omgeving. Doelt mevrouw Dreuning dan inderdaad op zwerfafval en overlast of ook over waar we bakken plaatsen die ondergronds gaan en dergelijke, hoe we de openbare ruimte indelen of meer de overlast van zwerfafval in de openbare ruimte? Mevrouw Dreuning: We hebben het erover dat de openbare ruimte eigenlijk een van onze schaarse goederen is en dat er om prioriteiten in die openbare ruimte gevochten wordt en ook op effecten op die openbare ruimte. Daar hoort emotie bij. Wij zeggen altijd, wij leven in een vakgebied dat vol zit met emotie. Die emotie gebeurt achter de
15
deuren, bij inwoners zelf die keuzes moeten maken, maar die gebeurt ook op straat. En daar zit het hele pakketje in. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Dreuning: Even meenemend in het verleden. Want ik heb in één sheet even alles proberen samen te vatten. We hebben een beleidsplan. Dat hebben we in 2020 vastgesteld. Het beleidsplan heeft in principe 3 fases, wat we hebben vastgesteld. Fase 1 waren... Want Addie zei net heel terecht, de basis moet op orde. Daar zijn we ook mee gestart. Fase 1 hebben we de servicemaatregelen voor de laagbouw uitgevoerd. We zijn vaker grondstoffen gaan inzamelen. We zijn minder vaak het restafval gaan inzamelen. En voor luiers en incontinentiemateriaal hebben we maatregelen geschapen, zodat daar ook wat voor geregeld kan zijn. In fase 1.2, dat is de fase waarin we nu zitten, zijn we bezig met de maatregelen voor de hoogbouw. Dat betekent dat er ook voor de mensen van de hoogbouw allemaal plekken komen waarop ze het volledige pakketje gescheiden kunnen aanleveren. Dat ook de hoogbouw alle mogelijkheden heeft om zijn afval gescheiden aan te leveren. En fase 2 is de fase die eraan gaat zitten komen, is de fase die voorzien is met de invoering van een recycletarief. En dat is de besluitvorming rondom die fases. En het hele plan is in 2020 geweest.
En het doel van dat hele plan was om zoveel mogelijk grondstoffen opnieuw te gebruiken, dat sluit ook aan bij de recycle doelstelling, in plaats van zelfs restafval te verbranden, en om de afvalstoffenheffing beheersbaar te houden. En dan klopt het alweer precies wat we op de eerste pagina zien. Dat zijn de twee elementen die makkelijker meetbaar zijn. De voorzitter: Dan zag ik een interruptie van de heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb even een vraagje. Ik zie daar fase 1B 2023-2024. Dat zou betekenen dat die fase afgerond is, maar volgens mij is dat absoluut nog niet zo. Dat betekent dat we achterlopen. Mevrouw Dreuning: Klopt, we lopen achter op fase 1B. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank. Ik vroeg me eventjes af hoe diftar zich dan verhoudt met precies die hoogbouw. Want als je inderdaad bakken gaat organiseren in flats, daar gaan alle bewoners gewoon alles ingooien. Hoe verhoudt zich dat dan met het betalen per handeling? Dat is eventjes wat ik me afvraag. Mevrouw Dreuning: We hebben twee soorten bakken in Dordt. We hebben de ondergrondse containers die op straat zijn. En die zijn prima voorbereid op diftar. Want dat betekent dat je het met een pas opent en vervolgens erin gooit. We hebben ook nog locaties waar op dit moment niet geregistreerd ingezameld kan worden.
En dat betekent ook dat je niet geregistreerd af kunt rekenen. Dat betekent dat die mensen, net als nu, gewoon voorlopig een vast tarief hebben, totdat daar een oplossing komt om ook daar geregistreerd in te zamelen. De voorzitter: Nog een vervolgvraag.
16
De heer Hartmeijer: En over die registratie, zijn daar al ideeën over? Kunnen we al een soort tipje van de sluier krijgen? Of wat bestaat er in Nederland voor oplossing daarvoor? Mevrouw Dreuning: De registratie is eigenlijk heel simpel. Er zit een chip in de bak of er zit een chip in je pasje. En die chip staat alleen maar een nummer op. Maar op het moment dat de chip getagd wordt door de inzamelvoertuigen of dat de containerlezer de pas ziet om hem open te maken, en daar zitten allemaal veiligheidsmaatregelen in als het niet lukt en dat soort zaken, die kinderziektes zijn eruit, maar dan komt er een verhaal van, je hebt nu iets aangeboden. En dan moeten we nog met jullie gaan praten over, wat is dan de tarifering die daarbij zit en hoe verhouden zich die ten opzichte van elkaar? Maar in principe is het heel simpel. In een database hangt dat chipnummer dan vervolgens weer aan een adres. En dat chipnummer met het adres wordt vervolgens in de Belastingdienst aan een persoon gekoppeld. Hij gaat via drie stappen naar de persoonsregistratie toe. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Is het een korte vervolgvraag, de heer Hartmeijer? De heer Hartmeijer: Ik begrijp eigenlijk even heel concreet, mensen in een flat krijgen ook gewoon een gesloten bak en een pasje en op die manier registreer je dat? De voorzitter: Ik zag mevrouw Dreuning knikken. Mevrouw Van Engelen.
Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, misschien is mijn vraag nu overbodig, maar misschien ook niet. Ik ga hem toch stellen. Want als er zo'n deel over is naar diftar en we hebben ook nog de hoogbouw, waar dat nog niet mogelijk is om te registreren, dan moet er een nieuwe verdeelsom worden gemaakt, omdat die mensen dan nog steeds afvalstoffenheffing op de ouderwetse manier betalen. Hoe wordt die som dan gemaakt? Hoe houden we dat eerlijk? Mevrouw Dreuning: Die berekening, we weten heel goed welke mensen er niet in zitten. De hele afvalstoffenheffing, dan wordt het heel technisch, maar ik ga het even heel snel hoog over doen. Alle kosten en alle opbrengsten van alle afvalstromen worden op een hoop gegooid. Dan heb je de totale kosten van de afvalstoffenheffing. Die worden dan verdeeld in huishoudens. En dan heb je de huishoudens die een integraal tarief hebben, die worden dan met dat integraal tarief belast. En vervolgens heb je dan een deel wat nog niet gedekt is. En dat ga je verdelen in een vaste en een variabele component. En dan moet je... De meest simpele manier is om dan de variabele component op een logisch tarief vast te haken. En dan weet je hoe vaak die mensen aanbieden, want dat weten we namelijk uit het land wat het gemiddelde aanbiedpercentage is. En dan weet je wat je dan nog moet dekken voor het vastrecht van die mensen.
Voor die mensen gaat het vastrecht naar beneden. De voorzitter: Dan zag ik nog een laatste vraag. En daarna zou ik u allen willen vragen om even uw vragen op te sparen tot het eind van de presentatie. De heer Damen. De heer Damen: Voorzitter, je hebt grote zakken en kleine zakken, pedaalemmerzakken en volwassen vuilniszakken. Je betaalt per zak, is de bedoeling. Maar in een klein
17
appartement is een grote vuilnisbak heel onhandig. Die neemt heel veel ruimte in. Die mensen leveren nu vaak een kleine pedaalemmerzak in. Hoe los je dat probleem dan op voor die mensen? Mevrouw Dreuning: Ik heb hem gezien. We kijken op plekken waar dat handig is, om te kijken of we naast de 60 literbakken ook inworptrommels van 30 liter kunnen maken voor mensen, zodat ze ook kleinere vuilniszakken kunnen aanbieden. De voorzitter: Gaat u verder met uw presentatie. Mevrouw Dreuning: Ik zei al, we zijn in 2020 begonnen en de eerste resultaten liegen er niet om. Door de maatregelen die bij de laagbouw genomen zijn, zijn we terechtgekomen op meer dan 21 procent minder restafval. We hebben bijna 30 procent meer gft en etensresten erbij gekregen. En we hebben 12 procent meer plastic, blik en drinkpakken erbij gekregen. Als we dat in de grote groep bekijken waar wij bij horen, de grootstedelijke gemeenten, want ik ben het ermee eens dat als je naar Dordt kijkt naar grootstedelijke gemeenten moet gaan kijken, dan van de 19 gemeenten die we in Nederland in die klasse hebben, zijn we gestegen van de elfde plek naar de zevende plek door die eerste maatregelen die we genomen hebben. Dat is een goede stap om de basis op orde inderdaad neer te zetten. Addie vertelde net ook al dat de kosten stijgen van restafval. Met name de kosten van restafval.
En dat heeft niet alleen te maken met de inzameling en dat heeft niet alleen met de autonome kosten van verwerking te maken, maar we zien in Nederland ook dat de overheid zijn beleid kracht bijdraagt door steeds meer heffingen op de verbranding van restafval te zetten. En het plaatje wat hiernaast staat, het plaatje op de rechterzijde van het verhaal, gaat in op die heffingen. Op dit moment hebben we een verbrandingsheffing. Die begon op 13 euro per ton. Die zit inmiddels op 40 euro per ton. En de verwachting is dat die in de komende jaren nog zeker tot 50 euro per ton gaat stijgen. En er komt er eentje aan. En dat is de CO2-heffing. En die wordt ook per ton berekend. En daar hebben we... Die is wel al ingevoerd, maar door de ontheffingen wordt die op dit moment nog niet berekend. Maar ook daarvan is de verwachting dat die naar 30 euro per ton gaat lopen in 2030. We hebben 3 lijnen voor u getekend. De bovenste blauwe lijn is gebaseerd op het tonnage dat we hadden voordat we het grondstoffenplan in gingen. En wat we toen betaalden aan afvalstoffenheffing en wat dat nu zou zijn, dat is het tweede punt. En wat het in 2030 zou zijn als we deze tonnages hadden gehouden. De middelste lijn is op basis van onze huidige tonnages. En de onderste rode lijn is wat de afvalstoffenheffing zou gaan doen op het moment dat we daadwerkelijk toegaan naar recycletarief.
En dan, recycletarief is veel in de media. En de discussie daarover loopt uiteen. Soms is het goed. Soms is het niet goed. Er zijn hoera verhalen in de media. Er zijn ook verhalen van gemeentes die ervan afgezien hebben en die daar uitgekomen zijn en de redenen waarom ze daar uitgekomen zijn. Dat zijn allemaal emoties die spelen op het dossier. We hebben ook metingen op wat het opbrengt. En het bovenste plaatje komt uit de benchmark die mijn collega ieder jaar begeleidt. En het plaatje is wat onduidelijk, want het is een wolkje en dat is van een afstandje slecht te zien, maar de groene puntjes, en dan hebben we het over... De onderste balk is de beheerskosten per aansluiting en de linkerbalk is het aantal kilogram per inwoner. De groene balletjes zijn de gemeenten die zowel serviceprikkels als tariefprikkels hebben ingevoerd. En dan zie
18
je inderdaad dat de kosten omlaaggaan en de hoeveelheid restafval omlaag gaat en de recycling omhoog. De voorzitter: Verduidelijkende vraag van de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Waar het gaat om de kosten, begrijp ik het goed dat dat exclusief de kosten is voor handhaving en straatvegen, al die dingen die om de neveneffecten te beheersen? Mevrouw Dreuning: Nee, dat is niet helemaal zo. Exclusief een deel van de opruimkosten. Er werd net ook al gezegd, een deel van de opruimkosten zit wel in de afvalbeheerskosten en een deel van de handhaving die te maken heeft met afvalbeheer is wel ook opgenomen in de beheerskosten. De voorzitter: Gaat u verder met uw presentatie, tenzij dit een verduidelijkende vraag verder ook is. Kort dan. De heer Van der Meer: Want u heeft het over een deel. Welk deel zit er wel en welk deel zit er niet in? Mevrouw Dreuning: De kosten die gemaakt worden op handhaving, op afval zitten in afval. De andere handhavingskosten die een gemeente maakt, zitten niet binnen het afval deel. De voorzitter: Gaat u verder. Ik weet niet hoever u bent in uw presentatie, gezien de tijd ook? Alle vragen zijn al gauw verduidelijkend. De heer Klerk dan, tot slot. De heer Klerk: Waarom doet hij het... Hij doet het wel. Ik had even, en dat grijpt ook even terug, want u heeft het net ook over een variabel deel en een vast deel van de afvalstoffenheffing.
En nu zie ik hier de tariefprikkel. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Want ik kan me ook voorstellen dat ergens... U had het net over een grote pot geld aan afvalstoffenkosten die wordt teruggeslagen op de huishoudens. En dat zijn toch communicerende vaten? Want ik zou graag willen weten, wat is dan het vaste deel en wat is het variabele deel wat die tariefprikkel is? Want hoe hoger die vaste kosten, hoe lager de prikkel wordt om te scheiden. Mevrouw Dreuning: Dat is in Nederland niet zo. Dat tabelletje zit in de stukken die u krijgt met de besluitvorming. Er is geen duidelijke correlatie aan te zetten voor het tarief per 100 liter in de resultaten van afvalscheiding. Je kunt met lage tarieven voor diftar net zo goed goede resultaten halen dan met hoge tarieven in het variabele tarief. Beantwoordt dat uw vraag? En er werd net een vraag gesteld, is er een verschil tussen diftar in hoogstedelijk en in laagstedelijk gebied? Als we naar het lijstje met de stedelijkheid kijken, dan zien we dat gemeenten met een tariefprikkel, ongeacht in welke stedelijkheidsklasse ze zitten, allemaal een grote stap in scheiding bewerkstelligen als ze overstappen van geen tariefprikkel naar een tariefprikkel. Het scheelt ongeveer 90 kilo per inwoner per jaar over de grote linie. En het scheelt ongeveer 35 procent scheidingspercentage.
En dan hebben we het over alle gemeenten in Nederland die bij CBS gegevens aanleveren. En dan nog de lessen van het grondstoffenbeleid. Onze inwoners hebben behoefte aan, waarom en hoe, communicatie. Ze hebben
19
ondersteuning bij praktische problemen. Wij doen aan afvalcoaching. Dat betekent dat mensen die daadwerkelijk met een probleem of met een klacht zitten, geholpen worden. Ze hebben behoefte aan inzicht in het eigen aanbiedgedrag. HVC heeft daarvoor al een afvalapp ontwikkeld, die is al gebruikt in andere gemeenten, waarin mensen precies kunnen zien hoeveel en hoe vaak ze aangeboden hebben. En ze willen voornamelijk van de gemeente dat ze gehoord worden op het moment dat ze een klacht hebben. Als we kijken naar de lessen bij de gemeentes dat we terughoren, is dat de afdelingen moeten samenwerken. En dat de gemeente ook moet samenwerken met de wijkambassadeurs. Dat de gemeente ook moet samenwerken met de inzamelaar, met andere partijen die daarin spelen. Dat er een goede infrastructuur, een inzamelstructuur al op orde moet zijn. Dat er een actieve en zichtbare aanpak moet zijn bij ongewenst aanbiedgedrag. Dat handhaving daar ook een onderdeel van is, maar wel een sluitstuk in die aanpak. Dat je in eerste instantie, Niels zal daar dadelijk wat over vertellen, met gedragsaanpak probeert mensen te verleiden. En daar meer effect uithaalt dan wanneer je alleen maar handhaaft. En dat je maatwerkoplossingen moet doen in de situaties waarin de bestaande oplossingen niet voldoende werken.
En dat betekent voor mensen die door ziekte onvermijdbaar extra veel restafval hebben, dat geldt voor huizen met gedeelde bewoning, dat geldt voor luier- en incontinentiemateriaal, maar dat geldt ook voor mensen die kwijtschelding hebben, die moeten ook een regeling hebben die past binnen de nieuwe structuur. De voorzitter: Zou u tot een afronding kunnen komen, of was dit het einde? Mevrouw Dreuning: Ik geef hem nu over aan mijn collega. De voorzitter: Voordat u dat doet, zag ik nog een vraag van de heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik vraag me af over die goede inzamelstructuur... Als ik nu kijk, wordt mijn grijze bak, geloof ik, eens per maand geleegd. Twee maanden ga ik, denk ik, niet redden. Dus heb ik geen prikkel om hem niet vol met allemaal andere dingen te doen. Wordt dan die structuur zo aangepast dat ik bijvoorbeeld hem elke week kan aanbieden en dan alleen de keren dat ik hem vol heb dat het zin heeft? Want anders heb ik die prikkel nog steeds niet. Mevrouw Dreuning: Ik ga u een verrassing vertellen. Het lijkt nu dat u die één keer in de twee weken niet gaat halen.
Maar wat wij zien in het land, is dat het gemiddelde in de gemeenten die daadwerkelijk één keer in de vier weken inzamelen en waarbij de inwoners een tariefprikkel krijgen, dat het gemiddeld aantal keren dat er aangeboden wordt tussen de vijf en de zes keer per jaar ligt. Het is vooraf... En die chip heeft iedereen. Vooraf is het heel lastig om te zien, waar ga ik dat nog ophalen? En als we dan daarna naar de cijfers kijken, dan zien we dat we dat wel halen gemiddeld in een gemeente. En dat betekent inderdaad dat er echt wel mensen zullen zijn die dat niet halen. Daar ben ik me ook bewust van. Maar in zijn algemeenheid zien we dat het gemiddeld aantal aanbiedingen tussen de vijf en de zes terechtkomt. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog meer vragen voor mevrouw Dreuning?
20
Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter, ik heb even een vraag. Ik zit hier een stukje te lezen. Er staat bij, zo constateert Enschede bij de invoering van diftar een verdubbeling van de hoeveelheid afval die naast de containers of in de berm gegooid werd. Zo constateerde Enschede bij de invoering van diftar een verdubbeling van de hoeveelheid afval die naast de containers of in de berm gegooid werd, wat is opgelopen tot 660.000 kilo. Steden met diftar constateren ook dat er meer afval in de openbare afvalbakken gedeponeerd wordt, zodat die ook weer vaker volraken, en ook weer meer risico op zwerfafval. Mevrouw Dreuning: Die vraag werd net inderdaad aan mijn collega gesteld. Wat we zien in het land is dat na een invoering van diftar... En ik noem het altijd maar een olifanten zwangerschap. We hebben tussen de negen en de twaalf maanden extra effort nodig om alles weer te normaliseren. En dan is er meer overlast. En dat betekent ook dat je extra maatregelen moet nemen om alles in goede banen te leiden. Daarna, en dat ben ik met mijn collega eens, zien we dat de tonnages normaliseren op het niveau van wat het daarvoor was. Heeft het een blijvend effect? Nee. Komt er weerstand door een invoering van diftar of moeten mensen wennen aan veranderingen? Want ik denk dat dat ook nog voor een deel het geval is. Ja, dat is het geval. En dat heeft een tijdje tijd nodig. Dat is er zeker.
Het is alleen niet blijvend om op de lange termijn te zijn. En om het in een perspectief te zetten. Als we kijken naar de hoeveelheid bijplaatsingen in Dordrecht, op dit moment bedraagt dat 1 procent van de totale afvalhoeveelheid. Het is niet... Mevrouw Lammens-Oostdijk: Maar die 1 procent geeft wel heel veel overlast met ratten? Mevrouw Dreuning: Precies. Maar dat is wat ik net precies zei, als ik het meetbaar maak, gaat het over een ander verhaal dan als ik het voelbaar maak. En daarom proberen we ook in ons plan heel specifiek in te gaan op de maatregelen om dat stukje voelbaarheid onder controle te brengen. De voorzitter: Dank u wel. Dan zou ik voor het laatste stukje van de presentatie willen gaan naar de heer Vink. De heer Vink: Om de basis beter op orde te krijgen, doen wij veel aan communicatie en gedragsbeïnvloeding. Ik heb hier een voorbeeld meegenomen. De schoonste buurt van Dordrecht. Daar zal ik verder niet op ingaan. Maar ik heb hem vooral even meegenomen om te laten zien wat het effect van zo'n interventie is. En voor die verschillende interventies kan ik vergelijkbare effecten laten zien. Je ziet hier in het begin, voordat de interventie plaatsvindt, dat er veel bijplaatsingen zijn. En dat loopt vervolgens, tijdens die interventie, terug, maar niet naar nul. Dat doen wij ook met heel veel andere interventies. Daar wil ik het eigenlijk bij laten.