CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2024.11.19 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 17 december 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 26 november 2024 en de Dordtse Dinsdag van 12 en 19 november 2024 Vergaderzalen 1, 3 en 527.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 19 NOVEMBER 2024 Vergaderzaal 5

1. RIB over Beantwoorden motie M11A - Van afvalstress naar afvalZen (technische sessie) Voorzitter: De heer Gündogdu Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Debet, Dhr. Fokkens Portefeuillehouders: wethouder T. de Jonge De voorzitter: Van harte welkom, allen, beste collega's. Het is alweer een tijd geleden, is er motie aangenomen in de gemeenteraad. En dan moet ik het even voorlezen. Van afvalstress naar afvalZen. En die motie heeft ertoe geleid dat er een reactie is gekomen vanuit het college en vanavond in ons midden bevinden zich twee ambtelijke ondersteuners, de heer Fokkens en de heer Debet. En zij gaan ter inleiding voor dit onderwerp een presentatie geven. Ik heb hen zojuist gevraagd of zij de vragen tijdens de presentatie zouden willen ontvangen of nadien. En ze hebben mij aangegeven een korte presentatie te hebben dus als u vragen heeft en dat zult u ongetwijfeld wel hebben, om de vragen na de presentatie te stellen.

Aan wie mag ik het woord geven? Mijnheer Fokkens. De heer Fokkens: Mijnheer de voorzitter, bedankt voor de mogelijkheid om de proef van afvalstress naar afvalZen toe te lichten. Ik heb een korte presentatie.

1

Ik heb begrepen dat dat op prijs wordt gesteld. Maar ik zal u even meenemen in het doel van de proef. In het vooronderzoek wat we uitgevoerd hebben en de resultaten daarvan, in de opzet van de proef waarover u een raadsinformatiebrief heeft gekregen. En de analyse van de metingen en de resultaten die we daarmee hopen op te halen. Het doel van de proef, de vraag is duidelijk kunnen we met het uitvoeren van de proef, met het openstellen van de ondergrondse restafvalcontainers dus zonder gebruik van de afvalpas de bijplaatsingen verminderen. En van het linkerplaatje, de ongewenste situatie met heel veel rommel naast de containers naar het rechterplaatje gaan met een schone openbare ruimte. En dan dat dat het ook zo blijft tot weer de leging van de container. Naar aanleiding van de motie hebben we een vooronderzoek gedaan om in een aantal geschikte buurten te kijken van hoe het met de bijplaatsingen gaat. We hebben samen met HVC en een onderzoeksbureau, hebben we een negental weken gemeten of een negental metingen gedaan per container, wat ernaast staat en of het zakken zijn of grof afval. En dat is allemaal zeg maar gerapporteerd. En nou, hier ziet u de ervaringen.

Deze metingen hebben we ook gebruikt voor de opzet voor de proef en de conclusie is dat er heel veel verschillen zijn tussen de wijken maar ook binnen de wijken en ook heel veel verschillen tussen de verschillende containerlocaties. En dat in veel gevallen er een combinatie is van zakken en van grofafval dat te groot is om in de container te passen. En wat de wijk met de meeste bijplaatsen van zakken dat is Crabbehof noordwest wat waarschijnlijk niet heel verrassend zal zijn voor de meeste van u. In ieder geval voor mij is het heel herkenbaar. Dan met deze resultaat hebben we gekeken naar de opzet van de proef. Nou als eerste hebben we nu nodig selectie van de buurten waar we de proef gaan uitvoeren en om het verschil van het werken zonder afvalpas om de bijplaatsingen te kunnen meten en zeker de zakken, hebben we een buurt nodig met voldoende zakken naast de ondergrondse containers. En we willen dus naast een proefbuurt ook een controlebuurt hebben waar we wel met een zak blijven werken die een beetje vergelijkbaar is. Zodat we ook ja, seizoens- en weerinvloeden kunnen uitsluiten. En tijdens de proefperiode gaan we dus ook weer net zoals we gedaan hebben in het vooronderzoek metingen uitvoeren. We beginnen met een nul onderzoek, een nulmeting, dan gaan we in de proefbuurt de containers openzetten dat mensen zonder afvalpas kunnen storten en dan blijven we meten.

En dan gaan we de effecten volgen en analyseren. En dat wordt dus vastgelegd allemaal in een schouwformulier zodat we per locatie kunnen zien wat de effecten zijn, de bijplaatsingen, de zakken grofvuil, maar ook bijzonderheden die ze aantreffen, zullen ze achteraf ook goed de analyse kunnen maken. En na drie maanden willen we ook een bewonersonderzoek uitvoeren naar de beleving van de inwoners in de buurten, wat ze vinden van de bijplaatsingen en wat ze vinden van hoe de openbare ruimte erbij ligt. Want dat is niet alleen van wat we meten, maar ook wat de mensen ervan vinden, is van belang. En dan kom ik tot de analyse van de metingen en de resultaten. We verwachten dat we na drie maanden zoveel data hebben en zoveel ervaringen, dat we al een goed beeld kunnen schetsen van wat de effecten zijn. Of het leidt tot minder bijplaatsingen van zakken of andere bijplaatsingen of dat het niet uitmaakt. Ook dat we een beeld hebben van of het leidt tot ongewenste neveneffecten of dat die meevallen of wegblijven. En wat ook nog kan is dat de effecten gewoon heel erg onduidelijk zijn of niet eenduidig waardoor we kunnen zeggen, we kunnen nog niks definitief zeggen. Dat kan ook leiden tot het voorstel om misschien nog iets langer de proef te doen of het iets bij te stellen.

En de resultaten die we dan die drie maanden ophalen die willen dan weer terugkoppelen aan het college zodat het college weer daar, zeg maar, een bevinding op kan doen. De voorzitter: De heer Fokkens. Dit was de presentatie. Dank u wel. Beste collega's, ongetwijfeld heeft u vragen. Alvorens ik het woord aan u geef even nog wat spelregels. Dit is een technische sessie. Ik vraag u uitdrukkelijk om geen politieke vragen te stellen, u mag allen technische vraag stellen want in feite is mevrouw De Jonge wel aanwezig,

2

maar we gaan hier geen oordeelsvormende vergadering houden. Dus technische vragen graag en ik hoop dat de heren de vragen zo goed mogelijk zullen beantwoorden en graag via de voorzitter, als u uw hand opsteekt, krijgt u het woord van mij. Ik zag al de heer Van der Spoel. Als eerste de heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Ja dank u wel. Voorzitter, als initiatiefnemer van de motie die met een meerderheid is aangenomen ben ik blij dat we vandaag deze raadsinformatiebrief bespreken. Want het is goed dat we op zoek gaan naar oplossingen voor dit probleem. Ik ken de wethouder namelijk niet alleen als een heel intelligente wethouder, maar ook als enthousiast en als iemand die graag out of de box denkt. Daarom was mijn verbazing ook best groot toen ik deze raadsinformatiebrief las en ben ik blij met het voorstel van de heer Kuhlmann om deze RIB te bespreken en een beeldvormende sessie zodat we in gezamenlijkheid kunnen besluiten om dit experiment op een open en enthousiaste manier aan te vliegen. Want ik kreeg van deze raadsinformatiebrief eigenlijk een gevoel van hé, hebben we er eigenlijk op deze manier wel zin in? Dus daarom nu een aantal vragen waarmee ik zoiets heb van laten we er vooral iets moois van gaan maken. Want ik lees in de RIB dat 60 procent van alle voorwerpen die naast de containers stonden überhaupt niet in de trommel van de container passen.

Dus ik ga ervan uit dat 40 procent daar wel doorheen kan. Er worden al een flink aantal maatregelen genomen, denk een cameratoezicht, zo'n paal met van, deze plek is al drie dagen schoon en extra surveillance. Hebben de ambtenaren ook cijfers met hoeveel procent het aantal bijplaatsingen is afgenomen door deze maatregelen? En heeft u ook cijfers van wat de kosten zijn geweest van deze maatregelen, zodat we ze dadelijk ook kunnen vergelijken met deze proef die we hebben gedaan. De voorzitter: Wilt u alle vragen nu stellen? De heer Van der Spoel: Als het mag heel graag. Normaal ben ik heel kort van stof, maar zo kennen de collega's mij ook, maar nu heb ik een aantal vragen achter elkaar dus als het kan heel graag. De voorzitter: Oké. De heer Van der Spoel: Eens even kijken. Stel, deze is toch voor de wethouder, dat de wethouder aan het begin van deze periode had geroepen... Mag dat niet? Nee? Sla ik die even over. Oké. Wanneer de proef leidt tot onaanvaardbare neveneffecten, zal dat reden zijn om de proef eerder te beëindigen, staat er in de RIB.

Wat nu als blijkt dat de proef leidt tot positieve neveneffecten en is dat scenario al uitgewerkt hoe we dan daarmee verder gaan? Bij deze kosten is nog geen rekening gehouden met de hogere kosten voor het verwerken van het niet gescheiden restafval, waarvan de tonnage toe zal nemen door oneigenlijk gebruik en door slechtere afvalscheiding. Op welke cijfers baseert u zich dat u de conclusie kan trekken dat er slechter afval wordt gescheiden dan nu al gebruikelijk is bij een ondergrondse afvalcontainer. Dan staat er ook in de RIB, de keuze om de containers open te zetten, zorgt er ook voor dat we niet langer kunnen legen op basis van het volmeldsysteem. Doordat we niet meer kunnen sturen op het tijdig legen van de containers bij extra afvalaanbod is de kans groter dat deze containers volraken voor de leging, wat kan leiden tot meer bijplaatsingen van zakken. In Den Haag hebben ze vele wijken met ondergrondse containers waar bewoners hun afval kwijt kunnen zonder dat zij een pas nodig hebben. Hebben jullie in het vooronderzoek dat is gedaan steden benaderd die dit systeem al hanteren? En we blijven ook nog even in Den Haag. Hebben jullie ook in het vooronderzoek meegenomen dat er in Den Haag ook ondergrondse containers

3

geadopteerd kunnen worden door bewoners? Zo worden bewoners ook betrokken bij het schoonhouden van de plek rond deze container. Ben er bijna hoor, voorzitter. De uitkomst van de nulmeting stelt de vraag of de uitvoering van de motie leidt tot de gewenste oplossing om illegale dumpingen tegen te gaan, lees ik. Waar in de motie leest u dat de gewenste oplossing het tegengaan van illegale dumpingen is? Want dan kom ik bij mijn volgende vraag en, ik laat ook nog wat voor jullie. Laatste vraag, laatste dan bewaar ik, even kijken die... Ja ik wil wat ik net zag in dat lijstje bij de vorige sheet waar we bewoners ook gaan vragen hoe zij dat ervaren, zijn dat de kritieke prestatie indicatoren waarop we baseren of het een succes is of niet? Of kunt u ons duidelijk maken wat dan precies die kritieke prestatie indicatoren zijn? Ja ik gebruik de woorden die erin staan, voorzitter. De voorzitter: Via de voorzitter, graag. De heer Katif: Waarschijnlijk bedoelt u de KPI’s, dat is volgens mij wat... De voorzitter: De heer Van der Spoel bedankt voor al deze reeks vragen. Ik heb ze niet kunnen noteren, maar ik kijk de ambtelijke ondersteuningen, die hebben de vragen genoteerd. Kunt u daarop antwoorden? De heer Fokkens: Ja bedankt. Ik kan in ieder geval, ik heb een deel meegeschreven en Jos heeft ook een deel meegeschreven.

Nou uiteraard gaan we wel de proef positief in, want we willen gewoon eerlijke resultaten. We hebben inderdaad ook een aantal kanttekeningen geschetst zodat mocht het anders zijn als in de motie aangeven is dat dat niet als een verrassing komt. De slechtere afvalscheiding, we hebben twee fases in de hele aanloop naar de huidige containers met toe gaan passen. De eerste was al heel lang geleden dat we in de historische binnenstad hadden we ondergrondse containers die open waren, dat hadden we heel veel last van extra afval. We hebben ongeveer 2000 ton extra afval gekregen door de overgang van de zakken naar de ondergrondse containers en 1000 ton hebben we dus terugverdiend doordat ondernemers er gebruik van gingen maken, maar die gingen betalen via het reinigingsrecht. De heer Van der Spoel: Voorzitter even tussendoor, want dit gaat over, u baseert zich nu op cijfers uit 2003 toch van 20 jaar geleden? Oké. De heer Fokkens: Dat klopt en dus dat heeft tot een enorme reductie van de hoeveelheid restafval geleid. Daarna hebben we bij de uitrol van de ondergrondse containers Gemeente Dordrecht, met toegangspas is er ook weer een enorme reductie geweest van en van grof-, restafval en van de zakken restafval.

Dus het is logisch om, het is een logische gedachte dat een deel van wat we bespaard hebben dat het weer terugkomt want de toegangscontrole is ook een emotionele rem op oneigenlijk gebruik. Maar u heeft gelijk dat het een veronderstelling is. En de metingen moeten uitwijzen of dat klopt of niet. Den Haag ken ik. Daar wordt 7 miljoen euro per jaar aan besteed aan het ophalen van bijplaatsingen. Ik heb ook gekeken naar de tonnage van Rotterdam heb ik niet, heb ik het tonnage van Den Haag wel en het aantal containers en per ondergrondse container in Den Haag of per container, want er zijn nog veel bovengrondse ligt er vier keer zoveel bijplaatsingen als in Dordrecht. Dus we doen het in vergelijking met Den Haag goed. De voorzitter: De heer Van der Spoel.

4

De heer Van der Spoel: Is dan ook bekend hoeveel mensen in die omgeving rondom de container wonen. Is dat ook vier zoveel als in Dordrecht rondom container want dan kunnen we een juiste vergelijking maken, lijkt mij. De heer Fokkens: Ik verwacht dat het minder zijn omdat in Den Haag ook nog veel bovengrondse containers staan en daar kan gewoon minder afval in. Dus dan heb je meer zeg maar minder inwoners per container maar goed, zo diep is mijn analyse niet gegaan. Maar per containerlocatie is er vier keer zoveel in gewicht bijgeplaatst als in Dordrecht en die gegevens zijn schaars. Dus van Nijmegen heb ik ze ook gevonden en dat was meer vergelijkbaar met Dordrecht. De container adoptanten, die hebben we in Dordrecht ook die zorgen ook voor schonere container locaties. Dat is bekend. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: De mensen die dan een container adopteren, hebben zij net als in Den Haag dan ook een sleutel van de container? De heer Fokkens: Ze hebben geen sleutel maar wel een afvalpas. De heer Van der Spoel: Net als de rest van de inwoners dan toch? De heer Fokkens: Nou er zijn ook container adoptanten die gewoon in een eengezinswoning met tuin en met minicontainers met bakken zijn en die gaan dus niet in hun eigen restafvalbak doen dus die hebben dan een pas gekregen van de container.

En soms is ook dat een groter gebied beheren met containers waar de pas niet werkt. De voorzitter: Mijnheer Fokkens, u heeft nog een aantal vragen opstaan. De heer Fokkens: Ik had nog zeg maar KPI’s, we zijn niet van tevoren KPI’s zeg maar meegegeven uit de motie behalve dat het beter moet, minder bijplaatsingen. Dus we zullen gewoon rapporteren wat de veranderingen bijplaatsingen is. En aan ja, het is dat is ook een politieke vraag van wat acceptabel is als wat niet dus daar ga ik geen antwoord op geven. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dan vraag ik me even af hoe je de evaluatie gaat doen als je zegt het is puur evalueren van een bepaald project daar is niks politiek aan. Op het moment dat ik zeg daar wil ik bijvoorbeeld 25000 ton aan afval minder dan is dat een doelstelling. Maar nu zeg ik alleen maar er is een proef en die proef willen we aan het einde gewoon evalueren. Slaagt hij of slaagt hij niet. En nu heb ik het niet over slagingspercentage qua getallen. Maar hoe evalueer je dat? Want dat is iets anders dan einddoel evaluatie. De voorzitter: Mijnheer Fokkens, wat is uw reactie? De heer Fokkens: We geven in ieder geval aan wat de veranderingen zijn door de proef en we zetten dat ook tegen af tegen de nulmeting waar we waar we niks doen. En ook nog een reactie op een andere vraag, we hebben ook in al diverse interventies gedaan.

5

Ik heb toevallig een rapportage meegenomen en dat in Krispijn, zien we dat er behoorlijk teruggang is van afval wat op straat geplaatst is, van bijplaatsingen. Die kunnen we ook meenemen tijdens die proef want op het moment als we dan in een andere, in een derde wijk een interventie doen, dan zullen we ook de metingen daar laten uitvoeren. Dat we ook dat kunnen vergelijken. Maar we doen het alleen wel in absolute getallen dus is het gelijk de helft minder, is het helemaal schoon geworden. Dat zijn cijfers die we gewoon objectief kunnen rapporteren. En dan is het aan de politiek om te interpreteren of dat naar tevredenheid is of niet. En om u mee, zeg maar extra informatie te geven, geven we ook mee wat de inwoners in de betreffende buurt ervan vinden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Spoel heeft nog een aantal vragen openstaan. De heer Debet, u wil daarop reageren. De heer Debet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal ze toch proberen door te nemen. Zoals collega Fokkens net al zei, er zijn ook andere interventies al gepleegd. En daar leren we ook van. Ik merk wel dat in de motie, maar dat kan ik verkeerd geïnterpreteerd hebben. Dat we wel voor bijplaatsingen dat het een van de onderzoeksobjecten is. Ik lees het er wel doorheen, dat u denkt van als we de pas weghalen, dat dan het aantal bijplaatsingen zal afnemen. Volgens mij zijn de andere zaken.

Ja dan wat gewenste neveneffecten, uiteraard zullen die ook rapporteren als we die merken en voor de rest is alles beantwoord als ik het zo doorlees als, voorzitter. De voorzitter: Zijn uw vragen beantwoord? Welk vraag staat open? De heer Van der Spoel: De flink aantal maatregelen die al worden genomen dus cameratoezicht, zo'n paal met deze plek is al drie dagen schoon, een extra surveillance van boa's. Hoe dat zich verhoudt? Dat ik dat graag mee zou willen zien in de evaluatie en wat dat ook kost. En wat de kosten hiervoor zijn dat je die naast elkaar kan zetten om te kijken wat nu de beste maatregel is. De voorzitter: Kunt u daaraan voldoen? De heer Debet: Ja. Voorzitter, in die zin dat collega Fokkens net ook meldde dat we deze proef vooral in een afgebakend gebied willen gaan doen van straat waar de maatregel is de afvalpas te vermijden of in ieder geval niet meer te hoeven gebruiken. Maar alle andere maatregelen die we in andere wijken nu al treffen, getroffen hebben, die kunnen we wel meenemen in de totale, om een totaalbeeld mee te geven.

Dus los van de proef die we dan gaan doen voor zeg maar afvalloze straat en buurt, dat ook alle andere dingen daar nog tegen het licht houden, zodat wel die vergelijking kunnen trekken van wat heeft nou het meest effect gehad? Is het de afvalpas sec of zijn er ook andere maatregelen die effect hebben gehad om het aantal bijplaatsingen te voorkomen? De voorzitter: Ik zie een handje van de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. De heer Van der Spoel, die heeft al een aantal vragen gesteld die ik ook wilde stellen. Dat scheelt weer tijd. Sterker nog zijn inleiding is eigenlijk ons uit het hart gegrepen. Met de slotzin van goed laten we vooral open en enthousiast aan de proef beginnen. Toch heb ik nog een paar andere vragen. In de eerste plaats in de RIB wordt genoemd als een van de nou ja, mogelijke obstakels dat nu

6

de containers om te kijken of ze vol zitten, dat dat wordt bijgehouden aan de hand van het aantal keren dat pasje erbij wordt gehouden. Wat een voordeel is, is dat we als Dordtse VVD vaak langs de deuren gaan. En een tijdje terug was het ook bij iemand met ervaring binnen HVC en wat op die manier leerde, is dat er in andere gemeenten ook wel gewerkt wordt met bakken waarbij daar niet aan de hand van het aantal pasbewegingen wordt gekeken van hoe vol die is, maar door middel van een sensor in de in de container. En ik begreep zelfs ook dat dat op de lijst staat om in Dordrecht ook te introduceren, of wellicht ook al op enkele plekken is geïntroduceerd. Mijn vraag is, is dat het geval in Dordrecht en op het moment dat er al eentje is of eraan zit te komen, kunnen we dan die zaken met elkaar combineren en de proef doen of de bak, die nieuwe bak met zo'n sensor plaatsen op de locatie waar we de proef gaan doen. Dan kunnen we misschien op een mooie manier dit bezwaar opzijzetten. Dat is de eerste vraag dan nog drie korte vragen. Er werd gezegd over dat de proef drie maanden duurt, korter op het moment dat het nou ja heel veel problemen zou opleveren. Maar het is natuurlijk ook een scenario. Dat lijkt mij niet ondenkbeeldig dat het een heel groot succes is.

Is dan ook de mogelijkheid om wat langer door te laten lopen? Want dan bewijzen we de betreffende bewoners denk ik een mooie dienst. Een andere, de derde vraag is of de proef ook bekend wordt gemaakt in de buurt? Want als de proef loopt maar geen van de bewoners weet of misschien via een heel klein berichtje ergens in het gemeentekrantje van dat die proef er is. Ja dan kun je ook straks zeggen van ja het was geen succes maar dat is een... En de vierde en laatste vraag, er werd gezegd, de resultaten worden teruggekoppeld naar het college. U kunt zich voorstellen... Dat is een van de reden waarom we hier ook vandaag zitten, wij zijn natuurlijk ook heel erg benieuwd naar die resultaten. Of die resultaat dan ook worden teruggekoppeld aan de raad? De voorzitter: De heer Kuhlmann, bedankt voor deze vragen. Ik kijk u aan, mijnheer Fokkens. De heer Fokkens: Bedankt, mijnheer de voorzitter. Om met die laatste te beginnen. Dat is een politiek iets. Daar ga ik niet over, dus daar ga ik ook niet op antwoorden. Dus dat kunt u in de volgende sessie als hij er komt aan de wethouder vragen. De ervaring met HVC, de sensor, het is het is inderdaad een optie waar we wel aan gedacht hebben. HVC is ermee bezig. Maar die sensor had heel veel kinderziektes. Ik heb vandaag gehoord dat die kinderziektes zeg maar opgelost kunnen worden.

En daarna is de vraag van wat zijn levertijden? Dus als het kan is het zonder meer de oplossing. Maar of die voor de proef haalbaar is, dat durf ik niet te beloven, maar het is een terecht punt. En ik ga ervan uit dat we in de toekomst echt met die sensoren gaan werken. Want dan heb je ook als iemand verhuist en allemaal volle zakken in de container doet. Dat hij gaat zeggen, ik wil geleegd worden terwijl normaal heel veel ook draagtasjes erin gedaan worden en dan kunnen er veel meer dan 70 zakken, soms wel 200 in. De heer Debet: Voorzitter, als ik dat nog mag aanvullen. Ik heb ook ervaring in andere gemeenten en juist de combinatie van zo'n sensor, plus het aantal tellingen van hoe vaak de klep geopend wordt. Dat noemen ze kalibreren. Dan weet je wel ongeveer wat inderdaad die... Hoeveel kleine zakken leidt tot een 80 procent vulling of hoeveel grote zakken leiden tot die 80 procent vulling. Dus je kunt inderdaad op containerniveau wel goed inschatten wat het echt is. Maar het is wel een combinatie van die twee, zowel de klepbeweging als de sensor. De sensor alleen is wel een goede indicatie, maar het kan ook zijn dat net een bezemsteel het radarsignaal onderbreekt en dat je dan lucht staat te ledigen. Wel op tijd erbij maar je bent er wel eigenlijk aan het ledigen terwijl dat volstrekt niet nodig zou zijn geweest op dat moment.

7

De voorzitter: De heer Fokkens. De heer Fokkens: Dan was ook nog de vraag over het langer laten doorlopen. Nou we hebben aangegeven dat we verwachten in drie maanden voldoende resultaten te hebben om een goed advies te kunnen geven. Dat was mijn laatste conclusie dat resultaten zo onduidelijk zijn dat we zelf aan het college adviseren om de proef langer door te laten lopen om goede gegevens te krijgen en uiteraard de terugkoppeling aan het college kan voor het college een reden zijn om te zeggen van nou we willen daarmee verder gaan of niet. Maar dat laat ik echt aan het college. Dat is niet waar we ambtelijk een keuze voor maken. De voorzitter: Er was nog een laatste vraag, bekendmaken van dit experiment. De heer Fokkens: Dat doen we in ieder geval huis aan huis. We zullen ook... De kans is groot dat een locatie waar een woning operatie een deel of misschien wel alle woningen verhuurd dus die zullen ook daarbij betrekken dat het bekend wordt. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Als ik hem heel concreet mag maken. Aan huis is bij iedereen een briefje of een flyertje in de brievenbus en via die woningcorporaties op het prikbord in het in de portiek dat er een mededeling hangt. In die sfeer, versta ik u dan goed dat het die richting is? De heer Fokkens: Ja en het kan zelf zo zijn dat de huismeester er ook nog een actieve rol in speelt.

Dat hij ook, die kent zijn pappenheimers en ook mensen aanspreekt van, haal eens je balkon leeg en je hebt er nu geen pas meer voor nodig. De voorzitter: Als laatste. De heer Kuhlmann: Een van de redenen dat dit speelt is met name omdat er natuurlijk ook wel sprake is in buurten met kamerverhuur met mensen die uit Oost-Europa, ook vaak met heel veel mensen in een klein appartement zitten. Dan speelt de taal natuurlijk ook een rol. Wat ik u wil meegeven om daar ook naar te kijken in de communicatie. Want dat zijn denk ik bij uitstek juist de huishoudens waar nou ja als je met tien Bulgaren in een flatje zit korte tijd waar men die afvalpas misschien iets minder dan de gemiddeld Dordtenaar wordt gebruikt. Als we die mensen kunnen bereiken, zou dat heel fijn zijn. De voorzitter: Mooi. Mooie aanvulling. Ik kijk de heer Roggekamp aan en daarna de heer Groenewege en daarna de heer Klerk. De heer Roggekamp: Ja dank u wel voorzitter. Ja. De heer Kuhlmann heeft aangegeven van kunnen die openingen niet op een andere manier gemeten worden? Nou dat is heel fijn al. Wat ik me wel nog als laatste afvroeg van de folders.

Ik hoop dan dat die in een iets breder gebied komen dan alleen de mensen van die pas want anders ga je dat effect van er net naast en de mensen die misschien toch dus die andere container of zo al hebben, ga je missen hè? Terwijl als je dat in de toekomst helemaal vrijgeeft, krijg je wel dat die mensen misschien ook wat in gaan doen. En vanuit de presentatie kreeg ik eigenlijk een vraag voor mezelf van er wordt drie maanden gemeten. Hoe vaak wordt zo'n container gelegerd in die periode? Want als zo'n ding eens per maand maar geleegd wordt gemiddeld ja, dan hebben we drie metingen. En dat vind ik al een ‘…’ wel heel erg

8

smal dus ik was eigenlijk heel erg benieuwd, hoe vaak wordt zo'n kom trainen gemiddeld geleegd? De voorzitter: Concrete vraag, wie wil daarop reageren? De heer Fokkens: Dank u, voorzitter. Dat wisselt van locatie tot locatie. Je hebt containers die heel snel volraken en die wat minder snel volraken maar de meeste, veel containers worden eens in de week geleegd of eens in de twee weken. Je hebt ook die drie keer in de twee weken geleegd worden en dat is vanuit de tijd van vaste frequenties. Nou hebben ze ook de mogelijkheid dat ze wat schuiven en dat ze containers die bijna vol zijn. Die doen ze in de route en containers die nog niet vol zijn die slaan ze dan een keer over. Maar de metingen die staan los van het legen van de containers. Want de metingen doen we op vaste dagen, bijvoorbeeld op de maandagen. Dat is typisch een dag dat er veel bijplaatsingen zijn en de afstemming met HVC is ook dat we zorgen dat HVC de bijplaatsingen in het proefgebied pas opruimt nadat de metingen gedaan zijn. En ja bijvoorbeeld, dat doen we ook weer op een doordeweekse woensdag of donderdag. Dus zijn meerdere meetmomenten en die staan los van het leger van de containers. En die staan ook los van de bijplaatsingen. De voorzitter: Er staat nog een vraag open, hoe breed wilt u communiceren in de wijk? De heer Debet: Sowieso primair degenen die gebruik maken van die containers.

Die zijn ook bekend bij HVC uiteraard. En ja de vraag is inderdaad waar ik op dit moment niet meteen antwoord op kan geven van of we dan ook zeg maar de omliggende mensen daar ook vrij spel geven om zonder die pas te kunnen storten. Fysiek is dat gewoon mogelijk, want dat zal zich ook wel rondgaan gaan spreiden. Maar voor de zuiverheid van de proef zou het netter zijn als we alleen die doelgroep primair houden voor de mensen die gebruik maken van de betreffende containers. De voorzitter: Dank u wel, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel, ik heb een vraag over het schouwformulier. Klopt het dat er alleen een open vraag wordt gesteld in dat schouwformulier over het aantal bijplaatsingen en dat daar niet een bepaalde gestandaardiseerde meetmethode op wordt toegepast? De voorzitter: Wat is uw reactie? De heer Debet: Voorzitter, dat is inderdaad een formulier dat we geleend hebben van een onderzoeksbureau. Maar we hebben zelf ook uiteraard al eentje in ontwerp waar wat concretere vragen over zijn. Die echt wel ja, nee dan wel een, twee, drie, vier, vijf zullen zijn hebben dus een ordinale schaal. Open vragen zullen we vooral stellen in het bewonersonderzoek en dat zit uiteraard niet in dit schouwformulier opgenomen.

De voorzitter: U heeft een vervolgvraag? De heer Groenewege: Ja of dan ook kan gekeken worden naar de kwaliteitscatalogus openbare ruimte van kennisinstituut CROW. Daar staan ook allemaal ordinale schalen in. Dat loopt van a plus tot d, met zeg maar foto’s erbij van allerlei verschillende scenario's van hoe netjes ligt de openbare ruimte erbij en dat is een gestandaardiseerde meetmethode die heel veel gemeenten toepassen om het onderhoudsniveau van de openbare ruimte te meten. En dat zou hier ook zeer geschikt voor zijn. Wat mij betreft. Wordt dat meegenomen?

9

De voorzitter: Wat denkt u van dit advies? De heer Fokkens: Die gebruiken we al bij de metingen die we nu doen voor de kwaliteit van de openbare ruimte. Dus die gegevens hebben we alleen die zijn vrij algemeen. Dat is, is het beeldkwaliteit nou a is schoon, is het b, c of d. En als je weet dat het d is dan weet je nog niet waardoor het d is. Terwijl we veel specifieker weten, komt het omdat er iemand allemaal zakken met plastic blikken drinkpakken bij die ondergrondse container gelegd heeft? Misschien niet de beste plek, maar wel goed bedoeld. Of is het een hele inventaris of is het een hele stapel zakken huisvuil? Dus we willen veel specifieker weten en dus we hebben straks stadsbreed hebben we wel een beeld van hoe de beeldmeetlat uitwerken, maar voor dit onderzoek en ook voor wat we nu al doen bij de interventies vanuit het programma plan schoon kijken we veel specifieker. Om ook de gegevens te kunnen duiden en nu ook om te kunnen zeggen welke verschillen zien we met de referentiebuurt. De voorzitter: De heer Klerk, u had uw hand ook opgestoken. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter, ik had nog een aantal vragen. Allereerst even de keuze voor de wijken. Er is nu alleen voor Dordt West gekozen. Als ik het goed heb gezien. Terwijl het probleem toch wel breder ligt is.

Wat is de reden dat er niet buiten Dordt West, hoe zeg ik dat word geëxperimenteerd of een proef wordt gedaan? De andere vraag die gehad die ging over de communicatie die werd opgesteld door de Kuhlmann. Dus die sla ik over wel met de mededeling erbij dat die wel echt cruciaal is en dan niet zozeer welke huishoudens worden geïnformeerd, maar vooral de toon die de muziek maakt. Want dat brengt me naar mijn laatste vraag.

Ik heb zelf destijds in een wijk gewoond waarbij er een proef werd gedaan met oranje containers die ingevoerd werden en ik weet toen hij ingevoerd werd, toen was de buurt app, nou ja te klein zeg maar. Met alle kwalificaties voor de gemeente. Er was onrust en toen de proef was afgelopen, gebeurde precies hetzelfde want het beviel toch wel. Maar wat ik daarmee wil zeggen is uiteindelijk elke verandering leidt tot onvrede. Dus ik zit daar dan wel mee. Kijk. Het nadeel van experimenten is als we het beëindigen nou ja, hoe gaan we daar dan mee om? Dan ga je terug naar de oude situatie. En hoe zorgen we dat dat niet een averechtse werking gaat hebben dat mensen dus juist lak hebben aan wat er voorgeschreven wordt. De voorzitter: Bedankt voor deze vragen en ook uw zorg. Wie wil op deze vragen antwoorden? De heer Fokkens: Voorzitter op de eerste vraag als u de grafiek goed gezien heeft ziet u daar ook de Staart West bij dus we hebben wel beter gekeken als Dordt West. We hebben ook gekeken naar bijvoorbeeld de Vogelbuurt maar daar is zoveel sloop en nieuwbouw dat dat een ja een wat onhandige buurt was, was toen de conclusie om daar het vooronderzoek in uit te voeren. Maar goed we hebben we hebben wel gekeken naar de buurten waar we veel bijplaatsingen hebben want als je weinig bijplaatsingen hebt, heb je ook weinig te meten.

En de Vogelbuurt en de Staart hoorde ook bij de selectie vooronderzoek, maar de Vogelbuurt is afgevallen en ja, de Transvaalbuurt is zo complex dat we dat ook... En dan moet je ook keuzes maken. Krispijn leek ons beter uitvoerbaar als Transvaalbuurt dus we hebben heel bewust gekozen van waar gaan we het vooronderzoek doen? Ook met het oog van zijn die buurten geschikt om de straks de proef uit te voeren.

10

De heer Katif: Voorzitter? De voorzitter: Aanvullen hierop? De heer Katif: Ja, aanvullend hierop. U hebt gezegd dat er is een keuze gevallen op plekken waar bijplaatsingen zijn. En de vraag en volgens mij is verdiepend welke criteria zijn er, en we doen alleen bijplaatsingen dat snap ik. Maar er zijn nog meer criteria waarop je zo'n proef kan, voor zo'n proef kan, zo'n plaats kunt kiezen. Bepaalde bevolkingsgroepen, ja het klinkt heel raar. Een bepaalde man, vrouw zijn wel criteria en niet alleen bijplaatsingen. Als het alleen maar daarom gaat. Dan kun je net zo goed met een handhaver even langs en zeggen joh die en die en die plek daar ga ik even staan en dan kan ik controleren. Dus er zijn iets meer criteria dan. Zou ik graag willen weten. De voorzitter: De heer Fokkens. De heer Fokkens: Dat soort criteria hebben we niet gekeken want het feit dat er bijplaatsingen zijn en of je dat zonder afvalpas kan verminderen, dat was het uitgangspunt. Waar we wel naar gekeken hebben is of je een gebiedje redelijk stand alone kan organiseren dat als je zeg maar bij zes containers zegt daar is geen afvalpas dat dat ook een afgeschermd gebied is en niet dat zeg maar er nog zes containers zeggen van oh dat is makkelijk dan loop ik 50 meter verder en dan heb ik geen pas nodig. Dus dat dat hebben we wel naar gekeken maar hele demografie erachter dat kan wel een onderdeel zijn van de analyse.

Alleen met een kleine proef is dat wat lastiger dan als je een heel grootschalige proef zou doen. De heer Katif: Je zou bijna iets willen zeggen maar dan wordt het politiek maar dat doen we niet. Nou ja het is een beetje nee. Ik werd door twee mensen even gemaand om dat niet te doen, dus ik doe het ook niet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Katif, maar er rest nog één vraag. De heer Klerk want de heer Klerk had aangegeven nou ja, en wat doen we nou drie maanden nadat de proef wellicht mooie dingen teweeg heeft gebracht in de wijk. En we stoppen ermee. Wat gebeurt er dan? De heer Fokkens: Nou verlengen door uitrollen of stoppen dat hoor ik graag van of het college of de Raad net afhankelijk van de politieke discussie. Maar op het moment als die gestopt wordt dan zullen we ook de mensen en waarschijnlijk ook de buurt eromheen omdat het verhaal zich wel verspreid heeft. En dan gaan we, dat lijkt me ook logisch om juist de mensen die in de, van de proef en de buurt omheen te informeren over wat de proef heeft opgeleverd. Dat dat doen we het liefst bij elke proef ook terugkoppeling van de resultaten. De heer Klerk: Mag ik nog een vervolgvraag stellen? Die werd me ook ingefluisterd door collega Roggekamp naast mij. Ik herinner mij van we hebben ook een actie gehad met de schoonste wijk. Of iets dergelijks hè. Daar stonden allemaal van die metertjes.

Zoveel dagen geen bijplaatsingen en dergelijke. En dat is onder andere op nou ja een aantal punten die ik regelmatig zie. En ik zag dat zodra de actie afgelopen was. Nou ja toen was de bijplaatsing weer aan de orde van de dag. Dus ik zou ook wel benieuwd zijn en wellicht is dat mogelijk van als we de proef beëindigen om dan toch nog even twee weken door te meten om te kijken wat er gebeurt en wat het effect is en dat onaangekondigd en niet tegen de bewoners vertellen zeg maar. De voorzitter: De heer Fokkens.

11

De heer Fokkens: Dat doorgaan met meten is een prima idee en u heeft het over een heel ander onderwerp. En daar zien we inderdaad per locatie sommige locaties waar de schoonste buurtactie heeft gelopen, blijft het schoon. We hebben de laatste tijd een paar locaties en dit zijn alle lastige locaties waar we het heel snel terug zien komen. Dus dit is een actie die we gedaan hebben juist in buurten waar het redelijk ging want daar kan je het snelste effect bereiken en we zien dat een aantal locaties waarvan we afvroegen of dat daar zou werken dat het dan niet altijd meer werkt en dat je dus echt andere interventies nodig hebt om die mensen ook mee te krijgen. De voorzitter: De heer Kolkiliç, u wilde ook een vraag stellen. De heer Kolkiliç: Ja dank voorzitter. De heer Van der Spoel die had een soortgelijke vraag gesteld voorzitter maar ik ga hem toch stellen want ik kan het niet helemaal plaatsen. We gaan een proef starten zonder criteria. Hele simpele vraag, hoe wordt nou uiteindelijk bepaald of de proef succesvol is? Welke meetbare doelen en KPI's gaan we hanteren als gemeente om de resultaten te evalueren. En dan gewoon heel simpel gaan we kijken naar een aantal bijplaatsingen, afvalscheiding, financiële impact.

Mijn tweede vraag is welke maatregelen worden overwogen om oneigenlijk gebruik, bijvoorbeeld bedrijfsafval of afval van elders tegen toe houden? De voorzitter: Dank u wel, de heer Kolkiliç. De heer Fokkens. Mag ik u aankijken of de heer Debet. De heer Fokkens: Ja even kijken. Wanneer zijn we nou, de wetenschapper in mij zegt het is geslaagd als we duidelijke resultaten hebben ongeacht wat die resultaten zijn. Dus op het moment als we klip en klaar kunnen zeggen het leidt tot 100 procent reductie van bijplaatsing of 50 of 20 of het heeft geen effect, als we dat hard kunnen maken, is het voor mij geslaagd. Maar politiek gezien kan het anders zijn. Maar wij gaan puur over techniek. Van kunnen we een goede proef organiseren die betrouwbare resultaten oplevert. Afval van elders. Dat is een lastige. Dat is ook juist een van de risico’s die we signaleren. Kan van bedrijven zijn. Het zou ook van buurgemeenten kunnen zijn. Het is lastig tegen te houden want we hebben ook nu juist handhaving gevraagd om actief op te treden tegen bijplaatsingen, maar we krijgen teruggekoppeld dat het heel moeilijk is om de daders te traceren. Een heterdaadje is heel moeilijk. En adresgegevens als er al enveloppen in zitten of adresstickers, is meestal het adres er afgescheurd of geknipt en kan de boa daar niks mee. En volgens mij had u nog een vraag...

De heer Debet: Ik had nog een aanvulling op inderdaad, zodra een afvalzak eenmaal in de container zit... Dank u wel. Zodra een afvalzak eenmaal in de container zit als die van de buurgemeente afkomstig is of een bedrijf dan is hij uiteraard helemaal niet meer te traceren als dat het geval is. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schnabel, u heeft ook een vraag. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, ik was benieuwd in het staatje staat stuks grofvuil, wordt daarmee bedoeld die 60 procent die te groot is voor dat wat in de container past? En daarnaast de tweede vraag is, kan er ook al een voorlopige duiding gegeven worden waarom dat in Wielwijk Noord dan dat grofvuil zoveel groter is dan in de andere wijken? De voorzitter: Interessante vragen. De heer Fokkens: Wielwijk Noord. Dat is eentje die me ook opviel. En wat we op sommige plekken zien, is dat de ondergrondse containers ook soort mini afvalbrengstation zijn.

12

Dat mensen die geen zin hebben om naar de Baanhoekweg te rijden het daarnaast zetten. Het kan uit onwetendheid zijn. Dat zagen we in de Colijnstraat bijvoorbeeld, heel veel laaggeletterden. Ja, als je de pagina van HVC niet kan lezen. Ja. Hoe moet je weten waar je naartoe moet? Dus je kijkt naar buiten, je ziet er staat daar de container. Maar we zien ook wel van wat we ook op een gegeven moment hadden was dat een heel raamkozijn daarbij stond dat komt echt iets van de woning van rondom, maar van een van de privéwoningen met een tuin daarachter. En de, met de ‘…’, ja dat kan ook heel goed zijn dat het van de laagbouw aan de overkant daarnaast gezet wordt. Dus het kan zijn dat het juist van mensen afkomstig zijn die eigenlijk die container niet mogen gebruiken maar dat is puur de vragen die bij me opkomen. Dan zou je echt er dieper in moeten duiken en om dat beter te kunnen duiden. Maar dat zou een verklaring kunnen zijn waarom dat zo afwijkt van die andere plekken. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dus nadat dit onderzoek gedaan is dan kunnen we daar ook eigenlijk een beter antwoord op vinden. Kan ik me voorstellen. De voorzitter: Is dat zo? De heer Debet: Als ik daar antwoord op mag geven? Ja want bij dat, bij het hele onderzoek betrekken we ook een bewonersenquête.

Dus dan gaan we het ook hebben over of mensen besef hebben hoe ze met grofvuil om kunnen gaan. En dat er een afvalbrengstation is aan de Baanhoekweg en dat je daar een afspraak voor kunt maken of dat er opruimacties zijn in de wijk. Al dat soort zaken gaan bevraagd worden aan de inwoners en dat zullen we dan ook uiteindelijk aan het college meegeven om daar ook aandacht voor te hebben. Of dat dan de Raad bereikt, dat is een politieke discussie. De voorzitter: Dat is een mooi antwoord. De heer Hartmeijer, u heeft ook een vraag. De heer Hartmeijer: Ja dank voorzitter, twee vragen. Ik hoorde de ambtelijke ondersteuning de criteria noemen waardoor die vijf buurtjes uit de bus zijn gekomen. Maar we zoeken als ik het goed heb begrepen we zoeken een buurt waar we de proef gaan doen. Het is mij nog niet helder welke data er nu nog gebruikt wordt om tot die ene selectie te komen. Dat is vraag een. Hetzelfde geldt voor de proeflocaties. Welke data wordt daar dan voor gebruikt omdat weer te counteren en de tweede vraag is, daar duidde de heer Kuhlmann al op. We hebben natuurlijk ook te maken met een aantal wijken met arbeidsmigratie, migranten die daar wonen. Nou hè kun je straks dus een buurt gaan proeven. Maar dat betekent dat die andere buurt dat nog steeds mensen misschien niet in bezit zijn van een pasje omdat die verloop in de in de woningen vaak heel hoog is.

Dus dan vraag ik me toch af kan niet een en ander gekoppeld worden dat er toch aandacht komt voor dat fenomeen? De voorzitter: Dank u wel, de heer Fokkens mag ik u het woord geven. De heer Fokkens: Dit zijn typisch de vragen die we graag ook uit alle interventies willen halen. Voor de proef en de referentie zal je een deel juist kunnen oplossen doordat zeg maar die als er tien mensen in een woning, ook al mag het niet maar dat komt voor ja die kunnen allemaal hun afval kwijt. En in de referentiebuurt gaat het nog steeds hetzelfde. Maar dit zijn juist ook zeg maar, want we hebben ook een programma van schoon, daar worden ook die interventies gedaan. Waar ik het ook net even over had op een vraag. Daar is een collega bij betrokken. Maar daar worden juist ook dit soort elementen betrokken van waarom gaat het niet zoals ze zouden willen en wat is er nodig

13

om dat te verbeteren? En dat nou kwam net even die, de schoonste buurt. Dat zijn wijken waar het op zich al redelijk gaat me wel te veel bijplaatsingen dat we hopen dat de goede de slechte meetrekken. Maar ja de echte hotspots heb je hele andere interventies nodig omdat daar de norm is van ja wat er niet inpast of zet je er maar naast en dan is die zak ook zo ernaast gezet. In die aanpak van de schone stad moet ook juist deze elementen naar boven komen hoe we dat voor deze kunnen verbeteren. De voorzitter: Bedankt voor het antwoord. De heer De Feijter.

De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik was nog benieuwd of er tijdens de proef ook wordt gemeten of de hoeveelheid aangeboden gescheiden grondstoffen of die nog veranderen en ook of een eventueel effect op de aangeboden hoeveelheid ongescheiden restafval ook wordt bijgehouden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Fokkens of de heer Debet? De heer Debet: Ja dank u wel voorzitter. Ja. Dat is bij de eerste verkenning, bij de eerste proef is dat al gebeurd. We hebben speciaal HVC de routes laten rijden. En ook apart laten wegen en storten dat we in ieder geval de hoeveelheid restafval konden meten. Ja, PMD hebben we nog niet in ondergrondse containers nog niet zitten. Altijd niet op heel veel plekken. Maar het restafval wordt wel gemeten en of dat gesorteerd is. Dat zit wel in de bedoeling om ook steekproeven van die lading van die vrachten om die te laten sorteren op basis van aanwezigheid van grondstof. Of dat toeneemt of afneemt. De voorzitter: Aanvullende vraag van de heer De Feijter. De heer De Feijter: Zou het ook mogelijk zijn om de hoeveelheid gescheiden grondstoffen dus PMD en dergelijke ook te meten tijdens de proef? De voorzitter: De heer Debet. De heer Fokkens: Ja we hebben PMD in zakken dus en papier en karton hebben we los op straat dus dat is ook ja wat lastig om te bepalen en het apart op te halen.

En het is ook heel relatief duur om die elke keer in zo'n heel klein buurtje apart op te halen. Dus bij de vorm voor het vooronderzoek hebben we ook alleen gekozen voor restafval omdat je daar al redelijk goed kan zien wat er gebeurt. Alleen de effecten op de afvalscheiding kunnen we daar wel zien want het zijn normaal communicerende vaten op het moment als de rest van de containers vrijgeven, dan is dat anders, want op het moment als het meer wordt hoeft niet te betekenen dat het slechter gescheiden wordt. Kan ook zijn dat dat afval van buiten zijn. Dus de vraag is terecht, maar de vraag is of we daar de kosten voor willen maken. De voorzitter: De heer De Feijter, nog als laatst. De heer De Feijter: Nog een vraag, is er dan nog een andere manier te verzinnen om toch die hoeveelheid gescheiden afval mee te nemen in die proef dat we daar ja we dat ook inzichtelijk kunnen krijgen? Van heeft het een effect op de voorscheiding? De voorzitter: De heer Fokkens.

14

De heer Fokkens: Wat denk ik goedkoper is om een visuele inschatting te maken van het aanbod. Ook omdat het een heel klein gebiedje is kan je dat... Dus we kunnen kijken of we ook een goed idee, of we bij de metingen bijvoorbeeld ook de metingen op een aanbieddag voor papier of plastic kunnen doen. In ieder geval een deel en ook een nulmeting natuurlijk zodat we daar wel een beeld van kunnen krijgen. Bedankt voor de tip. De voorzitter: En als laatst omwille van de tijd. De heer De Vries. Nee de heer Katif kijkt al heel boos de heer Katif, u bent straks als laatst. De heer De Vries. De heer De Vries: Dank u wel voorzitter. Ik werd net eigenlijk een beetje getriggerd door de Colijnstraat. Ik vraag me af hoe waardevol de data en de referentiepunten zijn. Want volgens mij zijn er in de Colijnstraat, al meer als acht jaar staat er geen enkel huis meer. De voorzitter: De heer Fokkens, Colijnstraat zijn er geen huizen. De heer Fokkens: Dat klopt. Alleen 12 jaar geleden of al 14 jaar geleden toen waren er nog wel allemaal bewoonde flats en had eenheden en toen was het by far, de straat met de meeste bijplaatsingen in Dordrecht. Het was daarna was het... Hoe heet dat daar? In Sterrenburg hebben we nog een straatje bij de Kapteynweg. Maar we hebben daar toen, toen was er ook een taskforce gekomen vanuit de gemeente. Daar hebben we op meegeleefd en zijn er een aantal interventies gedaan.

Hebben we behoorlijk wat tijd te energie ingestoken, maar het is ook succesvol, want het was altijd de meest vervuilde straat in Dordrecht en na die interventies wat uit het top tien verdwenen. Dat heeft wel meer dan een jaar die aanpak. En twee jaar later heb ik het nog weer laten checken en toen was het nog steeds uit de top tien. Dus het is wel een het bewijs dat met de lange adem en echte lange adem. Want pas na drie maanden interventie begonnen de eerste resultaten te komen. En met de eerste resultaten begon ook de woningcorporatie wat meer interesse te hebben en ook steeds beter aangehaakt want toen ze echt na een half jaar de resultaten zagen toen liepen ze harder dan dat ik van ze zou mogen verwachten. Omdat het ook die mensen tegen op de werkvloer aan het hart gaat, huismeesters. En dus het was een succes maar daarna is het gesloopt en er wordt nog veel meer gesloopt van de oudbouw en wat dat betreft ben ik blij want het geeft ook een kans om weer een nieuwe start te maken en het van het begin af aan te kijken hoe de hele openbare ruimte beter kunnen krijgen en houden. De voorzitter: Dank u wel. En ter afsluiting voordat we ruzie krijgen, de heer Katif. De heer Katif: Nee voorzitter, u krijgt geen ruzie met mij, maar ik wilde eigenlijk even verder ingaan op het dumpen van bedrijfsafval, want daar bent u eigenlijk verder niet op ingegaan.

Maar het zou best een invloed kunnen hebben op de proef die wij gaan maken. En ik heb geen maatregelen gehoord die je eigenlijk zou kunnen nemen om dat te kunnen voorkomen. Dat was ik eigenlijk benieuwd naar. U zei iets, u lichtte een klein puntje van de sluier maar bent verder niet ingaan. Dan zou ik graag dat u daarop ingaat. Technisch gezien. De voorzitter: De heer Fokkens, bedrijfsafval. De heer Fokkens: Ik zou niet weten hoe we dat kunnen voorkomen want het gebeurt nu ook al. Ik heb een keer een filmpje gekregen dat er een busje met een afvalpas leeg geladen werd in een ondergrondse container. Ik heb ook een keer dan had iemand de klep net iets opengedaan en dan konden de stroken laminaat erin. Het gebeurt nu ook al. Kijk als we, we hopen altijd dat handhaven er wat mee kan maar met het filmpje

15

zeggen ja we hebben geen daders daar dus we kunnen niks en als de containers openstaan dan ja ik zou niet weten... We kunnen bij iedere container een boa zetten 24 uur per dag maar dat is ook geen oplossing want dat was het verhaal waar ik mee begon. Dat we in de historische binnenstad met die ondergrondse container 2000 ton afval extra waarvan we 1000 euro weer terugverdiend hebben door gewoon te kijken waarbij wie het komt vandaan. En er zijn heel veel bedrijven toen in het reinigingsrecht gegaan. Dus de helft kregen we alweer terug via het reinigingsrecht, de kosten. Dus dat is juist een van de risico's op het moment als een aantal ondernemers ontdekt en gratis van de afval... Want ze zijn de meeste, ga ik vanuit, die zijn gewoon eerlijk en die hebben gewoon een container en dat is in the game. Maar er zijn ook van die ratten die zeggen van als het gratis kan dat weet ik het te vinden en dat is precies één van de risico's die ook in de raadsinformatiebrief staat. En als het zeg maar in de regio bekend wordt dan loopt het heel gauw over. De voorzitter: De heer Fokkens. Ik wil u en de heer Debet enorm bedanken voor de uitgebreide beantwoording van al deze vragen. Ik kijk deze commissie aan. Beste commissieleden u heeft naar aanleiding van de motie die destijds is aangenomen in de gemeenteraad vandaag het gesprek gevoerd.

Ook natuurlijk de raadsinformatie brief van het college. U heeft de gelegenheid gehad om technische vraag te stellen en die zijn netjes beantwoord. Resteert mij de vraag wat gaan we nu doen, de heer Kuhlmann. U heeft een voorstel. De heer Kuhlmann: Inderdaad, ik denk dat we, dat het heel goed was. Omdat we daar vandaag bij stil hebben gestaan. Is duidelijk dat het echt de aandacht heeft van het overgrote deel van de van de Raad maar wat mij, wat ons betreft is nu het moment aangekomen. Moet je gewoon voortvarend open en enthousiast mee aan de slag gaan. Hoeven we niet verder te bespreken en ik weet dat is natuurlijk nu niet ambtelijk beantwoord, maar de wethouder luistert natuurlijk mee, we zijn natuurlijk als Raad buitengewoon geïnteresseerd in de in de resultaten straks. De voorzitter: Bedankt voor deze mooie woorden. De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Daar sluit ik me volledig bij aan. De voorzitter: Dank u wel, de heer De Feijter. De heer De Feijter: Voorzitter. Ik heb een alternatief voorstel. We zien allemaal het probleem natuurlijk, de verschillende problemen die we hebben rondom afval en grondstoffen en zeker de bijplaatsingen. En tegelijkertijd kan ik me voorstellen dat deze RIB en het gedane vooronderzoek ook aanleiding heeft gegeven om misschien anders te kijken naar deze proef.

ChristenUnie/SGP heeft in eerste instantie ook al niet voorgestemd en kijkt hier nog steeds wel kritisch naar. Dus wij zouden hem eventueel wel oordeelsvormend willen bespreken. Of we nou echt door willen gaan met deze proef gezien het vooronderzoek. De voorzitter: Dat is een voorstel wat u doet. Dat zou... Laat ik inderdaad, de heer De Vries heeft inderdaad ook een voorstel. Ik kom straks even terug. De heer De Vries: Ik heb geen voorstel voorzitter ik wou alleen zeggen dat VSP zich aansluit bij de heer Kuhlmann van de VVD. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klerk.

16

De heer Klerk: Ja dank u wel voorzitter ja. CDA sluit zich ook aan bij de woorden van de heer Kuhlmann, geldt ook overigens dat we wel kritisch waren op de uitvoering van de motie, maar die motie is aangenomen. Dus laten we hem ook gewoon uitvoeren. De voorzitter: Dank u wel, ik zag volgens mij ook nog een handje van de heer Groenewege of niet, heb ik verkeerd gekeken. Nee. Er ligt ook een voorstel van de heer De Feijter en dat zou... U trekt hem weer in. Pardon. Mevrouw van Engelen heeft ook een voorstel. Mevrouw Van Engelen: Nou voorzitter, ik had even de vraag, want ik was net op tijd binnengekomen om het voorstel van de heer De Feijter te horen. En zoiets wilde ik zelf ook opperen, maar toen hoorde ik dat het is ook een aangenomen motie. Dus hoe zit dat dan? Als we het oordeelsvormend gaan bespreken, betekent dat dat we dan nog voor kunnen kiezen om de motie in te trekken en het onderzoek dus niet te doen. Of is dat dan zinloos vergaderen. De voorzitter: Dat laatste. Mevrouw Van Engelen: Dan zit ik er een beetje hetzelfde is als de ChristenUnie/SGP of GroenLinks van wij hebben ook tegengestemd. Maar ja de motie is aangenomen. Dus ja. Oordeelsvormend vergaderen gaat ook niet leiden tot intrekken. Dus dan moet het maar doorgaan op uitvoering. De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Ik proef geen steun dus tot daar wat dat betreft.

Maar ik wil hier wel even een kanttekening bij plaatsen dan dat een motie uiteindelijk een oproep is aan het college. Het college heeft nu een vooronderzoek gedaan met de kennis die wij hebben na dat vooronderzoek lijkt mij dat de Raad prima kan concluderen dat de proef misschien toch niet zo zinvol is als dat we in eerste instantie dachten en dat de Raad daarom nu ook het college zou kunnen oproepen om de proef toch niet uit te gaan voeren. Dus wat dat betreft lijkt mij dat er geen probleem is maar verder proef ik op dit moment geen steun. De voorzitter: Dat is dan helder. Beste commissieleden. Dan gaat dit stuk als hamerstuk naar de Raad en u staat altijd vrij om een stemverklaring af te leggen. De heer Groenewege als echt als laatste. De heer Groenewege: Volgens mij gaat hij ter kennisname naar de Raad, want het is een RIB. De voorzitter: Bedankt voor deze aanvulling de heer Groenewege. Wat zou ik doen als u er niet zou zijn? Bedankt en nog een fijne voortzetting van deze avond. 2. Vaststellen Visie over energieopslag en beantwoording motie M3 ‘Alles werkt beter op batterijen’ - Raadsvoorstel (technische sessie) Voorzitter: Mevrouw Van Engelen Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig:

17

Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Van Pelt (FVD) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. In ’t Veld (VSP) Ambtelijke ondersteuning: Mevr. Ali Portefeuillehouders: wethouder T. de Jonge De voorzitter: Zou de VSP nog even plaats willen nemen alstublieft? U bent natuurlijk ook vrij om te blijven staan, maar het lijkt me zo onhandig als we gaan vergaderen. Oudere mensen zijn wat trager, hoor ik hier gezegd worden. Door een zestigplusser zelf denk ik, vijftigplusser. Oké is goed. Welkom allemaal. Ik ga de vergadering maar officieel openen. Nee, niet. Ja ik ga nu officieel openen er is niks aan de hand dus we kunnen beginnen welkom allemaal. We gaan vanavond een technische sessie meemaken over aangenomen motie M3 ‘Alles werkt beter op batterijen’, maar voordat we dat gaan doen, gaan we ons welbekende voorstelrondje doen en daarna zal ik de vergadering verder toelichten. Mijn naam is Yara van Engelen, ik ben vanavond uw voorzitter en ik begin hier aan mijn linkerhand. Voor het voorstelrondje. De voorzitter: Dank jullie wel. Vanavond krijgen wij een technische toelichting over de aangenomen motie M3 ‘Alles werkt beter op batterijen’. We krijgen zo meteen een powerpointpresentatie van mevrouw Ali.

Waar de informatie naar ons toekomt natuurlijk. En er zijn ook al wat technische vragen gesteld door GroenLinks en Beter voor Dordt. Die zijn ook in de presentatie verwerkt, dus daar komt ook een antwoord op. Het is een presentatie van om en nabij 20 minuten. En ik heb afgesproken met mevrouw Ali. Dat vragen tussendoor welkom zijn. Wat betekent dat we met elkaar even op zullen moeten letten dat we binnen de tijd blijven. Dus als u merkt van ik ga nu heel erg diep in op een punt heeft het dan ook door bij uzelf want dan kunnen we ook door en dan kunnen we de hele presentatie afmaken. Blijven we niet op een puntje hangen. En wethouder de Jonge is er vanavond wel bij. Maar het is de bedoeling dat we daar nog geen vragen stellen aan het college, want we houden het vanavond technisch. Nou laten we vooral snel beginnen. Ik geef het woord aan mevrouw Ali gaat uw gang. Mevrouw Ali: Dank u wel. Ik zou graag de presentatie willen aftrappen met de mededeling dat de netbeheerder steden heeft aangeboden om los van deze technische sessie, aparte sessies te organiseren om eventuele vragen over het werk van een netbeheerder of en hoe energieopslag daarin past te beantwoorden. Dus dat aanbod ligt er De voorzitter: De presentatie staat nog niet op het scherm maar onze Superman Clark is onder... Daar is die al, op oproepbasis zo handig. Clark komt even de batterijen verwisselen.

Is leuk hè? We kunnen beginnen. Mevrouw Ali. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Er wordt net melding gemaakt van een aanbod. Wordt dat aanbod aangenomen of moet daar nog iemand iets over zeggen?

18

De voorzitter: We beginnen gelijk met een vraag. Mevrouw Ali. Mevrouw Ali: De technische sessie is voor u bedoeld. Dus als u daar behoefte aan heeft, dan kunnen we het organiseren samen met de griffie. Als dat nodig is. De heer Van der Meer: Ik ben zeer geïnteresseerd. De heer Gorter: Voorzitter ik kan het slecht verstaan. Kan aan mij liggen. Maar zou mevrouw iets luider kunnen praten. De voorzitter: Er werd al geseind naar de microfoon, toen dacht ik kan mij niet voorstellen dat het over mij gaat. Maar de microfoon mevrouw Ali mag iets dichterbij. Mevrouw Ali: Nou even kijken hoor of dat werkt. Ja. Dan zou ik graag deze representatie willen beginnen bij wat achtergrondinformatie dus de aanleiding van dit raadsvoorstel. Er is vorig jaar tijdens de behandeling van de kadernota tijdens de vaststelling van de start met klimaatneutraal 2040 een motie ingediend met de titel alles werkt beter op batterijen. Daarin werden vragen gesteld over het eventueel verplichten van grootschalige batterijen bij grootschalige opwek, dus ook bij onze zonneparken. Dat was naar aanleiding van een voornemen van het rijk om te kijken naar verplichting. Ondertussen dus dat is een jaar geleden heeft het rijk het onderzoek afgerond en geconcludeerd dat zonder subsidie het verplichten van batterijen bij zonnevelden een rem op de energietransitie zou zijn.

Dus in lijn daarmee gaan wij ook batterijen niet verplichten. Er is wel toegezegd dat de nieuwe categorie in de SDE wordt opgenomen over batterijen. Dus houdt de informatie in de gaten en als nodig is, kunnen wij de visie hierop aanpassen. In de motie is ook gevraagd naar een visie over opslag en ik ga deze nu voor u presenteren. De voorzitter: Ja. Even tussendoor voor het verslag. Een kleine spelerswisselingen heeft plaatsgevonden bij de VSP, de twee VSP-raadsleden zijn ingewisseld door de heer In ‘t Veld. We kunnen verder met de presentatie. Gaat uw gang. Voor de wedstrijd al gewisseld worden, helemaal warm gespeeld. We gaan verder gaat uw gang. Mevrouw Ali: Om recht te doen aan de vraag die we binnen hebben gekregen zou ik graag met wat meer informatie willen beginnen over het energiesysteem het huidige energiesysteem en hoe dat in elkaar zit. Als we naar het plaatje kijken dan zien wij centraal een energiecentrale dat energie opwekt in grote hoeveelheden en dat deze elektriciteit wordt vervoerd door middel van het hoogspanningsnet naar de lagergelegen netten. En wat hier in dit systeem opvalt is dat het een centraal systeem is dus opwek wordt op een locatie georganiseerd en dat de vraag aan de andere kant is. Dus het verbruik van de elektriciteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/775/documents/36768