CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2024.10.01 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 15 oktober 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 24 september 2024 en de Dordtse Dinsdag van 17 september en 1 oktober 2024 Vergaderzalen 1, 3, 514.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 1 OKTOBER 2024 Vergaderzaal 5 – Adriaan van Blijenburg 1. Agenderingsverzoek door het college aan Agendacommissie over Actualisatie beleidsplan schuldhulpverlening Voorzitter: De heer Van Dam Timmers Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. De Heer (FvD) Dhr. Gorter (Op ons Eiland) Mevr. Jager (Beter Voor Dordt) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Van der Kruijff (wethouder) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Externen: Mevr. Klein Mevr. De Blaay Mevr. Dekkers Dhr. Laarman Dhr. Muller Mevr. Spruit De voorzitter: Goedenavond allemaal, hartelijk welkom. Welkom raads- en commissieleden, welkom ook aan wethouder Van der Kruijff namens het college, welkom ook aan de gasten, ambtelijke ondersteuning en zij zullen zichzelf zo meteen ook voorstellen. Tenslotte welkom aan de kijkers thuis. Goed dat jullie allemaal aan de buis gekluisterd zijn voor deze commissievergaderingen en welkom ook aan de mensen op de publieke tribune. Voor het verslag vraag ik alle aanwezigen om zich kort voor te stellen. Ik wilde graag linksachter beginnen bij mijnheer Ayverdi.

De heer Ayverdi: Zo Emin Ayverdi DENK Dordrecht. De heer Gorter: Wouter Gorter Op ons Eiland. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon Partij voor de Dieren.

1

Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis SP Dordrecht. De heer Bootsman: Nick Bootsman GroenLinks. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel Partij van de Arbeid. Mevrouw Klein: Marleen Klein Papierwinkel. Mevrouw De Blaay: Vanessa de Blaay afdelingshoofd Sociale Dienst Drechtsteden schuldhulpverlening. De heer Laarman: Gerben Laarman beleidsmedewerker bij de Sociale Dienst Drechtsteden. De heer Boogaard: André Boogaard commissiegriffier. De heer Van der Kruijff: Wim Van der Kruijff wethouder. Mevrouw Dekkers: Leonie Dekkers programmamanager armoede en schulden. De heer Muller: Rafael Muller beleidsmedewerker armoede en schulden. Mevrouw Spruit: Femke Spruit van Stichting Helpende Handen Nederland en de Papierwinkel. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens Dortse VVD. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck VSP. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken Beter Voor Dordt. Mevrouw Jager: Ineke Jager Beter Voor Dordt. De heer De Heer: Robert De Heer ChristenUnie/SGP. Mevrouw De Heer: Betsie De Heer Forum voor Democratie. De voorzitter: En mijn naam is Jan Van Dam Timmers en ik ben vanavond uw voorzitter. De reden van deze vergadering is dat we op het verzoek van het college een beeldvormende vergadering hebben. In deze commissie wordt via een presentatie geïnformeerd over de stand van zaken op het gebied van schuldhulpverlening en de bevoegdheden en keuzemogelijkheden van de gemeenteraad.

De aanwezige raads- en commissieleden kunnen in gesprek met de aanwezige gasten van zowel de gemeente, de Sociale Dienst Drechtsteden, van de stichting Helpende Handen, Papierwinkel Sterrenburg. En via het gesprek kan aan het college ook input worden meegegeven voor de herijking van het beleidsplan voor de schuldhulpverlening. En voordat ik het woord geef aan mevrouw Leonie Dekkers had ik begrepen dat de heer De Heer een korte mededeling had.

2

De heer De Heer: Voorzitter dank u wel. Goed om te zeggen ik zit hier natuurlijk namens de fractie ChristenUnie/SGP, maar op een aantal punten heb ik vanuit mijn werk bij stichting ANDERS een betrokkenheid op dit onderwerp en ook een relatie met Sociale Dienst Drechtsteden. Ben me daarvan bewust en zal me om die reden op die specifieke onderdelen niet mengen in het gesprek en verder doe ik natuurlijk graag mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank de heer De Heer voor die mededeling dan wil ik nu… Mevrouw Jager: Voorzitter? De voorzitter: De heer Schalken. Mevrouw Jager: Ik zit samen met mijn collega aan tafel en als we het over presentaties hebben, is wel de mogelijkheid dat we de vragen kunnen stelle ook los van elkaar? Om daar onduidelijkheid… De voorzitter: Zeker. Dat hebben we ook afgesproken in het presidium dat bij beeldvormende vergaderingen ook al zitten er meerdere van een fractie dat beeldvormende vragen wel degelijk gesteld mogen worden. Dan wil ik nu toch het woord geven aan mevrouw Leonie Dekkers beleidsadviseur van de gemeente voor het geven van de presentatie en zij zal tijdens dat zij de presentatie geeft ook samen met ja andere gasten het woord geven om een deel te delen. Tussendoor worden ook raads- en commissieleden uitgenodigd om te reageren op vragen en ook stellingen die worden gepresenteerd.

We gaan kijken hoe we dan met elkaar tot een goed gesprek kunnen komen. Mevrouw Dekkers: Dank u wel voorzitter. Nou welkom allemaal op dit toch wat late tijdstip. Fijn dat de opkomst hoog is voor dit toch wel belangrijk onderwerp. Doe een aanleiding waarom zitten we hier bij elkaar? Wij zijn wettelijk verplicht om elke vier jaar het beleidsplan schuldhulpverlening te herijken. Nou dat is vanaf 2025 weer aan de orde. Het is ook een vrij speciaal moment, want het huidige beleidsplan dat heeft u ook bij de stukken gekregen dat is een regionaal beleidsplan dat door de sociale dienst opgesteld is dat is destijds nog vastgesteld door de Drecht raad en dat had dan ook echt wel een ander perspectief, een andere blik. Nou sinds 2022 is de GR sociaal ontstaan en bent u als gemeenteraad ook meer in positie om daarop te sturen. Dat neemt niet weg dat het echt een co creatie is, want delen van schuldhulpverlening en dan heb ik het met name over curatie dus echt het schuldhulpverleningstraject zelf, het minnelijke traject, stukken van nazorg, maar ook een deel van vroeg signalering dat wordt uitgevoerd door de sociale dienst. Daarin zit ook nog een verschil. Er zit een verschil tussen gemandateerde taken en gedelegeerde taken. Dat voert voor nu een beetje ver, maar belangrijk om te melden is in ieder geval dat het curatieve deel echt wel zoveel mogelijk regionaal beleid is.

Dat is ook voor de uitvoering gewoon het meest praktisch. Waar heeft u dan wel heel veel invloed op? Dat is dan vooral op het preventieve stuk, dat is een stuk op vroeg signalering en dat is een stuk op nazorg. Dus dat zijn in ieder geval de punten waarop u input kunt leveren. Het doel van deze avond is dan ook dat wij u mee willen nemen in een deel van het programma samen tegen armoede. Dat loopt nu zo'n anderhalf jaar.

3

Het is een programma van vier jaar en dat heeft natuurlijk heel veel raakvlakken met het schuldhulpverleningsbeleid. We halen er een aantal onderdelen uit, want het programma is heel breed maar dat voert te ver om alles door te nemen. Maar we focussen echt op een aantal kernpunten en ik neem u straks mee in het programma en we willen graag input ophalen. Daar heeft u ook de gelegenheid voor. Even voor het proces, de planning is dat ongeveer in januari het beleidsplan naar uw raad wordt toegestuurd ter besluitvorming. Sorry, 25 scherp. Anders lopen we erg achter de feiten aan. Nou nog even voor de helderheid, schuldhulpverlening is het voorkomen, beheersbaar maken en oplossen van geldzorgen, financiële problemen en schulden, dus eigenlijk een vrij breed begrip. En we willen eigenlijk deze avond met u door de pyramide gaan door drie blokken te hanteren. Preventie, vroeg signalering en curatie gecombineerd met nazorg. En we zullen dus ook de presentaties in deze drie blokken doen en aan het eind van elk blok is er gelegenheid om input te leveren om in gesprek te gaan aan de hand van een stelling of aan de hand van een vraag. Tussendoor is het mogelijk om eventueel verhelderingsvragen te stellen, niet al te veel want we hebben een heel vol programma.

En dit is het programma: bij preventie wil ik kort ingaan op de context van ons lokale beleid eigenlijk het programma samen tegen armoede, ik wil u meenemen in onze aanpak op de werkgevers gericht, geldzorgen op de werkvloer waarbij belangrijke uitgangspunt is om de werkende mensen ook te bereiken en de gasten Marleen Klein en Femke Spruit zullen een toelichting geven op hun initiatief de Papierwinkel in Sterrenburg. Daarna is er dus kort gelegenheid om input te leveren. Dan gaan we door met een kopje vroeg signalering, mijn collega Rafael zou jullie daarin meenemen. Tot slot is er een gedeelte over curatie en nazorg waar Gerben en Vanessa u in meeneemt. Wij gaan niet in op het hele technische proces van schuldhulpverlening, als u daar meer over wilt weten dan kunt u dat vinden in het huidige beleidsplan op pagina 17 staat een visuele weergave ook van het proces. Nog even de visie het armoedebeleid en zeker het schuldenbeleid staat zeker niet op zichzelf, uw raad heeft in maart van dit jaar de visie sociaal domein vastgesteld. En één van de uitgangspunten daarin was bestaanszekerheid is de basis en waarom is dat zo belangrijk? Dat gaat echt om het wegnemen van heel veel stress, geldzorgen en dat weet u allemaal denk ik, geldzorgen leidt tot langdurig stress en langdurige stress heeft heel veel gevolgen.

Gezondheid, problemen binnen het gezin, kinderen die met een achterstand eigenlijk op school starten, dus investeren in bestaanszekerheid lijkt op heel veel vlakken van het sociaal domein tot betere resultaten klinkt een beetje vervelend, maar tot een betere opbrengst. En dat is nou ja dat is eigenlijk onze hoofd focus het wegnemen van geldzorgen, het wegnemen van de stress die daarmee gepaard gaat. Meten en monitoren dat is ook een belangrijk onderdeel uiteraard in het programma samen tegen armoede, ook op het gebied van schuldhulpverlening. Nou als je het hebt over preventie dan is dat best ingewikkeld want het effect preventie is... De voorzitter: Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Heel klein vraagje. KPI's dat is vaktaal. Wat is de kreet, wat is de term? Mevrouw Dekkers: Goed dat u het zegt inderdaad. KPI staat voor kritische prestatie indicatoren en dat zijn eigenlijk de meetpunten waarop wij het effect van het beleid meten. Ja goede vraag. Nou eigenlijk het belangrijkste meetinstrument dat we hebben dat is de gemiddelde schuld bij aanvang van het schuldhulpverleningstraject. U ziet dat

4

daar de laatste jaren een dalende trend in zichtbaar is, dus we hopen dat we dat ook echt voort kunnen zetten. En in dit kader meten we ook het aantal betrokken werkgevers als belangrijk KPI en de KPI's daar wordt ook over geïnformeerd in de twee elke… twee keer per jaar ontvangt u een raads- informatiebrief over de voortgang van het programma samen tegen armoede waar de resultaten ook in genoemd staan. Er is nog meer wat we… De heer Gorter: Voorzitter, mochten we nou tijdens de presentatie vragen stellen of aan het einde? De voorzitter: Mag tijdens de presentatie vragen gesteld worden, maar liever niet te veel, liever ze even opsparen omdat we anders in tijdnood kunnen komen. Dus als u hele prangende vraag heeft dat u anders niet verder kunt dan mag die gesteld worden, maar anders liever even opsparen. De heer Gorter: Nou ik heb een vraag over de duidelijkheid van de vorige sheet dat gaat over de schuld, staat ook in de stukken dat de schuldvraag is toegenomen. Ik mis alleen in dit stuk dan of nou de totale schuldhulpverlening toe of afgenomen is. Het gemiddelde is afgenomen, maar is het totale bedrag nou toe of afgenomen omdat de schuldvraag in aantallen is toegenomen? De voorzitter: Mevrouw Dekkers.

Mevrouw Dekkers: Even dat ik uw vraag scherp… De heer Gorter: In uw stuk lees ik dus dat de gemiddelde schuld over 2023 30.262 euro is, staat in uw stuk dat de toename is van de schuldproblematiek, er zijn dus meer aanvragen geweest. Ik mis dan alleen, is nou de totale schuldhulpverleningsaanvraag meer of minder geworden? Omdat er hier over gemiddelde gesproken wordt. Mevrouw Dekkers: Ik kijk even naar mijn collega's bij de sociale dienst. Kunnen jullie hier… Mevrouw De Blaay: Als ik hem goed begrijp zeg maar dan zou ik ervan uitgaan als het over de totale schuld gaat die dan aangemeld wordt, omdat het aantal in aanmeldingen is toegenomen is dus ook de totale schuldenlast die wij binnenkrijgen toegenomen, maar gemiddeld genomen is die wel verlaagd. De heer Gorter: Ja maar dat is mijn vraag. Dat zou niet hoeven omdat het gemiddelde teruggelopen is. Het gemiddelde tussen 2022 en 23 is teruggelopen, 4000 euro per aanvraag. Dus wat is nou het totale bedrag qua schuldaanvraag in 2023 hoger dan in 22 en hoeveel? De voorzitter: Mevrouw De Blaay. Mevrouw De Blaay: Ik denk dat ik dat even… De heer Gorter: Of is hij dan iets te technisch?

5

De voorzitter: Het is een vrij technische vraag, maar het is een beeldvormende sessie dus daar horen die vragen in thuis. Ik denk dat het voor op zich hoe dit werkt nu niet cruciaal is dus dat we wel gewoon verder kunnen. Mevrouw Dekkers: Ja misschien even goed ook om toe te lichten waarom we dit als meetinstrument nemen. Wij gaan er eigenlijk vanuit dat hoe lager de schuld is bij aanvang van een schuldhulpverleningstraject, hoe eerder iemand dus om hulp heeft gevraagd. En dat is eigenlijk het achterliggende doel, wij willen graag dat mensen eerder komen om hulp te vragen. En hoe langer mensen wachten, hoe hoger de schuld is van die persoon. Mevrouw De Blaay: En als aan…, mag ik een aanvulling geven? De voorzitter: Mevrouw De Blaay. Mevrouw De Blaay: Mag ik een aanvulling geven? Het is ook inderdaad de schuld die wordt terug gemeld vanuit de schuldeisers. Er is ook een verschil tussen het aantal schulden waarmee iemand zich aanmeldt bij ons en op het moment dat wij dan de saldo verzoeken gaan doen bij een schuldeiser om te kijken wat er daadwerkelijk openstaat inclusief alle kosten en dergelijke, dan zijn dit de terug gemelde bedragen vanuit de schuldeisers dus dat is misschien ook even belangrijk om te weten. De voorzitter: Mevrouw Lammens korte opmerking en dan moeten we denk ik wel door.

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Kleine vraag, hoeveel mensen waren er in 2021 die gebruik maakten van deze schulden en hoeveel in 2023? De voorzitter: Mevrouw Dekkers. Mevrouw Dekkers: U heeft als goed is bij de stukken ook een factsheet gekregen, dat is een factsheet op de Drechtsteden niveau. Daar staat volgens mij het aantal schuldhulpverleningstrajecten in. Ik heb het even niet uit mijn hoofd helemaal scherp, maar daar kunt u in ieder geval wel terugvinden. Gelijk daar even een opmerking over dat is een factsheet op Drechtsteden niveau, dat komt omdat dit nog een het huidige beleidsplan is een regionaal beleidsplan. Dus er is al die tijd ook op de regio gemeten. Dat werkte eerst zo dat er gewoon met een verdeelsleutel werd afgerekend naar de gemeentes en maar dit is wel één van de dingen die wij uiteraard in het nieuwe beleidsplan komen deze al deze gegevens die we meten op Dordrecht niveau beschikbaar. De heer …: Maar deze gemiddelde schuldenlast is ook van het Drechtsteden dan? Mevrouw Dekkers: Deze is van Dordrecht ja hier deze hadden we al wel op lokaal niveau beschikbaar ja. De voorzitter: Laten we dan verder gaan. Mevrouw Dekkers: Nou dan heb ik eigenlijk mijn volgende sheet

6

al een beetje behandeld, want dit gaat dus over de informatie die beschikbaar is en die u ook op de factsheet heeft gekregen. Deze cijfers zullen wij in het nieuwe beleidsplan uiteraard op lokaal niveau beschikbaar maken. Nou één van de onderdelen zei al we zoomen in op een aantal onderdelen van een programma samen tegen armoede om dat wat meer uit te lichten. Eén van de onderdelen die wij doen in het kader van preventie is de aanpak geldzorgen op de werkvloer. En dat doen we eigenlijk om de doelgroep werkende mensen te bereiken. En dat is ook een van de actielijnen in het programma samen tegen armoede. Enerzijds om werkenden te bereiken, de werkende armen met ons minimabeleid, zeker sinds we dat uitgebreid hebben en de doelgroep ook omhoog hebben gebracht zijn werkende armen daar echt een onderdeel van. Dat geldt ook voor schuldhulpverlening en dan gaat het niet zozeer alleen maar over werkende armen, want schuldhulp ja schulden kan eigenlijk iedereen overkomen en daardoor is dat eigenlijk nog breder dan alleen maar bij de allerlaagste lonen beroepen. Nou de aanpak geldt zo, de werkvloer is erop gericht om werkgevers in Dordrecht nou te motiveren ook om hier actie op te ondernemen, dus hen bewust te maken ook wat de impact is om een medewerker in dienst te hebben die geldzorgen heeft.

We weten dat stress leidt ook tot meer ziekteverzuim, hogere kans op fraude, minder arbeidsproductiviteit. Een werkgever heeft er dus ook echt wel direct belang bij om hierop te signaleren. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken- den Hartog: Korte vraag stellen. Want jullie hebben daar ook een training voor en ik heb een deel van die training heb ik gevolgd en was echt heel erg interessant, maar ik ben heel erg benieuwd krijg je wel echt de werkgevers zo ver dat ze naar die training komen? Mevrouw Dekkers: Jazeker. Vorig jaar hebben we 50 werkgevers gehad toen zijn we in juni gestart en dit jaar zijn er weer twee blokken trainingen geweest en die zijn allebei vol. Dus het lukt zeker om werkgevers hierbij te betrekken. Mooi dat je… De voorzitter: Er is een vraag ook van de heer Van den Berg zag ik en daarna kort de heer Gorter. De heer Van den Berg: Dank voorzitter. Want dit gaat met name dan om werkgevers uit Dordrecht. Is er een beeld van degene die bij jullie aangemeld zijn? Hoeveel verhoudt zich dat tot werkenden in Dordrecht en buiten Dordrecht? De voorzitter: Mevrouw Dekkers. Mevrouw Dekkers: Dat klopt, daarbij richten we ons op werkgevers in Dordrecht.

Overigens loopt deze aanpak ook in de gemeente Zwijndrecht en gaat Sliedrecht daar ook mee starten en ik dacht Hendrik-Ido-Ambacht ook, dus het wordt langzaam uitgerold door de Drechtsteden waardoor we ook een groter bereik krijgen. Natuurlijk heb je dan ook medewerkers uit andere gebieden, dat is inherent. Ik durf niet te zeggen wat het dat kan per bedrijf verschillen, maar wat we belangrijk vinden is dat we in ieder geval op die bewustwording inzetten en ook andere inwoners uit andere gemeenten hebben daar uiteindelijk baat bij. De voorzitter: De heer Gorter.

7

De heer Gorter: Dank u wel voorzitter. Als ik het stuk goed gelezen heb dan is dit denk ik alleen maar op het moment dat de werknemer een schuld creëert bij gemeentelijke instanties, niet op het moment dat die geshopt heeft bij Zalando en de deurwaarder op de stoep staat. Dus dit is niet alles. De voorzitter: Mevrouw Dekkers. Mevrouw Dekkers: Nee deze aanpak richt zich echt op werknemers die geldzorgen hebben op welke manier dan ook, dus voor werkgevers is dat vaak wat werkgevers nu vaak zien is loonbeslag dat is een signaal, maar dan zit je al heel laat in de keten en het liefst willen wij werkgevers motiveren om eerder aandacht voor dit voor dit onderwerp te hebben, zodat het niet tot lang beslag komt. Maar dat kunnen dus schulden zijn op elk gebied. De voorzitter: Ga verder. Mevrouw Dekkers: Oké. Nou de training bestaat eigenlijk uit twee delen, zit een stuk bewustwording in en er zit ook een stuk echt praktijk werk in dus over de streep zelf ook ervaringen delen. En de tweede deel van de training gaat heel erg over hoe ga je het gesprek dan aan, want het zijn best lastige gesprekken. En nou ja op welke manier kun je dat dan doen? En het leuke is dat er zitten werkgevers van verschillende branches bij elkaar en zij kunnen ook onderling uitwisselen hoe zij vormgeven aan het agenderen van dit thema binnen hun bedrijf. Ik heb al heel veel gezegd.

Nou de impact voor de werkgever. Deloitte heeft in een onderzoek uitgezocht dat eigenlijk 55 procent van de medewerkers wel eens geldzorgen heeft dus dat is echt een fors aantal. En het kost een werknemer gemiddeld 13.000 euro als hij een werknemer in dienst heeft om nou ja met geldzorgen dus nou los van de maatschappelijke betrokkenheid is er gewoon ook een economisch belang voor die werkgever om hierop in te zetten. Nog een kort stukje over de trainingen, heb ik eigenlijk al benoemd. Belangrijk is dat gesprekstechnieken ook worden behandeld en er is een contactpunt voor de werkgevers en zij kunnen eigenlijk rechtstreeks bellen. Is ook beschikbaar voor alleen de werknemer, want soms is het ook te spannend om met je werkgever dit te bespreken. Daarom moedigen we werkgevers ook aan om het contactpunt goed zichtbaar in de organisatie te hangen, zodat zij ook gewoon rechtstreeks contact op kunnen nemen en korte lijnen wordt zeer gewaardeerd ook binnen de ondernemers.

Nou aantal reacties en met een mooiste reactie vond ik eigenlijk van een ondernemer die zei nou ik heb eigenlijk geleerd om iets niet meer te doen en dat is een ondernemer die nog wel eens schulden wilde overnemen van een van een werknemer en nou ja hij kwam ook wel tot het inzicht dat dat eigenlijk geen duurzame oplossing is, plus dat op het moment dat je schuldhulpverlening inschakelt er vaak ook onderhandeld wordt over de aflossing van schulden. En nou ja dat doet de werkgever niet, dus nou het was voor de werknemer ook nog slechter eigenlijk om op die manier geholpen te worden, ondanks alle hele goede bedoelingen. Ik geef het woord aan mijn collega. De voorzitter: Rafael Muller. De heer Muller: Dank u wel. Even kort ter introductie van Marleen en Femke van de Papierwinkel, binnen onze bredere aanpak tegen armoede en schulden hebben vorig jaar

8

geldpraatje gelanceerd, communicatiestrategie met twee preventieve doelen. Eerste doel is om inwoners aan te zetten om geldzorgen bespreekbaar te maken. We doen dat door geldzorgen te presenteren als iets waar iedereen eigenlijk mee te maken kan krijgen. Ik, u, wij allemaal eigenlijk. En in campagnes laten we daarom ook inwoners aan het woord om hun ervaringen met geldzorgen te delen. En we proberen daarmee dus taboe om over geld en geldzorgen te doorbreken. Wat we ook hebben gedaan in het kader van publiciteit is een mobiele koffiekar gebruikt om het zo even plat te zeggen, in samenwerking met Sander van nobels. Die heeft gestaan op informele ontmoetingsplekken in de wijk, op een aantal evenementen in de stad, op de slide die u nu ziet u de koffie-eend moet ik eigenlijk zeggen in plaats van de koffiekar, ik sla het dan wel heel plat, bij de moet ik heel even goed kijken de kop en staart dag was het bij stichting Geverdort. Hartstikke mooi evenement, goeie opkomst en ja op zo'n evenement helpt dus de koffie-eend ons eigenlijk om niet alleen geldpraatje onder de aandacht te brengen hè dus dat mensen de weg daarnaartoe weten te vinden, maar het was ook eigenlijk wel een hele mooie gelegenheid om met bezoekers van dat evenement ter plekke ook het gesprek te voeren over geld.

We hadden daar een hele goede vrijwilliger bij en ja wat je zag is dat het toch ook echt wel mooie gesprekken geweest zijn en ook op andere locaties doorverwijzingen hebben plaatsgevonden naar hulp. Tweede doel van geldpraatje is eigenlijk zichtbaar maken bij welke informele partners in de stad inwoners terecht kunnen voor financiële hulp. En op de sheet die u hier ziet, ziet u die partners staan. Samen vormen zij dan de ja de keten van vroeg signalering in de stad en als iemand dan bij één van die locaties aanklopt, dan word je op de juiste wijze doorverwezen naar passende hulp. En dat zorgt er dan voor dat financiële problemen eigenlijk al in een vroeg stadium gesignaleerd worden en inwoners snel verder geholpen kunnen worden. En nou ja onderaan staat die al in paars gearceerd de papierwinkel Sterrenburg, die eigenlijk altijd klaarstaan om inwoners bij te staan, alle vragen te beantwoorden, ook geldvragen, nou ja dat kort even over geldpraatje en dan wil ik eigenlijk Marleen en Femke, Marleen het woord geven om daar iets over te vertellen. De voorzitter: Marleen. Mevrouw Klein: Ik ben Marleen Klein van de papierwinkel en ik zou jullie heel graag mee willen nemen naar een bewoner in Sterrenburg die een aantal maanden geleden bij ons in de ontmoetingskerk kwam waar wij elke woensdagochtend zitten.

Via geldpraatje had hij van ons gehoord, dus dat was wel een hele mooie aanleiding om met hem in gesprek te gaan. Hij kwam met de vraag, hij wilde heel graag een nieuwe koelkast hebben want hij heeft diabetes en hij moet zich daarvoor injecteren en zijn koelkast die koelt niet meer, dus hij kon zijn injectienaalden niet meer in de koelkast leggen. Hij sprak behoorlijk slecht Nederlands en dat kwam niet alleen door zijn taalachterstand, hij kwam uit Somalië, maar we kwamen er ook achter dus dat hij al twee keer een hersenbloeding heeft gehad dus zijn taal was daardoor, zijn spraak was daardoor al heel erg moeilijk. En toevallig op dat moment was er net een nieuwe regeling van start gegaan vanuit de gemeente en de energiehulp voor mensen die een toeslag… geld voor de energietoeslag hadden gekregen en een koelkast hadden van ouder dan zeven jaar, die kwamen in aanmerking voor nieuwe koelkast. Dus wij hebben gelijk natuurlijk zijn gegevens opgevraagd om te kijken of hij daarvoor in aanmerking kwam en deze meneer was zo vrij om… ik mocht in zijn internetbankieren kijken dus ik

9

heb gelijk al zijn inkomen en zijn uitgaven gekeken en ik zag al dat waarschijnlijk zijn inkomen onder het bijstandsniveau was. En ik zag een aantal rare uitgaven waaronder ook uitgaven aan een deurwaarder en ik zag iets over het CAK van 28 euro en ik dacht van nou dit klopt allemaal niet helemaal dus hier moeten we nog een vervolgafspraak bij maken. En hij vertelde ook dat hij al een jaar lang een Ziggo abonnement had en hij had helemaal geen televisie, alles deed het niet, internet deed het ook niet, dus ik heb direct ook met hem een bezoekafspraak gemaakt en samen toevallig in samen met de energiehulp kwamen wij beiden op de maandag de volgende maandag bij hem thuis met een collega en ik schrok me een hoedje, want het was echt een zootje bij hem thuis. De vloer was vies, het aanrecht lag vol met etenswaren, een vitrinekast vol met medicijnen, overal papieren en een aantal vuilniszakken achter in het huis. Dus ik dacht wij komen echt op het goeie moment hier, dus samen met mijn collega wat we eigenlijk normaal gesproken nooit doen maar zijn we eerst even alles gaan opruimen. We kwamen met een enorme vuilniszak met allemaal ouwe medicijnen kwamen ja hadden we dus uit de kast gehaald. En we hebben gelijk alle papier een beetje uitgezocht.

En toen kwamen er dus achter dat hij huishoudelijke hulp had voor heel de week behalve in het weekend, dus we hebben gelijk die instantie gebeld om een klacht in te dienen. En we zijn natuurlijk gaan bellen met het CAK van hoe zit het precies en we kwamen dus achter dat hij een WLZ-indicatie heeft dus een wet langdurige zorg indicatie. Hij krijgt dus wel dagbesteding. Iemand heeft voor hem dit allemaal ingevuld. Dus we hebben ook contact gelegd met die contactpersoon en daarvoor een afspraak gemaakt om het een en ander helder te krijgen. Toen zijn huis een beetje op orde was en zijn papieren netjes in de map hadden gestopt zijn we gaan kijken naar zijn inkomsten en zijn uitgaven. Hij vertelde dat hij zelf maar één schuld had bij de zorgverzekeraar en daardoor had hij dus ook niet het gemeentepakket maar hij had dus een schuld van 2000 euro. Maar wij zijn natuurlijk nog verder gaan zoeken en toen kwamen we dus ook achter dat hij bij het UWV nog een schuld had. Hij heeft een WIA-uitkering en bij de alarmeringsdienst had hij ook nog een schuld. Dus wij zijn daar bezig mee geweest om betalingsregelingen te treffen en wij zijn in gesprek met zowel de zorgverzekeraar als schuld als stichting urgente noden om te kijken of zij in de vorm van een gift iets kunnen geven en dat VGZ bijvoorbeeld de andere helft kan kwijtschelden. Dat is nu allemaal nog wel aan de gang.

Maar ja op die manier hebben wij deze man dus voor erger kunnen behoeden. En hebben wij ja zien wij hem nu nog bijna elke week dat hij bij ons langskomt als er iets is. Toevallig kwam hij van de week weer en zei hij ik moet eigenlijk naar de tandarts, maar ja die kan ik natuurlijk niet betalen want ik heb geen goeie zorgverzekering. Dus het is echt van belang dat hij zo snel mogelijk een gemeentepakket kan krijgen. Dit is een kleine casus en een kleine illustratie wat wij doen voor heel veel mensen in Sterrenburg in samenwerking met stichting Helpende Handen. De voorzitter: Even de microfoon… Mevrouw Spruit. Mevrouw Spruit: Ik denk altijd nog steeds dat mijn moeder dan ook ergens in de zaal zit. Maar ja soms behoren mensen ook via via en als ze dan op het spreekuur komen ja dan helpen we ze ook dus het is de kern ligt in Sterrenburg, maar soms ook nog wel daarbuiten. De wisselwerking tussen de huisbezoeken die de medewerkers van Helpende Handen uitvoeren waarbij we soms denken goh wat zou hier nou allemaal nog meer aan de hand zijn? Ze bellen wel voor een klein wekelijks boodschapje maar nou ja zo helpen

10

we elkaar, dus zo komen we bij klanten die eerst bij de papierwinkel zijn geholpen uiteindelijk met Helpende Handen wekelijks langs om bijvoorbeeld iets op te ruimen of naar buiten te kunnen. En wij komen bij mensen thuis dat we denken nou hier moet iemand toch nog eens even door een kastje of een tasje met spullen heen en dan is dit een beetje de methodiek. En is het echt een crisissituatie net zoals dit met insuline en een diabetes dan moet je handelen, maar anders proberen we eigenlijk wel de mensen zelf aan het roer te laten gaan. Want wat welk probleem wil je het liefst eerst aanpakken? En dan de leefgebieden in kaart van de mensen. Dus niet alleen zeggen goh hier is een brief, dit is het probleem, dat lossen we op. Maar heeft u misschien nog meer, hoe gaat het op andere vlakken? De voorzitter: Ja letterlijk Helpende Handen zoals ik hoor. Mevrouw Schnabel had in ieder geval een vraag en daarna nog twee andere vragen. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik was benieuwd, klinkt heel mooi, ik was benieuwd hoe groot is nou de diversiteit van verschillende mensen van leeftijden en hoeveel zien jullie er nou op een week of in een maand? De voorzitter: Mevrouw Klein. Mevrouw Klein: We hebben cijfers inderdaad, maar wij hebben voor dit jaar zitten wij al over de 200 hulpvragen en wij zitten nu al aan de 90 personen die wij hebben geholpen.

Dat zijn er nu zo'n 30 nieuwe mensen dit jaar en we zijn dus in 2022 zijn we begonnen. Wij zien heel veel oudere mensen, wijk Sterrenburg is behoorlijk oudere wijk, dus wij zien behoorlijk mensen met een AOW-uitkering en een heel klein pensioentje die dus echt niet de weg meer weten als er iets is. Wij treffen ook nog wel mensen, jongere gezinnen zien we niet heel veel, maar wel mensen die een taalachterstand hebben en ja hier zijn komen wonen en ja. De voorzitter: Dan had mevrouw Kamphuis een vraag. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voorzitter. Ik hoor mevrouw Spruit zeggen dat het alleen nu in Steinburg is. Is zoiets ook in andere wijken te vinden? En zo nee, waarom niet? De voorzitter: Mevrouw Spruit korte toelichting. De microfoon voor de mensen thuis. Mevrouw Spruit: Helpende Handen werkt alleen in Dordrecht oost, dus in de wijken Sterrenburg, Dubbeldam en Stadspolders. De Papierwinkel zijn we in Sterrenburg begonnen dus de grootste groep komt daarvandaan. Maar wat ik al zei als mensen ons weten te vinden vanuit een andere wijk is het niet zo dat we ze niet helpen. En op andere wijken via geldpraatje zijn er ook soortgelijke initiatieven die dan soms net anders heten, maar wel geldpraatje aan de deur ook hebben hangen waar ze ook terecht kunnen. De voorzitter: Daar was net eerder ook een slide waarin alle partners over de hele stad weergegeven zijn. Dus het is breed gespreid.

Mevrouw Spruit: In alle wijken is wel iets.

11

De voorzitter: Heeft dat de vraag zo voldoende beantwoord mevrouw Kamphuis? Ik zie van niet. Mevrouw Kamphuis: Nog een vervolgvraag als het mag. Ik heb een buurvrouw op de wijk staat en die had hulp nodig met iets in huis te boren weet ik veel en die heb gebeld en die kreeg geen hulp. Vandaar dat ik het deze vraag heb gesteld. Mevrouw Spruit: Ja, dat klopt. Niet van Helpende Handen, maar dan verwijzen we altijd door naar partners die er zijn of naar de hulplijn Dort waar we een samenwerking mee hebben. De voorzitter: Dan de heer Gorter, korte vraag. De heer Gorter: Dank u voorzitter. Ik mis bij de partners eigenlijk de banken, want ik ken hetzelfde pakket geldpraatje en dan heet het geldmaatje van de Rabobank. Die doen eigenlijk precies hetzelfde. Is daar samenwerking? Werken jullie samen? Verwijzen jullie naar elkaar? Daar ligt naar mijn idee een heel groot raakvlak. De heer Muller: Nou ja geldpraatje is wel echt een Dortse aangelegenheid. En net als geldpraatje zijn er natuurlijk legio namen die geld gerelateerd zijn. Geldmaatje inderdaad die u terecht aangeeft, geld en zo, geld fit. En wat we nu eigenlijk proberen is om via geldpraatje een bredere bekendheid specifiek op Dordrecht te richten, zodat mensen echt weten Dordtenaren als er wat speelt, kijk op geldpraatje waar je dan terechtkan. De voorzitter: Vervolgvraag de heer Gorter kort.

De heer Gorter: Dit is de Rabobank Dordrecht waar ik over heb. Dus het is niet Utrecht. Dus dat zijn de lokale banken en die heb ook budget ter beschikking, dus ik zou daar echt eens naar kijken want vaak is geld een probleem en zij kunnen in het vroeg signalering natuurlijk heel erg makkelijk helpen. De heer Muller: Nemen we mee, dank u wel. De voorzitter: Dan zie ik nog twee vragen en daarna moeten we denk ik wel echt gezien de tijd ook wel echt door. Mevrouw Striebeck zag ik. Mevrouw Striebeck: Even kort een vraag. Hoe kunnen mensen u vinden? Wordt ook via de wijkteams doorgestuurd naar u? De voorzitter: Mevrouw Klein. Mevrouw Klein: Ja, wij werken heel nauw samen met het wijkteam in Sterrenburg en ook de andere wijkteams weten ons te vinden. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Er wordt veel preventieve maatregelen genomen, zoals budget cursussen en voorlichting. Wordt er ook gekeken welke nou het beste is? Welke

12

wordt er ook gemeten? Dit werkt wel goed, dat werkt met minder. Wordt daarnaar gekeken naar de verschillende cursussen die gegeven worden? De voorzitter: De vraag is, ik weet niet wie die vraag het beste kan beantwoorden, wordt er voldoende onderzoek gedaan naar effectiviteit? Is een beetje de vraag als ik hem zo samenvat. Mevrouw Dekkers. Mevrouw Dekkers: Ja zeker. Dat sluit eigenlijk ook heel mooi aan op de stelling die we zo hebben. Dus ik weet niet of Marleen zo meteen alvast even de slides door kan sturen. Jazeker wij kijken natuurlijk naar alles wat we doen wat het oplevert en soms is dat best ingewikkeld vast te stellen. Dus bijvoorbeeld als we het hebben over communicatie aanpak geldpraatje dan zijn er een aantal dingen die we natuurlijk heel makkelijk kunnen meten als in het aantal inwoners dat op de website kijkt, als in het aantal keren dat er gebeld wordt, maar het is soms heel erg lastig om uiteindelijk te bepalen wat iemand nou uiteindelijk de stap heeft doen zetten om wel om hulp te vragen. Dus ja we meten wat we kunnen en tegelijk is het soms ook best ingewikkeld om echt causaal verband te leggen, deze interventie heeft gelijk tot deze reactie. Kan ik ja kan ik door? Nou de stelling sluit daar eigenlijk best wel mooi op aan.

Binnen het programma samen tegen armoede zijn veel preventiemaatregelen vooral gericht op het vroegtijdig signaleren, dus bijvoorbeeld initiatieven als de Papierwinkel, bijvoorbeeld ook initiatieven zoals de aanpak op werkgevers. En de stelling is eigenlijk het voorkomen dat inwoners schulden maken is geen taak voor de gemeente. Dus dan gaat het echt over het hele erge brede preventie vraagstuk, dus het voorkomen dat mensen bijvoorbeeld in de problemen raken door Klarna of een krediet aangaan bij de Wehkamp. Nou en ik nodig u uit om in gesprek te gaan over dit thema in hoever moeten wij als gemeente beleid te voeren op het echte preventieve stuk. De voorzitter: Dat is denk ik een leuke vraag die hier gesteld wordt. Misschien is het goed dat mensen dat commissieleden eerst hier even heel kort over nadenken en dan zou ik graag willen zien wie vinden dat dit wel een taak van de gemeente en wie vinden dat het geen taak van de gemeente is, zodat we ook even een beetje kunnen zien of er een tegenstelling is in deze zaal. Eventueel kunnen we daar dan vervolgens het gesprek over voeren. Nou dat was wat mij betreft lang genoeg nadenken.

Welke… Kunnen de commissieleden hun handen opsteken voor als zij vinden dat dit een taak van de gemeente moet zijn, het voorkomen van schulden en ook de mensen die twijfelen misschien nu dan hand in de lucht en de mensen die hiertegen zijn, die vinden het totaal geen taak van de gemeente. Nou we hebben alle smaken vertegenwoordigd, zie ik in deze zaal. Misschien is het goed als we beginnen met de tegenstanders en dat we daarna richting de voorstanders en dan de twijfelaars. Kan ik één van de tegenstanders het woord geven over waarom hij of zij vindt dat het geen taak van de gemeente is? De heer Schalken-den Hartog: Ja misschien niet zozeer, via de voorzitter, de taak heeft inderdaad… de gemeente heeft een taak aan die preventieve kant, maar het zo stellen nou ja dat het eigenlijk ook wel een beetje de schuld van de gemeente is als er schulden ontstaan dat vind ik eigenlijk te ver gaan. Die hè de preventieve kant zoals wat net allemaal voorbijkwam, dat is fantastisch om allemaal te doen en maar wat mij betreft is het niet zo dat het één van de basistaken is van de gemeente om te voorkomen dat mensen in schulden komen.

13

De voorzitter: Nou ik denk dat het een helder verhaal is hè. Dus het gaat met naam om het woordje voorkomen als ik u zo hoor. Dus we kunnen best wel betekenen voor die mensen, maar voorkomen dat is geen taak van de gemeente. Eén van de voorstanders van dat die vinden dat het wel een taak van de gemeente is? De heer De Heer zag ik als eerste volgens mij. De heer De Heer: Ja voorzitter, ik denk dat het heel gezond is dat de gemeente hier een rol inneemt. Ik denk dat we ook willen voorkomen we willen niet dat inwoners in Dordrecht bijvoorbeeld een auto-ongeluk krijgen. We willen dan niet achter het stuur bij hun kruipen, maar we zetten wel een stoplicht neer. Dus ik denk dat we op die manier moeten zoeken naar en ik denk inderdaad dat het spanningsveld wat de heer Schalken benoemd is, dat we willen voorkomen dat we zeggen als een inwoner schulden krijgt, dat het daarmee ook een schuld van de gemeente zou zijn. Ik denk dat het eerder is het voorkomen een taak of een verantwoordelijkheid of een gedeelde verantwoordelijkheid dat we het op dat snijvlak zouden moeten zoeken. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Ja laat dan inderdaad zoals de heer De Heer dat aangeeft laat, wat ik dan bedoel is die preventie en die voorlichting laat dat dan dat stoplicht zijn. De voorzitter: Helder. Ik zag de heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u voorzitter.

Wij zien inderdaad ook een vorm van preventie en wat we net allemaal gezien hebben in de presentatie ziet er gewoon supergoed uit. Dat kan inwoners echt helpen, denk ik. En inderdaad het voorkomen, ja je kan het nooit 100 procent voorkomen, maar wel door in te zetten op preventie kan je er wel voor zorgen dat het misschien ja je kan 100 procent voorkomen kan niet, maar je kan zeker wel dingen voorkomen door goed in te zetten op preventie. De voorzitter: Helder. Eén van de twijfelaars? Er waren er een aantal. Ik zie de heer mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik twijfel omdat ja sommige mensen willen het gewoon echt niet leren die blijven maar kopen. Maar ja sommige mensen die kunnen er ook echt niks aan doen. Neem het toeslagen schandaal, nu weer de UWV, mensen hebben jarenlang dubbeltje omgedraaid om niet in de schulden te komen en dan komen ze door de UWV dadelijk wel weer in de schuld en toeslagenschandaal. En dat vind ik echt de taak van de gemeente en de overheid. De voorzitter: Mevrouw De Heer. Mevrouw De Heer: Ik was twijfelaar, maar toen ik de heer Schalken zijn woorden hoorde dacht ik nee ik twijfel niet meer, daar ben ik het wel mee eens. Want ja je kan alles wel regelen voor mensen. Dat vind ik echt te ver gaan. Eigen verantwoording vind ik nog altijd en ook zelfstandigheid van mensen.

Tot hoever bij mij… ik krijg dan toch een beetje dat gevoel van bemoeizucht van die overheid. Die overheid die wil al zoveel allemaal over mensen beslissen, dat gaat mij echt te ver.

14

De voorzitter: Helder standpunt, denk ik. Kijk heel even naar mevrouw Dekkers of we dit zo voldoende hebben benaderd en ook even naar mevrouw Klein of uw presentatie... we zaten er een beetje in en u had nog niet helemaal afgerond was mijn indruk toen. Klopt dat? Mevrouw Klein: Ik was vergeten om te klikken zeg maar, dus ik wil nog heel eventjes terug om even te laten zien dus dat wij vooral ook heel erg letten dus op alle leefgebieden wat mevrouw Spruit net al aangaf. Dus dat dat vooral heel erg belangrijk is om te zien dus of iemand problemen heeft op het gebied van wonen, of werken, huisvesting, geld en wij kijken dan met de bewoners samen wat voor hen dan het belangrijkste is om als eerste aan te pakken, tenzij het een crisissituatie is inderdaad. En wij proberen inderdaad ook dus echt niet iemand los te laten, maar met iemand mee te gaan of naar de sociale dienst of naar het sociaal wijkteam of naar een andere partner waar die het beste thuishoort. Deze kunnen we overslaan. Hier laat ik nog even een stukje zien van de cijfers vanaf 2022 tot 2024. Dat was tot en met ongeveer juni deze cijfers. Dus er zit echt een enorme groei in, ook mede door het project geldpraatje, dat mensen ons steeds beter weten te vinden. En hier nog een stukje over de inkomsten die mensen hebben die bij ons komen.

Dus zoals jullie ook kunnen zien inderdaad wat jij aangaf ook wat jij vroeg, mensen met een AOW-uitkering heel veel ook, op de participatiewet natuurlijk ook. De voorzitter: Een paar vragen zag ik tussendoor. Allereerst mijnheer Van den Berg en daarna mevrouw Schnabel volgens mij. De heer Van den Berg: Een verduidelijking. Op PW wat is dat voor inkomen? Mevrouw Klein: Dat is van de Participatiewet. De voorzitter: Dan mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Ik was benieuwd, maar ik dacht ik zit een beetje te twijfelen aan het eind of nu, maar dan kies ik dan toch voor nu. Ik las in het stuk dat hulpvragen 30 procent stijgen als het gaat om flexwerkers en ik ben eigenlijk benieuwd zien jullie die ook binnenkomen? En dan is misschien gelijk ook een vraag aan de gemeente wat wordt daarop gedaan? De voorzitter: Mevrouw Klein heeft u daar… Mevrouw Klein: Ik zie flexwerkers inderdaad ook steeds meer komen. Maar wat ervoor bij de gemeente aangedaan wordt, dat is denk ik een vraag voor één van jullie. De voorzitter: Mevrouw Dekkers kunt u daar een kort antwoord op, wat doen we voor de flexwerkers? Mevrouw Dekkers: Nou ja dat is inderdaad een groot problemen en dat… Wij zien heel veel dat mensen seizoensgebonden werk doen, vervolgens weer in de uitkeringssituatie terechtkomen en dan als het seizoen weer begint daar er weer uitgehaald worden.

Dus daar zit een hele vervelende situatie in die ook deels de verantwoordelijkheid is van dat seizoenswerk. Is best wel heel erg ingewikkeld om daarop te anticiperen.

15

De voorzitter: Korte vervolgvraag mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. We hebben natuurlijk net heel veel gehoord wat heel goed is over werkgevers. Wat wordt hier proactief op gedaan? De voorzitter: Mevrouw Dekkers. Mevrouw Dekkers: Goed punt inderdaad. Ik moet hier wat we hierop doen, dit ligt echt bij de sociale dienst dan met name bij de collega's niet van schuldhulpverlening, maar bij de collega's van ontwikkelen naar werk. Deze vraag is net iets te technisch dat ik hier nu het antwoord op kan geven. Maar ik weet dat wel dat dit echt een aandachtspunt is. De voorzitter: Dan hebben we nog twee vragen. Eerst de heer Gorter, daarna mevrouw Lammens en dan moeten we denk ik weer echt door. De heer Gorter: Dank u wel voorzitter. Kan even toelichten wat die cijfers in die taart nou zijn? Die kan ik niet helemaal thuisbrengen. De voorzitter: Mevrouw Klein. Mevrouw Klein: Deze cijfers geven dus aan… dus mensen die komen bij ons aan en wij noteren dus wat voor soort inkomen ze hebben dus… De voorzitter: Aantallen? Mevrouw Klein: Ja het aantal ja en dan ja. Is daarmee uw vraag beantwoord? De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik had nog even een vraagje aan mevrouw. U had het net over flexwerkers, maar hoe zit het met zzp'ers? De voorzitter: Mevrouw Dekkers.

De zzp’er? Mevrouw Dekkers: Ja zzp'er is ook een groep die natuurlijk zeker op het gebied van schuldhulpverlening een groot risico vormt. Nu is er bij de sociale dienst een goeie samenwerking ook en specifieke hulp voor zzp'ers. Dus die worden ook als aparte doelgroep echt wel nou met maatwerk bedient. De voorzitter: Heel kort want we moeten echt door. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Hoe zit het met de toeslagen? Hebben komen mensen ook door de toeslagen als ze dat terug moeten betalen, krijgen ze daar ook, komen daar veel mensen door in de schulden? De voorzitter: Mevrouw Dekkers. Mevrouw Dekkers: Jazeker.

16

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dus we zouden eigenlijk wat meer aan de toeslagen moeten doen op een andere manier dat moeten gaan inrichten. De voorzitter: Maar dat is geen gemeentelijke taak, dus daar gaan we het niet over hebben vanavond. Ik denk dat het onze dat de landelijke partijen met de landelijke binding daar misschien in het landelijke iets mee kunnen doen, maar niet in deze commissievergadering. Mevrouw Dekkers, wie vervolgt de presentatie? Ik zie dat de heer Muller verder gaat. De heer Muller: Ja, stapje hoger in de piramide, van provincie naar vroeg signalering en in dit geval dan specifiek vroeg signalering op basis van betalingsachterstanden die door nou ja schuldeisers aan de gemeente worden doorgegeven. Over vroeg signalering hebben we het over vroeg signalering vanuit de wettelijke verplichting vanuit de WGS. Aan de basis daarvan ligt eigenlijk bestaanszekerheid hè, dus een inkomen hebben, een dak boven je hoofd. Maar het is natuurlijk ook geen problemen hebben door schulden. Hoe ziet dat er dan uit? Nou ja inwoner van Dordrecht heeft een betalingsachterstand, kan zijn bij een zorgverzekeraar, energiebedrijf, woningverhuurder of drinkwaterbedrijf, in Dordrecht natuurlijk heel specifiek Evides want we hebben er maar één. Nou als die dan niet betaald wordt, worden herinneringen verstuurd, worden aanmaningen verstuurd.

Zo'n organisatie geeft dan op een bepaald moment een signaal aan ons door om daar iets mee te doen. Wij ontvangen die signalen, die komen online bij ons binnen, die worden verzameld, die worden verdeeld vervolgens naar de sociale dienst of het sociaal wijkteam. Die gaan vervolgens out reachend contact zoeken met inwoners, proactief hulp aanbieden, eigenlijk ongevraagd hulp aanbieden, dat is eigenlijk waar we het hierover hebben dan met een out reachende aanpak. Wat je daar dan eigenlijk mee wil bereiken is voorkomen dat een betalingsachterstand uiteindelijk uitgroeit tot een problematische schuld. Wie zijn daarbij betrokken uiteindelijk? De vaste lasten partners waar ik het zojuist over had, die leveren die signalen bij ons als gemeente aan. Wij als gemeente en de sociale dienst die de wettelijke verplichting hebben om die signalen op te pakken. Sociaal wijkteam die specifieke meldingen oppakt, bijvoorbeeld de om het zo te zeggen de zwaardere achterstanden dus de huurachterstanden, dreigende afsluitingen, maar ook meervoudige signalen want het kan natuurlijk ook zomaar zijn dat iemand in een maand op een bepaald moment meerdere problemen heeft. Die komen dan daarbinnen, omdat daar dan ook wat dringender aandacht voor nodig is. En natuurlijk de inwoners dan die we die hulp proberen aan te bieden.

Waar hebben het dan over qua cijfers? In Dordrecht ongeveer 500 vroeg signalen per maand. Klinkt als heel veel inderdaad, maar om het ook wel in perspectief te plaatsen, je hebt het dan over ongeveer 3,9 vroeg signalen per 1000 inwoners per maand, zo zeg ik hem goed. Landelijk gemiddelde is 4,0 vroeg signalen per 1000 inwoners per maand is. In die zin doen we het ongeveer gelijk aan wat landelijk gemiddeld is. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Die 500 vroeg signalen, is dat iedere maand kan dat ook weer een repeterend vroeg signaal zijn of zijn dat 500 nieuwe casussen? De heer Muller: Nee het kan ook repeterend zijn inderdaad.

17

De voorzitter: De heer Gorter. De heer Gorter: Als ik het goed begrijp komt in dit hele proces geen deurwaarder aan te pas? De heer Muller: Nou ja dat is discutabel. Kijk, vroeg signaal het woord zegt het natuurlijk eigenlijk al, het is een vroeg signaal wat je eigenlijk af wil geven voordat je een proces ingaat, dus uiteindelijk dat het bij een deurwaarder terechtkomt. Dat is de essentie van vroeg signalering. De realiteit is echter wel dat schuldeisers daar allemaal wel op hun eigen manier invulling aan geven. Kom ik straks nog wel even op terug hoor, maar als je het feitelijk zuiver vroeg signaal zou een deurwaarder niet in de picture moeten komen. De heer Gorter: U komt daar straks op terug, een vervolgvraag zijn misschien kunt u die al meenemen. In hoeverre een deurwaarder daar wel bij betrokken is, dus dat er afspraken zijn met deurwaarders bijvoorbeeld over dit soort signalering? De voorzitter: De heer Muller. De heer Muller: Dat is prima. Kom ik zal ik zo meenemen. Dan nog even kort over de samenstelling van die signalen. 45 procent afkomstig van zorgverzekeraars, 41 procent energie en water en 14 procent van huur en huur is in dit verband dus woningcorporaties, commercieel vastgoed beheerders, particuliere verhuurders, iedereen die verhuurt feitelijk.

Nou het proces hè dus die 500 vroeg signalen per maand, die worden uiteindelijk door ons verzameld, ze worden gematched, geprioriteerd en er wordt ook een aantal uitgesloten. Dat heeft puur te maken met het feit dat signalen soms ook niet kloppen, dus een postcode die niet overeenkomt met een specifiek adres of namen die niet overeenkomen. Dat is helaas de realiteit dus daar valt altijd wel iets af. Uiteindelijk worden die signalen dan een melding en een melding wil eigenlijk zoveel zeggen als dat een signaal wordt opgepakt, dat er een dossier als het ware van aangemaakt wordt. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik heb even een kleine vraag maar worden de mensen die de hypotheek niet meer kunnen betalen, worden die niet meegenomen? De voorzitter: De heer Muller. De heer Muller: Helaas niet. Er is wel landelijk is daar loop daar een pilot van, maar inderdaad een heel terecht punt. Want ja net zo goed als je je huur niet kan betalen, kan je ook de hypotheek niet betalen. Dus daar zijn wel ontwikkelingen in gaande hoor, worden wel pilots voor gedraaid. Zou inderdaad hele goeie toevoeging zijn als dat… Mevrouw Lammens-Oostdijk: Zouden we dat ook in Dordrecht kunnen doen? De heer Muller: Op het moment als daar handen en voeten aan worden gegeven absoluut. De voorzitter: Mijnheer Muller vervolg uw betoog of presentatie.

18

De heer Muller: Dat is goed. Nou ja dan zoals ik net ook al aangaf, signalen worden dan vervolgens verdeeld door thans richting de sociale dienst en sociaal wijkteam. Sociale dienst pakt de signalen op van inwoners die bekend zijn vanuit de participatiewet of vanuit een schuldhulpverleningstraject en signalen van het sociale wijkteam wat ik u zojuist ook aangaf de wat zwaardere gevallen dan. Nou dat uit reachend contact dus is dan eigenlijk bellen, e-mailen, sms'en, een huisbezoek, alles om maar in contact te komen met zo’n inwoner. 21 procent van die meldingen die leidt uiteindelijk tot contact. Landelijk gemiddelde is 20 procent. Dus hier doen we het ook eigenlijk net niet gemiddeld slechter of beter dan wat landelijk gemiddeld is. En nou ja contact kan dan uiteindelijk zijn een algehele betaling, een betalingsregeling, hulp, wijzingen, kan eigenlijk van alles zijn. De voorzitter: Er is een vraag van Bootsman. De heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel voorzitter. Ik vroeg me af of dat outreachend contact zou ik het eigenlijk als een vorm van bemoeizorg kunnen zien? De heer Muller: Ja wel in mindere mate. Kijk outreachend contact is eigenlijk gewoon ongevraagd hulp aanbieden. Uiteindelijk hoef je het natuurlijk ook niet te accepteren. Als jij vervolgens de deur niet opendoet of de brieven niet leest, ja dan strandt dat natuurlijk.

Dus in die zin is het wel een wat andere variant, maar bedoeling is inderdaad wel om proactief contact te zoeken. De voorzitter: Dan zie ik een korte vraag van mevrouw Striebeck en daarna de heer Schalken en dan moeten we weer door. Mevrouw Striebeck: Even een vraag, dat contact dat leidt niet altijd tot daadwerkelijke hulp neem ik aan. Blijf je die mensen nog volgen op afstand of die schulden groter worden? De heer Muller: Nou ja kijk in het kader van vroeg signalering dan… de naam zegt het eigenlijk al, je bent heel vroeg in het proces en op het moment als iemand niet reageert op jouw hulpaanbod, dan kom je in een andere fase terecht en dan kom je inderdaad tot het punt mijnheer Gorter net ook al aangaf, dan komt de deurwaarder in beeld en uiteindelijk verder dus in een andere fase. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Ja, ik vind het goed dat we dit doen, maar geeft het ook wel eens gedoe met betrekking tot de privacy? De voorzitter: De heer Muller. De heer Muller: Nou ja ik moet u heel eerlijk zeggen ik heb hiervoor zelf ongeveer 25 jaar bij een deurwaarders organisatie in woningcorporatie gewerkt, dus eigenlijk altijd aan de uitvoerende kant van deze problematiek dat klinkt dan weer zo zwaar maar je snapt wat ik bedoel. In mijn tijd als bij een woningcorporatie deden we ongeveer per maand 200 signalen doorgeven.

Ik werkte bij een grote woningcorporatie in Den Haag en ik denk in die twee jaar tijd dat er drie mensen gebeld hebben en die zeiden van ik wil niet dat u

19

iets, hoe komt u aan mijn gegevens? Dus nou is dat denk ik niet zeg maar de benchmark voor het hele landelijke verhaal, maar het is wel tekenend. De voorzitter: Gaat u verder met het verhaal. We hebben nog best wel een deel te gaan, dus ik denk dat we even wat vaart moeten maken. De heer Muller: Goed. Vroeg signalering is natuurlijk ook wel iets waar op het moment veel over te doen is. Feitelijk is er veel mogelijk of thans meer mogelijk dan wat je wat er nu eigenlijk in het land gebeurt.

Enkele innovaties waar we ons op willen gaan richten eventjes in relatie tot het rapport van de nationale ombudsman die er recent onderzoek naar heeft gedaan en het verbeterplan vroeg signalering eigenlijk als reactie op ministerie van sociale zaken werkgelegenheid op dat rapport. De belangrijkste conclusie eigenlijk die in dat rapport gedaan werd is dat het bereik van vroeg signalering en… De voorzitter: Er is een geluid wat klinkt dat we moeten ontruimen, dus dan moeten we dat doen. Dus we beëindigen even deze vergadering en we gaan zo meteen denk ik verder. Commissie ik heropen de vergadering na dit intermezzo even buiten. Brandmelding lijkt volgens mij allemaal niks aan de hand te zijn, dus we kunnen rustig verder met dit belangrijke onderwerp waarbij we wel iets meer in tijdnood natuurlijk zijn gekomen. Daarom wil ik wel een voorstel doen om proberen de presentatie dan wat korter te doen en met name ook even naar ook de consultatie daar wel de ruimte voor houden, want dat is uiteindelijk natuurlijk ook wat voor de raad van belang is hè om als positie als raad ook hier op dit thema goed te pakken om ook die opmerkingen te kunnen maken die het college ook nou ja wat richting geven in hoe hiermee verder te gaan. Dus dat even als startopmerking en dan denk ik dat we verder gaan met de heer Muller met dit stuk van de presentatie. De heer Muller: Dank u wel.

Waar ik gebleven was, was dus innovaties waar we ons met vroeg signalering op willen richten. Maar dan even in reflectie tot wat de conclusies zijn die de nationale ombudsman deed in zijn rapport. Nou ja wat er eigenlijk al staat, niet iedereen wordt tijdig bereikt en geholpen, inwoners willen geen hulp, dat kan dan vaak zijn uit schaamte of ze denken simpelweg nog geen hulp nodig te hebben, dus eigenlijk nog niet klaar om een hulpaanbod te accepteren. Belangrijkste hier is in ieder geval om outreachend te blijven werken om inwoners te bereiken, dus die ongevraagde persoonlijke hulp blijven bieden. Waar houden we ons op dit moment mee bezig binnen de gemeente Dordrecht? Vergroten van het bereik. Wat je ziet is dat ook elders in het land er eigenlijk een hele generieke aanpak is richting inwoners en waar we naartoe willen is een gesegmenteerde aanpak waarin we dus gaan kijken per doelgroep, dus niet langer een groep inwoners, maar jongeren, volwassene, ouderen. We hebben het ook over de jongere ouderen gehad. Kleine nuance inderdaad, dus dat je kijkt met welke groep communiceer je op welke manier. Dus kan je voorstellen jongeren dan meer via email of sms, volwassenen e-mail en brief, ouderen een huisbezoek. Dus dat zijn natuurlijk knoppen waar je aan kan draaien.

Goed om nog even daarnaast te noemen want ik heb het hier niet in de presentatie staan, naast die persoonlijke aanpak zijn we ook drukdoende met een collectieve aanpak en bezig met het ontwikkelen van een

20

dashboard waar je dus eigenlijk op wijkniveau kan zien van nou welke signalen komen er nou binnen in welke wijk? Welke leeftijdsgroepen hebben we het dan over? En dan weer heel eventjes terug naar het geldpraatje waar we dus waar ik het in het begin ook over had. Je kan dan dus op basis van die data bijvoorbeeld zeggen van nou het blijkt dat in, ik noem maar even iets, Krabbenhof veel signalen binnenkomen van een zorgverzekeraar. Dan kan je kijken van nou kunnen we die zorgverzekeraar in betrekken om bijvoorbeeld een wijkgerichte aanpak daarop los te laten. Daarnaast samenwerking met de vaste lasten partners versterken. Eén in het kader van het verbeteren van die gegevensuitwisseling, omdat het toch best wel wat data is die uitvalt omdat het niet correct is. En tegelijkertijd ook als je dan het contact hebt met die vaste lasten partners het sociaal incasseren te stimuleren, want uiteindelijk leidt dat er natuurlijk toe dat je minder instroom hebt als je als schuldeiser zelf al het gesprek aangaat met die inwoner en het oplost. Kennis en expertise is ook iets waar we druk mee bezig zijn. We hebben in de afgelopen periode inmiddels wat verschillende verdiepingstrainingen gedaan met medewerkers van het wijkteam en ook wat medewerkers van de sociale dienst om ervoor te zorgen dat het kennis op peil blijft. En tenslotte samenwerking in de keten ook heel belangrijk.

Periodiek delen van kennis, middelen en beste praktijken om dat niveau van dienstverlening op peil te houden. Goed om in dit verband ook te benoemen is dat er half november voor het eerst ook een regionale bijeenkomst wordt georganiseerd over vroeg signalering voor medewerkers van alle Drechtsteden gemeenten van de sociale dienst of uh van de gemeente en wijkteams. Dus dat even over samenwerking in de keten. Nou ja dat over vroeg signalering en dan... De voorzitter: Denk een vraag ook aan de commissie, al uw mogelijkheden om uw geniale ideeën ook weer hier te delen. Gezien de tijd denk ik dat het goed is als jullie heel even nadenken over welke kansen en innovaties u ziet en dat we die dan kort delen, maar dat we daarover niet de discussie verder aangaan. Het is constaterend bedoeld. Wie mag ik het woord geven? De heer Gorter. De heer Gorter: Ik heb dat eigenlijk voorzitter in de gedurende het brandalarm al aangegeven. Ik denk de kansen liggen de samenwerking met banken, want als er nou een organisatie is die een vroeg signalering heel makkelijk kan vastleggen dan zijn het banken. Dus ik zou echt die samenwerking met die banken gaan zoeken. De voorzitter: Helder verhaal. Andere commissieleden? De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter ik zou in aanvulling van de heer Gorter dan ook wel willen zeggen, laten we onderzoek doen waar dat al gebeurt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/774/documents/35385