2.7 2024.09.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
39
heel erg ongewenst. En dat laatste punt is dat wij ook huiverig zijn voor de effecten van dit plan als het gaat over de sturing en de drang die richting de burger wordt uitgeoefend om zijn gedrag te gaan veranderen als het gaat over iets wat juist toch een hele fundamentele vrijheid is, je bewegingsvrijheid. Wij vinden dat je daar heel terughoudend in zou moeten zijn om dat top-down op die manier te willen gaan veranderen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u. Ik hoor u goed en het pleidooi voor vrijheid, dat kan ik altijd toejuichen. Maar gelet op belang wat u noemt, dat je tussen wijken je kan bewegen, dat je mensen niet dwingt iets te gaan doen waar ze misschien geen zin in hebben. Versta ik daarin goed dat u daar ook, dat Forum ook niet zo'n warm voorstander is van het afsluiten van de Krispijntunnel? De heer Van Pelt: Ja, dat is een aangelegen punt, begrijp ik, voor de VVD, maar daar zijn we inderdaad geen voorstander van. De voorzitter: Oké, niemand meer een interruptie? Dan, tromgeroffel, krijgen we nu de heer Van der Linden. En hij heeft beloofd dat hij dit heel compact en concreet gaat beantwoorden. De heer Van der Linden: Voorzitter, ik heb nu een paar minuten over vrijheid horen praten. Ik ga over mijn eigen woordvoering. Dat denk ik echt. De voorzitter: Ja, maar ik ben de voorzitter, dus ik kan u wel dat woord ontnemen.
De heer Van der Linden: Goed, dank. Dank. We hebben nu anderhalf uur een aantal opvattingen gehoord over het voorstel dat er ligt. Goed dat we dat op deze manier hebben kunnen doen. Ik heb een aantal dingen gehoord die me wat verrassen. Een aantal dingen ook waar ik het hardgrondig mee eens ben. En daarom ga ik het vanavond een beetje anders doen. Ik baseer mijn woordvoering nu op het uitgangspunt, dit is een autoplan. Want dat is het. De komende zestien jaar hebben we één zekerheid. Autoverkeer in deze stad gaat waanzinnig groeien. Ongelooflijk groeien. En het klopt, één van de oorzaken daarvan, naast een aantal algemeen maatschappelijke oorzaken, is dat we hebben besloten met zijn allen, we willen heel veel meer huizen bouwen. En misschien hadden we dat niet moeten doen, die keus maken, maar dan hadden we een heleboel andere keuzes ons opgedrongen zien worden. Namelijk het weglopen van voorzieningen, dat niemand meer een woning kan vinden, enzovoort. Dus we gaan ervan uit, dat was een goed besluit. Een aantal duizenden huizen bouwen. En we kunnen niet precies voorspellen hoeveel, niet precies hoe duur ze worden, niet precies waar ze wel of niet komen te staan maar het moeten er heel veel worden binnen de context van de bestaande stad. Dat is voor ons, vanuit mobiliteit bezien, als autorijder ook het uitgangspunt geweest.
We gaan groeien, dat willen we, dat hebben we ook nodig. Dat kunnen we weer tot discussie stellen, maar dat gaan we hier niet doen. Dat is nodig. Als autorijder ben ik dan blij dat er nagedacht wordt over hoe maken we dat nou mogelijk. Want een auto kost, naast dat hij een heleboel andere dingen heeft, ook heel veel ruimte. Nu al zijn een heleboel plekken in de stad moeilijk bereikbaar met de auto. Dat is een beetje afgebogen dankzij al tien, vijftien jaar inzetten op wat minder auto in de
40
binnenstad. Let er op dat niet overal de auto de prioriteit krijgt, want autoluwheid is niet een nieuw begrip. Dat doen we eigenlijk al tien, vijftien jaar. Maar als de stad nog veel meer gaat groeien dan is daar meer inzet op nodig, anders kan ik niet blijven autorijden. Daarom is het STOMP-principe bedoeld om die groei af te buigen zodat je, als je die auto nodig hebt, ook zeker weet ik heb meer kans op doorrijden, meer kans op op mijn plek komen, meer kans op een parkeerplaats en ook meer kans dat ik kan doen wat ik wil. Omdat ik misschien bijvoorbeeld iets heel zwaars te vervoeren heb of vier kinderen op een achterbank of minder mobiel ben op een andere manier. Dus die auto blijft nodig om de stad te laten ademen. Sterker nog, die auto gaat veel meer positie krijgen de komende 16 jaar om de stad te laten ademen. Om dat mogelijk te maken, moeten we natuurlijk ook een aantal keuzes maken. We moeten de keus maken op die andere letters van STOMP. Die samenhang moet op een andere manier worden georganiseerd dan nu. Op die andere ga ik zo in, maar eerst op die auto. Op dit moment hebben we 1895 autoparkeerplaatsen in garages. Dat is best veel. En of dat genoeg zijn, hangt van de dag af. Hangt ook een beetje van de plek af. En hangt er ook vanaf hoe succesvol je bent in het volproppen van die ruimte.
En het, want dat willen we ook, ietsje leger maken van de plekken in de openbare ruimte. Dus 1895 is niet één getal voor 24 uur. Sommige plekken worden wel vijf keer gebruikt per 24 uur. En nog steeds zijn er honderden plekken op heel veel momenten in de dag totaal niet gebruikt. Daar kunnen we veel meer mee doen. Over zes jaar hebben wij geen 1895. Nee, we zetten in op die auto, dan hebben wij meer dan 3000 plekken in garages. 3320 of 50 plekken. Hang me niet op aan het getal, het zouden er iets meer kunnen worden, iets minder. Maar een van de ambities is veel meer, heel veel meer, gruwelijk veel meer autoparkeerplekken in garages. Waarom doen we dat? Omdat die auto belangrijk blijft. Omdat we veel meer huizen en inwoners en bezoekers krijgen. Omdat we de binnenstad bereikbaar willen houden voor het, binnenstad voor toerisme, maar ook voor de winkels. Kortom, dat is ongelooflijk nodig. Die gaan we wel anders verdelen, die garages. Want natuurlijk, we hebben een hele gekke binnenstad. Dat heeft de heer Stolk ook al gezegd. Veel binnensteden hebben een perfecte rondweg. Dat kun je op allerlei manieren inprikken. Wij hebben maar op twee plekken een goede inprikker. Meer dan de helft van de binnenstad wordt omringd door water. Dat gaan we niet veranderen en daar hebben we ook veel profijt van. We moeten het op een andere manier doen.
Rond de binnenstad gaan wij heel veel parkeerplekken organiseren. En op ietsje grotere afstand ook. En daar hoort natuurlijk goed pendelvervoer bij. En dat is voor het grootste deel gratis. Dat is nu al. En dat gaan we natuurlijk nog veel meer stimuleren. Daar ben ik als autorijder heel blij mee. En dat garandeert ook dat die bereikbaarheid overeind blijft. De voorzitter: Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik ben even benieuwd, want de wethouder noemt dat we dus van 1.800 naar 3.000 of 3.300, wat was het, plaatsen in parkeergarages gaan. Maar ik lees ook op punten dat er juist meer van straat afgaat. Dus hoeveel plaatsen verdwijnen dan op straat en wat houden we dan dus effectief als meer over? De heer Van der Linden: Dat is natuurlijk een hele goede vraag. En uw buurman, de heer Safranti, heeft ook gevraagd om alternatieven. Gelukkig, voor die auto komen er
41
alternatieven. Want die auto, dat vergt een investeringsprogramma waar je natuurlijk veel meer tijd voor nodig hebt dan voor sommige fietspaden of andere maatregelen. Autogarages bouwen is heel duur, is ook veel lastiger te organiseren, vergt een logische besluitvorming. De halve binnenstad moet je verbouwen. Dus dat moeten we serieel doen, opeenvolgend doen. Dus dit najaar komt er een voorstel of in ieder geval een overzicht en ook een voorstel hoe we omgaan met de parkeerbalans in deze stad en ook hoe wij inderdaad inzetten op meer auto's in die garages plaatsen en ook langzamerhand, u weet dat we dat langzaam doen, de tweede parkeervergunning eruit halen. Langzaam de binnenstad leger maken en ook de ring rond de binnenstad leger maken. Ik kan dat niet precies met een thermometer doen of met een heel precies tabelletje, maar we weten dat dat de komende jaren spanning gaat geven, want de Spuihavengarage gaat overnieuw gebouwd worden. We gaan Maasterrasgarage bouwen. Dus er zit een hele serie van ontwikkelingen aan te komen die best spannend is de komende jaren, maar aan het eind van de rit hebben we veel, heel veel meer parkeergarageplekken in de stad. Dus daar ben ik als autorijder heel blij mee. Dat is ook hard nodig, maar daar ben ik blij mee. Nog steeds zal het dan wel zo zijn dat je op piekmomenten natuurlijk moet zoeken.
Nog steeds zal het wel zo zijn dat je her en der natuurlijk ook wel de parkeerfiles hebt. Ik maak even mijn zin af, ja? En we weten ook dat veel mensen die elke zaterdag om kwart over twee bijvoorbeeld in de parkeerfiles staan, dat die dat, dat het voor hen geen reden is om te zeggen, weet je wat ik ga in plaats van kwart over twee eens om tien uur. Nee. Mensen zeggen vaak, op die piekmomentjes is er inderdaad een beetje file, maar die is voorspelbaar ik doe het elke week, het is even vervelend, maar dan ben ik er. Je kan niet alles organiseren op de piek. Maar ik wil wel de garantie kunnen geven aan de automobilisten die we allemaal op enig moment zijn, dat we het goed organiseren zodat we plek hebben en dat we ook weten waar we aan toe zijn. De heer Roggekamp had een vraag. De voorzitter: Ja, de heer Roggekamp had een vraag. Daarna de heer Stolk nog. De heer Roggekamp: Sorry, voorzitter, want ik vroeg dus van hoeveel verdwijnen er dan op straat? Want de wethouder geeft aan, er komen er zoveel bij. Maar volgens mij verdwijnen die op straat, dus komt er effectief niks bij. De heer Van der Linden: Ja, we hebben afgesproken dat er vijfhonderd verdwijnen in het huidige betaald parkeren gebied. En daar gaan we jaren over doen. En dat zal ook wel eens een jaartje bijna niks zijn.
U weet dat we met heel weinig inzet, er is wel hard aan gewerkt, maar gewoon met enige aandacht enkele tientallen plekken al ingeleverd hebben zien worden rond de Wolwevershaven waar nu ook die ruimte wordt teruggeplaatst in de vorm van bomen enzovoort. Dus die stad kan daardoor ademen. Dus netto komen er meer plekken bij maar, net zo belangrijk, die plekken die er zijn worden ook beter benut. Want nu, op dit moment, staan er honderden plekken in de garages leeg. En dat is een enkele keer in het jaar bijna niet zo. We weten allemaal de kerstperiode. Dan is er echt bijna geen plekje meer op zaterdagmiddag in de garages rond de binnenstad. Dus dan hebben we meer plek nodig. Maar, dat snapt u ook wel, parkeerinfra is hartstikke duur. En je kan niet bouwen voor die paar piekmomenten in het jaar. Dus dan moet je andere dingen ook verzinnen. Andere pendelbusjes erbij, parkeren ietsje verder weg. Nou, dat levert geen problemen op in de zin van, natuurlijk levert het problemen op, maar dan is je hele binnenstad ook echt vol. Want wat we ook
42
weten is dat de functie van binnensteden verandert. Ik hoor de heer Stolk een aantal voorbeelden geven van dingen die inderdaad, zaken die bij ons weggaan. En dan noemt hij een aantal steden. Maar die steden hebben ook, net als wij, ingezet op autoluwheid. Sterker nog, een autovrije binnenstad. We weten uit decennia van onderzoek dat het voor de bestedingen van mensen in binnensteden, het maakt wel uit, maar het verschilt een beetje. Maar fietsers besteden substantieel vaak meer in binnensteden dan automobilisten. Ik heb daar geen oordeel over verder, maar het is niet zo dat er een is gelijk teken staat tussen auto's weg is binnenstad onderuit. Dat weten we uit onderzoek. En nogmaals, als automobilist kan ik nog steeds naar die binnenstad en dat wil ik ook, want ik wil blijven autorijden. De voorzitter: Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Voorzitter, dank u wel. U had het net over de Spuihaven, dat die dadelijk ook een tijdje dicht gaat en dat er een spanningsveld komt. Maar ik vraag mij dus af van hoe lang blijft dat spanningsveld? En daar maken de VSP zich zorgen eigenlijk over. Als dat te lang gaat duren, dat dus de mensen van buiten de stad de stad gaan mijden. En of je dat dan nog weer terug kan krijgen, we hebben het net over de openbaar vervoer gehad dat het nog steeds niet op het oude teruggekomen is, dan ben ik daar bang voor dat dat een negatief effect heeft.
De heer Van der Linden: Nou, ik zal één keer het woord gebruiken en dan niet meer vanavond. Ik kom, zoals sommige mensen van u wel weten, uit Groningen. En de laatste twintig jaar, als ik daar kom, ligt die hele ringweg overhoop. En dat is niet best. Maar nu is hij mooi aangelegd. Er komt een enorm mooi park bij. Er worden zes wijken met elkaar verbonden. Iedereen is blij en gelukkig. Dat zijn Groningers niet altijd automatisch, kan ik u melden. Maar nu wel. En de stad heeft er niet onder geleden. Hij is alleen maar doorontwikkeld, alleen maar gegroeid, alleen maar aantrekkelijker geworden, vrolijker, hipper. En het heeft minder geregend. Dat is heel bijzonder. Het was een geweldige tijd. Natuurlijk is zo'n verbouwing verschrikkelijk. En het heeft veel meer geld gekost dan begroot. Maar die stad wordt er stukken beter van. Wij hebben nu hele andere plannen, maar we zijn wel met soortgelijke ontwikkelingen bezig. Die gaan echt veel jaren nemen. Als automobilist ben ik wel blij dat we die ingrepen doen. Anders kunnen we nergens komen. Als we niks doen, als we wel zeggen we gaan die elfduizend huizen bouwen, maar we gaan niks doen en we denken allemaal la la la, la la la dan staan we over vijf jaar allemaal knettervast. Allemaal, in elke auto.
En dan fietsen we ook heus wel een beetje meer en dan gaan we ook met de bus, maar we moeten die groei wel een beetje afbuigen, anders kun je niet blijven doorrijden. Dus het alternatief waar de heer Safranti om vraagt, dat is eigenlijk de eerste inzet. Veel meer parkeergelegenheid. Anders omgaan, ik maak mijn zin af en dan zal ik stoppen. Anders omgaan met die verdeling op straat. En daar hoort ook natuurlijk een parkeertariefontwikkeling bij die het stimuleert om in garages te zitten, te gaan staan enzovoorts. Maar alleen dan kun je met de rest van start. De heer Stolk: Voorzitter, nog een hele korte opmerking eigenlijk. Ik vind la la la, la la la, la la la wel heel erg leuk. De voorzitter: Maar goed, we gaan over naar de heer Kuhlmann, die heeft wel een vraag.
43
De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik werd even opmerkzaam door de opmerking van de wethouder over het bestedingspatroon van fietsers ten opzichte van automobilisten. Ik lees hier een recent onderzoek waarin juist het tegenovergestelde wordt geschreven. Bezoekers per auto besteden twee of drie keer zoveel als bezoekers die lopend of per fiets komen. Dus op dat onderdeel denk ik dat er een aantal andere inzichten bestaan. De heer Van der Linden: Maar het kan wel. Maar hier wordt natuurlijk al heel lang onderzoek naar gedaan. Hoe houd je een binnenstad aantrekkelijk? Wat moet je daarvoor doen? Wat moet je ervoor laten? Hoe stimuleer je het? Enzovoorts. Daar kunnen we het nog best eens in een ander verband over hebben. Ik zie geen is gelijk teken tussen heel veel jaren veel werkzaamheden en een binnenstad die niet meer functioneert. We hebben andere portefeuillehouder, andere commissie, maar ontzettend veel tijd besteed aan de discussies over de diamant die we zijn met zijn allen en dat het groener wil, dat we het groener willen en dat we meer ruimte willen voor toerisme en voor beleving enzovoort. Daar hoort ander ruimtegebruik bij. Ik heb nu tien minuten besteed, nee, een kwartier aan praten over de auto.
Gelukkig is er om dat mogelijk te maken, het autorijden, blijf het mogelijk te maken ook als we dezelfde ruimte besteden aan veel meer huizen en die auto mogelijk een plek moet kunnen vinden. Gelukkig hebben we daar een paar alternatieven extra. Naast dat we die parkeerorganisatie anders doen en de parkeerplekken anders organiseren en de tarieven ontwikkelen hebben we ook die andere vier letters en daar zetten we ook op in. En dat doen we niet in een soort betonnen constructie. De voorzitter: De heer Gorter eerst en dan de heer Hartmeijer. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Ik ben wel heel erg benieuwd naar het parkeerplan waar al die parkeerplaatsen dan komen. Zoals ik het nu zie is het alleen maar minder, gaat er voorlopig af. Ik zou willen vragen aan de wethouder of hij de wens van onze inwoners in het centrum van de stad zou willen, daar iets mee zou willen doen, druk op dit moment nou eens op die pauzeknop en haal nou niet parkeerplaatsen, nog meer parkeerplaatsen weg. En maak eerst dat plan duidelijk dat er ook vertrouwen is naar onze inwoners in het centrum dat er straks voldoende parkeerplekken zijn om die auto kwijt te kunnen. De voorzitter: Oké. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ja, de wethouder die zei van, we hebben die autofiles naar die parkeergarages. Nou ja, mensen nemen dat blijkbaar dan voor lief. Die staan dan eventjes vast.
Maar je moet toch ook rekenschap geven aan de mensen die in de stad lopen, die niet in die auto zitten, maar zich wel ergeren aan die files. En niet alleen ergeren, maar er ontstaan ook vaak gewoon gevaarlijke situaties. Dus daar moet je toch ook rekening mee houden. De heer Van der Linden: Jazeker. Ik vind het zelf ook niet een heel aardige binnenkomer als je de binnenstad in rijdt, per auto of per fiets als je eerst die file moet passeren. We proberen ook wel, en dat voorstel komt dus dit najaar, in het voorstel hoe we die parkeerruimte anders gaan verdelen meer bewoners vlakbij en de bezoekers ook in de schil daaromheen, proberen we ook nog iets meer scheiding aan te brengen. Maar we
44
gaan niet zover dat we zeggen, je mag hier niet komen. Want dit is geen plan dat belemmeringen opwerpt. Natuurlijk geleid je wel, maar je probeert belemmeringen te voorkomen. En dat past mij ook heel goed als automobilist. Vergeet ik nou een vraag of heb ik…Volgens mij heb ik… Oh ja, oh ja. Kijk, wat we bewust hebben afgesproken toen we met die vijfhonderd plekken minder bezig gingen is, we gaan dat niet zomaar doen. We gaan het alleen doen als het kan. En ik meen dat de heer Kuhlmann daar een motie of een amendement zelfs over heeft opgesteld wat ook vrij brede steun heeft gekregen. Dus daar houden we ons gewoon aan. Er gaat niet een plek weg als dat niet kan. En dat wil niet zeggen dat er niet eens een keer extra file kan komen, want er hebben ook rioolprojecten. Soms zijn er evenementen. Er zijn ook soms bouwprojecten die tijdelijk tijd of plek wegvreten. Maar we gaan zorgvuldig om met de toezeggingen die we hebben gedaan en die ook zijn bevestigd door uw raad over die vijfhonderd plekken, die halen we weg, alleen als dat kan. En als u een pauzeknop wilt, dat is dan niet zozeer over mobiliteit sec, maar meer over het groen enzovoort. Het groen waar we allemaal erg aan hechten, waar ook brede steun voor is geweest in de raad. Dan is het meer een onderwerp wat u bij behandeling van een stuk over groen of binnenstad zou moeten indienen.
Wij houden ons aan de afspraken die we met de raad hebben gemaakt. De voorzitter: We hebben nog tien minuten. De heer Van der Linden: Dan zou ik nu op die andere letters willen ingaan. De voorzitter: Graag. De heer Van der Linden: Ja, en op een aantal dingen waarvan gezegd wordt dat ze worden voorgesteld. Bijvoorbeeld alsof we een voorstel hebben om overal zeroemissiezones in te voeren. Dar voorstel is het niet. Er is wel afgesproken dat we in ‘26 een zero-emissiezone invoeren. En uit mijn hoofd, ik zie de heer Kuhlmann bladeren, maar uit mijn hoofd staat er dat we in ‘28 gaan overwegen of dit voldoende is. En zo zijn er heel veel dingen. Bijvoorbeeld, er is een overweging zullen we in 2030, constaterend dat het wel, dat we een heleboel dingen hebben gedaan, maar dat het nog steeds extra druk wordt om die automobilist wel op gang te houden is het denkbaar, en daar gaat de raad die er dan zit over en de portefeuillehouder die er dan zit ook. Is het dan denkbaar dat het verstandig is om automobilisten die de binnenstad in willen rijden dat niet te laten doen via de Krispijnseweg. Het is geen voorstel om het nu te doen. Het is een overweging en die is gebaseerd op cijfers en die cijfers komen voort uit simulaties. En als je die simulaties ziet, dan zie je dat het heel erg veel drukker wordt. En dan is het niet genoeg om alleen te zeggen, zie maar.
Dan moet je ook gaan nadenken over hoe richt je die wegen in en hoe stuur je op die wegen. Dus inderdaad, die simulaties zijn er en je kunt natuurlijk op allerlei schuifjes drukken maar het wordt drukker in de binnenstad. Dus daar moeten we maatregelen op nemen. En de raad die hier over zes jaar zit, die kan beslissen, dit gaan we nooit doen, we verzinnen wel wat anders of we doen toch een beetje la la la, dat kan ook. En dat kunnen we ook accepteren hoor, dat is geen grap. We kunnen ook accepteren dat het ietsje drukker wordt als je in de auto zit, maar dat wil ik eigenlijk liever niet. Ik wil stimuleren dat mensen heel goed nadenken, ga ik met de auto, want dat moet mogelijk blijven of ga ik dat niet doen? En naarmate meer mensen die andere keus maken kunnen de autorijders beter doorrijden.
45
In dat kader is het nodig om na te denken over een andere wegenstructuur en sommige punten niet of niet meer te gebruiken. Gaan we dan beslissen. Nog een voorbeeld… De voorzitter: De heer Safranti heeft een vraag, maar ik wil wel vragen daarna of mensen nou eerst even de wethouder willen laten uitpraten. De heer Safranti: Ik heb de wethouder zoveel mogelijk laten uitpraten, want ik begin ook met zijn eerste zin. En dat vond ik een hele bijzondere zin, dat het juist een autoplan was. En wat ik dus, misschien komt de wethouder er nog op terug hoor, maar wat ik nog wel mist is dat ik dit ook aan het CDA heb gevraagd, en de heer Kuhlmann heeft dat ook gevraagd volgens mij, ging over het waterbedeffect rondom het betaald parkeren stadsbreed. Hoe denkt en kijkt, weet de wethouder daar iets over? De heer Van der Linden: Ja, zeker. Ik heb twee voorbeelden genoemd van dingen die ik iets te grotesk vind terugkomen in uw woordvoeringen. We hebben nu geen voorstel om een zero-emissiezones in te voeren over de hele stad. We hebben ook niet het voorstel dat we nu gaan doen om bijvoorbeeld Krispijntunnel af te sluiten. Ik denk wel dat we tegen die tijd die discussie gaan voeren, want we zien dan, nu op basis van simulaties en dan op basis van cijfers, dat het vastloopt. Laatste opmerking gaat over parkeren. We gaan nu niet voorstellen, we gaan heel de stad betaald parkeren invoeren.
Dat doen we niet. We zien wel dat overal waar het op basis van wensen uit de wijk gebeurt en vaak zien we daar heel duidelijke uitslagen in, zie je natuurlijk een waterbedeffect. Dat zie je. En dat vinden we allemaal wel vervelend, want dan komt de druk in een naastgelegen wijk. Maar het is ook de consequentie van in een binnenstad of in een naastgelegen gebied wonen. Tot nu toe vind ik dat het proces wat we hebben afgesproken een paar jaar terug om op basis van wensen uit de wijk met die discussie te beginnen, vind ik goed functioneren. Er is wel een voorbeeld waarbij we andere keuzes zouden moeten maken als wij gaan organiseren dat het Maasterras heel veel wordt gebouwd En daar horen inderdaad andere parkeernomen bij dan bijvoorbeeld in de wijk waar ik woon. Maar goed, daar gaan we het nog over hebben. Dan organiseer je wel automatische overdruk. Dus dan zou je moeten praten over de vraag, kunnen we dit gewoon laten gebeuren en laten we dan Krispijn vanzelf een keer bellen van, er staan opeens wel heel veel auto's in de wijk. Of moet je dan een ander gesprek voeren en zeggen, we organiseren voor een zeer betaalbaar tarief dat eigenaren hier kunnen parkeren, omdat het letterlijk honderd meter verderop dat we daar een hele andere wijk bouwen. Dat is een besluit wat je dan neemt, niet nu, maar dan wel. Omwille van de tijd hou ik het hier even bij. Dank u wel.
Niet helemaal, want mij zijn ook twee concrete vragen gesteld. De eerste vraag was van de heer Kuhlmann. Misschien drie zelfs. Kijk, we gaan dus wijkplannen maken. En ik kan me voorstellen dat we in het wijkplan waar Wilgenwende in wordt benoemd, ons verhouden tot de vraag, hoe gaat het met calamiteitenroutes? Calamiteitenroutes zelf worden natuurlijk gepland en ontwikkeld door de Veiligheidsregio. En elke calamiteit vereist weer een andere aanrijroute soms. Hoe staat de wind? Wat is er gebeurd? Maar dat we daarop terugkomen in het wijkplan, dat kan ik wel toezeggen. Ik kan niet toezeggen dat er een calamiteitenplan komt specifiek voor Wilgenwende en omgeving. Maar we komen in het wijkplan terug op hoe ga je om met calamiteiten. En een andere vraag die mij gesteld werd, is onleesbaar. Dus dat is jammer. De suggestie van Op ons Eiland was, kunnen we eens iets doen met simulaties? Die hebben we natuurlijk. Die hebben we om, dat is de basis van dit plan,
46
want dit is namelijk een vak. Dat doe je niet op basis van alleen maar een beetje achter je bureau zitten. Dat doe je op basis van aannames over ontwikkelingen en die stop je in een model en er komt wat uit. En er komen gruwelijke cijfers uit als we niks doen. Maar gelukkig, op deze manier lukt het wel. Dit is hem, dank u. De voorzitter: Dan gaan we eerst naar de heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Misschien was dat een van de onleesbare vragen, maar ik had nog gevraagd van het lijstje van de 30 kilometerwegen. Komt dat terug? En het amendement over het in kaart brengen welke straten er eventueel autoluw gemaakt kunnen worden in de binnenstad. De heer Van der Linden: Dank, duidelijk. Ja, in de plannen per wijk komen die mogelijke dertig kilometerwegen terug. En we hebben een van de permanente debatten van de afgelopen vier jaar is praten over 30. We hebben, als je kijkt naar waar wij al 30 rijden, dat is vergelijkbaar met heel veel andere grote steden. Het is niet zo dat wij nu heel veel achterlopen. Het is ook niet zo dat alle andere steden die zeggen, oh, wij doen alles op 30 , dat die alles op 30 doen. Dat is niet zo. Natuurlijk, je blijft die 50 wegen houden voor nood- en hulpverkeer. Je blijft, als je uitgaat van die inprikkers, wat ook een van de basiselementen van dit plan is, zodat je op een aantal wegen keurig met 50 kan en nog in kan prikken.
Dat zorgt er ook voor dat je op heel veel plekken niet harder hoeft dan 30. Er is een beperkt aantal straten in Dordt waar het echt nog wel mogelijk is. Daar hebben we eerder het gesprek over gehad en de afhandeling van die motie is niet aangenomen. Daarmee is die motie niet weg. Daar moeten we wat mee. Dat wil ik eigenlijk doen via dit plan. Maar het toenmalige voorstel is ook niet aangenomen, dus dan moeten we het op deze manier organiseren. Als je een weg van 50 naar 30 doet, dan hoort daar een verkeersbesluit bij. Dus in de wijkplannen ziet u wat er gaat gebeuren en daar kunt u dan t.z.t. iets van vinden. Het is niet zo dat we, als we dit plan aannemen, overal 30 gaan rijden een week later. Is dat concreet genoeg? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, een van de mogelijkheden die genoemd is van de andere letters is het openbaar vervoer. Kan de wethouder daar nog iets over zeggen of er inmiddels nieuwe ideeën zijn om daar een impuls aan te geven, want dat is hard nodig. De heer Van der Linden: Ja, er zijn wel wat nieuwe ideeën. De problemen die we sinds corona hebben zijn niet verminderd.
Ik snap elke vraag om langer te rijden met een dikke bus door bijvoorbeeld Dubbeldam of in andere wijken, maar de essentie van het huidige OV is natuurlijk nog steeds een bus heeft een chauffeur en er zitten heel veel stoeltjes in en als die stoeltjes niet gevuld worden, kan het niet uit om ermee te rijden. Daarom ben ik blij met de dikke lijnen die ook goed gevuld worden en dat zijn de meeste. Maar we hebben ook nodig dat we meer samenwerking krijgen tussen publiek en privaat. Doelgroepenvervoer, de busjes die we hebben rijden voor leerlingenvervoer en voor jeugdvervoer, voor participatie enzovoorts. En er zijn plannen in de maak, in de rest van het land, maar zeker ook in onze regio, om daar meer mee te doen. En daar is ook overleg over met de provincie. Dan ga je ook zitten met verschillende, niet alleen
47
verschillende exploitanten, maar ook verschillende financieringsstromen. Want vanuit het sociaal domein stoppen we een paar miljoen in allerlei vormen van doelgroepenvervoer. Die busjes zijn er en de mensen die erin rijden zijn er ook. Kun je dat combineren met de lijnen van Qbuzz? Nou, dat is een simpele vraag. Het antwoord is best complex, want je moet ook regelen dat het gebeurt. Je maakt het ook een hybride model, want sommige bussen blijven gewoon op basis van een dienstregeling rijden. Andere busjes gaan veel meer vraag gestuurd rijden. Het moet wel overzichtelijk blijven. Kortom, dat doe je niet even in een paar maanden, maar daar komen voorstellen over. De voorzitter: Mijnheer Klerk. Mijnheer Stolk als laatste. De heer Stolk: Ja, ik wilde vragen aan de wethouder of hij ook de 80-20-regel kent vanuit de winkels. U heeft het over Dubbeldam. Daar heb ik het ook over gehad. Als u Dubbeldam weghaalt, dan krijg je dadelijk weer de 80-20 regel. En als bedrijf, als Qbuzz, zal dat steeds hanteren. En ik denk dat je die 20 procent die niet rendabel is, toch in stand moet houden. En dat gaat nu niet gebeuren. Dus het is een afbouwend systeem. De heer Van der Linden: Ik ken de 80-20 regel, die kun je op heel veel situaties in het leven toepassen. Zo is het in deze vergadering voor 80 procent gegaan over de auto. Dat is heel goed.
En dat is ook voor 80 procent de oplossing, namelijk minder, om iets minder auto te organiseren heb je daar heel veel op nodig. We gaan nu niet praten, denk ik, over waar welke bussen rijden en hoe Qbuzz dat doet. Dat Qbuzz zoekt naar een goede manier om binnen het programma van eisen zijn dienstregeling uit te voeren, dat is helder, denk ik. En daar voeren we wel jaartjes het gesprek over. De voorzitter: Oké, dames en heren, ik wil graag deze commissie afronden. Ik heb ook het idee dat alles wel zo'n beetje gewisseld is. We hebben vragen genoeg kunnen stellen aan elkaar en er zijn zelfs een heleboel antwoorden op gegeven. Maar heb ik nog een vraag aan u allen. Wat gaan we met dit stuk doen? Gaan we dit hameren? Lijkt me leuk, maar er is een amendement van de Partij voor de Dieren en ik denk niet dat de heer Aarden zegt nu van, oh nee, dat gaan we alsnog niet doen. Nee, dus het wordt sowieso wordt het dan een bespreekpunt in de raad. Ja. Ik zie jou nee knikken, maar dat is ja. En dan is er gewoon al als er een amendement wordt ingediend, is sowieso al een bespreekstuk. Dus dan hoeven we ook niet een heleboel fracties dat te steunen, maar ik neem aan dat u dat wel sowieso doet. En dan bespreken we dit aan de hand van het amendement. Als iemand daar nog een tegenbod op heeft of iets heel anders wil. De heer Damen, bijvoorbeeld.
De heer Damen: Voorzitter, ik heb in mijn betoog aangegeven dat de fiets een heel belangrijk element is om die transitie te realiseren. Dat je dus ook fors moet investeren in fietspaden en fietsvoorzieningen. Wij overwegen om een motie of amendement in te dienen om daar nu ook meer zicht te geven of te krijgen op de investering. De voorzitter: Oké, ik heb het idee…Ik zie de heer Kuhlmann, ik zie de heer Van der Meer zie ik knikken. Ik heb het idee dat er nog wel meer partijen zullen zijn die een motie of een amendement overwegen. Zullen we met elkaar afspreken dat we dan wel proberen om dat een aantal dagen van tevoren uiterlijk te delen, zodat we in ieder geval op dat
48
moment in de raad allemaal een beetje in stelling gebracht zijn om daarop te kunnen reageren en dat we het aan de hand daarvan bespreken. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik denk inderdaad dat het een goede inschatting is dat er, gelet op de moeite met het voorstel zoals het er nu ligt bij veel partijen, dat er wat amendementen kunnen komen en/of moties. En mijn vraag is of er met het indelen van de spreektijd daar ook rekening mee kan worden gehouden. Want als het gaat om één, twee amendementen, dan kan ik me die twee minuten goed voorstellen. Als het er wat meer zijn, dan is het misschien voor een goede behandeling prettig als we iets meer spreektijd hebben. De voorzitter: Ik wou al voorstellen aan u om er vijf minuten van te maken. En dat is ook gelijk het matje wat we hebben, dus dat is een goede discipline dan die we ons allemaal op moeten leggen. Vijf minuten aan de hand van moties en amendementen, volgens mij hebben we dan een deal. Toch? 24 september. Dus een paar dagen ervoor een beetje proberen elkaar op de hoogte te brengen van waar u iets over gaat indienen. Ik wens jullie allemaal nog een prettige avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 24 september 2024.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
P.A.C.M. van der Velden
49