CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2024.06.11 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 9 juli 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 18 en 19 juni 2024 en de Dordtse Dinsdag van 4 en 11 juni 2024 Vergaderzalen 1, 3, 529.942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT – DORDTSE DINSDAG D.D. 11 JUNI 2024 Vergaderzaal 3

2. Kennis nemen en overnemen van het advies Beslissing op bezwaar Wvg Meubeloutlet-Troelstrahof - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Portier Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Ayverdi (DENK Dordrecht) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op ons Eiland) Dhr. De Vries (VSP) Overige aanwezigen: Dhr. Van den Broek (jurist) Dhr. Van den Ende (eigenaar) Mevr. Los (gebiedsmanager gemeente Dordrecht) Mevr. Stassen (advocaat) Portefeuillehouder: Wethouder T. de Jonge De voorzitter: Ja, het is nu precies half acht inderdaad. Welkom, commissieleden. Welkom, gasten. Welkom, griffier. En er zal nog een wethouder zijn. Die zie ik even niet. Welkom, publiek. En ook de mensen thuis. Ik zal eerst even introduceren van waarom we hier zijn en dan het namenrondje doen. En dan gaan we van start. Vorig jaar heeft de gemeente Wet voorkeursrecht gemeente op een stuk grond en een pand gelegd, wat vervolgens is overgenomen door de raad en waar de eigenaar bezwaar tegen heeft gemaakt.

Dat bezwaar is wat we hier vanavond gaan behandelen. Daarna moeten we gaan kijken wat we gaan doen, of we het nog oordeelsvormend willen bespreken of dat het gelijk door kan gaan naar de raad.

1

Maar in ieder geval krijgt zowel de eigenaar als de vertegenwoordiger van de gemeente straks tien minuten het woord. Maar voordat dat zover is, doe ik even een namenrondje en dan begin ik aan mijn rechterhand. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter Voor Dordt. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Van Aarden: Tristan van Aarden, Partij voor de Dieren. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op ons Eiland. De heer De Vries: André de Vries, VSP. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Stam: Marco Stam, Fractie van Waardhuizen Mevrouw De Heer: Betsy de Heer, Forum voor Democratie Inspreker: Richard van den Ende, eigenaar. Mevrouw Los: Saskia Los, gebiedsmanager gemeente Dordrecht De heer Van den Broek: Olaf van den Broek, jurist namens de gemeente Dordrecht De heer Stolk: En Leo Stolk van de VSP De voorzitter: Goed, dan is nu de gelegenheid aan de heer Van den Ende om zijn bezwaren toe te lichten. U heeft tien minuten. Inspreker: Dank u wel.

Wij hebben een stuk voorbereid en dat wil ik graag voordragen vanavond. Dus daar begin ik mee. Geachte leden van de raad, op 25 oktober 2023 werden wij onaangenaam verrast door de brief van het college waaruit bleek dat er een voorlopig voorkeursrecht op ons perceel aan de Troelstraatweg werd gevestigd.

2

Dit bericht kwam voor ons echt als een donderslag bij heldere hemel en mede om die reden hebben wij hier bezwaar tegen aangetekend. In december heeft de raad dit voorkeursrecht bevestigd zonder dat wij in de gelegenheid zijn gesteld ons verhaal toe te lichten. Het bezwaar dat we hebben ingediend is medegericht tegen dit besluit. Wij zijn heel erg verheugd dat wij vandaag alsnog de kans krijgen om onze bezwaren verder toe te lichten. De voornaamste reden voor het bezwaar is dat wij het besluit tot het vestigen van het voorkeursrecht gewoon simpelweg niet begrijpen. Het plan dat wij voornemens zijn te realiseren, heb ik hier op tafel liggen, past in ieder opzicht in de ambitie van de gemeente Dordrecht. Wij staan hier vanavond dan ook om een verdere toelichting te geven, terwijl we dit eigenlijk helemaal niet willen. Wat wij willen is gewoon een mooi en voor Dordrecht waardevol woningbouwproject realiseren. Een project wat voldoet aan de wensen van de gemeente en aan de wensen van de potentiële bewoners. Wij wisten tot 25 oktober eigenlijk niets anders dan dat wij samen met de gemeente aan het samenwerken waren en dat wij op korte termijn iets moois konden realiseren en samen iets moois konden neerzetten. We gaan er nu vanuit dat u inmiddels allemaal kennis heeft genomen van ons bezwaarschrift en dat u dit in detail heeft kunnen lezen.

In het bezwaarschrift worden alle gebeurtenissen, het overleg met de gemeente en onze werkzaamheden van de afgelopen jaren uitgebreid en in detail toegelicht. Samenvattend zijn de gronden van ons bezwaar drieledig. Het college was niet bevoegd om een voorlopig voorkeursrecht te vestigen, wij mochten als eigenaar van het perceel op de toezeggingen van de gemeente vertrouwen en drie: ten onrechte wordt ervan uitgegaan dat het door ons gepresenteerde plan niet binnen de gemeentelijke richtlijnen zou passen. Het eerste bezwaar is een zuiver juridisch bezwaar en dat is iets wat we voor nu achterwege willen laten en dat is iets voor een eventuele juridische procedure in beroep. Op het tweede en het derde bezwaar wil ik vanavond wel even kort ingaan. Uit het bezwaarschrift blijkt dat wij al enige tijd in overleg zijn met de gemeente over het realiseren van woningbouw op ons perceel. Door de gemeente werd in eerste instantie aangegeven dat grondgebonden woningen gewenst waren, maar nadat het plan voor grondgebonden woningen is gepresenteerd door ons, stuitte dit toch op bezwaren. Daarmee waren eigenlijk alle werkzaamheden en de planontwikkeling van de eerste anderhalf jaar, waarin wij dus onze tijd, moeite en energie hebben gestoken, feitelijk voor niets geweest. Nadat de gemeente had aangegeven dat de voorkeur uitging naar appartementen, is ook dit plan vervolgens uitgewerkt.

Hierbij is rekening gehouden met de door de gemeente aangegeven richtlijnen. Vervolgens werden wij keer op keer weer geconfronteerd met aanvullende wensen, zoals bijvoorbeeld parkeren, specifieke vierkante meters waar het aan moet voldoen, specifieke groenvoorziening, et cetera, et cetera. Maar ook in deze wensen zijn wij steeds meegegaan. Parkeren is opgelost en groenvoorziening is ruim voldoende volgens de norm geregeld. De appartementen zijn bovendien flexibel ingericht en vallen daarmee binnen de normen van de gemeente. Het was naar ons idee in kwestie van de laatste puntjes afstemmen, vergunningen aanvragen en op korte termijn starten met de bouw. Voor deze laatste punten was zelfs al een afspraak in november 2023 gemaakt, maar plotseling was daar opeens het voorlopige voorkeursrecht. Een middel wat momenteel op meer plaatsen in Dordrecht wordt gebruikt en wat is opgelegd en wat zeker niet tot gevolg heeft dat er ook daadwerkelijk sneller wordt gebouwd, hetgeen dit wel als motivatie door de gemeente wordt gebruikt om sneller te bouwen.

3

Inmiddels is het bezwaarschrift in de bezwaarschriftencommissie behandeld en tijdens de behandeling bleek dat de gemeente Dordrecht wederom aanvullende slash nieuwe randvoorwaarden heeft opgelegd. Op dit moment, althans dat is de laatste stand van zaken die wij hebben, gaat men uit van minimaal of maximaal vijf bouwlagen met maximaal vijf appartementen en maximaal eenentwintig appartementen in totaal. Wederom hebben wij dus het plan aangepast en de aanvullende wensen hebben we daarmee aan voldaan en wij zijn vanavond bereid om dit kort te presenteren. Aan u allen ook de mededeling: ik kan het ook nasturen. Het plan heb ik hier liggen, u kunt er zo ook naar kijken of we kunnen het opsturen. Voor de duidelijkheid, we willen helemaal niet met de gemeente strijden of in onmin leven, totaal niet. Wij willen juist in samenspraak de ambitie van de gemeente en eigenlijk nog meer, nog meer dan dat, willen we gewoon gezamenlijk realiseren. Nogmaals, het besluit om ook op ons perceel een voorkeursrecht te leggen is voor ons onbegrijpelijk. De gemeente Dordrecht heeft voor wat betreft de te realiseren woningbouw voor de komende jaren een enorme ambitie. Er moeten de komende jaren duizenden woningen per jaar gerealiseerd gaan worden.

Wij willen en kunnen die woningen realiseren waarbij wij, op verzoek van de gemeente en op onze kosten, ook deskundigen hebben ingeschakeld om na te gaan wat voor woningen realiseerbaar zouden zijn. Op basis van de uitkomsten hiervan en rekening houdend met de randvoorwaarden hebben wij een plan ontworpen en gepresenteerd. En terwijl wij over dit plan nog in overleg waren en de gewenste aanpassingen steeds hebben uitgewerkt wordt er vervolgens door het college een voorkeursrecht gevestigd. Keer op keer hebben wij de plannen aangepast aan de aanvullende wensen van de gemeente en heeft de gemeente ons kosten laten maken. Dan, zonder dat wij onze laatste plannen op inhoudelijke wijze mochten toelichten en waarop wij ook geen inhoudelijke reactie hebben gehad, wordt dus een voorkeursrecht gevestigd op ons perceel en daarmee vinden wij ook de gemeente zeker geen betrouwbare partij. Ook het argument van de gemeente ter motivatie van het vestigen van het voorkeursrecht, dat wij het perceel anders zouden verkopen aan een derde partij, is pertinent onjuist. Hiervan is nooit sprake geweest. Zoals ook benoemd in ons bezwaarschrift is de gemeente welgeteld twintig minuutjes bij ons op locatie op bezoek geweest voor een nader overlegje.

Ondanks dat dit overleg in 2023 nogal rommelig verliep, hebben wij tijdens dit overleg expliciet aangegeven zelf nadrukkelijk betrokken te willen zijn en blijven bij de ontwikkeling van het perceel tot woningbouw, gezien onze binding met de locatie, omdat wij er immers ook zelf in de buurt wonen. Er is dus nooit, en ik herhaal nooit, sprake geweest van enige vorm van verkoop van ons perceel aan wie dan ook. In december ‘23 is er bij Nieuwsuur uitgebreid aandacht besteed aan de woningbouw en de status van bouwprojecten. Als redenen voor de achterblijvende resultaten worden stikstofproblematiek, de gestegen prijzen en de hoge rentes genoemd. Daarnaast blijkt dat er bijna bij de helft van alle voorgenomen projecten nog niet met de bouw is begonnen door lopende bezwaarschriftprocedures. Eentje waar we nu in zitten. Procedures die vaak doorlopen worden, zelfs doorlopen worden tot de Raad van State en waarmee de verschillende overheidsorganen enorm worden belast. Tegen deze achtergrond is het besluit van het college voor ons nog compleet onbegrijpelijk en nog onbegrijpelijker. We hebben de mogelijkheden en middelen om op korte termijn te bouwen. De bouwpartners staan in de startblokken om te beginnen. Het plan voldoet aan de wensen van de gemeente en als de gemeente nog aanpassingen zou willen, dan willen

4

we hier uiteraard over meedenken. Het ten onrechte vestigen van het voorkeursrecht levert enkel vertraging op en heeft tot gevolg dat er op dit perceel de komende jaren in zijn geheel niet gebouwd gaat worden. Laten we alsjeblieft de komende tijd gebruiken om op het perceel woningbouw te realiseren en niet met elkaar allerlei juridische bezwaar- en beroepsprocedures aangaan. Als we samenwerken met elkaar in plaats van tegen elkaar, kunnen wij niet alleen onze, maar ook de ambitie van de gemeente waarmaken. Ik dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel en keurig binnen de tijd. U had zelfs nog twee minuten over. Ik geef nu eerst het woord aan de heer Van den Broek en daarna kunnen afwisselend aan beide heren of aan de assistenten vragen gesteld worden. Dus mijnheer Van den Broek, gaat uw gang. De heer Van den Broek: Dank u wel. Het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht heeft op 24 oktober 2023 besloten om een voorlopig voorkeursrecht als bedoeld in de Wet voorkeursrecht gemeente te vestigen op het perceel gelegen aan de westkant van Crabbehof tegen de Zuidendijk plaatselijk bekend als de Troelstraweg 197 tot 199 te Dordrecht. Bij raadsbesluit van 19 december 2023 is het gevestigde voorkeursrecht bestendigd voor een termijn van drie jaar.

In deze bijdrage wenst de gemeente u een toelichting te geven over de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht op de onderhavige locatie. Ik ga in deze bijdrage in op de volgende onderwerpen: één: inhoud en doelstellingen van de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht, de vereisten voor de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht, motivatie voor de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht, zelfrealisatie, ook na vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waarmee je rekening dient te houden bij het besluit tot vestiging van het gemeentelijke volksrecht, de gemeentelijke projectaanpak en tot slot een resume en vervolg. Allereerst inhoud en doelstellingen van de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht. Het gemeentelijk voorkeursrecht biedt gemeenten of de provincie of het Rijk de mogelijkheid om grondeigenaren bij een voorgenomen verkoop te verplichten hun grond als eerste aan de gemeente te koop aan te bieden. De gemeente heeft na de vestiging van een voorkeursrecht dus feitelijk een eerste recht van koop. Om een voorkeursrecht te vestigen dient de gemeente een zogeheten vestigingsbesluit te nemen.

In de praktijk wordt vaak door het college van B&W een besluit genomen tot het voorlopig vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht, waarna dit besluit wordt bestendigd door de gemeenteraad binnen drie maanden. De doelstellingen van de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht zijn: één: versterking van de realiserende rol van de overheid. Twee: verbetering van de onderhandelingspositie van de overheid op de grondmarkt. Drie: beheersing van de grondprijzen. Met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht wordt dan ook grondspeculatie voorkomen en kan de gemeente haar regiefunctie uitoefenen bij een voorgenomen herontwikkeling. Twee: de vereisten bij een vestiging van het gemeentelijke voorkeursrecht. Vooropgesteld gaat het bij de bevoegdheid tot het nemen van een vestigingsbesluit om een zogeheten discretionaire bevoegdheid, waardoor de gemeente een ruime bevoegdheid heeft om naar eigen inzicht te beslissen en deze door de rechter terughoudend wordt getoetst. Voor de vestiging van een voorkeursrecht gelden twee formele vestigingsvereisten, te weten één: aan de betrokken grond moet een niet-

5

agrarische bestemming zijn toegedacht. Twee: het huidige gebruik dient af te wijken van de toegedachte bestemming. In de huidige casus is hieraan evident voldaan. Zo is het huidige gebruik van het met voorkeursrecht belaste perceel bedrijfsmatig. Ter plaatse is een meubeloutlet met bijbehorende voorzieningen gevestigd. En de toegedachte bestemming voor de locatie is wonen met bijbehorende voorzieningen. Alle nietagrarisch en nader uit te werken. Daarnaast dient er ten tijde van het raadsbesluit ook een grondslag voor de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht te zijn. En de Wet volksrechtsgemeente kent feitelijk drie grondslagen. Eén: een planologisch voornemen op basis van artikel 5 Wet voorkeursrecht gemeente. Twee: structuurvisie op basis van artikel 4. En drie: een bestemmingsplan op basis van artikel 3 Wet voorkeursrecht gemeente. In de destijds vigerende structuurvisie en bestemmingsplan is de beoogde herontwikkeling van de locatie niet opgenomen. Wel is in het door uw raad vastgestelde ontwikkelkader Crabbehof, de dato 16 mei 2023, de beoogde herontwikkeling globaal weergegeven. Gezien het ontbreken van een structuurvisie of een bestemmingsplan waarin de beoogde herontwikkeling is opgenomen, wordt de grondslag hier gevormd door artikel 5 wet voorkeursrecht gemeente, ook wel het ontwikkelkader.

Punt drie: wat is nu de motivatie voor de vestiging van het gemeentelijke voorkeursrecht ter plaatse? De motivatie is eigenlijk al opgenomen in het raadsvoorstel behorende bij het vestigingsbesluit. De argumenten zijn de volgende: één: het gemeentelijke voorkeursrecht verschaft de gemeente een betere uitgangspositie op de grondmarkt. Hierdoor wordt de gemeente beter in staat gesteld een grondstrategie te voeren. Het voorkeursrecht als passief verwervingsinstrument kan een ondersteuning betekenen van het te voeren verwervingsbeleid. De gemeente kan hierdoor een centrale regierol uitoefenen bij de ontwikkeling van plannen. Twee, heel belangrijk: het gemeentelijk voorkeursrecht vormt gedurende het planontwikkelingsproces, van ontwerp tot uitvoering, een beschermingsinstrument waardoor ongewenste verkopen, al dan niet bedoeld als grondspeculatie, kunnen worden voorkomen. Drie: het voorkeursrecht voorkomt buitensporige grondprijsstijgingen, buiten de normale markteconomische grondprijsstijgingen, En vier: het voorkeursrecht maakt het voor de gemeente mogelijk om te interveniëren in het natuurlijke proces van aan- en verkoop binnen het plangebied. Bij een voorgenomen verkoop door een eigenaar is in deze als eerste de gemeente aan bod om het perceel aan te kopen.

Door deze interventie in het natuurlijke proces van aan- en verkoop kan de gemeente zo mogelijk een langdurig en kostbaar verweringsproces of onteigening voorkomen. Het voornaamste argument voor de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht behelst het behouden en versterken van de regie op de beoogde herontwikkeling. Daarbij is het vaste jurisprudentie dat de gemeenteraad het belang bij het vestigen van het voorkeursrecht voldoende heeft gemotiveerd indien de raad verwijst naar het behouden van de regierol bij ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. Punt vier: zelfrealisatie na de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht. Van cruciaal belang om op te merken is dat zuivere zelfrealisatie los staat van het besluit tot vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht. Het gemeentelijk voorkeursrecht is een passief grondverwervingsinstrument dat de gemeente ondersteunt bij haar grondverwervingsbeleid. Het verplicht de eigenaar niet tot verkoop. Indien een eigenaar bereid en in staat is om conform de gemeentelijke randvoorwaarden tot de herontwikkeling over te gaan, dan blijft zelfrealisatie ook na een vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht mogelijk. Tot op heden is echter niet gebleken dat de plannen zijn ingediend door de eigenaar en de ontwikkelaar die voldoen aan de gemeentelijke uitgangspunten en randvoorwaarden. Punt vijf: de algemene

6

beginselen van behoorlijk bestuur bij de vestiging van een gemeentelijke voorkeursrecht. Bij een besluit tot vestiging van een gemeentelijke voorkeursrecht dient de gemeente in lijn te handelen met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Onder meer het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel dienen in acht te worden genomen. De gemeente heeft in haar verweerschrift gemotiveerd uiteengezet dat hieraan is voldaan. Ook heeft de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie geoordeeld dat de gemeente bij de besluitvorming de algemene beginselen van behoorlijk bestuur voldoende in acht heeft genomen. Met name van belang dat de gesprekken in het voortraject over het al dan niet voldoen aan de gestelde randvoorwaarden spelen geen rol bij het onderhavige besluit tot vestiging van het gemeentelijke voorkeursrecht. Een eventueel geslaagd beroep op bijvoorbeeld de schending van het vertrouwensbeginsel met gevolg voor het onderhavige besluit dient te gaan over het gevestigde voorkeursrecht zelf. Bezwaren over genoemd voortraject behoren dan ook niet thuis in de onderhavige heroverweging van het vestigingsbesluit. Desalniettemin zal de gemeente desgevraagd ingaan op het voortraject, mede om uw raad mee te nemen in de gemeentelijke projectaanpak en daarmee gepaard gaande tijd en energie die daarin reeds is gestoken. De gemeentelijke projectaanpak.

Ik probeer het kort te houden. Vanaf het voorjaar van 2020 is de gemeente met de eigenaren in gesprek over de planvorming voor deze locatie. Begin 2022 is gestart met een overlegstructuur van minimaal één keer per maand in de vorm van een projectgroep. Overleg met de eigenaren, een ontwikkelende partij, een architect en de ambtelijke projectgroep bestaande uit alle betrokken vakdisciplines. Het doel van deze overleggen is samenwerken aan de totstandkoming van een haalbaar woningbouwplan. Aan de start van deze ontwikkeling zijn randvoorwaarden voor de betreffende locatie meegegeven. Dit is immers nodig omdat er als een bestemming nu een bedrijfsfunctie is gevestigd. De gemeente kan alleen medewerking verlenen als er een woningbouwplan wordt ontwikkeld dat past binnen de gestelde randvoorwaarden. De gestelde randvoorwaarden zijn passend binnen de door uw raad vastgestelde beleidskades en akkoord bevonden door de stuurgroep Wielwijk en Crabbehof op 7 juli 2022. Binnen de gestelde randvoorwaarden is onder andere het maximaal bebouwd oppervlakte, maximale bouwhoogte en het bouwvolume vastgelegd. Over de woningen is opgenomen dat deze minimaal zeventig vierkante meter oppervlakte moet hebben. Randvoorwaarden stel je niet zomaar op. Dat gaat via een grove model- of massastudie. Er wordt dan gekeken wat past qua bebouwing op deze locatie.

Passend binnen deze randvoorwaarden is bijvoorbeeld een alzijdig woongebouw, appartementen of grondgebonden woningen met een compacte footprint in een laadschappelijke setting. Het parkeren kan dan onder het gebouw, deels op maaiveldniveau of half verdiept worden opgelost. Door het toepassen van slimme architectuur kan er toch een levendige plint gerealiseerd worden. Deze locatie is ook in de wijkvisie Crabbehof 2012 en het daarop volgende ontwikkelkader Crabbehof 2023 beoogd als woningbouwlocatie. Bij een woningbouwontwikkeling op deze locatie wordt vanuit deze visies ook verwezen naar onderstaande randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn ook aan de ontwikkelende partijen te allen tijden meegegeven. Het moet gaan om het versterken van de groene as structuur van de wijk Crabbehof ten opzichte van het naastgelegen Zuidendijk en de historische brug de Krabbegul. Hierdoor is een maximaal bouwvlak en volume opgenomen. Het parkeren onder het gebouw brengen biedt de mogelijkheid om zowel

7

woningen toe te voegen en voldoende ruimte te behouden om de groene as structuur aan te zetten. Het toevoegen van een levendige plint dient te zorgen voor een sterke relatie tussen de woningen en het openbaar gebied. Het zijn dus die randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn nimmer gewijzigd, maar zijn gedurende de samenwerking uitgewerkt met voorbeelden en verduidelijkt om meer richting te geven aan een passend plan. Zo is op 28 juni 2023 een modelstudie gedeeld voorzien van een concreet aantal mogelijke appartementen of grondgebonden woningen met daaronder bijvoorbeeld half verdiept parkeren of parkeren op het maaiveld onder de woning, passend binnen het bouwvolume. De voorzitter: Bijna aan de tien minuten. De heer Van den Broek: Nog één kantje. Vervolgens in 2022 heeft de ontwikkelende partij Bolton meerdere plannen aangeleverd. De aangeleverde plannen bestonden uit grondgebonden woningen met een daarbij behorende te grote parkeervraag in het openbaar gebied. Dit sloot niet aan bij de gemeentelijke randvoorwaarden, omdat er te weinig ruimte overbleef om een groene omgeving te creëren. Er is meermaals aangegeven om te kiezen voor appartementen waarbij het parkeren onder de woning plaatsvindt. Hier werd niets mee gedaan. Doordat er geen haalbaar plan tot stand kwam, heeft Bolton zich in begin 2023 teruggetrokken uit deze ontwikkeling.

Op 27 februari heeft de gemeente in gesprek met de eigenaren aangegeven te willen onderzoeken of aankoop van de locatie door de gemeente zelf interessant is. De eigenaren stonden open voor dit onderzoek, welke vanaf dit moment ook in gang is gezet. Met als gevolg in de periode van maart tot en met juli 2023 verminderd het contact totdat de uitkomsten van dit onderzoek gedeeld konden worden. Terwijl het onderzoek naar de aankoop van de locatie intern bij de gemeente werd uitgevoerd, zijn de eigenaren een samenwerking aangegaan met Pap projectontwikkeling. Bij het eerste overleg op 24 augustus 2023, dat gepland stond op het stadskantoor van de gemeente, werd direct een volledig woningbouwplan gepresenteerd. Echter, na een half jaar geen contact, kwam dit plan als een verrassing. Vanuit de gemeente werd dit overleg juist gezien als een voorbespreking, waarin de eerder gestelde randvoorwaarden voor deze locatie toegelicht. De voorzitter: U moet naar een afronding gaan. De heer Van den Broek: Voor de rest gaat het nog over de project aanpak. Ik stuur de notitie, die komt bij jullie ook in de mailbox. Dan wil ik even afsluiten met het resumé en vervolg. De gemeente heeft alle aangeleverde plannen serieus genomen en beoordeeld. Op ieder plan zijn concrete aanpassingen teruggekoppeld om een haalbaar plan binnen de randvoorwaarden te realiseren.

De betrokken collega's van de verschillende vakdisciplines zijn hierbij te allen tijden aangesloten. Vanaf 2022 heeft de gemeente circa zeven versies van plannen voor deze locatie mogen beoordelen. Dit kost tijd, die de gemeente er uiteraard graag in investeert. Echter voldeden de tot nu toe ingediende plannen niet aan de randvoorwaarden. De gemeente hecht belang aan het versterken van haar regierol bij de boogde herontwikkeling, waardoor zij een gemeentelijk voorkeursrecht heeft gevestigd op deze locatie. De rechtmatigheid van dit besluit blijkt ook uit het onafhankelijk advies van de bezwaarschriftencommissie. Mocht het voorkeursrecht nou niet meer van toepassing zijn, dan verliest de gemeente de regie op

8

de herontwikkeling van de locatie en kan een grondspeculatie plaatsvinden. De gemeente staat nog steeds open om met de eigenaar en projectontwikkelaars in gesprek te treden over zelfrealisatie, doch wel met inachtneming van de gemeentelijke randvoorwaarden. De belangen van de eigenaar worden op dit aspect dan ook niet geschaad door de gemeentelijke besluitvorming. Laatste zin. De gemeente is bevoegd om een vrijstelling van de aanbiedingsplicht in het kader van het gevestigde voorkeursrecht te verlenen indien er een plan wordt ingediend dat voldoet aan de gemeentelijke randvoorwaarden. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het nu de gelegenheid voor de commissieleden om hun vragen te stellen. Ik zie een hand van de heer Groenewege. Mijnheer Groenewege, gaat uw… De heer Groenewege: Wat ik interessant vind, is dat er zo verschillende verhalen komen van de twee kanten en verschillende ervaringen van wat toch één en hetzelfde proces is geweest. Dus ik ben ook wel benieuwd naar een reactie van de grondeigenaar op het verhaal van de gemeente dat wel steeds dezelfde randvoorwaarden zijn gepresenteerd en dat die slechts zijn verduidelijkt met voorbeelden. Hoe heeft u dat ervaren? Mevrouw Stassen: Mag ik dat heel even oppakken? De voorzitter: Dat mag. Mevrouw Stassen: Ik denk dat de gemeente daar zelf net al antwoord op gegeven heeft.

Ze zijn begonnen met aan te geven dat er mogelijkheid bestond tot het bouwen van grondgebonden woningen en appartementen. In eerste instantie heeft Spreipartners ingestoken op die grondgebonden woningen. En vervolgens zegt de gemeente twee pagina's verder en toen hebben we aangegeven dat we appartementen wilden. Dus de eerste anderhalf jaar en de eerste drie, vier projecten die voorgelegd waren, waren die grondgebonden woningen die volgens de eerste richtlijnen mochten. En vervolgens heeft de gemeente besloten, dat mag natuurlijk, dat ze geen grondgebonden woningen meer wilden, maar dat ze appartementen wilden en dat daar op ingezet moest worden. Inspreker: Ja, kijk, en weet u, het jammere is gewoon van we hebben met zijn allen een ambitie om woningen te bouwen, neer te zetten. Wij als grondeigenaar, ondernemers, burgers, hoe je het wil noemen, steken onze nek uit en met de alle tijd en energie die we willen erin stoppen, willen we iets moois neerzetten. Maar tegelijkertijd wordt je dus gewoon een soort van loop je tegen een muur op van procedures en regeltjes die gewoon lastig zijn. En ik weet, woningbouw is een secuur proces. Het is niet dat je een pakje boter bij de supermarkt koopt. Het is logisch in mijn optiek dat er dan ook meerdere variaties, meerdere versies volgen om tot een mooi geheel te komen. Nou, en die ligt er nu.

Mevrouw Stassen: Er is overigens een plan ingediend en vorige week, volgens mij, ik dacht dat jullie dat allemaal zouden hebben, dus excuses daarvoor, waar exact eenentwintig appartementen, minimaal zeventig vierkante meter, vijf bouwlagen, grondgebonden, plint levendig, voldoende groen, oplossing voor het parkeerprobleem, mogelijkheid tot bergingen. Alles wat de gemeente gezegd heeft, is daarin verwerkt. Dat

9

plan past één op één. Het heeft alleen niet de ambitie die mijn cliënten graag zouden willen, omdat de ambitie die zij hadden wat hoger lag. Maar dit is…Er ligt een plan wat helemaal exact in alle randvoorwaarden valt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u ook de microfoon uit doen. Ik zie dat de heer een reactie wil geven. Gaat uw gang. De heer Van den Broek: Ik zal even beginnen en dan mag je me aanvullen. Allereerst zou het heel prettig zijn als er nu dan een plan ligt wat voldoet aan de gemeentelijke randvoorwaarden. Want dat is eigenlijk ook hetgeen wat de gemeente wil. En dan kan er verder aan de slag gegaan worden met dat plan. Zal er een overeenkomst opgesteld worden, samenwerkingsovereenkomst, waarin ook het kostenverhaal en dergelijke geregeld moet worden. Maar ja, de gemeente wacht al twee jaar op een plan dat voldoet aan de randvoorwaarden. Dus namens de gemeente heel graag. En over de eerdere gesprekken en grondgebonden woningen, even het woord aan mijn collega. Mevrouw Los: Zeker, daar wil ik graag nog een aanvulling op geven. In eerste instantie is altijd aangegeven van: een alzijdig woongebouw is op deze locatie mogelijk. En dan kan je denken aan appartementen of grondgebonden woningen. De eerdere projectontwikkelaar waar de eigenaren mee samenwerkten hebben destijds gekozen voor grondgebonden woningen om daar een plan op uit te werken.

Alleen kwamen we met parkeren niet uit. Juist op deze locatie is het versterken van die groene as richting de historische brug de Krabbegul, richting de Zuidendijk is juist zo belangrijk. En als je kiest voor grondgebonden woningen moet je dat parkeren oplossen in het openbaar gebied. En daar bieden de randvoorwaarden gewoon geen mogelijkheden toe. Dus vandaar dat we uiteindelijk steeds gezegd hebben: dat past niet bij de randvoorwaarden en aangestuurd hebben op: kijk anders eens naar een plan met wel appartementen en dan half verdiept of op maaiveld onder de appartementen parkeren. Maar uiteindelijk is die samenwerking dus gestopt. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil nog ook niet helemaal een tweestrijd van maken. Vooral de commissieleden het woord geven. Ik zie de heer De Heer.

De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Ja, ik zou bijna denken, en misschien anderen met mij: nou, wat fijn. Het kan nu toch alsnog. Wat doen we dan hier, zou je bijna kunnen denken. Is het dan zo, want ik probeer die laatste zinnen ook van de heer waar ik zijn naam van kwijt ben, te duiden. De gemeente kan een vrijstelling verlenen, volgens mij, als het plan ook wordt ingediend, als het nog wordt voldaan aan. Daar zou dus mogelijk sprake van kunnen zijn, begrijp ik dan nu. Ook al zit er heel veel frustratie, tijdsverlies en ontevredenheid onderling tussen. Kan ik dat op die manier begrijpen? De voorzitter: Wilt u daar op reageren, mijnheer Van den Broek? De heer Van den Broek: Ja, dat heb ik geprobeerd te benadrukken in mijn betoog. Zelfrealisatie moet echt los worden gezien van de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht. Sterker nog, het voorkeursrecht gaat alleen maar over het feit dat je het niet aan een willekeurige derde mag verkopen. Als de eigenaar zelf een plan gaat

10

ontwikkelen conform de randvoorwaarden van de gemeente, dan heeft de gemeente daar in het kader van het voorkeursrecht ook niets over te zeggen. Als nou die ontwikkelaar eigenaar wil worden van die grond, dan kan het voorkeursrecht ook maatwerk leveren, doordat je dan een vrijstelling van de aanbiedingsplicht verleent, zodat die transactie kan plaatsvinden tussen eigenaar en projectontwikkelaar, maar dan wel als een plan wordt gepresenteerd dat voldoet aan de gemeentelijke randvoorwaarden. Dus nogmaals heel graag. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een vraag van de heer Stam. De heer Stam: Dank u wel voorzitter. Ik sluit een beetje aan bij de heer Groenewege en de Heer van ik hoor twee totaal verschillende verhalen, maar tegelijkertijd hoor ik allebei de partijen wel zeggen van: wij willen nog wel. Wat let ons dan om als politiek tegen deze twee partijen te zeggen van: ga vooral met elkaar om de tafel zitten, probeer die verschillen weg te werken, neem daar een maand of anderhalf de tijd voor en kom met een oplossing. Want hoe langer wij hier met twee partijen gaan zitten discussiëren des te scherper de discussie wordt. En dat is denk ik niet goed voor de onderlinge verhoudingen. Maar nogmaals, ik hoor twee partijen die willen graag dus ga vooral bij elkaar zitten, dan kom je daar best wel uit.

De voorzitter: Mijnheer Stam, ik begrijp dat u al iets van een betoog probeert te houden. De bedoeling is dat we nu vandaag vooral luisteren naar wat er allemaal gezegd wordt. Ik zag de heer Noldus en daarna de heer Van der Kruijff. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Allereerst een vraag aan de heer Van den Broek. Er wordt nu vooral ingezet op het regie vanuit de gemeente op het plan door het verwerven van grond. We hebben natuurlijk als overheid verschillende instrumenten om te sturen op een planologische ontwikkeling. Dus ook zonder Wvg zijn er instrumenten. En wat zouden we missen als we vanuit de andere instrumenten zouden sturen op zo'n ontwikkeling?

De heer Van den Broek: Goede vraag. Als gemeente heb je nog het instrument om een herziening van een omgevingsplan vast te stellen waarin de herontwikkeling is vastgelegd. Zij dat dat wel globaal is. Maar het voorkeursrecht biedt toch die meerwaarde dat je ook regie krijgt over die eigendomspositie. Dus dat die locatie niet wordt vervreemd aan een willekeurige derde. En dat je ook regie houdt op welke partij die herontwikkeling gaat trekken. De heer Noldus: Voorzitter, als ik daar een vervolgvraag op mag stellen. Het gaat dan nu over regie op welke partij het gaat doen. Terwijl het hele betoog gestoeld is op de inhoudelijke uitgangspunten waarop bekeken wordt. Dus die twee kan ik dan niet helemaal met elkaar rijmen op dit moment. De heer Van den Broek: Dat staat ook los van de vestiging van het voorkeursrecht zelfrealisatie. Dat heb ik ook geprobeerd te benadrukken. Ook dergelijke bezwaren die horen feitelijk niet thuis in een voorkeursrechtprocedure. Die komen vaker terecht in een bijvoorbeeld in een bestemmingsplanprocedure.

11

De voorzitter: Laatste aanvulling, mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ik weet niet of het een vraag is eigenlijk, ik kan het wel als vraag formuleren. Het is natuurlijk niet alleen een afhandeling van het bezwaar. We gaan het ook nog hebben over de politieke weging, tenminste dat denk ik, van het instellen van zo'n Wvg. Dat zijn dingen die toch wel naast elkaar bestaan. Ik heb zo meteen ook nog een vraag aan de heer Van den Ende. Maar dat kom ik daar misschien zo meteen even op terug. Laat ik eerst de heer Van der Kruijff gaan. De voorzitter: Dan doen we nu inderdaad de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb twee vragen. Eén aan de heer Van den Ende en één aan de heer Van den Broek. Als eerst even aan de heer Van den Broek. U zegt: onder Wvg is zelfrealisatie gewoon mogelijk. Stel dat de eigenaar dat nou doet en eenentwintig appartementen realiseert, mag hij daarna die eenentwintig appartementen dan wel verkopen aan eenentwintig nieuwe eigenaren? Of verbiedt de Wvg dat? Dat is één vraag. Ik heb ook nog een vraag, ik weet niet of ik het nu moet stellen, voorzitter, of daarna. De voorzitter: Doet u die maar daarna. Dan eerst even deze beantwoorden.

De heer Van den Broek: Er zal allereerst uiteraard wel een bestemmingsplan of een omgevingsplanherziening moeten plaatsvinden om die eenentwintig appartementen te bouwen, maar als die dan gerealiseerd zijn, die eenentwintig appartementen, dan ben je als gemeente gehouden om je voorkeursrecht weer in te trekken, dan is de bestemming of de functie die is gerealiseerd. De voorzitter: Lijkt me duidelijk. Dan uw volgende vraag. De heer Van der Kruijff: Een andere vraag was aan de heer Van den Ende, inderdaad. Als ik nou vanuit ambtelijk hoor zeggen dat u onder de Wvg gewoon zou mogen bouwen, wat weerhoudt u dan op dit moment om te gaan bouwen als dat gewoon kan? Want ik begrijp dat, dat geen reden is om niet te kunnen bouwen. Dat is aan de eigenaar de vraag. De voorzitter: Wilt u daarop antwoorden, mevrouw Stassen, mijnheer Van den Ende? Inspreker: Moet ik hem? Ik beantwoord hem dan. Op de eerste plaats denk ik dus dat we een bouwvergunning nodig hebben om überhaupt te gaan bouwen. Dus dat is stap één. Stap twee is dat wij het vertrouwen verloren zijn. En dat zit hem deels in het feit dat de randvoorwaarden steeds bijgesteld worden. U hoorde net in het betoog van de heer dat parkeren het ene keer onder het gebouw moet, dan weer op het maaiveld, als voorbeeld. Met andere woorden, de randvoorwaarden wijzigen steeds.

Dus misschien als wij dit plan, wat er nu ligt, wat voldoet, als wij dat aanbieden, dan veranderen de voorwaarden weer. Dat weet ik niet. Op de tweede plaats, ja, dan kom ik toch eigenlijk weer terug bij het vertrouwen. Dat vertrouwen is gewoon op dit moment niet aanwezig en ik weet niet hoe we dat kunnen herstellen of wat daaraan te doen valt. Maar dat weerhoudt ons op dit moment ervan om tot daadwerkelijke actie over te gaan.

12

De heer Van der Kruijff: Voorzitter, maar dan vraag ik het toch nog maar even heel scherp. Ik begrijp dat u vertrouwen kwijt bent. Ik begrijp dat u vindt dat steeds de randvoorwaarden veranderen. Maar ik hoor u niet zeggen dat de Wvg als zodanig u belemmert om te gaan ontwikkelen. Mevrouw Stassen: De Wvg belemmert in die zin dat…Kijk, de Wvg heeft als doel regie, dat hebben we al heel vaak gehoord vandaag. Regie hebben en zorgen dat er ontwikkeling plaatsvindt die de gemeente graag wil. In dit geval werkt de Wvg, het vestigen van die Wvg, heel erg belemmerend, want in dit geval heeft het vestigen van die Wvg tot gevolg dat er helemaal niets gebeurt. Ik bedoel, we hebben de heer Van den Ende een paar keer horen zeggen dat wat er ook gebeurt, hij die grond niet aan een derde wil verkopen, dat hij het ook niet aan de gemeente wil verkopen. Dus het hele doel van die Wvg, namelijk het krijgen van regie, raakt de gemeente met het vestigen van deze Wvg compleet kwijt. Als je wilt bouwen, heb je hoe dan ook een bouwvergunning nodig. En een bouwvergunning krijg je alleen, dat is een gebonden beschikking, krijg je alleen maar als je voldoet aan de voorwaarden. Als de voorwaarden steeds wijzigen en iedere keer dat je met iemand anders van de gemeente om tafel zit, want er is nogal eens wisseling van de wacht, krijg je andere randvoorwaarden, dan belemmert dat.

Dan krijg je nooit een project wat binnen die randvoorwaarden valt. Want de randvoorwaarden…Kijk, levendige plint is een hele mooie kreet, maar de ene persoon verstaat daar iets volstrekt anders onder als de andere persoon. Als je zegt van: ik heb zeventig vierkante meter voor een appartement of voor een woning, iedereen kan die zeventig vierkante meter opmeten. Die levendige plint en die oplossing voor parkeren, die verschilt. Want het verhaal is: je moet een oplossing zoeken voor het parkeren. En dan de ene persoon zegt: je moet het onder het pand doen. De andere zegt: je mag het op het maaiveld doen. En de andere zegt: halverwege. Dus iedere keer dat je met iemand anders spreekt, krijg je weer iets anders te horen. En daardoor raakt vertrouwen kwijt. En waarom raakt vertrouwen kwijt? Omdat er keer op keer getekend wordt. Omdat er keer op keer onderzoek gedaan wordt. Omdat je keer op keer mensen en deskundigen inhuurt om te kijken of wat je bouwt dan ook daadwerkelijk financieel haalbaar is of daar een markt voor is, of dat mensen willen. Ik bedoel, je hebt niet alleen de gemeente. Je moet ook mensen hebben die daar willen wonen. Je hebt ook mensen nodig die het willen kopen. En het moet haalbaar zijn. Iedere keer wordt er geld uitgegeven en dan veranderen de randvoorwaarden weer. En daar raakt het vertrouwen mee kwijt.

Is dat een antwoord op uw vraag? De heer Van der Kruijff: Dank u wel. Het was me al heel duidelijk dat u het vertrouwen kwijt was, maar ik vroeg me nog steeds af waarom de Wvg als zodanig nou belemmerde. Ik mag geen conclusies trekken, maar ik begrijp dat het toch vooral zit in het vertrouwen wat kwijt is. Mevrouw Stassen: Nou, zolang de Wvg erop ligt, kan het niet verkocht worden aan iemand anders dan de gemeente. En de bereidheid om aan de gemeente te verkopen is met het vertrouwen wat weg is, is die gezakt tot nul. Hij was al nul, maar voor zover er nog enig animo was, is dat er niet meer. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een vraag van de heer Laban. Gaat uw gang.

13

De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de heer Van den Broek. Ik heb een aantal keren gehoord dat volgens de heer Van den Ende de randvoorwaarden tijdens het proces zijn gewijzigd. Kunt u aangeven of dat zo is of dat de randvoorwaarden vanaf het begin hetzelfde zijn geweest? En de tweede vraag is: heeft u het laatste plan gezien en voldoet dat aan de voorwaarden die de gemeente heeft gesteld? De voorzitter: Mijnheer Van den Broek. De heer Van den Broek: Deze vragen stuur ik even door aan mijn collega, die kan ze denk ik beter beantwoorden. Mevrouw Los: Daar wil ik graag even op reageren. Aan de ene kant, bij alle ontwikkelingen die we als gemeente oppakken worden aan het begin randvoorwaarden gesteld. Een maximaal bouwvlak. Dus er worden eigenlijk op de locatie worden kaders ingetekend, binnen welk kader mag er gebouwd worden. Daar heeft dus ook vaak die parkeervraag mee te maken. Die wordt vaak toch buiten die bebouwde rand ingetekend, maar die plek is juist voor groen beoogd. Daar is in de zeven plannen die we hebben getoetst is het ook vaak op misgelopen dat daar gewoon geen overeenstemming is gekomen. Aan de andere kant is het zo dat we in de loop van die zeven plannen die we getoetst hebben, steeds wat meer concrete voorbeelden hebben gegeven van: hè, we hebben ook gezegd zeventig vierkante meter.

Als je het dan hebt over appartementen, denk dan aan een maximumgebouw van vijf bouwlagen, dan kom je op die eenentwintig appartementen. Dus ze zijn nimmer gewijzigd, maar wel steeds verduidelijkt met voorbeelden om toch maar te gesturen in een passend plan om zo toch een stap verder te komen. En het laatste plan waar de heer Van den Ende het hier net over had, dat hebben wij ook niet ontvangen in de afgelopen week. Dus ik durf niet te zeggen waar dat plan geëindigd is, maar die heb ik ook nog niet gezien. Mevrouw Stassen: Als daar behoefte aan is, kan ik gewoon de bevestiging van de ontvangst aangeven. De voorzitter: Nu even niet, denk ik. Er was een vervolgvraag van de heer Laban. De heer Laban: Ja, dat klopt, voorzitter. Ik hoor u zeggen dat de randvoorwaarden vanaf het begin duidelijk waren, dat u die tijdens het proces hebt proberen aan te geven met meerdere voorbeelden wat de planontwikkelaar zou kunnen doen. Is het dan zo dat die randvoorwaarden toch weliswaar onduidelijk waren? Mevrouw Los: De randvoorwaarden geven natuurlijk een projectontwikkelaar en vaak ook een architect het idee om daar zelf een plan op te bouwen. We willen daar natuurlijk niet helemaal strikt de randvoorwaarden in geven, omdat we het juist ook heel fijn vinden als er een betrokken eigenaar en/of projectontwikkelaar bij is.

Maar omdat we merkten dat het gewoon niet lekker liep en ook de feedback op die groene as en het parkeren wordt niet goed verwerkt, laten we nog meer sturing geven om toch op een passend plan te komen. En zoals ik zei: we werken met alle liefde en enthousiasme aan dit plan, maar na zeven plannen is op een gegeven moment ook wel bij de projectgroep als er weer een plan wordt wat niet helemaal past, dat we denken: is de feedback dan

14

toch niet helemaal duidelijk geweest? En wellicht is dat misschien ook niet zo geweest, maar waar dat aangelegen heeft, dat durf ik niet te zeggen. Ik kan in ieder geval echt beamen dat de randvoorwaarden nooit zijn gewijzigd, maar echt verduidelijkt met voorbeelden om sturing te geven. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de vraag van de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ja, we hebben het nu even over zeven plannen die er geweest zijn. We horen nou dat er een achtste plan ligt. Even ten opzichte van het laatste plan, zijn nou die randvoorwaarden verschillen die nou zo ver, lopen die nou zo ver uiteen of kan er nou gezegd worden van: nou, dat was de laatste bijsturing dus als plan acht daaraan voldoet, dan kan er een klap op gegeven worden? Mevrouw Los: Zeker weten, als het daaraan voldoet, dan kan er een klap aan gegeven worden. Maar dat moeten we natuurlijk eerst intern testen, dus daar wil ik nu verder geen uitspraak over doen. De heer Tutupoly: Sorry, even nog een volle vraag, voorzitter. De voorzitter: Ja, kort dan.

De heer Tutupoly: Maar goed, dat hij aan de randvoorwaarden voldoet, dat is nu duidelijk, maar de vraag was eigenlijk ten opzichte van het laatste plan, waren daar nog veel wijzigingen die gemaakt moesten worden, of was het eigenlijk op een haar na geveld? Mevrouw Los: Nee, het ging daar nog steeds dat er nog steeds te veel massa dat eigenlijk buiten het bouwvlak wat gemarkeerd is in de allereerste set met randvoorwaarden en wat dus ook steeds het bebouwde vlak is, was nog steeds te massaal en daarmee ook het parkeren wat niet binnen dat bouwvlak opgelost werd. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een vraag van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Ja, nog een verschil van inzicht tussen de twee partijen waar ik benieuwd naar ben. In het aanvullende bezwaarschrift heeft u aangegeven dat in december 2023 wij als raad wel een volwaardige procedure hadden kunnen lopen en u hadden kunnen horen, omdat we die procedure zijn gestart onder oud recht voor de ingang van het omgevingsrecht, dus ook gewoon netjes hadden kunnen afmaken onder oud recht. Het verhaal van het college op dat moment was: nee, dat kan niet, we moeten voor 1 januari 2024, voor de ingang van de Omgevingsrechtwet per se een bezwaar nee, een besluit nemen als raad.

En eigenlijk zou ik van beide partijen wel en misschien eerst vanuit de gemeente en dan een reactie van u, een reflectie daarop willen van: ja, het kan niet allebei waar zijn en ik wil graag weten waar de waarheid zit. De voorzitter: Even heel kort dan. Mijnheer Van den Broek.

15

De heer Van den Broek: Dank u wel. Ik ben er uitgebreid op in gegaan in het verweerschrift en het is inderdaad niet zo dat het niet kan, maar als je een raadsbesluit had genomen na 1 januari 2024 was de Omgevingswet in werking getreden en had je je raadsbesluit moeten baseren op de Omgevingswet en niet meer op de Wet voorkeursrecht gemeente. En dat leidt tot de problematische situatie dat je een collegebesluit neemt op basis van de oude Wet voorkeursrecht gemeente en het raadsbesluit neem je dan op basis van de nieuwe Omgevingswet, wat ook weer andere grondslagen kent. Dus je ziet in alle gemeenten in Nederland, er zijn er een paar de mist in gegaan, dat je dat nog afrondt voor 1 januari 2024. En ook de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie heeft er ook nog nagekeken en die heeft ook geoordeeld dat het rechtmatig is. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Ende, of we mevrouw Stassen? Mevrouw Stassen: Ik denk dat ik deze pak, als u het goed vindt. Allereerst was ons grootste bezwaar dat u als raad niet het bezwaarschrift voor die tijd gekregen heeft, terwijl u dat wel gewoon makkelijk had kunnen krijgen. Het was ruim voor die tijd binnen en op dat moment had u geweten wat de familie Van den Ende vond en had u er gewoon ook in ieder geval over kunnen praten.

Ja, er is een wetswijziging en in tegenstelling tot wat de heer rechts van mij zegt, ben ik niet van mening dat er een aantal gemeentes de mist in gegaan zijn. Een aantal gemeentes hebben het juist gewoon goed gedaan. En de onafhankelijke bezwaarschriftcommissie, die een oordeel heeft, volgens mij denkt de rechtspraak er op dit moment anders over. En de rechtspraak is nog wisselend, dat is waar. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag een vraag van de heer Bootsman en daarna kom ik nog een keer terug bij de heer Noldus. Maar we komen al krap in de tijd te zitten. Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Ik zal het kort houden, voorzitter. Dank u wel. Een tijdje geleden ging het over de vestiging van de Wvg en dat, dat eigenlijk ook heel veel gedaan heeft met het vertrouwen, van mensen willen helemaal niet verkopen aan de gemeente. Maar heeft de Wvg nu echt van dat plan wat u nu heeft ingediend dat, u wilt nog wel dat plan gaan uitvoeren als dat mag, ondanks dat er Wvg is? De voorzitter: Dat is een vraag aan de heer Van den Ende begrijp ik. Mijnheer Van den Ende. Inspreker: Wat wij willen is dat de Wvg eraf gaat. De voorzitter: Dat is duidelijk. Mevrouw Stassen, uw microfoon staat nog aan. Voldoende beantwoord, mijnheer Bootsman? De heer Bootsman: Nou, ik heb eigenlijk nog een beetje, dat de Wvg eraf gaat dat is uw grootste wens.

Maar kunt u ook gaan ontwikkelen als de Wvg er nog op staat, als het plan nu goedgekeurd wordt? De voorzitter: Kort antwoord.

16

Inspreker: Dan komen we toch weer een stukje vertrouwen kwestie uit, want op een gegeven moment, stel dat wij het zouden gaan realiseren, zelfrealisatie, en Wvg blijft erop zitten, wie zegt dan uiteindelijk dat wij de mogelijkheid hebben om straks, nadat wij alle energie, middelen en tijd erin hebben gestoken, het ook dan kunnen verkopen en dat we dan misschien niet appartementen aan de gemeente moeten verkopen? Geen idee. De voorzitter: Nog even niet. Ik ga even naar een vraag van de heer Noldus. Ik zag ook al een vinger van de heer Stolk. Zag ik dat correct? Nee? Oké. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter. Twee vragen nog aan de heer Van den Ende. De eerste is: we kregen net te horen dat met het nieuwe plan wat ingediend is wel voldoen zou zijn aan alle voorwaarden, dat er juist ingeleverd zou zijn op ambitie. Ik ben benieuwd of die ambitie waarop ingeleverd is of daar iets over te zeggen is. Waar zien we dat dan in terug? Ik ben ook benieuwd, er ligt best wel wat druk op betaalbaarheid van woningen, ook woningbouwontwikkeling, zeker met nieuwbouw. Dus ben ik benieuwd of over de prijssegmenten an sich, nou ja, waar we aan moeten denken, maar ook of daar dat onderwerp was van discussie in het proces met de gemeente. De voorzitter: Kunt u daar wat over zeggen, mijnheer Van den Ende? Inspreker: Daar was zeker ook discussie over. U heeft het over de betaalbaarheid.

Dat klopt. Als u de randvoorwaarden leest, dan wordt er gepraat over luxe urban villa's en penthouses. Ik weet niet of u de wijk goed kent, maar ik snap dat de wijk een upgrade nodig heeft. Ik woon er al heel mijn leven bijna. Maar dit is wel iets waar discussie over is en waarvan wij denken dat je eerder naar een mix van woningen zou moeten gaan om toch die upgrade te realiseren, maar tegelijkertijd ook de financiële haalbaarheid, de economische haalbaarheid van het plan kan waarborgen. Mevrouw Stassen: Mag ik dat misschien nog aanvullen? Want u vroeg enkele voorbeelden van die kwaliteit. Eén van de voorbeelden is bijvoorbeeld: het gaat om appartementen van zeventig iets plus vierkante meters. Dat is een appartement, maar dat is niet heel erg ruim. Als je een appartement hebt, wil je bijvoorbeeld graag een buitenruimte hebben. Als je een buitenruimte creëert, creëer je een balkon. Maar dan kom je dus buiten het bouwvlak. Dus wat creëer je nu? Je creëert nu een inpandig balkon waarmee je dus A. niet buiten het pand, dus dat is een hele andere beleving en ten tweede gaat het ten koste van je vierkante meters binnen en waarschijnlijk hebben mensen veel liever die zeventig vierkante meter binnen en dan een balkon dat er buiten hangt. Maar ja, dan zit je buiten je bouwvlak. Dus op die manier boet je in aan kwaliteit.

Dat is een voorbeeld, een ander voorbeeld… De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Los hierop wil reageren. Gaat uw gang. Mevrouw Los: Het gaat om minimaal zeventig vierkante meter, met een bandbreedte tot nog ruimere appartementen. Mevrouw Stassen: Ja, maar als je een heel klein bouwvlakje maakt, dan lukt dat niet. En dat is ook precies hetgeen dat jullie zeggen van: wij komen tot grondgebonden woningen, je laat mensen vier keer een plan voor grondgebonden woningen maken en

17

vervolgens zeg je: sorry, maar wij komen nu tot de gemeente dat deze randvoorwaarden met grondgebonden woningen niet mogelijk zijn. Jullie moeten eerst nadenken over de randvoorwaarden, dan moet je iemand vertellen wat hij er kan doen en niet zeggen van: jullie zijn nu vier keer een plan aan het maken voor grondgebonden woningen, oh ja, wij hebben randvoorwaarde gemaakt, maar die kunnen niet bij wat we jullie gezegd hebben. De voorzitter: Ik ga niet helemaal in een tweestrijd nu. Ik wil even kijken of er nog een vraag vanuit de commissie is. Zie ik daar de heer Schalken-den Hartog? Gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Richting de heer Van den Ende. Misschien is dat ook wat net al vanuit de gemeente werd aangegeven. Volgens mij kan er, als er een plan ligt wat voldoet aan alle randvoorwaarden, kan er ondanks de Wvg gewoon gebouwd worden en kan er een soort van vrijstelling, iets worden opgesteld wat als het goed is dan voldoende comfort zou moeten gaan geven dat u ze kunt realiseren en ook op de gewone manier zou moeten kunnen verkopen. Is dat correct? Heb ik dat zo goed begrepen? De heer Van den Broek: Dat is correct, inderdaad. Er kan inderdaad, als er een plan wordt ingediend conform de randvoorwaarden en de eigenaar wil tot verkoop overgaan, dan kan er een vrijstelling van de uitbiedingsplicht worden verleend. Door het college van B&W is dat.

Ja, en ook nog, als ik nog heel even mag reageren, om de angst weg te nemen bij de heer Van den Ende over het voorkeursrecht. Als dan die appartementen of die woningen gebouwd zijn, dat het dan aan de gemeente te koop moet worden aangeboden. Dat is evident niet het geval, omdat dan het voorkeursrecht moet worden ingetrokken, omdat de bestemming of de functie dan gerealiseerd is. Dus dan kunt u het gewoon aan iedereen verkopen. De voorzitter: Goed, ik zie weer een vraag van de heer Tutupoly en van de heer Stam. Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Nee, mijn vraag was eigenlijk denk ik net op beantwoord, op het moment dat het gerealiseerd is, kan dus het voorkeursrecht er vanaf gehaald worden. Dus dan hebben we daar geen problemen mee. De voorzitter: Dat is mooi, dan gaan we nu naar de heer Stam. De heer Stam: Ja, dat is eigenlijk een beetje hetzelfde. Als de plannen goed gekeurd worden door de gemeente, kan je toch ook de Wvg er vanaf halen? Of zie ik dat verkeerd? De heer Van den Broek: Nou dan willen we het liefst nog wel met de vrijstelling van de aanbiedingsplicht doen. Dus dan blijft het voorkeursrecht nog wel van toepassing om toch ook wel te wachten tot het daadwerkelijk gerealiseerd is. Dan wordt het ingetrokken, het voorkeursrecht. Maar door die vrijstelling te verlenen kan maatwerk worden geleverd en kunnen transacties doorgaan en kunnen plannen gerealiseerd worden.

De voorzitter: Ik denk eerlijk gezegd dat alle vragen nu wel een beetje aan de orde gekomen zijn, want we moeten ook nog beslissen wat we hiermee gaan doen, waarvoor

18

we nog tien minuten hebben. En ja, ik denk dat niet…Er liggen hele verschillende beelden, dat is in ieder geval duidelijk. Ik denk ook niet dat we daar nu in de tien minuten uit gaan komen. De vraag is van: willen we dit gewoon gelijk door naar de raad en gaan beoordelen? Of willen we nog een oordeelsvormende sessie hierover? Een waarschuwing daarvoor, als we nog eerst een oordeelsvormende sessie doen en we gaan niet gelijk door naar de raad, dan komen we wel buiten de beslistermijn van het bezwaar. Wie wil daar iets over zeggen? Ik zie de heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, de Partij voor de Dieren pleit voor een oordeelsvormende sessie en als daar genoeg steun voor is, dan hebben we ook heel verstandige ideeën voor politieke vragen die de heer Van Aarden scherp voor ogen heeft, dus die kan die voordragen. De voorzitter: Goed, de eerste voorzet is gedaan. Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik vroeg me af, juist omdat het plan er nu op dit moment ligt, hoe lang zou de gemeente eigenlijk aan tijd kwijt zijn om dat nu te beoordelen? Want je kan nu wel naar een oordeelsvormende commissie gaan, maar op het moment dat het plan gewoon goedgekeurd is, dan is dat toch overbodig? De voorzitter: Nee, we moeten nog steeds bedenken wat we met het bezwaar gaan doen. Dus dat is niet het geval. Mijnheer Stam.

De heer Stam: Ja, ik pleit toch een beetje voor een non-politieke oplossing. Wat ik in mijn eerste woordvoering heb proberen te zeggen: laat de partijen eerst even een week bij elkaar gaan zitten om te kijken of ze tot een oplossing kunnen komen. Dan hebben we volgens mij heel het politieke proces niet meer nodig. Ik denk dat er, als ik allebei de partijen hoor, dan willen ze allebei graag. Dus volgens mij kom je daar wel uit. Hoef ik niet in de gemeenteraad nog eens een keer een plasje over te doen. We hebben net een antwoord gehoord over de Wvg en de uitzonderingen. De voorzitter: Mijnheer Stam, dat is duidelijk, maar we moeten nu een besluit nemen op de vraag of we nou wel of niet een oordeelsvormende sessie willen. En daarbij kunnen we niet uitgaan van een mogelijke oplossing of via een andere weg. De heer Stam: Maar weet je, voorzitter, ik volg een beetje uw lijn in de gemeenteraad altijd, die een beetje blijft doordrammen. Dus ik ga toch voor een non-politieke oplossing en ik wil geen oordeelsvormende...Zet de partijen bij elkaar, komen ze er volgens mij binnen een week uit. De voorzitter: Ja, ik ga niet in op de verwijten aan de voorzitter. Mijnheer Van der Kruijff.

De heer Van der Kruijff: Voorzitter, het is mij volstrekt duidelijk dat er onderling geen vertrouwen is en dat er gekibbel is over de randvoorwaarden maar dat de Wvg als zodanig geen enkele belemmering is om op te gaan bouwen. Dus volgens mij kunnen we de Wvg er gewoon op laten zitten en moeten mensen vooral de verstandhouding op inhoud verbeteren en kan het gewoon als hamerstuk naar de raad. De voorzitter: Oké, dit was al een beetje een oordeel. Mijnheer Stolk.

19

De heer Stolk: Ja, horende dacht ik dat de mogelijkheid er is dat ze op korte termijn bij elkaar kunnen komen. We plannen een oordeelsvormende vergadering, maar als dat voor die tijd beslist is dat ze eruit gekomen zijn dan wordt dat weer ingetrokken. Dus dat zou mijn voorstel zijn. De voorzitter: Oké, dus u steunt een oordeelsvormende vergadering om die in ieder geval te plannen. Mijnheer Noldus.

De heer Noldus: Voorzitter, wij steunen ook het voorstel voor een oordeelsvormende vergadering. Waarbij idealiter, dat hangt een beetje van de termijn af, ook een weging of reflectie op de nieuw ingeleverde plannen zit, al dan niet in samenspraak. Dat zouden wij toch wel inhoudelijk waarderen. De voorzitter: Mijnheer Laban. De heer Laban: Voorzitter, wij hebben geen behoefte aan een oordeelsvormende vergadering. Het agendapunt ligt voor als bezwaar op de Wvg en in de argumenten die we hebben gehoord over en weer, zien we dat de Wvg geen belemmering vormt voor de planuitvoering. Dus in die zin is er volgens mij geen bezwaar om de Wvg te laten bestaan en gewoon het plan ten uitvoer te brengen wat past binnen de antwoorden. De voorzitter: Ja, u maakt hier nu al een beetje een oordeelsvormende vergadering van. Hebben we nog wat, mijnheer Groenewege, ik zag uw hand, of vergis ik me daarin? De heer Groenewege: Ik wou volgens mij opmerken dat we als raad wel een besluit moeten nemen over het bezwaar op de Wvg. Dus we kunnen niet doen wat de heer Stam zegt en daar geen besluit over nemen of het niet agenderen, volgens mij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/762/documents/33705