2.7 2024.03.19 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept .pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 19 MAART 2024 Vergaderzaal 3 4. Vaststellen Lokale nota publieke gezondheid 2024-2027 – Startnotitie Voorzitter: Mevrouw Van Engelen Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. Pichel (FvD) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Venderbos-Lambinon (PvdD) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: dhr. Van der Linden Gasten: mevr. Corcoran, mevr. Hensbergen, mevr. De Koning, mevr. Kuilder, mevr. Venekamp De voorzitter: Goedenavond allemaal en welkom iedereen hier in de zaal en ook als er kijkers thuis zijn, welkom bij deze beeldvormende vergadering. Mijn naam is Yara van Engelen, ik ben vanavond jullie voorzitter en we gaan het hebben over de startnotitie Lokale nota publieke gezondheid 2024-2027 en dat is voor de raads- en commissieleden de startnotitie met de welbekende uitgangspunten, dus we zijn vanavond vooral nog bezig met de hoofdlijnen. En die startnotitie is tot stand gekomen natuurlijk mede door het college maar ook door een hele hoop verschillende andere mensen en die gaan ons vanavond allemaal een presentatie geven.
Voordat ik daar verder uitleg over geef, doen we even een voorstelrondje en dan begin ik aan deze kant en dan mag even uw naam noemen en waar u van bent en als je van een politieke partij bent dan mag je je politieke partij noemen. Begin ik hier. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. Mevrouw De Koning: Eline de Koning, beleidsadviseur Publieke gezondheid.
1
Mevrouw Venekamp: Ik ben Mariette Venekamp, ik ben manager Beleid & Kwaliteit bij Jong JGZ, een jeugdgezondheidszorgsorganisatie. Mevrouw Hensbergen: Suzanne Hensbergen, ik werk ook bij Jong JGZ als manager. Mevrouw Corcoran: Goedenavond, Moniek Corcoran, kinderarts in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Mevrouw Kuilder: Erika Kuilder, programmamanager bij de GGD. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter voor Dordt. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op ons Eiland. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: Dank jullie wel, staat genoteerd voor het verslag. Dan hoe we het gaan aanpakken vandaag, we hebben een hoop presentaties en we willen natuurlijk iedereen zo goed mogen de ruimte geven en het zo efficiënt mogelijk laten verlopen.
Dus wat we gaan doen, we krijgen eerst alle presentaties dus u moet even lang luisteren en goed opletten en ik wil de commissieleden vragen om je vragen goed op te schrijven en ook aan wie je de vraag gaat stellen. En dan gaan we na de presentaties het hebben, als het goed is lekker een ruim half uur om die allemaal te stellen en te beantwoorden. Is de commissie het daarmee eens? Gelukkig. Dan gaan we aftrappen en ik heb hier staan wie er begint en dat is mevrouw De Koning. U mag gaan presenteren. Onze technische griffier is onderweg als dat is. Dat is toch zo? Zo heet dat, ja ja. Mevrouw De Koning: Hallo? Ja, nou kijk dat was de eerste hobbel van de avond. Ik begin denk ik gewoon kort en dan komt Clark binnenlopen?
2
De voorzitter: Laten we daar maar vanuit gaan. Mevrouw De Koning: Ja ik denk, ik wil onze partners ook goed de ruimte geven straks en ik begin vooral even met een stukje technische aftrap, dat is altijd het wat meer saaie deel van de avond dus daar loods ik u gewoon even snel doorheen. Ik ga het even kort hebben over de aanleiding en dat is met name de Wet publieke gezondheid die eigenlijk van de gemeente vraagt om eens in de vier jaar die Lokale nota publieke gezondheid te herijken of helemaal opnieuw te schrijven. En dat is wat we gaan doen, we gaan we gewoon weer kijken van wat moeten nou de speerpunten zijn voor de komende vier jaar en daar is startnotitie een eerste aanzet voor. Ik ga het even kort hebben over de kaders, de mate van beleidsvrijheid van de raad, de inhoudelijke uitgangspunten die we u hebben voorgesteld en de rol die u specifiek als gemeenteraad heeft. En daarna gaan we gewoon in brede zin vertellen hoe we aan gezondheid werken in Dordrecht. De voorzitter: Ja even tussendoor, commissieleden hebben jullie de presentatie ook in de Go-app staan? Oké, dan kunnen we … En daar is Clark, toch net op tijd. Mevrouw De Koning: Kijk, ik ben altijd reddeloos verloren zonder jou, Clark. Super. Zo, klik ik hem even door.
Ik wilde gewoon even beginnen met wat is nou die scoop van publieke gezondheid, want het is heel breed en in het landelijke nieuws kunt u van alles erover teruglezen. Het meest recent natuurlijk de mazelenuitbraak die we zien in Eindhoven, maar het gaat ook over overgewicht, gezonde leefstijl ook in brede zin. Het gaat over pandemische paraatheid waar de GGD bijvoorbeeld mee bezig is. Het advies aan het kabinet is ook om te kijken van goh, die gezondheid kunnen we ook vanuit allerlei beleidsterreinen beïnvloeden, dus denk ook aan wonen, onderwijs en arbeid. Er zijn een aantal dingen die spreken we echt lokaal af, dus daar stoppen we extra Dordts geld in en er zijn een hele hoop taken die hebben we regionaal belegd, waarvan grotendeels bij de GR Dienst Gezondheid & Jeugd en bij de jeugdgezondheidszorg, dus ik denk heel leuk om daar straks een beter beeld van te krijgen. En dan gaat het zowel over dingen die we preventief doen als over een stukje curatieve zorg. En we hebben Moniek vanavond ook voor het werk vanuit het Albert Schweitzer en zo kunnen we ook echt curatief en preventief aan elkaar verbinden. Dus dat is dan ook het idee. Die Wet publieke gezondheid heb ik net al even genoemd, daar ga ik zo nog even kort op in. En verder zien we dat er ook allerlei bestuurlijk akkoorden zijn gesloten, het meest recent het Gezond en Actief Leven Akkoord en het Integraal Zorgakkoord.
Daar heeft u eerder meer informatie over gekregen en in dat Regioplan van onze zorgregio Waardenland staan nog een aantal thema's in die voor onze regio echt als belangrijk worden gezien. Dan gaat het bijvoorbeeld over vergrijzing, over leefstijl, maar ook over mentale gezondheid. Verder heeft u die kaders kunnen lezen in de startnotitie dus deze klik ik even door. Die mate van beleidsvrijheid, we zien in die Wet publieke gezondheid dat we het meeste beleidsvrijheid hebben op gezondheidsbevordering. Dus dan gaat het eigenlijk over de dingen die wij bijvoorbeeld aan gezonde leefstijl doen, maar het gaat ook over de gezonde leefomgeving waar we op kunnen sturen.
3
En in die andere tak hebben we eigenlijk wat minder beleidsvrijheid als we het hebben over gezondheidsbescherming bijvoorbeeld, moet ik heel even spieken, gaat het over infectieziektebestrijding, dat is iets wat moet, technische hygiënezorg, dan kunt u denken aan tattoozaken en ook het toezicht op dat het daar allemaal hygiënisch is. Het gaat over medisch milieukundige zaken en dan hebben we het meer over bijvoorbeeld luchtkwaliteit, over geluidsoverlast, allemaal dingen waar inwoners ook last van kunnen hebben. En in ziektepreventie dan gaat het over de jeugdgezondheidszorg en over de ouderengezondheidszorg. Bij de jeugdgezondheidszorg kunt u denken aan het Rijksvaccinatieprogramma, daar gaan we straks meer over horen. En bij ouderengezondheidszorg gaat het ook over het monitoren van onderwerpen die belangrijk zijn voor ouderen of bijvoorbeeld het inzetten op het vitaal oud worden. Ze komen allemaal mooi een voor een naar voren. Die inhoudelijke uitgangspunten, ja die kunt u lezen als een soort hoofdstukken die we voorstellen voor de nieuwe nota. Dus dat zijn eigenlijk de lijnen waarvan wij denken, zo zouden we het kunnen opbouwen. Dan ziet u die bestaanszekerheid is een belangrijk uitgangspunt, dan gaat het ook echt over de relatie tussen armoede, stress en gezondheid, over gezond en kansrijk opgroeien.
Daar gaan we vanavond veel over horen, bijvoorbeeld over Kansrijke Start, de ontwikkeling van de eerste duizend dagen van het kind die heel bepalend zijn voor hoe je later opgroeit. Gezonde leefstijl, ik klik hem zo even door naar een figuur waar ik daar wat meer over vertel, gezonde leefomgeving en gezond oud worden. Het figuur komt hierna. En dan stellen we nog een aantal inhoudelijke lijnen voor, leidende principes zoals we die ook wel noemen. Die eerste kunt u ook herkennen uit het meerjarenbeleidsplan van de Dienst Gezondheid & Jeugd en daarin zeggen we, we zouden eigenlijk meer op een collectieve manier moeten gaan kijken naar gezondheid en niet alleen individuen benaderen om hun gezondheid te verbeteren. En dan vind ik een mooi voorbeeld bijvoorbeeld die luchtkwaliteit of die geluidsoverlast waar je als individu weinig invloed op hebt, dan ben je ook een beetje een product van de omgeving waarin je woont. Dus het hangt altijd wel nauw met elkaar samen. We hebben preventief werken, dat spreekt denk ik voor zich, Kansrijke Start is een heel mooi voorbeeld daarvan, daar hoort u straks meer over. Het denken vanuit positieve gezondheid, dat gaat er vooral om, gezondheid is meer dan alleen de afwezigheid van ziekte. Dus we kijken op een brede manier naar gezondheid, dat kan ook je sociale leven zijn dat daaraan bijdraagt, je mentale gesteldheid en dat soort zaken.
En een laatste is dat we ook duidelijke keuzes willen gaan maken. Dus dat betekent dat we de middelen die ook vanaf 2026 mogelijk wat terug gaan lopen ook heel gericht willen gaan inzetten en daar kan zo'n lokale nota ook aan bijdragen. Dan is er nog één, normaliseren, ook niet te vergeten, heel belangrijk om ook met elkaar het gesprek te hebben over wat is normaal. We kunnen natuurlijk een onderwerp als mentale gezondheid, sommige ongemakken horen bij het leven en dan veer ook makkelijker terug als je bijvoorbeeld weet dat er meer mensen tegenaan lopen. Maar wanneer is de mentale ongezondheid dan zo groot dat we daar echt wat mee moeten. Dat soort gesprekken, daar zijn we naar op zoek. En dan wilde ik deze nog even voor de gezonde leefstijl laten zien, onder andere. Je ziet allerlei factoren in deze figuur, hij ligt ook een paar keer op tafel maar u kunt hem ook zien op de sheets. En daar zien we dat om aan gezondheid te werken je dat persoonsgebonden kan doen, op leefstijl en gewoonte, maar ook op de leef-, woon- en werkomstandigheden.
4
En deze plaat gaat uit van twee grote onderzoeken die er zijn geweest, dat is de Volksgezondheid Toekomst Verkenning, dat zijn de roze cijfers, en de Global Burden of Disease, dat zijn de blauwe cijfers. En dit is vooral bedoeld om u iets in handen te geven van wat zien we nou in die wetenschappelijke onderzoeken. Bijvoorbeeld dat die ongezonde voeding, roken, alcohol, noem er een paar, vaak ook onderwerpen waarvan we denken van hoe groot moet die rol van de overheid nou zijn, toch wel voor een riant deel kunnen bijdragen aan de ziektelast. Dus het zijn toch wel onderwerpen waar het gesprek over gevoerd kan worden. Dan ga ik hem langzaam afronden. Ik wil het nog even kort hebben over de rol die u als raad heeft. U stelt vanavond hopelijk de uitgangspunten in de startnotitie vast, u kunt nog een zienswijze gegeven op het meerjarenbeleidsplan van de Dienst Gezondheid & Jeugd, die hangt daar ook wel nauw mee samen. We hadden nog voorgesteld om een fietstocht te organiseren maar ik begreep van de griffie dat het ook behoorlijk druk was in agenda's en we willen aan het einde van de avond even kijken heeft dat nog meerwaarde of bent u al voldoende geïnformeerd doordat we nu behoorlijk veel partners aan tafel hebben zitten. Een voorstel kan nog zijn om dan juist de gezonde leefomgeving centraal te stellen.
En de laatste is dat u het besluit over de Lokale nota publieke gezondheid kan nemen, dat zal eind 2024 te zijn, dus in die tussentijd zijn we dat echt nog goed aan het voorbereiden. En u kunt nog een zienswijze gaan uitbrengen op het uitvoeringsprogramma en de begroting van de Dienst Gezondheid & Jeugd in brede zin. Dus dan gaat het echt over de taken die wij regionaal daar beleggen en dat hangt heel erg samen met dat lokale veld. Tot slot, er is natuurlijk divers beleid wat allemaal kan bijdragen aan gezondheid, denk aan ruimtelijke ontwikkeling, denk aan het minimabeleid, allemaal knoppen die kunnen bijdragen aan een betere publieke gezondheid in Dordrecht. Dan ga ik nu het stokje overgeven, als dat mag van de voorzitter. De voorzitter: Zeker, u mag voorstellen. Even checken bij de commissie of ze nog allemaal het wel volhouden, volgens mij wel. Ik wil gelijk wel een overweging meegeven voor die fietstocht zo meteen. En we kunnen vandaag nog niks vaststellen, maar we kunnen natuurlijk wel vanavond ervoor kiezen om dat binnenkort te gaan doen. Mevrouw Kuilder: Dank je wel, Eline. Ja, leuk dat ik jullie vanavond vanuit de GGD ook het een en ander mag vertellen. Ik heb mijn presentatie opgebouwd in vier onderdelen.
Ik vertel jullie eerst iets over de rol van de GGD en de gemeente samen, dan nog een klein stukje WPG, heeft Eline het net ook al over gehad, dus een stukje landelijke kaders. Daarna hoe je kunt sturen op gezondheid, wat cijfers want daar staat de GGD ook om onbekend, we hebben heel veel cijfers, en ik geef wat hele concrete voorbeelden hoe wij als GGD te werk gaan in de praktijk. Dus dat ga ik vanavond met jullie doen. Over de rollen, de gemeenten in Zuid-Holland Zuid, dus jullie maar nog negen andere met jullie, zijn eigenaar van de GGD en wij zijn onderdeel van de Dienst Gezondheid & Jeugd. We hebben een constructie van verlengd lokaal bestuur via een gemeenschappelijke regeling en we hebben een algemeen bestuur onder voorzitterschap van Rik van der Linden en uit elke gemeente een wethouder Publieke gezondheid. Eline zei het net al, wij werken altijd aan de hand van een meerjarenprogramma, dat is onze koers. Die is nu ook weer opnieuw in ontwikkeling en een aantal van jullie zijn daar ook al bij betrokken geweest.
5
Daarnaast hebben jullie de rol van opdrachtgever aan de GGD en we doen zoveel mogelijk regionaal, maar dat kan zeker met een lokaal sausje, want we weten dat dat heel belangrijk is. De GGD andersom is een strategische partner van jullie als gemeente, wij zijn adviseur bij beleid en bij uitvoering. We hebben heel veel expertise op het gebied van gezondheid en dus data waar ik het net al over had. We programmeren op de uitvoering en we doen ook een deel van de uitvoering zelf. En daarnaast doen wij dat werk met heel veel partners zoals Jong JGZ, maar ook wijkteams bijvoorbeeld, jongerenwerk, COC, noem het maar. Het is een heel groot scala waarin wij met elkaar werken aan gezondheid. Dit liet Eline net al zien, dit zijn de vijf hoofdtaken in de Wet publieke gezondheid. Ik heb bij elk even wat voorbeelden gegeven. Gezondheidsbescherming, dan moet je denken aan infectieziekten dat is infectieziektebestrijding, een stuk seksuele gezondheid waar we aan werken en een vaccinatiefunctie voor bijvoorbeeld reizigers en beroepsgroepen. Vaccinatie loopt natuurlijk verder voor de jongeren via het Rijksvaccinatieprogramma via de JGZ, medisch milieukundige zorg hoort hierbij, technische hygiënezorg. Daarnaast maken we preventieprogramma's, inclusief een stuk gezondheidsbevordering daarin.
Dat gaat over thema's als mentale gezondheid, gezond opgroeien, waarbinnen voeding en beweging heel belangrijk is, verslavingspreventie, we hebben een team Gezonde School, gezonde leefomgeving en ook hier het vitaal ouder worden. Dus je hoort gewoon terugkomen dat wat er in de wet staat, hebben wij vertaald in onze teams. Dit zei Eline net al. Bij monitoring en epidemiologie, wij zijn verplicht om gezondheidsmonitors te maken. Die komen eens in de vier jaar, je hebt het voor ouderen, je hebt het voor volwassenen, je hebt het voor jongeren, om op die manier een beeld van de gezondheidssituatie van de regio en lokaal ook te krijgen. En daarnaast hebben we bijvoorbeeld ook een kennisprogramma van waaruit we onderzoeken doen. En de crisisfunctie, die hoef ik geloof ik niet meer uit te leggen na de pandemie. Wat belangrijk is, is je te realiseren dat het werken aan gezondheid of het verkleinen van gezondheidsachterstanden, wat nu via het GALA natuurlijk de opdracht is, bepaald wordt door meerdere determinanten. Een hele belangrijke daarin is bestaanszekerheid, werk en dagbesteding hoort daarbij, armoede en schulden, ook huisvesting. Daarnaast gaat het erom dat mensen beschikken over voldoende gezondheidsvaardigheden, dus dat ze in staat zijn om informatie over gezondheid te kunnen snappen, te duiden, toe te passen.
En daarnaast is ook de mate waarin iemand sociale inclusie ervaart erg van invloed op je gezondheid. Twee andere determinanten zijn leefstijl en de leefomgeving, zowel fysiek als sociaal. Er zit wel een soort van volgorde in. Op het moment dat je bestaanszekerheid echt heel erg slecht is en je hebt enorme stress door schulden, dan kom je echt niet toe aan je gezonde leefstijl. Die ruimte is er dan niet. Bovendien heb je geen geld voor gezond eten, om naar een sportvereniging te gaan enzovoort. Dat maakt dus wel dat dit een heel ingewikkeld complex systeem is om op te sturen. Daar ga ik zo nog iets meer over vertellen. Kaders landelijk, Eline zijn net al Integraal Zorgakkoord, de zorg moet toegankelijk en betaalbaar worden. En wat hebben ze nu bedacht, als nou vanuit het sociaal domein waarvoor het GALA is geschreven meer aan preventie wordt gedaan, dan wordt de instroom in de zorg minder groot en daardoor moet het meer beheersbaar blijven. Daarnaast ook belangrijk is het programma VIP, Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemische paraatheid. Dat is ook echt een kader waar wij als GGD gewoon veel werk aan hebben.
6
En ik wilde iets verder inzoomen op dat GALA omdat dat echt specifiek voor gemeenten is. GALA is gericht op de preventie en daarin is aangegeven als opdracht van VWS aan gemeenten in samenwerking met VWS onder andere dat er aan de hand van diverse thema's gewerkt moet worden aan gezondheidsbevordering, een stukje gezondheidsbescherming. En dat er ook een regionale provincie-infrastructuur moet worden gebouwd. Ik neem jullie kort even mee door die thema's. Thema A is het terugdringen van gezondheidsachterstanden in 2040, dat is eigenlijk een beetje het overkoepelende thema en dat heeft ermee te maken dat de verschillen in gezondheid gewoon echt fors groter aan het worden zijn in Nederland. Mensen met een laag inkomen en een lage opleiding leven vijftien jaar minder lang in goede gezondheid en gaan ook afhankelijk van lage opleiding en of laag inkomen ook echt aanzienlijk eerder dood. En dat is niet zo acceptabel dus vandaar dat daar ook een programma voor wordt gemaakt. Hoe kun je dat nou doen? Door in te zetten op een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen, door de sociale basis van mensen te versterken, daar heb je die sociale inclusie weer, gezonde leefstijl, versterking van mentale weerbaarheid en gezondheid, want die laat ook te wensen over, dat is echt iets van de laatste jaren dat we dat meer gaan zien.
Vitaal ouder worden en daarnaast die regionale provincie-infrastructuur met vijf ketenaanpakken, dat is dus nadrukkelijk met de hele regio Zuid-Holland Zuid en daarin zitten vijf ketenaanpakken, Kansrijke Start, Kind naar Gezonder Gewicht, de GLI is gecombineerde leeftijdsinterventie voor volwassenen om overgewicht aan te pakken, valpreventie moet samen worden aangepakt en welzijn op recept en de bedoeling is dat daarin sociaal domein en medisch domein nadrukkelijk samen gaan optrekken. GALA is in principe lokaal geld, maar dit is wel ook de verwachting, dus daar kun je ook voor een deel een vraagteken achter zetten. Dan effectieve sturing op gezondheid, ik zei net al die determinanten zijn belangrijk om in ogenschouw te nemen. En de verhouding collectieve verantwoordelijkheid en individuele verantwoordelijkheid is inmiddels op meerdere manieren onderzocht en komt altijd uit op pakweg 30 procent wordt bepaald door je individuele gedrag, 70 procent door die collectieve factoren waar je geen invloed op hebt als individu. Rechts staan daar de voorbeelden van, 20 procent wordt door zorg bepaald, de toegang tot zorg, de kwaliteit van zorg, hangt samen weer met die gezondheidsvaardigheden waar ik het net over had. Dan de sociale en economische factoren, onderwijs, werkgelegenheid, inkomen en ook die fysieke omgeving, die bepaalt 10 procent. Tel je dat op, kom je tot 70.
Dit is dus samen met die determinanten wat je wel noemt in de wetenschap complex health system en dat vergt gewoon dat als je met gezondheid aan de gang gaat, dat je dat domeinoverstijgend moet doen. En dan niet alleen eerste domein, tweede domein in de zorg en de preventiekant, maar ook thema's combineren waar mogelijk. Dat vraagt ook, en dat is nadrukkelijk een opgave in GALA, dat je ongelijk mag investeren, kijken waar de mensen het het hardst nodig hebben, waar clustering van problemen plaatsvindt, dat je werkt vanuit een lokale infrastructuur, maar dus ook een regionale infrastructuur en die regionale moet de lokale versterken. Aandachtspunt is wel hoe bereik je nou de inwoners met die gezondheidsachterstanden, want dat zijn niet per se de mensen die naar een instantie toe gaan komen. Dus daar moet je wel op een goede manier over nadenken hoe je dat doet, meestal ernaartoe.
7
En ook een belangrijk gegeven is, er is natuurlijk heel veel kennis, wetenschappelijke kennis, beleidskennis, praktijkkennis, maar neem nou ook die kennis van die inwoners zelf mee. En in Dordrecht is recent, ik weet niet of jullie daar wat van gehoord hebben, een participatief actieonderzoek gedaan in de wijk Krispijn waarin bewoners medeonderzoekers waren en met elkaar gekeken is naar de gezondheidssituatie en wat wenselijk is om daar in het collectief in op te lossen. Best ingewikkeld en complex, het is ook iets van een lange termijn. Je hebt altijd een jaar of twintig nodig voordat je echt grote vooruitgang gaat zien. En dat staat soms haaks op een regeerperiode van vier jaar. Data, daar ga ik even echt in een vogelvlucht doorheen. Wij hebben heel veel data, die kunnen jullie zelf ook allemaal hier inzien. Je kunt Dordrecht aanvinken, je kunt het vergelijken met Zuid-Holland Zuid, met Nederland, met andere gemeenten in de regio. Ik heb daar even een paar uitgepikt als gewoon illustratie. Als je kijkt volwassenen in Nederland, 50 procent heeft overgewicht dan wel obesitas. Ik heb er nu even de kinderen in Dordrecht uitgepikt. Bovenin zie je het aantal kinderen op vierjarige leeftijd dat is rood, dan vijf jaar, twaalf-dertien jaar en veertien-vijftien jaar, hoeveel zij matig overgewicht hebben en de onderste gaat over ernstig overgewicht, dat is echt obesitas.
Als je die per leeftijd optelt dan kom je er dus op uit dat 8 procent van de vierjarigen overgewicht heeft of obesitas, vijfjarigen 14 procent, twaalf-dertien jaar 21 procent, veertien-vijftien jaar 22 procent. Dat neemt dus best wel heel hard toe in tien jaar tijd. Je kunt cijfers natuurlijk altijd voor je beleidsspeerpunten benutten. Als je kijkt naar wat achterliggende cijfers, dan zie je dat op zich ongeveer 70 procent van de dertien- tot vijftienjarigen wel wekelijks sport bij een club of een vereniging maar dat maar 15 procent elke dag minimaal één uur beweegt. Dat is wel echt heel weinig. Als je kijkt naar de volwassenen, dan voldoet 45 procent in Dordrecht en 47 procent van Nederland aan de beweegrichtlijn, dus dat je 150 minuten per week matig beweegt door te wandelen, te fietsen enzovoort. Dus dit soort cijfers geven vaak wel een beeld hoe de situatie is. Mentale gezondheid, we hebben in 22 de Corona Gezondheidsmonitor onder jongvolwassenen gedaan, zestien- tot vijfentwintigjarigen. Dan zie je dat 45 tot 62 procent psychische klachten ervaart in Zuid-Holland Zuid. Daarboven cijfers over dertien- en vijftienjarigen die zich vaak of zeer vaak gestrest voelen door één of meerdere factoren, bijna de helft.
Eenzaamheid, is ook een bepaler van gezondheid, het aantal mensen dat zich matig tot zeer ernstig eenzaam voelt is ook bijna de helft van de mensen en daarbinnen, dat moet je dan dus van die percentages aftrekken, is 15 procent in Dordrecht zeer ernstig eenzaam voor negentien jaar en ouder en dat wil dus zeggen ongeveer 40 procent matig. Dat even om te laten zien welke cijfers we hebben. De vaccinatiegraad, best een actueel thema, heb ik ook even, ik heb ze ook bij me per vaccinatie als jullie dat willen zien. Heel Nederland is natuurlijk hartstikke hard aan de dalen, Dordrecht volgt echt de landelijke trend daarin, binnen Zuid-Holland Zuid doet Dordrecht het goed. Maar goed, nog wel steeds onder de lijn. De minimaal benodigde vaccinatiegraad is 90 procent. En sinds 22, er staat 21 moet 22 zijn, moeten ouders of kinderen consent geven, toestemming om bij het RIVM je vaccin te laten registreren. Er zijn mensen die dat niet doen waardoor je niet meer helemaal precies honderd procent zeker weet wat het percentage is. Maar hoe dan ook, het daalt. En dat is niet alleen bij mensen uit de christelijke kringen die daar moeite mee hebben, maar er zijn steeds meer mensen die daar ook gewoon kritisch tegenover staan.
8
Een paar voorbeelden nog tot slot, wat doet de GGD voor Dordtse inwoners, ook niet uitputtend maar gewoon even wat voorbeelden, 5 maart was mijn collega Simone Vermeulen hier in de raad om over gokverslaving te praten, samen ook met partners als USE. Dus kunnen we doen, de kennis daarover komen brengen. We hebben Gezonde School-adviseurs die zowel in het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs, als bij het mbo en in speciaal onderwijs de scholen kunnen ondersteunen. Scholen kunnen dan uit deze thema’s kiezen, dat is hun eigen keuze en dan ondersteunt de Gezonde Schooladviseur met een stukje wat willen jullie in het beleid, wat heeft de docent nodig, hoe gaan lesprogramma’s eruitzien, hoe betrek je ouders bijvoorbeeld bij programma's. En we hebben recent afgesproken, het moet nog uitgewerkt worden wat het precies wordt, maar dat in 2024 er wel extra inzet komt op het onderwerp mentale gezondheid. Dat wil zeggen in het basisonderwijs, dat we dan dus echt scholen heel actief gaan aansporen om met het preventieprogramma Welbevinden aan de gang te gaan. En dat we in het vo en het mbo eraan denken om in te zetten op mentale gezondheid, bijvoorbeeld door te kijken naar de preventie in de zorgstructuur en dit te combineren met verslavingspreventie en ook wat elementen van de seksuele gezondheid, zoals Wensen en Grenzen, online en offline, social media hoort daar ook bij.
Dan hebben we nog Jongeren Op Gezond Gewicht. Kind naar Gezonder Gewicht hangt daar nauw mee samen, daar wordt zo meteen nog meer over verteld. Met JOGG is Dordrecht echt koploper in het land, jullie zijn al vanaf 2012 daar actief op. Ik wil even mijn blaadje erbij want daar zaten wat details bij die ik niet allemaal uit mijn hoofd weet. Even kijken, de JOGG-aanpak daar geven jullie als gemeente opdracht voor en de GGD voert dat uit en het doel is dat het JOGG er echt naar streeft dat we een Dordtse samenleving hebben waarin alle kinderen wonen, leren en recreëren waarbij gezonde leefstijl echt normaal is, dat dat gewoon voorop staat. Dat betekent wel dat je soms dingen collectief doet, maar soms ook ongelijk moet investeren voor kinderen die dat extra nodig hebben. Kind naar Gezonder Gewicht is daar een voorbeeld van, is een van de ketenaanpakken waarin het gezin aan de slag gaat met dat gezondere gewicht. En daarnaast is jullie eigen Dordtse leerprogramma voor elf basisscholen natuurlijk ook een voorbeeld van ongelijk investeren. Wat doen we nou via het beïnvloeden via die collectieve omgeving? Dat doen we aan de hand van kindomgevingen, daar zien jullie ze. En de nadruk ligt bij het JOGG in Dordrecht op nul tot twaalf, dus de component werk is daar niet van toepassing, maar de andere wel.
En in de thuissituatie willen we ervoor zorgen dat ouders in staat zijn om hun kinderen gezond op te voeden. Dat doen we door ouderavonden te organiseren, door campagnes zoals rommel in je trommel, of geen rommel in je trommel vooral natuurlijk, de JGZ door een-op-een-voorlichting daarover te geven. In de buurt maken we de buurtomgeving gezonder, bijvoorbeeld door gezonde kantines bij een speeltuinvereniging of door watertappunten aan te leggen. Op school de Gezonde School-adviseur, ook op de kinderopvang en de peuterspeelzalen. Bij sport doen we het via Teamfit in sportomgevingen werken we ook aan voeding, alcohol en roken, ook gezonde kantines. Vrije tijd, bijvoorbeeld de horeca, evenementen, bowlingbanen ook helpen om dan gezonder aanbod te maken. En in de media gaan we nog meer inzetten op mediawijsheid en mediaopvoeding en dat doen we ook mede via de scholen. Dan nog, die hebben we net al even kort aangestipt en daar is een leuk filmpje van ook op YouTube te vinden.
9
En tot slot als voorbeeld, er is in Dordrecht een adviesgroep gezonde leefomgeving, die is gekoppeld aan het programma blauwgroene stad en dat richt zich met name op de ruimtelijke inrichting via de lijnen van natuur en water. Klimaatbestendigheid is belangrijk, maar het is wel een hele diverse groep. Mobiliteit zit erin, wijken, sport, de GGD vanuit de volksgezondheid, stedenbouw, sociaal domein, ruimtelijke ordening. En dat is precies de mix die je nodig hebt, Health in All Policies. En concrete voorbeelden waar dan mijn collega's van de GGD op adviseren, hoe kun je nou met de inrichting van ruimte bewegen stimuleren, ontmoeting stimuleren, hoe zorg je dat mensen eerder de fiets pakken en de auto laten staan, adviseren over hoe richt je in waardoor je wat meer hittebestendig wordt, meer groen minder stenen. En zo'n aanpak zijn er bijvoorbeeld ook voor schoolpleinen om die te vergroenen. Dit is een vogelvlucht wat de GGD zoal kan doen. De voorzitter: Dank u wel voor de presentatie, hele concrete informatie. Ik heb het net niet kunnen doen, maar mevrouw De Koning ook nog bedankt voor de heldere presentatie. We gaan naar de volgende. Gaat uw gang. Even tussendoor, het is hier weer lekker warm, het nieuwe stadskantoor Dordthuis, hoe we het ook gaan noemen, dat laat nog eventjes op zich wachten.
Maar als u nou denkt ik moet echt eventjes een fris colaatje halen of eventjes een luchtje scheppen, voel je vrij, je hoeft niet te blijven zitten. In het kader van gezondheid lijkt me het goed om dat zo te doen. Mevrouw Venekamp: Hartelijk dank voor de uitnodiging, dat wij hier wat mogen komen vertellen. Suzanne Hensbergen en ik zullen jullie meenemen in de wereld van de jeugdgezondheidszorg. We zijn heel erg trots op ons werk en we delen ook echt die passie met al onze collega's. Ik denk dat dat wel heel kenmerkend is van waar wij voor staan en wie wij zijn. Ik zal eerst kort even wat vertellen over onze organisatie, Jong JGZ, dan zoom ik in op het basispakket, dat leg ik straks even uit wat dat inhoudt. En dan geef ik het stokje over aan mijn collega, want die zal jullie meenemen in het maatwerk wat wij hier in Dordrecht uitvoeren. Hier zie je het werkgebied Zuid-Holland Zuid, daar voeren wij in het hele gebied de jeugdgezondheidszorg uit. We hebben in het hele gebied ruim 97.000 kinderen in zorg en binnen Dordrecht zijn dat 22.000 kinderen. En dat zijn de jeugdigen van nul tot achttien, maar eigenlijk doen we ook al heel veel in de prenatale fase. Het dus echt ook gericht op de ouders, op de aanstaande ouders. Dus eigenlijk zeggen wij nu vaak dan van min-negen maanden tot achttien jaar.
We hebben in elke gemeente van Zuid-Holland Zuid echt een eigen lokaal team, ook met een manager. Dat betekent dat wij echt deel uitmaken ook van de lokale netwerken en dat elke gemeente ook een vast contactpersoon heeft in de vorm van een manager die ook goed kan meedenken met de lokale situatie om ook echt in te zoomen op vraagstukken die spelen. Dat is hier in Dordrecht niet anders en dat zal straks ook wel blijken uit de presentatie die we geven over het maatwerk. Wat wij zelf altijd zeggen is, wij nemen de kennis uit de spreekkamer mee naar de beleidstafels. Dus naast dat wij data verzamelen en delen die ook bijvoorbeeld hoe gezond is Zuid-Holland Zuid worden meegenomen, gaat het ook echt wel om de kennis van de casuïstiek die wij dus ook meenemen.
10
We zijn heel erg echt een innovatieve organisatie, we signaleren natuurlijk wel echt de vraagstukken die spelen maar zetten ook heel erg in op advisering over interventies, het ontwikkelen van interventies en daarbij zoeken wij ook echt bewust de samenwerking met alle partners in het veld. Dus ook met gemeenten, maar ook met andere zorgorganisaties, met welzijn, met de ziekenhuizen. Dus een heel breed netwerk hebben wij. Hier zien jullie onze missie en kernwaarden, wat wij heel belangrijk vinden is dat we laagdrempelig zijn en toegankelijk voor onze klanten, de kinderen en hun ouders. De kern is ook, we beslissen ook samen met de klant, wij gaan het niet bepalen, we gaan de dialoog aan en we kijken waaraan behoefte is. En op die manier proberen we ook te normaliseren. Want als iets gewoon, iets kan een probleem zijn, dat wil niet zeggen dat je er ook altijd iets in moet doen. Dat is echt die positieve gezondheid, dus samen kijk je van wat is nodig. En het luisterend oor is vaak ook al heel erg belangrijk. Wat ik al zei, onze professionals doen hun werk echt met passie en dat blijkt ook wel uit de hoge klantwaardering van 8,6 die wij ook altijd hebben, daar zijn we ook heel trots op.
Ons bestaansrecht ontlenen wij echt aan preventie, want zoals wij het zien, als wij ons werk goed doen betekent dat ook dat we ook werk uit handen nemen van de zorgorganisaties in de eerste en de tweede lijn. Belangrijk ook om te vertellen is, al onze collega's zijn expert natuurlijk. Wij werken met jeugdartsen, met jeugdverpleegkundigen, met pedagogen, zij verstaan hun vak. We investeren ook heel veel in deskundigheidsbevordering en in opleiden, maar de meeste mensen hebben ook echt wel thema's in hun portefeuille waar ze zich nog eens extra in bekwamen of extra in geschoold worden. En dat vind ik juist ook het sterke, dat je dus in je lokale team juist ook die experts hebt die net even dat stukje meer ook te bieden hebben. Maar goed, dat zal straks ook in de toelichting op het maatwerk ook naar voren komen. Dan zal ik even kort wat vertellen over het basispakket. Het basispakket is eigenlijk de jeugdgezondheidszorg die in elke gemeente in Nederland wordt uitgevoerd en de basis is het landelijk professioneel kader wat landelijk is vastgesteld. En daarin zien wij alle kinderen op gezette tijden tijdens het opgroeien en volgen wij hun ontwikkeling. En daarbij kijken we natuurlijk naar het groeien, het gewicht, noem het allemaal maar op. Maar we kijken ook, hoe is de situatie van het kind, hoe is de situatie van de ouders, hoe loopt dat, zijn er ondersteuningsvragen.
Dus we kijken eigenlijk wel heel breed en voeren het gesprek ook echt in de spreekkamer. Heel belangrijk natuurlijk is a dat wij verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma voor onze doelgroep en naast dat wij de vaccinaties zetten, om het zo maar even te zeggen, besteden we ook veel aandacht aan het adviseren van ouders als er bijvoorbeeld twijfels zijn over het vaccineren. Wat we ook doen is, we hebben nu bijvoorbeeld ook de publiciteit rondom de dalende vaccinatiegraad nu ook een persbericht samen met de GGD uitgebracht om ook mensen te wijzen op de gevaren, maar ook gelijk met contactgegevens erbij van wil je laten vaccineren, neem contact met ons op. Dus we doen ook heel veel, we investeren heel veel daar waar het nodig is om mensen ook wel gewoon informatie te geven waarmee ze dan een besluit kunnen nemen om zich wel te laten vaccineren, of tenminste hun kinderen. Daarnaast adviseren en begeleiden we ook in de spreekkamer, of over de opvoeding, over gedrag, de leefstijl, ook een hele belangrijke component van ons werk. En we hebben ook een grote rol in het signaleren en dat is zowel op individueel niveau, als het nodig is verwijzen we door.
11
Daarvoor hebben ook echt een netwerk met ketenpartners, vaak vaste contactpersonen, de kinderarts is hier ook, je kent elkaar in dat veld. Maar we signaleren ook op collectief niveau, dus we kijken in een gemeente van wat zien wij hier voor een problematiek, bijvoorbeeld mentale weerbaarheid of toename van schoolziekteverzuim. Dan gaan we in gesprek met de gemeente, dit is wat wij zien, misschien kan er wel extra interventies worden ingezet. Dus dat is eigenlijk meer onze adviserende rol die wij dus ook hebben. Een hele grote rol die we daarin hebben is dus inderdaad dat maatwerk en het maatwerk dat is echt meer individueel in het interventiepakket wat kan verschillen per gemeente en daar zal Suzanne jullie meer vertellen over Dordrecht. Mevrouw Hensbergen: Oké, nou ga ik iets vertellen over het maatwerk. Zoals gezegd is het maatwerk dus in elke gemeente anders en in Dordrecht, het is een hele vooruitstrevende gemeente, we hebben echt een heel mooi pakket aan extra interventies. Een beetje onder te verdelen in deze vijf categorieën, ik zal per onderdeel even vertellen welke inventie daar dan bij horen. Kansrijke Start net ook al even genoemd, ketensamenwerking met interventies rondom de zwangerschap en de eerste duizend dagen van een kind, dit zijn de interventies die daarbij horen, voorzorg, prezorg, nu niet zwanger, preconceptiezorg, centuring parenting.
Misschien is het leuk als ik even een voorbeeld noem dat jullie er een beetje een beeld bij krijgen van wat dat dan is. Voorzorg is bijvoorbeeld een interventie gericht op jonge vrouwen die zwanger zijn van hun eerste kind en die te maken hebben met multiproblematiek. Dan komt er een gespecialiseerde jeugdverpleegkundige die vanaf de zwangerschap tot de tweede verjaardag begeleiding biedt. Ik heb laatst ook een voorzorgmoeder geïnterviewd en gevraagd hoe ze dat programma dan heeft ervaren en hoe ze die begeleiding heeft ervaren. Toen ze startte met het programma, toen zat ze nog in de short stay facility hier in Dordrecht, had ze geen werk, haar vriend zat in de gevangenis en ze was zwanger van haar eerste kindje en nog geen contact met familie. Toen kwam de jeugdverpleegkundige in beeld en hebben ze stap voor stap samengewerkt aan een betere situatie waarin het kind geboren kon worden. Uiteindelijk na vier verhuizingen een urgentie aangevraagd, is ze op zichzelf gaan wonen. Ze heeft een baan aangenomen bij een speelgoedwinkel, dus de financiën zijn op orde gekomen. Uiteindelijk woont ze samen met haar vriend en zat ze er toch wel veel beter bij dan voordat ze begon met het programma mede door de begeleiding.
Een andere interventie, preconceptiezorg, dat gaat over gezond zwanger worden, is een actueel onderwerp waar een adviesrapport voor is geschreven door twee projectleiders om dit meer aandacht te geven. En nu worden ook aanbevelingen daarvan uitgevoerd bijvoorbeeld door reclame op schermen in wachtkamers en op bijvoorbeeld bestickering op anticonceptie om gezond zwanger worden meer aandacht te geven. Toeleiding vooren vroegschoolse educatie, dat is de Dordtse informatiedienst, een grote groep van medewerkers die met elkaar tien verschillende talen spreken om de bewoners van Dordrecht zo goed mogelijk te helpen om te zorgen dat kinderen met een zo min mogelijke achterstand starten op de basisschool. Dus het heeft te maken met spraak- en taalachterstanden die we daarmee proberen te beperken. Dus als ze dan worden toegeleid naar de peuterspeelzaal of kinderdagverblijf worden die kansen vergroot dat ze zonder achterstand starten op de basisschool.
12
Opvoedondersteuning, het zijn twee vrijwilligersprogramma's, Moeders informeren moeders is een vrijwilligersprogramma en NIICO ook, een hele trouwe groep van vrijwilligers die helpen. Bij Moeders informeren moeders gaat het over vrouwen die moeders die zwanger zijn van hun eerste kind gaan helpen en echt een beetje een maatje zijn. Ze helpen om te kijken wat voor een activiteiten er allemaal in de wijk zijn, maar ook helpen met het normaliseren dat je zorgen hebt om je kind en dat dat er allemaal bij hoort en ook het sociale netwerk een beetje proberen te vergroten van die moeders. We hebben ook dreumesgroepen, dat is heel wijkgericht, we hebben nu vier dreumesgroepen, we gaan uitbreiden naar zes dreumesgroepen in de verschillende wijken, ook om moeders met elkaar te verbinden, de kinderen met elkaar te laten spelen en ze krijgen dan ook wat voorlichting bij die dreumesgroepen over verschillende onderwerpen van de pedagogisch medewerker en van de vrijwilligers die daar rondlopen. Zij gaan bijvoorbeeld samen ook voorlezen en ook werken weer aan die taal. Kind naar Gezonder Gewicht, ook al iets over gezegd, een heel belangrijk programma, heel erg nodig, één op de zes kinderen in Nederland heeft overgewicht of obesitas. We hebben net natuurlijk ook al wat cijfers daarvan gezien.
Wat er gebeurt is dat er dan een gespecialiseerde jeugdverpleegkundige in het gezin komt en langere tijd intensief gaat begeleiden en in kaart brengt wat is er in het gezin allemaal, wat speelt er allemaal want er is vaak meer aan de hand dan alleen overgewicht. Langdurig gaan ze aan de slag, ze gaan soms ook opschalen naar andere hulpverlening als dat nodig is. En Dordrecht is daarin wel al heel lang een koploper, we hebben al heel lang deze interventie hier in Dordrecht en dat wordt alleen maar groter. Het is echt een regionale aanpak waar steeds meer gemeenten zich bij aansluiten. Netwerksamenwerking, dat zijn twee interventies. De voorzitter: Ik ga u heel eventjes onderbreken, want de heer Van Dam Timmer steekt zijn vinger op. Is dat een verhelderende vraag die nu nodig is om het te begrijpen? Gaat uw gang. De heer Van Dam Timmers: Ja dank, voorzitter. Ik heb nu drie, vier keer gehoord, Dordrecht loop hier heel erg ver voorop. Dus de verhelderende vraag daarbij is dus dan, heeft dat dan ook tot het resultaat geleid wat daarin gewenst was? Mevrouw Hensbergen: Ja resultaten, dat willen we altijd weten en horen. Ik denk dat er in Dordrecht gewoon meer nodig is als je het vergelijkt met de andere gemeentes, dit is een grote stad, er is hier veel problematiek en denk ik ook meer middelen om er wat aan te doen.
En natuurlijk zijn er resultaten, zoals ik net opnoemde van de voorzorgmoeder die er beter bij zit bij haar tweede zwangerschap dan bij de eerste zwangerschap. Dus fijn dat er zoveel verschillende interventies worden ingezet, want natuurlijk boeken daarbij resultaten. Ja. Even kijken, dit is de deelname van de jeugdarts in de ondersteuningsteams. Op de scholen zijn er ondersteuningsdiensten met verschillende partijen bij elkaar waar kinderen worden besproken waar zorgen om zijn en daar neemt de jeugdarts ook aan deel. En de laatste is het schoolziekteverzuim, dat is ook vaak een onderwerp wat besproken wordt in die ondersteuningsteam.
13
En hier willen we de mentale gezondheid, wat ook een belangrijk onderwerp is en waar veel om te doen is en waar we ook bezorgd om zijn, willen we door de inzet van de jeugdverpleegkundigen al vroegtijdig proberen om het oplopen daarvan te voorkomen. Dus de jeugdverpleegkundige wordt daar ingezet om te kijken of de zorgvragen daadwerkelijk ook wat kleiner kunnen blijven dan dat het verzuim van kinderen alleen maar oploopt. Dat waren de maatwerkinterventies. De voorzitter: Dank u wel voor wederom een heldere prestatie. Dan gaan we nog één keer overschakelen naar een andere presentatie voordat de commissie mag losbranden. En we gaan over naar onze kinderarts van het Albert Schweitzer ziekenhuis, mevrouw Corcoran. Gaat uw gang. Mevrouw Corcoran: Goedenavond allemaal. Dank voor de uitnodiging Eline. Ik heb geen presentatie dus ik vind het prima om voor deze achtergrond ... De voorzitter: Dan laten we de smileys staan, dat is wel een vrolijke achtergrond. Mevrouw Corcoran: Mooi. Zoals gezegd, ik ben kinderarts en ik heb voor mezelf gewoon wat dingetjes opgeschreven waarvan ik dacht dat is leuk omdat jullie niet te delen en ik wil jullie echt meenemen naar mijn werkveld. Ik ben zelf algemeen kinderarts, dus ik zie kinderen, zieke kinderen in de breedste zin van het woord, van nul tot achttien jaar met allerlei ziektebeelden die bij mij binnenkomen.
Mijn aandachtsgebied is weliswaar infectieziekte, dus dat heeft weer veel raakvlakken met de GGD. Maar ik ben ook, in de regionale samenwerking leg ik heel veel lijntjes, dus met Jong JGZ zit ik aan tafel, ik zit bij de Kansrijke Start aan tafel en bijvoorbeeld ook in de ondersteunende partijen, bijvoorbeeld fysiotherapie en logopedie waar we veel op terugvallen. Bij de kindergeneeskunde probeer ik altijd de samenwerking heel erg te zoeken. Dus daarom sluit vanavond ook heel erg aan bij mijn doelen en mijn visies die ik daarover heb. Ik zit aan de curatieve kant van de gezondheidszorg, dus ik zie kinderen die ziek zijn en die wil ik graag beter maken. Maar wat is mooier dan het te kunnen voorkomen met elkaar? Daar hebben we natuurlijk vanavond veel over gehad, maar ook aan de curatieve kant zie ik mogelijkheden en kansen bij bepaalde ziektebeelden waar we met zijn allen wel echt wel degelijk invloed op hebben. En een paar ziektebeelden noemend, ik zie bijvoorbeeld veel kinderen met astma. Astma heeft vooral met je bouwstenen te maken, dus je genetische aanleg daarvoor te maken maar er zijn wel degelijk factoren van invloed die het ziektebeloop van astma heel erg kunnen beïnvloeden.
En dat is bijvoorbeeld een gezonde omgeving, dat gaat over luchtvervuiling, maar ook of je wel of niet kan sporten en daar de ruimte voor krijgt, of je ouders wel of niet de taal machtig zijn zodat ze kunnen lezen hoe je je puffers moet gebruiken, of dat je ouders wel of niet roken of dat je in een omgeving komt waar je blootstelling hebt aan rook, bijvoorbeeld op de sportvereniging omdat daar mensen langs de lijn staan, et cetera, et cetera, et cetera. Allemaal factoren waar we wel degelijk invloed op hebben om het ziektebeloop van astma ik hoop op een gunstige manier te beïnvloeden. Een ander ziektebeeld vanavond al meermaals genoemd is overgewicht. Ook als kinderarts zie ik eigenlijk steeds meer kinderen met ernstig overgewicht, dus over grote lijnen zie je dat overgewicht wel stabiel blijft maar je ziet dat de mate van ernstig overgewicht wel degelijk toeneemt, ook bij de jongere kinderen.
14
En het leuke, ik zal daar meteen op inhaken, is dat we in Dordrecht echt landelijk gezien koplopers zijn in het mooie programma wat we hier hebben, waar ik ontzettend dankbaar voor ben want we kunnen die kinderen echt iets bieden. En om een beetje in te gaan op dat stukje resultaten, we hebben nog geen resultaten van het Kind naar Gezonder Gewicht omdat het nog niet lang genoeg loopt om daar duurzame betrouwbare informatie uit te halen. Maar wat we wel weten, en dat is landelijk in meerdere vormen gegoten, is dat als je alleen gaat kijken naar factoren als voeding en beweging waarvan we allemaal weten dat dat enorme invloed heeft op je mate van gewicht en overgewicht, dan is dat niet genoeg. En die programma's hebben zichzelf wel bewezen dat het niet werkzaam is. En dat is ook aanleiding geweest om in onze gemeente te kijken naar een breder geheel om zo'n gespecialiseerd verpleegkundige in het gezin te plaatsen om met die mensen te gaan kijken van hoe ziet jullie gezinsstructuur eruit en op welke domeinen, of dat nou sociaal domein of financieel domein of kennisdomein, waar zitten nog punten waar we invloed op hebben? Want je kan wel zeggen je moet gezond eten en je kan wel naar een diëtist en die zegt ja, je hebt drie dagen je dieet bijgehouden, ja wel veel snoepjes en ja dat avondeten zitten drie aardappelen te veel in.
Dat kan maar daar bereik je niet een gezonde leefstijl mee die je wil bereiken. Slapen die kinderen wel goed? Gaan ze op tijd naar bed? Hoe is het schermgebruik? Hebben de mensen wel financiële middelen om in de supermarkt bij de eerste groente- en fruitafdeling te blijven hangen, of lopen ze door naar de diepvries, omdat ze geen geld hebben om de week mee door te komen. En daar kijkt die gespecialiseerd verpleegkundige allemaal in mee op een laagdrempelige manier. Dus dat is de meerwaarde van het programma wat we hier bieden en dat is ook hetgeen waarin we excelleren en in op vooruitlopen in de hoop dat het tot getallen gaat leiden waarvan we kunnen zeggen, kijk daar bereiken we wat mee. Dus ik denk dat dat misschien wel een toelichting is op jouw vraag. Maar wat zie ik ook? Ik zie bijvoorbeeld ook kinderen die veel ziek zijn. Ik denk dat mensen hier aan tafel die kinderen hebben herkennen dat, in de eerste vier levensjaren kinderen gewoon veel ziek zijn. Ze bouwen hun afweer op en het hoort er een beetje bij. Maar wij zien in de spreekkamer ongelooflijk veel gezinnen met jonge kinderen die vaak ziek zijn, niet omdat ze medisch iets hebben waardoor ze vaak ziek zijn maar gewoon omdat ze de draagkracht niet hebben om dat te dragen.
En ik denk dat we op dat stukje elkaar heel hard nodig hebben om terug te gaan en een stap terug te zetten en met die mensen in gesprek te gaan en te kijken van maar hoe komt dat nou? We hebben allemaal jonge kinderen, die zijn allemaal vaak ziek en dat heeft te maken met een stukje normalisering denk ik, met elkaar het gesprek aangaan in plaats van een stukje … Ik denk dat we als maatschappij best wel kunnen spreken van een individualisering op heel veel vlakken, maar ik denk dat het ook impact heeft op gezondheid en gezondheidservaring en gezondheidsbeleving en dat als we weer meer toegaan naar een gemeenschapsgestuurde aanpak, zogezegd it takes a village to raise a child, dat vind ik een heerlijke uitspraak. En als we dan met elkaar hier samen zijn en kunnen zeggen dat Dordt onze village is en de wijken dat kunnen uitdragen waarin we van individualisering naar draagvlakmaatschappelijk gaan en weer elkaar kunnen aankijken en zeggen ja hoor, die van mij is ook zo vaak ziek, ja dat had die van mij ook toen die twee was, ja weet je die nachten dat dat is wel zwaar, maar ja weet je het hoort erbij, ze groeien eroverheen, komt allemaal goed.
15
Dan heb je een gesprek met elkaar en kan je van moeder tot moeder voor al die leuke initiatieven die net aangestipt werden in het Jong JGZ-praatje kan je het een stukje normaliseren in plaats van dat we allemaal geneigd zijn om gezondheidszorgconsumptie daarvoor op te zoeken. Dus dat is denk ik heel relevant. Een ander iets waar ik veel raakvlakken mee zie is het stukje kwetsbare zwangerschap en daar komt de Kansrijke Start weer om de hoek kijken, waar we het ook al meermaals over hebben gehad. Waarom zijn die eerste duizend dagen waar net ook Eline aan refereerde, waarom zijn die nou zo belangrijk? We weten dat de eerste duizend dagen, bedoel ik dus préconceptie, dus eigenlijk nog voordat je zwanger raakt, de zwangerschap en dan de eerste drie levensjaren van het kind. En waarom is dat zo belangrijk? Dan worden al die netwerken in die hersenen, al die snelwegen worden aangelegd. En die kans krijg je maar één keer. Dus als we in die eerste duizend dagen zorgen voor een veilige omgeving, gezonde ouders of een gezonde ouder in goede gezondheid met een goede levensstijl en het aanleren van gezonde gewoontes, maar ook een stukje mentale gezondheid van de omgeving rondom dat kind, dan maak je daar zo'n enorme voorsprong op de rest van je leven, die basis leg je.
Dus dat maakt het zo in de ontwikkelingspsychologie, maar ook in de ontwikkelingsbiologie, zo ontzettend interessant om daarop in te zoomen, maar ook daarop in te zetten omdat je zoveel goede basis legt letterlijk voor de rest van je leven. Als je daar een ongezond patroon hebt krijg je op je vijftigste een hartinfarct in plaats van op je zeventigste of je tachtigste. Dus dat maakt gigantisch veel uit. Dus bij die Kansrijke Start kijken we naar allerlei, we zitten daar met heel veel mensen aan tafel, dat vooropgesteld, en het leuke is, ik hoorde Erika net zeggen ja maar hoe bereik je die mensen? Dat vind ik het leuke maar ook de grote kans die wij hebben voor de kinderen is dat iedereen die zwanger is in Nederland gaat naar een verloskundige. Bijna iedereen, maar goed grosso modo iedereen. Iedereen die vervolgens een kind krijgt gaat naar de jeugdgezondheidszorg, gaat naar het consultatiebureau. Dus daar liggen wel echt enorme kansen om iedereen te bereiken. Dat is niet omdat zij een vraag hebben waarmee ze naar je toe komen omdat je ziek bent, maar dat is gewoon, iedereen komt op die manier in aanraking met zorgverleners. Dus ik zie daar enorme kansen die we moeten grijpen met elkaar om die mensen voor te lichten, kennisverrijking toe te passen en met ze in gesprek te gaan.
Wat heb je nodig? Wie ben jij? Hoe zie je dat voor je? Hebben jullie het daarover gehad met elkaar? Hoe gaat dat in de opvoeding? Welke idealen en ideologieën heb je daarover? En als je in gesprek raakt, dan kom je tot mooie ontwikkelingen waar je op in kan spelen. En vanuit de wijk, en dat is het leuke van de Kansrijke Start, vanuit de wijk komen er allerlei initiatieven die net eigenlijk ook al aangestipt zijn om juist daarop in te spelen en te ondersteunen. En op die manier kunnen we mensen dus heel goed bereiken. En dat raakt natuurlijk ook weer aan dat village, aan de buurtaanpak, waar we het net over … De voorzitter: Ik ga u vragen om tot een afronding te komen, want het kwartier zit er bijna op. Mevrouw Corcoran: Helemaal goed. Ik denk dat ik het belangrijkste gewoon allemaal wel besproken heb met een beetje … Ik laat het hier gewoon bij.
16
De voorzitter: Met echt veel volgens mijn passie voor het vak ook erin. Dus het was leuk om naar te luisteren, dank u wel. Commissie, bedankt voor jullie aandacht. We hebben een uurtje veel informatie te verwerken gekregen, nee dat wordt geen zin, veel informatie gehoord. En ik denk dat het ook mooi is dat wij nu ook echt kunnen zien dat met zoveel organisaties die startnotitie tot stand is gekomen, dat de gemeente ook echt heeft samengewerkt. Maar er zullen ook een hoop vragen over zijn. Dus ik ga eens even rondkijken. En ik ga bij de VVD beginnen, de heer Van Ballegooijen. Even helder aan wie u de vraag stelt en welke vraag natuurlijk. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een paar vragen. Ik begin met vragen voor de gemeenteambtenaar. De voorzitter: Mevrouw De Koning. De heer Van Ballegooijen: Mevrouw De Koning. Sorry, ik heb niet alle namen direct voor me. Allereerst, bestaanszekerheid wordt genoemd als een van de hoofdstukken mogelijk, zie ik als hoofdstukken in het beleid of het uitvoeringsprogramma. Is dat simpelweg een verwijzing, zie armoedebeleid? Of moet ik daar dat breder zien in de zorgcontext? Daarnaast in de leefstijl, is er al iets te zeggen over de balans tussen informeren en sturen of dwingen? Want zeker bij de plaat die ons is aangeboden, zaken als ongezonde voeding, roken, er zijn natuurlijk verschillende soorten maatregelen.
Is dat al duidelijk of moet dat nog volledig uitgewerkt worden? En tot slot aan u de vraag, mag ik ervan uitgaan dat de uitgangspunten en de leidende principes in het uitvoeringsprogramma zullen leiden tot SMART-geformuleerde doelstellingen met bijbehorende indicatoren? Ik vond dat een hele goede vraag van mijnheer Van Dam. Timmers. Want uiteindelijk wil je natuurlijk wel niet alleen in de verhalende methodiek maar ook cijfermatig kunnen aantonen dat beleid werkt. Wat ook al aangegeven werd natuurlijk dat de eerdere vorm van overgewichtpreventie niet goed werkte en we natuurlijk wel weten, en daarvoor heb je die cijfers over de grotere groepen zeker nodig. Dus ik vroeg me af of ik daarvan uit mag gaan. De voorzitter: Helder, dank u wel. En gelijk een mooi voorbeeld van meerdere vragen, maar wel kort en concreet. Dat is de laatste vraag dus. En het waren er drie tegelijk. Er werd heel hard meegeschreven, dus we kunnen beter eerst even naar de beantwoording en ook om elkaar wat meer ruimte te geven. Mevrouw De Koning. Mevrouw De Koning: Ja, de eerste vraag ging over de bestaanszekerheid. Ik zie dat ook als een stukje visie om mee te geven richting professionals en in de praktijk gebeurt dat ook al vaak, dat als ze inwoners benaderen dat ze dat perspectief altijd meenemen.
En dat hoorde je in de presentatie zo al een beetje terug, het is vaak niet zo zinvol om gezondheidsinterventies an sich aan te bieden als die bestaanszekerheid niet op orde is. Dus er zit ook een bepaalde volgordelijkheid in van bijvoorbeeld eerst werken aan schuldenproblematiek, of de basis op orde stellen, en daarna te kijken naar van hoe kunnen we dan werken aan die gezonde leefstijl. Dus dat met betrekking tot de eerste vraag. De tweede vraag ging over informeren, dan wel dwingen van inwoners. Het zijn allemaal wel vrijwillige interventies waar we het over hebben. Als we het over roken hebben, dan gaat het vaak over het rookvrij maken van de omgeving.
17
Wij dwingen inwoners niet om te stoppen met roken. We kunnen het wel ontraden of je kan zeggen bij sportverenigingen willen we wat steviger beleid op het rookvrij maken van de omgeving. Dus maar dat is het stukje waar wij op sturen als gemeente. En de derde ging over de terechte vraag, worden die doelen nog SMART en hoe gaan we dat dan meten. Ja, het is wel mijn bedoeling om die wat SMART-er te gaan opschrijven. En voor het meten wil ik ook heel graag aansluiten bij alle informatie die er al is op hoe gezond is ZHZ en alle monitoren die de GGD afneemt, want dat zijn kindmonitoren, volwassenenmonitoren, dus daar kunnen we echt heel veel data uithalen. Dus dat is denk ik alleen maar mooi. De voorzitter: Dank u wel. Heeft u genoeg beantwoording op alle drie de vragen? Dank u wel. Dan ga ik eerst even naar mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ja voorzitter, dank u wel. En dank ook aan alle presentaties, een gigantische hoeveelheid informatie, reuze interessant wat over ons wordt uitgestort. Ik besef me ook dat het heel veel verschillende domeinen raakt en het begrip is nog niet gevallen, maar dat heeft denk ik alles te maken met brede welvaart, wat we vandaag de dag steeds vaker natuurlijk ook bespreken met elkaar. Ik kan me ook voorstellen dat het heel veel verschillende organisaties en samenwerkingspartners raakt, en er zijn er heel veel verschillende genoemd.
Dus ik was daar gewoon vooral even benieuwd naar. Hoe hangt het nou allemaal met elkaar samen? Dus bijvoorbeeld in het klein, hoe wordt er dan bijvoorbeeld samengewerkt met bijvoorbeeld ook zoiets als een adviespunt SKO, Scheiding, Kind en Ouderschap in Dordrecht? En misschien ook juist in het grote, het Nationaal Programma Dordt West waar dan ook in wordt geïnvesteerd in leefbaarheid en de gezondheid ook, ook weer door middel van het ongelijk investeren in een specifiek aantal wijken in Dordrecht. Dus ik weet niet precies aan wie ik de vraag moet stellen, maar ik was benieuwd hoe die samenhang is, juist in het klein en in het groot. De voorzitter: Ik denk mevrouw De Koning, of? Mevrouw De Koning: Ik denk de eerste vraag aan de JGZ. Of niet? Ja. En de tweede vraag aan mij. De voorzitter: Dat mag natuurlijk ook. Dan krijgt u eerst het woord, gaat uw gang. Mevrouw …: als het gaat om samenwerkingen dan is de JGZ natuurlijk een organisatie die met alles wat te maken heeft met het opgroeien van kinderen samenwerkt met anderen, dus het sociaal wijkteam, Stichting Jeugdteams, en in de ketenaanpak van Kind naar Gezonder Gewicht met een diëtiste, met sportverenigingen, de fysio. Dus er zijn een heleboel, de kinderdagverblijven, kinderopvang, de scholen, dus er zijn denk ik een heleboel organisaties waar wij mee samenwerken.