2.7 2023-05-23 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
Want er is niks belangrijker, we kunnen niet altijd alles voor elkaar boksen hier in deze gemeenteraad, maar een antwoord geven: iets kan niet, met een uitleg daarbij. Dat is weer een ander verhaal. Dus nogmaals dank ook aan de partijen die dit op de agenda hebben gezet om dit toch eens met elkaar te bespreken. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Stolk. Wie mag ik … De heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Dit is een project wat al sinds 2019 loopt en waar we nu zoals ieder jaar weer een update op krijgen. Er zijn dit jaar weer een aantal locaties uit de top 20-lijst aangepakt en het is mooi om te zien dat dit project loopt en voortgang kent. Wel vragen wij ons eigenlijk, net als het CDA zojuist als zei, af of er door een nadrukkelijke keuze die er gemaakt is om het STOMP-principe in te voeren of dat deze keuze niet moet leiden tot een verandering van prioritering. Kan de wethouder daar zijn visie op geven? Het langzaam rijden van 30 kilometer per uur maakt het verkeer veiliger. Mede daarom vragen wij ons ook af wanneer de wethouder met het beloofde agenderingsverzoek komt omtrent de motie 30 in zijn 3. Het zou ons goed lijken als wij dit binnenkort met elkaar kunnen bespreken. Dank u wel. De voorzitter: Dit was tegelijkertijd de maidenspeech van de heer Bootsman. Mevrouw Kamphuis. De voorzitter: Dank u wel, voorzitter. Ook dank u wel aan de inspreker.
Wij van de SP vinden dat er zichtbaar veel verbeterd is in de afgelopen tijd in de stad qua verkeersveiligheid en meldingen van de inwoners, want die zijn ook aangepakt. Er zijn afremmende maatregelen geplaatst op de wegen waar te hard werd gereden, er zijn her en der fietsstrook op de wegen toegevoegd en deze kunnen op waardering van de SP rekenen. ‘…’weg bijvoorbeeld, dat is erg goed om te zien dat deze straat is aangepakt. Wel vragen wij extra aandacht voor de gebieden rondom de scholen, omdat wij stimuleren dat de kinderen zoveel mogelijk met de fiets naar school gaan. Je ziet bijvoorbeeld op de kruispunt Singel-Vrieseweg met twee scholen in de buurt dat daar wel eens gevaarlijke situaties ontstaan omdat daar geen goed zicht is. Dank u wel voor mijn eerste commissiedag.
41
De voorzitter: Heel mooi. Wie mag ik vervolgens het woord geven? Ik hoor steeds ook nog weer nieuwe punten die erbij komen. Zijn er nog anderen die ook nog iets toe te voegen hebben? De heer Kleinpaste, u heeft dus iets voorbereid, gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Nou, of ik het voorbereid heb is nog een tweede. Maar ik wou me in grote lijnen aansluiten overigens bij de woordvoering vanuit de ChristenUnie, want daar herkende ik dan weer veel in. Een praktisch vraagje en die zal wel redelijk technisch zijn, maar ja, ik doe hem dan toch maar even. Het punt Oudelandstraat-Heysterbachstraat, daar schijnt een aanpassing gedaan te zijn waarover omwonenden in ieder geval in Fixi ook aangeven dat er hinder door veroorzaakt is. Die Fixi-melding staat acht maanden open, is bekend dat omwonenden daar last hebben van een aanpassing en zo ja, wat gaat daaraan gedaan worden? Want kennelijk hebben we daar dan iets net niet zo handig gedaan als dat we dat met elkaar bedacht hadden. Verder ben ik over de voortgang en over het aantal projecten wat is opgepakt en wat in de planning staat eigenlijk overwegend best tevreden, dus ik vind wel dat daar goede dingen in gebeuren. Voor het overige is het echt niet zo dat Gewoon Dordt niet over verkeersveiligheid en over maatregelen op dat vlak wil nadenken.
Ook over nieuwe maatregelen willen wij best spreken, op een daartoe geëigend moment met een agendering die daarbij hoort. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kleinpaste. We verwachten van u een agenderingsverzoek, dat kunt u altijd indienen. Ik ben even kwijt hoever van tevoren, maar dat kunt u gewoon op de juiste weg regelen. Gaat uw gang. De heer Safranti: Ik? De voorzitter: Ja. De heer Safranti: O, oké. Dankjewel, voorzitter. Voorzitter, ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Stolk. Alleen, het stukje over mijn collega, daar hou ik me buiten. Wat ik wel nog wel even aangeven, ik vind het een prima lijst trouwens. Het loopt wel vanaf 2019, alleen denk ik dat die lijst, want volgens mij is dat ook wel genoemd door mijnheer Tutupoly, ik weet het niet eens meer, maar dat misschien die lijst toch wel toe is aan een herziening. Zo’n Prinsenstraat, ik hoorde net nog een andere straat, dus die zouden daarbij toegevoegd kunnen worden. Dus we kunnen de lijst herzien, projecten die dus al uitgevoerd zijn, die kunnen eraf en straten waar dus heel veel Fixi-meldingen of andere geluiden binnenkomen, die zouden erop kunnen komen zodat dat opgepakt kan worden. Dat was mijn punt die ik nog wilde toevoegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Safranti. Wie nog die nog niet geweest is? Ik rek even de tijd, want ik merk dat de wethouder nog even aan het overleggen is.
Maar hij is nu gereed om in deze volgende ronde vragen te beantwoorden en mogelijk ook nog wat commentaar te geven op wat er gezegd is. De heer Van der Linden: Zeker, zeker. Dank u wel. Dank ook voor de heel gevarieerde reacties, maar ik haal er toch een gemiddelde uit van waardering voor wat er bereikt is, maar is het niet tijd voor een aanvulling of een herziene lijst. Misschien even over wat we nou bereikt hebben. De focus ligt natuurlijk steeds op de top 20, dat zijn niet voor niks echte knelpunten, want daar vallen verkeersslachtoffers, doden, gewonden. Die hebben opgesteld in de drie jaren voorafgaand aan de besluitvorming en met een bepaalde
42
formule een rangorde in aangegeven. Die zijn aangepakt. Vijf zijn niet aangepakt en dat is omdat het in het kader van dit project met dit geld niet mogelijk is. Wil niet zeggen dat er niks gebeurd is, want soms is iets verduidelijkt in de verkeerssituatie, of er is meer handhaving geweest, maar infrastructureel zijn ze niet aangepakt. Dat gaat in dit project ook niet meer gebeuren. Ik pak even twee voorbeelden. Het voorbeeld van de Merwedestraat, een grote aanpassing nog niet uitgevoerd vanwege dat gestagneerde gesprek met de grondeigenaar. Er zijn natuurlijk twee goed en drukbezochte winkels met een straat die heel druk is, daar moet je sowieso dan over nadenken over een andere inrichting van dat kruispunt, wellicht met een verkeersregelinstallatie. Dat is gestagneerd, dat gesprek wordt wel weer opgepakt. Nou, ik zou u zeggen, als een andere aanpak komen met een andere waardering, dan moet je daar ook eens naar kijken. Andere, kruising ’s Heer Boeijenstraat-Wijnstraat-Botermarkt is nog niet aangepakt. Dat kunnen we wellicht doen als bijvoorbeeld de poller daar zou verdwijnen, want dan heb je weer een gebiedsproject. Zo valt bij elk groen, geel en rood lijstje iets te zeggen. Ik heb mij het hoofd gebroken over – en daarna ga ik door met de rest van de tekst – maar u refereert aan een toezegging die zou zijn gedaan, ProvincialewegHastingsweg.
Even los van het feit wat daar gebeurd is, dat kruispunt is voor zover je de boekjes als maatgevend kan verklaren, veilig ingericht. Er is autoverkeer, er is een verkeersregelinstallatie, er is overzicht, iemand stopt en iemand rijdt door. Of, en dat gebeurt helaas veel te vaak de afgelopen tijd, veel te vaak, op heel goed ingerichte wegen waar alles duidelijk is en overzichtelijk, het weer niet slecht is, wordt gewoon te hard gereden. Gedrag. Dat vind ik heel frustrerend, los van het persoonlijke leed dat er is, dat we iedere keer worden geconfronteerd met situaties waarin je ziet dat gedrag leidt tot de meest ernstige ongevallen. Natuurlijk kan het ook altijd gebeuren dat iemand een ongeluk krijgt op een plek waar je helemaal niet verwacht dat er iets gebeurt, midden op een woonerf of zo. Dat gebeurt natuurlijk ook. Maar juist op een aantal hele belangrijke wegen in onze stad is de laatste tijd zijn er ernstige ongevallen gebeurd. Gedrag is altijd een combinatie van een aantal factoren, ik ga dus ook niet meteen zeggen: het ligt alleen maar aan de snelheid. Het kan ook met andere omstandigheden te maken hebben. Maar gedrag is wel een factor die we natuurlijk met zo'n lijst niet kunnen aanpakken. Wel met twee andere dingen en dat … Misschien dat de heer Kuhlmann daar eerst een vraag over heeft. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, interruptie.
De heer Kuhlmann: Waar het gaat om, want ik hoor natuurlijk de wethouder zeggen, voorzitter, gedrag, dat kunnen we niet beïnvloeden. De ene weg nodigt meer uit tot hard rijden dan de andere weg. Dan is het natuurlijk nog steeds zo, zelfs als je drempels en alles doet wat je kunt doen, dan zal daar misschien nog steeds iemand die zich verbeeldt Verstappen te zijn daar op een gekke manier rijden. Maar daar zitten natuurlijk verschillen tussen. De heer Van der Linden: Maar dat is ook een beetje mijn punt. De afweging: hoe richt je een weg in ten opzichte van wat voor gevaar heeft dat met zich mee, hoe scheid je snel en langzaam verkeer, hoe ga je om met de volumes in het verkeer? Dat is natuurlijk altijd er een waarbij je ervan uitgaat dat ook handhaving is. Nou, daar hebben we gelukkig de laatste jaren veel meer effort op gezien en ook veel meer communicatie over gezien. Je gaat er ook vanuit dat de weggebruikers, fietsers, voetgangers, automobilisten
43
enzovoorts zich aan de regels willen houden. Dan is het ook een afweging: wat doe je wel, wat doe je niet? Dan snappen we allemaal dat een snelweg heel anders is ingericht dan een straatje in onze binnenstad, of dan een woonerf. Op een snelweg waar je 100 mag, mocht je daar te veel ongevallen zien, dan ga je aan andere maatregelen denken. Dan ga je niet denken aan drempels, want dat past helemaal niet. Je gaat wel denken misschien aan betere verlichting, of soms denk je aan de contour van de weg, soms denk je ook aan snelheidsverlaging. Kortom, het maatregelenpakket is dan anders, dat moet ook steeds in verhouding staan. Ik kom even terug op wat kennelijk is toegezegd. De enige manier waarop ik daarover kan denken dat dat is gezegd, ik ben één keer weet ik niet bij het vraaghalfuurtje geweest en toen heeft u gevraagd: komt weer een nieuwe RIB? Dat is toen toegezegd door een collega van mij. Het zou kunnen dat u in die vraag die weg hebt meegenomen, maar verder heb ik hem voor het eerst gehoord toen u mij een maand geleden een appje stuurde. De heer Tutupoly: Tijdens het vragenhalfuurtje hebben we hem inderdaad … De voorzitter: Mijnheer Tutupoly, we gaan zomaar met elkaar, maar via de voorzitter, graag. De heer Tutupoly: Sorry, ja. Tijdens dat vragenhalfuurtje hebben we inderdaad die vraag gesteld.
Sterker nog, het was ook het moment om nog eens een keer ter sprake te brengen, omdat de betreffende scholier die daar toen aangereden is ook daar kort voor overleden is. Daarbij is ook de toezegging gegaan: in maart krijgt u de RIB en in maart wordt de Provincialeweg ook aangepakt. Wij hebben daar het oversteekpunt genoemd, het is ook een oversteekpunt waar eigenlijk een verbintenis is tussen Dubbeldam en de Stadspolders en de scholen daarachter, dus veel scholieren steken daar over. U geeft net aan, de ene weg, het gaat om gedrag. Maar het is een weg die zich erg leent, zal ik maar zeggen, voor te hard rijden. De heer Van der Linden: Ja, maar dan is dus … Want A, ik heb die toezegging niet gedaan, dat weet ik zeker. Het zou kunnen dat dus een collega de toezegging heeft gedaan: de RIB komt eraan en dan is gezegd, dan nemen we hem mee. Dat zou kunnen, ik weet het niet. Maar ik heb die toezegging nooit gedaan. De heer Tutupoly: Voorzitter? De voorzitter: Ja, heel kort even. De heer Tutupoly: Even inhakend. Ik heb altijd geleerd, het college spreekt met één mond. We hebben de vraag gesteld en bij afwezigheid is die vraag namens het college beantwoord. De voorzitter: Ik denk dat de wethouder dit nog even nagaat voor u.
De heer Van der Linden: Ik ga dat na, want als we toezeggingen hebben gedaan moeten ze worden uitgevoerd, behalve als er een toezegging is gedaan over een situatie die niet bekend is geweest. Kijk, deze top 20 voeren we uit – of niet, hè? We zitten nu voor een afwegingspunt: wat kunnen we wel, wat kunnen we niet? Ik heb in mijn eigen omgeving een paar keer ongevallen zien gebeuren waar je niks meer kan doen. Er is een
44
verkeersregelinstallatie, er is een goed onderhouden weg, er is een situatie waarin iedereen snapt wie voorrang heeft enzovoorts. Toch is er een verkeersdode gevallen. Die situatie ligt er nog steeds zo bij zoals destijds twaalf, dertien jaar geleden en dat had echt honderd procent te maken destijds met iemand die dacht: ik ga hier lekker 80 rijden, dat is leuk, door rood. Nou, daar kunnen wij vanuit infra niks aan doen. In deze situatie weet ik het niet, want die toedracht ken ik niet, dus daar wil ik nog wel eens naar kijken. Als je een situatie hebt waarin je een weg oversteekt waar je met veel auto's rijdt die met verkeersregelinstallaties is geregeld, veel veiliger dan dat kun je een weg niet inrichten. Behalve als je besluit om viaducten aan te leggen of tunnels te graven, wat in dit geval denk ik ook een beetje een ruimtelijk probleem zou worden, los van de financiën. Maar goed, ik wil er nog wel eens even naar kijken. Dan hebben we die eventjes gesnapt van elkaar. Dan zijn er een heleboel kleinere en grotere punten benoemd. Ik probeer die eventjes wat samen te vatten en ook een beetje te duiden. Een aantal van u geeft aan enigszins tevreden, redelijk tevreden, of behoorlijk tevreden te zijn over de top 20. De aanpak verkeersonveilige plekken is nooit alleen geweest een top 20.
In het vorige blok hebben we al gezegd: we hebben iets van 960 punten opgehaald, waarbij van sommige heel duidelijk was, die worden zo vaak genoemd, daar komt zoveel verkeer, daar moet je met infra aan de gang. Maar een pot verf is echt soms een heel zinnige ingreep. De schoolzones die we af en toe weer eens bijpunten, dat is een hele zinnige ingreep. Ook hier en daar een punt waar je inderdaad een heg bijknipt, of een verkeersbord weghaalt of juist plaatst is een zinnige ingreep, heeft ook veel geholpen. Daarnaast zijn er wat kleinere infraprojecten op enkele tientallen straten geweest, die worden ook opgesomd. Dus dat we er vijf niet hebben kunnen doen wil niet zeggen dat je er slechts vijftien andere wel gedaan hebt. Er zijn al met al tweehonderd punten beetgepakt. Is het tijd voor een nieuwe of herziene aanpak? Ik denk het wel. We hebben, anders dan een paar jaar geleden, nu veel meer inzicht in hoe hard er gereden wordt op het Dordtse wegennet. Daar zijn rapportages van, die heten BLIQ Focus op veilig en vlot verkeer en daar komen dit soort plaatjes uit. Daar heeft u nu niks aan, maar daar staan de kleurtjes op die je veronderstelt bij hoe hard er gereden wordt. Daar kun je ook iets mee als je kijkt naar de categorieën van ongevallen. De voorzitter: Mijnheer Van der Linden, u heeft een interruptie van mevrouw Kamphuis.
Mevrouw Kamphuis: Die pot verf, dat is een mooie even ingreep, maar het is eigenlijk een pleister plakken. Kunt u ook in het vervolg een verdere stap ondernemen dat dit gewoon voor altijd structureel verandert en dat veiliger wordt? De heer Van der Linden: U bedoelt bij schoolzones? Ja, maar dat verschilt dus echt per plek. We hebben een aantal scholen, bijvoorbeeld een school in een woonerf, daar wordt natuurlijk minder hard gereden dan een school op een 50-weg. Terwijl we in beide scholen bijvoorbeeld wel situaties hebben dat ouders soms heel gehaast hun kind afzetten, wat soms echt gevaarlijke situaties oplevert. Daar hebben we wel eens bij sommige scholen infra-aanpassingen op gedaan. Soms volstaat ook een pot verf, dat hangt dus een beetje van de school af en ook van het gesprek met de scholen. Want sommige scholen horen we eigenlijk nooit wat over, of nooit wat van, en met andere hebben we heel geregeld gesprek. Als u een concrete situatie hebt, hoor ik hem graag en dan kunnen we daar eens van checken: horen we daar wat van? Maar in principe gaan we graag in gesprek met onder andere scholen, omdat we weten dat daar
45
natuurlijk ongelooflijk veel haal- en brengverkeer is, soms ook wel heel druk verkeer is en omdat we weten dat jonge kinderen kwetsbare verkeersdeelnemers zijn. De voorzitter: Nog een kleine aanvullende vraag. Mevrouw Kamphuis: Ja, een kleine. Op de Staten heb je de ‘…’ en dat ligt naast de 50kilometerweg. Daar komen ook heel wat auto's bij die scholen, dus misschien dat u daarnaar kan kijken. De heer Van der Linden: We kunnen eerst eens kijken of die bekend is enzovoort. Dus dat gaan we doen, ja. De voorzitter: We hebben hier een toezegging van de wethouder dat er gekeken wordt naar de desbetreffende situatie. Persoonlijk ook nog eens een keer. Nou, heel mooi. De heer Van der Linden: Dus ik denk dat we best eens kunnen nadenken, moeten nadenken over de vraag: kunnen we in een volgende fase nog eens heel goed kijken naar de plekken die uit die BLIQ-rapportage naar voren komen? Daarbij is het ook best zinvol om te kijken inderdaad naar het STOMP-principe. Je kan natuurlijk niet van elk ongevalletje, de kleinere ongevalletjes is dat niet altijd duidelijk, maar we hebben natuurlijk wel matrixen waarbij duidelijk is: is het een fiets-fietsongeval, of is het een auto-fiets, of een auto-voetganger, of een fiets-voetgangerongeval? Daar komen soms heel duidelijke aanwijzingen uit over wat je zou kunnen of moeten doen. Dus daar kunnen we wel eens naar kijken.
U hoort me wel wat vaag formuleren, want ik denk dat die ook wel meekomt in de voorbereiding van de mobiliteitsvisie, daar hoort verkeersveiligheid ook wel in. De voorzitter: Ik maak gelijk gebruik van het ‘uhm’. De heer Klerk heeft een interruptie. De heer Klerk: Die was te voorspellen, denk ik. Nee, de vraag die ik ook had gesteld, het ging ook over prioritering van die lijst. Kijk, het STOMP-principe, daar kunnen we wel een keer naar kijken. Het is een principe wat omarmd is door het college, dus ik neem ook aan dat dat ook dan gevolgen heeft voor de prioritering.
De heer Van der Linden: Ja, maar dat kan wel op twee manieren gelden. Stel, we pakken nog een van die grote projecten of een van die grote punten beet waar nu een ongevalscore op is. Dan kun je zeggen: weet je wat, het STOMP-principe, de auto gaat er dus vanaf, dan gebeuren er tenminste geen ongevallen meer. Ja, dat hangt natuurlijk helemaal af van de plek waar het gebeurt. We snappen allemaal, bijvoorbeeld een Laan der VN ga je niet autovrij maken. Dat heeft geen zin, zo’n gesprek. Het heeft natuurlijk wel zin om te praten over: zie je plekken waar … Het STOMP-principe is dus een heel goed inrichtingscriterium. De meeste ongevallen met letsel zijn natuurlijk wel bij ongelijkwaardige situaties. Twee fietsers die tegen elkaar aan botsen levert soms hele nare gevallen op, maar een auto en een fiets levert geheid vervelende ongevallen op. Dus zo moet je er ook een beetje naar kijken, denk ik. Maar laten we afspreken dat wij ons daarop gaan beraden, want dit is een ook een beetje een oriënterende bespreking, of als we er met die blik naar kijken, of dat een aanpak of een voorstel voor een aanpak
46
op zou leveren waar we het beeldvormend in eerste instantie maar eens over kunnen hebben. Is dat een … Dat hoor ik graag in tweede termijn of dat akkoord is. De voorzitter: De heer Klerk heeft nog … De heer Klerk: Nee, ik zei: dit is een toezegging. De voorzitter: Ik had hem wel al opgeschreven, maar … De heer Van der Linden: Ja, ik wil hem graag toezeggen. Ja, ik wil hem graag toezeggen, als het past bij wat u graag wil. Want anders gaan we dingen uitzoeken en een beetje kijken of we dingen in beeld kunnen brengen en dan wil u zo meteen wat anders. Dus ik hoor graag even of het in beeld brengen van verkeersonveiligheid op basis van de datasets die we tegenwoordig hebben en daar eens een keer het beeldvormend gesprek over hebben, of dat past bij waarvan we nu zeggen: daar willen we het eens een keer beeldvormend over hebben. De voorzitter: Ik zie verschillende commissieleden knikken, dus ik neem aan dat dit verzoek door kan. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dit gaat natuurlijk over onveilige situaties. Maar we horen natuurlijk ook in straten waar te hard gereden wordt, denk aan de Prinsenstraat, maar zo kan ik nog wel heel veel straten in Dordrecht opnoemen waar we dan ook eens naar moeten kijken. Daar zou ik graag ook het gesprek dan over aan willen gaan en wat we daar dan voor oplossingen kunnen bedenken.
Nogmaals, dat hoeft niet altijd veel geld te kosten, maar laten we dat dan ook gelijk in beeld brengen. De voorzitter: De heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Je merkt het laatste jaar, misschien heeft het met het einde van de coronaperiode te maken, ik weet het niet zo goed, maar het laatste jaar horen we daar weer meer over. Er gebeurt ook feitelijk af en toe een heel vervelend ongeval, soms met dodelijke afloop. Drukke situaties zoals in de Prinsenstraat en nog op heel veel andere plekken vereist natuurlijk, die kun je niet helemaal vergelijken met plekken waar veel ongevallen gebeurd zijn. Daar hebben we natuurlijk wel de aanpakken voor die we ook al langer hanteren, soms met bloembakken, soms met drempels, soms ook met hele andere maatregelen. Daar is, behalve als het om twintig keer per jaar gaat, dat kunnen we meestal opvangen vanuit reguliere budgetten. Daar is altijd een wijkaanpak bij nodig, want soms zegt een wijkbewoner: kijk, dit gaat helpen. Dan zeggen andere wijkbewoners: nou, dat wil ik absoluut niet. Dus daar heb je ook wel soms wat langere gesprekken voor nodig, of langere tijd. Maar dat lijkt me goed om mee te nemen. Even kijken hoor, of ik alles gehad heb. De voorzitter: Nee, er staan nog een aantal zaken open.
47
De heer Van der Linden: Een paar mensen van u heeft gevraagd naar de politie. We hebben steeds gezegd, verkeersveiligheid heeft te maken met infra, met gedrag en dus ook met handhaving. We zien natuurlijk vaak dat er gehandhaafd wordt door middel van acties. Soms zijn die op basis van alcohol, maar vaak ook op basis van plekken waar meldingen over zijn. De politie heeft zich volgens mij niet uitgelaten over de resultaten die we nu hebben. We hebben zelf wel daar een soort analyse van gemaakt. In ’18- ‘19 hebben we gezegd: als je de plekken bekijkt waar verkeersdoden en verkeersgewonden vallen, en een dode telt drie keer zo zwaar mee als een gewonde, dan kom je op een rangorde. Sommige wegen hebben een score van 27 en andere van 18. Als je diezelfde wegen nu weer bekijkt, dan zien we dat waar de top 20 in 2019 over vijf jaar een puntenscore had van 200, nu over vier jaar een puntenscore van 100. Is dat wetenschap? Nee, maar het is wel een indicatie. Deze plekken, de plekken die zijn aangepakt, zijn daarmee over een bijna vergelijkbare periode substantieel veiliger geworden. De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: De redenering van de wethouder geldt alleen als de algemene trend gelijk blijft, hè? Dus als het aantal verkeersongelukken gelijk blijft, dan is een verlaging van het aantal verkeersongelukken op specifieke wegen relevant.
Als de algemene trend een halvering, is een halvering van die specifieke plekken. Dan zie je in feite geen … De heer Van der Linden: Daar heeft u gelijk in. We hebben ook coronaperioden meegemaakt en wat we bijvoorbeeld ook zien is dat mensen in Dordt zijn de afgelopen tien jaar veel meer gaan fietsen. Dan heb je meer kwetsbare mobilisten op de weg. Dus dit is echt geen wetenschappelijke analyse, nee, klopt. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Damen, kunt u uw lampje uit doen? De heer Safranti: Fijn dat de wethouder net ook aangaf dat hij de lijst wil herzien. Alleen wil ik wel even een kanttekening meegeven, sowieso over verkeersonveilige verkeersplekken. Als we kijken naar het stukje Begijnhof-Vest, dat hoekje zeg maar. Ik weet niet wie dat voor elkaar hebben gekregen, maar ik vind dat altijd echt een enorm onduidelijke situatie. Er is geen zebrapad, niemand weet wie nou voorrang heeft, iedereen loopt maar. Het is voor mij enorm onduidelijk daar. De voorzitter: De heer Van der Linden, u heeft deze situatie voor ogen? De heer Van der Linden: Zeker, ik kom daar elke dag een keer of twee. De voorzitter: Ook al. U bent druk op pad. De heer Van der Linden: Ik ben voortdurend op pad. Ik zie ook wel eens rond etenstijd bijvoorbeeld dat het daar hartstikke druk is, ja.
Ik weet niet of het zin heeft om daar nu lang het gesprek over te voeren.
48
De voorzitter: Nee, het lijkt me niet. Het is een mooie, de heer Safranti heeft het nu als voorbeeld gegeven. Ik heb er in ieder geval een aantekening van gemaakt, dus dat komt dan op een andere manier. Er staan nog een paar vragen voor u open, mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Eentje over geld. De voorzitter: Eentje over het geld inderdaad, doet u die maar eerst dan. De heer Van der Linden: We hebben bij de vaststelling van het programma in totaal 1,8 miljoen, dat zat toen in het politieke akkoord, beschikbaar gemaakt voor extra inzet op verkeersveiligheid. Dat is niet het enige wat je doet, want ook bijvoorbeeld we pakken nu de Krispijnseweg beet, daar zitten een paar punten in die wel echt op het lijst staan, maar natuurlijk zo'n hele weg wordt er ook – beoog je – veiliger door. Geldt ook voor de Dokweg waar we mee bezig gaan. Maar dit was extra geld en daar zijn dus deze activiteiten van gedaan. Na dit jaar is dat geld op. We hebben van die 1,8 miljoen ook nog meer geld gemaakt, want we hebben heel handig, dat helpt altijd als je een apart potje hebt, op het moment dat het Rijk extra middelen ter beschikking stelde of de provincie, konden we daar meer geld bijvoegen. Er zijn dus ook meer dingen gebeurd. Dat is na dit jaar klaar, in antwoord op uw vraag.
Wat staat er nu nog open? De voorzitter: Ik heb nog van de heer Kleinpaste over de acht maanden openstaande Fixi. Oké, wacht, wacht. Goed, die houden we even vast, die Fixi. De heer Van der Linden: De Fixi houden we even vast. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik hoorde de wethouder spreken over het budget en hij zei toen, volgens mij citeer ik hem dan: dat is na dit jaar klaar. Dat is iets anders dan dat het geld op is. Terwijl er natuurlijk nog wel het een en ander te doen is. Zou u dat even kunnen duiden? De heer Van der Linden: Wat ik heb willen beweren en volgens mij ook heb gezegd is dat na dit jaar het toegekende budget van 1,8 miljoen, waar we dus nog wat bij hebben geplust door de combinatie-effecten van subsidieverlening, dat dat budget na dit jaar uitgeput is. Dat is uitgeput. Er zal vast her en der nog in programma's een paarduizend hier en een paarduizend daar zitten, maar echt nieuwe dingen kun je daar niet meer van doen dan. De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Dank u, voorzitter. Houdt dat in dat u binnenkomt met een voorstel komt? Want ik neem aan dat die lijst ook afgewerkt gaat worden, dus als er geld te kort is, dat u dan om meer budget gaat vragen. De heer Van der Linden: Nou nee, dat is een hele goede vraag, dat meen ik serieus. Kijk, verkeersveiligheid is belangrijk en we beogen ook het Dordtse wegennet veilig te hebben.
Dat is het in principe ook. Alleen, we hebben vijf jaar terug gezegd, vier jaar
49
terug: we gaan nog eens even scherp kijken, waar gebeuren de meeste ongevallen, daar gaan we extra inzet op plegen. Overal in de stad kun je ook een ongeval meemaken terwijl de weg veilig is ingericht. En op plekken die misschien ietsje minder veilig zijn ingericht gebeurt misschien nooit wat. Dus dat is niet als je niks doet, of als je wel wat doet, dat dat per definitie een effect heeft. We zitten nu wel op het punt dat we dit hebben kunnen doen en dat de vijf punten die hier genoemd zijn om meerdere redenen niet uitgevoerd kunnen worden. Overleg nodig, dat kan één jaar duren, twee jaar, het kan sneller gaan. Er is twee punten ook een hele grote aanpassing aan de infra nodig, ja, dat is nu niet meegenomen. Of het wordt pas over een paar jaar in het meerjarenuitvoeringsonderhoudsplan opgenomen, dat zijn ritmes, die hebben te maken met slijtage van asfalt, terwijl er veel geld voor nodig is. Dus als we het hierbij houden, dan stel ik mij voor dat we begin volgend jaar nog één keer een soortgelijke RIB hebben, want dan is alles gebeurd. En dan is het programma afgelopen en het budget op en dan zijn er heel veel plekken gebeurd, er zijn ook nieuwe plekken, maar de vijf die hier staan, die zijn dan nog niet uitgevoerd. Dus als u zegt: wij willen dat wel uitgevoerd hebben, breng maar een voorstel uit.
Nou, daar heb ik graag een raadsuitspraak over, want dat zijn los van alle programma's die we hebben, het meeste infrageld zit in meerjarenprogramma's. Altijd te weinig, maar wel heel veel per jaar. In dertig jaar tijd ga je door heel je stad heen, met je riolering en met je verlichting en met je asfalt. Dat combineer je, want het heeft geen zin om nu de riolering aan te passen en over twee jaar te zeggen: we gaan opnieuw het asfalt openbreken. Willen we niet, dus dan zou er extra geld nodig zijn. De voorzitter: Helder. Oké, ja, we moeten even wat meer gaan inkrimpen in tijd. De heer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de wethouder. Die vijf locaties die dus nog niet uitgevoerd zijn, die wel opgenomen waren in het budget. De heer Van der Linden: Nee, in de top 20. De heer Laban: In de top 20, maar ook meegenomen waren in het geld wat beschikbaar was gesteld, dat zou er dan voor gedaan worden, zo heb ik het begrepen. Zijn daar dan andere zaken voor gebeurd waardoor nu het budget op is? De heer Van der Linden: Nee kijk, we hebben toen een optelsom gemaakt. We hebben gewoon gekeken: wat is die top 20? Uiteindelijk was er ooit een top 29 en er zijn infrastructureel wel honderd plekken beetgepakt, los van de potten verf. We hebben steeds gekeken: volgend jaar gaan we daar onderhoud plegen, dan is een klein beetje extra nodig en dan wordt het toch al gedaan.
Daar willen we heel graag wat doen, want het is onveilig, de komende tien jaar komen we er niet langs met geen enkel programma. Dan is daar heel veel extra geld nodig. Zo is ernaar gekeken. In die afweging hebben we geprobeerd zuinig te zijn, hebben we ook geprobeerd extra middelen te organiseren. We hebben nooit gezegd: voor die 1,8 miljoen gaan wij deze helemaal afronden. Dat hebben we nooit gezegd, nee. Dus dit is wat je krijgt voor 1,8 miljoen, plus wat meer, dan zijn dit resultaten. De voorzitter: De heer Damen.
50
De heer Damen: Twee vragen aan de wethouder. Enerzijds zegt hij: dadelijk moeten we nog beoordelen of we verder gaan. Dan zou er ook een evaluatie moeten liggen, of in ieder geval een indicatie: heeft het nou gewerkt wat we gedaan hebben? Tweede is, en daar wees de inspreker al een beetje op, er zijn een aantal plekken waar het duidelijk zo gevaarlijk is dat mensen zich zeer voorzichtig gedragen. In de Prinsenstraat wordt nog geen kat doodgereden, simpelweg omdat niemand zijn kat op straat laat lopen. Ja, maar dat is tegelijkertijd wel een probleem, want dan zou je toch iets moeten ondernemen. Maar dan gaat het om subjectieve onveiligheid, dat zit niet in de ongevallencijfers, omdat iedereen verschrikkelijk oppast, maar dat leidt wel tot ongerief voor burgers. De heer Van der Linden: Dit is meer een opvatting dan een vraag, maar ik ga er wel even op in. Aan de grondslag van de top 20 zoals die is opgesteld heeft de vraag gelegen, die door bijna duizend Dordtenaren is ingevuld: benoem onveilige plekken. Dat is het ene, dat is al een gevoel. Ik voel me onveilig op een plekje waar nooit een auto is, maar ik ben er ooit een keer aangereden door een hond, bij wijze van spreken. Dat gebeurt ook hè, dat je zo’n plekje weet. Nou, sterker nog, mijn moeder is ooit van haar fiets geschopt door een paard, in Drenthe weliswaar, maar goed.
Maar dat is gevoel wat soms helemaal geen feitelijke basis heeft. Daarnaast hebben we de feiten gelegd: waar zijn in 2015 tot 2018 ongevallen gebeurd? Heel grotendeels, met dat natuurlijk. We weten allemaal een aantal plekken te benoemen waar inderdaad vaak iets gebeurt, waar ook heel veel verkeer komt, bijvoorbeeld een paar rotondes, Merwedestraat. Dus dan is het niet zo moeilijk om gevoel te koppelen aan feiten. De inspreker net en ik ken nog een aantal van die straten waar het druk is, waar het onoverzichtelijk is soms, waar het lastig is om eventjes zo te zeggen, daar moet natuurlijk een drempel in, want de huizen zijn niet onderheid, of ze zijn oud. Is het niet altijd makkelijk om met iets te komen en laten we ons ook een beetje leiden door meldingen die we krijgen. Dus daarom hebben we ook wel het gesprek nu met de Prinsenstraat: een aantal jaren is het niet gemeld, nu melden jullie, begin dit jaar hebben we daar een paar meldingen van gehad, in maart-april is er een gesprek geweest. We zijn aan het kijken: wat kunnen we daar dan precies? In de meeste gevallen lopen zulke aanpakken mee met het reguliere werk wat we toch doen, want een paar bloembakken of drempels, dat kan vanuit de verkeersbegroting. De voorzitter: Dan is het een mooie drempel nu naar de meldingen. De heer Van der Linden: De Fixi-meldingen? De voorzitter: De Fixi-meldingen.
De heer Van der Linden: Die gaan we uitzoeken, want acht maanden, dat is veel te lang. De voorzitter: Die wordt uitgezocht, oké. Dan hebben we nog openstaan van de heer Kuhlmann, de lawaaiflitsers. De heer Tutupoly: Voorzitter, mag ik nog even één verhelderende vraag even stellen hierover? De voorzitter: Eén hele kleine.
51
De heer Tutupoly: Want u noemde net even het budget en om die lijst af te werken. U begon ermee dat die lijst ook samengesteld is enerzijds door bijna duizend bewoners, anderzijds ook geprioriteerd wordt de hand van ongevallen en doden en dergelijke. Komt u nou wel of niet met een voorstel voor een budget? Want dan weet denk ik ook de raad waar we het over hebben. De heer Van der Linden: Ik heb nu niet het plan om met een voorstel te komen. Als de raad zich uitspreekt: wij willen op deze vijf punten een aanpak. Ja, nee, maar eventjes, hè. We hebben tientallen miljoenen zitten in het MOP, in de riolering enzovoort en dan komen we door al die plekken van de stad. Kijk, Merwedestraat, hoek van de winkels, dan kun je wel verzinnen wat je ongeveer nodig zou hebben. Je zou een verkeersregelinstallatie kunnen installeren, dat kost een paar ton. Ja, die hebben we niet liggen. Het hangt echt af van het gesprek wat we krijgen, en is het nog nodig, en hoe is de situatie nu enzovoorts? Als dan over een half jaar, of een jaar, of twee jaar gezegd wordt: nou oké, we kunnen het doen. Dan komt er een budgetvoorstel uw kant op. Ik ga niet morgen zeggen: weet je wat, ik ga vast een voorstel indienen bij de raad, ik wil graag vast laten we zeggen vier, vijf ton voor een verkeersregelinstallatie.
Dan heb ik het vast en als ik over twee, drie, vier, vijf jaar wel daar kan ingrijpen, dan heb ik het vast. Misschien is zo'n regeling dan duurder geworden, of verzinnen we een andere maatregel. Dus ik ga nu niet u een voorstel doen voor: doe mij een paar miljoen – zal het dan moeten zijn, denk ik – dan heb ik het vast en dan kijk ik wel wanneer ik het uit ga geven. Dat lijkt me niet hoe we moeten werken. Het lijkt me wel goed om te beseffen, dit zijn vijf plekken in de stad waar je eigenlijk anders zou willen inrichten dan hoe het nu ingericht is. Dat wil niet zeggen dat je elke dag opnieuw superveel extra kans loopt om daar een ongeval mee te maken. De ongevallen die we de afgelopen vier jaar hebben gehad zijn voor een deel op plekken die we net goed hadden ingericht. Waar iedereen zich elke dag ook het recht heeft om zich veilig te voelen. Ook daar kun je situaties mee krijgen. Dus het antwoord is nee. Dat is even het duidelijke antwoord, want het hangt af van het moment waarop we iets kunnen doen dat ik geld nodig heb. Ja, dat is het antwoord. Ja? De voorzitter: Helder. De heer Tutupoly: Dus met andere woorden: op het moment dat het zich voordoet, dan komt u wel met een voorstel? De heer Van der Linden: Ja. Want kijk, deze vijf punten gaan we niet diep in een la wegstoppen.
Wij voelen ons vanuit verkeer, waar ze natuurlijk tientallen rapporten hebben en monitoringgegevens enzovoort weet je een aantal plekken in de stad wil je ingrijpen. Bijvoorbeeld in de binnenstad hebben we daar de Lange Geldersekade beetgepakt. Die is eindelijk af, hoera, hoera, hoera, hij is af. We hebben ook een aantal andere dingen gedaan. We hebben een paar aan parkeerplekken opgeheven, we hebben de kade versterkt, we hebben andere bomen neergezet. Sommige kansen liggen er al heel lang, maar er moet een aanleiding zijn om ze beet te kunnen pakken. Deze vijf punten blijven natuurlijk op het netvlies staan en als je ooit aanleiding hebt om te zeggen: nu kunnen we het wel doen. Dan komt er een afweging en die moet u maken,
52
want dat zal dan met wat we nu weten meestal een kostbare afweging zijn. Daar bent u van, dus dat is helemaal geen probleem, maar dan moeten we die keuze dan maken. De voorzitter: Helder. Ik zie die de heer Laban naar het knopje gaan, want ik wil wel even. Het is kwart over tien, we hebben nog een krappe tien minuten, waarvan nog twee kleine vragen – of twee kleine – in ieder geval nog twee vragen open staan. Dus een korte vraag nog, graag. De heer Laban: Ja, een korte vraag. Eigenlijk een vraag, opmerking, voorstel. Kijk, aan het einde van het jaar is deze aanpak voorbij, dan is er geen nieuw geld, dit programma is voorbij. Ik zou er eigenlijk wel voorstander zijn namens de fractie van de ChristenUnie en SGP om eigenlijk een volgende periode weer zo'n aanpak te doen, omdat verkeersveiligheid denk ik wel een heel belangrijk thema is binnen de raad. De voorzitter: De heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dat ben ik in beginsel met u eens en ik heb ook aangegeven, in beginsel doe je vanuit verkeer en al die onderhoudsprojecten doe je altijd aan verkeersveiligheid. Maar ik zeg dus toe om in ieder geval eens in beeld te brengen: wat kunnen wij nou uit die data halen? Komen daar dan plekken uit waarvan je zegt: o ja, daar heb je toch weer een aparte aanpak op nodig, los van wat je natuurlijk sowieso doet. Dat kunnen we denk ik beeldvormend doen.
De voorzitter: De heer Kuhlmann, want ik wil echt, er zijn nog twee vragen en die moeten nu zo gesteld gaan worden. De heer Kuhlmann: Ik hoor de wethouder spreken en ik denk, misschien kan hij dan inderdaad met wat hij voorstelt, ook als u inzichtelijk maakt met wat met het bestaande geld, de riolering en al die andere dingen, wat de actielijst is voor de komende periode, want daar gaat het een en ander gebeuren. En misschien daarnaast een kort overzicht met de knelpunten die er dan nog blijven liggen. Waarbij we daar dan geen … Tenminste, niet, maar gewoon even dat we een inventarisatie hebben: dit gaan we sowieso doen en dit zijn dingen die zinnig zijn om aan te pakken, maar nu liggen omdat er geen geld voor is. De voorzitter: Ik zie dat er gekrabbeld wordt en dat … De heer Van der Linden: Er wordt gekrabbeld. De voorzitter: Nou ja, dat er aantekening wordt gemaakt. Dus misschien wordt u wel op uw … De heer Van der Linden: Dit lijkt me goed om mee te nemen bij zo’n beeldvormend overleg. Dan kun je iets meer zeggen. De voorzitter: Oké. Dan hadden we nog de vraag staan, 30 in zijn 3.
53
De heer Van der Linden: Jazeker. U heeft een besluit genomen als raad waarmee het dus heel onmogelijk is om de motie van anderhalf jaar geleden, nog langer geleden, af te wikkelen. En ja, de enige manier om die weer in gesprek te brengen is een agenderingsverzoek van mij. Dat is ergens achter de verwarming gevallen, ben ik bang, dus ja, ik durf eigenlijk geen toezegging te doen, maar we moeten gewoon afspreken dat we dat de volgende agendacommissie op de agenda hebben. De voorzitter: Ik hoor toch duidelijk een toezegging, mijnheer Van der Linden. En de verwarmingen zijn uit, dus u kunt makkelijk daarachter graaien nu zonder uw handen te verbranden. Ik hoor de toezegging. Volgens mij, maar ik kan me vergissen, ik heb nog heel klein staan over lawaaiflitsers en dan zijn we volgens mij door alle vragen heen. De heer Van der Linden: Daar hebben we het in de vorige periode, want niet iedereen weet dat, af en toe over gehad. De lawaaiflitser, dus niet handhaven op basis van snelheid die met een camera meet, maar op basis van lawaai. Er zijn technieken om daar iets mee te doen, alleen er is geen wetgeving op basis waarvan dat mag, want de foutenmarge is nog te hoog en de techniek is nog kwetsbaar. Er zijn wel manieren om het te doen. Rotterdam heeft daar onderzoek naar gedaan, heeft ook mee gelawaaiflitst, alleen niet mee gehandhaafd, want dat kan niet.
Daar heb je een wet voor nodig, dat kan niet. Maar ik heb eerder besproken, onder andere met de heer Kuhlmann, op het moment dat het kan, willen we dat ook, want het is een hele mooie methode en we irriteren ons allemaal aan lawaai in de stad, zeker in de zomerperiode. Dus ja, die toezegging staat. We volgen dat ook, maar het leek ons, omdat we nu in een andere periode zitten, wel een goed idee om ook hier een keer het beeldvormend te hebben over de lawaaiflitser. We zijn anderhalf jaar verder. Technisch is er niet zo heel veel meer mogelijk en wettelijk is er ook nog niet heel veel extra mogelijk, maar het is wel goed om even weer het besef te hebben: waar staan we nu, waar staan de paar steden die hiermee bezig zijn, en wat kun je daarmee doen? Dus dat zou ook een agenderingsverzoek kunnen opleveren, zonder urgentie, want die wet wijzigt niet zo gauw. De voorzitter: Zeker. De heer Van der Linden: Ik neem aan dat dat een toezegging is waar u blij mee bent. De voorzitter: Oké, ook nog een … Ik hoor de heer Kuhlmann, die gaat een agenderingsverzoek formuleren. Ik heb ook heel veel aantekeningen liggen, of u gaat dat doen samen, maakt mij niet uit. Ik heb hier aardig wat aantekeningen gemaakt, dus we gaan straks kijken of alles opgeschreven en genotuleerd is. De reactie van de wethouder is geweest.
Nu kunnen wij nog een tweede termijn ingaan, maar daar hebben heel kort tijd voor. Dus ik vraag echt aan u allen een beetje discipline of u nog een tweede termijn nodig heeft. Kort standpunt innemen van wat er nu is gezegd en wat gaan we verder met het stuk doen? De heer Bootsman. De heer Bootsman: Voorzitter, dank u wel. Even heel kort een tweede termijn. Wij zijn blij met die beeldvormende vergadering over verkeersonveilige situaties die wij met elkaar kunnen gaan hebben. En wij wilden even gezegd hebben dat we daar dan wel inderdaad
54
ook goed naar het STOMP-principe kijken en kijken wat dat betekent voor de verkeersonveilige situaties. Dank u wel. De voorzitter: Anderen nog? De heer Damen. De heer Damen: Voorzitter, als er een beeldvormende vergadering over verkeersonveilige situaties komt, dan liefst op basis van data. Dan zou ik daar ook graag bij zien dat meegenomen wordt dat er niet alleen naar ongevallen gekeken wordt, maar net zoals bij het begin van het beleid dat we nu aan het afronden zijn, dat er ook gekeken wordt naar onveiligheidsgevoelens van Dordtenaren. De voorzitter: Oké, anderen nog? De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik denk dat het inderdaad heel goed is dat we dit gesprek vervolgen, daar kijken we naar uit, en dat we voor nu deze RIB gewoon kunnen vaststellen, raadsinformatiebrief.
De voorzitter: Oké, dat was mijn volgende vraag, kunnen we deze ter kennisgeving naar de raad toesturen? Ik zie iedereen, bijna iedereen knikken en degene die niet knikken, daar hoor ik niks van. Ik dank u allen hartelijk voor deelname aan deze commissie. Nog een fijne laatste twee uurtjes van de avond. Welterusten en morgen weer gezond op. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2023.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
55