CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2022-01-25 Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 22 februari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad 1 februari, Commissies Bestuur & Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving 18 en 25 januari en de commissie Grote Projecten 26 januari 202219.660 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 25 JANUARI 2022 Digitaal Voorzitter: dhr. Tiebosch Commissiegriffier: Mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam-Timmers (CDA) Mevr. De Fouw (Gewoon Dordt) Mevr. Van der Ham (CDA) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Van Verk (PvdA) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop, wethouder R. van der Linden

1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond, allemaal. Het is acht uur, welkom bij de commissievergadering Sociale Leefomgeving op 25 januari 2022. Ik heb afmeldingen ontvangen, mevrouw Nijhof in verband met privéomstandigheden. Verder zal ik eventjes vertellen wie ik hier op het lijstje heb staan en ik vraag u toch even om in beeld te komen. Dan begin ik bij de heer Boersma van de ChristenUnie/SGP. De heer Boersma: Goedenavond, voorzitter. Ik ben er. De voorzitter: Goedenavond. De heer Bosman, ook van de ChristenUnie/SGP. De heer Bosman: Goedenavond, voorzitter. Ik ben er ook. De voorzitter: Fijn. De heer Burakçin van GroenLinks. De heer Burakçin: Jazeker, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Van der Ham van het CDA. Mevrouw Van der Ham: Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. De heer Kwaak van de VVD.

1

De heer Kwaak: Aanwezig, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. De heer Van der Net van de VVD. De heer Van der Net: Jazeker, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. De heer Schalken-den Hartog van Beter Voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: Ja, voorzitter, ik ben aanwezig. Ik probeer alleen nog op mijn laptop in te loggen, maar dan heb ik geen beeld, dus ik zit tijdelijk even op mijn tablet. De voorzitter: Oké. De heer Van Verk van de Partij van de Arbeid. De heer Van Verk: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. De heer Van Dam Timmers van het CDA. De heer Van Dam Timmers: Goedenavond, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw De Fouw van Gewoon Dordt. Mevrouw De Fouw: Present, voorzitter. De voorzitter: Fijn om u te zien. En mevrouw Striebeck van de VSP. Mevrouw Striebeck: Aanwezig, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. Nou, dan hebben we dat met elkaar even doorgelopen. Dan is er ook nog een wethouder, in ieder geval wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Goedenavond, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond, wethouder. Wat mij betreft kunnen we gelijk door met een mededeling, u bent nu in beeld. U wil graag een mededeling doen vanuit het college over regionale samenwerking. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dat leek me goed om met u te delen.

De nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Sociaal is van start gegaan in de afgelopen weken. Zoals u weet hebben we de GR Drechtsteden met elkaar, laat ik het vriendelijk zeggen, herijkt. We hebben in ieder geval met elkaar de keuze gemaakt om de lokale gemeenteraden weer meer in positie te brengen en naar een wat meer traditionele GR te gaan. De nieuwe GR Sociaal is constructief in een goede sfeer van start gegaan en er is ook een dagelijks bestuur benoemd. De heer Jongmans, wethouder Jongmans uit Alblasserdam heeft daarin de portefeuille Zorg gekregen, Wmo. De heer De Meij, wethouder Zwijndrecht, de portefeuille Financiën, Organisatie en Bedrijfsvoering en ikzelf ben voorzitter van het nieuwe dagelijks bestuur en algemeen bestuur en ook met de portefeuille Bestaanszekerheid, Werk en Inkomen en Arbeidsmarkt. U bent natuurlijk

2

altijd van harte welkom bij de algemeen bestuursvergaderingen om daar kennis van te nemen wat daar gewisseld wordt en we hebben als eerste veel van de voorgaande jaren besproken en vastgesteld. Zoals u gezien heeft, zijn er ook een aantal verordeningen, zoals besproken in de voorgaande jaren, as is overgegaan naar alle gemeenteraden om die nu vast te stellen, waarbij natuurlijk de nadrukkelijke uitnodiging om dat zo snel mogelijk ook echt lokaal te gaan maken en ook meer integraal te gaan maken. Dat is eigenlijk ook wel een klein linkje volgens mij wat we later vanavond gaan bespreken, dus daarom ook denk ik deze mededeling vanuit de regio wel goed is om met u te delen. De voorzitter: Nou, dank u wel voor uw mededeling. Ik feliciteer u met uw voorzitterschap en ik spreek de hoop uit dat Dordrecht in de regio daar heel veel plezier aan zal beleven. Voordat ik naar de volgende mededeling ga, wil ik in ieder geval nog even melden dat wethouder Van der Linden ook bij ons aanwezig is. Dan kom ik nu bij … De heer Van der Linden: Ja, goedenavond, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond, wethouder. Dan kom ik nu bij de mededeling die de heer Van Verk graag wil maken. Mijnheer Van Verk, u heeft het woord. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Eerst even een vraag richting de heer Heijkoop.

Het is natuurlijk heel aardig en vriendelijk dat hij ons als raadsleden uitnodigt voor de vergaderingen van de nieuwe Drechtraad, zal ik maar zeggen, de nieuwe GR. Dan zou het wel handig zijn wanneer we weten wanneer deze vergaderen en welke tijdstippen. Dat hoeft nu niet, maar het zou handig zijn als de griffie dat meeneemt. Voorzitter, ik heb een mededeling, waarbij ik in de eerste plaats wil vaststellen dat de dynamiek van voorstellen er soms toe leidt dat informatie inderdaad op het laatste moment gedeeld moet worden. U weet, vorige week ben ik nogal uit mijn slof geschoten, omdat de stukken op het laatste moment werden toegestuurd. Dat irriteerde mij, dat heb ik ook aangegeven en vervolgens binnen een week haal ik datzelfde geintje overhoop. O, ironie van het lot, zal ik maar zeggen. Nou, om niet geheel van dat standpunt af te gaan, stel ik de commissie voor dat zij mijn mededeling aanhoren. Ik zal een paar korte vragen stellen aan de wethouder en laten we vaststellen dat het nadrukkelijk niet het doel is dat we hierover gaan discussiëren, dan doen we … De voorzitter: Nee, dus dan stel ik ook voor dat u nu een mededeling doet en zo meteen bij het onderdeel ‘Vragen aan het college’, dat u dan ook de vragen aan het college stelt. De heer Van Verk: Klopt.

De mededeling is dat wij gisteren een gesprek hebben gehad met medewerkers van 4vitae, of 4vitae – en we zijn de heer Boersma en mijn persoon in het kader van de werkgroep waarin wij zitten, mevrouw Nijhof was helaas verhinderd. Tijdens dat gesprek hebben wij van gedachten gewisseld over het narratief evalueren en geconstateerd dat dat op dit moment niet goed in de verordening is verwerkt, waarop er vanuit hun kant het aanbod kwam om een kort voorstel te schrijven, om behulpzaam te zijn bij deze verordening. Wij hebben dat voorstel omarmd en toegestuurd aan u, de commissie, om daar kennis van te nemen en aan de wethouder met de vraag om daar ook naar te kijken. Mijn vragen komen dan zo direct bij punt 3, uit mijn hoofd, Vragen aan het college.

3

De voorzitter: Oké, dank u wel voor uw mededeling. Nou, dan voor de rest, is er nog iemand anders die een mededeling wil doen vanuit de commissie? Nou, dat is niet het geval. Dan vraag ik aan u of u de agenda zoals die nu voorligt, of u die kunt vaststellen. Dat is akkoord. We sluiten deze vergadering zoals afgesproken om elf uur en rond half tien, kwart voor tien stel ik voor om even een korte pauze te houden. O ja, ik moet toch nog even één ding corrigeren, want dat wil ik toch nog even aan u voorleggen. Vorige week hebben we de agendering van de raadsinformatiebrief van het integrale plan van aanpak leefbaarheid gebied Kromhout-Kasperspad, agendapunt 6. Vorige week constateerden we met elkaar, tot ons ongenoegen, dat het afvalplan dat toegezegd was nog niet is opgeleverd door het college, lees wethouder Stam. Die raadsinformatiebrief dateert van 21 september 2021 en we hebben met elkaar afgesproken dat we het onderwerp sowieso deze week ter bespreking agenderen. Dan is de vraag of dit onderwerp dan vanavond ook inhoudelijk wordt behandeld. Is er iemand die ik daarover het woord kan geven? Wat ik nog daarbij moet vertellen is dat wethouder Stam naar verwachting niet vanavond in de gelegenheid is om bij onze commissie aan te sluiten in verband met een bespreking van het invoeren van de opkoopbescherming van woningen in de commissie Fysieke Leefomgeving.

Wilt u dus, zonder wethouder Stam en eigenlijk zonder afvalplan, toch het stuk behandelen, is de vraag? Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Voorzitter, ik zou het punt wel op de agenda willen laten staan. Het hoeft geen uitgebreide behandeling in zich te hebben, maar ik wil wel dat wij onze opvatting kunnen geven over het ontbreken van dit plan. Ik verwacht dan ook dat de heer Heijkoop, die volgens mij vanavond de wethouder van dienst is, dat die aanwezig blijft om dat ongenoegen tot zich te kunnen nemen en daarmee dat ook zou kunnen doorgeven. De voorzitter: Oké, uw punt is helder. Ik kijk eventjes, er zijn nog een aantal mensen die hier iets over willen zeggen. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik wil me daar wel bij aansluiten. Kijk, we hebben de afgelopen maanden gewacht op dit document, waarvan we natuurlijk niet weten wat erin staat. Maar ik verwacht niet, gezien de in het verleden behaalde, afgelopen maanden, dat het nu opeens wel snel er zal zijn. Dus het lijkt me sowieso zinvol om mee te geven dat we daar niet blij mee zijn. De andere punten kunnen we gewoon wel bespreken, dus laten we dat gewoon doen. De voorzitter: Prima. De heer Boersma. De heer Boersma: Voorzitter, ik denk dat het goed is dat we het kort bespreken. Het enige waar ik nog wel mee zit, er ligt een duidelijke politieke vraag vanuit het CDA.

Alleen, volgens mij is de portefeuillehouder die over de handhaving gaat, die is er niet bij, dus dat wordt een beetje lastig, maar goed. Als de heer Heijkoop erbij blijft, dan kan hij dat inderdaad meenemen naar het college en wat mij betreft hoeft het dan ook een hele lange bespreking te worden en houden we ons vooral ook bij de politieke vraag die er ligt. De voorzitter: Prima, dank u wel. Mevrouw De Fouw.

4

Mevrouw De Fouw: Dank u, voorzitter. Het viel me inderdaad op dat de RIB van september was, dus een half jaar geleden. Dus ik kan me voorstellen dat iedereen staat te springen om het erover te hebben. Tegelijkertijd zag ik ook dat in de planning stond dat januari, dus binnen een week, een voortgang kwam. Dus ik had juist zoiets van, is het niet handiger om in ieder geval te vragen: krijgen we dat ding dan ook in januari? Omdat daar dus ook de uitslagen van een onderzoek in zouden zitten. Ik heb geen bezwaar om het wel op de agenda te laten staan, maar dat was in ieder geval wel iets waarvan ik dacht: moeten we het volgende week niet weer doen? De voorzitter: Blijven vragen. Nee oké, uw punt is duidelijk. De heer Burakçin is het eens met de heer Van Verk. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, goed om het inderdaad even kort toch te bespreken en wellicht kan de portefeuillehouder wel al een voortgang geven van wat er na september is gebeurd tot nu. De voorzitter: Oké, maar de portefeuillehouder is er vanavond niet. Ik vraag even aan wethouder Heijkoop of hij bij dit punt nog bij ons aanwezig is, of aanwezig wil zijn. De heer Heijkoop: Voorzitter, ik was dat net aan het intikken.

Als collega Stam inderdaad verhinderd is, dan zal ik in ieder geval bij dit punt aanwezig blijven om eventueel ook, zoals de heer Van Verk dat zo mooi zegt, het ongenoegen tot mij te nemen, maar ook om eventuele vragen binnen mijn mogelijkheden te beantwoorden, en anders neem ik ze natuurlijk mee naar mijn collega’s in het college. De voorzitter: Nou, fijn, dank u wel. Dan denk ik dat we de agenda daarmee gewoon kunnen echt vaststellen. Akkoord. 2. Vaststellen besluitenlijst Commissie Sociale Leefomgeving 18 januari 2022 De voorzitter: Dan gaan we naar punt 2, het ‘Vaststellen van de besluitenlijst van de Commissie Sociale Leefomgeving van 18 januari’, vorige week. Er zijn vooraf geen wijzigingsvoorstellen ingediend en de vraag is of de commissie kan instemmen met de besluitenlijst van 18 januari. Nou, zo te zien is dat het geval, dan is die daarmee vastgesteld. 3. Vragen aan het College De voorzitter: Dan komen we bij punt 3, ‘Vragen aan het College’. Dan geef ik wederom het woord aan de heer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter.

Zoals ik net bij de mededelingen al heb geduid wat er gisteren gebeurd is, zou ik nu aan de wethouder Van der Linden willen vragen of hij kennis heeft kunnen nemen van dit voorstel zoals dat gisteren nog is rondgestuurd, of hij met de commissie kan delen wat hij van dit voorstel vindt, of hij het met de commissie eens is dat het begrip narratieve evaluatie een plaats verdient in de

5

verordening als verrijking van de koude cijfers, en als dat het geval is, kan hij dan toezeggen dat dit wordt opgenomen bij dit betreffende artikel? Dat zijn de vier vragen. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Vier duidelijke vragen met wat mij betreft ook duidelijke antwoorden. Ik heb inderdaad kennis kunnen nemen van het voorstel, dat is me gisteravond teruggestuurd. Het is een voorstel – vraag twee, wat vind ik ervan – het voorstel beoogt om in heel korte tijd een aantal dingen voor elkaar te boksen en ik heb daar op twee manieren wat moeite mee. Eén, zijn vorige week in de commissie in eerste termijn een heleboel vragen gesteld over heel veel aspecten van de verordening. Voor een deel hadden die een puur juridische inslag, voor een ander deel gingen ze over inhoudelijke punten. Waar dit stuk op doelt is op opgavematig sturen en continu evalueren. Dat zijn twee iets apart staande onderwerpen die wel aangeraakt zijn vorige week, maar de discussie vorige week doe ik geen recht als we dit op deze manier gaan doen. Want er zijn heel veel dingen aangeraakt en daar komen we op terug. Dat is ook toegezegd, dus daar krijgt u tijdig voor de behandeling op 8 februari een reflectie op.

Twee, de tijd is heel krap en eigenlijk, als je dit zou gaan doen, dan zou je je in een soort tijdsframe wringen waarvan je niet zeker weet of je eruit komt, want de uitdaging is dan best groot. Dan heb je ook wel je vastgelegd op een aanpak waarvan je nu niet weet of dat echt gaat lukken. Dus dat is mijn inhoudelijke reactie op het stuk zelf. Vraag drie was dan: maar wat vind je dan van narratieve evaluatie? Dat hebben twee raadsleden vorige week ook gezegd, commissieleden: zou dat niet meer een plek moeten krijgen? Ik denk dat dat een heel zinvolle plek is. We hebben nog een RIB vastgesteld vorige week, u heeft een RIB besproken en door laten gaan, waarin narratief evalueren als methode positief wordt bekeken. Het voorstel is ook om dat in de volgende periode, wie daar dan ook bij betrokken zal zijn, te doen. Dus wat mij betreft zou dat ook een plek verdienen, het fenomeen narratief evalueren, in de verordening. Ik teken daar wel één ding bij aan, vorige week zijn twee commissieleden hebben zich erover uitgelaten. Ik weet dat er in ieder geval drie dat zien zitten, maar stel dat de rest van de raad, de rest van de commissieleden in tweede termijn over twee weken zegt: dan willen we niet. Ja, dan is dit natuurlijk een beetje een gek soort toezegging.

Dus afhankelijk van het debat wat we over twee weken gaan voeren lijkt het mij een prima idee om het fenomeen narratief evalueren een plek te geven in de verordening. Zo concreet wil ik hem maken. Dank u wel, voorzitter. De heer …: Je microfoon, Paul. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van der Linden. De vraag aan de heer Van Verk is of uw vragen zo voldoende zijn behandeld. De heer Van Verk: Ja, voorzitter, de vragen zijn meer als voldoende beantwoord en ik constateer dat er een toezegging onder voorwaarden is gedaan. De voorwaarden begrijp ik, dus we komen daar over een paar weken op terug.

6

De voorzitter: Oké, prima. Dank u wel. Verder zijn er geen vragen aan het college bij mij bekend, ook niet bij de griffier. Dan sluiten we dit punt af en gaan we verder met de stukken ter bespreking. Stukken ter bespreking 4. Beantwoorden artikel 40-vragen GroenLinks Aanpak discriminatie en racisme in Dordrecht - Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Dan beginnen wij met het punt ‘Beantwoorden van de artikel 40-vragen van GroenLinks, de Aanpak discriminatie en racisme in Dordrecht’. Op 16 november vorig jaar hebben we de volgende politieke vragen geformuleerd: spant het college zich voldoende in om discriminatie en racisme effectief aan te pakken; zou Dordrecht, naast een inclusief beleid, niet een antidiscriminatiebeleid moeten hebben? Die vragen zijn geformuleerd door de fractie van GroenLinks en die krijgen steun van de fracties van D66, de VSP, Fractie Nijhof, CDA en Partij van de Arbeid. Op 30 november heeft mevrouw Hanneke Felten van het Kennisplatform Integratie & Samenleving ingesproken over dit onderwerp en naar aanleiding hiervan heeft u diverse e-mails ontvangen van de commissiegriffier met aanvullende informatie over hetgeen de gemeente kan doen in de aanpak van discriminatie. Ik stel dan voor dat we eerst de partijen het woord geven die de vragen hebben gesteld, dan wel de agendering hebben gesteund.

Wie van de fractie GroenLinks kan ik hiervoor het woord geven? Ik vermoed de heer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, dat is zeker waar, voorzitter. Dank u wel allereerst. Om te beginnen was ik natuurlijk ontzettend blij met mevrouw Felten, de inspreker van Movisie, die dus ons de documenten heeft gestuurd waarin helder staat verwoord hoe ernstig het ergens wel gesteld is wat betreft discriminatie en racisme in onze maatschappij, en ook oplossingsrichtingen voorstelt. Het voorstel om te beginnen met de politieke vragen, daar zal ik in eerste instantie op inzoomen. Spant het college zich voldoende in om discriminatie en racisme effectief aan te pakken? Voorzitter, hier past maar één woord bij en dat is natuurlijk een keiharde nee. Ik zal ook uitleggen waarom. We zien namelijk dat de cijfers van discriminatie en racisme ook in onze stad binnen een jaar meer dan verdubbeld is, maar tegelijkertijd zien wij geen enkele stap die het college onderneemt om dit terug te dringen. Sterker nog, bijna in geen enkel beleidsstuk komt aanpak van racisme en discriminatie voor. Voorzitter, het zal je natuurlijk niet verbazen, hè, maar er staat ook in ieder geval niets in het coalitieakkoord. Voorzitter, als we het … De voorzitter: Mijnheer Burakçin, voordat u doorgaat, u krijgt al een interruptie van de heer Van der Net. De heer Burakçin: Wat verrassend. De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter.

Nou ja, ik sloeg gelijk eventjes aan over de cijfers. Even voor de duidelijkheid richting de heer Burakçin, welke cijfers bedoelt u? De heer Burakçin: Van RADAR.

7

De heer Van der Net: Van RADAR. Ja, dat zijn meldingen. De heer Burakçin: Ja, klopt, meldingen. De heer Van der Net: Meldingen, ja. De heer Burakçin: ‘…' (buiten microfoon). De heer Van der Net: Maar een melding is nog geen bewijs dat er discriminatie is. Dan is dat een teken dat mensen zich misschien gediscrimineerd voelen, maar niet dat er sprake is van discriminatie toch, mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Nee, ja, voorzitter, even voor de helderheid. Het gaat inderdaad om de meldingen. Om eventjes ter verduidelijking voor de heer Van der Net, u weet dat alles geregistreerd wordt bij de politie en bij RADAR en ook bij de gemeente. Dat wordt bijgehouden. Ik refereer dit aan de hand van de cijfers die het jaar daarvoor zijn geregistreerd en ten opzichte van dit jaar. U heeft het over bewijslast. Nou goed, u weet zelf wat voor werk ik doe, voorzitter, en ik kan de heer Van der Net garanderen dat heel veel mensen zich ongehoord voelen en geen aangifte doen van discriminatie vanwege het feit dat discriminatie en racisme gewoon heel moeilijk te bewijzen zijn. Maar dat betekent niet dat discriminatie en racisme niet voorkomt.

U heeft zelf in die stukken kunnen zien en lezen dat discriminatie gewoon veelvuldig voorkomt en in die stukken staat ook, zowel van RADAR als van mevrouw Felten van Movisie, dat eigenlijk de meldingen die nu gedaan zijn maar een fractie is van het daadwerkelijke racisme en discriminatie. Dus ik wil daar tegen de heer Van der Net zeggen: discriminatie en racisme bestaan wel degelijk, er gebeurt een hoop, maar inderdaad, als het gaat om de vervolging van racisme en discriminatie zijn de cijfers inderdaad heel klein. De heer Van der Net: Ik wil daar even nog, voordat de heer Burakçin weer verder gaat met zijn betoog, voorzitter. Ik stel vast dat er sprake is van meldingen waarbij niet is vast te stellen of er inderdaad sprake is van discriminatie of racisme. Laten we het wel zuiver houden. Dan kan de heer Burakçin weer verder met zijn betoog, denk ik. De voorzitter: Volgens mij gaan we dat nu doen. De heer Burakçin: Ja, precies, maar volgens mij heb ik gewoon uitgelegd hoe het zit. Maar ja, voorzitter, eventjes ten aanzien van onze vragen, want daar gaat het natuurlijk om. Als we het college concreet vragen of zij bekend zijn met discriminatie op de Dordtse woningmarkt en zo ja, wat ze ermee hebben gedaan, laten ze weten dat particuliere verhuurders volledig vrij zijn in het gunnen van een woning aan een huurder.

Voorzitter, even voor de helderheid, wij hebben deze vragen gesteld naar aanleiding van een artikel in de krant met de kop ‘Volop discriminatie op de Dordtse woningmarkt’ en dat de geïnterviewde woningverhuurders met volle overtuiging aangeven: ja, ik discrimineer ook. Voorzitter, dat is in deze context natuurlijk een knetterfout antwoord van het college, want sterker nog, dat is gewoon koren op de molen van alle kwaadwillende verhuurders in onze stad. In plaats van dat het college als normsteller het goede voorbeeld geeft en zich keihard uitspreekt dat in onze stad geen

8

plek is voor discriminatie en racisme, creëert het college hiermee een voedingsbodem van nog meer racisme en discriminatie in onze stad. Dat vinden wij gewoon ronduit zorgelijk, voorzitter. Voorzitter, ten aanzien van het tweede punt: zou Dordrecht naast een inclusief beleid niet een antidiscriminatiebeleid moeten hebben? Voorzitter, in tegenstelling dat het college het woord racisme en discriminatie in geen enkel beleidsstuk noemt of wil noemen, valt ons op dat in veel beleidsstukken wel te lezen valt dat het college streeft naar een open, inclusieve samenleving waar iedereen zichzelf kan zijn, dezelfde kansen krijgt en meedoet, en verwijst naar inclusief beleid waar preventieprogramma’s ingezet worden om discriminatie zoveel mogelijk te voorkomen. Voorzitter, voor ons is volstrekt onduidelijk hoe we dit nou precies doen, wat de resultaten hiervan zijn en wat de effectiviteit hiervan is. Wat wij binnen dit thema in ieder geval in zijn geheel missen is een overkoepelende visie op diversiteit en inclusie, waarin antidiscriminatiebeleid een onderdeel van kan zijn en hoe we willen werken naar een inclusieve stad waar verschillende agenda’s onderdeel van zijn en waarin duidelijk staat weergegeven op welk terrein we wat doen, of gaan doen, waarom we dat doen en hoe we dit willen bereiken.

Voorzitter, tot slot, ik heb niet de illusie dat we nu binnen dit college en bij deze wethouder in ieder geval als het gaat om de aanpak van racisme en discriminatie nog iets gaan binnenhalen. Het college zwaait binnenkort gewoon af en dat is gewoon allemaal lastig. De voorzitter: Maar mijnheer Burakçin, u heeft de wethouder nog niet gehoord, hè? Dus daar wachten we nog maar eventjes op. De heer Burakçin: Ja, maar goed, ik refereerde naar zeg maar wat wij tot nu toe allemaal aan moties ingediend hebben en dat heeft hij allemaal ontraden. Het college zwaait binnenkort af, dus daar refereerde ik het eigenlijk op. Voorzitter, wat ik wel interessant vind is hoe de commissie tegenaan kijkt met betrekking tot het feit dat er vanuit het Rijk miljarden geïnvesteerd gaat worden in het onderwijs en daar bovenop ook nog eens onze gemeente voor de Agenda 2030 nog eens tig miljoen extra gaat investeren voor onder andere extra lessen om het niveau van sommige leerlingen op te krikken en op die manier dus de kansengelijkheid te bevorderen, en tegelijkertijd wij als gemeente totaal geen oog hebben voor al de problemen waar sommigen van onze inwoners of jongeren mee te maken krijgen op de stagemarkt, arbeidsmarkt en woningmarkt, waarbij hun kansen worden ontnomen en mogelijk talent onbenut gelaten wordt, waardoor we ze dus eigenlijk met 5-0 achterstand een start laten maken.

Dus ik hoor graag van de commissie hoe zij hier tegenaan kijken. Dat was hem voor deze termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Burakçin. Ik zie nog mogelijk een interruptie van de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dat klopt. Dank, voorzitter. Ik constateer dat mijnheer Burakçin van GroenLinks volop in de campagnemodus zit, dat wil ik in ieder geval vaststellen. Maar ik heb ook een vraag. De voorzitter: Dat is bij u nog niet het geval, hè, mijnheer Van Dam Timmers?

9

De heer Van Dam Timmers: Nee, daar heb ik geen last van. Nee, zeker niet. Maar volgens mij vroeg ik me af, of ik had eigenlijk een vraag. We hadden natuurlijk een tijd geleden, dat is al een half jaar geleden of iets langer, een werkgroepje in deze commissie volgens mij opgesteld rondom discriminatiebeleid. Ik dacht dat een van de moties van eerder daar ook over ging, die ook volgens mij wel aangenomen was, als ik het goed zeg. Dus ik check het even, hoor, met de heer Burakçin. Ik vroeg me af: wat is daar dan nu van terechtgekomen, hoort dat hier nou ook bij van dingen die niet gerealiseerd zijn, of is dat weer iets anders? Want dat was mij nu een klein beetje onduidelijk. Het is meer een verhelderende vraag eigenlijk. De heer Burakçin: Ja, ik snap het. We hebben inderdaad een werkgroep Diversiteit waarin onder andere ook uw partij daaraan deelneemt, Arine. Daarin hebben we met elkaar de afspraken gemaakt dat we in ieder geval gaan beginnen om stagediscriminatie aan te tonen in onze stad. Ik zou zeggen, dat is een begin geweest, laat ik het daarop houden. We weten eigenlijk, dat is gewoon wetenschappelijk aangetoond, dat stagediscriminatie gewoon keihard aanwezig is in Nederland, dus ik heb niet de illusie dat we een andere uitslag zullen krijgen. Maar dat is in ieder geval, er loopt momenteel een OCD-onderzoek om stagediscriminatie aan te tonen in onze stad.

Ja goed, dat is dus bezig en het vervolg kan zijn dat we bijvoorbeeld misschien ook andere onderdelen gaan pakken, als de nieuwe periode natuurlijk met nieuwe partijen dat ook wenselijk achten. De heer Van Dam Timmers: Oké, helder. Nou, dat is in ieder geval goed dat daar dan stappen gezet worden, dat is goed om te horen. Ik denk dat stagediscriminatie zeker een belangrijk thema is, wat je ook niet als gemeente overigens oplost, maar met name met de anderen, ja. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ga ik door naar mevrouw Striebeck van de VSP. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. De VSP staat voor een samenleving met gelijke kansen en is tegen discriminatie en racisme. Dat geldt voor de Dordtse woningmarkt, de arbeidsmarkt en in het dagelijks leven. Niemand mag worden uitgesloten. Preventieve programma’s werken natuurlijk, maar wat als discriminatie en racisme voorkomt, en waar kan men terecht? De VSP vindt dat het voor iedereen duidelijk moet zijn waar men dan terecht kan en voor Dordrecht zou het zeker een antidiscriminatiebeleid moeten hebben. Iedereen moet zich veilig en gelijkwaardig kunnen voelen in onze stad. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Striebeck. U heeft voor de rest geen interruptie, dan ga ik door weer naar de heer Van Dam Timmers van het CDA. U heeft het woord. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter.

Vanavond spreken we over de aanpak van discriminatie en racisme in Dordrecht, geagendeerd natuurlijk onder andere door GroenLinks. We hebben dit gesteund, omdat we het goed vinden om hier ook over te spreken. Voor het CDA Dordrecht is het belangrijk dat we een veilige stad zijn voor al onze inwoners, met daarbij extra aandacht voor de positie van wat kwetsbaardere inwoners op bijvoorbeeld scholen, bij sportverenigingen, bij zorginstellingen of op het werk. De centrale vraag is denk ik of we discriminatie op meer terreinen zouden moeten

10

aanpakken en proactiever moeten aanpakken. Wat het CDA Dordrecht zou er in principe vooral specifieke aandacht moeten zijn voor arbeidsdiscriminatie en stagediscriminatie. Alleen, het is natuurlijk de vraag of je dit altijd in beleidsregels moet vatten, of dat het meer in de praktijk zijn toepassing zou moeten hebben. We zijn ook benieuwd naar de opvatting van de wethouder op dit vlak en ik ben erg blij zeker ook met de beantwoording van de heer Burakçin zojuist dat we in ieder geval op het gebied van stagediscriminatie ook met lokale cijfers werken, zodat als er voortgang is, dat je ook vooruitgang of achteruitgang lokaal kan zien. Ik denk al met al dat het een belangrijk punt is wat blijvend onze aandacht vraagt en wat ook niet op te lossen is met een paar beleidsstukken, maar wat in ons aller hoofden moet landen en ook aanwezig moet blijven. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Dam Timmers. Dan gaan we naar de heer Van Verk van de Partij van de Arbeid. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Voorzitter, … De voorzitter: Even wachten, ik moet nog even vragen aan de heer Burakçin of hij toevallig toch nog een interruptie had op de heer Van Dam Timmers. De heer Burakçin: Ja, dat klopt, voorzitter.

Want ik hoor de heer Van Dam Timmers dat hij het toch wel belangrijk vindt, de aanpak van discriminatie en racisme, maar dat hij dat zeg maar niet ziet zitten om dat in beleid te gieten. Maar daar heb ik toch een vraag over, want als we namelijk niet in beleid gieten, hoe moeten we dan bijvoorbeeld de voortgang ervan monitoren? Welke maatregelen moeten wij bijvoorbeeld nemen om racisme en discriminatie te voorkomen, welke rol zou de gemeente hierin moeten vervullen? Kan de … De voorzitter: Volgens mij is uw vraag helder. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het inderdaad een heldere vraag is. Kijk, je hebt als gemeente natuurlijk heel veel posities waarin je een rol kan vervullen. Je hebt natuurlijk heel veel onderwijsinstellingen waar je als gemeente bij betrokken bent, waarbij je bijvoorbeeld mee in gesprek bent, waar je die stages bijvoorbeeld mede organiseert. Je hebt bij de gemeente zelf natuurlijk stages, dus je kunt in je eigen handelen daar natuurlijk wel het goede voorbeeld ook in geven. Mijn indruk is, als ik in ieder geval de advertenties voor de sollicitaties van de gemeente zie, zie ik dat daar ook aandacht voor is. Dus het gaat mij met name om de toepassing daarin.

Dus ik denk dat je heel veel rollen hebt en je hoeft dat niet altijd in elk beleidsstuk natuurlijk … Je hoeft daar natuurlijk geen specifiek beleidsstuk altijd op te maken om dat wel te doen. Dat is met name mijn punt. De heer Burakçin: Voorzitter? De voorzitter: Ja.

11

De heer Burakçin: Nou ja, dan zou ik graag van de heer Van Dam Timmers willen horen in welk beleidsstuk nou specifiek iets staat dat we nu werken aan racisme en discriminatie. Wat doet het college nu, waarin u dat refereert? De heer Van Dam Timmers: Dat is een hele goede vraag die u stelt, daar zou ik zo één, twee, drie het antwoord niet op weten. Wat ik wel weet is dat de gemeente wel eens gesprekken heeft met werkgevers en ook stage-aanbieders, of stage-aanbieders en stagedeelnemers van bijvoorbeeld Da Vinci en dat dit soort onderwerpen daar wel aan bod komen. Dat heb ik wel meegekregen. Maar waar dat precies staat, dat kunt u beter aan de wethouder vragen, die zit daar als het goed is beter ingevoerd dan ik. De heer Burakçin: Ja, nou goed, dan gaan we inderdaad dat debat aan met de wethouder. Ja, prima. De voorzitter: Oké, dank u wel allebei. Dan krijgt nu de heer Van Verk het woord. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Om te beginnen stel ik vast dat ik de heer Kolff mis als portefeuillehouder Veiligheid, een onderwerp wat hier nauw mee te maken heeft. Maar goed, dat voor wat het is. Voorzitter, toen ik de brief had gelezen, bekroop mij een minder politiek correcte term, want ik kreeg het gevoel dat ik te maken had eigenlijk met een paar zakkenwassers. Elk groot maatschappelijk probleem wordt op een hele defensieve wijze door dit college beantwoord.

“Ja, we hebben inclusief beleid. Ja, het is allemaal niet nodig om discriminatiebeleid, want we zijn toch zo inclusief.” We hebben een paar papieren tijgers waar we vervolgens niks mee doen. Laat ik vaststellen dat of het nu gaat over discriminatie of over intimidatie, dat er passief wordt gereageerd door dit college. Ik herinner u eraan dat er een paar maanden geleden een meisje werd geïntimideerd op straat, die vroeg om een meldpunt voor seksuele intimidatie en ze kreeg als antwoord: dat was niet nodig in deze stad. Dat antwoord kwam van onze burgervader. Terwijl we voortdurend geconfronteerd worden met grote maatschappelijke problemen en daar eigenlijk niets aan doen. Een voorbeeld van die passieve houding is ook de reactie van de heer Van der Net net, die heel erg sterk doet denken aan de reactie van John de Mol in het programma The Voice. Die zegt ook: ja, de vrouwen konden toch klagen, maar ja, dat deden ze niet, dus er zal wel niets gebeurd zijn. De heer Van der Net zegt: ja, er wordt gemeld, we weten niet eens zeker of het dan discriminatie is, we weten dus niet of er gediscrimineerd wordt. Mijnheer Van der Net, het zou tijd worden dat u uw ogen opendoet en rondom u heen kijkt wat er maatschappelijk gebeurt. Er wordt voortdurend en dagelijks gediscrimineerd, er is voortdurend en dagelijks sprake van intimidatie, of die nu seksueel is of niet.

Daar moet eens een keer een halt aan toe worden geroepen. De voorzitter: U heeft de heer Van der Net uitgedaagd, dus komt u maar op met uw interruptie. De heer Van der Net: Nou ja, kijk, ik vraag me af waar ik ooit heb gezegd dat er geen sprake is van racisme en discriminatie. Ik heb alleen geprobeerd om het te nuanceren, want je gediscrimineerd voelen is wat anders dan dat je gediscrimineerd wordt. Dat is wat ik gemeld heb, mijnheer Van Verk. Dan daarnaast vind ik ook dat je als gemeente

12

toch inderdaad wel een bepaalde rol kan spelen, maar dat je niet alles in de samenleving kan oplossen. Ik weet wel dat uw partij van mening is dat alle problemen door de overheid moeten worden opgelost, maar zoals u weet denken wij daar anders over, voorzitter. De heer Van Verk: Voorzitter, wat de heer Van der Net nuanceren noemt, is feitelijk het probleem heel klein maken. Daarmee raak je uiteindelijk in een soort van ontkenning. Ook John de Mol zei niet dat het niet gebeurde, maar maakte het probleem klein. Dat werd hem heel erg kwalijk genomen. Dit is een probleem wat groter is dan dat we ons kunnen voorstellen, omdat we er zelf meestal niet het slachtoffer van worden. Voorzitter, betekent dat nu dat er niks kan? Volgens mij zou het college – en ik wens dat ook – dat er een volgend college komt wat een veel actiever beleid voert op dit soort maatschappelijke problemen en bijvoorbeeld aan de hand van een vergunningenstelsel probeert discriminatie op de woningmarkt tegen te gaan. Er zijn mogelijkheden, er zijn mogelijkheden zat, maar je moet het wel willen. Dat is mijn oproep in de richting van het volgende college. Dit college verwacht ik het niet meer van. De voorzitter: Oké, dank u wel, de heer Van Verk. Dan is de vraag of er nog andere fracties ook nog het woord willen voeren. Ja, mijnheer Van der Net wil dat misschien nog wel.

De heer Van der Net: Ja, nou ja, goed, ik zie dat mijn woorden geframed worden en dat vind ik wel jammer. Ik heb zeker nooit beweerd dat er geen sprake is van racisme en discriminatie. Alleen, ik bedoel, wat de heer Burakçin weer doet is het weer overdrijven. Dat begrijp ik, het is verkiezingstijd. Wat ik nou niet begrijp, ook richting de heer Burakçin, is dat we inderdaad in die werkgroep uitgebreid hebben gesproken over het probleem en dat we daar ook eigenlijk hebben vastgesteld dat je het containerbegrip an sich, dat je daar niet echt wat mee kan en dat je dus inderdaad moet gaan kijken naar deelgebieden. Daar uiteindelijk zijn we gekomen op het gebied van stagediscriminatie, waarbij we met zijn allen hebben gezegd: oké, dan gaan we eerst naar een soort nulmeting en dan gaan we kijken of we daar uiteindelijk wat mee kunnen, misschien in het kader van beleid. En ja, dat daar nu inderdaad een verkiezingspunt van wordt gemaakt om het toch weer in zijn algemeenheid hier nu weer in de commissie te gooien en de wethouder daar weer over te ondervragen, terwijl het inderdaad bijna verkiezingen zijn, ja, dat zijn verkiezingsdingen. De voorzitter: Nou ja, mijnheer Van der Net, sorry dat ik u onderbreek, maar u zou ook de commissie kunnen helpen en de stad ook door misschien gewoon een antwoord te geven op die politieke vragen die geformuleerd zijn. De heer Van der Net: Ja, dat kan.

Ik bedoel, dat zou kunnen en ik denk dat ik eigenlijk het antwoord al gegeven heb, voorzitter. Ik denk dat je eerst moet gaan kijken of je iets kan beetpakken en kan vaststellen wat er aan de hand is, voordat je er echt wat mee kan gaan doen. Dat is het voorbeeld van stagediscriminatie en zo werk je dat dan verder uit. Eventueel inderdaad in de verhuursector moet je ook een kijken: hoe groot is het probleem en wat kunnen we daar eventueel als gemeente dan aan gaan doen om beleid te maken? Maar wat er dus nu wordt gevraagd is pur sang: we willen beleid, we willen

13

beleid. Ja, waarover dan precies? Ja, we willen geen racisme en discriminatie. Zo kom je er niet, voorzitter. Dus met andere woorden … De voorzitter: U krijgt een interruptie, mijnheer Van der Net, van de heer Van Verk. De heer Van Verk: Voorzitter, u laat me schrikken, ik zag namelijk de heer Burakçin namelijk al voor mij zich aanmelden, maar goed. Ik stel vast dat de heer Van der Net in ieder geval consistent is, want hij maakt weer het probleem klein. Discriminatie, al is het maar één keer en al betreft het maar één persoon, is altijd een enorm probleem, want je zet een ander mens weg als minder, minderwaardig. Voorzitter, voor wat betreft de verkiezingen, dat kan je de heer Burakçin niet verwijten, dat zouden we onszelf allemaal moeten verwijten, want de heer Burakçin heeft deze brief al maanden geleden gevraagd om te behandelen en wij hebben hem voortdurend opgeschoven. Dat die nu in de verkiezingstijd valt, ja, dat is dan pech, zal ik maar zeggen. De voorzitter: En heeft u nog een vraag aan de heer Van der Net, of … De heer Van Verk: Ja. Nou, nee, ik heb geen vraag aan de heer Van der Net. De voorzitter: Oké. De heer Van Verk: Ik vind zijn houding gewoon verwerpelijk.

De voorzitter: Nou, laten we nou in ieder geval proberen om in het politieke spel zoals we het hier met elkaar hebben afgelopen, om dan in ieder geval bij een interruptie gewoon een vraag te stellen, dan kan de heer Van der Net daar antwoord op geven. Anders wordt het lastig. Dan gaan we naar de heer Burakçin, die had ook een interruptie. De heer Burakçin: Ja, dat klopt, voorzitter. Want mij wordt door de heer Van der Net verweten dat ik overdrijf. Ik moet echt constateren dat de heer Van der Net – zo ken ik hem eerlijk gezegd niet, want in de werkgroep heeft hij een totaal andere houding – dat hij eigenlijk heel dat racisme en discriminatie nu echt behoorlijk aan het bagatelliseren is. Want ik begrijp werkelijk waar niet wat de heer Van der Net bedoelt met overdrijven. Want als we bijvoorbeeld kijken naar de stages … De voorzitter: Nee, maar probeert u nou een vraag te stellen aan de heer Van der Net. De heer Burakçin: Ja, daar wil ik naartoe, voorzitter. Want mij wordt verweten dat ik overdrijf, dus ik probeer de heer Van der Net duidelijk te maken dat het niets te maken heeft met overdrijven, maar dat er gewoon werkelijk een groot maatschappelijk probleem is. Als we het bijvoorbeeld hebben over stagediscriminatie, dat bijvoorbeeld iemand die Ali of Mohammed heet, dat die bijvoorbeeld zeven keer vaker moet gaan solliciteren voor een stageplaats.

Idem dito voor arbeidsdiscriminatie. Zelfs als je hebt op je naam, maak je als witte Nederlander meer kans dan Mohammed of Fatima of wat dan ook. Dus ik begrijp werkelijk waar niet wat u nou precies bedoelt met overdrijven.

14

Ik vind echt dat u nu behoorlijk aan het bagatelliseren bent, zo ken ik u niet en ja, ik vind het ook echt behoorlijk verwerpelijk, mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Nou, dat is dan twee keer, voorzitter. De voorzitter: Ja, ik heb er ook geen vragen in gehoord, de heer Van der Net. De heer Van der Net: Nee, nee, nee. Ja, kijk, … De heer Burakçin: Nou ja, laat ik die vraag dan stellen: wat vindt u van mijn betoog? Doe ik nu overdrijven aan de hand van wat ik nu allemaal zeg, hoe ernstig de situatie eigenlijk is als het gaat om discriminatie en racisme, op de stagemarkt, op de woningmarkt, op de arbeidsmarkt. Vindt u nu dat ik overdrijf als ik bijvoorbeeld zeg met wat voor problemen dat soort mensen te maken hebben en dat we kansen onbenut laten? Vindt u dat overdrijven? De heer Van der Net: Ja, en ik denk zeker ook op de arbeidsmarkt dat we dusdanige krapte hebben en dat die krapte alleen nog maar meer wordt, dat iedereen die wel wat kan gewoon daar ook zijn kansen gaat krijgen. Wat dat betreft denk ik dat dat probleem op dat punt gewoon ook al minder wordt. En ja, ik vind inderdaad dat het wordt overdreven. Als we gaan kijken ook in de gegevens in de wereld zijn wij wat dat betreft als land nog steeds een voorbeeld op dit gebied. Racisme en discriminatie gaan wij nooit helemaal oplossen, dat zit nu eenmaal in de mens.

En nogmaals, de overheid kan dat ook niet totaal allemaal gaan oplossen. Wat dat betreft, de uitgestoken hand was inderdaad richting: als er echt inderdaad duidelijk een probleem is, bijvoorbeeld als stagediscriminatie, nulmeting doen, laten we dan vanuit de gemeente samen met onderwijs en bedrijfsleven daar wat mee gaan doen. Nou, die hand heb ik u aangereikt en daar ben ik helemaal voor. Maar dat zijn dan inderdaad praktische punten waar wij elkaar vinden en niet die grote woorden: het is een groot probleem en de overheid moet er wat aan gaan doen. Dan raakt u mij gewoon kwijt, heel simpel. De voorzitter: Nou, oké. De heer Burakçin: Voorzitter, tot slot. Ik ben in ieder geval blij dat het opperhoofd van de heer Van der Net, mijnheer Rutte, daar hele andere woorden over heeft geuit de laatste keer tijdens zijn betoging, want hij heeft de kansengelijkheid en antidiscriminatiebeleid en dat soort dingen veelvuldig in zijn mond genomen, dus hij vindt het wel een groot maatschappelijk probleem binnen ons land en ook in onze stad. Dus ik ben in ieder geval blij dat uw opperhoofd daar anders over denkt dan de Dordtse VVD. De heer Van der Net: Nou ja, voorzitter, ik heb geen opperhoofden. Mark Rutte is voor mij ook alleen maar gewoon een lid van de VVD en het moge duidelijk zijn dat ik van een bepaalde tak ben die het niet altijd eens is met de heer Rutte dus.

De heer Burakçin: Duidelijk.

15

De voorzitter: Het woord opperhoofd heeft waarschijnlijk de heer Van Dam Timmers weer wat inspiratie gegeven. Komt u maar. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik zou niet precies weten waar het woord opperhoofd dan vandaan komt, maar dat duidt dan weer op indianen en dat schijnt ook allemaal ingewikkeld natuurlijk te zijn als je daar op die toer gaat, want daar is ook een hoop ellende gebeurd. Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar de Dordtse VVD en de heer Van der Net zijn opvatting over welke aanpak van racisme en discriminatie dan wel de moeite waard is. Want ik merk inderdaad heel sterk dat u wel allerlei dingen niet wil, maar wat zou voor de Dordtse VVD nou wel, wat wilt u nou wel? In plaats van daar allemaal tegen, wat is nou wel de voorkeur, wat moet er aangepakt worden en wat is voor de Dordtse VVD op dit vlak wel de moeite waard? De voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Voorzitter, de vraag is duidelijk en de heer Van Dam Timmers moet misschien af en toe wat beter luisteren, want ik heb heel duidelijk aangegeven dat daar waar een duidelijk praktisch probleem ligt in het Dordtse, dat wij daar wat aan willen gaan doen.

Dus als wij inderdaad vaststellen dat stagediscriminatie hier echt ook wel een punt is, dan willen wij dat daar vanuit ook de gemeente – maar wel faciliterend, want ja, nogmaals, een wethouder kan niks afdwingen – dat daar in ieder geval richting bedrijfsleven en onderwijs wat mee gebeurt. Als er een ernstig probleem is inderdaad met betrekking tot de huurmarkt, ja, dan moeten we gaan kijken of daar eventueel ook vanuit de gemeente een oplossing is. Dat is simpel wat ik al gezegd heb en daar gaat het bij mij om. Een containerbegrip van: we moeten wat aan racisme en discriminatie doen. Ja, wat gaan we dan precies … Daar kan ik weinig mee, voorzitter. Dus dat is het antwoord richting de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dan stel ik in ieder geval vast dat daarmee in ieder geval mooie steun is voor een concrete aanpak van allerlei vormen van discriminatie. Dat is goed om te horen. De heer Van der Net: Als die worden vastgesteld inderdaad, dan ben ik daar zeker en de Dordtse VVD voor. De voorzitter: Was u aan het eind van uw betoog, de heer Van der Net? Zo te zien wel. De heer Van der Net: Ja, ik was duidelijk genoeg, denk ik, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan krijgt de heer Bosman het woord. De heer Bosman: Voorzitter, dank u wel. Ik sta nog niet echt in de campagnestand, dus ik zal vooral antwoord geven op de politieke vragen.

Volgens mij is discriminatie een belangrijk onderwerp en ook wij willen natuurlijk een stad waar iedereen zich veilig voelt. Of het nou een groot probleem is of een iets minder groot probleem, het is een probleem en volgens mij is het goed om waar we kunnen als gemeente daar ook iets aan of iets mee te doen. Dat brengt mij bij de eerste vraag, of het college zich

16

voldoende inspant om discriminatie effectief aan te pakken. Ik dacht eerst van wel, maar ik hoor de vragen. Mijn standpunt was nog niet helemaal uitgekristalliseerd, zal ik maar zeggen, en ik heb de vragen en het betoog van de heer Burakçin ook gehoord en dat riep bij mij wel de vraag op: hé, er is een inclusief beleid – althans, zo wordt het vaak genoemd – en dan is eigenlijk mijn vraag aan de wethouder: zit daar inderdaad voldoende in? Ik had het ook aan de heer Burakçin overigens kunnen vragen, maar zijn antwoord was al duidelijk, hè: nee. Staat daar voldoende in als het gaat om discriminatie? En daarnaast, zijn er nog acties – we hebben zo’n lijst gekregen inderdaad van punten die je als gemeente kan doen – zijn daar nou punten die ingevoegd zouden kunnen worden bij het inclusieve beleid? Dat is even de vraag aan de wethouder. Dus ik heb nog geen antwoord erop of het college zich voldoende inspant. De tweede vraag, of Dordrecht naast een inclusief beleid ook een antidiscriminatiebeleid moet hebben. Ik heb toen aan de inspreker mevrouw Felten gevraagd of dat nodig is, of je naast een inclusief beleid ook nog een antidiscriminatiebeleid zou moeten hebben. Haar antwoord was toen dat dat niet per se nodig is, omdat het onderdeel kan zijn van het inclusieve beleid.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik daar ook naartoe neig, hè? Kijk, als het inclusieve beleid goed is, er zitten voldoende handvatten in of aandachtspunten, actiepunten, noem het maar op die daarin staan, hoef je het van mijn part niet per se een antidiscriminatiebeleid te gaan noemen. Ik ben er niet op tegen, maar het is wel dat ik denk: als je iets goeds hebt, hoef je het niet weer te veranderen. De voorzitter: Mijnheer Bosman, u krijgt een interruptie van de heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, ik wilde eigenlijk net typen dat ik kort ook nog wel even het woord wil. Ik heb geen interruptie, sorry. De voorzitter: Dan kom ik zo bij u. De heer Schalken-den Hartog: Maar dan weet u dat nu ook gelijk, hoef ik niet meer te typen. De voorzitter: Heel goed. Mijnheer Bosman, gaat u verder. De heer Bosman: Nou, of nu wel een interruptie van mijnheer Burakçin, dat zou kunnen. Nee. De voorzitter: Dat zou kunnen. De heer Bosman: Nee, ik was al bijna klaar. Wat mij betreft is, als er in het inclusieve beleid, als je met elkaar vaststelt dat daar voldoende in zit, vind ik dat prima. Gaan we het een antidiscriminatiebeleid noemen, of we gaan er echt dingen in aanbrengen of wijzigen, vind ik dat ook goed. Maar het gaat mij niet zozeer om de naam. De voorzitter: Oké, duidelijk.

Mijnheer Burakçin, nog een interruptie? De heer Burakçin: … want de heer Bosman zegt: ik neig eigenlijk om bijvoorbeeld geen antidiscriminatiebeleid te laten voeren en een inclusief beleid is ook goed. Maar het feit

17

dat u dus totaal geen benul hebt waar nou wat staat, of er bijvoorbeeld antidiscriminatiebeleid ergens in staat of überhaupt het woord racisme en discriminatie ergens naar voren komt, ja, u weet het gewoon niet. Dus dat is toch wel een gegeven die ons eigenlijk op het verkeerde been zet. We weten gewoon niet wat er gedaan wordt. We weten dat er bijvoorbeeld qua inclusief beleid hier en daar wat gedaan wordt. We hebben een Regenboogakkoord, nou goed, wij schijnen een koplopergemeente VN Handicap te zijn – nou, god mag weten waaruit dat blijkt, want volgens mij is daar een rapport over geweest, een rekenkamerrapport waaruit blijkt dat we dus aan diverse onderdelen van die onderdelen niet aan voldoen. Nou, daar zijn we koplopergemeente, dus wat ik wil zeggen is: we hebben er dus totaal geen benul in welke terreinen wat gebeurt. Dus zou het dan niet beter zijn dat we bijvoorbeeld gewoon een duidelijk inclusief beleid hebben waarin dus staat beschreven op welke terreinen we wat doen en hoe we dat gaan doen en hoe we dat gaan bereiken. Zou dat niet beter zijn? De voorzitter: Mijnheer Bosman. De heer Bosman: Ik denk dat u hetzelfde bedoelt als wat ik zei. Volgens mij bedoelt u te zeggen: als je een inclusief beleid hebt, dan zou daar, even simpel gezegd, een hoofdstuk in kunnen staan over antidiscriminatie.

Volgens mij is dat wat u bedoelt, toch? De heer Burakçin: Nee, het punt is dat eigenlijk inclusief beleid is allemaal versnipperd beleid. Kennelijk doen we er wat in, maar niemand weet wat we nou precies doen. Dus een duidelijk, helder, inclusief beleid waarin dus die onderdelen staan beschreven, zodat wij weten wat het college nou doet. De heer Bosman: Nee, helder, precies. Ja, dat zou zeker goed zijn, denk ik, ja. De heer Burakçin: Dank u wel. De voorzitter: Oké. Nou, mijnheer Bosman, volgens mij was u aan het eind van uw betoog. Dan gaan we door naar de heer Schalken. De heer Schalken heeft het woord. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Kort en in aanvulling op wat er allemaal gezegd is, laat duidelijk zijn dat wat Beter Voor Dordt betreft er nergens sprake zou moeten zijn van discriminatie, niet op de woningmarkt, niet in het onderwijs, niet op de stagemarkt of waar dan ook.

Beter Voor Dordt kan zich eigenlijk wel een beetje aansluiten ook bij wat de heer Bosman van de ChristenUnie/SGP aangaf: of je dat nu probeert aan te pakken, de problemen die nog worden geconstateerd of die er zijn, of je die probeert aan te pakken door het opzetten van een antidiscriminatiebeleid, of dat je ervoor gaat zorgen dat het inclusief beleid zo wordt aangepast dat die vormen van discriminatie daar zo duidelijk in terugkomen dat we dat onwenselijk vinden en dat we dat ook aanpakken en handhaven wanneer nodig. Dan zou ik vanuit Beter Voor Dordt eigenlijk willen aangeven: oké, ga dan dat inclusief beleid zo aanpassen dat daarmee dus ook discriminatie en zo wordt voorkomen en aangepakt. Daar wil ik het bij laten.

18

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schalken. Nou, ik zie geen interruptie, ik zie ook geen andere mensen die het woord willen voeren. Dan ga ik naar wethouder Heijkoop. Mevrouw De Fouw, u wil toch nog iets zeggen? Mevrouw De Fouw: Ja, sorry, het is mijn onbekendheid, ik was wat laat. Ik had inderdaad nog wel een woordvoering. De voorzitter: Nou, gaat uw gang. Mevrouw De Fouw: Uiteraard veroordeelt Gewoon Dordt ook uitsluiting, discriminatie en racisme op welke grond dan ook sterk. Het is inderdaad een groot maatschappelijk probleem, maar dat lossen we hier op gemeentelijk niveau helaas niet zomaar op en ook niet op korte termijn. De verhalen en de voorbeelden van discriminatie zijn inderdaad schrijnend en ondanks dat we allemaal tegen zijn, hoor ik zelfs hier in de discussie ook heel veel uitsluiting langskomen. Maar ik probeer me te richten op de gestelde politieke vragen. Zij gaan praktisch en gericht op de inhoud en ondanks dat discriminatie en uitsluiting zeker continu aandacht verdient en hardnekkig is, is dat op zich direct niet een teken dat het huidige inclusieve beleid niet zou voldoen. Met een kanttekening dat dat wel continu moet worden gemonitord en aangescherpt waar nodig.

Daar hebben we al wat voorbeelden van gehoord, zoals op het gebied van discriminatie op de werkvloer en bij stageplaatsen, daar lijkt een proactieve houding wel degelijk op zijn plaats, want we willen ook graag dat alle Dordtse jongeren kunnen meedoen. Op zich is het richten op inclusie een meer positieve insteek en misschien zelfs wel beter dan een antidiscriminatie als negatieve insteek, waarbij inclusie alleen maar breder en socialer is dan antidiscriminatie, wat alleen maar juridisch klinkt, maar dat zou op zich moeten betekenen dat antidiscriminatie dus wel gewoon op de radar staat. GroenLinks gaf al aan dat veel mensen zich niet gehoord voelen en geen melding doen, dus naar ons idee zou juist aandacht voor inclusie, waarbij je dus niet alleen de discriminatie tegengaat, maar ook preventief gericht op de maatschappij mensen gevoelig maakt voor wat het betekent, daarbij juist beter aansluiten. Dat was die. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Fouw. Dan gaan we nu naar wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, dank u wel. Ik ben al lange tijd over dit thema niet aan het woord geweest. Ik heb in november nog wel goed geluisterd ook naar de presentatie van Movisie over het antidiscriminatiebeleid en dat gaf toch ook wel weer de nodige handvatten om inderdaad het gesprek te voeren.

Als ik dan vanavond goed naar u luister, naar uw raad, dan beluister ik daar ook wel de nodige emoties en dat brengt dit onderwerp denk ik ook wel vaak met zich mee. Misschien is het inderdaad zo dat de spannende tijd die voor ons ligt, dat dat er nog een schepje bovenop doet, maar dat laat onverlet dat er vanuit de raad al wel vaker aandacht voor gevraagd is. Ik hoor u ook allen discriminatie, racisme, in welke vorm dan ook, ondubbelzinnig veroordelen, dus laten we dat wel gewoon even met elkaar vaststellen. Het gaat over dat mensen gelijk zijn, dat ze gelijke rechten hebben, dat ze ook gelijke kansen krijgen. Ik denk dat dat een onderwerp is wat we altijd goed voor ogen moeten houden, niet alleen in het kader van antidiscriminatiewetgeving, maar ook gewoon waar het gaat over wetgeving op het

19

gebied van arbeidsmarkt, onderwijs en dergelijke. U heeft daar zelf ook vaak over gesproken, want laten we eerlijk zijn, die gelijke kansen zijn er niet. We hebben ook niet voor niets met elkaar het besluit genomen om een Dordts Leerprogramma te starten om juist die kansen bij de kleinste kinderen zoveel mogelijk gelijk te maken, om daar ook extra op in te zetten. Maar de teleurstelling vanuit de raad, die volg ik niet helemaal. Natuurlijk snap ik ook wel dat die vragen over de particuliere verhuurders, dat dat ook wel wat onmacht met zich meebrengt, zowel vanuit de vragensteller alsook vanuit ons als college in de beantwoording. Want het klopt inderdaad dat heel veel discriminatie, heel veel racisme vindt plaats op een manier waar je als overheid niet altijd alles aan kan doen. In die zin zijn de opmerkingen over een maakbare samenleving kloppen natuurlijk wel. Wel kan je als overheid zoveel mogelijk doen om ervoor te zorgen dat er een veilige samenleving is waarin mensen zich in ieder geval veilig genoeg voelen om te melden, het aan de kaak te stellen en dat we er ook wat aan kunnen doen. In die zin hebben we ook niet stilgezeten. RADAR hebben we ook mee gesproken, ze gaan ook extra inzetten op het verhogen van de meldingsbereidheid, ze krijgen ook extra subsidie om hier werk van te maken.

Want wij zien ook wel dat als je kijkt naar de getallen die de heer Burakçin noemt, het gaat over nul komma nul nul nog wat procent van het aantal Dordtenaren. Ik ben het met de heer Burakçin eens dat dat echt het topje van de ijsberg is, want we weten natuurlijk dat er wel meer aan de hand is. Tegelijkertijd moeten we dat echt met elkaar doen als samenleving als geheel en gaan we dat echt niet allemaal vanuit het stadskantoor oplossen. Dat gezegd hebbende, voorzitter, heb ik ook vorige keer met heel veel aandacht naar mevrouw Felten geluisterd van Movisie, van het Kennisplatform Integratie & Samenleving. Dat was in november 2021, november vorig jaar en de maand daarvoor waren ook de vragen over de particuliere verhuurders aan de orde geweest. Ik moet zeggen, ik vond daar best wel hele interessante handvatten in zitten om te zeggen: misschien kunnen we ons inclusieve beleid inderdaad wel wat verrijken ook met wat zij aangeeft. Als ik dan concreet keek naar wat je zou kunnen doen, dan durf ik wel de stelling aan dat wij heel veel van datgene wel doen.

Ik heb zelf ook een keer met uitzendbureaus gesproken, ik heb met het onderwijs gesproken, ook met zorginstellingen over inclusief beleid, over het gegeven dat iedereen er mag zijn, dat er een veilig klimaat moet zijn binnen die instellingen, binnen het onderwijs en dat uitzendbureaus heel stevig erop toezien dat er niet gediscrimineerd wordt, ook vanuit onze Sociale Dienst hebben daar best wel stevig beleid op. Dat gezegd hebbende, heb ik echt niet de illusie dat het helemaal niet gebeurt, niet bij werkgevers of particuliere verhuurders. Maar we zouden daar misschien nog wel wat meer over kunnen vastleggen. Dus in die zin hoop ik dat ik de heer Burakçin toch wel wat tegemoet kan komen, want ik vind het ook onzin om te zeggen: er gebeurt helemaal niets. Ik vond het juist heel erg positief dat er een raadswerkgroep werd geformeerd na een motie van GroenLinks. Die raadswerkgroep, volgens mij was dat medio 2020, eind 2020, ik had daar ook wel van verwacht dat die met opbrengsten zouden komen, dat die dit ook zouden agenderen, dat we daarin ook samen kunnen optrekken. Dat hoop ik nog steeds. Ik heb ook gehoord dat er nu onderzoek wordt gedaan naar de stagediscriminatie. Nou, laten we dat ook bij elkaar brengen en ook bespreken met een Movisie, maar ook met een RADAR, in welke mate wij dan ons inclusieve beleid inderdaad nog inclusiever kunnen maken door er wellicht ook inderdaad

20

een hoofdstuk aan toe te voegen over hoe wij met discriminatie omgaan. Daarin kunnen we ook vastleggen … De voorzitter: Voordat u verdergaat, wethouder, u krijgt een interruptie van mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Volgens mij, de slotzinnen van de heer Heijkoop waren eigenlijk wel redelijk, zou ik zeggen, dat ging eigenlijk de goede kant op. Nou ja, voorzitter, de wethouder zegt dat hij eigenlijk wel vindt dat ze voldoende hebben gedaan. Ja, ze hebben inderdaad gesproken met werkgevers en er staat inderdaad op papier dat we regenboogbeleid hebben en dat er in het Wmo-beleid staat dat we inclusief beleid hebben. Maar hoe moet de raad, hoe moeten wij dit nou monitoren, wat zijn nou de effectiviteit van al die beleidsstukken? Kunt u mij dat uitleggen? Want het is voor mij volstrekt onduidelijk waaruit het blijkt hoe we dit inclusieve beleid nou uitvoeren. Het is mij gewoon niet duidelijk. De tweede vraag is: hoe ziet de wethouder het bijvoorbeeld dat er bijvoorbeeld nergens het woord, in geen enkel beleidsstuk het woord racisme, discriminatie of de aanpak ervan voorkomt? Hoe kijkt hij daar tegenaan? De voorzitter: De wethouder. De heer Heijkoop: Voorzitter, ik denk dat de zoekterm racisme, discriminatie op zichzelf geen doelstelling zou moeten zijn dat je dat in documenten tegenkomt. Ik denk dat wij het met elkaar eens zijn dat je vooral effectief beleid wil.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/404/documents/16069