2.6 Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 13 januari 2021.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE FYSIEKE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 13 JANUARI 2021 Vergaderkamer: Digitaal Voorzitter: mevr. Koene Commissiegriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bosuguy (D66) Dhr. Chapel (CDA) Dhr. Gündogdu (Beter Voor Dordt) Dhr. Jansen (PvdA) Dhr. Hartog (PVV) Mevr. Klein-Hendriks (ChristenUnie/SGP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Loekemeijer (D66) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Portier (SP) Dhr. Soy (Beter Voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Dhr. Timmer (GroenLinks) Portefeuillehouders: wethouder P. Sleeking, wethouder M. Stam. Ambtelijke organisatie: de heer P. Van Esch.
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Dames en heren, goedenavond. Welkom bij de commissie Fysieke Leefomgeving van, pak ‘m beet, woensdag 13 januari 2021. Ik ga even voorlezen wie er allemaal in de vergadering zitten. En dan moet ik wel even terug naar boven scrollen. We beginnen gezellig met mijnheer Kuhlmann, VVD. En mijnheer Den Boer, namens de griffie. Mijnheer Timmer, van GroenLinks. Mijnheer Loekemeijer, D66. De heer Van Esch, van de ambtelijke organisatie. Mijnheer Hartog, van de PVV. Mijnheer Chapel, CDA. Mijnheer Van der Meer, GroenLinks. Mijnheer Kleinpaste, Gewoon Dordt. Mijnheer Gündogdu, van Beter Voor Dordt. Mevrouw Klein-Hendriks, CU/SGP. Mijnheer Jansen, van de PvdA. Mijnheer Struijk, CU/SGP. Mijnheer Stolk, van de VSP. Mijnheer Noldus, van de VVD. Mijnheer Soy, Beter voor Dordt. Mijnheer Bosuguy, van D66. Mijnheer Portier, van de SP. Mijnheer Sleeking, namens het college. Dat geldt ook voor de heer Stam. En dan hebben we nog de heer Oostenrijk, die sluit helemaal het rijtje onderaan
1
af hier bij mij. Welkom allemaal. Ik weet niet of er iemand kijkt. Daar hebben we mijnheer Van der Meer heel groot in beeld met zijn GroenLinks logo. Even kijken. Nou, ik denk dat we iedereen wel hebben. Gaan we over naar het vaststellen van de agenda. Kan de commissie instemmen met wat er voorligt? Ik ga even naar de chat. Even kijken, als oudste de laatste, zie ik nog staan van mijnheer Oostenrijk. Nee, nee, volgens mij selecteert het systeem daar niet op mijnheer Oostenrijk. Eens even kijken. Mijnheer Kleinpaste, twee opmerkingen. Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Dank u wel voorzitter. Ja, de eerste opmerking is eigenlijk dat ik het toch jammer vind daar waar we vorige week met elkaar afspraken vandaag politiek ons te buigen over de Welstandsnota, dat we dat dan toch niet doen volgens deze agenda. Ik heb daar nog een vraag over gesteld aan de griffie. Ik snap ook de planningsproblemen, maar het moet me toch van het hart dat ik dat jammer vind. En een ander punt is dat agendapunt 4, de Revitalisering van de Stadspolderring, ja daar vind ik de informatievoorziening zo laat en zo onvolledig tot stand gekomen, dat ik zou willen vragen om dat agendapunt van de agenda af te voeren, en ons eerst beter te verdiepen in alle informatie die er ligt, die er moet zijn, om daar gedegen over te kunnen praten en besluiten. De voorzitter: Oké.
Aan het eind was u een beetje Robocop, maar ik denk dat de strekking van uw vraag aan de collega’s duidelijk is. Eens even kijken, ik zie ook mijnheer Jansen staan. Dus ik wil u in de chat, ik denk dat dat misschien wel handig is, als u even in de chat reageert op het voorstel van de heer Kleinpaste met betrekking tot punt 4. Dus om dat uit te stellen in verband met, wat hij aangeeft, de late informatievoorziening. Mijnheer Loekemeijer is het daarmee eens. Mijnheer Jansen ook. Mijnheer Soy heeft een vraag. Nou, dan ga ik even het rijtje af. Dan begin ik bij het begin. In eerste instantie had de heer Jansen om het woord gevraagd. Als dat hier mee te maken heeft dan wil ik graag dat u er even in komt. De heer Soy: Ik had. De voorzitter: O kijk, leuk op het kasteel. Gezellig. De heer Soy: Mijn geboortedorp. Ik had exact hetzelfde als de heer Kleinpaste, over agendapunt 4. De voorzitter: Oké. En dat was ook wat u wilde zeggen daarnet? Waarom u in de chat had gereageerd? De heer Soy: Dat is de exacte reden dat ik in de chat had gereageerd. De voorzitter: Ja oké, dan kan ik die afspreken. Mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja voorzitter, het zal u niet verbazen dat dit uiterst onbevredigend is. 14 december is er een krantenbericht, vervolgens hebben we ruime tijd aangegeven met een meerderheid dat het besproken moet worden.
Vervolgens is er schijnbaar een rapport, dat wordt kennelijk niet bij de stukken gevoegd. Dan is het er,
2
wij vroegen er alsnog om. Te elfder ure wordt het alsnog wel bij de stukken gedaan. Maar volgens mij binnen een uur wordt het er weer afgehaald. Is uiterst onbevredigend. Er is iets tegengesteld aan de actieve informatieplicht hier gaande vanuit het college. Een soort van, roepingsplicht of zoiets, of recht. Ik weet het niet. Dit is niet hoe het zou moeten gaan. En ik vind het wat dat betreft te gemakkelijk worden als wij als raad niet de juiste informatie zouden hebben, dat we daarmee gewoon ook zaken niet kunnen bespreken. Dat maakt dat eigenlijk het college onze agenda aan het bepalen is, en niet wijzelf. En dat is, is niet goed. Dus los van al de krantenberichten waar het gaat om kosten en wat iets meer zei. Het lijkt een beetje op populisme met een Chinees sausje. De voorzitter: Mevrouw Klein-Hendriks, wilt u alstublieft aangeven of u het eens bent met de heer Kleinpaste, of niet. Mevrouw Klein-Hendriks: Ik ben het niet eens dat om redenen van onvoldoende geïnformeerd zijn, het niet besproken zou moeten worden. De voorzitter: Maar wilt u het wel bespreken? Mevrouw Klein-Hendriks: Ik heb voorkeur voor bespreken, maar op het moment dat de meerderheid beslist dat dat niet kan omdat zij zich onvoldoende geïnformeerd achten, dan zal ik me daarbij neerleggen. Maar goed, ik, nou ik stribbel wel een beetje tegen. De voorzitter: Oké. Oké. Even kijken, dan ga ik, even kijken.
Mijnheer Oostenrijk, die wilde ook het woord. De heer Oostenrijk: Ja voorzitter. De voorzitter: Bent u het wel of niet eens met uitstellen van punt 4? De heer Oostenrijk: Ik zit in dezelfde spagaat als mevrouw Klein-Hendriks, maar ik zou me best kunnen voorstellen dat we het uitstellen. Maar dan wel met de toezegging dat we voorafgaande aan een bespreking op een volgend moment, eerst een technische briefing krijgen, wat mij betreft op locatie, om veel beter geïnformeerd te worden over nut en noodzaak. Want het problematiek laat zich heel moeilijk, zeker nu we digitaal vergaderen, laat zich heel moeilijk wat dat betreft duiden. De voorzitter: Oké, dank u wel. Gaan we, mijnheer Loekemeijer was het ermee eens. Mijnheer Soy heeft een vraag. Zegt u het eens. De heer Soy: Ja dank u wel voorzitter. Ik ben het inhoudelijk eens om het nu niet te bespreken, omdat die informatieachterstand ook bij mij momenteel vragen oproept, en dat ik niet het gevoel heb dat ik volledig kan meediscussiëren. Dus wat mij betreft, prima om het uit te stellen. Alleen een vraag is, ik zag ook een mail dat er wel enige spoed bij is om dit onderwerp te bespreken. Daar zou ik wat verduidelijking vanuit het college willen. Van ja, wat is hier spoed? En wat gebeurt er? En zeg maar, wanneer zou het eventueel besproken moeten worden? En of wij dat misschien vanuit Fysiek kunnen
3
inplannen. Dus meer een procedurele vraag van tot wanneer uitstellen. Maar uitstellen, akkoord. De voorzitter: Oké. Ik ga nog even het rijtje verder af. Mijnheer Jansen ‘…’. Mijnheer Van der Meer, eens met uitstel. Mijnheer Timmer eens, alleen niet vanwege de late informatievoorziening, maar ook het niet delen van informatie. Mijnheer Kleinpaste heeft een vraag aan de CU. De heer Kleinpaste: Ja. De voorzitter: Niet te ingewikkeld graag. De heer Kleinpaste: Nee zo simpel mogelijk. Maar mevrouw Klein-Hendriks noemde een aantal valide argumenten om het uit te stellen, maar stribbelt toch tegen om het dan eventueel wel te bespreken tenzij de meerderheid anders beslist. Ik begrijp die opstelling niet zo goed. Want er is gewoon een groot verschil in informatieniveau, ook tussen de deelnemers in het gesprek. En het lijkt mij nuttig voor de besluitvorming dat iedereen eenzelfde vertreksituatie heeft. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan gaan we naar, even kijken, mijnheer Portier sluit zich aan bij de heer Oostenrijk. Die zitten dus gezellig allemaal samen in een spagaat. Mevrouw Klein-Hendriks wil ook nog iets zeggen. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, misschien al reageren op de vraag van de heer Kleinpaste. De voorzitter: Nou, kan het wel kort mevrouw Klein-Hendriks? Mevrouw Klein-Hendriks: Dat was wel kort.
Ik denk dat de heer Kleinpaste begrijpt de spagaat, namelijk dat we hier een beetje in het ootje worden genomen. Dat gevoel dat overheerst bij mij, omdat informatie te elfder ure weer wordt teruggetrokken terwijl dat openbare informatie is. De voorzitter: Dat heeft u zojuist ook al gezegd. Gaat u verder. Mevrouw Klein-Hendriks: En mijn reactie even op de vraag van de heer Soy is, ik zou eigenlijk willen zeggen dat dat totaal niet relevant is om gewoon te weten dat hier in één keer spoed van zou zijn omdat daar ook niet eerder over gerept is. De voorzitter: Oké, waarvan akte. Volgens mij kunnen we de conclusie trekken dat we het nu op dit moment niet bespreken. Daarbij wordt wel gevraagd, onder andere door de heer Oostenrijk, voor een technische briefing. Dus wat er allemaal zeg maar aan informatie nog bij moet komen. En tegelijkertijd dat daar dan wellicht ook de informatie bij zit waarom het eventueel snel zou moeten, of waardoor het, tot wanneer het uitgesteld kan worden. Er werd gevraagd of iemand vanuit het college nog iets zou kunnen zeggen met betrekking tot wanneer het uitgesteld kan worden. Ik zou zeggen, kom er maar in. Ik weet niet wie er wat over wil zeggen. De heer Stam: Ja voorzitter, dat zal ik doen.
4
De voorzitter: Gezellig. De heer Stam: Uitstel kan. Is geen probleem. Wij moeten echter uiterlijk 1 maart wel gaan beginnen met kappen van bomen, omdat dan het broedseizoen begint. Dus als we dat niet doen dat zou betekenen dat het project een jaar wordt uitgesteld. Dus dat geeft ons nog wel enige ruimte om dit stuk te bespreken. En daarbij wil ik nog wel even toevoegen dat er eigenlijk geen feitelijke informatieachterstand is. Bij elk project wat een organisatie oppakt worden in- en externe rapporten gebruikt om zeg maar de raadsinformatie op orde te brengen. En niet elk rapport beland op de tafel bij het bestuur. Waardoor gisteren enige verwarring is ontstaan, is omdat een rapport blijkbaar wel extern bekend was, wat nog niet op de bestuurstafel heeft gelegen. Dus in die zin is dat allemaal transparant, is niks geheims aan. De vertaling van het rapport heeft plaatsgevonden in de raadsinformatiebrief. De spoed die erop zit, die is eigenlijk wel weggelegd in het feit dat we jaren geleden een Wegennota hebben vastgesteld waarin een planning gekoppeld zit. En daar komt deze revitalisatie uit voort. Dus in die zin is het wel bekend, of zou het bekend moeten zijn, welke projecten wij gaan aanpakken. Dus in die zin, ja wil ik nu mijn eerste reactie geven. Op de vraag van de heer Oostenrijk.
Wij zijn meer dan graag bereid om op korte termijn een technische sessie met u te organiseren ter plekke, en dan zullen wij er alles aan doen om ook de specialisten die het rapport hebben geschreven verzoeken om daarbij aanwezig te zijn om u mee te nemen in de overwegingen die wij u al in de Rib hebben voorgelegd. De voorzitter: Oké, helder. Ik zie een heleboel mensen gaan reageren op de chat dat ze iets willen gaan zeggen. Ik wil eigenlijk alleen maar voorstellen aan u of vanuit de griffie, vanuit de commissiegriffier een voorstel kan, een afspraak kan worden gemaakt voor die technische sessie, zeg maar. En ook om een voorstel te doen met betrekking tot de agendering in februari. Want we hebben dus, zoals de wethouder ook aangaf, in ieder geval tot 1 maart. Uiterlijk 1 maart. Dus ik zou graag in de chat willen lezen als iemand hier echt niet mee kan leven, dus of we. Want anders denk ik dat, we kunnen hier met alle gemak een uur over praten. Lijkt me niet de bedoeling. Dus, bent u het ermee eens om vanuit de griffie een voorstel te laten doen aan de commissie voor het plannen van de technische sessie, en plannen van wanneer het besproken wordt. Want dat heeft daar dan ook mee te maken. Mijnheer Soy, eens. Mijnheer Oostenrijk heeft een vraag. De heer Oostenrijk: Ja voorzitter, de wethouder die begon met zijn toelichting van we willen op 1 maart gaan starten met kappen.
Ik mag toch aannemen dat dat starten met kappen pas gaat plaatsvinden als we er als commissie iets van hebben gevonden? Of is het een vanzelfsprekendheid dat er gekapt gaat worden? Want dan vraag ik me af, heeft een bespreking nog zin? De voorzitter: Zullen we gewoon even kijken, mijnheer Stam komt al in beeld. Gaat uw gang. De heer Stam: Ik heb niet gezegd dat we op 1 maart gaan kappen. Ik heb gezegd dat we, als we gaan kappen, dat het uiterlijk 1 maart de datum is dat we daarmee moeten beginnen. Wij gaan een technische sessie organiseren waarna de discussie komt of de
5
Rib de juiste informatie over kappen bevat. En dan bent u in de positie om te zeggen wat we verder met die bomen moeten gaan doen. De voorzitter: Oké. Ik kijk even naar de commissiegriffier, of het mogelijk zal zijn om de technische sessie op redelijk korte termijn te organiseren. En dan bespreking in de eerstvolgende commissie die we hebben daarna, dus 9 februari ofzo is dat geloof ik? 2 februari. Oké. Helder. Even kijken. Mijnheer Kuhlmann heeft een dringende vraag aan de wethouder. Daar kan ik me eigenlijk niks bij voorstellen, maar gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u voorzitter. Het gaat om het, de stukken. De wethouder refereerde er daarnet al eventjes aan. Er is een stuk wat nu nog niet openbaar is, dat verplaatsbaarheidsonderzoek. Wat dus nog geheim is. Wat wel in handen is als sinds tenminste 6 januari bij de stichting Het Wantij. En ook op hun website is gepubliceerd. En het lijkt me, ik kan me niet voorstellen dat de wethouder zelf dat heeft gedeeld met de stichting die niemand anders vertegenwoordigd, behalve zichzelf, en niet met de raad die alle 119.000 inwoners van onze stad vertegenwoordigd. De voorzitter: Kan het korter mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Ja zeker, zeker. De voorzitter: Fijn.
De heer Kuhlmann: Ik wil vragen of de wethouder een onderzoek wil instellen hoe het kan dat dit toch zo bij die stichting is beland, want ik zie eigenlijk maar twee opties. De voorzitter: Daar gaat de wethouder gewoon ook nog op in, maar ik wil nu graag verder met de agenda. De heer Kuhlmann: Nee, nee, nee, nee. De voorzitter: We zijn dit niet inhoudelijk aan het bespreken. Dus de vraag was, de wethouder heeft volgens mij al aangegeven welke informatie normaal gesproken wel en niet gedeeld wordt met de raad. Dat er externe bureaus ook dingen onderzoeken. En dat rapport dat kan u tot zich, de informatie daarvan kan u tot zich nemen. De heer Kuhlmann: Voorzitter? De voorzitter: En hoe het verder, ja? De heer Kuhlmann: Ik vind het een heel kwalijke zaak dat dit geheime stuk terechtkomt bij een stichting, en dan zijn er eigenlijk maar twee opties mogelijk. Ofwel vanuit het ambtelijke apparaat is dat achter de rug om gedeeld met die stichting. Nou, dat lijkt me een onderzoek waard, en dan moeten er disciplinaire maatregelen genomen worden. De voorzitter: O ja, ja.
6
De heer Kuhlmann: Ofwel, er is sprake van diefstal of computervredebreuk door de stichting. Nou, dan lijkt het me zaak voor de strafrechter. Dus op die manier, en hoe langer we wachten. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, dat is op dit moment. De heer Kuhlmann: Hoe meer die sporen gewist worden. De voorzitter: Helemaal niet aan de orde. Dat is echt nu helemaal niet aan de orde. En ik wil dat ook nu niet hebben. Als daar iets niet goed is gegaan, dan krijgt u dat automatisch gaan we dat horen vanuit het college. Maar dat is niet voor dit moment. Mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja voorzitter, ik vind het toch belangrijk om te corrigeren wat de heer Kuhlmann zegt. Ook al kan ik dat niet. De premisse dat het zou gaan om geheime informatie is absoluut onjuist. De voorzitter: Precies. De heer Kuhlmann: Ik hoor net de wethouder zeggen dat het niet openbaar is. Daarmee is het geheim. De voorzitter: Nee. Oké. Mijnheer Stam wil daar nog wat op zeggen, en daarna wil ik echt door mensen. Want ik bedoel, dit zijn dus van die dingen waardoor we dus verder niks aan ons leven hebben blijkbaar, maar we hebben nog wel iets, andere dingen aan ons leven. Mijnheer Stam. De heer Stam: Heel kort voorzitter. Het is niet geheim, het was niet openbaar. Het zijn onderbouwende stukken die gebruikt worden in de organisatie om de informatie op te bouwen.
En ja, het stuk ik blijkbaar ergens verstrekt. Ik kon het rapport nog niet tot gisteren. En ja, we zijn bezig om te onderzoeken hoe dat rapport dan naar buiten is gekomen. Er is niks geheims aan, niks transparants. Als het goed is heeft u het inmiddels ook ontvangen. Maar zoals bij vele onderzoeken worden vele rapporten gebruikt om blij te onderbouwen. En als we die allemaal op de bestuurstafel zouden moeten hebben, dan hebben we vier weken in één week nodig om al die rapporten te beoordelen. Dus daar zit ook een vertrouwen naar de organisatie. Maar hier is ergens iets naar buiten gegaan wat niet op de juiste manier is verlopen. De voorzitter: Oké, helder. Gaan we door. En mijnheer Jansen, ik ben het helemaal met u eens. Het is ook wat ik probeerde te voorkomen. Het gaat niet om een geheim stuk, en de wethouder bedoelde natuurlijk dat het dus wel transparant is, zeg maar. Dus dat er niks geheimzinnigs aan was. Goed. Ik ga verder. Volgens mij hebben we hier duidelijke afspraken over gemaakt. Gaan we naar de mededelingen. Er zijn geen mededelingen vooraf gemeld. Dus is er alsnog iemand die wel een mededeling wil doen? Dan krijgt u nu de gelegenheid om dat, dat is mijnheer Sleeking, kom er maar in.
7
De heer Sleeking: Ja fijn voorzitter dat het even kan. Er zijn alweer enige tijd geleden vragen gesteld over de alle gebeurtenissen in en rond de Hazelaarlaan. Ik wilde meedelen dat wij volgende week in het college de beantwoording van gestelde vragen gaan vaststellen, met een toelichting op de actuele situatie. En dat die informatie dus ook volgende week, meteen na vaststelling door het college, naar de raad komt. Voor dit moment. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Ik denk dat een aantal fracties daar blij van wordt. Verder zie ik niemand met een vraag die, of iets over de mededelingen heeft. 2. Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 6 januari 2021 De voorzitter: Gaan we naar punt 2, vaststellen van de besluitenlijst van de adviescommissie van 6 januari. Iemand daarover of naar aanleiding van? Nee, ik zie niks. 3. Vragen aan het college De voorzitter: Gaan we naar vragen aan het college. Die zijn aangemeld van tevoren. Dus ik ga er ook vanuit dat die er niet zijn. 4. Raadsinformatiebrief Revitalisering Stadspolderring – Raadsinformatiebrief De voorzitter: En dan gaan wij dus niet naar punt 4, want die hebben we dus verschoven. Stukken ter bespreking 5. Beschikbaar stellen aanvullend krediet project Dordtse Mijl – Raadsvoorstel De voorzitter: Maar dan gaan we naar punt 5, zo snel kan het gaan. Beschikbaar stellen aanvullend krediet project Dordtse Mijl.
En het raadsvoorstel is geagendeerd op verzoek van het CDA. Met, er staat hier, politieke vragen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit puur technische vragen zijn. De eerste is: Is voldoende duidelijk waar het aanvullend krediet van € 6,2 miljoen voor bestemd is? En twee: Is dit krediet passend voor de nog uit te voeren werkzaamheden? Gezien het feit, er is ook nog een memo afgelopen maandag toegevoegd aan de stukken, en daar staat de eerste reactie op deze vragen. En omdat het een wat meer technisch karakter heeft, stel ik voor om het CDA op dit moment aan het woord te laten, en te kijken of, wat het CDA hiervan vindt. En daarna kunnen we altijd nog kijken of andere fracties hier eventueel nog iets op aan te vullen hebben. Ik ga dus eerst naar mijnheer Oostenrijk. Gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja dank u voorzitter. Ja, we zijn tevreden over de nadere toelichting. Ik kan het wat dat betreft kort maken. Dus op grond van die nadere toelichting kunnen we ons vinden in de verstrekking van het krediet. Wel met één opmerking. En die heeft alles te maken met de presentatie van het stedenbouwkundig project van Mecanoo, wat aan het eind van deze maand, de 26e of de 28e januari, openbaar wordt gemaakt. Want ik zou graag de toezegging van de wethouder willen
8
hebben om daarover ons te informeren, of die plannen naar zijn mening raakvlakken hebben of nog meer, ten opzichte van het plan wat nu de volgende fase ingaat. Dus akkoord, maar wel met een nadere toelichting in relatie tot het plan Mecanoo. De voorzitter: Ik moest even nadenken mijnheer Oostenrijk, maar ik denk dat ik toch een poging ga doen om dit even bij mijnheer Sleeking te vragen. Of hij het idee heeft dat hij snapt wat u bedoelt. De heer Sleeking: Ja voorzitter, dat snap ik. En ik begrijp de vraag ook. Mecanoo heeft natuurlijk een visie gepresenteerd waar ook dus de raad van kennis heeft kunnen nemen, die een groot deel van de hele Spoorzone betreft. Waar het gebied rondom de Dordtse Mijl en het Maasterras een belangrijk onderdeel van vormen. En de zorg die zit bij de heer Oostenrijk, denk ik, hoewel hij die niet uitspreekt, dat het één het ander zou kunnen gaan bijten. Kijk, de visie die Mecanoo heeft gepresenteerd, die bevat nog geen concreet uitvoeringsplan. Die zullen afzonderlijk moeten worden uitgewerkt, en ook door de raad moeten worden vastgesteld. Want er is nog helemaal geen enkel krediet voor beschikbaar gesteld. Ik moet u dan wel toezeggen dat die uitvoering van de Dordtse Mijl in ieder geval niet belemmerend zal moeten zijn voor mogelijke uitvoering van deelplannen die in de visie van Mecanoo worden uitgevoerd.
Het is natuurlijk al veel langer het plan om de entree tot de stad op dit punt te gaan verbeteren. Dat hebben we voor een deel al uitgevoerd. Onder andere door verplaatsing van het tankstation. En dit deel dat resteert nog. En dat zal natuurlijk de kwaliteit tot de entree van de stad aanzienlijk verbeteren, ook de veiligheid, de uitstraling, de oversteekbaarheid van dit deel. En ja ik zal me die opmerking van de heer Oostenrijk ook ter harte nemen, in zoverre dat wij nog eens heel goed gaan kijken dat op het moment dat er mogelijk uitvoering gegeven wordt aan onderdelen van de ontwikkelingen in dit gebied, dat dat in ieder geval niet mag lijden tot aantasting wat we daar met dit plan, en dit krediet, willen gaan realiseren. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Oostenrijk wordt heel erg gelukkig van uw beantwoording zie ik in de chat. Wij houden van een gelukkige mijnheer Oostenrijk. En ik ga dan ook even naar hem terug om te vragen of we dit hierbij, dit punt hierbij zo kunnen laten wat hem betreft. De heer Oostenrijk: Ja voorzitter, de heer Sleeking heeft mij totaal tevredengesteld. En ik wacht met belangstelling die informatie verder af. De voorzitter: Oké. Ik zie dan toch nog een aantal mensen die hier wat van willen vinden. Of hier een vraag over hebben.
Ik wil u wel vragen, gezien het feit dat mijnheer Oostenrijk dit allemaal op de agenda, tenminste dat het door de heer Oostenrijk op de agenda, en de heer Oostenrijk hier tevreden mee is, wil ik vragen om u een beetje te beperken met betrekking tot dit onderwerp. Even kijken, dan gaan we beginnen bij mijnheer Kleinpaste. Korte vraag. De heer Kleinpaste: Ja voorzitter, ik hou het kort. Ik had die vraag alleen bedacht omdat we het zouden gaan bespreken vandaag. Ik zou van de wethouder heel graag willen weten of het verblijfsgebied wat wordt gerealiseerd op die plek waar het benzinestation
9
stond, of daar goed overleg op dit moment gaande is met plannen die door een aantal mensen zijn ingediend, om dat toch een beetje een urban karakter te geven met een café met containers, en dat soort zaken. Kortom, maken we er een beetje een sprankelende plek van? De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja voorzitter, u wil het onderwerp geloof ik erg kort houden. Maar er wordt hier aan de raad gevraagd om een krediet van € 6,2 miljoen ter beschikking. De voorzitter: Nou, mijnheer Van der Meer, dat klopt inderdaad. Dat wordt aan de raad gevraagd. Maar dat was dus, dat voorstel wordt gedaan. En er staat van of het voldoende duidelijk is waar het voor is. En dat waren de politieke vragen waarom het geagendeerd is. En er stonden geen andere politieke vragen bij. Dus, maar u mag natuurlijk nog wat vragen. De heer Van der Meer: Voorzitter, de tweede politieke vraag, of het budget passend is, lijkt mij wel degelijk een politieke vraag, omdat. De voorzitter: Nee. De heer Van der Meer: U zegt van niet, maar ik vind van wel. De voorzitter: Oké. De heer Van der Meer: Ik vind dat ik daar het woord over zou moeten mogen voeren. De voorzitter: Dat mag, u krijgt toch ook de gelegenheid nu? De heer Van der Meer: Ja.
Voorzitter, bij de beoordeling van een vraag of een krediet van deze omvang gerechtvaardigd is, gaat het mijns inziens om twee verschillende vragen. Namelijk, de maatschappelijke impact, hoe beoordelen we die? En hoe zit het met de financierbaarheid en financiële risico’s? Wat dat laatste betreft lees ik dat het niet, dat het definitief toekennen van de BIRK-subsidie niet zeker is. Wat is de situatie als die uiteindelijk niet doorgaat? Welke risico’s lopen wij daarbij? Over welk bedrag gaat het dan overigens precies, want in het raadsvoorstel gaat het over 2,5 miljoen? In de impactanalyse wordt over 3,8 miljoen gesproken. Ook wordt er gesproken over provinciale subsidie. Over welke omvang gaat dat, en waar is die voor nodig? Dan, wat de maatschappelijke impact betreft, wordt berekend dat die in geld uitgedrukt positief is. Daarbij gaat het onder andere om economisch gewin. Interessante vraag is: Voor wie? Dat is een politieke vraag, en we zouden een oordeel moeten vormen over de verdeling van lusten en lasten die dit project met zich meebrengt. Daarnaast zijn er nog effecten voor bijvoorbeeld gezondheid en leefbaarheid. Ook is er natuurlijk een discussie mogelijk, een politieke discussie, over de vraag hoe je gezondheid en leefbaarheid in geld waardeert. Dat is uiteindelijk een politieke vraag.
Ik heb daar nog geen definitief oordeel over, dat hangt een beetje van dit debat af. Waarvan ik hoop dat het gevoerd
10
wordt. Wel vind ik het zeer discutabel om dat maatschappelijk belang op een termijn van 100 jaar te berekenen. Het gaat hier onder meer over mobiliteit. En één ding is duidelijk, want in het kader van de energietransitie en de circulaire economie, er zeer veel aan mobiliteit en mobiliteitsmodaliteiten zou moeten veranderen. Dus die berekening is in mijn ogen zeer speculatief. Daar wil ik het bij laten voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, want eigenlijk zouden we gewoon het rijtje af moeten volgens de raadsvolgorde. Maar we gaan nou gewoon zoals het in de chat staat. En dan krijgen we mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel voorzitter. De Dordtse VVD is wel een warm voorstander van dit krediet. Wij vinden het een goede zaak dat dat tankstation wordt, is verplaatst. Het zat natuurlijk op een bizar mooie locatie aan de rivierzijde voor een tankstation. En doordat dat is verplaatst ontstaat niet alleen ruimte voor een mooi parkje, maar vooral ook ontwikkelruimte, die hindercirkel, milieuhindercirkel waar we het over hebben die verdwijnt op die plek. De eerste stappen zijn nu gezet. Dat tankstation is verplaatst. Nu wordt het tijd om die oude kabels, die leidingen te verplaatsen, de kademuur gereed te maken, en een mooi parkje aan te leggen.
En, nou wij stemmen graag in met het vrijkomen van dat eerder aangekondigde, aanvullende investeringskrediet. Wij vinden het een goede zaak. Er komt nu een mooi parkje bij wat op wandelafstand ligt voor veel mensen. En er ontstaat ruimte voor de broodnodige nieuwe woningen. Dat is precies wat de Dordtse VVD wil. De enige vraag die we aan de wethouder op dit vlak hebben, kan het niet nog sneller? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste heeft een interruptie. De heer Kleinpaste: Ja voorzitter, dank u wel. De heer Kuhlmann gebruikt een aantal keren de woorden ‘een mooi parkje’. En ik ben dan toch benieuwd wat de VVD precies onder een mooi parkje verstaat. Temeer daar ik net richting de wethouder Sleeking een vraag, een bepaalde suggestie meegaf. De heer Kuhlmann: Ja u bedoelt, ik denk gewoon dat, kijk, een, er zat een tankstation. Nou, daar heb je natuurlijk niet zoveel aan, aan de oever van onze rivier. Het lijkt me een prachtig plekje om wat groen te creëren. Dit is natuurlijk in een druk bebouwd gebied, er wonen heel veel Dordtenaren in de buurt, die kunnen daar mooi naartoe wandelen. En hoe dat er precies uit moet zien? Ja goed, ik ben geen landschapsarchitect. Daar zijn experts voor. Laten we zorgen dat het iets wordt wat een beetje aanvult en past bij de parken, mooie parken die we in onze stad al hebben. De voorzitter: Oké.
Bij mij viel u even weg, maar ik ga ervan uit dat mijnheer, nee bij mijn overbuurman niet. Oké, even kijken. Mijnheer Kleinpaste wordt bang zie ik, nou dat is jammer. Even kijken, mijnheer, krijgen we nu mijnheer Jansen? De heer Jansen: Dank u wel mevrouw de voorzitter, maar volgens mij had de heer Kleinpaste een interruptie op de, de heer Kleinpaste had een interruptie op de heer Kuhlmann nog. Dat heb ik hem nog niet horen doen volgens mij.
11
De voorzitter: Jawel. Dat heeft hij net gedaan. De heer Jansen: Oké. De voorzitter: Mijnheer, o ja, nou ja, mijnheer Oostenrijk heeft ook nog een interruptie op mijnheer Kuhlmann. Mijnheer Oostenrijk is dus nog eerst mijnheer Jansen. De heer Oostenrijk: Ja voorzitter, de heer Kuhlmann heeft het onder andere over een mooi parkje. Nou, dat was nu één van de kernpunten richting mijn vraag en diens toezegging naar de wethouder. Om dat namelijk, al hij de stukken al heeft gelezen over Mecanoo, waar we verder op dit moment nog niets inhoudelijks over kunnen zeggen, dan komt de vanzelfsprekendheid van het parkje compleet onder druk te staan. Dus ik vind alle opmerkingen van de heer Kuhlmann prima, maar de vanzelfsprekendheid van het parkje vind ik prematuur. De voorzitter: Waarvan akte. Even kijken, we gaan naar mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ja, dank u wel mevrouw de voorzitter. We hebben het hier over een, over 6,2 miljoen. Een verdubbeling van het budget. En ik zou nou zo graag willen weten hoe het in vredesnaam mogelijk is dat je het budget met miljoenen overschrijdt in dit geval. En dat dat vervolgens zonder enige, zonder enige verdere discussie naar, door zou gaan. Dus ik vind een discussie over deze budgetoverschrijding, ik zou daar graag een discussie over in de raad zien. Over dit soort budgetoverschrijdingen.
Zeker van een college dat zichzelf op de borst slaat omdat ze zeggen dat ze altijd zo keurig binnen het budget blijft. Dat vind ik wat tegenvallen. En het valt mij ook op dat enkele partijen die over elkaar buitelen als uitkeringen een paar euro te hoog uitvallen, nu zonder problemen zeggen nou college, geven jullie maar 6,2 miljoen uit, ook al heeft de gemeente zelf daar geen financiële lusten van. Dus dat is eigenlijk alles wat ik ervoor vanavond even over kwijt wil. De voorzitter: Oké, dank u wel mijnheer Jansen. Mijnheer Portier. Mijnheer Soy heeft nog een vraag aan u geloof ik. En mijnheer Oostenrijk vindt het politieke center PvdA. Ja, als we daaraan gaan beginnen mijnheer Oostenrijk, dan lust ik er nog wel een paar. Mijnheer Soy, gaat uw gang. De heer Soy: Ja ik heb even een vraag aan de heer Jansen. Is het een budgetoverschrijding, of is dit gewoon een krediet wat uit een reeds genomen budget een deelkrediet is wat gewoon nu volgens de planning wordt aangevraagd? Want volgens mij is dat tweede deel en bent u het nu een beetje eigenlijk zwart aan het maken lijkt wel. Of heb ik het fout? De heer Jansen: Weet je, ik heb begrepen dat het budget twee keer zo hoog uitvalt als van tevoren gepland. En dat daarom de extra krediet nodig is. Dat heb ik begrepen. Maar misschien dat de wethouder daar dan een ander licht op kan doen schijnen.
12
De voorzitter: Een ja, een E27 of een E14 bolletje. Maar mijnheer Kuhlmann die wil er ook nog wat over kwijt in uw richting. De heer Kuhlmann: Ja dank u wel voorzitter. Ik hoorde de heer Jansen zeggen dat het de gemeente niets zou opleveren. Dan ben ik toch benieuwd hoe hij kijkt naar het feit dat doordat die verplaatsing van dat tankstation er is, pardon, een mooiere rivieroever ontstaat. Maar nog belangrijker, ruimte omdat je die milieuhindercirkel niet meer hebt om er broodnodige huizen voor Dordtenaren bij te, en andere belangstellenden, bij te bouwen. Dus dat, ik snap niet waarom hij zegt dat dat voor de gemeente niets zou opleveren. De heer Jansen: Ik, dan heeft de heer Kuhlmann niet helemaal opgelet. Ik heb namelijk niet gezegd dat het niets oplevert, want uit de bijbehorende stukken blijkt dat de winst maatschappelijk zou zijn. Met de heer Kleinpaste, die dat eerder al aangaf, ben ik eerlijk gezegd net zo benieuwd hoe je die precies gaat berekenen. Maar wat ik gezegd heb is dat er geen financiële lusten voor de gemeente aan zitten. En dat staat in het rapport ook gewoon in iets andere bewoordingen vermeld. Dus dat, daar vertel ik niks nieuws mee denk ik. De voorzitter: Oké. Mijnheer Kuhlmann gaat vast nog een keer lezen. Eens even kijken, mijnheer Oostenrijk heeft iets getypt waarvan ik denk dat dat iets, dat dat niet betekent dat hij het woord wil. Mijnheer Soy wel.
De heer Soy: Ja voorzitter, even over hetgeen wat we net met de heer Jansen hebben gedeeld. Ik heb het nog even opgezocht. Die 6,2 miljoen, dat is een budget waarover we bij de Kadernota-discussie al over hebben besloten. Mijnheer Jansen die roept vanuit de zijlijn van ja dit soort bedragen zou ik graag in de raad willen bespreken. De Kadernota is besproken. Dus wat dat betreft bent u er zelf bij geweest toen u het college dit budget af. En het budget wat u bij de Kadernota zelf heeft gegeven, dat komt het college nu gewoon opeisen. Althans, vragen om dat in te zetten. Dat is alles. De voorzitter: Dank u wel. Oké. Ik zie niet dat er nog iemand anders is die een woordvoering wil doen. Mijnheer Bosuguy, die wil even kort het woord doen namens D66. Dat mag natuurlijk. Gaat uw gang. De heer Bosuguy: Ja voorzitter, dank. Wij zijn voor, en we zijn ook blij dat de entree van Dordrecht eens een keer opgeknapt wordt. Dank. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Stolk, VSP. De heer Stolk: Ja goedenavond. Ik heb niet veel. Ik wil eerst mededelen dat wij meegaan met het verhaal van mijnheer Van der Meer, die het over de financiën heeft gehad met de onzekerheden die in het rapport staan over de subsidies. En het is allemaal waarschijnlijk dat we dat binnenhalen.
Maar mijn vraag zou zijn van, als we dat niet binnenhalen, waar wordt dat van betaald? En de tweede vraag is eigenlijk ook aan de wethouder. Er wordt ook steeds nu gepraat over de besluitvorming over de Eneco-
13
middelen. En ook hierin wordt weer daarover gepraat. Ik vraag mij af, wanneer gaan wij in de raad praten over de Eneco-gelden? Want het wordt nu al ook weer in dit rapport meegenomen, er staat alweer iets over in. Maar wat gaan wij nu met die gelden doen? En dat vind ik heel belangrijk. De VSP. Dat was het. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik ga als eerst even naar, ik weet niet bij wie ik nou de echo hoor, ik denk dat dat bij mijnheer Stolk was. Ik ga even terug, want ik vergeet helemaal in alle commotie mijnheer Portier het woord te geven. Gaat uw gang. De heer Portier: Ja voorzitter, ik zal niet heel lang nodig hebben. Ik had een paar korte opmerking bij de kredietaanvraag. Eentje is de hele redenering dat we de entree van onze stad aantrekkelijker moeten maken. Waar ik even wil zeggen dat, ja de entree van onze stad is voor heel mensen die niet beschikken over een auto hét station van Dordrecht. Echt niet iedereen beschikt over een auto en komt daarbinnen. Ten tweede, als je een willekeurige mooie stad binnenrijdt, Berlijn, Parijs, et cetera, ja je komt altijd eerst door buitenwijken die er minder fraai uitzien. Dat gezegd hebbende, de veranderingen op zichzelf die mogelijk gemaakt worden met dit krediet, die lijken mij positief. Dus daar kan ik mij in vinden. En eigenlijk, voorzitter, wou ik het daar even bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Prima, dank u wel.
Dan ga ik weer even terug de chat in. En dan zie ik als eerstvolgende mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja voorzitter, dan toch nog even heel kort aangeven dat Gewoon Dordt wel degelijk blij is met het verbeteren van deze entree naar de stad. Toch iets afwijkend van wat mijnheer Portier net zegt, is ook deze entree, net als het station, een hele belangrijke entree. Komt ook een heel mooi fietspad bij, dus zelfs op de fiets een hele goede entree. En met de heer Oostenrijk ben ik het eens, dat het heel verstandig is om met name dat verblijfsgebied op de plek waar het benzinestation stond, goed uit te lijnen met de ideeën en de suggesties die Mecanoo daarover heeft gedaan en binnenkort nog gaat presenteren. En daar wilde ik het bij laten. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Hartog, PVV. De heer Hartog: Ja voorzitter, wij gaan akkoord met het kredietvoorstel. En verder hebben wij geen aanvullende vragen. De voorzitter: Die is ook lekker kort. Dank u wel. Even kijken, wie wou er nog het woord? Mijnheer Struijk, natuurlijk. De heer Struijk: Ja. De voorzitter: Ja, nee ik zit, sorry. Maar ik zit even te lezen in de chat. De heer Struijk: Ja. Dat geeft niet hoor. De voorzitter: En u bent inderdaad de eerstvolgende. Gaat uw gang.
14
De heer Struijk: Misschien handig om volgende keer gewoon toch maar de normale volgorde aan te houden, dan raakt u ook niet zo in de war. Wij kunnen kort zijn als de ChristenUnie. De voorzitter: Ja mijnheer Struijk, even, daar ga ik gelijk even op reageren natuurlijk. Want u lokt het een beetje uit. De heer Struijk: Dat mag hoor, ik had het verwacht. De voorzitter: Dat kwam eigenlijk omdat het op een andere manier hier besproken zou worden. Maar we hebben het opgelost, dus gaat uw gang. De heer Struijk: Ja, nou prima hoor, ik ben er niet boos om. Wat ons betreft, ChristenUnie/SGP, vinden we het prima om het door te laten gaan als hamerstuk. De onderbouwing die zit best goed in elkaar. Zoals de heer Soy terecht opmerkte, over het bedrag is al eerder gesproken. Het is, er is geen sprake van een overschrijding. We zijn wel een heel klein beetje bezorgd over de financiële risico’s als de partners nu over de brug komen, zoals de heer Portier ook al opmerkte. We zijn heel blij met de, ja de winst die er is voor de fietsers, zoals ook de heer Kleinpaste terecht opmerkte. En we vinden eigenlijk, ja, de onderbouwing van die 6,2 miljoen een beetje mager. Je ziet weleens kleinere bedragen waaraan veel meer pagina’s hangen. Maar dat is een kleine kanttekening. Verder zijn wij gewoon best tevreden. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Eens even kijken, mijnheer Soy.
U had wel geïnterrumpeerd, maar had u nog verder iets toe te voegen? Ik denk het niet hè? Want u was vrij duidelijk. De heer Soy: Voorzitter, wij zijn positief. De voorzitter: Ja prima. Oké. Dan wil ik graag het woord geven aan de wethouder. De heer Sleeking: Ja voorzitter, dank u wel. En dank voor de reacties. Het is natuurlijk een behoorlijke ingreep waar ook een behoorlijk prijskaartje aan hangt. Datzelfde hebben we eigenlijk gezien bij de hele transformatie herinrichting, de reconstructie, hoe je het noemen wilt, van het hele traject Merwedestraat-Oranjelaan. Je ziet natuurlijk in de praktijk wat dat soort investeringen de stad oplevert. Dat, ja dat maatschappelijke rendement dat laat zich natuurlijk moeilijk in centen vertalen. Dat is hoe je de stad beleeft, hoe de leefbaarheid erop vooruitgaat. Hoe de situatie voor de verschillende weggebruikers erop vooruitgaat. Of het nou om automobilisten gaat, of fietsers, of voetgangers, of omwonenden, dat zal ook hier het geval zijn. Dat is het maatschappelijk rendement wat je hebt als je investeringen doet in het openbaar gebied. En daar doe je het ook volgens mij met elkaar voor. Dus soms is dat noodzakelijk omdat de weg gewoon aan vervanging toe is of versleten. En probeer je dat moment natuurlijk ook waar te nemen om tot wezenlijke verbeteringen te komen. Want er zijn best wat wensen als het gaat om dit gebied.
De fietsers die hebben het op dit punt niet makkelijk. Dus dat wordt aangepakt. De oversteekbaarheid voor voetgangers, daar wordt ook
15
nadrukkelijk voor gekeken om dat te gaan verbeteren. En het hele gebied krijgt natuurlijk een kwalitatieve opwaardering, waarbij we er nog steeds van uitgaan dat we die BIRK-subsidie ook echt kunnen gaan inzetten. Er vindt jaarlijks overleg plaats met het Ministerie over die... Of vergeet iemand zijn microfoon uit te zetten? De voorzitter: Ik denk het laatste, dus ik ga gewoon even kijken bij de deelnemers wie er. De heer Sleeking: Dan ga ik gewoon door, voorzitter, want het is intussen weg geloof ik. De voorzitter: Ja. De heer Sleeking: Er vindt in ieder geval jaarlijks overleg plaats over de beschikbaarheid van de BIRK-subsidie. We gaan er nog steeds vanuit dat die over dit traject kan worden ingezet. Mocht blijken dat dat niet het geval is, ja dan zullen we opnieuw bij u terugkomen. Maar laten we niet uitgaan van dat pessimistische scenario. U heeft het bestemmingsplan op dit punt al vastgesteld. Dat geldt natuurlijk ook voor de locatie waar voorheen de tankstation stond. Ik kan me de vraag wel goed voorstellen om dat overleg rond de inrichting van die plek nog eens een keer aan u terug te koppelen, van wat voor beelden gaat dat nou straks opleveren. Daar wordt natuurlijk onder andere die stichting Spoorzone met die jongerengroep ook bij betrokken. Er wordt gekeken of daar inderdaad nog iets van horeca gerealiseerd kan worden.
Het moet in ieder geval een betere verblijfsplek worden dan. De voorzitter: Bij mij blijft hij hangen. U bleef even hangen bij mij. De heer Sleeking: Oké. De voorzitter: Nee, nou ja, goed. Bij mij dus wel. Mijnheer Van der Meer die heeft een interruptie. En dan ga ik even proberen om alsnog een andere laptop hier te krijgen. De heer Van der Meer: Ja voorzitter, ik wilde vragen, ik ben het wel met de heer Sleeking eens, dat we niet van dat pessimistische scenario uit moeten gaan. Maar kan hij aangeven op wat voor punten, of door wat voor omstandigheden het eventueel met die BIRK-subsidie mis zou kunnen gaan? De heer Sleeking: Nee voorzitter, ik kan daar niet veel meer op toelichten dan in de stukken staat. Er is natuurlijk al verschillende keren uitstel verleent, omdat de BIRKsubsidie oorspronkelijk veel eerder zou worden ingezet dan nu wordt gerealiseerd. We zijn blij dat we groen licht hebben gekregen om die BIRK-subsidie ook voor dit traject in te gaan zetten. En ik ga er ook vanuit dat die gewoon beschikbaar blijft om dit traject tot een goed eind te brengen. Maar mocht daar nadere informatie over zijn, mochten de risico’s daadwerkelijk zich gaan aandienen, dan komen wij meteen bij u terug zal ik u toezeggen.
En binnenkort is er overigens weer overleg over die BIRK-subsidie, dus dat zal ook het moment zijn denk ik waarop we zekerheid hebben dat die subsidie ook echt beschikbaar is. Dus dat wat betreft de leefbaarheid. Ja, voorzitter, over de financiering,
16
of het nou een budgetoverschrijding gaat, of gewoon een kredietaanvraag bij de raad. Ik denk dat daar genoeg over gedeeld is. Het is natuurlijk geen budgetoverschrijding, want het plan is nog helemaal niet uitgevoerd. Het is het opvragen beschikbaar stellen van het krediet om tot uitvoering van het plan te komen. Dus ik denk dat daarmee die vraag ook beantwoord is. Het streven is natuurlijk wel om, ja, binnen het beschikbare budget ook te blijven, en dat plan daaromtrent uit te gaan voeren. Kan het sneller, was de vraag van de VVD nog. Ja voorzitter, dit plan is juist gefaseerd, ook in verband met de hele reconstructie van de N3. Dat vroeg in ieder geval in die tijd enorm veel maatwerk, omdat we wilden voorkomen dat er heel veel stagnatie in de stad zou gaan optreden. En nou ja, ook door de coronacrisis is de drukte natuurlijk door de reconstructie van de N3 veel minder omvangrijk dan van tevoren was ingeschat, maar dat heeft wel te maken met de planning voor deze vervolgfase van dit laatste stuk van die ontsluiting. Ja een betere onderbouwing van die 6 miljoen, was nog de vraag van de heer Struijk. Er zijn natuurlijk nog wel nadere achterliggende stukken beschikbaar als u daar persoonlijk belangstelling voor heeft om daar nog eens kennis van te nemen. Wij hebben liever niet dat dat soort deelbedragen ook nog in openbaarheid komen.
Het moet nog worden aanbesteed, en op het moment dat er al te veel inzicht wordt gegeven in welke bedragen er beschikbaar zijn voor die deeltrajecten, ja dan kun je natuurlijk op je vingers uittellen wat dan het resultaat zal zijn van die aanbesteding. Dus vandaar dat wij met deze globale bedragen in die kredietaanvraag werken. Maar de verantwoording en de onderbouwing daarvan die is natuurlijk wel degelijk aanwezig. Ja voorzitter, de effecten daarvan, ik heb ze al genoemd. Het ene, dat is ook al genoemd door de heer Kuhlmann. De milieueffecten. Onder andere door verplaatsing van het tankstation. Dat heeft natuurlijk een enorme meerwaarde opgeleverd, en zal ook straks zijn meerwaarde opleveren in de herinrichting van dit gebied. En verder gaat het om met name aspecten van leefbaarheid, een totaal van maatschappelijk rendement. En volgens mij doen wij daarom met elkaar dit soort investeringen. En volgens mij, voorzitter, heb ik ze dan gehad. O nee, nog één vraag van de heer Oostenrijk denk ik, als het gaat om, even kijken hoor, de plannen van. Nou de VSP vroeg daar ook met name naar. De inzet van de Eneco-middelen. Dit zat inderdaad als een voorschot daarop in de Kadernota. Dat is door de raad geaccordeerd, ook bij de Begroting. En aan het vervolg daar wordt nog volop gewerkt met allerlei businesscases, waarvan deze eigenlijk ook wel voor een deel is uitgewerkt.
En die worden, uit mijn hoofd, in februari vanuit het college vastgesteld. En zullen dan februari/maart naar de raad komen, en dan zal daar uitgebreid discussie met de raad over zijn hoe wij een groot deel van die Eneco-middelen willen gaan inzetten binnen de kaders die eerder door de raad zijn vastgesteld. En de grote lijn daarvan is natuurlijk ook al bij de raad bekend, want dat is ook al eerder gedeeld. Maar dat zal nog nader worden uitgewerkt om te bezien of die claims ook echt gehonoreerd kunnen gaan worden. De voorzitter: Oké. Ik weet niet of één van de commissieleden ergens nog geen reactie op heeft gekregen? Ik zie dat mijnheer Struijk begrip heeft voor waarom niet tot in de details is onderbouwd. Mijnheer Stolk is dankbaar. Nou, dat is allemaal hartstikke mooi. Als verder niemand iets nog heeft, dan wil ik graag van de commissie weten wat u verder met dit stuk wil. Dus of het voldoende behandeld is zo, en dat het als hamerstuk naar de raad kan? Nou dat is even de vraag. Hamerstuk. Hamerstuk. Hameren, met
17
eventueel stemverklaring. Is altijd mogelijk natuurlijk. Hameren. Oké. Nou, dat zijn er al zoveel dat het niet eens meer geagendeerd kan worden nu. Even kijken. Dan sluiten wij dit stuk af. En dan stel ik u voor om even te pauzeren, en dan ga ik even kijken of mijn laptop voldoende bereid is om mee te werken. En anders dan komt er een andere. Ik zie u om 21.10 uur. Tot zo. Pauze De voorzitter: Het is tien over negen, dames en heren. En dus gaan wij verder met het volgende punt. 6. Presentatie over schuifoperatie Dolderman – herontwikkeling 2e Merwedehaven De voorzitter: Dat is punt 6, presentatie over schuifoperatie, dat klinkt toch wel op zich heel bijzonder, Dolderman herontwikkeling 2e Merwedehaven. En u wordt dus middels een presentatie geïnformeerd over de ontwikkelingen. De herontwikkeling eigenlijk van de 2e Merwedehaven. En daar loopt op dit moment een bestemmingsplanprocedure voor de aanpassing van de bouwhoogte van de silo’s, en de plaatsing van Dolderman op die locatie wordt momenteel voorbereid. Even kijken, de presentatie wordt zo meteen verzorgd door de heer Paul Tankink van de ROM-D, de Regionale OntwikkelingsMaatschappij Drechtsteden. En het vriendelijke verzoek is, doch zeer dringend, om uw vragen op te sparen tot na de presentatie.
En voor een korte inleiding, ik had me al bijna psychisch voorbereid op mijnheer Sleeking weer, maar ik zie ineens dat mijnheer Burggraaf verlost is van Bestuur en Middelen. Dus ik ga ervan uit dat die een korte inleiding zal geven op het onderwerp. Gaat uw gang. De heer Burggraaf: Ja dank u wel voorzitter. We hebben inderdaad Bestuur en Middelen nu even geschorst, dus ik ben over 10 minuten wel weer terug naar Bestuur en Middelen. Maar het leek ons goed om even wat achtergrond te geven bij de brede beweging die hierachter zit. We hebben begin van deze periode is er 1,5 miljoen euro gereserveerd vanuit de raad, en datzelfde is gedaan door de provincie Zuid-Holland, om een betere benutting van bestaande, natte werklocaties mogelijk te maken. En tegelijkertijd een verbetering van de kwaliteit van oevers te realiseren. Nou, dat is in dit geval Dolderman die verplaatst van de locatie aan de Binnen Kalkhaven naar de 2e Merwedehaven. Waardoor ze op een plek komen te zitten waar ze veel beter hun bedrijf kunnen voeren, en ook een groeiruimte krijgen. En tegelijkertijd onder de afspraak dat dan de Binnen Kalkhaven de bedrijfsbestemming verliest, en daardoor op die plek woningbouw mogelijk wordt. Nou, die onrendabele top die daarop zit, die is ook extern natuurlijk getoetst, en die zit met name op de kadefaciliteiten die op de nieuwe locatie nog moesten worden aangelegd.
En is zodanig begrenst dat op de woningbouwontwikkeling die aan de andere kant zit, daar vervolgens ook in die berekening zeg maar rekening mee is gehouden. Dus dat daar niet vervolgens op die plek winst gemaakt wordt. Dus het is een netto som van de investering die dan nodig is. Nou, het doel is dus behoud van, en groei van banen. Beter benutting van nat bedrijventerrein. En op die 2e Merwedehaven kavel, ja dat is groter dan alleen
18
Dolderman. En is een, er blijft een restkavel over wat ja, niet heel makkelijk door andere bedrijven te gebruiken is. En daar is nu een goede toevoeging gevonden in Merwetank, en daar wordt nu zo meteen een presentatie over gegeven welke activiteiten zij daar gaan uitvoeren. En we hebben gelukkig daar wel een goede combinatie op kunnen vinden waar zowel Dolderman als Merwetank en het volledige kavel benut kan worden. En dan kan ik nu het woord volgens mij overgeven aan de heer Tankink, die ook nog een presentatie opstart denk ik. De heer Tankink: Ja, dank u wel. De presentatie wordt zo geïntroduceerd door Niek de Wit denk ik, of geïnstalleerd door Niek de Wit. Die ziet u hier. En Niek, misschien kun je naar het derde blad gaan, want de eerstvolgende sheets zijn al besproken. Het, ik zal even mezelf introduceren. Mijn naam is Paul Tankink. Ik ben als projectmanager verbonden aan de Regionale OntwikkelingsMaatschappij, De ROM-D. En actief in een aantal herontwikkelingsprojecten in de Drechtsteden. Een belangrijk project is de herontwikkeling van de 2e Merwedehaven. De voormalige pomplocatie. En in combinatie met de verplaatsingsoperatie van het scheepsvaart reparatiebedrijf Dolderman vanuit de Binnen Kalkhaven in Dordrecht. Wat u hier ziet is een luchtfoto van de betrokken locatie, nu nog volledig braakliggend.
En deze locatie die is in 2011 door Pon aangekocht, destijds ten behoeve van de realisatie van de Pon Power Campus. Alleen, ja, die is ook mede door de crisis in 2008 eigenlijk nooit van gekomen. En Pon is al die jaren terrein braakliggend laten liggen, in afwachting van betere tijden. Wij zijn als ROM-D in 2017 met Pon in gesprek geraakt. Ook met het oog op de verplaatsing mogelijk van Dolderman. En dat heeft uiteindelijk in 2019 ertoe geleid dat wij deze locatie verworven hebben. Deze locatie die is, we hebben een tweetal kleine uitbreidingen kunnen laten plaatsvinden. Enerzijds door het bedrijf Coolrec wat naast de plek ligt, moet u aan de rechter plek, aan de rechterzijde kijken waar de groene containers staan opgesteld. Die hebben een beperkte uitbreiding op het naastliggende kavel gekregen. En aan de noordzijde van de weg hebben wij bedrijven metaalbewerking Verhaar een stukje uitbreiding gegeven. Tevens benodigd om ontsluitingsweg die gemaakt worden voor een Merwetank en Dolderman, om die te realiseren. Dus de twee grote bedrijven die gevestigd worden, hier zijn, en Merwetank en Dolderman. Wat deze kavel uitermate interessant en geschikt maakt is de aanwezigheid van twee insteekhavens, waardoor de kavel erg interessant is voor vaarwater gebonden bedrijven, zoals Dolderman. Misschien kunt u even naar het volgende plaatje. In een nutshell even de businesscase.
Het terrein is dus verworven in juni 2019. Ongeveer 9 hectare groot. Grosso modo zou je kunnen zeggen, de helft is land, en de helft is water. De terreinen zijn, zoals net gezegd, vrijwel geheel braakliggend. Er is een sanering uitgevoerd. De terreinen zijn geschikt voor beoogd gebruik, industrieklasse grond. Wat er nu gaat gebeuren, wij leveren gronden ‘as is, where is’ naar de beide bedrijven. Die gronden worden bouwrijp gemaakt. En dan worden de maritieme investeringen met name in kadewanden, oeverbebouwing en dergelijke, gerealiseerd. En de steiger moet hersteld door Dolderman. En het gaat vanaf nu dus plaatsvinden. De voorzitter: Mijnheer Tankink, even tussendoor. U zei daarnet iets waarvan ik in ieder geval niet begreep wat dat was. De terreinen worden? Huppeldepup.
19
De heer Tankink: As is, where is: in huidige staat. Excuus. Jargon. De voorzitter: Oké, dank u. De heer Tankink: In huidige staat verkocht aan partijen. En er zijn dus twee afnemers, Dolderman en bedrijf Merwetank. Merwetank doet in opslag van plantaardige oliën en vetten. Zijn nu gevestigd in Gorinchem, en gaan een tweede vestiging openen in Dordrecht. En je zou kunnen stellen, door die verplaatsing van Dolderman naar de 2e Merwedehaven ontstaat er echt een inmiddels een driedubbelslag. Want enerzijds is het verplaatsing van een overlastgevend bedrijf uit de binnenstad. Dolderman is al jaren uit hun jasje gegroeid, en veroorzaakt veel overlast naar de omgeving. En door deze locatie dus te verplaatsen kunnen we dus een aantrekkelijke locatie van woningbouw vrijspelen. Daarnaast is de groei van Dolderman gezekerd naar de toekomst toe, en behoud van werkgelegenheid. En even voor uw beeld. Eindbeeld van Dolderman is 20 à 30 miljoen investeringen, en daarnaast behoud van 120 arbeidsplaatsen. En Merwetank wordt gevestigd, dus een opslagbedrijf wat met name in oliën en vetten in silo’s opslaat ten behoeve van de voedingsmiddelenindustrie. Eindbeeld is een kapitaalintensief bedrijf. Eindbeeld is 50 miljoen investeringen, en 40/50 arbeidsplaatsen. Hier ziet u de locatie aan de Binnen Kalkhaven. Dolderman is hier al ruim een halve eeuw gevestigd, sinds 1956, op deze locatie.
Je zou kunnen stellen dat het bedrijf min of meer organisch gegroeid is. Aanvankelijk gestart in een aantal historische panden, maar door de jaren heen steeds groter geworden. Hebben op een gegeven moment een bedrijfshal op die plek gerealiseerd. Het zal u allen bekend voorkomen, is dat grote witgele gebouw wat er staat. Ze hebben ongeveer 1400 vierkante meter in gebruik. En de kernactiviteit van Dolderman is scheepsmotoreninstallatie en reparatie, en het afbouwen van casco’s. Dolderman gaat deze locatie integraal verlaten, waardoor de plek dus vrijkomt voor woningbouw. En daarnaast huurt Dolderman van de gemeentewater ten behoeve van de aanleg van schepen, zowel aan de zijde van de Oude Maas als aan de zijde van de Binnen Kalkhaven. Dus deze plekken komen ook vrij doordat Dolderman de plek verlaat. Nog even ter aanvulling. Dolderman is gevestigd in Dordrecht en in Zwijndrecht. En in Zwijndrecht zit Dolpower. En beide onderdelen worden nu geïntegreerd, dus geconcentreerd op de nieuwe locatie aan de 2e Merwedehaven. Als ik nu eens naar de volgende slide kan. Hier ziet u de huidige situatie, de verkavelingsstructuur. Dolderman in donkerbruin neemt de kavel in erfpacht af van de gemeente. Dat betekent dat de ROM-D verkoopt aan gronden aan de gemeente die daarna in erfpacht uitgeeft aan Dolderman. Dolderman huurt zowel de grond, dus de kavel, als het water af.
En daar worden een tiental schepen neergelegd. Deze plek is met name eigenlijk uniek voor Dolderman omdat er een steiger in het midden ligt, waardoor ze de schepen uitermate goed kunnen bereiken. Merwetank ziet u in een lichtbruine kleur. Merwetank koopt de kavel van ROM-D. En daarnaast zal Merwetank zelf zorgdragen voor het realiseren van afmeervoorzieningen, dat ziet u aan de zuidkant, aan de zijde van de 2e Merwedehaven. Dit wordt in twee delen gerealiseerd. Eerst een uitkassing. Een uitkassing is de aanleg van een extra strook grond, dat is het gras, het profiel waar nu de pijl op zit. En daarnaast wordt een strook water gehuurd van de gemeente, dat is de donkerblauwe strook, dat is ten behoeve van het aanleggen van één schip. En door het, ja realiseren door Merwetank van die afmeervoorziening, wordt het eigenlijk een moeilijke kavel die
20
droog is zou je kunnen zeggen nat gemaakt. Dus dat maakt dat er eigenlijk een behoorlijke kwaliteitsslag plaatsvindt op deze locatie. Op de volgende slide ziet u van bovenaf de bebouwing van Merwetank. En om Merwetank te kunnen faciliteren, zoals de wethouder net ook zei, is een buitenplanse aanpassing van het huidige bestemmingsplan noodzakelijk, want er is een maximale hoogte voor silo’s op dit terrein van 15 meter. De bouwhoogte integraal is, dus ook voor gebouwen, is gesommeerd op dit terrein. Dus op de kop van de insteekhavens is hij 25 meter. En aan de andere zijde van de insteekhavens, dus richting Coolrec is hij 18 meter. En zoals gezegd, bouwhoogte voor Merwetank moet omhoog naar 25 meter om hen te kunnen faciliteren. Voorwaarde die wij gemeenten gesteld hebben aan Merwetank om deze bouwhoogte mogelijk te maken, is dat men in voorziet in een groenplan dat de silo’s zoveel mogelijk aan het zicht onttrekt. Hier ziet u aan beiden zijden rijen bomen gerealiseerd. En op de kop van het gebouw een bomengroep rond de rotonde, dat is een keerlus voor vrachtwagens. En aanvankelijk was de bedoeling dat wij de groenvoorziening helemaal zouden doortrekken naar dit punt van de kavel.
Alleen na overleg met Rijkswaterstaat bleek dat niet mogelijk omdat vanwege de vaarveiligheid en de zichtbaarheid van schepen die in en uit de 2e Merwedehaven varen de, daar geen bomen mogen worden neergezet. De grosso modo is dat die gele stippellijn dus vrij moet blijven, die u ziet. En dus op deze wijze is er een voorzien in een groenplan. Het gebouw wordt min of meer ingepakt en de silo’s worden ook ingepakt. Dit is nog beter zichtbaar op de volgende slides. Die eigenlijk een beetje een doorsnede van het gebied geven. Wat u hier ziet is het terrein in doorsnede even. Links de silo’s op de kavel zelf, en rechts het bedrijfsgebouw. En natuurlijk heel dominant de hoogspanningsmasten van TenneT die je ziet. En voor uw beeld, en ter oriëntatie, links is de 2e Merwedehaven, en rechts is de Beneden Merwede. De volgende slide biedt het zicht vanaf de Papendrechtse brug. Is natuurlijk een belangrijke aanzicht route zou je kunnen stellen. Hier ziet u dat er sprake is van een, ja een flink verdicht groenplan om de silo’s zoveel mogelijk aan het oog onttrekken. En we hebben dit, deze, dit groenplan verankerd in zowel het bestemmingsplan, alsook in de gronduitgifte overeenkomst met Merwetank. Daar is vastgelegd dat dit moet worden gerealiseerd, en ook in stand moet worden gehouden door de jaren heen. Dan ga ik naar de laatste slide, wat mij betreft. Samenvattend.