2.6 2026.09.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Dat vind ik even lastig. Wat je wel ziet is dat je daardoor dan langer aan het puzzelen bent op een haalbare businesscase en dat er zoiets als in Oekraïne gebeurt. Die bouwprijzen stijgen. Als dan de opbrengstenkant wat minder snel stijgt dan die indexatie, dan duurt zoiets langer. Uiteindelijk komt het altijd wel een keer tot ontwikkeling, maar het kan wel heel lang duren daardoor. De voorzitter: Dank u wel. Geen vragen meer? Toch nog, mijnheer Tutupoly? De heer Tutupoly: We hadden het even over het proces van de raad, om dat te versnellen. In hoeverre wordt er nu anders met bouwprojecten omgegaan omdat er lering getrokken wordt uit eisen die de raad steeds opnieuw blijft stellen? Ik noem maar wat, bijvoorbeeld hittestress, groenvoorzieningen. In hoeverre wordt dat nu meegenomen, zodat ook aan de kant van de ontwikkeling zelf al een voorschot genomen wordt op alle eisen die de raad anders zou gaan stellen? De heer Koppelaar: U noemt een paar voorbeelden en ik noemde in mijn inleiding ook klimaatadaptief bouwen, natuurinclusiviteit. Vanaf het begin af aan, op het moment dat ik met partijen om tafel zit, zeg ik: dat zijn elementen die u mee moet nemen tijdens de planontwikkeling, want die komen in het vervolgproces ook terug. Daar wordt gewoon rekening mee gehouden bij iedere planontwikkeling. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hoogduijn. De heer Hoogduijn: Dank u wel.
Ik zag participatie als een van de componenten die het proces zouden kunnen vertragen. Ik ben benieuwd, er zijn heel veel vormen van 20 participatie als het gaat om woningbouw, zijn er misschien ook participatieprocessen die juist woningbouw zouden kunnen versnellen? Is de gemeente daar bekend mee? Er zijn voorbeelden uit Rotterdam, bijvoorbeeld. De voorzitter: Mijnheer van Oosterhout? Mijnheer Koppelaar. De heer Koppelaar: Ik moet u zeggen dat ik eigenlijk niet een standaard vorm van participatie hanteer. Het is eigenlijk afhankelijk van de locatie, van de planontwikkeling, van de omvang, van het proces. Je zoekt telkens naar een zorgvuldige manier om bewoners op een juist moment en op een zorgvuldige manier te informeren over datgene wat aan de orde is, zodat je ook nog de gelegenheid hebt om in het planproces rekening te houden met wat mensen vinden die er direct bij wonen of die er zicht op hebben. Het is vaak heel goed om dat in een pril stadium te doen. Over het algemeen doe ik dat vlak voorafgaand aan een eerste behandeling in de welstandscommissie. Om ervoor te zorgen dat ook niet op het moment dat het in de openbare vergadering van de welstandscommissie aan de orde is, het de dag erna in de krant staat en mensen het dan uit de krant moeten lezen.
Er moet een aantal weken of maanden van tevoren al communicatie over hebben plaatsgevonden, ofwel via een brief, ofwel via een inloopbijeenkomst of wat voor manier dan ook, zodat bewoners de gelegenheid hebben om ernaar te kijken en hun reactie te geven. Dat betekent dan in de praktijk dat ik ernaar zoek om te zeggen: wat is de inhoud van de participatie? Wat zijn de reacties die mensen gegeven hebben? Wat is de reactie van ambtelijke disciplines? Wat is de reactie van de welstandscommissie? Die drie voeg ik dan weer bij elkaar en dan gaat de ontwikkelaar daarmee aan de slag, samen met zijn architect. En dan kom je met een nieuwe planversie. Op die manier probeer je het proces zodanig te stroomlijnen dat er goed rekening mee wordt gehouden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Oosterhout: Voorzitter, mag ik nog een klein voorbeeld toevoegen? De voorzitter: Natuurlijk, graag. De heer Van Oosterhout: Wat ik namelijk een heel mooi Dordts voorbeeld vind. Vlak voordat ik hier kwam werken, dat is 2017, 2018 geweest, zijn de Spuisafari’s geweest. Dat is toen met name op het initiatief van Stichting DE STAD gedaan. Op basis daarvan is de visie voor de Spuiboulevard ontstaan die we nu aan het uitvoeren zijn. Op de informatieavonden en de gesprekken met bewoners die we op dit moment nog steeds hebben, wordt daar nog steeds aan gerefereerd.
Dat is denk ik een heel goed voorbeeld hoe dat destijds is gegaan. Je merkt het ook wel aan bezwaren. Wat ik zelf een heel mooi voorbeeld vind, is de verkeersknip die we hier op de Spuiboulevard moeten gaan maken. Dat verkeersbesluit dat is onherroepelijk geworden zonder bezwaar. Dat had ik niet echt verwacht een paar jaar geleden, moet ik zeggen. Dan zien mensen hoe mooi het wordt. 21 De voorzitter: Mijnheer Hoogduijn zou zeggen: het kan wel. Beste mensen, kan ik concluderen dat u voldoende geïnformeerd bent over dit onderwerp? Ik zie niemand schudden met zijn hoofd. Dan is de volgende vraag: heeft de commissie misschien behoefte aan een oordeelsvormende commissievergadering hierover? Ik denk van niet. Als u dat niet wilt en dat zie ik en concludeer ik, is het dan goed dat dit stuk ter kennisgeving naar de raad kan? Geweldig, dan zijn we er helemaal mee klaar. Dan wil ik de heren Koppelaar, Schneider en Van Oosterhout hartelijk danken voor hun presentaties en de beantwoording van de vragen. Uit mijn hoofd, er komen nog twee antwoorden op schriftelijke vragen terug, te zijner tijd. Ik dank de raads- en commissieleden hartelijk voor hun inbreng. Ik wens u verder een genoeglijke avond en een vriendelijk verzoek, als u deze zaal verlaat, of u mee wilt nemen wat u hierheen meegenomen hebt. Hartelijk dank. Ik sluit de vergadering. 4.
Netcongestie: stand van zaken en proces aanvraag transportcapaciteit toekomstige projecten i.c.m. RIB Beleidsregels prioritering woningbouwprojecten i.v.m. netcongestie (technische sessie) Voorzitter: de heer Struijk Raadsgriffier: de heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Aarle (CDA) Dhr. Van der Bijl (Beter voor Dordt) Mevr. Van Dorresteijn (PRO Dordrecht) Dhr. Van der Graaf (PVV) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Hoogduijn (D66) Dhr. Kolkoliç (DENK) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Noordam (Dordtse VVD) Dhr. Pauwels (PRO Dordrecht) Dhr. Peters (VSP Dordrecht) Dhr. Stolk (VSP Dordrecht) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Verdoorn (Forum voor Democratie) Portefeuillehouder: - Ambtelijke ondersteuning: dhr. Langenberg, mevr. Reichardt De voorzitter: Mijnheer Stolk zegt nog even gedag. Dan gaan wij beginnen. Mooi, dat was het signaal dat wij weer serieus aan het werk gaan. Wij gaan het vanavond hebben over de raadsinformatiebrief over beleidsregels prioritering woningbouwprojecten in verband met netcongestie. Laat dat gelijk een aanleiding zijn om te zeggen dat we het vanavond dus niet gaan hebben over netcongestie, maar meer over dat andere. Dit is een beeldvormende, technische sessie, dus we gaan ook niet politiek worden. Bij dezen open 22 ik de vergadering. Ik heet hartelijk welkom alle raads- en commissieleden.
Ook deze keer niet de vertegenwoordiger van het college, want die zal vast en zeker ergens anders zitten. Dat geeft niet, want het is technisch, dus hij mag toch zijn mond niet opendoen. Ik heet hartelijk welkom Donne Reichardt die de presentatie zo meteen gaat doen. We zien ernaar uit. Ik heet ook welkom, in verband met de presentatie, de vele kijkers en luisteraars mogelijk die er zijn op de tribune of achter de buis. Dat kan natuurlijk ook. We gaan ons voorstellen, want dat moet namelijk in verband met de presentielijst. Mijnheer Stolk is net begonnen, dan mag hij nu als laatste, als een-na-laatste. Dan ga ik nu beginnen met mijn linkerbuurman. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. Mevrouw Reichardt: Donne Reichardt, beleidsadviseur netcongestie. De heer Langenberg: Sven Langenberg, ambtelijke ondersteuning. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PRO Dordrecht. De heer Van Aarle: Sander van Aarle, CDA. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, Socialistische Partij. De heer Van der Graaf: Brian van der Graaf, PVV. De heer Noordam: Joost Noordam, Dordtse VVD. De heer Verdoorn: Dirk Verdoorn, Forum voor Democratie. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer Kolkoliç: Masum Kolkoliç, DENK. De heer Hoogduijn: Emre Hoogduijn, Democraten ’66.
De heer Van der Bijl: Richard van der Bijl, Beter voor Dordt. De heer Peters: Goof Peters, VSP Dordrecht. De heer Stolk: En Leo Stolk, VSP Dordrecht. Mevrouw Van Dorresteijn: Floor van Dorresteijn, PRO Dordt. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren nog altijd. De voorzitter: Mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter. In de beantwoording van de artikel 40-vragen over netcongestie en woningbouw deed het college afgelopen voorjaar het aanbod de raad een keer te informeren over het proces 23 en de stand van zaken wat betreft de aanvraag van transportcapaciteit voor nieuwe projecten. De agendacommissie besloot hier gebruik van te maken. Recent stuurde het college ook nog een raadsinformatiebrief over dit thema. Deze is ook aan de stukken van vanavond toegevoegd. Misschien is het goed om vooraf aan te geven, ik heb het al een heel klein beetje gedaan, dat netcongestie een breed en groot onderwerp is waarbij iedereen allerlei ideeën heeft, maar vanavond beperken we ons dus tot de aanvraag van transportcapaciteit voor nieuwe projecten. Andere vraagstukken rond netcongestie komen vast en zeker de komende periode nog voorbij. En ik vrees heel vaak. Ik ga het woord geven aan Donne Reichardt, die zich net ook al heeft voorgesteld als beleidsadviseur netcongestie.
Zij gaat een presentatie houden en u krijgt uiteraard ruimschoots de gelegenheid om daar vragen bij te stellen, mits ze technisch zijn. Mevrouw Reichardt, aan u het woord. Mevrouw Reichardt: Dank u wel. Bedankt voor die introductie, dat scheelt mij ook weer. Ik ga jullie meer vertellen over het proces Eerder aanvragen. Dat is een landelijk proces dat mogelijk is gemaakt door de ACM. Zo is dat in hun maatschappelijk prioriteringskader opgeschreven. Dat is sinds 31 december vorig jaar van kracht. De grootste gevolgen van dat nieuwe kader zijn dat waar netcongestie hiervoor alleen voor grootverbruikers gold, dat nu ook het geval is voor kleinverbruikers. Dat is sinds 1 juli dit jaar het geval. Tot die tijd konden kleinverbruikers nog capaciteit aanvragen bij de netbeheerders en kregen zij die capaciteit nog toegewezen, maar sinds 1 juli komen alle aanvragen op de wachtlijst, ongeacht de functie of de grootte. Binnen die wachtlijst geldt wel een maatschappelijk prioriteringskader van drie categorieën. De eerste categorie is congestieverzachtend. Dat zijn projecten die meer ruimte creëren op het net. De tweede categorie is veiligheid, bijvoorbeeld brandweer, politie, ziekenhuizen, et cetera. En de derde categorie zijn basisbehoeften. Woningbouw en scholen vallen binnen die categorie.
De ACM heeft aangegeven dat woningbouwprojecten en schoolprojecten zo'n lange doorlooptijd hebben, dat wanneer die zover zijn dat de aansluitingen worden aangevraagd, het project al in zo'n ver stadium is dat er heel laat pas zekerheid komt over de aansluitingen. Voor die twee functies is het proces Eerder aanvragen mogelijk gemaakt. Om dit in goede banen te leiden, zijn daar beleidsregels voor opgesteld. Daar zal ik zo opkomen. Dit proces zal per 1 oktober starten. In de tussentijd is er ook nog door de netbeheerders een ander proces opgesteld. Daar is best wel wat verwarring ook door ontstaan. Dat is het proces Onder handen werk. Dat is echt door de netbeheerders zelf opgesteld en dat was een proces wat toegankelijk was voor de projectontwikkelaars. Gemeenten hadden daar geen invloed op. Ik heb hier even het verschil tussen die twee projecten geprobeerd duidelijk te maken. Het Onder handen werk was echt alleen toegankelijk voor projectontwikkelaars. De gemeente kon ook echt geen projecten aanmelden daarvoor. Eerder aanvragen is juist voor gemeenten beschikbaar en die rol ligt ook echt bij de gemeente. Het doel van het Onder handen werk-proces, de reden dat dat is ontstaan is omdat er verschil zat in hoe de regionale netbeheerders omgingen met de aanvragen tot 1 juli.
In Stedin- en Enexisgebied waren die vereisten best wel streng, want er moest een definitief huisnummerbesluit zijn. En in Liandergebied was dat niet het geval. Vanwege deze oneerlijkheid heeft de ACM besloten dat de netbeheerders dit proces moesten 24 harmoniseren. Stedin en Enexis zijn daarom met het proces Onder handen werk gekomen. Hierin kregen ontwikkelaars tot 30 juni de tijd om projecten aan te melden hiervoor. De projecten die voldeden aan de criteria die werden gesteld door de netbeheerder zouden op de lijst komen te staan en alsnog transportcapaciteit krijgen. Eerder aanvragen is een proces dat in het kader van de ACM is opgesteld, wat voor gemeenten geldt. Het doel daarvan is om projecten al eerder in beeld te krijgen bij de netbeheerders, zodat projectontwikkelaars en gemeenten eerder duidelijkheid krijgen over wanneer de aansluitingen gereed kunnen zijn. Dit proces start landelijk vanaf 1 oktober, maar wij zijn al maanden bezig met voorbereidingen hiervoor. De huidige stand van zaken. Op 9 juni is er een conceptlijst gepubliceerd door Stedin van het Onder handen werk. Toen konden projectontwikkelaars tot 30 juni projecten daarvoor aanmelden. Op de conceptlijst stonden 30 projecten vermeld. Zover wij weten zijn er nog 14 aangemeld, maar we gaan ervan uit dat het er een stuk meer zijn, want heel veel ontwikkelaars zijn door de projectleiders intern geïnformeerd.
De voorzitter: Ik ga u even onderbreken, als u het niet erg vindt. Mevrouw Reichardt: Sorry. De voorzitter: Geeft helemaal niks. Mijnheer Van Aarle heeft een vraag voor u. De heer Van Aarle: We hebben volgens mij van tevoren niet helemaal het proces goed afgesproken. Of we zullen interrumperen en vragen stellen, dat weet ik niet. De voorzitter: Ik heb het wel afgesproken met haar. We hebben het overgelaten aan wat jullie doen en jij kwam, dus het mag. De heer Van Aarle: Dan ga ik toch een vraag stellen. U noemt die prioritering, die drie op zich begrijpelijke treden van noodzakelijkheid, maar in hoeverre hebben wij als gemeente invloed alsnog invloed op de voorrang die voor ons urgent is in het toekennen van de aansluitingen? De voorzitter: Er komt een antwoord. Mevrouw Reichardt: Binnen dat kader heeft de gemeente geen invloed. Ook de netbeheerder moet verplicht het kader van de ACM aanhouden, die volgorde. Als de gemeente heel veel belang heeft bij bijvoorbeeld een economische ontwikkeling die buiten die drie categorieën valt, dan kan de gemeente niet een project aanwijzen met dusdanig belang dat die voorrang krijgt. Daarin is Stedin echt beperkt tot het beleid van de ACM. De heer Van Aarle: Als ik het goed begrijp, besluit de ACM uiteindelijk welke partij als eerste aangesloten wordt en wat de volgorde daarin is? De voorzitter: Goede ‘...’(01:18:43).
25 De heer Van Aarle: Zowel de vraag … We hebben hier iets over een nieuw ziekenhuis besproken een aantal weken geleden en er is een vraag van middelbare scholen. De prioritering daarvan ligt bij ACM? Mevrouw Reichardt: Binnen die categorieën hanteert de netbeheerder first come, first serve. Dat gaat gewoon op volgorde van de aanvragen. Als het ene ziekenhuis, stel dat het er twee zouden zijn, eerder is dan het andere ziekenhuis, dan krijgt die eerder stroom. Een ziekenhuis zit in categorie twee en een school in categorie drie, dus het ziekenhuis krijgt altijd voorrang op de school. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: We hadden het over die prioritering op basis van binnenkomst. Wat als een project bijvoorbeeld uitglijdt in tijd? Hoe wordt er dan geschoven tussen die lijst? Mevrouw Reichardt: Dat is iets wat nog onbekend is. Dat is ook wat dit proces best wel ingewikkeld maakt: er is nog heel veel onbekend. Dit proces is in december vorig jaar geïntroduceerd. De afgelopen maanden zijn de VNG, IPO, BZK, ACM en netbeheerders met elkaar in gesprek gegaan om dit proces uit te werken, maar er zijn nog steeds heel factoren onbekend. Ook die vraag die u nu stelt, speelt ook nog steeds bij ons. Daar hebben wij nog geen antwoord op helaas. De voorzitter: Mijnheer Noordam. De heer Noordam: Een vraag.
Ik begrijp dat dat de prioriteitsstelling is en dat die er gaat komen. Ik snap ook dat er een bepaalde capaciteit is op dat gehele net. Er kan wel een prioriteitsstelling komen, maar op het moment dat het net vol is, is het gewoon vol. Kun je misschien iets meer vertellen wat je daarvan weet? Mevrouw Reichardt: Het klopt wat u zegt. Er is een beperkte hoeveelheid capaciteit op het net. Helaas wil Stedin ons dat inzicht niet geven of kunnen zij dat nog niet geven. Op een gegeven moment gaan ze dat wel doen, maar daar zijn we helaas nog niet. Wat het is met die prioritering, er is al een wachtlijst. Aanvragen zijn al on hold gezet. Alles wat aangevraagd wordt, komt op een wachtlijst en die wachtlijst wordt afgewerkt. Elk moment dat er weer een beetje capaciteit vrijkomt, krijgt de eerstvolgende van de wachtlijst capaciteit toegewezen. De voorzitter: Mijnheer Van Aarle. En dan stel ik voor dat we verder gaan. De heer Van Aarle: Korte, technische vraag. U noemde in het vorige antwoord een hele rits aan afkortingen. Inmiddels heb ik een beetje door wat ACM dan zal zijn, maar daarna kwamen er heel veel drieletterafkortingen over tafel. Misschien iets meer uitleg bij de volgende antwoorden, alstublieft. Mevrouw Reichardt: Sorry, goed dat u het zegt. De voorzitter: Dat is een onderwijsman, dat hoorde u al. De heer Van Aarle: Dank.
26 De heer Langenberg: Misschien een klein stukje aanvulling. Donne zegt dat voor ons heel veel onbekend is rondom de capaciteit die überhaupt beschikbaar is, in welke volgordelijkheid of welke beleidsregels. Het is niet dat we daarop stilzitten. Zowel de wethouder, als ambtelijk, als BZK en VNG, zij zitten eigenlijk allemaal te duwen op: kom nou, wees transparant. Laat zien wat er over is. Dan weten we tenminste wat we aan het doen zijn. Misschien zijn wij nu met alle regiogemeenten keihard aan het werken om te zorgen dat alle projecten erop staan en dan zeggen ze: er was één megawatt over. Dan heb je alles voor niks gedaan. Die transparantie is er nog niet of ze kunnen het niet geven. Dat is nog een beetje een wazig beeld, helaas. We doen ons best. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Reichardt, gaat u verder. Mevrouw Reichardt: Dank u wel. Ik moet even kijken waar ik ongeveer was gebleven. Dat Onder handen werk, daar zijn projecten voor aangemeld. Dat inzicht hebben wij niet scherp, omdat dit echt een proces was dat alleen toegankelijk was voor ontwikkelaars. Het is moeilijk om daar echt een compleet beeld van te krijgen. Halverwege juli zou Stedin met een definitieve lijst komen. Dan zouden we weten welke projecten allemaal op die lijst staan en die projecten zouden allemaal stroom toegewezen krijgen.
Nu is het zo dat Stedin zoveel projecten aangemeld heeft gekregen dat ze eigenlijk een beetje met de handen in het haar zitten, omdat daar hoogstwaarschijnlijk al geen ruimte voor is. Ook is het zo dat er zoveel projecten zijn aangemeld dat als al die projecten door zouden gaan, de hele woningnood van Nederland opgelost zou zijn. Ik snap ook wel dat Stedin daar een beetje sceptisch in is, in hoeverre die projecten ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden in zo'n korte termijn. Stedin heeft aangegeven dat ze meer tijd nodig hebben om dit allemaal te berekenen en om na te gaan in hoeverre dit reëel is. Ze hebben zes weken uitstel aangegeven. Vorige week is er een update geweest dat ze nog meer tijd nodig hebben, dus we hebben nog geen definitieve lijst. De voorzitter: Dank. Ik onthoud het woord update, daar moet u zo verder gaan. Mijnheer Hoogduijn. De heer Hoogduijn: Ik kan me voorstellen dat dit jullie werk enorm lastig gemaakt, omdat er op een gegeven moment dan overlap gaat ontstaan tussen de projecten die al eerder aangevraagd zijn bij Stedin en die nu bij Eerder aanvragen voor jullie natuurlijk ook binnenkomen. Jullie hebben een aantal, 30 plus die 14 tot nu toe. 1 september was de deadline. Is er bij jullie al iets van een inschatting of een totaal aantal bekend? De voorzitter: Mevrouw Reichardt. Mevrouw Reichardt: Klopt, dat maakt het inderdaad heel ingewikkeld.
Voor alle gemeenten is dat het geval. Stedin heeft aangegeven dat zij ook begrijpen dat dat het heel ingewikkeld maakt. Op een gegeven moment is het de bedoeling dat er twee lijsten komen en een project maar op één van de twee lijsten staat. Bij de aanmelding van het proces Eerder aanvragen kunnen wij aangeven dat een project al op de conceptversie van de Onder handen werklijst stond. 27 En als Stedin later bij de definitieve lijst ziet dat dat project ook op de Onder handen werk-lijst staat, dan gaat Stedin met ofwel de ontwikkelaar of de gemeente of allebei in gesprek om te vragen op welke lijst het project zou moeten staan. Daar zit nog een belangrijke factor in: het project moet voor 1 april 2029 starten, de start bouw. Als een project dat niet haalt en het project staat op de Onder handen werklijst, dan vervalt de reservering voor dat project. Dan sta je ook niet op de Eerder aanvragen-lijst, dus dan kom je helemaal onderaan. Dat is ook nog best wel een gok. De voorzitter: Dank voor deze toelichting. Een beetje een schok voor sommigen misschien, dat laatste. Je komt in de hoek. U was bij de update. Mevrouw Reichardt: Dank u wel. We weten nog niet hoeveel projecten er daadwerkelijk op de Onder handen werk-lijst staan. Dat zal ook voor 1 oktober niet inzichtelijk zijn, want de nieuwe update volgt pas in oktober.
Dan de huidige stand van zaken van het proces Eerder aanvragen. Begin dit jaar zijn wij een werkgroep opgestart om alle voorbereidingen te treffen voor dit proces. Heel veel was onbekend, maar alles wat we konden doen hebben we gedaan. Er is ook heel veel afstemming geweest met Stedin en de VNG over het proces. Daarin heeft VNG heel veel bijeenkomsten georganiseerd om gemeenten up-to-date houden. Alles wat op dat moment bekend was, daar konden we mee verder. Nu is het wel zo dat die gegevens ook continu weer zijn gewijzigd. Elke keer moest het plan weer daarop aangepast worden. We zijn bezig geweest met de kaders rondom het proces en het efficiënt gebruiken van het net. Wij hebben ook een onderzoek laten uitvoeren: als de woningbouwprojecten netbewust gebouwd zouden worden, dan zouden er meer woningen gebouwd kunnen worden voor dezelfde capaciteit. Uit dat rapport is ook gebleken, afhankelijk van hoogbouw of laagbouw, dat er tussen de 20 en 30 procent meer woningen gerealiseerd kunnen worden als er netbewust wordt gebouwd. Er is heel veel communicatie geweest met de projectleiders. Zij hebben ook een flinke taak gehad om alle projectontwikkelaars continu te informeren en aan te sporen om de juiste acties te ondernemen.
We hebben ook regionale afstemming had, omdat we ons voedingsgebied in het noorden van de stad delen met de regiogemeenten en in het zuiden van de stad samen met de Hoeksche Waard. Daar moeten ook afspraken over worden gemaakt. Wij hebben op 31 juli de beleidsregels vastgesteld, omdat we privaatrechtelijk verplicht waren om dat op te stellen. Wat ik nu ga toelichten, kan misschien een beetje verwarrend zijn. Stedin heeft aangegeven dat wij niet een volledige lijst met projecten kunnen aanleveren. Wij moeten een voor een handmatig elk project indienen via mijnaansluiting.nl. Dat is het platform waar je dat normaliter doet. En omdat wij als gemeente een voor een die projecten gaan indienen, zorgen wij ervoor dat we indirect een bepaalde volgorde creëren. Degene die als eerste wordt ingediend, heeft de meeste kans. Om ervoor te zorgen dat dat eerlijk en transparant geregeld is, hebben we beleidsregels opgesteld met beoordelingscriteria om te bepalen in welke volgorde we die projecten indienen. De voorzitter: Ik weet niet wie er … Dames gaan voor deze keer, mevrouw Van Dorresteijn. Dat vindt mijnheer Van der Bijl vast wel goed. Dan komt u daarna. Mevrouw Van Dorresteijn: Sorry, ik zie dat ik voordring. Dank u wel, voorzitter. Ik had even een vraag. U geeft net aan dat de beleidsregels zijn vastgesteld.
Ik zag in de stukken ook de vragen van Beter voor Dordt waarin wordt gevraagd: hoe wordt de 28 gemeenteraad betrokken bij mogelijke keuzes of prioritering? Daar werd gezegd dat wij als raad de beleidsregel vaststellen. Gaat het dan over andere beleidsregel? Hoe zit dat? De voorzitter: Mevrouw Reichardt. Mevrouw Reichardt: Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet helemaal scherp heb wat je bedoelt. Heb jij een … Mevrouw Van Dorresteijn: Zeker. Het is vraag 6 en het antwoord daar natuurlijk op. Mevrouw Reichardt: Ik heb de vraag gelezen, maar deze vraag heeft niet direct betrekking op de beleidsregels voor het proces Eerder aanvragen. De voorzitter: Dat lijkt mij ook wijs. Dat is beter dan een antwoord dat misschien achteraf niet blijkt te kloppen. Hij wordt genoteerd door mijn buurman. En mevrouw Van Dorresteijn, u krijgt, en wij allemaal, schriftelijk antwoord. Mijnheer Van der Bijl, u had ook een vraag. De heer Van der Bijl: Voorzitter, dank u wel. Ik zag in de stukken ook een brief vanuit de VNG waarin zij echt stellen dat het voor gemeenten onmogelijk is om voor 1 oktober goede regionale afstemming te bereiken. Ik hoor u net zeggen: wij zijn daarmee bezig geweest. Mag ik daaruit concluderen dat het in Dordrecht wel gelukt is? De voorzitter: Dat is ook een makkelijke vraag: ja of nee? Mevrouw Reichardt: Het is een makkelijke vraag, maar het antwoord is niet ja of nee.
Het is wel een goede vraag. De reden waarom er nog zo veel onduidelijk is, is omdat het de VNG en de netbeheerders heel lang niet is gelukt om duidelijke afspraken te maken over dit proces. Daarom heeft de VNG ook die brief gestuurd, omdat ze heel erg zich zorgen maakten over de zorgvuldigheid van dit proces. Ook omdat wij pas heel laat de concrete informatie hebben gekregen, hebben heel veel gemeenten ook heel laat pas de beleidsregels kunnen opstellen. Wij waren daar gelukkig wat eerder bij, maar er zijn gemeenten die dat nu nog niet eens hebben vastgesteld. Vandaar dat dit proces de VNG heel veel zorgen baarde. Wel is het zo dat het niet door laten gaan van het proces ook geen oplossing zou zijn, omdat de woningbouwprojecten dan niet meer de kans zouden krijgen om eerder aan te vragen en dus hoger op de wachtlijst te komen. Vanaf 1 januari volgend jaar zouden de netbeheerders alle gereserveerde capaciteit voor woningbouw vrij moeten geven. Als je daar geen aanspraak op doet, dan zou dat gaan naar commerciële functies. En maatschappelijk gezien, vanuit het prioriteringskader, zou dat niet wenselijk zijn. Nu is het zo dat de VNG samen met de netbeheerders wel een soort procedure hebben opgericht om in tijdsblokken de aanmeldingen in te dienen. Daar kom ik straks ook nog op. Daardoor worden de projecten tussen de gemeenten automatisch ook geritseld.
Wij hebben zelf ook afstemmingen gehad met de regiogemeenten en de Hoeksche Waard, daar zitten we nog middenin, om te kijken of wij het onderling nog specifieker willen afstemmen met elkaar. Daar is het ei nog niet overgelegd. 29 De voorzitter: Mijnheer Tutupoly, dan mijnheer Van Aarle en dan gaan we weer verder. De heer Tutupoly: U gaf aan dat er nog niet bekend is welke projecten precies zijn aangemeld. Is er wel bekend welke woningbouwprojecten misschien de boot gemist hebben, omdat ze niet aan bepaalde criteria voldoen en daardoor vertraging oplopen? Zo ja, kunt u daar wat over vertellen? Mevrouw Reichardt: De projecten voor de Onder handen werk-lijst zijn niet in beeld, maar de projecten voor het Eerder aanvragenproces zijn inmiddels allemaal bij ons in beeld. Ontwikkelaars hadden tot 1 september de tijd om die aan te melden. Die zijn allemaal bij ons in beeld. Wij zijn nu druk bezig met het beoordelen van de stukken op volledigheid. Als er informatie mist, kan dat nog worden aangeleverd tot 15 september. Er zijn straks twee aanvragen die gedaan moeten worden. Een transportverzoek waarmee je op de wachtlijst komt, op een plekje helemaal onderaan en een prio-verzoek, daarmee zorg je ervoor dat je woningbouwproject hoger op de wachtlijst komt omdat woningbouwprojecten prioriteit krijgen vanuit het ACM-kader.
Er zijn projecten die wel alle informatie hebben om dat transportverzoek te doen, maar nog niet alle informatie hebben voor de prioriteringsverzoek. In principe is dat op dit moment nog niet zo’n probleem. Ze blijven dan wel onderaan hangen, totdat dat prio-verzoek wordt gedaan. Zodra dat prio-verzoek wordt gedaan, komen ze weer omhoog op de wachtlijst. De datum van het indienen van het transportverzoek is leidend. Het is wel: hoe sneller, hoe beter, maar het is niet erg dat dat nu nog niet zo is. De heer Tutupoly: Even een aanvullende vraag daarop. Dat houdt in dat op het moment dat er nog informatie ontbreekt waardoor ze niet aan de criteria voldoen, dan hebben ze nog de tijd tot 15 september. Als ze daar alsnog aan voldoen, dan kunnen ze op die lijst gezet worden. Zo niet, dan missen ze de boot. En dan kan er gekeken worden over welke grote projecten we het dan hebben. De voorzitter: Zo te zien is uw conclusie juist. Dan gaan we naar mijnheer Van Aarle. Die is al vervallen, mooi. Dan zou ik zeggen gaat u verder. U was bij aanmelding projecten bezig. Mevrouw Reichardt: Dank u wel. Alle projecten zijn in beeld. Wat ik net al heb gezegd: de aanvullingen kunnen worden gedaan. Alles wordt nu getoetst op volledigheid. Dan, in het vervolg zullen wij alle projecten toetsen aan de criteria die wij hebben opgesteld. Daaruit volgt een volgorde.
Die lijst zullen we eind september publiceren en daar kan ook nog bezwaar op gemaakt worden. Indien dat het geval is, zullen wij bij de netbeheerder aangeven … Indien uit bezwaar blijkt dat dat dat een project op een andere plek zou moeten staan in de lijst, dan geven wij dat aan bij de netbeheerder met een verzoek om dat te wijzigen. De voorzitter: Daar zie ik alweer een vraag. Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. Het is best wel een complex probleem, netcongestie. Misschien kan ik het voor mezelf en voor mijn collega's simpeler maken en kunt u bevestigen of ik het goed begrepen heb. Vanwege netcongestie kan de gemeente aangeven welke woningbouwprojecten op de wachtlijst komen. Projecten die hoger op de wachtlijst komen, hebben een grotere kans om gerealiseerd te worden. Welke 30 projecten hoger op de wachtlijst komen, wordt bepaald op basis van de criteria die u heeft vastgesteld. De voorzitter: Mevrouw Reichardt. Mevrouw Reichardt: Klopt voor een deel. Het maatschappelijk prioriteringskader bepaalt in welke volgorde projecten op de wachtlijst komen, of ze hoger komen of lager, maar de volgorde waarin wij de projecten de woningbouwprojecten gaan indienen bij de netbeheerder wordt bepaald door de vastgestelde criteria. Dat heeft indirect ook gevolgen voor de positie op de wachtlijst. De voorzitter: De heer Pauwels.
De heer Pauwels: Klopt het dan ook dat de gemeenteraad in feite geen politieke zeggenschap heeft over de prioritering van de woningbouwprojecten? De voorzitter: Technisch-politieke vraag, zullen we maar zeggen. Of wij geen invloed hebben als gemeenteraad op de prioritering. De heer Langenberg: Die beleidsregels hebben wij door het college laten vaststellen. Wat volgens mij ook al een beetje overkomt vanuit ons: wij moeten continu anticiperen op elke keer weer de wijzigingen vanuit in dit geval Stedin die de kaders anders aangeeft of de informatievraag die daarachter zit aanpast. Dit is anticiperen op. Wij hebben de beleidsregels uiteindelijk bij het college laten vaststellen om de volgorde op te geven, dat klopt. De voorzitter: Voordat u wat zegt, mijnheer Hartmeijer. Wat u daarvan vindt, mag u een andere keer vertellen. De heer Hartmeijer: Ik ga niet zeggen wat ik ervan vind. Ik sluit mooi aan op een mijnheer Pauwels, want een van de criteria die ik zie in de RIB. Even kijken hoor. Maatschappelijk belang van het project.
Kan ik me dan ook voorstellen dat als er bijvoorbeeld gebouwd wordt voor een bepaalde doelgroep die hard om woningen schreeuwt dat zo’n criterium dan kan zorgen dat het project iets hoger op de prioriteitenlijst komt bijvoorbeeld? Is dat een voorbeeld daarvan? Mevrouw Reichardt: Ik wil het eerst even nog reageren op mijnheer Pauwels en daaraan toevoegen dat de VNG en de netbeheerders hebben bepaald dat er ook per bouwjaar wordt ingediend. De grove volgorde is al bepaald door het bouwjaar en binnen het bouwjaar hebben we de beleidsregels. Maatschappelijkheid is een van de criteria, maar wij hebben hem zo ingestoken dat de projectrijpheid en de netbewustheid een bepaalde score geven. Bij gelijke score wordt maatschappelijkheid de doorslaggevende factor. De voorzitter: Dank. Dan zit mijnheer Hoogduijn te popelen om zijn vraag te stellen. 31 De heer Hoogduijn: Een aantal. De voorzitter: Een aantal is niet vijf of zo. Laten we zeggen, maximaal twee. De heer Hoogduijn: Het waren er 6, dus dan zal ik me beperken. Ik ben blij met de vraag van de heer Pauwels. Ik had inderdaad ook vragen over hoe die criteria tot stand zijn gekomen. Ik zie bijvoorbeeld op het gebied van netbewustheid, ik hoorde u daar net hele wijze woorden over zeggen, dat dat bijdraagt aan juist meer projecten.
Alleen als ik dan kijk naar de criteria is netbewustheid nu net hetgeen wat het minste aantal punten oplevert voor een woningbouwproject. Maximaal 40 en de rest 50 of 60. Ik ben benieuwd wat daar dan de afweging in is geweest, als netbewustheid juist bij kan dragen aan realisatie van meer woningbouwprojecten? De voorzitter: Vooruit. Mevrouw Reichardt: Nu is het zo dat in eerste instantie op de projectrijpheid en de netbewustheid wordt getoetst en de maatschappelijkheid alleen in het geval van gelijke puntentelling. De projectrijpheid weegt zwaarder mee, omdat ook wij vinden dat de hardheid van een project wel heel belangrijk is en aangeeft dat het project ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Het reserveren van transportcapaciteit voor iets wat niet wordt uitgevoerd is een van de redenen dat netcongestie bestaat. Er wordt transportcapaciteit gereserveerd en niet gebruikt. Projecten die dusdanig ver zijn, die zouden als eerste transportcapaciteit moeten krijgen. De VNG heeft modelbeleidsregels opgesteld en heel veel gemeenten hebben die overgenomen. Daarin is netbewustheid niet meegenomen. Wij hebben ervoor gekozen om netbewustheid wel mee te nemen. Inderdaad om wat u zegt: netbewust bouwen leidt tot meer woningen. Daarom vonden wij dat wel belangrijk om dat mee te nemen. Het weegt wel iets minder zwaar dan de projectrijpheid. De voorzitter: Dank u wel.
U mag nog een tweede vraag stellen, mijnheer Hoogduijn. Daarna ga ik naar mijnheer Noordam. Dan ga ik naar mijnheer Verdoorn en daarna wil ik dat de presentatie afgerond wordt. Zo gaan we het even doen. De heer Hoogduijn: Dank u wel, voorzitter. Fijn om te weten dat projectrijpheid en netbewustheid voorgaan op maatschappelijk belang. Ook fijn voor ons om te weten dat dat de werkwijze is. Dan toch nog wel een vraag over maatschappelijk belang. Ik zie vervolgens dat projecten tot 12 woningen 30 punten in 1 keer krijgen en dat het lastiger is voor grootschaligere woningbouwprojecten, terwijl die in meerdere zin bij zouden dragen aan de strijd tegen woningnood. Wat is daar de afweging in geweest? De voorzitter: Mevrouw Reichardt. Mevrouw Reichardt: Voor projecten tot 12 woningen is het ten eerste lastiger om aan de maatschappelijke eisen te voldoen. Wij zijn nagegaan dat het voor projecten tot 12 woningen best wel wat documentatie vereist om aan te tonen dat je daar aan de criteria voldoet. Om ervoor te zorgen dat projecten met 1, 2, 5, 6 of tot 12 woningen niet benadeeld worden, wat voor grotere projecten wel makkelijker voor elkaar te krijgen is. 32 De voorzitter: Dank. Mijnheer Noordam.
De heer Noordam: Had ik ook begrepen dat dat je qua prioriteiten hoger op de lijst komt als je energiebesparende maatregelen zoals accuopslag en dergelijke toepast in het plan? De voorzitter: Mevrouw Reichardt. Mevrouw Reichardt: Toepassen van een batterij is een van de voorbeelden om netbewuster te realiseren. Dat kan een voordeel geven inderdaad. Het kan meer punten geven bij het onderdeel netbewustheid. De voorzitter: Mijnheer Verdoorn. De heer Verdoorn: Stel nu dat je zo'n project hebt waarbij je pas in 2034 of 2035 aan de beurt bent voor capaciteit. Zijn er dan mogelijkheden om buiten het net om op een kleinschalige manier in stroom te voorzien? Mevrouw Reichardt: Ja, in principe zijn die mogelijkheden er. Er zijn ook voorbeelden in het land van dergelijk … Offgrid. Er zijn voorbeelden in het land van woningbouwprojecten die onder 1 huisaansluiting 30 woningen … Ik weet het niet precies uit mijn hoofd, maar best wel een flink aantal woningen onder 1 aansluiting hebben aangesloten. En ook projecten die helemaal op grit gaan. Wij zijn voor het Maasterrasproject aan het onderzoek wat er allemaal mogelijk is qua energie.
Ook in overleg met Stedin wat er mogelijk zou kunnen zijn op het gebied van gebiedsbudgetten, groepscontracten, omdat dat ook een gebiedsontwikkeling is met verschillende functies, zowel wonen als bedrijven, et cetera, die verschillende gebruiksprofielen hebben. Dat soort opties onderzoeken wij inderdaad. De voorzitter: Dank. Ik stel voor dat u met … U wilt een aanvulling nog geven? De heer Langenberg: Ook wij zijn met Stedin in overleg over het uitbreiden van de middenstations als het gaat systeemuitbreiding en het systeem zo min mogelijk te belasten. Dat staat alleen los van deze hardloopwedstrijd, als je het zo moet noemen, rondom zorgen dat je op de lijst komt te staan om je woningbouwproductie omhoog te houden. Dit is niet het enige wat we doen, in dit geval met Stedin, maar we zorgen ondertussen ook dat het energiesysteem weer terugkomt uit de netcongestie. Dat is volgens mij uiteindelijk wat je allemaal wilt. De voorzitter: Dank voor deze aanvulling. Mevrouw Reichardt, als u met voortvarendheid uw presentatie wilt afronden? Mevrouw Reichardt: Dank u wel. Zoals eerder al verteld, zijn we ook nu druk bezig met de afstemming met andere gemeenten. En vanaf 1 oktober komt er een gecoördineerde indiening. Dit is door de VNG en de netbeheerders zo afgesproken. De projecten worden ingediend per bouwjaar. Dat moeten wij ook volgen en dat zullen wij dan ook doen.
33 De voorzitter: Dat was het? Dank u wel. Is er iemand die nog een vraag wil stellen? U bent nog niet geweest. Mevrouw Nieuwland mag dan als eerste en ik heb nog drie andere vingers gezien. We gaan kijken hoever we komen. Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Hier valt natuurlijk op dat die start bouw heel erg bepalend is. Nu zal ook iedereen de neiging hebben om de start bouw dan zo vroeg mogelijk neer te zetten. Hoe proberen jullie te voorkomen dat dat niet realistisch is? Mevrouw Reichardt: Wij hebben sowieso onze twijfels uitgesproken over dit proces, omdat er is gebleken uit vorige projecten dat die start bouw heel erg varieert. Simpelweg hierop sorteren vonden wij niet verstandig. Het is wel doorgegaan, dus we moeten het ermee doen. Het is nog niet bekend hoe Stedin omgaat met die verschillende start bouw. Je vraagt bijvoorbeeld een project aan voor 2028. Stel dat de start dat de start bouw vertraagt en het wordt 2029, is het niet duidelijk hoe Stedin omgaat met je aanvraag. Of je dan van de lijst af wordt gehaald en opnieuw je aanvraag moet indienen. Of dat je doorschuift naar de categorie van 2029. Daar is Stedin nog niet over uit, hoe ze dat willen gaan doen. Wel hebben ze aangegeven dat indien de start bouw wijzigt, daarin goede communicatie moet zijn met de netbeheerder.
Het zou voor de projectontwikkelaars aan de ene kant een goede zet zijn, vanuit hun perspectief, om een lagere start bouw te kiezen. Aan de andere kant zijn zij zich ook bewust van het risico dat het project dan weer van de wachtlijst af kan worden gehaald, omdat dat het nog niet zeker is wat daarmee gebeurt. Wij gaan op dit moment uit van de start bouw die de ontwikkelaars aangeven. Als dat niet klopt, dan moeten we maar zien wat de gevolgen daarvan zijn. De voorzitter: Voldoende? Dank u wel. Mijnheer Van der Bijl. De heer Langenberg: Mag ik nog even kort aanvullen? Excuus. Ongeveer bij elke projectontwikkelaar zit ook een projectleider binnen de gemeente of een gebiedsmanager, die bijvoorbeeld in de vorige sessie aanwezig was, die ook die processen begeleidt. Het is geen harde toets, maar die projectleiders en die gebiedsmanagers weten ondertussen echt wel hoe ontwikkelingen gaan en hoe gebiedsontwikkelaars werken. Daar heb je een soort van toets. Je kunt het niet hard maken, maar er zit wel een gevoel. De voorzitter: Dank u wel voor de aanvulling. Mijnheer Van der Bijl. De heer Van der Bijl: Dank u, voorzitter. Ik wilde eigenlijk nog een soort verificatie van een aanname die ik op basis van deze informatie doe.
Klopt het nu dat er in het beoordelingsschema eigenlijk ook politieke kaders zijn opgenomen over percentages aan sociale huur? En klopt het dat nu hiermee het college voor de komende tien jaar, eigenlijk tot 2035, de prioriteit van woningbouwprojecten vaststelt zonder daarbij de raad wezenlijk nog inspraak te geven? De voorzitter: Mevrouw Reichardt. Mevrouw Reichardt: Wij hebben voor het percentage maatschappelijk het percentage uit het coalitieakkoord van Dordrecht aangehouden. In eerste instantie hebben we er ook 34 over nagedacht om het landelijke percentage aan te houden. Ik zie iemand nee schudden. Daar hebben we voor gekozen. De voorzitter: Tweede vraag, tot 2035? Mevrouw Reichardt: Dat is inderdaad wat voor die projecten is gekozen voor de puntentelling. Dit gaat voor projecten tot 2036 zelfs. Het is een puntentelling voor bij een gelijke score, dus de impact van dat criterium is wel heel beperkt. De voorzitter: Is beperkt. Hele korte vervolgvraag. De heer Van der Bijl: Nog één korte vervolgvraag. De start is eigenlijk al 1 oktober en aanleveren 15 september. Klopt het dan ook dat er eigenlijk geen wezenlijke ruimte meer is, zonder de hele Dordtse woningbouw te vertragen, om hier nog oordeelsvormend over verder te spreken? De voorzitter: Daar kunnen we het zo meteen aan het eind even over hebben. Mijnheer Hoogduijn. De heer Hoogduijn: Dank u wel, voorzitter.
Ik merk eigenlijk bij mezelf een enorme behoefte aan überhaupt afwegingen hoe we tot deze criteria zijn gekomen. Ik denk, zeker in aanvulling op heer Van der Bijl, als dit gaat over projecten 2036, dan al helemaal. Laat ik dan toch een vraag stellen over het projectrijpheidscriterium. Er zijn vijf criteria opgenomen die alle vijf even zwaar wegen, terwijl ik me voor kan stellen dat in de praktijk sommige meer belemmerend zullen zijn voor de totstandkoming van een project dan andere. Waarom heeft het college er dan toch voor gekozen een evenwichtig aantal punten toe te kennen? De voorzitter: Dat is echt een hele politieke vraag. Ik denk dat we daar in een volgende vergadering mogelijk, als u daartoe beslist, over kunnen gaan praten. Ik denk niet dat ik van een ambtenaar mag verwachten dat hij of zij daar antwoord op geeft. De heer Hoogduijn: Zou ik dan mogen vragen om een terugkoppeling, feedback met alle afwegingen die gemaakt zijn om tot deze criteria te komen? De voorzitter: Die vraag kan altijd genoteerd worden. Mijnheer Den Boer? De laatste vraag was volgens mij mijnheer Hartmeijer. Dan moeten ze echt heel kort zijn, mevrouw Van Dorresteijn. Ik dacht dat jullie aanwezen dat zij eerst was, maar als het criterium is wie nog niet geweest is, dan mag mijnheer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik heb met belangstelling naar de presentatie geluisterd.
Er is mij één ding blijven hangen heel de tijd, bij alles wat u eigenlijk zei, dat is dat Stedin tot op heden nog geen openheid van zaken heeft gegeven over hoeveel capaciteit er nog beschikbaar is. Dan vraag ik mij af, alles wat u heeft gepresenteerd, technisch gezien: hoe hard is dat nu? De voorzitter: Mevrouw Reichardt. 35 Mevrouw Reichardt: Dat is een goede vraag. Dat inzicht hebben we inderdaad niet. Het zou zomaar kunnen dat we al dit harde werk voor niks doen. Dat is een optie inderdaad. Dat is heel zuur en dat is ook wel een beetje de rode draad in heel dit verhaal rondom netcongestie. Het verandert continu. We spelen de hele tijd met te weinig informatie. Dat maakt het ook heel erg ingewikkeld. We kunnen het alleen maar doen met de informatie die we hebben en de mogelijkheden die we hebben. Daar spelen we op in. de derde gaat in heel dit verhaal rondom netcongestie. Het verandert continu. We spelen hele tijd met te weinig informatie, dat maakt het ook heel erg ingewikkeld. We kunnen het alleen maar doen met de informatie die we hebben en de mogelijkheden die we hebben. Daar spelen we op in. De voorzitter: Dank u wel. De heer Langenberg: Andersom is al helemaal geen optie. Andersom: niks doen en kijken hoe het spel gaat, is al helemaal geen optie. De voorzitter: U heeft uw antwoord, denk ik, gehad. De aanvulling kunt u wel verwerken, denk ik. Mevrouw Van Dorresteijn.
Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel, voorzitter. Een hele andere vraag. U heeft het in de brief ook over schoolprojecten. Daar gaat het over dat nieuwe aansluitingen voor schoolprojecten zeer beperkt zijn. Betekent zeer beperkt helemaal geen? Dat was mijn vraag. En ook: stel, er komt op 2 oktober wel een schoolproject. Sluit die dan onderaan aan op de lijst? Hoe zie ik dat voor me? De voorzitter: Hoe met de scholen, mevrouw Reichardt? Mevrouw Reichardt: Dat is een goede vraag. Dat had ik ook nog willen vertellen in mijn presentatie, maar dat ben ik helemaal vergeten. Dit proces is inderdaad voor zowel woningbouwprojecten als schoolprojecten. Wij hebben geïnventariseerd welke projecten er allemaal zijn. Er zijn inderdaad heel weinig projecten die echt een nieuwe aansluiting nodig hebben. En die projecten zijn ook niet op kort korte termijn en ook nog niet uitgewerkt. Er zijn heel veel projecten die sloop-nieuwbouw of renovatie zijn, waarbij er al een huisnummer aanwezig is waar een uitbreiding op kan worden aangevraagd. Dat hoeft niet in dit proces meegenomen te worden. Dat is eigenlijk een veel simpeler traject. Op dit moment worden de projecten door collega’s in beeld gebracht welke eventueel wel via dit proces meegenomen zouden worden.
Vanwege de beperktheid hebben we die niet meegenomen in de beleidsregels, dus die kunnen vanaf 1 oktober op een normale manier worden ingediend. Die hoeven niet door een beoordelingsproces, et cetera. Voor de woningbouwprojecten is dat wel het geval. De voorzitter: Had u nog een vraag, mijnheer Hartmeijer? Nee? Dan mag mijnheer Verdoorn nog de laatste vraag stellen. De heer Verdoorn: Ik wilde nog even inhaken op de vraag die mijnheer Van der Graaf zojuist stelde. Als Stedin die informatie niet beschikbaar wil stellen, welke mogelijkheden zijn er dan nog om dat wel voor elkaar te krijgen? 36 De voorzitter: Mevrouw Reichardt. Mevrouw Reichardt: Stedin wil die informatie wel beschikbaar stellen en heeft in eerdere gesprekken ook aangegeven … Destijds hebben ze gezegd dat ze voornemens zijn om eind dit jaar dat inzicht te kunnen geven, maar een heel groot deel van het gebied van Stedin is niet bemeterd. Heel veel informatie hebben ze ook niet. Het is rekentechnisch blijkbaar erg ingewikkeld, maar ze willen dat inzicht op den duur wel echt gaan geven. Dat hebben ze tot nu toe nog niet gedaan. Stedin heeft zich wel gerealiseerd dat ze op den duur ook wel met de verschillende gemeenten binnen het voedingsgebied om de tafel moet gaan om aan te geven: dit is het vermogen dat er is. Dat daar een plan uit moet worden gemaakt hoe er zoveel mogelijk binnen dat vermogen door kan gaan.
De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat we toekunnen naar een afronding. Dan is mijn eerste vraag gebruikelijkerwijs of u van mening bent dat er voldoende informatie is verzameld en dat de beeldvormende fase kan worden afgerond? Ik hoor ja. Ik hoor nee. Ik hoor eigenlijk niet. Iemand gaat naar de microfoon, laten we daar maar mee beginnen. Mijnheer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Dank u wel, voorzitter. Wat mij betreft is er wel voldoende informatie vanuit ambtelijk gegeven, maar ik hik nog steeds tegen Stedin aan. Mijn vraag is, is het mogelijk om Stedin uit te nodigen om eens een toelichting te kunnen geven? De voorzitter: Dat is een optie. Om een beeldvormende sessie met een presentatie door bijvoorbeeld Stedin, als ze daartoe bereid zouden zijn. De heer Langenberg: Zeker. Volgende week donderdag zit ik met de betreffende wethouder bij de regiodirecteur. Dan kunnen we het gelijk meenemen. De voorzitter: Is daar brede steun voor? Dan hoef ik de volgende vraag nog niet te stellen. Dan gaan we eerst met een volgende beeldvormende sessie verder. Het proces gaat wel door. En op een gegeven moment, over 23 dagen, wordt het wel 1 oktober. De heer Van der Bijl: Dat was eigenlijk mijn volgende vraag. 15 september is al een deadline. Heeft het nog zin om zo'n sessie te houden, is eigenlijk een vraag? En de andere vraag: ik had het net over die tien jaar vastzetten.
Is er nog een soort mogelijkheid om die kaders te herijken of een manier waarop wij wel een vorm van inspraak kunnen hebben of staat dat proces hierna echt vast en afgesloten? De voorzitter: Kan daar iets van gezegd worden? De heer Langenberg: Van het eerste wel. Je kunt Stedin eventueel uitnodigen voor een beeldvormende vergadering los van dit proces. De voorzitter: Los van dit proces? De heer Langenberg: Ja, dat je vraagt aan Stedin om inhoudelijk uitleg te geven over hoe hun energiesysteem werkt of waar zij tegenaanlopen, et cetera. In zijn algemeen is dat een optie. Ik ga daar niet over. 37 De voorzitter: En dat andere gaat u ook niet over. De heer Langenberg: Zeker niet. Dan vraagt u aan mij of er nog invloed is op het beleidskader in relatie tot de termijn. Die is zeer beperkt. Die was ook al beperkt. Wij proberen zo goed als mogelijk in ieder geval een soort van prioritering te geven om te zorgen dat de woningbouwproductie met de aansluiting door kan. Het is natuurlijk aan uw raad om daarin kaders te geven ‘…’(01:59:14) De voorzitter: Kom ik zo op terug. Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Meteen daarop aanhakend, wij vinden dat als je nu door omstandigheden als gemeente moet gaan prioriteren in je woningbouwprojecten, dat het hoogste orgaan daar ook in meegenomen moet worden. Wij vinden dat er een oordeelsvormende vergadering moet komen.
En wij hebben daarvoor ook een paar politieke vragen die ik graag zou ... De voorzitter: Ik denk dat u niet de enige bent. Ik zat net heel even met mijn buurman kort te overleggen. Het is natuurlijk best mogelijk om … Ik ga er even van uit dat u voldoende beeldvormend geïnformeerd bent, alleen dat u nog wel graag ook de kant van Stedin wilt horen. Daar kom ik zo op terug. We kunnen natuurlijk, als de meerderheid dat wil, zo spoedig mogelijk een oordeelsvormende vergadering organiseren met een paar goede politieke vragen. Wat u daarmee bereikt, gaan we dan wel zien, maar dat kan wel. Los daarvan kunnen we de uitnodiging naar Stedin doen. En als Stedin zegt: wij willen best komen, 6 november is de eerste mogelijkheid. Dat staat los van die oordeelsvorming. Mijn voorstel zou zijn, als de meerderheid dat wil, die proef ik wel, om oordeelsvormend zo snel mogelijk te doen en de uitnodiging naar Stedin ook gestand te doen. Als je daar eerst op wacht, dan weet je zeker dat je pas na oktober oordeelsvormend gaat praten. Mijnheer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Voorzitter, ik vind oordeel vormen altijd ontzettend leuk. Alleen even praktisch gezien: als we niet weten welk vermogen er beschikbaar is, waar moeten we dan concreet een oordeel over vormen? Dan kan je toch geen oordeel vormen? Leg ik even terug bij de heer Pauwels. De voorzitter: Mijnheer Van der Bijl.
Je kunt je natuurlijk altijd over sommige dingen wel een oordeel vormen. De heer Van der Bijl: Voorzitter, ik wilde daar graag op ingaan. Volgens mij zijn er ook dingen … Ik hoor elke keer die vraag om Stedin, maar categorie één van dat kader zijn netcongestieverzachters. Ongeacht wat er aan capaciteit vrijkomt, wil je gewoon een goede prioritering in je wachtlijst hebben, denk ik. Volgens mij moeten we het daar met elkaar over hebben. Niet over hoeveel ruimte er dan precies is, maar op welke manier en welke volgorde we die ruimte die mogelijk nog beschikbaar komt in gaan vullen. Volgens mij is het heel praktisch om dat wel achter de hand te hebben. De voorzitter: Mijnheer Pauwels had ook een paar ideeën. 38 De heer Pauwels: Ik zou heel kort op mijn collega Van der Graaf willen reageren. Over Stedin hebben wij geen controle en zij doen hun best. Zij weten ook niet meer dan ze weten. Dat is één. Ten tweede, waar wij het oordeelsvormend over willen hebben, is: hoe kan het dat wij als raad geen enkele invloed hebben op de criteria die onze gemeente vaststelt die daadwerkelijk de prioritering van woningbouwprojecten gaan bepalen? Die criteria zijn nu als bijlage toegevoegd. Wij hebben daar helemaal niks over kunnen zeggen, niks over kunnen vinden. We worden hier met een voldongen feit geconfronteerd en dat gaat de komende jaren bepalen.
Stel, je wilt projecten met meer sociale huurwoningen. Nu hebben we daar niks over te zeggen. De voorzitter: U bent nu eigenlijk al met de oordeelsvorming begonnen. De heer Pauwels: Sorry. De voorzitter: Heel erg leuk. Laat ik eerst eens gaan vragen: wie is er voor een oordeelsvormende vergadering? Ik zie een meerderheid. We stellen vast dat we oordeelsvormend gaan spreken. Het wordt tijd dat we verhuizen. Ik zat er echt niet aan. Dan moeten de politieke vragen even worden gesteld. Daar kwam wat vandaan. Ik zou zeggen, mijnheer Pauwels, begint u maar met uw oordeelsvormende vragen. Mijnheer Van der Bijl gaat vast aanvullen en ik dacht mijnheer Hoogduijn misschien ook wel. En wie weet wie nog meer. Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Ik zal mijn beste voorleesstem opzetten. De eerste is: vinden wij het wenselijk dat de raad geen zeggenschap krijgt in de door omstandigheden noodzakelijke prioritering van woningbouwprojecten? De tweede is: is de raad tijdig en voldoende meegenomen in de totstandkoming van de criteria op basis waarvan woningbouwprojecten worden geprioriteerd? En de laatste is: met welke weging willen wij als raad de verschillende criteria op basis waarvan woningbouwprojecten worden geprioriteerd vaststellen? De voorzitter: Hij kan het altijd naluisteren. Dat komt wel goed. Mijnheer Van der Bijl. De heer Van der Bijl: Ik sluit me volledig aan bij de heer Pauwels.
De vragen staan hier in iets andere woorden ook op mijn scherm. Geen toevoegingen. De voorzitter: Helemaal goed. Mijnheer Hoogduijn. De heer Hoogduijn: Mijn eerder bestempelde politieke vraag. Ik denk dat die vraag meegenomen mag worden. Die is in het verlengde van wat de heer Pauwels ook zei, dus ik denk dat het beste is om het bij de vragen van de heer Pauwels te laten. De voorzitter: En drie is een mooi getal. Aldus besloten. Dan gaan we een oordeelsvormende vergadering beleggen met die drie politieke vragen. We gaan ook een uitnodiging richting Stedin doen om ons bij te praten. Ik denk dat dat het voorlopig is. Mijnheer Van Aarle. 39 De heer Van Aarle: Voor mij even om te begrijpen: het kan wel dat we eerst een oordeelsvormende vergadering hebben en dat Stedin een maand later zou komen? Het is voor ons misschien niet wenselijk om een oordeel te vormen, maar … De voorzitter: Het zou heel fijn als ze zijn als ze nu nog aansloten, maar dat gaat gewoon niet. Dat kan prima. Ik denk eerlijk gezegd dat u voor uw oordeelsvorming op de vragen die mijnheer Pauwels had, Stedin niet nodig heeft. Dat gaat over het proces. Mijnheer Van der Bijl. De heer Van der Bijl: Zou ik nog één vraag mogen stellen? Ik heb een beetje gewetenswroeging over deze oordeelsvormende vergadering. Dat zit hem erin: ik wil enerzijds niet dat wij nu dit proces op een manier verstoren.
Ik wil wel dat wij als Dordrecht al die woningen vooraan die lijst krijgen. Tegelijkertijd wil ik wel dat dit proces zorgvuldig is doorlopen. Ik weet niet hoe dit werkt. Het is vrij nieuw voor mij, maar kunnen we op een manier met elkaar afspreken dat we wel doorgaan en het hier achteraf over hebben? De voorzitter: Je kunt natuurlijk achteraf altijd een oordeel vellen, maar dat wordt heel lastig. De vraag kwam in eerste instantie bij PRO vandaan. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Voorzitter, misschien is meer de check gevraagd: gaat er iets mis als wij volgende week oordeelsvormend gaan vergaderen hierover? De voorzitter: Dat was de vraag van mijnheer van der Bijl. Ik denk dat er door het vergaderen volgende week natuurlijk niks misgaat, maar de uitkomst van de vergadering kan er wel voor zorgen dat er iets misgaat, denk ik. Daar bent u zelf bij. De heer Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Zit er een deadline vast aan de belangrijkheid? Ik hoorde 1 oktober. De voorzitter: Er loopt hier een proces en dat is 1 oktober gewoon afgelopen. Dat is heel simpel. Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Eén kleine opmerking. Volgens het college is onze inbreng überhaupt niet nodig, omdat er beleidsregels gemaakt mochten worden, dus het zou niet uit mogen maken. De voorzitter: Ik dacht dat mevrouw Reichardt nog iets wilde toevoegen? Niet meer, helemaal goed.
Dan lijkt het mij dat de afspraak staat dat wij volgende week een oordeelsvormende vergadering hebben. Dan lijkt het me heel verstandig dat u binnen uw fractie heel goed gaat nadenken over die vragen en de gevolgen van een eventuele uitkomsten. Het kan gevolgen hebben. En wat mijnheer Van der Bijl terecht schetst: denk goed aan die gevolgen. Mijnheer Van der Bijl. 40 De heer Van der Bijl: Nog een laatste technische vraag. Voor mijn begrip, ik zie daar staan 1 oktober indienen van de projecten, maar ik zag ook ergens 15 september voorbijkomen als een laatste ... Wat zijn nu exact de deadlines, heel technisch? Mevrouw Reichardt: 15 september is de laatste deadline voor projectontwikkelaars om aanvullende informatie aan te leveren om met de eerste ronde van het indienproces mee te doen. Als een ontwikkelaar de stukken later aanlevert dan 15 september, dan melden we het alsnog aan, maar dan later. 1 oktober start het proces voor de gemeente om de projecten aan te melden bij Stedin. 15 september is de aanmelding bij ons en vanaf 1 oktober aanmelding bij mijn aansluiting.nl. De voorzitter: Op die aanmelding bij ons heeft u sowieso geen invloed op. Die speelt ook verder geen rol. De heer Van der Bijl: Als ik het goed begrijp, heeft de gemeente twee weken de tijd om die aanvragen te beoordelen en langs dat kader te halen? Mevrouw Reichardt: Dat klopt.
De voorzitter: Mevrouw Van Dorresteijn. Mevrouw Van Dorresteijn: Dan nog één aanvullende, echt technische vraag. Gaan die projectontwikkelaars al uit van de criteria die hier in die bijlage genoemd zijn? Mevrouw Reichardt: Ja, de beleidsregels zijn met hen gedeeld. De voorzitter: Een hele korte, mijnheer Van der Bijl. Dat is echt de allerlaatste. De heer Van der Bijl: Is het wettelijk mogelijk om de beoordeling van die ingediende stukken, om andere criteria te gebruiken tijdens de beoordeling dan de criteria die aanvankelijk gecommuniceerd zijn? Is daar überhaupt wettelijk ruimte? De voorzitter: U bedoelt, mag je de spelregels tijdens de wedstrijd veranderen? De heer Langenberg: Dat is heel erg, maar die is zo technisch dat ik die schriftelijk moet gaan beantwoorden. De voorzitter: Verstandig. Ik denk: slaap er allemaal een nachtje over. Dat lijkt mij heel wijs, want het is best ingewikkeld. Ik weet niet of er iemand nog per se een ei over wil leggen, maar anders gaan we het gewoon zien, hebben we besloten. Dan dank ik mevrouw Reichardt voor haar presentatie en haar buurman ook voor de beantwoording van de vragen. Dan wens ik u allemaal veel wijsheid toe, dank ik u voor uw inbreng en heb ik een vriendelijk verzoek of u al uw spulletjes mee wilt nemen van hier. Dan wens ik u nog een fijne avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2026.