CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2026.09.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 6 oktober 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de gemeenteraad van 14 juli 2026 en de Dordtse Dinsdag van 30 juni, 7 juli en 8 september 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 519.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT - DORDTSE DINSDAG D.D. 8 SEPTEMBER 2026 Vergaderzaal 1 1. Auditcommissie 2. Vragenhalfuur Voorzitter: de heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: de heer Van Soest Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Dhr. Bootsman (PRO Dordrecht) Dhr. Van de Breevaart (Forum voor Democratie) Dhr. Van der Graaf (PVV) Dhr. Stolk (VSP Dordrecht) Portefeuillehouders: burgemeester N. Mol, wethouder J.D. Veldman De voorzitter: Beste mensen, goedenavond allemaal. Ik open hierbij het eerste vragenhalfuurtje na dit zomerreces, vandaag dinsdag 8 september. Welkom iedereen aan tafel, hier in deze ruimte en iedereen die op een andere wijze meeluistert. Voordat we beginnen met de vragen, wil ik stilstaan bij het ongelooflijk verdrietige bericht dat ons afgelopen week heeft bereikt, dat Marc, de zoon van onze collega Paul den Hartog, is overleden. In de gemeenteraad zal de burgemeester hier op een later moment natuurlijk nog bij stilstaan. Omdat die vergadering pas over enkele weken plaatsvindt, wil ik namens de raads- en commissieleden nu al uitspreken dat onze gedachten uitgaan naar Paul, zijn gezin en iedereen die Marc liefhad. Wij dragen hen in ons hart. Dan, dit gezegd hebbende, ga ik wel naar het vragenhalfuurtje en de vragen die er gesteld zijn.

Volgens mij hebben we één, twee, drie, vier vragen. De eerste vraag komt van Beter voor Dordt. Die vraag gaat over overlast en het onveilige gevoel bij de Octant in Sterrenburg. Iedereen krijgt, zoals u weet, ongeveer een minuutje de tijd om de vraag toe te lichten. En bij de vraag van Beter voor Dordt is dat de heer Van Antwerpen die dat gaat doen. Gaat uw gang, mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, op 2 september ‘26 berichtte het AD over ernstige overlast en onveiligheid in de Octantflat in Sterrenburg. In deze voormalige 55-plus flat wonen veel oudere bewoners die zich bedreigd voelden door personen die afkomen op de woning van een kwetsbare medebewoner. Er wordt gesproken over drugsgebruik, intimidatie en vernielingen. Inmiddels heeft de gemeente tijdelijk cameratoezicht ingesteld. Voorzitter, voor Beter voor Dordt is het duidelijk: de kwetsbare bewoner verdient bescherming. Zeker ook de bewoners die veilig en rustig in hun eigen flat moeten kunnen wonen. We hebben de volgende vragen aan het college.

Als eerste, hoe beoordeelt het college de huidige veiligheidssituatie rond de Octantflat en deelt het college onze zorg dat bewoners zich kennelijk al langere tijd ernstig onveilig 1 voelen? Als tweede: welke concrete maatregelen gaat het college samen met politie en Trivire nemen om niet alleen buiten, maar ook juist in en rond de flat veiligheid en het woongenot structureel te herstellen? Als derde, er is terecht aandacht voor de kwetsbare bewoner, maar hoe wordt er opgetreden tegen personen die mogelijk misbruik van hen maken en daarnaast voor de overlast en onveiligheid zorgen? En als laatste vraag: is het college bereid met Trivire te onderzoeken wat uit deze situatie kan worden geleerd voor andere wooncomplexen, zodat kwetsbare bewoners tijdig worden beschermd, maar ook het woongenot en de veiligheid van bestaande bewoners beter worden gewaarborgd? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Een reactie vanuit het college. Volgens mij is dat onze burgemeester, mijnheer Mol. Burgemeester Mol: Voorzitter, dank. Wat fijn dat u dit vragenhalfuur bent geopend met stil te staan bij het overlijden van de zoon van onze collega Paul den Hartog. En als ik er iets aan mag toevoegen: niemand wordt in het leven geboren om tijdens zijn leven een kind te verliezen. Ik geloof dat dit het absoluut meest tragische is wat je kan overkomen in een mensenleven.

Dat maakt het heel moeilijk om ons in te leven in wat Paul en Olga meemaken, maar het is wel heel belangrijk dat we er voor hen zijn. Wat betreft de vraag van de heer Van Antwerpen van Beter voor Dordt over de overlast en onveiligheid bij de Octant, wij delen volledig de zorgen die hij ook uit. Uit de signalen van bewoners, politie en andere betrokken partijen blijkt ook dat de ervaren overlast en onveiligheid een hele grote impact heeft op de mensen die in de Octantflat wonen. Dat vinden wij zeer zorgelijk. Onze inwoners moeten zich overal veilig voelen. In en rond hun eigen woning, in hun wijk en eigen straat. Dat is ons dagelijkse streven. Daarom hebben wij daar ook camera’s geplaatst. Wij werken nu samen met de politie, Trivire en een aantal zorgpartners om de rust terug te brengen. Het is nu rustig. Het beeld is rustig. Dat weten we, want onze medewerkers van openbare orde en veiligheid staan gewoon in contact ook met de bewoners daar. Daarbij zetten we verschillende maatregelen in, waaronder cameratoezicht, aparte toezichten en handhaven waar dat nodig is. De signalen van bewoners pakken wij ook mee in wat we daar doen. Ik kan over specifieke maatregelen nu even geen verdere mededelingen doen, omdat daarbij ook privacy- en opsporingsbelangen in het geding zijn. Weet dat wij er bovenop zitten.

We er hebben natuurlijk vooral ook oog voor dat wij, naast mensen om wie het gaat, ook weten dat er voornamelijk ouderen wonen. Dat maakt onze zorgen extra. Wat betreft uw derde vraag: hoe wordt voorkomen dat alle aandacht uitgaat naar de kwetsbare bewoner? Dat is natuurlijk niet de bedoeling. De bescherming van een kwetsbare bewoner en de aanpak van de veroorzakers gaan hand in hand. Een kwetsbare inwoner verdient passende ondersteuning en tegelijkertijd moet worden opgetreden tegen de personen die de overlast veroorzaken of misbruik maken van deze kwetsbare situatie. De inzet nu is er daarom nadrukkelijk op gericht om degenen die verantwoordelijk zijn voor de overlast, om de veiligheid ook aan te pakken. Wij kijken ook weer wat wij leren van deze situatie, want die is niet uniek. Het is wel belangrijk dat wij allemaal met elkaar samenwerken en ook heel goed doen aan verslaglegging en ook goed kijken naar wat elke partij kan inzetten. Dat passen we ook weer toe op andere situaties. 2 De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Voldoende, denk ik? Helemaal goed, dank u wel. Dan ga ik naar de tweede vraag. Die gaat over het steekincident bij het Dordtse asielzoekerscentrum. Dat zijn vragen van de PVV en het Forum voor Democratie. Naar mijn idee ga ik eerst naar de heer De Graaf voor een toelichting op de vragen? De heer Van der Graaf: Van der Graaf, voorzitter, dank u wel.

PVV en FvD Dordrecht hebben voor het zomerreces in schriftelijke vragen zorgen geuit over de veiligheid in en rondom het Dordtse azc. Op 25 augustus, nota bene nog geen halfjaar na de opening van het Dordtse azc, blijkt het eerste steekincident al te hebben plaatsgevonden. Daarover hebben we de volgende vragen. Eén, waarom is de gemeenteraad niet door het college geïnformeerd over dit steekincident? Twee, kan het college alsnog informatie verstrekken over dit steekincident, desnoods per brief, met in elk geval informatie waaruit blijkt wat de aanleiding was van het steekincident, informatie over de daders, wat er met de daders is gebeurd en misschien nog wel het belangrijkste: hoe het met het slachtoffer is? Drie, hoe verhoudt dit steekincident zich tot de op 2 juni verwoorde mening van het college dat het Dordtse azc als succesvol moet worden beschouwd wanneer de opvang veilig en menswaardig verloopt? Wordt het Dordtse azc nu als niet succesvol beschouwd? Vier, hoe is het mogelijk dat dit steekincident heeft plaatsgevonden, als het college op 2 juni nog schreef dat veiligheid expliciet als randvoorwaarde is beschouwd bij de totstandkoming van het besluit om het Dordtse azc mogelijk te maken? Vijf, hebben er naast dit steekincident nog andere geweldsincidenten in of rondom het azc plaatsgevonden sinds de opening van het Dordtse azc? En als laatste vraag: gaan er maatregelen

worden getroffen om te voorkomen dat er nog nieuwe steekincidenten plaats kunnen vinden? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Wie van het college mag ik het woord geven? De burgemeester. Gaat uw gang, mijnheer Mol. Burgemeester Mol: Dank voor de vragen van de PVV en de interesse van de heer Van der Graaf. Ik ga alle vragen langs. Waarom is de gemeenteraad niet door het college geïnformeerd over het steekincident? Het is gewoon niet gebruikelijk om de raad te informeren over individuele veiligheidsincidenten. Die maken we in deze stad nogal wat mee. Die veiligheidsincidenten worden afgehandeld door het de politie. Daar is nu natuurlijk in dit geval ook het COA betrokken en waar nodig ben ik erbij betrokken. Ik word over alle ernstige veiligheidsincidenten geïnformeerd, oftewel op het moment dat het gebeurt en anders bij het politieoverleg op de maandagochtend. Bij alle politie- incidenten zitten we erbovenop als het gaat om opsporing en afhandeling. Het politieonderzoek is afgerond. Het betrof een incident tussen bewoners van het azc. Daarbij zijn de betrokken verdachten aangehouden door de politie. Het slachtoffer is behandeld en naar een andere locatie gegaan. Beide daders zijn niet meer welkom op het azc.

En die lijn hanteer ik ook gewoon strak: als er iets gebeurt, als jij een ernstig feit pleegt hier, dan ben je wat mij betreft en wat ons betreft ook niet meer welkom hier in de opvang. Informatie over de aanleiding en informatie over de daders kan ik helaas vanwege het strafrechtelijk onderzoek in het kader van privacy niet verder delen. Zij zijn dus ook niet meer op locatie. 3 De algemene lijn bij een incident met impact is dat er melding of aangifte bij de politie wordt gedaan en dat er vervolgens passende maatregelen worden getroffen, al naar gelang de omvang en de impact. Hoe verhoudt dit steekincident zich tot de op 2 juni verwoorde mening van het college dat het Dordtse azc als succesvol moet worden beschouwd wanneer de opvang veilig en menswaardig verloopt en wordt het Dordtse azc nu als niet succesvol beschouwd? Dit incident is gewoon ernstig en dat nemen we serieus. Daar hebben wij als betrokken partij ook echt bovenop gezeten. Tegelijkertijd beoordelen we het azc op het totaalbeeld. En politie en het COA geven aan dat het algemene beeld van het Dordtse azc rustig is en dat het aantal incidenten beperkt is. Ik kan u wel vertellen dat er naast dit steekincident nog één ander incident is geweest waarbij de politie betrokken was. Er zijn twee incidenten geweest waar de politie bij betrokken was.

Hoe is het mogelijk dat dit steekincident heeft plaatsgevonden? Veiligheid is en blijft een hele belangrijke randvoorwaarde. Tegelijkertijd kan geen enkele locatie incidenten volledig uitsluiten. Uit de beschikbare informatie, we hebben het ook zelf geëvalueerd, blijkt niet dat er sprake was van tekortschietende veiligheidsmaatregelen. Ik zie dan ook geen aanleiding om nieuwe of andere maatregelen te treffen. Bij beide incidenten is ook gebleken dat het COA, de beveiligers en de politie effectief hebben gereageerd. En zowel het COA als de politie, dat heb ik zojuist ook aangegeven, geven aan dat de situatie in Dordrecht verder erg rustig is. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Een korte vervolgvraag. De heer Van der Graaf: Dank u wel, voorzitter. De burgemeester geeft aan dat de daders niet meer welkom zijn in het azc. Dat is op zichzelf goed nieuws, maar wat betekent dat concreet? Zwerven ze nu rond op straat of hoe zit dat precies? De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Mol: Ik weet niet waar alle betrokkenen zich nu bevinden, maar volgens mij op een andere opvanglocatie of in hechtenis. Een van de daders is op een andere locatie en de andere dader is in hechtenis. De voorzitter: Dank u wel. Een korte vervolgvraag, de heer Van de Breevaart, Forum. De heer Van de Breevaart: Dank, voorzitter.

Een vervolgvraag op de mededeling dat er geen uitsluitsel gegeven … Of de raad niet geïnformeerd wordt over individuele incidenten. Is het dan een mogelijkheid om periodiek, bijvoorbeeld per kwartaal, inzicht te geven in incidenten die zich hebben voorgedaan en hoe de zaken zijn opgelost? De voorzitter: Een reactie van de burgemeester. Burgemeester Mol: Ik vind eigenlijk dat u periodiek over alle incidenten in deze stad goed geïnformeerd moet worden. En ik ben erg terughoudend om nu te gaan zeggen dat we specifiek voor het azc een soort kwartaalweergave gaan geven van wat daar gebeurd is. Ik vind, er gebeuren heel erg veel dingen op het azc. Er gebeuren ook heel erg veel mooie dingen. We zijn op dit moment scholen aan het regelen voor 214 kinderen. Er zijn ontzettend veel gezinnen, heel veel kinderen. Ik ben er terughoudend in om nu een toezegging te doen dat we u alleen op de veiligheidsincidenten gaan informeren. Ik 4 wil u ook niet tekortdoen op alle veiligheidsincidenten die zich in de stad voordoen. Ik ben daar wat terughoudend in om een toezegging te doen op uw vraag. De voorzitter: Dank u wel, ik laat het hierbij. We gaan naar de volgende vraag. Dat is een vraag over de oversteekplaats bij de Burgemeester de Raadtsingel. Daar zijn vragen over gesteld door zowel PRO als de VSP. Volgens mij geef ik eerst het woord aan de heer Bootsman? De heer Bootsman: Jazeker.

Dank u wel, voorzitter. De vernieuwde Burgemeester de Raadtsingel is al een tijdje open. In Fixi en op sociale media onder recente nieuwsberichten over dit onderwerp leest PRO Dordrecht ernstige zorgen over de verkeersveiligheid op de fietsersoversteekplaats. PRO Dordrecht is ter plaatse gaan kijken en wij hebben toen ook vele onveilige situaties gezien. Daarom de volgende vragen. Herkent het college het beeld dat automobilisten fietsers op deze locatie pas op het allerlaatste moment zien, waardoor de nieuwe voorrangssituatie voor fietsers onvoldoende duidelijk of onzichtbaar is? Zo nee, waarom niet? En zo ja, wat gaat het college hieraan doen? Deelt het college de opvatting van PRO Dordrecht dat een verkeerssituatie waarin fietsers formeel voorrang hebben, maar waarin automobilisten hen pas op het allerlaatste moment kunnen zien, niet als verkeersveilig kan worden beschouwd? En hoe kan het college ervoor zorgen dat fietsers op deze oversteekplaats wel op tijd gezien worden, zodat auto's voldoende tijd hebben om voorrang te geven aan de overstekende fietsers? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan begrijp ik het goed dat de heer Stolk nog een vervolgvraag heeft voordat we naar het college gaan? De heer Stolk: Voorzitter, dank u wel. Een korte bijvraag. Ook wij vragen aandacht voor de situatie bij de Burgemeester de Raadtsingel en sluiten ons aan bij de gestelde vragen.

Wij vragen aanvullend nog op welke termijn eventuele aanpassingen plaats kunnen vinden. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar een reactie vanuit het college. De heer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, dank. De heer Bootsman en de heer Stolk, ook dank voor de vragen. Ja, het college herkent zich in de geschetste situatie. Het is daar nog niet goed genoeg. Dat maar even op voorhand. Wij erkennen dat automobilisten nog niet in 1 oogopslag zien of er fietsers aankomen. Ik moet wel zeggen, het was bij het maken van het ontwerp ook al wel duidelijk dat dit een ingewikkeld punt zou worden. Mede ook omdat er gewoon relatief weinig ruimte is om de bochten te maken en we de monumentale bomen die daar staan ook wilden behouden. Dat moet allemaal op dezelfde plek gebeuren. Daarom is er ook een snelheidsbeperking van 30 kilometer ingesteld, die er natuurlijk voor moet zorgen dat de auto's ook 30 kilometer rijden. En als dat gebeurt, dan is het relatief veilig. Wat wij ook zien is dat op de minder drukke momenten auto's zich niet automatisch aan die 30 kilometer houden en dat is gevaarlijk. Daarom geeft dat gewoon nu een onveilige en onwenselijke situatie. Daarom gaan we daar ook nog aanpassingen op doen. Dat heeft u wellicht ook in de media al kunnen lezen.

Een aanvulling die we nog gaan doen is dat er aan weerszijden van de oversteek 5 op 50 meter afstand een aanvullend groot bord zal komen dat er een snelheidsverlaging is. En op de vraag van de heer Stolk: met ongeveer een maand is dat geregeld. Als het goed is, want die borden moeten wel worden besteld. Voor het overige houden wij dat wel heel goed in de gaten. Als die borden worden geplaatst, zullen we ook in gaten houden wat dat doet met de snelheid van de auto's. We hebben daar nu eenmaal wel een oversteek gecreëerd waarop fietsers voorrang hebben. We moeten even kijken of gewenning iets doet of dat extra maatregelen nog nodig zijn. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Ik zie nog een korte vervolgvraag van de heer Stolk. De heer Stolk: Ik wil als VSP ook de uitritten, de T-kruisingen die op de De Raadtsingel zitten, onder de aandacht brengen. Daar moeten auto's over het fietspad eerst kijken, links en rechts en dan gaan ze de weg zelf op. Ook dat geeft gevaarlijke situaties. En ook nog het uitdraaien van zo'n uitrit naar de weg. Dan gaan we allemaal over de middenas heen. Het is mogelijk dat daar ook aandacht aan besteed kan worden. De voorzitter: Ik weet niet of de heer Veldman daar nog op kan reageren? De heer Veldman: Voorzitter, het is dezelfde weg, maar het is wel echt een ander thema.

Mede naar aanleiding ook van eerdere vragen persoonlijk van u heb ik mij daar wat over laten bijpraten door de mensen die met de weg bezig zijn geweest. Ook daar speelt blijkbaar gewoon een ruimte-issue. Als je dat anders wilt, zoals u dat suggereert, moeten er andere bochtstralen worden gebruikt en dat heeft dan ook weer allemaal andere implicaties. Zoals het is, is het nu. Het dwingt mensen in ieder geval wel om goed op te letten. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de laatste vraag. Dat is een vraag over suïcidepreventie en mevrouw Van de Aardwegh gaat hem toelichten. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Dank, voorzitter. Het is deze week de Week van de Suïcidepreventie, die tot doel heeft extra aandacht te vragen voor suïcidepreventie. Vanaf 1 januari jongstleden moeten gemeenten actief beleid voeren om suïcide te voorkomen middels de Wet integrale suïcidepreventie. Het CDA vindt het belangrijk dat onze gemeente hier ook haar verantwoordelijkheid in neemt en heeft de volgende vragen.

Eén, welke politieke prioriteit kent het college toe aan suïcidepreventie binnen het gezondheids- en welzijnsbeleid van de gemeente Dordrecht? Twee, is het college van mening dat de huidige inzet en voorzieningen op het gebied van suïcidepreventie voldoende zijn om inwoners tijdig te bereiken en te ondersteunen? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, welke verbeteringen zijn nodig? Drie, hoe zorgt het college ervoor dat inwoners, hun naasten en professionals weten waar zij terechtkunnen wanneer er sprake is van suïcidale gedachten of zorgen over iemand in hun omgeving? Vier, welke rol ziet het college voor lokale partners, waaronder ZinZicht, bij het vroegtijdig signaleren en voorkomen van suïcidaliteit en is het college bereid deze rol verder te versterken? Vijf, hoe gaat het college de gemeenteraad informeren over de resultaten van het Dordtse suïcidepreventiebeleid en de effecten daarvan voor inwoners? Dank. 6 De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. Naar ik begreep ga ik naar de heer Veldman voor het antwoord. De heer Veldman: Voorzitter, dank u wel. Dank ook voor uw vragen, ook in deze week van de preventie. Ik wil voorhand wel even zeggen dat het voor sommige mensen een gevoelig thema kan zijn als je dit in nabijheid heb meegemaakt. Ik wil ook zeggen dat als je kampt met dergelijke gedachten: zoek hulp. Dat even vooraf.

Voorzitter, dat gezegd hebbende, wij nemen suïcidepreventie serieus. Onder jongeren is het nog altijd de eerste doodsoorzaak. Dat is ook de reden dat het beleid zich richt op jongeren in de leeftijdscategorie 12 tot 27. Voor het uitvoeren van deze nieuwe taak, want zoals u zei komt die taak naar de gemeente toe, werken we heel nauw samen met de GGD in regioverband. De GGD heeft daarvoor ook een nieuw beleid vastgesteld. Wij als regio hebben dat samen met de GGD vastgesteld, zo moet ik het zeggen. Dat beleid wordt uitgevoerd binnen de middelen die het Rijk daarvoor heeft verstrekt. Dat is voor de regio in totaal iets meer dan 2 ton. Wij hebben ook afgesproken dat 10 procent van het lokale deel ook lokaal in onze gemeente kan worden besteed. Dan moet u denken aan een bedrag van net iets meer dan 7000 euro. Er is geld, maar u zult begrijpen: dit zijn ook geen wereldschokkende bedragen. Het wordt serieus genomen en het is ook ingebed in breder sociaal beleid. Dan heb ik het over het geheel van het sociaal domein, reguliere gezondheidsaandacht, maar ook onderwijs. En dan heb je ook nog specifieke aandacht voor het suïcidepreventieprogramma. Dan uw tweede vraag, of wij van mening zijn dat de huidige inzetvoorzieningen afdoende zijn: ja, want we gaan dat regionale plan ook uitvoeren.

Wij zijn van mening dat, als we dat op de goede manier doen, wij ook invulling geven aan de wettelijke taak die wij hebben. Dat zal gebeuren volgens de European Alliance Against Depression-model, in goed Nederlands. Waarbij er publiekscampagnes zijn, het beperken van toegang tot dodelijke middelen en het trainen van sleutelfiguren, het actief benaderen van risicogroepen en actienetwerken. Dat zijn elementen binnen die aanpak die zullen gaan gebeuren. Voorzitter, dan is een vervolgvraag nog hoe wij ervoor zorgen dat inwoners weten waar ze terechtkunnen. In een andere vraag komt u daar nog een beetje op terug, zag ik. In Dordrecht kun je kosteloos bij ZinZicht gesprekken voeren. U kunt uiteraard ook naar een huisarts of doorverwezen worden naar de psychiatrische hulp. Het telefoonnummer 113, dat denk ik breed bekend is, is uiteraard ook voor Dordtenaren toegankelijk. Verder gaan we mede als uitvoering van dat beleid, waar ik het zojuist even over had, publiekscampagnes maken. Er zullen twee campagnes komen, één voor jongeren en één voor jongvolwassenen. Die worden ook samen met jongeren van het Da Vinci College ontworpen, om ervoor te zorgen dat die campagnes zo goed mogelijk aansluiten bij de belevingswereld van jongeren. Voorzitter, dan de laatste vraag, geloof ik, hoe wij de raad daarover informeren.

Wij informeren de raad via de reguliere manier waarop wij over de DG&J-samenwerking informeren, dus via de begroting en het jaarverslag. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat alle vragen zijn beantwoord. Dank u wel allemaal voor uw aandacht en ik wens u een prettige vergaderavond. 3. Beantwoorden door het college van artikel 40-vragen RvO van de fractie VVD over Van leegstand naar levendigheid: tempo op V&D pand (technische sessie) 7 Voorzitter: de heer Struijk Raadsgriffier: de heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Van der Graaf (PVV) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Hoogduijn (D66) Mevr. Van Hunen (Dordtse VVD) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kuhlmann (Dordtse VVD) Dhr. Pauwels (PRO Dordrecht) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Stolk (VSP Dordrecht) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Mevr. Van Valen (VSP Dordrecht) Dhr. Verdoorn (Forum voor Democratie) Portefeuillehouder: - Ambtelijke ondersteuning: dhr. Koppelaar, dhr. Van Oosterhout, dhr. Schneider De voorzitter: Mijnheer Safranti, we gaan beginnen, als u het goed vindt. Dat is mijnheer Safranti, voor degenen die het niet weten. Beste mensen, waarde collega's, bij dezen ga ik de vergadering openen. Wij zijn hier bijeen in verband met de beantwoording van de artikel 40-vragen van de Dordtse VVD over leegstand.

Van leegstand, moet ik zeggen, naar levendigheid, tempo op het V&D-pand. Het is een beeldvormende, technische sessie, dus we gaan het vanavond heel technisch houden en niet politiek maken. Bij dezen is de vergadering geopend en ik heet van harte welkom de raads- en commissieleden. De vertegenwoordiger van het college zie ik zo gauw niet. Ik zie van de ambtelijke ondersteuning in ieder geval Rob Koppelaar aan mijn linkerhand en daarnaast Luut Schneider. Volgens mij zit daarnaast Donne Reichardt? O ja, Van Oosterhout. Foutje, Van Oosterhout. Nu vergeet ik het niet meer. Het stond even fout op mijn briefje. Hij gaat zich straks ook nog voorstellen, dus dat komt helemaal goed. Ik ga namelijk voor het verslag vragen of alle raads-, commissieleden en andere mensen die aan deze tafel zitten zich even op de gebruikelijke wijze willen voorstellen met het noemen van hun naam en de fractie, als ze tenminste bij een fractie horen. En verder, de anderen mogen hun functie noemen. Mijnheer Stolk, u mag het goede voorbeeld geven. De heer Stolk: Mijn naam is al genoemd en de partij is de VSP. Mevrouw Van Valen: Sabine van Valen, VSP. 8 De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. De heer Hoogduijn: Emre Hoogduijn, D66. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland.

De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Verdoorn: Dirk Verdoorn, Forum voor Democratie. Mevrouw Van Hunen: Mila van Hunen, Dordtse VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Van der Graaf: Brian van der Graaf, PVV. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, Socialistische Partij. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PRO Dordrecht. De heer Van Oosterhout: Mark van Oosterhout, ambtenaar. De heer Schneider: Luut Schneider, ambtenaar. De heer Koppelaar: Rob Koppelaar, ambtenaar. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: Mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter. De beantwoording van de artikel 40-vragen over het tempo van de herontwikkeling van het voormalige V&D-pand gaf aanleiding dit op de agenda te zetten. Daarbij was er ook brede steun voor het verzoek om de sessie te verbreden naar wat het college in zijn algemeenheid doet om projecten te versnellen en wat de raad daarin kan betekenen. Zowel het V&D-pand an sich als de bredere vraag komen vanavond aan bod. En daarom bestaat de vergadering feitelijk uit twee delen. Allereerst krijgen we een toelichting door de heer Rob Koppelaar, de gebiedsmanager, over de stand van zaken van de herontwikkeling van het voormalige V&D-pand. Dan mogen daarna ook wat vragen worden gesteld.

Vervolgens gaat de heer Luut Schneider, beleidsadviseur, in zijn algemeenheid over de andere projecten en dergelijke praten. Hoe die eventueel versneld kunnen worden en wat de raad daarin kan betekenen. Uiteraard mag u ook aan hem dan nog wat vragen stellen. Daarna gaan we afronden en afsluiten met een conclusie en zien wat we verder gaan doen. De eerste die het woord krijgt is dus de heer Koppelaar. Als u dat knopje indrukt, doe ik de mijne uit en komt u in beeld. 9 Of de presentatie komt in beeld, dat kan natuurlijk ook. Daar hopen we altijd op. Het is de eerste vergadering na het reces, dan mag het. De heer Koppelaar: Ik kan ook alvast beginnen. De voorzitter: Mijnheer Koppelaar gaat vast beginnen, dus mondjes dicht en oren gespitst. Even zonder plaatjes. Dat gaat meestal het beste, is mijn ervaring van vroeger. De heer Koppelaar: Een leegstaand pand in het hartje van Dordrecht is ongewenst. Zo is het natuurlijk al jaren met betrekking tot het pand van V&D. Er is de afgelopen tijd hard gewerkt om te proberen daar een oplossing voor te verzinnen. Dat heeft uiteindelijk in 2023 geleid tot een plan van Reshape. Dat is de eigenaar, want dit is een particulier initiatief. De gemeente heeft daar geen gronden. Tot een plan van Reshape, de ontwikkelaar, tot sloop van twee derde deel van het gebouw en handhaving van een derde deel.

De kant aan het Scheffersplein, dat is de monumentale gevel aan de kant van de terrassensituatie, blijft gehandhaafd. Het achterliggende deel zou gesloopt worden en daar zou nieuwbouw gerealiseerd worden. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een omgevingsvergunning in april 2023. Als zo'n vergunning verleend is, ondanks het voorproces en ondanks communicatie met omwonenden, kan het natuurlijk zijn dat er sprake is van bezwaren. Tegen iedere verleende vergunning kan een bezwaarschrift worden ingediend gedurende 6 weken na verlening van die vergunning. Dat is ook hier gebeurd. Er lagen toen 11 bezwaarschriften. Dan leven we ongeveer juni ’23, toen de beroepstermijn voorbij was. Vervolgens hebben we geprobeerd om heel snel die bezwaren te behandelen. Dat is ook gelukt, want dat ziet u: 28 juli heeft besluitvorming over de bezwaren plaatsgevonden. En dan begint de beroepstermijn: mensen kunnen dan op dat moment in beroep tegen die bezwarenbehandeling als ze het niet mee eens zijn. Dat is in deze situatie niet gebeurd. Dat betekent dat het vooroverleg met diverse omwoners uiteindelijk toch zijn resultaat gehad heeft. Vervolgens betekent dat dat ongeveer half september de vergunning onherroepelijk is geworden. Dat betekent dat er op dat moment in theorie gebouwd zou kunnen worden.

Zo'n ontwikkelaar moet aan de slag met de verdere technische uitwerking, met de voorbereiding met de bouwer, met afspraken met een bouwer over prijzen en opdrachtverlening. Dat heeft geruime tijd geduurd, maar daar zijn ze hard mee bezig geweest. Het is natuurlijk een heel complex project. Hartje binnenstad. Hoe ga je om met de aan- en afvoer van zo'n groot gebouw? Hoe ga je om met de bouwsituatie, met kranen et cetera? En welk prijskaartje hangt daaraan? Uiteindelijk is eind ‘25 geconstateerd door de ontwikkelaar dat het financieel onhaalbaar was. Dan zult u zeggen: hoe kan dat? Er was natuurlijk in die periode ook heel veel gewijzigd: de oorlog in Oekraïne, veranderingen in bouwkosten. Anders gezegd, oorspronkelijk was het bij wijze van spreken zo dat een woning geld opleverde. Er zaten toen 108 woningen in. Uiteindelijk leverde het geen geld op, maar kostte het alleen maar geld en de ontwikkelaar kwam miljoenen tekort op deze ontwikkeling. Dat speelde rond de jaarwisseling 2025, 2026. Vervolgens heeft de ontwikkelaar gezegd: ik wil toch graag iets en wij wilden natuurlijk als gemeente ook graag iets.

Kunnen we niet een nieuw proces starten waarbij we niet gaan voor de situatie sloop en nieuwbouw, maar waarbij we gaan voor de situatie transformatie? Daar zijn we in januari, februari van dit jaar mee begonnen, waarbij ook de afspraak is 10 gemaakt: er wordt niet alleen getekend, maar ook tegelijkertijd gerekend. In de hoop dat je zo meteen een plan hebt dat markttechnisch veel beter haalbaar is. Dat heeft in de afgelopen maanden geleid tot eigenlijk een snelle planontwikkeling, parallelle beoordeling door diverse disciplines, behandeling in de adviesraad voor de detailhandel, behandeling in de welstandscommissie een tweetal keer. Dan zie je ook dat er allerlei publicaties in de krant komen. Vervolgens verliep dat allemaal voorspoedig en hebben wij ook zorg gedragen voor communicatie. In deze zaal heeft een presentatie van het plan plaatsgevonden en iedereen kon via een inloopbijeenkomst het plan bekijken. Eigenlijk was het overgrote deel van de reacties positief. Vervolgens is de ontwikkelaar verdergegaan met de opmerkingen die dan binnengekomen waren en dat heeft uiteindelijk geleid tot de huidige stand van zaken. Dat staat op de volgende sheet. De aanvraag omgevingsvergunning is overeenkomstig planning op 30 juni ingediend. Dat is eigenlijk binnen een maand of 4, 5 nadat we met deze planontwikkeling gestart zijn.

Dit plan is niet meer sloop en nieuwbouw, maar transformatie van het bestaande. Dat betekent dat de kant van het Scheffersplein, net zoals de vorige keer, gehandhaafd blijft. Het is de bedoeling daar op de begane grond te zijner tijd medewerking te verlenen aan horeca, zodat het Scheffersplein in dat opzicht nog een extra injectie krijgt. De verdiepingen daarboven, dat zijn de verdiepingen achter de glazen wand die u hier op het onderste plaatje ziet, worden omgebouwd tot kantoren. Voor de rest wordt het casco aan de achterzijde: aan de Statenpleinkant, aan de Tolbrugstraat Landzijde en de Kolfstaat wordt het tot de constructie teruggebracht. Daar worden 46 woningen beoogd, waarbij op de begane grond over het algemeen sprake is van commerciële ruimte. Dat geldt in ieder geval voor de situatie aan het Statenplein en aan de Kolfstraat. Aan de Tolbrugstraat Landzijde zit de ingang van de kantoren van het Scheffersplein en zitten ook nog enkele woningen. Dat betekent grofweg gezegd: overal commerciële ruimte op de begane grond plus een openbaar toilet, enkele woningen in de Tolbrugstraat en voor de rest woningen op de verdieping. Die aanvraag is ingediend. U begrijpt uit het verhaal dat ik net vertelde dat dat in een snel tempo gegaan is. Dat betekent dat ook heel veel technische uitwerking noodzakelijk is. Dat is nog niet allemaal gereed.

Er is nog sprake van wat noodzaak om dingen aan te vullen. Nu wordt toetsing uitgevoerd door de collega's van de omgevingsdienst. Ik denk dat over een week of 4, 5, 6 hopelijk de omgevingsvergunning verleend kan worden. Dan krijg je zo'n zelfde proces bezwaartermijn, beroepstermijn. Hoewel het wel de verwachting is, gelet op de eerdere reacties tijdens die participatieavond, dat daar nu minder sprake van is dan de vorige keer, maar dat is niet uit te sluiten. Dat is eigenlijk de huidige stand van zaken. Als die vergunning verleend is, dan heb je nog 6 weken erna of er wel of geen bezwaren binnekomen. Komen er geen bezwaren binnen, dan is de vergunning onherroepelijk en kan er definitief gebouwd worden. De ontwikkelaar is nu aan de slag met bouwers. Hij is nog niet rond. Dat is natuurlijk nog iets wat onzeker is. Op het moment dat dat allemaal lukt, zou in het voorjaar van 2027 hopelijk gestart kunnen worden met de bouw. Dat betekent verbouwing van het totale pand zoals er nu bij staat. Tot zover even mijn toelichting. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Koppelaar, voor uw heldere uitleg en uw bondigheid. Mijnheer Safranti heeft een vraag voor u. 11 De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, als je dit ziet, dan worden we daar alleen maar blij om, denk ik. V&D was natuurlijk altijd het hart van onze stad waar iedereen toch binnenliep en uitliep uiteindelijk.

Als ik dit zo zie … Een bioscoop gaan we sowieso niet meer redden. Boven komen de woningen, prima. Daaronder gaf u aan dat dat eventueel voor onderneming iets in kon betekenen. Mijn vraag is, zouden daar bijvoorbeeld ook evenementen in geplaatst kunnen worden, te denken aan zo'n bowlingbaan of iets anders waar je toch de levendigheid in de stad weer terugkrijgt? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Koppelaar. De heer Koppelaar: Dat is niet waar de ontwikkelaar zich op dit moment op richt. De ontwikkelaar richt zich op dit moment op commerciële ruimte in de vorm van detailhandel. U ziet ook de gevel, die is totaal anders als de bestaande gevel. De ontwikkelaar heeft samen met de architect en met de gemeente ook gepoogd om juist die voorkant, entreepartij vanaf het Statenplein vorm en volume te geven. Dan kom je in een grote ruimte. Het zijn ook grotere winkels dan in het verleden. in het verleden waren de units veel kleiner, nu wordt juist gericht op grotere winkels, omdat daar op dit moment de meeste behoefte aan is. De verwachting is dat daar inderdaad belangstelling voor is. Dat zie je natuurlijk pas in de loop van het bouwproces, want dan vindt de echte commerciële verhuring plaats. Als u vraagt: kunnen er evenementen in? Stel dat dat niet haalbaar zou zijn, een detailhandel als invulling, dan is dat niet uitgesloten.

Het bestemmingsplan dat hier van toepassing is, geeft aan dat je in principe alleen detailhandel mag. Andere functies die ondersteuning opleveren van het winkellint, van de detailhandelsituatie, kunnen ook, maar die moeten op dat moment beoordeeld worden. Dan moet dat aan de adviesraad van de detailhandel worden voorgelegd en dan kan het college daar binnenplans medewerking aan verlenen. Die mogelijkheden zijn er wel, maar het uitgangspunt is nu een detailhandelsinvulling. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Ik ga naar de heer Hartmeijer van de Socialistische Partij. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. De heer Koppelaar gaf eigenlijk al een half antwoord over inderdaad de ondernemers in de commerciële plint. Is er bij hem al iets bekend of er gegadigden, ondernemers, zijn voor dit pand? De heer Koppelaar: Sowieso ben ik niet degene die daar iets over moet zeggen. De ontwikkelaar verwacht uit zijn marktgevoelen dat dat zo zou zijn, maar hij heeft op dit moment nog geen kandidaten. Dat is ook nog veel te vroeg. Zij focussen zich op dit moment echt op de planontwikkeling. Twee, op het krijgen van overeenstemming met een bouwer. En pas in de vervolgfase gaan zij acquireren. De voorzitter: Dank voor dat antwoord. Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. Sowieso heel mooi dat er op creatieve wijze toch iets van gemaakt kan worden op deze manier.

Ik vroeg me af, die stap naar 12 transformatie leidt in ieder geval tot iets minder woningen, maar heeft het ook gevolgen voor het prijsniveau van de woningen en heeft u daar een beeld van? Dat is de vraag. De heer Koppelaar: De prijzen kan ik u niet noemen. De differentiatie in oppervlakte is vergelijkbaar met het vorige plan, alleen zijn de aantallen kleiner. De verwachting is dat de huren niet afwijken ten opzichte van de vorige situatie, afgezien van de marktontwikkelingen die natuurlijk aan de orde zijn. De voorzitter: Dank u. Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Bedankt ook voor de presentatie aan de heer Koppelaar. Als ik even terugkijk naar de tijdlijn, dan zie ik dat er in 2023 een vergunning verleend is en dat uiteindelijk tweeënhalf, drie jaar later is gebleken dat het financieel toch een onhaalbaar plan bleek te zijn. Heeft de gemeente destijds ook een termijn aan de projectontwikkelaar gesteld waarbinnen er moet worden gestart met de bouw na het verlenen van de vergunning? De heer Koppelaar: Standaard staat in iedere vergunning dat je binnen een half jaar moet starten, maar u zult begrijpen dat in zo’n proces … Dat geldt eigenlijk bij alle bouwprocessen tegenwoordig: je kunt een aannemer op dit moment niet zomaar van de plank pakken. Je kunt niet heel makkelijk overeenstemming krijgen met een aannemer.

Er is sprake van geweest van tekorten in bouwstoffen en tekorten in personeel. Het uitoefenen van druk in zo'n belangrijk dossier heeft eigenlijk geen enkele zin, want de ontwikkelaar heeft zelf ook het meeste baat bij starten met de bouw. Hij beoogt juist zo snel mogelijk en baalde ervan, om het maar even populair te zeggen, dat het financieel niet haalbaar was. We zijn gewoon jaren met elkaar bezig geweest en met de communicatie met de omgeving, et cetera. Zij hebben ook heel veel kosten gemaakt die nu natuurlijk ook niet terugkomen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag ligt een beetje in het verlengde van de huurders van de commerciële plint. Er werd al gezegd: op dit moment ligt de nadruk op de ontwikkeling en er zijn nog geen huurders. U noemde het zelf wel: het worden grotere ruimtes, want daar is meer behoefte aan. Is er onderzoek gedaan of er behoefte is in de stad of gaan we straks een verschuiving krijgen zodat we weer leegstand gaan krijgen op andere plaatsen? De heer Koppelaar: Leegstand in het hartje van het winkelgebeuren is natuurlijk het meest ongewenst. Als het ergens gevuld zou moeten worden, zou het hier gevuld moeten worden. De verwachting is, niet alleen van de ontwikkelaar, maar ook van marktpartijen, dat deze locatie wel gevuld wordt.

U heeft dat ook recent gezien bij het winkelcentrum Drievriendenhof. Dat heeft enige tijd leeggestaan. Daar komen nu drie nieuwe formules en dat is het aantal vierkante meters in dat deel ook compleet gevuld. De verwachting is niet dat als dat gerealiseerd is dat hier straks sprake is van leegstand, maar veel meer dat er aan de flanken van de winkelstraat leegstand is. Dat is een andere discussie. De 13 ontwikkelaar beoogt daar detailhandelsruimte tot stand te brengen, waarvan de verwachting is dat dat vol komt. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Aarden en dan gaan we misschien, als er verder geen dringende vragen zijn, naar de tweede presentatie. Mijnheer Aarden. De heer Aarden: Dank, voorzitter. Ik had een vraagje. Heeft transformatie in plaats van sloop en nieuwbouw nog gevolgen voor de duurzaamheid van de ruimtes? Is dat bekend? De heer Koppelaar: Duurzaamheid is sowieso een aspect dat bij iedere aanvraag omgevingsvergunning tegenwoordig aan de orde is. We zorgen ervoor dat er sprake is van een natuurinclusieve ontwikkeling, van een klimaatbestendige ontwikkeling. De duurzaamheid is sowieso positiever dan bij sloop en nieuwbouw, omdat natuurlijk een deel van het gebouw blijft staan. In dat opzicht is daar rekening mee gehouden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Koppelaar, voor uw aandeel tot zover.

Dan denk ik dat ik naar mijnheer Van de Landenberg, mijnheer Schneider kan voor het volgende deel. Excuus. De heer Schneider: Dank u wel, voorzitter. En dank je wel, Rob, ook voor het eerste deel van de presentatie. Ik neem u graag verder mee in een wat meer algemene toelichting over aanpakversnelling van de woningbouw in Dordrecht. Dan wil ik graag beginnen in 2018: waar komen we vandaan? In 2018 was de situatie zo dat we in Dordrecht een krimp van het inwonertal kenden. Daarnaast was er ook sprake van een lage woningbouwproductie. We hadden een beperkte planvoorraad en tegelijkertijd ook een relatief goedkope woningvoorraad in de stad. Daarnaast waren er ook weinig woningen in de voorbereiding. Dordrecht stond eigenlijk voor een grote opgave: door de lage planvoorraad en de lage productie was er onvoldoende capaciteit om structureel woningen toe te voegen. Tegelijkertijd wilde de gemeenteraad niet alleen voorzien in de eigen woningbehoefte, maar ook werken aan versterking van de stad en groei van het inwonertal. De centrale gedachte was: dat versnellen begint eigenlijk met de ambitie. Daarom is er ingezet op een grote woningbouwopgave. Eerst woningen voor de eigen, autonome behoefte en vervolgens uitbreiding van de planvoorraad tot uiteindelijk circa 11.000 woningen. Dat blijft natuurlijk niet alleen bij plannen maken, maar het moet ook gerealiseerd worden.

Wat heeft het college daarvoor gedaan? Enerzijds natuurlijk sturen op de voortgang van projecten en anderzijds ook het inzetten van verscheidene versnellingsinstrumenten. De focus daarbij lag natuurlijk niet op wat anderen moesten doen, maar op wat de gemeente zelf kon verbeteren. Procedures zijn aangepast, monitoring is verbeterd en projecten werden actief gevolgd. Hierdoor konden vertragingen sneller worden gesignaleerd en daarmee ook worden opgelost. Daarnaast zijn er verschillende versnellingsinstrumenten inzetbaar om waar passend meer vaart te krijgen in de projecten. Zo is in het kader van de Crisis- en herstelwet het verzoek ook ingediend door het college voor een Spoorzone in de stad, vooruitlopend op het invoeren van de Omgevingswet. Daardoor mochten we regelgeving toepassen die eigenlijk nog niet was ingevoerd en konden we bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte toepassen, waardoor de betreffende projecten in de Spoorzone 14 sneller van de grond kwamen. Daarnaast kunnen er door parallel plannen verschillende processen in de ontwikkeling tegelijkertijd worden voltrokken. Zoals de heer Koppelaar daarvan ook een voorbeeld gaf, met de processen voor de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit en de adviesraad is dat ook bij de V&D gebeurd.

Daarnaast is ook het toepassen van de fast lane-aanpak toegepast en dat passen we nog steeds toe, wat de vergunningverlening en planvorming versnelt. Intensieve planbegeleiding vanuit de gemeente zorgt voor een vinger aan de pols, zodat geholpen of gesignaleerd kan worden waar nodig. Daarnaast is er ook de woningbouwimpuls, voorheen de start bouwimpuls vanuit het Rijk: financiële steun voor projecten met een publiek financieel tekort. Waar heeft dit toe geleid? Er is sinds 2018 echt zichtbare verbetering in de stad. De jaarlijkse bouwproductie is ongeveer verdubbeld. Daarnaast is ook het aantal woningen in aanbouw verdubbeld. De bouwvergunningen zijn meer dan verdrievoudigd en de planvoorraad is gegroeid van ongeveer 3700 naar meer dan 11.000 woningen. Tegelijkertijd is ook de doorlooptijd van de planvorming teruggebracht. De voorzitter: We maken hem eerst even af, mijnheer Katif. Ik beloof dat u de eerste bent die de vraag mag stellen. Als u even de microfoon uit wilt doen? De heer Katif: Sorry, excuus. De heer Schneider: Ik pak hem weer op. Daarbij is de belangrijkste boodschap, denk ik, dat versnelling mogelijk is en in Dordrecht ook aantoonbaar heeft plaatsgevonden. Tegelijkertijd blijft het wel noodzakelijk om onderscheid te maken tussen factoren waar de gemeente invloed op heeft en factoren waarop dat niet of slechts beperkt het geval is.

Niet elke vertraging ontstaat namelijk op dezelfde plek. Soms zit deze in de planfase, soms in vergunningverlening en soms pas in de uitvoering. In de plan- en besluitvormingsfase kunnen procedures vertragend werken. Denk bijvoorbeeld aan een kort geding dat wordt aangespannen. Met de wet Versterking regie, die recent is ingetreden, kan men nu maximaal nog één keer in hoger beroep gaan, wat natuurlijk veel vertraging kan voorkomen. In de fase van de bouwvoorbereiding kan onzekerheid over de prijsontwikkeling van bouwmaterialen bijvoorbeeld zorgen voor vertraging als het plan niet meer dicht te rekenen valt en de ontwikkelaar daardoor niet kan gaan bouwen. En waar kan het college dan op sturen? Er zijn natuurlijk een aantal factoren die direct beïnvloedbaar zijn door de gemeente. Denk aan: prioritering van projecten, de capaciteit in de organisatie, de intensieve planbegeleiding en snelle besluitvoorbereiding. Die intensieve advisering, met name bij projecten waar wij als gemeente of als college geen initiatiefnemer zijn, daar is dat heel belangrijk voor. Gebiedsmanagers, zoals de heer Koppelaar, helpen door de initiatiefnemer bij te staan bij elke stap die nodig is om een vergunning te verkrijgen en daarin verder te helpen. Daardoor komen plannen zo snel mogelijk door alle hoepels. In andere gemeenten is dat vaak anders georganiseerd.

Daar gaat dat bijvoorbeeld van afdeling naar afdeling, wat logischerwijs trager en bureaucratischer is. Dat doen wij hier op een andere manier. Daarnaast is ook monitoring van de rapportages belangrijk, een manier om te blijven monitoren, te blijven sturen waar dat kan en waar dat nodig is. Ook de samenwerking met ontwikkelaars is natuurlijk ontzettend belangrijk in het versnellen van de woningbouw. Zo hebben we een lokale Bouwtafel in Dordrecht. Daarnaast hebben we die ook regionaal en is er een bestuurlijk overleg Bouwende stad, dat dadelijk het platform Bouwende stad wordt. Daarin gaan we direct in gesprek met partners in de keten 15 rondom de woningbouw, waardoor signalen vroegtijdig opgevangen kunnen worden. Ook kunnen ontwikkelingen worden besproken met alle partners die van invloed zijn op de planvorming en de bouw. Daarnaast is logischerwijs een tijdige vergunningverlening ook een factor waar het college op kan sturen. Er zijn ook factoren waar het college beperkte of misschien zelfs geen invloed op heeft, die zijn met name financieel van aard. Denk bijvoorbeeld aan: stijgende bouwkosten, de rentestand, krapte op de arbeidsmarkt, een tekort aan materiaal en natuurlijk ook recent, u allen bekend, netcongestie. Ook marktontwikkelingen werken vertragend, zoals bijvoorbeeld eerder ook al genoemd de Oekraïneoorlog en de daarmee stijgende energieprijzen.

Ook het verkooptempo van woningen in een project kan vertragend werken. In het algemeen is de financiële haalbaarheid een factor die echt vertragend kan zijn en waar minder of weinig invloed op is. Welke rol heeft de raad? De raad stelt natuurlijk kaders vast en neemt de ruimtelijke besluiten, stelt budgetten beschikbaar en bewaakt de hoofdlijnen. De ervaring van de afgelopen jaren laat zien dat duidelijke kaders en voorspelbare en tijdige besluitvorming echt bijdragen aan versnelling. Hoe vaker plannen opnieuw ter discussie worden gesteld, hoe groter het risico op vertraging, logischerwijs. Er zijn ook factoren waar de raad minder invloed op heeft. Die zijn natuurlijk vergelijkbaar. Die zijn met name financieel van aard, maar ook, die staat hier als nieuw op deze slide: juridische procedures van derden. Wat betekent dit voor projecten? Het is sowieso belangrijk dat elk project zijn eigen uitdagingen kent. Vrijwel iedere binnenstedelijke herontwikkeling kent vergelijkbare vraagstukken, al dan niet in een andere context, afhankelijk van het project. Zo zijn er bijvoorbeeld de ruimtelijke afwegingen en technische complexiteit die mogelijk vertraging opleveren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een ontwikkeling in een kernwinkelgebied met extra afwegingen of bijvoorbeeld een buitendijkse ontwikkeling of andere ontwikkelingen waar waterveiligheid ook van toepassing is.

Zoals eerder genoemd: de financiële haalbaarheid en de marktontwikkeling, veranderingen in kosten, stijgende prijzen of een Oekraïneoorlog. Daarnaast uiteraard ook participatie en juridische procedures, bezwaren, kort geding. Wat hebben we de afgelopen tijd geleerd? Het is duidelijk dat versnelling begint met die ambitie en dit hebben we goed gedaan in Dordrecht sinds 2018. De gemeentelijke processen kunnen aantoonbaar sneller, maar niet alle vertragingen zijn door de gemeente te beïnvloeden. De raad speelt hier een belangrijke rol in door de kaders te stellen en de besluitvorming te organiseren. Daarnaast is de samenwerking tussen raad, college en marktpartijen essentieel om te blijven versnellen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schneider, voor de presentatie. De eerste vraag is van mijnheer Katif. De heer Katif: Dat was de nieuwsgierigheidsvraag. Ik heb wat met cijfers. Ik zag op een gegeven moment resultaten van realisatie 2018 tot 2000 … En toen stopte het. 2, 0, 2 en ik weet niet of het ’25, ’26 of ’24 was. Even voor de goede lezer. Zie je, daar in het hoekje? En ik was benieuwd, u had het over dat de jaarlijkse bouwproductie ongeveer is verdubbeld. Dat weet ik niet. Ik zie niks, maar dat geldt voor woningen in aanbouw verdubbeld en bouwvergunningen meer dan verdrievoudigd. Daar zou ik best even de basis van willen weten. Op zich een technische vraag.

De voorzitter: U kunt daar antwoord opgeven, mijnheer Van Oosterhout? 16 De heer Van Oosterhout: Dank u. Dat is natuurlijk het beste te vinden in de bouwmonitors die u ook als raad krijgt. Als we het over die verdubbeling hebben, ik zeg het uit mijn hoofd, ik geloof dat in 2021 en ’22 of ’20 en ’21 we op een woningbouwproductie zaten van 700 of 800 woningen. Na de inval in Oekraïne daalde dat naar ongeveer 400, 500. En afgelopen jaar zaten we weer dik in de 600. De stijgende lijn is weer gevonden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. Ik heb twee vragen. De eerste gaat over sociale huurwoningen. Het is natuurlijk heel mooi dat er nu meer woningen gebouwd worden. Heeft de gemeente een beeld van hoeveel sociale huurwoningen aan de voorraad zijn toegevoegd? Dan bedoel ik niet woningen die eerst gesloopt zijn en dan nieuw gebouwd zijn, maar hoeveel zijn er sinds 2018 nieuw gebouwd? De tweede vraag is een beetje een andere vraag. Er staan een aantal dingen opgesomd over wat kostenverhogend werkt: procedures, bouwkosten, et cetera. De gemeenteraad heeft wel degelijk heel veel invloed in waar er gebouwd wordt. En in mijn beleving heeft de keuze van waar er gebouwd wordt ook direct invloed op bouwkosten en het aantal procedures dat tegen een plan wordt aangevoerd.

Herkent u dat beeld? De voorzitter: De eerste vraag is over de netto toename, maar u mag ook met de tweede beginnen. De heer Schneider: Wat betreft de eerste vraag, over het aantal sociale woningen, dat is toegevoegd in die tijd. Ik moet zeggen dat ik dat getal niet paraat heb, maar ik neem aan dat wij dat ook hebben gemonitord. Daar kom ik graag schriftelijk op terug. Voor de tweede vraag kijk ik even naar links of rechts. De heer Van Oosterhout: Ik durf de stelling wel aan dat er heel veel plekken zijn in de stad waar je bouwt en waar je dan inderdaad bezwaren krijgt. Natuurlijk is de ene plek complexer dan de andere en wordt het daarmee dan ook duurder dan de andere plek. Dat heeft te maken met de omgeving en de eisen die daar gelden. Je kijkt in de binnenstad echt anders naar een plek dan: noem een willekeurige wijk die er wat verder vanaf ligt. Daar is zeker een verband tussen, alleen dat verband is doorgaans dan wel over alle segmenten terug te zien. De voorzitter: Dank voor de beantwoording. Dan hebben we mijnheer Hartmeijer weer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Twee simpele vragen als dat mag, wat is fast lane- aanpak? Die begreep ik niet. De tweede vraag is, we hebben natuurlijk situatie Stadswerven waar een ontwikkelaar zijn woningen niet echt makkelijk kon verkopen.

Worden zulke situaties dan ook meegenomen in een monitoring of een rapportage? Wat kan de gemeente daarmee in zo'n situatie? De voorzitter: Eerst maar de fast lane-aanpak. Met het vertrek van mevrouw Koene komen de vreemde termen weer terug. 17 De heer Van Oosterhout: Toch is het er eentje die in de tijd van mevrouw Koene wel is ontstaan, moet ik eerlijk bekennen. De fast lane-aanpak dateert nog uit de periode 2019, 2020, toen we echt aan het experimenteren waren. Voortkomend uit de taskforce Bouwende stad die we toen hadden om te kijken: hoe kun je het sneller doen als gemeente? Dat is eigenlijk een aanpak waarbij we hebben afgesproken dat niet alleen de projectmanager van de gemeente en de projectmanager van de ontwikkelaar met elkaar contact hebben, maar dat ook de betrokken projectdirecteuren bijvoorbeeld elke twee weken met elkaar een kort afstemmingsoverleg hebben. Zodat je knopen door kunt hakken en liever nog problemen met elkaar bespreken die je misschien wel aan ziet komen. Dan zijn ze al opgelost voordat ze ontstaan. Dat hebben we met een aantal projecten geprobeerd, waarbij we niet altijd sneller zijn gegaan, maar wel heel erg veel hebben geleerd. Dat doen we eigenlijk steeds vaker op dit moment.

En uw tweede vraag was? De heer Hartmeijer: De situatie op de Stadswerven waar een ontwikkelaar zijn woningen niet echt snel in de verkoop kon zetten of er was weinig vraag naar. Ik kan me voorstellen dat dat misschien wel invloed heeft op toekomstige bestemmingsplannen. Wordt zoiets dan ook meegenomen in een monitoring of een rapportage waar aan gerefereerd werd? De heer Van Oosterhout: Meestal kijken we vooral op basis van de woonvisie, die ook door uw raad is vastgesteld, wat dan de programmering is die we aan de projecten meegeven. Je ziet op sommige plekken inderdaad wel dat je … Dat zit inderdaad in wat de heer Schneider zegt en mijnheer Koppelaar trouwens ook: in de schommelingen tussen die bouwkosten en de opbrengsten moet natuurlijk voldoende ruimte zitten, wil een project rendabel zijn. Vervolgens moet er 70 procent verkocht worden, wil de ontwikkelaar voldoende waarborgen hebben om daadwerkelijk te kunnen starten. Anders starten ze op risico. Dat gebeurt soms ook, maar wel minder. Dan is het de inschatting van de ontwikkelaar: hoe groot is de kans dat ik die woningen nog op een goede manier afzet om toch te kunnen starten? Dat is wel iets waar we gesprekken over hebben met ontwikkelaars. En waar wij wel weet van hebben wat daar gebeurt. We kunnen er vrij weinig op sturen, tenzij we zelf woningen gaan kopen. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, uw beurt.

De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik wil even inzoomen op de rol van de raad die ook in de presentatie aan bod is gekomen. Wat we als raad kunnen doen om te zorgen dat het dat het sneller gaat. We willen natuurlijk allemaal die woningen, tijdige besluitvorming, consistent, niet terugkomen op eerdere besluiten en dan ook het sturen op hoofdlijnen. Dat laatste, het kan natuurlijk gebeuren dat je als raad heel graag allerlei regels wil maken met hele goede bedoelingen. Als het gaat om milieueisen, bijvoorbeeld bepaalde dieren beschermen, vleermuizen, wat dan ook, maar ook heel gedetailleerde regels over welke inkomensgrenzen, woningen en zo. Als je dat opstapelt, dan kan ik me voorstellen dat je dan niet meer op hoofdlijnen aan het sturen bent en dat dat ook uiteindelijk als effect heeft dat het moeilijker wordt om die woningen te krijgen. 18 De voorzitter: Nu komt de vraag. De heer Kuhlmann: Klopt het voor wat betreft sturen op hoofdlijnen dat allerlei detaileisen, rondom bijvoorbeeld milieu- of inkomenseisen, ook een negatieve invloed hebben op de snelheid waarop we de gewenste woningen kunnen ontwikkelen in Dordrecht? De voorzitter: Een moeilijke vraag. Mijnheer van Oosterhout, die houden we voor u. De heer Van Oosterhout: Het antwoord is net zo simpel als kort: ja.

Tegelijkertijd snap ik ook wel dat de raad natuurlijk eisen stelt, omdat er heel veel redenen zijn om dat beleid vast te stellen. Ik vind het wel prettig, moet ik zeggen, als ik zie … Ik werk hier nu ruim zeven jaar. Ik geloof wel dat we altijd de ruimte hebben gehad dat op het moment dat we merken dat er echt iets beperkend werkt, er ook wel de vrijheid is om dat gewoon met de raad te bespreken en terug te leggen. Ik denk dat dat het belangrijkste is. U heeft gelijk, dat kost wel tijd. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik wil het niet te zwaar maken, maar toch een klein stukje grondwet citeren. Er staat in artikel 22: bevordering van voldoende woongelegenheid is een voorwerp van zorg der overheid. Er zijn decennia geweest waarin de overheid die verantwoordelijkheid hoogstpersoonlijk opvatte en zelf woningbouw verzorgde. Ik zie mijn buurman al knikken op rechts en ook mijn linker buurman, spreekwoordelijk op links, die zal terugkijken op een rooskleurig, zo niet roodkleurig verleden.

Als we het hebben over de risico's op vertraging die eerder werden benoemd in de presentatie, kwamen onder andere contractvorming, inkoop en realisatie terug: veel dingen waarop er ook op financieel vlak redenen voor vertragingen kunnen zijn en die zich wellicht minder voordoen bij partijen die niet per se gedwongen zijn om winst te moeten maken. De voorzitter: Ik moet eerlijk zijn. U gaat ook een vraag stellen nu? De heer De Feijter: Ik doe mijn best om, net als de heer Kuhlmann, maar dan de andere kant op, ook een vraag te stellen. Mijn vraag is, wellicht dat daar schriftelijk op terug moet worden gekomen, of er voorbeelden te geven zijn van recente, niet alleen uit de jaren ’60, publieke samenwerkingen of publiek-private ontwikkelcombinaties in andere steden en regio's? En of dit dan ook leidt tot snellere realisatie van woningen en wat Dordrecht hiervan kan leren? Daar ben ik wel benieuwd naar. Misschien is daar nu al iets over te delen, maar anders zie ik het schriftelijk wel tegemoet. De voorzitter: Ik ben benieuwd. Mijnheer Van Oosterhout. De heer Van Oosterhout: Daar is een mooi Dordrechts voorbeeld over te delen, vind ik: dat wat er op het Leerpark is gebouwd met de tijdelijke woningen aan de Professor 19 Langeveldlaan.

Dat is echt een samenwerking tussen Trivire, Daiwa en de gemeente geweest, waarin we echt net zo lang aan het zoeken zijn geweest tot het tot een werkbaar construct kwam. De gemeente heeft daar de grond teruggekocht en een erfpacht uitgegeven aan een speciaal opgerichte dochter van Daiwa. Die hebben wij als gemeente een lening verstrekt, waarbij de rentecomponent net even wat gunstiger was dan als we dat marktconform hadden moeten doen. Trivire heeft een huurgarantie afgegeven en de overige woningen worden risicodragend verhuurd door huismeesters. Daarmee zie je eigenlijk een publiek-private samenwerking waarin zoiets wel is gelukt. Als u nog meer voorbeelden wilt, dan moeten we even de zoekmachine aanzetten. De voorzitter: Die gaat aangezet worden, denk ik. En er wordt schriftelijk op teruggekomen. Nog iemand met een vraag? Mijnheer Katif. De heer Katif: Een algemene vraag. Er wordt ook vastgesteld dat de raad uiteraard kaders stelt. Dat is ook zo, maar ik was eigenlijk benieuwd, gewoon heel praktisch, welke projecten zijn er in de stad, gebied projectontwikkeling, die eigenlijk geen doorgang konden vinden omdat wij daar bepaalde kaders voor gesteld hebben? Daar ben ik echt benieuwd naar. De voorzitter: Is er iemand die daar antwoord op kan geven? Mijnheer Van Oosterhout. De heer Van Oosterhout: Ik zou het zo niet durven zeggen, moet ik eerlijk zeggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1157/documents/50600