CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2025.12.09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 3 februari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 16 december 2025, 6 januari 2026 en de Dordtse Dinsdag van 2 december, 9 december 2025, 13 januari en 20 januari 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 516.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 9 DECEMBER 2025 Vergaderzaal 1 1. Auditcommissie 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster. Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. Pauwels (PvdA) Dhr. Stolk (VSP) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden, wethouder M. Merx De voorzitter: Mijnheer Katif, gaat u ook zitten? We gaan beginnen. Beste mensen, als het stil kan zijn, dan gaan we starten. Welkom bij het vragenhalfuurtje van dinsdag 9 december met vanavond vragen over 2 onderwerpen, de verkeerssituatie op de Krispijnseweg en de Essenhof. En we starten met de situatie op de Krispijnseweg, waarbij 3 fracties vragen hebben gesteld. En er is onderling is afgesproken dat de SP de inleiding doet en hun vragen stelt en dat daarna de VSP en de PvdA met nog enkele aanvullende vragen komen. En ik ga, denk ik, eerst naar mijnheer ‘t Lam. Gaat uw gang. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Na de reconstructie van de Oranjelaan en de Merwedestraat bleek er een racebaan te zijn ontstaan met al snel een dodelijk ongeluk, waarna er verkeersremmende maatregelen zijn aangebracht. Afgelopen week was er opnieuw een dodelijk ongeluk. Nu op de recent gereconstrueerde Krispijnseweg.

Ons medeleven gaat uit naar de familie, vrienden en kennissen van de zo gewaardeerde Ahmed, die volgens een artikel in AD De Dordtenaar een zeer aangenaam, betrokken en wijs mens was. En dit is voor ons aanleiding voor 2 vragen. 1, kan het college ervoor zorgen dat er voor 1 januari aanstaande maatregelen worden aangebracht op de Krispijnseweg, waardoor er weer veilig overgestoken kan worden en hard rijden niet meer mogelijk is? En 2, wat is volgens het college de reden dat er bij wegreconstructies niet voor alle verkeersdeelnemers veilige situaties ontstaan en welke maatregelen neemt het college om ervoor te zorgen dat dit voortaan wel gebeurt? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan ga ik naar mijnheer Stolk van de VSP.

1

De heer Stolk: Dank u wel, voorzitter. Als eerste staan we stil bij degene die overleden is en ook de nabestaanden. Het tweede is dat wij als VSP recentelijk bezig zijn geweest met de Krispijnseweg, dat het een gevaarlijke weg zou kunnen zijn. We hebben 2 vragen. De huidige weginrichting lijkt onbedoeld aan te zetten tot te hard rijden. De weg wordt door de bewoners zelf al de Verstappenlaan genoemd. Is de wethouder bekend met de zorgen die de bewoners hierover hebben? En als tweede vraag, op 13 mei 2025 zegde de wethouder na vragen van de VSP toe om eerder dan gepland de snelheidsdata te kunnen analyseren. Is dat inmiddels gedaan? Zo ja, wat zijn de uitkomsten? Zo nee, waarom is dit nog niet gedaan? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. En dan zijn er nog aanvullende vragen van de PvdA. Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Dank u. Deelt het college de mening van de PvdA, weggebruikers, buurtbewoners dat de Krispijnseweg op dit moment niet veilig genoeg is? En de volgende vraag is, indien het college niet bereid is om met spoed hier iets aan de verkeerssituatie te doen, wat is er dan wel voor nodig? Technisch zijn er genoeg oplossingen. Welke belemmeringen zou het college zien en hoe zouden die eventueel weggenomen kunnen worden? De voorzitter: Dank u wel. Duidelijke vragen allemaal voor mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter.

Er zijn behoorlijk feitelijke vragen gesteld. Die ga ik proberen te beantwoorden. Maar wat we ook aan antwoorden uitwisselen en reacties uit uitwisselen, vooropstaat dat hier een mens is omgekomen in het verkeer. Dat gebeurt vaker in het verkeer, maar dat wil je nooit. Wat je ook doet, dat mensenleven dat is … We hebben een verkeersslachtoffer erbij. En daar hebben we er ongeveer tussen de 0 en de 4 van per jaar in Dordt. Soms een jaar opeens geen enkele en soms een jaar met 3 of 4. Soms op plekken waar je het helemaal niet verwacht, soms duidelijk als gevolg van gedrag en soms snap je helemaal niet waarom dit een plek is waar een ongeval gebeurt. Dat staat voorop. 2, wat ik ook heb gemerkt, natuurlijk heeft het veel reacties opgeleverd. En alles wat we gaan uitwisselen, alle feiten of gedachtes hierover, heb ik ook zien langskomen in de nieuwsberichten. Soms kloppen ze, soms niet. Soms zijn het overwegingen die elkaar ook tegenspreken. We gaan daar even goed doorheen. Vraag 1, voor 1 januari maatregelen aanbrengen op de Krispijnseweg, waardoor er weer veilig kan worden overgestoken en hard rijden niet meer mogelijk is. Dit is best een complexe vraag, want in de tijd is dat niet realistisch. We kunnen niet, wat we ook gaan verzinnen … Stel dat we een inframaatregel zouden willen aanbrengen, dat kun je niet voor 1 januari doen.

Zeker niet als we de toedracht nog niet goed genoeg kennen. Daar kom ik zo verder op terug. En in de vraagstelling zit de veronderstelling dat het ongeval te wijten is aan hard rijden. We weten dat er een ongeval met een dodelijke afloop altijd wordt geanalyseerd. De snelheid is, voor zover we nu weten, de politie is dat nog aan het onderzoeken, niet de oorzaak of niet de aanleiding geweest voor dit ongeval. Laat nog steeds onverlet dat je kan besluiten tot maatregelen, maar hardrijden lijkt hier niet de hoofdoorzaak. Ik ga even door naar de tweede vraag van de VSP. Want u heeft eerder gevraagd, 13 mei was dat, om te kijken, hoe hard wordt er dan precies gereden? Dat kunnen wij goed bijhouden.

2

Daar hebben we ook maandrapportages over. In het algemeen zeggen we vaak, een weg is veilig ingericht, want gedrag is iets anders, als 85 procent van het verkeer zich netjes aan de snelheid houdt. En dat zien we hier ook. 85 procent van de mensen rijdt ongeveer de snelheid die je zou mogen verwachten. 15 procent doet dat niet. En dan zie je per weg ook wel verschillen. Hier zitten soms stevige uitschieters en die zitten er vaak ’s nachts. Daar kun je van zeggen, dan valt het wel mee. Ook dan zijn er andere weggebruikers. Dat valt nooit mee. Maar 85 procent is ongeveer wat je zou mogen verwachten. De uitschieters rijden gemiddeld wel wat harder dan we op sommige andere plekken zien. Dat even op vraag 2 van de VSP. Ga ik door naar de tweede vraag van mijnheer ’t Lam, wat is volgens het college de reden dat er bij wegconstructies niet voor alle verkeersdeelnemers veilige situaties ontstaan? Bij herinrichting of aanleg van wegen houd je rekening met een aantal factoren. Je hebt een bepaald volume aan verkeer wat je van A naar B moet zien te krijgen. Daar zijn allerlei afwegingen bij te maken, hoe groot een weg moet zijn, hoeveel banen hij heeft of stroken. Bij herinrichting kijken we ook altijd naar verkeersveiligheid. Maar in een stedelijke omgeving, zoals hier, zijn er meer afwegingen.

Soms willen we ook groen, we willen meer of minder ruimte voor langzaam verkeer, voor de fiets, voor voetgangers. Soms hebben omwonenden ook expliciete wensen, soms is er een wens om meer parkeren mogelijk te maken. Kortom, dat neem je allemaal mee. Als je een pure verkeerskundige zou vragen, hoe zou je een weg willen inrichten, dan zijn verkeersveiligheid en doorstroming de 2 belangrijkste dingen. Maar we hebben in deze stad de gewoonte dat we uitgebreid uitvragen, zeker bij zulke grote projecten, wat voor belangen zijn er nog meer? En dan komt dat hele rijtje ook langs. Daar wordt een afweging in gemaakt. Dat levert best geregeld op dat een weg klaar is en dat je dan na verloop van tijd ziet, dat hebben we ook bij Oranjelaan gezien, bij Merwedestaat gezien, bij een aantal andere grote werkzaamheden, hier moeten we nog iets op bijpunten. U heeft weleens eerder vragen gesteld over het zicht bij een van de oversteekplaatsen. Daar hebben we wat afvalbakken verplaatst. We hebben bij de Van Baerlestraat een soort plateaudrempel aangebracht. Zo blijf je steeds wel bezig. Juist ook in het eerste of in de eerste 2 jaar na zo’n wegconstructie. En dan zoeken we nog steeds naar een optimaal ontwerp, maar alle belangen worden meegenomen. Dan ga ik door naar de volgende vraag van de VSP, vraag een 1. De huidige weginrichting leidt tot de conclusie, het is de Verstappenlaan.

Zijn we daarmee bekend? We hebben zelf indrukken van hoe het gaat in de stad. Vooral na dit ongeval is er op Fixi veel gemeld. Daarvoor niet substantieel meer dan je op andere plekken in de stad merkt. En nu heel veel. Dat is ook logisch. Dan de eerste vraag van mijnheer Pauwels, deelt het college divisie van de PvdA en de buurtbewoners en weggebruikers dat de huidige verkeerssituatie niet veilig genoeg is? Dan heb je 2 dingen, hoe ziet zo'n weg er objectief uit? De snelheid, gemiddeld genomen, is niet extreem. Er zitten wel uitschieters in. Verlichting is een ander ding. Dat noemen ze in verlichtingsland conflictverlichting. Juist bij een voetgangersoversteekplaats moet er voldoende contrast zijn om het te kunnen zien. Op zich is de oversteekplaats goed verlicht volgens de normen die daarvoor zijn. Dat zijn 2 objectieve dingen. We kunnen er nog een aantal dingen bijzetten. Was het zicht goed, had je misschien iets waar je niet langs kon kijken? Dat lijkt niet het geval. Een tweede ding, naast de objectieve criteria die we uit de handboeken kunnen halen, is ook het gevoel, de subjectieve veiligheidsbeleving.

3

We krijgen nu best veel opmerkingen over de veiligheid, over de snelheid, over het zicht, over hoe mensen elkaar passeren. Dat kan ook aanleiding zijn om iets anders te doen, om te kijken naar de weginrichting. We delen wel de visie dat het kennelijk beter kan en ook beter moet. Dan willen we wel eerst het rapport van de politie hebben. Want bij verkeersslachtoffers met dodelijke afloop kijkt de politie altijd eerst goed naar de toedracht. In een van de eerste vragen zat ook de opmerking, er is ook eerder een ongeval gebeurd. Dat klopt, vorig jaar november. En toen is een motorrijder om het leven gekomen. En daar was toen uiteindelijk een automobilist ten laste gelegd zich zodanig te gedragen, dat gevaar op de weg ontstaat. Oftewel dan gaat het niet over de weginrichting, dan gaat het over je gedrag. Veel ongevallen, zeker ernstige ongevallen, hebben ook te maken met gedrag. In hoeverre dat hier een rol speelt, daar kan ik nu niks over zeggen. Laatste vraag, maatregelen. Wat is er nodig om het college te bewegen tot het nemen van maatregelen? Ik zou wel eerst even het rapport van de politie willen afwachten, omdat het meer informatie kan geven over wat hier, op deze plek, nodig is als snelheid nu niet het thema was en verlichting op zich niet het thema zou hoeven zijn.

We zien wel uit eerdere metingen dat er gemiddeld genomen goed op snelheid wordt gereden, maar sommige mensen zich helemaal niet houden aan de snelheidsregels. Dan kun je denken aan een drempel. Niet de drempels waar je met een kort hupsje overheen gaat, want dat is op een 50 weg niet fijn, ook niet voor omwonenden. We hebben wel plateaudrempels. Plateaudrempels vergen wat meer kosten, maar dat kunnen jullie hier best afwegen. En dat noemen ze ook wel een attentieverhogende maatregel. Als je echt wil en weinig moraal in je lijf hebt, dan rijd je daar ook met 80 overheen. Dat kan. Ik zou zeggen, dat is een heel ander probleem. Dat kun je met infra niet oplossen. En daar hebben we ook mensen van op straat. Dat weten we. Maar op zich zijn attentieverhogende maatregelen, zoals zo’n plateaudrempel, vaak afdoende om de snelheid wel wat te dempen. Ik zou suggereren, laten we het rapport afwachten. Dat krijgen we niet letterlijk, maar we krijgen wel de bevindingen. En dan zou er bij het college geen belemmering zijn om maatregelen te nemen. Natuurlijk moet je die altijd afwegen. Op kosten, maar juist ook op effect. En ook, ga je niet iets doen wat e geen effect heeft op het thema zelf, maar op iets heel anders? Dat moet je goed afwegen. Maar daar zit, wat ons betreft, geen echte belemmering op. Een lang antwoord, maar de vragen rechtvaardigen dat, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Een uitgebreid antwoord op de vragen. Een korte vervolgvraag die ook een kort antwoord vraagt, want ook het volgende onderwerp heeft voldoende aandacht nodig. Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Alleen maar de vraag, is er uitzicht wanneer dat rapport komt? En kunnen er geen tijdelijke maatregelen gemaakt worden, zoals bijvoorbeeld een vluchtstrook in het midden maken, zodat de mensen die oversteken een rustpunt hebben? Want dat is ook een heel lang eind, voordat ze aan de overkant zijn. Met barriers of wat dan ook, tijdelijk, zodat men weet dat er wat aan gedaan wordt. En dan kunnen we volgend jaar verder kijken. De voorzitter: Ik ga nog kort een keer terug naar onze wethouder.

4

De heer Van der Linden: Dank. Ik weet niet zeker hoelang het onderzoek duurt. Ik weet niet of een barrier, zoals u suggereert, de oplossing is voor dit thema. Nogmaals, snelheid was hier geen thema. De aanrijdsnelheid was wel fors, maar je mag daar 50 rijden. Ik weet niet of dat gaat helpen, eerlijk gezegd. Maar natuurlijk is men hier ook geschrokken van zo’n ongeval. Dat doe je elk jaar of elk half jaar als het gebeurt, waar ook. We houden wel de situatie in de gaten en kijken wat er nodig is. De voorzitter: Dank u wel. Dan rond ik dit onderwerp nu af en dan gaan we naar het volgende onderwerp. En dat is de Essenhof, waarover de ChristenUnie/SGP vragen heeft gesteld. En mijnheer De Heer gaat het kort toelichten. De heer De Heer: Voorzitter, samen met de rest van de stad is ook de ChristenUnie/SGP geschokt naar aanleiding van de berichtgeving over de misstanden op de Essenhof. En vanmiddag is ook besloten dat we op korte termijn in de raad uitgebreider gaan praten over dit onderwerp. En we begrijpen ook dat dit korte moment in het vragenhalfuur niet het moment is om dit gevoelige onderwerp heel uitgebreid te bespreken. We zouden de wethouder op dit moment de gelegenheid willen geven voor een eerste reflectie op onze vragen.

Vraag een, wat gaat het college doen om het vertrouwen van inwoners terug te winnen? En vraag twee, wat gaat het college doen om dit in de toekomst te voorkomen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Kort en krachtig. En ik ga naar mijnheer Merx voor het antwoord. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Eerst even in het algemeen, sinds we afgelopen donderdag met de raadsinformatiebrief het onderzoek bekend hebben gemaakt, een aantal nabestaanden persoonlijk hebben gesproken en nog steeds spreken en een persgesprek hebben belegd, heeft de media hier veel aandacht aan besteed en is de verontwaardiging, zoals u zojuist vertelde, en het onbegrip groot. En dat begrijpen wij. Dat begrijpen wij volledig. Ook wij waren geschokt. Er zijn vragen van inwoners, van nabestaanden en van u. En we hebben in de agendatool voor de raad de vragen gezien die verschillende partijen hebben naar aanleiding van de raadsinformatiebrief en het onderzoek. We hebben ook gezien dat u dit wil bespreken in de raad. En van de partijen die het willen bespreken, willen veel partijen dit volgende week in de raad bespreken. Dit om nog een aantal vragen beantwoord te krijgen, maar ook om de verontwaardiging uit te spreken. En dat begrijpen wij en dat willen we ook zo goed mogelijk faciliteren.

We zullen daarom de vragen die we in de vergaderapp hebben gezien beantwoorden en die door middel van een raadsinformatiebrief op vrijdag aan u doen toekomen, zodat u die kan betrekken in de voorbereiding van de raadsbehandeling. Ook voor vanavond staan er twee vragen op de agenda. Vragen die in min of meer dezelfde vorm ook door andere partijen zijn gesteld. Wat gaat het college doen om het vertrouwen van inwoners terug te winnen en wat gaat het college doen om dit in de toekomst te voorkomen? En omdat ze in elkaars verlengde liggen, wil ik ze graag in een keer beantwoorden. Het college is er zich van bewust dat het vertrouwen van inwoners geschaad is.

5

De eerste stap om dat vertrouwen te herstellen, is door volledig transparant te zijn over wat er in de jaren hiervoor is gebeurd, dat door het onderzoeksrapport volledig openbaar te maken met een begeleidende raadsinformatiebrief. En hoe kunnen we dat vertrouwen dan verder terugwinnen? Door te zorgen, eenvoudigweg, dat dit nooit meer gebeurt. En daarom hebben we de werkprocessen aangescherpt. Het mandaat, dat soms erg laag in de organisatie lag, weer op een hoog niveau teruggelegd. En er staat buiten kijf dat wanneer een graf binnen de grafrusttermijn wordt geopend, dit alleen kan met toestemming van de burgemeester. En als dat niet op verzoek van de rechthebbenden of het openbaar ministerie is, met toestemming van de rechthebbenden. Dit mag nooit meer gebeuren. De medewerkers die met een zwaar gemoed graven hebben geopend een kisten hebben opengemaakt, hebben we op het hart gedrukt dat als ze iets moeten doen dat voor hun gevoel indruist tegen het respect dat je voor overledenen en nabestaanden moet hebben, ze moeten escaleren. Escaleren tot, als het nodig is, aan de wethouder of de burgemeester aan toe. En daar hebben we ook afspraken over gemaakt. En we blijven in contact met de nabestaanden die daar behoefte aan hebben, om ze te helpen bij de verwerking van de enorm heftige dingen die we ze hebben moeten vertellen.

Wij benaderen ze zelf, maar ze kunnen ook met ons op elk moment, dat hebben we toegezegd, contact opnemen. En we hebben ook hulp aangeboden in de vorm van traumaverwerking. En als ze daar behoefte aan hebben, kunnen ze dat aangeven. Dan wordt het gelijk geregeld. De meesten hebben oprecht bedankt voor de hulp en gezegd dat ze voorlopig geen contact meer hoeven. Met enkelen houden we voorlopig wel contact. Wie het nodig heeft en er om vraagt, zoals ik u juist vertelde, kunnen we in contact brengen met de hulpverleners. Deze nabestaanden kunnen altijd bij ons terecht. Ik heb de medewerkers op de Essenhof in de afgelopen jaren leren kennen als mensen die zeer begaan zijn met de zorg voor de begraafplaats, de overledenen en de nabestaanden. Ik heb een aantal van hen ook vorige week gesproken en zij zijn ook diep getroffen door hetgeen naar buiten is gekomen. Deze mensen treft geen enkele blaam. Degenen die hier verantwoordelijk voor waren, die zijn er niet meer. En zoals aangegeven in de raadsinformatiebrief, neemt het college verschillende vervolgstappen. Er worden vervolgonderzoeken ingezet naar de arbeidsomstandigheden en de verplaatsing vanaf de begraafplaats aan de Zuidendijk.

Er wordt hard doorgewerkt aan de uitvoering van de verbetermaatregelen en zorgen voor een meerjarige stabiele invulling van het management van de Essenhof, waarbij we sowieso in de organisatie veel aandacht hebben voor het op een veilige manier bespreekbaar maken van dingen en waarbij de informatie en besluitvormingsprocessen richting het management en bestuur helder moeten zijn. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor uw beantwoording. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Korte opmerking, hartelijk dank aan de wethouder voor de uitgebreide reactie. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we hiermee de vragen besproken die er lagen en wens ik u een goede vergaderavond.

6

3. Vaststellen Evenementenbeleid Dordrecht - Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Mevr. Pichel (Fractie Pichel) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: mevr. Van Weering. De voorzitter: Ik ben te laat. Ik ging ik ging even … Dit is helemaal scheef. Mevrouw Bronsveld: Dat doet de printer. U kan het. De voorzitter: Ik kan het. Ik ga het nu laten zien. Goedenavond allemaal. Welkom bij de commissie waarin we het raadsvoorstel over het vaststellen van het evenementenbeleid behandelen, dames. Deze commissie is oordeelsvormend en dat betekent dat we moeten kijken of er een quorum. Dat is er, want volgens mij zijn we er bijna allemaal. En dat betekent dat we gaan beginnen met wie er allemaal zijn. Laat ik vanavond eens een keer jullie zelf de gelegenheid geven om je voor te stellen. Graag kort en niet met 36 plaatsnamen erachter, alsjeblieft. Rechts. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt.

Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland.

7

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens-Oostdijk, VVD. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Van den Bergh: Jacqueline van den Bergh, PvdA. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Fractie Pichel. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Aarden: Tristan Aarden, PvdD. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks. En ik zal wel gehoorzamen, want anders val ik ook weer zo uit de toon. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. Mevrouw Van Weering: Nelleke van Wering, ambtelijke ondersteuning. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, namens het college. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier. De voorzitter: En voor wie het niet wist, ik ben Irene Koene. De reden waarom we deze vergadering hebben, is dat er naar aanleiding van vorige week, de beeldvormende sessie, rondetafelgesprek dat we hebben gehad, een aantal politieke vragen zijn gesteld. En daarom zitten wij nu hier. Het is het evenementenbeleid 2025. En dit beleid werkt de eerder vastgestelde Visienota Evenementen 2030 verder uit. Ik heb hier geen zin in. Vorige week hebben we hierover al een beeldvormende commissie gehad, zoals ik zei.

En daarbij konden we niet alleen vragen stellen aan de ambtelijke organisatie, maar ook aan een brede vertegenwoordiging van het evenementenplatform. Volgens mij was het ook een prima gesprek dat we hebben gehad. En we spreken vanavond verder aan de hand van de politieke vragen die gesteld zijn. Deze vragen zijn, hoe kan de gemeente de toenemende regeldruk verminderen, terwijl duurzaamheid en veiligheid worden gewaarborgd? Die was van, dan kijk ik even … Dat heb ik er niet bij staan. Kwam die bij jullie vandaan? Van Beter voor Dordt. Moet er een onafhankelijke regeldruktoets, dat is een leuk woord voor de Wordfeud, komen voor nieuwe beleidsmaatregelen om te voorkomen dat organisatoren nog meer administratieve lasten krijgen? Die kwam ook bij jullie vandaan, bij Beter voor Dordt. Hoe worden we volgend jaar weer evenementenstad? Die kwam bij de VVD vandaan, volgens mij. Hoe kijkt de commissie naar evenementenstad als doel op zich? Die kwam bij de Partij voor de Dieren vandaan. En passen de gestelde ambities wel binnen het beperkte budget?

8

Jan, Mijnheer van Dam Timmers natuurlijk. Goed. We gaan de eerste termijn doen, waarin de fracties hun woordvoering kunnen doen en waar je met elkaar in debat kan. En wie mag ik daar ten eerste het woord voor geven? Mijnheer Katif was het eerst. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Met dit nieuwe evenementenbeleid spreken we niet alleen over regels, maar ook over de vraag wat voor stad Dordrecht wil zijn. Een stad waar mensen elkaar ontmoeten, initiatief nemen en samen vieren met het oog op veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid, maar ook een stad waar de gemeente niet doorschiet in het reguleren. Juist daar ligt onze gezamenlijke opdracht. De eerste vraag is als volgt, voorzitter, de kern is heel simpel, hoe verminderen we de regeldruk zonder veiligheid en duurzaamheid in te leveren? Het onderscheid tussen grote en kleine evenementen is logisch en moet sterker worden toegepast. Het is niet te verkopen dat een buurtbarbecue dezelfde route bewandelt als een festival. En dan gebruik ik een heel moeilijk woord, voorzitter, proportionaliteit is efficiënt en eerlijk. Eenvoud bereiken we door duidelijke formatsvormen voor veiligheid en duurzaamheidsplannen, voorspelbare deadlines, u mag dat even vertalen, ik heb daar geen ander woord voor, en een aanspreekpunt per evenement, wat heel belangrijk is, voorzitter. Ook voor de duidelijkheid.

Dat schept duidelijkheid zonder risico's te vergroten, maar het vraagt ook om onze eigen reflex te herkennen. Niet elk risico hoeft in een nieuwe regel te eindigen. En dan ga ik even naar vraag twee, de onafhankelijke regeldruktoets. Een moeilijk woord. Een lichte onafhankelijke toets op proportionaliteit en uitvoerbaarheid helpt voorkomen dat we onbedoeld nieuw ballast creëren. Geen wantrouwen richting de organisatie, maar een praktisch instrument dat een, beter afgewogen besluiten ondersteunt, regeldruk voorkomt en organisatoren vertrouwen geeft. Dat is ook gebleken naar aanleiding van een gesprek dat we gehad hebben met de het evenementenplatform. En hoe worden wij een evenementenstad? Sinds 2019 zien we het, dat waren we toen. Het lukt als de gemeente naast de organisatoren gaat staan en niet tegenover hen. Dat werd ook genoemd in het gesprek in de beeldvormende vergadering, recentelijk gebleken. Wij worden aantrekkelijk door in eerste instantie vergunningen sneller voorspelbaarder af te handelen, geen nieuwe eisen toe te voegen tijdens het proces, voorzitter, kleine maatschappelijke evenementen actief te ondersteunen, het evenementenjaar slim te plannen, zodat capaciteiten niet vastlopen, blijven evalueren en bijsturen zijn daarbij ontzettend belangrijk. Maar we hebben ook ambities, voorzitter. En die ambities, het kan, maar alleen met scherpe keuzes.

Niet alles kan tegelijk. Daarom ook, weer een aantal moeilijke woorden, maar ik hoop dat de collega's het mij vergeven, prioriteren, faseren, differentiëren. Met andere woorden, kleine evenementen niet onnodig tijd en geld laat kosten, ambitie zonder prioriteit loopt vast. En tot slot, voorzitter, want anders wordt het een lang verhaal, wat voorligt, is een goede basis, eerlijk is eerlijk, maar vraagt om een kritische houding. Wij willen een stad die initiatief stimuleert, niet afremt, waar regels duidelijk zijn, maar niet verstikkend en waar veiligheid en duurzaamheid, daar komt hij weer, logisch zijn, niet een stok om mee te slaan. En als we dat vasthouden, voorzitter, en ik eindig echt, versterken we zowel de kwaliteit van onze evenementen als de ruimte voor initiatief. En dan wordt Dordrecht weer een evenementenstad om trots op te kunnen zijn. Tot zover, voorzitter. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter?

9

De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank aan mijnheer Katif. Maar ik heb een vraag aan hem, want ik hoor hem maar weinig over sommige van de politieke vragen en dan met name of de ambities die ook genoemd staan wel passen in het budget wat uiteindelijk niet gegroeid is, terwijl de ambities wel zijn gegroeid. De heer Katif: Die vragen hebben we, volgens mij, in de wandelgangen al besproken. Met elkaar van woorden gewisseld. En ik ben het helemaal met je eens dat je zegt, als je ambities hebt, moet je daar geld voor beschikbaar stellen. En ik denk ook dat je, laten we eerlijk zijn, er een idee zou moeten zijn om dat geld te reserveren. Je kan niet zeggen, ik heb plannen voor een jaar lang evenementen en je hebt maar een klein beetje geld. Op dat moment moet je gaan prioriteren, als je het geld er niet voor hebt. Dan moet je een keuze gaan maken. En dat is niet aan de gemeente, want dat is een aan de stichtingen die dat organiseren. Niet wij. Stimuleren. Geld is er niet. Dan moet je prioriteren of je moet iets meer geld gaan reserveren. En als het aan Beter voor Dordt ligt, dan zou ik zeggen, wij willen graag evenementen in de stad en goed in de stad organiseren. Dan moet je daar geld voor over hebben. Punt. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dan wil ik toch een beetje een kritische vraag stellen.

Want mijnheer Katif zegt wel dat hij dat vindt, maar we hebben voor het komende jaar en de komende jaren de begroting allang vastgesteld en daar heeft ook Beter voor Dordt mee ingestemd, waarin daar geen ruimte voor is gemaakt. En dan begrijp ik niet helemaal waarom hij er dan zo positief over is. De heer Katif: Ik ga even wat technisch zijn. We hebben net een discussie gehad bij de voorstelling over de septembercirculaire en er blijkt dat er wel wat geld ergens te vinden is. En ik ben er heilig van overtuigd, ik heb het vertrouwen in het college dat het wel gevonden kan worden. Die is er al, alleen de wil … En als wij iets willen, nogmaals, dan vind ik niet dat je kunt zeggen, wij willen zo veel, maar we kunnen geen geld daarvoor beschikbaar stellen. Dat vinden wij niet goed. De voorzitter: En daar laten we het even bij, denk ik. Prima. Ik heb mevrouw Lammens gezien. Gaat uw gang. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Evenementen horen bij Dordrecht. Voorbeelden te over. Recent nog een zeer succesvolle editie van de Tour de Femmes. Niet voor niets waren we 3 jaar lang evenementenstad van het jaar. Dit beleid gaat vol door op deze koers en dat steunt onze fractie volmondig. Ook steunt onze fractie de plannen voor een fonds voor grote sportevenementen. Dordtenaren ontmoeten elkaar graag. Deze stad heeft nog ouderwetse volksfeesten waar iedereen, ieder jaar, weer naar uitkijkt.

Iets wat onze stad zo bijzonder maakt. Dat is niet alleen waardevol voor de leefbaarheid van onze gezellige stad, maar ook voor onze economie. De cijfers laten het duidelijk zien. Big Rivers en Dordt in Stoom genereren ieder ongeveer zo'n 15 miljoen aan economische spin-off voor de stad. Zonder evenementen geen economische spin-off, geen volle terrassen, geen draaiende hotels en geen levendige binnenstad, de stad waar wij vol voor gaan. Voor de Dordtse VVD is het daarom helder. Minder regels, meer maatwerk.

10

Organisatoren moeten niet vastlopen in onnodige bureaucratie, maar juist de ruimte krijgen om te doen waar ze goed in zijn, evenementen neerzetten die Dordrecht laat bruisen. Het is ook niet voor niets dat we samen met GroenLinks hiervoor een motie hebben ingediend bij de perspectiefnota. Dit is van cruciaal belang. Kan het college expliciet maken hoe de aanpak van deze deregulering eruit komt te zien? We zien volop kansen voor festivals voor jongeren tussen de 20 en 30. Door de woningnood blijven ze langer in Dordt wonen en we zien ze ook terug in de stad. Het wordt stap voor stap gezelliger met meer jonge mensen op de terrassen en bij de feesten die vaak zijn uitverkocht. De behoefte aan wisselende evenementen op bijzondere locaties is duidelijk. Daarom willen wij dit soort festivals beter faciliteren. We dienen een motie in om op Koningsdag een oude traditie terug te brengen, een echt jongerenfestival, en om de werkwijze adaptiever te maken, zodat de stad snel en soepel kan meebewegen met dit soort initiatieven. En ziet het college ook mogelijkheden om de financiële kosten van de accountant omlaag te brengen voor grotere organisatoren en deze onder te brengen bij een administratiekantoor? Nu zijn deze kosten zo'n 10 procent van de subsidie. We horen het graag.

Waar nodig sturen we bij, voorzitter, op belangrijke locaties, zoals het Statenplein, de Grote Markt en in de delen van het Stadspark die we gaan vernieuwen en de rotonde van Amstelwijck. We kunnen direct zorgen voor goede aangelegde elektra en waterpunten. Dat voorkomt steeds opnieuw tijdelijke dure voorzieningen en maakt het voor organisatoren een stuk makkelijker om evenementen te plannen. We willen graag een motie indienen die oproept om dit via de methode werk met werk mogelijk te maken. Kortom, laat Dordrecht een stad zijn waarbij ontmoeten, cultuur en levendigheid vooropstaat. Minder regels, meer maatwerk, slimme investeringen in de basisvoorzieningen en een echte evenementenstad. We willen de ambtenaren en de wethouder bedanken voor dit evenementenbeleid en stemmen hier dan ook voor. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de VVD. U dient twee moties in die waarschijnlijk ook geld zullen gaan kosten. En dan kom ik toch op de lijn van mijnheer Van Dam Timmers, hoe gaat u dat financieren? Als je aan mij de vraag zou stellen, hoe gaat u het financieren, dan zeg ik, ik weet waar ik het vandaan moet halen. Ik zou wel graag van u willen weten, hoe gaat u dat financieren? De voorzitter: Mijnheer Katif bedoelt natuurlijk hoe mevrouw Lammens dat gaat financieren. De heer Katif: Ik bedoel de fractie.

U snapt wat ik bedoel. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik vond uw woordvoering heel goed. Ik vond uw motivatie daarvoor mogelijk. We hebben de economische spin-off, die 15 miljoen, bij Big Rivers en Dordt in Stoom. Als er zoveel geld terugstroomt naar de stad, hopen we dat we ook wat meer sponsoren zouden kunnen krijgen. Dat zou wel heel mooi zijn. Als we geen evenementen hebben, hebben we geen economische spin-off. Het zou heel fijn zijn als de ondernemers daar wat meer bij stilstaan.

11

De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Als u mij toestaat. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Katif. De heer Katif: Dat is achteraf. Ik heb het nu over vooraf. U gaat investeren. Als ondernemer weet u dat de kosten voor de baten gaan. Ik zou graag van u willen weten, u hebt twee hele belangrijke moties, moet ik eerlijk zeggen, ik vind het heel sympathiek, maar waar haalt u dat geld eerst vandaan? De spin-off, dat snap ik dat. Maar ik wil weten, hoe gaat u het financieren? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Wat natuurlijk ook zo is, als wij zorgen voor maatwerk op de plekken waar de evenementen komen, hoeven ze een aggregaten en waterpunten te voorzien. Dat scheelt wel heel veel tijd en geld. Wat ze nu aan energie kwijt zijn allemaal, dat is best wel een groot bedrag en dat hoeven ze niet meer te investeren. Daar besparen we op en met minder, maar betere regelgeving. Daar zien wij ook besparingen bij. De voorzitter: Dank u wel. Voordat ik overga naar mijnheer Hartmeijer, zou ik toch erg prijs stellen dat jullie via de voorzitter spreken. Niet direct u tegen elkaar, maar mijnheer die, mevrouw die. Mijnheer Hartmeijer gaat het voorbeeld geven. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Voorzitter, dit stuk is een verdere uitwerking van de eerder vastgestelde visie. Bij het lezen had ik weinig keren dat ik dacht, wat gek of apart.

Er staan veel goede dingen in, zoals de zoektocht naar een nieuw beeldbepalend evenement, het werken met een centraal materiaal depot. Dat is logisch, want het scheelt waarschijnlijk veel geld ten opzichte van een situatie waar elk evenement zelf materiaal moet huren. En ook wel een compliment richting de mensen van het evenementenplatform. Mooi initiatief, zodat zaken meer gezamenlijk aangevlogen kunnen worden en er meer samenwerking ontstaat als het gaat om bijvoorbeeld vrijwilligers en inkoop. De eerste politieke vraag over de regeldruk, dat staat min of meer in het stuk beschreven. Dat is lastig bij diverse meerjarenvergunningen, maar dat dit bijvoorbeeld bij een alcoholvergunning wel kan. In ieder geval, goed dat dit onderzocht is. En ik zie ook in het uitvoeringsprogramma dat er naar meer mogelijkheden gezocht wordt. Dat lijkt ons prima. Een belangrijk punt voor ons is toegankelijkheid en inclusiviteit. Nu lees ik dat er komende lente een plan van aanpak wordt gemaakt om dit te verbeteren door het evenementenbureau. Dat is hartstikke mooi. Maar even verderop, bij toekomstbestendigheid, staat er dat dit doorontwikkeld wordt in 2027, ook door het bureau. Het binden van vrijwilligers, daar gaat het platform, zoals gezegd, mee aan de slag. Maar dan staat er dat de gemeente er in het voorjaar van 2027 ook nog iets mee gaat doen.

Op voorhand lijken die twee dingen een beetje dubbel werk en ons is niet duidelijk wat hier mee bedoeld wordt. Een evenementenlocatie voor jongeren wordt gemist. Nu heeft er al een aantal keer een evenement plaatsgevonden in de Biesboschhal. Dat is bij verkoop van de hal, denkbaar, niet meer mogelijk. Maar dan is het wel vreemd dat pas in de herfst volgend jaar een nieuw onderzoek gaat starten naar een evenement of locatie. En wij vragen ons dan ook af of dat niet wat eerder kan. Het subsidiëren van topsportevenementen, daar blijven wij kritisch op.

12

Wij willen absoluut niet dat dit ten koste gaat van subsidie van lokale evenementen. Aan de andere kant zijn we wel heel gelukkig met een structurele plek voor het Wintercircus. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De heer Hartmeijer: Veel ambitie, maar ik krijg een interruptie. De voorzitter: Van mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik hoor een aantal heel interessante dingen van mijnheer Hartmeijer en daar heb ik een vraag over. U zegt, ik vind niet dat topsportevenementen ten koste moeten gaan van andere evenementen of van lokale evenementen, maar hoe ziet u dat dan voor zich? Een euro kun je toch maar een keer uitgeven? De heer Hartmeijer: Dat heb ik ook gezegd. Waar het ons om gaat, topsportevenementen kun je prima naar de stad halen. Maar waar wij het volgens mij met elkaar over eens zijn, is dat we daar niet heel erg veel subsidie naartoe moeten brengen. Zeker niet als dat ten koste gaat van, wat ik nog zou willen aanvullen, groeimogelijkheden, zoals Decemberdagen en Pride, wat nog vrij nieuwe evenementen zijn. Het zou zonde zijn als daar geld niet naartoe gaat, omdat we allerlei topsportevenementen gaan subsidiëren. Topsportevenementen prima, maar wij blijven wel kritisch als daar veel subsidie naartoe gaat. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, we zijn het eens. De voorzitter: Wat een mooie liefde, deze avond.

Mijnheer Hartmeijer gaat verder. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Afsluitend, veel ambitie, maar ook wij hebben wel zorgen of alles gerealiseerd kan worden, gezien de financiële situatie. Zoals ik gezegd heb, we willen niet dat vrij nieuwe evenementen in de problemen gaan komen. En daar wilde ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Engelen was net iets eerder, mijnheer Aarden. Mevrouw Van Engelen: Dat is lief, voorzitter. Dank u wel. Het nieuwe evenementenbeleid. De vorige was uit 2008. Daar schrok ik wel even van. Tijd om het te herzien. Over het algemeen een heel mooi stuk waar belangrijke dingen worden aangestipt. Mijnheer Hartmeijer heeft mij de woorden uit de mond gehaald over het jongerenevenement. Als het gaat over de vraag, passen de ambities binnen het beperkte budget, die zin zocht ik even, waar mijnheer van Dam Timmers ook steeds naar vraagt, wij zien dat er ook een grote efficiëntieslag is gemaakt in dit stuk. Want er is een veel beter contact nu met het evenementenplatform, maar er is ook veel gesproken over samenwerking. Ook praktisch, bijvoorbeeld spullen hergebruiken. Daar wilden wij gelijk het onderwerp toegankelijkheid aan koppelen. Want wij vroegen ons af, is het niet mogelijk om als Dordrecht rolstoelvriendelijke kabelgoten de standaard te maken, zodat elk evenement in Dordrecht daar gebruik van kan maken en iedereen in

13

Dordrecht met een rolstoel, een kinderwagen, weet, ik kan altijd naar ieder evenement, want daar liggen altijd dezelfde kabelgoten. Ik weet niet of dat echt in het beleid zou moeten staan of dat het via een andere route geregeld wordt, maar dat horen we straks vast van het college. Vorige week is ook besproken, er zijn een aantal regels waar we niet zo veel aan kunnen doen, die komen gewoon uit het Rijk. Een aantal van die regels vinden wij ook prettig, gaan ook over inclusiviteit en duurzaamheid. Maar we hebben ook gehoord dat de bij regels waar onze gemeente wel in kan ondersteunen, dit ook gedaan wordt. Daar hebben wij ook goed vertrouwen in. Wij zijn best tevreden over dit nieuwe beleid. De voorzitter: Dank u wel. Beetje schot voor de boeg alvast met de kabelgoten en de kinderwagens, heb ik gehoord. Mijnheer Aarden. De heer Aarden: Dank u wel, voorzitter. Het terugdringen van regels mag nooit een doel op zichzelf worden. Regels zijn er om veiligheid, gezondheid, dierenwelzijn en duurzaamheid te beschermen. Wij vinden het dan ook onverstandig om generiek te versimpelen. Minder regels mag nooit minder veiligheid betekenen. Wel zien wij dat vrijwilligersorganisaties soms vastlopen in bureaucratie.

Daarom pleiten wij voor maatwerk, heldere communicatie ondersteuning vanuit de gemeente, het voorkomen van dubbele administratieve stappen, zonder de noodzakelijke kaders los te laten. Moeten we een evenementenstad willen zijn? Ook dit is, wat ons betreft, geen doel op zich. In het voorgestelde beleid ligt de nadruk sterk op groei, meer evenementen, meer bezoekers, meer reuring, maar onze stad heeft zijn grenzen. De openbare ruimte staat onder druk, biodiversiteit neemt af, grote festivals zorgen voor afval, licht- en geluidsoverlast en dieren worden verstoord. Ook zien wij de toenemende belasting van vrijwilligers. Daarom kiezen wij voor kwaliteit boven kwantiteit. Minder massaliteit, meer kleinschaligheid, buurtgericht, duurzaam, groen en toegankelijk, met oog voor onze inwoners in plaats van voor een prestigelabel. Evenementen moeten aansluiten bij de draagkracht van mens, natuur en stad. Tot slot dienen wij een amendement in om aan de doelstellingen van het evenementenbeleid toe te voegen dat de gemeente actief de drie essentiële rustperiodes van dieren beschermt, broedrust, nachtrust en winterrust. Dit betekent dat evenementen met harde geluiden, felle verlichting of andere verstorende factoren in deze periodes niet plaatsvinden in of direct naast parken, grote groengebieden en beschermde natuur. Deze evenementen worden dan elders in de stad geprogrammeerd.

Met dit amendement borgen we dat onze evenementen niet plaatsvinden ten koste van de dieren die van onze groengebieden afhankelijk zijn. En op deze manier kan onze stad genieten van evenementen zonder de natuur en haar bewoners uit oog te verliezen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Nog een vraag aan mijnheer Aarden. U had het over kleinschalige evenementen. Wij moeten het zo kleinschalig mogelijk maken. Ik was benieuwd of u … Wat zegt u? Mijnheer Aarden. Sorry. Goede correctie, mevrouw Koene. Sorry, voorzitter. Nu ben ik van mijn à propos. Ik herstel. Waar het mij om gaat, we hebben een aantal grote evenementen die best bekend zijn, ook landelijk.

14

Als ik dat zet tegen kleine evenementen, waar zou u voorkeur naar uitgaan? Behalve dat u zegt, kleine evenementen geven we bij de voorkeur aan. Maar er zijn wel twee of drie evenementen die best heel groot zijn en onze stad voorzien van allerlei mooie dingen, mensen die daar ook van genieten. Er is ook een spin-off. Hoe ziet de Partij voor de Dieren het als je een klein evenement tegen een groot evenement zet. De heer Aarden: We zijn van mening dat alle evenementen hun eigen pracht hebben en bieden allemaal wat moois aan de stad. En het is niet per se dat wij vinden dat kleinere evenementen beter zijn dan grotere evenementen. We hebben ze allebei nodig. Alleen we zien wel, als je kijkt naar de toekomst en waar wil je als stad naartoe, dat wij van mening zijn, dat we ons als gemeente moeten realiseren dat er grenzen zitten aan wat de stad kan dragen. We zeggen niet, de grote evenementen die op dit moment gehouden worden in een stad, moeten worden afgeschaft of wegbezuinigd of wat dan ook. Maar met het oog op de toekomst zouden we het onverstandig vinden om alleen maar te focussen op groei van grote evenementen. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ik hoor mijnheer Aarde van de Partij voor de Dieren het hebben over regelgeving en het rekening houden met rust. En dat zijn allemaal mooie dingen.

Alleen, het kan wel vergaande consequenties hebben. Als je kijkt naar Wantijpop bijvoorbeeld, dan hoor ik mijnheer Aarden zeggen dat het niet meer kan doorgaan. Als de nachtrust of de rust voor de dieren in het park leidend wordt, dan is het einde evenement. Hoe kijkt mijnheer Aarden daarnaar? De heer Aarden: Bedankt voor de vraag. De Partij voor de Dieren is niet per se tegen Wantijpop. Alleen, wij zouden dan graag zien dat evenementen die op dit moment in parken plaatsvinden, waaronder Wantijpop, naar andere locaties verschuiven. En daarbij zijn wij ook voorstander van het ontwikkelen van de evenementenlocaties. Bijvoorbeeld goede faciliteiten daar beschikbaar stellen, zodat er geen gebruik hoeft te worden gemaakt van vervuilende generatoren. Maar dat het voor een organisator heel makkelijk is om in te pluggen in het elektriciteitsnet. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik snap op zich deze gedachte. En ik begrijp ook echt wel dat mijnheer Aarden van de Partij voor de Dieren geen tegenstander is van Wantijpop. Maar het resultaat van dit soort regelgeving opleggen, is wel degelijk dat dit soort evenementen niet meer door kunnen gaan of het heel moeilijk hebben. En ik hoop wel dat het bewustzijn bij de Partij voor de Dieren ook is dat je in een stad leeft met 122.000 mensen en niet in een natuurreservaat.

De heer Aarden: We zijn ons ervan bewust, maar we zijn ons ook zeker bewust van dat er zich nog veel meer dieren in onze stadsgrenzen bevinden. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer.

15

De heer Hartmeijer: Voorzitter, ik was benieuwd of mijnheer Aarden al een nieuwe locatie voor Wantijpop op het oog heeft. De heer Aarden: Ik heb niet specifiek een locatie. Dat zou in samenspraak met de organisatoren moeten worden gevonden, denk ik. Maar ik ben wel van mening dat, hoe heet het? Sorry, nu ben ik mijn ding kwijt. Onder andere als je kijkt naar Amstelwijck, Energieplein, misschien dat het niet het formaat is wat gewenst is voor Wantijpop, maar ik denk zeker dat er wel alternatieven zijn. Maar alsnog ben ik niet van mening dat het aan ons is om nu een locatie op te leggen voor Wantijpop, maar dat het in samenspraak met de organisator zou moeten plaatsvinden. De voorzitter: Mevrouw Lammens-Oostdijk had nog een interruptie. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Mijn vraag is aan mijnheer Aarden. Bij park XXL, het Stadspark, gaan we meer groen invoegen en dan komen er meer plekken voor dieren, maar we willen ook evenementen daar gaan doen. Hoe ziet u dat als wij wel meer groen willen, maar we willen ook evenementen houden? Ziet u dan wel de mogelijkheid om evenementen te maken daar op de plekken die we extra gaan toevoegen aan het groen of moet alles alleen maar voor de dieren? De heer Aarden: Wij mensen zijn ook dieren. In dat opzicht … Ik moet eerlijk bekennen dat ik de precieze plannen voor het Stadspark niet helemaal helder heb.

Ik kan er eventueel nog op een ander moment op terugkomen. Maar in essentie is het zo dat op het moment dat we een natuurgebied hebben waar dieren zich vestigen, en dan hebben we het niet over drie boompjes langs de kant van de weg, dan vinden we wel dat die drie essentiële rustperiodes, wat ons betreft, heilig zijn. Bedankt. De voorzitter: En dan hebben we mijnheer Kolkiliç nog die een interruptie heeft. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Een vraag richting mijnheer Aarden. In het begin van uw woordvoering had u het over minder bureaucratie en tegen het einde aan ging het om meer bureaucratie. Meer rekening houden met dieren en dergelijke. Op welke beleidsvraag wilt u dan de bureaucratie verminderen? De heer Aarden: Uitstekende vraag. Wij zien bijvoorbeeld heel veel kansen als je het hebt over het ontwikkelen van de evenementenlocaties. Dat je dan zorgt dat, los van dat daar faciliteiten beschikbaar zijn voor organisatoren, ze minder hoeven te regelen qua generatoren en parkeergelegenheid en dat soort zaken. Dat je ook vanuit de gemeente kan zeggen, we hebben deze locatie, we weten hoe het hier zit qua natuur, verkeer et cetera en dat je vanuit de gemeente periodiek plannen vaststelt waar organisatoren op die locatie gebruik van kunnen maken.

Als er een evenement is met, ik zeg maar wat, 50.000 bezoekers op een evenementenlocatie, dat ze weten, voor dit soort evenementen hebben we dit verkeersplan. Op deze manier kan dit geregeld worden. Waardoor organisatoren niet het wiel opnieuw uit hoeven te vinden iedere keer. En op die manier kan je ook na evenementen kijken, wat ging er goed, wat ging er minder goed, kan je het toepassen op de plannen? En dan heeft de volgende organisator daar weer profijt van.

16

De voorzitter: Mijnheer Kolkiliç nog. De heer Kolkiliç: Ik heb een vervolgvraag, voorzitter. Er zijn ook verenigingen die kleinschalige evenementen houden met hun leden. Je hebt in Dordrecht ook enkele maneges. Wat moeten zij dan met de paarden doen bij een evenement? Moeten ze de paarden weghalen daar? De heer Aarden: Over welke evenementen heeft mijnheer Kolkiliç het nu? De heer Kolkiliç: Mag ik? Er zijn verenigingen in Dordrecht die ook evenementen intern houden. Een ledenbijeenkomst waarbij er muziek wordt gedraaid, waarbij er zangers komen. In Dordrecht hebben we ook een manege bijvoorbeeld. Hoe kunnen zij dan, op de voorwaarden die u stelt, nog evenementen binnen de vereniging houden? De voorzitter: Mijnheer Aarden gaat daar een heel erg kort antwoord op geven, want dit is, heel erg een fout Nederlands gezegd, off-topic. Mijnheer Aarden. De heer Aarden: Als ik de goede vraag goed begrijp, gaat het over interne evenementen en niet om evenementen in parken waar mijn woordvoering op doelde. De voorzitter: En daar zult u het heel even mee moeten doen, mijnheer Kolkiliç. Mevrouw Dijkstra zag ik net de hand opsteken. Mevrouw Dijkstra: Dank u wel. Sorry. Voorzitter, Gewoon Dordt wordt blij van leuke evenementen in de stad en die zijn ook heel belangrijk voor Dordrecht. Naar onze mening ligt er een evenementenbeleid op tafel wat een goede basis is voor de komende jaren.

Er zijn een aantal politieke vragen gesteld voor deze bespreking, die genoemd zijn bij de introductie. En een springt er voor ons, voor Gewoon Dordt, meteen uit. Hoe kan de gemeente de toenemende regeldruk verminderen, terwijl duurzaamheid en veiligheid worden gewaarborgd? Vorige week hebben we al van diverse sprekers kunnen horen hoe de steeds strengere regelgeving vaak averechts werkt. Het belemmert de organisatie van diverse evenementen en soms brengt dat heel veel extra kosten met zich mee, omdat er dingen moeten worden gehuurd of gekocht. Soms moeten er externen worden ingehuurd, zoals bijvoorbeeld beveiliging. Gewoon Dordt vindt dat de voorwaarden vanuit de gemeente wel realistisch moeten zijn. Strengere regelgeving maakt het organiseren van evenementen echt heel moeilijk. En misschien kan de gemeente deze extra eisen compenseren. Het hoeft niet per se in geld, maar ik kan denken aan slimme samenwerkingen, waarbij middelen zoals portofoons en dranghekken kunnen worden gedeeld. We horen graag van de wethouder of hij daar nog meer kansen ziet dan die nu genoemd worden en of ook de komst van een evenementenplatform hieraan bijdraagt. Verder, voorzitter, het organiseren van evenementen, het maken van evenementenbeleid en het toekennen van subsidies kost niet alleen heel veel energie van professionals en vrijwilligers, maar ook heel veel geld.

En het blijft voor Gewoon Dordt lastig te snappen dat de verantwoording van ontvangen subsidies alleen door een accountant mag worden gedaan. De accountant kost enorm veel geld en het gaat, naar wij hoorden van organisatoren, om zo'n 10 procent van de subsidie die ze ontvangen.

17

Daar vinden we wel wat van en we horen graag vanavond van de wethouder wat hij van ons nodig heeft om op onderzoek te kunnen gaan hoe dit zo snel mogelijk kan op een manier die betaalbaar is voor de organisatoren, want op die manier kunnen ze misschien geld overhouden om te besteden aan wat wij echt belangrijk vinden en dat zijn de evenementen zelf. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Het CDA is positief over het evenementenbeleid. En we zijn vooral positief omdat evenementen geen doel op zich zijn, maar juist een middel zijn om mensen bij elkaar te brengen. En onze stad heeft een rijke historie aan evenementen die een brede impact hebben binnen wijken, maar ook binnen en buiten onze stad. En we zijn ook heel dankbaar voor alle vrijwilligers die dat toch weer jaar op jaar mogelijk maken. En in het beleid wat voorligt worden mooie samenwerkingen voorgesteld en ook besparingen georganiseerd. Dat verdient alle lof. En hoewel het beleid positief is, gaat het uiteindelijk om de uitvoering, waarin organisaties gefaciliteerd moeten worden om de evenementen mogelijk te maken. En daarbij is, denk ik, van belang, en dat stelt dit beleid ook voor, om helder te zijn wat er wel en niet gesubsidieerd wordt en dat dat ook tijdig bekend is.

En het CDA roept het college op, ik denk in navolging van ongeveer alle fracties hier, om onnodige regels te schrappen. Daar zijn we allemaal, denk ik, voorstander van. En kritisch te kijken naar de administratieve lasten, ook genoemd door Gewoon Dordt. Daar gaat soms wel een groot percentage van subsidies naartoe. Soms is dat nodig. Maar de vraag is, is het ook echt nodig of zou dat nog iets beter kunnen? Als we kijken naar de politieke vragen, is er onder andere een vraag of Dordrecht volgend jaar weer evenementenstad wordt. Voor het CDA Dordrecht is dat geen doel op zich, want het gaat om de evenementen die we hebben en dat het mensen bij elkaar brengt. En of je wel of geen evenementenstad bent, als er leuke dingen zijn, dan zijn we vanuit onze fractie wel tevreden. Ook loopt het CDA Dordrecht niet warm voor landelijke evenementen die fors geld kosten. We geven de prioriteit, zeker in deze tijden van beperkte budgetten, aan onze lokale evenementen, zoals Big Rivers, Dordt in Stoom of de kleinere evenementen in de wijken. En ik denk dat de goede naam die Dordrecht heeft is gebaseerd op onze lokale en door vrijwilligers georganiseerde evenementen en niet zozeer door one-off evenementen, zoals wielerwedstrijden of schaatswedstrijden in een hal.

Wat CDA Dordrecht betreft, zijn we ook geen voorstander van het eventueel op te richten fonds om buiten de gemeentelijke organisatie ook incidentele nationale evenementen te organiseren. Vooral omdat het een deel van het budget waar de gemeenteraad normaal een opvatting over kan hebben, buiten de gemeenteraad legt. Kortom, we zijn best wel positief over het evenementenbeleid, maar we zien wel wat bedreigingen. Vooral als het gaat om budget. Er worden meer ambities voorgesteld dan het budget, naar ons inzicht, voor zover we dat altijd kunnen bezien, toelaat. En wij overwegen ook een motie om te benadrukken dat we vinden dat de gestelde ambities binnen het huidige budget gepast moeten worden en niet mogen leiden tot hogere belastingen of tot kortingen op bijvoorbeeld het sociale domein. De voorzitter: Mevrouw Lammens.

18

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag aan mijnheer Van Dam Timmers willen vragen, u ziet heel veel bedreigingen, maar ziet u ook nog wat meer positieve kanten erin? De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. De eerste paar minuten van mijn verhaal waren volledig gericht op de positieve kanten, namelijk dat evenementen mensen bij elkaar brengt, dat onze stad een rijke historie heeft aan evenementen, zoals bijvoorbeeld Dordt in Stoom, wat een internationale allure heeft. We hebben ontzettend mooie verenigingen in onze stad. Als je kijkt naar evenementen waar een Jubal bij betrokken is. Ik kan het zo gek niet bedenken. In elke wijk of deel van onze stad is wel iets interessants te doen. Niet het hele jaar door, maar wel op veel momenten. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Zou u een toelichting kunnen geven op uw motie? De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Een toelichting. Wij overwegen, zoals ik zei, een motie, omdat we zien, als je naar dit evenementenbeleid kijkt en ook naar het uitvoeringsprogramma, dat er best wel veel nieuw beleid wordt voorgesteld. Er worden veel onderzoeken voorgesteld, er worden nieuwe evenementen voorgesteld. Wat er niet wordt voorgesteld, is om een grote smak geld aan het budget toe te voegen. En dat zijn dingen die in onze ogen niet met elkaar samengaan.

Als je de ambities verhoogd en het budget verandert wat we met elkaar in het afgelopen jaar voor de komende jaren aan bezuinigingen hebben vastgesteld, dan kunnen sommige dingen uiteindelijk niet. En dat is een probleem en daar willen we graag een punt van maken. De voorzitter: U stelt een vraag aan mijnheer Van Dam Timmers. Dan mag hij ook eerst antwoord geven. Dan mag u nu een vervolgvraag stellen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: De nota die we hebben gemaakt, de beleidsnota, is toch altijd leidend? De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, hier moet ik mevrouw Lammens-Oostdijk toch echt ongelijk geven. Onze begroting is leidend. Deze beleidsnotitie, zonder geld, is uiteindelijk mooie verhalen zonder dat je het kunt uitvoeren. En daarom vinden we dat er aandacht voor moet zijn dat sommige dingen niet kunnen. De voorzitter: Mijnheer Katif eerst. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor mijnheer Van Dam Timmers praten over, we hebben geen geld voor de ambities die we uitstralen binnen ons evenementenbeleid. Zou mijnheer van Dam Timmers via u, voorzitter, kunnen aangeven welke ambities we niet moeten hebben om binnen het gestelde kader/de gestelde begroting te kunnen organiseren of te kunnen uitvoeren? Dan draai ik het andersom. Zou u daar een antwoord op kunnen geven? De voorzitter: De vraag is helder. Mijnheer Van Dam Timmers.

19

De heer Katif: Sorry, voorzitter. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Zoals ik in de woordvoering aangaf, wat vanuit het CDA Dordrecht betreft, geven we prioritering aan onze lokale evenementen, de evenementen in de wijken. En als je tekortkomt in het budget, wat de realiteit ook weer gaat zijn, denk ik, de komende jaren. We hebben altijd een beperkte zak geld. Anders ga je de belastingen omhoog moeten doen. Dat vindt de VVD niet leuk. Of je moet snijden in het sociale domein. Dat vinden ze aan mijn linkerhand niet leuk. En wijzelf ook niet. Je moet ergens concessies doen. En als je nieuwe evenementen wil toevoegen, dan moet er ergens geld bij gaan komen. En wij zien dat niet terug de afgelopen jaren en daarom vragen we ons af hoe dat past binnen deze beleidsnota. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen? Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Gelukkig zijn er ook veel evenementen in Dordt die bijdrage aan het sociale domein. Je zal daar niet snel een bezuinigingsslag zien. Maar mijn vraag aan mijnheer Van Dam Timmers gaat over de ambities en of dat wel binnen het budget past. Want het is een ambitieus plan. Zoals ik al zei, het vorige beleid stamt uit 2008 en de afgelopen 10 jaar hebben we ook niet geteerd op de begroting uit 2008. We hebben te maken met de begroting van nu, maar dit beleid ontstijgt dat termijn.

Ziet het CDA ook in dat het soms goed is om ambities uit te spreken, zodat ze er later staan? Want het is toch wel heel erg bijzonder dat wij als Dordrecht nog steeds zo veel grote en ook gratis evenementen kunnen aanbieden. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dat ben ik helemaal met mevrouw Van Engelen eens. Tegelijkertijd zitten we nu in tijd van bezuiniging en wil je niet je eigen teleurstelling organiseren of organiseren bij evenementen waar je mee samenwerkt. En als ik de verhalen van de verschillende organisaties hoor, dat ze best wel veel moeite hebben om de huidige dingen die er zijn overeind te houden, vraag ik me wel af, is het in een tijd waar je niet meer budget hebt, waar de huidige dingen het moeilijk hebben, het moment dat je probeert om dingen erbij te gaan doen? Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, mag ik kleine vervolgvraag stellen? Hoor ik dan mijnheer Van Dam Timmers meer doelen op het komende evenementenjaar, dan denk ik 2026-2027, we evenementen moeten schrappen om überhaupt de evenementen die we nu hebben nog rond te krijgen? Want anders vind ik dat niet helemaal schuren met de ambities die we hebben. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dat is niet wat mijnheer Van Dam Timmers zegt. Wat mijnheer Van Dam Timmers zegt, dat zeg ik via u, voorzitter, is dat we best wel een budgettaire uitdaging hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1066/documents/45960