CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2025.10.07 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 november 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 14 oktober 2025 en de Dordtse Dinsdag van 30 september, 7 oktober en 28 oktober 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 513.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Maar een beetje zorg afvangen in de richting van heel iets anders, dat moet eigenlijk wel gespreksonderwerp zijn. Dus er is een toezegging om te zeggen, we gaan rapporteren over wat vangt Dordt Sociaal af, maar niet alles wat Dordt Sociaal afvangt zal in een cijfertje te vangen zijn. De heer De Heer: Voorzitter, dank voor die toelichting. Heel begrijpelijk dat wat je niet weet, daar kun je ook niet over rapporteren. En tegelijkertijd kan ik me voorstellen dat de GR ook gewoon het succes wil zien en wil meten en wil kunnen volgen, dat horen we natuurlijk graag wanneer dat inzichtelijk is.

20

De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Ik ben blij met de vraag van de heer De Heer, die hadden wij ook. Ik heb twee vragen over de presentatie. Toch wil ik als eerste even feedback geven. En ook de zorg die mevrouw Koene deelde. Dit is technisch. Ik denk dat we er als raad ook nog even wat verder, maar dan loop ik vooruit, moeten bespreken. En die komt … Mijn zorg vooral uit hoe de informatiebrief aan de gemeenteraden en colleges is opgesteld. Die geeft een stand van zaken van het verbeterprogramma. Daar ben ik op zich al blij mee. Maar er staat absoluut geen uitleg in waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt en dat zorgde bij mij voor meer verwarring. Ik was net heel blij met de directeur sociaal die een heel fijne uitleg gaf, daar heb ik wat meer begrip voor, maar ik zou graag aan Serviceorganisatie willen vragen om de volgende keer net wat meer uitleg waarom dingen gebeuren. Ik hoor, dat kunnen we, maar ik dacht dat dat iemand anders maakte. Maar als jullie dat terug willen geven, is dat heel fijn. Dan twee vragen gewoon echt puur technisch op de presentatie. U gaf aan dat een advies van Van Ark is afgegeven. En uit de uitleg hoorde ik alleen dat daar geld compensatie uit is gekomen, voor de rest helemaal niks. Ik hoor eigenlijk al het antwoord van de wethouder, maar die wacht ik nog even af. En er werd ook gezegd, we zetten in op stevige lokale teams.

Wat verstaan we daaronder? Moeten ze efficiënter gaan worden, worden ze groter, worden ze kleiner? Wat verstaat u onder stevige lokale teams? De voorzitter: Mijnheer Haksteeg of mijnheer Van der Linden. Mijnheer Van der Linden mompelt. Maar gaat uw gang. De heer Van der Linden: We hebben natuurlijk al een aantal jaren het gesprek over, we krijgen als gemeentes opgeteld eigenlijk gewoon structureel te weinig geld om de Jeugdwet die we nu hebben, die in een aantal opzichten echt ruim is, gelegenheid geeft tot heel veel mogelijkheden om die uit te voeren. Een aantal jaar geleden heeft een arbitragecommissie gezegd, eigenlijk komen gemeentes per jaar 1,6 tot 1,9 miljard tekort. U zit er heel rustig bij, maar eigenlijk is dat natuurlijk onparlementair gezegd schandalig. Je krijgt een wet, voer die maar uit, hier is een beetje geld. Structureel zo veel te weinig, dat is eigenlijk absurd. Natuurlijk kun je dat nooit op een miljoentje doen, dat snap ik ook wel, maar dat is aanleiding geweest onder andere voor de hervormingsagenda en ook voor de commissie Van Ark. Die heeft gezegd, als we daarnaar kijken, want elk jaar komt er ook wel weer een beetje correctiegeld enzovoorts, dan moet over ‘23 en ‘24 er aanzienlijk worden bijgepast. Dus nu naar aanleiding van Van Ark is er 700 miljoen ter beschikking gesteld, waarvan Dordt 5,3 miljoen krijgt.

Daar hoeven we niet van te zeggen, wat fijn, dank u wel. Nee, dat is gewoon … Natuurlijk krijgen we dat, daar hebben we gewoon recht op, want ook in ‘23 en ‘24 hebben wij de Jeugdwet naar ons beste kunnen uitgevoerd voor opnieuw te weinig geld. Bij die 5,3 miljoen zat geen excuusbrief. Maar in de debatten die er zijn in de Kamer en ook met de VNG-commissie is natuurlijk ook wel gezegd, dit moeten we niet zo blijven doen. Je kent ook de situatie in Den Haag en ik voorspel dat we ook in de komende jaren best in een situatie kunnen komen dat er elk jaar weer wordt bijgepast. Want natuurlijk ziet het Rijk ook wel, op deze manier is het stelsel onhoudbaar. Het heeft deels te maken met arbeidsmarkt, deels met verwachtingspatronen, deels ook met, wat is normaal? Daar kan

21

ik misschien zo wat over zeggen. Maar het heeft ook te maken met het structurele gebrek aan geld. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter … Mevrouw Boom-Vos: Ik had nog een vraag. De voorzitter: U had nog een vraag. We komen een beetje onder tijddruk, ik wil toch vragen aan u allen om nu korte vragen te stellen en dan moeten we misschien concluderen dat we daarna nog een kennissessie hebben of op een andere manier het in gaan schieten, zoals mevrouw Koene het net voorstelde. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: En volgens mij kan mijn buurman aan de linkerkant vertellen wat hij onder stevige lokale teams … De heer Haksteeg: Dat gaat er vooral om dat onze toegang vooral ook integraal werkt. Dus dat ze werken nu al natuurlijk van nul tot honderd. Maar wat bijvoorbeeld nu ook de ontwikkeling is, de samenwerking met de sociale dienst, dus dat je integraal toegang krijgt waar inwoners laagdrempelig kunnen binnenlopen voor al hun problemen. Dat gebeurt nu al, maar kan nog beter in de uitvoering, professionals en binnen Dordrecht Sociaal, daarnaast ook nog de beweging dat zij integraal met het buurtwerk jongerenwerk samen zijn. Dat zijn de stappen om te komen tot die stevige teams. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. Nee? U mag nog wel. Mijnheer Van Pelt. De heer Van Pelt: Dank u wel.

Het gesprek van deze avond beperkt zich eigenlijk wel tot oplossingsstrategieën. En wat ik eigenlijk een beetje mis, ook in de presentatie, is een analyse van de stijgende trend in jeugdzorg. Is daar wel over nagedacht? Misschien zijn we aan het dweilen, terwijl er ergens een kraan dichtgedraaid kan worden. De heer Van der Linden: Daar is wel over nagedacht, er is niet één antwoord, het raakt wel aan de vraag die mevrouw Koene ook stelt, want dit is natuurlijk … Mevrouw Koene: Precies. Ik heb een andere aanvulling, want ik heb vorige week in de auditcommissie begrepen vanuit een brief van de provincie dat er met betrekking tot het stijgen van de kosten in de jeugdzorg een taakveldanalyse gedaan kan worden door de provincie. En dat is misschien … Het klopt heel erg, het sluit denk ik aan bij wat de heer Van Pelt zegt. En ik weet ook dat iedereen binnen de ambtelijke organisatie direct gaat steigeren, want het kost geld, maar de hele jeugdzorg kost geld. Dus het is een optie, die ik dan nu even gelijk in het verlengde van de heer Van Pelt neerleg. De voorzitter: Dank u wel. U bent als raadslid natuurlijk altijd bevoegd om een voorstel te doen. En of iemand gaat steigeren, dat zullen we nog wel zien. Misschien zijn ze juist wel blij met de vragen die we stellen en de informatie te geven. Mijnheer Van der Linden.

De heer Van der Linden: Ergens eind jaren ‘80 of zo was 1 op 27 kinderen in Nederland in jeugdzorg, nu is het 1 op 7 ongeveer. En er zijn plekken waar het nog meer is.

22

Ik heb al eerder gezegd hier, vorig jaar heeft de wethouder van Amsterdam een brief gestuurd aan haar raad van, moeten we echt normaal vinden dat in Amsterdam 1 op de 5 jongetjes jeugdhulp krijgt. Moeten we dat normaal vinden? Of moeten we dan zeggen, dit is gewoon absoluut niet normaal. Tegelijkertijd zeg ik erbij, nog steeds uit cijfers blijkt dat de Nederlandse jeugd in zijn algemeenheid heel gelukkig is. Misschien niet meer nummer 1, maar wel echt top 5 gelukkig in de wereld. Dat is niet meer, dat kan in tegenspraak, want we stellen ook andere eisen aan het leven en we zijn ook gewend geraakt aan die eis dan ook maar eventjes neer te leggen bij de overheid. Daar zijn we van als overheid. Deels is het echt een financieel gesprek, maar het begint eigenlijk veel eerder bij, wat vind je dat je zelf zou moeten doen of niet? Wetend dat je het ook allebei veel drukker hebt dan 30, 40 jaar geleden, dat alle sociale verbanden anders in elkaar zitten, dat je vaak veel meer werkt per huishouden. Dat heeft allemaal invloed. Een korte anekdote. We weten dat er onlangs een casus is geweest waarbij een jeugdige jeugdhulp kreeg, al 9 maanden lang en toen pas bleek, wacht, er is ook een huurschuld die gaat leiden tot een huisuitzetting.

Ik vind het niet zo ingewikkeld om te veronderstellen dat als het thuis onrustig is vanwege een huurschuld die leidt tot een huisuitzetting, dat dat invloed heeft op de kwaliteit van de manier waarop je met elkaar en ook met je kind omgaat. Is dan een jeugdhulp het eerste antwoord? Misschien wel, dat inzicht heb ik niet. Of moet je eerst zeggen, zullen we eerst iets gaan doen aan die huurschuld en dan verder kijken? Dit is een hele simpele. Zo zijn er oneindig veel meer associaties. Daar heeft het ook mee te maken. De voorzitter: Dank u wel. Ik moet nu gaan afronden. Is het een hele korte vraag, mijnheer Bootsman? De heer Bootsman: Dank, voorzitter. Een hele korte vraag, is integraal kijken dan niet één van de belangrijkste oplossingsrichtingen waar we in kunnen denken? Is dat überhaupt technisch mogelijk? De heer Van der Linden: Jazeker, dat is altijd het beste. Punt. De voorzitter: Dan wil ik toch nu gaan afronden. Het voelt voor mij in ieder geval, misschien voor u ook wel, zeer onbevredigend, omdat er liggen nog wel aardig wat vragen. En ik zit ook even nog met de opmerking die mevrouw Koene maakte van, een beetje te worstelen van, we willen er iets van vinden. De heer Van Dam Timmers heeft ook al eerder aangegeven, we gaan over de kaders, we gaan niet echt over de details.

Dit soort onderwerpen zijn altijd zo ingewikkeld, omdat je wil eigenlijk meer details weten, terwijl het zo specialistisch is dat je daardoor verstrikt kan raken in, wij willen het op die manier daar en daarom, terwijl we daar niet eens over gaan, want we gaan over de kaders. Dus heeft er iemand al een zinnig voorstel? Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, kijk, het lastige is dat in een sessie als dit en een wethouder die bepaalde antwoorden geeft, die best wel gekleurd zijn, die ergens wat van vindt. En wij daar niks van mogen vinden. Daar vind ik dus wat van.

23

Ik denk dan ook dat het een goed idee is, wij gaan inderdaad alleen maar over de kaders, maar op dit moment heb ik het idee dat wij alleen maar zitten te luisteren en dat we op geen enkele manier bepaalde dingen zoals wij ertegenaan kijken, om die kaders eventueel te veranderen, mee te kunnen geven. Dus we zitten nu een beetje lijdzaam achterover en dat vind ik heel vervelend, want ik weet zeker dat wij hier met elkaar best wat kennis hebben om op die kaders een beetje proberen invloed uit te oefenen. Wij zitten hier als raadsleden om invloed uit te oefenen op het beleid wat gemaakt wordt. En dat wil ik in een sessie kwijt kunnen. En dat hoeft voor mij niet een oordeelsvormende sessie te zijn, maar wel eentje waar we op een gelijkwaardige manier met elkaar van gedachten kunnen wisselen. De voorzitter: Van gedachten wisselen, precies. Ik vind het zeker een terechte opmerking. Ik weet niet of de rest van de raadsleden dat ook vindt. En dan moeten we nu even kijken van, is het mogelijk om een agenderingsverzoek te maken met bepaalde vragen, waardoor die bijeenkomst dan verzorgd kan worden? Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, het is voor mij nog niet eens per se dat ik denk, ik kom nu opeens superveel informatie tekort. Maar inderdaad wel de vorm van het gesprek is nu wel heel beperkt.

Ik kan me ook voorstellen, gewoon hardop nadenkend, dat er gaandeweg, want het verbeterprogramma is best wel leidend natuurlijk voor de beweging die we willen maken, dus het is goed voor ons als raad denk ik, omdat de vorderingen en de stapjes die we daarin zetten ook te blijven volgen. Maar om daar dan wel wat breder over te kunnen praten met elkaar, door bijvoorbeeld te zeggen dat het een sessie wordt, dat er bijvoorbeeld naar het einde van het jaar of begin volgend jaar weer een rapportage komt of een brief vanuit de GR richting onze raad of hoe dat dan ook wordt georganiseerd, dat wij daarover kunnen meelezen. En dat daarbij dan bijvoorbeeld een consultatie kan zijn waar we misschien ook weer insprekers voor uitnodigen, zodat het een breed gesprek kan zijn, maar wel op basis van de vorderingen die het verbeterprogramma ook maakt. Zomaar een idee. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik snap wat de heer De Heer zegt, maar ik vind het wel heel passief om zo'n houding aan te nemen. En ik denk toch dat we het onszelf moeten gunnen van, in welke mate hebben wij als Dordtse raad invloed op het beleid dat gevormd wordt en een verbeterprogramma dat loopt? En niet van, we gaan eens even zitten luisteren naar wat er weer gezegd wordt, naar de stand van zaken.

Waarom worden bepaalde … Ik heb hier bijvoorbeeld ook een zin, we zoeken naar verklaringen voor de stijging. Ja, jongens, ik hoop toch dat dat soort dingen toch allang ook allemaal in beeld is, dus daar wil ik het over hebben. De voorzitter: Heel goed. Dat is de vraag of we dat allemaal zo in beeld hebben. Maar ik hoor u nu net ook wat politieke vragen stellen over van, waarom wordt het een en ander georganiseerd? Wat voor invloed kunnen wij uitoefenen op het hele bestel van wat we nu gaan voorgeschoteld krijgen? Mevrouw Koene: Afsluitend, ik zou als politieke vraag gewoon neer willen leggen, ik heb hem al diverse malen neergelegd, wat als we nou stoppen met de jeugdzorg? Wat gebeurt er dan?

24

De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik begrijp wel een beetje wat mevrouw Koene bedoelt. Maar we hebben het natuurlijk gewoon te doen ook met de wetten die we nu hebben en ook de uitvoering die daar gewoon in zit. En ook mevrouw Koene valt onder die wetten als gemeenteraadslid. Dus het lijkt me heel lastig om dat anders te doen. Ik denk als we iets ter discussie willen stellen, dan moet je de visie die we met elkaar hebben vastgesteld ter discussie stellen, want vanuit die visie komt vervolgens het beleid en dat is de enige zinvolle discussie die je kunt voeren als gemeenteraad. De voorzitter: Ik snap wat u zegt. Ik denk alleen dat mevrouw Koene probeert een keer om te denken en juist met dat omdenken te komen tot waarom het wel nodig is, want het is natuurlijk niet … Er zijn inderdaad bepaalde wetten die uitgevoerd moeten worden, maar je kan dat op verschillende manieren benaderen en ik vind het wel op zich een creatieve manier om te benaderen, maar daar moeten we dan allemaal achter staan. En ik zie nog allerlei vingers nu de lucht ingaan. Mevrouw Koene, wilt u hier nog op reageren? Mevrouw Koene: Ik stel helemaal niet de wet ter discussie. De voorzitter: Ik moet het nu toch gaan afronden. Mevrouw Boom heeft een briljant idee, zie ik. Mevrouw Boom-Vos: Nee, jammer genoeg niet.

Dit is ook niet makkelijk om te doen en ik zou daar zelf graag nog even over na willen denken, want ik snap wat de heer Van Dam Timmers zegt, maar ik snap zeker wat mevrouw Koene zegt. En ik ben blij met de informatie die we vandaag gehad hebben, we hebben een wet, maar we hebben ook nog een controlerende taak als raad. En ik weet niet of dat die voldoende uit de verf komt met de informatie die uit de verbeterprogramma brief kwam. En daarnaast heeft de inspreekster ook nog een technisch dilemma neergelegd, die nog toegelicht gaat worden en ik denk dat we die ook zeker mee moeten nemen, de brief. De voorzitter: Ik zit even te denken in tijd, in de zin van, op welke termijnen we dan dingen kunnen doen. Er komt nog aardig wat informatie naar ons toe, zoals ik nu heb begrepen. Ik ben even kwijt precies welke, maar ik heb er drie of vier streepjes gezet. Dus dat gaat nog komen. Inderdaad, de brief van mevrouw Anke-Elze Rietstap komt nog naar ons toe. En is het een idee dat er misschien twee, drie mensen met elkaar gaan proberen naar aanleiding daarvan te kijken wat we nog nodig hebben om onze controlerende taak, maar ook onze kader meegevende taak beter te kunnen uitvoeren? Is dat een idee? Wie meldt zich aan? Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter.

Dat is natuurlijk gewoon een goed idee en dan kunnen raadsfracties gewoon met een agenderingsverzoek komen als die informatie er is. Ik denk dat dat voldoet in een behoefte. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Daar meld ik me in ieder geval graag voor aan om één van de collega's te zijn om met elkaar na te denken over agenderingsverzoek. Ik kan me zomaar

25

voorstellen, mevrouw Koene ook zeker met haar omdenken kwaliteiten. En dat misschien het moment dat de beantwoording van de vragen die ook nog komen of de reactie van het college op de technische informatie van mevrouw Rietstap, dat we op basis daarvan dan de agendering kunnen opmaken en die te zijner tijd kunnen insturen. De voorzitter: Ik heb hier de heer De Heer, mevrouw Koene, mevrouw Boom, de heer Van Pelt, de heer Van Dam Timmers. Dat wordt gewoon een commissie die dat gaat doen. Kijk even of je dat met elkaar zo kan doen en misschien met minder of wat dan ook. Dat is superbelangrijk inderdaad. Dan wil ik u allen hartelijk danken voor alle input. En neemt u uw glazen en flesjes mee terug naar de counter in de hal. De counter inderdaad. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 november 2025.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

N. Mol

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/929/documents/44027