CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2025.10.07 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 november 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 14 oktober 2025 en de Dordtse Dinsdag van 30 september, 7 oktober en 28 oktober 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 513.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 7 OKTOBER 2025 Vergaderzaal 5 1. Kennissessie Stand van zake en ontwikkelingen Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ (DG&J) naar aanleiding van brief aan gemeenteraad van DG&J over Stand van zaken Verbeterprogramma beschikbare en betaalbare jeugdhulp regio Zuid-Holland Zuid Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Mevr. Balorian (VVD) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Van Pelt (FvD) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouder: wethouder R. van der Linden Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Haksteeg Overige aanwezigen: Mevr. Rietstap De voorzitter: Goedenavond, dames en heren, hier aan de tafel. En volgens mij achter mij heeft zich ook een aardige groep verzameld. De mensen thuis allemaal hartelijk welkom bij deze commissie. Deze commissie is een kennissessie, stand van zaken en ontwikkelingen van de Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid. Wij hebben aan tafel ook een strategisch adviseur, dat is de heer Haksteeg.

We hebben uiteraard onze wethouder aan tafel, de heer Van der Linden, die vanavond ook met name gaat luisteren naar wat er allemaal verteld wordt, zodat hij dadelijk dat mee kan nemen ook in zijn beleid en wijze beslissingen kan nemen. En we hebben onze gastinspreker mevrouw Anke-Elze Rietstap. En die gaat zo meteen vijf minuten u allen iets vertellen. Voor de notulen wil ik graag even nog dat alle raadsleden even zeggen wie ze zijn en waar ze vandaan komen. Mag ik beginnen bij mevrouw Koene? Mevrouw Koene: De verrassing is er dan weer af. Ik ben Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren.

1

Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Balorian: Maylis Balorian, Dordtse VVD. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer De Heer: Robert De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De voorzitter: En ik ben vanavond uw voorzitter, Kitty Kruger. Om even allemaal op dezelfde lijn te komen, ga ik even heel kort vertellen waarom we deze kennissessie gaan hebben vanavond. Want de gemeenteraad heeft onlangs een zienswijze vastgesteld over de eerste bestuursrapportage van 2025 van de DG&J. En de ChristenUnie/SGP vroeg daarbij wel om de raad mee te nemen in de verdere ontwikkelingen en de plannen voor 2026. Hier was brede steun voor en daarom staat dit onderwerp vanavond op de agenda. De kern van de zorg is duidelijk, de besparingen zijn niet gehaald, terwijl de kosten voor jeugdhulp de pan uit blijven stijgen. Dat raakt ons niet alleen financieel, maar vooral ook in onze verantwoordelijkheid voor kinderen en hun toekomst. En vanavond gaan we daar de huidige stand van zaken en welke plannen er voor ons liggen horen en zien.

Maar eerst geef ik het woord aan mevrouw Anke-Elze Rietstap namens het Ouderplatform. U krijgt vijf minuten de tijd om uw verhaal te doen. Mevrouw Rietstap: Doet hij het? Ik denk dat ik ruim binnen de tijd ben. Geachte leden van de raad, wethouder, ambtenaren, griffier, mensen in de zaal en de mensen thuis. Ik ben Anke-Elze Rietstap, zoals gezegd van het Ouderplatform Zuid-Holland-Zuid, moeder van en inwoner van onze schitterende stad. Als vertegenwoordigers van inwoners, ouders, jeugdigen en naasten in kwetsbare situaties maken we ons ernstige zorgen over de koerswijziging in het verbeterprogramma. Hoewel we de noodzaak van verbeteringen onderkennen, wijzen signalen uit het veld en eerdere ervaringen op risico's voor met name de continuïteit, een verschraling van het aanbod, de toegankelijkheid, wachttijden en de kwaliteit van zorg voor jeugdigen met complexe of langdurige hulpvragen. Ondanks goede bedoelingen en de inzet op beschikbaarheid en betaalbaarheid vrezen wij dat de maatregelen juist averechts zullen uitpakken voor jeugdigen en hun gezinnen. Daarnaast vragen wij ons af in hoeverre de voorgestelde wijzigingen conform de Jeugdwet zijn vastgesteld. Dergelijke besluiten behoren tot het exclusieve domein van de gemeenteraad. Een gemeenteraad moet formeel besluiten nemen over onderwerpen waarover zij wettelijk bevoegd zijn.

Dat raadsleden zijn geïnformeerd, betrokken bij werksessies of overleg hebben gevoerd, betekent nog niet dat er sprake is van een formeel besluit of dat bevoegdheden

2

rechtsgeldig zijn overgedragen aan het college. Zonder formele besluitvorming kan er sprake zijn van verboden delegatie. U ontvangt hierover nog een brief met een nadere toelichting. Wij lichten onze voornaamste aandachtspunten graag toe in de hoop dat deze bijdrage aan een uitvoerbaar plan met draagvlak onder betrokken gezinnen en hulpverleners. Ben ik daar … De voorzitter: Nee, dit is gewoon een algemeen geluid. Het is een gebrek aan de zaal en gaat u gewoon rustig verder. Niks aan de hand. Mevrouw Rietstap: Dramatische gevolgen voor jeugdigen en gezinnen. De sluiting van segment vijf, crisiszorg en de overheveling naar andere segmenten worden gepresenteerd als een integratie, maar lijken vooral administratieve herstructureringen. In de praktijk dreigt hiermee een nog grotere druk op het al overbelaste hoog specialistische segment. Ouders, naasten en het veld hebben nu al moeite om crisishulp tijdig te organiseren. Het integreren van deze zorg zonder gegarandeerde capaciteit, maatwerk of passende expertise brengt het risico met zich mee dat kinderen en jongeren in acute nood nog veel vaker tussen wal en schip zullen vallen. Kwaliteit en continuïteit onder druk. Het invoeren van KPI’s met financiële sancties klinkt daadkrachtig, maar legt alle risico's bij de aanbieders en indirect bij ouders en jeugdigen.

Partijen worden afgerekend op factoren die zij niet of slechts beperkt kunnen beïnvloeden, zoals realistische tarieven, voldoende personeel en een goede regionale afstemming. In plaats van de samenwerking en het partnerschap te versterken, worden aanbieders geprikkeld tot defensief gedrag om risico's te vermijden en inzet te beperken. Dat is funest voor de motivatie en daarmee ook voor de kwaliteit van de zorg. Het leidt zonder enige twijfel tot nog langere wachtlijsten, afwijzingen en een enorme verschraling van het aanbod. Besparingen gaan boven maatwerk en menselijke maat. Het verbeterprogramma spreekt nadrukkelijk over besparingen en volumebeheersing als doel. Voor inwoners voelt dit alsof de bezuinigingslogica wederom leidend wordt en niet het belang van het kind. Innovaties, zoals kwaliteit als medicijn, klinken veelbelovend, maar zolang het systeem onder druk staat, ontbreekt simpelweg de ruimte voor passende praktijken. De pilot wordt onderbouwd met referenties aan VGZ. En besparingen in de zorgverzekeringswet heeft nog geen bewezen effect binnen de context van de jeugdhulp. Bovendien lezen we dat het normenkader veel minder bespaart dan verwacht en dat het aantal aanbieders is toegenomen, juist via maatwerk en pgb. Dit geeft aan dat gezinnen alternatieve routes zoeken wanneer de reguliere toegang faalt. Dat signaal verdient reflectie en geen verdichting van regels.

De voorzitter: Wilt u een beetje gaan afronden? Mevrouw Rietstap: Ik ben bijna klaar. Oneigenlijk gebruik van maatwerk en pgb door falend systeem. Positief bezien zoeken gezinnen zelf naar alternatieve routes wanneer de reguliere toegang tot hulp faalt. Wij constateren echter dat zowel maatwerkvoorzieningen als persoonsgebonden budgetten in de praktijk regelmatig oneigenlijk worden ingezet. Dat wil zeggen niet zoals ze oorspronkelijk bedoeld zijn. Maatwerkvoorzieningen zijn bedoeld voor jeugdigen of gezinnen bij wie de algemene voorzieningen onvoldoende passend of toereikend zijn. Op basis van een individuele beoordeling moet dan een passende oplossing worden geboden die aansluit bij de specifieke omstandigheden van

3

het kind of het gezin. Maatwerk is dus niet bedoeld als vangnet voor een tekortschietend aanbod, maar als noodzakelijke aanvulling wanneer dat aanbod niet volstaat. Het pgb is bedoeld voor mensen die bewust en met voldoende regie hun zorg zelf willen organiseren, eventueel met behulp van een netwerk. Het is een instrument van keuzevrijheid, niet van noodzaak. In de praktijk zien we echter dat zowel maatwerkvoorzieningen als pgb's steeds vaker worden ingezet als uitweg wanneer het reguliere aanbod tekortschiet of vastloopt, bijvoorbeeld door wachtlijsten, het ontbreken van passende knelpunten, passende plekken of knelpunten in het normenkader. Daarmee dreigen deze instrumenten te verworden tot systeemoplossingen in plaats van bewuste individuele keuzes. Dat ondermijnt het oorspronkelijke doel en zet juist extra druk op de zelfredzaamheid van ouders en jeugdigen. Dit oneigenlijke gebruik leidt niet tot ongelijke behandeling, extra administratieve belasting en onrealistische verwachtingen richting gezinnen en hun netwerk. In plaats van passende zorg en duidelijkheid ervaren zij juist meer onzekerheid, bureaucratie en frustratie. Hoewel gesproken wordt over stakeholders en brede vertegenwoordiging, zien wij dat ouders, jongeren, naasten en cliëntvertegenwoordigers opnieuw geen volwaardige gesprekspartner zijn in dit proces.

Dit ondermijnt de legitimiteit van het programma en druist in tegen de uitgangspunten van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en cliënt gestuurde ondersteuning. De jeugdhulp is er voor jeugdigen en jongeren en kinderen en niet voor structuren of spreadsheets. Wat op papier logisch lijkt, kan in het leven van een gezin verwoestend uitpakken. We blijven ons inzetten voor humane, toegankelijke, nabije en passende jeugdhulp. Het verbeterprogramma beschikbare en betaalbare jeugdhulp regio Zuid-Holland Zuid zet dat wat ons betreft fundamenteel op het spel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Anke-Elze Rietstap. Mevrouw Rietstap: U bedankt voor het luisteren. De voorzitter: Heeft er iemand een vraag? Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dank ook aan de inspreker voor het inspreken en uw inzet ook voor de jeugdhulp en jeugdzorg. Ik had een vraag. U merkte in het begin of ergens halverwege op van, dit is ook niet in overeenstemming met hoe de Jeugdwet is georganiseerd. En daar was ik wel even benieuwd naar. En ik zou graag nadat u het antwoord heeft gegeven, ook wel later misschien in deze sessie ook een technische toelichting van de wet daarop willen, want daar ben ik wel in geïnteresseerd.

Hoe zit dat precies? Mevrouw Rietstap: Volgens mij heb ik alleen benoemd of het in overeenstemming is met de Jeugdwet als het gaat over of er eventueel sprake kan zijn van de verboden delegatie. En daarover ben ik nog een technische brief aan het schrijven, omdat … Maar wat ik zie, hoe ik het nu wil zeggen, is dat eigenlijk het inkoopkader zou moeten volgen op de beleidskaders van de verordening. En daar kun je over discussiëren, maar dat is in ieder geval mijn opvatting.

4

De voorzitter: Heel fijn dat u aangeeft dat u ook technische vragen heeft gesteld of een technische brief naar de wethouder, want dit zijn inderdaad wel vrij specialistische punten om dat zomaar even kort te bespreken. Mevrouw Rietstap: Dat red ik gewoon niet in vijf minuten, sorry. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: In het vervolg daarop, ik had ook inderdaad van, wat is heel kort gezegd, die verboden delegatie? Wat houdt dat dan in en hoe beïnvloedt dat het maken van beleid en zo? Maar als daar nog op terug gekomen wordt, dan vind ik dat ook oké. Ik weet niet of dat jammer is, dat we dat dan niet nu al weten, want we gaan het nu met elkaar over een aantal dingen hebben. Mevrouw Rietstap: Ik kan er wel wat over toelichten. De voorzitter: Mevrouw Rietstap. Mevrouw Rietstap: Ik kan er wel wat over toelichten. Ik heb natuurlijk het een en ander wel bij me, maar het gaat erom dat de vorm van jeugdhulp en de toegang en ook de kwaliteit van de jeugdhulp via kaders door de raad moeten worden vastgesteld. En ik kan al die artikelen nu op gaan lepelen, maar dat kost allemaal veel te veel tijd en die zullen jullie ook van mij krijgen. Maar wat het probleem nu is, is dat we zien dat er een inkoopkader wordt vastgesteld en dat de verordening nog helemaal niet klaar is.

En het lijkt alsof de brief juist de verordening en ook het plan wat we met de tien gemeentes aan het maken zijn, het inkoopkader volgt. En dat stoort mij aan die brief en ook dus riekt wat mij betreft naar de verboden delegatie. Maar goed, ik ben ook voorzichtig in mijn formulering. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ook namens mij dank aan de inspreker en alle signalen in ieder geval en vragen en opmerkingen. Hier en daar wordt er vooral gezegd natuurlijk wat er mis is of wat nog niet voldoet. Ik ben daarmee ook wel erg nieuwsgierig naar uw oplossingen daarin. Dat zat niet binnen de tijd, denk ik, ook op alle punten, dat in eerste instantie. Maar het laatste ging ik eigenlijk op aan, waar werd gezegd over die stakeholders en brede vertegenwoordiging, we zien dat wij geen volwaardige gesprekspartner zijn geweest in dit proces. Dus daar ging ik even op aan. Is dat omdat er afspraken zijn gemaakt waar niet aan is voldaan of is dat meer uw wens in het proces waar niet aan tegemoet kon worden gekomen? De voorzitter: Mevrouw Rietstap. Mevrouw Rietstap: Ik zal voortaan op mijn beurt wachten. Dat is al tien jaar onze wens. We hebben wel een goede relatie met de gemeentes, maar de gemeentes hebben via een mandaat de taken belegd bij de Serviceorganisatie en daar is gewoon, wat ons betreft, geen echte positionering.

En we worden wel uitgenodigd, maar vervolgens lepelen die ambtenaren een of andere verhaal op en er is ontzettend weinig ruimte voor het debat.

5

De voorzitter: Eerst mevrouw Boom en dan de heer Van Dam Timmers en dan de heer Bootsman. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Elske Rietstap. Sorry, ik verwarde even uw voornaam, Rietstap. Dank u wel voor het inspreken. U gaf net aan van, ik maak me zorgen dat de crisisopvang omgezet wordt naar hoog specialistische zorg. Nou is dat voor mij heel moeilijk om daar wat handen en voeten aan te geven. Wat zijn volgens u de gevolgen? Waar maakt u zich zorgen om? Mevrouw Rietstap: Waar ik me zorgen over maak, is dat het eigenlijk oude wijn in nieuwe kruiken is. Het gaat erover dat er problemen zijn met die vorm van zorg en die problemen zijn nu al heel erg schrijnend. Tegelijkertijd zien we dat in het segment hoog specialistische zorg, de problemen ook extreem schrijnend zijn. En dientengevolge, dat heb ik ook benoemd in mijn inspraak, zijn er heel veel maatwerkoplossingen en pgb oplossingen die eigenlijk helemaal niet als regie-instrument worden gebruikt en dus ook op een oneigenlijke … En dat duwt enorm de kosten op binnen het Sociaal Domein, plus dat er een vertraging optreedt voor de passende zorg. Waar wij bang voor zijn, is dat door het administratief overhevelen, los van de vraag of dat nog wel mag, want het is een hele significante productcode, zoals we allemaal kennen in dit land, dat heb ik nog niet eens benoemd, maar ik twijfel überhaupt of het mag.

Het zorgt dus dat je een heel groot probleem, productgroep, zoals dat dan heet, over gaat schakelen naar een categorie, namelijk de hoog specialistische zorg, waar ook al hele grote problemen zijn met extreme wachtlijsten. Want het nieuws staat daar natuurlijk al een jaar of tien bol van. Leg ik het goed uit? De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank u, voorzitter. Ook over die vraag, het is natuurlijk op zich in essentie ook wel bijzonder, je hebt vijf productgroepen en dan zou je er één stoppen. Kunt u een voorbeeld geven van een situatie waarin dit dan concreet tot problemen leidt? Hoe zou dat voor uw doelgroep of voor de mensen waar u daarvan weet, wat voor gevolgen zou dat hebben? Mevrouw Rietstap: Ik kan het beter aan de hand juist van een good practice noemen. Wij hadden hier in Zuid-Holland Zuid voor de decentralisatie wetgeving één van de allerbest functionerende kids ever. Ik bedoel het hele land keek over de schouder mee over hoe goed wij dat hier hadden georganiseerd. Na de decentralisaties hebben we een inkooporganisatie gekregen die daar anders over dacht, met als gevolg dat we daar in die crisisplaatsingen ook vertragingen kregen.

Op het moment dat we nog verder gaan verschralen en we gaan zeggen, weet je die huidige specialistische aanbieders die moeten het maar oplossen, want we hebben nou die contract, we hebben nou die mensen, die aanbieders het mes op de keel gezet en zij moeten het maar gaan doen. Dan is dat natuurlijk niet echt een serieuze oplossing, tenminste niet in mijn optiek. Leg ik het goed uit? De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers.

6

De heer Van Dam Timmers: Een aanvullende vraag, voorzitter. Ik denk op zich wel dat u het goed uitlegt, maar hoe ik het begrepen heb, is dat dit over crisiszorg gaat. Dus dat je dat dan niet meer hebt, maar dat je dat dan bij andere organisaties invult die zorg eigenlijk nu niet hebben? Mevrouw Rietstap: Ja, precies. En het kunnen wel dezelfde aanbieders zijn, maar het probleem is natuurlijk dat in het verleden hadden we juist veel capaciteit met bedden en zo. Dat was één van de redenen waarom wij het hier heel erg goed deden, want ik vind echt oprecht dat wij voor decentralisatie in dit gebied echt heel erg progressief en goed aanpakten. En ik wil niet gaan doen alsof alles in het verleden beter was. Maar ik vind het ook wel goed om een compliment te geven over hoe wij het, met name hier in Dordrecht, toentertijd hadden. En als we kijken naar de kosten die er toen waren en de kosten die er nu zijn, de wethouder mocht de cijfers van mij met alle plezier opvragen, dan heb ik gewoon een punt, dat toen ik ging waarschuwen voor het feit dat de kosten significant op zouden lopen dat dat keer op keer uitkomt. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag over punt 4 en de inspreekbijdrage. Het oneigenlijk gebruik van het pgb.

Het pgb is natuurlijk een heel belangrijk instrument voor mensen die met eigen regie wat willen doen. Maar begrijp ik nou goed uit de inspreekbijdrage dat mensen richting pgb gedwongen worden, zelfs als ze geen pgb willen? Begrijp ik dat goed? Mevrouw Rietstap: Ja, dat begrijpt u heel goed. Het is zelfs zo erg dat de mensen die een pgb willen, omdat ze het als regie-instrument willen gebruiken op basis van het familiegroepsplan, die krijgen geen pgb, alleen als ze gaan procederen. Er is maar zelden iemand die dat wil. En alle zaken die die mensen willen, die hebben dan ook gewonnen, dat is logisch. Maar we zien aan de andere kant dat toch, ondanks die inperking van het pgb en die eigen regie als instrument bij het aanvragen van jeugdhulp, de pgb kosten de pan uitrijzen. En dat komt omdat als de hulp niet passend is die gezinnen eigenlijk met maatwerkvoorzieningen en pgb gestut en gesteund worden. En daar is het pgb niet voor bedoeld. Het pgb is bedoeld als regie-instrument en niet als een oplossing voor het krakkemikkig organiseren van jeugdhulp en de slechte inkoop. De voorzitter: Mevrouw Koene heeft nog een vraag. Mevrouw Koene: Voorzitter, dank. Ik zat me af te vragen van, ik hoorde u zeggen van, dat bezuinigingen leidend zijn en niet het belang van het kind.

En als ik hem omdraai, als ik vraag aan u, kan het belang van het kind leidend zijn of leiden tot minder uitgaven? Mevrouw Rietstap: Jazeker, want daar gaat eigenlijk de afgelopen tien jaar mijn toespraak over. Dat als je op het moment dat ouders en jeugdigen zelf ook, want die hebben daar vaak ook een goed beeld bij, aangeven welke jeugdhulp zij nodig hebben en als je daar veel sneller op reageert en niet negen maanden en zelfs twee jaar mensen op een wachtlijst staat überhaupt om een gesprek met een wijkteam te krijgen, dan leidt dat tot extreem significant lagere kosten, dat kan ik u wel verzekeren. Want ik ken al die crisisgezinnen en dat is ook bekend dat ik die gezinnen ken.

7

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Safranti nog. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ook vanuit mijn kant, dank voor uw inspraak. Ik hoorde net de wijkteams. Hoe is het contact en de ingang met de wijkteams? Is dat soepel, is dat werkbaar, is dat laagdrempelig? Ook voor de burgers? Mevrouw Rietstap: Er zijn eigenlijk drie vragen. Voor mij is het heel erg toegankelijk, want op het moment dat ik mee kom, dan wordt altijd alles opgelost. Dat vind ik dus ook heel erg treurig, want dan denk ik, die ouders die mij niet kennen die hebben dan helemaal een vet probleem. Ik had vorige week een casus, bijvoorbeeld van een moeder die heeft 2 jaar gewacht op een gesprek en het werd steeds maar telefonisch en aan de voordeur afgewimpeld en op het moment dat ik daar eindelijk binnen zat, vorige week donderdag, toen was het besluit binnen 48 uur geregeld. En dat vind ik echt gewoon niet normaal, dat ik dan mee moet gaan en de ernst van de zaak uit moet gaan leggen en de wet erbij moet gaan pakken en dat dan iedereen plotseling eens een keertje in beweging kom en dat die sproetjes en die vlechtjes voor de rest 2 jaar stil hebben gezeten. Dus als je het hebt over toegankelijkheid voor jongeren zelf, dat is gewoon sowieso 0, want jongeren zelf worden helemaal niet serieus te woord gestaan. En voor de ouders is het gewoon heel erg, heel erg moeilijk.

De voorzitter: Nog één aanvullende vraag, mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Die vraag heb ik natuurlijk niet zomaar gesteld. Die signalen kwamen dus ook bij ons binnen dat dat dus treurig was, dat er echt mensen nodig waren om de zaak voor elkaar te regelen. Maar mijn vraag is in dit geval, wat zouden wij daarin kunnen betekenen dat dat probleem opgelost kan worden voor de burgers, die dat makkelijker de ingang kunnen krijgen op de toegang? Mevrouw Rietstap: Wat je daar als raad aan kan doen, weet ik niet. Kijk, wat je er als raad aan kan doen, is zorgen dat je de toegang op een goede manier belegt en dat de toegang ook gewoon aan, van mijn part outcome factoren moet voldoen, aan KPI’s. Nou moeten ze dat ook wel, maar dan ook veel zichtbaarder. En met ook serieuze cliëntervaringsonderzoeken, want daar ben ik ook al 10 jaar over aan het roepen. En er wordt iedere keer een of ander bureautje ingehuurd en dat komt dan vervolgens niet verder, omdat er geen reacties op komen. Je kan als gemeente natuurlijk ook rechtstreeks je toegang regelen en dat doen we ook als gemeente al in Dordrecht, want daar is ook die solidariteitsbeginsel van losgelaten, als ik het goed begrijp.

Maar tegelijkertijd vind ik echt dat de gemeente te weinig stuurt in de onderhandelingen op, dat durf ik ook wel te zeggen, in de uitkomsten en in de krankzinnige situatie dat het tot wachtlijsten leidt. We hadden vroeger een CIZ, centraal indicatieorgaan. Dan werd je als het om jeugd gaat, dan werd je toe geleid naar de jeugdbescherming. En daar had je dan vrijwillig kader, dat was binnen 24 uur geregeld. Ik weet dat nog uit mijn tijd. Daar hoef je echt geen 2 jaar te wachten en een belangenbehartiger mee te nemen om eindelijk eens een keer een fatsoenlijk gesprek te hebben. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog prangende vragen die om verduidelijking vragen? We krijgen natuurlijk nog een hele technische brief, die ook nog beantwoord gaat worden, dus we gaan nog meer informatie krijgen. Wil ik u bedanken weer over uw

8

vlammend betoog, uw kritische blik op de hele jeugdhulp al die jaren. Mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Is het mogelijk dat er een kopie van de antwoorden onze kant op komt, want ik denk dat het wel handig is om in het totaalplaatje mee te nemen? De voorzitter: Uiteraard. Volgens mij is dat tegenwoordig al vanzelfsprekend. Eén klein ding dan. Mevrouw Rietstap: Ik heb een heel … Dat is een merkwaardige manier van brieven schrijven. Wij als Ouderplatform en ik in het verleden, schrijven altijd naar de raad en naar de colleges. Dat is een soort merk. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu verder met mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, dank. Ik heb even een vraag, er staat bij dit agendapunt een besloten stuk en een openbaar stuk, wat volgens mij hetzelfde is, maar dat wil ik even zeker weten. Want anders dan zeggen we misschien iets uit een stuk wat niet mag. De voorzitter: Volgens mij is het een geanonimiseerd stuk, wat bepaalde gegevens heeft. Maar dat komt nu niet ter sprake op die manier, dat staat alleen maar bij de stukken. Mevrouw Koene: Maar het is wel informatie waar we uit kunnen putten tijdens deze sessie. De voorzitter: Oké, maar dan kan dat dus niet. Goed dat u dat aanstipt, maar daar heb ik nog niks … Mijnheer Bootsman.

De heer Bootsman: Ik heb de oplossing voor deze situatie. De geanonimiseerde brief en de niet-geanonimiseerde brief, dus het besloten en het openbare stuk zijn precies hetzelfde, alleen in het ene stuk staan namen en dingen die zijn weggelakt, dus vandaar dat er een besloten stuk bij zit, want daar kan namen wel lezen en bij de andere niet. De voorzitter: Dan is het gewoon voor ons allemaal goed opletten dat de namen of de stukken die weggelakt zijn om die niet in het openbaar te bespreken. Dank u wel, mevrouw Koene voor deze opmerkzame opmerking of hoe zeg je dat? Dan wil ik weer even de heer Haksteeg het woord geven om ... Gaat u uw presentatie geven graag. En wilt u dat de presentatie eerst helemaal wordt afgekeken en gehoord voordat er vragen gesteld worden of mogen ertussendoor vragen gesteld worden? De heer Haksteeg: Misschien is het wel goed om hem even helemaal te doen. De voorzitter: Dus voor u allen, vragen opschrijven en dan kunnen we straks een uitgebreid rondje houden. Gaat uw gang. De heer Haksteeg: Helemaal goed. Dank u wel. Ik neem u vanavond mee in de ontwikkelingen rondom de jeugdhulp. Met name de uitdagingen waarmee we

9

geconfronteerd worden en net ook al deels voor verwoord zijn door de inspreekster. De stijging in een aantal jeugdige kosten, maar ik wil daarna vooral ook inzoomen op de ontwikkelingen, zowel vanuit de regio en ook waar we lokaal mee bezig zijn en onder invloed van diverse landelijke ontwikkelingen. Dan ga ik eens kijken of ik dit werkend krijg. Dat werkt, dat is helemaal fantastisch. Deze sheet zal u niet onbekend zijn. Ik denk dat u hem zelfs eerder heeft gezien. Het laat kort samengevat zien met welke uitdagingen we te maken hebben. We weten dat het piept en kraakt binnen de jeugdhulp en dat het stelsel niet houdbaar is voor de langere termijn. En die oplossing voor die grote vraag naar jeugdhulp ligt vooral in de systemen buiten de jeugdhulp, het gezin, de school, de samenleving. Dat is waar we het vooral naar moeten zoeken. Als we dan kijken naar de aantallen, dit zijn de cijfers, dat is even voor het beeld, cijfers van onze inkooporganisatie SOJ jeugdhulp en bijgewerkt tot en met 2024. We zien door de jaren heen die stijgende lijn van het aantal jongeren dat jeugdhulp ontvangt. En dat is gewoon een ontwikkeling die we natuurlijk landelijk zien en ook hier in onze regio, maar ook binnen Dordrecht, waarvan 1 op de 7 jeugdigen inmiddels een vorm van jeugdhulp ontvangt. Dat is gewoon een groot getal.

Wat we zien is ook natuurlijk dat de kosten van de jeugdhulp stijgende zijn. Ook dit zijn de cijfers geactualiseerd tot en met ‘24. Dat is gewoon het volledige jaar, wat helemaal inzichtelijk is. En de kosten die op deze sheet staan, zijn dan niet de kale kosten jeugdhulp, om het zomaar te zeggen. Hierin zitten ook onder andere de kosten van de SOJ opgenomen, verrekeningen uit voorgaande jaren. Dus dat is even voor de context bij dit plaatje. En op basis van de eerste bestuursrapportage 2025 zien we dus dat die prognose voor ‘25 nu ook weer hoger ligt ten opzichte van de primaire begroting, circa 2,2 miljoen. En we zien dat het gebruik van jeugdhulp verder toeneemt en dat zit toch met name in een hogere inzet binnen die regionale zorgmarkt. Denk bijvoorbeeld aan ambulante behandeling, begeleiding, specialistische ggz, verblijf met begeleiding. Maar er zit ook in de kostenkant een hogere indexatie, dus dat verklaart een deel van die stijging. We beogen natuurlijk met elkaar en in de regio die stijgende lijn aan uitgaven af te vlakken. Dat is waar we mee bezig zijn. En in regionaal verband werken we daaraan samen om die kosten te verminderen en die kwaliteit van jeugdhulp te verbeteren. Dat doen we dan onder andere met het verbeterprogramma betaalbare beschikbare jeugdhulp. Daar heeft u inderdaad ook de informatiebrief over ontvangen.

En dat alles met als doel om de jeugdhulp toch betaalbaar en beschikbaar te houden, met name voor de kinderen en de gezinnen die dat dan ook echt daadwerkelijk nodig hebben. Die brief die gaat gewoon in op iets meer uitgebreider de stand van zaken en de voortgang. Maar er zijn aanscherpingen en verbeteringen nodig, met name in de afbakening en de uitvoering van de jeugdhulp. Dat is niet eenvoudig, dat weten we ook. En ik denk dat een landelijk onderzoek dat ook eigenlijk onderstreept. Er is recent onderzoek geweest naar de doelmatigheid van jeugdhulpverlening binnen gemeenteland. Dus er is een onderzoek uitgevoerd waaraan bijna alle gemeenten hebben meegedaan met gegevens uit 2023. En dat is dan even de disclaimer bij de volgende sheet, we weten deze gegevens zijn niet 100 procent betrouwbaar, want dat heeft ook te maken met hoe gemeenten het invullen, dat is soms niet altijd consistent. Maar je ziet wel en dat is het grote beeld, dat Dordrecht en ook deze regio de jeugdhulp eigenlijk vrij efficiënt heeft ingericht. En dat is op zichzelf een positief bericht, maar het betekent ook dat het lastiger wordt om nog meer besparingen te realiseren, zonder dat dat ten kwade gaat van de kwaliteit van hulpverlening. Dat is wel een belangrijke notie en eigenlijk zien we dat ook weer

10

terugkomen in de uitwerking van de hervormingsagenda Jeugd. Rijk en gemeente hebben destijds samen met de cliëntenorganisaties en aanbieders een groot pakket aan maatregelen afgekondigd om de jeugdhulp te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen, maar bijvoorbeeld één van die maatregelen is de wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Daarin worden eigenlijk gemeenten verplicht om bepaalde specialistische hulp regionaal in te kopen, juist om die beschikbaarheid en de continuïteit van hulp beter te organiseren. Dat is dan zo'n voorbeeld van zo'n maatregel waar we eigenlijk al mee bezig zijn, dat hebben we al, daar werken we in de regio op samen. Dat betekent dat heel veel maatregelen uit die agenda, daar zijn we dus al mee bezig. Wat wel een positief bericht is in deze, is dan het uitsluitsel van de commissie Van Ark begin van dit jaar. Die zijn ingesteld door het kabinet en de VNG, zwaarwegend advies uitgebracht over de hervormingsagenda, met als conclusie dat gemeenten tekort komen en ook gecompenseerd worden. Als Dordrecht ontvangen we ter compensatie van het tekort in ‘23 en ‘24 een bedrag van 5,3 miljoen euro, dat is een eenmalig bedrag en daarvoor overwegen we dan een reserve te vormen, die echt ingezet kan worden ter ondersteuning van de transformatie.

Dus dan heb je het over het verbeteren en verstevigen van je lokale teams en de toegang, de samenhang met het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, maar ook juist proberen het normaal opvoeden en opgroeien te verbeteren, dus het versterken van die pedagogische basis. Dat zijn lijnen die we met zo'n reserve zouden kunnen uitwerken. Het kader ook voor die hervormingsagenda en de reserve wordt natuurlijk al gevormd door de visie Sociaal Domein 2030, die eerder natuurlijk door college en raad is vastgesteld. Dat is ons gemeentelijke sturingsinstrument om ervoor te zorgen dat de inwoners in die kwetsbare positie en situatie hulp krijgen. Nu, maar straks ook in de toekomst.

En met die visie hebben raad, college zich ook gecommitteerd aan die 2 doelen, de jeugdhulp beschikbaar houden voor de jeugdigen en gezinnen die dat het meest nodig hebben, maar ook het terugbrengen van de kosten van de jeugdhulp en via het daaraan gekoppelde ombuigingstraject, zoals opgenomen ook in de perspectiefnota ‘25 en ‘26. We bereiden ook een raadsinformatiebrief voor om u weer te informeren over de uitvoering en de 4 uitvoeringsprogramma’s, zoals die hier ook genoemd zijn. Met het vaststellen van die visie Sociaal Domein zijn er natuurlijk al verschillende acties en lijnen in gang gezet. Zo zijn we onder andere met Dordrecht Sociaal in gesprek om die ontwikkeling naar basishulp vorm te geven. Dat houdt eigenlijk concreet in dat Dordrecht Sociaal meer zelfhulp en ondersteuning gaat bieden aan inwoners en gezinnen, waarbij je onderwijs als een belangrijke vindplaats kan zien. Maar waarbij je ook gaat kijken van, kunnen we ook meer groepsgericht aanbod verzorgen. En daarmee beogen we ook die instroom juist in die regionale zorgmarkt, dus naar die gecontracteerde jeugdhulp af te laten nemen vanuit de rol die door Dordrecht Sociaal als verwijzer heeft en dat is naast de verwijzer huisarts een gecertificeerde instelling.

Daarnaast hebben we ook het beter afbakenen van … Mevrouw Boom-Vos: Mag ik heel even? Ik zou graag meer specifiek willen weten wat u onder Dordrecht Sociaal verstaat, zodat ik het kan begrijpen. De voorzitter: We hadden net afgesproken, we sparen even de vragen op, maar oké … Dit is wel …. Duidelijk.

11

De heer Haksteeg: Dan leg ik die even uit. Dordrecht Sociaal is de samenwerking … Dat is onze lokale toegang. Dat is het jongerenwerk, het buurtwerk en de sociale wijkteams van nul tot honderd, waar eigenlijk alle ondersteuning, hulp in zit. Ik was bij … Volgens mij één van de andere elementen is dan ook waar we mee bezig zijn, het beter afbakenen van de jeugdhulp in de verordening. We zijn hier in Dordrecht aan het voorbereiden op een integrale verordening Sociaal Domein, daar zit het jeugdhulp gedeelte in. Dus wat er in de regio is afgesproken, er is een raamwerk opgeleverd en dat wordt onderdeel van onze integrale verordening, waarbij ook weer duidelijker moet worden van, wat is jeugdhulp, wat is het niet? En daarmee willen we ook weer die samenhangende aanpak binnen het Sociaal Domein proberen te stimuleren, ook zodat inwoners weer sneller en passender geholpen worden. Ander voorbeeld waar we ook mee bezig zijn, is de inzet van de praktijkondersteuners bij de huisarts en daar proberen we ook als gemeente meer grip te krijgen op die medische verwijsroute naar jeugdhulp. Die inzet die zal in ‘26 ook weer worden uitgebreid. Kortom, heel veel werk is in uitvoering, het Sociaal Domein is gewoon volop in ontwikkeling.

We zien ook dat het nog niet is gelukt om die gewenste verandering en besparingen volledig tot stand te brengen, vanuit regionaal perspectief, maar ook zeker lokaal. We zijn bezig met heel veel acties en interventies tegelijkertijd met een hele grote onderlinge samenhang en vanuit de gedachte dat die oplossingen van de knelpunten binnen de jeugdhulp toch vooral ook liggen buiten de systemen van de jeugdhulp. Voorzitter, daar …

De voorzitter: Dit was het, want de volgende sheet in ieder geval in mijn presentatie, op mijn iPad is, vragen met een vraagteken, precies. Ik heb heel veel mensen zien schrijven, ook onderling nog informatie aan elkaar zien uitwisselen. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Van Pelt. De heer Van Pelt: Dank u wel. U sprak over het beter afbakenen van wat jeugdhulp is en wat niet. Zou u dat kunnen toelichten? Gaat het over type problematiek, neem ik aan dan? De voorzitter: Mijnheer Haksteeg. De heer Haksteeg: Ja, dat gaat over het beter afbakenen inderdaad. Inderdaad van, wat verstaan we onder jeugdhulp? Maar het is ook de samenwerking met andere domeinen, niet alle jeugdhulpvragen gaan over jeugdhulp. In het voorbeeld dat er een gezin is waarvan eigenlijk een kind wordt toe geleid naar jeugdhulp, terwijl er problemen zijn rondom schulden of bestaanszekerheid binnen het gezin, dan is het beter om naar dat systeem te kijken, maar inderdaad vanuit de regio's gewerkt aan die afbakening rondom jeugdhulp. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Dank voor alle informatie. Ik heb meerdere vragen, maar even de eerste, omdat de twee grote zorgen natuurlijk zijn aan de ene kant vooral het aantal jeugdigen wat jeugdhulp nodig heeft en ook krijgt. En tegelijkertijd ook de kostenstijging die we nog niet onder controle krijgen.

Het werd ook genoemd, indexatie is natuurlijk onderdeel van die stijgende lijn. Zou u dat wat meer kunnen

12

duiden en in hoeverre hoe … Welk deel kunnen we toeschrijven aan indexatie, waar je inderdaad niet zo gek veel aan kan doen? En hoe verhoudt zich dat tot elkaar? De heer Haksteeg: Dat is een hele technische vraag. Ik weet dat er in de bestuursrapportage, daar zit wel een hele duidelijke onderverdeling. Het gaat enerzijds inderdaad over de volumegroei van jeugdhulp. Dus je kan zien inderdaad per vormen van jeugdhulp, waar de stijging dan met name zit. En aan de kostenkant zit het inderdaad in de indexatie. Volgens mij, even uit mijn hoofd, is dat ongeveer 4,7 procent. Dat is een belangrijke van de totale kostenstijging. Maar in de bestuursrapportage zit daar heel veel detail en uitwerking in. De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik had een vraag over de regionale inzet. Daar heeft mijnheer daarnet ook over gehad. Mijn vraag was of de problemen wat we hier in Dordrecht kennen, ook in de regio hetzelfde zijn of andersom? En hoe zit het ook met de aantallen en de kosten daarvan, wat onze bijdrage is of zal zijn vanuit gemeente Dordrecht? De voorzitter: Mijnheer Haksteeg. De heer Haksteeg: Ik probeer hem even helder te krijgen in mijn hoofd. Dat regiobeeld of het beeld van Dordrecht is in die zin hetzelfde. We hebben te maken met dezelfde problematiek, dat is eigenlijk in de hele regio, maar je ziet het ook landelijk.

En uw andere vraag was … De heer Safranti: Misschien kan ik het wat specifieker maken met voorbeelden. Denk aan Alblasserdam en Dordrecht even vergelijken, dat daar misschien toch andere problemen spelen rondom jeugdhulp dan wat we hier in Dordrecht hebben. Dat kan ook natuurlijk Sliedrecht of een andere gemeente zijn. Dus dat was de ene vraag en de andere vraag is qua aantallen. Kijk, als dat in Alblasserdam maar drie in het jaar is, ik noem maar even wat en hier zestig, hoe zijn dan de kosten ook verdeeld? Of wat is onze rol daarin? De voorzitter: Ik zie dat mijnheer Van der Linden hier een antwoord op weet en hij gaat een poging doen. De heer Van der Linden: Ik weet een reactie. De voorzitter: Een reactie, dat is nog mooier. De heer Van der Linden: Het is natuurlijk logisch dat onze gemeente veel groter is. Dus we hebben veel meer kinderen in zorg dan in wat kleinere gemeentes. We hebben afspraken gemaakt over ... Want een aantal jaren geleden hadden we solidariteit in de zin van als iemand tekortkwam, dan past de andere dat bij en als je over had, dan wist je dat je daar ook wat geld van moest delen met anderen. Dat hebben we een aantal jaren geleden teruggedraaid. Want wat elke gemeente ook zei, ik wil wel zelf mijn lokale beleid kunnen aanpassen.

En dan was solidariteit natuurlijk een beetje lastig, want dan is een andere gemeente misschien veel strenger of juist veel royaler. Dus dat hebben we niet meer gedaan. En daarom worden alle gemaakte kosten ook in rekening gebracht bij de

13

gemeente waar ze gemaakt zijn. Dat betekent dat Alblasserdam bijvoorbeeld veel minder kosten heeft aan jeugdhulp, maar het kan best zijn dat een gemeente die minder kosten heeft aan jeugdhulp dan Dordrecht toch veel minder goed uit kan, want je moet het relateren aan hun eigen populatie. In totaal, wij geven iets meer dan 50 miljoen uit en de hele begroting van de SOJ, die is ongeveer 160 miljoen. Daar maken wij ongeveer een derde van uit. De voorzitter: Ik heb u net al gehad, dus ik ga nu eerst naar mensen die nog niet aan het woord zijn geweest. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik heb veel vragen, maar volgens mij doen we allemaal even eentje, zodat we allemaal aan de beurt zijn. Dank u wel voor de presentatie. Daar staat ook nog eens een keer in dat het huidige stelsel niet houdbaar is voor langere termijn en dat de kosten blijven stijgen. Sorry, ik krijg hem niet dichterbij. Maar waarom heeft de Serviceorganisatie Jeugd dan besloten om de huidige inkoopcontracten te continueren? De voorzitter: Dat mag. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Ik sla even aan op waarom heeft de Serviceorganisatie besloten. Daar sla ik op aan, omdat en dat hoorde ik ook net een compliment voor de rest van de bijdragen, maar ik hoorde dat ook net in de inspraakreactie van mevrouw Rietstap, ik citeer even, de inkooporganisatie dacht er anders over.

Dat kan, maar een inkooporganisatie, de SOJ, die deel uitmaakt van onze gemeenschappelijke regeling, is gewoon het bureau wat die 160 miljoen beheert, de contracten heeft, doet alleen wat wij besluiten, doet alleen wat een wethouder in het algemeen bestuur goedkeurt. En natuurlijk soms horen daar besluiten bij die met meerderheid genomen worden, waarvan jezelf dan zegt, ik had liever iets anders gezien. Maar de SOJ voert alleen uit wat de GR besluit, wat het AB besluit. Wat we een aantal jaren geleden hebben besloten, is de inkoop te herorganiseren. Dat is een aantal jaren geleden gedaan. En nu verlengen we de bestaande afspraken. Alleen binnen de afspraken die we hebben, gaan we een aantal verbijzonderingen doen. Destijds, een aantal jaren geleden, bent u betrokken geweest bij zowel de uitgangspunten van de inkoopstrategie als de manier waarop we de inkoop gaan organiseren, daar zijn ook raadsbesluiten overgenomen. Die zijn vervolgens meegenomen, of volgens mij is dat via zienswijzen gegaan, naar het AB en daar is dat vastgesteld, dus dat is democratisch gebeurd in uw raad. De afspraken die we nu maken, zijn eigenlijk verlengingen van de huidige afspraken en binnen de afspraken kun je natuurlijk een aantal wijzigingen doorvoeren.

Zoals we bijvoorbeeld ook wel zien dat inderdaad een aantal partijen afhaakt of een aantal partijen ook meekomt met een kind wat van elders komt, het woonplaatsbeginsel. Dus er zit wel wat variatie in het aantal aanbieders. Het zijn er wel heel veel, dat vinden we ook, maar de basis is steeds die afspraken die we destijds hier ook hebben besproken en vastgesteld. En uw tweede vraag was eigenlijk, waarom lukt het dan niet om binnen de kosten te blijven? Of was dat een andere? Mevrouw Boom-Vos: Die mag u graag beantwoorden, maar die heb ik niet gesteld. De heer Van der Linden: Dat was dan een andere …

14

De voorzitter: Die wilt u gewoon graag … Precies. Mijnheer De Heer heeft een vervolgvraag op mevrouw Boom. De heer De Heer: Dank u wel, voorzitter. Het is een beetje inderdaad in het verlengde, want ik had die vraag ook. In eerdere technische sessies hebben we ook geleerd, wat zijn precies de knoppen die de gemeenteraad heeft, want we hebben inderdaad de GR, het is allemaal iets anders georganiseerd. En we hebben in ieder geval geleerd dat de knop waaraan gedraaid kan worden onder andere ook het aanbod is, dus daar zijn we destijds op gewezen. En dan valt het inderdaad op, wat mij ook opviel, dat dan de contracten worden verlengd. Dan denk je, als het aanbod inderdaad één van die knoppen is van, we hebben serieuze uitdagingen, we moeten bezuinigen of in ieder geval die kosten, die hopen we dat we die kunnen dempen of in ieder geval kunnen zien afnemen, dan zou het aanbod één van die knoppen zijn. En dan verbaast het inderdaad door dat we lezen van, het wordt twee jaar verlengd. Dat is in ieder geval geen grootschalige ingreep, zoals ik dat lees. Het tweede is daarbij dat aanvullend ook dat de wethouder al zei, aanscherpingen van contracten. Dat blijft ook erg algemeen.

Dus misschien op die twee punten ook een reflectie, als aanbod inderdaad één van die knoppen is, waarom wordt dan alles wel twee jaar verlengd? Juist in die fase waarin we hebben gezegd, we hebben een verandering nodig. En twee, wat zijn dan die aanscherpingen van de contracten? De voorzitter: Mijnheer Van der Linden of mijnheer Haksteeg, wie gaat ... De heer Van der Linden: Eén van de elementen die we in onze inkoop steeds hebben benadrukt en ook besproken met alle raden, is dat wij hechten aan keuzevrijheid. Wij hechten ook daarmee aan een wat breder aanbod dan in veel andere regio's. Dat hebben we eigenlijk in alle gemeenten destijds gehoord en begrepen. En deels heeft dat te maken met identiteit, deels ook met specialisme. Daar hoort een inkoopmodel bij, waardoor mensen of waardoor partijen ook kunnen toetreden soms. Het kan ook anders, er zijn andere regio's die hechten misschien ook wel aan identiteit of aan keuzevrijheid, maar toch minder en die kiezen dan bijvoorbeeld voor één of twee grote partijen, waaronder weer een aantal andere subcontractors hangen. Dat heeft wel voordelen als het gaat om, hoe gaat een indicatiestellingsorgaan, bijvoorbeeld sociaal wijkteam, Dordt Sociaal, hoe gaan die om met die markt? Als je een heel dik telefoonboek moet pakken om te kijken, wie is goed in dit vak? Eens even kijken, dan gaan we die eens bellen.

Dat kost meer tijd en bovendien veel kleine aanbieders vinden het soms ook wel lastig. Natuurlijk heeft iedereen ook een beetje zijn eigen mandje waar die uit put. Dus in het algemeen gesteld, hoe minder aanbieders dat kan voordelen hebben als het gaat om efficiëntie in de uren, maar wij hebben bewust gekozen voor een mate van keuzevrijheid, dat is een effect. Wat was de tweede vraag? De voorzitter: Ik hoor die hersens nog kraken van mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ik probeer goed te luisteren, want ik probeer te verhouden tot informatie ook in eerdere sessies waarin we het juist wel heel erg over dat aanbod hebben gehad, als ik mijn aantekeningen goed erop na sla. Dus dat doet mij inderdaad nadenken over hoe verhoudt dit antwoord zich daarop?

15

De heer Van der Linden: Onze gehoorafstand is één meter vijftig. En dit is één meter zeventig. De heer De Heer: Ik vind het geen enkel probleem. De voorzitter: En u geeft even uw stoel aan een niet eerder aangekondigd ambtelijke ondersteuning, maar gaat uw gang, want dit is wel een zeer belangrijk onderwerp. Mevrouw …: En ik ben voor de regio ambtelijk opdrachtgever voor het verbeterprogramma, dus vandaar dat ik daar veel de ins en outs van ken. Voor het aanbod geldt dat bij ons de belangrijkste sturing de verordening is. Want daar bepaal je wat al eerder gezegd werd en wat ook de vraag is, wat is nu wel jeugdhulp en wat is niet? Wat wij bijvoorbeeld zien, is dat in onze regio vrij veel gefinancierd wordt vanuit jeugdhulp, wat in andere regio's gewoon door onderwijs of samenwerkingsverband wordt betaald. Wij zien dat er redelijk wat aanbod jeugdhulp is waar inderdaad, wat al eerder gezegd werd, er bijvoorbeeld een algemene voorziening is of het eerder om gezinsdynamiek en problematiek gaat dan specifiek om jeugdhulp. Wat we nu doen in de contracten is in de verordening veel scherper opschrijven wat wel en wat niet is. Dat is op zichzelf niks nieuws, we maken geen andere inhoudelijke keuze.

Maar we hebben bij de evaluatie geconstateerd dat het feit dat wij in onze verordening het nu nog in algemene termen omschreven hebben, ertoe leidt dat de rechter dan zegt van, u hebt dit niet uitgesloten, dus kan een burger daarvan uit zijn. Dus vandaar dat we dat nu veel scherper gaan definiëren. Dat betekent dus ook en dat is … Wij hebben open house contracten, ook daar hebben we onderzoek naar gedaan. Ze zijn niet minder kostenefficiënt dan gerichte contracten. Maar wat je wel moet doen, is goed definiëren en je bent ook niet verplicht om af te nemen. Wat wij in Dordrecht nu gedaan hebben, is we hebben gezegd we gaan meer lokaal aanbod maken van directe hulp die uitgevoerd kan worden. En dus gaan wij straks gewoon minder afnemen bij die partijen. En de laatste en dat is een hele belangrijke die ook in de inspraak net voorbijkwam, voor segment één en vijf, wij hebben voor segment één, vijf ingekocht, dat is crisis en op het moment dat er crisis is, blijken nu dat die aanbieders die ons dat aanbieden, zeggen, ik heb het wel aangeboden, maar ik heb geen bed, dus ik kan niks doen. Daarvan hebben wij nu gezegd, we maken een nieuw contract, waarbij we de aanbieders die mee gaan doen in dat contractdeel, verplichten om gemeenschappelijk te zorgen dat er een plek voor dat kind is.

En dan gaan we inderdaad, is de bedoeling, een boeteclausule aanhangen om op die manier te voorkomen dat wat nu gebeurt, dat de ene aanbieder zegt, dit kind heeft een eetstoornis, maar ook psychische problemen en ik doe wel eetstoornis, maar ik doe niet psychische problemen, dus die kan niet bij mij. En de andere zegt, ik doe wel psychische problemen, maar ik doe niet eetstoornis, dus die kan niet bij mij. Dus we zijn echt bezig om op die manier wel degelijk in de contracten aanscherpingen door te voeren, maar in feite proberen we nu eindelijk dat te doen wat we de vorige ronde al hadden geprobeerd, maar wat we schijnbaar op een aantal punten nog niet scherp genoeg gedefinieerd, nog niet scherp genoeg in de verordening, nog niet scherp genoeg in de handhaving hebben opgenomen. De voorzitter: Dit is voldoende uitleg? Mijnheer Burakçin.

16

De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Ik ben later aangeschoven, dus misschien heb ik deze vraag gemist, maar ik ga hem toch stellen. Ik zie ook in de presentatie, het aantal jeugdigen in de jeugdhulp neemt toe. Dat is niks nieuws. Dat is elk jaar het geval. En we hebben ook een flinke beweging gemaakt om veel meer hulp te laten plaatsvinden door het wijkteam. En ook zien we, dat is ook niks nieuws, dat de druk op het wijkteam steeds toeneemt. Ik wil eigenlijk vragen, wat is de stand van zaken als het gaat om de wachttijden, wachtlijsten nu bij het wijkteam? Ook gerelateerd een andere vraag, hoe is bijvoorbeeld het aanbod vanuit Veilig Thuis? Neemt de druk ook bijvoorbeeld toe? En hoe verhoudt zich dat tot die wachttijden en wachtlijsten? De voorzitter: Wie van de twee heren?

De heer Van der Linden: Dit is wel een technische vraag, dus de actuele stand van nu heb ik nu niet. Bij Veilig Thuis weet ik wel dat elk jaar de meldingen toenemen, nog steeds. En daar hebben we ook wel op ingegrepen. Of ingegrepen, we hebben gezorgd voor iets beter afbakenen wat je wel en niet verwacht aan telefoontjes bij Veilig Thuis of je die op een andere manier kwijt kan. Dat gaat wel zorgen voor wat verlichting, maar dat gesprek voeren we nog. Als het gaat om Dordt Sociaal, de wijkteams en we gebruiken die termen een beetje door elkaar, op de sheet stond Dordt Sociaal, maar eigenlijk gaat het om de wijkteams dan in dit verband, dan weten we dat best goed gewaardeerd wordt. Stefan had net een cijfer van 4,6 op een schaal van 5. Dat is best een hoge waardering. En natuurlijk maakt het heel erg uit of je met een heel complexe casus komt, waardoor inderdaad, zoals net ook is gezegd wel in de inspreektijd, soms heb je wachttijden, omdat je passende hulp zoekt of omdat er overbruggingshulp nodig is. En heel vaak kun je ook sneller aan de gang. En onze ambitie is wel om alles wat achter een beschikking zit, de zorgmarkt, die vele aanbieders, om een deel daarvan naar de voorkant te brengen, dus de capaciteit van het wijkteam daarmee ook wel wat te verruimen, anders kan dat natuurlijk niet.

Maar we willen ook … En we merken, dat werd in 2014-15 toen we hier zaten, heel vaak gezegd, zo'n transitie kun je op 1 datum doen, maar de transformatie duurt 7 tot 15 jaar. En dat dat merken we eigenlijk nog steeds. Nog steeds komen we situaties tegen waarin het minder outgoing is of minder buiten gebeurt dan wat … Mensen zitten dan wat meer achter hun computer, dat kan ook zo'n nut hebben. Maar we willen eigenlijk meer directe hulp, meer direct contact, directe hulp. En natuurlijk het varieert enorm per kind en per gezinssituatie wat er dan actueel nodig is. Punt. De voorzitter: De druk op Veilig Thuis … De heer Van der Linden: Maar als u de cijfers over hoe het met Dordt Sociaal gaat, dat moeten we even zoeken, daar rapporteren we wel geregeld over, dus dat kunnen we even … Enig idee wanneer weer? Mevrouw …: Op korte termijn wel. De heer Van der Linden: Binnen enkele weken. De voorzitter: Dit is een toezegging.

17

De heer Burakçin: Misschien ook gerelateerd tot de meldingen van Veilig Thuis. Hoe dat zich verhoudt tot die cijfers? De heer Van der Linden: Op zich is er geen directe connectie, maar ook daar zien we wel groei. Dus die cijfers kunnen we ook leveren. De voorzitter: Geweldig. Twee toezeggingen. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik lees ook in deze stukken weer dat we natuurlijk de ambitie hadden om het aantal aanbieders wat te verminderen of in ieder geval meer onder één dak te brengen, dat zou natuurlijk ook dat kunnen betekenen. En ik lees ook dat dat steeds eigenlijk niet lukt en dat het aantal juist toeneemt. Betekent dat ook dat de hoeveelheid zorg die de individuele aanbieders leveren, dus de aanbieders die we al hebben, dat die ook dan afneemt? De heer Van der Linden: Er zal ongetwijfeld variatie zitten in wat individuele aanbieders wel of niet te doen krijgen. Voor een deel gaat het om hele grote systeemaanbieders, zoals Yulius. Het gaat soms ook om eenpersoonsbedrijven. Ik heb daar nu niet een algemeen beeld van, we kunnen uit onze systemen wel halen welke aanbieders meer of minder werk krijgen, dat is te doen natuurlijk. De voorzitter: En mag ik vragen dat die gegevens wilt u ook graag hebben? De heer Van Dam Timmers: Nee, voorzitter. Dat lijkt me detailinformatie, daar ben ik als gemeenteraadslid niet in geïnteresseerd.

Wij gaan over de kaders en niet over de details. Maar dan toch even een vervolg. Betekent ook, omdat dit niet gelukt is om dit tot stand te brengen, dat dat ook een beleidsverandering nu dan vraagt of gaan we dan nu door zoals we het nu doen? De heer Van der Linden: Het is een beetje een herhaling van wat we minuten geleden bespraken. Op zich hebben we open house, dus aanbieders kunnen toetreden, er zijn ook aanbieders die verdwijnen. Daar hebben we een aantal jaren geleden een lang debat over gehad, ook over het belang van keuzevrijheid en ook van variatie. Door een verandering van het woonplaatsbeginsel een paar jaar geleden kwamen er nog meer kinderen uit andere regio's met eigen aanbieders mee. Dat heeft wel gezorgd voor wat meer groei. Punt. Een beetje herhaling van net eigenlijk. De voorzitter: Van open house naar open huis, wie mag ik nog het woord geven? De heer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Ik lees in mijn stukken, dat is een brief van 10 juli, dat op 10 juli er ook een vergadering is geweest van het algemeen bestuur over potentiële besparingsmaatregelen. Ik vind het jammer dat dat dan niet bij deze stukken zit, want dan maakt het plaatje wel wat completer.

En ik vraag me dan af van, kunnen we die een keer binnenkort verwachten? En of staan daar verrassingen in? De heer Van der Linden: Als het goed is niet, want alle … Sorry, voorzitter, mag ik?

18

De voorzitter: Natuurlijk. De heer Van der Linden: Op 10 juli hadden wij een algemene bestuursvergadering. Alle stukken van het AB staan op de site, die kunnen we er even vanaf plukken en die is ook echt toegankelijk. En ik snap ook wel dat u dat niet allemaal gaat bekijken. Maar de onderliggende stukken kunnen we even via een linkje aan u doen toekomen. De voorzitter: En dat is nummer drie. Mevrouw Koene.

Mevrouw Koene: Voorzitter, luister. Nou hoor ik van alles en nog wat aan vragen en het is een kennissessie. Maar er zijn best wel een heleboel dingen waar ik wat van wil vinden en dat kan ik hier nu niet kwijt. Dus het enige wat ik nu mag doen, is luisteren hoe we blijven hangen in bepaalde patronen, in mijn optiek. En dat vind ik jammer, want ik zou zo graag gewoon echt een goed gesprek met elkaar voeren, ook van wat welke gedachten wij er nou bij hebben, hoe bepaalde dingen zouden moeten gaan werken. Dus het is eigenlijk even meer iets wat ik graag neer wil leggen, want ik zie verder niet in … Ik kan een heleboel vragen stellen en dan kan ik een heleboel antwoorden krijgen, maar dan is er nog niks waar we even met elkaar onze twijfels over kunnen delen of wat dan ook. En dat zou ik nou zo graag doen. Het is misschien een beetje voorbarig, we zijn nog niet aan het einde van deze vergadering, maar ik geef het alvast even mee dat mensen het dan in de week kunnen leggen in hun hoofd … De voorzitter: Wat ze zo meteen verder met deze kennis … Mevrouw Koene: Ja, wat wij hiermee kunnen doen. De voorzitter: Ik vind het een goede suggestie. We hebben nog een halfuurtje krap, dus we kunnen er nog even over nadenken. En dan is er nog iemand die dan toch een kennisvraag, een technische vraag wil stellen? Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel.

Eerder werd door de ambtelijke organisatie ook gedeeld over het basisaanbod van Dordrecht Sociaal. Dat maakt wel even nieuwsgierig om even te kijken van hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Misschien zit daar een onterechte aanname, maar is dat basisaanbod dan ook bedoeld om daarmee jeugdzorg af te vangen en om misschien ook eerder nee te zeggen tegen bepaalde jeugdzorg, die anders wel zou worden toegekend? Is dat op die manier bedoeld en verhoudt zich dat dan ook tot het beter definiëren straks in of tenminste in de verordening voor jeugdhulp? De heer Haksteeg: Ja, dat is dus bedoeld om breder te kijken. We weten gewoon niet elke jeugdhulpvraag is een jeugdhulpvraag en moet je oplossen met een jeugdhulp aanbod. Dus die beweging van basishulp is dat Dordrecht Sociaal als het lokale team meer kijkt naar van, wat is er aan de hand en kunnen we toch meer die ondersteuning zelf bieden? Want de jeugdprofessionals binnen Dordrecht Sociaal verwijzen nu vooral door naar die regionaal gecontracteerde jeugdhulp. En met name voor die ondersteuning die ambulant is en dus de wat lichtere vormen van jeugdhulp, daarvan vinden we die zouden zij veel meer zelf kunnen doen en veel meer in samenhang met het systeem om dat kind heen.

19

De voorzitter: Nog een vervolgvraag, merk ik. De heer De Heer: Dank u wel. Dat was inderdaad even een checkvraag, dus dank voor de bevestiging daarvoor. Dat klinkt goed, dat klinkt toch echt als een strategie, dat je zegt van, we gaan het definiëren en we hebben die basiszorg, daar gaan we ook echt op handelen. Wanneer kunnen we daar resultaten in verwachten? Dat is een lastige vraag natuurlijk. Maar we hebben het er al best wel een poosje over, ook vanuit de samenwerking met Dordrecht Sociaal. Dat moet natuurlijk resultaat gaan opleveren. Dit is ook vrij duidelijk als zijnde een strategie van, dat willen we zo beter gaan inrichten. Wanneer kunnen we daar resultaat verwachten? Hoe kunnen we dat als raad ook inzichtelijk krijgen? De voorzitter: Mijnheer Haksteeg. De heer Haksteeg: We zijn nu met Dordrecht Sociaal in gesprek voor de afspraken in ‘26. Dus dit jaar is men hier voorzichtig mee begonnen in de vorm van een pilot. Dat wordt per ‘26 veel breder ingezet. We zitten nu in het maken van die afspraken en ik denk wel dat we in de loop van ‘26 ook wel kunnen laten zien van, lukt het Dordrecht Sociaal inderdaad om meer zelf die ondersteuning aan jeugdigen, gezinnen te bieden en minder door te verwijzen vanuit hun rol als verwijzer naar die regionaal gecontracteerde jeugdhulp. Dus ik denk dat we daar zeker te zijner tijd over kunnen informeren.

De heer De Heer: Misschien een laatste opmerking op dat punt, kijken of ik daar ook nog een toezegging op kan krijgen, maar in volgende rapportages of terugkoppeling naar de raad, wanneer die resultaten er zijn, zou ik daar in ieder geval als raadslid heel nieuwsgierig naar zijn als de cijfers over beschikbaar komen. De heer Van der Linden: We zien al een aantal jaren dat, elk jaar zijn er meer kinderen in zorg, dus als je volgend jaar ziet dat er in plaats van één op zeven één op zes kinderen in zorg zijn, dan zou je moeten kijken, zijn het allemaal kinderen, allemaal jeugdigen die in de beschikte zorg zitten? Of zit ook tien procent, is die ondergebracht bij de wijkteams of is hij helemaal niet in beeld? Want dat laatste ga je niet zien. Als aan de hand van een gesprek bij het wijkteam gezegd wordt, maar je hoeft geen jeugdhulp, je kan ook gaan voetballen. En ik snap heus dat dat in negen van de tien gevallen echt niet het patroon zal zijn. Dan is zo'n jeugdige helemaal niet in beeld gekomen van onze rapportages, want die wordt gewoon vrolijk naar buiten geleid en die gaat iets anders doen. Toch willen we eigenlijk wel dat dat ook een gespreksoptie is. En nogmaals niet voor alles, natuurlijk niet, want de Jeugdwet geeft heel duidelijk aan wat er allemaal, hoe je in zorg geleid wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/929/documents/44027