CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2025.07.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 23 september 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 1, 2 en 15 juli 2025 en de Dordtse Dinsdag van 8 juli 2025 Vergaderzalen 1, 3, 532.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

42

De voorzitter: Een pleidooi voor uitvoerbaarheid en toch vooral heel simpel beleid, als ik het zo kort samenvat. Dan is mevrouw Stolk, die ook graag nog een woordvoering wil doen op dit onderwerp. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat is het concept amendement. En ik begrijp dat die nu niet bij de stukken zit of hij zit er wel bij? De voorzitter: Hij zit wel bij de stukken. En om precies te zijn, als je de 19.30 uur van vanavond van bekijkt, dan staan alle stukken daarbij. En dan is die ergens een beetje helemaal onderaan, als je naar onder scrolt, verstopt. Maar hij heet Rolstoelen en scootmobielen niet uitsluiten van de Drechthopper. Mevrouw Stolk: Maar mijn wifi valt iedere keer weg. Maar ik zal het even uit mijn hoofd doen. Ons amendement vraagt om dat allemaal te schrappen voor 2027. En we laten 2028, 2029 even buiten beschouwing. Om die maatregel helemaal van tafel te vegen. Geen deelscootmobielen. Mensen mogen gewoon gebruikmaken van de Drechthopper en van hun scootmobiel. En dat te dekken uit het politiek akkoord, uit de Smart Society. Dat is nog niet opgesoupeerd. Dat staat nog open. We naderen dadelijk het einde van deze collegeperiode. Het zou een hele mooie geste zijn van deze gemeenteraad om het ook over de verkiezingen heen te tillen, en dat er dan daarna een besluit of een beslissing over genomen kan worden.

Voor 2027 van tafel af te halen en te dekken uit … De voorzitter: Uit de reservering die eigenlijk dan al wel verlopen is natuurlijk, omdat die tot 2026 loopt. Dat is nog wel technisch wat ingewikkeld misschien, maar daar zullen we zo meteen ook nog wel een toelichting op krijgen, denk ik. Mevrouw Stolk: Dat maakt niet uit, want dan zoek ik gewoon een andere dekking. De voorzitter: Dat snap ik. Mevrouw Stolk: Dat maakt niet zoveel uit. De voorzitter: Dat is goed. Maar u heeft specifiek deze gekozen. Daar zit vast een redenatie achter. Vandaar dat dat mijn vraag was. De heer Bootsman. De heer Bootsman: Ik heb een kleine interruptie op mevrouw Stolk, als dat kan. In het amendement, de titel is Rolstoelen en scootmobielen niet uitsluiten van de Drechthopper. Maar, u zegt het al, dat klopt inderdaad niet, want het gaat alleen om scootmobielen binnen Dordrecht en zeker niet om rolstoelen. Dat wilde ik wel even duidelijk zeggen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat klopt. Alleen het moest met stoom en kokend water vanavond nog even gedaan worden. Dat staat er nog in, maar het is inderdaad, Scootmobielen niet uitsluiten van de Drechthopper. De voorzitter: Er komen nieuwe versies, als ik dit zo even samenvat. Zijn er op dit onderwerp, scootmobielen of deelscootmobielen, de Drechthopper, nog fracties die

43

daarover nu het woord willen voeren of kunnen we door naar een onderwerp? Dit zal volgende week, als de definitieve versies van de amendementen er natuurlijk ligt, nogmaals besproken worden. Het is denk ik wel goed om op dit onderwerp dan nu eerst het college even aan het woord te laten en dan het proberen af te ronden voor deze eerste termijn. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik denk dat ik al ga weten wat de wethouder gaat zeggen. De voorzitter: Maar misschien moeten we wel eerst luisteren. Mevrouw Stolk: Dat ga ik ook echt zeker doen. Ik hang dadelijk aan haar lippen. Maar ik zou ook willen weten wat mijn collega's ervan vinden? Want dat zijn de 39 raadsleden die dadelijk een besluit moeten nemen. Kunnen we de koppen bij elkaar steken om een gezamenlijk amendement te maken, een gezamenlijke motie, noem allemaal maar op? Dat is eigenlijk meer aan alle commissieleden. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb bewust mijn mond gehouden, omdat ik van mijn voorgangers goede en gemotiveerde verhalen heb gehoord. Hij stond ook bij mij op de lijst. En wij waren ook eigenlijk met een concept amendement bezig.

Alleen als ik dit zo hoor, dan denk ik dat we gewoon, inderdaad wat mevrouw Stolk aangeeft, even met de koppen bij elkaar om te kijken wat handig is en wat dan ook eventueel bewerkbaar is, om sowieso de bewegingsvrijheid van onze burgers niet verder in te perken. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Zijn er andere reacties op deze vraag van mevrouw Stolk? Ik zie nu geen verdere reacties. Dan ga ik naar mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Het is een beladen onderwerp. Het is een belangrijk onderwerp. Het gaat ook echt ergens over, mobiliteit voor mensen voor wie dat niet vanzelfsprekend is om de wegen te bewandelen, zoals wij dat doen of zoals een ander deel van de mensen dat doet. En ik denk ook dat het daarom goed is om te proberen zoveel mogelijk te reflecteren op wat ik gehoord heb. Maar ik zou wel graag willen beginnen met, wat ligt er nu precies voor? Want ik hoor heel veel verschillende lezingen. Het is denk ik goed om daar even mee te beginnen. Wat we voorstellen, is om een algemene voorziening te maken van een scootmobiel. Waar mensen een eigen bijdrage betalen voor de scootmobiel. En om daar parallel aan ook mogelijk te maken om gebruik te maken van een deelscootmobiel. Dat zijn 2 verschillende maatregelen.

En de deelscootmobiel is vooral geschikt, dat werd al wel besproken, voor mensen die daar incidenteel gebruik van maken, maar ook voor mensen die bijvoorbeeld een stallingsprobleem hebben, omdat in de portieken van woningen en zo die dingen niet allemaal gestald kunnen worden in verband met brandveiligheid. Er werd net gevraagd in welke gemeenten? Bijvoorbeeld Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, die werken al samen om dit soort, hoe zeg je dat, deelpools scootmobielen op te zetten. En dat werkt, maar is niet voor iedereen geschikt. En dat inderdaad als je een aangepaste scootmobiel nodig hebt, dan heb je gewoon een maatwerkvoorziening. Dit gaat over incidenteel gebruik. Dat is 1. 2, als het dan gaat over als iemand een scootmobiel heeft geen gebruik maken van de Drechthopper, dan hebben we het over het gebruik van de

44

Drechthopper binnen Dordrecht. Dat geldt niet als je vanuit Dordt naar, weet ik het, Hardinxveld wil. Dan kun je gewoon gebruikmaken van de Hopper. Het gaat om de kleine afstanden, die we nu heel veel zien. Want de gemiddelde afstand met de Drechthopper is relatief klein. Ik kan het nog even opzoeken, als dat gewenst is. Maar ik dacht dat het ergens rond de 4, 5 kilometer lag. Dat is een relatief kleine afstand, die met een scootmobiel ook heel goed gereden kan worden. Dat is waarom we hebben gezegd, als je een scootmobiel hebt, binnen Dordrecht niet per definitie gebruik kunnen maken van de Drechthopper. Ik heb wel natuurlijk ook geluisterd vorige week in de raad. Het is niet de eerste keer dat we het bespreken. En ik snap de zorg over momenten waarop het in ieder geval voor de gebruiker noodzakelijk is om gebruik te kunnen maken van de Drechthopper, ondanks het feit dat je een scootmobiel hebt.

Ik denk dat het heel onhandig is om een hele lijst van uitzonderingsgronden en dergelijke te gaan opsommen, want je krijgt inderdaad discussie, is het goed weer, is het slecht weer? De 1 vindt 30 graden slecht weer en de ander zegt, heerlijk, en andersom. Maar ik vind de suggestie om in ieder geval te kijken of het mogelijk is om bijvoorbeeld een vast aantal kilometers per gebruiker toe te kennen, en dan mag iemand zelf kijken wat dan voor hem of haar het moment is om die kilometers in te zetten, dat vind ik er wel een om mee te nemen in de uitwerking. Dan loop ik heel even gelijk door naar die uitwerking, want er ligt een amendement, ik heb hem net even gelezen, met een dekking voor 2027. Ik ga helemaal geen uitspraken doen over de dekking. Dat is aan de raad. En ik ga ook geen uitspraken doen over, dan zijn die middelen al vrijgevallen, want het politiek akkoord is al afgelopen. Er is wel een ander punt. En dat is dat deze besparing structureel in de begroting staat. Als we hem afdekken voor ’27, met welke middelen dan ook, dan komt hij in ‘28 gewoon weer terug. Want hij staat er structureel in. Wat ik wel begrijp, is dat er in ieder geval de wens is om er nog, hoe zeg je dat, meer uitwerking te geven aan, hoe moet dit er dan uit gaan zien? En dat de raad daar dan een oordeel over heeft. Dat is natuurlijk niet uitgesloten. Deze maatregel gaat in per 1 januari ’27.

En dat betekent dat er nog een Perspectiefnota ‘27 komt, dat er nog een begroting ‘27 komt, waarvoor wij hebben toegezegd dat we met de uitwerking van de maatregelen komen. En dan is er weer een moment om te zeggen, vinden het toch nog steeds onredelijk of niet oké. Dat ene jaar afdekken, dat geeft een jaar extra tijd, maar dat verandert verder niets aan de tijd die wij nodig hebben om het uit te werken, want dat gaan we sowieso in ’25, deels ‘26 doen. Dat besluitmoment komt er sowieso. Daar heeft u dit amendement niet voor nodig. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, u heeft een interruptie. Mevrouw Stolk: Ze zeggen dan weleens, over je graf regeren, maar dat doet u dan nu eigenlijk ook. Want dit gaat in, in 2027. Is het dan niet verstandiger, en daarvoor heb ik dat ook zo nu neergelegd, om juist 2027 even buiten beschouwing te laten? Dan zit er inmiddels een nieuw college. En die kunnen dan beslissen of we die maatregel wel structureel door gaan voeren. Kijk, wat ons betreft gaat heel die maatregel van tafel en wordt er gewoon helemaal niet op bezuinigd. En als u zegt van, ik wil een dekking voor structureel, dan kan ik die ook opzoeken, dat is ook geen enkel probleem. En of het

45

technisch mogelijk is dat dat geld niet meer beschikbaar is, dat geld gaat dan terug naar de algemene reserve. Dan halen we het daar gewoon weer uit. Waar een wil is, is een weg. En of we dit belangrijk vinden en vindt het college dat ook belangrijk, maar veel belangrijker vind ik het nog, wat vinden de partijen ervan? De voorzitter: Helder verhaal. Ik denk dat er nog een korte vraag in zat die mevrouw Van Benschop kan beantwoorden.

Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, ik begrijp dit. Aan de ene kant, je begroting structureel op orde brengen, is altijd over je graf heen regeren. Want als je iets structureel doet, dan doe je dat over een hele lange periode. En dat is altijd langer dan de periode waarvoor je op dit moment het mandaat hebt om hier te zitten. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Mevrouw Van Benschop: Nee, maar ik ga hem afmaken. Dat geldt voor alles wat in de begroting zit. Het nieuwe college, een nieuwe raad zit er in ’26, niet in ‘27. Volgend jaar maart zijn er verkiezingen. En wij hebben gezegd, voor alle maatregelen op het sociaal domein, met uitzondering van de Drechthopper, maar daar kom ik zo op, dat is niet deze maatregel, hebben we ervoor gekozen om ze allemaal in ‘27 in te laten te gaan. Wat betekent dat we nu gaan uitwerken, hoe gaat dat er concreet uitzien? En dan is er nog steeds, met een nieuwe raad en een nieuw college, een Perspectiefnota ‘27 en een begroting ’27, voordat de maatregel überhaupt ingaat. Dat jaar ‘27 nu afdekken, verandert niets aan het feit dat er al een nieuw college en een nieuwe raad zit op het moment dat deze verwerkt wordt, de uitwerking ervan in Perspectiefnota en begroting voor ‘27. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dan toch even hoor. En misschien moet dan een andere wethouder dat maar even beantwoorden.

We hebben al jaren niet structureel begroot. En waarvoor moet dat ineens nu wel met de komende bezuinigingen? We hebben jarenlang aangegeven, er wordt maar geplukt uit die algemene reserve en die zetten we op de begroting van 8 miljoen en we doen ineens net of we 8 miljoen uit te geven hebben. Die hebben we gewoon uit de algemene reserve gehaald. Die hebben we opgevoerd als een soort winst. En nu moeten we ineens structureel de begroting op orde gaan krijgen. Daar vind ik wel wat van op dit moment. De voorzitter: En wat vindt u daarvan? Want u geeft nu geen mening. Mevrouw Stolk: Dat nu de meest kwetsbare mensen in Dordrecht hier gewoon onder gaan lijden. Daar vind ik wat van. En ik vind dat echt niet gepast. De voorzitter: De heer Bootsman.

46

De heer Bootsman: Ik heb een verduidelijkende vraag aan de wethouder, want ik denk dat er ergens een miscommunicatie is. Want volgens mij zegt de wethouder, deze maatregelen gaan we uitwerken. Die gaan terugkomen in de Perspectiefnota en de begroting over 2027. En de raad die er dan zit, kan er ook weer iets van vinden. Klopt dat? Begrijp ik de wethouder zo goed? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Uiteraard. U stelt nu een Perspectiefnota vast voor ’26. En daar zit een structureel effect in voor ook de jaren daarna. Bij de begroting ‘26 worden sommige maatregelen, die nu ook in de Perspectiefnota staan, al opgevoerd voor ’26, verwerkt. Neemt de raad ook weer een besluit over. Maar goed, wij doen dat op basis van de kaders die u nu vaststelt. In ‘26 wordt er een besluit genomen over de begroting van ’27. En daar moet u uiteindelijk die uitwerking wel vastleggen. Of niet u, maar de nieuwe raad. En misschien u. Maar de nieuwe raad doet dat. Als daar de afweging wordt gemaakt, we vinden het niet nodig, we willen het niet, weet ik wat, dan is dat het moment waarop het een plek zou moeten krijgen in de begroting. En ook het moment om te zeggen, het krijgt geen plek in de begroting. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Even het verhaal, denk ik, van mevrouw Van Benschop afmaken. Dan hebben we daarna weer ruimte voor vragen.

Mevrouw Van Benschop: En de andere vraag van mevrouw Stolk. Ik snap dat er gezegd wordt, kwetsbare mensen in onze stad lijden eronder. Maar dit gesprek gaat heel erg over de financiën. Ik heb ook eerder uitgelegd dat we niet alleen een probleem hebben met geld. We hebben ook een probleem met capaciteit. De Drechthopper staat steeds vaker in de file. 220.000 ritten per jaar. We krijgen steeds meer, omdat de busjes vaststaan, dat mensen te laat op worden gehaald. Dat gaat alleen maar toenemen. Dat is waarom we ook voorstellen om maatregelen te nemen op het Drechthopper zelf. En alles wat we doen, doen we juist om die zorg zo betrouwbaar mogelijk, ook betaalbaar, ontken ik niet, maar ook zo betrouwbaar mogelijk te houden voor de inwoners die dat het hardste nodig hebben. We kunnen niet anders dan ingrijpen in de toegang. We moeten ergens zorgen dat we daar grip krijgen op, wie maakt er gebruik en wie niet? Juist om het zo betrouwbaar mogelijk te maken voor de mensen die er compleet afhankelijk van zijn. En die andere vraag over waarom het zo belangrijk is om nu structureel te dekken … Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik ga toch even interrumperen, want anders weet ik mijn vraag dadelijk niet meer hoor.

De voorzitter: Maar ik denk dat het toch goed is, kijk, we hebben beperkte tijd vanavond, u heeft best al veel interrupties gepleegd binnen ditzelfde verhaal, om toch even de wethouder haar verhaal af te laten maken. En anders zou ik het even opschrijven, want anders komen we niet aan de andere onderwerpen toe. En daarmee doe ik onrecht aan andere fracties die hier ook zitten. Mevrouw Van Benschop.

47

Mevrouw Van Benschop: Ik wilde eigenlijk alleen maar beamen dat ik … Of beamen? Ik wilde even erkennen dat ik de vraag gehoord heb over het structureel op orde maken van de begroting. Ik heb 2 weken wethouder van Financiën mogen spelen in de wisselfase. Maar nu is het toch echt de heer Van der Kruijff. Die vraag speel ik even door. Het uitgangspunt van de Wmo is mee kunnen doen. Dat is waar we op moeten sturen en dat nemen we echt heel serieus. Alleen mee kunnen doen, op verschillende manieren kun je dat definiëren. Is dat door alle mogelijke opties open te zetten voor iedereen. Dat kan in tijden dat arbeidskrapte geen rol speelt, dat geld geen rol speelt. Maar op het moment dat dat wel gaat spelen, dan ben je echt het beste bezig. Daar ben ik van overtuigd. Op het moment dat je gereguleerd zorgt dat die zorg in ieder geval, en die ondersteuning, bereikbaar blijft voor de meest kwetsbaren. Dan kom ik nog heel even op de Drechthopper maatregelen. De 24 uur van tevoren reserveren is ook een pijnlijke maatregel. Dat is ook heel naar. En dat realiseer ik me. Maar het zorgt er wel voor dat we veel betrouwbaarder kunnen zijn en blijven naar de toekomst toe met de enorme vraag die er is naar vervoer. We hebben dit gedaan in de tijd dat een van de vervoerders uit was gevallen. Toen zijn we naar 24 uur gegaan. Dat zorgde voor een afname van de vraag.

We waren bezig om te gaan uitzoeken, waar zit die afname? Want dat vind ik wel belangrijk om te weten. Je kan niet zomaar zeggen, we hebben minder vraag, dan hebben we het probleem opgelost. Je moet ook weten, wie neemt er dan nu niet meer deel aan dit proces? Maar toen ontstond een nieuwe situatie dat er weer een nieuwe vervoerder was en is de maatregel weer teruggebracht naar 4 uur van tevoren reserveren. Maar dat zijn dingen waar we nu druk mee bezig zijn, om ervoor te zorgen dat we dat inzichtelijk hebben tegen de tijd dat de maatregel ook daadwerkelijk ingevoerd is. En dit is de enige maatregel die wel in ‘26 in zou moeten gaan. En dat is ook waarom we in relatie tot het sociaal fonds hebben gezegd, bij deze maatregel moeten we een tijdelijke oplossing hebben voor ‘26 om te voorkomen dat mensen daar door het ijs zakken, om het zo maar te noemen. Dat waren volgens mij de … De voorzitter: Vragen. Dan kijk ik nog even rond. Mevrouw Stolk had hierop nog een interruptie, op dit stukje. Dan aan u. Dan heb ik nog daarna een aantal andere mensen. Ik heb onder andere Mijnheer ‘t Lam gezien. Mevrouw Stolk: Voorzitter, we gaan nu een heel ambtelijk apparaat optuigen met allemaal maatregelen, onderzoeken en ambtelijke capaciteit in iets wat we misschien dadelijk helemaal niet gaan doen. Want als er een andere raad zit, nemen we misschien hele andere besluiten.

Dan heeft u het over de Drechthopper. Volgens mij is de Drechthopper gewoon ook een stukje marktwerking en moeten zij gewoon leveren wat ze afspreken. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop wil daar graag nog op reageren. Mevrouw Van Benschop: De Drechthopper is in die zin geen marktwerking, want de Drechthopper wordt gerund door Stroomlijn. Dat is de regiecentrale. En Stroomlijn, de bv is 100 procent eigendom van de GR Sociaal. En wat Stroomlijn doet, is eigenlijk de coördinatie. En die huren partijen, of daar gaan ze contracten mee aan, om de busjes te besturen en te rijden. En Stroomlijn zorgt voor de regie. En wat je ziet, is hoe meer tijd je hebt om goed regie te kunnen voeren, dat is makkelijker met 24 uur van tevoren in het

48

plannen dan met 4 uur van tevoren. En daarmee word je betrouwbaarder. En ik ga toch wel even zeggen dat we in deze regio, wat dat betreft, nog echt geluk hebben met hoe het hier georganiseerd is.

Want als je kijkt in andere regio's, bijvoorbeeld regio Rotterdam, daar zijn echt grote problemen met vervoerders die het op deze tarieven niet langer kunnen doen en waar vervoerders uitvallen en waar het gewoon echt er niet is. Wat dat betreft ontspringen we steeds de dans, juist omdat we Stroomlijn hebben als regiecentrale, omdat we het in eigen hand hebben. Maar dat is hoe de situatie nu is. De voorzitter: Helder. Dan had ik de heer ’t Lam. En daarna zie ik nog de heer Schalken. En dan moeten we op dit onderwerp wel tot een afronding komen, want we hebben echt ook nog andere onderwerpen. Ik wil het dan ook wel sluiten qua aantal reacties die er nog kunnen komen. Deze twee nog, dan kort mijnheer Van der Kruijff en dan naar volgende onderwerpen. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Als ik het goed heb, heb ik niet gehoord van de wethouder of de uitvoeringskosten van die hele nieuwe systematiek verdisconteerd zitten in de budgetten die in de Perspectiefnota zitten of komen die er nog bovenop? En richting mevrouw Stolk zou ik willen zeggen, als u eens kijkt naar ons amendement, daarin schrappen wij deze hele maatregel en aan het eind houden we 37.475.000 euro over ter vrije besteding. Kunt u kiezen wat u wil, ook voor het nieuwe college. De voorzitter: Dan ook nog een vraag van de heer Schalken.

Mevrouw Stolk: Voorzitter, mag ik daar even op reageren? De voorzitter: Ik denk dat u gewoon met elkaar in conclaaf moet en samen moet werken, want we moeten wel echt bijna naar een volgend onderwerp. Ik denk dat we even toch echt door moeten. De heer Schalken, nog een vraag aan de wethouder. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, nog een reactie op de vraag van mevrouw Stolk, of er partijen waren die zich konden vinden in het voorstel, zoals mevrouw Stolk dat deed? En wij staan wel zeer sympathiek tegenover het feit van, probeer het nu een jaar op te schuiven, zodat je inderdaad ook niet nu al, al die capaciteit moet gaan inzetten om dingen uit te werken waarvan je wellicht denkt van, dat gaan we dadelijk toch anders doen? De voorzitter: Ik zag dat er een storing was in onze videovoorziening, maar dat lijkt inmiddels ook wel weer opgelost te zijn. Dat was niet een directe vraag meer, maar meer ook voor na deze vergadering in de verdere voorbereiding van volgende week, denk ik als ik dat zo zag. Dan heb ik nog een vraag aan mevrouw Van Benschop en nog een vraag is er gesteld aan de heer Van der Kruijff, waarom gaan we structureel nu netjes begroten, terwijl we dat eerder minder deden? Mevrouw Van Benschop: Voor alle maatregelen geldt dat er in samenspraak met de GR is gekeken, wat zijn kosten en wat zijn opbrengsten? Maar het zijn wel schattingen. Dat

49

moet ik er gewoon bij zeggen. Het kan zomaar zijn dat de ene besparing hoger uitvalt en dat op deze maatregel de besparing lager uitvalt. Daar kan ik geen harde cijfers aan hangen. Het is echt een schatting. De voorzitter: Helder. Dan de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, los van dat het sowieso verstandig is om structureel je inkomsten en uitgaven in balans … Dat is niet wat anders. U vraagt waarom we niet uit de reserves kunnen leven? Dat is omdat het verstandig is structureel de inkomsten en uitgaven met elkaar in balans te brengen. Dat is een beleidsmatige keuze. Tegelijkertijd is het ook dat het beleid bij de provincie, die onze toezichthouder is op financiën, ook aangescherpt wordt. En als je beleid hebt wat je structureel wil uitvoeren, wat je structureel gaat financieren uit reserves, dan gaat de provincie daar dat niet goedkeuren. En die toetsen dat om de vier jaar. En ik denk als je het hier hebt over vervoersvoorzieningen, maar hetzelfde geldt voor een aantal beleidsdoelstellingen die we ook kennen, of het gaat over gratis openbaar vervoer of de Dordtpas of ander beleid wat we hebben rondom boa's, als dat structureel beleid wordt, zal de provincie tegen ons zeggen dat we dat ook structureel moeten financieren en niet uit de reserves moeten betalen. Er zitten meerdere redenen waarom dit nu gebeurt. Mevrouw Stolk: Voorzitter.

De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dan is het toch treurig dat wanneer de provincie toe gaat kijken het college structureel aan de begroting gaat werken. Dat hadden ze eigenlijk de jaren daarvoor al moeten doen. De voorzitter: Dat is natuurlijk niet wat de heer Van der Kruijff zei. Maar de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, uiteindelijk is het niet het college wat is geweest, maar het is de huidige coalitie en ook de coalities hiervoor geweest die een aantal verkiezingsbeloften hebben gedaan en dat steeds voor vier jaar gefinancierd hebben. En dat was toen in eerste instantie een pilot om te kijken of dat werkt. Een Dordtpas was nieuw. En gratis openbaar vervoer was nieuw. Ondertussen is dat niet meer nieuw, maar is het structureel beleid aan het worden. En dan moet je het ook structureel gaan financieren. Je mag best een pilot vanuit een reserve doen om te kijken of het werkt. Maar op het moment dat het structureel beleid wordt, en dat is het ondertussen op een aantal punten, dan moet het anders. De voorzitter: Dank. Voor de beantwoording gaan we naar het volgende onderwerp. Ik heb een aantal fracties de bibliotheek als maatschappelijke functie zien aandragen. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: Dat was allereerst de PvdA, en ook GroenLinks. De heer De Heer: Voorzitter.

50

De voorzitter: Zijn er andere fracties die het woord willen voeren op dat onderwerp? De heer De Heer. De heer De Heer: Misschien een praktische vraag. Het is nu bijna 22.20 uur en we hebben nog een hoop onderwerpen. Is het niet verstandig om toch een aantal van die onderwerpen te clusteren in plaats van ze één voor één af te ronden voor 23.00 uur? De voorzitter: Ik vind het een goede suggestie, maar dat was juist ook het idee met korte onderwerpen bespreken. Het staat natuurlijk fracties ook vrij om niet op elk onderwerp een reactie te geven. Want ook met een clustering voorkomen we dat natuurlijk eigenlijk niet. Op zich is het aantal onderwerpen wel te overzien. Er zitten ook een heleboel korte onderwerpen, denk ik, bij. Het enige grotere onderwerp is de bibliotheek. En voor de rest zijn het eigenlijk onderwerpen die alleen individuele fracties hebben aangedragen. Ik wilde toch voorstellen om het wel zo te doen, maar dan proberen met elkaar wel het ook kort te houden. Ik denk dat we het grootste onderwerp nu wel hebben gehad, qua reacties. Dan de bibliotheek, met de PvdA. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Vorige week hebben een aantal partijen inderdaad in hun woordvoering aangegeven hoe ze naar de bibliotheek kijken en ook naar de bezuiniging die daarop plaats gaat vinden. De bieb doet al jaren meer dan met minder en is eigenlijk al uitgekleed.

En als we kijken bijvoorbeeld naar de vestigingen in Sterrenburg en Stadspolders, dan is dat al heel erg teruggebracht. En dan is nu de hele dienstverlening aan de beurt, wat inderdaad die 140.000 euro gaat zijn. En dat raakt precies dat deel van de openstelling, het personeel en de collectie. En dat betekent dat er vestigingen zullen moeten gaan sluiten, omdat anders de sluitingstijden van 11.00 tot 14.00 moeten zijn. En dat is gewoon ontzettend zonde. En daarnaast gaan we dit doen vanaf 2027. Maar in 2026 gaat de nieuwe Bibliotheekwet in, wat betekent dat er 54 miljoen vanuit landelijk komt. En dat vraagt namelijk ook dat we in alle wijken een goedlopende bibliotheekvoorziening hebben. We zijn ook benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt en of hij dat ook heeft meegenomen en of het niet mogelijk is om naar andere oplossingen te zoeken dan naar deze 140.000 euro? De voorzitter: Helder standpunt. GroenLinks had hier ook dit als onderwerp aangedragen. De heer Bootsman: Jazeker. Voorzitter, dank u wel. De bibliotheek is veel meer dan een plek om alleen boeken te lenen. Het is een laagdrempelige, publieke ontmoetingsplek waar mensen elkaar vinden, waar kinderen leren lezen, waar ouderen geholpen worden met digitale vaardigheden en waar laaggeletterdheid bestreden wordt. Juist nu is voor mensen met minder kansen de bibliotheek een belangrijke springplank.

Nu er een bezuiniging van 140.000 wordt voorgesteld, willen wij hier aandacht voor vragen. Niet om alles buiten schot te houden, maar om scherp te blijven op wat we echt niet willen verliezen. En dat zijn die maatschappelijke functies van de bibliotheek. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Begrijp ik. Jullie hebben als fracties dit onderwerp aangedragen. Ik heb geen moties of amendementen hierop gezien. Kunnen we die nog verwachten? Kunnen we verwachten. Ik zie ook een reactie nog van de heer De Heer en mevrouw Van Vugt.

51

De heer De Heer: Voorzitter, er is een motie misschien in wording, in ieder geval, of die is in wording, maar moet ik nog even naar kijken wat het eindresultaat ervan wordt. Maar wel even een vraag daarbij. Vorige week werd ook door het CDA geopperd dat mogelijk het gelijktrekken van die bijdrage per inwoner voor de bibliotheek van gemeentes ook een bepaalde opbrengst zou kunnen hebben. Dan hebben we het hier over een bezuiniging van 140.000 euro, die misschien wel gedempt kan worden als die bijdrage per gemeente wat meer gelijkgetrokken kan worden. Vraag dan aan het college hoe dat zich tot elkaar verhoudt? De voorzitter: U vraagt eigenlijk om een technische toelichting. De heer Safranti, aanvullend. De heer Safranti: Aanvullend op mijnheer De Heer. Inderdaad, ik was eigenlijk ook een beetje benieuwd hoe de regiogemeentes hierop kijken, als wij straks een dekking willen zoeken vanuit de regio. Want de regio wil natuurlijk zelf ook dat ze de eigen bibliotheek behouden. Ook de vraag ter aanvulling dan. De voorzitter: Kunnen we die bij de regio halen, hoor ik als overkoepelend punt. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: In aanvulling op de vragen die al net gesteld zijn met betrekking tot de bibliotheek, ook richting dan maar even de wethouder. Hoewel ik het liefst het debat tussen de commissie houd.

Maar hoe reëel is het dat er wellicht een extra bijdrage komt van de andere regiogemeenten? En daarbij richting GroenLinks, ook Beter voor Dordt wil heel graag die bezuiniging verzachten, maar heeft GroenLinks daar een idee bij waar we dat gat, wat daar dan door ontstaat, mee kunnen opvullen? De voorzitter: De heer Bootsman, een concrete vraag. De heer Bootsman: Een heel concrete vraag. En wij wilden eigenlijk vandaag alleen het bibliotheek stukje eventjes bespreken, voelen wat andere fracties daarvan … En ik denk dat we daar binnen onze fractie nog over na gaan denken wat en hoe we ermee gaan doen. De voorzitter: Helder. De heer Bootsman: Daar komen we op terug. De voorzitter: Dat vraagt inzet van gemeenteraadsleden na deze vergadering. Dan heb ik de heer Safranti nog kort hierop. En dan moeten we even kijken wie er verder nog het woord hierop wil voeren. De heer Safranti: Voor de collega's van GroenLinks, maar ook zeker voor Beter voor Dordt, ik heb hem uitgewerkt waar we eventueel de dekking wel kunnen uithalen. Misschien handig om het daar even over te hebben. De voorzitter: Helder. Er worden wat coalities gevormd. De heer ‘t Lam.

52

De heer ‘t Lam: Voorzitter, ik ben wat eentonig. Maar ook deze bezuiniging is in ons amendement meegenomen en geschrapt. De voorzitter: Ook dat is helder. Zijn er andere fracties die op het gebied van dit onderwerp, de bibliotheek, nog een bijdrage wilden leveren? Dan zie ik toch mevrouw Schnabel. Vertel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Toch nog een kleine vraag. Dit keer ook aan de wethouder. Wij betalen als Dordrecht 19 euro per inwoner. En dat zit onder het landelijk gemiddelde, want het landelijk gemiddelde is 25 euro. Terwijl we met maatschappelijke opgaven zitten. Hoe kijkt de wethouder daartegenaan? De voorzitter: Dat zijn een aantal vragen aan de wethouder. Dan sluiten we dit onderwerp af. Laten we de wethouder een aantal vragen die gesteld zijn in de eerste termijn beantwoorden hierop. En dan gaan we daarna door naar een volgend onderwerp. En dit valt bij de heer Van der Kruijff. Aan u. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Even een aantal dingen werd gesteld, die moet ik ietsje rechtzetten. Er is inderdaad sprake geweest van een bijdrage van 19 euro per persoon aan de bibliotheek in Dordrecht. Dat was in 2024. In 2025 is dat opgehoogd naar ruim 19 euro. Maar wij hebben ook een decentralisatiebijdrage gehad. U weet dat wij de bibliotheek met een aantal andere gemeenten, 12 andere gemeenten in de regio, samen runnen.

Van die 12 gemeenten hebben 2 gemeenten ervoor gekozen om ook de decentralisatiebijdrage in 2020 aan de bibliotheek toe te kennen. Dat opgeteld leidt ertoe dat wij in dit jaar op dit moment 22,03 euro, om precies te zijn, maar laten we maar even afronden op 22 euro, per inwoner aan de bibliotheek bijdragen. En dat is over 2025 van de 12 deelnemende gemeenten de hoogste bijdrage per inwoner. Sommige zitten er dichtbij. Een aantal zitten er ook een eind onder. Dat leidt er wel toe dat we op dit moment inderdaad gesprekken voeren met de bibliotheek en andere regiogemeenten over een andere verdeelsleutel. Dat zult u begrijpen. En mogelijk kan dat ertoe leiden dat wij minder hoeven bij te dragen aan het gemeenschappelijk deel. Die gesprekken lopen nog op dit moment. En wat ik met een gemeenschappelijk deel bedoel, als je met 12 gemeenten samen een bibliotheek hebt, snapt u allemaal dat je dan efficiënter bent in de overhead. Je hebt maar 1 directeur nodig, je kunt gezamenlijk marketing doen en ICT, en ga zo maar door met al die dingen. Dat moet op dit moment berekend worden en daar moet een verdeelsleutel over afgesproken worden waarvan we denken dat het op een rechtvaardige manier moet gebeuren, die een beetje gelijk is voor de deelnemende gemeenten. Dat is op dit moment niet zo. Daar zijn we niet uit. Dat gesprek loopt nog.

Ik kan u daar geen toezegging over doen wat de uitkomst is. De inzet is vanuit Dordrecht om dat in balans te brengen en in evenwicht. Dat heb ik u gezegd. Tegelijkertijd zullen er natuurlijk verschillen per gemeente zijn. Dordrecht is de grootste gemeente van de 12. Wij krijgen een hele grote, mooie centrale bibliotheek in het nieuwe Dordthuis. We hebben ook nog 2 vestigingen in Crabbehof en in Stadspolders. En ook nog een aantal wijkpunten in Dubbeldam. En hier en daar is er nog wel een klein initiatiefje die daarop meelopen. Dat wij meer betalen met meer vestigingen voor wat we hier in Dordrecht hebben, is natuurlijk logisch. De voorzitter: De heer Schalken heeft een aanvullende vraag, of die vindt in ieder geval dat zijn antwoord niet voldoende voorzien is.

53

De heer Schalken-den Hartog: Eigenlijk meer in hoeverre de wethouder kan inschatten hoe reëel het is dat we ook een extra bijdrage krijgen? Want al die andere gemeentes komt ook dat ravijnjaar aan. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, het is niet zo dat wij een extra bijdrage krijgen. De vraag is, de Bibliotheek AanZet, die zijn middelen natuurlijk bij die 12 gemeenten vandaan moet halen voor het totaal, hoe die het anders kunnen verdelen? En uiteraard is het dan wel de uitkomst, als wij daar een lagere bijdrage aan zouden leveren, dezelfde bijdrage per persoon als de andere gemeenten, dat het voor ons een daling is en voor een aantal andere gemeenten een stijging. En die zitten met dezelfde discussies aan tafel als wij hier. Of dat gaat lukken, weet ik niet. Maar dat is wel waar ik me voor inzet. Dat is een optie. En tegelijkertijd hebben we u aangegeven dat we dat in 2026 allemaal gaan verkennen en dat het per 2027 moet ingaan. Het hoeft ook niet morgen af te zijn. En de bijeenkomsten zijn er. De voorzitter: De heer De Heer, dat vraagt om een reactie. De heer De Heer: Voorzitter, ik weet niet of de wethouder er iets over kan zeggen, maar kan die toch iets van een inschatting maken? Aan de ene kant hoor ik hem zeggen, mogelijk zou inderdaad de bijdrage van ons dan iets naar beneden kunnen.

Aan de andere kant, we zijn ook een grote gemeente, er wordt mogelijk ook iets meer van ons gevraagd. Is dit dan een zinvolle inzet? Hoe schat de wethouder dat op dit moment in? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, natuurlijk mag er iets meer van ons gevraagd worden. Stel dat je zou uitkomen, en dat is gewoon een volstrekt fictief bedrag, verbind daar geen enkele conclusie aan, op een bedrag van 20 euro per inwoner, dan gaat het in Dordrecht keer 122.000. En dat is natuurlijk een veel grotere bijdrage dan Alblasserdam, waar het ergens rond een keer 30.000 gaat. Of hoeveel inwoners heeft Alblasserdam? U begrijpt het. Natuurlijk betalen wij veel meer. Wij nemen van het totaal ongeveer een kwart voor onze rekening. De heer De Heer: Voorzitter, mijn vraag was, omdat ik uit de beantwoording van de wethouder het idee kreeg dat als we die verrekening opnieuw gaan doen, dat we aan de ene kant mogelijk iets minder gaan betalen en aan de andere kant dat mogelijk de bijdrage toch naar verhouding, als je die rekensom opnieuw maakt, ook wat hoger kan zijn. Ik wil even voorkomen dat we straks inzetten op iets van een samenwerking of een nieuw gesprek met de samenwerkingspartners in de regio en dat we uiteindelijk er niet positief uitkomen. Hoe schat de wethouder dat op dit moment in? De voorzitter: De heer Van der Kruijff.

De heer Van der Kruijff: Voorzitter, er gaan natuurlijk meerdere gesprekken lopen. De ene is gewoon met de gezamenlijke deelnemers aan de Bibliotheek AanZet over de verdeling van de kosten. En op het moment betalen wij als Dordrecht relatief veel. Wellicht kan dat naar verhouding wat minder. Dat zou ik in ieder geval zelf wel eerlijk vinden. En de ander is natuurlijk ook over de dienstverlening. Er is wat vanuit de inzet van het college geen sprake van dat we vestigingen willen sluiten, ook niet de basis van

54

ontmoetingsplekken en digitaal steunpunt en laaggeletterdheid. Al die dingen lopen gewoon door. Maar er zijn ook een heel aantal projectmatige activiteiten die allemaal extra zijn. We vragen heel veel, ook van andere instellingen, u kent het, waarbij we de subsidie niet indexeren. Bij musea vragen we om te versoberen. Als gemeente vragen we onszelf te versoberen. Dat gaan we ook doen. U heeft het allemaal gelezen in de Perspectiefnota. En zo vragen we ook de bibliotheek haar aandeel te doen. En dat dat een versobering is, dat is zo. En of je door de bodem zakt daarmee, dat is uiteindelijk ter beoordeling aan u op enig moment, ongeveer over een jaar. Maar dat is wel de inzet van de gesprekken die we het komend jaar met de bibliotheek gaan volgen, en natuurlijk hebben we allemaal goed geluisterd naar wat u nu zegt. En de bibliotheek luistert daar ook op mee, aan wat de belangrijke maatschappelijke waarden zijn die we dan zoveel mogelijk zullen ontzien en waar eventueel activiteiten zien die dat toch soberder kunnen of verschraald, of misschien een enkele helemaal niet. De voorzitter: Dan nog een laatste vraag op dit thema denk ik van de PvdA. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Als ik het goed heb begrepen, dan wordt er bij de bibliotheek … Dan is ervoor gekozen om niet te indexeren. En dat zou 60.000 euro opleveren.

Zou het niet ook een mogelijkheid zijn om daarvoor te kiezen in plaats van voor de bezuiniging van 140.000 euro? Want dan kan de bibliotheek wel haar steentje bijdragen, maar dan hoeft het inderdaad niet die dienstverlening op zo'n heftige manier te raken. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dat klinkt als een technische vraag. Natuurlijk kunt u als raad het bedrag van 140.000 amenderen. Het enige wat dan moet, is dat er dan iets anders meer moet, want in de optelsom moet het wel blijven kloppen. De voorzitter: Ook dat is een helder antwoord. En ook een opdracht aan mevrouw Schnabel om daarover na te denken. De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben geen bijdrage bij elk afzonderlijk bezuinigingsthema, maar wij willen eigenlijk iets meer een soort overstijgend perspectief bieden. En ik haak even aan bij het thema bibliotheek, omdat dat volgens mij een manifestatie is van beschaving. En dat geldt denk ik wel voor alle andere bezuinigingsthema's die aan de orde zijn, waarvan wij vinden dat het heel veel maatschappelijke impact kan hebben, heel veel onvrede, heel veel onduidelijkheid. Hangt ook heel erg een bureaucratische waas over wat we allemaal nu aan het bespreken zijn. Het is een heleboel gedoe.

En wij zouden er veel meer voorstander van zijn, ook gelet op die maatschappelijke impact en de verwarring enzovoorts, om te kijken of het niet veel efficiënter is om te bezuinigen op een paradepaardje als het Stadspark, wat de SP noemt, of een heilig huisje als het klimaatbeleid. De voorzitter: Dank. Het staat u natuurlijk vrij om moties en amendementen op de Perspectiefnota daar ook in te dienen. Ik heb die niet in concept natuurlijk hier, om daar

55

de discussie over te voeren. Maar ik neem aan dat u en uw fractie dat meenemen, zodat u dat ook met de rest van de raad, liefst ruim van tevoren natuurlijk, voor de Perspectiefnota vergadering kunt delen, zodat we van gedachten kunnen wisselen. Want dat is uiteindelijk hoe we ook die besluiten kunnen nemen, volgende week. De heer Van der Kruijff heeft daar nog een reactie op. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik bedoel, laat ik duidelijk maken dat we niet met plezier op wie dan ook bezuinigen. Of dat de bibliotheek is of een museum of op dienstverlening van de gemeente of wat u maar invult, de Drechthopper, het zijn allemaal moeilijke en pijnlijke keuzes. Leuk gaan we het niet maken. Dat ben ik met iedereen eens. Maar even in perspectief voor de bibliotheek. We geven de bibliotheek vanuit Dordrecht een jaarlijkse subsidie die richting de 3,5 miljoen gaat. Dat is echt een behoorlijk fors bedrag, kan ik u vertellen. En dan hebben we het over een ombuigingsmaatregel van 140.000 euro. In dat perspectief denk ik dat het toch wel overzichtelijk is. De voorzitter: Alright. Dan gaan we door naar volgende onderwerpen. Er waren een reeks kortere onderwerpen van de fractie Beter voor Dordt, waar ook allemaal geen amendementen of moties bij aangekondigd stonden.

En daarom ben ik benieuwd naar de heer Schalken, of hij een aantal van deze, zonder dat ze samenhangen met andere onderwerpen, zou kunnen benoemen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Wat een verrassing. Als we het hebben over bijvoorbeeld de no-shows bij jeugdhulp, we hebben daar niet zozeer een alternatief voorstel bij, maar wel onze vraag stellen bij de uitvoerbaarheid en of dat uiteindelijk ook echt die besparing oplevert? En de vraag ook van, als we dit doen bij jeugd en Wmo, moeten we dat dan misschien niet ook doen als we het hebben over extra inkomsten die dat zou kunnen opleveren bij bijvoorbeeld de Participatiewet of de stadswinkel bijvoorbeeld? En het verminderen van de communicatie bij het sociaal domein, dat zou een besparing van 65.000 euro per jaar moeten opleveren. En wat dan in de tekst er ook nog bijstaat, dat het nu eigenlijk toch al weinig effect heeft. Onze opmerking was uiteindelijk van, waarom had je dat dan niet al eerder gedaan? En daarbij staat ook bij dat punt van, dat landelijke campagnes wellicht wel meer effect hebben. Wat ons betreft ga je vooral kijken naar een onderzoek doen naar wat wel werkt, omdat je, wanneer je vroeg in kunt grijpen, in ieder geval negatieve effecten, maar ook in een later stadium zwaardere zorg en inzet kunt voorkomen. Eens even kijken. Nog een puntje? Meer participatieplekken.

Dat heb ik volgens mij ook tijdens onze algemene beschouwing al aangegeven, dat we dat eigenlijk een boterzachte bezuinigingsmaatregel vinden. Omdat er een wezenlijk verschil is tussen dagbesteding op basis van een Wmo-indicatie enerzijds en vrijwillige inzet anderzijds. Mensen met een Wmo-indicatie hebben die indicatie, het staat hier een beetje plat gezegd, maar niet omdat ze zweetvoeten hebben. Er is sprake van dermate problematiek dat je dat niet zomaar kunt verwachten dat er ondersteuning geboden kan worden door vrijwilligersorganisaties. Die benodigde ondersteuning is specialistisch. En dan zou je moeten kijken naar gespecialiseerde jobcoaches die deze mensen dan weer zouden gaan ondersteunen. Maar dat kost ook geld. En dan haal je daarmee niet die besparing binnen die beoogd wordt.

56

De voorzitter: U heeft een interruptie op dat thema. De heer Bootsman heeft een interruptie. De heer Bootsman: Dank, voorzitter. De heer Schalken heeft deels gelijk, dagbesteding is natuurlijk voor cliënten met problemen, gespecialiseerd. Maar, er is een hele grote maar, op dit moment, en ik spreek uit eigen ervaring, worden mensen met een beperking richting de dagbesteding geleid, omdat zij een beperking hebben die helemaal niet betekent dat ze gespecialiseerde begeleiding nodig hebben of niks kunnen. Ik ken meerdere mensen die eerst in de dagbesteding zaten en die inmiddels onder begeleiding van jobcoaches vanuit bijvoorbeeld de Sociale Dienst zijn toegeleid naar een participatieproject, vrijwilligerswerk, die het daar veel meer naar hun zin hebben. Die zeggen, nu kan ik echt meedoen in de samenleving, in plaats van naar die stomme dagbesteding waar ik eigenlijk helemaal niet in wilde. Ziet mijnheer Schalken dat de medaille zeker twee kanten heeft. Natuurlijk zijn er mensen die dagbesteding nodig hebben, maar er zijn ook mensen die er nu in zitten die er eigenlijk heel graag uit willen en willen participeren. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, daar kan ik wel op reageren. Maar volgens mij is deze bezuinigingsmaatregel vooral ingezet om mensen met een Wmo-indicatie meer op een andere manier in te zetten.

En dat is naar onze mening een bezuiniging die eigenlijk niet zomaar haalbaar is, omdat dat juist om een specialistische groep mensen gaat die meer begeleiding nodig hebben dan alleen maar de mensen die naar dagbesteding gaan, dat je daar ook nog extra kosten voor moet maken. De heer Bootsman: Voorzitter, vervolgvraag. De voorzitter: Korte vervolgvraag. De heer Bootsman: Heel kort. De voorzitter: Want er komt hier nog geen motie of amendement uit voort, vooralsnog. De heer Bootsman: Hele korte vervolgvraag. Is mijnheer Schalken ervan op de hoogte dat je niet naar de dagbesteding kan zonder Wmo-indicatie? Iedereen die naar de dagbesteding gaat, ook de mensen waar ik het nu over heb, hadden of hebben een Wmo-indicatie. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, het wordt een hele technische verhandeling, zo onder elkaar. Maar wat ons betreft, als we kijken naar hoe deze bezuiniging is opgeschreven, volgens mij is het de bedoeling dat mensen met een Wmo-indicatie sneller en vaker via vrijwillige inzet naar een soort van dagbesteding gaan, die wellicht veel goedkoper zou zijn. En wat ons betreft is het maar de vraag of je daarmee echt de kostenbesparing gaat binnenhalen, zoals die hier wordt beoogd. En als u aangeeft van, dat is echt wel makkelijk haalbaar, dan denken wij vanuit onze kant dat het echt een boterzachte bezuiniging is.

57

De voorzitter: Een helder standpunt. U heeft over een aantal onderwerpen gesproken, waar het natuurlijk zou kunnen dat u nog met moties of amendementen komt. Er zaten ook een paar vragen in aan het college. En ik kijk even naar de wethouders of ze die kort zouden kunnen beantwoorden. Gaat dat lukken? En dan kijk ik even naar de heer Van der Linden, die ook is aangeschoven ondertussen, want die gaat hier in feite over. Hij zit al eventjes, maar aan het begin was hij er niet. De heer Van der Linden: Zo is het. Ik heb spreektijd gespaard. De voorzitter: Vind ik heel mooi, maar onze tijd raakt toch op. De heer Van der Linden: Precies. Ik kan het heel kort houden. Want er was een vraag over eventueel no-shows jeugdhulp. En dat is niet iets waar we nu een heel hard bedrag aan hebben gehangen. We zijn wel aan het kijken naar de inkoop en naar de meest efficiënte manier om elk uur wat je besteed in jeugdhulp ook echt te laten landen bij jeugd. Daar hoort ook bij dat je kijkt naar, kun je mensen stimuleren om, als ze een toekenning hebben, daar ook gebruik van te maken. We voeren nog wel het gesprek met de aanbieders, ook over hoe je dat beter kan doen. Mocht dat echt iets worden, dan krijgt u dat te horen. De voorzitter: Dat is heel helder. Dan kunnen we door naar een aantal volgende onderwerpen. Nu kun je rustig gaan. Precies. Er zijn een aantal interessante onderwerpen natuurlijk.

Een daarvan is de dementievriendelijke gemeente, als motie, die al is ingediend. Daar hebben we natuurlijk al over gesproken. Ik kijk heel even de twee indienende fracties, VSP en het CDA, aan of daar nog nu aandacht voor nodig is, op dit moment? Ik zie dat niet direct. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Er is altijd aandacht nodig voor dementie en dementievriendelijk, mevrouw Stolk? Mevrouw Stolk: Altijd. Dit is natuurlijk een onderwerp wat ook mensen raakt. En niet alleen de mensen zelf, maar ook hun partners en hun omgeving. En ik probeer het echt heel kort te houden. Ik zou graag willen weten hoe de andere partijen daartegen aankijken om Dordrecht uit te roepen tot dementievriendelijke stad. Moet ik er wel bij zeggen, er gebeurt al heel veel, het college doet al heel veel op dit gebied, maar het kan altijd meer en het kan altijd meer zichtbaar, meer duidelijk. En dat overal waar het college is, bij welke maatschappelijke organisaties ook, om uit te dragen dat deze mensen gewoon nog mee kunnen doen in het dagelijkse leven naar vermogen. En hoe mooi zou het zijn, we hebben een vlag op de kerktoren staan, de Dordtse vlag, waar we trots op zijn. En laten we als gemeenteraad ook dat uitspreken, dat we een dementievriendelijke stad zijn. We zijn aan het vergrijzen. Jong en oud worden getroffen door deze ziekte.

Niet alleen oud, want dan denk je van, maar ook hele jonge mensen. De voorzitter: U moet het wel kort houden natuurlijk, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Tot zover, voorzitter.

58

De voorzitter: U kunt natuurlijk ook wat doen in de preventie van dementie. Daar komen andere fracties soms even voor op. Maar even voor nu, mevrouw, nu kom ik niet meer op haar naam. Dat is natuurlijk typisch op dit onderwerp. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik weet niet wat het is, iedereen heeft maar moeite met mij vanavond. Mijnheer en mevrouw. Maakt allemaal niet uit. Ik dank zeker de VSP voor deze motie over dementie. Hartstikke goed, want het klopt dat het … Het CDA. Sorry, en het CDA. Neem me niet kwalijk. CDA en de Verenigde Senioren Partij. Zie het, ik heb het ook nodig. Ik ga er helemaal voor zijn. Mijn vraag is even, ik heb ook nog wel een vraag, omdat … Wat zeg je? Die ben ik beslist niet vergeten. De voorzitter: Even centraal. Mevrouw Kruger is aan het woord. Mevrouw Kruger: Een aantal jaren geleden ben ik met mijn collega, de heer Necdet Burakçin, ook bezig geweest over dementie bij andere culturen. Want het blijkt ook dat mensen die in een andere cultuur geboren zijn juist op het moment van dementeren weer terugvallen in oude taal, enzovoort. Behelst dat deze motie ook? Want ik lees over Alzheimer, enzovoort, maar niet echt dat interculturele aspect. De voorzitter: Mevrouw Stolk, een korte vraag. Mevrouw Stolk: Volgens mij heb ik juist ook, en ik wil dat best nog, als dat u over de streep trekt, erbij zetten.

Juist als inclusieve samenleving is het zo belangrijk dat we het uitspreken. En natuurlijk geldt dat voor iedere Dordtenaar die hier in deze stad woonachtig is. De voorzitter: Helder. Dan mevrouw Boom die heeft daar nog een reactie op dit onderwerp. En ik zie nog een aantal andere fracties. Mevrouw Boom-Vos: Vooral een technische, wat ik me een beetje afvraag. Want het doel is duidelijk. En volgens mij wordt die door veel mensen onderstreept. U vraagt om een dementiescan, om te onderzoeken hoe het mogelijk is om dementievriendelijk te worden. En daarna vraagt u om een raadsinformatiebrief. Dan stopt het. Waarom vraagt u niet om een raadsvoorstel? De voorzitter: Mevrouw Stolk, kort. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als u dat over de streep trekt, dan … De voorzitter: U kunt mevrouw Stolk alles laten opschrijven. Mevrouw Stolk: Daar gaat het niet om. Maar ik heb juist een beetje de ruimte, of we, samen met het CDA hebben we juist een beetje de ruimte gelaten om daar invulling aan te geven ook aan de wethouder. En die dementiescan is voor ons niet het doel op zich. Het gaat erom dat wij als raad uitspreken, we zien je, we horen je en je doet ertoe. Dat daarbij eventueel, hoe zeg je dat, een certificaat … De voorzitter: Een vlaggetje hoort.

59

Mevrouw Stolk: Een vlag, een keurmerk aan zit, dat zou alleen maar mooi zijn, maar dat is niet het doel op zich. De voorzitter: Ik hoor mevrouw Stolk zeggen dat het om de inhoud gaat. En de heer Safranti heeft daar een opmerking over. En daarna laat ik een mede-indiener, mevrouw Van Vugt, even aan het woord. De heer Safranti: Het was geen opmerking daarover, want ik had keurig mijn handje opgestoken met mevrouw Kruger. Zeker naar aanleiding van de oproep van mevrouw Stolk. En trouwens, ik wil beide partijen, in dit geval VSP en CDA, bedankt voor deze motie. En mevrouw Stolk gaf aan van, we willen onze stad uitroepen tot dementievriendelijke stad. Mijn vraag is aan mevrouw Stolk, maar misschien aan mijn buurvrouw ook gelijk, wat hebben jullie dan van ons nodig om daar … U gaf aan, er wordt al een en ander gedaan. Wat is er dan nog nodig wat wij nog in dit geval mee kunnen geven of mee kunnen wegen voor een motie? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, eigenlijk is de vraag, waarom hebben we eigenlijk die motie nodig, als we al heel veel doen misschien ook, of wat kunnen we nog extra toevoegen? Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. In de eerste versie werd er echt gevraagd om een certificaat. En dat levert echt wel problemen op, want daar moet je allerlei beleid voor gaan schrijven. Dat hebben we er uitgehaald.

Maar we willen wel dat de raad zich echt uitspreekt over, wij willen dat er in meer beleid ook aandacht is voor dementie. Als dat ergens een rol speelt, dat we daar ook met een beroep op deze motie kunnen zeggen van, hebben we hieraan gedacht en wat doen we daar dan voor? Dat het gaat leven. En ik vind het intercultureel aspect, ik zal het nog even goed nalezen hoe dat erin verwerkt is. Daar gaan we nog even naar kijken. De voorzitter: Ik denk dat we het hier dan ook dit onderwerp op zich wel moeten afronden en dat in de wandelgangen hier de verdere concretisering van moet komen. Want we hebben nog een paar kleine onderwerpen te gaan. We kennen elkaar allemaal. We weten elkaar daarin ook wel te vinden. Dan is er nog een aangekondigde nieuwe motie. En dat is een motie van de PvdA over de Glansrijke Toekomst voor jongeren, en de Jeugdstrategie. Een korte toelichting daarop. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. In Dordrecht is 1 op de 3 inwoners jonger dan 27, maar we vinden dat hun stem nog te veel ontbreekt in structureel beleid. Met deze motie bouwen we voort op Glansrijke Toekomst voor jongeren en verbinden we ook bestaande initiatieven tot een duidelijke Jeugdstrategie. En daarom denken we dat dit een mooie aanvulling zou kunnen zijn op Glansrijke Toekomst. De voorzitter: Dit is inderdaad een motie die meegenomen zal worden in de beraadslagingen, denk ik.

En ik kijk even rond of daar nu verdere vragen zijn aan de PvdA. Ik zie de heer ’t Lam.

60

De heer ‘t Lam: Voorzitter, dank u. Ik heb, als ik de juiste versie van de motie heb gekregen, gelezen dat er gebruik wordt gemaakt van bestaande budgetten. Welke bestaande taken worden er dan geschrapt? Want als je het geld voor deze motie gebruikt, dan kan je het niet ergens voor gebruiken waar het aanvankelijk voor bestemd was. De voorzitter: Ik denk dat dat inderdaad een vraag is richting het college. Dat gaat over die Glansrijke … De heer ’t Lam: Eigenlijk aan mevrouw Schnabel, want die dient hem in, zonder deugdelijke dekking. De voorzitter: Dat is waar. Precies, Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. De voorzitter: Waar dekt u dit geld eigenlijk mee, of deze motie mee? Mevrouw Schnabel: We denken dat binnen, en daarop graag ook aanvulling natuurlijk van de wethouder, het programma Glansrijke Toekomst voor jongeren er eventueel geld beschikbaar zou kunnen zijn om dit uitvoering te geven. Daarnaast hebben we gehoord en ook gelezen bij de evaluatie van de Agenda 2030 dat het soms nog best lastig is om jongeren te betrekken. En deze motie roept eigenlijk op om daar veel meer op in te zetten. En dat komt uiteindelijk ook de resultaten weer ten goede. Dus denken we daar gebruik van te kunnen maken. De voorzitter: Helder. Dan zie ik de heer Bootsman hierop, als interruptie. De heer Bootsman: Ik heb een hele korte vraag aan mevrouw Schnabel.

Want we vinden dit op zich wel een aardig idee. Maar we hebben natuurlijk in Dordrecht al het Jongerennetwerk van de Dordtse Adviesraad Sociaal. We hebben ook een, die op dit moment volgens mij redelijk inactief is, Jongerenraad. Worden die dan allemaal betrokken bij dit voorstel ook? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Jazeker. Dat maakt het alleen maar sterk en krachtig. En zij zouden ook heel goed ingezet kunnen worden om andere jongeren weer te betrekken. Dat maakt uiteindelijk gewoon een brede versterking van de jongeren. De heer Bootsman: Als het gaat over brede versterking van jongeren, dan hadden wij nog een vraag. Het gaat hier natuurlijk over middelbare scholieren en mbo, en dat soort dingen. Basisscholieren zien wij hier niet in. Is dat bewust? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Je zou ervoor kunnen kiezen om op bepaalde beleidsonderwerpen ook basisschoolkinderen te betrekken. Maar als het bijvoorbeeld gaat over wonen, dan zijn dat … En sporten? Sporten raakt natuurlijk ook aan de

61

leefwereld van kinderen. Maar sommige onderwerpen zijn best complex. Je kunt kijken hoe je dat onderverdeeld. Maar dat is wat meer uitvoering. Maar we willen in ieder geval basisschoolkinderen niet uitsluiten om mee te praten. De voorzitter: Helder. Dan op dit punt of motie, is er nog een reactie vanuit het college? Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Ja hoor. Ik kende dit niet. Ik heb het vorige week voor het eerst gehoord in de raad. We hebben de afgelopen dagen even gekeken van, wat houdt het precies in op plekken waar het al wel wordt gedaan? En dan blijkt dat we sommige dingen ook gewoon al doen, bijvoorbeeld met Glansrijke Toekomst. Daar betrekken we jongeren zeker bij en daar willen we ook een kerngroep voor samenstellen met jongeren. We hebben dat bijvoorbeeld ook gedaan op de visie van het voortgezet onderwijs. En ik begrijp wel de vraag om jongeren meer te betrekken bij beleidskeuzes die hen ook raken voor de toekomst. Ik ben wel wat terughoudend om een nieuw gremium op te richten, een nieuwe kerngroep die over van alles en nog wat mee moet praten. Maar dat komt eigenlijk ook een beetje door de ervaring, hij werd net al even genoemd, met de Jongerenraad. Het is best heel ingewikkeld om jongeren ook op ieder onderwerp altijd te blijven motiveren om mee te praten.

En dat is waarom ik de motie heel goed begrijp, maar eigenlijk zou willen pleiten voor een soort light variant, waarbij we binnen de thema's van Glansrijke Toekomst dit nu uit zouden kunnen bouwen. En dan ook kunnen evalueren of het zinvol is om dat verder uit te breiden naar andere beleidsterreinen. Binnen Glansrijke Toekomst is er ook dekking voor. Dat valt namelijk gewoon binnen het programma. Dat zou in ieder geval ons advies zijn vanuit het college, ga voor in eerste instantie de light variant. Zorg dat je de jeugd goed aanhaakt op die thema's die je binnen dit programma ook vormgeeft. Om vervolgens te kijken, kunnen we het uitrollen en hebben we dan ook voldoende grip op de jeugd om ze daadwerkelijk te activeren en te motiveren? De voorzitter: Helder. Dan hebben we nog een aantal of eigenlijk een tweetal, een amendement en een motie van het CDA, en een aantal andere partijen, over het sociaal fonds en meer kinderen sporten en bewegen. Is er op dit moment, we hebben dat al uitgebreid besproken natuurlijk, nog een reactie vanuit de indienende partijen, andere fracties of vanuit het college op die thema's? Ik zie mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Het amendement is ingediend door ene heer Van Dam Timmers. En we herinneren ons dat daar positief op gereageerd is.

Dat er wel een winstwaarschuwing werd gegeven dat het maar voor een jaar dan geldig is. Dan kom je eigenlijk weer op dat over je graf heen regeren. Toch vinden we dit belangrijk genoeg om gewoon als amendement te laten staan, zodat het in elk geval ook weer goed onder de aandacht is en we ons daar nogmaals voor uitspreken dat we dit plan gewoon blijven steunen. Voor de sportende kinderen gaat het om, het budget daarvoor te blijven bestemmen. Dan hadden we er nog één, die kader sociaal fonds. Volgens mij is daar op zich voor in de raad al genoeg over gezegd, tenzij er vraag over zijn.

62

De voorzitter: Die zie ik niet. Dan hebben we de heer ’t Lam, die toch een vraag heeft, denk ik, of nog een ander onderwerp misschien? De heer ‘t Lam: Nee, ik heb een vraag. Klopt het dat ik in het amendement geen dekking gezien heb voor die sportende kinderen? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Nee, dat klopt niet. Het is budget wat daar al voor bestemd is. En als deze periode ophoudt, dan zou het budget vrijvallen en misschien in de algemene reserve vervallen. Maar op dat moment willen wij zeggen van, blijf het alsjeblieft gewoon bestemmen voor waar het voor bestemd was. De heer ’t Lam: Dan heb ik een winstwaarschuwing. Als je geld in de algemene reserve terugstort en je neemt niet het amendement van de SP aan, dan mag je niet beschikken over de algemene reserve, omdat de ratio van het weerstandsvermogen onder de 1 procent zit. Mevrouw Van Vugt-Roose: We zitten inderdaad heel krap met dat weerstandsvermogen en die ratio, enzovoort. Maar ik neem het advies ter harte. Dank u wel. De voorzitter: Hartstikke mooi. Fijn dat we elkaar ook zo kunnen helpen. Dan zijn er nog twee onderwerpen die op tafel lagen, die op zich kort waren, van GroenLinks, waar geen moties of amendementen bij waren aangekondigd. Wie mag ik het woord geven? De heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel. Dan moet ik ze er even bij pakken hoor. Het is laat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/910/documents/42349