CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2025.07.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 23 september 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 1, 2 en 15 juli 2025 en de Dordtse Dinsdag van 8 juli 2025 Vergaderzalen 1, 3, 532.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 8 JULI 2025 Vergaderzaal 5 1. Raadsinformatiebrief over Onderzoek anonieme brief GR Sociaal (resultaten) – Raadsinformatiebrief Voorzitter: De heer Van Dam Timmers Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Balorian (VVD) Dhr. Van den Berg (CDA) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Stam (Fractie Stam) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder C. van Benschop Ambtelijke ondersteuning: mevr. Verkade De voorzitter: Goedenavond allemaal, hartelijk welkom raads- en commissieleden en wethouder Van Benschop, namens het college. Voor het verslag vraag ik allereerst aan alle raads- en commissieleden om zich kort voor te stellen. En we beginnen hier aan de linkerkant. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Stam: Marco Stam, Fractie Stam.

1

Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. Mevrouw Balorian: Mailys Balorian, Dordtse VVD. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordt. Mevrouw Verkade: Dorrit Verkade, ambtelijke ondersteuning. De voorzitter: En Chris van Benschop, maar die had ik al voorgesteld eigenlijk eerder al. En inderdaad mevrouw Verkade als projectleider en ambtelijke ondersteuning vandaag ook aanwezig. Dit is een oordeelsvormende vergadering. Ik stel vast dat we het quorum van 9 fracties hebben gehaald en dat we vandaag spreken over de uitkomsten van het externe onderzoek naar de Sociale Dienst Drechtsteden. Dit is een onderwerp dat voor veel mensen, en in het bijzonder voor direct betrokkenen, een grote impact heeft gehad en aanhoudend ook kan hebben.

En als voorzitter wil ik graag benadrukken dat we als commissie daar ook ons bewust van zijn vandaag, en in alle bijeenkomsten die hier eerder natuurlijk over geweest zijn. Op 2 december vorig jaar ontving het algemeen bestuur van de GR Sociaal een anonieme brief over mogelijke misstanden binnen de Sociale Dienst Drechtsteden. Daarop heeft het dagelijks bestuur op 3 december besloten extern onderzoek te laten uitvoeren. En de gemeenteraad heeft sindsdien via allerlei procesbrieven en besloten bijeenkomsten informatie gekregen over dit gelopen onderzoek. Het volledige onderzoeksrapport is onder geheimhouding verstrekt aan de raads- en commissieleden. Maar er zijn ook 2 openbare bijlagen beschikbaar. Een samenvatting van het rapport en een overzicht van de feitelijke bevindingen. Deze

2

commissievergadering is openbaar. En daarmee mag er ook alleen gesproken worden over de openbare stukken en de openbare informatie die er op dit dossier is. Vanavond gaat het over de gestelde politieke vragen. De SP heeft de volgende vraag gesteld. Heeft de raad voldoende invloed dan wel controle op de uitvoering van de Sociale Dienst, of moet er opnieuw gekeken worden naar de manier van organiseren? Daarnaast hebben de SP, de Fractie Stam, de VSP, DENK, Op Ons Eiland en Forum voor Democratie 6 vragen gesteld, waar ik u graag in wil meenemen. Lettend op de bevindingen uit het rapport rondom het functioneren van het AB en het DB, is de Dordtse gemeenteraad dan van mening dat deze besturen hun verantwoordelijkheid niet adequaat hebben ingevuld en ontslaat deze situatie hen dan van enige verantwoordelijkheid? Dat is vraag 1.

Vraag 2, is de Dordtse gemeenteraad van mening dat enkel op basis van de openbare stukken er een totaal en compleet beeld is van de problematiek bij de SDD? Vraag 3, is de Dordtse gemeenteraad van mening dat op basis van openbare stukken er voldoende argumenten zijn om als gemeenteraad input te geven op de bevindingen en de te nemen maatregelen? Vraag 4, is de gemeenteraad van Dordrecht van mening dat het huidige construct van de GR Sociaal voldoende is om als gemeenteraad juist en tijdig te kunnen anticiperen op situaties, zoals deze de afgelopen jaren bij de Sociale Dienst is ontstaan, zonder hierbij directe invloed te kunnen uitoefenen? Is de Dordtse gemeenteraad, vraag 5, van mening dat zij een volledig inzicht heeft in de problematiek en bevindingen, ondanks het ontbreken van de gevraagde informatie, middels de gevraagde Wet openbaar bestuur of Woo-onderzoek, om de juiste politieke consequenties te kunnen overzien? En dan vraag 6, is de Dordtse gemeenteraad van mening dat het totale onderzoeksrapport openbaar zou moeten zijn om een volledig en complete discussie te kunnen voeren? Dat zijn de totaal 7 vragen waar we het vanavond eigenlijk politiek ook met name met elkaar over moeten gaan hebben. Er zijn een aantal fracties die hier, denk ik, sowieso het woord over willen voeren. Ik zou eerst even willen inventariseren welke fracties sowieso het woord willen voeren.

Welke fractie willen niet het woord voeren hierover? Misschien is dat een vraag. Beter voor Dordt. Eigenlijk iedereen wel, als ik het zo zie. We hebben 1,5 uur. Binnen die tijd moeten we het ook met elkaar, denk ik, wel kunnen redden. We hebben het er al veel over gehad. Het politieke debat willen we eigenlijk als volgt voeren. Is dat we in de eerste termijn eigenlijk fracties aan het woord laten. Woordvoering door fracties en ook het debat met elkaar. Dan vervolgens kan de portefeuillehouder of de ambtelijke ondersteuning een reactie geven op misschien vragen die nog openstaan. En vervolgens kunnen we in de tweede termijn een standpunt innemen over wat we hebben besproken. En aan het einde wil ik het graag met elkaar afronden. Zullen we het zo doen? Ja? Ik zie allemaal geknik. Het is goed gebruik om degene die de politieke vragen ook hebben gesteld eerst de gelegenheid te geven om hun woordvoering te doen. De SP heeft de eerste vraag. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Toen de GR Drechtsteden werd opgeheven, zijn er verschillende onderdelen ondergebracht bij de gemeente Dordrecht. Vanuit die positie verlenen we diensten aan andere gemeenten. Er is een uitzondering, de Sociale Dienst. Het beleid kwam bij de individuele gemeenten. Voor de uitvoering werd door de colleges de GR Sociaal gevormd.

Daarmee gaven ze hun raden een toezichthoudende rol, die onze colleges hadden, uit handen. Immers bij de GR Sociaal controleert het algemene bestuur het dagelijkse bestuur. Oftewel, wethouders controleren elkaar en sommigen

3

zichzelf, omdat beiden in het bestuur zitten. Als raad kunnen we van alles vinden wat er is gebeurd, hoe erg we het ook vinden, alleen wij gaan daar niet over. Hooguit kunnen we onze eigen wethouder in het AB aanspreken. Maar de andere wethouders ter verantwoording roepen, kan niet. Wat we wel kunnen, is onze rol als gemeente weer goed invullen. Uitvoering moet terug naar het college, met een verbod om dit over te dragen aan een GR. Op die manier kunnen we de uitvoering weer controleren en de maatregelen nemen als het verkeerd gaat. Is het college bereid hiertoe voor 1 september een voorstel naar de raad sturen. Wat de andere gemeenten doen, is hun bevoegdheid. Zij kunnen met elkaar doorgaan zonder Dordrecht. Uitvoering weer zelf gaan doen of het via een servicecontract onderbrengen bij Dordrecht. Tot slot, het punt informatieverzoeken. Het is niet goed dat we daar vandaag een discussie over moeten voeren. Het college heeft de plicht, zeker tot de leden van het AB die in de GR Sociaal zitten, hier volledige medewerking aan verlenen. Als er vanuit de GR geen snelle en volledige antwoorden komen, dan verwacht ik als SP dat het Dordtse college ingrijpt en zorgt dat we die antwoorden wel krijgen. Het is niet uit te leggen dat de raadsleden hiervoor een beroep hebben moeten doen op de Woo.

Mogen we ervan uitgaan dat alle nog openstaande vragen binnen twee weken beantwoord worden in een openbaar stuk? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan geef ik het woord aan de heer Stam. Ik heb een paar vragen ook gehoord. Ik neem aan dat die op een later moment terugkomen. De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de agendering vandaag is wat ons betreft te vroeg aan de orde. Ook de weg van Agendacommissie naar deze commissiebehandeling is wat ons betreft niet geheel juist en niet formeel verlopen. Op basis van mailverkeer is in feite besloten om vanavond tot behandeling over te gaan. En mailverkeer waar ook is aangegeven om even een uurtje in te ruimen voor behandeling. Dit doet wat ons betreft geen recht aan de situatie en aan betrokkenen die we nog steeds hebben en nog steeds lijden onder de gevolgen van de situatie waar jaren sprake van is geweest. Wat ons betreft was het onderwerp vanavond van de agenda gehaald. Maar dat blijkt dan weer niet via een e-mail te kunnen. De voorzitter: De heer Stam, ik moet u toch heel even kort onderbreken, omdat vorige week is dit wel, of twee weken geleden, langs de Agendacommissie inderdaad geweest. En toen is het wel op de concept agenda gekomen en is er geen voorstel, ook niet van uw partij, gekomen om dat te veranderen.

Het klopt inderdaad dat het aanvankelijk via mail, maar het is via de Agendacommissie uiteindelijk wel beslist. De heer Stam: Ik heb u gehoord. Ga ik weer verder. Een van de politieke vragen die door vier partijen is gesteld, gaat over de rol van bestuurders in het AB en DB. Wat wisten zij en wanneer wisten zij wat? Hiertoe hebben de vier partijen, die nu de vraag hebben gesteld, dan ook een Woo-verzoek ingediend bij de SDD. Een objectieve en goede behandeling van dit onderwerp op lokaal niveau en de verantwoording daarover door onze wethouder kan naar onze mening dan ook enkel plaatsvinden met de resultaten van het Woo-verzoek in de hand. En ook wij begrijpen dat er sprake is van een gemeenschappelijke regeling. Maar schuilen achter een construct is wat ons betreft op dit moment niet passend. Wij begrijpen en hebben ook

4

geen begrip meer voor het feit dat het Woo-verzoek nog niet is afgerond. We horen continu de complimenten vanuit het bestuur richting de medewerkers, dat deze ondanks de commotie zich 100 procent hebben ingezet en de werkzaamheden zijn doorgegaan en het er niet onder heeft geleden. Dat is ook een compliment waard van onze kant. Maar waar zit dan het probleem in het opleveren van de resultaten van het Wooverzoek? Bij navraag bij raadsleden in andere aangesloten gemeenten, constateren wij dat dit steeds meer vragen oproept. Wie en wat wordt er nu eigenlijk beschermd met het niet opleveren? Het verzoek ligt er immers al sinds januari 2025. Naar wij begrijpen is er wel gewerkt aan het verzamelen van de benodigde stukken. Ook hebben wij begrip voor het feit dat eerst het onderzoeksrapport afgerond moest worden. Maar nu zouden wij niet weten waar dan het probleem nog ligt om tot afronding en oplevering over te gaan, zonder ook maar enige duiding of een eventueel tijdstip van oplevering. Worden we nu aan het bestuurlijke lijntje gehouden? En de resultaten lopen wat ons betreft als een rode draad door de ons gestelde politieke vragen. Er is nog geen volledig en juist beeld om die vragen goed te kunnen beantwoorden. Daarbij hebben steeds meer raadsleden in de diverse gemeenten moeite met de geheimhouding van het totaalrapport.

Dit omdat er een minimale vertaling is gemaakt naar de openbare stukken. Soms missen cruciale punten. Wat ons betreft kan en moet de geheimhouding worden opgeheven. Ook in het belang van de ex van de huidige medewerkers die jaren zijn beschadigd. De bescherming in het rapport van de zo goed als onherkenbaar opgenomen personen is wat ons betreft even wat minder relevant dan die van de beschadigde mensen die buiten rondlopen. Daarbij is voor ons het veel gepredikte woord transparantie van groter belang dan geheimhouding. De voorzitter: U krijgt een interruptie, mijnheer Stam. Mevrouw Boom-Vos. Mevrouw Boom-Vos: Voorzitter, via u vraag ik me af hoe openbaarheid van het rapport de mensen die dan beschadigd zijn, dat zien we allemaal, helpt? Hoe ziet de heer Stam dat? De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Voorzitter, wat ik ook eigenlijk aangeef, een vertaling van het totaalrapport naar het openbare stuk is minimaal. Er staan stukken in het totaalrapport die je in de vertaalslag niet tegenkomt. Die mensen voelen zich nog steeds niet gehoord of zeker onvoldoende gehoord. Vandaar lijkt het ons een goed idee om gewoon dat totale plan naar buiten te brengen, zodat die mensen ook zien wat er met hun gesprekken is gedaan. Wat ons betreft is het zo goed als onmogelijk om de juiste conclusies te trekken.

Ook ontbreekt tot nu toe een verbeterplan of een minimaal overzicht van acties die het AB en DB voornemens zijn te nemen. Het AB en DB verschuilt zich wat ons betreft te veel achter de onschuld van, wij zijn er niet van. Wat ons betreft is dit een stukje onzin. U bent afgevaardigde van onze gemeente, met een verantwoordelijkheid op inhoud en uitvoering. Wat ons betreft is er pas sprake van een goede inhoudelijke discussie, op basis van de gestelde politieke vragen, na oplevering van het Woo-verzoek. Tot zover. De voorzitter: Dank, de heer Stam. Dan had ik vervolgens onder andere de VSP die het woord … Mag ik iemand van de VSP het woord geven?

5

Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik sluit me volledig aan bij de woorden van de heer Stam. De voorzitter: Helder. Iemand van de fractie DENK had ook de vraag gesteld. De heer Ayverdi. De heer Ayverdi: Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken wij over een zeer gevoelige, maar noodzakelijke kwestie. De conclusies en bestuurlijke reactie op het onderzoek naar de Sociale Dienst Drechtsteden, naar aanleiding van een anonieme brief die eind vorig jaar bij het algemeen bestuur is binnengekomen. Die brief bleek geen loze kreet, maar het begin van een diepgaand onderzoek naar structurele problemen. Problemen die mensen hebben geraakt. Mensen die afhankelijk zijn van onze sociale voorzieningen. En laten we helder zijn, voorzitter, de SDD is er voor de inwoners, voor mensen in een kwetsbare positie, voor mensen zonder werk, met schulden, met zorgen. Juist daar mag nooit sprake zijn van willekeur, van mismanagement of het ontbreken van politieke controle. En daarom sluiten ook wij aan bij de woordvoering van de heer Stam. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik nog Op Ons Eiland staan als een van de vragenstellers. De heer Gündogdu: Voorzitter, even kort, eigenlijk ter aansluiting op wat zojuist ook door diverse fracties is gesteld. Voorzitter, waar bij ons de pijn vooral in zit, is dat wij op afstand zitten qua controlerende taak.

Dus ook niet direct invloed hebben wat er zich bij de SDD allemaal afspeelt. We moeten dat doen met de informatie die wij krijgen van het AB dan wel DB. Nu zijn we een onderzoek van maanden verder en een miljoen armer als gemeenschap. En wat nu eigenlijk voorligt, laat toch wel een schrikbarend beeld zien van wat zich allemaal daar bij de SDD heeft voorgedaan. En wat dat betreft sluit ik me ook volledig aan bij datgene wat mijnheer Stam aangaf, om nu dan vervolgens een uur of anderhalf uur hiervoor vrij te maken, terwijl ook heel veel informatie wel bij ons ligt, maar dat we daar niet vrijelijk over kunnen praten, bemoeilijkt eigenlijk het hele proces en tevens ook het vertrouwen in het functioneren van het AB en DB. En dat willen we namelijk niet, dat dat vertrouwen echt weg is. Vandaar eigenlijk ook de oproep, wat ons betreft, om dit achter gesloten deuren dan, omdat het niet in het openbaar kan, maar wel uitvoerig met elkaar van gedachten wisselen hoe het anders zou kunnen. De voorzitter: Ik hoor van nu eigenlijk een verzoek om in beslotenheid een andere keer dat te bespreken eigenlijk? De heer Gündogdu: We mogen niet over het rapport in het openbaar spreken. De voorzitter: Wel over een deel van het rapport natuurlijk. Maar u heeft gelijk dat het inderdaad alleen over het openbare gedeelte mag, omdat het een openbare bijeenkomst is.

En over het besloten gedeelte, dan gaat het vaak over personen, wat inderdaad we hebben afgesproken om niet te doen. Dat klopt. Mevrouw Pichel, heeft u een woordvoering? Mevrouw Pichel: Ja. Dank u wel, voorzitter. We hebben, ondanks dat dit natuurlijk niet per se een voorstel is, besloten om hier oordeelsvormend over te vergaderen. Dat is prettig dat daar steun voor is gekomen. In eerste instantie willen wij het dagelijks bestuur bedanken voor de inzet en alles wat er is gedaan. Er is een grondig onderzoek

6

geweest. En dat is in alle zorgvuldigheid afgehandeld. Natuurlijk met alle gevoeligheden wat erbij is gekomen. Want wanbestuur heeft toch wel een groter effect op een organisatie dan men soms denkt. Een van de vragen die inderdaad wel, staande politieke vragen, is de Dordtse gemeenteraad van mening dat enkel op basis van de openbare stukken er een totaal en compleet beeld is van de problematiek bij de SDD? Dat ligt eraan hoe je het bekijkt. Ik denk dat er nu praktisch gezien heel veel informatie ligt, of dat we dat in open- of beslotenheid met elkaar kunnen bespreken. Maar wat voor ons ook vooral belangrijk is, hoe gaan we verder? Dat geldt dan zowel voor medewerkers als voor de cliënten van de Sociale Dienst. Want als we het hebben over de wanpraktijken op de werkvloer, dan doet dat ontzettend veel. Niet alleen met de sfeer, maar ook met cultuur, met welzijn voor alle betrokkenen. En dat is gewoon niet zomaar opgelost met aanpassingen of wisseling van het management. In die zin bieden we graag steun dan wel eventueel een beslotenheid aan het dagelijks bestuur, door gewoon constructief overleg te hebben, misschien regelmatig contactmomenten. Een kritiekpuntje, maar dat is waarschijnlijk ook omdat het in openheid moet, dat is toch wel kritiek op de procesbrieven. Die waren natuurlijk summier, beperkte informatie. Dat gaf eigenlijk weinig houvast gedurende het proces.

Daarentegen waren de besloten vergaderingen wel heel informatief. Op die manier zou ik die positieve punten wel aan willen houden en gewoon even wat leren van de kritiekpuntjes. Tot zover, denk ik. De voorzitter: Dank, mevrouw Pichel. Zijn er andere fracties die het woord willen voeren? Ik zag hier als eerste de fractie van de VVD. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Laten we duidelijk zijn, wat bij de Sociale Dienst is gebeurd, is ernstig. We spreken over onder andere structurele intimidatie, sociale onveiligheid en vriendjespolitiek binnen een publieke organisatie. Daarom willen wij beginnen, wat mijnheer Stam net ook zei, met erkenning voor de mensen die ondanks deze druk toch zijn doorgegaan met hun werk goed te doen. Voor onze inwoners, die soms geen veilige werkvloer hadden, maar wel de waardigheid hielden om goed te blijven handelen. En dat verdient diepe waardering. Tegelijkertijd zijn we kritisch, want hoe heeft dit kunnen ontstaan en kunnen voortduren? Waarom kregen bestuur en toezicht niet de juiste informatie om te zien wat er werkelijk speelde? Laten we eerlijk zijn, het algemeen bestuur en dagelijks bestuur werd te ver op afstand gehouden. En de raad stond nog verder. Dit alles kon ontstaan in een construct dat we zelf hebben opgesteld, in combinatie met een falen van checks and balances.

Om die reden vraagt deze situatie om concrete maatregelen en politieke zelfreflectie. Niet alleen bij de GR Sociaal, maar ook bij de andere GR-en. De voorzitter: Interruptie van de heer Stam. De heer Stam: Voorzitter, ik zag u een beetje wegdromen bij al die verhalen. Ik heb wel een vraag aan mevrouw Boom. Ik hoor u zeggen van, blijkt dat het bestuur niet voldoende informatie heeft gekregen, waardoor ze niet de juiste dingen hebben kunnen doen. Iets in die trend. Maar waar baseert u dan op dat ze de juiste informatie niet hebben gekregen? Dat maakt nu juist onderdeel uit van het Woo-onderzoek, waarin duidelijk naar voren moet komen wie wat is en wanneer dat is. Waar baseert u dan die conclusie op?

7

Mevrouw Boom-Vos: Zoals we zeiden, we mogen dingen niet uit het vertrouwelijke rapport specifiek benoemen. Maar in de conclusie staat wel dat er niet voldoende informatie is gekomen. Ik kan hier voorbeelden gaan noemen, maar ik weet niet zeker meer of dat dat in het vertrouwelijke rapport staat. Maar vanuit het vertrouwelijke rapport baseer ik die informatie. De voorzitter: De heer Stam heeft een vervolgvraag op dit punt. En ik moet zeggen dat mevrouw Boom wel gelijk heeft, dat specifieke voorbeelden inderdaad onder het vertrouwelijke vallen. De voorzitter: Ik vraag ook niet naar voorbeelden. Ik vroeg alleen waarop ze het baseert. Maar hoe kijkt u dan aan tegen een Woo-verzoek? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: De informatie die wij als raad hebben gekregen, vinden wij als voldoende. Het vertrouwelijke rapport geeft ons voldoende informatie dat we dat niet per se openbaar maken. En wat ik net ook al aan u vroeg, ik betwijfel of dat alle informatie openbaar maken mensen ook helpt. Je schaadt er ook andere mensen mee. Dat is een overweging die wij moeten doen. Het is uw goed recht om een Woo-onderzoek te doen, maar wij zullen daar niet in meetekenen. De voorzitter: Dan heeft u ook een interruptie van mevrouw Kamphuis, van de SP. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter.

Via u wil ik vragen, hoe komt mevrouw Boom erbij dat de slachtoffers dat misschien wel of niet willen? Is dat nagevraagd aan de slachtoffers, of niet? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dat heb ik niet aan ze gevraagd. Maar de slachtoffers zijn geïnformeerd door het dagelijks bestuur van de GR Sociaal. Die zijn meegenomen. Die hebben speciale gesprekken gehouden. Dan denk ik dat daar voldoende informatie is gegeven. En hoe weten we dat de mensen die niet slachtoffer zijn, maar wel genoemd worden in het rapport, hier ook geen schade aan hebben? Dat kunnen we ook niet weten. Die vraag kan ik ook wederzijds stellen. Het is altijd gissen. De voorzitter: Mevrouw Boom, gaat u verder met uw betoog. Mevrouw Boom-Vos: Zoals ik al zei, willen wij dat deze situatie concrete maatregelen en politieke zelfreflectie krijgt. Niet alleen bij de GR Sociaal, maar we vinden het belangrijk dat er ook een check bij de andere GR-en komt, zodat deze situatie niet nog een keer kan ontstaan. En bestuurlijk leren betekent ook voorkomen dat het elders opnieuw gebeurt. Tot slot, voorzitter, wij zien duidelijk dat ons DB-lid, mevrouw Van Benschop, transparant is en niet wegkijkt. Ze is niet onderdeel van het probleem, maar kiest ervoor om wel onderdeel van de oplossing te zijn. En dat geeft ons vertrouwen.

Vertrouwen dat er een strakke aanpak komt en dat er doorvertaald wordt naar een systeemverandering.

8

Die systeemverandering zullen wij natuurlijk wel in de gaten houden, het komende halfjaar, want alleen dan maken we waar wat onze inwoners en medewerkers beloven, een overheid die betrouwbaar, veilig en transparant is. De voorzitter: Dank u wel. Welke volgende fractie kan ik het woord geven? De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Sinds de brieven van december 2024 hebben alle fracties, ook de onze, intens meegeleefd en hebben we onze zorgen geuit. En gaandeweg werd steeds meer duidelijk dat er flink wat mis was. En het onderzoeksrapport liegt er ook niet om, serieuze misstanden die aan het licht zijn gekomen. Wat ons wel aan het begin van dit intense proces vertrouwen gaf, was het snelle en adequate optreden van het DB om een onderzoek in te stellen. Meer informatie is altijd mogelijk. Maar onze fractie is tevreden over de grondigheid van het onderzoek en ziet ook geen reden te twijfelen aan de compleetheid van de onderzoeksresultaten. Nieuwe rust en nieuw vertrouwen bouwen in zo’n organisatie, dat kost tijd. Maar de grondigheid van het onderzoek, de uitgebreide tussentijdse updates, bijeenkomsten, de inzet van de nieuwe interim-directie en de info die het onderzoeksrapport ons allemaal geeft, zijn voor ons op dit moment reden om met vertrouwen vooruit te kijken en ook vertrouwen uit te spreken in de komende periode.

Tot slot willen ook wij graag onze waardering uitspreken richting de medewerkers van de Sociale Dienst Drechtsteden, die in deze onrustige tijd met toewijding keihard hebben doorgewerkt voor onze inwoners. Ook tegelijkertijd waardering voor het DB van de Sociale Dienst. Een vuurproef waar ze mee werden geconfronteerd. En wat ons betreft die ook met resultaat is doorstaan. We verzoeken wel onze wethouder en het DB om ons ook nu, naar de afronding van dit onderzoek, op de hoogte te houden en ons op de hoogte te houden van de voortgang en de vernieuwingen van deze organisatie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Heer. Dan zie ik de fractie van GroenLinks. De heer Den Hartog.

De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Ik denk dat, net als alle overige partijen, het duidelijk is dat de situatie bij de SDD schrijnend is. Velen hebben daar al het nodige over gezegd. Het staat ook in het onderzoeksrapport. Dat staat vast. Ook hierbij een compliment voor de medewerkers voor de dagelijkse gang van zaken, die gewoon bij de SDD door is gegaan. En ik vermoed dat mensen die daarvan afhankelijk zijn daar geen hinder van hebben ondervonden. Dat is allemaal goed. Waar het nu om gaat, wat ons betreft, is wat er daarna gedaan is. Wij zijn heel erg tevreden over de snelle aanpak, meteen de dag na de brief, van het DB in een snel besloten spoedzitting alhier, waar volgens mij ook alle partijen hun waardering hebben uitgesproken voor die adequate aanpak. Dat werd gevolgd door een aantal zaken. Het instellen van het onderzoek, informatiebijeenkomsten die er zijn geweest, verschillende procesbrieven en uiteindelijk dan het onderzoeksverslag, wat we allemaal hebben kunnen lezen. Waarin duidelijke conclusies staan, denk ik, van wat er mis is, maar ook duidelijke aanbevelingen staan wat er gedaan moet worden. Wat ons betreft, ik zei net al, daar zijn we tevreden over, is het nu tijd om daarmee aan de slag te gaan. Die aanbevelingen bieden allerlei handvatten. Wij willen dit uiteraard op de voet volgen, de komende tijd. Maar tot nu toe,

9

het proces zoals het doorlopen is, dat vinden wij de juiste, snelle aanpak die nodig was. En dat was mijn woordvoering. De voorzitter: Dank, mijnheer Den Hartog, van GroenLinks. Dan zag ik de heer Venderbos-Lambinon, van de Partij voor de Dieren. De heer Venderbos-Lambinon: Dank, voorzitter. Ik sluit me eigenlijk aan bij de woordvoering van de heer Den Hartog. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er andere fracties die het woord willen voeren? Mevrouw Koene, van Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Even heel kort. De brief is gekomen. Er is direct gehandeld. Er is onderzoek gedaan. Er komt uit dat een aantal dingen lelijk is. Daar wordt direct ook allemaal weer over gecommuniceerd hoe dat dan beter opgepakt kan worden. Een van de dingen waarvan ik het idee heb dat dat al is geconstateerd, is dat er meer grip moet kunnen zijn op de directie, op het MT. En ik heb ook echt het volle vertrouwen erin dat dit zo wordt opgepakt. Eigenlijk snap ik niet zo heel erg goed waarom we te veel terug gaan kijken naar wat al min of meer afgerond is. Maar laten we nu gewoon met elkaar gaan staan voor een goede oplossing. En ik heb echt het idee dat het DB en het AB en iedereen die er verder bij betrokken is ook in die modus zit. Dat wilde ik dan wel graag even delen. De voorzitter: Dank, mevrouw Koene.

Ik zie de heer Stam, die daar graag een interruptie op wil plaatsen, volgens mij, of in ieder geval de hand aan de knoppen heeft. Klopt dat, de heer Stam? De heer Stam: Ja, voorzitter. Ik snap wel wat mevrouw Koene zegt hoor. Ik bedoel, en wij hebben ook geen commentaar op het huidige handelen van het DB, AB. Het enige wat wij willen weten met dat Woo-onderzoek dat is gewoon, welke afspraken zijn er in het verleden gemaakt tussen AB, DB en de directie? Omdat wij van mening zijn dat een directeur een aantal dingen heeft gedaan die je never en te nimmer in je eentje kan nemen. Wij zijn gewoon benieuwd hoe die lijntjes zijn gelopen, wie toestemming heeft gegeven voor wat? En op basis daarvan willen wij gewoon een bredere discussie voeren dan nu. De voorzitter: Het is niet echt een vraag aan mevrouw Koene, als ik het zo hoor. Klopt dat? De heer Stam: Ik wil er wel een vraag aan plakken? Hoe kijkt mevrouw Koene daar dan naar? De voorzitter: In dat geval heeft u een vraag gekregen. Mevrouw Koene, wenst u daarop te reageren? Mevrouw Koene: Voorzitter, ik zie echt niet in, met de woorden die ik net heb uitgesproken, wat ik nog anders kan zeggen dan dat ik denk dat het verstandig is dat we

10

vooruitkijken. En hoe dingen gelopen zijn, zijn ze gelopen. En dat is gebleken uit het een en ander. En daar wordt op gehandeld. Volgens mij zijn we dan klaar. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Dan zie ik, mevrouw Stolk heeft daar een interruptie op. Mevrouw Stolk: Dan toch even aanvullend daarop. Laat helder zijn dat deze wethouder, en dat hebben we van begin af aan al gezegd, is gaan lopen op alles waar je maar op kon gaan lopen. Ook complimenten daarvoor richting de wethouder. Maar tegelijkertijd hoor ik mevrouw Koene dan zeggen van, even via u, voorzitter, dat het lelijk is. Dat vind ik nog minder dan minder, want het is gewoon schandalig wat daar is gebeurd. En iemand is daarvoor verantwoordelijk. En wie dat is, dat moet boven tafel komen. Want zoiets, wat er bij de Sociale Dienst Drechtsteden is gebeurd, mag nooit, maar dan ook nooit en te nimmer meer voorkomen. Dat mensen in een onveilige situatie terechtkomen, die weggepest zijn, seksuele intimidatie. Het hele rijtje kan ik opnoemen. Daar moet iemand verantwoordelijk voor zijn. En daar is dat Woo-onderzoek voor, om te kijken, wie wist wat op welk moment? En dan zegt mevrouw Koene, dat is lelijk. Maar u bent het toch wel met me eens dat daar iemand verantwoordelijk voor moet zijn? En als blijkt dat dat niemand is, dan is dat niemand. Maar ik ken u als een politiek beest.

U bent toch wel met mij van mening dat de onderste steen daar boven moet komen? Ik geloof echt oprecht dat deze wethouder er alles aan doet om die boven water te krijgen. Maar zolang wij niet alle informatie hebben uit dat Woo-onderzoek, kan je nooit een politiek oordeel geven. Dat bestaat niet. Dat kan niet. En dan kan je zeggen, natuurlijk we moeten vooruit en natuurlijk moeten we vooruit leven. Maar wat er in het verleden is gebeurd, er zijn heel veel mensen hiervoor naar huis gestuurd, met dit soort schandalen die naar buiten komen. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? De voorzitter: Mevrouw Koene, er worden veel vragen aan u gesteld, hoe u ertegenaan kijkt? Mevrouw Koene: Allereerst ben ik in ieder geval niet verantwoordelijk voor wat er gebeurd is. En als ik het woord lelijk gebruik, ik gebruik eenmaal geen woorden als schandalig en dergelijke, want dat vind ik helemaal niet passen. Er is een onderzoek geweest, daar komen resultaten uit, daar is op gehandeld, omdat er een aantal dingen, zo heb ik dat bedoeld, lelijk zijn. En als ik dat alles moet formuleren, dan ga ik daarover nadenken hoe ik dat kan formuleren. Maar ik denk dat de boodschap ervan duidelijk is, wat ik daarmee bedoel. En of de onderste steen boven moet komen, et cetera. Er is een onderzoek gedaan, dat onderzoek is heel uitgebreid gedaan.

Tot op ieder punt zo ongeveer is er bekend wat er is gebeurd, wat er fout is gegaan, wie daarbij betrokken waren. En dat is voor mij voldoende. En ik ben als raadslid nou eenmaal niet degene die in de uitvoering, en helemaal daarin wil gaan zitten, want dat vind ik echt een andere taak. Dan moet ik beleidsambtenaar worden of ik moet wethouder worden, maar dan moet ik niet raadslid zijn. En als ik raadslid ben, dan moet ik erop vertrouwen dat wat er vanuit het AB en het DB komt, dat ik op basis daarvan een oordeel kan vellen over iets. En er wordt u helemaal verder niet om een oordeel gevraagd, want er ligt een raadsinformatiebrief.

11

De voorzitter: Helder. Dan zie ik dat mevrouw Kamphuis daar nog een reactie op heeft. Ik neem aan dat u een vraag heeft aan mevrouw Koene, mevrouw Kamphuis? Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik vraag via u aan mevrouw Koene, is het niet onze taak om de wethouder en het college te controleren? Ik geloof de wethouder, maar het is wel onze taak. Hoe denkt u erover, via de voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, wij controleren op het beleid, wij stellen kaders en wij controleren die. En dat is nou eenmaal zoals het werkt. Maar wij hebben die wethouders. En die moeten gaan lopen op dit soort situaties. Daar zijn ze voor. En die komen dan terug naar de raad en die gaan rapporteren. En daar gaan wij wat van vinden. En volgens mij gaat dat tot nu toe prima en wordt er heel duidelijk iedere keer gecommuniceerd over wat er is besproken en wat er in de planning staat om te gaan doen. De voorzitter: Op zich lijkt het standpunt van mevrouw Koene wel helder. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Ik zie daar nog een interruptie op van allereerst mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Inderdaad een vraag aan mevrouw Koene. Want ik hoor wat ze zegt ook van, het rapport is duidelijk. Daar is het een en ander uitgekomen. En het is dan ook aan het dagelijks bestuur om dat verder te onderzoeken en daar actie op te ondernemen. We zijn dan weer controlerend.

Maar zou mevrouw Koene het misschien ook niet zo zien dat eventuele uitkomsten uit zo’n Woo-onderzoek natuurlijk gewoon onze wethouder of ons dagelijks bestuur zou kunnen ondersteunen? Want het feit dat er iets bekend is waarvan we denken, wie is er verantwoordelijk, zoals mevrouw Stolk ook zegt, dan zou het natuurlijk gewoon het dagelijks bestuur kunnen helpen als alles op tafel komt wat op tafel zou moeten komen. Mevrouw Boom-Vos: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Boom, u heeft een mededeling van huishoudelijke aard, denk ik. Mevrouw Boom-Vos: Ik zie hier interruptie op interruptie op mevrouw Koene. En volgens mij is dat niet iets … Ik vind het niet bij een oordeelsvormende vergadering normaal. De voorzitter: We doen het meestal niet. Maar als je het strikt formeel bekijkt, is het de eerste termijn. Is dit de woordvoering van mevrouw Koene. Wordt mevrouw Koene tijdens haar woordvoering geïnterrumpeerd. In principe is daar geen bezwaar tegen. Ik moet zeggen dat het inderdaad wat bijzonder is de hoeveelheid op één persoon. Maar mevrouw Koene heeft daarin haar eigen grenzen te bewaken. Maar dank u wel voor de suggestie. Dan heb ik nog mevrouw Stolk. Mevrouw Koene: Ik moest volgens mij nog even een reactie geven op mevrouw Pichel.

12

De voorzitter: Nog een reactie inderdaad op … Precies. Heel goed. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Als ik dan geïnterrumpeerd word, dan wil ik ook overal antwoord op geven natuurlijk. De voorzitter: U heeft helemaal gelijk. Mevrouw Koene: Maar ik kan hier geen antwoord op geven, want of de Woo-uitkomsten ondersteunend zijn aan de wethouder, dat laat ik graag aan de wethouder om daar antwoord op te geven. De voorzitter: Helder standpunt. Dan heb ik nog mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat was eigenlijk meer richting mevrouw Koene ook van, dat wat mevrouw Pichel ook aangeeft, het kan ondersteunend zijn aan de wethouder. Maar laten we heel eerlijk zijn, dit is iets wat niet vaak in Dordrecht voorkomt, gelukkig. Laten we dat vooropstellen. Deze wethouder is gaan lopen. Die heeft alle, ik zal het dan voorzichtig zeggen, zooi in haar in haar schoenen geschoven gekregen. De voorzitter: U moet wel een vraag hebben natuurlijk bij een interruptie. Mevrouw Stolk: Dan bent u het toch wel met me eens dat u wil weten wat er in het verleden niet goed is gegaan, zodat we dat in de toekomst niet gaan herhalen? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik heb daarnet al gezegd dat ik vind dat dit soort dingen in de onderzoeksresultaten duidelijk worden. En dan vervolgens het AB, het DB, enzovoort daarmee aan de slag kunnen.

De voorzitter: Helder standpunt, dat u inderdaad ook al herhaalde. Dan denk ik dat ik kan concluderen … Nee, dan zie ik nog iemand voor de eerste termijn. Dat is de heer Wringer, van Beter voor Dordt. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik zal het kort houden. Beter voor Dordt sluit zich aan bij de woordvoering van de ChristenUnie/SGP. De voorzitter: Dat is heel kort inderdaad. Dank, mijnheer Wringer. Dan heb ik nog de heer Van den Berg, van het CDA Dordrecht. De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Voor het CDA was de anonieme brief ook een schok. En we spreken daarom ook onze waardering uit voor de medewerkers die, ondanks deze onveilige situatie, hun werk met volle inzet hebben gedaan. We spreken onze waardering ook uit voor de wethouder en het DB voor hun directe en volledige handeling, met een uitgebreid rapport met goede aanbevelingen. En we hebben het volle vertrouwen dat we hiermee kunnen bouwen aan een nieuwe cultuur. En verder sluit ik me daarbij ook aan bij de woordvoering van de VVD en de CU/SGP. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere fracties? Volgens mij hebben we alle fracties gehad. Dan gaan we eigenlijk naar het tweede gedeelte. En dat is allereerst de

13

reactie van de ambtelijke ondersteuning dan wel de portefeuillehouder. En vervolgens in de tweede termijn kunnen we daar weer verder op reageren. Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, zitten we weer, om het maar even een beetje luchtig te maken. Maar dit is wel de eerste keer dat we het openbaar in een lokale vergadering bespreken. We hebben eerder natuurlijk ook regionale bijeenkomsten gehad, waar we veel meer in de diepte ingingen op het onderzoek. En hier hoor ik inderdaad meer een politiek oordeel, wat ik ook vind dat de raad onderling vooral met elkaar zou moeten bespreken en waar ik als bestuurder verder geen oordeel over heb. Er zijn een aantal dingen aangegeven en vragen gesteld, waar ik dan wel reactie op zou willen geven. Eén daarvan is het verzoek vanuit de SP, of het college bereid is om voor 1 september met een voorstel te komen, met wat ik dan maar even samenvat als het uittreden uit de GR. Namelijk het terughalen van alle bevoegdheden naar de gemeente Dordrecht. Dit is echt wat ons betreft om een heleboel redenen een heel onverstandig idee. We hebben ook in de RIB aangegeven dat we in de governance echt nog wat te verbeteren hebben. Dat deel ik direct. Dat is ook onze eigen reflectie, dat we in de governance echt nog wel veranderingen moeten doorvoeren.

Maar als we alle taken terug zouden halen naar de gemeente Dordrecht, dan verliezen we ook een heleboel samenwerkingskracht, een heleboel efficiency die we hebben gerealiseerd, een heleboel kennis zal dan verloren gaan. Er is een reden waarom we de Sociale Dienst hebben vormgegeven in de vorm van een GR. En die reden is, ook met wat er gebeurd is binnen de organisatie, niet van tafel. Dat neemt nogmaals niet weg dat je wel iets te doen hebt, want hij is ontstaan op 1 januari 2022. Als dit allemaal niet gebeurd was, was 2025 ook het jaar geweest van de evaluatie van, hoe loopt het nu binnen de GR? Er is altijd een lerend vermogen, en dat is met dit onderzoek alleen maar groter geworden, in wat we dan te organiseren hebben om het wel goed te laten lopen. Dat is één. Dan het Woo-verzoek. Er is gewoon een Woo-verzoek gedaan. En daar gaan wij gewoon op antwoorden. Die antwoorden gaan wij gewoon geven. Ik wil wel toch eventjes hier benoemen dat ik het onprettig vind als er wordt gesproken over, wie of wat wordt beschermd? Ik heb geen enkele reden om iets of iemand te beschermen. Zelfs al zou ik het willen, dan kan het niet, want we hebben een Woo. Wij moeten gewoon de informatie leveren die gevraagd wordt. En die gaan we ook leveren.

En het enige wat ik hoop dat deze commissie, deze raad, maar ook de raden in de zeven gemeenten zich realiseren, is dat de informatie die gevraagd wordt omvangrijk is. Het gaat niet over bijvoorbeeld vier verslagen van een managementvergadering of zo. Het gaat over alle communicatie tussen alle personen, alle verslagen. Dat is heel veel zoekwerk. En als het gaat over die documenten, een deel van die documenten zijn verzameld, ook toen het Woo-verzoek gedaan werd, maar ook omdat het onderzoeksbureau daarom vroeg. Een deel van die informatie is geanalyseerd. Maar er is ook een heleboel informatie die gewoon nog verzameld moet worden. Maar belangrijker nog, die ook door de onze Woo-functionarissen die eigenlijk daarop lopen … Die verzamelen de informatie en die zorgen dat het geschikt is om openbaar te maken. Want ook in een Woo-verzoek moeten we lakken, om personen weg te laten bijvoorbeeld. Dat vraagt gewoon heel veel tijd en heel veel ambtelijke capaciteit. We zijn ermee bezig. Het gaat er echt komen. Ik heb geen enkele reden om het langer te laten duren dan nodig, want ik wil ook graag dat die informatie, die u gevraagd heeft, zo snel mogelijk tot u komt. We hebben er nog een aantal liggen. Wij ronden dat ook graag zo snel mogelijk af.

14

Maar ik wil echt benadrukken, ik heb geen enkele reden om in mijn positie of als dB-lid of als wethouder van Dordrecht mensen te beschermen door bepaalde informatie niet te delen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. En ook de heer Stam wil daar graag een vervolgvraag, denk ik, op stellen. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dat klopt. Ik moest er even over nadenken. Is de wethouder, vraag via u, voorzitter, niet van mening dat we dan nog sneller kunnen handelen als er wat gebeurt? En samenwerking kunnen we altijd nog doen met de gemeentes onderling, en de kennis uitdelen. Hoe denkt de wethouder erover? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dank u wel. We hebben het hier over iets wat misgaat binnen de organisatie. En de raad heeft een hele belangrijke taak in het controleren, kaders stellen, zowel richting het college, maar ook gewoon op het kaderstellende beleid wat u vaststelt. In onze raad wordt ook niet gerapporteerd over specifiek binnen de gemeente Dordrecht hoe de organisatie loopt. Het college wordt daar wel over geïnformeerd. En dat is waar ik het grote verschil zie en waar ik vind dat er een verbeterslag moet plaatsvinden. Ik noem dan maar even het AB van de GR Sociaal de raad en het DB het college. En die hebben ook onvoldoende daar de grip op gehad. En daar ben ik het helemaal met mevrouw Kamphuis eens, daar moeten we iets aan doen.

Maar ik zou u als raad niet willen adviseren om op het niveau van uitvoering op organisatieniveau te moeten gaan controleren of dat allemaal goed loopt. Dat is juist waar uw een college, of in dit geval een AB en een DB voor heeft. Wat dat betreft denk ik dat we beiden best hetzelfde bedoelen, alleen dat dat dan informatie zou moeten zijn die voldoende grip geeft voor het AB en niet voor de individuele gemeenteraden. De voorzitter: Ik zie nog een hele kleine vervolgvraag bij mevrouw Kamphuis. Heel kort. Mevrouw Kamphuis: Als u, via de voorzitter, de verbeterpunten heeft, kunt u dat dan terug willen koppelen naar de raad? Mevrouw Van Benschop: Ja, zeker. De voorzitter: Dat kunnen we noteren als een toezegging, als ik dit zo hoor. Dan de heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen van, we zijn druk bezig met het Woo-verzoek. Maar het zou toch wel prettig zijn wanneer u denkt ook maar enigszins een tijdstip te kunnen aangeven wanneer u dat denkt af te ronden. Want juist door het ontbreken van een tijdstip ga je allerlei gedachtes opwerpen, die ook in de wandelgangen al worden geroepen, en de afrekening keihard plaatsvindt naar vorige bestuurders. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, kunt u speculeren over de datum van completering van dit onderzoek?

15

Mevrouw Van Benschop: Het enige wat ik doorkrijg, via de telefoon van mijn collega, is meer een soort beeld wat geschetst wordt over hoeveel uur aan verzoek het kost en dergelijke. Er zijn 7 Woo-verzoeken. En gemiddeld kost dat 400 tot 500 uur per verzoek aan uren. We hopen echt zo snel mogelijk. We doen ons best, maar kijk, het gaat geen 2 jaar duren. Dat kan ik u toezeggen. Ergens in het najaar gaat die informatie er gewoon zijn. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Mevrouw Verkade: En we proberen die verzoeken ook nog eens aan elkaar te koppelen, zodat het sneller gaat. Want anders ga je ze allemaal apart doen. En nu proberen ze te koppelen. Maar we zijn er echt heel hard mee bezig, moet je dan maar op een blauwe ogen geloven. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk wil hier graag ook op reageren. Ik neem aan op de woordvoering van mevrouw Van Benschop. Mevrouw Stolk: Ik hoorde de wethouder zeggen, in dit najaar toch? Dan kunnen we dit najaar ergens het wel tegemoet zien. Dat is helder. Dank. De voorzitter: Dan mevrouw Boom was eerst. Mevrouw Boom-Vos: Ik hoor de wethouder zeggen van, we hebben ongeveer 7 Wooverzoeken, 500 uur per stuk. Dat is 3.500 uur. Ik schrik daarvan. Dat is gewoon 3 fte wat wij hieraan besteden. Is dat allemaal de moeite waard om ergens een heksenjacht op te creëren? Ik vraag me echt af wat de toegevoegde waarde is? Ik zie die niet in.

De voorzitter: Mevrouw Boom, u vraagt een politieke mening eigenlijk aan mevrouw Van Benschop. Mevrouw Boom-Vos: Ik vraag hem niet aan de wethouder. Ik vraag hem aan de heer Stam. De voorzitter: Maar u vraagt het aan de heer Stam. Daar hebben we zo meteen in de tweede termijn denk ik even ruimte voor. We waren nu even bezig in het stukje van mevrouw Van Benschop. Maar ik denk wel dat het een goede is om ook met elkaar, want dat is denk ik best een goede vraag, even te bespreken. Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel. Ik zit nog heel even te kijken. Er werd gevraagd door de VVD of we ook een check bij andere GR-en doen? Zeker. Niet door middel van zo'n heel onderzoek wat we hier hebben gedaan. Dat kunt u ook op mijn bruine ogen geloven. Maar even zonder gekheid, uiteraard zijn we echt, niet alleen trouwens binnen de GR-en, maar ook binnen onze eigen organisatie in Dordrecht en andere gemeenten doen dat ook, een check aan het doen van, hoe hebben we het eigenlijk allemaal georganiseerd? Zijn er overal externe vertrouwenspersonen? Is er overal een integriteitscoördinator? Hebben we dat allemaal wel goed georganiseerd? En dat doen we ook bij de andere GR-en. En wat we ook doen is andersom, DG&J bestaat al ietsje

16

langer in deze vorm. En sommige dingen lopen gewoon voor. En daar gaan we ook van proberen te leren om te kijken, wat doen zij beter dan wij en wat kunnen wij daarvan overnemen? Dan werd er een vraag gesteld vanuit de ChristenUnie/SGP over de voortgang, of we daarover kunnen rapporteren? En wij hebben al toegezegd, en dat zal ik nog een keertje expliciet doen, dat wij de raad uiteraard meenemen in de voortgang van het verbeterplan, waar de interim-directeur nu mee aan de slag gaat, of wat zij nu aan het creëren is, samen met de medewerkers. En dat gaan we ieder kwartaal gewoon doen. We gaan ieder kwartaal gewoon een update geven aan de raden. Tenminste, ik ga dat doen aan deze raad. En ik ga ervan uit dat de andere AB-leden dat aan hun raden zullen doen. Met een voortgang van, waar staan we nu ten opzichte van vier of drie maanden geleden, en hoe loopt dat proces? Dat gaan we doen. Dat was het, volgens mij. En verder waren er nog wat opmerkingen die ik meeneem. Bijvoorbeeld over de procesbrieven en informatie. De voorzitter: Heel goed. Ik kijk heel even rond. Mijn indruk is dat alle vragen dan, die er waren, ook netjes beantwoord zijn. Dat betekent dat we toegaan in deze oordeelsvormende vergadering naar de tweede termijn, waarin eigenlijk fracties een standpunt kunnen innemen over hetgeen wat besproken is en wat er voorligt.

En dat er nog een aantal politieke punten, die misschien ter tafel zijn gekomen, nog besproken kunnen worden. Een vraag denk ik van mevrouw Boom die langskwam is van, is dit het allemaal waard op die manier? En het staat fracties natuurlijk vrij om daar in hun eigen woordvoering ook op te reageren. En ik zag dat die direct aan de heer Stam werd gesteld. We hadden net een volgorde, ik denk dat we nu gewoon gaan op de volgorde die mensen zelf wensen. Dan geef ik eerst het woord aan mijnheer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik snap de vraag wel van mevrouw Boom. Ik vind hem een beetje onrealistisch. Ik bedoel, ik ben verantwoordelijk met een aantal partijen voor één Woo-verzoek en niet voor zeven. En ik word ook door de GR en door de wethouder niet persoonlijk geïnformeerd dat er nog zes anderen zijn. Dat hoor ik hier via vergaderingen. Wij zijn verantwoordelijk voor één Woo-onderzoek. Die loopt sinds januari. Hebben we gekregen dat de informatie grotendeels is verzameld. Wij wachten op de afronding. En wat die andere Woo-verzoeken betreft, ik weet niet eens de inhoud, ik weet niet wat de vragen zijn. Ik vind het wel bijzondere vraag. Maar misschien moet u hem meegeven aan de wethouder of aan een AB-lid om in het AB te stellen. De voorzitter: De heer Stam, het is ook de tweede termijn.

U kunt ook uw standpunt innemen over wat er vandaag voorligt, op basis van de politieke vragen. De heer Stam: Jazeker. Maar dat is wat mij betreft een herhaling van de eerste termijn. Wij zijn van mening dat we het Woo-verzoek, de beantwoording, nog nodig hebben om tot een totaalbeeld te komen. Wij zouden liever deze oordeelsvormende behandeling over de zomer heen trekken. De voorzitter: Helder standpunt. Dan geef ik het woord aan mevrouw Stolk, van de VSP. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik wil toch nog heel eventjes reageren ook op mevrouw Boom. Want als er één partij is, de Dordtse VVD, die altijd op de centjes let, dan is de VVD dat

17

wel. En dit onderzoek heeft meer dan een miljoen gekost. Als u zegt van, een aantal partijen voor één Woo-onderzoek, u bent het toch met me eens dat dit echt wel ook noodzakelijk was, dit onderzoek? En dat dat Woo-onderzoek ook boven tafel gaat halen wie op welk moment wat wist. Of zegt u van, weet je, daar zitten verder geen politieke consequenties aan, we hebben het onderzoek, alles is klaar, het is afgerond, het is allemaal netjes en we gaan gewoon vrolijk door? Buiten het feit dat ik echt wel vertrouwen heb in deze wethouder. Laat dat heel helder en duidelijk zijn. Maar dat er fouten ergens zijn gemaakt, wat ons betreft is die onderste steen nog steeds niet boven. En wat ons betreft blijft het feit dat die onderste steen boven komt. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? Even los van het feit over die zeven Woo-onderzoeken. Wij hebben er inderdaad maar eentje ingediend. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ten eerste, ik schrok heel erg van die Woo-onderzoeken. Ik was in de veronderstelling, omdat er meerdere vragen in uw Woo-vraag zat, dat dat het geheel behelsde. Het blijken er nog meer te zijn. Daar zit het misverstand. Waar volgens mij ook een misverstand is, dat u benoemt van, er is maar één onderzoek. Die miljoen die dit allemaal kost, en dat is schrikbarend veel geld, is meerdere onderzoeken.

Is niet alleen het integriteitsonderzoek geweest, ook een ander onderzoek. Dat kost heel veel geld. Maar dat is wel bedoeld geweest om de onderste steen, in onze ogen, naar boven te halen. Want in integriteitsonderzoek, in dat rapport, staan meerdere aanwijzingen welke informatie er naar het DB is gegaan en welke acties er zijn ondernomen. En omdat het een extern onderzoek is, vertrouwen wij dat externe onderzoek en hebben wij niet het gevoel dat er nog meer onderzocht moet worden. De expertise van dat onderzoeksbureau, daar hebben wij geen aanleiding voor dat dat niet voldoende is. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Helder standpunt. Dan mevrouw Stolk, een korte reactie daarop. Mevrouw Stolk: Dan nog een vervolgvraag. Voor de Dordtse VVD is het standpunt, zonder het Woo-onderzoek de onderste steen boven gekomen wie er nu politiek verantwoordelijk is voor wat er bij de Sociale Dienst Drechtsteden is gebeurd? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Daar verdraait u mijn woorden. Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat er informatie is gekomen waar wij vertrouwen in hebben, omdat het door een extern onderzoek is geweest en dat wij daar voldoende vertrouwen in het onderzoeksbureau en in het AB en DB hebben, dat wij niet verder hoeven te zoeken. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk.

18

Mevrouw Stolk: Volgens mij is het dan toch klip-en-klaar. Dan zegt u toch, er is voor de rest niemand politiek verantwoordelijk? De voorzitter: Dat is een opvatting van u, mevrouw Stolk, en geen vraag aan mevrouw Boom. Dan heb ik daarmee ook uw woordvoering in de tweede termijn gehad, denk ik, mevrouw Stolk. Klopt dat? Mevrouw Stolk: Voorzitter, nee, als ik dan nog even af mag ronden. Wij kunnen pas een politiek oordeel … Laat ik het zo zeggen. De wethouder is voortvarend aan de slag gegaan. Alles wat er tot nu toe gedaan is, is prima. Maar wat ons betreft moet die onderste steen boven komen. En dat komt waarschijnlijk naar boven met dat Wooonderzoek. En dan pas zullen wij een politiek oordeel vellen. En zolang dat er niet is, doen wij dat niet. De voorzitter: Helder. Dan mevrouw Koene, die heeft daar een interruptie op. Mevrouw Koene: Zeker. Ik ben gewoon nieuwsgierig. Ik hoor nu een aantal keer, tenminste van mevrouw Stolk, dat ze erachter wil komen wie er politiek verantwoordelijk is voor deze situatie. Wat zijn haar verwachtingen daarbij? De voorzitter: Goede vraag. Mevrouw Stolk, wat zijn uw verwachtingen? Mevrouw Stolk: Dat is een hele goede vraag. Dat weet ik niet.

Maar dat hier iemand politiek verantwoordelijk voor is, en dat is misschien een aanname die ik nu doe, maar dat kan haast niet anders dan dat niemand, maar dan ook niemand heeft geweten wat er bij de Sociale Dienst Drechtsteden aan de hand was. En dat hebben wij echt uit diverse hoeken gehoord. En geloof me, dat is echt betrouwbare informatie geweest. Het is niet zomaar nattevingerwerk. Ik heb het zelfs nog een-op-een met de wethouder gedeeld. Er moet iemand zijn geweest die hiervan op de hoogte was. Dat kan niet anders. Mevrouw Koene: Maar voorzitter, dan nog een aanvullende vraag. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Want ik hoor mevrouw Stolk lof uitspreken naar mevrouw Van Benschop. Zeer veel lof en complimenten geven. Dat is hartstikke mooi. Dat verdient ze ook. Maar tegelijkertijd zou dat namelijk precies de enige zijn die politieke verantwoordelijkheid hierop zou moeten kunnen pakken. Die snap ik niet. Daarom vraag ik het. De voorzitter: Dat is een goede vraag. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat is inderdaad een goede vraag. De voorzitter: Via de voorzitter. Mevrouw Stolk: Wij kijken daar toch, via u, voorzitter, iets anders tegenaan. Want wij zijn van mening dat het bij deze wethouder in de schoenen geschoven is en dat zij deze

19

portefeuille overgenomen heeft van haar voorganger, voorgangers, kan mij het schelen wie het zijn. Maar iemand ergens, en of dat hier in Dordrecht is of elders, moet hier verantwoordelijk zijn. Punt. De voorzitter: Helder standpunt van mevrouw Stolk. Kijk, politiek gezien is de wethouder verantwoordelijk en ook het DB-lid. En dat is mevrouw Van Benschop. En ik denk dat dat ook het punt is wat mevrouw Koene probeert te benadrukken. En ik denk, daar hebben we verder niet heel veel informatie nu over. Heb ik nog andere fracties die in tweede termijn een standpunt willen innemen? Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Eigenlijk aansluitend op wat mevrouw Stolk aangeeft. Voorzitter, we zijn maar een lokale partij en hebben misschien wat andere standpunten over verantwoordelijkheid nemen en een politieke verantwoordelijkheid nemen. Kijk, waar wij van af willen, is wie er ook verantwoordelijk is dat er allerminst, kijkend naar het afgelopen pakweg halfjaar en wat daar in die rapporten staat, dat er één iemand opstaat, ik kijk even niet naar mevrouw Van Benschop, maar dat één iemand opstaat en zegt van, excuses, ik had het anders moeten organiseren. En we zijn gewend in dit land dat niemand dat doet.

Een mooie anekdote, nog twee weken geleden zei voormalig premier Mark Rutte, die bijdrage van 5 procent van Nederland kan er wel bij, want Nederland heeft voldoende geld. Terwijl in zijn regeringsperiode er nooit geld was. Om aan te geven, bestuurders nemen een andere rol. En al de zooi die zij hebben achtergelaten, die blijft daar waar het is. En daar willen wij eens een keertje vanaf. Als lokale partij zeggen wij ook, geef die Wooonderzoeksresultaten aan ons. Dan maken wij wel een oordeel wie excuses moet aanbieden. En dan zullen we dat ook openlijk vragen. Dat is wat wij gaan doen. De voorzitter: Ik hoor een standpunt. Mevrouw Kamphuis heeft daar een reactie op. Mevrouw Kamphuis: Ik had een vraag, via u, voorzitter. Is de mijnheer het ermee eens van, die excuses is leuk, maar wat hebben de slachtoffers daaraan? Moet er niet nog meer richting die mensen? De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Heel logisch vervolg, voorzitter, richting mevrouw Kamphuis. Kijk, wat bij ons heel diep zit, en dat zijn denk ik bij alle vragenindieners, dat wij ons ernstig zorgen maken dat juiste de zwakkeren in de samenleving, sorry, excuses voor mijn taalgebruik, maar die nemen diensten af van de Sociale Dienst Drechtsteden.

Op het moment dat deze anonieme brieven er niet waren, hadden we blijkbaar ook geen onderzoek, hadden we geen omkijken naar al die mensen die mogelijk zijn gedupeerd, al die medewerkers die zijn gedupeerd. Terecht, wat heeft dat gedaan met al die mensen die daar diensten van hebben afgenomen? Weten we niet. Althans, op basis van het onderzoek zeggen de onderzoekers, die hebben er geen last van gehad. Ik laat het even in het midden. Ik weet het niet. De voorzitter: Precies. Maar we hebben natuurlijk wel het onderzoek gekregen, waarin dat als uitkomst komt. En de vraag is natuurlijk, welke waarde geef je dan aan het

20

onderzoek? U stelt er weer twijfels bij. En dat is ook weer een politieke mening. Ik zag mevrouw Koene, dat die stond te popelen om daarop te reageren. Klopt dat? Mevrouw Koene: Zeker. Ik ga alleen even een klein stukje terug. Want ik hoorde mijnheer Gündogdu zeggen over, dat er iemand moet opstaan om politieke verantwoordelijkheid te nemen. Ik heb net de conclusie getrokken dat het niet om mevrouw Van Benschop gaat. Gaat dat dan om de heer Heijkoop? De heer Gündogdu: Voorzitter, of het mijnheer Heijkoop of een voorganger is, dat interesseert me niet. Maar er is blijkbaar de afgelopen jaren zoveel shit gebeurd binnen de Sociale Dienst Drechtsteden, ik geef echt geen namen, zij moeten maar opstaan en excuses aanbieden, mocht uit dat Woo-onderzoek ook duidelijk blijken dat er rotzooi was gemaakt en men op de hoogte was. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, u had net zelf al de conclusie getrokken dat ik … Tenminste op basis van wat ik heb gezegd, heeft u dat bevestigd, dat er maar één politiek verantwoordelijk is op dit dossier, en dat is mevrouw Van Benschop. De heer Gündogdu: Voorzitter. De voorzitter: Zo is het georganiseerd inderdaad. De heer Gündogdu: Zo is het georganiseerd. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Maar dat is namelijk de oude traditionele manier van politiek bedrijven. Daar zijn wij niet van.

Degene die shit heeft achtergelaten, die biedt zijn excuses aan. Wie dat dan ook moge zijn. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dat kan zo zijn. Ik bedoel, het kan ouderwets zijn of wat dan ook, maar het is nou eenmaal zo geregeld. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis heeft nog een woordvoering in de tweede termijn. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik kan het heel lang of heel kort houden. Ik ben het met mevrouw Stolk eens en Op Ons Eiland. De voorzitter: Helder standpunt. Dan mevrouw Boom, van de Dordtse VVD. Mevrouw Boom-Vos: Ik hoor hier een heleboel emotie. En dat is terecht. Ik hoor hier ook zoeken naar een verantwoordelijke. Daar hebben we een hele discussie over gehad. Ik hoor nergens, of ik heb het in de eerste termijn van mevrouw Koene gehoord en ook wel een paar mensen, maar ik wil toch oproepen om te kijken vooruit. Laten we leren van die

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/910/documents/42349