2.6 2025.04.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
39
De voorzitter: Dan zag ik een vinger van de heer Safranti, en de heer Katif, maar ook de heer Noldus en de heer Hartmeijer. Het is zeven minuten voor tijd. Wat wil de commissie doen? Kunnen we nog even doorgaan? De heer Safranti: Nee, ik hoef niet. De voorzitter: Nemen we even iets ruimte om nog even de vragen ... De heer Safranti: Ik stel mijn vraag en daarna kan ik weg. De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Ik wil eigenlijk een opmerking maken richting de wethouder. Want ik hoor de wethouder heel makkelijk over een bestemmingsplan praten. En toevallig weet ik over dat stukje buurt dat dat zware industrie is geweest en dat dat niet zo makkelijk is om van bestemming te wijzigen. En dat we eventueel ook de provincie straks op ons dak hebben. Ik wilde vragen of dit straks misschien een belemmering kan zijn, of daar al rekening mee gehouden is? Dank u wel. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, volgens mij sprak ik er niet heel gemakkelijk over. Het is natuurlijk heel makkelijk uitgesproken, je kan een bestemmingsplanwijziging aanvragen. Dat is heel makkelijk. Maar daar zit een heel proces aan vast.
En dat willen we echt wel bij de initiatiefnemer neerleggen, dat dat degene is die ook goed nadenkt over, wat schrijf ik op en ben ik bereid om die investering te willen gaan doen om al die processen door te moeten? Want het kan inderdaad, wat u zegt, best goed zijn dat er nog andere partijen zijn die kritisch meekijken van, wat willen wij en kan er allemaal? Maar dat is wel de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, op het moment dat hij in zijn plan opschrijft, ik heb iets wat buiten bestemmingsplan is, maar ik wil het wel heel graag mee gaan nemen. Dat is risico van initiatief nemen. De voorzitter: De heer Noldus. En dan ga ik naar de heer Katif. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Over dat laatste punt waar de wethouder het over had, voor de vraag kwam, ging over het instrument om bijvoorbeeld een termijn op te nemen voor realisatie. Er werd al wat op geknikt. Kwam in de eerste termijn ook al naar voren. Maar ik ben benieuwd of er nog andere instrumenten zijn die we als gemeente in zouden willen zetten. Want het lijkt mij in ieder geval dat als er instrumenten zijn dat het moment van de uitvraag richting de markt het moment is dat je dat kenbaar wil gaan maken. En ik kan me voorstellen dat we misschien een eerste recht van terugkoop willen onderhandelen, of iets dergelijks, als een initiatief stagneert. Maar de vraag kwam nu richting de commissie.
Ik zou toch de wethouder willen vragen om te denken welke voorwaarden aan de markt we mee willen geven bij een uitvraag. De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Is wel heel inhoudelijk, denk ik, hoor. Mevrouw De Jonge: Dat is vrij inhoudelijk. Ik neem hem ook mee zeker, want het is dan ook zo'n onderdeel wat in die uitvraag goed inderdaad geformuleerd moet worden. Inderdaad het recht van eerste koop is ook zoiets wat je zou kunnen opnemen.
40
Mevrouw Kruger: Voorzitter. Mevrouw De Jonge: Dat hebben we nu, volgens mij, nog niet helemaal zo uitgedacht. Die nemen wij ook mee. De voorzitter: Er was iemand die eerder een vraag had, mevrouw Kruger. Of gaat het even om dit stukje wat verhelderd moet worden? Mevrouw Kruger: He gaat wel even om dit stukje. Want ik bedenk me opeens, als ik hoor over eerste terugkoop, er zit ook nog iets als OCB of zo in het hele gebeuren, die ook nog een eerste recht heeft, zodra we het bestemmingsplan veranderen. De voorzitter: Mag ik heel even, want dit wordt wel heel erg technisch. Dit is niet echt meer politiek. Mevrouw Kruger: Is waar. De voorzitter: Ik zou heel graag even misschien ... Mevrouw Kruger: Is waar. De voorzitter: De heer Katif, heeft u nog een vraag? De heer Katif: Mevrouw Van Vugt is het ook met me eens dat ... Goed hè? De voorzitter: Wat fijn. Altijd? De heer Katif: Willen we überhaupt het pand daarna terugkopen? Ik bedoel, dat doen we niet voor niks van de hand. Er is een optie. Maar willen we dat überhaupt terugkopen? Want u zegt ... Willen we dat? Mevrouw De Jonge: Die moet ik echt mee terugnemen, want wij gaan ervan uit dat er natuurlijk gewoon een heel succesvol initiatief in komt en dat het geweldig gaat lopen. Eenmaal verkocht is het niet meer van jou. En dat kan een afweging zijn dat je zegt, dan hoeven we het ook niet terug.
Maar ik moet ook echt even met beleidsvelden afstemmen, bijvoorbeeld als een erfgoed en alles, dat zij zeggen, dan willen we het per se terug. Of dat ze zeggen, met de kaders die erop liggen, kan de volgende eigenaar ook eigenlijk alleen maar binnen die kaders het weer doorverkopen. Dan hoef je misschien je eerste recht van koop niet per se zo te regelen, want dan zit je er weer mee. Dat ben ik met u eens. De heer Katif: Voorzitter, wij zouden hem wel voor een euro terugkopen, als hij helemaal gesaneerd is. De voorzitter: Dat mag de verkoper dan bepalen. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Meer even ter verheldering. Begrijp ik het goed dat de koper een partij moet zijn die geen subsidieaantrekkende activiteiten onderneemt,
41
zoals de kaders zeggen, maar dat dit niets zegt over de uiteindelijke gebruiker? Dat kan wel degelijk een organisatie zijn die een beroep kan doen op subsidie. En de tweede is, er wordt uitgegaan van maritiem, historie en stad. En pas als dat het allemaal niet zou halen, dan wordt verder gekeken. Heb ik hem dan zo goed begrepen? De voorzitter: Mevrouw De Jonge, ja of nee?
Mevrouw De Jonge: We hebben geformuleerd dat de Biesboschhal en het gebied eromheen moet een stedelijk maritiem karakter krijgen, dat past bij Dordrecht. Zo hebben we hem geformuleerd, als criterium waar we op gaan toetsen. Daar moet elke inschrijving aan gaan voldoen. Nu ben ik even uw eerste vraag vergeten. Excuus. De heer Hartmeijer: Het verschil tussen de koper en de subsidie en de uiteindelijke gebruiker. Mevrouw De Jonge: Kijk, het belangrijkste wat wij gezegd hebben, is dat het zelfstandig exploitabel is. We vragen ook een businesscase van degene die inschrijft van, wat ga je daarin doen en ga je dat ook vol kunnen houden? Kopen is één, maar daarna nog meerjarig exploitabel kunnen houden is twee. Vooral in dat exploitabel houden, daar zullen we heel kritisch naar gaan kijken, hoe denkt deze koper met wie het te gaan vullen en welke activiteiten erin komen? En dat zijn niet subsidieaantrekkende activiteiten, zoals geformuleerd is. Maar het geheel moet kloppend zijn van de businesscase is, zelfstandig exploitabel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond naar de commissie of er nog behoefte is aan een tweede termijn? Ik zie wat vingertjes. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Ik weet niet waar ze voor zijn. De heer Noldus: Ik had nog een vraag over een onderwerp waar ik nog geen antwoord op heb gehad.
Het ging over het nabuurschap en hoe het college daarnaar kijkt, in relatie tot ... De voorzitter: Het nabuurschap. De heer Noldus: Of het college met ons van mening is dat dat inderdaad alleen werkt als het twee kanten op gaat? En hoe dat zich dan ook verhoudt, wat inschrijvende partijen mogen verwachten van de partijen in de omgeving? Hij is nu als nabuurschap geformuleerd. De voorzitter: U had de vraag, denk ik, net ook wel genoteerd. Is er een antwoord? Mevrouw De Jonge: Dank u, voorzitter. Kijk, we kunnen bij deze uitvraag nabuurschap echt opleggen aan degene die het gaat kopen. Geef je aan, wij verwachten van jou dat je goed invulling geeft aan. Wij kunnen niet aan de omliggende partijen hetzelfde nu
42
opleggen met deze verkoop, want die zitten er al. Wat wij vragen aan degene die daar komt, is te investeren in de relaties met de omwonenden en de partijen die er al zitten. Wij gaan ook kijken hoe zij inschrijven, dat ze invulling gaan geven, hoe gaan zij om met het museum dat er al zit? Hoe gaan ze om met de Leefwerf? Hoe gaan ze om met de mensen die daar wonen op de schepen dan wel in de woningen dichtbij? Dat is wat wij kunnen opleggen en kunnen beoordelen. Met de anderen die aanwezig zijn al op Stadswerven kunnen we alleen maar luisteren of zij ervaren natuurlijk of dat ook in goede harmonie gaat, maar dat kunnen wij niet via deze inschrijving natuurlijk op die manier opleggen. De voorzitter: De heer Noldus wil nog wat zeggen. De heer Noldus: Voorzitter, toch een vervolgvraag. Dat klinkt me dan niet echt als nabuurschap, want dat komt volgens mij echt van twee kanten. Maar we hebben het ook gehad over parkeren, het parkeerterreintje bij de Leefwerf. Is dat toch iets wat in afstemming betrokken kan worden? En ik kan me voorstellen, zeker als we kijken naar de maritieme functie, dat je ook wel kijkt naar de kade langs de Biesboschhal. En dat je daar op termijn toch ook gaat kijken hoe je die afspraken met elkaar kan maken, dat het voor iedereen werkt.
En ik kan me toch voorstellen dat initiatiefnemers daar een bepaald idee bij hebben, waarbij ze ook met hun toekomstige buren die afstemming zoeken. En ik ben toch benieuwd wat we daar in het proces aan mogelijk willen maken. De voorzitter: Ik zit toch wel even te kijken, want het is wel technisch weer heel inhoudelijk natuurlijk. Mevrouw De Jonge: Het is technisch. Maar even op dat laatste in te gaan, dat is dat nabuurschap wat wij dan eenzijdig hebben opgelegd. Daar geven zij aan, hoe gaan ze om inderdaad met de gebruikers van de kade, van de Leefwerf, van het museum en omwonenden, in de woningen die eromheen zitten. Dat is waar we zeker op gaan beoordelen. En als we samen met de Leefwerf, want de Leefwerf heeft ook haar eigen opgave voor parkeren, daar zijn we ook mee in gesprek als gemeente, met een oplossing komen, dan zijn wij natuurlijk daar ook blij mee als ze elkaar op die manier als buren gaan helpen en ontmoeten. De voorzitter: Ik zag nog een vinger van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Klopt, voorzitter. Vraag is eigenlijk, en ik heb dat daarnet al wel gezegd, of er nog een versie komt waar alle ballast uitgehaald wordt, zodat er concreet en puntig geformuleerd is wat er wel en niet de bedoeling is. En met betrekking tot die marktconformiteit blijven we het raar vinden dat het gekoppeld ...
Het zou wat ons betreft gekoppeld moeten zijn aan de taxatiewaarde en niet afhankelijk zijn van wat erin komt. Ik bedoel, als je een huis te koop zet, dan doe je dat ook op basis van de taxatiewaarde. Ik hoop in ieder geval voor elkaar te krijgen dat die toetsing echt gebeurt op basis van die taxatie. De voorzitter: Is dit gewoon een opmerking, of verwacht u een antwoord?
43
Mevrouw Koene: Ik zou het liefst natuurlijk van de wethouder horen dat dat ook zo gaat gebeuren. De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dank u wel. Ten aanzien van die taxatie, de functie die erin komt, bepaalt de waarde. Dat is wel zo, mevrouw Koene. We hebben het recent zelf gehad met het pand van onze eigen gemeente. En dat hebben we laten taxeren op bepaalde activiteit. En daar kwamen waarden uit. En dat initiatief, dat was de vraag, gaat dat door of gaat het in een andere vorm door? Toen is er gezegd, dan moet de taxatie opnieuw. Want als de activiteiten die erin komen gaan veranderen, dan heeft dat andere waarden. Als je iets voor wonen beschikbaar kan stellen op de markt, dan heeft dat een hele andere waarde dan ik het voor onderwijs of voor een zorg of voor een andere maatschappelijke ... De heer Tutupoly: Voorzitter. De voorzitter: Is uw antwoord zo ... Ik had eerst nog even een vinger van mevrouw Van Vugt en dan ... De heer Tutupoly: Maar het is even een reactie op. De voorzitter: Heel kort. Ga uw gang. De heer Tutupoly: U zegt, is afhankelijk van de functie. Maar de functieomschrijving is heel breed in dit verhaal. Dat heeft juist een hogere waarde, omdat je eigenlijk zegt, je mag er kantoren vestigen, je hebt een maatschappelijk verhaal. Dus je kan wel degelijk een waarde daaraan toekennen.
Want of er een kledingzaak in komt, wat onder retail valt, en de volgende keer komt er een ander winkel, het is winkel. En hier is het heel ruim omschreven. Naar mijn idee kan er wel degelijk een waarde aan toegekend worden, omdat die bestemming heel erg breed is. De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, juist omdat we het zo breed hebben gemaakt, is het niet eenduidig welke taxatiewaarde je eraan hangt. Daarom hebben we ook die expert de taxatie laten doen van, kijk eens naar de scenario's en kijk daar ook eens naar minimum en maximum in scenario's. Om een beetje gevoel te krijgen, wat is de range die hier gaat vallen? Zodat wij wel het gevoel hebben, als mensen straks inschrijven, dat dat ook passend is bij de kwaliteit, de plannen die ze inleveren om daar te doen. Hadden wij gezegd, er mag alleen maar kantoor komen, dan had ik een veel concretere taxatie kunnen laten uitvoeren voor ons als gemeente. Want dan was eenduidig geweest van, dan moeten we gaan rekenen met de waarde die aan kantoor vierkante meters en locaties wordt gerekend. Maar nu is eigenlijk de taxatie afhankelijk van wat erin gaat komen. En die breedte willen we wel heel graag hebben, omdat we juist de kans willen geven aan heel veel initiatieven om kenbaar te maken dat ze iets willen met de Biesboschhal.
We maken het ons misschien moeilijker in dat oogpunt, dat we voor onszelf ook mee moeten kunnen gaan in de prijzen die straks gekoppeld worden aan de activiteiten.
44
De voorzitter: Even voor de helderheid, ook voor mijn begrip, wethouder, want het verschil even tussen de taxatie, dat is een waardebepaling, en de prijsbepaling. Kunt u nog even dat onderscheid maken? Want er is al een taxatie, heb ik begrepen. En dan komt er straks een prijsbepaling, afhankelijk van de criteria? Begrijp ik dat goed? Mevrouw De Jonge: Niet door ons. Kijk, degenen die gaan inschrijven gaan zeggen, het pand is mij zoveel waard. En zij zijn degenen die gaan rekenen van, maar ik moet nog investeringen doen, ik moet het aankopen. En dat gaat allemaal optellend, hoeveel kan ik het weer terugverdienen in de tijd dat ik het wil exploiteren? Dat is hun rekenexercitie, hun businesscase om te zeggen, dan kom ik tot een bepaalde waarde om het nu te willen aankopen. En wij hebben in ons achterhoofd dan de berekeningen die we hebben laten doen van, is dat een reëel prijsaanbod wat zij doen ten opzichte wat wij hebben laten taxeren op basis van de scenario’s uit die Nota van Uitgangspunten. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Van Vugt, CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Ik begin dit te begrijpen. Eigenlijk wordt niet de verkoopprijs bepaald, maar de koopprijs wordt bepaald door de koper. Misschien kunnen we het zo samenvatten. Ik wilde nog even aanhaken op dat nabuurschap. Daar zat ik even op verder te denken, want ik snap de vraag.
Mag ik ingaan op wat de heer Noldus zei? Want dat is natuurlijk niet rechtstreeks aan het college. De voorzitter: Dan is nu de vraag, gaan we een tweede termijn doen? Mevrouw Van Vugt-Roose: Dan is dit alvast mijn tweede termijn. De voorzitter: Zullen we gewoon een tweede termijn doen? Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dat nabuurschap zat ik meer zo te vertalen, de gemeente of wij geven een investeerder de kans om hier in Dordt iets van de grond te krijgen. En die investeerder geeft Dordt daar iets voor terug. Dat is in mijn ogen het nabuurschap. Of dat dan van die mensen daar uit de buurt moet zijn? Maar onze kant is al geweest, zo zie ik het een beetje, de kant vanuit de gemeente. Dat is hoe ik het zie. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Als ik dan toch mag vragen, want u hebt op zich een interessante reflectie, van mevrouw Van Vugt. Maar in het stuk zelf gaat het over dat er een minimale impact mag zijn op Leefwerf De Biesbosch en het Binnenvaartmuseum. En dat is dan toch weer een eenzijdige lezing daarvan. Daar zit dan toch de ruimte die in ieder geval wij zoeken van, hoe laat je dat op elkaar aansluiten, zonder dat je dicteert wat de omgeving eist? Mevrouw Van Vugt-Roose: Zonder dat je dicteert wat de omgeving eist. Daar zit een leuke spanning tussen.
Volgens mij staat er in de nota vooral beschreven dat het gewoon goed moet aansluiten op wat er op de Stadswerven al gebeurt aan activiteit, en dat het
45
daar niet mee strijdig is. Dat het elkaar niet in de weg zit. Zo heb ik het gelezen en zo wil ik het ook graag blijven uitleggen. Want er kan ook, wat mevrouw Koene in het begin al zei, gewoon heel veel niet. En dat is ook duidelijk. Verder, de nota zoals die is, de tweede ronde, ik ben blij met de antwoorden die we aanvullend hebben gekregen. En we kunnen ons er in grote lijnen in vinden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger, GroenLinks. Mevrouw Kruger: Voor ons geldt dat hetzelfde. We hebben genoeg antwoorden gekregen en ook een aantal toezeggingen zijn gedaan, of heb ik gehoord in ieder geval, die meegenomen worden. Ik zit alleen nog even over het stukje, want ik hoor dan af en toe gezoem, over dat de koopwaarde, de verkoopwaarde, enzovoort ... Misschien is daar nog iets van op papier te zetten, zodat we dat even goed kunnen lezen en tot ons nemen, zodat de misverstanden of miscommunicatie, of hoe je het ook wil noemen, uit de weg genomen worden. En dat dat makkelijker is om daar dan over te praten. Maar voor ons, zoals het nu is, met de aangekondigde dingen die ook meegenomen worden, zoals bijvoorbeeld een terras, de mogelijkheid van, is dat vooralsnog voldoende. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik vroeg me af of ik een reactie had gehad van de wethouder op ... Het is een beetje wazig allemaal.
Hebben meer mensen last van, geloof ik. Of er een andere concrete versie uiteindelijk komt te liggen in plaats van deze nota, op basis waarvan mensen kunnen gaan inschrijven? De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dank, voorzitter. Heel kort te beantwoorden, ja, want we moeten een, hoe heet het, selectie- en gunningsleidraad ... Sorry. Die gaan we opstellen. En dat is het document wat ook gepubliceerd wordt en waar de echte inschrijvingen op gaan plaatsvinden. Dat is wel gebaseerd op deze Nota van Uitgangspunten. Mevrouw Koene: Maar wordt er wel geprobeerd om dat concreet en to the point, om even lekker zelf een Engelse uitdrukking te gebruiken, te maken? De voorzitter: Ik wilde al zeggen, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Want als ik als ondernemer dit stuk lees, dan is mij niet helder wat er precies wel en niet mag. Ik zou graag zien dat dat echt gewoon begrijpelijk wordt geformuleerd. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik heb hem gehoord. Daar gaan wij zeker op letten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Noldus.
46
De heer Noldus: Voorzitter, voor de tweede termijn, we hebben nog wel een wens rondom het terras. Ik hoor het college zeggen, we gaan dat mee terugnemen. Dat moeten we iets anders opschrijven, denk ik, dat we de conclusie zo moeten trekken. Ik ben toch wel benieuwd welke kant het op gaat. En we overwegen ook wel, is daar dan nog iets vanuit de raad nodig in de vorm van een motie, om een richting mee te geven? Ik hoor mevrouw Kruger zeggen, de toezegging, voldoende. Ik weet nog niet precies welke toezegging dat dan is, hoe dat we dan terug gaan zien in de uiteindelijke uitvraag. Want volgens mij was het nog een vraag die het college mee terugneemt. En hetzelfde geldt wel een beetje voor de voorwaarden en de opgave die we mee willen geven aan initiatiefnemers om tot realisatie te komen binnen een bepaalde termijn. Hoe gaan we ermee om als het tot niet tot niets leidt? En het nabuurschap willen we zelf nog even ook dubben wat we daarmee willen en welke ruimte er dan bij de andere gebruikers vastligt en welke nog beschikbaar is om hierop te schikken? De voorzitter: Ik kom bij u, mevrouw Kruger. Wethouder, heeft u nog wat nodig qua moties om die twee punten, amendementen? Mevrouw De Jonge: Nee, volgens mij hebben we het over een paar dingen gehad. De realisatieverplichting is een toezegging die ik heb gedaan. Die neem ik mee.
Ik ga nog even de technische vraag van, wel of niet dan ook een recht van eerste koop vastleggen, of juist niet? Dat moet ik ook echt even met de inhoud afstemmen. En nabuurschap, ik begrijp wat u wil zeggen, maar dan moeten we denk ik heel goed kijken ... Want dit is de verkoop van de Biesboschhal en dit is niet de verkoop van de Leefwerf. Ik kan alleen maar dingen opschrijven die wij meegeven aan degene die gaat inschrijven op de Biesboschhal. De voorzitter: Mevrouw Kruger had nog een vraag. Mevrouw Kruger: Even twee dingen rechtzetten naar de heer ... De voorzitter: Noldus. Mevrouw Kruger: Noldus. Ik denk, Robin. De heer Noldus. Dat ik niet bedoelde dat er een toezegging was voor een terras, maar wel dat er eventueel een mogelijkheid zou kunnen zijn nog, mits er dan een planwijziging zou plaatsvinden. Dat is mij duidelijk geworden. En daarnaast ben ik ook blij dat er gesproken is over dat er zoveel mogelijk gekeken wordt naar het maritieme karakter, alles wat eromheen zit, zodat degene die een brief geschreven heeft dat ook niet voor niets heeft gedaan, om daar toch weer even aandacht voor te vestigen. Dank u wel. Dit was mijn tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij was dat ook een vraag van de heer Noldus, is er nog iets nodig, vanwege die planwijziging, voor die terrassen? In plaats van, het zou mogelijk kunnen zijn.
De heer Noldus: Vooral omdat het nu vrij restrictief in de Nota van Uitgangspunten staat, met een verwijzing naar het bestemmingsplan. Dat lijkt als een keiharde nee. Ik hoor het college met meer ruimte antwoorden. Ik ben dan benieuwd., is er nog iets nodig, een oproep, en wat kunnen we anders verwachten aan ruimte in deze uitvraag?
47
De voorzitter: Helder. Mevrouw De Jonge, kunt u daar nog antwoord op geven? Mevrouw De Jonge: Ik zat even op de site te kijken, want het ook wel een beetje een technische vraag. Kijk, zoals het nu is, daarbinnen kan het niet. Die kaders zitten vast. Wij gaan niet op voorhand aangeven, het kan als u een bestemmingsplanwijziging gaat doorvoeren. Dat is denk ik echt aan de initiatiefnemer zelf om uit te vinden, als ik iets anders wil wat niet in die kaders zit, hoe ga ik dat in mijn initiatief opnemen? Hoe ga ik het oplossen? En wat voor voorstel ga ik doen in mijn aanbieding aan de gemeente om te zeggen, dat gaan we dan ook regelen? Maar ik moet even checken bij onze technische mensen over bestemmingsplanwijzigingen, hoe dat dan gaat met de verkoop en toekenning daarvan? Die ga ik technisch nog wel even uitzoeken. De voorzitter: Dank u wel. Dan komt daar nog een reactie op. Ik zie geen vingertjes meer verschijnen. Zullen we met elkaar bespreken hoe we verder gaan met dit voorstel? De heer Katif wil wat zeggen? De heer Katif: Voorzitter, ik hoor namelijk vanuit de zijde van de VVD dat er een amendering gaat plaatsvinden. Want u had een amendering, volgens mij, een amendement, dacht ik. De voorzitter: Schat de heer Katif dat goed in? De heer Katif: Dat ging namelijk over een vraag, de toezegging van de wethouder ten aanzien van het zo snel mogelijk aan werken als je het koopt.
Heel simpel gezegd. En de tweede, dat heb ik niet begrepen, althans die heb ik niet paraat. De voorzitter: Terras en het nabuurschap. De heer Noldus: Om die als vraag te beantwoorden. Dat zijn inderdaad drie punten waar we in ieder geval duidelijkheid over willen in het voorstel. Tegelijkertijd horen we de reactie op deze drie punten vanuit het college, waar ook toch een nadere invulling op in ieder geval twee komt, in de technische beantwoording. Die willen wij in ieder geval afwachten, welke kant het op gaat en of daar nog een motie nodig is om het de ruimte te geven die het college dan nodig heeft. Die wil ik eigenlijk af laten hangen van de beantwoording, die is toegezegd. De voorzitter: Wethouder, kunt u misschien aangeven hoe snel die beantwoording zou komen ten aanzien van de vervolgdata? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, als dit volgende week in de raad ligt, dan moeten wij er gewoon voor zorgen dat het, ik kijk even naar de griffie, maandag voor de raad is aangeleverd. Kunnen we nog sneller? De heer Noldus: Voorzitter, ik zou wel graag, als we met een motie komen, dat voor het weekend delen met de overige fracties, zodat zij dit maandag kunnen bespreken. De voorzitter: Dat het eerder is.
48
Mevrouw De Jonge: Degene die deze opdracht krijgt, knikt ja naast mij. Die zegt dat dit gaat lukken. We zorgen voor het weekend dat we realisatieverplichting en eerste koop, dat is de eerste waar u nog technische informatie op krijgt. Tweede is, wat gebeurt er als er voor een bepaalde inschrijving een bestemmingsplanwijziging nodig is, hoe werkt dat dan door bij mogelijke gunning en proces wat daaraan gekoppeld is? En uw derde punt is dat nabuurschap, maar ik denk niet dat ik daar nog iets aan kan doen, behalve u misschien helpen als u zegt, is er iemand die daar nog kennis van heeft? De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: En voorzitter, volgens mij zou er ook nog even een uiteenzetting op papier worden gezet ten aanzien van die koopsom en marktwaarde, hoe dat volgens in ieder geval de wethouder dan werkt. De voorzitter: Die vraag hadden we inderdaad niet zo genoteerd. En dat is natuurlijk ook een stukje geheim. De heer Katif. De heer Katif: Dan geef je je positie als verkoper natuurlijk helemaal weg. En dat wil je namelijk niet. Met alle respect, mijnheer Tutupoly, maar ik heb bepaalde kaarten hier en die hou ik ook voorlopig. De heer Tutupoly: Dan begrijpt u mij verkeerd, voorzitter.
We hebben het niet over de prijs zelf, maar we hadden het net even over die discussie over marktwaarde en uiteindelijk de koopsom, hoe dat volgens de wethouder werkt? Namelijk hoe die waarde tot stand komt als er een koper in komt, met een bepaalde exploitatie. De wethouder gaf net aan, dan wordt die marktwaarde op dat moment bepaald. Dat zou even uiteengezet worden. En dan hebben we het niet over de inhoudelijke prijs zelf. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: De wethouder heeft dat net inderdaad wel toegelicht. De vraag is alleen of dat op papier kan komen? Maar ik vraag me af, komt het ook in de notulen te staan, denk ik? Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Kijk, het gaat inderdaad niet om de prijs, maar het gaat er echt om, is er nog wel sprake van een gelijk speelveld als een prijs afhankelijk is van wat je erin gaat doen? Dat mag de wethouder nog een keer uitleggen, want ik snap dat na 36 keer nog niet. Mevrouw De Jonge: Ik val in herhaling als ik het nog een keer ga uitleggen. Maar juist is er een gelijk speelveld, omdat iedereen mee kan doen en niet al vastzit aan een bepaalde prijs. En wij willen juist zeggen, ook al denk je misschien dat de taxatiewaarde, wat hij ook dan mag zijn, veel hoger is, maar je doet wel een poging om mee te doen. Dat wordt meegenomen in die weging en de afweging tussen de kwaliteit en de prijs. En ik kan het nog een keer op papier zetten.
De voorzitter: Zoals ik het had begrepen, en dat heb ik ook genoteerd, er komt eerst een selectiecriterium. Er zijn selectiecriteria, daar wordt eerst naar gekeken, want dan wordt er ook gekeken naar, wat zijn eigenlijk de aanbieders? En dan zijn er gunningscriteria. En
49
die gunningscriteria worden dan weer gelegd tegen die prijs-kwaliteitverhouding waarvan u zegt, dat is normaal gesproken 60, 40. Maar als de raad zegt, dat willen we anders, dan kunnen die kaders worden meegegeven. En dat hebben we natuurlijk ook nog niet gedaan. Willen we daar nog wat mee? Daar heeft de wethouder wel weer een vraag teruggelegd bij jullie als commissie. Is daar nog een reactie op? Mevrouw Koene: Voorzitter, dat zou zomaar nu een uitnodiging kunnen zijn om een amendement in te dienen. De voorzitter: Dat is helder. Dat zou kunnen. Dan gaan we gewoon eens even kijken naar wat we nu gaan doen met dit stuk. Er komen natuurlijk nog een aantal antwoorden. Die komen voor het weekend. Als ik het dan zo goed beluister, er is sowieso een technisch amendement, had ik begrepen, toch wethouder, die zit in de bijlage. Een oproep om een technisch amendement in te dienen, is in de bijlage. Die hebben we ook nog. En ik hoorde inderdaad mogelijk een amendement met betrekking tot de prijskwaliteitverhouding. En mogelijk amendementen of moties vanuit de VVD, afhankelijk van de beantwoording. Zal het een bespreekstuk worden aan de hand van de in te dienen amendementen en moties? Toevoeging van de wethouder. Mevrouw De Jonge: Een toevoeging. Want we hadden het net even over die 60, 40 en een afwijking daarvan. Dat is geen amendement. Dat is een motie.
Want er staat in de Nota van Uitgangspunten geen verhouding. Dat is iets wat u het college meegeeft op het moment dat we de gunningscriteria gaan opstellen. De voorzitter: Dank voor die toevoeging. Dat is wel helder. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Je kan het ook gewoon erin amenderen natuurlijk. De voorzitter: Wat wilde ik nog meer zeggen? De vraag was inderdaad, hoeveel minuten? Twee minuten per fractie? Helder. Dan nog wel even een aanvullende vraag. Mochten er toch geen moties en amendementen komen, als alles toch ineens allemaal helder blijkt voor het weekend, wordt het dan een hamerstuk? Mevrouw Koene: Er komt sowieso een amendement. De voorzitter: Er komt sowieso een amendement. Helder. Bespreekstuk. Dank u wel. Iedereen thuis, iedereen op de tribune, hartelijk dank. Wel thuis. Welterusten. Vergeet uw kopjes niet.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 27 mei 2025.
De griffier,
De voorzitter,
50
A.E.T. Wepster
P.A.C.M. van der Velden
51