CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2025.03.25 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 15 april 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 11 maart en 2 april 2025 en de Dordtse Dinsdag van 4 en 25 maart 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 525.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 25 MAART 2025 Vergaderzaal 1 1. Cursus "raadslid, iets voor mij?" 2. Stedenbouwkundige uitwerking Maasterras fase 1 – variant verkorte aanlanding brugweg (incl. kennismaking met Stadsas-bouwmeester Albert Herder) (technische sessie) Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: De heer Ayverdi (DENK) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Klerk (CDA) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Dhr. Stam (Fractie Stam) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. In ’t Veld (VSP) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: mevr. Bollen, dhr. Van de Worp Insprekers: dhr. Herder, dhr. Hoek, dhr. Van der Meijs De voorzitter: Goedenavond, beste raads- en commissieleden, we zijn bijeen voor de stedenbouwkundige uitwerking Maasterras fase 1, variant verkorte aanlanding brugweg. Het is een beeldvormende technische sessie. Ik heet u allen hartelijk welkom. Ik zal straks de wethouder welkom heten.

Die zit volgens mij nog even bij de Agendacommissie, maar die komt ongetwijfeld, hoewel zijn aanwezigheid niet echt noodzakelijk is. Welkom aan de gasten, die zich straks ook zullen voorstellen.

1

De ambtelijke ondersteuning. Ik noem alvast de heer Albert Herder, de Stadsasbouwmeester. Ruben Hoek zit er en Marcel van der Meijs van Palmbout Urban Landscapes. Roelf Bollen, die is bij de meesten denk ik wel bekend, stedenbouwkundige van de gemeente. En de rest stelt zich straks wel voor en ik ga jullie allemaal ook vragen om je voor te stellen voor het verslag. We gaan even een rondje maken. En daarna ga ik nog eventjes kort verder. En daarna het woord geven aan anderen. Mark, wil jij beginnen. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Herder: Albert Herder, stadsbouwmeester Stadsas. De heer Bollen: Roelf Bollen, stedenbouwkundige. De heer Hoek: Ruben Hoek, stedenbouwkundige bij Palmbout Urban Landscapes. De heer Van der Meijs: Marcel van der Meijs, Palmbout Urban Landscapes, stedenbouwkundige. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer ’t Lam: Jack ’t Lam, SP. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Stam: Marco Stam, Fractie Stam. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP Dordrecht.

De heer In ’t Veld: Richard in ‘t Veld, VSP. De heer Van de Worp: Ronald van de Worp, interim-directeur Stadsas programma. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, namens het college.

2

De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk. En ik mag vanavond voorzitten. Op 11 februari heeft de onafhankelijk adviseur Bas Kurvers bevindingen van zijn adviestraject in de commissie toegelicht. De week daarna zijn de verschillende onderzoeken en varianten rond de spoorse infrastructuur en de aanlanding van de brugweg verder toegelicht door de projectorganisatie van het Maasterras. In de commissie van 4 maart presenteerde het Platform Weeskinderendijk hun alternatievenstudie. Vanavond wordt u verder geïnformeerd over de stedenbouwkundige uitwerking van de variant, verkorte aanlanding brugweg. We noemen dat ook wel de variant Bas Kurvers. De sessie van vanavond bestaat eigenlijk uit vier blokjes. We starten zo meteen met de Stadsasbouwmeester Albert Herder. Die heeft een korte presentatie. Zal zichzelf ook verder introduceren en een toelichting geven op zijn opdracht. Vervolgens geeft de naast hem zittende stedenbouwkundige Roelf Bollen een korte introductie op de stedenbouwkundige uitwerking. Die wordt verder toegelicht door de heren die daarnaast zitten van Palmbout Urban Landscapes. En ten slotte zal Albert Herder, vanuit zijn rol als Stadsas-bouwmeester, een eerste reflectie op de uitwerking geven. Na elk blokje is er gelegenheid voor vragen.

En ik denk, eerlijk gezegd, dat tijdens de presentatie van Roelf er ook wel ondertussen vragen gesteld kunnen worden, en dat die niet allemaal opgespaard hoeven worden. Dat is de grootste presentatie. De Stadsas-bouwmeester in zijn voorstelpresentatie, ik denk dat dat wel kan met vragen daarna. Ik ga het woord geven, nadat ik ook wethouder Burggraaf welkom heb geheten, aan de Stadsasbouwmeester Albert Herder. De heer Herder: We gaan kijken of de microfoon werkt. Dank je wel. Ontzettend vereerd dat ik aan jullie mag presenteren vandaag, want het is belangrijk. Sinds kort heb ik de titel stadsbouwmeester Stadsas. En eigenlijk is die positie ook voor de raad. En vandaar dat het heel fijn is dat ik me even mag introduceren. En wat ik eigenlijk hier allemaal van plan ben. Wat is een stadsbouwmeester? Een stadsbouwmeester is onafhankelijk. En dat betekent dat hij gevraagd, maar ook ongevraagd advies geeft aan de integrale planvorming, opgaves formuleert, bewaakt en uiteindelijk ook advies geeft binnen die projecten. Een stadsbouwmeester zal ook zorg dragen dat de verschillende projecten in de Stadsas voldoende samenhang vertonen. En kijkt hoe we die verbinding kunnen maken met de projecten buiten de Stadsas.

De stadsbouwmeester wordt aangesteld door het college en geeft ook advies aan het college, geeft advies aan de raad, aan jullie en geeft advies aan de programmadirecteur Stadsas, hier ook aanwezig. Wie ben ik? Ik ben Albert Herder, heb een groot bureau in Amsterdam, architectenbureau. Ben ik oprichter van, al jarenlang. En daarnaast, op verschillende plekken voer ik supervisie voor gebiedsontwikkeling. Dat zijn vaak gebiedsontwikkelingen die gaan over het transformeren van oude industriële gebieden naar wonen en soms van wonen naar werken. Ik woon op 2 plekken. Doe maar luxe. Heel vaak ben ik in Amsterdam, soms in Barcelona. En het is voor mij van belang om in Amsterdam te zijn, want daar wonen mijn 2 kinderen. Ik heb 2 kinderen. En ik heb in beide steden een goede link met de stedenbouwkundige situatie en de nieuwe ontwikkelingen. En het is ontzettend leuk om zowel Barcelona als Amsterdam te spiegelen aan elkaar en te leren van elkaars innovaties, en dat mee te nemen in mijn planvorming.

3

Ik werk in een collectieve bedrijfshub. Dat is niet voor niks. Hebben we zelf geïntroduceerd. En dat staat ook een beetje voor hoe ik heel graag wil werken. Dat gaat over ondernemerschap, samenwerken en over, even, out of the box denken. Op een andere manier een opgave beet gaan ... Die ruimte die we daar gemaakt hebben, is 1.000 vierkante meter. Daar zitten wij als bedrijf in. Studioninedots heet ons bedrijf. Maar er zitten nog 11 andere bedrijven in. En die zijn complementair aan ons vak. Er zit niet een ander architectenbureau in, maar het zijn allemaal andere disciplines. Mensen die met duurzame materialen bezig zijn, maquettes, sociale geografie. Met al deze mensen werken we samen. Maar ze hebben ook hun eigen opdrachtgever. Het zijn allemaal eigen ondernemingen, maar natuurlijk werken we heel veel met elkaar. We eten met elkaar, we delen alle voorzieningen met elkaar en af en toe hebben we een feestje met elkaar. Ons bureau heeft twee pijlers. De eerste is architectuur en de tweede is gebiedsontwikkeling. Het is eigenlijk allebei even groot. En voor de architectuur geldt dat we eigenlijk bekend staan voor uitgesproken karaktervolle gebouwen. Veel gepubliceerd. Ook al heel veel prijzen gewonnen. Voor gebiedsontwikkelingen hebben we vaak nieuwe innovatieve concepten in ons pakket, onder andere Cityplot.

Dat is een model, vergt te ver om daar nu over te praten, maar wat we op veel plekken hebben gebruikt, onder andere op Wisselspoor Utrecht, Amsterdam natuurlijk, in Buiksloterham. De Kaaij zit daar wat in. En dat zijn ook allemaal projecten die eigenlijk al op veel plekken gepubliceerd zijn. In onze toolbox voor die gebiedsontwikkeling gebruiken we dan ook verschillende modellen. Ik laat er een paar van zien. Eentje is onze 9 lessen voor de Vitale Stad. En dat gaat eigenlijk over de sociale ordening onder de ruimtelijke ordening. We zoeken hier de vitale economie, de link met de lokale ondernemers, we zoeken collectiviteit. Ook de bottom-up-achtige ontwikkelingen in de planvorming, zodat het over de mensen gaat en niet direct allemaal over de ontwikkelaars die het gaat doen. We zoeken diversiteit, omdat we het belangrijk vinden om dat te doen. En we zoeken plekken voor ontmoeten. En dat zit heel veel in deze 9 punten. Het tweede onderdeel, gaan we vanavond ook wat meer van leren, gaat over ons vliegwielprincipe. We zoeken in onze projecten slimme oplossingen, om met 1 integrale ingreep verschillende doelen te bereiken. Met 1 investering, een vliegwiel aan het werk te zetten, wat eigenlijk ook andere oplossingen tegelijkertijd biedt.

En ik kan jullie al een beetje verrassen, maar vanavond gaan we laten zien, gaat Palmbout laten zien dat ze dat eigenlijk ook in het Maasterras hebben toegepast. Als laatste, niet onbelangrijk, dat gaat over kwalitatieve woningen. Dat is eigenlijk het doel waar we, wat mij betreft, alles voor in gang zetten. Hele goede woningen maken waar mensen blij van zijn. En wij werken dan ook van groot naar klein, om uiteindelijk naar de goede plattegronden te komen, maar steeds vaker ook van klein naar groot. We starten dan met een product, met een heel goed woonprogramma, maken een cluster daarvan, maken uiteindelijk een bouwblok, en vervolgens een gebiedsontwikkeling. Juist ook om de focus te hebben op die kwaliteit van de woningen. Wat moest ik laten zien, dacht ik, toen ik hierover ging nadenken. En ik vond het eigenlijk wel leuk om te laten zien wat we kunnen doen, wat we eigenlijk allemaal doen met de Oude Lijn. Zoals jullie weten, die verstedelijkingsopgave van die Oude Lijn is een belangrijk onderdeel, ook van Dordrecht. Die eindigt eigenlijk in Dordrecht. Maar inmiddels op vele plekken zijn we ook aan het werk. En het is misschien leuk om de trein te pakken en die even langs te lopen. En we starten in Leiden. In Leiden werken we

4

in Leiden Centraal aan 3 hele grote gebouwen, knotsen van gebouwen, voor vormontwikkelingen naast het station. De groene is sociale woningbouw, de middelste is vrije sector en de andere, laatste, gele is kantoren. En onze focus, naast het ontwerp van de toren, zat vooral in de plint en de manier van thuiskomen. Dat zie je eigenlijk op deze manier. Tussen die gebouwen hebben we een soort waterval van groen gemaakt, waardoor je eigenlijk een soort welkom thuis ervaring hebt, voor gebruikers en voor de bewoners. Maar net zo belangrijk is, voor de mensen die er langsheen lopen. Onze focus zit heel erg op de City op Eye Level. De stad op ooghoogte proberen we een hele goede kwaliteit te geven, zodat die gebouwen fijn aanraakbaar en levendig zijn. En dat is ook hier, waar onze focus lag. We stappen de trein op, gaan naar Rijswijk. Komen we naar een plangebied Kessler Park, waar een oud industrieel gebied getransformeerd wordt naar wonen, werken en in het midden een mixzone. De meest interessante plek. Hier geen gesloten bouwblok, maar een dampatroon van verschillende bouwblokken. En waar we eigenlijk een soort van gebied maken, met een interessante publieke ruimte, waar we onderdelen van de oude industrie hergebruiken en gebruiken als identiteitsdrager voor die publieke ruimte. Wat je eigenlijk hier ziet. Door naar Delft.

In Delft zit ik als supervisor al 5 jaar lang aan een plan in Schieoevers. En daar zie je eigenlijk, want geel is die Oude Lijn die elke keer er doorheen gaat, dat we gekoppeld zitten aan het station Delft Campus, die daar een plek in heeft. En daar werk ik samen met 2 andere supervisors, Floris van der Zee en Hilde Blank, aan een stevig stuk. En daarvoor hebben we eerst een ruimtelijk kader geschept en 9 DNA-punten, om een gebied goed onder controle te krijgen, het goed te kunnen bekijken, maar ook te begeleiden en de samenhang te zoeken. Daarin zie je een soort voorbeeld hier van het Kabeldistrict. Een superambitieuze ontwikkeling, waar de fabriek blijft staan en waar een enorm dorp van torens bovenop geplaatst is van zo'n 70 meter. Dat proberen we voldoende kwaliteit te geven. Door naar Rotterdam. We zijn er bijna. Daarin zitten we naast het station aan Pompenburg op het oude station Hofplein. Daar ontwikkelen we een serie gebouwen, wat eigenlijk het oude Hofbogen station centraal stelt. Dat zie je eigenlijk hier. Aan de buitenzijde leggen we de bebouwing met hoge torens. En het station zelf komt als een soort pit in het midden te liggen. En de volumes worden daarnaartoe afgebouwd. En natuurlijk proberen we daar de verbindingen op een slimme manier in te leggen, op verschillende hoogten, want die trein rijdt er dwars doorheen.

We proberen de verschillende bebouwingen zo dicht mogelijk bij elkaar te leggen en verbindingen te maken, zie je hier in het roze, aan de onderkant en eroverheen met het groen en gele, zodat je eigenlijk de barrièrewerking zoveel mogelijk probeert op te lossen. Uiteindelijk leidt dit tot dit soort beelden. De auto is eruit gehaald, uit het gebied. Het is een fietsroute. Je ziet hier het bestaande station Hofbogen, met het Hofpark erbovenop. En je ziet dat we bezig zijn om die gebieden te voorzien van overgangszones, waardoor je die gasvrije plekken krijgt aan die gebouwen en een verleidelijke sfeer in die publieke ruimte ontstaat. En we zijn in Dordrecht. Daar zitten eigenlijk, vanuit die verstedelijkte ontwikkeling, aan die as 2 stations gekoppeld. 1 is het hoofdstation in Dordrecht, waar we al mee bezig zijn en waar we proberen die ontwikkeling beet te pakken om het station sterk te verbeteren en ook te laten reageren op een groter aantal reizigers. De verbindingen beter te maken. Want het is een fantastische plek. Ik ben Amsterdammer. Jullie kennen het allemaal natuurlijk. Maar als je daar aankomt en je ziet zo’n station, en aan de ene zijde een hele mooie oude binnenstad en aan de andere zijde stap je uit en dan sta je prachtig in het park, dat heeft heel veel kwaliteiten. En dat moeten we koesteren, maar we moeten het wel verbeteren. En daar zijn we druk mee bezig. Het

5

tweede gaat over het Leerpark. Daar proberen we een nieuw station voor elkaar te krijgen. Er loopt u net een onderzoek naar. En die moet eigenlijk het hele Leerpark Gezondheidspark en de verdere omgeving ook beetpakken. Dat zijn 2 onderdelen in dat hele Stadsas-verhaal. Natuurlijk geldt het Maasterras daar ook in. Gaan we het vanavond over hebben. En uiteindelijk Amstelwijck. Want Dordrecht moet zich eigenlijk echt gaan vertegenwoordigen aan die zuidas van de Randstad. Dat doet het al. Jullie hebben eigenlijk in 2021 de Ontwikkelvisie Spoorzone, een zeer ambitieus plan, omarmd als raad, hebben jullie beetgepakt. Jullie hebben gezegd, eigenlijk kunnen we met de grote hoeveelheid woningen die we maken veel ambitie maken, de stad verbeteren, verbindingen maken, maar ook woningen maken die eigenlijk een soort nieuwe allure geven aan Dordrecht. En dat is een ambitieus plan. En daar werk ik graag aan mee. En ik zie ook mogelijkheden om dat voor elkaar te krijgen. Soms moet je flexibel zijn om dat proces te gaan ... Maar ook heel vaak moet je weer terugkeren op de ambities die je met elkaar afgesproken hebt, om ook de kwaliteit te halen die we voor ogen hadden. Mijn aanpak zal eigenlijk niet zo zijn als een klassieke bouwmeester, die eigenlijk met een rood potlood over de plannen heen gaat en zegt, dit is niet goed en dat is niet goed en dat is niet goed.

Ik wil heel graag aan de voorkant van de plannen zitten. Het meedenken over de opdracht, het formuleren van die opdracht, het begeleiden van de opdracht. Die beginfase is voor mij een hele belangrijke plek en positie, omdat we daar het grootste verschil kunnen maken. En bij de uitwerking hebben we ook natuurlijk nog de klassieke welstand, die eigenlijk de kwaliteit beoordeelt. En daar heb ik alle vertrouwen in, om daarmee samen te werken. Ik zet mij in voor kennisdeling. Ik probeer zoveel mogelijk te laten zien wat er zou kunnen. Ik ga meedenken. En ik zal aanbevelingen doen. In ik wil ook eigenlijk de komende maanden starten met een toetsingskader, met een ruimtelijk kader wat de samenhang maakt van de Stadsas. Een product wat we eigenlijk kunnen gebruiken om alle plannen te kunnen beoordelen. Geen lijvig stuk, maar een puntig stuk waar we dat in omschrijven. En daar horen, wat mij betreft, ook de 9 DNA’s van het gebied in, die we eigenlijk iedereen voorhouden die met dit gebied bezig is. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Herder: Dat dus. De voorzitter: U was ongeveer, denk ik, aan het einde van uw betoog? De heer Herder: Ja, dit is hem. De voorzitter: Geweldig. Mevrouw Stolk, dan hebt u de eer om de eerste vraag te stellen. Mevrouw Stolk: Ik wilde eerst vragen of we überhaupt wel vragen mochten stellen tijdens deze presentatie.

De voorzitter: Hier was mijn bedoeling, maar het komt precies uit, na dit blokje. Straks bij de grote presentatie, die de hoofdmoot is, daar mag het tussendoor. Hier bent u precies op tijd. Stel uw vraag maar. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. En ook dank voor deze presentatie. Als je het allemaal zo hoort, is het natuurlijk een prachtig verhaal. Maar wat er in de werkelijkheid van

6

terechtkomt, dat moeten we ons nog afvragen. Maar ik werd een beetje getriggerd door de kaders. Wij gaan ons aan een puntig kader houden. Volgens mij heeft deze raad ooit een kader vastgesteld. Dat ging over een x-aantal woningen. Maar dat kader is inmiddels, volgens mij, al vier keer losgelaten. Hoe kijkt u daartegenaan? En aan welke kaders gaat u zich vasthouden? De heer Herder: Dat gaf ik net een klein beetje aan. Dat was een doorkijk. Als je naar dit soort ambitieuze planontwikkelingen kijkt, dan moet je ook een bepaalde flexibiliteit in oog houden, want anders kun je de hele procesgang vergeten. En dat betekent ook dat je soms moet nadenken of je de kaders die je met elkaar afgesproken hebt eventjes op een zijlijn zet, om te kijken of het toch mogelijk is om het net op een andere manier te doen. Dat gebeurt in het Maasterras nu ook, want daar worden echt wel wat dingen losgelaten. Maar, en dat zeg ik er ook bij, het is natuurlijk daarna wel zaak om als elastiek weer terug te gaan naar datgene wat we hebben beloofd, en die verbindingen te maken met oude binnenstad, de verbindingen met de Maas, voldoende groen te maken, toekomstbestendige woningen te realiseren. Soms laat je wat los, maar je springt gelijk weer terug in de oude groef om de kaders beet te pakken die wel mogelijk zijn om dat voor elkaar te krijgen. De voorzitter: Mevrouw Stolk.

Mevrouw Stolk: Even nog aanvullend daarop, want dan kijk ik ook even de commissie rond. Volgens mij is er in een tool van de week iets over de kaders gezegd door de heer ’t Lam, over de kaderstelling. Hoe kijkt u daar nu tegenaan? Want volgens mij geven wij met zijn allen, de raad, de kaders. En u zegt, het is een soort elastiek. En dat geven we een beetje en dat nemen we een beetje. En dat snap ik dan ook nog wel. Maar als we van 160 naar 214 gaan, daar zit toch echt wel een heel ding tussen. Hoe kijken jullie daarnaar? De voorzitter: Ik wil u er wel op wijzen dat we met een technische beeldvormende sessie bezig zijn en niet met een oordeelsvormend. Kunt u er een technisch antwoord op geven? Mevrouw Stolk: Voorzitter, volgens mij is dit een hele technische vraag. De voorzitter: Daar kunnen we van mening over verschillen. Maar hij gaat een technisch antwoord proberen te geven. De heer Herder: Ik denk dat überhaupt alles wat bedacht wordt van die kaders, die maak ik niet alleen. Dat doen we met elkaar. Dat doe ik eerst met de stedenbouwkundige, die eigenlijk hier betrokken is. En dat komt uiteindelijk ook gewoon hier aan tafel. En daar moeten jullie ook een mening over geven. Dat is één. Als we die onderdelen veranderen, ook daar moeten jullie natuurlijk gewoon op reageren.

Alle plannen komen hier langs en er moeten keuzes gemaakt worden, lukt het wel of lukt het niet? Hebben we ons wat overschat op onderdelen of niet? Daarin denk ik dat het normale proces gevolgd gaat worden. De voorzitter: Mijnheer Stam, u had ook een vraag.

7

De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor u ook zeggen, de komende maanden gaan we werken aan die nieuwe kaders. Daar schrik ik dan eigenlijk wel een beetje van. Er ligt ook een uitspraak van de Raad van State. Daar zit een soort van fatale datum op van 1 juni. Wat betekent dan het opnieuw werken aan die kaders voor het bestemmingsplan, wat op termijn wordt ingediend. Er is ook een advies Kurvers geweest. Daar bent u ongetwijfeld ook van op de hoogte. Dat heeft impact op het plan. Als u het dan over kaders heeft, gaat u dan ook de nieuwe grondexploitatie opnieuw berekenen, of blijft die staan? De heer Herder: Nee, echt niet. We hebben het over andere kaders. De voorzitter: Daar gaat het hier niet over. De heer Herder: Dit zijn kaders om de samenhang tussen de verschillende projecten te beoordelen. En dat betekent dat we Maasterras en Leerpark, Amstelwijck, allemaal bij elkaar pakken en kijken, wat is het samenhangend middel om die dingen bij elkaar te krijgen? En dat heeft niets te maken met de procedures die nu lopen. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, ook nog een vraag. En dan wil ik de commissie er even aan helpen herinneren, dit is eigenlijk een soort voorstelpresentatie van deze mijnheer. En de echte presentatie waarin het plan komt, dat is de hoofdmoot van vanavond. En daar moeten we dan ook het grootste deel van de tijd aan besteden.

Mijn voorstel zou zijn, mijnheer Gündogdu, nog één vraag en dan gaan we naar de volgende. De heer Gündogdu: Mijnheer Herder, bedankt voor deze presentatie. Ik ben toch wel even benieuwd, naar aanleiding van de vraag die eerder is gesteld. We hebben enige jaren geleden ook een Structuurvisie 2040 vastgesteld, waarbij we eigenlijk de kaders heel globaal hebben geschetst waar we naartoe willen met ons eiland. En datgene wat u nu pretendeert te gaan doen, is dat een aanhangsel of is dat een vertaalslag? De heer Herder: Dat zijn natuurlijk hele fijne middelen ... Sorry, dat ik u onderbreek. Dat zijn natuurlijk heel fijne middelen om erbij te pakken, om te kijken wat daar nu in staat en of we daar gewoon een vervolg op kunnen geven of daar op kunnen aansluiten. We gaan niet iets nieuws verzinnen. We gaan proberen te zoeken naar het samenhangende middel. En als die er zijn, dan gebruiken we die. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor dat wij gaan naar het hoofdonderdeel van het programma. Dat is de presentatie van Palmbout. Maar dan moet Clark, denk ik, eventjes de andere presentatie klaarzetten, of komt hij al? Heel goed. Mevrouw Bollen: Onze redder in nood. Dank je wel. Je mag het zelf weten. Kijk, dank je wel, Clark. 18 februari, ik weet het nog goed, was mijn verjaardag, toen stond ik ook voor u. En toen heb ik het plan van Bas Kurvers proberen nog nader te duiden.

En ik eindigde daar met een slide van, we hebben helemaal voor een deel nieuwe uitgangspunten, en dat is best even slikken, maar we kunnen een mooi nieuw plan maken. En dat kon mede, omdat wij de hulp in hebben geroepen van het bureau Palmbout, wat ons heeft geholpen om in een hele korte tijd te kijken of zoveel mogelijk ambities die wij hadden in de plannen overeind te houden. Want er was natuurlijk aardig wat veranderd. Ik ga het niet weer allemaal opnieuw ... Want de meesten van u kennen dit. Maar dit plaatje heb ik

8

toen ook laten zien. In ons ontwerpbestemmingsplan zit een voorkeursvariant met een proefverkaveling, waarin wij, omwille van een heel efficiënt plan te maken, hebben zitten zoeken, hoe kunnen we functies verenigen? Hoe kunnen we de goede verbindingen leggen, zoals net ook al door de heer Herder werd genoemd, met de binnenstad, met Krispijn, met de Maas? En hoe doen we dat als al deze barrières, die we eigenlijk hadden omgezet in verbindingen, toch moeten blijven liggen? Namelijk de stamlijn, het emplacement, het servicespoor en de aanlanding. Wellicht wel vernieuwd, verkort tot niet meer de hele lus eraan. En dat heeft best wel tot uitdagingen geleid. Die staan hier ook op. En die grootste uitdaging was, hoe gaan we nu nog steeds het verhaal verkondigen en een plan maken van barrières naar verbinding? En hoe gaan we dit soort spoorse zaken overbruggen? Hoe doen we het als we de helft van ons Maaspark opeens toch niet kunnen gebruiken, omdat de sporen moeten blijven liggen? Was persoonlijk ook best wel even een rouwproces van, we moeten iets anders gaan verzinnen. Dat hebben we wel gedaan. En Ruben gaat dat zo ook verder uitleggen. En ik wil nog even dit plan duiden, ook omdat ik merkte, dit plan wat door Witteveen+Bos ... Eigenlijk was Witteveen+Bos tekenaar en stedenbouwkundige tijdens het traject met Bas Kurvers.

Een onafhankelijk nieuw bureau, wat er ook fris naar kon kijken. En zij hebben zich geheel gefocust op dit plangebied, waardoor de indruk ontstond, en die snap ik heel erg goed, dat dit gedeelte, waar nu de woonwagens staan en de postduivenvereniging, schietvereniging, et cetera, en het Gemaal, dat dat niet meer bij de plannen zou horen. Dat klopte niet. Er is wel in dat traject, omdat er werd heel erg gefocust op de stamlijn, het sporen ... Sorry. Daarbij is dit nooit getekend. Heeft Witteveen+Bos toen niet als opdracht gekregen, om dit ook mee te nemen. Maar dat is wel degelijk nog steeds onderdeel van ons plan. Fase 1 is in die zin hetzelfde plangebied als dat er nu in het ontwerpbestemmingsplan zat, namelijk alles ten oosten van de snelweg. Dat hoort erbij. Dit plan is door Witteveen+Bos getekend, ook in een paar weken. Dit is een project, we doen er al een hele tijd over, maar heel veel partijen verdiepen zich erin. Net zoals ook Urban Space Studio in hele korte tijd zich helemaal moest verdiepen in dit plan. En Witteveen+Bos heeft uiteindelijk echt, hadden ze nog een week voor, of twee weken, dit getekend. Waarvan wij al meteen zeiden, dit is een invulling van alleen een deel van het hele plangebied. Maar daar zitten nog wel heel veel aandachtspunten in.

Onder andere, hoe wordt de aansluiting met de binnenstad gedaan, de aansluiting met Krispijn, met lange gesloten blokken. Wat gebeurt er hier? Loop je hier een dak op en kijk je als uitzicht op een spooremplacement? Is het nog zinvol om dan zo'n losstaand schuin gebouw te maken als parkeergarage? Er is weinig ontworpen met geluid. Je zou zeggen, hier kan het voor geluid eigenlijk helemaal open zijn. Er zaten heel veel vragen nog bij deze schets. Meer is het niet. Dit was een schets. En dat soort zaken hebben we ook meegegeven toen we weer aan tafel gingen met het plan met bureau Palmbout van, op zijn minst zijn dit de opgaves die wij zien, die hier in deze schets nog niet goed zitten. Ruben, dan wil ik jou het woord geven. De heer Hoek: Mag ik wel de ... Nee, deze. Mevrouw Bollen: Sorry. De heer Hoek: Bedankt, Roelf, voor deze goede introductie. We zien op deze afbeelding een van de eerste schetsen die wij hebben gemaakt, toen we werden ingeschakeld door de gemeente om een vervolg te geven aan de hiervoor toegelichte stappen. En eigenlijk

9

verbeeldt deze schets ook nog steeds wel goed de essentie van het plan waar we in de afgelopen maanden op uit zijn gekomen, na nauwe samenwerking ook met de gemeente. En ik zou graag drie hoofdelementen in deze tekening willen aanduiden, die denk ik de meest kenmerkende elementen van het voorliggende plan zijn en waarop het plan zich misschien ook wel onderscheidt van de plannen die hiervoor zijn gekomen. Ten eerste, de ruimtelijke hoofdstructuur van het plan, en dan met name de relatie tussen de bebouwde ruimte en de open groene ruimte. We maken hier in dit plan echt een onderscheid tussen redelijk Dense stedelijke buurten, waar zeker ook groene pleintjes in te vinden zijn, straatjes, groene binnenhoven. Maar dat zijn toch eigenlijk allemaal iets meer een soort interieure ruimtes en een grote open groene structuur, die buurten omvat, wat we het Dijkenpark zijn gaan noemen. Punt twee, dat is de relatie ... De voorzitter: De heer Bootsman, een vraag. De heer Bootsman: Ik heb even een kleine vraag. Dat Dijkenpark, is dat op de locatie waar nu de woonwagens staan? Ik ben niet zo’n held met plattegrondjes. Ik vraag het maar gewoon even. De voorzitter: U weet het antwoord? Mevrouw Bollen: Zo is ongeveer de helft. De voorzitter: Roelf. Mevrouw Bollen: Ongeveer de helft. De voorzitter: Gaat u verder met de presentatie.

De heer Hoek: Het tweede element is de relatie tussen infrastructuur en de stad, en dan eigenlijk met name de brugweg. En we willen in dit plan echt afscheid nemen van het beeld van de brugweg als een viaduct dat over de stad heen scheert, wat eigenlijk nog een erfenis is van de tijd dat dit onderdeel was van de Rijksweg, voordat de Drechttunnel er was. En wat we in essentie voorstellen, is dat de brug niet, zoals eigenlijk in het voorgaande traject is gezegd, op de Weeskinderendijk beneden eigenlijk pas eindigt, maar dat die al in de stad eindigt in de noordkant van het plangebied. Dat hij daar eigenlijk al aanlandt en echt onderdeel wordt van de stad. En vanaf dat moment gewoon een stadstraat wordt waar blokken aanstaan, waaraan geadresseerd wordt. Eigenlijk gewoon een gewone stadstraat, die wel omhoog geldt. De stad loopt eigenlijk mee omhoog met de brugweg. En ook eigenlijk in de andere richting, het doorgaande fietspad richting het station, ook daar helpt het maaiveld mee omhoog richting de aanlanding van de brug. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ter verduidelijking. Wat u aangeeft, dat op het moment dat de brugaanlanding de wijk in komt, is dan de weg op maaiveldniveau of loopt die nog enigszins door in de wijk zelf? De voorzitter: De heer Hoek.

10

Mevrouw Bollen: Er komen nog heel veel dia’s. De heer Hoek: Daar komen inderdaad nog een hoop toelichtende dia's over. Maar inderdaad, hij eindigt op de grond. Alleen de grond is wel hoger dan die vandaag is. We gaan eigenlijk het maaiveld ook mee ophogen richting de brugaanlanding. De voorzitter: Maar het antwoord komt straks? De heer Hoek: Ja. En dan het derde punt is hoe we omgaan met het parkeren. Ook in de voorgaande plannen werd het parkeren in gebouwde vorm opgelost en zijn de straten parkeervrij. Dat blijft zo. Maar we zien ook wel kansen om een aanzienlijk deel van het gebouwd parkeren te integreren in dat op te hogen maaiveld. Daarmee eigenlijk twee vliegen in een klap te slaan. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Sorry, hij gaat naar een nieuwe sheet en ik had nog een vraag over die vorige. Wat we vroeger de Tuinbuurt noemden, heet nu Dijkenpark, heb ik begrepen. Er wordt nee geschud. Dan is dat anders. Dat hoor ik wel. Maar op dat gebied wat Dijkenpark heet, mocht je toen het Tuinbuurt heette, of deels Tuinbuurt, niet bouwen, volgens de onderzoeken die er staan in de OER. Hoe kunnen we nu Krispijn Noord daar tekenen? Zijn er nieuwe geluidsonderzoeken geweest, of komen die er nog? De voorzitter: Mevrouw Bollen. Mevrouw Bollen: Wat we inderdaad Tuinbuurt noemden, dat ziet u nu, dat is hier aangeduid als Krispijn Noord.

Het is niet zo dat de OER aantoont dat je hier niet mocht bouwen, want de Tuinbuurt mochten we ook bouwen. Daar stonden toen ook woningen. Het klopt wel dat we aanvullende geluidsvoorzieningen moeten treffen langs de snelweg. Dat was al zo in de Tuinbuurt en dat blijft zo met Krispijn Noort, zoals het op deze tekeningen is genoemd. De voorzitter: Mijnheer Hoek, gaat u verder. De heer Hoek: Om dan iets verder te gaan op het eerste punt dat ik noemde, de ruimtelijke hoofdstructuur van de buurt. Dat wordt geïllustreerd door dit diagrammetje. En dat geeft eigenlijk ook meteen een antwoord op de vraag, wat is de drager van de woonkwaliteit op het Maasterras? De Oude Maas en het Rivierenpark blijven toch op enige afstand liggen van de wijk, doordat de Laan der Verenigde Naties, het havenspoor en ook de aanlanding van de brug daar toch nog als een soort barrière wel tussen blijven liggen. We gaan die zeker ook wel bereikbaar maken vanuit het Maasterras. Maar voor echt de uitloopruimte zul je misschien toch van iets anders gebruik moeten maken. De voorgaande plannen leunden ook sterk op het park aan het spoor. Maar ook daar zien we dat door het handhaven van het spooremplacement toch een flinke ruimteclaim daar ook van het centrum parkeren, wat een flinke invloed heeft, dat die groene ruimte misschien net onvoldoende is voor zo'n grote ontwikkeling, om echt de woonkwaliteit te zijn.

Daarom zeggen we, kunnen we dat vergroten naar een wat grotere parkstructuur, die zich om de buurt heen vouwt, dat zijn we het Dijkenpark gaan noemen, omdat ook die Weeskinderendijk daarin eigenlijk een verbindend element is. We stellen ook voor om die

11

Weeskinderendijk weer veel zichtbaarder te maken en meer beleefbaar te maken, met name aan de zuidkant daar, door de verbindende weg tussen het Hugo de Grootplein en de Maasweg te verplaatsen van de dijk, waardoor een eigenlijk onafgebroken autovrije parkstructuur ontstaat, die de Dense buurten omvat. De voorzitter: Mijnheer Damen heeft een vraag voor u. De heer Damen: Het gaat me erg aan het hart dat de toekomstige bebouwing ... Dat de mensen die daar wonen optimaal kunnen profiteren van de rivier. Nou ligt er wel een drukke weg tussen de wijk en de rivier, maar dat zie ik bijvoorbeeld ook aan De Boompjes in Rotterdam. En toch willen de mensen dolgraag aan De Boompjes wonen, met uitzicht op de rivier. En daarom snap ik het niet waarom u in de stukken die wij gekregen hebben de hoogbouw daar niet terechtkomt, maar gewoon verspreid in het plan terug te vinden is. Want ik zou het liefst zien dat je de hoogbouw gewoon zoveel mogelijk naar de rivier schuift, en desnoods een soort ‘...’ maakt om ook mensen uit het binnengebied mee te laten genieten. En ik hoor graag wat de reactie is. De voorzitter: Waarom kiest u niet de logische oplossing van mijnheer Damen? De heer Hoek: De belangrijkste reden dat de hoogbouw niet direct aan de Maas staat, is dat dat ook eigenlijk de kant is waar van alle kanten het meeste geluid komt.

En hoogbouw neemt gauw al de vorm van iets van een toren met appartementen erin, die moeilijk een geluidsluwe kant kunnen hebben. Dat is eigenlijk de belangrijkste reden dat de hoogbouw niet direct in de eerste lijn staat. Maar ook als hij wat verder staat, heb je nog steeds een mooi uitzicht, juist omdat die bebouwing daarvoor iets lager is op de Oude Maas. De voorzitter: Mijnheer Hoek, gaat u verder.

De heer Hoek: De volgende slide laat zien het concept eigenlijk hoe we met de bouwhoogtes omgaan. Daar kan ik meteen dan ook op voortgaan. We stellen eigenlijk voor om een soort basishoogte in de buurt aan te houden van zo’n vier à zes bouwlagen. Dat is stedelijk, maar op zich nog steeds past het wel bij een stad als Dordrecht. Het is een hoogte waarmee ook de binnentuinen en de straten nog steeds voldoende daglicht krijgen. En een hoogte waarbij ook het contact met de straat vanuit de woningen nog steeds goed gaat. Wat we wel voorstellen, is om aan de meest geluidbelaste zijdes echt een wat stevigere rand te maken van minimaal zes bouwlagen. Dat is de zijde aan de Maas, langs het spoor, langs de snelweg. Maar ook intern met die nog steeds te handhaven weg. Daar is het wat steviger, waardoor het aan de binnenkant juist wat luwer kan zijn, waardoor het geluid ook niet verder de buurt in komt. Verder zien we nog een aantal hoogteaccenten aangeduid, met die sterretjes en ruitjes. De meeste zijn zo'n laag of tien. Eigenlijk een soort middelhoogte. Die ook een ander woontype toevoegen aan de buurt. En een enkele uitschieter naar achttien lagen, ook redelijk centraal in het plan. De heer ‘t Lam: Voorzitter.

12

De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Ik hoor spreken over stevige wanden. Zijn dat gewoon dichte muren zonder ramen? De heer Hoek: Nee, dat zijn zeker geen muren zonder ramen. De heer ’t Lam: Als ik de plaatjes zit te kijken, dan zie ik geen raam. De heer Hoek: Aan de architectuur zijn we nog niet toegekomen. De voorzitter: Daar is hij nog niet. De heer Hoek: Ik stel me voor dat dat relatief aaneengesloten bebouwing is, laat ik het zo zeggen, met appartementengebouwen. Ik denk vooral galerijen, met galerijen aan de binnenkant. Waardoor dat woningen zijn die aan één kant wel uitzicht hebben op die open groene ruimtes aan de randen, maar die ook een stille kant hebben aan de binnenkant. Het zijn niet per se wanden zonder ramen, dat zeker niet, maar wel woningen waar je ook een stille kant hebt. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, een tweetal vragen. Hoor ik u zeggen dat grondgebonden woningen daar niet ontwikkeld gaan worden? Dat is mijn eerste vraag. De heer Hoek: Nee, er is zeker kans voor grondgebonden woningen in het Maasterras, en ook aan de buitenzijdes. Mevrouw Bollen: Komt later nog. De heer Gündogdu: Komt later nog. En dit is misschien wel een politieke discussie, maar u geeft aan ... De voorzitter: Dat is niet de bedoeling. De heer Gündogdu: Maar ik wil hem technisch maken, voorzitter.

U zegt, u adviseert hoogteaccenten van tien tot achttien lagen. We zitten in een tijd waar woningen enorm schaars zijn. Maar ik neem aan dat wij op enig moment ook wel in het bestemmingsplan nog gaan vastleggen hoe hoog die gebouwen zouden kunnen zijn? De voorzitter: Mevrouw Bollen. Mevrouw Bollen: Nee, klopt. In het bestemmingsplan gaan we dat vastleggen. Het is nu in het ontwerpbestemmingsplan ook vastgelegd. Deels minimale hoogtes om geluid te keren, maar ook maximale hoogte dan. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk.

13

Mevrouw Stolk: Even over de veiligheidscontouren, ook over die hoge muren. Daar hadden ze het net over, ik weet niet wie de vraag stelde, komen daar ramen in? Maar kunnen die ramen ook open aan de Maaszijde? De voorzitter: Mevrouw Bollen. Mevrouw Bollen: Als het geluid weer in de wanden moet zijn, dan kun je daar ... Je hebt speciale technische ramen, dat is heel lastig uitleggen nu, zeker voor de mensen thuis, maar die zo gaan, want geluid maakt geen golven. Dan kun je ze deels openschuiven. Dat noemen we havenvensters. Zijn heel veel Hamburg. Maar dat is heel detaillistisch. We gaan het wel heel technisch maken nu. En je hebt de suskasten. Maar in principe kun je ze niet openen ofwel openschuiven. Je hebt wel balkons die je dicht en open kan zetten. Kun je zelf bepalen of je wel het geluid naar binnen wil halen of niet. De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Een paar kleine vraagjes. Als ik naar dit plan kijk, zijn er meerdere varianten uitgetekend of is dit de variant? Als ik dan kijk naar deze variant en ik leg hem naast het oude plan, zitten daar dan nog steeds dezelfde woningaantallen in? En is er in het plan dan ook rekening gehouden met een aantal discussiepunten, zoals we die hier al een tijdje voeren met betrekking tot het woonwagenkamp en oude woningen aan de Weeskinderendijk? De voorzitter: Mevrouw Bollen.

Mevrouw Bollen: Ik begin even bij de laatste. Wij gaan er nog steeds vanuit dat als we hier voldoende woningen moeten bouwen ... En er komen nog heel sheets met aantallen woningen, type woningen. U bent ietwat vroeg. Het komt allemaal nog. Dat beloof ik u. Wij gaan nog steeds vanuit dat we die ruimte nodig hebben om het aantal woningen te maken en om een haalbaar plan te maken. De eerste twee ... Sorry, ben ik bij de laatste begonnen. Sorry, wat waren de andere twee vragen? De voorzitter: Verschillende types. Mevrouw Bollen: Daar kom ik straks op terug. En meerdere varianten. Nee, we hebben één proefverkaveling gemaakt. Dat was deze. De voorzitter: En een verzoek, als u denkt dat de vraag later beantwoord wordt, spaar hem even op. De heer Hoek: Het volgende kaartje laat de belangrijkste fietsroutes zien. En waarom haal ik meteen die fietsroutes naar voren? Voor deze ontwikkeling is gezegd dat het STOMP-principe van belang is. Dat het stappen en het trappen eigenlijk voorop komt. Dat betekent dat dat fietsen ook echt goed en comfortabel moet zijn. En wat ons betreft betekent dat ook niet te lang over autonome viaducten die over de stad scheren, waar de sociale controle ook kwetsbaar is. Maar eigenlijk net zoals wat ik net zei bij de brug, dat die vroeg in de stad landt. Dat is op het hoogste punt van het plan. Dat is ongeveer daar. Dat zijn we het Balkon gaan noemen.

Daar kom je als fietser al op het maaiveld. En vanaf daar ga je geleidelijk afdalen in twee richtingen. Ofwel richting het zuiden, richting

14

Dordrecht Zuid of teruglussend naar de binnenstad, ofwel langs het spoor richting het station. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u, voorzitter. Dat ging wel heel snel. Ik zag staan fietsen ofwel via de Hoge Bakstraat of Krispijnse tunnel of via een trap. Maar welke trap wordt dan bedoeld? Is dat een nieuwe trap of een bestaande trap? De voorzitter: Mevrouw Bollen. Mevrouw Bollen: Dat is de bestaande trap. De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Hoek. De heer Hoek: Dit kaartje laat de essentie van het parkeren zien. We zien eigenlijk drie clustertje met parkeren hier. De bovenste, de donkerrode, is het centrum parkeren. Dat is bedoeld voor bewoners en bezoekers van de binnenstad. Die wordt deels opgelost onder het op te hogen maaiveld van wat we het Balkon zijn gaan noemen. De ruimte die geleidelijk oploopt richting de Oude Maas en gedeeltelijk ... Die komt eigenlijk uit in een wat groter gebouw die daar in de parkstrook staat. En daar hebben we een referentie hiervoor op de slide gezet, de Katwolderplein garage uit Zwolle. We stellen ons voor een redelijk expressief gebouw, wat met zijn voeten in het groen staat. Dat kan zo'n vorm zijn. Het kan misschien ook met groene gevels. Zover zijn we nog niet.

Maar wel een stevig parkeergebouw, van waaruit je als voetganger of als je overstapt op de fiets ook de binnenstad kunt bereiken, met een nieuwe verbinding onder het spoor door. Die wordt ontsloten vanaf de Dokweg. Maar ook ontsloten vanaf de Dokweg wordt het parkeren voor de bewoners van M3 en M4, de buurten daar, die in een soort grote geïntegreerde parkeeroplossing onder het te verhogen maaiveld terechtkomen. Daar hebben we nog wat doorsnedes van zo, om dat te illustreren. En voor M5, dat is het zuidelijk stuk, komt er ook een parkeergebouw, dicht tegen de A16 aan, waarmee die ook deels voor het afhangen van het geluid zorgt. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Achter in het hoekje. De voorzitter: Ik ben niet gewend dat u zo ver weg zit. De heer Noldus: Ik had een iets verlate entree, vanwege het uitlopen van de Agendacommissie. Excuus daarvoor. Vraag over parkeren, of dat in de omvang ook gelijk is aan de omvang die in het vorige plan stond? Omdat ik net ook begreep dat er extra ruimte wordt gevonden onder het verhoogde maaiveld. Heeft dat ook nog een omvangverbetering tot gevolg? De voorzitter: Mevrouw Bollen.

15

Mevrouw Bollen: We zijn uitgegaan van dezelfde parkeeraantallen die bij dit aantal woningen hoort. Dat is ongewijzigd. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Toch even een technische vraag dan. Ik probeer hem technisch te stellen. Het aantal woningen dat er komt. Volgens mij heb ik net al de vraag gesteld, hoeveel woningen komen er? De voorzitter: Het antwoord wordt. Is al toegezegd. De heer Hoek: De volgende is een ingreep die we ook hebben gedaan ten opzichte van de voorgaande plannen. En dat is dat we eigenlijk de bebouwingslijn, de noordelijke bebouwingslijn, die vroeger gelijk liep met de huidige Weeskinderendijk, die iets schuiner loopt dan die op deze tekening is, dat we die als het ware wat rechter hebben gemaakt. Waardoor de afstand tussen het spoor en de bebouwing eigenlijk overal relatief gelijk blijft en waardoor die met name in deze hoek een stuk verder van het spoor komt. En dat is ook de plek waar we het parkeergebouw hebben voorzien. En door het verplaatsen van die bebouwingslijn blijft er ook genoeg ruimte tussen dat parkeergebouw en de woonbebouwing, waardoor de groene ruimte van het spoorpark daar ook goed omheen kan spoelen. Al die voorgaande schetsjes zitten eigenlijk vervat in deze plankaart. Daar zit ook een proefverkaveling in voor die buurten. Dit toont eigenlijk het totaalbeeld.

En ik zou hem even van zuid naar noord af kunnen lopen. We zien zuid een buurtje dat eigenlijk aansluit bij Krispijn in zijn opzet. Vervolgens een nieuwe verbindingsweg tussen het Hugo de Grootplein en de Laan der Verenigde Naties, die ook zorgt voor de ontsluiting van Krispijn. Die ligt wat zuidelijker dan die vandaag de dag ligt, waarmee de ruimte ten noorden daarvan vrijgespeeld wordt, dat onderdeel wordt van het Dijkenpark. De voorzitter: Mijnheer Groenewege heeft een vraag voor u. De heer Groenewege: Er wordt gezegd, het sluit aan bij Krispijn. Maar ik zie die aansluiting juist minder, omdat de straten niet op elkaar aansluiten. Bijvoorbeeld bij dat stuk daar, de Spiegelstraat. De bestaande Spiegelstraat komt nu uit op gewoon een dicht blok. En ook bij het zuidelijk stuk komen straten uit op dichte blokken, terwijl ze in de rest van de wijk gewoon mooi doorlopen. Waarom is daarvoor gekozen? De heer Hoek: Het klopt dat niet alle straten in de nieuwe opzet aansluiten op de straten van de naastgelegen buurt, maar toch ook een aantal wel. Bijvoorbeeld deze wel en deze wel. Daarmee toch twee van de vier wel, zou ik zeggen. En dat heeft ermee te maken dat we in het type stedelijkheid hier ook toch wel echt naar een ander beeld gaan dan de grondgebonden woningen die in de wijk daarnaast te vinden zijn. Er zit wel een zekere overgang in naar een ander type stedelijkheid.

16

De voorzitter: Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Even kijken of deze het doet. Doet hij het, de microfoon? De voorzitter: Ik versta u. Mevrouw Jager: Als de anderen me ook verstaan. Over de wegen en wegen uit Krispijn en naar Krispijn. Is er ook enig zicht op de drukte die dat met zich mee gaat brengen op de wegen? Want op dit moment is het in Krispijn, en met name op de Brouwersdijk vanaf het Hugo de Grootplein, ontzettend druk. Als er nog meer gebouwd bijkomt, meer woningen bijkomen, meer auto’s bijkomen, hoe gaat dat dan? Hoe gaan die stromen lopen? De voorzitter: Mevrouw Bollen. Mevrouw Jager: Want dat is tamelijk lastig. Mevrouw Bollen: Nu de afgelopen weken is er ook door Antea weer onderzoek. Ook omdat we de plannen gaan vergelijken die er nu voorliggen. Daarin wordt ook weer verkeersonderzoek gedaan en ook modelmatig gekeken wat de ingrepen, wat het plan doet op de drukte op kruisingen, maar ook op wegvakken. Die informatie krijgt u allemaal bij de volgende sessie. De heer Hoek: Ik was gebleven in mijn toelichting bij het Dijkenpark. Ten noorden van het Dijkenpark dan ook weer een nieuwe buurt, die eigenlijk rond de brugweg gelegen is. Met daarin gesloten bouwblokken met groene binnenhoven, straatjes met een formaat, zoals je ze in de Dordrechtse binnenstad ook aantreft en groene pleintjes die voor een wat diverser beeld zorgen.

Dan ziet u daar boven in beeld, daar landt de brug aan op een nieuw op te hogen stuk, wat we het Balkon zijn gaan noemen. Vanaf het Balkon zou je met een passerelle, een voetgangersbrug, kunnen oversteken richting het Rivierenpark. En ook weer met een paar mooie brede trappen naar de Dokweg kunt afdalen. Dat is ook de plek waar de parkeergarages worden ontsloten, de stadsgarage, maar ook de bewonerskelder eigenlijk onder de buurt. De voorzitter: Mijnheer Groenewege heeft nog een vraag voor u. De heer Groenewege: Er wordt gezegd, straatjes met een formaat, zoals je ze ook in de Dordtse binnenstad zou kunnen aantreffen. Maar in de Dordtse binnenstad hebben we geen gebouw van vijf verdiepingen hoog. Tenminste, dat is niet de norm. Zijn die straatjes dan niet te smal voor zo'n dichtheid? De heer Hoek: De straatjes zijn net wel twee meter breder, zou ik zeggen, maar ze zijn altijd ongeveer zo breed als dat de bebouwing hoog is, waardoor er voldoende daglicht ook in die straatjes komt en dat het niet te veel aan gaat voelen als een soort canyons. En wat is het in het Nederlands? Groot. En ze zijn autovrij inderdaad.

17

De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Ik ga hem nu alvast stellen, met het gevaar dat ik misschien iets te vroeg ben. Als we het maaiveld gaan ophogen, en ik hoorde u net ook over een trap naar beneden en zo, wordt er wel nagedacht over de toegankelijkheid? Want eer dit klaar is, moet alles in Nederland verplicht toegankelijk zijn. Dat is helaas, niet helaas natuurlijk, maar misschien wel helaas voor jullie, maar zeker niet voor mij, de realiteit. Mevrouw Bollen: Een hele terechte vraag. Dat wordt straks ook nog geprobeerd in meerdere slides heel duidelijk uit te leggen, want het is best een complex plan, met inderdaad veel hoogteverschillen. Het komt. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: We hebben het steeds over de Dijkhaven of Dijkenpark. Ik ben het even kwijt. Is dat nu nieuw, of viel dat eerst onder fase 2? Of zie ik dat verkeerd? Mevrouw Bollen: Het is nog steeds wat eerder Tuinbuurt heette. Daar stonden toen ook al woningen. En dat was ook een deel van het Maasterras. Alles ten oosten van de weg is fase 1. Fase 2 is pas de sprong over de snelweg. Links wel ten westen ervan. De Put, dat is allemaal fase 2. Alles wat hier ingekleurd is fase 1. En het zat ook al in het ontwerpbestemmingsplan in de voorkeursvariant als Tuinbuurt. De voorzitter: Nog een vraag, mevrouw Stolk.

Mevrouw Stolk: Waar valt dan het woonwagenkamp nu in? Mevrouw Bollen: Die zat onder de Tuinbuurt en zit nu onder dit deel, wat we nu Krispijn Noord en het Dijkenpark ligt. Niet alleen het groen, maar ook het bebouwde deel. Eigenlijk de aanlanding loopt er nu. Die hele lus loopt er nu doorheen. Moet ik hem even ... Sorry. Nu loopt de aanlanding over dit tracé, en dan met een grote boog hiernaartoe. Zo loopt nu ongeveer de aanlanding. Dit hele stuk was eerder ook de Tuinbuurt. En hebben we nu anders ingedeeld. Maar is nog steeds hetzelfde plangebied. Is niet gewijzigd. De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Hoek. De heer Hoek: En ik hoop dat deze schets u een beetje een beeld geeft van hoe dat er dan in derde dimensie zou kunnen uitzien. Deze schets toont enerzijds de relatie tussen de open ruimte en de bebouwde ruimte, met redelijk Dense buurtjes van gesloten bouwblokken met een middelhoogte, met daaruit voortkomend een aantal hoogteaccenten en die wat stevigere randen aan de geluidsbelaste zijdes. De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: Even kijken hoor. De akoestiek is zodanig dat ik ... Mijnheer Stam.

18

De heer Stam: Even een kleine verduidelijkingsvraag. U zegt net, het woonwagenkamp staat nog steeds ingetekend, zoals in fase 1. Maar ik heb u net toch horen zeggen dat 50 procent wordt ingeleverd, of mis ik wat? Mevrouw Bollen: Nee, toen werd de vraag gesteld, is het hele gebied van de Tuinbuurt ongeveer waar nu de woonwagens staan? In dit plan gaan we er nog steeds vanuit dat we het gebied, waar nu de woonwagens staan, nodig hebben voor de woningbouw en om aantallen te halen en een haalbaar plan te maken. Een deel van de Tuinbuurt is nu park geworden. Dat is waar nu het huidige gemaal ook staat, dat uit de luchtkerkvormig gebouw. Dat staat nog steeds hier in het groen. En ik geloof dat op twee na alle woonwagens ... Ik heb een plattegrond, maar die heb ik uiteindelijk niet in de presentatie gedaan, waarin je heel goed de huidige situatie onder dit nieuwe plan ... En dan zie je dat bijna alle woonwagens nog steeds onder de nieuwbouw zitten. Als je ze nu zou laten staan, wat niet kan in dit plan, staan er twee of zo in het park. Maar ik kan die tekening nog wel nasturen, want dan ziet u exact ... Dat is wellicht toch wel handig. De voorzitter: Ik denk dat dat gewaardeerd wordt. De heer Hoek: Dit geeft een beeld van het beoogde stadsbeeld en van de open ruimte structuur. Nog even verduidelijkend, we zien de dijk hier op de voorgrond en daarbovenop is eigenlijk het dijkniveau.

En vanaf daar loopt deze straat geleidelijk omhoog en deze straat geleidelijk omhoog naar daar waar de brug gaat aanlanden. En de brug gaat eerst nog over de sporen heen. En op de voorgrond de parkeerhub voor de binnenstad, met de suggestie van een verbinding onder de sporen door richting de binnenstad. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Ga ik weer. Hoe zijn de posities van de hoogteaccenten bepaald? De heer Hoek: De hoogteaccenten staan voornamelijk op hoeken van gebouwen, op hoeken van de buurt en rond open ruimtes, de grotere parkstructuren, maar ook de kleinere groene pleintjes intern in de buurt. En zoals eerder gezegd zit er een soort oploop in de buurten, waarbij ze niet direct meteen aan de meest geluidsbelaste punten staan, maar eigenlijk iets meer centraal in de buurt, waardoor ook een soort geleidelijk oplopend beeld is naar de randen toe. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel. Als we kijken naar de beginplannen, van Mecanoo onder andere, dan zie je wel de openheid van de plannen, de openheid van het gebied. Daar hebben we het ook steeds gehad over de entree van de binnenstad. En nu zien we hier in totaal twaalf gesloten blokken.

Als we de openheid van het Mecanoo plan een tien geven, in hoeverre vinden we het hier nog open en een visitekaartje van de mensen die de stad binnenrijden? Want het is behoorlijk gesloten. En als we kijken naar de Spuiboulevard, dan zien we eigenlijk ook dit soort blokkendozen nu. Moeten we daaraan denken, aan die stijl, dat we naar dat soort wanden gaan kijken straks?

19

De voorzitter: Mevrouw Bollen. Mevrouw Bollen: Ik pak hem. Het vorige plan van Mecanoo ging natuurlijk uit van geen autoweg meer door de wijk heen. Daar hoefde je ook geen wanden meer te maken, want daar was geen geluid. Op het moment dat de aanlanding blijft met alle auto’s erop, zo'n 14.000 auto's per etmaal, moet je daar ook iets doen met geluidsvoorziening, anders kunnen we geen woningen realiseren met een geluidluwe zijde. Die banden in het midden door het plan zijn gewoon een noodzaak, vanwege het geluid. De opbouw in Mecanoo was eigenlijk, wat ook werd gezegd, een groen tapijt met losse gebouwen erop. Dat was ook niet zo aan de randen. Ook daar aan de Dokweg had je wanden om het af te schermen. En ook aan de kant van het noorden zaten wanden. Alleen we hebben gekozen om ook die stedelijkheid terug te brengen.

Als je aan zoveel kanten wanden moet maken, dan is de sprong naar gesloten bouwblokken met hele duidelijke luwe binnenzijden, waar je ook privacy hebt voor mensen en een buitenzijde waar meer reuring is en je, in het geval dat je geluid moet afweren, woningen neerzet, krijg je een andere structuur. Het klopt wat u zegt, het is wel degelijk een andere stedenbouwkundige taal dan die in dat plan zat. En die is voor een groot deel ... De consequentie ervan, nog meer met geluid moeten ontwerpen dan in het vorige plan. De heer Van der Spoel: Korte vervolgvraag, voorzitter. De voorzitter: Dat mag, mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Ik zie een aantal keren de term menselijke maat staan in de presentatie. En moeten we dan daar vooral uitgaan van het geluid, dat we daar met de menselijke maat ... Of hoe moet ik dat lezen? Mevrouw Bollen: Nee, het gaat heel erg over de verhouding, waar we het net ook al even over hadden, hoe breed een straat is en hoe hoog de wanden? Als je gemiddeld acht à tien wanden naast je hebt, dat is echt het idee, denken we aan flats en aan galerijflats, dat is een hele andere beleving dan gemiddeld vier, vijf lagen, zeker aan de randen. Dat kunnen ook, en dat laat ik straks nog zien kunnen, stadswoningen zijn met gewoon een deur op de begane grond en vier lagen.

En menselijke maat wil zeggen dat je de confrontatie, zoals jij in de openbare ruimte bent ofwel op je binnenterrein, dat je nog het idee hebt dat je gewoon kan praten met de mensen die op vierhoog wonen en niet hoeft te schreeuwen of hele hoge torens hebt, waarbij je eigenlijk geen verbinding meer hebt met de mensen en de wereld op de grond. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Het plan wordt nogal gedicteerd door geluidshinder, vind ik. Nou heb ik begrepen dat op de brugweg, aan deze kant, de snelheid 30 kilometer wordt. Als we dadelijk massaal elektrisch gaan rijden, tenminste als we autorijden, maar als we

20

massaal elektrisch rijden en 30 kilometer per uur is er naar mijn idee heel beperkt geluidshinder. In hoeverre wordt met die variant rekening gehouden? Hetzelfde zou je kunnen vragen ten aanzien van de A16. Als de snelheid op de A16 omlaag zou gaan, zoals in Rotterdam waar ik geloof 80 of 70 gereden mag worden op de Ruit, dan zou dat een enorme geluidsreductie opleveren en zou de geluidshinder dicterend zijn. De voorzitter: En uw vraag, mijnheer Damen? De heer Damen: Klopt dat? Mevrouw Bollen: Het klopt dat het geluid wat afneemt. Ik rij zelf ook elektrisch, en dat ding hoor je echt nog rijden helaas. Het is een misvatting dat die geen geluid meer produceren. Het contact van de weg met de banden is iets wat ook geluid oplevert. Dat hou je. Vrachtverkeer blijft eroverheen gaan. Zelfs al zijn ze elektrisch, die maken ook nog geluid. Het reduceert iets, maar dat zit ook in de modellen en in de geluidsberekeningen. We gaan zeker niet dat niet meenemen. Dat zou zonde zijn. We gaan niet meer geluidsbelasting meenemen in het ontwerp als dat niet nodig is. Daar gaan we wel mee ontwerpen. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen heeft ook een vraag. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: En daarna stel ik voor dat wij uw vragen gaan opsparen, want anders krijgen we het echt niet af. Ik wil ook heel graag nog de reflectie van de stadsbouwmeester horen.

We kijken hoever we komen aan het eind van de presentatie, of er nog vragen gesteld kunnen worden en zo ja, hoeveel. De andere noteert u, kunnen schriftelijk ingediend worden, maar anders krijgen we het echt niet af nu. En er zijn ook mensen die om 22.00 uur weer naar een andere vergadering moeten. Mevrouw Van Herwijnen, u mag uw vraag nog stellen. Mevrouw Van Herwijnen: Mijn vraag gaat over het Dijkenpark. Het Dijkenpark is nu gelegen in het ontwerpbestemmingsplan in een bouwvlak. Dat betekent dat er in principe bebouwd mag worden. We gaan er nu een park van maken. Betekent dat dat daarmee het ontwerpbestemmingsplan daarin wordt aangepast? Mevrouw Bollen: In principe, in het ontwerpbestemmingsplan mag je in de bestemming woning ook groen maken, ook wegen, ook verkeer. Het is niet zo dat je daar per se woningen moet maken. Daar mag je ook dit park in maken. Het blijft eigenlijk onderdeel van het gebied waarin je een woonwijk mag ontwikkelen, met alles wat daarbij hoort. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, maar dat betekent dat het andersom ook mag. Je mag wat nu park wordt dadelijk ook gewoon bebouwen. De ontwikkelaar heeft de mogelijkheid om in het park te bouwen? De voorzitter: Mevrouw Bollen, klopt die conclusie?

21

Mevrouw Bollen: Ja, als alleen de bestemmingsplankaart leidend zou zijn. Maar bij het huidige ontwerp zat natuurlijk aan vast het hele Masterplan, met allerlei regels dat je niet kon bouwen op plekken waar wij dat niet wilden. Dat Masterplan ging uit op een ander plan. We zijn nu komende weken nog heel erg druk om te kijken wat voor regels onder andere dit ... Dit park zal uitgangspunt worden. Hoe leggen we dat vast, zodat er in dit park niet gebouwd kan worden? De voorzitter: Ik stel voor dat we nu gewoon doorgaan. We zijn nog niet op de helft van de presentatie. De laatste twee sheets kostten meer dan een kwartier. En we hebben er nog vijftien te gaan. Hou uw pen bij de hand. Heeft u brandende vragen, even opschrijven. Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Even over de procedure, voorzitter. Ik heb die presentatie van tevoren bekeken. Ik heb daar vragen bij gemaakt, bij sheets die nog vertoond moeten worden. Als ik die straks schriftelijk moet stellen, dan heeft deze bijeenkomst niet zoveel zin. Er zitten ook mensen op de tribune die willen weten wat er speelt op bepaalde vlakken. Ik zou toch graag de gelegenheid krijgen om technische vragen te stellen. De voorzitter: Ik snap dat. De heer ’t Lam: En ik heb meer behoefte aan beantwoording van die vragen, dan, met alle respect naar de stadsbouwmeester, nog een betoog van hem te krijgen wat hij van het plan vindt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/898/documents/38988