2.6 2024.12.10 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Mijnheer Van der Spoel, was dat ook wat u ongeveer wilde zeggen? Dan ga ik gewoon nu aan u vragen, gaan we dit stuk volgende week oordeelsvormend in de raad behandelen? Ik zie heel veel mensen knikken. Er hoeven maar zes te knikken, want dan hebben we een meerderheid. Dan is dat bij deze besloten. Een enigszins politieke vraag is er geformuleerd. Ik ga dan al wel vast namens de burgemeester de oproep doen, hou u een beetje in volgende week. Ga ik zeker doen. Ik denk dat ik niet de woordvoerder zal... Hoewel, dat zou nog weleens kunnen. Maar dan neem ik dat ook mee. 2 minuten moet genoeg zijn. Dat denk ik ook. Dan is dat bij deze besloten. Dan over de politieke vraag van mijnheer Van der Meer. Weet u hem nog, mijnheer Van der Meer? Mark, lees hem nog een keer voor. En daarna mevrouw Pichel nog. De heer Den Boer: Ik heb hem zo opgeschreven. Zit er in het voorstel voldoende garantie dat het het soort banen oplevert die we willen hebben? De voorzitter: Prima. En mevrouw Pichel. De heer Oostenrijk: Voorzitter. De voorzitter: Eerst mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Mag het? Ik wilde hier toch... Zeker omdat we er zo weinig over hebben kunnen debatteren, dat ik hem niet alleen zou willen beperken tot die politieke vraag, maar gewoon tot het stuk en de vragen. De voorzitter: Ik vind het prima, als u maar binnen de 2 minuten blijft.
En de VSP mag gewoon gelijk stemmen, want als het een hamerstuk... Mijnheer Stolk, dat mag?
40
De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik zou me ook niet willen beperken tot de bewoording die de griffier net heeft geuit, als het alleen maar zou gaan om de banen. Het gaat om meer. De voorzitter: Dat is goed. U heeft gewoon 2 minuten. En het is aan de burgemeester om erop te letten dat u die niet overschrijdt. En daar is hij best goed in. Ik dank u allen. In het bijzonder ook Niek de Wit en met zijn assistent van ROM-D. En dan vraag ik... Als u uw naam nog even in de microfoon... Dan kan dat in het verslag toegevoegd worden dat u een waardevolle gast was. De heer Verschoor: Mijn naam is Otto Verschoor van de ROM-D. De voorzitter: Otto Verschoor van ROM-D. De heer Verschoor: Mijn ouders waren niet zo creatief. De voorzitter: Helemaal goed. Voor degenen die niet straks hier bij de bibliotheek weer zitten, vraag ik vriendelijk als u weggaat of u uw afval en uw bordje mee wil nemen. Als u toch hier blijft, laten we de bordjes staan, dan kan er ook niet iemand anders stiekem gaan zitten. En ik dank u voor uw inbreng. Het was een genoeglijk uurtje, denk ik. En we hebben best stappen gezet. Toch?
6. Beschikbaar stellen van een krediet voor de Aankoop Bibliotheek Groenmarkt 153 – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouders: Wethouder M. Burggraaf Overige aanwezigen: dhr. De Wit, dhr. Verschoor
41
De voorzitter: Beste mensen, wij zijn hier bijeen voor het raadsvoorstel Aankoop Bibliotheek Groenmarkt 153. En dit is, net als daarnet, een beeldvormende technische sessie. Ik heet u allen hartelijk welkom. Ik zie wat bekende gezichten. Ik mis er ook een. Die is stiekem weggegaan. Ik ga ook welkom heten uiteraard weer Niek De Wit. En hij heeft ook wederom een assistent bij. Heeft die hier ook mee te maken? Dat mag je niet zeggen. Laten we voor het verslag ons eerst maar weer eventjes netjes voorstellen. En deze keer ga ik, en dat is mijn gewoonte altijd als ik meer vergaderingen voorzit, linksom in plaats van rechtsom. De heer De Wit: Nog een keer. Nog steeds Niek de Wit, programmamanager Economie. De heer Verschoor: Nog steeds Otto Verschoor van ROM-D. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Oostenrijk: Theo Oostenrijk, CDA. De heer Stolk: En Leo Stolk van de VSP. De heer Wringer: Op dat hoekje, oftewel Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Meer: Frans-Bauke Van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk.
En ik ben uw zeer serieuze commissievoorzitter vanavond. We gaan ook met een heel serieuze aangelegenheid aan de slag. Ik heet ook nog welkom achter mij de publieke tribune en de mensen die thuis meekijken of meeluisteren. En dat zullen vast een paar biebmedewerkers zijn, denk ik zomaar. Korte toelichting, de Agendacommissie besloot vorige week het raadsvoorstel beeldvormend te agenderen, zodat nog een nadere toelichting gegeven kan worden op zaken, zoals de financieringssystematiek, de risico's en de uiterste beslistermijn. Voor ons inmiddels een begrip geworden, denk ik. Ik ga het woord geven aan, wederom, Niek De Wit met het, ik noem het maar, vervolg van zijn presentatie. De heer De Wit: Als het goed is, zitten er inderdaad een aantal parallellen in. Weer een korte inleiding. Volgens mij, de meesten kennen dit pand wel. Het markante pand met het rijksmonument De Gulden Os aan de voorzijde, linkerpand ertegenaan. En natuurlijk aan de achterkant een flink deel wat er later aan vast is gebouwd in de jaren 80. Dit sla ik over. Spreekt voor zich. We zetten hierin vooral op de binnenstad, strategische
42
panden grip te krijgen. En daarmee ook op het uitgifteprofiel. Aankoop bibliotheek. Dit schakeert natuurlijk heel erg ook met de visie op de binnenstad. Het versterken van je kernwinkelgebied, het toekomstbeeld, zoals u ook Slijpen aan de Diamant heeft vastgesteld. Bibliotheek 3.000 meter. Flink pand. Grote achterstulp, wat ik net al eigenlijk aangaf, van ongeveer 1.500 vierkante meter over begane grond en de verdieping. En een schakelpunt Groenmarkt naar de Visstraat, echt het onderdeel van het kernwinkelgebied, waar we het aanbod willen versterken. U weet, bibliotheek is van zins om intrek te gaan nemen in het toekomstige Dordthuis ’26. En zal ook deze locatie verlaten. Vanuit onze opgave grip krijgen, dit soort plekken structuurversterking toevoegen is voor ons zaak, menen wij vanuit onze agenda om ook dit pand te kopen. En daar, vergelijkbaar op het proces wat ik net schetste, maar dan was dat echt vanuit de regionale Projecten CV met kapitaalinbreng van gemeenten en provincie, hebben wij hier natuurlijk eerder dit jaar ook een regionaler fonds vooropgezet. Een binnenstadfonds, dat risicodragend ook de herontwikkeling kan vormgeven. Ook hier geldt, aankoop via de gemeente, omdat de gemeente is vrijgesteld van die vermaledijde, zou je kunnen zeggen, OVB van 10 procent. Wat natuurlijk ook een behoorlijke impact is op de businesscase.
En ook hier geldt, aankopen via de gemeente en herontwikkelen. En nu het besluit wat voorligt, is puur de aankoop die marktconform is getaxeerd op 3,4 miljoen, kosten koper. En iets minder natuurlijk exclusief kosten koper. Misschien nog even de plaatjes erbij, de plattegronden erbij. De meesten zullen het wel kennen, denk ik. Onderste gedeelte overal natuurlijk, het rijksmonumentale deel, achterkant. Daar ziet u ook het grijze gedeelte wat er later tegenaan is geplakt en met de gang. Andere gebouw, het grijzige doet meest... Het bovenste gedeelte, overigens een vrij nieuwe pand ook, met gewoon een gevel die ervoor is geplaatst. De witte gevel met stuc pleister ertegenaan. Voor ons van belang om ook regie uiteindelijk te hebben op het gebruik. Katalysator, wat ik net al aangaf. En we zien inmiddels ook veel interesse van lokale beleggers in de Visstraat. Inmiddels is het pand, bijvoorbeeld, wat we kennen als oud bioscooppand, ook overgenomen. Daar zijn nu ook hele mooie plannen voor. En wat je ziet, het zijn bijna altijd combinaties met stukje commercieel en wonen op de verdieping, ofwel aan de achterkant. Dat zijn een beetje... Echt de multifunctionele gebouwen. Het is prominent gezichtsbepalend, kan ik erover zeggen. Dat heb ik denk ik net ook al gedaan. En waar we naar op zoek zijn, is ook wel een afzetbaar product.
Ook hiervoor geldt, geen luchtfietserij moet uiteindelijk ook na herontwikkeling een profiel hebben waarvan de markt ook zegt, daar kunnen wij ook een belegging van maken. Er ligt een concept businesscase klaar. Daar zijn drie scenario's globaal in verkend vanuit ROM-D. En nogmaals, dat is het traject met een businesscase die door de AvA van die lokale structuur uiteindelijk ook vastgesteld moet worden, waar dan ook weer de afweging op de onrendabel top bijdrage vanuit de reserve voor de binnenstad, die gelabeld is op 4 miljoen. Herontwikkeling naar een hotelfunctie, integraal, eigenlijk het complete pand, maar gaat even uit van het behoud van het bestaande gebouw. Ook aan de achterzijde. Die is doorgerekend, technisch, door de ROM-D. Daar kan denk ik Otto misschien nog weleens iets meer over zeggen. Herontwikkeling naar een commerciële publieke voorzijde, echt het rijksmonumentale deel, met aanvullend wonen aan de achterkant, waarbij je uit zou kunnen gaan bijvoorbeeld van sloop en nieuwbouw en nieuwe kwaliteit kan toevoegen. Wat misschien ook wel weer past bij de kwaliteit van de hofjes en de bierbrouwerij die aan de achterkant zit, of de Stadsbrouwerij. Een andere, u raadt het denk ik al, ook herontwikkeling naar commerciële voorzijde met aanvullend
43
wonen en naar achter bouwen. En waarbij je uitgaat dat je het oude gebouw aan de achterkant behoudt en cosmetisch vooral aanpakt en daar wooneenheden in realiseren. Uiteindelijk zal ook later hier weer de afweging door u als raad gemaakt moeten worden op basis van de onrendabele top bijdrage, die wordt ingeschat, en de commerciële uitgangspunten uit een van deze ontwikkelscenario's. En nogmaals, die moeten worden vastgesteld. Bibliotheek heeft een uitdrukkelijke wens. En dat heeft ook alles te maken met het feit dat zij zekerheid willen hebben over de koopsom, gelet op de investering en de exploitatiebijdrage in het Dordthuis, om begin januari te laten transporteren. Beetje hetzelfde verhaal als bij de provincie. Hier moet ik eerlijkheidshalve ook wel bij zeggen, dit traject is veel later pas opgestart hoor. Hebben we intensief met elkaar opgetrokken, bibliotheek en wij. Was men overigens ook van zins. Natuurlijk is hier, voor dit soort panden, interesse vanuit de markt. En heeft men dat beeld natuurlijk ook wel. Afspraken hebben we in voorbereiding in ieder geval over ook terughuren van het Dordthuis.
Op het moment dat het pand overgedragen zou worden in eigendom hebben we afspraken gemaakt dat zij tot het moment van inhuizing in het Dordthuis, laat ik maar even zeggen medio ’26, in ieder geval het pand kunnen terughuren, tegen een aantrekkelijker tarief, wat we ook al ieder geval in de businesscase van de ROM-D hebben opgenomen. En nogmaals, de uitwerking van de BuCa staat al in de steigers, maar moet nog zeker echt wel verfijnd gaan worden. BuCa, businesscase, excuus. En het besluit van de AvA en daaraan voorafgaand ook weer het Investment Committee, met externe deskundigen die ook echt iets van de businesscase, alvorens AvA besluit. En AvA, nogmaals, is in dit geval alleen de gemeente Dordrecht, over puur de aankoop en de onrendabele top beschikbaarstelling. Of de onrendabele tops beschikbaarstelling, moet ik zeggen. Moet nog genomen worden. Een beetje hetzelfde verhaal als waar we het net over hadden. Besluit raad over de onrendabele top op basis van het ontwikkelprofiel later. Nu sec het voorstel tot aankoop. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Wit. Ik ga kijken. En ik zie wederom de heer Oostenrijk als eerste zwaaien. De heer Oostenrijk: Voorzitter, eerst maar even over de aankoopsom. De heer De Wit heeft gezegd, die is marktconform getaxeerd.
Dat kan je natuurlijk op verschillende manieren bekijken, want de marktconformheid wordt mede bepaald straks tot de gebruiksmogelijkheden. En heeft al, dat was dan voor mij weer nieuw, in ieder geval nu gezegd, aan de achterkant denken we aan woningbouw. Dat is in ieder geval alweer een nieuw dingetje. Maar het blijft even de vraag, en die vraag kan ik nu niet stellen, omdat die zijn namelijk deels politiek, wat wenst het college te gaan doen met dat gebouw? Want daar heb ik nog wel wat politieke vragen over, die die marktconformheid beïnvloeden en anderzijds het kostenaspect beïnvloeden. Want als je aan het gebouw gaat morrelen voor andere doeleinden, dat kost per definitie ook geld. In deze vergadering heb ik eigenlijk niet zoveel te melden. De voorzitter: Dan zijn we gauw klaar. Dan ga ik naar de volgende, want het is een goed gebruik om beeldvormende vragen te stellen tijdens een beeldvormende sessie. De heer Oostenrijk: Graag nog een toelichting op die marktconformheid. De voorzitter: Mijnheer De Wit of mijnheer Verschoor, dat mag ook hoor.
44
De heer Verschoor: Ik hoop niet dat u het mij kwalijk neemt dat ik even in dit kader het lastig vind om te bepalen wat wel en geen politieke vraag is. Het enige wat ik wel kan aangeven, dat we uitgaande van de scenario's, zoals die net ook in de presentatie stonden, dat we die drie scenario's alle drie hebben laten taxeren. En dat de koopsom op dit moment is berekend op het voorkeursscenario van het college. Al heb ik nu al het idee dat ik een beetje richting een politiek antwoord ga, wat ik misschien niet moet doen. De voorzitter: Want u hebt nog niet gezegd wat het voorkeursscenario is. En dat moet u ook maar niet doen. De heer Verschoor: Dan moet ik hier nu stoppen. Maar in ieder geval, u heeft gelijk, de taxatiewaarde wordt natuurlijk bepaald door wat je met het pand gaat doen. En het ene programma levert daarin meer op dan het andere. En de drie scenario's zijn alle drie gewaardeerd. De voorzitter: In de presentatie. De heer Verschoor: In de presentatie. De voorzitter: De een na laatste dia. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Eventjes ook voor de duidelijkheid, voor de businesscase komt u nog naar de raad? Klopt dat dan? Daar wordt de uitwerking van die drie scenario's... En dan is er waarschijnlijk ook gesproken met andere partners als bijvoorbeeld de Rijksdienst en dergelijke? De heer De Wit: Rijksdienst heeft hier geen rol, om het zo maar even te zeggen.
Maar de drie ontwikkelmodellen worden verder verfijnd inderdaad en leiden zo mogelijk tot de onrendabele top. En die komen uiteindelijk inderdaad ook wel weer terug hier aan tafel om daarover te besluiten. De voorzitter: Die staan los van het wel of niet kopen. De heer De Wit: Dat staat los van puur de aankoop die eigenlijk nu voorligt. Mevrouw Van Herwijnen: Toch nog graag eventjes, voorzitter. Ik bedoelde eigenlijk met Rijksdienst, voor het Cultureel Erfgoed gedeelte. Maar die komt waarschijnlijk wel dan al aan bod om te kijken welke van de drie scenario's hun het fijnste vinden, of niet? De heer Verschoor: Die komen aan bod in het kader van de vergunningsaanvraag, helemaal aan het einde van het proces. Op het moment dat je je voorkeursscenario hebt uitgewerkt, dan hoort daar ook de afstemming met de Monumentendienst en dat soort instanties bij. U heeft wel gelijk. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik vind het ook een lastige, want net als bij die vorige casus moeten we nu beslissen over een aankoop voor een bepaald bedrag, terwijl we eigenlijk
45
nog niet zicht hebben op wat er met dat pand gaat gebeuren. Er zijn drie scenario's. Er is zelfs een voorkeursscenario. Maar we zouden bij wijze van spreken ook al raad kunnen vinden dat het een gebouw moet zijn wat een publieke functie gaat krijgen, vanwege de locatie waar het op ligt en om andere overwegingen. Dan krijg je weer een heel ander verhaal. Het technische verhaal is me wel duidelijk. Maar om daar nu ja of nee tegen te zeggen, dat vind ik nog best lastig. De voorzitter: Ik denk dat wij ook nu nog geen ja of nee zeggen. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Zoals ik de presentatie goed begrijp, blijft de buitenkant de buitenkant en er wordt niks aan de voorkant veranderd? Echt helemaal niks? De heer De Wit: Het Rijksmonument De Gulden Os blijft De Gulden Os. Ik denk dat vooral het vraagstuk ligt, wat doe je met de jaren 80 aanbouw van 1.500 vierkante meter aan de achterkant? Ik wil er wel bij zeggen, er zijn natuurlijk voor dit soort objecten veel gegadigden in de markt, die natuurlijk een andere afweging vaak maken dan wij maken. Vooral kijken naar de commerciële mogelijkheden en ontwikkelmogelijkheden. En daarmee vaak ook gaan naar een bepaald type woningbouw, die uiteindelijk je ontwikkelopbrengst verhoogt.
Wij proberen natuurlijk wel nadrukkelijk als een soort publieke ontwikkelaar, samen met de gemeente, op een andere manier te kijken naar een invulling waarvan wij denken dat dat kwaliteit toevoegt en ook passend is binnen het door u vastgestelde toekomstbeeld voor de binnenstad. En daarbij hoort inderdaad ook, wat de heer Van der Meer ook aangaf, dat in ieder geval de voorkant, en dat hebben wij destijds ook in het begin van het proces met de bibliotheek wel aangegeven, om met hen in onderhandeling te komen. Want ik ben ervan overtuigd dat andere partijen best wel meer zouden kunnen betalen. Om in ieder geval te kunnen borgen dat het wel een maatschappelijk publieke functie behoudt en dat het wel openbaar blijft. Dat is wel onze insteek natuurlijk. Dat betekent niet altijd maximalisering van je ontwikkelopbrengst, want dan ga je waarschijnlijk naar de woningbouw zoveel mogelijk. En dat willen we nadrukkelijk niet. De voorzitter: Een tipje van de sluier is opgelicht. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik snap dat het college het wil kopen en de regie in eigen handen wil houden. Het is natuurlijk een mooi pand. We besluiten niet vandaag over 3,4 miljoen. Maar aangezien ze het 8 januari willen weten, besluiten we wel volgende week, want er is anders geen raadsvergadering meer. Ik zie de heer Oostenrijk zijn hoofd schudden.
De voorzitter: Bent u een vraag aan het stellen, mijnheer Wringer? De heer Wringer: Ik denk, misschien krijg ik een interruptie van mijnheer Oostenrijk. De voorzitter: Maar dat is niet gebruikelijk bij een technische sessie dat iemand een vraag aan het stellen is en dat halverwege die vraag er dan een interruptie komt. U moet gewoon een vraag stellen aan een van de mensen hier, lijkt mij. De heer Wringer: Uitstekend.
46
De voorzitter: En mijnheer Oostenrijk krijgt straks wel weer een beurt. De heer Wringer: Die 3,4 miljoen is natuurlijk veel geld. Maar het pand is natuurlijk ook waard, wat u zegt, de marktpartijen willen misschien meer betalen. Er bestaat natuurlijk ook een kans dat de ontwikkeling helemaal niet doorgaat. Geen 1 van die 3 projecten. En dat het over 2, 3 jaar op de dispositielijst staat, misschien wel voor 4 miljoen. Dan verdienen we er ook nog wat aan. Is dat ook een realisatie die zou kunnen? De voorzitter: Mijnheer De Wit, is dit een optie dat we het niet verkopen en een poosje later met winst? De heer De Wit: Waardevermeerdering. Volgens mij nemen dan ook de exploitatielasten alleen maar toe. Onderhoudskosten die je zeker bij monumentaal vastgoed... Ons model is er echt wel op gericht om zo snel mogelijk te kopen en herontwikkeling in uit te geven. Juist omdat het gaat nu goed natuurlijk met de waardeontwikkeling van dit soort panden, maar we weten niet hoe dat over een jaar is. Kan anders zijn. Het zijn ingewikkelde panden ook wel. Dat weten we ook. Wij blijven er altijd op insteken om zo snel mogelijk de boel in ontwikkeling te brengen. Niet om iets op de dispositie te zetten en lang in beheer te houden zonder dat het een functie heeft. Dat willen we nadrukkelijk niet. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, had u een vraag aan...
Of mijnheer Wringer nog? De heer Wringer: Als ik kijk naar de Wereldwaag, die staat natuurlijk ook op de dispositielijst, al heel lang, en daar gebeurt ook maar niks mee. Ik ben bang dat dadelijk dit ook zo’n pand wordt wat lang leegstaat en niks mee gebeurt. Dat zou ik zonde vinden. De voorzitter: Maar dat is geen vraag, denk ik. Mijnheer Oostenrijk, had u een vraag aan mijnheer Wringer of aan hier? De heer Oostenrijk: Een vraag aan de heer Wringer. Want hij stelt in zijn eerste zin... De voorzitter: Maar dat moeten we volgens mij niet doen, want dan zijn we een soort debat aan het houden. En dit is een beeldvormende technische sessie. De heer Oostenrijk: Maar een vraag ter verheldering. De voorzitter: Maar zelfs dat, volgens mij, past niet bij een beeldvormende technische sessie. Ik ga gewoon even lekker streng zijn, want ik zie alweer drie andere vingers. De heer Oostenrijk: Dan een andere vraag. Dan rechtstreeks aan de heer De Wit. De voorzitter: Goed zo. Dat mag. De heer Oostenrijk: Er zijn een aantal ontwikkelperspectieven. In de vorige raadsperiode is er een heel leuk initiatiefvoorstel geweest van de architect Andries Lugten van Lugten Malschaert, over het maken van een doorsteek. Die mis ik in de opties, omdat dat namelijk... En dan zit je al bijna op het politieke vlak.
Maar ik probeer hem nu maar toch zo technisch mogelijk in te steken, omdat dat namelijk een heel ander gevolg heeft voor
47
het project. Laten we zeggen, hoe moet ik dat initiatief nu taxeren? Want ik kan me nog voorstellen dat toen de raad daar behoorlijk positief over was, omdat dat namelijk het sterke punt heeft, ik leg het maar even uit, dat het... De voorzitter: Eerlijk gezegd heb ik liever dat u een korte technische vraag stelt. De heer Oostenrijk: Ter verheldering. De doorsteek was dan dat je vanaf de Visbrug, ik noem hem maas even zo, naar de... De heer De Wit: Tolbrugstaat. Dat was de rechtstreekse lijn... De heer Oostenrijk: Naar het verlengde. Oftewel een directe verbinding naar het historisch havengebied. Dat was het sterke van het verhaal. En mijn vraag is, is dat nu van tafel of is het nog een optie? De voorzitter: Mijnheer De Wit. De heer De Wit: Toevallig inderdaad dat ik die plannen van de heer Lugten ken inderdaad. Was een doorbreek langs de achterzijde. En dan via de brouwer zo die kant op. Uitgangspunt is hier wel, en daar hebben we ook met stedenbouw over gezeten, het is de unieke kans om die achterstulp... Om daar iets mee te gaan doen en kwaliteit toe te voegen. De toegang te vergroten. Want die is nu ook via de Vleeshouwersstraat kruipdoor-sluip-door. Dit is wel de mogelijkheid om daar in ieder geval een plan op te ontwikkelen. Want je hebt ook hier weer dan het eigendom. Maar alles heeft ook zijn zo’n kostprijs, om het zo maar even te zeggen.
En daarom zeg ik ook, dit soort modellen kunnen allemaal uitgewerkt worden. Daar zit een grote maatschappelijke waarde, denk ik, ook aan vast. Maar dat zal uiteindelijk ook zeker meegenomen moeten worden in de businesscase uitwerking en hier ook terug op tafel. Maar nogmaals, dan heeft dat wel een afweging die door u te maken is, of u ook bereid bent om daarop te investeren? En dan weet ik niet of die investeringen, want daar moeten meer ingrepen worden gedaan, en dan kom je op nog meer vastgoedposities, of dan de 4 miljoen onrendabele top financiering, die we op dit moment vanuit Ruimte voor Banen voor de binnenstad beschikbaar hebben, afdoende is. Maar het zijn zeker scenario's die de moeite waard zijn om mee te nemen. Om in ieder geval daarin een bijdrage in zijn gedachtegoed te leveren. Laten we dat op voorhand stellen. De voorzitter: Ik ga naar de heer Laban. Daarna mevrouw Pichel. Daarna mijnheer Noldus. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Even een hele andere vraag. In het voorstel staat dat de 3,4 miljoen wordt... Of dat die kan worden omgezet naar een structurele subsidiebijdrage voor de bibliotheek. In het voorstel staat dat die 3,4 miljoen, zo heb ik het begrepen in ieder geval, als het anders is dan hoor ik dat van u graag, voor 12 jaar zou kunnen gelden. Maar dat de gemeente het liefste een zekerheid wil hebben voor 15 jaar.
En dat leidt tot een onrendabele top. Als ik het helemaal goed begrepen heb. Kunt u daar wat meer over uitleggen. En hoe zit het dan precies met die 3 jaar die de gemeente wil hebben, die 15 jaar en die 12 jaar die er beschikbaar is? De voorzitter: Dat kunt u vast, denk ik.
48
De heer De Wit: Laten we vooropstellen, vanuit onze ontwikkelstructuur doen wij vooral een voorstel op de aankoop en herontwikkeling van de achterblijvende locatie. Er wordt inderdaad ook met het bestuur van de bibliotheek en de Raad van Toezicht gesproken, in de relatie tot het toekomstig Dordthuis, waar wij eigenaar van worden. Ik heb begrepen dat ten opzichte van inderdaad 2020, wanneer u ook bent meegenomen in die afspraken toen, dat nu gesproken wordt in plaats van 12 jaar naar 15 jaar huur. En dat er nu wel met de bibliotheek op dit moment ook gekeken wordt, misschien is er wel een voor jullie financieel gunstiger afspraak te maken dan eenmalig een koopbedrag over te maken van 3,4 miljoen. Maar zouden we het misschien in een jaarlijkse exploitatiebijdrage kunnen gieten, waarop geïndexeerd wordt en dergelijke, in plaats van nominaal in 1 keer af te rekenen. Dat soort gedachten wordt nu nog met hen over gesproken. Waar men wel nu belang aan hecht, is dat men zekerheid in ieder geval krijgt dat de koopsom gestand wordt gedaan. Dat geeft hun ook hou vast, na de investering die men als toekomstige huurder in het Dordthuis zal moeten plegen. Maar ik moet eerlijk zeggen, de afspraken tussen Dordthuis enerzijds en het ambtelijk apparaat wat daarbij betrokken is en anderzijds de bibliotheek, het bestuur, staan wij wat verder vanaf. De voorzitter: Dank. Mevrouw Pichel.
Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Net als de heer Wringer kan ik me ook heel goed voorstellen dat de gemeente hier echt heel erg geïnteresseerd is en ook wil sturen op wat er dan in het pand komt. Die snap ik. De voorzitter: Gaat u maar door hoor. Mevrouw Pichel: Alleen in dat verband weet ik niet of ik er zo zeker van moet zijn dat de gemeente dit dan ook moet doen. Andere investeerders kunnen dit natuurlijk net zo goed doen. Dan neigt dit natuurlijk naar een politieke keuze die we straks moeten maken. Alleen ik wil even kijken, wat zijn dan de argumenten voor die politieke keuze? Daar ben ik heel nieuwsgierig naar. Want we kunnen alle kanten op gaan, maar wat maakt dat ik voor zou moeten stemmen dat wij dit als gemeente moeten doen? En een ander punt is daar ook bij... En dat heeft ermee te maken dat een tijdje geleden hier best wel wat gesprekken zijn geweest, ook toen ons poortgebouw, het Bellevue, te koop kwam te staan. En dat onze vorige burgemeester heeft gezegd, maar we hebben eigenlijk het beleid om juist van panden af te komen in plaats van aan te schaffen. Hebben we dat veranderd? De voorzitter: Ik denk dat dat een hele politieke vraag is. Mevrouw Pichel: Blijkbaar is het niet aan ons gevraagd. Er is al een keuze gemaakt. Daar zit volgens mij geen politieke grondslag aan verder.
De voorzitter: Maar ik denk dat we mijnheer De Wit overvragen als hij daar antwoord op moet geven. Volgens mij is dat echt heel politiek. Maar die is er niet. Die zult u even moeten opsparen, denk ik.
49
Mevrouw Pichel: Maar mijnheer De Wit krijgt toch opdrachten? Want hij gaat toch niet voor niks zo'n plan uitwerken. Daar zit toch ergens gewoon al dan beleid achter wat niet een politieke verandering is geweest? De voorzitter: Mijnheer De Wit, u mag een technisch antwoord proberen te geven, maar laten we het niet politiek doen, in ieder geval. U mag ook gewoon zeggen dat het eigenlijk niet kan. De heer De Wit: Weet ik ook niet wat de afweging is geweest om daar niet een actieve positie te pakken en dat inderdaad gelijk aan de markt over te laten, Dudok in dit geval. Punt. De voorzitter: Ik was er al bang voor. Je eerste vraag, of u haar technische argumenten kan geven om een politieke keus te maken. De heer De Wit: Ik wil vooropstellen, het betekent niet dat wij hiermee het uiteindelijk ook zelf gaan ontwikkelen. Wij maken het plan en wij stellen de uitgangspunten vast, op basis waarvan de markt het zou kunnen aankopen. En afhankelijk van de keuze die we maken, of het een, ik zeg maar, Andries Lugten plan wordt, dat is een duur plan, om het zo maar even te zeggen, stelt u uw onrendabele top bijdrage beschikbaar. Maar het kan uiteindelijk nog steeds gewoon de markt worden. Dat is het model. Een ontwikkelende partij, een belegger het liefst, met een lange termijn horizon die zegt, ik neem het in exploitatie.
Ons model is er niet op gericht, nogmaals, om het te kopen en het daarmee ook zelf in belegging of op de vastgoedportefeuille te houden als gemeente. Wij willen het wel weer de markt opbrengen. Maar wel op basis van de uitgangspunten die wij mee te geven hebben, die uiteindelijk misschien een deficit opleveren op een normale zakelijke businesscase op basis van hetgeen het bestemmingsplan nu mogelijk maakt. Ik hoop dat dat duidelijk is. De voorzitter: Een aanvullende vraag, mevrouw Van Herwijnen? Mevrouw Van Herwijnen: Ja. Toch eigenlijk ook wel eventjes in combinatie met de vorige vergadering die we hebben gehad. Als dat toch eventjes mag, voorzitter? De voorzitter: Hangt ervan af wat u gaat zeggen. Mevrouw Van Herwijnen: Want wat ik het gevoel krijg, is dat we als gemeente panden of gronden gaan aankopen om te krijgen wat we willen. Terwijl ik dacht altijd dat de ruimtelijke plannen daar het grondslag voor was om te bepalen wat we willen. Dat zetten we in ruimtelijke plannen. Waarom gaan we nu dingen iedere keer aankopen om te krijgen wat we willen? Dat gevoel krijg ik nu. Kunt u dat gevoel bij me wegnemen? De voorzitter: Mijnheer De Wit, ik ben heel benieuwd. Kunt u dat? De heer De Wit: We kunnen ruimtelijk heel veel. We kunnen aangeven waar we winkels, detailhandel willen. We kunnen aangeven waar we woningbouw willen.
Maar we kunnen niet aangeven wat voor type winkels dat worden, om het zo maar even plat te zeggen. En natuurlijk probeer je, dat is ook een paralleltraject wat we nu via de VvE, een collectieve vastgoedeigenaar in de binnenstad, ons Binnenstadsbedrijf aan het doen zijn,
50
om met elkaar brancheringsprofielen vast te stellen. Daar willen we dat type winkel. Daar willen we die functies concentreren. Een soort collectief eigenaarschap te ontwikkelen. Maar als gemeente heb je niet zo heel veel sturingsmogelijkheid rechtstreeks op wat voor type invulling of wat voor type winkel of wat voor type café. Dat is heel moeilijk. Je zal dat alleen maar kunnen doen via ook eigendomspositie. En dan is even de vraag, vinden we deze locatie in die zin belangrijk genoeg, gelet op de ligging, gelet op de omvang? Het rijksmonument wat het is. De voorzitter: Dank u wel. Een aanvullende vraag? Dan mag u hem stellen. Mevrouw Pichel: De aanvullende vraag. Want ik hoor wat de heer De Wit zegt. En ik snap, er zit ook logica in. Maar ik bedoel, waarom zouden wij als gemeente dat zo willen beïnvloeden? Waarom zouden we de markt de markt niet laten? En wie zegt dat wij daar zoveel verstand van hebben wat dan uiteindelijk die beste keuze is wat het zou moeten zijn? Het gaat heel diep. En nogmaals, ik snap echt wel de ambitie. En ik vind het ook eigenlijk wel heel interessant. Maar in de beantwoording denk ik, er is ook nog een markt en er zijn ook nog andere goede ideeën en investeerders. Waarom de voortrekkersrol? De voorzitter: Technische reden waarom wij kopen en het niet aan de markt overlaten? Is daar een technische... Het mag alleen maar technisch zijn.
Maar dat gaat niet waarschijnlijk. Nee hoor. Ik ga naar mijnheer Noldus, want ik denk dat dit inderdaad heel politiek is. Ik begrijp hem. En ik ben heel nieuwsgierig naar het antwoord. Maar ik denk dat we het hier niet te horen krijgen. U mag straks, mijnheer Van der Meer. Ik ga eerst naar mijnheer Noldus, want die zit al heel lang in de wachtkamer. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Vanuit de wachtkamer de vraag. Een gevaar op de voorkeursscenario’s, de heer De Wit gaf aan, op de voorkeursscenario is gekeken... Of de variant erin eigenlijk is gekeken naar de taxatie en de waarde. Is daar ook voor die scenario's al een technische toets gedaan of is dat nog iets wat in een later stadium gaat gebeuren? Omdat we an sich als gemeente best wel wat uitdagingen hebben met bijvoorbeeld verduurzaming vastgoed. Dat loopt aardig in de papieren, maar dat is ook technisch af en toe best een opgave en niet altijd alles haalbaar. Is dat iets wat in dit stadium zit of wat na dit besluit, in het vervolg gaat komen? De voorzitter: Dat vind ik mooi, technische toets. De heer Verschoor: Ik vergeet mijn microfoon. Dat was een hele technische vraag. U heeft in de presentatie net gezien, er zijn een aantal scenario’s de revue gepasseerd die de aanleiding vormen om hier inderdaad nu zelf als gemeente een stap in te zetten.
In de uiteindelijke businesscase worden die scenario's tegen elkaar afgezet en worden ze ook financieel vertaald. En op basis daarvan wordt enerzijds programmatisch een afweging gemaakt, dit is iets, maar dat is een beetje een politiek thema, wat beleidsmatig past. En vervolgens ook gekeken, en hoe verhoudt zich dat dan tot een verdedigbare onrendabele top bijdrage? In de businesscase wordt een aansluiting gemaakt tussen het programma en de financiële consequenties daarvan. De heer Noldus: Voorzitter.
51
De voorzitter: Dank u wel. Nog een vraag van mijnheer Noldus, denk ik. De heer Noldus: De vervolgvraag dan is, is de technische haalbaarheid van het pand om daar bepaalde invulling aan te geven, ook qua duurzaamheidseisen en andere eisen die er zijn, iets wat nu al gedaan is of is dat iets wat nog volgt in de nadere uitwerking? De voorzitter: Mijnheer Verschoor. De heer Verschoor: In de presentatie heeft u net gezien, er zijn drie scenario’s afgewogen. Waarvan eentje was, je kunt ook kijken of dat je het programma wat je graag gerealiseerd ziet in de bestaande achterbouw wil hebben. En die is onder andere technisch heel ingewikkeld. Die afweging zit inderdaad in de businesscase. Die vindt u daarin terug. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dat sluit nog even aan op de discussie over, waarom willen we het kopen als gemeente? Om meer invloed op de bestemming te kunnen hebben, begrijp ik, dan je alleen met het bestemmingsplan, zoals dat vroeger heette, omgevingsplan heet dat nu, kunt doen. Dat snap ik. Maar het is tegelijkertijd, begrijp ik, het uitgangspunt dat het liefst op zo kort mogelijke termijn weer aan iemand verkocht wordt of aan meerderen. Maar als het een hotel wordt of commercie in een deel van het gebouw, dan krijgt dat een andere eigenaar.
En wat hebben we dan daarna nog als gemeente voor speciale invloed daarop? Is de optie om op een of andere manier daar meer greep op te krijgen per definitie uitgesloten. Of zou je ook kunnen zeggen, dit is zo'n locatie van publiek belang dat we daar als gemeente meer grip op willen? De voorzitter: Mijnheer De Wit. Ik denk zomaar dat u het antwoord wel weet. De heer De Wit: Er zijn verschillende opties. En in het verleden heeft de gemeente zich daar ook wel wat vaker mee bediend. En dat zijn bijvoorbeeld kettingbedingen die eronder worden gelegd. Dat het voor een bepaalde functie alleen gebruikt mag worden. Of dat als het weer verkocht wordt, dat het eerst aan de gemeente aangeboden moet worden, marktconform. Dat soort elementen kunnen. En wat je natuurlijk in ook veel andere steden kent, en waar we voorzichtig ook een beetje naar aan het kijken zijn, krijgen we een aantal marktpartijen zover dat zij ook naar een stadsherstelfonds, zoals we die in het verleden kenden, met vooral vanuit het voortouw woningbouwcorporatie op de sociale opgave, maar in Rotterdam zie je het inmiddels ook op andere type functies, om mijn publiek karakter daar...
Er zijn partijen in de stad, beleggers met een betrokkenheid bij de stad ook, die zeggen, misschien moeten we daar weleens naar gaan kijken en moeten we meer een maatschappelijk rendement gaan hanteren van 2 procent in plaats van normaal commercieel bij private investeerders van 7 procent. Dat zijn methodes, maar dan zoeken we het ook weer gelijk in de structuur. Maar die kettingbedingen zijn zeker wel zaken die je hieronder moet gaan leggen, zodat je altijd zekerheid hebt dat het... Je verkoopt het. En het wordt hier doorverkocht aan een andere. En het verwatert. Dat kan je daarin gewoon keurig ook wel regelen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Oostenrijk.
52
De heer Oostenrijk: Voorzitter, de heer De Wit zei, dat zit in de businesscase, de uitkomst van die drie varianten. Zo heb ik het in ieder geval proberen te verstaan. Maar wij kennen die niet. Wat maakt het uit of we voor een van die drie varianten kiezen in de financiële uitkomst? De voorzitter: Dat is een hele goede vraag. Mijnheer De Wit. De heer De Wit: Een beetje hetzelfde verhaal als bij de Derde Merwedehaven. De businesscase moet inderdaad nog echt uitgewerkt worden. Er zijn al scenario's. En die hebben allemaal hun prijskaartje, om het zo maar even te zeggen. Het moet eerst naar de AvA, volgens ons model, en vooraf voorzien van een advies van de Investment Committee, voordat het uiteindelijk hier ook weer terugkomt. Het is een beetje hetzelfde repeterende verhaal. De heer Oostenrijk: Laten we zeggen, een eventuele keuze voorkeur voor een bepaald scenario, een van die drie of een van de vier, er zou ook nog eentje bij kunnen, dat wordt dan later vertaald in een businesscase, waarover we dan ook nog weer een keer besluitvorming gaan nemen. Even over toch die bestemming. En de eerste was die hotelfunctie. Daar hebben we natuurlijk niet zulke prettige ervaringen mee als het gaat om het succes in de ontwikkelingen. Er werd al straks iets genoemd. Maar de Berckepoort is ook zo'n leuk voorbeeld.
De voorzitter: Wat wilt u precies gaan vragen? De heer Oostenrijk: Wat is, laten we zeggen, de voorkeur voor een van die drie scenario's als het gaat om de grootste kans op ontwikkeling? De voorzitter: Probeert u het maar, mijnheer De Wit. De heer De Wit: Commerciële publieksfunctie aan de voorzijde. Woningbouw aan de achterzijde. Maar dat ontslaat ons niet om meerdere modellen goed door te rekenen. Elk model heeft zo'n prijskaartje. De voorzitter: Ik kijk even rond. Is er iemand die nog een technische vraag heeft? Zo niet, dan... Mijnheer Noldus, even aandacht alstublieft, want er komt nu een belangrijk moment. Dan ga ik namelijk vragen, u heeft geen vragen meer, eigenlijk is het antwoord automatisch al ja, heeft u voldoende informatie verzameld? Wilt u nog een oordeelsvormende bespreking? Dan heb ik vijf knikkers nodig. En dan zitten we weer met die deadline. Dan is dat een oordeelsvormende vergadering in januari. Dat zou het normale zijn en dan 4 februari in de raad. Wie is daarvoor? Eén, twee, drie. Dat is niet genoeg. De tweede optie, die gooi ik er ook in, hamerstuk één. Mevrouw Jager, u mag niet smokkelen. U bent van dezelfde partij. Ik ben nog wakker. De derde optie, het is geen elegante, maar we zouden weer kunnen zeggen, we gaan deze oordeelsvormend in de raad doen. Wie is daarvoor? Ik zie er één, twee. Ik zie ook hier geen meerderheid.
Mijnheer Van der Meer, kom eens met een wijze... De heer Van der Meer: Ik sta daar inderdaad, in die zin, hetzelfde in. Als die deadline even hard is als waar we het net over hadden, dan moeten we het inderdaad op dezelfde manier doen. Maar dat is de vraag, hoe hard is die deadline?
53
De voorzitter: Dat is een hele goede vraag. De heer Van der Meer: Want dat zou ik het meest elegante vinden om toch een oordeelsvormende bespreking erover te hebben. De voorzitter: Dan heeft u ook alvast nagedacht over een politieke vraag? De heer Van der Meer: U gaat mij veel te snel, voorzitter. De voorzitter: Mag u nog even over denken. Dan krijgen we eerst van mijnheer De Wit nog, denk ik, een technisch antwoord op de vraag, hoe hard is de deadline? Want hier is in ieder geval de provincie niet in het geding. De heer De Wit: De bibliotheek is een zelfstandig orgaan, om het zo maar even te... Het is een zelfstandige stichting. Daar hebben we geen vinger in de pap. Zij hebben zelf een afweging te maken. Zij vinden het belangrijk om begin januari... Volgens mij hebben ze nu ook zelfs... 8 of 6, in ieder geval rond die koers. Die druk leggen zij erin. Snap ik ook wel. Maar nogmaals, hoe hard is dat? Dat is hun eigen afweging. Dat weet ik niet. Ik weet wel, nogmaals, als men nu zou zeggen, wij verkopen het aan een andere gegadigde, dan staat hen dat wel vrij. Maar er zit altijd een verbinding natuurlijk weer met de toekomstige huiseigenaar, verhuurder, het Dordthuis. Dat speelt natuurlijk denk ik ook wel mee in hun afweging hoe hard dat je het spel speelt. De voorzitter: Dat nemen wij ook zeker mee, denk ik. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter.
Bibliotheken zijn misschien wel een zelfstandige entity, maar ze zijn ook wel afhankelijk van 3,5 miljoen euro subsidie per jaar. Ik wil ik maar even meegeven. De voorzitter: Ik denk dat dat een nuttige hint is, die overigens voor de meesten niet nodig zou zijn. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, ik stak net mijn handje op. Wat ons betreft, kan het een hamerstuk zijn. Ik wil wel voorstellen als we het gaan bespreken, ook toch wel te betrachten hier wat tempo in te halen. Als we 5 februari gaan besluiten over een voorstel wat we half november hebben gehad, vind ik dat ook eerlijk gezegd lastig uit te leggen aan alle partijen daaromheen. Terwijl we het volgens mij prima ook in de agenda volgende week kunnen bespreken. Daar hoeven echt geen drie uur met elkaar stil te staan over alle vraagstukken. We hoeven hier denk ik ook geen vijf oordeelsvormende commissies voor te hebben. Ik zou echt willen opteren, richting de uitstraling die we naar onze partners en de stad hebben, om hier dan toch tijdig over te besluiten. En dat volgende week dan oordeels- en besluitvormend in de raad te doen. Sluit ik me daar aan, bij de handjes die daarvoor opgestoken zijn, die ik net niet heb gedaan. De voorzitter: U noemde zelfs eventjes hamerstuk. De heer Noldus: Voorzitter, ik stak daarnet mijn handje op voor een hamerstuk. Maar dat was het niet.
Ik ben nu geneigd mijn hand op te steken voor het bespreekstuk volgende week. En daar breek ik hier een lans voor.
54
De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, hier. We gaan nu een gewoonte maken dat we geen besluitvorming hebben. Ik verzet me ertegen. Heel simpel. Er is geen harde deadline. Er is een wens van de bibliotheek om dat zaakje op 8 januari te regelen. Maar er gebeurt niets als dat een maand later gebeurt. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Dat is uw recht om u daartegen te verzetten. En het is ook uw recht om die mening te hebben. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: De heer Oostenrijk formuleert het als de wens van de bibliotheek, maar het is ook nadrukkelijk een wens van de gemeente, volgens mij. En dat belang hebben we hier ook te dienen. En daar is snelle besluitvorming in ons voordeel, als we daar regie op willen hebben. En als we daarop wachten, is niet gegeven dat dat zo is. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, een kort weerwoord. De heer Oostenrijk: Voorzitter, de tekst luidt, deadline. De Stichting Bibliotheken AanZet wenst uiterlijk 8 januari de koopovereenkomst gesloten te hebben. Daar staat geen enkel aspect bij dat de gemeente dat ook vindt. Het is een wens. En laten we het daarbij houden, tekstueel. Het is een wens van de bibliotheek. En ik heb al gezegd, er zitten genoeg nog vragen die politiek van aard zijn. Die moeten gewoon ordentelijk in een commissievergadering aan de orde komen.
De voorzitter: U krijgt nog een kans om daarop te reageren. En daarna mevrouw Kamphuis. De heer Noldus: Om daarop te reageren. Want op zich terecht wat de heer Oostenrijk stelt. En tegelijkertijd hebben we ook net gehoord dat het de bibliotheek ook vrij staat om te verkopen aan anderen in die tussentijd. Als ze niet bediend worden in het verzoek om op 6 januari de overdracht te hebben, ligt er misschien wel een paar dagen later een ander bod van de andere partij voor. De voorzitter: Even goed. Dat mag mijnheer Noldus ook gewoon op voren brengen. Prima. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik ben ook van mening, net zoals mijnheer Oostenrijk, dat we gewoon langdurig van tevoren dit moeten weten. Dat we voldoende bewijs... Maar in dit geval zeg ik, doe schriftelijke vragen stellen, zodat we volgende week antwoorden hebben, dat we gewoon kunnen praten 2 minuten en dan besluiten. De voorzitter: In ieder geval opteert u ook voor oordeelsvorming volgende week in de raad. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Oostenrijk, want zo staat het niet in het stuk. Ik vind echt dat we de kans moeten krijgen als commissie om dit gewoon te behandelen. Of, en dat is nu terugkijken, maar dat kan niet meer, waarom hadden we
55
vandaag dan niet dingen in een beeldvormende vergadering gedaan en aansluitend dan nog oordeelsvormend? Want dan hadden we de politieke vraag die we hadden gewoon nog even in de commissie kunnen stellen. Dan gaan we maar door tot 23.00 uur. Een stukje planning, laten we dat in ieder geval goed doen. De voorzitter: Dat is helder. Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ik sluit me ook aan bij mijnheer Oostenrijk. Het gaat er eigenlijk om dat, de bibliotheek weet al jaren dat ze naar het Dordthuis gaan. En nu hebben we ineens verschrikkelijke haast. En ik geloof het ook wel dat ze graag duidelijkheid willen hebben, maar ik denk dat die ene maand geen probleem moet opleveren. De voorzitter: Dat is uw mening. Prima. Ik ga gewoon even het rijtje af. Mevrouw Van Herwijnen, sluit u aan bij mijnheer Oostenrijk of bij mijnheer Noldus? Mevrouw Van Herwijnen: Ik neig toch meer naar het voorstel van de heer Noldus. Ook omdat we toch al een dergelijk voorstel op de agenda hebben staan. Plak deze er gelijk, net als de presentatie, achteraan. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, u ook, of bij mijnheer Oostenrijk? De heer Van der Meer: Ik sluit mij aan bij de heer Noldus. Dit probleem lijkt mij minder ingewikkeld dan een Derde Merwedehaven. De voorzitter: Mijnheer Laban. De heer Van der Meer: Wat dat betreft, geen probleem.
De heer Laban: Voorzitter, ik had al eerder gezegd dat ik voorstander was van dit voorstel. Ik denk dat mijnheer Noldus het uitstekend geformuleerd heeft. En ik sluit me daarbij aan. De voorzitter: Dan hebben we denk ik al een meerderheid. Maar mijnheer Wringer, u mag ook nog even uw mening geven. De heer Wringer: Dank u, voorzitter. Ik stak net mijn hand op bij een hamerstuk. Ik sluit me nu ook aan bij de heer Noldus. De voorzitter: Dan besluiten we bij deze dat het volgende week als bespreekstuk in de raad komt. 2 minuten spreektijd. Ik denk dat we, net als bij de vorige vergadering, moeten besluiten dat het vrij is om over het voorstel te praten, mits u binnen de tijd blijft. Maar daar zorgt de burgemeester wel voor. Ik dank u hartelijk voor uw inbreng en de wijze van vergaderen. Ook de heren hier links van mij bedankt en de mensen achter me, dat ze zo rustig geweest zijn. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen.
56
Mevrouw Van Herwijnen: De politieke vragen moeten later ingestuurd worden, of zo? De voorzitter: Volgens mij gaat het gewoon als algemeen bespreekstuk. Mevrouw Van Herwijnen: Algemeen. De voorzitter: En staat gewoon het stuk... Maar wel binnen 2 minuten. Maar als u een leuke politieke vraag heeft, is die van harte welkom. Mevrouw Van Herwijnen: Nee, dank u wel. De voorzitter: En kan hij alsnog schriftelijk ingediend worden. Jammer dat u zo antwoord. Wilt u allemaal uw bordje en dergelijke meenemen en ook glazen, flessen, chipszakken en dergelijke. Dank u. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 4 februari 2025.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
P.A.C.M. van der Velden
57