2.6 2024.12.10 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 10 DECEMBER 2024 Vergaderzaal 3 2. Agendacommissie 3. Briefing Rekenkamer over de resultaten van het onderzoek naar de haalbaarheid van de doelstellingen in de Sportvisie 2030 4. Instemmen voorgesteld besluit Rekenkamer Dordrecht inzake onderzoek - de lat ligt hoog - naar de haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Groenewege Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: Wethouder M. Merx Overige aanwezigen: mevr. Sijbrandi, mevr. Damen, mevr. Vervoort, mevr. De Vries, dhr. Jellema De voorzitter: Laten we beginnen. Nu al? Het is 19.30 uur. Welkom kijkers thuis, toeschouwers op de tribune, de wethouder, raads- en commissieleden. En we hebben ook gasten in ons midden. Namens de Rekenkamer mevrouw Sijbrandi en mevrouw Damen.
En namens onderzoeksbureau BMC mevrouw Vervoort in het paars, mevrouw De Vries daarnaast en de heer Jellema, naast de Rekenkamer. En voor het verslag wil ik de raads- en commissieleden vragen zich kort voor te stellen. En dan begin ik aan mijn linkerhand. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht.
1
Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordt. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. Ik dacht dat jij net geïntroduceerd was. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Van der Meer: Frans-Bauke Van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: En ik ben Pieter Groenewege. En ik ben vandaag uw voorzitter. En de problemen lossen zich vandaag vanzelf op. Dat is heel fijn voor mij. Het onderwerp waar we het vanavond over hebben. De Rekenkamer Dordrecht heeft onderzoek verricht naar de haalbaarheid van de doelstellingen in de Sportvisie 2030, samen met onderzoeksbureau BMC.
De Rekenkamer heeft de gemeenteraad voorgesteld om de conclusies te onderschrijven uit het raadsvoorstel en het college op te dragen om de aanbevelingen over te nemen en verder uit te werken. De uitkomsten van het onderzoek worden vanavond gepresenteerd en toegelicht door de Rekenkamer en door onderzoeksbureau BMC. En daarna, na de presentaties, is er gelegenheid voor de raadsen commissieleden om verduidelijkende vragen te stellen. En volgens mij kan ik dan het woord geven aan mevrouw Sijbrandi van de Rekenkamer. Aan u het woord. Mevrouw Sijbrandi: Dank je wel. En welkom iedereen vanavond. Wij zullen vanavond, samen met BMC, een toelichting geven op het onderzoek naar de haalbaarheid van de doelen in de Sportvisie. De Sportvisie is ongeveer anderhalf jaar oud.
2
De doelen zijn natuurlijk nog niet allemaal bereikt. Dat wisten we ook voordat we kozen voor dit onderzoek. We hebben voor het thema gekozen. Wij maken natuurlijk altijd een ronde langs de fracties van de gemeenteraad om thema's op te halen en ook om zorgen op te halen. Daar komt het ook vaak op neer. En daarnaast, ik heb zelf ook wel veel met het thema sport. Wellicht bekend dat ik zelf sportinstructeur ben. Daarnaast doe ik altijd met heel veel plezier mee aan de Drechtstadloop, die net vorige maand was. En waarom zeg ik dit? Ik geloof zelf heel erg in de doelen die sport allemaal kunnen hebben. En ik sla vast een paar doelen over. Maar het zal iedereen genoegzaam bekend zijn dat het goed is voor gezondheid, ontmoeting, verbinding en meer van dat soort doelen. Dat was een van de redenen waarom wij, en ook in de fracties hoorden we dat het belangrijk was, om eens even te kijken naar de Sportvisie. Wat bijzonder is aan dit onderzoek, is dat, wat ik net al aangaf, de inkt is natuurlijk al wel droog, maar de doelstellingen zijn uiteraard nog niet allemaal bereikt. Dat was ook helemaal niet de bedoeling. Daarmee is het eigenlijk een interessant onderzoek. Sowieso denk ik dat alle onderzoeken van de Rekenkamer interessant zijn. Wij zijn er om onderzoek te doen naar de doelmatigheid van het gevoerd beleid door het college, de rechtmatigheid en de doelgerichtheid.
Dat laatste gaat over de effecten. En in deze ging het eigenlijk heel erg om, waar komen de doelstellingen eigenlijk vandaan in deze Sportvisie? Want de lat ligt heel erg hoog. En daarmee zeggen wij niet dat het niet goed is om de lat hoog te leggen. Dat is hartstikke goed. Om hoog te gaan springen of leren springen, moet hij ook hoog liggen. Dat is heel positief. Tegelijkertijd dachten wij wel, hoe haalbaar is dat eigenlijk om de lat zo erg hoog te leggen? Welke plannen zijn eigenlijk gemaakt om te zorgen dat er daadwerkelijk zo hoog wordt gesprongen? En waar staan we eigenlijk in Dordrecht met de effecten die in de doelen worden gesteld? Daar hebben wij bureau BMC voor in de hand genomen, om dat te onderzoeken. En ik wil heel graag het woord geven aan Hanneke om daar iets meer over te vertellen. Wij vinden het heel fijn wanneer jullie vragen stellen, maar we vinden het nog fijner wanneer jullie die eventjes opsparen tot het einde van de presentatie. Mevrouw Vervoort: Dank je wel. Wij hebben de opzet van de presentatie vandaag zo ingericht dat we eerst nog even iets uitgebreider ingaan op waarom dit onderzoek gedaan is. Wat was de focus? En ook, welke methode hebben we ingezet? Wij vinden het belangrijk dat jullie weten hoe we het hebben gedaan. Daarna gaan we in op de resultaten. Jullie hebben gezien dat het een behoorlijk dik rapport is wat er ligt.
Dat kunnen we nooit in een uur presenteren en bespreken. Dit zijn echt de highlights eruit. En daarna gaan we in op de conclusies die we trekken, waarom we deze trekken en waarom die leiden tot de aanbevelingen die uit dit onderzoek zijn gekomen. Zoals gezegd, de hoofdvraag is, zijn de geformuleerde doelen uit de Sportvisie haalbaar? Maar ook, welke maatregelen kan je als gemeenteraad of als ambtelijke organisatie inzetten om het realiseren van de doelen te vergemakkelijken? Wat zijn de uitkomsten van dit onderzoek? En wat voor houvast biedt dat om bij te sturen, indien dat nodig zou zijn? Daarvoor hebben we deelvragen geformuleerd, die opgesteld zijn in vier verschillende onderdelen. We hebben naar de haalbaarheid gekeken. Daar zit onder andere in, hoe is die Sportvisie tot stand gekomen? Welke bronnen heeft de gemeente daarvoor gebruikt? Kortom, wat ligt ten grondslag aan de Sportvisie? En wat wordt er precies gedaan om naar die doelen toe te gaan? Vervolgens zijn we gaan kijken naar de meetbaarheid. Hoe meetbaar is de Sportvisie? Daar hebben we gekeken naar hoe dat gedaan wordt,
3
wanneer dat gedaan wordt, bij wie dat gedaan wordt en waar dat gedaan wordt. Vervolgens hebben we ook gekeken naar de mogelijke effectiviteit van de Sportvisie. En dat valt op te delen in tweeën. Een deel, we hebben natuurlijk al een aantal resultaten die iets zeggen, maar er zijn ook nog heel veel resultaten niet. Want die Sportvisie loopt tot 2030. Daarvoor hebben we gekeken naar, kunnen wij zien aan de interventies of de activiteiten die worden ingezet... Kunnen wij op enige manier bekijken of het logisch te verwachten is dat deze activiteiten gaan leiden tot het behalen van die doelstelling? Is je inzet effectief? En daarnaast hebben we ook gekeken naar de informatievoorziening aan de raad en de rol die de raad heeft gespeeld in het hele Sportvisie proces. De scope hebben we daarom ook afgebakend op, is het redelijkerwijs te verwachten dat de doelen behaald kunnen worden met de instrumenten en de activiteiten die ingezet worden? We hebben, zoals jullie kunnen zien, ontzettend veel gedaan. We hebben heel veel documenten bekeken. Maar wat minstens zo belangrijk is, is dat we ook heel veel gesprekken hebben gevoerd. Ik zie hier al behoorlijk wat mensen, zowel op de publieke tribune als in de raad zitten die we hebben gesproken. Maar we hebben ook met vertegenwoordigers van inwoners gesproken, zoals de Sportraad Dordrecht, de klankbordgroep Dordt Inclusief.
We hebben werkateliers gesproken, waar partijen uit het sportveld in vertegenwoordigd waren. En op die manier hebben we op verschillende manieren informatie verzameld, naast elkaar gelegd. En zo zijn we tot de brede conclusies gekomen die we hebben opgeschreven in het rapport. Als we naar de resultaten gaan kijken, dan hoorden we eigenlijk overal terug dat er echt heel bewust gekozen is om de doelen van de Sportvisie zo hoog te leggen. Sport wordt als heel belangrijk ervaren door bijna iedereen die je spreekt. En het feit dat het als zo belangrijk wordt ervaren, is ook een van de drijfveren geweest om de ambities zo hoog te leggen, om sport echt weer een impuls te geven. En dat haalden we echt bij meerdere partijen op. Dat is wel een breed gedragen mening. Daarnaast heeft of zijn er voor het opstellen van de Sportvisie goede deugdelijke bronnen gebruikt. Er is veel onderzoek gedaan door de gemeente zelf. Er is een uitgebreid participatietraject geweest, waarin stakeholders echt hun stem hebben kunnen laten horen. Waar de gemeente veel informatie heeft opgehaald om die Sportvisie op te stellen. Door die combinatieaanpak die ze hebben gekozen, kun je zeggen, dat is echt een degelijke aanpak om zo'n beleidsstuk op te stellen. Daarnaast hebben we ook gekeken naar of de doelstellingen SMART zijn. Want dat is iets wat vaak best wel heel moeilijk is om goed te doen.
Hoe formuleer je je doelen, zodat ze echt specifiek zijn, zodat ze meetbaar zijn, zodat ze acceptabel zijn, realistisch en ook tijdgebonden? En we zien dat daar nog best wel wat uitdagingen zijn. En dan met name op het gebied van, wie moet wat doen om het doel te bereiken? Dat zie je bij de sportieve ambitie, bij de overkoepelende doelstellingen, maar ook bij de beleidsuitgangspunten. Als je gaat kijken naar de 31 doelen die in de Sportvisie staan en de 29 tussendoelen, dan gaat het daar best wel heel aardig, want die zijn al wat specifieker gemaakt. Die zijn ook best wel meetbaar gemaakt. Alleen ook daar is het nog steeds niet helemaal duidelijk wie precies wat moet doen om uiteindelijk het resultaat te halen wat je graag zou willen behalen. En dan komen we eigenlijk op een van de hete hangijzers, de grote punten van vanavond, er ontbreekt een integraal uitvoeringsplan. En daardoor is het heel moeilijk inzichtelijk te maken of de doelen die je hebt helemaal van bovenaan van je ambitie naar je strategische doelen, zo verder naar beneden, om te zien wat er precies aan activiteiten en, hoe noem je dat precies, grotere plannen gemaakt worden om de doelen te behalen die je graag zou
4
willen behalen. En ook is het niet duidelijk welke middelen je daarvoor nodig hebt, omdat je niet precies weet welke activiteit je inzet. Als je dat niet weet, als zo'n plan er niet is, dan maakt het dat ontzettend moeilijk om te beoordelen of wat jij op tafel hebt liggen, of dat echt daadwerkelijk gaat zijn waardoor jij die top 10 en die 80 procent bewegende inwoners van Dordrecht in 2030 gaat halen. Daarnaast is het zo, en dat wordt ook in de Sportvisie zelf al aangegeven, dat er beperkte financiële middelen zijn en dat dat natuurlijk ook zorgt voor een uitdaging. Je moet bepaalde keuzes maken. En eigenlijk, als je die keuzes aan de hand van financiële middelen moet maken, dan zou je ook willen weten waar je je geld het meest efficiënt zou inzetten. Die linkt ook weer aan het integrale uitvoeringsplan. Daarnaast zijn er op het vlak van communicatie... Daar gaat heel veel goed, maar daar zijn ook nog echt wel een aantal verbeterkansen. Bijvoorbeeld de website waar Dordt Sport zijn activiteiten op presenteert, dat kan verbeterd worden. Maar ook in een van de werksessies kwam naar voren dat de uitwisseling tussen de sportverenigingen en de gemeente bij het opzetten en uitvoeren van activiteiten, daar lagen gewoon mogelijkheden om elkaar te helpen en te versterken. Wij zien daar heel erg kans om vooruit te komen. Even kijken. Dan gaan we door naar de meetbaarheid.
De meetbaarheid van de doelen is over het algemeen goed, als je echt op tussendoelniveau gaat kijken. De gemeente heeft ervoor gekozen om daar vaak een getal in te noemen of een percentage wat ze willen behalen en het aantal inwoners wat met een beperking wat weer sporten of het aantal jongeren wat gaat urban sporten. Het zijn heel veel cijfermatige tussendoelen, waar ook meetinstrumenten voor zijn ingericht. Van die meetinstrumenten is best al wel heel veel duidelijk. Waar het gemeten wordt, hoe het gemeten wordt en wat er daarna ook mee gedaan kan worden. Dat geldt alleen niet voor alle tussendoelen. Als je daar meer effect zou willen laten zien, dan kun je ook daar nog een slag in maken om dat wat duidelijker uit te werken. Daarnaast zien we ook dat er in de Sportvisie een sterke afhankelijkheid is met andere beleidsterreinen. De Sportvisie is opgedeeld in twee sporen. Eentje gaat voornamelijk over de hardware, de sportaccommodatie, is de inrichting van de fysieke leefomgeving, als je het hebt over sporten in de openbare ruimte. En de andere pijler gaat vooral over de zachte kant, de inzet van buurtsportcoaches, het begeleiden van mensen naar sport, die kant. De subsidieregelingen voor de sportverenigingen.
En je ziet dat waar er in programmalijn 1 heel veel samengewerkt moet worden met andere beleidsterreinen, bijvoorbeeld met het stadspark XXL, als ik het goed noem, of als het gaat om andere grotere ruimtelijke opgaven in de gemeente, dan zie je dat de afdeling sport daar niet in the lead is. En dat dat het hun ook moeilijker maakt om voor elkaar te krijgen wat ze graag willen. We zeggen niet dat het onmogelijk is, maar we zeggen dat het een grotere uitdaging is voor de afdeling sport dan wanneer ze inzetten op de activiteiten die in programmalijn 2 zitten. Want daar zit voornamelijk de eigen regie in. Daar heb je ook afhankelijkheden met andere partners, maar dan ben jij in the lead aan het coördineren, in principe. Waarschijnlijk hebben jullie het zelf ook wel meegekregen, er zijn natuurlijk wel al eerste hoopvolle resultaten te zien. Een aantal voorbeelden daarvan willen we noemen. De stijgende sportdeelname. In november 2022 heeft NOC*NSF hun Sportdeelname Index voor Dordrecht hier gemeten. En toen sportten er 63 procent van de inwoners 1 keer per week of vaker. En uit de laatste meting van april 2024 blijkt dat dat naar 70 procent gestegen. Dat is al een mooie vooruitgang. En bijvoorbeeld ook 73 procent van de kinderen op de basisscholen scoort goed op hun motoriek. Het doel uiteindelijk is om dat op 80 procent te krijgen. Daar zie je ook al best
5
wel een goede aanloop voor. Er zijn professionaliseringssubsidies ingesteld voor de sportverenigingen. Die lopen ontzettend goed. Daar horen wij hele mooie resultaten van. En naar ik heb begrepen, is die regeling ook verlengd. Dat is een van de mooie dingen die is opgehaald. De LED verlichting op de sportlocaties is gerealiseerd. Dordrecht is VSG Sportgemeente van het Jaar geworden. En daar hebben ze ook hele mooie dingen bij gezegd. Ze zijn onder andere verkozen, omdat de Sportvisie echt een breed draagvlak heeft om de meetbare doelen, waar we het net ook al even over hebben gehad, over de datagedreven aanpak die de gemeente hanteert, over de inzet van de sportregisseurs en de rol die zij spelen in het verbinden van sportverenigingen met de gemeente, maar ook sportverenigingen met inwoners en het begeleiden van kwetsbare groepen naar structureel sporten en bewegen. En als je het over die laatste hebt, dan gaat het mooi door naar het volgende punt, sporten voor mensen met een beperking. Daarin zien we ook positieve resultaten. Er is een functie gecreëerd waarin iemand van SportMEE zich specifiek richt op kwetsbare inwoners en hun individueel begeleiden naar een sport die bij hun past. En dat levert goede resultaten op. Sorry, mijn stem is heel slecht vandaag. Er zijn ook echt wel uitdagingen als je gaat kijken naar sporten voor mensen met een beperking.
Er wordt ingezet op sporten in de regio, want het is een kleine groep in sommige gevallen. Ook nog afhankelijk van welke sport je precies wil doen. En daar zijn uitdagingen in hoe je dat precies in Dordrecht organiseert. En daar zou schaalvoordeel bij kunnen helpen. Dat je het verplaatst van sporten in Dordrecht naar sporten in de regio. En dat je dat verdeelt. Maar daarvan wordt ook weer gezegd, er moet echt wel rekening gehouden worden met de beperking die die personen hebben. Want er zitten bijvoorbeeld ook beperkingen in energie, beperkingen met het verwerken van prikkels, problemen met vervoer, budgetproblemen. Is dan sporten in de regio wel haalbaar? Dan is het mooi dat je misschien het aanbod hebt kunnen creëren, maar kunnen inwoners er dan daadwerkelijk gebruik van maken of zijn er nog barrières die daar problematisch in zijn en opgelost zouden moeten worden? Wij hebben ook uitgebreid gekeken naar de informatie die is verstrekt aan de raad. Uit zowel de gesprekken als de documenten blijkt dat de raad in ieder geval in een vroegtijdig stadium al bij de ontwikkeling van de Sportvisie is betrokken. Er is veel informatie gegeven. Er is ook het idee dat er voldoende is gedaan met de informatie die op voorhand is gegeven. Dat sluit ook een beetje aan bij het uitgebreide participatietraject wat de gemeente al heeft doorlopen. Dat was heel uitgebreid.
En hoe de raad erin mee is genomen, is ook minstens zo uitgebreid geweest. Dat blijkt ook wel uit het feit dat de Sportvisie unaniem is aangenomen. Wat dat niet betekent, is dat er geen vragen waren vanuit de raad. Wij hebben de raadsvergadering teruggekeken. En ook een aantal vergaderingen daarvoor die daarover gingen. En we merkten toch, ondanks dat er unaniem voor de Sportvisie is gestemd en ook echt het belang van sport werd geschreven, dat er ook een aantal zorgen zijn uitgesproken. En die passen ook wel bij wat wij zelf hebben gevonden vanuit documenten, vanuit overige gesprekken. Bijvoorbeeld werd er gesproken over botsing met aanpalend beleid, de gebiedsontwikkeling, de financiën, de beperkte middelen, maar ook het gebrek aan inzicht en het overzicht in de middelen die aan sport worden besteed. Het uitvoeringsplan en de invloed die de raad heeft op wanneer dit plan met de raad wordt gedeeld, maar ook wanneer de raad om een beslissing wordt gevraagd over welke vraagstukken precies. De aandacht voor kwetsbare groepen werd nog eens extra onderstreept. En net zo ook de toegankelijkheid van sportaccommodaties en de sportieve buitenruimte. Als we dan kijken naar de afspraken die over de
6
informatievoorziening tussen raad en college zijn gemaakt, die zijn heel erg duidelijk. De informatieverstrekking is ook meestal tijdig. Dat is hartstikke mooi. Maar de inhoud van de informatie ligt niet altijd in lijn met de behoeftes van de raad, zoals we hebben opgehaald. En ook het belangrijkste wat daar dan weer in zit, is de vraag om een integraal uitvoeringsplan, zodat de raad zijn controlerende rol beter uit kan voeren. En hetzelfde geldt ook voor de financiën. Beter inzicht, zodat je beter kan beslissen wat je moet inzetten en waar je op kunt bijsturen als raad. Wat wel opvallend was, dat ondanks dat er aangegeven werd dat de informatie die gedeeld werd niet voldeed aan de behoeftes, is dat er door de raad zelf ook geen extra vragen hierover gesteld zijn. Bijvoorbeeld naar aanleiding van de raadsinformatiebrief met de update van de eerste periode van de Sportvisie. Ik weet uit mijn hoofd niet exact wanneer die verstuurd is. Dat vonden wij ook opvallend. Als je dan al die resultaten, al die data, al die informatie die wij gevonden hebben bij elkaar op gaat tellen, dan komen we echt op de conclusie uit dat we gewoon niet kunnen zeggen of de doelen in de Sportvisie haalbaar zijn. We zien aanwijzingen dat de gemeente op de goede weg is. Daar hebben we net al een aantal voorbeelden van gegeven. Maar we zien ook aanwijzingen dat het een uitdaging is.
Daar hebben we net ook al voorbeelden over gegeven. En wij zijn van mening, dat integrale uitvoeringsplan heeft ons ook parten gespeeld. Doordat het plan er niet was, hebben wij deze vragen niet kunnen beantwoorden. Dat integrale uitvoeringsplan is echt essentieel om zicht te krijgen op dat wat is ingezet en of dat voldoende is voor het behalen van de doelen die je jezelf hebt gesteld. Ik ben al een beetje vooruitgelopen op deze sheet, merk ik. Want wij denken echt, welke maatregel is de maatregel die je zou kunnen inzetten om te kunnen bijdragen aan het inzicht in de haalbaarheid en ook te kunnen bijdragen aan weten waar je nog zou moeten bijsturen. Dat is dat integrale uitvoeringsplan. En wat daarbij van belang is, is dat er echt een goede koppeling komt tussen de doelen die je hebt, tussen de activiteiten die je wilt gaan uitvoeren om die doelen te bereiken en de financiële middelen die je daarvoor nodig hebt. En op het moment dat je dat inzicht hebt, kun je bepalen als gemeenteraad, als college, als ambtelijke uitvoeringsorganisatie waar je precies je inzet op wilt plegen. Wat gaat ervoor zorgen dat je in ieder geval dicht bij het behalen van de doelen komt die in de Sportvisie staan. En het maakt het ook echt makkelijker om te monitoren en door de tijd heen bij te sturen. Tot 2030 is nog een heel eind vooruit.
En het is ook onmogelijk om tot die tijd al precies te plannen wat je wil doen. Maar je wil wel een instrument hebben waarmee je goed kan laveren. En als je een stukje naar rechts moet, dat je een stukje naar rechts kan. Als je een stukje naar links moet, kan je een stukje naar links. Dat levert ook de aanbeveling op aan de raad van, vraag het college om zo'n uitvoeringsplan te maken. En wees daar heel specifiek in wat duidelijk moet worden in dat uitvoeringsplan. En wij zeggen, geef aan welke activiteiten bijdragen aan welke tussendoelen. Maak een goede koppeling tussen beleid en uitvoering. En zorg dat die effecten inzichtelijk gemaakt kunnen worden, zodat je op basis van die datagedreven aanpak, van die effect gedreven aanpak de beslissingen kunt maken in waar je je tijd en je aandacht aan besteed. Daarnaast bevelen we ook aan om als raad met elkaar in gesprek te gaan. Er kwam duidelijk naar voren dat de informatie die verstrekt wordt niet voldoet aan de behoefte. Maar geef de wethouder ook een concreet verzoek mee wat je dan wel graag wil zien. Ga met elkaar daarover in gesprek, vraag deze informatie op en volg dat ook op als raad. Als je hem niet krijgt of als hij niet voldoet aan je wensen, ga daar dan ook achteraan. En daarnaast hebben we nog twee hele concrete aanbevelingen
7
om aan het college te vragen. Besteed meer aandacht aan de communicatie. Wij zien dat echt als laaghangend fruit. Dat wordt zowel vanuit het sportveld zelf, maar ook vanuit de ambtelijke organisatie onderschreven dat communicatie echt een vak apart is en dat je daar een communicatiespecialist voor nodig hebt. Maar dat het ook een mogelijkheid is waar je elkaar echt kunt versterken en waar je vaart in je Sportvisie kunt krijgen. Communicatie is essentieel om mensen mee te laten doen aan jouw activiteiten. Als ze niet weten dat er activiteiten plaatsvinden, dan zijn ze er niet. Dan bereik je ook niet dat ze daadwerkelijk die één keer per week sportief gaan bewegen. En daarnaast vinden we het belangrijk dat ook het vraagstuk van toegankelijk maken van sport voor mensen met een beperking opnieuw bekeken wordt. Er is begrip voor dat schaalvoordeel soms noodzakelijk is, maar het is ook belangrijk om de behoefte en de wensen en de mogelijkheden van mensen met een beperking daarin mee te nemen. Want als je straks wel het aanbod hebt, maar er kan geen gebruik van gemaakt worden, dan schiet je ook je doel voorbij. We denken dat hier winst te behalen is. Dat was hem. De voorzitter: dank u wel voor uw presentatie. Dan kijk ik even de commissie rond. Kunt u uw hand opsteken als u een vraag heeft? Dat zijn er best wel veel. Ik stel voor dat we dan het rondje even afgaan.
En we beginnen met één vraag per fractie. En dan als er nog tijd is, want we zitten best wel krap in de tijd, we hebben maar tot 20.30 uur, dan kunnen we kijken of er nog ruimte is voor een tweede vraag. Maar dan begin ik hier aan mijn linkerhand bij de heer Uysal. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Ik had een vraag over de meetbaarheid. Want u geeft aan dat een aantal doelstellingen wel SMART geformuleerd zijn. Bijvoorbeeld, we behoren tot de top 10 sportiefste gemeenten en 80 procent van de Dordtenaren moeten bewegen. Maar er zijn ook een aantal doelen die in de ogen van jullie dan, van het onderzoeksbureau niet meetbaar en kwantificeerbaar zijn. Maar is niet het gevaar van dat je alles juist zo wil kwantificeren en wil reduceren tot een cijfer dat je daarmee de context verliest en de diepgang verliest en juist misschien ook niet meer oog hebt voor de bredere doelstellingen van de Sportvisie? En mijn tweede vraag die daaraan... De voorzitter: Nee, geen twee. Excuus, één vraag per fractie, daar beginnen we mee. Mevrouw Vervoort. De heer Uysal: Het ligt wel in het verlengde hiervan. En misschien maakt dat dat we... De voorzitter: Als u het in één zin kan vertellen dan...
De heer Uysal: En het verlengde daarvan is, is het ook zo dat die tussendoelen dan hoog over geformuleerd zijn of is het dat ze niet SMART geformuleerd kunnen worden of is het gewoon dat ze niet meetbaar zijn? De voorzitter: Mevrouw Vervoort. Mevrouw Vervoort: Dit zijn best wel veel vragen in één. Ik zal kijken hoe ik dat snel kan beantwoorden. Meetbaarheid gaat niet altijd om cijfers. Je hebt ook een kwalitatieve manier van meten. We willen zeker niet voorstellen dat alles gereduceerd moet worden tot een cijfer. Bijvoorbeeld het ophalen van ervaringen gaat niet om een percentage of om een score altijd. Daar kan je verschillende manieren voor inzetten. Ik ben zeker niet
8
van mening dat alles helemaal plat gemeten moet worden, maar je moet wel inzicht in de effecten hebben. En dat kan je op verschillende manieren doen. Dat kan je door een percentage, bijvoorbeeld via zo’n NOC*NSF vragenlijst over sportdeelname, maar je kan ook een kwalitatieve evaluatie inzetten om ervaringen op te halen van bijvoorbeeld deelnemers aan een bepaald sportonderdeel wat georganiseerd wordt in de wijken. Maar je wil wel op een of andere manier kunnen monitoren wat je effecten zijn. En daarvoor moet je een methode inzetten om iets te meten. En dat kan kwantitatief zijn, kan kwalitatief zijn. Mevrouw Sijbrandi: Ik doe nog een heel kleine aanvulling. Doelen zijn er natuurlijk niet om doelen te zijn. En ze zijn niet SMART, omdat ze SMART moeten zijn. Maar de vraag voor jullie is natuurlijk ook, zijn we op de goede route? Doen we als gemeente Dordrecht de goede dingen, zodat we uiteindelijk, wat jij zegt, in die context terechtkomen? En uiteindelijk in het, waarom hebben we eigenlijk een Sportvisie? En daar missen wij af en toe in de route tussen de activiteiten die nu worden gedaan en de grote doelen die uiteindelijk hiermee zijn gesteld. Het is heel moeilijk om aan te geven, doen we de juiste dingen om daar uiteindelijk te belanden? En dat gunnen wij een gemeenteraad wel om dat te weten, om die route een klein beetje beter te kunnen volgen. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Kunt u me in het kort, via de voorzitter, uitleggen wat u bedoelt met toegankelijk maken van sport voor mensen met een beperking? Want ik weet uit ervaring dat we een mijnheer Ed hebben. En die mijnheer Ed helpt de personen met een beperking juist naar een sport met wat voor hen toepasselijk is. De voorzitter: Mevrouw Vervoort. Mevrouw Vervoort: Dank u wel. Inderdaad, Ed Hagers is een van de manieren om mensen met een beperking naar sport te begeleiden. Het is maar één persoon die een beperkte hoeveelheid tijd heeft. Hij heeft best heel veel tijd gekregen hiervoor, want volgens mij is hij inmiddels fulltime hiervoor aanwezig. Maar je hebt verschillende soorten beperkingen, waardoor het zo kan zijn dat bijvoorbeeld als je in een rolstoel zit of als je je bepaalde fysieke beperkingen hebt, die neem ik nu even als voorbeeld, en je wil een bepaalde sport beoefenen, dat het best wel lastig kan zijn om die sport binnen jouw eigen gemeente te vinden. Als je een teamsport wil spelen en je hebt voldoende mensen nodig met dezelfde beperking om die sport te spelen, dan kan het zijn dat je op regionaal niveau moet spelen. Daarvan heeft de wethouder en ook de ambtelijke organisatie aangegeven dat er in regionaal verband gekeken wordt naar mogelijkheden.
Maar daarvan hebben wij juist vanuit de doelgroep weer teruggekregen en in meerdere gesprekken teruggekregen, regionaal sporten is leuk, maar het kan zijn dat de beperking die jij hebt, die ervoor zorgt dat je met mensen met een gelijke beperkingen moet gaan sporten, er juist voor zorgt dat jij niet in staat bent om naar Rotterdam te reizen vanuit Dordrecht om dat te kunnen gaan doen. Ed Hagers is een van de onderdelen. Maar sporten met een beperking is een groter geheel, waar op verschillende manieren naar gekeken moet worden. En waarvan wij aanwijzingen hebben gevonden in de gesprekken die we gevoerd hebben dat er
9
behoeftes en wensen zijn die op dit moment niet voldoende vervuld worden. Dat wij daar een aandachtspunt in zien. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Nee, dank u wel, voorzitter. Ik heb alleen maar vragen waar een oordeel aan zit. Ik schuif hem even door. De voorzitter: Da houden we die even vast. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, mag ik dan twee vragen stellen? De voorzitter: Liever niet. Mevrouw Van Herwijnen: Dan hou ik het eerst even bij mijn eerste vraag, want ik moest even kiezen welke ik ga doen. Maar ik denk dat dit een vraag is voor de Rekenkamer. Ik zag de drie aanbevelingen. En wat mij opviel, is dat eigenlijk de laatste niet echt SMART is omschreven. En is dat een bewuste keuze? Er staat, zo spoedig mogelijk, terwijl de rest vrij met een tijd is aangegeven. Ik vroeg me af waar dat vandaan kwam dat hij zo vaag was beschreven? De voorzitter: Mevrouw Sijbrandi. Mevrouw Sijbrandi: Mijn lerares Frans zei dan vroeger, dat heb ik gedaan om te checken of jullie wel opletten. Maar dat hebben wij niet met die reden gedaan. Het is eigenlijk niet aan ons om te zeggen welke termijnen jullie zouden willen voorstellen aan het college. Je hebt helemaal gelijk, het is niet tijdgebonden geformuleerd de SMART van T. Maar dat willen we graag aan jullie overlaten.
Ik denk dat het ook goed is om even te kijken, wat vinden we een haalbare kaart? Wat vindt de wethouder een haalbare kaart? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ook ik hoop dat we zo nog wat extra vragen kunnen stellen. Maar ik ga er eentje uitzoeken. En dat is ook in de aanbeveling, volgens mij? Ja, aanbeveling 3 en 4. Besteed meer aandacht aan communicatie, is de aanbeveling. Maar wat mij niet helemaal helder was, waaruit blijkt voor jullie dat die communicatie nu niet goed genoeg is? Mevrouw Vervoort: Dat kan ik kort toelichten. Dat hebben wij in verschillende gesprekken teruggehoord, maar dat hebben wij ook zelf gezien. Bijvoorbeeld, wij hebben de website van Dordt Sport bekeken en zijn op zoek gegaan naar bepaalde informatie. En die was ontzettend moeilijk te vinden. Daar zit gewoon iets niet lekker als je het gaat hebben over de website. En in de werksessie met sportaanbieders die is geweest, waar ook een behoorlijk aantal mensen vanuit Dordt Sport en vanuit de ambtelijke organisatie aanwezig waren, daar zag je ze ervaringen uitwisselen over dingen in de praktijk. En daar zag je gewoon dat er misverstanden waren over hoe bepaalde activiteiten waren georganiseerd. Maar ook werd heel duidelijk aangegeven, maar als jullie ons als sportvereniging vragen om hierbij te helpen, dan kunnen we samen veel verder komen.
En volgens mij is dat juist een van de dingen die de Sportvisie nastreeft, hoog doel
10
inzetten, maar ook echt samenwerken om dat doel te bereiken. En daaruit bleek ook, uit dat gesprek wat we met elkaar voerden, dat er hele mooie mogelijkheden liggen om elkaar te versterken. Dit is juist een van de punten waarbij wij zeggen, als je dit goed insteekt, dan heeft dat niet per se invloed op dat je meer activiteiten moet doen, maar dan worden je bestaande activiteiten beter onder de aandacht gebracht. De inzet die je pleegt op die activiteiten gaat uiteindelijk meer renderen. Communicatie is een van de randvoorwaarden om je inzet op inhoud verder te brengen. En daarom denken wij dat het echt belangrijk is om daar aandacht aan te besteden. De voorzitter: De heer Droog. U heeft geen vraag. Dan kijk ik even naar de fractie VSP. Ook niet. De heer Tutupoli. Nee. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, mijn vraag was een vraag die mevrouw Pichel ook had. De voorzitter: De heer Van den Berg. Ik denk dat er nog wel ruimte is voor vervolgvragen zo meteen. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Ik had een vraag inderdaad. Er werd al gesproken over dat jullie met de raadsleden ook informatie hebben opgehaald en dat daar in ieder geval vragen waren om informatie.
Of in ieder geval, ik was benieuwd naar wat voor aanbevelingen jullie daar dan omtrent hebben, over die informatieverschaffing richting de raad? De voorzitter: Mevrouw Vervoort. Mevrouw Vervoort: Mag ik een verduidelijkende vraag stellen? Wat bedoelt u precies? De heer Van den Berg: Jullie geven aan inderdaad dat de raadsleden vragen om meer informatie. Ik ben dan benieuwd naar wat voor informatie en wat voor aanbeveling daaromtrent? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Vervoort: Ik heb de aanbeveling er even bij gepakt. Want hierin wordt ook heel duidelijk gezegd, er is een informatiebehoefte die niet wordt voldaan. En die zit op het gebied van financiële informatie, voortgang van ingezette instrumenten en activiteiten en momenten en onderwerpen waarop formele beslissingen van de raad gewenst zijn. Het gaat echt om, hoe kan je als raad op een goede manier volgen wat zich in de Sportvisie afspeelt? En welke informatie heb je daarvoor nodig? Dat zit hem op de activiteiten, op de voortgang en op de financiën en wanneer je als raad weer aan zet bent om iets te vinden. Maar hierbij is wel dat jullie als raad moeten bepalen wat daar precies onder valt. Verder dan dit kunnen wij jullie niet adviseren. Ik weet niet of Femke daar nog... Mevrouw Sijbrandi: Als jij nog aanvullende behoefte hebt aan nadere toelichting hierop, dan hoor ik het graag. De voorzitter: De heer Damen.
11
De heer Damen: Dank u, voorzitter. Ik zit een beetje met de vraag, als er een uitgebreid integraal uitvoeringsplan ligt met veel communicatie, die goed geregeld is, weten we dan zeker dat de sportdeelname van allerlei groepen in de samenleving echt stijgt? Of hebben we dan alleen maar meer zicht op wat er gebeurt? Of moeten we gewoon proefondervindelijk leren wat wel werkt en wat niet werkt? Ik zie niet automatisch een verband ontstaan tussen dat uitvoeringsplan en een goede sportdeelname, met name bij mensen die individueel sporten. De voorzitter: Mevrouw Vervoort. Mevrouw Vervoort: Of er een uitvoeringsplan is of niet, als er straks een uitvoeringsplan is, dat betekent niet opeens dat het zeker is dat de sportdoelen gehaald worden. Maar het geeft je wel richting. Het geeft je handvaten om te bepalen, met meer kennis en meer informatie over wat er gebeurt, waar je middelen op ingezet worden, waar je je op focust of bijvoorbeeld je wel op alle doelen die je hebt gesteld inzet pleegt. Dat weten we nu niet, want we hebben daar geen overzicht over. Het is een heel ambitieus plan met, wat was het, 31 doelen, 29 tussendoelen, 63 activiteiten die daarbij worden omschreven en waar eigenlijk ook nog weer een uitvoering van die activiteiten van beschreven zou moeten worden. Het is ontzettend veel en ontzettend groot.
En als je dat niet goed en compleet beschrijft, dan heb je niet het volledige zicht op wat je doet. En dan kun je ook niet goed bepalen waar inzet ontbreekt of waar bijvoorbeeld inzet wordt gepleegd die niet oplevert wat je zou hopen of waar juist inzet gepleegd wordt die heel goed gaat. En als je daar nog een beetje extra op inzet, dat je dan veel meer winst behaalt dan wanneer je op een van de andere doelen inzet. Het geeft je sturingsinformatie om te bepalen waar jij heen moet in de keuzes die je maakt. En hoe beter de sturingsinformatie is, hoe realistischer je uiteindelijk kunt inschatten of wat je doet, gaat leiden tot wat je doelen zijn uiteindelijk. Dat is de reden waarom je een integraal uitvoeringsplan zou moeten hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Sijbrandi: Mag ik nog een kleine aanvulling doen? Excuses. De voorzitter: Dat mag. Mevrouw Sijbrandi: Want in mijn optiek, je weet nooit helemaal zeker natuurlijk of een activiteit tot een doelstelling leidt. En wat ik eerder ook aangaf in antwoord op GroenLinks, is dat wanneer je een uitvoeringsplan hebt, dat je ook beter en concreter en iets frequenter kunt volgen, zijn we op de goede route? We hebben deze drie activiteiten gedaan. We zien dat, weet ik veel, de sportdeelname afneemt of juist toeneemt.
Je weet het nooit helemaal zeker natuurlijk of A tot B leidt, maar je krijgt iets meer grip wanneer er een uitvoeringsplan is, een routekaart en een frequente monitoring. Dan weet je als raad iets beter, wat ik net ook aangaf, zijn we op de goede route, doen we de goede dingen en zijn die ook effectief? De voorzitter: Dank u wel. De heer Roggekamp.
12
De heer Roggekamp: Dank u, voorzitter. Voorzitter, mijn vraag zit een beetje in dezelfde lijn. Ik begrijp overigens de tweede aanbeveling dat wij als raad heel goed met het college in gesprek moeten om steeds te kijken hoever we zijn. Het is tenslotte een visie tot 2030. Dat is nog wel een tijdje vooruit. En dan zit ik ook meteen met dat integrale uitvoeringsplan. Want ik ben gewoon bang dat als wij nu een integraal uitvoeringsplan hebben van nu tot 2030 dat het of een papieren tijger wordt of juist alle flexibiliteit die we in die periode kunnen hebben om bij te sturen helemaal weg is. Hoe zien jullie dat met zo’n uitvoeringsplan? Wordt het geen integraal van nu tot 2030, maar gaan we werken van gesprek met de raad en college naar het volgende moment? Want dan hebben we flexibiliteit en kunnen we ook naar de rest kijken, wat zit er in die andere beleidsterreinen wat kan bijdragen aan deze visie, in plaats van het nu allemaal dicht te timmeren. Mevrouw Sijbrandi: Ik ben het van harte met je eens. De voorzitter: Het neigt naar een politieke vraag, maar u kunt hem proberen technisch... Mevrouw Sijbrandi: Ik ga hem heel Apolitiek beantwoorden. Ik ben het van harte met je eens. Tenminste, als ik zo tussen de regels door luister zeg je, gaan we dan nu in 2024, bijna 2025 voor zes jaar een uitvoeringsplan maken dat we helemaal dichttimmeren.
Ik zou het heel knap vinden wanneer mensen dat zouden kunnen. Bovendien, volgens mij moeten we juist vinger aan de pols houden, welke inzet leidt tot effect en welke niet en wat moeten we misschien anders doen? Ik denk dat dat ook aan de wethouder en daarmee aan het ambtelijk apparaat is. Zij hebben daarvoor gestudeerd om aan te geven, wat is wijsheid? Maar als je zegt 2030, dan heb je natuurlijk wel een doelstelling voor 2030. Maar je zou ook naar een routekaart kunnen die het eerste jaar heel concreet is, het tweede jaar iets minder concreet en het derde jaar nog iets minder concreet en het vierde, vijfde, zesde jaar die je nog niet invult in concrete activiteiten, maar wellicht wel in ideeën of plannen of ambities. En daarmee kun je een verschil maken tussen, wat zijn je ambities? Die formuleer je globaal. En ook, wat zijn hele concrete SMART doelstellingen? Anders krijg ik dadelijk weer... Ik bedoelde natuurlijk als we het niet SMART genoeg doen. Kort gezegd, doe op korte termijn zo SMART mogelijk. Langere termijn, maak daar ambities en ideeën en plannen van. En dat is voor jullie denk ik als raad ook goed, want dan heb je juist meer invloed op de langere termijn om bij te sturen. De voorzitter: Dan kijk ik naar de fractie van de VVD, of die een technische vraag heeft? De heer Noldus: Jazeker, voorzitter. Dank u wel.
En die gaat vooral over het voorgestelde besluit, ook in relatie tot de aanbevelingen. En misschien meer specifiek in relatie tot de reactie van het college op die aanbevelingen. Want daar zaten we een beetje te puzzelen in hoe die bedoeld zijn en of dan bewust door de Rekenkamer een wat striktere richting is meegegeven in het besluit dan in de reactie van het college feitelijk tenminste, wat mij betreft, te lezen is? En dat zit hem vooral in het feit dat in het besluit vraagt eigenlijk de raad om een plan van aanpak omtrent vervoer van mensen met een beperking, terwijl in de reactie van het college dat ik dat niet per se teruglees. Ik ben benieuwd wat daar dan de beredenering en de logica achter is om die dan expliciet in een besluit op te nemen.
13
De voorzitter: Mevrouw Sijbrandi. Mevrouw Sijbrandi: Wat wij lezen in de bestuurlijke reactie, wij zijn blij dat veel aanbevelingen worden overgenomen. De reactie op deze aanbeveling is iets kritischer. En daarbij is het natuurlijk ook de vraag, wat sluit er op dit moment, als het gaat om dat specifieke vervoer, niet aan bij de wensen? Die schuif ik heel even door naar mijn collega, want ik denk dat het goed is om daar even goed op in te zoomen. Want dat onderdeel hebben we eruit gepikt. Ik denk dat jij dat iets beter kunt toelichten, die details. Mevrouw Vervoort: Van de details zeggen we juist, ga in gesprek met de mensen waarom het gaat en met de Sportraad en de klankbordgroep Dordt Inclusief. Neem daar ook de raad in mee, want daar zit ook heel veel waardevolle kennis over dit onderwerp. En maak duidelijker waar die behoeftes precies liggen, ook in praktische zin. Wij hebben de barrières opgehaald in het onderzoek. En de volgende stap is nu voor wethouder, ambtenaren en raad om samen met deze groep te kijken waar de behoefte ligt, wat ook de oplossing is voor dit probleem. Dat valt buiten de scoop van wat wij hebben opgehaald. Dat is nog een taak die er ligt. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag nog een vraag van de heer Van der Spoel. En die heeft er nog geen gesteld. Die wil ik eerst de gelegenheid geven. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter.
Ik hoorde u vertellen dat er ook vergaderingen zijn teruggekeken van de gemeenteraad. En nu is ook de conclusie dat er een routekaart moet komen. Nu zijn er tijdens die vergaderingen raadsleden geweest die hebben geroepen dat er een routekaart moet komen. Een daarvan zat ooit een keer bij de PvdA, weet ik nog. Maar mijn vraag is eigenlijk, hebben jullie ook kunnen achterhalen waarom de gemeenteraad het toentertijd, of die commissievergadering, dat helemaal geen goed plan vond om daar een routekaart voor op te stellen? De voorzitter: U mag hierop antwoorden, maar het is wel een beetje een gekke vraag. Mevrouw Vervoort: Maar feitelijk gezien, heeft de wethouder toen een toezegging gedaan dat er een routekaart zou komen. Wij hebben dit als feit opgenomen. Er is om gevraagd. Er zou een routekaart komen. In de raadsinformatiebrief staat iets wat routekaart heet. Maar als je dan gaat kijken naar wat erin zit, dan zijn wij van mening, uit onderzoeksoogpunt, dat dat niet echt een routekaart is, maar meer een opsomming van activiteiten en behaalde resultaten, die niet geheel in relatie gebracht kunnen worden tot de doelen en de mooie boom die in de Sportvisie is opgenomen.
En dat gecombineerd met de overige gesprekken die wij hebben gevoerd en de roep om een routekaart in een integraal uitvoeringsplan, die wij in meerdere gesprekken hebben teruggehoord, zorgt ervoor dat wij hierbij aanbevelen, maak die routekaart echt, maak dat integrale uitvoeringsplan. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat er nog wat ruimte is voor een paar vervolgvragen. En ik zie dat de heer Uysal daarom schreeuwt. De heer Uysal. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Voorzitter, er zijn een aantal van die woorden die wij hier onderling vaak met elkaar bezigen, zoals verbinden of borgen, maar ook
14
integraliteit. En een van de bevindingen van het Rekenkameronderzoek is dat er een gebrek is aan een integraal uitvoeringsplan. En ik vraag me eigenlijk af hoe wij als raad dat meer handen en voeten kunnen geven? Want u gaf het zelf ook zo mooi aan, sport heeft een harde kant. Het gaat over de fysieke openbare ruimte. Maar het heeft ook een zachte kant, namelijk over subsidieregeling en over allerlei andere zaken, wat niet zozeer te maken heeft met de harde kant. Al heel veel actoren binnen de sportwereld zelf. Maar het heeft natuurlijk ook heel veel raakvlakken met aanpalende beleidsterreinen. U spoort aan om domeinoverstijgend te werken. Maar hoe kunnen we dat wat concreter maken? De voorzitter: Mevrouw Vervoort. Mevrouw Vervoort: Ik denk dat we hem even weer wat kleiner moeten maken. Want als wij spreken over een integraal uitvoeringsplan, dan gaat dat over een uitvoeringsplan waarin samenhang tussen de activiteiten, verdeeld over de verschillende pijlers en de zeven verschillende beleidsdoelen die er zijn. Het gaat over een integraal plan binnen de Sportvisie. En u heeft gelijk dat een deel daarvan samenhangt met andere beleidsterreinen, zoals het fysieke domein.
Maar integraal wijst hier echt op, maak voor die hele Sportvisie een samenhangend uitvoeringsplan, zodat je weet waarop je inzet binnen de Sportvisie, waar de gaten in je Sportvisie zitten, wat ik net al zei, waar je de meest efficiënte inzet pleegt. Al dat soort dingen. De integraliteit gaat hier echt over het plan voor de Sportvisie zelf. En dat raakt deels aan andere beleidslijnen, maar vooral aan sport intern op dit moment. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kamphuis, heeft u een vervolgvraag? Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Een van de bevindingen van dit onderzoek gaat over middelen. Vindt u, vraag ik via de voorzitter, dat er te weinig middelen zijn om de doelen te behouden, dat deze effecten moet... Bevindingen moet weergegeven worden? Mevrouw Sijbrandi: We hebben heel in het kort wel aangegeven dat het team wat smal is. Maar verder denk ik dat wij daar niet echt heel erg een uitspraak over moeten gaan doen of dit voldoende is of niet. Ik denk dat dat meer aan het college is om uit te puzzelen wanneer er een routekaart wordt gemaakt. Dan wordt iets concreter welke inzet, welk geld, welke middelen je nodig hebt. En ik denk dat dat een moment is om met de raad in gesprek te gaan van, hebben wij voldoende middelen voor de ambitie die we hebben? De voorzitter: Jazeker. Mevrouw Vervoort.
Mevrouw Vervoort: Daarnaast wordt zowel in de Sportvisie zelf als ook in de gesprekken die wij hebben gevoerd met voorbeeld de wethouder aangegeven dat middelen altijd een uitdaging zijn. Je ambities zijn altijd groter dan het geld wat je beschikbaar hebt. Je moet altijd afwegingen maken. Maar wat Femke net al zei, dat integrale uitvoeringsplan, als je dat hebt, dan kun je beter bepalen waar je precies je geld aan besteedt en ook hoe groot het tekort is bijvoorbeeld, of het overschot, wat vrij onwaarschijnlijk is, maar of dat er misschien zou zijn. En daarnaast komt ook nog 2026 eraan, wat een belangrijk financieel onbekend ding is, waar we volgens mij allemaal tegenaan hikken.
15
De voorzitter: Ik zag in ieder geval nog twee vervolgvragen van mevrouw Pichel en mevrouw Lammens. En ik ben bang dat we dan naar een afronding moeten. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde toch een verdiepende vraag stellen over het antwoord met communicatie net. Want het mag helder zijn, communicatie kan altijd beter en we hebben altijd wat te leren van communicatie. Maar er werd aangegeven, de website kan beter. En men had aangegeven niet op de hoogte te zijn van dingen. Maar waar ik dan wat meer naar op zoek ben, wat hebben we dan precies wel of niet gedaan wat we beter hadden kunnen doen? Hebben we het niet gecommuniceerd of hebben we het niet vaak genoeg gecommuniceerd of hebben we het niet op de juiste kanalen gecommuniceerd? Want dat maakt het natuurlijk wel iets concreter waar je dan verbeterpunt kunt aanbrengen. Een website is helder. Maar een andere manier hoe mensen het zouden kunnen ontvangen of het mogelijk niet missen, daar ben ik iets meer naar op zoek wat jullie hebben gevonden. Mevrouw Sijbrandi: Ik denk zelf dat je daarmee een soort van sprong naar de toekomst maakt. Want de aanbeveling is natuurlijk, maak een mooi strategische communicatieplan.
En mijn optiek is, de vraag die je stelt zou daar een onderdeel van moeten zijn van, wat missen we nu exact, wat zou je nodig hebben, zodat je wel de juiste mensen op het juiste moment over de juiste zaken informeert. Communiceren is natuurlijk brengen en halen, waarmee je ook het gesprek uitlokt. Ik zou eigenlijk zeggen, het is niet helemaal aan ons om dat nader uit te werken. Dat zou onderdeel kunnen zijn van het advies. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: En ik zie dat mevrouw Vervoort ook nog wil reageren. Mevrouw Vervoort: Daar ben ik het mee eens. En misschien nog wat meer voorbeelden over informatie die we hebben opgehaald. Het is heel erg afhankelijk waar je over communiceert, hoe je dat moet doen. Het gaat ook over, zet je de juiste communicatiemiddelen in bij de juiste activiteit? We hebben bijvoorbeeld ook een voorbeeld gekregen over, als ik het goed zeg, het ‘...’ vitaal sportaanbod. Daar is een boekje voor gemaakt. Dat is uitgedeeld op basisscholen. Maar daarvan werd gevraagd, is dat echt de manier waarop je kinderen aan het sporten krijgt of blijft dat in de rugzak van het kind zitten of verdwijnt dat onder in de boekenkast in een papiermand of zo? Er zijn voorbeelden, die staan ook in het rapport, over waar de problemen liggen. Maar wat het echt is, dat je per activiteit of per doel wat je wil bereiken, moet bepalen hoe je daarover gaat communiceren.
En daar heb je juist die professional voor nodig, die met jou daar een plan over maakt, om goed die inzet te plegen. En dat is iets wat inderdaad in de toekomst uitgezocht moet worden en wat buiten de scoop van dit onderzoek viel. De voorzitter: Ik wil in verband met de tijd toch door naar mevrouw Lammens, want we zitten echt best wel krap. Mevrouw Pichel: Maar het was geen beantwoording op mijn vraag. Want mijn vraag was niet, moeten ze een beleidsplan maken of hoe moeten ze een beleidsplan maken? Maar er werd aangegeven dat de communicatie niet goed was. En ik zoek niet naar
16
aanwijzingen. Maar wat maakt dan dat het niet goed is? En dat zie ik nog niet helemaal, maar wellicht komt dat later. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de ambtenaren van de afdeling Sport een compliment geven dat ze zoveel Dordtenaren weer aan sport te hebben gekregen na corona. Want na corona lag echt alles plat. Dat vind ik echt een compliment waard. Een ander ding waar ik een vraag over heb, sportclubs draaien allemaal op vrijwilligers. En vrijwilligers zijn gewoon een schakel die gewoon heel makkelijk wegvalt. Want als een kind bijvoorbeeld het niet meer leuk vindt op een sportclub, kan een kind gewoon stoppen en valt ook die ouder weg, met alle kennis. Maar het kan ook zijn als er een kind zegt, ik stop en een ander kind valt uit vanwege een blessure, kan er gewoon een heel team opgeheven worden. Hoe gaan we dat meten als het in zo’n onbekende... Vrijwilligers is zo onbekend, onberekend. Hoe kan je dat in vredesnaam gaan meten? De voorzitter: Mevrouw Vervoort. Mevrouw Vervoort: Ik ben lichtelijk in verwarring door deze vraag, eerlijk gezegd. Want wat bedoelt u precies? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Mijn vraag is, als je een schakel hebt waar sportclubs op draaien. Dat zijn vrijwilligers. En als een kind het niet meer leuk vindt, valt gewoon zo'n vrijwilliger weg.
De sportclubs in Dordrecht draaien op vrijwilligers. Want het is in Dordrecht zo, het is bijna allemaal een kerstboom. We hebben heel veel jeugd. De kinderen die getraind worden, worden niet door de 18-jarigen getraind. Die 18-jarigen gaan allemaal naar Rotterdam, gaan daar studeren. Die vallen allemaal weg. Het is gewoon dat het heel veel ouders zijn die trainingen geven, die clubs draaiende houden, die alle commissies bezetten. Maar als zo'n kind stopt, dan stopt zo'n ouder ook. Je hebt gewoon zwakke schakels in het proces. De voorzitter: Wat is uw vraag? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Hoe kan je daar in vredesnaam een meting op doen? Ze hebben het dat het allemaal meetbaar moet zijn, maar dit is toch niet te meten? Mevrouw Vervoort: Maar ik vraag me ook af... Want de meetbaarheid is gekoppeld aan een doel of een tussendoel. En wat u omschrijft, staat niet in een van de tussendoelen van de gemeente die in de Sportvisie zijn opgenomen, voor zover ik weet. En ik begrijp uw vraag over vrijwilligers. En dat is ook in de gesprekken naar voren gekomen. Bijvoorbeeld dat de professionaliseringssubsidie die de gemeente heeft gegeven, die is door een van de sportverenigingen ingezet om het vrijwilligersbeleid te professionaliseren, om ook de vrijwilligers beter binnenboord te houden in plaats van dat je ze binnenkrijgt en dat je ze daarna weer verliest aan de achterkant.
Als je het hebt over het onderwerp vrijwilligers, dan is het afhankelijk van de wens van de sportvereniging of dat een plek heeft in een Sportvisie, bijvoorbeeld via die professionaliseringssubsidies. En als je het hebt over meetbaarheid, dat gaat echt over
17
de doelen die zijn geformuleerd wat je wil bereiken en dat je daar een passend meetinstrument op inzet. En bijvoorbeeld de sportdeelname wordt gemeten met een NOC*NSF vragenlijst, die aan random Dordtenaren wordt gestuurd. Wel een, hoe noem je dat, goed gewogen afspiegeling van de Dordtse samenleving. Er wordt niet bij een vereniging gemeten, zijn jouw ledenaantallen teruggelopen? Misschien zit dat wel in de verenigingsmonitor, maar dat zit niet in de NOC*NSF monitor, voor zover ik weet. Het blijft een beetje een moeilijke, ingewikkelde vraag, die niet helemaal past bij de meetbaarheid van de sportdoelen, zoals die is opgesteld. De voorzitter: Dank voor uw beantwoordingen. Gezien de tijd moeten we nu echt naar een afronding toe. En in die afronding moeten we besluiten hoe we verdergaan met het raadsvoorstel. En daarvoor wil ik de commissie eerst vragen of de commissie voldoende informatie heeft verzameld om verder te gaan met het raadsvoorstel, of dat er behoefte is aan meer informatie. De heer Damen. De heer Damen: Ik zit dan met een ander probleem, dat niet raadsleden op hele korte termijn dit rapport hebben gekregen en ook niet in de gelegenheid waren om in te spreken. Daar is gewoon iets nogal fout gegaan. En ik weet niet hoe we dat moeten oplossen. De voorzitter: U pleit voor een gelegenheid voor bewoners om in te spreken? Dat is dan de vraag natuurlijk.
Anderen? De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, vanuit onze kant vandaag denk ik beeldvormende goed. Qua het rapport zelf hoeven wij niet an sich te bespreken. Waar voor ons alleen nog wel een onduidelijkheid in zit, en dat was eigenlijk nog een laatste vraag die we wilden stellen, maar dat is toch nog een zorg die we dan meenemen, dat in het besluit wat voorligt ons niet helemaal duidelijk is waar we op besluiten. Omdat een aantal concrete acties gevraagd lijken te worden van het college, die meer zijn dan de bestuurlijke reactie. En tegelijkertijd het besluit wordt afgesloten met, conform de toezeggingen in de bestuurlijke reactie. Dan is het voor ons niet helemaal duidelijk waar we dan precies over besluiten. Gaan we dan in met de bestuurlijke reactie of vragen we toch extra dingen te doen ten opzichte van die bestuurlijke reactie? En daar kunnen we het heel lang oordeelsvormend over hebben. Ik weet niet of dat heel spannend is, maar misschien kunnen we daar op een andere manier uitkomen met elkaar. Maar dat zou wat ons betreft in ieder geval nog een resterend punt zijn na vandaag. De voorzitter: En op welke andere manier zou u eruit willen komen? De heer Noldus: Voorzitter, wellicht als het een fout is in het besluit, want ik zie daar toch een tegenstrijdigheid in, dat kan dan misschien technisch gecorrigeerd worden. Dat weet ik niet. De voorzitter: De heer Uysal.
De heer Uysal: Voorzitter, is het misschien een idee om dit raadsvoorstel aan te houden? Want we hebben als fractie ook eerder een agenderingsverzoek ingediend. Want we
18
kregen ook op de Agendacommissie een voortgangsrapportage over de middelen voor komende jaren, hoe dat besteed zou worden voor de Sportvisie. En we hebben daarvan gevraagd om het eerst beeldvormend met elkaar te bespreken. Die heeft genoeg steun gekregen. Dat gaan we ook doen. Mijn verzoek zou zijn om bij de beeldvormende bespreking dit raadsvoorstel en ook het rapport van de Rekenkamer daarbij te betrekken. En om dan aan het einde van die vergadering integraal te kijken hoe we dan omgaan met deze raadsvoorstellen. De voorzitter: Dat klinkt mij verstandig in de oren. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw ...: Voorzitter, even een vraag. De voorzitter: Ik mag u niet het woord geven. Mijn excuus. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik ben het met GroenLinks best wel eens. Maar ik wil zijn verzoek, van mijnheer Damen, niet vergeten dat er wel mee te nemen dat er wel insprekers kunnen komen. De voorzitter: Als die zich aanmelden bij de griffie, dan kan dat denk ik, na de beeldvormende of tijdens de beeldvormende sessie die de heer Uysal noemt, worden aangekondigd. En dan zou dat wellicht daarmee gecombineerd kunnen worden. Er ligt ook nog een aanbeveling van de Rekenkamer om als raad in gesprek te gaan om de informatiebehoefte te bepalen die we hebben.
Kunnen we afspreken dat we daar dan ook aan het eind van die beeldvormende sessie, die de heer Uysal net noemt, over besluiten wat we met die aanbeveling doen? Want dat rechtvaardigt wel een soort oordeelsvormende commissie bijvoorbeeld. Stel dat de raad opvolging wil geven aan die aanbeveling, dan zou dat in de vorm van een oordeelsvormende commissie gaan bijvoorbeeld. Dat wordt dan aan het eind van die vergadering besloten. De heer Noldus: Voorzitter, misschien op die laatste. Want er staat iets, dat gesprek wat we als raad moet hebben. En dat kan denk ik op ieder moment. Maar mij lijkt het een logisch moment om dat te doen naar aanleiding van het uitvoeringsprogramma, of hoe die dan ook precies heet, wat naar ons toekomt. Lijkt ons meer het moment om dat vast te stellen en dan daar ook uit te spreken wat onze vervolgbehoefte is om dat te monitoren. Dat lijkt me denk ik een logischer moment. De voorzitter: Maar je zou ook kunnen zeggen, je wil juist bepalen wat er in die Uitvoeringsagenda terechtkomt. Of daar punten over meegeven, dat zou je ook kunnen zeggen. We spreken af dat we dat besluiten aan het eind van de door de heer Uysal genoemde vergadering. Is er dan nog iets wat we moeten bepalen? Ik kijk even naar de griffier. Nee, dan zijn we rond. Dank u wel. Dan sluit ik de vergadering. Neem alstublieft uw flesjes en zo mee. 5.
Beschikbaar stellen van een krediet voor Aankoop Derde Merwedehaven in het kader van het programma Ruimte voor Banen – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz