2.6 2024.10.01 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 1 OKTOBER 2024 Vergaderzaal 3 – Hugo Muys van Holy 1. Agendacommissie Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Van der Spoel (PvdA) De voorzitter: Beste mensen, het is acht minuten over zes. Welkom bij deze agendacommissie. Sorry dat we iets verlaat zijn. Welkom iedereen die meeluistert en iedereen die achter ons meekijkt. De agendacommissie van dinsdag 1 oktober. Daarmee heb ik de opening ook gedaan. Kan ik de agenda vaststellen zoals die voorligt? Ja, dat kan. Dank u wel. Dan hebben we agendapunt 2, de besluitenlijst van 17 september. Kunnen we die vaststellen? Ja, dat kan. En nu bedenk ik me dat ik even niet de namen heb opgenoemd. Aan tafel hebben we vanmiddag de heer Van der Spoel, de heer Van Dam Timmers, mevrouw Pichel, mevrouw Van Engelen en onze griffier, mevrouw Wepster. Mijn naam is David Schalken. Dan ga ik nu naar een nieuw ingekomen stukken. U bent precies op tijd, mevrouw Van Engelen. Ingekomen stukken beginnen bij agendapunt 3, met Bouwend en Bereikbaar Dordrecht met agendapunt drie tot en met agendapunt 11. Ik zie daar bij agendapunt 4 een alternatief voorstel staan, of in ieder geval een opmerking. Mevrouw Wepster.
Mevrouw Wepster: Dank u wel. Dit betreft beschikbaar stellen van krediet rondom het Dordthuis, te maken met de inventaris. GroenLinks geeft aan hier nog vragen over te stellen richting college, dat gaat over hergebruik van meubilair. Mijn advies is aan u om daar kennis van te nemen. De voorzitter: Ik denk dat we dat kunnen doen. Collega's? Ja? Oké, dank u wel dan. Dan het volgende blokje is Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht met agendapunt 12 tot en met agendapunt 15. Daar staat een opmerking bij agendapunt 13. Mevrouw Wepster: Dank u wel. Dat betreft de raadsinformatiebrief over de nota Vergunningen toezicht en handhaving over de gemeentelijke taken door de Omgevingsdienst. Er zijn vier fracties die aangeven … De griffie geeft aan: wilt u het aangeven in de tool als u een verdiepende opleidingssessie wilt. Er zijn vier fracties die aangeven dat graag te willen en ze geven ook nog inhoudelijk suggesties wat daarbij meegenomen kan worden.
1
Totaal vier fracties is eigenlijk voor een opleidingssessie te weinig. Wij hebben met elkaar afgesproken dat dat de helft plus één van het aantal fracties moet zijn, dus ons advies is dat dan nu niet te honoreren. De voorzitter: Gaat de commissie daarin mee? Oké? Dank u wel. Dat was het blokje Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht. Dan gaan we naar Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht met agendapunt 16 en 17. Daar zie ik geen alternatieve voorstellen of opmerkingen staan. Agendapunt 18, Lerend en Ondernemend Dordrecht, daar ook niet. Agendapunt 19 tot en met 21 met Levendig, Leefbaar en Veilig Dordrecht ook niet. Bestuurlijk en Ondersteunend Dordrecht met agendapunt 22 tot en met agendapunt 29, daar staat een opmerking, te beginnen bij agendapunt 22. Mevrouw Wepster. Mevrouw Wepster: Dank u wel. Dat betreft de meicirculaire 2024. De griffie stelt voor dit aan de auditcommissie te geven, maar ook oordeelsvormend te bespreken op dezelfde dag, op 22 oktober. Partijen worden gevraagd politieke vragen daarvoor aan te leveren. Het CDA vraagt eigenlijk om wat meer tijd, wat ik eigenlijk wel begrijp, omdat dat je er goed in moet duiken. Volgens mij vloeit daar geen bloed uit als dat inderdaad nog iets later komt, die politieke vragen.
Dus het verzoek van CDA is om hem nog even eigenlijk aan te houden en volgende week terug te laten komen, zodat fracties een week langer de tijd hebben om politieke vragen aan te dragen. Ons advies is eigenlijk om dat te honoreren. De voorzitter: Daar kan de commissie in meegaan? Ja. Ik zie knikken. Prima, dan doen we dat. Agendapunt 23. Mevrouw Wepster: Dank u wel. Agendapunt 23 is een besloten stuk, dus ik kan daar niet te veel over zeggen. Het betreft een raadsinformatiebrief en het CDA stelt voor deze te betrekken bij een ander moment wat wij reeds gepland hebben. Wat mij betreft is het advies: dat kan geen kwaad om dat stuk daarbij te betrekken. Ik zou het wel nu ter kennisgeving doorsturen naar de raad, want het is immers alleen het CDA die hierom vraagt, maar het kan geen kwaad om het stuk daarbij te plaatsen. De voorzitter: Akkoord? Ja? Dank u wel. Dan is het volgende agendapunt 24. Mevrouw Wepster: Dank u wel. Dat betreft de vijf locaties voor huisvesting van Oekraïense mensen, de realisatie van flexwoningen. Vanuit de griffie wordt een inspraakmoment geadviseerd en daaronder staat ook nog wel wat uitleg over het verdere proces. Er zijn eigenlijk negen fracties die de griffie verzoeken om direct omwonenden ook echt uit te nodigen om eventueel te komen inspreken als ze dat willen. Ons voorstel is dat wij dat ook daadwerkelijk gaan doen.
De voorzitter: Ik denk dat daar de commissie in meegaat. Ja? Oké, dan hebben we daarmee volgens mij de nieuw ingekomen stukken gehad tot en met agendapunt 29. Dan gaan we naar agendapunt 30 met de agenda voor de komende Dordtse Dinsdag. Mevrouw Wepster, het dagschema. Mevrouw Wepster: Dank u wel. We moeten altijd even afwachten wat er natuurlijk weer uit vanavond komt, maar vooralsnog ligt deze agenda voor. Daar is wel één bijzonderheid bij wat mij betreft. In vergaderkamer 1 om half negen ziet u terug waar we
2
het net over hadden, namelijk het inspreken van omwonenden voor de vijf locaties voor het opvangen van Oekraïense mensen. Daar staat een uur voor. Ik kan me voorstellen dat als je op vijf locaties iets gaat bouwen en op vijf locaties willen omwonenden wat kwijt aan u, dat een uur wellicht best kort is. Daarvoor zit een uur lang inspreken over De Hoop. Ik heb even mijn licht opgestoken en de verwachting is dat daar ongeveer drie, vier insprekers zullen komen. Dus wellicht is het verstandig om te zeggen: we doen De Hoop een half uur en we doen dan anderhalf uur … Zeg ik dat goed, anderhalf uur? Ja, anderhalf uur voor de vijf locaties. Ik leg hem even in het midden om te kijken: wat vindt u daarvan? De voorzitter: Wat vindt de commissie ervan? Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik denk dat dat een goed idee is, omdat ik denk dat in het bestemmingsplan over die locatie Noordendijk ook iets minder emotie zit dan in het andere gedeelte. Dus dan is het misschien goed om ruimte te geven aan die emoties in anderhalf uur in plaats van een uur. De voorzitter: Daar kan de commissie zich in vinden? Oké, met die wijziging. Nog andere punten? Nee? Oké. Dan nemen we nu kennis van het concept en dan moeten we natuurlijk vandaag nog even afwachten wat er mogelijk nog uitkomt.
Heeft iemand nog behoefte aan bespreking of een opmerking bij de termijnagenda van de Dordtse Dinsdag? Ook bij dit agendapunt. Niet? Dan ben ik bij agendapunt 31 en dat is de rondvraag. Mevrouw Pichel, heeft u een rondvraag? Mevrouw Van Engelen? Mijnheer Van der Spoel? Mijnheer Van Dam Timmers? Onze griffier, mevrouw Wepster ook niet? Ik ook niet. Dan sluit ik deze vergadering. Dank u wel. 2. Uitbrengen Zienswijze op de eerste bestuursrapportage van de GR Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid en indexatie jeugdgezondheidszorg – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Safranti Commissiegriffier: Mevrouw. Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Mevr. Boom-Vos (VVD) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. In ’t Veld (VSP) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (CU/SGP) Mevr. Pichel (FvD) Mevr. Stevens (PvdA) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt)
3
Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden De voorzitter: Goedenavond, welkom allemaal. Mijn naam is Safranti. Wij zitten vanavond bij elkaar voor … Even kijken hoor, ik ga het even voorlezen, want ik heb hem nu via de papieren binnengekregen. Reden van de vergadering: de Dienst Gezondheid en Jeugd, een van onze grote gemeenschappelijke regeling, heeft hun eerste bestuursrapportage 2024 toegestuurd. Zij stuurden daarin verzoek van aanvullende indicatie voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg. Het college heeft een zienswijze voorbereid dat we vandaag bespreken met behulp van de volgende politieke vraag. Daarna ga ik echt over naar het voorstellen van de collega's. Het luidt als volgt: vindt de raad dat uit de zienswijze die naar DG&J wordt verstuurd voldoende urgentie naar voren komt dat ook de DG&J moet gaan bijdragen aan het financieel tekort, zoals dit ook in het raadsvoorstel geformuleerd is? Voordat we dus verder gaan, wil ik nog één ding toevoegen en dat is: in de agendacommissie vandaag ligt ook een brief van de provincie over het financieel toezicht van DG&J. Dit is een brief die we elk jaar ontvangen en die betrokken is op deze vergadering ter informatie. Dan wil ik overgaan tot het voorstellen en dan begin ik aan de linkerkant. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA.
De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Stevens: Inge Stevens, Partij van de Arbeid Dordrecht. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder.
4
De voorzitter: En mijn naam is Safranti, zoals ik zojuist ook heb genoemd, de voorzitter van vanavond. Voor de mensen thuis en mensen op de tribune, allemaal welkom. Ik wil het woord geven en dan kijk ik eerlijk gezegd richting VVD, want jullie hebben hier ook iets over te vinden. Alstublieft. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik wil heel even nog een stukje, even om terug te komen op de politieke vraag. De urgentie om binnen de begroting te blijven wordt naar onze mening te weinig getoond door DG&J. Als gemeente vragen we om bezuinigingsvoorstellen, maar we krijgen alleen maar hogere rekeningen. Is het besef van het ravijnjaar en dat de bomen niet meer in de hemel groeien wel geland bij DG&J en de andere GR’s? Wij begrijpen dat er onvermijdbare kostenstijgingen zijn en dat DG&J hier ook niet altijd wat aan kan doen. Maar er wordt te weinig gesproken over sterker bijsturen. Het lijkt wel alsof het een open einde rekening is, alsof de gemeente een pinautomaat is. In de zienswijze gaat de gemeente wel in op de wijzigingen en de redenen waarom, maar er wordt naar ons inzien te weinig teruggeduwd en geven we zonder noodzaak of bijsturing te vragen onze goedkeuring op deze begrotingswijziging. Wij zouden eigenlijk deze zienswijze sterker willen maken en vragen om een betere bijsturing.
We zitten er zelfs over na te denken om de begrotingswijziging gewoon niet goed te keuren, maar dat later in het jaar te doen als DG&J verdere informatie heeft gegeven over waar ze wel op bijsturen. Dat is eigenlijk ons oordeel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Koene: Voorzitter, mag ik wat vragen aan mevrouw Boom? De voorzitter: Ja, natuurlijk. Mevrouw Koene: Waar ik zo nieuwsgierig naar ben, want wij zijn natuurlijk niet de enige die hiermee te maken, want we hebben tien gemeenten die hier iets van moeten vinden. Hoe verhoudt zich nou wat de VVD zegt met die andere negen gemeenten? Hoe wil je daarmee omgaan? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Daar hebben wij ook over nagedacht en ook een klein beetje gevraagd: hoe zitten andere gemeenten erin? We begrijpen dat er meerdere gemeenten zijn die ook sterk aan het terugduwen zijn, of zelfs al strenger in de begroting hebben gezegd: we gaan geen hogere kosten doen. Maar wij hebben er echt bewust over nagedacht dat wij ons niet aan andere gemeenten op gaan trekken. Wat willen wij nu als gemeente Dordrecht? Hoe gaan wij om met het ravijnjaar en wat vinden wij belangrijk? Volgens mij moeten we eerst die keuze maken, voordat we rekening gaan houden met andere gemeentes. De voorzitter: Uw punt dus duidelijk, dank u wel. Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Voorzitter, ook wel vraag.
Sorry, ik ben wat verkouden. Net wat mevrouw Koene ook aangeeft, we zitten natuurlijk in een gemeenschappelijke regeling met tien en het enige wat wij kunnen doen is de zienswijze indienen en daar afhankelijk
5
van heb je we daar wel of niet dat de andere gemeenten daarin meegaan. Dus eigenlijk stuit je mijn beleving als raad wat meer buitenspel. Hoe kijkt u daartegenaan? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ik denk dat daar gedeeltelijk waarheid in zit, maar we laten ons ook buitenspel zetten. We kunnen hier ook gewoon een signaal afgeven: als gemeente Dordrecht vinden wij het genoeg. Wij weten dat wij niet de enige partijen zijn, dus wij hebben geen meerderheidskiesrecht, maar we kunnen wel een signaal afgeven en dat is waar dat ons om te doen is. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Even een vraag aan mevrouw Boom. Ik hoor wat ze zegt en ik kan me daar ook echt wel in vinden. Ik vraag me even af hoe de VVD daarin staat, want er zijn natuurlijk gewoon wel bepaalde wettelijke taken die natuurlijk worden uitgevoerd. Waar ziet de VVD dan die ruimte tot de ombuigingen of de dingen die anders kunnen, is daarover nagedacht? Mevrouw Boom-Vos: Ja, daar hebben we zeker wel in nagedacht, want we zeggen niet dat DG&J hier slecht werk aan het doen is. Absoluut niet. Wij snappen ook echt wel waar zij mee zitten. Er zitten een heleboel wettelijke taken in, er zitten aanwijzingen in die een DG&J niet kan doen. Maar er zit ook een heleboel beleid van ons in die wij als gemeente weg hebben gezet.
Maar kunnen zij bijvoorbeeld ook … In de voorbereiding voor de ombuiging staat dat de overhead gewoon heel erg groot is bij DG&J. Wat kunnen zij daaraan doen? Kunnen zij bepaalde projecten stoppen waar wij om gevraagd hebben? Geef dat in beeld. Misschien hebben ze eigen ideeën. Dat is waar wij over nagedacht hebben waar je op bij zou kunnen sturen. Die antwoorden zou ik eigenlijk eerst willen hebben en te horen krijgen dat ze daarover nadenken en niet dat wij een open einde beleid hebben. Ze hebben meer kosten, daar hoeven ze niks mee te doen, want de gemeente betaalt wel. Dat is het signaal wat ik vind dat wij af moeten geven. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u. Mevrouw Boom zegt terecht natuurlijk: er wordt nu weer om veel extra geld gevraagd. En dat is ook waar. Tegelijkertijd, is dat niet de logica die in het systeem zit? Omdat er afgesproken is bij de begroting vooraf dat je indexatie en groei niet meeneemt. Dan kan je op je vingers natellen dat je altijd achteraf duurder uitkomt en dat het misschien een idee is om dat in de begroting voortaan wel mee te nemen, zodat je een veel realistischer begroting hebt. Want nu zijn we deze extra betaling zelf aan het organiseren. Hoe denkt mevrouw Boom daarover? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Daar ben ik het met u eens.
Een indexatie vind ik een heel normaal iets om mee te geven, dat vind ik ook niet dat we daarop moeten bezuinigen. Dat hebben we zelf gecreëerd. Ook de hele governance op alle gemeenschappelijke regelingen hebben we eigenlijk niet goed gecreëerd in voorbereiding hierop om te vragen: moeten wij deze begrotingswijzigingen wel goedkeuren of kunnen we dat ook
6
later doen? Hebben we onszelf eigenlijk een constructie afgesproken dat dat eigenlijk nooit meer kan, dus we moeten het nu al doen met een gevoel van een mes op een keel. Daar wil ik een beetje van af, vooral ook – en misschien missen we een deel van het verhaal, maar dat zal de wethouder misschien later toelichten: wat doet de Dienst Gezondheid en Jeugdzorg, wat doen ze al? Missen wij informatie en doen ze al een heleboel? Er zijn bezuinigingsvoorstellen verzocht, die krijgen we waarschijnlijk later. Komen die, of krijgen we alleen hogere rekeningen? Dat is het signaal waar ik me zorgen om maak. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de wethouder ook knikken trouwens. Maar mevrouw Van Herwijnen, u had ook een vraag. Mevrouw Van Herwijnen: Mevrouw Boom had in haar inleiding al aangegeven over dat we het eventueel niet goed kunnen keuren en af gingen wachten op een reactie van de gemeenschappelijke regeling. Of dat ze dat nog eventjes een beetje kan toelichten, want die ging iets te snel voor mij. En dan misschien dan toch een vraag aan de wethouder: wat zijn dan de consequenties als we dat zouden gaan doen.? Ook met de datum van 26 september die ik ergens voorbij zag komen. Dus dat zijn even mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dat zal ik uitleggen.
Want wat u zegt, wij willen sowieso het sterke signaal afgeven dat het eigenlijk … Nou ja, tot hier en niet verder vind ik een beetje overdreven, maar dat we echt het signaal: doe er wat mee, wat kunnen jullie nog meer doen qua bijsturen? En dat we sterker terugduwen dat we geen automatische pinautomaat zijn. Dat signaal willen wij als belangrijkste afgeven. Daar zou je de zienswijze voor aan kunnen passen tekstueel. We zaten zelf ook te denken: zijn wij verplicht om die begrotingswijziging te doen? Als ik vanuit mijn financiële achtergrond, dit is een eerste bestuursrapportage, dan komt eigenlijk altijd nog een tweede bestuursrapportage. Dan zou je denken, dan doe je hem dan goedkeuren. En geef dan aan wat je doet, dan kan je beter bijsturen. Dat is wat je in een normale onderneming doet. Onze griffie heeft alleen al wel uitgezocht dat de tweede bestuursrapportage pas in februari, maart komt. En ja, dan kan geen enkele onderneming meer hun begroting bijstellen, dus dat is bijna niet te doen. Maar ik zou toch wel graag willen kijken, en misschien dat de wethouder daar ook antwoord op kan geven: kunnen we dat signaal wat sterker maken? Ik heb hier gewoon heel erg het gevoel, wij zijn hier een pinautomaat. Ik zeg niet dat het terecht is, maar dat gevoel krijg ik wel. Daar wil ik wat aan doen als raad zijnde, want dat is onze taak om bij te sturen. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik had twee vragen en de eerste is precies dezelfde als mevrouw Van Herwijnen al stelde. Gaat het nou om het signaal of daadwerkelijk niet instemmen met? Het gaat dus om het signaal. Ik was ook nog wel benieuwd, hoe wordt er gekeken naar de bestuursopdracht? Geeft dat vertrouwen bij de mensen die echt dit sterker willen maken? Maar ook aan de wethouder wel, hoe ver is het met die bestuursopdracht en wat zijn de verwachtingen over wat het zou kunnen opleveren? Tot zover.
7
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Voorzitter, bedoelt mevrouw Van Vught de bestuursopdracht om ombuigingen voor het ravijnjaar voor onze bezuinigingen voor te stellen? Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja. Dat is nu de verplichting die ze vanuit de provincie hebben gekregen om de ombuigingen uit te werken. Ja, die bedoel ik. Mevrouw Boom-Vos: Dat is juist het probleem voor ons. Wij weten dat die bestuursopdracht er ligt, wij weten dat de Drechtsteden hebben gevraagd: kom met ombuigingsvoorstellen. Ik weet ook wel dat dat wat later in het jaar komt, maar wij hebben er geen inzicht in. En ondertussen zien we alleen deze rekening in deze begrotingswijzigingen voorbijkomen en daar maken we ons zorgen om. Dus misschien dat de wethouder daar meer inzicht in heeft dan ik. De voorzitter: De wethouder blijft maar noteren. Wie kan ik het volgende woord geven? Dat is mevrouw Stevens. Die kan vandaag moeilijk praten, volgens mij. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me helemaal aansluiten bij de VVD, want dat is ook iets wat wij in de vorige commissies elke keer gezegd hebben.
Als je kijkt naar de gemeenschappelijke regeling, moet je daar niet eens een keer naar kijken in hoeverre je daar als gemeente Dordrecht je invloed op kan doen? Want ik heb nu het idee nog steeds dat de raad daarin toch wat buitenspel staat en ook om het feit dat ik al wat langer meeloop in de politiek en deze discussie elke keer, elk jaar – en dat zal mevrouw Koene kunnen beamen, want die heeft het ook wel eens genoemd – komt die weer terug. Ik kan op inhoud zoveel geven als het gaat over de hervormingsagenda, waarom is daar nog niks mee echt gebeurd waardoor die bezuinigingen komen? Als ik zie bijvoorbeeld of als ik lees dat er tekorten zijn voor de Jeugdbescherming. Dat is logisch, er zijn cao-onderhandelingen geweest. Dan denk ik: maar het volume neemt ook af, waarom zit er geen goede onderbouwing bij waardoor je meer inzicht kan krijgen waarvoor echt bijna ieder jaar dat geld erbij moet? Ik vraag me dus echt af: in hoeverre zit je hier niet weer voor niks te praten, omdat dadelijk in die andere tien gemeenten of de andere negen erbij er gezegd wordt: ja, maar wij zijn akkoord. Dan heb je het nakijken. Dan denk ik, dan vind ik dat daar ook naar gekeken moet worden: zijn we wel met zijn allen op de goede weg met die hele gemeenschappelijke regeling? Moeten we het daar niet een keertje met elkaar over hebben? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer den Hartog.
De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. De politieke vraag die voorligt is best wel een lastige, want aan de ene kant hebben we gewoon de inhoud. Het gaat om het helpen, ondersteunen van kwetsbare jongeren, onze kinderen, kleinkinderen, laten we zeggen ons kostbaarste bezit. Natuurlijk wil je die helpen. De andere kant is dan, dat kost geld en dat is net al genoemd, de kosten stijgen. Met het ravijnjaar voor de deur staan we voor een dilemma. Dan is makkelijk om te zeggen: dan moeten we keuzes maken. Maar om eerlijk te zijn heb ik eigenlijk niet zo'n goed beeld van wat welke keuze precies betekent, welke consequenties dat heeft. Voorop staat dat iedere jongere die zorg nodig heeft, dat ook blijft ontvangen. Maar ik heb een heleboel vragen eigenlijk. Bijvoorbeeld, zijn er nu jongeren die hulp ontvangen terwijl dat misschien niet nodig is? Niet ieder
8
probleem hoeft meteen gemedicaliseerd te worden. Ik noemde het net ook al hiervoor, soms is het hebben van een huisdier een hele goede remedie tegen eenzaamheid en soms is gaan sporten een heel goed middel tegen depressie. En soms is dat dus beter dan dure therapeuten. Nou goed, ik ga daar nu geen oordeel over vellen, maar wat betekent dat? Ten tweede hebben we de indruk dat er misschien te snel een beroep wordt gedaan op de jeugdzorg, terwijl sommige vragen over volwassenen gaan. Het is vaak problematiek met jongeren en ouderen. Dat zou wellicht ook onder de Wmo kunnen vallen. Ten derde, wat is er efficiëntie mogelijk? Ik heb geen idee. Het wordt heel vaak voorgesteld als mogelijkheid om geld te besparen. Dat zou ik dan eerst willen weten. Is er samenhang met andere onderwerpen, kan er uit andere budgetten worden geput? Ik weet het niet. Dan hebben we ook nog iets, er is een rapport van het IKZ dat heet Signalen fraude in de zorg 2022 en het aantal meldingen vanuit de gemeente stijgt. Misschien met een goede aanpak daarvan valt er ook wel wat te bezuinigen. Dus al die vragen maken het lastig om te bepalen wat het antwoord moet zijn op de politieke vraag. Ik heb tot slot dat we een pleidooi doen, want het inhoudelijke overleg, wat betekent nou de ene maatregel, wat betekent de ander maatregel, dat vindt nu vooral plaats op het niveau van wethouders in het AB.
Daardoor weet de raad eigenlijk minder goed wat er gebeurt. Ik zou willen pleiten voor een periodiek inhoudelijk overleg met de raad om te kijken: wat betekent dat allemaal, hoe kan het slimmer worden ingezet, wat is er mogelijk, wat is de consequentie van de verschillende mogelijkheden? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Gelijk daarop aanhakend. Natuurlijk is het handig om gewoon met elkaar te kijken hoe je het allemaal wat beter bestuurbaar kan maken vanuit ons perspectief gezien. Maar daar is een GR nou eenmaal niet het meest handige middel voor. Ik heb eerder in de sessie – dat weet mijnheer Den Hartog ook en de wethouder die weet dat trouwens ook – al aangegeven: laten we nou eens een keer een fundamentele discussie voeren over hoe je dat hele stelsel inricht. Ik weet dat we een wettelijke taak hebben, maar laten we nou gewoon eens zeggen: we stoppen met de jeugdzorg. Dat zou ik een interessante discussie vinden: wat valt er dan als eerste om, hoe ga je dat dan weer opbouwen? Want we houden nu een systeem in stand, omdat we nou eenmaal die hulp moeten verlenen, waarvan ik denk: misschien kan het allemaal handiger, misschien kan het efficiënter, misschien kan het weet ik veel wat.
Dus dat zou eigenlijk mijn verzoek zijn, want als we dan een keer met elkaar in gesprek gaan op een reguliere basis, laten we dan ook eens een keer een fundamentele discussie over zoiets voeren: maar wat willen wij dan, hoe willen we dan dat het ingericht wordt? Natuurlijk op basis van adviezen van de experts, want wij zijn de experts niet. Maar dat is dus eigenlijk iets waarvan ik denk: wat zou de wethouder daarvan vinden en hoe kunnen we dat organiseren, dus ook met de andere gemeenten? En misschien komen we ook wel tot de conclusie dat we van die GR af moeten, ik noem maar even wat raars. De voorzitter: We hebben een interruptie van mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Het is meer een opmerking als een interruptie ook. Maar mevrouw Koene, u weet dat we politiek vanuit de raad bezig zijn met een werkgroep om te kijken naar die hervormingsagenda en daarin ook mee te nemen: waar bestaat nou de jeugdzorg uit? Uit mijn hoofd zou daar een raadsinformatiebrief komen in oktober en een
9
bijeenkomst in november staat gepland waarin dit soort vragen naar voren komen. Want ik zit daarin met mijnheer Stam GroenLinks, jij zit daar ook bij. Dus ik wil alleen maar zeggen: uw wens wordt verhoord. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik hoor wat mevrouw Stevens zegt, maar het gaat voor een gedeelte ook wel om wat meer technische objectieve informatie. In mijn verleden met werkgroepen binnen dit domein zijn nou niet echt dingen geweest waarvan ik dacht: goh, hier kunnen we wat mee. Laat ik het netjes zeggen. Dus ik wil wel een zekere voorzichtigheid betrachten in samenstellingen van groepen enzovoort, omdat ik het belangrijk vind dat we daar dus allemaal over met elkaar in gesprek. Wellicht zoals we het nu vanavond hebben gedaan, ik noem maar eens wat. Dus dat dat je gewoon wel met een grote groep en met eventueel de andere gemeenten erbij gewoon eens echt die fundamentele discussie gaat voeren. De voorzitter: Dank u wel. Had u nog een aanvulling? Mevrouw Stevens: Ja, de aanvulling is dat het de bedoeling is om na die beeldvormende sessie – of weet ik het hoe het tegenwoordig allemaal heet – daarnaast te kunnen gaan kijken om met de portefeuillehouders Jeugd vanuit de raadsleden van de andere negen gemeenten om de tafel te gaan om te kijken: hoe kijken die andere negen daar dan tegenaan? De voorzitter: Mevrouw Koene.
Mevrouw Koene: Voorzitter, ik ben daar erg nieuwsgierig naar. Ik heb in het verleden ook wel eens met een aantal wethouders op deze portefeuille staan praten over dat we toch misschien hier eens een wat andere actie op moeten nemen en dat dat misschien ook wel betekent dat je ook eens impopulaire maatregelen zou moeten nemen. Daar kreeg ik als reactie op dat dat een moeilijk geval werd, want geen enkele wethouder wil op de voorpagina van de krant met dit soort aanpassingen, die wellicht ongunstig zijn voor het imago. Dat was niet de heer Van der Linden. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u, voorzitter. Toch nog even een verhelderende vraag aan mevrouw Koene, want zij gaf aan het begin aan: misschien moeten we stoppen met de jeugdzorg. Bedoelt ze daarmee stoppen met de jeugdzorg binnen de gemeenschappelijke regeling en het dan weer naar ons toetrekken, of wat bedoelt ze met stoppen met de jeugdzorg? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Daar bedoel ik mee gewoon helemaal stoppen met de jeugdzorg. Even hypothetisch, hè? Want we kunnen niet stoppen met de jeugdzorg. Maar wat als we stoppen met de jeugdzorg, wat valt er als eerste om? Hoe moeten we het dan inrichten? Dus welke stappen gaan we dan zetten? Want nu heb ik wel eens het idee dat we in een systeem vastzitten waar we niet zo makkelijk meer iets aan kunnen veranderen, wat te
10
log is, wat te duur is. Ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat als je het opnieuw inricht, dat je dan toch hele andere keuzes kan maken en dat dat ook een ander financieel plaatje met zich meebrengt. De voorzitter: Dank u wel. Dank voor uw bijdrage. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik stak eigenlijk mijn vinger op om ook een bijdrage te doen, tenzij iemand nog vragen heeft aan … Ja, kan die? Er is natuurlijk best wel veel gezegd en ik kan qua woordvoering ook wel aansluiten bij eigenlijk zowel mevrouw Boom als mevrouw Koene als de heer Den Hartog, want daar zaten gewoon hele goede stukken in. Ik zou hem willen aanvullen eigenlijk op twee punten zoals ik het zag. Wat ik ook heb gemerkt is, het blijft natuurlijk een lastig verhaal en het vraagt de nodige aandacht. Maar wat ik bijvoorbeeld ook had gezien bij een bijeenkomst die we ook hadden gehad en dat ging ook over de begroting, is dat een deel wat bijvoorbeeld nog bespaard wordt bij de DG&J wat ze dan mogen houden, wat dan wordt uitgegeven aan kinderen die dan bijvoorbeeld thuiszitten, dat het wordt uitgegeven aan een administratieve kracht die dan kan gaan turven hoeveel er nou thuiszitten. Terwijl ik dan denk, als je een vijf ton overhoudt, besteed dat dan aan de kinderen dat ze op school blijven in plaats van dat je achteraf dat administratief gaat bijhouden.
Dus dat is wel heel specifiek, maar dat viel mij zo op en dat werd ook zo gepresenteerd. Toen dacht ik: dat verbaast mij eigenlijk wel. Dus dat is ook even terugkoppeling misschien van de wethouder: kunnen we daar nog naar kijken? En hier, maar dit is heel praktisch wat natuurlijk ook in het stuk staat over waarom de indexatie moet worden gedaan en dat heeft dan weer betrekking op het uitvoeren van het wettelijke basispakket. Dan kun je denken aan vaccineren en consultatiebureaus. En ook met betrekking tot de consultatiebureaus, er zitten misschien wel een aantal moeders aan tafel, en ik denk … De voorzitter: Mevrouw Pichel, ik vind het een prima pleidooi, maar we moeten vandaag toch wel een beetje richten op die politieke vraag. Dus ik wilde eigenlijk vragen of u een beetje die kant op wil gaan, richting de politieke vraag van vanavond. Mevrouw Pichel: Ik pak hem er nog even bij, want uiteindelijk gaat het toch met name ook onze politieke mening over het bijdragen aan het financiële tekort, toch? De voorzitter: Ik wil anders de politieke vraag nog een keer herhalen, hoor. Daar gaat het niet om. Mevrouw Pichel: Ja, graag. De voorzitter: Oké.
Die luidt: vindt de raad dat uit zienswijzen die naar DG&J wordt verstuurd voldoende urgentie naar voren komt dat ook DG&J moet gaan bijdragen aan het financieel tekort, zoals dit ook in het raadsvoorstel geformuleerd is? Mevrouw Pichel: Ja. Nou, en dan zie ik in het raadsvoorstel geformuleerd waar zij dus uiteindelijk dat meer geld voor nodig hebben. Dat is met name dat basispakket. Het staat hier uitgedrukt in het voorstel. Daar kunnen we dus ook, net als dat we zeggen: waar geef je geld aan uit en hoe kun je de diepgang in? Eigenlijk ook het verhaal waar mijnheer Den Hartog mee kwam. Daar is bijvoorbeeld dat voorbeeld. Als hier dus staat: maar die consultatiebureaus, dat is een ding, daar hebben we dus meer geld voor nodig.
11
Is dat de manier waarop we het willen inrichten? Net zoals dat mevrouw Koene zegt: jeugdzorg, is dat goed ingericht? Is de manier helemaal laten vallen? Dat kan niet. Consultatiebureaus, je kan niet ineens alle consultatiebureaus sluiten, maar we kunnen wel met elkaar gaan kijken: hebben we er nu echt wat aan wat we eraan hebben? Alle moeders die ik tegenkom, die hebben er wel wat op aan te merken. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het dicht moet, maar dat wil wel zeggen dat het een onderwerp is waar we best naar mogen kijken. Dat is ook de reden waarom ik aansloot op de voorgaande woordvoeringen, omdat daar allemaal wat in zit. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik zit nog even naar die zienswijze te kijken en dan denk ik dat we vooral het eigenlijk hebben over het allerlaatste stukje waar bestuursopdracht en ombuigingsvoorstellen staat. Dan zou eigenlijk de eerste alinea een stuk scherper willen neerzetten. Dat proef ik eigenlijk overal wel: we hebben te weinig grip, laat ons alsjeblieft het daar eens goed over hebben. En die tweede, die laatste alinea dan eigenlijk, die geeft ook wel ruimte om daar te zeggen: we willen samen scherpe keuzes maken. Dus we willen in gesprek. Laten we dat gewoon concreet maken. Dus niet zeggen: we willen samen scherpe keuzes maken.
Nee, we willen samen in gesprek om de keuzes te kunnen maken. Dan zijn we denk ik qua tekst een heel eind. Maar goed, is dat wat … Ik heb het idee dat iedereen … Nee, ik heb jou nog niet gehoord. De heer …: Ik vind dat goed verwoord. De voorzitter: Mevrouw Stevens.
Mevrouw Stevens: Ik zeg, ik vind het goed verwoord, want dat is inderdaad dat het wat scherper neergezet wordt. Een hele kleine opmerkingen aan mevrouw van … Sorry, ik weet uw achternaam even niet. Het gaat niet alleen om moeders, hè, het gaat ook om vaders. Laten we dat even noemen, bij consultatiebureaus. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Pichel: Sorry, mag daar even op reageren? De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Wat bedoelt u, het gaat niet alleen om moeders? Het gaat ook om vaders heb ik gezegd. Mevrouw Stevens: U gaf in uw woordvoering aan … Sorry, voorzitter. U gaf in uw woordvoering aan: er zitten hier moeders, en moeders vinden het allemaal niet goed. Zelf heb ik daar moeite mee, want ik denk: het gaat niet alleen om moeders, het gaat ook om vaders. De voorzitter: Mevrouw Pichel.
12
Mevrouw Pichel: O, nee, ik snap hem. Het enige is dat ik daarbij heb aangegeven dat ik er juist eigenlijk alleen maar feedback van heb gekregen van heel veel moeders die daar een opmerking over hebben gegeven en niet zozeer van de vaders. Dus dat kan ik dan natuurlijk ook niet inbrengen. De voorzitter: Zo had ik hem ook begrepen trouwens, mevrouw Pichel. Niet ten nadele van u, hoor. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank je wel. Bij de voorbereiding op die politieke vraag die is gesteld hebben we natuurlijk gekeken naar de huidige zienswijzen. Toen zagen we natuurlijk de afsluiting van de brief, het laatste kopje. Naar ons idee is daar geen Russisch woord geschreven, het is in principe duidelijk. Maar door de toelichting van mevrouw Boom begrijp ik wel wat de reden is van de bezorgdheid van de VVD en snap ik inderdaad wel dat we misschien op een later moment wel kritisch moeten gaan kijken naar de gemeenschappelijke regeling en hoe die nu is ingericht. Als we dan uiteindelijk ook onvoldoende terugkrijgen op de bestuursopdracht, dan kunnen we inderdaad kijken: moeten we het dan op een andere manier naar boven krijgen hoe het is ingericht en waar de mogelijkheden zitten? Dus misschien inderdaad nog scherper de laatste alinea's van de brief verwoorden, daar kunnen wij ons inderdaad in vinden.
Het punt van eventueel niet akkoord gaan vinden we een stapje te ver gaan in deze, maar ik snap de bezorgdheid en inderdaad misschien dat wij op een later moment de gemeenschappelijke regelingen eens tegen het licht moeten gaan houden. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Duidelijk. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Mag ik dan vragen wat de Partij voor de Dieren in termijn dan verstaat onder een later moment? Want ik zit hier inderdaad al enige tijd, zoals mevrouw Stevens ook al benadrukte. Dat latere moment komt eigenlijk alleen nooit. Dus wat stelt zij zich daarbij voor? De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank je wel. Volgens mij kunnen wij als raad toch zelf iets dergelijks op de agenda zetten? Dus als wij zeggen dat wij het belangrijk vinden, dan kunnen wij toch zeggen: wij willen hier een gesprek over hebben? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, dat proberen wij al heel lang om dat voor elkaar te krijgen. De voorzitter: Hier is ervaring volgens mij aan het woord geweest. Zijn er nog mensen die ik vergeten ben? Gaat uw gang. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Dank u wel, voorzitter. Ik begin inderdaad maar direct bij de politieke vraag, aangezien we al heel wat gewisseld hebben. Voor mij was ook de vraag: spreekt nou urgentie uit de zienswijze? Dan denk ik, als ik het met een welwillende blik lees, dan vind ik het wel.
Want inderdaad, het is de slotalinea. Maar het
13
is duidelijk niet de hoofdboodschap. Tegelijkertijd proef ik hier nog een geluid en dat is: waar zijn ze nou eigenlijk precies mee bezig in die GR? Kijk, spreek ik de wethouder, dan hoorde ik al wat meer positieve verhalen over dat ze al bezig zouden zijn met bezuinigingsopties. Maar ik denk dat wij die info als het ware niet hebben en dat we daarom het gevoel hebben: is daar de urgentie wel helemaal goed doorgedrongen? Dus ik denk dat die twee punten, dat daar toch echt verbetering op mogelijk is, dus dat er betere communicatie naar ons komt en dat inderdaad van ons de communicatie naar hun toch nog helderder wordt dat er wat meer van hen gevraagd wordt. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik ben een beetje een vreemde eend in de bijt in deze vergadering, ik zit normaal niet bij sociale stukken. Dus ik leer veel van jullie woordvoering en vragen aan elkaar. Maar natuurlijk, niemand wil bezuinigen op sociaal, maar er gaat gewoon heel veel geld hiernaartoe uit en het is logisch dat DG&J ook bijdraagt aan bezuinigingen en ombuigingen. Wij denken dat onder andere veel bespaard kan worden op efficiëntie en verbetering, bijvoorbeeld wat minder externe sociale contracten afsluiten. Maar misschien eerst om te beginnen dat tekorten niet verder oplopen. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene.
Mevrouw Koene: Ik ben even nieuwsgierig wat de heer Wringer verstaat onder externe sociale contracten. De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: De gemeente Dordrecht heeft natuurlijk met driehonderd sociale partners ongeveer een contract afgesloten voor de verschillende zorg. Wij denken dat dat wel een tandje minder kan, waardoor er meer efficiëntie en besparingen kan opleveren. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dus eigenlijk probeert Beter Voor Dordt dan de keuzevrijheid in te perken van degenen die zorg nodig hebben? Even zomaar een vraag. De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dat denk ik niet. Ik denk dat er van die driehonderd partners die we hebben nog genoeg keuzevrijheid overblijft dus. Maar ik lees ook dat tekorten al voor 2024 flink zijn opgelopen, dus er moet nog wel flink wat bespaard worden. Als laatste denk dat ik wel mee kan gaan met de zorgen van VVD als ik het zo hoor, maar ook de aanscherping van het CDA om hem wat scherper te stellen. Daar wil ik het even bij laten, voorzitter.
14
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Wringer. Ben ik nog iemand mijnheer vergeten? Mijnheer Gündogdu, Op Ons Eiland. Spreek ik uw naam goed uit trouwens? De heer Gündogdu: Ja, dank je wel. Voorzitter, ik kan me voor een groot deel aansluiten voor wat de voorbije insprekers hebben ingebracht. Wat ik wel ook wil meegeven, wij zijn nu in gesprek met elkaar over de gevolgen van die bezuinigingsmaatregelen vanuit de Rijksoverheid. We maken hem nu concreet door Dienst Gezondheid en Jeugd op te roepen: beste Dienst Gezondheid en Jeugd, wij moeten bezuinigen, dus u ook. Terwijl we ook weten dat we een wettelijke taak hebben en daarnaast ook nog wat beleidsvrijheid vanuit de diverse colleges om juist nog meer te doen om jongeren en degene die zorg nodig heeft zo goed mogelijk te ondersteunen. Maar onze optiek is ook dat weliswaar vanuit VNG en diverse raden en colleges een oproep is geweest richting Rijksoverheid: op het moment dat u ons minder geld geeft en wij toch wel verplicht zijn om onze wettelijke taak te gaan doen, dat komt enorm in het gedrang. Dat zien we dus nu ook weer terugkomen in deze zienswijze. En terecht overigens dat deze zienswijze er is.
Alleen, ik ben ook dus even benieuwd, wordt dit signaal – ik ga ervan uit dat dat wel gebeurt – maar dat het ook bij het landelijke overheid duidelijk is: dit is al een hele moeilijke keuze en dat gaat heel pijn doen, vooral voor degenen die zorg nodig hebben, maar wat betekent dat straks ook voor andere domeinen waar ook heel veel mensen hulp bij nodig hebben? Dus ik zou dat signaal wel heel krachtig ook richting Rijksoverheid willen uiten namens het college, dan wel Dienst Gezondheid en Jeugd – en dan kijk ik naar mijnheer Van der Linden als voorzitter daarvan. Dus ik ben even concreet op zoek naar of dat signaal al is afgeven, of dat men wel van plan is om dat signaal binnenkort af te geven. De voorzitter: Dank u wel, het signaal is duidelijk. Nog verder partijen die aan het woord willen? Zo niet, dan ga ik over richting de wethouder. Voordat ik daar het woord aan geef, wethouder, ik heb heel wat steekwoorden voor u klaargemaakt. Signaal sterker maken, hoorde ik. Betere bijsturing. Geen pinautomaat, wij zijn geen pinautomaat. Wat zijn de consequenties als we eruit stappen? Ombuigingsovereenkomst. Raad buitenspel. Waarom geen goede onderbouwingen? Ik zal er nog een aantal noemen. Welke keuzes met welke consequenties? Dat waren ook de punten die dus ook naar voren kwamen.
Zo zijn er nog heel veel onduidelijkheden die ik nog genoemd heb, maar ook dank aan mevrouw Van Vugt voor uw bijdrage. Of moeten we echt gaan stoppen met de jeugdzorg? Dat was ook nog een punt die we gehoord hebben. Wethouder, het woord is aan u. De heer Van der Linden: Dank u wel. Misschien nog eventjes met het hele korte antwoord op de politieke vraag te beginnen, want daar zitten we concreet voor bij elkaar. Mij lijkt het prima om de tekstsuggestie van mevrouw Van Vugt over te nemen. De suggestie van mevrouw Van Herwijnen ten aanzien van versterk die laatste alinea nog wat en dan geef je het signaal af, wat ik in verschillende toonaarden, maar wel in grote meerderheid van uw raad hoor. Dus dan geef je dat signaal af. Dus dat zou mijn conclusie zijn. Maar ik zou daar ook wel een paar vragen of een paar opmerkingen bij willen maken, ook om de ingewikkeldheid van dit dossier nog iets toe te lichten. Dan begin ik even bij wat de heer Gündogdu zei, een signaal afgeven. Elke gemeente die ik ken – nou, misschien op tien of twintig na – hebben moeite om de Wet op de jeugdzorg, de Jeugdwet dus, binnen het budget wat er is uit te voeren. Dat was in ‘16 al, in ’18, in
15
’20, in ’22, elk jaar. Wij hebben een aantal jaren heel erg kunnen profiteren van onze maatregelen. We zijn een paar jaar ongeveer op niveau uitgekomen, op ongeveer op nul uitgekomen. De laatste twee jaar lukt dat niet meer. Dat gemeentes zeggen: we krijgen te weinig geld. Ja, dat zeggen gemeenten wel vaker. Een paar jaar geleden is een onafhankelijke arbitragecommissie geweest en die heeft gezegd: gemeenten hebben voor het uitvoeren van deze wet 1,9 miljard nodig per jaar. 1,9 miljard per jaar extra. De opeenvolgende kabinetten hebben daar natuurlijk hier en daar incidenteel wat bij gedaan, dat is ook mooi. Daar is een hervormingsagenda uitgekomen, die is niet mooi, dat is een zes min. Dat is een heel mager akkoord geweest. Meer was niet mogelijk in het vorige kabinet. Het huidige kabinet heeft er nog niet erg veel over gezegd, maar ik heb er weinig vertrouwen in dat nog een brief, nog een signaal, nog een wethouder die letterlijk – filmpjes zijn ervan – wethouders Jeugd of wethouders Sociaal Domein die in het water zijn gestaan om aan te geven: dit staat ons op de lippen, we kunnen niet meer bezuinigen. Weet je wat? We doen het theater wel dicht en het zwembad en volgend jaar de speeltuin en dan kunnen we het misschien blijven betalen. Dat zijn signalen, letterlijke signalen die collega's in het land hebben afgegeven. Dat is allemaal niet goed aangekomen.
Dus ik … Mevrouw Stevens: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Ter interruptie. U noemt dat die hervormingsagenda – dat ben ik met u eens – een mager iets is. Dat klopt. Alleen, er staan natuurlijk wel een aantal items in … De heer Van der Linden: Kom ik nog op. Mevrouw Stevens: Oké. Dank je wel. De heer Van der Linden: We moeten niet het hele jeugdzorgdebat doen hoor, want dat heeft helemaal geen zin nu. De politieke vraag zou ik in deze richting willen beantwoorden, maar mij zijn een paar vragen gesteld. Ik heb geen vertrouwen erin dat gezien de financiële situatie vanuit Rijk, gezien die totale verbrokkeldheid van beleid in Den Haag, dat we op een snelle quick fix kunnen rekenen om dit probleem op te lossen. In essentie is het probleem zo. We hebben een Jeugdwet die heel open geformuleerd is waarin veel mogelijkheden zitten voor maatwerk, voor open einde enzovoorts. Daar kun je iets van vinden. Ik vind daar inmiddels al wat van, maar die wet is er. En het budget wat erbij geleverd wordt is te beperkt. Dat is de eeuwige spanning die je ziet op deze Jeugdwet in deze financiële context. Ik heb wel eens tegen de vorige staatssecretaris gezegd: je hoeft maar twee dingen te doen. Of meer geld geven om deze wet uit te kunnen voeren – simpel – of pas die wet aan.
Er is een beetje van allebei gebeurd en in de hervormingsagenda worden een aantal goede aanzetten gegeven voor regionalisering, voor een nieuwe wet op wat zwaardere jeugdhulp enzovoort en dat gaat echt wel helpen. Maar ik denk dat het te weinig is om dit probleem, het fundamentele probleem op te lossen. Ik kom daar zo nog even op terug, maar dit eventjes als eerste op de opmerking van de heer Gündogdu. Dan even over gemeenschappelijke regeling. En inderdaad, nu tien jaar zit ik aan deze tafel en elk jaar komt een of twee keer wel langs: die GR’en – eventjes vrij vertaald – die doen ook maar, en als raad kunnen we iets
16
zeggen, maar we gaan er niet rechtstreeks over. Ja, dat is het fenomeen gemeenschappelijke regeling. In een gemeenschappelijke regeling, verreweg de meeste, zit een portefeuillehouder – een burgemeester, een wethouder – aan een tafel met mandaat, met ook stemgewicht en je besluit daar namens je gemeente op basis van stemgewicht. Meestal doe je dat unaniem. Dat doen we in de Veiligheidsregio, in de Omgevingsdienst, in de GR Sociaal en ook in de Dienst Gezondheid en Jeugd. We hebben het voordeel van een redelijk groot stemgewicht, dus er wordt echt wel naar ons geluisterd, maar we proberen wel de meerderheid te vinden en eigenlijk unaniem te zijn in de standpunten die we hebben. U vindt op pagina ik meen 41 van de burap de bestuurlijke planner waarop staat wat wanneer geleverd wordt en hoe u daar een rol in kan spelen. Dat is hoe we het geregeld hebben. Dat kan ik niet veranderen. Ik nodig u van harte uit om te zeggen: weet je wat, Dordrecht gaat als enige gemeente helemaal zelf de jeugdzorg uitvoeren. Dat kunnen we niet en dat gaan we ook niet kunnen regelen, ook al zouden we er tientallen miljoenen extra instoppen. Want hoe ga je dat doen? Dat is in geen enkel scenario een wenselijk of zelfs nuttig idee. De voorzitter: Mevrouw Pichel.
Mevrouw Pichel: Dank. Ik zou graag de wethouder even tussendoor een vraag willen stellen, want het is heel helder hoor wat hij aangeeft. Die wettelijke taken, die zijn er natuurlijk. Ik vraag me dus ook even af, ik haalde net een voorbeeld aan. De inspectie en kinderen moeten natuurlijk op school zijn, en als ze niet op school zijn, dan moet dat natuurlijk worden bijgehouden. Dat voorbeeld wat ik net aangaf is dat er bijvoorbeeld met een budget wat over is van bijna vijf ton, dat dat niet terug hoeft en dat dat zou worden besteed aan een administratieve kracht, in plaats van. Dan is de vraag: in hoeverre heeft het college of hebben wij invloed om daar naar de toekomst toe op te sturen, of kan dat helemaal niet? De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Linden: Die vraag kan ik meteen beantwoorden. Een jaar of tien terug waren er veel financiële problemen in de dienst en toen hebben we ook afspraken gemaakt over de begrotingsprogramma’s. Onze dienst heeft een aantal heel duidelijke werkvelden. De begrotingsprogramma's die daarbij horen, natuurlijk, tienduizend meer, een tonnetje meer of minder, je schuift wat en soms los je dat ook binnen een programma. Maar er gaat geen geld van het ene naar het andere programma zonder dat er een besluit aan ten grondslag ligt. Dat kan niet. Als dat wel zo is, dan komen er maatregelen.
Dan krijgt iemand twee minuten om zijn tas te pakken en hij verdwijnt. Zoiets, in die orde van grootte moet je het zoeken. Want dat willen we niet. We hebben bewust gezegd: we maken een heldere knip in de inhoud en bij elke inhoudelijk programma hoort een begrotingsprogramma. Daar ziet u als u goed doorscrollt in de buraps en ook in de begrotingen ook wel de aanduidingen van.
De voorzitter: Wethouder, we hebben nog vier minuten.
17
De heer Van der Linden: Nou, dan ga ik heel veel dingen nog zeggen. Maar ik vond het wel even goed omdat GR-verhaal nog even te zeggen. Want dat is nu eenmaal hoe we het geregeld hebben en ik zie geen manier om het anders te kunnen. Ik zie wel een manier om de raad beter te betrekken. Het lijkt me heel goed als we gewoon afspreken en in de agenda opnemen dat we drie keer per jaar eens een blok van anderhalf uur pakken om u bij te praten over hoe het gaat in dit domein. Wij stoppen er als Dordrecht 50 miljoen per jaar in, dat is veel geld. Dan kun je best drie keer anderhalf uur per jaar aan wijden zonder dat er een concreet voorstel ligt. Dus dat zou ik doen als ik u was. Er werd gevraagd naar een RIB. Die is inderdaad in aantocht. Het werkgroepje wat in gesprek is met ons over de manier waarop de raad invloed kan uitoefenen heeft verzocht om een RIB en die zal begin november waarschijnlijk arriveren. Laten we wat mij betreft – u gaat over uw eigen agenda – maar het lijkt mij heel verstandig dat we in november of december een goede sessie hebben. Ik noem twee concrete dingen die we sowieso gaan doen op jeugd. We hebben in het collegeprogramma voor deze periode opgenomen dat we de verordening gaan aanpassen. Dat is een belangrijke, want in de verordening kunt u zelf als raad sturen op wat er aan jeugdgelden wordt uitgegeven. De verordening Jeugd.
Want dat is nog wel even van belang. De burap gaat over de hele dienst, ruim 30 miljoen zit in wat we de GGD noemen. Dat geld zit in begrotings-programma's waar we eigenlijk weinig tekorten zien. In de begroting die voor ‘25 heeft waar u voor de zomer een zienswijze op heeft gedaan, daar heeft u wel gezien dat er erg veel spanning zit op Veilig Thuis, heel erg veel spanning zit op OGGZ en ook spanning zit op LVS. Eigenlijk hebben wij een begroting u voorgelegd waar we heel zuinig zijn geweest. Ik wens u veel succes volgend jaar bij de afweging over die 25 miljoen. In de context van wat we in de DG&J aan het doen zijn, zijn we al veel verder. Wij zijn met een vorm van hardheid en ook wel een beetje meedogenloosheid door die begroting gegaan en dat geeft natuurlijk heel veel druk op mensen die heel hard werken voor taken waarvan we elke dag op straat zien hoe belangrijk ze zijn. In het nieuws zie je om de zoveel tijd een casus die misloopt. Dat risico ga je natuurlijk wel lopen als je lange tijd zo streng bent. En iedereen onderschrijft, je moet een soort soberheid betrachten in deze tijd, maar daar zit wel een grens aan. Punt, en maak hem nog even af. Het andere stuk, de 160 miljoen, dat is vier keer zoveel ruim, bijna vijf keer zoveel als wat we voor de hele andere DG&J uitgeven. Dat is het geld van de Serviceorganisatie Jeugd, het jeugdgeld.
Het meeste daarvan wordt toegekend via beschikkingen aan de zorgmarkt en de toegang daartoe regelen wij via onze Sociale Wijkteams. Dus niet de GR, wij regelen dat. Wij zeggen tegen de Sociale Wijkteams: doe dit, doe dit meer, doe dat minder, doe zus of zo. Dat doen we natuurlijk niet op een manier die afwijkt van alle andere gemeentes, want we willen het liefst ongeveer één soort Sociaal Wijkteam. Maar een grote stad als Dordt heeft natuurlijk een andere nadruk op sommige punten dan een wat kleinere gemeenten. Daar komt nog bij, ook de zorgtoekenning gebeurt door die Sociale Wijkteams en door rechters en door huisartsen en via die verordening kun je wel degelijk proberen om daar ietsje soberder in te zijn. Ik moet u wel zeggen, de afgelopen jaren hebben we dat met opeenvolgende reden af en toe geprobeerd, dat gesprek gevoerd. Dat heeft nooit geleid tot een verordening die soberder werd. Dat is uw goed recht, want u bent het democratische orgaan van deze gemeente. Maar dat geluid heb ik de afgelopen jaren niet veel gehoord. Prima. Laten we het gesprek voeren de komende tijd en daar ook tijd voor nemen, want een verordening vaststellen doe je eens in de vier jaar. De vorige is januari ’22, dus volgend jaar willen we
18
dat graag doen. Passend bij onze visie en ook passend bij de financiële tijden die we nu hebben. Afrondend. Ik heb er nog een paar, maar dat sla ik even over gezien de tijd. Mij lijkt de suggestie om de tekstaanvulling van mevrouw Van Vught-Roose op te nemen, een lange zin gebaseerd op de tekst van mevrouw Van Herwijnen en dan zijn we denk ik op het niveau wat u graag wil afgeven. De voorzitter: Dank u wel voor uw uitgebreide toelichting. Ik wil overgaan tot een tweede termijn. Zijn er nog partijen? Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn blij eigenlijk met een debat, de oordeelsvorming die we hier gehad hebben en de toezegging en de tekstvoorstellen in de zienswijze, dat die toch iets urgenter komt. Het idee om de begrotingswijzigingen niet goed te keuren, die laten we gaan. Het belangrijkste is toch vooral het tekstvoorstel en het gesprek wat we met DG&J en de wethouder hebben. Daar zijn we ook blij met deze toezeggingen. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog … Ik zie alleen maar knikkende mensen. Ja, mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik heb nog even vraag. Wat is dan het gesprek met de DG&J, wie, wat is dat? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Linden: In essentie zit ik aan tafel en worden we gesteund door alle ambtelijke inzichten die we zelf hebben. Als u dat wilt, kunnen we ook heus het gesprek hebben met mensen van de dienst.
Maar de Dienst Gezondheid en Jeugd is een uitvoerend orgaan van de gemeente, namens de tien gemeentes. Lijkt me nog wel goed hoor, want we hebben een uitvoeringsprogramma vastgesteld voor al die activiteiten die de dienst doet en het gaat van piepklein – Wmo toezicht, daar heeft u echt nog nooit iets over willen horen, terecht, want het gaat allemaal prima – tot jeugd. Mij lijkt het gezond om een van die sessies die we een keer gaan hebben eens een keer het gesprek inhoudelijk met de mensen van de dienst te hebben. Wat zeg je? O sorry, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stevens. Dat gaan we doen, hoorde ik. Mevrouw Stevens: Dat gaan we doen, dat is net wat ik aangegeven heb, dat daar een sessie komt met de dienst erbij. De voorzitter: Zijn er nog andere mensen die gebruik willen maken van een tweede termijn? Want anders … Ja, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik wil eigenlijk aanvullend vragen wat de wethouder ervan vindt om ook eens wat fundamenteler, dus de fundamentele keuzes die we kunnen maken, om die dan wat meer in de gesprekken met wie dan ook plek te geven. Wat hij daarvan vindt. De voorzitter: De wethouder. Wel kort, graag.
19
De heer Van der Linden: Ja, zeker. Ik vind het een heel goed idee, juist omdat de verordening het concrete, laten we zeggen het lokale wetje is op basis waarvan wij zeggen: hier is een beschikking, een pgb, noem maar op. Daar hoort eigenlijk … Laatst zei een collega: we hebben eigenlijk een moreel-ethisch gesprek nodig in dit land, wat vinden wij nou dat we aan jeugdzorg moeten doen vanuit de overheid en wat vinden we dat helemaal niet bij de overheid hoort? Want er is iets heel vreemds in dit land aan de hand. VN-onderzoek zegt nog steeds: de Nederlandse jeugd is de gelukkigste ter wereld. Nou, dat is fijn. Dertig jaar, veertig jaar geleden was 1 op 27 kinderen in jeugdzorg. En elk jaar dat ik wethouder ben, worden het er meer. Nu zijn het er 1 op 7. Maar als ik dat in een zaaltje zeg, zegt iemand dan: nee hoor, 1 op 6. Absurd. Dat is hoe dan ook absurd, dus we doen iets niet goed in dit land. Qua verwachtingspatroon niet, qua waar het geld heen gaat niet, qua hoe de markt verdeeld is niet, qua wie allemaal een rol speelt niet. En tegelijk doen we dus ook wel heel veel wel goed, want we halen nu meer kinderen in jeugdzorg dan dertig jaar geleden en ik kan me niet voorstellen dat we toen iedereen wel zagen die ook toen gezien moesten worden, maar eigenlijk niet in beeld kwam. Dus ergens is een optimum, maar dit kunnen we niet volhouden. De voorzitter: Mevrouw Koene.
Mevrouw Koene: Maar voorzitter, het kan dus ook nog steeds zijn dat we te veel kinderen zien? De heer Van der Linden: Ja. De voorzitter: Ik zie geen vragen meer. Dan wil ik … O, toch wel. Mevrouw Van Vugt-Roose: Mag ik mevrouw Stevens en verduidelijkende vraag stellen. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Hij zei dertig jaar geleden waren er minder kinderen die in de hulpverlening zaten, maar toen zagen we lang niet iedereen hoogstwaarschijnlijk. Mevrouw Stevens: Dat had een hele belangrijke oorzaak. De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Sorry, voorzitter. Dat had inderdaad een hele belangrijke oorzaak en ik ben blij dat we die kinderen nu wel zien. Daar ben ik echt heel blij mee. Ik wil alleen nog één ding toevoegen naar de wethouder. Ik denk dat niemand hier aan tafel zit die zegt: bij versobering willen we ook die casuïstiek die heel ernstig is zoals ze in den lande hebben gespeeld. Dat wil niemand, maar we moeten wel gaan kijken: hoe hebben we het inderdaad ingericht – nou ja, dan ga ik me herhalen – en hoe kunnen we daarin gaan kijken, hoe kunnen we toch op een bepaalde manier bezuinigen en wat is jeugdhulpverlening en wat is niet jeugdhulpverlening?
20
De voorzitter: Dank jullie wel. Ik wil echt richting een afronding. Ik heb wel een aantal toezeggingen gehoord van de wethouder, ofwel tips. Drie keer per jaar eventueel een praatmoment werd er benoemd. Daar gaan wij denk ik wel over, of we dat fijn vinden ja of nee. RIB is in aantocht, heb ik gehoord. En voorstel was begin november, december zo'n beetje daar toch meer aandacht aan te geven. Verordening jeugd wordt aangepast, hoorde ik, en de tekstwijziging in de zienswijze. Alleen, om dat te kunnen doen hebben we een amendement nodig. Dus de vraag is natuurlijk, of … Ja, ik kijk dan even rond wie die amendement wil gaan doen. Mevrouw Boom, niet schrikken hoor. Mevrouw Boom-Vos: Zo, ik word er gelijk helemaal emotioneel van. Ik zie iedereen naar mij kijken, dat vind ik ook wel terecht. Ik stem hem even met, ik zie mevrouw Van Vugt aanbieden, dus ik zal het amendement schrijven. De voorzitter: Dank u wel. De voorzitter wil nog even het woord – of, de wethouder, sorry. De heer Van der Linden: Wij hebben dit wel eens eerder gedaan, dat er een zin werd toegevoegd aan een door ons opgesteld concept. Wat toen goed werkte, we wisten dat we gezien de discussie een zin toevoegden en die als technisch amendement aan de raad aanboden. Zonder verdere discussie werd hij dan meteen afgehamerd. Ik meen dat we die kant ook wel op kunnen gaan. Maar goed, daar gaan jullie ook zelf over.