2.6 2024.03.19 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept .pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 19 MAART 2023 Vergaderzaal 1 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Portefeuillehouders: wethouder C. van Benschop, wethouder R. van der Linden, wethouder M. Merx De voorzitter: Beste mensen, het is zeven uur geweest. We gaan starten. Welkom allemaal, mensen hier in kamer 1, maar ook mensen die op een andere manier meeluisteren. Het vragenhalfuurtje van dinsdag 19 maart. We hebben vier vragen op de agenda. En de eerste vraag is een vraag van Beter voor Dordt. En die gaat over de vaccinatiegraad met betrekking tot de mazelen. En de heer Katif gaat hem kort toelichten. Mijnheer Katif. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van de meest recente cijfers van het RIVM en de alarmerende berichten deze week in het nieuws, is er landelijke zorg ontstaan of de dalende vaccinatiegraad tegen mazelen. Minder kinderen zijn volledig gevaccineerd. Dit leidt tot zorg onder artsen voor een nieuwe uitbraak, zoals zich nu heeft voorgedaan in Eindhoven. Naar aanleiding van hiervan heeft Beter voor Dordt de volgende vragen.
Is het college op de hoogte van de dalende vaccinatiegraad? En in welke mate is daar sprake van in onze gemeente? Tweede vraag. Acht het college het wenselijk om hier maatregelen op te nemen? Zo ja, welk specifieke maatregelen worden overwogen, bijvoorbeeld met betrekking tot het informeren van ouders over de voordelen van veiligheid van vaccinaties? En de derde vraag en de laatste voorzitter, zijn er specifieke programma's of initiatieven gepland om de vaccinatiegraad onder kwetsbare groepen te verbeteren? Als dit niet het geval is, vindt het college het dan wenselijk dat dit wel gaat gebeuren? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Het is een vraag voor de heer Van der Linden. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. We zijn uiteraard op de hoogte, tenminste in grote lijnen, van hoe hoog de vaccinatiegraad is in heel het land en ook in onze regio. De percentages wisselen wat per jaar. Maar als je kijkt naar BMR, bof, mazelen, rodehond, dan is het cijfer over ‘23 onder de 90 procent.
1
En eigenlijk is 90, 95 een marge waarvan je zegt, dat zit je aan de goede kant. Dat is in de regio, want het verschilt wel een beetje per gemeente. We weten dat in onze regio, soms vanwege geloofsovertuiging, wat terughoudend wordt omgegaan met vaccineren. Maar we weten ook dat in onze stad we weleens te maken hebben met bepaalde wijken waar wat minder gevaccineerd wordt. Dat laatste zie je ook terug in andere grote steden. Die ontwikkeling is wat versterkt door allerlei opvattingen over vaccinaties als geheel, ook na corona. Die trend zien we ook wel terug, dat er meer bevraagd wordt, wat heel goed is, maar ook kritischer gekeken wordt. Wat voor maatregelen acht het college wenselijk om hier maatregelen op te nemen? Allereerst, we hebben een Rijksvaccinatieprogramma. En het Rijk, het ministerie realiseert zich ook dat dit een aandachtspunt is. Dat ouders kritischer zijn sowieso op overheidsinformatie, maar vaak ook wel op het aanbod om te vaccineren. Daar vindt op allerlei manieren communicatie over plaats. Dat gebeurt dan niet alleen via het Rijk, maar ook via onze Dienst Gezondheid & Jeugd. Wij vragen er ook aandacht voor. En soms gaat het heel gericht via contacten, via jeugdgezondheidszorg. En we hebben natuurlijk zelf ook als gemeente altijd de mogelijkheid om in het contact met de DG&J, wat we vanavond ook weer hebben, aandacht te vragen voor vaccinatiegraad.
Zijn er specifieke programma's of initiatieven? De jeugdgezondheidszorg heeft onder andere een extra taak gekregen om te vaccineren tegen maternale kinkhoest. Maakt ook weer deel uit van het Rijksvaccinatieprogramma. En elke gemeente, in ieder geval wij doen het in onze regio, dragen de rijksmiddelen die we dan krijgen ook over aan het DG&J. En die stuurt namens de gemeenten op de uitvoering van het programma. Mochten we extra taken willen of extra aandacht willen, dan zijn er meer rijksmiddelen voor nodig. Tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende deze vraag beantwoord, denk ik? Ja? Oké. Dan blijf ik bij de heer Katif voor de tweede vraag. En die gaat over hoger onderwijs in onze stad. En kunt u die vraag ook even kort toelichten? De heer Katif: Zal ik doen, voorzitter. Naar aanleiding van het AD artikel op 7 maart jongstleden, waarin het volgende stond te lezen, en ik citeer. “Dordrecht staat voor een uitdaging van tegenvallende aanmeldingen voor technische en logistieke opleidingen aan Dordrecht Academy. Ondanks de grote regionale behoefte aan praktisch geschoold personeel. De directeur van het hoger onderwijs Drechtsteden is afgetreden vanwege financiële problemen, waaronder hogere huisvestingskosten dan begroot.
Het college heeft vaak benadrukt dat de inzet altijd is om Hoger Onderwijs in Dordrecht tot een succes te maken.” Voorzitter, naar aanleiding hiervan heeft Beter voor Dordt de volgende vragen. Is het college het met me eens dat van groot belang is om het hoger onderwijs in Dordrecht tot een succes te maken? Kan en wil het college invloed uitoefenen op de volgende zaken? Zo ja, welke concrete stappen onderneemt het college dan? En de volgende zaken zijn, het tegenvallende aantal aanmeldingen van technische en logistieke opleidingen aan Dordrecht Academy, de rol van de voormalige directeur van Hoger Onderwijs Drechtsteden in relatie tot de financiële problemen in Dordrecht Academy en huisvestingskosten die hoger uitvallen dan begroot. En last but not least, de kwaliteit van het onderwijs. Tot zover, voorzitter.
2
De voorzitter: Dat is een hele mond vol. Eens even kijken hoor. Voor de beantwoording naar wethouder Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag, of het college het met Beter voor Dordt eens is dat het van groot belang is om het hoger onderwijs in Dordrecht tot een succes te maken, beantwoorden we volmondig met een ja. Absoluut. Het is voor onze stad, voor onze regio van groot belang dat we verschillende vormen van onderwijs aan kunnen bieden. Dat is ook de reden dat deze raad in 2021 een forse investering heeft gedaan in het hoger onderwijs, om het hiernaartoe te halen en om het hier vorm te kunnen geven. Het gaat om een pakket totaal van 6,3 miljoen. Nog los van het belang überhaupt voor onze inwoners en voor onze werkgevers om hier het goede onderwijspakket aan te kunnen bieden, hebben we hier ook echt in geïnvesteerd. Absoluut, wij zijn het daarmee eens. En dan de vragen over of wij bereid zijn om invloed uit te oefenen, of dat we dat kunnen en willen? Als het gaat over de tegenvallende aantal aanmeldingen voor technische en logistieke opleidingen, dan zien we dat daar altijd gerekend is met een prognose, een groei tot aan 2028. Er is altijd rekening mee gehouden dat het een soort groeimodel is en dat daar steeds meer studenten gebruik van moeten maken. Wat er nu gebeurt, is dat die ontwikkeling onder de prognose ligt die er lag.
Maar die prognose is opgesteld voor corona. Ook corona heeft invloed op die prognose. Dat neemt niet weg dat dat betekent dat de aanlooptijd om tot echt een kostendekkend verhaal te komen voor de hogescholen, dat zijn er drie, Ede, Inholland en Hogeschool Rotterdam, een langere periode vraagt. En dat vraagt bij hen vooral om te kijken, wat voor maatregelen kunnen we nemen om die opleidingen sneller te kunnen laten groeien en daarmee ook sneller kostendekkend te kunnen worden. Uiteraard zijn wij bereid om mee te denken. Dat doen we ook in al onze bedrijfsbezoeken. Niet alleen ik, maar ook collega's die op bedrijfsbezoek gaan, raken we altijd het onderwerp onderwijs aan, ook de Dordrecht Academy, het hoger onderwijs. We leggen de verbinding naar de school en we stimuleren de school ook echt om daar capaciteit voor vrij te maken, om vervolgens echt te kunnen handelen als er zo’n lead, noem ik het maar even, neer wordt gelegd. In die zin, wij proberen echt te stimuleren door de verbinding bedrijfsleven-hogeschool mogelijk te maken, maar de hogeschool zal uiteindelijk ook zelf de link vast moeten leggen. Dan de huisvestingskosten die hoger uitvallen dan begroot. De huisvestingskosten die de school betaalt, waren bekend bij het afsluiten van het contract voor de verhuizing naar het Kopgebouw. Wat er natuurlijk wel gebeurt, is dat er indexaties plaatsvinden.
Die volgen gewoon de CPI, de landelijke indexatiecijfers. En die zijn hoger. Wat wel zo is, is dat de gemeente daar al een huursuppletie op geeft. De gemeente draagt al bij aan de huisvestingslast van de hogeschool. Het is niet dat wij nu een mogelijkheid zien om extra middelen vrij te maken om de school daarmee te helpen. Wij zien vooral een opdracht aan de hogeschool zelf, om ervoor te zorgen dat zij voldoende studenten binnenhalen om deze kosten ook te kunnen dragen. Daarnaast zijn er natuurlijk wel mogelijkheden om te kijken of er wat mogelijk is in combinaties. Daar zijn zij ook heel actief mee bezig. Bijvoorbeeld Inholland die nog een locatie zoekt of dergelijke, waarmee ze de kosten iets kunnen dempen, zonder dat dat afbreuk mag doen aan de ruimte die zij nodig hebben om hun studenten te kunnen huisvesten. En dan de laatste, de kwaliteit van het onderwijs.
3
Ik heb geen enkel signaal dat de kwaliteit van het onderwijs niet goed zou zijn. Er zitten drie echt stevige hogescholen achter. Wat ik al zei, de Hogeschool Ede, Inholland en Hogeschool Rotterdam. Er is wat ons betreft echt geen aanleiding om te denken dat de kwaliteit niet op orde is. En daarbij, dat is natuurlijk ook echt de primaire verantwoordelijkheid van het onderwijs zelf. Zover. De voorzitter: Dank u wel. Duidelijk antwoord. De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, een kleine opmerking ten aanzien van de kwaliteit. Ik heb ook niet aangegeven dat de kwaliteit niet goed is. Ik heb alleen even aangegeven namelijk welke rol het college voor zich ziet. En ik vind dat ik dat even moest zeggen. Ik heb het niet over kwaliteit. Dank u wel in ieder geval... De voorzitter: Dank u wel. De heer Katif: Bedankt voor een antwoord. De voorzitter: Ik zie een korte aanvullende vraag van de heer Gorter. De heer Gorter: Voorzitter, nog even over het achterblijven van het aantal aanmeldingen. Is dat een regionale trend of is dat specifiek voor Dordrecht? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Excuus, voorzitter. Bij de Ad-opleiding is dat eigenlijk een landelijke trend. Tel daar dan nog bij op dat het om logistieke en technische opleidingen gaat, waar sowieso een minder harde groei te zien is dan bij andere opleidingssoorten.
Dat is niet iets wat specifiek voor Dordrecht of voor de regio is. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar het volgende onderwerp. En dat is de derde vraag. En die is van de VVD. En die gaat over de drainage in het Weizigtpark. En de heer Kuhlmann kan de vraag kort toelichten. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Het Weizigtpark ondergaat een broodnodige opknapbeurt, waarbij onder andere de drainage van de grasvelden in het park is aangepakt. Dat is een kostbare operatie geweest. Ik heb het nog even opgezocht, meer dan zes miljoen euro. We hebben daar als gemeenteraad ook meer dan vijf miljoen euro voor vrijgespeeld. En ik hoop dat de bonnetjes goed bewaard zijn gebleven, want daar zitten helaas stukken in het gasveld waar de eenden momenteel kunnen zwemmen. Het gaat om gigantische plassen, die continu aanwezig zijn, ook als het niet lang geregend heeft. En ik zal u even laten zien. Collega Bootsman, die eerder ook voor dit probleem via technische vragen aandacht heeft gevraagd, heeft daar ook heldere foto's bij gemaakt. Krispijn verdient natuurlijk beter. Het buitenseizoen komt eraan. De eerste terrasdagen zijn al achter de rug. Maar wie nu op een zonnige dag met zijn picknickkleedje naar het Weizigtpark loopt, die zakt weg in een heel naar moeras. De voorzitter: Wilt u tot de vraag komen, mijnheer Kuhlmann?
4
De heer Kuhlmann: Ja, zeker. Ik ben benieuwd, is de wethouder van oordeel dat de drainage van de gasvelden op het moment adequaat is aangepakt bij de kostbare opknapbeurt van het park? Heeft de wethouder het bonnetje nog in zijn zak zitten? En het belangrijkste, wanneer wordt dit probleem eens echt opgelost en is het Weizigtpark klaar voor het buitenseizoen met fijn picknicken, lekker frisbeeën op die velden en straks mooie festivals, zoals Lepeltje Lepeltje? De voorzitter: Dank voor de toelichting. Ik ga naar de heer Merx. Niet? De heer Van der Linden. Ook goed. De heer Van der Linden: Ik vind het prima als Marc het doet. De voorzitter: Zeker. De heer Van der Linden: Dank. Dank voor de vraag ook. Ik ben zelf ook de afgelopen weken herhaaldelijk even in het park wezen kijken hoe het ging met van alles nog wat, maar ook met de drainage. Inmiddels, en dat heeft u misschien zal ook wel gezien, zijn die plassen echt wel even weg. Maar het heeft wel met name half februari, derde week februari lang blank gestaan op een paar plekken. Om precies te zijn, zijn er twaalf plekken waarvan we zeggen, daar blijft het lang staan en het is veel. Nou is het natuurlijk deels niet uniek, want het moet u best opgevallen zijn, dit is een van die plekken inderdaad, dat het de afgelopen maanden soms wel bovenmatig veel heeft geregend. En het was ook op heel veel andere plekken in de stad te zien.
Ook in een aantal parken en op andere plekken. En dan is het op een gegeven moment gewoon te veel. Dan absorbeert het niet meer. En dan gaat het blank staan. We hebben een aantal werkzaamheden sinds vijf jaar verricht, waaronder drainagewerkzaamheden. En op een aantal plekken is gek genoeg verbetering te verwachten, naarmate er weer meer bodemleven is, naarmate er weer meer plantengroei is en die bodem wat meer omwoeld gaat worden. Maar we hebben wel afgesproken met de aannemer om nog eens goed te kijken van, wat zien we daar nog meer gebeuren? Zo'n exceptionele toestand als vorige maand ga je nooit helemaal kunnen voorkomen. Maar hoe is het algemene beeld? Daar zijn we nog naar aan het kijken. En verder, de werkzaamheden die nu plaatsvinden, die zitten meer aan de kant van de fietsenstalling. Die hebben natuurlijk niet direct invloed op de drainage in het park. De bonnetjes zijn nog waard. Die zijn veilig in beheer bij die wethouder financiën, die natuurlijk nadrukkelijk niet aanwezig is vandaag. Dat moet ik er wel bij zeggen. En we kunnen natuurlijk helemaal geen weervoorspelling doen op dit moment over hoe de zomer gaat verlopen. Maar u weet misschien nog een paar jaar terug maakten we ons heel veel zorgen, omdat we de nieuwe grasmat hadden ingezaaid. En dat kwam eigenlijk niet goed van de grond, omdat het veel te lang veel te droog was.
Dat probleem is in ieder geval nu wel grotendeels opgelost. Ik verwacht wel dat we in ieder geval qua gesteldheid van de bodem en hoe goed de begroeiing erbij staat, los van het weer natuurlijk, het seizoen met vertrouwen tegemoet kunnen zien. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik zie een vervolgvraag van de heer Kuhlmann.
5
De heer Kuhlmann: Dank, voorzitter. Ik hoorde de wethouders zojuist zeggen, we gaan ernaar kijken. Ik hoop dat hij ook nog even deze goed in de gaten houdt. Dit is als het echt veel dagen zonnig en mooi weer is geweest. Dat is nog steeds niet een uitnodigende plek om te gaan zitten. Er is nog werk aan de winkel. En ik vraag de wethouder of hij daar met veel aandacht naar wil kijken, maar ook met enige actie het wil oppakken. De heer Van der Linden: Wil daar wel een aanvulling op doen. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Ik heb die foto’s ook. Ik heb ze ook op een aantal andere plekken wel genomen. Sommige plekken, nogmaals, ga je echt verbetering zien. Maar niet elke plek zal even makkelijk doorlaatbaar zijn als bijvoorbeeld de grasmat. Maar daar gaan we nog wel het overleg over voeren. En er zitten ook wel een aantal maatregelen in de pijplijn. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot een vraag van GroenLinks over de tarieven van het elektrisch laden. Mijnheer Den Hartog, gaat uw gang. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Afgelopen week kwam in het nieuws dat er tussen gemeenten, ik moet zeggen, wederom in het nieuws, dat tussen gemeenten grote verschillen bestaan als het aankomt op elektrisch opladen van auto's aan de weg. Dat is eerder ook al een keer aan bod geweest. En toen heeft collega Kuhlmann daar al eens vragen over gesteld.
De Volkskrant heeft deze week per gemeente de gemiddelde prijs per kilowattuur onderzocht. En Dordrecht komt daar met 44 cent beduidend duurder uit de bus dan andere gemeenten, zoals Amsterdam en Utrecht. Daar is het 27 cent. Of een wat minder stedelijke, maar wel een buurgemeente, zoals Drimmelen, 33 cent. Op basis daarvan hebben we de volgende vragen. Is het college het met ons eens dat in het kader van Dordrecht klimaatneutraal in 2040 het wenselijk is om elektrisch rijden te stimuleren in Dordrecht? Is het college het dan ook met ons eens dat de tarieven voor elektrisch rijden daarom zo laag mogelijk moeten zijn? En wat is het college van plan te doen om de tarieven net zo laag te krijgen als in de voornoemde steden en gemeenten? De voorzitter: Dank u wel. En deze vraag is ook voor de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank. Dank voor de vragen. Is inderdaad niet de eerste keer dat we hier aandacht voor hebben. Volgens mij heeft ook de heer Gorter nog weleens vragen gesteld hierover en de heer Kuhlmann eerder. De reactie is een beetje geënt op wat we daarvoor ook al hebben gewisseld. Natuurlijk, elektrisch rijden stimuleren we op verschillende manieren. Financiële emissiezone, we hebben een laadpalenbeleid vastgesteld, een paar jaar geleden.
Want elektriciteit heeft een aantal voordelen, zoals bijvoorbeeld geen uitstoot en draagt bij aan doelstellingen die we hebben op het gebied van energie, klimaat en duurzaamheid. Het is belangrijk om voldoende laadinfrastructuur aan te bieden in Dordt. Daar zijn verschillende modellen voor. Je kan zelf als overheid zeggen, wij gaan die palen neerzetten.
6
En we kunnen ook het tarief vaststellen dan. Dat kan. Er zijn gemeentes die hebben dat gedaan. Over het algemeen is dat kostbaar, omdat je erop rekent dat een marktwerking eigenlijk, naarmate er meer uitgerold wordt, iets gaat doen met prijsvorming. Wij hebben dan ook een aantal jaren geleden al in ons beleid vastgelegd dat we kiezen voor een open marktbenadering, waarin we meerdere aanbieders hebben. De komende jaren komen er ook nog een aantal aanbieders bij, die een aantal andere plekken hebben toegewezen gekregen waarop ze kunnen gaan investeren. Dan komen er meer concurrenten. Dat gaat hoe dan ook iets doen met die prijsvorming. Ik heb ook gezien dat wij niet de goedkoopste zijn, ook niet het duurste. Want u heeft denk ik wel die sites bekeken waarin ook vergelijkingen worden gemaakt met provincies, enzovoorts. Sommige gemeentes zijn echt veel duurder, maar er zijn ook gemeenten die zijn veel goedkoper. Ik heb niet de vergelijking, hebben zij dan een ander model? Dat zou kunnen. Want nogmaals, als je zelf exploiteert, moet je zelf de kosten dragen als gemeente. Maar je kan natuurlijk naar het publiek toe ook een lagere prijs gaan hanteren. Ons beleid is al een aantal jaren, we hebben het open marktbenaderingsmodel. Daarmee kun je ook niet veel meer doen dan sturen op het aantal aanbieders.
Dat hebben we ook gedaan, door veel kavels ter beschikking te stellen waar op dit moment een aantal partijen op heeft ingeschreven. Maar dan gaan we ook niet over de prijsvorming zelf. Dat is ons model. Tot zover even. En er zijn nog een aantal factoren die van invloed zijn op de prijs. Het lijkt mij, gezien de lengte van dat stukje tekst, beter om het even te mailen. Dan kan ik daar misschien... De voorzitter: De heer Den Hartog. De heer Van der Linden: En dat zal ik eventjes na de hele commissie nog naar de hele raad. De voorzitter: Die aanvulling wilde ik ook doen. Maar de heer Den Hartog heeft nog een vervolgvraag? De heer Den Hartog: Ja. Dank u. Dan zou ik toch graag willen weten van, je kunt een heilig geloof hebben in de marktwerking. Maar als nu blijkt, en het is de eerste keer niet dat het geconstateerd wordt, dat wij duurder zijn dan toch een fiks aantal gemeenten, ook buurgemeenten, dan is het misschien het heroverwegen waard. Ik bedoel, de markt brengt niet altijd evenveel goeds. Ik bedoel, de mensheid heeft al 5.000 jaar geëxperimenteerd met de vrije markt. Dat heeft geleid in het verleden tot heel erge excessen. En toen heeft men bedacht, soms is het handiger als de overheid ook wat ingrijpt. Hoe denkt u daarover? De heer Van der Linden: Dat ben ik met u eens. De voorzitter: Mijnheer Van der Linden.
De heer Van der Linden: Ik ben het met u eens dat het soms heel goed is als de overheid ingrijpt. En marktwerking is lang niet altijd een goed idee gebleken in de loop van de afgelopen tenminste 5.000 jaar en misschien nog langer. We hebben hiervoor bewust gekozen destijds, omdat het A een technologie betreft die nog in ontwikkeling is.
7
B, je ziet dat je vanuit een nulsituatie naar over een aantal jaren heel veel laadpalen gaat. Je kan allerlei innovatieve ontwikkeling verwachten. Overheden hebben ook bewezen niet altijd heel goed te zijn in innovatie. En drie, het marktmodel heeft ook een aantal jaren dusdanig goed gewerkt dat de prijzen juist wat lager waren dan die bij gemeentes die concessies hadden of eigen laadpalen hadden. Ik ben het wel met u eens dat het verrassend zou kunnen zijn dat je nu al een aantal in ieder geval maanden, maar ik denken al wel anderhalf jaar ziet dat de prijzen bij ons gemiddeld iets hoger zijn dan in sommige andere gemeentes. Mede naar aanleiding van de vragen die al eerder gesteld zijn, en ik zie de heer Gorter opnieuw zijn hand opsteken, wat ook wel voorspelbaar is natuurlijk, we houden dat wel wat scherper in de gaten, hoe komt dit? En mocht u een beleidswijziging ook willen overwegen, dat gaan we niet doen in het mondelinge vragenhalfuurtje, maar daar kan je dan natuurlijk altijd over praten met elkaar. De voorzitter: Ik begreep dat de heer Gorter daar ook nog op wilde reageren. En dan kunnen we daarna natuurlijk altijd als commissie er nog op terugkomen naar aanleiding van de beantwoording, die u ook nog schriftelijk gaat toezenden. Maar de heer Gorter. De heer Gorter: Dat klopt, voorzitter.
Volgens mij had de wethouder ook beloofd om met die aanbieders in overleg te gaan. Het enige wat ik niet begrijp, en dat lijkt toch dat er toch prijsafspraken zijn, dat alle aanbieders in Dordrecht hetzelfde tarief hanteren. En dat is wel raar, want dat zou je anders verwachten. Dat neigt een beetje dat er prijsafspraken zijn gemaakt. De voorzitter: Nog een korte reactie van de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dat zie ik niet elke week. Ik heb een aantal weken geleden wel gezien dat er wel degelijk prijsverschillen zijn. Daar kan ik nu verder weinig aan toevoegen. De voorzitter: Wanneer nodig kunnen we er nog op terugkomen, naar aanleiding van de schriftelijke beantwoording die u ook nog richting de commissie doet. Dit waren de vragen. Ik wens u allen een goede vergaderagenda. 3. Agenderingsverzoek raadsfracties Beter voor Dordt, VSP, Gewoon Dordt, FvD en Fractie van Waardhuizen aan Agendacommissie over Vervolgafspraak AZC Voorzitter: Mevrouw Boom-Vos Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Dhr. Den Heijer (VVD) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Klerk (CDA)
8
Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van Leeuwen (Fractie van Leeuwen) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Overige aanwezigen: dhr. Van der Elst, Dhr. Markesteijn, dhr. Alleblas, dhr. Stam, dhr. Morks, dhr. Slijkhuis, dhr. Waalboer, dhr. Barel Portefeuillehouders: burgemeester Kolff, wethouder C. van Benschop De voorzitter: Welkom allemaal, we gaan beginnen. Welkom iedereen op de publieke tribune. Welkom aan wethouder Van Benschop en burgemeester Kolff, die ook op de publieke tribune zitten vanavond, maar meeluisteren. Welkom aan de mensen thuis die meeluisteren en aan de insprekers. We hebben een achttal insprekers. Daar willen we zo goed mogelijk de tijd aan geven. En elke inspreker krijgt vandaag vijf minuten. En daarna mag er per inspreker de vraag gesteld worden. Ik wil als eerste beginnen met hier rechts van mij, om de raads- en commissieleden zich voor te stellen. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Stam: Marco Stam, Fractie van Waardhuizen. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt.
De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. De heer Den Heijer: Rolin den Heijer, Dordtse VVD. De heer Van der Net: John van der Net, Dordtse VVD. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP.
9
De heer Van Leeuwen: Van Leeuwen, Fractie van Leeuwen. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP Dordrecht. De voorzitter: Op de tribune, op de tweede ring zie ik ook nog leden zitten. Mevrouw Kruger: Op de tweede ring, want we hebben niet genoeg zetels aan de tafel. Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De voorzitter: En mijn naam is Karin Boom. Ik ben commissievoorzitter voor vandaag. We hebben deze commissie, omdat Beter voor Dordt, Verenigde Senioren Partij, Gewoon Dordt, Forum voor Democratie en Fractie van Waardhuizen deze beeldvormende vergadering hebben geïnitieerd. Verschillende fracties zijn op bezoek geweest, ik denk bijna alle fracties, bij de bewoners. En er is behoefte vanuit de indieners om de bewoners in commissieverband, samen met hen in gesprek te gaan en hun visie te delen. De bewoners willen graag vertellen wat hen overkomt en dit met de commissie delen. De raad beslist vandaag niet over een raadsvoorstel. En dat gaat in dit geval de bevoegdheden van deze commissie ook te boven. Maar we gaan wel het gesprek met de Dordtenaren aan en de insprekers over het hier en nu. Daarnaast is er, vanwege een gesteund verzoek van ChristenUnie/SGP in de agenderingstool, een presentatie voorbereid over het participatietraject.
Die laten we even geven. Is dat nog steeds zo? Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Momentje. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik wil eigenlijk voorstellen om dat even in de koelkast te zetten. Laten we eerst even kijken hoe het verloopt met de insprekers. En dat we daar als commissie dan een conclusie uit trekken. En dan gaan kijken of we eventueel een vervolgsessie of iets dergelijks plannen, waar we dan zoiets in kunnen verwerken. Want dit is een beetje een rare gang van zaken. En ik hoor u nadrukkelijk zeggen, het gesteunde verzoek. Die voelde ik al aankomen. Maar toch wil ik graag mijn collega-commissieleden oproepen om dit even gewoon te parkeren. De voorzitter: Dank wel voor een inbreng. Ik kijk even rond. Kunnen we hiermee instemmen? Ja. We gaan eerst alle insprekers aanhoren en vragen stellen. En daarna kijken we verder hoe we met de vergadering omgaan. Dank u wel, mevrouw Koene. Ik neem ook even de tijd om te duiden waar Dordrecht staat en wat de raad voor rol heef in de vestiging van een azc. In februari van vorig jaar is het voornemen van het college in de raad gebracht voor de vestiging van het azc. Later kwam de locatie in beeld. De raad heeft op verschillende momenten het college bevraagd in haar rol als volksvertegenwoordiger en in haar controlerende rol.
10
De bevoegdhedenverdeling ligt overwegend bij het college, bijvoorbeeld in relatie tot het sluiten van de bestuursovereenkomst met het COA. Dat is eigenlijk even ons doel voor vandaag. Het is vooral onze volksvertegenwoordigende rol die wij uit willen voeren. Dan wil ik alvast beginnen met de... Er zitten hier vier insprekers alvast klaar. Maar ik ga beginnen even met drie. Dan houden we het in een getal. Wilt u zich misschien voorstellen? De heer Van der Elst: Goedenavond, ik ben Richard van der Elst. De voorzitter: Daarnaast zit de heer Markesteijn. De heer Markesteijn: Richard Markesteijn. De voorzitter: En de heer Alleblas. De heer Alleblas: Jan Alleblas. De voorzitter: Dat zijn de eerste drie insprekers. Ik geef u allen vijf minuten. En dan begin ik met de heer Van der Elst, naast mij. Mijnheer heeft een filmpje ingestart. En dan ga ik heel even naar Clark kijken. Zullen we anders eerst even met de heer Markesteijn beginnen? Is dat prima voor u? De heer Markesteijn, gaat uw gang. De heer Markesteijn: Goedenavond allemaal. Wij zijn bewoners van de Rijksstraatweg Wieldrechtse Zeedijk, waar heel veel aan de gang is. En in mijn ogen al de laatste 23 jaar. Ik ga beginnen met een voorstukje, wat ik de afgelopen 23 jaar een beetje heb meegemaakt daar. En dit is mijn situatie, wat ik vertel. Niet van alle bewoners.
Rond 2000 hebben wij een stukje grond gekocht aan de Wieldrechtse Zeedijk. Later hebben we er een stuk grond bijgekocht van de gemeente. En we wilden daar bouwen. Wij naar de gemeente. Daar werd heel moeilijk over gedaan, want dat was een speciaal stukje Dordt en daar moesten we zuinig op zijn. Die zuinigheid blijkt later wel dat dat helemaal niet aan de hand is. Na 3 jaar stond ons huis er toch. Maar al gauw blijkt dat de gemeente de boerderij op 151 heeft verkocht en het bestemmingsplan heeft veranderd. Daar zat nu een pisbakkenbedrijf. Dat draaide dag en nacht. Overdag afspuiten van de containers en 's nachts werden de containers eruit gegooid. Meerdere bewoners zijn daar 's nachts heen gegaan om te zeggen dat het op moest houden. Gelukkig is het bedrijf nu weg, maar we houden ons hart vast, want het is verkocht aan een beleggingsmaatschappij. De gemeente ging toen bouwen aan de industrie. Dat zou stille industrie zijn. Dat blijkt wel dat dat helemaal niet aan de hand was, want het was echt een bonk herrie. De milieudienst heeft toen metingen gedaan en het was veel te hard. En ze moesten ook stoppen met 's nachts werken. En zelfs het geluid van de A16 was met 50 procent toegenomen. En wij praten niet over geluidswanden, mijnheer de burgemeester. De nachtmerrie was begonnen. Er wordt constant geheid, vanaf dag 1 tot en met nu.
En dat hebben we de komende 20 jaar ook nog voor ons, want de Keereweer komt er ook nog een keer bij. Er wordt dagelijks gecrost. En toen ik wegging, werd er alweer geracet op de weg bij de Makro. Daar wordt niets aan gedaan. Er was een keer een racewedstrijd met honderden mensen. De politie durfde er niet heen te gaan. En het bouwverkeer blijft maar doorgaan. En er wordt maar geheid en geheid.
11
Toen kwam het bedrijf Van der Staaij. Die wilde achter ons een heel groot gebouw van, Jan, hoeveel meter hoog, 14 meter neerzetten. Dat hebben we tegengehouden. Dat was te gek. Dat was niet de afspraak. De afspraak was 8 meter. Toen werden we eigenlijk een beetje gechanteerd, dat ze dan wel een fietspad bij ons achter over het onderhoudspad zouden gooien. En we liepen toen heel kwaad weg. Van der Staaij is er niet gekomen, want die vond dat wij te moeilijk waren. En ik vind nog steeds dat de gemeente met zo'n plan helemaal niet aan had mogen komen. De A16 maakt nog steeds te veel herrie. En wij liggen ook steeds, om de zoveel tijd, wakker van reparaties aan de A16. We hebben pas een jaar de Kiltunnel gehad. Hoor je ons allemaal niet over. Maar dan komt godfather Sleeking met een plan, terwijl hij gezegd had dat er niet gebouwd mag worden over de dijken. Het DistriPark komt eraan. Aan de andere kant van de dijk, waar 24 uur gewerkt mag worden. Wij hebben niks gezegd. We vonden het prima. Wij zijn rustige bewoners. Wij zijn niet uit op matten. Maar de politieke partijen die bij ons op de dijk huis-aan-huis waren gekomen, die hadden gezegd, wij stemmen tegen. Tot ze bij Sleeking een voor een opgeroepen werden en iedereen stemde voor. Daar waren wij heel boos over. Toen kwamen er 4 windmolens. Wij hebben nergens wat van gezegd.
Maar als je gaat kijken wat een tering herrie die dingen maken. En dat is zeker driekwart van het jaar. En ik las toevallig van de week in het AD dat het nog slecht is ook. Het crossen gaat maar door en het heien gaat ook maar door. Achter de Makro komt een nieuwe weg. Jongens, nog meer complete racewedstrijden met auto's, tot diep in de nacht. Wordt niets aan gedaan. Op een zeker moment zien wij beweging op het grasveld na 151. De gemeente begon stiekem gifgrond te neer te gooien daar. De eigenaar heeft gauw het afgezet. En wij hebben de krant gebeld. En die hebben het onderzocht. En het was inderdaad gifgrond. Maar dat soort dingen worden bij ons constant gedumpt. Het ligt bij de Kiltunnel. Aan het eind van de Rijksstraatweg ligt ook gif, waar de zonnepanelen nu staan. Dump het maar op de Tweede Tol. Er waren wel voor het industrieterrein afspraken gemaakt met de bewoners. Nu hebben we op dat stukje veld, waar ze die gifgrond wilden gooien, met de gemeente afgesproken, als daar industrie kon, dat de groen partij doorgetrokken zou worden. Dit is ook teruggedraaid. Die melding kunnen we ook nergens meer vinden. Plots staat de Jumbo er. Bij ons mag overdag gewerkt worden. Stille industrie vanaf half 5, half 12, hou me niet helemaal vast aan de tijden, een tering herrie. Ik lag gisteren vroeg op bed.
En overdag heb ik er weinig last van, maar ik lag op bed en ik werd er wakker van. En dat bestemmingsplan hebben wij niet gezien of we hebben het niet ontdekt. Dat is langs ons heen gegaan. Maar de afspraak is van 7 tot 7. En dan heb ik het nog niet over het getoeter en alle piepjes. ’s Nachts, nu. Er worden onder andere militaire oefeningen gehouden. Is helemaal geen probleem. Vinden wij ook geen probleem. Het zal nog wel veel meer komen, want we zitten in een tijd dat we soldaten nodig hebben en ze hebben meer oefenterreinen nodig. Maar dat naast een azc? Nee. Het laatste nieuws was dat wij het in de krant lazen toen over het azc en nieuwe windmolens. Die nieuwe windmolens gaan inmiddels niet door. Maar wel het azc gaat door. De meeste stemden voor. Een enkele stemde tegen. Mijn dank daarvoor. Maar eigenlijk moeten jullie allemaal tegenstemmen. Dan zien je wat jullie de afgelopen jaren al hebben overgeslagen naar ons toe. DistriPark hebben jullie door onze neus geboord. En elke keer komen jullie met het excuus, we mochten die bewoners van de Tweede Tol ontzien. Die hebben al zo'n hoop meegemaakt. Wij hebben een hoop meegemaakt.
12
Wij wonen nu op een industrieterrein, terwijl ik landelijk wilde wonen. Dat is ons ontnomen. Ik heb nog 32 punten, maar daar ga ik het niet over hebben, want ik heb maar 5 minuten. Maar gaan jullie eens goed nadenken hoe jullie ons kunnen helpen. En ga niet achter het team Kolff en Benschop staan. Die hebben inmiddels bij ons al genoeg verrot gemaakt. Mensen overspannen. Mensen met maagkrampen. Mensen die niet kunnen slapen. Ze moeten zich schamen. Dat heb ik al meer gezegd tegen de burgemeester, jullie moeten je schamen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Markesteijn. Ik kijk even rond. Zijn er vragen? Of zullen we ze even opsparen? Mijnheer Uysal, gaat uw gang. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Dank voor het inspreken van de heer Markesteijn. Ik heb een vraag aan de heer Markesteijn. Als ik het goed heb begrepen, de frustratie komt niet voort door het azc op zichzelf, maar eigenlijk door een samenloop van omstandigheden wat zich heeft afgespeeld in het gebied waar de heer Markesteijn leeft, door de jaren heen. Klopt dat? De heer Markesteijn: Nee, dat klopt niet. Ik vind zo'n groot azc hoor je helemaal niet te plannen. Hou het op 100, 150 man. Dan was er niks aan de hand geweest. Maar dit is niet te overzien in het oudste buurtschap van Dordrecht. Er wonen te weinig mensen. Wij zijn straks 1 op de 3, 4. En die ene zijn wij.
En als het nog groter wordt, want de burgemeester kon het nog uitbreiden ook, dan zitten we helemaal. De frustraties kwamen naar boven toen het azc er kwam. Er zijn zoveel dingen door onze neus geboord of gewoon maar uitgevoerd. Achter mijn huis ligt nog een berg tuinafval, wat door de gemeente niet weggehaald wordt. Dat ligt er al twee jaar. Als ik een zak verkeerd op de dijk heb, krijg ik een bekeuring. Burgemeester, laat dat tuinafval eens een keer weghalen. En dat zijn de frustraties. Maar het azc staat eigenlijk helemaal apart. Maar dan ga je kijken wat er de afgelopen 20 jaar gebeurd is. Ik heb hier meerdere keren gezeten. En elke keer wordt er gezegd, we moeten die bewoners van de Tweede Tol ontzien. Die hebben al genoeg om zich heen gekregen. Ik zit nu sinds een week tegen een grijze betonnen muur aan te kijken, maar dat wist ik toen ik ging bouwen. Maar dat het zo erg is. Ik zit 20 jaar in de herrie. 20 jaar. Er klopt helemaal niks. En dan gooien ze nog even een azc neer van 580, wat uit kan breiden naar 720, 1080. De voorzitter: Dank u wel, heer Markesteijn. Ik zie dat u dat dit u heel veel doet en dat brengt u goed over. Ik wil u en de volgende insprekers wel vragen, u spreekt hier met de raad in de commissie om niet over burgemeester en wethouder verwijten te maken. We zijn hier als raad bijeen. Dank u wel. De heer Van Leeuwen.
De heer Van Leeuwen: Mijnheer Markesteijn, ik vind het verschrikkelijk om te horen. En mijn vraag gaat specifiek over het azc. U heeft waarschijnlijk het afgelopen jaar contacten gehad met de gemeentelijke organisatie. Tenminste, daar ga ik even vanuit. Wat zijn die contacten geweest en wat is uw ervaring? Hoe bent u behandeld? Is naar uw geluisterd, enzovoort?
13
De heer Markesteijn: Er is niet naar ons geluid, anders had er wel een ander getal gestaan. De mensen in de commissie hebben verschrikkelijk hun best gedaan. Die hebben niets bereikt. Er is ons alleen maar meegedeeld en voor de rest niets. Er is niet met ons onderhandeld. Er is niet gepraat met ons, wat vinden jullie ervan? Dat hebben ze wel gehoord, maar ze doen er niks mee. Ze kunnen zeggen dat ze die meetings hebben gehouden, op papier. De pers mocht er niet bij. Wat we heel raar vonden. Die mochten er niet bij. Want ik had die mijnheer nog uitgenodigd. Die mocht er ook niet bij, Ben. Die stond buiten de deur te wachten. Er is met ons niks overlegd. Er is ons alleen meegedeeld wat er ging gebeuren. En eigenlijk lazen wij het 's ochtends in de krant. De voorzitter: Dank u wel. Dan stel ik voor om naar de volgende inspreker te gaan. En dat bent u nu wel. Als het goed is, staat uw filmpje klaar, heer Van der Elst. Er wordt een filmpje getoond. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Elst, u wilde nog wat verder toelichten? De heer Van der Elst: Dat klopt. Ik zal me nogmaals voorstellen. Richard van der Elst. Ik woon op de Wieldrechtse Zeedijk, nummer 73. Ik denk de dichtstbijzijnde woning waar het azc gaat komen. Ik woon hier met mijn vriendin en mijn dochtertje van vier jaar. Ik zal me even iets verder voorstellen. Ik ben zelf werkzaam in de bouw.
Ik maak luxe badkamers bij mensen thuis. Mijn vriendin zit in de zorg. Werkt in de psychiatrie. Mijn dochter zit net op school. Maar wat ik hiermee wil zeggen, is dat ik zomaar, als ik ze om me heen kijk, vermoed dat de meeste mensen die hier zitten misschien wel maandelijks meer binnen harken als dat ik doe in de bouw, ondanks dat er flinke tekorten in de bouw en in de zorg zijn. Maar wij hebben een plan bedacht. Wij kopen een opknaphuisje, een huis om op te knappen. En wij zijn twee jaar lang wezen verbouwen. Ik zou het niemand aanraden. Ik bedoel elke avond, elke zaterdag en zondag. Twee jaar lang van mijn leven heb ik daar ingestoken. En waarom? Om zo ook een goed pensioen en een studie voor mijn dochter te kunnen realiseren. Je voelt en ziet het al aankomen. Toen kwam het nieuws dat het azc er zou komen, op voorwaarde dat er goed geparticipeerd zou worden. Daar heb ik maar weinig van gezien. Daar kom ik zo even op terug. En op andere voorwaarden, op de Spreidingswet en toen weer niet en toen weer wel. Maar uiteindelijk moest en zou het er komen. Weliswaar wel in een buitengebied. Of niet in een buitengebied, op een industrieterrein. Omdat, wat we ook wel van meerdere partijen te horen hebben gekregen, ze wilden eigenlijk de inwoners van Dordrecht niet te veel ermee belasten. Want het was toch wel een grote last, zo'n grote groep asielzoekers.
Besloten ze het maar op een industrieterrein te doen. Laat ik wel zeggen, een industrieterrein, dat is het geworden. Want wij zaten daar eerder. Onze buren dan. Ik woon er nu zes jaar. Maar deze huizen stonden er eerder als het industrieterrein. Wij worden gewoon als buurt weggezet als industrieterrein. Wij dragen alle verantwoording voor het asielbeleid van Dordrecht straks in ons kleine buurtje. Dat gezegd hebbende, zou je een wildvreemd iemand aanspreken op straat en vragen, doet het wat aan je woningwaarde? Ik kan je op een briefje geven, iedereen zal daar ja op antwoorden, want dat doet het namelijk, helaas. Maar wij zitten daarmee. Wij hebben daar maar mee te dealen. Er wordt dan gezegd, daar maak je geen aanspraak op, omdat het tijdelijk is.
14
Tijdelijk, tien jaar van je leven. Noem het maar tijdelijk. We gaan een azc op basis van een kruimelwet neerzetten, want dan kunnen die mensen ook helemaal geen aanspraak maken op enige compensatie. Nu heb ik wel gehoord dat er in omliggende gemeentes, zoals Zwijndrecht, daar wel naar gekeken wordt. Daar wordt wel naar maatwerk gekeken. En dat lijkt me ook niet meer als terecht. Ga niet denken, die jongen zit daar, omdat hij op geld uit is. Dat is niet de hoofdreden. Want als je mij zou vragen, Richard, hier heb je 50 K, wil je dat of wil je dat azc niet in je achtertuin. Geloof mij, die 50 K kan je in het donkerste gaatje van je... Je snapt wat ik bedoel. Die 50 K gaat het mij niet om, want ik wil dat daar niet hebben. En waarom niet? Omdat ik bang ben voor de veiligheid van mijn dochter. Als ik daar met zijn tweeën had gewoond, misschien had ik er dan anders naar gekeken. Ik denk het wel. Maar wij hebben heel lang gewikt en gewogen, want wij hebben inmiddels daar een prachtig paleisje weten te realiseren, met bloed, zweet en tranen. En wij hebben heel lang erover nagedacht, wat gaan we doen? Gaan we het verkopen of niet? Toen keken we naar onze dochter. We gaan niet het verlies wat we moeten pakken negeren, op basis van de veiligheid van mijn dochter. Helaas hebben wij moeten besluiten om toch ons huis te koop gaan zetten. We zijn inmiddels actief op de woningmarkt.
Er is een makelaar langsgekomen bij ons, om te kijken voor de verkoop. Ook die bevestigde dat het wel degelijk invloed op de woningwaarde heeft. Nu kiezen wij hiervoor om te gaan. Maar stel dat je een andere baan aangeboden krijgt en je woont bij ons op de dijk. Je gaat gewoon zo in het schip voor tienduizenden euro's. En dat allemaal om willende om de rest van Dordt uit de wind te houden. En wij vangen alle klappen op. Zoals ik heb aangegeven, dat is gewoon mijn leven. Dit is gewoon zoals ik het heb ingericht. En er wordt gewoon geld van mij gestolen door de gemeente Dordrecht. Zo is het. Zo zie ik dit. En waarom is dit een ander geval als bij andere azc's, omdat elk azc heeft zijn eigen infrastructuur en hoe dat... Wij zijn net een trechter. Alles komt straks ook bij ons over het dijkje te fietsen en wandelen. Dat heeft gewoon invloed op ons wijkje, op ons fijne buurtje, wat het nu nog is, ongeacht wat voor mensen dat zijn. Zet me alsjeblieft niet weg als een racist, want dat ben ik absoluut niet. En zo wil ik ook zeker niet genoemd worden. Dit alles heeft gewoon heel veel invloed op mijn privé en op heel veel andere buurtbewoners. Ik ben zo strijdvaardig gebleven, al meer dan een jaar. En dat alles omdat ik weet dat ik in mijn recht sta en dat ik een pesthekel aan onrecht heb. En dit is echt een vorm van onrecht. Ik blijf dit zeggen, ook al wordt het niet gehoord of iets.
Je ziet het, ik doe dit uit mijn hoofd. Ik bedoel, dit speelt al meer dan een jaar. Als ik het ga oplezen, komt het helemaal niet over. Ik heb wel geregeld contact gehad met de burgemeester, Wouter Kolff. In het begin is hij langs geweest. Dat is een goede vorm van participeren. Absoluut. Hij heeft ons proberen gerust te stellen. Dat is enigszins in het begin zeker gelukt. Maar naarmate de tijd duurde, begon ik toch meer naar mijn dochter te kijken en te denken, dit is niet het risico wat ik wil gaan nemen en gaan pakken. Ik heb verschillende mails ook met de burgemeester gehad. En die zei, weet je Richard, kijk het even aan. Misschien valt het wel mee. Ik vind dat een beetje een bijzonder iets, om dat dat risico te nemen ten koste van de veiligheid van mijn dochter. Dat heb ik besloten niet te doen. Maar wat als ik dat wel zou doen en er gebeuren incidenten, wat gewoon niet ondenkbaar is. En heb ik het over steekpartijen of noem maar op. Ook al is het in het azc. Wat zou dat met onze woningwaarde doen? Gaat het daarmee omhoog of nog meer naar beneden? Ik bedoel, waar stopt dit? Ik bedoel, de proporties...
15
De voorzitter: Mijnheer Van der Elst, mag ik u verzoeken af te ronden met wat u nog graag mee wilt geven. De heer Van der Elst: Ik was al inderdaad op mijn einde. Laat ik het dan hierbij houden inderdaad. Ik denk dat ik wel het meeste gezegd heb wat ik wilde zeggen. Eén ding, compenseer ons gewoon. Maak maatwerk gewoon per inwoner. Dat is niet zo moeilijk. Er wordt met miljoenen gegooid voor de veiligheid van de asielzoekers over kruispunten, wat miljoenen gaan kosten, door het COA. Kijk ook eens naar om naar onze veiligheid. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Net. De heer Van der Net: Ik ken het verhaal. We hebben al gesproken. Ik heb gehoord dat planschade wel degelijk mogelijk is nu. Met andere woorden, als het aantoonbaar is, dat blijf je toch altijd mitsen en maren, maar als het kan worden aangetoond inderdaad dat de waarde verminderd is, dan is er een compensatie mogelijk. Dat wil ik in ieder geval toch ook eventjes meegeven, ondanks alle ellende voor jou. De heer Van der Elst: Bedankt. Maar ik heb weleens het idee dat wij er een beetje alleen voor staan. Moeten we dan een rechtszaak gaan beginnen, met alle kosten van dien, of wordt er dan vanuit de gemeente iets gedaan? De heer Van der Net: Daar zullen we vanuit de politiek richting het college nog wel actie op ondernemen, om te kijken hoe dat dan ingevuld kan worden. Mevrouw Stolk: Voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk, u heeft ook een vraag. Mevrouw Stolk: Ik vind het een hele interessante mededeling van de heer Van der Net, maar ik zou toch wel even graag willen controleren of dit juist is wat er nu gezegd wordt. En ik weet niet naar wie ik dan moet kijken. Want u zegt nogal wat. En dat is best wel een hele grote belofte. Ik hoop met u, laat ik dat vooropstellen, want wij zijn tegen de komst van het azc, dat daar inderdaad gecompenseerd moet worden. En ik heb begrepen dat het COA best wel ruimhartig is met compensaties. Ik zou graag willen weten of dit klopt, wat de heer Van der Net zegt. De voorzitter: Mevrouw Stolk, mijnheer Van der Net, ik wil hier graag als voorzitter op reageren. En als u daar wat op aan wil vullen, mag dat. Volgens mij raakt u beiden hier een terecht punt. Is iets wat besproken moet worden en eventueel als conclusie meegenomen kan worden uit deze commissievergadering. Het gaat hier vandaag vooral even om de insprekers en hun zorgen en wat ze mee willen geven. We schrijven hem op en dan nemen we hem mee. En dat we nu niet gaan uitzoeken of dat dit wel of niet kan. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik daar nog heel even op mag reageren? De voorzitter: Ja, graag.
16
Mevrouw Stolk: Ik vind het een heel belangrijk onderwerp. En ik zou toch graag in het vervolg ook wel, datgene wat de heer Van der Net nu weet, dat dat ook gedeeld wordt met alle raads- en commissieleden die hier zitten. Want we worden hier nu wel even voor een voldongen feit gezet. De voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Even heel kort. Ik weet dat ook pas sinds gisteren. Ik heb al aangegeven dat ik op basis van coulance vindt eigenlijk dat daarover gesproken moet worden. Maar er is wel degelijk nu een uitspraak waaruit dat blijkt dat inderdaad die compensatie mogelijk is, een planschaderegeling. Maar ik stel voor dat het college dit gewoon nog een keer moet bevestigen. Mevrouw Stolk: We nemen hem mee voorzitter als conclusie. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dan ga ik toch nog een keer een oproep doen. En laat dat dan maar even duidelijk zijn. Als de heer Van der Net iets weet wat wij niet weten, dan zou ik toch een oproep doen richting het college om dat niet alleen met de heer Van der Net te delen, maar met de hele raad. De voorzitter: Duidelijk. Wij nemen hem mee. Terecht. Ik wil hierbij vooral even de aandacht blijven geven aan de insprekers. Zijn er nog meer vragen voor de heer Van der Elst? Twee. De heer Schalken-den Hartog. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, ook nog op het stukje compensatie. En inderdaad terecht wat mevrouw Stolk aangeeft.
Maar daar moeten we hier nu op dit moment de discussie niet over voeren. Dat snap ik ook. Maar dezelfde verbazing. Maar wel ook richting de heer Van der Elst. U had het erover dat er in andere steden wel sprake is van een compensatieregeling. Ook bijvoorbeeld Zwijndrecht, zei u. Heeft u daar nog wat meer concrete voorbeelden van? En of dat alleen geldt u uw huis verkoopt of sowieso al voor de waardevermindering van het huis? De heer Van der Elst: Ik heb daar niet al te veel details over. Het enige wat ik weet, is dat het COA en de gemeentes Zwijndrecht daar in ieder geval probeert maatwerk op te zoeken voor de bewoners die daar aan het eind van dat straatje wonen. En dat is in ieder geval al vier keer zoveel als wat wij te horen hebben gekregen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, want een korte vervolgvraag zou zijn... Want u zal dat waarschijnlijk al weleens eerder hebben aangegeven, dat u daar in ieder geval een stukje compensatie wil. En daar is eigenlijk altijd een ander antwoord op gekomen, begrijp ik. De heer Van der Elst: Het antwoord was eigenlijk altijd wel standaard, dat kan niet, helaas, omdat u daar niet van binnenvalt, omdat er is rondom andere azc's al bewezen dat het geen invloed op de huizenwaarde heeft. Dan sta je weer schaakmat.
17
De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat al uw vraag beantwoordt. De heer Stam, u heeft ook een vraag. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Gaat ook eigenlijk over die waarde van die woning. U geeft net aan, de makelaar heeft gezegd dat mijn woning wel degelijk in waarde daalt. Kan hij dat ook staven met een taxatie voor een azc en na het azc? Want we kunnen hier heel breed praten over een compensatieregeling, maar je moet dan wel iets hards hebben. Dat is vraag één. En vraag twee is eigenlijk, de waarde die uw woning nu heeft, biedt u dat voldoende toekomstperspectief om met het geld wat het oplevert een gelijkwaardige woning terug te kunnen kopen? De voorzitter: De heer Van der Elst. De heer Van der Elst: De eerste vraag nog een keer kort? De heer Stam: Die makelaar, de waarde en de waardedaling kan hij die vastleggen? De heer Van der Elst: Dat weet ik niet. Hij heeft aangegeven dat er in ieder geval minder gegadigden voor zouden zijn. Ik kan natuurlijk niet zomaar een random makelaar gaan vragen, kan je dat nu doen? En als het er staat daarbij wil ik het dan al verkocht hebben, omdat ik bang ben voor ongeregeldheden, waardoor het nog minder waard zou worden. Simpelweg heb ik die kans daar niet op. Nog een keer vraag twee. We zitten daar heel mooi. Daar hebben we heel hard voor geknokt. Dat kon toen nog, omdat ik toen nog kinderloos was. Toen kon ik nog klussen.
Inmiddels ga ik daar niet zoveel tijd meer insteken. Het antwoord is, we kunnen niet een vergelijkbare woning kopen. Daarbij is de huizenmarkt ook compleet op hol geslagen. En het is geen pretje op de huizenmarkt, kan ik u melden. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Nog een kleine vervolgvraag toch over die taxatie. Zou u erbij gebaat zijn als er twee taxaties zijn, om uw standpunt richting gemeente of COA sterker te maken? Dat u weet wat die waardedaling ongeveer is? De heer Van der Elst: Natuurlijk heb ik daar baat bij, want dan is het zwart op wit. Maar wat ik al aangaf, als je het een random iemand op straat zou vragen, iedereen kent het antwoord wel. Niemand wil naast een azc wonen. Niet zo’n groot azc en niet zo centraal gelegen op je woning. Ik bedoel, dan kan het bewezen worden en daar heb je dan wat mee, maar eigenlijk is het al een voldongen feit. Alleen dat moet dan helaas allemaal volgens de regels om ergens aanspraak op te maken. Die tijd gunnen wij ook onszelf niet, om de reden dat we bang zijn dat het misschien nog wel verder kan gaan dalen. Ik hoop gewoon dat de gemeente Dordrecht een passend iets kan verzinnen, om toch mensen die in ieder geval weg willen, maar ook mensen die daar zitten te kunnen compenseren. Omdat het zo ver van de andere mensen uit Dordrecht weg is gehouden, bewust, hebben verschillende partijen ook aangegeven bij ons.
Dat is allemaal wel prima.
18
Maar als er met miljoenen gestrooid wordt, mogen wij dan ook een beetje compensatie. En nogmaals, we zijn niet op geld uit, want als mogen kiezen dan kiezen we niet voor het geld. Om even duidelijkheid te scheppen daarin. De voorzitter: Dank u wel. Uw standpunt is duidelijk. Dan wil ik graag doorgaan naar de volgende inspreker, de heer Alleblas. Gaat uw gang. De heer Alleblas: Dank u wel. Beste commissieleden, mijn naam is Jan Alleblas. En met uw goedvinden wil ik nog even een klein stukje verder teruggaan dan mijn buurman net. Wij wonen namelijk al sinds 1977 aan de Wieldrechtse Zeedijk in de Tweede Tol. Destijds was dat een buurtschap in een agrarische omgeving zonder enige openbare voorziening, maar wel met een landelijke, rustige uitstraling en een leefklimaat. In ‘93 werden we opgeschrikt door de plannen rond transport. De huidige Dordtse Kil III en IV. Wat toen de bedoeling was om dat in één keer toen vol te bouwen, het hele gebied. In reactie daarop hebben wij toen de Vereniging Behoud Leefklimaat Tweede Tol opgericht, die sinds die tijd met de gemeente in overleg is geweest over eerst Dordtse Kil III, daarna Dordtse Kil IV en nu het azc. Maar ook regelmatig met de gemeente in de clinch heeft gelegen. Bebouwing aan de noord- en later ook aan de zuidkant van de Wieldrechtse Zeedijk konden wij niet tegenhouden.
Maar door veel overleg en actievoeren hebben we wel een ruime bufferzone gekregen, waardoor de leefbaarheid toch nog enigszins behouden bleef. Na de vaststelling van het bestemmingsplan Dordtse Kil IV leek er een rustigere tijd aan te breken. Het tegendeel bleek echter waar, zoals mijn buurman dat nu net aangegeven heeft. Er was weer van alles aan de hand. En dat culmineerde uiteindelijk in een uitnodiging van 30 januari 2023 om bij de burgemeester en de wethouder te komen spreken over een onderwerp wat we toen nog niet eens mochten weten, maar wat al snel bleek dat dat over de vestiging van een groot asielzoekerscentrum van 580 personen ging dat letterlijk in onze achtertuin geprojecteerd was. Hoewel ik beslist niet tegen de opvang ben van asielzoekers die dat vanwege oorlog of vervolging nodig hebben, heb ik toch grote bezwaren tegen de door het college genomen stappen. Ik noem daarbij in de eerste plaats, waarom moest Dordrecht zover voor de troepen uitlopen, door al voor de invoering van de Spreidingswet met een aanbod aan het COA te komen? Naast het feit dat er toen al heel veel Oekraïners werden opgevangen. Had dat te maken met de bijbaan van onze burgemeester of waren er financiële redenen voor? Tweede opmerking.
Waarom is gekozen voor juist deze, ook voor de asielzoekers zelf, zeer onlogische en onveilige locatie op een 24 uur per dag 7 dagen in de week geopend distributieterrein, waar verdere bewoning volstrekt ondenkbaar was en de bestaande huizen gesloopt moesten worden. Recht onder de windmolens die er staan, vier windmolens. Wat is er aan deze keuze voorafgegaan? Ondanks ons Woo-verzoek hierover is nog altijd volstrekt onduidelijk welke andere locaties er zijn onderzocht en waarom deze zijn afgevallen? Waarom wordt hier zo geheimzinnig over gedaan? En waarom geven sommige raadsleden in gesprekken met ons toe de onderzochte locaties te kennen, terwijl anderen zeggen er helemaal niets van af te weten? Waarom is gebruik gemaakt van de kruimelregeling, die hier in principe toch niet voor bedoeld is en per 1 januari van dit jaar, bij het van kracht worden van de nieuwe Omgevingswet, ook is ingetrokken?
19
Dat was negen dagen na het indienen van het zeer onvolledig omgevingsvergunningsverzoek van het COA. Hoe kan je het zo plannen? Was dat soms omdat bij een formele bestemmingsplanwijziging veel meer bezwaarmogelijkheden bestaan en ook planschade kan worden aangevraagd? Een mogelijkheid die nu ontbreekt. Misschien niet, maar dat hebben we net gehoord. Verder constateer ik dat in de nog onvolledige omgevingsvergunningaanvraag de ruimtelijke onderbouwing en de stedenbouwkundige beoordeling zeer onvolledig is. En dat is niet alleen mijn mening. Ook de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid concludeert hier, althans voorlopig, niet mee te kunnen instemmen. Ik verwijs daarbij naar een aantal brieven die in ons Woo-verzoek zaten, adviesnota van externe veiligheid, integrale advisering ruimtelijke ordening van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en de stand van zaken toetsing concept aan vragen azc, stand van zaken 18 december 2023. Eventueel heb ik kopieën van al deze stukken beschikbaar. Tenslotte citeer ik graag uit de mail van de gebiedsmanager fysiek Westelijke Dordtse Oever, die daarvoor beleidsadviseur ruimtelijke ontwikkeling was. En in reactie op de vergunningaanvraag schrijft, “Ook weer zo’n stuk wat wij via het Wooverzoek gekregen hebben. Wat mij in ieder geval opvalt na het doornemen van de stukken.
In de toelichting staat onder gemeentelijk beleid als eerste de Structuurvisie 2040. Deze is met een raadsbesluit ingetrokken. Heb ik zelf geschreven. Moet eruit. Is ook best slordig. In de toelichting onder Omgevingsvisie wordt alleen ingegaan op wonen in relatie tot aantrekkelijke stad. Ik mis de argumentatie hoe dit initiatief bijdraagt aan de andere zes doelen. Dit is een voorwaarde voor alle ruimtelijke ontwikkelingen, door de gemeenteraad bekrachtigd met een amendement. Daarop aansluitend staan er nog veel PM’s, waardoor het wellicht ook lastig is andere doelen in te vullen, zoals bij gezondheid waar het luchtrapport ontbreekt. En ook het groenplan is een PM. Zelfs de hele ruimtelijke aanvaardbaarheid is een PM. Lastig te beoordelen. Ik mis ook de relatie met werkgelegenheid en de prioritaire doelen, uitstekend vestigingsklimaat, bereikbare stad en gezonde stad. Dat hier met een azc niet aan wordt bijgedragen, is ook een antwoord. Maar dat moet dan wel geconcludeerd worden. En eigenlijk is het wel een voorwaarde. Participatie is een goed verhaal. En goed te lezen dat er zoveel aandacht is voor omwonenden. Ik mis dan nog wel een beetje de conclusie waar het om gaat. Maatschappelijke uitvoerbaarheid. Er is veel gedaan en informatie gedeeld, maar is het nu uitvoerbaar? Een beetje als het vorige punt.
Er is geparticipeerd, maar wat levert het nu eigenlijk op? Als je concludeert dan, eigenlijk past het azc hier niet, om twee hoofdredenen. Het is hoofdzakelijk een werkgebied en het heeft een grote impact op de huidige bewoners. Alleen al verhoudingsgewijs naar het inwoneraantal. Op beide punten lees ik ook niet wat het plan nu positief kan bijdragen op deze punten.” Tot zover deze ambtenaar. En ik sluit me graag bij haar conclusies aan, dat de grootse azc van de provincie met een bevolking van 580 asielzoekers, met daaronder, volgens eigen cijfers van het COA, 7 procent die gemiddeld betrokken zijn bij incidenten en 3 procent bij een misdrijf, niet past in een buurtschap van amper 400 mensen in 170 woningen. Zeker niet zolang er geen afdoende fysieke maatregelen worden getroffen om asielzoekers en buurtbewoners van elkaar te scheiden. Dank u wel.