2.6 2024.01.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 16 JANUARI 2024 Vergaderzaal 1 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden, wethouder P. Heijkoop, wethouder T. de Jonge, wethouder M. Merx. De voorzitter: Beste mensen, het is zeven uur. Goedenavond allemaal en welkom bij dit eerste vragenhalfuurtje van 2024. Voor vandaag waren best wel weer aardig wat vragen aangemeld en het waren er inderdaad echt, nou ja, een aardig aantal en waarbij we de afspraak met elkaar altijd hebben dat vragen voor het vragenhalfuurtje politiek en actueel dienen te zijn en ook bondig moeten worden geformuleerd. En zoals afgesproken beoordelen de heer Van der Kruijff en ik welke vragen wel en welke vragen niet doorgaan, waarvoor we wel ook worden geadviseerd door onze griffie. En als er weinig vragen zijn, dan zijn we soms wat coulanter in het toelaten van vragen, soms misschien toch te technische vragen en voor wat minder bondige formulering. Alleen hebben we geconstateerd dat op het moment dat er veel vragen zijn, dat dat niet zo handig is.
En mijnheer Van der Kruijff en ik hebben afgesproken dat we toch weer echt wat strakker moeten oordelen op de gezamenlijke afspraken die eerder zijn gemaakt. Daarmee zijn we tot een zes aantal onderwerpen gekomen waar vragen voor zijn. We hebben ongeveer vijf minuten per vraag. En de eerste vraag gaat samen met ook een vraag van de VSP over de begraafplaats Zuidendijk. De fractie van Van Waardhuizen en de VSP hadden hier los van elkaar vragen over gesteld en op voorstel van de heer Van der Kruijff en mij zijn deze vragen samengevoegd, dat maakt het allemaal wat compacter. De vraag is wie van de partijen ik het woord mag geven. Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, dank. Ook de vragen natuurlijk uit de fractie Van Waardhuizen wat u al aangeeft, fractie Van Waardhuizen en de VSP. Voorzitter, in lokale media zijn artikelen verschenen over achterstallig onderhoud aan de begraafplaats aan de Zuidendijk. Een van de gebouwen moet gesloopt en het monumentale wachtershuisje dient gerestaureerd te worden. Het is van groot belang dat onze begraafplaatsen waardig en verzorgd zijn. Daarom willen fractie Van Waardhuizen en de VSP weten: waarom heeft aanpak van de situatie zo lang geduurd?
1
Ruim drie jaar geleden lag er al een offerte om de nieuwe aula al te slopen. Dan vraag twee: wanneer denkt het college dat de werkzaamheden nu eindelijk gaan beginnen? En worden daarbij alle opties meegenomen met betrekking tot de plaats van de aula en wat heeft dit voor gevolgen voor en is de ambitie met de entree van de begraafplaats? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het college om te kijken wie deze vraag gaat beantwoorden. Mevrouw De Jonge, gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: Ja, dank u wel. Nou, het klopt inderdaad, 2021 is besloten om hiermee aan de slag te gaan, zijn de eerste plannen ook opgesteld. In die plannen is altijd sloop en of renovatie de optie geweest. Zo zijn ze ook inderdaad gaan kijken naar de verschillende trajecten. En uiteindelijk is door de Essenhof aangegeven: we hebben die aula en we hebben het monumentale wachtershuisje en we hebben eigenlijk wel voldoende aan het monumentale wachtershuisje. Dat was voor ons vanuit vastgoed, ja, wel belangrijk want dan wisten we in ieder geval wat de behoefte was voor de begraafplaats. Nou, voordat je dan over mag gaan naar sloop en restauratie van zo'n mooi gebouwtje moeten we heel veel onderzoeken doen. Dat begint uiteraard met historisch onderzoek, van hoe zat het historisch in elkaar, plekken, hoe zag het eruit? Bodemonderzoek, ja, dat is tegenwoordig in Dordrecht standaard.
We hadden ook te maken met asbestonderzoek, dus dat moesten we ook nog doen. En we hebben een QuickScan van de flora en fauna gedaan want het is een uniek gebied natuurlijk ook weer waar het in ligt, ook verplicht. En ja, dat viel in die zin tegen dat de QuickScan opleverde dat we te maken hebben, ja, met mogelijk het verblijven van huismussen en vleermuizen. Dus ja, wij moesten aanvullend onderzoek gaan doen. Nou, u hoort mij al onderzoek na onderzoek, dat kost veel tijd en de huidige situatie is dat we dus het aanvullende flora en fauna onderzoek moeten gaan doen en dat moet je dan ook weer over een langere periode. Dus in mei starten we daarmee en daar zijn we dan in oktober mee klaar. En dan ga ik ook gelijk door naar uw tweede vraag. Wij mogen dus ook niet voor oktober 24 überhaupt gaan beginnen met werkzaamheden, omdat we eerst het flora en fauna onderzoek moeten afwachten. Mocht dat, ja, in die zin positief zijn dat er niks aan de hand is, dan kunnen we gelijk uitvragen en dan kunnen we aan de slag. Maar ja, stel ook daar nog maatregelen getroffen moeten worden, lopen we daar ook weer de vertraging in.
Wil niet zeggen dat we stil gaan zitten want ik heb ook aangegeven: volgens mij kunnen we best wel plannen gaan maken vooruitlopend op het feit dat we eigenlijk weten we willen die aula, die willen we slopen en het wachtershuisje willen we gewoon netjes restaureren zodat het ook weer die functie heeft. En we hebben ook de locatie, we hebben gezegd, ja, eigenlijk vinden we ook dat het daar moet blijven want het hoort nou zo bij die plaats. Het is altijd zo geweest dus laten we het dan ook op die manier daar laten staan. En als het goed is als de aula gesloten heb zijn we ook weer klaar met de zettingsproblemen omdat die twee gebouwen dan niet meer elkaar trekken zeg maar. Dus dan kunnen we ook echt de restauratie helemaal gaan doen. En ja, omdat het wachtershuisje dan bij de entree blijft staan denken we ook wel dat dat echt wel de uitstraling heeft die deze begraafplaats mag hebben. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, dank natuurlijk voor de uitgebreide beantwoording. Zijn we natuurlijk blij mee, alleen jammer dat het natuurlijk zo lang allemaal moet duren. Er zit
2
natuurlijk verzakking en er gebeurt wel wat natuurlijk maar voor de veiligheid is alles gegarandeerd wat voor bijvoorbeeld betreft veiligheid. De voorzitter: Misschien mevrouw De Jonge nog kort. Mevrouw De Jonge: Ja voorzitter, dat is ook de reden waarom het nu gesloten is, niet gebruikt wordt, vanuit veiligheid. Maar als alles weer gerestaureerd is, ja, heel technisch, we hebben dertig jaar na de aula dan ben je klaar met de verzakkingsproblemen, vandaar dat we het ook toen pas konden oppakken, maar dat wordt allemaal weer helemaal veilig gemaakt. We willen het ook weer ter beschikking stelen, een sanitaire voorziening erin doen, een wachtruimte en bezoekers kunnen er dan ook weer gebruik van maken. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk: Dank voorzitter, dank. De voorzitter: Ja, prima. Gaan we naar de volgende vraag en dat is ook een vraag van de VSP en die gaat over het parkeren op het Leerpark. Wie van de VSP mag ik daar … Ja? De heer De Vries, gaat uw gang. De heer De Vries: Dank u wel voorzitter. Volgens het AD De Dordtenaar van 10 januari 2024 is men geagiteerd over het betaald parkeren op het Leerpark. Docenten die maandag na de vakantie weer naar hun werk kwamen op het Leerpark in Dordrecht, moesten daar voor het eerst parkeergeld betalen. De verontwaardiging is groot. Een aantal docenten geeft zelfs aan te overwegen desnoods van baan te switchen.
Ook voor de studenten zijn de parkeerkosten van ruim dertien euro voor een normale dag niet op te brengen, vooral niet voor de studenten die geen keuze of alternatief hebben voor ander vervoer. De VSP zou graag van de wethouder een reactie en verduidelijking willen horen van wat nu de waarheid is op de volgende vragen. Een overheids- of onderwijsinstelling kan in aanmerking komen voor maximaal één Leerparkvergunning. Aan deze vergunning kan een onbeperkt aantal kentekens gekoppeld worden. Dit komt voort uit gemaakte afspraken in het project. Hoe kan het dan dat docenten per kenteken moeten betalen? Klopt dit wel met de gemaakte afspraken? De volgende vraag: wil de wethouder onderzoeken of toezeggen iets aan deze problemen te doen om de te verwachten leegloop van docenten en studenten te keren en te handelen naar de gemaakte afspraken? Dank u voorzitter. De voorzitter: Dank voor de toelichting. Wie van het college mag ik het woord geven? Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik heb het artikel ook gelezen natuurlijk. We hebben de afgelopen jaren hier naartoe gewerkt, naar het invoeren van betaald parkeren op het Leerpark. Dat was ook al een aantal jaren geleden besloten dat dat zou gebeuren, mede ook op verzoek van een van de scholen in ieder geval. En dat doe je niet voor niks.
Zoals u weet voeren we dat niet voor onze lol in, dat doen we omdat we zien dat de parkeerdruk in sommige gebieden heel groot wordt en we ook zien op het Leerpark bijvoorbeeld dat er nog een aantal ruimtelijke ontwikkelingen
3
aankomen die ook weer nieuwe vervoersbewegingen aantrekken. Nou, dan is parkeerregulering een goed middel om te zorgen voor goede balans tussen de ruimte die gevraagd en die geboden wordt. Natuurlijk zien we ook dat een parkeertarief invoeren voor docenten die maar een deel van de dag op zo’n school aanwezig zijn heel prijzig is. Daarom hebben we een apart parkeerproduct ontwikkeld, een poolvergunning waarbij we in overleg zijn gegaan met, nou, niet alleen de scholen, maar ook bijvoorbeeld met de ambulancedienst, met de veiligheidsregio, om te kijken hoeveel vergunningen heb je nodig als je kijkt naar hoeveel mensen je per dag ongeveer aan het werk hebt. Want een school bijvoorbeeld heeft misschien veertig docenten, maar er zijn er misschien bijvoorbeeld maar twintig per dag aanwezig. Dus dan koppel je een aantal kentekens, in principe een onbeperkt aantal kentekens, aan de vergunningen die in bezit zijn, zodat je ook weet dat je nooit meer dan die twintig bijvoorbeeld, fictief voorbeeld, tegelijkertijd aanwezig hebt. En de dag daarna kunnen het er weer achttien of negentien of twintig zijn, maar dat zijn dan vaak anderen. Per school hebben we afspraken gemaakt over het aantal vergunningen dat ze nodig hebben en wij kunnen niet precies zien welke scholen, hoeveel docenten eraan gekoppeld zijn. Dat weten we niet.
Maar we hebben wel in overleg bepaald hoeveel vergunningen er per organisatie nodig zijn. Door dat zo te doen kun je de parkeertarieven per docent ook heel laag houden, want de kosten van zo'n vergunning smeer je uit over een aantal gebruikers. En zoals u weet is de parkeerdag op het Leerpark korter dan bijvoorbeeld in het centrum, van negen tot vier. Dus daarmee zijn de parkeerkosten voor mensen die vallen onder die vergunning heel draaglijk, pakweg een à twee euro per dag uit mijn hoofd. Aparte groep zijn bijvoorbeeld studenten, losse bezoekers en studenten. Daar zijn geen aparte regelingen voor. Maar u weet ook dat het Leerparkgebied natuurlijk ook op andere manieren wel bereikbaar is en u weet ook dat in de omgeving van het Leerpark ook andere mogelijkheden zijn om te parkeren. Tot zover even. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Vries. De heer De Vries: Dank u, dan heb ik eigenlijk toch nog even een vraagje op de laatste vraag van, heeft u enig idee of u iets kan doen aan de leegloop die te verwachten is van de leraren en de studenten? De heer Van der Linden: Nou, ik heb nog vanmiddag even nagevraagd hoeveel klachten wij nou gehad hebben naar aanleiding van de recente jaarovergang, waarbij we dus vanaf 1 januari betaald parkeren ingevoerd hebben.
We hebben afgelopen jaar daar lang over gepraat met scholen en met de andere organisaties, we hebben ook expres een half jaar de invoering uitgesteld, of niet zozeer uitgesteld, maar verplaatst een half jaar, zodat we zeker wisten dat het systeem zou werken, dat de communicatie intern zou kunnen worden opgepakt en dat je ook weet waar je aan toe bent. Wij hebben zelf geen vragen of klachten hierover gehad.
Dat maakt het voor mij een beetje moeilijk om te taxeren wat er waar is van de bewering, die natuurlijk best waar kan zijn, hoor, dat mensen zeggen: ik ga nadenken over of ik hier nog wel op deze manier zou willen werken. En we hebben geregeld overleg met de werkgevers op het Leerpark. Nou, ik weet niet wanneer het weer gepland is maar dan gaan we hier natuurlijk wel even de check doen: hoe zit het eigenlijk? Hoe
4
bevalt de regeling? Zijn de afspraken helder? Kun je ze goed communiceren intern? Daar gaan wij natuurlijk niet over. En wat voor issues spelen daar nog? Tot zover even. De voorzitter: Dank u wel. De heer …: Dank u wel. Sorry, voorzitter. De heer De Vries: Dank u wel voor de uitgebreide uitleg. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Mag ik een aanvullende vraag hierop stellen? De voorzitter: Als het kort kan, want we hebben nog een aantal vragen. Mevrouw Stolk: In het raadsvoorstel van het college staat: een overheids- of een onderwijsinstelling kan in aanmerking komen voor maximaal een Leerparkvergunning en aan dit type vergunning kan een onbeperkt aantal kentekens gekoppeld worden. Dit komt voort uit gemaakte afspraken in het project. Dus met andere woorden: gekoppelde kentekens afgesproken die gelijktijdig mogen parkeren. Dat staat in uw raadsvoorstel. Hoe kan het dan dat niet iedereen tegelijkertijd kan parkeren, terwijl het in het raadsvoorstel wel staat? De voorzitter: Kort nog even, want u had het net al over. De heer Van der Linden: Jazeker, ik heb het net ook al een beetje toegelicht. Kijk, als iemand een auto heeft en bijvoorbeeld zijn of haar vrouw of man heeft ook een auto en er is nog een auto van een inwonend kind, dan kan die persoon best zeggen: ik wil al mijn drie kentekens wil ik koppelen aan mijn parkeerrecht.
En misschien zijn er nog veel meer mensen die ook meerdere kentekens willen noteren. Dat kan onbeperkt. Wat niet kan is onbeperkt met een onbeperkt aantal auto’s parkeren. Dus als je bijvoorbeeld die school bent en zegt ik heb veertig docenten, nou, misschien hebben die veertig docenten wel tachtig kentekens, dat kan. Maar die veertig docenten zullen niet allemaal tegelijkertijd lesgeven. Dus die school die spreekt dan af: nou, ik heb even goed gekeken, er zijn ook richtlijnen voor, ik wil twintig vergunningen hebben dus ten minste, je kunt het een vergunning noemen maar er zijn twintig, tegelijkertijd kun je twintig plekken gebruiken en betalen natuurlijk. Nou, dan maakt het ons niet uit of die met auto één, twee of drie komt, dat maakt niet uit, als hij maar aangemeld is. Daar zit de onbeperktheid in. Wij kunnen niet zeggen: je hebt een vergunning en je gaat oneindig veel parkeerrechten op zo'n plek hanteren. Je kan maximaal een aantal plekken tegelijkertijd in gebruik hebben want meer ruimte is er ook op een gegeven moment niet. De voorzitter: Dank voor de nadere uitleg. Ik denk dat we naar de volgende vraag gaan en als er inderdaad nog nadere uitleging vraagt, dan moet er misschien een technische vraag van maken. Ik ga naar het volgende onderwerp. Het volgende onderwerp is, dat
5
zijn de honden uitlaatplekken. En het zijn vragen van de Partij voor de Dieren en de heer Venderbos kan de vraag toelichten. De heer Venderbos-Lambinon: Dank u wel voorzitter. De Partij voor de Dieren heeft in haar woordvoeringen regelmatig gesproken over honden uitlaatplekken en uitrengebieden in de binnenstad, zoals onder andere bij de begrotingsbespreking in november 2023. Op 30 mei 2023 is de startnotitie honden uitlaatbeleid door de agendacommissie naar het college teruggestuurd met de opdracht om nader op de uitgangspunten en het procedé in te gaan. In het AD De Dordtenaar heeft columnist Kees Thies op 8 januari en 15 januari 2024 een pleidooi gehouden voor een honden uitrengebied op de Stadswerven. De Partij voor de Dieren is het met Kees Thies eens dat een deel van het braakliggende terrein aangewend kan worden voor een honden uitrengebied zolang de aanvang van woningbouw nog niet gerealiseerd is. Wij hebben dan ook de volgende vragen. Vraag één, is het college bereid om een tijdelijk hond uitrengebied op de Stadswerven te realiseren? Vraag twee, wanneer komt het college met het nieuwe honden uitlaatbeleid en wordt de mogelijkheid van een definitief honden uitrengebied op de Stadswerven daarin opgenomen? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En wie van het college mag ik het woord geven? De heer Merx. De heer Merx: Ja, dank u wel voorzitter.
Nou ja, bij de eerste de vraag honden uitrengebieden in de binnenstad en kan dat mogelijk op de Stadswerven. Nou ja, de binnenstad, ja, u bent er bekend, we hebben niet zo heel veel plekken waar we honden daar zouden kunnen uitlaten en zeker niet zouden kunnen laten rennen, want dat moet aan bepaalde afmetingen voordoen. Niet iedereen vindt het ook even leuk om een honden uitlaatveld voor zijn deur te hebben, maar dat, u heeft vorige week het collegevoorstel voorbij zien komen over de binnenstadvergroening. Daar staat ook in opgenomen dat we ook daar op zoek gaan naar plekken. Ik wil ook wel tegelijkertijd de verwachtingen niet al te hoog stellen dat daar enorme oppervlaktes beschikbaar komen om met de hond lekker rond te rennen. Voor wat betreft de Stadswerven gaan we dat even na of dat mogelijk is. Het gebied is natuurlijk uitgegeven als het ware aan ontwikkelaars die vroeg of laat daar gaan bouwen. Ik zie, ik kom er regelmatig, best veel mensen lopen daar met een hond, ook bij de Prins Clausbrug wordt er heel veel gewandeld met honden en niemand die daar last van heeft. Dus ik wil best onderzoeken of het daar mogelijk is, dat gaan we zien. En als het mogelijk is, dan wordt het wel een heel sober plekje want ik ga niet kapitalen uitgeven aan een veld dat over een jaar of misschien twee jaar of drie jaar of misschien wel vijf jaar weer opgeruimd wordt.
Ik zie wel twee kanttekeningen daarbij. En de eerste is, ja, tijdelijk, mensen raken eraan gewend en op het moment dat die dan weggaat dan gaan ze allemaal in koor roepen: waar komt dan mijn nieuwe honden speelplaats veld terecht? Nou, die ruimte die hebben we niet dus daar moeten we ook in de communicatie heel zorgvuldig mee zijn om daar de verwachtingen op de managen. Dat is een. Twee is, nu lopen er overal op de Stadswerven mensen met hun honden te wandelen, al dan niet aangelijnd en ruimen de rotzooi op. Niet in alle gevallen. Maar ik verwacht wel dat als er straks een hondenveld is, dat dan mensen ineens uit het raam gaan hangen: opzouten met je hond, want daar is je plekje om je hond uit te laten. Dus dat zijn wel dingen die, nou, bedenk goed wat je vraagt. Maar we gaan het uitzoeken en
6
kijken of het mogelijk is. Het honden uitlaatbeleid, de startnotitie, hoop ik eind dit kwartaal, begin volgend kwartaal naar de raad te sturen. Het is inderdaad vorig jaar teruggestuurd. Inmiddels zijn allerlei inzichten weer veranderd en hebben we ook even wat moeten her prioriteren, vandaar dat het langer heeft geduurd, maar ik hoop echt eind dit kwartaal met het nieuwe hondenbeleid, althans de startnotitie naar de raad te komen, dan kunnen we uitgebreid met elkaar over gaan praten. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. De heer Venderbos, voldoende? De heer Venderbos-Lambinon: Ja, nog hele kort vraag. Over vraag een. Heeft u enig idee wanneer er iets meer bekend kan zijn al of niet een tijdelijk uitrengebied komt? De heer Merx: Nee, dat kan ik niet zeggen. Ik ga er geen drie jaar over doen maar dat kan vrij snel volgens mij, want het is even inschatten: waar liggen de mogelijkheden en wat kan er dan? En dan gaan we het gewoon realiseren. Maar nogmaals, in de meest sobere vorm waarbij de mensen echt zelf verantwoordelijk zijn voor de honden uitwerpselen op te ruimen en niet dat wij nog het areaal moeten gaan uitbreiden met nog een hondenpoepzuiger en alles erop en eraan. De voorzitter: Oké, dank u wel. Voldoende denk ik, mijnheer Venderbos? Ja. De volgende vraag is van de SP en die gaat over Chemours en mevrouw Kamphuis die kan hem toelichten. Gaat uw gang.
Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Zoals bekend heeft Chemours vorig jaar een grote hoeveelheid TFA geloosd op het riool zonder dat ze daartoe vergunning toe had. Om dit stop te zetten heeft DCMR dwangsommen opgelegd. Zoals uit de brief van de gedeputeerde de heer Zevenbergen blijkt Chemours inmiddels een vergunningsaanvraag heeft gedaan voor het lozen van TFA. DCMR beoordeelt deze aanvraag nu en zal dit voorjaar met een ontwerpbeschikking komen. Daarvoor hebben wij de volgende vragen. Is het college op de hoogte van deze vergunningsaanvraag en is het college van plan dan wel bereid om bij de DCMR en de provincie erop aan te dringen geen vergunning voor het lozen van deze stof af te geven? De voorzitter: Dank u wel. Duidelijke toelichting. Mevrouw De Jonge denk ik.
Mevrouw De Jonge: Jazeker. Ja, het college is op de hoogte van wat er allemaal gebeurt. We volgen natuurlijk heel kritisch alles wat er om dit bedrijf gebeurt, dus zo onder andere ook het hele TFA, waar wij vorig jaar in de zomer van op de hoogte werden gesteld. Eigenlijk hebben we toen al gelijk ook in de gesprekken die we met de provincie, met gedeputeerden, allebei hebben gehad hierover gezegd: ja, dit kan echt niet. Maar goed, zij zijn het bevoegd gezag, dus we hebben hen kritisch gevolgd en het heeft er ook toe geleid dat de DCMR de vier gemeenten heeft gevraagd om een advies in te dienen. Want er ligt inderdaad een vergunningsaanvraag van Chemours. Wij leggen op dit moment de laatste hand aan dat advies en dinsdag zal die als het goed is af zijn en dan zal ik hem ook gelijk naar u doen toekomen zodat u ook ziet wat het advies gaat zijn wat wij zullen gaan afgeven. En dat ligt, ja, toch wel in de lijn van geen verdere vervuiling van onze omgeving, dus die strekking zal het gaan hebben.
7
De voorzitter: Dank u wel voor het korte antwoord. Mevrouw Kamphuis, kort. Mevrouw Kamphuis: Ik ben er heel blij mee natuurlijk met dit antwoord. Is het college ook op de hoogte dat ze 31 december ook nog hebben geloosd? De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Ja, dank u wel. Nou, wij worden inderdaad op de hoogte gehouden door DCMR wat zij daar aantreffen, meten. En zij moeten ernaar handelen, dus wij hebben alleen maar dan de mededeling van weet dat dit is gebeurd. We waren er wel verbaasd over als je je productielijn al hebt stilgelegd dat je dan in het nog steeds vervuiling hebt. Dus dat maakt alleen maar meer urgenter om te zeggen: even geen stoffen zoals deze willen hebben in Dordrecht. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de laatste vraag en de laatste vraag is van de VVD en die gaat over schade op een hotelkamer door statushouders. De heer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, in het AD van 9 januari staat dat er voor duizenden euro schade is aangericht aan een hotelkamer waarin statushouders worden opgevangen. Volgens het bericht wil het hotel de kosten verhalen bij het COA of de gemeente. Nou, ik neem aan dat de wethouder dit bericht kent.
Maar mijn vraag is: het bericht, stel dat het gaat om mensen met een status, klopt dat? Op grond waarvan en op wiens kosten worden statushouders opgevangen in het hotel? En of dat het college en of de wethouder het met me is dat de veroorzaker van een schade verantwoordelijk is en aansprakelijk voor deze kosten en zeker niet de gemeente. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Kort maar krachtig. De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, dank u wel. Ja, ik ben op de hoogte van dat dat gebeurd is. Er is schade geconstateerd, ik heb de foto's van de schade gezien, het gaat over wat krassen in een van de hotelkamers, is waarschijnlijk gebeurd doordat er iets scherps verplaatst is of iets dergelijks. De betreffende statushouder wist ook van niks, die wist ook niet dat dit gebeurd was, maar dit zijn, het gaat over een aantal mensen die gehuisvest gaan worden in Dordrecht. Die hebben al een status gekregen dus die worden Dordtenaar en vooruitlopend daarop verblijven ze nu in het Postillion Hotel, op kosten en verantwoordelijkheid van het COA. Alle kosten worden vergoed door het COA, die hebben hier ook een verzekering voor en die verzekering gaat dit ook netjes in orde maken. Het verbaast mij enigszins dat zoiets bij de krant landt.
Het gebeurt wel vaker dat er wat schade ontstaat in een hotelkamer maar blijkbaar was het nu voor een van de mensen die hiervan wist reden om dat even door te geven. Nou goed, ik heb er kennis van genomen, het wordt netjes afgewikkeld en tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Nee, meer dan voldoende, dit wilde ik even weten. Dus statushouders en het COA is verantwoordelijk en dan ben ik weer tevreden, voorzitter.
8
De voorzitter: Ja, is iedereen het eens, dat is mooi. Dat waren de vragen. Ik wens u allen een prettige vergaderavond. 3. Vaststellen en beschikbaar stellen van een krediet Horecanota – Raadsvoorstel 4. Vaststellen Aanpak vergroening Binnenstad - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Van der Net Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Droog (CU/SGP) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Mevr. De Groot (Beter voor Dordt) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van Leeuwen (Fractie van Leeuwen) Dhr. Van Pelt (FvD) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Portier (SP) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Van der Spoel (Fractie Van der Spoel) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. De Vries (VSP) Insprekers: Dhr. Van Buuren, Mevr. Gatzen, Dhr. Van Loon, Dhr. Zengin Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf De voorzitter: Dames en heren, het is redelijk druk en om in ieder geval ook binnen deze tijd … Dames en heren, dames en heren, om in ieder geval binnen de tijd toch iedereen het recht te geven om goed te kunnen inspreken over dit belangrijke onderwerp graag daar aandacht voor. Ja dat mag, mag.
Ja nee maar ik … Welkom in ieder geval iedereen. Ik zie dat het leeft in ieder geval, iedereen welkom, de commissie, de insprekers maar ook alle mensen op de tribune en misschien ook dat er nog mensen nog online kijken of terugkijken. We gaan het hebben over de horecanota, marktverordening, evenementennota en het plan voor vergroening in de binnenstad. Daar hebben een aantal verschillende organisaties zich voor aangemeld om te kunnen inspreken, maar
9
voor die tijd gaan we eerst eventjes langs de commissie om in ieder geval eventjes voor de notulen even de juiste namen eventjes op te schrijven. Even kijken, de insprekers kunnen zich ook melden gelijk neem ik aan dan, ja, dat is wel het makkelijkste. Begin ik gewoon links, dan mag u het knopje indrukken en dan even aangeven wie u bent en waarvoor u hier bent. De heer Van Loon: Mijn naam is Ad van Loon, ik ben ondernemer in het Dolhuis en ik spreek hier ook namens een aantal collega's uit de Dolhuisstraat namens, ‘…’ kom nu net binnen namens Merz die daar op de tribune zit. In ieder geval alles wat geen horecaconcentratiegebied is. De voorzitter: Nou, dat is in ieder geval het punt wat gemaakt is. Dan gaan wij naar links, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Den Heijer: Rolin den Heijer, Dordtse VVD. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Kleinpaste: Gert Jan Pleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordrecht. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht.
Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Zengin: Safak Zengin, Koninklijk Horeca Nederland Drechtsteden en tevens ondernemer restaurant het Magazijn. De heer Van Buuren: Dennis van Buuren, ook ondernemer, meerdere zaken in de binnenstad en namen Stichting Horeca Scheffersplein hier vanavond.
10
Mevrouw Gatzen: Liselotte Gatzen, ik zit hier namens het Evenementenplatform in oprichting. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is John van der Net en ik ben deze sessie uw voorzitter. Ik wil even kijken naar de, oh, nog meer mensen die willen, oh, die konden niet aan de tafel. Ik zie allemaal mensen opeens gaan wuiven, dat vind ik wel aardig altijd. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Van Leeuwen: Van Leeuwen, Fractie Van Leeuwen. De voorzitter: Dank. Ja, in ieder geval excuses dat ik inderdaad ... Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter voor Dordt. De voorzitter: Ook nog. Mevrouw De Groot: Ja, andere kant, hier, hoi. De voorzitter: Ja, zo druk is het zelden dus, maar welkom aan ieder. Ja nee, het is in ieder geval iets wat leeft en dat is alleen maar mooi om te zien denk ik, dat het leeft in Dordrecht. Wij gaan ... Mevrouw Koene: Mijnheer Van der Net? De voorzitter: Nog meer mensen? Mevrouw Koene: Ja hoor. Hallo, Irene Koene, Gewoon Dordt. De voorzitter: Mevrouw Koene, excuus. Nou hebben we ze allemaal gehad neem ik aan. Nog niet, wie dan nog meer? De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De voorzitter: Welkom, mijnheer Kolkiliç.
Nu durf ik niet meer te beginnen of dat er weer iemand begint te praten ongeveer denk ik, maar ik denk wel dat we het nu gehad hebben. Welkom, we gaan eerst, we gaan het in blokken doen, we gaan het eerst hebben over de ondernemers in de stad, dan de vergroening in de binnenstad en dan bewoners. Ik geef aan dat het ongeveer vijf minuten is waarin u de tijd heeft om even zeg maar uw verhaal te doen. Mijn voorstel is wel om iedereen eerst eventjes te laten uitpraten en dan eventueel nog wat vragen te kunnen stellen. En ik neem aan dat dat, daar iedereen het mee eens is. En nou, dan misschien het handigste om dan met de
11
Koninklijke Horeca Nederland te beginnen. Mijnheer Zengin, u heeft vijf minuten. Ga uw gang. De heer Zengin: Ja, die heb ik niet nodig, dus ik zal ook vrij positief zijn in mijn gesprek, kleine speech. Ik moet eigenlijk aangeven dat wij tijdens het proces genoeg momenten hebben gehad om kritisch te zijn waardoor daar weinig kritiek nu overblijft. Er is goed naar geluisterd, alles is in behandeling genomen en verwerkt. We zijn goed betrokken bij het proces, eigenlijk vanaf het begin af aan al, ook met zowel de ondernemers als de bewoners. Wij hadden als Koninklijk Horeca Nederland een aantal speerpunten, zoals geluidsregeling, ontheffing openingstijden en de horecaconcentratiegebieden. Ja, dit is eigenlijk, ja, goed opgenomen, goed verhaal. Een mooie nota, waarbij we ook de visie van onze stad nastreven denk ik, die wordt ook genoemd meermaals in de nota. En ik denk dat we nu een beetje daad bij woord zetten door dit in het beleid te gieten en, ja, een goede stap in de goede richting denk ik. Eigenlijk is dat ook wel grotendeels mijn verhaal. De voorzitter: Ja, dat is aan u en ik denk dat het een duidelijk verhaal is dus. Ik weet niet of dat daar gelijk al mensen toch zijn die op dit positieve verhaal reageren. Mevrouw Kruger zie ik al knikken. Mevrouw Kruger: Ja, dank u wel. De voorzitter: Als even, als mensen want ik, het is moeilijk om te scannen constant.
Spreek even in als ik u niet zie alstublieft. Ga uw gang, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, dank u wel. Nou, fijn dat het zo positief bericht. Maar u gaf aan: dan blijft er weinig over om kritisch op te zijn maar zijn er misschien toch nog aantal kritische noten, kritische punten die u mee wilt geven. De heer Zengin: Nou ja, we hebben echt tijdens het proces een meerdere malen gezeten ook met het bureau die dit plan heeft geschreven, met meerdere ondernemers. We hebben echt momenten gehad om toen aan te geven: dit zijn wel een aantal valkuilen. De horecaconcentratiegebieden, wij maakten ons zorgen over dat een aantal horecagelegenheden die niet binnen deze concentratiegebieden vallen eigenlijk worden benadeeld in, nou, de versoepelingen die dat met zich meebrengt. Dus daarvoor hebben we ons proberen hard te maken. Nou, dat is niet in alle gevallen gelukt, maar goed, ja, je moet op een gegeven moment ook nadenken over hoe de gemeente dat voor zich ziet. En ja, al met al gewoon een positief gevoel aan overgehouden. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel. Ook twee vragen namens mij aan de Koninklijke Horeca Nederland, de heer Zengin. Eerste vraag, vijf keer per jaar zullen horecaondernemers hun terras moeten opofferen voor een evenement. Althans, dat is mogelijk, die mogelijkheid is er straks.
En mijn vraag aan de Koninklijke Horeca Nederland is: heeft u opgehaald hoe hier over gedacht wordt door de horecaondernemers en kunt u daar misschien iets over vertellen, hoe de balans is tussen
12
horecaondernemers die hiervan balen en die dit juist wel prettig vinden? Want ik kan me voorstellen dat je juist bij een evenement als Big Rivers en je moet je terras opofferen, dat je daar dan misschien wel van baalt. Dus daar zou ik graag wat meer over willen horen. En over de donderdag, die vraag stel ik er ook gelijk even achteraan als u dat goed vindt, voorzitter. Op donderdag gaan we de mogelijkheden verkennen om de reguliere sluitingstijd te verruimen. Nu weet ik dat Dordtse horecaondernemers best wel veel moeite hebben om personeel te vinden. Nu zijn we ook geen studentenstad op een donderdag. Is die behoefte er echt vanuit de Dordtse horeca, want het lijkt mij fantastisch, dat er op donderdag wat te doen is in het Dordtse, maar is het überhaupt reëel? De voorzitter: Is duidelijk, twee vragen dus met betrekking tot terrassen inderdaad en de sluitingstijd, mijnheer Zengin. De heer Zengin: Ja. Nou ja, met betrekking tot de evenementen en de samenwerking met de horeca, ja, dat zou iets moeten zijn wat moet blijken. Ik snap dat een aantal ondernemers daar hinder van kunnen ondervinden, maar dat het ook wel iets goeds brengt natuurlijk, ja, reuring en meer omzet voor ook de andere ondernemers. Ik snap dat als je op het Scheffersplein zit, dat je daar wat meer moeite mee kan hebben.
Ik denk de aantal evenementen die ook vooral ook in de winter plaatsvinden wat we vroeger hadden hier natuurlijk dat dat niet de terrassen in de weg kan en moet staan. Het is alleen, ja, de een kan daar wat meer hinder van ondervinden dan de ander. En als je naar het algeheel kijkt, ja, dan moet dat iets zijn waar de ondernemers met de evenementenorganisaties en de gemeente daaruit moeten komen. Maar wij hebben daar geen duidelijk antwoord op. En punt twee, even denken, de donderdagavonden sluitingstijden. Ja, er zullen een aantal zaken zijn die daar wel gebruik van kunnen maken, is eigenlijk hetzelfde als maar, ja, sommige niet. En wij, als ik naar mezelf moet kijken als restaurant Magazijn, er zijn soms aanvragen voor bruiloften of partijen die op donderdagen wel langer willen open zijn. Ja, daar moet je een ontheffing voor aanvragen maar in dit geval kan het wat meer ruimte bieden om die donderdagen te benutten. Ik weet niet of dat daar structureel gebruik van gemaakt gaat worden door de Dordtse horeca, dat hebben wij niet onderzocht. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Van Buuren: Voorzitter, mag ik nog kort inhaken op misschien een stukje van de vraag? De voorzitter: Even kijken. De heer Van Buuren: Ja, u zei gewoon schreeuwen. De voorzitter: Het zit zo vol, ‘…’ van gelijk en neem dan gelijk ook een stukje woordvoering dan gelijk daarin mee alstublieft.
Toch? Nog een vraag ook nog. Aan de heer Zengin, of? Nou, eerst de heer Van Buuren dan. De heer Van Buuren: Misschien nog even kort inhakend op dat verhaal over die terrassen weghalen en uw vraag of dat dat niet hinderlijk ervaren wordt door de ondernemers. Dat
13
is een van de, nou, ik denk wel grootste hobbels geweest die in het terrasbeleid staat, de nadere regels terrassen die niet zozeer in de horecanota staan, wel benoemd worden, maar geaccordeerd worden door het college en niet door jullie als raad volgens mij. Dus de volgorde is dat eerst de horecanota geaccordeerd wordt en later het college beslist over de nadere regels terrassen. Er is uitgebreid gesproken met de ondernemers en ook in diverse zienswijzen over en weer kenbaar gemaakt wat de bezwaren zouden zijn als, zoals in de eerste conceptstukken, had blijven staan wat de bedoeling was met betrekking tot die terrassen. En dat was vooral dat een evenementenorganisator zonder daar, nou ja, met een grootse verplichting kon vorderen dat een terras wegging op kosten van een ondernemer, op transportkosten van een ondernemer en dan voor de bepaalde tijd van een evenement en dat kon vijf keer per jaar. Ja, daar zal in redelijkheid gekeken moeten worden naar een balans, zodat niet bijvoorbeeld vijf weekenden in de zomer een terras niet mag staan waar het zou moeten staan. De andere kant is nu dat er sinds de laatste zienswijze een aanpassing is gedaan waarbij de verplichting rust om tot een goed vergelijk te komen.
En goed vergelijk lijkt me ook een economisch goed vergelijk waarbij dus niet alleen de kosten gedragen worden door de ondernemer, of de omzetmogelijkheid ook blijft voor de ondernemer en niet alleen gedacht wordt aan het belang van het evenement. En ik denk dat die balans met de organisatoren die daar mogelijk gebruik van zouden gaan maken ook zeker gevonden gaat worden in Dordrecht. De voorzitter: Is duidelijk. De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ja, ik had nog een vraag over het nachtleven, omdat ik lees dat daar echt nog wel wat stappen op te maken zijn in de stad. En ik lees vervolgens ook dat we vervolgens over verder gaan praten hoe we dat nog verder vorm gaan geven. En ik vroeg me af: hoe staat u ertegenover om bijvoorbeeld gezamenlijk gewoon aan acquisitie te gaan doen, om … Of ziet u ondernemers of spreekt u ondernemers in uw achterban die op dit moment het misschien wel heel erg graag zouden willen, maar het om een bepaalde reden niet doen en welke reden zijn dat dan? De voorzitter: De heer Zengin. De heer Zengin: Ja, ik denk dat de grootste reden die ik kan horen is dat we weinig studenten in de stad hebben en jongeren, alleen ik denk dat de huidige bestaande zaken daar wat meer oor naar hebben dan dat er nieuwe zaken moeten ontstaan. Maar ja, ik kan daar geen goed antwoord op geven ‘…’.
De voorzitter: Oké, dan gaan we naar de heer Van Buuren met een stukje woordvoering. Ook vijf minuutjes ongeveer, gaat uw gang. De heer Van Buuren: Yes, dankjewel. Nou goedenavond beste raadleden, commissieleden. Ik heb het iets betogender gemaakt dan de heer Zengin, dus die van mij is wat uitgebreider. Op 14 december jongstleden was ik met enkele van jullie getuige van wat voor mij aanvoelde als een bijzondere middag in Schouwburg Kunstmin. We namen daar afscheid van vertrekkend directeur stadsontwikkeling Henk Kranendonk. En sommigen van jullie die zullen Henk niet kennen, anderen absoluut wel. Maar des te meer zijn jullie denk ik bekend met de projecten waarbij hij betrokken was, die hij initieerde of die hij een warm hart toedroeg in de periode bij de gemeente Dordrecht die hij heeft gewerkt. We werden getrakteerd op een aantal prachtige beelden van onze
14
stad, van iconische plekken, plekken die iconisch gaan worden. Kijkend naar het Maasterras, de Spuiboulevard in ontwikkeling, Stadswerven, het Energiehuis of grote evenementen zoals de landelijke ontvangst van de koning en zijn familie tijdens de eerste Koningsdag nieuwe stijl, de Scrooge en de Passion. Allemaal voorbeelden van momenten waarop de Dordtenaar trots is op zijn of haar stad en een stad met een regiofunctie die landelijke allure uitstraalt, die bruist en waar toeristen, dagjesmensen en inwoners volop gebruikmaken van een steeds kwalitatiever en diverser wordend aanbod van winkels en horeca. Er bestaat echter in mijn beleving niets zoals vraag gestuurd aanbod en het aanbod zal daarom eerst moeten komen voordat de vraag ernaar volgt. In sommige gevallen is het zelfs zo dat men niet zit te wachten op verandering van of toevoeging van aanbod aan de huidige markt. Echter, als dat aanbod er dan vervolgens is, wordt er volop gebruik van gemaakt. En het aanbod vervult daarin een latente behoefte, iets dat in Dordrecht mijns inziens best vaak het geval is. Tevens wordt die aantrekkelijkheid van een stad of een gebied gemaakt door een florerende markt en een markt waarin vraag en aanbod, zoals ook in de horeca het geval is. Om dat standpunt wat kracht bij te zetten spreek ik vanavond in voor u bij de gemeenteraad.
En het is van groot belang in mijn beleving dat de nieuwe horecavisie, die inmiddels een horecanota heet, wordt vastgesteld. Dat wel, omdat die nieuwe visie tot stand is gekomen na een uitgebreid participatietraject en het biedt daardoor een leefbare en werkbare balans voor mijns inziens bewoners en ondernemers. Daarnaast spreekt de visie ook ambities uit die de horeca en evenementen in Dordrecht op bepaalde momenten en plaatsen meer ruimte geven om te ondernemen, of die het aantrekkelijker maken zich hier te vestigen. Aansluitend op de vraag van de heer Den Heijer, die acquisitie doet het zelf. Ik ben zeer positief gestemd over die ambities die in die nota staan en met mij ook diverse collega's in de Nieuwstraat en aan het Scheffersplein. Ruimte voor meer activiteit, evenementen, incidenteel langere openingstijden en grotere terrassen zorgen er niet alleen voor dat de stad meer gaat bruisen, maar ook dat de binnenstad meer sociale controle gaat ervaren, de sociale cohesie onder de Dordtenaren toeneemt, jong talent zich wil ontwikkelen en wil binden aan de stad en de nieuwe bewoners die Dordrecht gaat huisvesten door het predicaat bouwen bouwen bouwen op diverse plaatsen met groot vertoon uit te voeren plekken geeft om van de stad te houden als nooit tevoren.
Ik begon mijn inspraak kort met een anekdote over het afscheid van Henk en sluit graag af met een blik op het feit dat mensen zoals hij en meerdere ondernemers in deze stad die zich hard maken voor de verdere groei en het verwezenlijken van die ambities die ook de gemeente onderstreept, de ruimte moeten krijgen om die ambities ook tastbaar waar te maken. Voor u het weet zijn we straks namelijk een echte stad. Dank u wel. De voorzitter: Voorzitter mag niet over de inhoud gaan, maar dat zijn we al, mijnheer Van Buuren. Maar goed, ik ben het met u eens. Wie wie wie wie? Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel voorzitter. Ik heb eigenlijk een vraag aan de heer Van Buuren en aan de heer Zengin. Als het gaat over die verlaatjes waar net al kort over gesproken werd, die van vijf naar twaalf zijn gegaan, is dat een wens die vanuit de horeca is gekomen of is dat een wens die vanuit de gemeente met de horeca is gecommuniceerd? En in hoeverre hebben jullie daar ook met de bewoners zeg maar rondom contact over gehad?
15
De heer Van Buuren: Nou, als ik kort mag reageren, je eerste vraag is: komt de wens van die verlaatjes, of nou ja, het zijn meldingen en incidentele festiviteiten, zo heten ze hier zo formeel. Het betekent kortweg een mogelijkheid tot verruiming van de openingstijden middels een melding en dus zonder dat je daar een aparte vergunning voor aan hoeft te vragen. Die melding doe je max twee weken van tevoren en volgens mij mag je om de decibelnorm wat overschrijden en dan hebben we het over ik dacht tien tot vijftien decibel, maar corrigeer me als dat niet klopt. Die wens is er zeker vanuit de horeca. Kijkend naar mezelf is die wens daar. Nou, mijnheer Zengin gaf net al ook aan: we hebben regelmatig aanvragen of momenten waarop je programmering wil loslaten die niet binnen de normen past zoals die normaal gelden binnen de APV. En dan is het heel fijn dat we er nu al vijf keer op kunnen uitzonderen maar als die twaalf keer realiteit wordt geeft dat enkel meer ruimte om te ondernemen, zoals ik net ook in mijn betoog aanstipte. Daarnaast is jouw tweede vraag zeg maar is daar met de bewoners over gesproken? Ik denk dat er in het traject voor de totstandkoming van die nota zoals die er nu ligt meerdere keren ruimte is geweest voor bewoners om zichzelf kenbaar te maken en ook om te laten weten wat zij wel en niet fijn vinden.
Ik ben ook bewoner van de binnenstad, maar heb niet namens die groep deze participatie gedaan. Dus ik zou vooral zeggen: vraag het de mensen zelf of dat zij er tevreden over zijn. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Nu komt er een hoop kijken bij ondernemerschap maar is ook een ambitie van onze raad dat er ook veel met inwoners gebeurd en met buurtbewoners. En kunt u wat meer inzicht geven in wat er eigenlijk allemaal bij komt kijken. Wat is zo'n aanpak van een ondernemer die bijvoorbeeld tot iets later opengaat en bepaald geluid produceert? Wat doe je dan met buurtbewoners? De heer Van Buuren: Die vraag is aan mij denk ik. Ja. En dan heb je het over een incidenteel moment waarop je langer opengaat en meer geluid produceert. Nou oké, ik denk, als het een incidentiele festiviteit betreft dan heb je de plicht binnen de melding die je doet mensen te informeren. En volgens mij stopt het daarbij. In negen van de tien gevallen gaat dat verder dan dat op een informele manier want die ligt dus niet vast, dat is geen verplichting.
Maar ik denk kijkend naar de verschillende exploitaties die ik heb dat we altijd goede verstandhoudingen met de buurtbewoners trachten te maken of al hebben en vanuit dat perspectief ook op een informele manier letterlijk bij elkaar aanbellen of als ze de hond uitlaten tegen elkaar kunnen zeggen: jongens, let op, aankomend weekend of over twee weken of volgende maand staat er iets geprogrammeerd waar je mogelijk last van kan ervaren. En dan is het aan de buurtbewoner zelf of dat hij daar daadwerkelijk er last van ervaart of op zijn of haar manier reageert, vragen stelt en aan ons om dan vervolgens het gesprek aan te gaan, te zoeken naar een oplossing als er een mogelijk probleem is. Maar ja, er zijn veel varianten mogelijk, ik ken er een hoop inmiddels. De heer Den Heijer: Waar de vraag vandaan komt is omdat we natuurlijk later deze avond met veel bewoners ook het gesprek gaan voeren en dat de waarheid natuurlijk altijd twee zijdes, twee kanten heeft. En we willen natuurlijk wel met elkaar een situatie creëren dat de overlast zo min mogelijk is maar dat toch de ambitie vervuld kan worden
16
om een levendige bruisende binnenstad voor elkaar te krijgen. En daar hebben ondernemers een rol in en in mijn ogen doen ondernemers ook heel veel, alleen weten heel veel mensen dat soms niet altijd even goed. Dus ik geef u eigenlijk het podium: vertel daar eens wat meer over. Dus misschien kan mijnheer Zengin daar ook iets over toelichten. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Zengin: Ja, ik kan me daarbij aansluiten bij het verhaal van Dennis. Maar dat geldt in ons geval ook, wij nodigen eigenlijk onze buren altijd uit op alle feesten, we geven ze wat waardebonnen cadeau ook om ... Hotelovernachtingen.
Nee, nee ja, wij hebben, ik durf dat wel te zeggen, een goede verstandhouding met onze buurtbewoners, we kunnen goed in gesprek met ze, we hebben appcontact met ze als dingen anders gaan dan dat ze hadden gewild, als we feestjes hebben of als het echt uit de hand loopt in de zin van dat we langer open zijn of dat we echt harde muziek gaan produceren dan, ja, lichten we ze in en dat werkt goed in ons geval. De voorzitter: Oké, duidelijk. De heer Portier. De heer Portier: Ja, voorzitter, ik heb een vraag over die verlaatjes en over de overlast die het kan voorzaken. Klopt mijn interpretatie dat dit per ondernemer geldt dat er twaalf verlaatjes straks in de horecaconcentratiegebieden aangevraagd kunnen worden en betekent dat inderdaad dat als er tien horecaondernemers in zo'n gebied zitten dat het dus om 120 avonden per jaar kan gaan. De voorzitter: Dat lijkt me ook meer een technische vraag dit. Dan, dus ik zit me af te vragen of dat daar direct een antwoord op kan komen. De heer Van Buuren? De heer Van Buuren: Ja, dat klopt, die aanname die u doet. De voorzitter: Nou, dat is duidelijk. Dan … De heer Zengin: Ja, het zijn er twaalf per onderneming. Alleen, ja, we mogen er nu vijf aanvragen en soms zit je je af te vragen wanneer je dat wel doet en wanneer niet, omdat je daar heel zuinig op wil zijn.
Maar ik vraag me af of dat ze alle twaalf ook gebruikt zullen worden op het moment dat je er twaalf hebt want er zijn niet veel ondernemingen die een keer per maand ook echt langer open willen blijven en van deze wel gebruik willen maken. Dat zijn de geluiden die ik ook meekrijg. De heer Van Buuren: Misschien daar nog kort op inhakend. Ik denk ook dat, zeg maar, het vergelijk wordt al heel snel gemaakt door evenredig de verdeling aan te houden van twaalf geluidjes of verlaatjes, twaalf incidentele meldingen die dan evenredig verspreid worden over de maanden. Volgens mij en ook daarin corrigeer me als het niet klopt, maar volgens mij is het zo dat je er twaalf hebt dus je zou er ook twaalf in één maand kunnen inzetten en vervolgens de rest van het jaar dus niks meer aan mogen vragen.
17
De voorzitter: Dan kijk ik even in de rondte, toch nog, mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Nog even door in de techniek want ik zag ook in de stukken staan dat op een gegeven moment als je een bepaald gebied aanwijst als horecaconcentratiegebied dat weliswaar de mogelijkheid bestaat om die twaalf verlaatjes aan te wenden als horecabedrijf, maar dat er tegelijkertijd ook gestuurd moet worden op dat het niet dan elke week culmineert naar dat elke horecazaak het weer op een ander moment doet en dat uiteindelijk dat het eigenlijk de hele week bal is. Dus dat staat in dat stuk dus ik ben benieuwd hoe dat bij u ook aan tafel bijvoorbeeld met Koninklijke Horeca besproken is. De heer …: Niet, nee. De heer Van der Spoel: Voorzitter? De voorzitter: Ja, even nog eentje, want dan gaan we naar de volgende spreker. De heer Van der Spoel: Een hele korte vervolgvraag daarop, wat de heer Den Heijer net vroeg aan de heer Zengin. Als dat zo inderdaad in de stukken staat en dat heb ik ook gelezen, denk je dat dat haalbaar is om dat op die manier te doen? De heer Zengin: Ik denk dat het een puzzelstukje wordt maar we zijn nu ook verplicht om een vergunning aan te vragen of een ontheffing. Ik denk dat er dan ook serieus wordt gekeken naar hoe dat, hoe zich dat tot in de buurt, ja, hoe dat werkt. Maar ik, ja, nogmaals, het is mij niet bekend.
De voorzitter: Dan toch nog een vraag, de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, ik was eigenlijk benieuwd, jullie hebben nu altijd de mogelijkheid gehad om vijf verlaatjes aan te vragen. Je hebt meerdere zaken, dus hebben jullie er altijd van alle vijf gebruikgemaakt en wat voor evenementen zijn dat? Kun je daar een korte toelichting op geven? De heer Zengin: Ja, wij hebben, wij gebruiken ze over het algemeen allemaal en in de meeste gevallen, wij hebben voor Voorstraat-Noord festival, daar gebruiken we altijd eentje op en zo hebben we nog een aantal evenementen waar we hem eigenlijk altijd voor gebruiken. En als we een partijaanvraag hebben die dan livemuziek wil of, ja, dan kijken we, oké, hoever zitten we in het jaar, hoe lang hebben we nog, gaan we hem opgeven of gaan we hem niet opgeven? Dat is een beetje wat … En er is ook een jaar voorgekomen dat we er vier hebben gebruikt, ja. De voorzitter: Ja, de heer Van Buuren nog aanvullend. De heer Van Buuren: Ja, misschien nog kort aanvullend. Ja, wij maken ze ieder jaar allemaal op. Waarom? Ik denk twee redenen. Bijvoorbeeld bij een groot evenement als Big Rivers, Liselotte als organisator zit naast me, Big Rivers valt niet onder de uitgezonderde dagen dat je dus al langer open mag of meer geluid mag produceren.
Dus dat weekend wanneer je tijdens het festival na twaalf, of na tien uur 's avonds zelfs, dus open bent en iets met versterkte muziek doet ben je er al twee kwijt, op vrijdag en
18
zaterdagavond daarvan uitgaand. Dus dat geldt voor twee van mijn drie zaken. De andere kant op inderdaad zijn er voldoende redenen om ze aan te vragen. Als je je netjes aan de regels wil houden, dus na tien uur 's avonds geldt een decibelnorm van 45 of 40 decibel. Wij spreken nu ongeveer al op 65 à 70 dus dat is, ja, een norm die slecht te handhaven valt voor de ondernemer. En als je je dus aan de regels wil houden zul je die verlaatjes in moeten zetten wanneer je iets extra’s organiseert na tien uur 's avonds. Dus het heeft niet eens zoveel betrekking eigenlijk op die openingstijden, maar vooral op, nee ja, op het geluidsniveau, ja. De voorzitter: De decibels. De heer, mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb nog een klein vraagje: is het mogelijk om als jullie een verlaatje hebben ook dat op de website te zetten zodat bewoners kunnen zien op jullie website van, oh, er is dus een verlaatje dus ik hoef geen reactie te geven erop? De voorzitter: Wie? De heer Van Buuren. De heer Van Buuren: Ja, daar kort op inhakend.
Kijk, deze vraag kijkend bijvoorbeeld naar de laatste exploitatie die ik geopend heb bij Stadsbrasserie De Witt is ook regelmatig de vraag gekomen: kunnen we alsjeblieft het programma vooraf delen met bewoners, zodat ze weten wat er te wachten staat? Daarvoor vind ik dat we op den duur wel een lijn moeten trekken en zeggen: oké, ik heb een prachtige agenda, die staat op mijn website en ga ervan uit dat bij al die evenementen er een verhoogde toeloop is op de exploitatie. Hetzij of dat in het geval van De Witt naar een filmzaal is of dat dat op puur gericht op het horecagedeelte is. Maar in alle gevallen wanneer er iets geprogrammeerd wordt zal dat voor reuring zorgen die mogelijk overlast met zich meebrengt. Ik vind niet dat ik dubbel werk moet doen door dat nog een keer te gaan melden in een apart mailtje of op de website een aparte categorie voor de bewoner te maken waarbij die dat kan vinden. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Het staat er dus op, dus ze kunnen het terugvinden. De heer Van Buuren: Ja, in ons geval wel. De voorzitter: Ik ga naar de volgende inspreker. Gewoon rechts, mevrouw Gatzen alstublieft, nee? Ja ja ja, ik kijk wel maar dan … Ja, ik bedoel van, ik ben heel flexibel wat dat betreft. Nee ja, ja ja. Ik zie dat het inderdaad akkoord is. Dus ja, ik zou zeggen dan mijnheer Van Loon, gaat uw gang.
De heer Van Loon: Ja, we hebben het net over verlaatjes, daar ga ik het niet over hebben, want wij zijn altijd laat. Ik vind het een beetje jammer dat de volgorde zo is dat eigenlijk is de loftrompet al gestoken over de horecanota en dan kom ik weer als azijnzeiker misschien even wat zout in de wonden strooien. Gelukkig ben ik niet alleen, weliswaar hier zit ik alleen maar er zitten een paar collega's van mij van zaken bij mij in de buurt, die zitten daar. Ferry de Klerk van Merz, Jeroen van Cozmic en, nou, Vincent, Vincent Bek van de Lachende Monnik. Volgens mij had daar eigenlijk ergens nog mijn collega moeten zitten maar die zit er niet. In ieder geval, wij vertegenwoordigen de horeca aan de westkant van Dordrecht. Daar zit al sinds mensenheugenis, in ieder geval
19
voor mij, ben in de zestig, zitten daar een aantal zaken die zijn wijd, waren wijd en zijd bekend in dit gewest en nog steeds eigenlijk als het uitgaansgebied van Dordrecht. Als je gaat kijken in Dordrecht op zaterdagavond om één uur dan zijn ze bij het Scheffersplein aan het opruimen, dan zijn ze in andere gebieden al dicht. Het nachtleven van de horeca speelt zich af bij Merz, bij de Kazerne, bij Cozmic, bij de ‘…’ die flink aan het verbouwen is en ook weer een extra impuls wil geven. En ook bij het Dolhuis waar ik dan van ben. En wij zijn echt perplex dat als wij de tekening op figuur drie zien waar rondjes zijn getekend dan zien wij overal rondjes, overal horecaconcentratiegebieden en daar juist niet. En wij waren aanvankelijk zo blij dat er een nieuwe horecanota kwam want in de coronatijd had ik toch niks te doen, ging ik lekker naar vergaderingen van jullie kijken. Toen kwam ik tegen dat op 30 maart 19 of 2021 de heer Merx al feestend het had over, hij zit hier toevallig, over het feestkwartier, een beetje schertsend.
Ik heb later ook gelezen op een bestuur- en middelenvergadering dat de huidige wethouder, de toenmalige wethouder ook, de heer Burggraaf, het ook heel duidelijk uitsprak: er moet gewoon een gebied komen in Dordrecht waarbij het voor iedereen duidelijk is, namelijk dit is feestend Dordrecht, is misschien een beetje gechargeerd, maar dit is het gebied waar de nachthoreca is. Dat is duidelijk voor de ondernemers en dat is duidelijk voor de bewoners. Daar heb je 's nachts allicht overlast maar daar kies je, of tenminste, daar moet je rekening mee houden op het moment dat je in dit stuk van Dordrecht gaat wonen. Nogmaals, dat zou beleid worden, dat heb ik zelfs in het coalitieakkoord teruggezien dat daar nu eindelijk eens ruimte aan zou worden gegeven. En dan vinden wij de keuze heel vreemd dat onze zaken niet worden genoemd, er worden in de Dolhuisstraat er zijn drie zaken maar er staat letterlijk het Dolhuis ligt geïsoleerd in het Dolhuisstraatje en om de hoek liggen een paar restaurants, dus er worden een aantal zaken gewoon niet genoemd. Er staat bij de visie staat dan consolidatie. Er staat bij Merz: oh, dat kan misschien een interessant gebied worden. En dan denk ik: dit is nou precies waar je had op moeten centreren qua uitgaan.
Nee, nou begrijpen wij een beetje dat het nachtuitgaansleven weer enigszins gaat opgeschoven worden, het dekbed wordt weer opgeschud, de doos van Pandora wordt daardoor opengemaakt weer naar andere buurten want volgens mij komen er nog meer sprekers en die denken: wat gaan wij we nu weer meemaken? En het zit al vijftig zestig jaar in Dordrecht. Benoem dat gebied dan eens en ga daar dat beleid wat eigenlijk al werd gevraagd in die bestuur- en middelenvergaderingen in 2021 en 22, ga dat nu daar toepassen, ga weer niet een ander gebied opzoeken. Bovendien heb je daar de locaties nog geeneens. Voor nachthoreca moet je locaties hebben, horeca twee, staat ook in de, dan moet je locaties hebben voor drie vier vijfhonderd man. Die heb je, had je natuurlijk bij V&D vroeger wel beneden maar volgens mij is dat geen succes geworden en daar gaat ook nooit meer horeca komen, want daar komen woningen. Op het Scheffersplein heb je dat soort locaties niet, die heb je aan de Houttuinen inderdaad naast de Kazerne, er is nog een meubelzaak, die mijnheer die zal ook niet al te lange tijd meer ondernemer daar zijn, allicht kan daar ook een horecabedrijf in komen. En die heb je met het Dolhuis en die heb je met Cozmic en die heb je met Merz, die heb je in ons deel van de stad. Dat zijn horeca twee zaken.
Het is ook natuurlijk bizar als wordt gezegd naar de bewoners: er moet duidelijkheid komen in welk gebied ze gaan wonen en dan komen er bewoners die denken we gaan lekker in de buurt van Merz en Dolhuis wonen en, ja, dat is geen horecaconcentratiegebied en dan komen ze erachter dat daar twee horeca twee zaken
20
zitten. Dat hadden ze denk ik dan ook wel willen weten, ja, dan moet je de kleine lettertjes lezen als je in de gemeente Dordrecht bij wijze van spreken komt wonen want het staat niet als een horecaconcentratiegebied. Wij vinden het echt van de zotte dat hier geen rondje om staat horecaconcentratiegebied Dolhuisstraat, horecaconcentratiegebied Merz. En dat heeft echt ook veel aansluiting met de horecaconcentratiegebied Houttuinen want de andere kant van de Houttuinen is het Grotekerksplein en daar zit dan ook nog de ‘…’. De voorzitter: Mijnheer Van Loon, volgens mij is uw betoog duidelijk ook voor de commissie. Heeft u nog meer punten? Ja nee, had in ieder geval bij mij wel … De heer Van Loon: Nee nee, ik heb, nee, wij hadden de intentie om hier, nogmaals de horecanota daar zitten wel een paar mooie punten in, een paar mindere punten, maar daar gaan we het voor de rest niet over hebben, dat is al wijd en zijd aan bod gekomen. Wij vinden het heel treurig wat ik nu net uitleg wat er uiteindelijk hier gebeurt op figuur nummer drie. De voorzitter: Ja nou, dat is denk ik heel duidelijk. Zijn daar nog vragen over? De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, er is eerder al gesproken dat er een uitgebreide participatie is geweest.