2.6 2023.02.14 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
De heer Van der Meer: Ik beluister ook veel enthousiasme, maar ik heb van mijn kant in elk geval aangegeven dat mij niet helemaal duidelijk is wat we precies besluiten als we ja zeggen tegen dit voorstel. Als de initiatiefnemers daar, middels herformulering of een memo of zo, nog wat helderheid over zou kunnen verschaffen, dan kan het wat mij betreft naar de raad. De voorzitter: Dank u wel. Andere reacties? Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even richting de heer Van der Meer, want ik snap dat wel. We hebben het natuurlijk over verschillende initiatieven gehad. We hebben het nu echt expliciet over de Knarrenhofjes. Laten we het daar ook even bij houden. Laten we proberen daar de vaart in te houden. Maar ik vraag even aan u, wat heeft u nog van ons nodig als initiatiefnemers, zeg ik dan? De heer Van der Meer: Bijvoorbeeld helderheid over het ruimtebeslag waar het over gaat en de financiën. Mevrouw Stolk: Voorzitter, volgens mij heeft de wethouder daar ook antwoord op gegeven, als u goed geluisterd heeft. Het ruimtebeslag is niet in beton gegoten. Dat kan ik u hier al bij toezeggen. De financiën is echt de ambtelijke inzet en eventueel de grondprijs, maar dat kan ik niet. Dat gaat het college nu uitwerken en die komen dan met een voorstel, zo begrijp ik hem. De heer Kleinpaste: Maar voorzitter ... De voorzitter: Zo heb ik hem begrepen. De heer Kleinpaste.
De heer Kleinpaste: Ik vraag mij dan af of er in dit stadium überhaupt een besluit nodig is, of dat het college gewoon met wat er hier gewisseld is aan de slag kan en dat we in een later stadium, als het concreter is, tot besluiten gaan komen. De voorzitter: Er ligt wel een initiatiefvoorstel. Het initiatiefvoorstel vraagt eigenlijk om gewoon een initiatief te ondersteunen en verder uit te werken. In die zin kan u dit ook zien als een eerste stap.
39
De heer Heijkoop: Voorzitter, precies, het initiatiefvoorstel is het voorstel. Eigenlijk als u zegt van, zoals we er hier over gesproken hebben, dat we het zo gaan uitwerken, als dat de lijn is, dan is dat hoe we het gaan doen en komen voor de zomer met een eerste uitwerking. Tenminste, als het initiatiefvoorstel het gaat halen in de raad. Maar ik voorzie dat dat wel gaat gebeuren. De voorzitter: Ik zie daar nog een reactie, maar vanuit de ambtelijke organisatie ... Mevrouw Smid-Marsman: Wat voorligt op dit moment is de RIB. De raad moet bepalen, want daar zegt het college, wij ... Maar het college zegt hoe ze met het voorstel aan de slag gaan. Dat is inderdaad een procesvoorstel. De voorzitter: Er ligt een RIB en er ligt een initiatiefvoorstel inderdaad. Eigenlijk, ik heb ze verkeerd geformuleerd. Dan moeten we op ... Op beider zouden we dan moeten hameren. Dan gaan er twee ... En de RIB en de ... De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kleinpaste nog. De heer Kleinpaste: Ik vind dat toch verwarrend, want een RIB is een raadsinformatiebrief die eigenlijk aangeeft hoe de beleidslijnen van uitgezette kaders vorm krijgt. Als er een RIB ligt, hoeven wij helemaal niks, want die kan voor kennisneming naar de raad. Als het voorstel echt ...
Als daar een klap op moet worden gegeven, in formele zin, dan denk ik dat er nog wel wat open eindjes zijn, waardoor ik neig het een bespreekstuk te willen laten zijn. Dat moet ik even terugnemen naar de fractie. De voorzitter: Dat wordt dan wat lastig, want we moeten nu eventjes hier een beslissing over nemen, volgens mij. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer van der Kruijff: Ik hoor nog maar twee fracties die om een bespreekstuk, bespreking vragen. Onze regels geven aan dat het dan niet hoeft, tenzij een derde zich bij hen voegt. De voorzitter: Laten we even kijken of er drie fracties zijn die het willen. De heer Van der Kruijff: Wat mij betreft mag het gehamerd worden en kunnen we de gevraagde inspanning, dat is waar u over besluit, dat is de laatste alinea ... Daarvan hebben we al aangegeven dat het laatste woord Knarrenhofje, dat we dat iets breder zullen formuleren. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er behalve de heer Kleinpaste en Van der Meer nog meer raadsleden, commissieleden die dit op de agenda willen hebben, als bespreekstuk? Nee. Dan concludeer ik dat het een hamerstuk wordt en dat we kennisnemen van de RIB, volgens mij. Dank u wel. 5. Consultatie Actualisatie Groeiagenda 2023
40
Wordt samen behandeld met agendapunt 6.
6. Raadsinformatiebrief over Groeiagenda 2030 – Monitoringbrief najaar 2022 – Raadsinformatiebrief Voorzitter: Mevr. Kruger Commissiegriffier: Mevr. Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Okkerse (SP) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder T. de Jonge Ambtelijke ondersteuning: dhr. Van Broekhoven, mevr. Goutziers-Leidekker, dhr. Leemans, dhr. De Wit Overige aanwezigen: dhr. Goossensen (portefeuilledirecteur Werkende, Bereikbare en Duurzame stad) De voorzitter: Voor de fun, nog een keer. Nee, want we zijn al ... Het is 21 uur 39 en we zouden 21 uur 30 beginnen. Nou is de vorige commissie ... Liep ook uit. Was natuurlijk een heel zware commissie. Ik begrijp dat die uitliep. Daarom zullen wij nu iets moeten inlopen. Allemaal heel kort en krachtig. Hoe later op de avond is het ook beter om wat korter en wat compacter te vergaderen als tegen elkaar aan te gaan hangen in ellenlange discussies. Welkom allemaal bij de commissie over de Groeiagenda 2030. We hebben het genoemd een consultatie.
Dat heeft te maken met dat we bij het bespreken in november 2022 van het uitvoeringsprogramma 2023, toen gaf de raadscommissie aan speerpunten en input mee te willen geven aan het college, zodra het uitvoeringsprogramma werd verrijkt. Er zijn twee gelegenheden voor deze input gecreëerd, namelijk afgelopen maand in regioverband, op 31 januari in Alblasserdam. Het resultaat van die consultatie is het contourendocument en dat ligt vandaag voor. Ik heb net al gezegd, welkom commissieleden. Ik wil graag even een rondje doen, zodat u zich allen kunt voorstellen. Ook graag aan mijn linkerzijde, de gasten en wethouder en griffier. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier.
41
De heer Van Broekhoven: Hans van Broekhoeven, ambtelijke ondersteuning.
Mevrouw De Jonge: Tanja de Jonge, wethouder. De heer Goossensen: Hans Goossensen, portefeuilledirecteur. De heer Okkerse: Mario Okkerse, SP Dordrecht. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Den Heijer: Rolin den Heijer, VVD. De voorzitter: Ik zie in de tweede ring ook nog twee mensen zitten die ik graag even wil zich ... Of drie zelfs. Sorry. Kunt u zich ook even voorstellen? Mevrouw Goutziers-Leidekker: Eveline Goutziers, ambtelijke ondersteuning. De heer Leemans: Joost Leemans, ambtelijke ondersteuning. De heer De Wit: Niek de Wit, idem dito, ambtelijke ondersteuning. De voorzitter: Dank u wel allen. Een forse ambtelijke delegatie aan tafel en in de tweede linie. Ik wil eerst even het woord geven aan wethouder De Jonge voor een korte introductie voor de start van deze consultatie. Mevrouw De Jonge: Dank u wel, voorzitter.
De stevige ambtelijke ondersteuning is niet omdat ik de heer Burggraaf moet vervangen, maar omdat het gewoon het team is dat hier heel inhoudelijk en procesmatig bij betrokken is geweest en u vanavond hopelijk van veel antwoorden en andere informatie kan voorzien. Ik probeer vanavond wel zo goed mogelijk de vervanging te organiseren. Nou werd al gezegd, in november heeft u al een uitvoeringsprogramma voor 2023 vastgesteld met betrekking tot de Groeiagenda. Deze was beleidsarm, omdat we op dat moment met alle collegevormingen meenden toen nog geen beleidsrijke begroting en programma aan u voor te leggen. Maar we hebben toen wel gezegd, het is ook wel goed om in deze periode tot actualisatie te komen. Dat proces is in gang gezet. Degenen die bij de raadsbijeenkomst 31 januari in Alblasserdam zijn geweest, dat was de oploop om met u van gedachten te wisselen van, wat wilt u
42
meegeven als we het hebben over de herijking en actualisatie van de Groeiagenda? Een Groeiagenda die trouwens van 2030 naar 2040 is gegaan. Dat heeft ook te maken met alle accentverschuivingen die wij hebben gezien in Nederland, in onze regio, waarvan wij zeggen, dat zouden we graag ook een plek willen geven als we dan toch naar zo'n actualisatie toegaan. We hebben ook gezegd, in Dordrecht willen we ook heel graag nog gewoon even een-op-een met onze raad hierover spreken. Vanavond is het ook aan u om ons nog mee te geven waarvan u zegt van, als dat een plek krijgt in die geactualiseerde Groeiagenda, dan zijn we erg content daarmee. De accentverschuivingen heeft u waarschijnlijk ook in het document al gezien. Belangrijk is van, we willen graag van meer kwantitatieve naar kwalitatieve opgave gaan. We zien dat dat ook wel een tendens is in de maatschappij, maar u heeft het natuurlijk ook in Dordrecht in het politiek akkoord gezien. We geven meer aandacht aan een gezonde en een groene leefomgeving, ook in de Groeiagenda. We hebben ook gezegd van, we merken toch waar we voorheen met verschillende groepen werkten dat daar toch steeds wel overlap is en dat de onderwerpen elkaar raken c.q. beïnvloeden. Ze willen ook veel meer voor integrale aanpak gaan. Ook meer integrale afwegingen van de keuzes die we kunnen maken in het regioverband.
We hebben ook gezegd van, als we het dan doen, dan willen we het goed doen. De versterking van de uitvoering hoort daarbij. Samen met u willen we ook eigenlijk meer binnen de regio gaan uitdragen dat we allereerst een hele mooie regio zijn, dat we heel veel kwaliteiten hebben en dat we gewoon een belangrijke functie en positie hebben in een heel ecosysteem wat we hebben. We hebben uw drie vragen al meegegeven op voorhand, waarvan we zeggen, dat zouden wij graag met u willen bespreken. Wellicht heeft u wel hele andere dingen. Daar komen we vanavond wel achter. Maar die vragen, dat zou wat ons betreft leidend voor de discussie zijn. Hoe gaan we nog verder? 7 maart komen de colleges allemaal bij elkaar en ligt er een geactualiseerd contourendocument. Dat gaat doorgroeien naar een nieuwe Groeiagenda 2.0. Dat zullen we in april in de colleges aan de orde stellen. Zal ook weer langs uw raden komen. Dan hopen we eigenlijk eind april met een nieuwe vastgestelde Groeiagenda weer aan de slag te kunnen om de Smart Delta Agenda op te gaan stellen. Voorzitter, even dit ter introductie. Laten we vooral de dialoog met elkaar aangaan. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Jonge. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Ik wil even de drie punten die mevrouw De Jonge al aangegeven heeft ... De heer Kleinpaste: Ik wilde een punt van orde maken.
De voorzitter: U wilt een punt van orde maken. De heer Kleinpaste: Maar dat is omdat ik vanavond waarschijnlijk erg traag ben van begrip en de terminologie verwarrend vind. Maar is een consultatie niet een oordeelsvormend gebeuren? De voorzitter: Een consultatie is wat er nu aangegeven wordt en er kunnen vragen gesteld worden over hoe u vindt en daar ... Aan de hand van de drie vragen die al meegegeven zijn, waar u over na kunt denken. Om zo te komen en genoeg input te geven tot het uitvoeringsprogramma.
43
De heer Kleinpaste: Dan komt er nog een oordeelsvorming? De voorzitter: Ik weet niet of er nog een oordeelsvorming komt. Dat beslist de commissie. Dat is, denk ik, aan u of dat nodig is of niet nodig is. We gaan even de drie punten aangeven die ... Goedenavond. We hebben drie punten te bespreken. Mevrouw De Jonge gaf ze al aan. Het eerste punt is, deelt u de in het contourendocument gezamenlijk geformuleerde regionale ambitie? Twee, welke input wilt u nog meegeven aan de collegeleden in het vervolgproces van de actualisatie van de Groeiagenda 2030? Drie, is u helder hoe de lokale Dordtse agenda zich verhoudt tot de regionale agenda? Welke toelichting heeft u extra nodig? Dat is het consultatiemoment, zullen we maar zeggen. Als eerste wil ik eigenlijk vragen, is het u helder hoe de lokale Dordtse agenda zich verhoudt tot de regionale groeiagenda? Wie kan ik daar het woord over geven? Ik zie de heer Van Dam Timmers een beetje moeilijk kijken. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dank. Dit vind ik best een lastige vraag, omdat je die niet zo een-op-een eenvoudig kan beantwoorden, omdat heel erg natuurlijk de praktische toepassing daarbij van belang is. Er zijn natuurlijk heel veel dingen. Als ik dit stuk zo lees, dan zie je daar heel veel dingen uit ons politiek akkoord in terug, heel veel ambities vind je daar in terug.
Maar om die vraag volledig te kunnen beantwoorden, is het natuurlijk uiteindelijk de toepassing die daarbij van belang is. Dan vind ik deze vraag te ingewikkeld om met een ja of nee te beantwoorden. Die kan ik niet zo beantwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Misschien kunnen we daar zo over in debat en kunt u hem later nog beantwoorden. Wie mag ik vervolgens ... De heer Uysal. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Ter verduidelijking heb ik wel behoefte om een aantal vragen te stellen aan de ambtelijke ondersteuning en ook eventueel aan de wethouder. In het document hebben we het over de sociaal-economische sprong. Dat is een van de ambities van de Groeiagenda 2030. Dat komt ook voor in andere gemeentelijke documenten, ook in het politiek akkoord. Maar ik ben wel heel erg benieuwd hoe we daaraan uitleg geven. Zo’n sociaal-economische sprong kunnen we op meerdere manieren interpreteren. We kunnen eigenlijk, heel plat gezegd, zeggen van, als we relatief meer inwoners naar Dordt halen, wat rijkere inwoners naar Dordt halen, dan kunnen we ook onze sociaal-economische positie verhogen. Maar we kunnen ook zeggen van, investeer in de onderste laag van de samenleving, om op die manier de sociaaleconomische positie van onze stad te bevorderen.
In dat kader is het ook heel erg belangrijk wat voor soort type banen willen wij hier in Dordrecht creëren? Wat voor soort type huizen willen wij hier in Dordrecht gaan bouwen? Ik ben heel erg benieuwd wat we verstaan onder het begrip sociaaleconomische sprong. De voorzitter: Helder. Kan iemand daar iets over zeggen? De heer Goossensen: Ja, is een goede vraag. 2017 hebben we vanuit de regio dat fenomeen van die sociaal-economische sprong benoemd en gezegd, toen begon het over draagvlak voor voorzieningen, denkt u er even aan dat de intercitytreinen hier stoppen? De cultuur, het gymnasium, een aantal voorzieningen die ook draaien op hoger opgeleiden. Die hoger opgeleiden zagen in 2017, die raken we kwijt en die winnen we niet terug op het moment dat ze uit de studentensteden weer ergens gaan landen buiten die studentensteden. Dat was eigenlijk de start in 2017. We hebben toen in Dordrecht in 2019, toen we met de agenda 2030 begonnen, die combinatie die u noemt vormgegeven, zowel richten op woningbouw, ook voor doelgroepen van buiten de stad, die ook aansluit op type banen
44
wat wij hier in aanbod hebben, gecombineerd met het bieden van kansen voor Dordtenaren op alle niveaus. Kijk ook even in het onderwijs. We zijn met het basisonderwijsprogramma De Glanzende Toekomst 16+ ... Daar hebben die combi gevonden. Eigenlijk hebben we in de regio deal, die we aan de regiokant hebben gemaakt in hetzelfde jaar, hetzelfde gedaan. Daar zie je ook zo'n combi. Het is wel nog steeds een goed punt om scherp te houden wat je precies bedoelt met sociaaleconomische sprong, ook in het uitwerken van deze Smart Delta Agenda. Gaan we dat nu weer even in exacte formuleringen geven. De voorzitter: Is uw vraag of uw opmerking zo genoeg ... De heer Uysal: Ja, dit is duidelijk. Ik had ook nog een aantal andere vragen over andere kopjes, want het document is geclusterd onder een aantal kopjes, werk en inkomen, bouwen en wonen. Ten aanzien van bouwen en wonen, nu hebben we een smart ... In dit contourendocument zijn een aantal doelstellingen geformuleerd voor 2030 en voor de komende periode. Als het gaat om wonen is de ambitie om ongeveer 20.000 woningen toe te voegen. Wij hebben in onze eigen politiek ook eigen doelen, bijvoorbeeld dertig procent sociale huurwoningen bouwen.
Maar ik kan heel weinig nog vanuit het document afleiden wat voor soort type woningen we willen gaan bouwen, in welke sectoren willen we gaan bouwen en hoe rijmt dat met onze eigen doelstellingen die we in ons politiek akkoord hebben geformuleerd? De voorzitter: Wie is er van het bouwen? De heer Goossensen: We zijn ook daar weer even terug naar 2017, de start met die gezamenlijke Groeiagenda. We zijn begonnen met getallen. We hebben gezegd 25.000 extra woningen. Waarom? Dat biedt voldoende ruimte om enerzijds de groei die wij in onze regio hebben te bedienen en ook die externe mensen van buiten de regio hier te laten landen. Dat is eigenlijk de basis voor die 25.000. Daar heeft Dordrecht van gezegd, dan pakken wij er 11.000 van. Dat was een hele forse ambitie. Voor de rest zijn een aantal gemeenten daar nog mee aan het stoeien gebleven. Dat moeten we nog wel afmaken. Vervolgens hebben we natuurlijk de doelgroepen-discussie gehad, de sociaal bouw, betaalbaar bouwen en overig. Ook daar hebben we al in de regio veel voorwerk gedaan, maar zullen we nog moeten afronden het gesprek over, wie bouwt nu precies voor welke doelgroepen? We werken al wel goed op om, waar dat mogelijk is, ook subsidies te laten landen. Dat lukt dan vooral in stedelijk gebied. In Zwijndrecht, Dordrecht hebben we forse subsidies gekregen van het Rijk. Dit is wel iets wat we stevig in regie moeten zetten.
Dat is een van de opgaven om nu verder in te vullen. De voorzitter: Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Een van de vragen van vanavond die voorligt, is het helder hoe de lokale Dordtse agenda zich verhoudt tot het totaal? Daar wilde ik eigenlijk nog een vraag over stellen, want dat is me ergens niet helemaal helder. Wat we natuurlijk zien in dat contourendocument, is juist waar we een soort van overeenstemming hebben. Daar zie je, daar verdwijnt natuurlijk een beetje de verschillen ook tussen de verschillende woonplaatsen en de ambities die ze hebben. Ik vraag me af, zijn er ook punten die eigenlijk conflicterend zijn met onze eigen agenda? De heer Goossensen: Kijk, op deze hoofdlijn, op deze punten zitten, ten nazien even van hoe wij als centrumstad erin zitten, geen spannende controversiële punten. Maar op een
45
aantal dossiers liggen er gewoon moeilijke zaken. Pak even de hoogspanningsleidingen bijvoorbeeld, die toch door ons gebied getrokken moeten gaan worden. Daar zie je natuurlijk varianten waarbij een deel van de regio de dans ontspringt en andersom. Dat zijn echt wel moeilijke dossiers. Die ruimtelijke dossiers kunnen af en toe echt ingewikkeld zijn. Hetzelfde is, dat kwam net al even aan de orde, met het sociale deel. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Als ik het document zo lees, dan zie ik heel veel mooie ambities en ook, wat mevrouw Nieuwland ook zegt, onze gemeenschappelijke ambities. Maar er zijn ook een aantal dingen die ik soms mis. Ik vraag me af waar ik die terug moet vinden in ons politiek akkoord. In Dordrecht spreken we bijvoorbeeld ook over wonen voor doelgroepen, zoals bijvoorbeeld de Knarrenhof of voor gezinnen meer in hofjes. We hebben het ook vaak over voorzieningen, bijvoorbeeld in buurten, dat die op niveau blijven. Maar waar zou ik dat moeten terugvinden in dit document of zou dat hier niet in moet staan? De voorzitter: Ik kijk maar automatisch naar links. De heer Goossensen: Kijk, op een aantal fronten moet je als gemeente samenspannen op de regionale schaal. Dan heb je met programmeringen, je hebt toch iets van werken, energie, woningbouw, mobiliteit. Ruimtelijke keuzes worden hartstikke belangrijk.
Voorzieningen in buurten is echt iets wat je lokaal doet. Dan is het ook logisch dat je niet in zo'n regionale agenda dit soort dingen agendeert. De voorzitter: Gaat uw gang hoor. Ik kan wel iedere keer zo ... Ik neem aan dat u via de voorzitter spreekt, maar ... Mevrouw De Jongen: Dank, voorzitter. Gelijk aanvullend daarop. Ik zit zelf ook in de bestuurlijke groep van de Groeiagenda. Hier hebben we ook heel expliciet even met elkaar over gesproken van, wat was de Groeiagenda toen hij ooit begonnen is? Dat was ook puur vanuit sociaal-economische sprong geredeneerd. Daar zijn die vier groepen uit voortgekomen waarvan we zeiden, kijk dat zijn echt de thema's waar je gezamenlijk in kunt optrekken, zodat eenieder daar de bijdrage voor de individuele gemeenten maar ook voor het collectief in ziet. We hebben hier ook best wel even doorgesproken, wat kun je allemaal gezamenlijk doen en hoort dat dan in die Groeiagenda of is het iets wat je ook gewoon met elkaar kunt gaan bespreken? We hebben uiteindelijk gezegd, we willen het eigenlijk heel scherp gecombineerd houden aan die sociaal-economische sprong. Vandaar dat ook de groepen niet al te uitgebreid zijn.
We hebben ook best nog wel een hele discussie gehad, moet je een klimaatadaptatie bijvoorbeeld wel apart of niet apart benoemen? Daar hebben we uiteindelijk wel bijvoorbeeld net gezegd van, wacht even, maar als er iets aan de hand is, dan gaat dat gelijk de hele regio aan. Het zou bijzonder zijn. Het heeft ook gelijk impact op de ruimte en op de ruimtelijke kwaliteit. Maar we hebben bewust gezegd, bijvoorbeeld de recreatie, ook zo'n voorbeeld wat voorbijkwam, dat moeten we misschien echt wel met elkaar bespreken van, hoe kijken we naar recreatie in de hele Drechtsteden, in de hele regio? Maar dat is niet iets wat hier ook echt om ruimte vraagt, in eerste instantie en wat we echt via deze agenda willen laten lopen. We hebben inderdaad best nog wel even gestoeid van accentverschuivingen. Er zijn er een paar, die zijn geland, omdat we in de actualiteit zien van, daar moeten we elkaar echt ook op gaan vinden. Sommigen hebben we gezegd, die laten we nog los, maar we weten elkaar wel te vinden als het nodig is.
46
De heer Van Dam Timmers: Dan toch nog even aanvullend. In mijn beleving zijn voorzieningen juist wel een ruimtelijk verhaal eigenlijk. Als je je ambities hierop zet, dat betekent dat die dingen toch meer naar de achtergrond schuiven, als je het hebt over sportvoorzieningen bijvoorbeeld of als je het hebt over zorgvoorzieningen, supermarkten in buurten. Zie ik dat dan verkeerd dat dat niet concurrerende voorzieningen zijn in diezelfde gebieden en dat dat je ambities wel kan raken? Dan begrijp ik niet zo goed, als je je focus legt op kwalitatieve benadering, dan gaat het toch juist over dit soort dingen of moet ik dat anders lezen? De heer Goossensen: De gang van kwantiteit naar kwaliteit zit hem met name op die aantallen, bijvoorbeeld ook voor arbeidsplaatsen. We wilden ook 30.000 arbeidsplaatsen. Hebben we 10.000 van gerealiseerd. Echt een groot aantal. Daarvan hebben we gezegd, het gaat nu eigenlijk om kwaliteit van die banen. Niet zozeer om hoe we al de banen tellen, maar dat vaste contract. Hebben die mensen ontwikkelkansen. Zitten in de verduurzaming waar wij graag naartoe willen. Om maar eens wat te noemen en op de woningbouw. Ook de kwaliteit van, wat zoek je nu ... Welke doelgroepen wil je bedienen? Als we kijken even ... U noemt even het voorbeeld van de supermarkten. Daar weet Niek de Wit alles van. Die houdt zich met de wijkwinkelcentra bezig.
Daar zijn we natuurlijk lokaal hier druk mee bezig. Misschien kan Niek het aanvullen. Wij zijn regionaal druk bezig bijvoorbeeld wel met kantoorontwikkeling. Dat is echt weer een regionaal thema. De heer De Wit: Volgens mij heeft ... De voorzitter: Ik zie in tweede linie al inderdaad ... Gaat uw gang. Sorry. De heer De Wit: Sorry, inderdaad, ik drukte al even de microfoon aan. De voorzitter: Helemaal prima. De heer De Wit: Volgens mij heeft elke voorzieningentype zijn eigen schaal. Pak inderdaad even de supermarkten. Dat is gewoon echt een wijkgerichte schaal, die je daar te benaderen hebt. Wij hebben wel met elkaar op het vlak van bedrijventerreinen, op het vlak van kantoren en op het vlak van detailhandelsbeleid een regionale programmering, om vraag en aanbod met elkaar in balans te houden. Duidelijke locaties ook te benoemen. Maar detailhandel vind ik echt, even los van de binnenstad, de top van onze detailhandelsstructuur, maar de wijkwinkelcentra is eigenlijk gewoon een lokale afweging, ook een lokale voorziening. Dat heeft zijn eigen schaal. Maar op kantoren zeggen we wel, dit zijn de plekken waar we nog groei zien. Dat is met name de Spoorzone. Goed bereikbare plekken, ov-bereikbaarheid en dergelijke. Daar maak je soms ook wel harde ruimtelijke keuzes in. Wij willen geen kantoorontwikkeling op solidaire plekken. Op bedrijventerrein idem dito.
Ook daar hebben we een vraag en aanbod met elkaar in balans te houden en ook regionale afspraken met elkaar over te maken. Ook de provincie eist dat. Je zal het ook uiteindelijk in je ruimtelijke procedure altijd moeten kunnen beladderen. Je moet ook altijd aantonen of dit de juiste plek is en of die uitbreiding ook kan op die locatie. Dat een beetje als .... Elk voorziening heeft volgens mij zijn eigen schaal. Maar nogmaals, wijkvoorzieningen of supermarkten is toch wel een lokale afweging die je te maken hebt, maar wel vanuit een regionaal beleid, die we met elkaar formuleren. De voorzitter: Dank u wel. Nog een aanvulling.
47
De heer Van Broekhoven: Misschien dat ik nog even mag aanvullen. Je hebt natuurlijk ook grootstedelijke voorzieningen, zoals het Leerpark, Sportboulevard. Dat zijn lokale Dordtse voorzieningen met een regionale impact. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het ... De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank, voorzitter. Ik had een vraag over de energietransitie. Daar staat natuurlijk in wat er ook in de RES staat, die 0,37 terrawatt uur duurzame energie. Dat is 1,1 procent van de nationale opgave. De nationale opgave gaat uit van Nederland klimaatneutraal in 2050. In Dordrecht hebben we de ambitie bijgesteld naar 2040. Wat betekent dat voor deze ambitie? Moet die niet aangescherpt worden om 2040 te halen voor Dordrecht? Daarnaast ben ik ook heel erg benieuwd, hoe gaan we dat doen? Want als je kijkt naar wat er op dit moment allemaal gebeurt, dan liggen we nog niet op koers. Daar zou ik graag wat over willen horen. De voorzitter: Wie? Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Als vervanger, maar dan toch ook nog portefeuillehouder duurzaamheid. Ik kijk even zo of we het allemaal verteld hebben. Dordrecht heeft inderdaad de versnelling ingezet. De eerste sessie die we daar op regioniveau al over hebben gehouden, was druk bezocht. Toen heeft collega Leemans daar ook onze presentatie gegeven, want men kijkt halsreikend wat wij gaan doen. Ze willen eigenlijk gewoon meedoen.
We hebben hier nog gezegd, hier volgen we de landelijke afspraken, zodat de anderen gewoon ook netjes binnen hun eigen akkoorden kunnen volgen. Maar voor Dordrecht betekent dat, dat is even zo'n lokale agenda die je afstemt met de regionale. Wij gaan gewoon voor de versnelling en intensivering. Maar dat moeten we natuurlijk wel in afstemming doen met, want we zitten wel in een energiesysteem met ze. Daar maken we eigenlijk de knip van, wat is nou het totale energiesysteem wat de Drechtsteden nodig heeft en welk deel wij als Dordrecht daarvan willen gaan inzetten? Dat regelen we lokaal. We hopen eigenlijk wel dat ze gewoon bij ons aan gaan sluiten, want dat zou natuurlijk het mooiste zijn. Maar goed, in dit geval hoeft het elkaar niet te bijten. Maar we hebben wel uitgesproken naar elkaar wel het goede gesprek steeds met elkaar hierover. Ik begrijp natuurlijk andersom ook wel, dat als zij zien dat wij ... Dat gaat hun kant op komen binnenkort, dat wij zeggen, we willen toch echt meer aansluiting op het warmtenet. Het warmtenet ook van het Drechtsteden. Dan moeten we wel goed met elkaar in overleg zijn, want ... Ik kijk even of de heer Leemans nog iets wil aanvullen. Nee? De heer Den Hartog: Toch nog even een aanvullende vraag. Vooral ook dan de vraag van, hoe gaan we dat bereiken? De gemeente Dordrecht zet veel in op zonne-energie.
Ik heb zoeven ook eerder een commissie erover gehad, over zon op dak in het 19e Eeuwse Schil. Het is ook heel duidelijk dat dat niet alleen dat doel kan bereiken. Dan moeten we ook kijken naar andere soorten duurzame energie en waar wordt aan gedacht? Mevrouw De jonge: Vandaag hebben we in het college de doorstartnotitie energietransitie vastgesteld. Die komt uw kant op. Daarin geven we inderdaad een doorkijk van, hoe gaan we in Dordrecht de intensivering en de versnelling ook op opwek met elkaar weer bespreken en kijken hoe gaan we het realiseren? Parallel loopt ook nog dat we in het kader van de voortgang van de onze regionale energiestrategieën ook gaan kijken van, hoe staan we ervoor? Wat we daar afgesproken hebben, gaan we dat met elkaar redden? Ook dat heeft dan weer zijn weerslag in onze aanpak van hoeveel we nog moeten gaan opwekken. Waarbij ik altijd wel zeg van, ik kijk naar dit eiland. Ik denk dat de totale behoefte niet helemaal door onze eigen opwek zal worden gedekt. We
48
blijven ook nog steeds een uitdaging hebben die we met elkaar moeten bespreken van, hoe ziet dat ... Kom ik weer op hetzelfde. Hoe ziet dat energiesysteem eruit, waardoor we er toch voor kunnen zorgen dat we wel energieneutraal worden? De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Heel even aanvullend. Als ik het dan goed begrijp, uit wat ik hier lees, dan staat dat eigenlijk allemaal nog best wel heel erg in de kinderschoenen en kunnen we ... De plannen die er nu zijn, dan zijn we nog niet echt op koers. Is dat een goede constatering of zie ik het dan verkeerd? Mevrouw De Jonge: U bedoelt dan als regio of als Dordrecht? Want het maakt het nu een beetje moeilijk. De heer Van Dam Timmers: Als Dordrecht. Mevrouw De Jonge: We hebben het hier over de Groeiagenda van de Drechtsteden, van de hele regio. Wilde ik ook net zeggen, er komt een doorstartnotitie van de energietransitie. Daar kunt u ook zien hoe we op schema liggen. Snel daarna komt de startnotitie klimaatneutraal, waar we u helemaal mee gaan nemen in de Dordtse plannen, om te laten zien hoe we dat kunnen gaan doen. Als u het goed vindt, zou ik die even willen parkeren. Dan gaan we hopelijk binnen een maand echt wel het gesprek met elkaar over hebben, hoe wij denken dat toch te kunnen gaan realiseren.
Los daarvan even dan deze Groeiagenda ook op energie daar aanhakend om toch zoveel mogelijk ook via de regio te kunnen organiseren. De voorzitter: Even eerst het woord aan de heer Den Heijer, want de Dordtse VVD hebben we nog niet gehoord. De heer Den Heijer: Maar hij is er wel. Ik zit eigenlijk zelf een beetje met dezelfde verwarring als mijnheer van Gewoon Dordt, die inmiddels niet meer aanwezig is. Ik zou eigenlijk, ik heb het net even onder elkaar gezet, gewoon ook een reactie willen geven op wat er voorligt. Ik heb zelf ook nog wat aanvullende vragen. Ik ga een aantal vragen achter elkaar opsommen. Het zullen er wat meer zijn dan steeds een enkele vraag. Dan de Groeiagenda. Groeiagenda is wat mij betreft, al sinds dat we daarmee begonnen zijn in de regio, echt stuk vooruitgang. Het is ook het bundelen van opgaven. We zijn ontzettend blij dat dat ook wel zijn vruchten afgeworpen heeft. Even praktisch gezien, we zien het ook gewoon als een soort muntjesmachine. Als je de krachten ook bundelt, kun je ook veel makkelijker een vuist maken naar medeoverheden en cofinanciering regelen. Dat is gewoon hartstikke positief. Wat ik in dit gesprek tegenkom, is dat we het natuurlijk met elkaar op heel veel punten eens zijn. Maar waar het natuurlijk een beetje pijn doet, waar de schoen wringt, is op de punten waar we het natuurlijk niet met elkaar eens zijn.
De voorzitter: De heer Den Heijer, dan ga ik u toch eventjes onderbreken, want ... De heer Den Heijer: Maar ik heb nu mijn punten die ik in ga brengen. De voorzitter: Want het gaat even ... Maar ik wil toch even ... We hebben het over consultatie, oordeelvormend. U geeft al een bepaald oordeel mee. De heer Den Heijer: Helemaal niet. Ik vind het gewoon heel mooi stuk.
49
De voorzitter: Dat is dan ... Dan heb ik u hiermee toch iets uitgelokt. Maar het gaat meer ... Het gaat nu echt om ... De heer Den Heijer: Voorzitter, even voor de orde dan. Dan moet het college niet zo'n stuk naar ons toesturen met die vragen die erbij gesteld zijn. Die vragen zijn aan mij gesteld. Ik wil daar nu een reactie op geven en anders sluit ik gewoon bij mijnheer Kleinpaste aan. Dan ga ik ook lekker aan het bier. Weet je, we zitten hier voor een doel of we zitten hier niet voor een doel. De voorzitter: ik vind dit echt ... Sorry hoor, maar ik vind echt gewoon uitspraken en ook dat net al weglopen, vind ik zo, laat ik het maar gewoon plat zeggen, maar kinderachtig. De heer Den Heijer: Maar mag ik even de punten meegeven dan? De voorzitter: Ik vind het prima. Gaat u uw punten maar maken, alstublieft. De heer Den Heijer: Ik snap wat u wil, maar ik denk dat het nuttig is als we het bundelen ook allemaal en niet los steeds allemaal vragen doen. Kunnen we het ook sneller en efficiënter doorlopen. Dan zijn we daarna ook klaar. De voorzitter: Dat is uw opvatting van hoe het gaat. Ik dacht dat het zo wel aardig ging. Mensen stellen hun vragen en er werd meteen een antwoord op gegeven. Prima. De heer Den Heijer: Wat u wilt. De voorzitter: U wil het anders doen. Noemt u uw punten en dan kan daar antwoord op gegeven worden.
De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Focus op de doelen, dat dreigt een beetje minder te worden als ik de stukken zo lees. Het zit hem met name niet zozeer dat je de doelen loslaat, maar je stapelt met je doelen, er komen doelen bij. Ik ben benieuwd hoe we de doelen, de focus daarop gaan behouden. Je ziet, naast dat je stapelt, ook dat de doelen elkaar gaan raken, want wat vinden we dan belangrijker? We hebben bereikbaarheid. Maar bereikbaarheid raakt ook groen. Daar moeten uiteindelijk keuzes in gemaakt worden. Die keuze zie ik in dit stuk niet terug. Dan hebben we het ook over de accentverschuivingen. Dan vraag ik me af, dan zie ik staan dat het welzijn van mensen bij de sociaal-economische schaalsprong aandacht verdient. Is dit een accentverschuiving of gaan we gewoon het echt anders doen? Ik ben benieuwd hoe daarnaar gekeken wordt. Ook het woord integraal kunnen we inmiddels een sticker van maken. Dat kunnen we echt overal opplakken. Ik vroeg me af, wat bedoelen we dan met een integrale aanpak? We laten de inhoudelijke opgave los, maar wat vinden we belangrijk? Die inhoudelijke opgave of gaan we de opgave gewoon weer verder verspreiden? Misschien zou dat ook wat kracht kunnen missen en de realisatiekracht versterken.
Is daar aanvullende ambtelijke capaciteit op nodig? Hoe verhoudt dat zich tot onze stad? Zie ik ook een verschuiving van kwalitatieve doelstelling naar een kwalitatieve baan. Ik zie dat niet precies het verschil. Waar kiezen we voor? Gaan we die doelstelling van die 30.000 realiseren of willen we nu echt sec gaan voor kwalitatieve banen, want dat is namelijk een wezenlijk verschil in je opgave die je daarmee hebt, al dan niet integraal. Het laatste punt is over de instrumenten die we in kunnen zetten met
50
onze partners om te sturen op de realisatie. Hoe kunnen we daar dan op sturen? Hoe kunnen we ook onze partners daaraan houden om hetzelfde te doen? Want ik snap ook eigenlijk het ongeduld bij anderen van, als we dat hier dan doen, hoe zou dat dan ook zich naar andere gemeentes, waar we dit samen mee oppakken, kunnen verhouden? Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Heijer. Aardig wat vraagjes. Wie begint daar met bijvoorbeeld de focus op de doelen? Hoe houden we deze focus? Als we gaan stapelen, hoe raken die elkaar? De heer Goossensen: Ik denk dat het een goed punt is wat de heer Den Heijer maakt. We zijn natuurlijk vrolijk begonnen, toen we na de crisis echt weer een herstart moesten maken. Toen moesten we de ontwikkeling aan het rollen krijgen met aantallen woningen, aantallen banen. De systeemsprong op het ov, zeiden we toen. Denk maar even meer ov, meer fietsen. Als je daarmee aan de gang gaat, dat hebben we natuurlijk ook in de stad gemerkt, dan moet je dingen wel goed gaan regelen. Dan krijg je natuurlijk een discussie over doelgroepen, dan krijg je een discussie over het type banen, over het meekoppelen van kwaliteitsdoelen op het gebied van groenontwikkeling en zo.
Ik snap heel goed dat u zegt, maar hoe zorgen we niet dat we alles weer aan anders gaan koppelen? Ik denk dat het logisch is dat je onder het kopje van kwantiteit naar kwaliteit ook die kwaliteiten, wat moet het opbrengen, goed meeneemt. Specifiek even uw vraag over die banen. We hebben van die 30.000 banen nu 10.000 extra banen gerealiseerd. Is hartstikke mooi. Nu, met de huidige krapte op de arbeidsmarkt, gaan wij vooral voor het gesprek over de kwaliteit van die banen. Kijk even naar de volgende fase op het DistriPark. We zijn hartstikke best trots op hoe dat de eerste fase gelopen is. Maar als ik nu zelf kijk, ik was bij de opening van DHL, zo’n pakjesbedrijf. Even horen wat voor type banen dat nu zijn. Zijn dat banen met redelijk veel vaste contracten, ontwikkelkansen voor mensen? Dat is wel nu het vraagstuk. Als u dan zegt, maar hebben we dan die 30.000 losgelaten? Nee, want Niek de Wit, niet net al even het woord had, kijkt natuurlijk nu wel dat we voldoende ruimte in Dordrecht en in de regio ook houden voor banen in de toekomst. Als die regio natuurlijk doorgroeit naar 300.000-plus inwoners, moet je naar verhouding ook wel in banen gaan meegroeien. Zo moet u het ongeveer zien.
Die integraliteit, dat is een rotwoord, ben ik helemaal met u een, maar als je ook kijkt, pak even onze Spoorzoneontwikkeling, dan is het ook noodzakelijk dat je vanuit die doelen op het gebied van wonen en banen en die ov en die kwaliteitskant, dat je dingen wel bij elkaar brengt. Ik zie vanuit die verschillende kolommen, ook in dit regioplan, dingen wel. Hetzelfde geldt voor de oeverontwikkeling. Daar hebben we ook een plan opgetrokken, regiodeal. Daar zie je dit soort ambities weer aan elkaar verbonden worden op specifieke plekken. De voorzitter: Dan hadden we ook nog de vraag instrumenten sturen, ik heb het maar even zo opgeschreven hoor, op de realisatie, hoe houden we onze partners erbij betrokken? Wie gaat er over de realisatie en de partners erbij houden? De heer Goossensen: We hebben gelukkig veel partners op de lokale schaal om dingen uit te voeren. Als wij ontwikkelen, met ontwikkelende partijen, corporaties, partijen met wie we over het fietsen nadenken, et cetera, dat doen we gelukkig heel veel met lokale partners. Er zijn ook partners, neem eventjes partijen in de duurzaamheidshoek, een HVC, ook weer diezelfde corporaties, het onderwijsveld, waarmee je op de regionale schaal hartstikke goede afspraken kan maken. Dat schakelen met sommige partijen, een goed plan trekken op de regioschaal ...
Als HVC zijn ontwikkelingen wil afstemmen, is het heel goed dat je als gemeente ook samenspant over hoe het gaat. Hetzelfde geldt voor
51
corporaties, hetzelfde geldt ook voor mbo-, hbo-onderwijs. Maar gelukkig kunnen we ontzettend veel dingen doen op de lokale schaal. Daar voer je dingen uit. De regio, dat is echt een keus geweest, die hoeft niet een vorm van doorzettingsmacht te hebben om dingen te realiseren. We hebben gezegd, we doen het gemeentelijk, het overheidswerk van onderop, vanuit de gemeente, verlengd lokaal bestuur. Realisatiekracht moet bij gemeenten zitten. Waar er in uitvoering gewerkt wordt, zie je meer gemeenten samen opwerken, bijvoorbeeld wij met Zwijndrecht in Spoorzone-uitvoering, dan dat we die regio daarop willen hebben. De randvoorwaarden om die dingen goed uitvoerbaar te krijgen, die zit wel bij een aantal regiotaken. Daar zijn we heel scherp op, wat onze collega Hans van Broekhoven, sorry, altijd zegt van, laten we zorgen dat de dingen die echt regionaal moeten gebeuren, die we echt met elkaar moeten doen, dat die goed bij de regio worden belegd. Daar hebben onze partners, die regionaal werken, het meest aan. De voorzitter: Maar natuurlijk, mijnheer Den Heijer, gaat uw gang. De heer Den Heijer: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me nog af, want het is natuurlijk weer een hele ... We hebben heel veel jaren achter de rug. Dat nodigt ook uit om juist weer extra dingen toe te voegen.
U zegt van, je moet dat integraal bij elkaar pakken, want je moet ook verschil in werk, wonen, mobiliteit ... Dat komt in die grote uitdagingen gewoon ... Zit dat daar gewoon in besloten. Maar hoe vindt dan daarbinnen die weging plaats, wat dan voorkeur geniet en wat we daarin het belangrijkst vinden? Wie is daar dan in aan zet? Is dat dan de regio, is dat het college of gaat het ook langs ons als raad, omdat wij daar natuurlijk ook wel zeggenschap over hebben. De voorzitter: Een mooie vraag. Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dat is zeker een mooie vraag. Kijk, het simpele antwoord is, er is niets meer besluitvormende organen in de regio. Het kan niet anders dan wat er op regioniveau met elkaar afgesproken wordt, dat dat altijd via college naar een raad gaat en dat de zeven raden met elkaar moeten instemmen eigenlijk met dezelfde documenten. Dat is best een uitdaging natuurlijk, want overal kan er geamendeerd worden op wat we als bestuurders misschien dachten heel erg leuk met elkaar te gaan doen. Maar zo werkt het vanuit de besluitvorming. Natuurlijk willen we dat zo goed mogelijk allemaal op elkaar afstemmen, maar daar zit nog steeds de lokale inbreng. Hoe maak je die afweging? We proberen natuurlijk tussen de pijlers echt heel veel overleg te hebben. Sterker nog, we hebben ook gezegd van, in het overleg komen extra bestuurders die ook voor gaat zorgen.
Toevallig is er één bestuurder die in alle vier de groepen zit en straks in vijf dan, als deze nieuwe erbij komt. We hebben ook die persoon eigenlijk de opdracht gegeven om een soort linking pin ... Sommigen noemen het de breinaald erdoorheen, of weet ik veel wat ze het noemen. Satéprikker, die. Om juist ook ervoor te zorgen, wat wordt er in die verschillende pijlers besproken? Is dat in lijn met elkaar? Ik kan alleen uit mijn ervaring vanuit energiegroepen spreken. Daar hebben we ook gezegd van, kijk, bouwen moet eigenlijk verantwoordelijk zijn voor de energie in het bouwproject. Daar moeten we eigenlijk niet over willen gaan. Maar wij moeten wel kunnen aangeven vanuit de energiesysteem en de grote transitie die we willen hebben, wat zijn eigenlijk misschien faciliterende voorwaarden, randvoorwaarden vanuit de energie die wij aan bouwen willen meegeven van, daarbinnen zou het heel fijn zijn als jullie de ontwikkelingen doen, want dan hebben we de win-win voor alle opgaven die we hebben. Zo schakelen we daartussen. Want ondertussen vragen zij natuurlijk aan ons weer van, we moeten ook nog mobiliteit in die wijk hebben en jullie willen all electric en beste groep energie, gaan jullie eens even de lobby doen om te kijken hoe we in de Drechtsteden dat voor elkaar kunnen gaan krijgen, dat er geen net congestie gaat
52
ontstaan en dat we de slimme innovaties ook misschien in onze regio kunnen gaan toepassen. Zo is ook een beetje de wisselwerking om de overwegingen te kunnen gaan maken. De voorzitter: Helder. Voldoende beantwoord. Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Ik kom toch weer even met een losse vraag. Maar ik zit nog een beetje in mijn maag met de lokale arbeidsmarkt. U heeft daar net ook iets over gezegd. Maar in het kader van werk en economie, we hebben inderdaad die switch gemaakt maakt van die kwantitatieve groei van 30.000 banen naar kwalitatieve groei van werkgelegenheid. Maar ik vraag me toch af wat we daaronder moeten verstaan. U zei net ook al van, ontwikkelkansen en vaste contracten en dat soort zaken. Maar ik ben ook heel erg benieuwd, kunnen wij daaronder ook verstaan of dat ook in verhouding staat tot de behoefte van nu en de economie van de toekomst en duurzaamheid en circulariteit en noem het maar op? Is dat hetzelfde? Kunnen we dat onder dat begrip verstaan, kwalitatieve groei van werkgelegenheid? De heer Goossensen: Laat ik even beginnen. Dan grijp maar in als ... Kijk, u noemt een paar termen even naast elkaar. Ik zal er even op ingaan. Die arbeidsmarkt is hartstikke dynamisch. We zitten nu in een hele krappe arbeidsmarkt. Dat betekent dat we enerzijds alles doen om, waar er nog potentieel zit, potentieel is het mooie modewoord, om dat in te zetten.
Schoolverlaters, mensen die om wat voor redenen thuiszitten, maar ook mensen die bij bedrijven zitten waar het even minder gaat, wat anders willen en misschien wel helemaal van sector willen skippen. Dat is nu een actuele opgave. Die gaan we zeker vanuit het lokale inzetten, maar mijn verwachting is, dat zitten hem bij werken, dat we dat op regionale schaal ook een uitrol geven. Er zijn ook nog ontwikkelingen die in het toekomstperspectief zitten. Het verduurzamen bijvoorbeeld in de economie. Dat is meer een iets langere termijn opgave. We zijn ook bezig met circulaire principes, in de bouw, als we kijken naar onze zeehaven, et cetera. Dat is meer een kwestie van, waar de mogelijkheden zich voordoen, vooral nu in dingen in actie zetten. We hopen natuurlijk op meer handvatten vanuit het Rijk, zodat we dat steeds steviger vorm kunnen geven. Enerzijds dingen die heel conjunctuurgevoelig zijn snel bijstellen op wat er nodig is. Anderzijds het ontwikkelpad, vooral richting het verduurzamen, steeds steviger aanzetten wanneer we ook echt vanuit stad en regio gas kunnen geven. Ik denk dat dat voor nu het verhaal is vanuit werk en economie. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers nog. De heer Van Dam Timmers: Dank. Heel even daarbij aansluitend.
Dan gaat het ook over die kwalitatieve werkgelegenheid, gaat het ook over lobby en wat voor bedrijven trek je hierheen? Gaat het dan ook om overheidsdiensten? We hadden ooit een belastingkantoor. Al dat soort vraagstukken. Is dat ook een regionale opgave of gaat elke gemeente daar toch weer voor zichzelf? De heer Goossensen: We proberen natuurlijk lobby als het gaat om, wat willen we graag van het Rijk en van de provincie? Dan kan het ook gaan om dit soort Rijksinstituten. We hebben ook Rijkswaterstaat hier zitten en het kantongerecht. Maar wij proberen wel met één mond te spreken. Dat lukt bijna altijd. Soms dan moeten we zeggen, agree tot disagree, maar dan zijn we er transparant over. Maar we hebben wel als Drechtsteden gemeenten met elkaar de afspraak dat we niet van elkaar los naar het provinciehuis rennen of naar departementen en onze lobby, ons verhaal ... Dat is ook het leuke, dat wij al zes jaar lang in dezelfde route zitten en dat we onze agenda wel verbreden. Wordt ook
53
steeds herkenbaarder. Dat werkt natuurlijk, omdat mensen graag ook een beetje vastigheid willen voelen. Dat we niet elk jaar met iets anders aan komen zetten. Vanuit ons basisverhaal komen we natuurlijk telkens weer tot nieuwe proposities. Om eens wat geks te noemen, de TU Delft kijkt nu of ze buiten Delft ook uitbreiding moeten vinden, want ze kijken naar steeds grotere aantallen studenten. We hebben natuurlijk heel veel grote bedrijven in de regio, die intensief contact hebben met de TU Delft, op het gebied van onderwijs en onderzoek. Natuurlijk kijken we dan met de TU en met andere partijen binnen de provincie of dat ook een verbinding met Dordrecht zou kunnen krijgen. De voorzitter: Wie heeft er nog een consulterende vraag? Ik durf bijna het woord niet uit te spreken. Als dat niet het geval... Mevrouw Nieuwland nog. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Het is niet helemaal een vraag. Ik denk dat ik ook nog steeds worstel met wat nu van ons verwacht wordt. Want in het kader van, welke input wilt u nog meegeven, wil ik graag nog een puntje maken op het gebied van mobiliteit. Daar staan volgens mij mooie punten tussen over waar we allemaal aan gaan werken. Maar wat ik een beetje mis is ook, hoe krijg je mensen mee in die verandering? Meer de ontwikkeling van gedrag, daar zie ik helemaal niks van tussen staan. Misschien is dat een puntje wat hier ook nog een plekje in verdient.
De heer Goossensen: Ik kan daar ... Als u het goed vindt? We hebben de afgelopen jaren echt energie gestoken vanuit de regio om met bedrijven in contact te zijn over, wat kunnen jullie doen om te zorgen dat jullie werknemers meer de fiets pakken, minder voor korte stukjes de auto? Bij de werkzaamheden aan de N3 was echt succesvol. Want was het op een gegeven moment ook noodzaak om met alternatieven te komen. Zie je best dat die shift of die verandering van mobiliteit wel zin heeft. We merken ook wel dat nu we lokaal met onze mobiliteitsagenda aan de gang gaan, op dit moment wordt de startnotitie voor mobiliteit in een andere zaal besproken, dat je lokaal nog meer kracht natuurlijk kan zetten op hoe je discussie aangaat over stappen en trappen en ov versus gebruik van je privéauto. Het lokale zal altijd steviger ingezet worden en het regionale zal daar aanvullend op zijn. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer stak nog zijn hand op om iets mee te geven of om nog iets te vragen. De heer Den Heijer: Ik had nog een verduidelijkingsvraag. Onze focus verschuift daarbij echter naar thema's als brede welvaart, het welzijn van mensen met bijbehorende kwalitatieve en sociaal-maatschappelijke opgaven, zie ik in dit stuk staan. Dat is de eerste accentverschuiving waar dit stuk over schrijft.
Wat bedoelen we daarmee? Is dat iets wat u zegt bijvoorbeeld van, we kiezen voor het welzijn van mensen, langdurige contracten in plaats van kortdurende contracten? Is dat het welzijn van mensen, in het kader van sociaal-economische schaalsprong? De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Ik begin gewoon en dan vullen ze het wel aan. We zijn op dit moment met deze zelfde samenstelling ook aan het kijken, de sociaal-economische sprong, hoe vullen we die in binnen de Drechtsteden? Ook daar kijken we weer vanuit de vier pijlers van, wat zijn de aspecten waarvan wij zeggen, dat vinden wij ook echt onderdeel zijn van de sociaal-economische sprong. De brede welvaart is natuurlijk nogal een buzzword geworden eigenlijk. Vorige week mocht ik bij de presentatie van Rabobank zijn, die
54
onderzoek heeft gedaan ook naar de sociaal-economische positie in de regio. Die gebruikt dan ook ineens het woord brede welvaart. Dan zie je dat er heel veel onder valt, want het gaat zowel over de wat hardere dingen als de hele zachte dingen. Wij hebben hier gekozen dat we zeggen van, wij willen wel vanuit die brede welvaart gaan kijken, maar wel dan, wat is het effect van onze pijlers op de brede welvaart? We gaan het niet helemaal breed trekken. Sociaal gaan we hier echt niet bij doen, want daar hebben we al onze sociale dienst, waar we met zijn allen inzitten. We hebben gezegd van, een stukje van die brede welvaart, dat is inderdaad banen, dat is wonen, dat is de mobiliteit, eigenlijk de pijlers die wij hebben, dat zijn echt de zaken waarvan we in dit verband zeggen, daar willen wij dan de brede welvaart. Zie het als dat we de mensen die hier leven willen houden en die een goed leven willen geven. Dat even heel simpel geredeneerd. Dat we de voorziening ook willen hebben om te kunnen zeggen van, bedrijven, vestig je hier. We zijn aantrekkelijk om ook uit buiten onze regio misschien werknemers. Dan komt de mobiliteit bijvoorbeeld weer om de hoek kijken. Zo hebben we voor dit document de brede welvaart ingevuld. De voorzitter: Dan wil ik het hierbij afronden, want ik zie niemand meer die nog iets wil toevoegen. Mijnheer Van Dam Timmers, vooruit dan maar.
De heer Van Dam Timmers: Toch nog één ding. Ik twijfelde heel erg. Dat zit hem toch in mobiliteit. Wat ik soms ingewikkeld vind, mevrouw Nieuwland gaf het ook al aan, we werken hier altijd met mooie principes, mooie taal, dingen die heel goed en mooi staan opgeschreven. Maar is het niet, dat vraag ik me toch sterk af, ook rondom het stompprincipe en ook als ik even dan naar mijn persoonlijke situatie kijk, met kinderen en ook andere mensen die ik goed ken. Dan zie ik dit als wishful thinking ten opzichte van de keuzes die mensen zelf maken en waar ze zelf gaan wonen. Voor een deel van de mensen in de binnenstad past dit heel goed. Maar als je kijkt naar de iets verdere wijken, willen mensen gewoon een auto voor de deur. Ik zie nog niet helemaal in, ook niet op basis van dit document, dat dat binnen afzienbare tijd gaat veranderen. De voorzitter: Het is ook weer een mening van, ik zie niet dat dat binnenkort gaat veranderen. Maar het is meer de vraag van, waar kan ik zoiets terugvinden? Wie kan daar een antwoord op geven? De heer Goossensen: Het is natuurlijk evident dat daar waar je met stappen, trappen en ov goede alternatieven kunt organiseren voor gebruik van je privéauto, dat het makkelijk is .... Pak in onze Spoorzone, de bouwen rondom de ov-kernen, binnenstedelijk kun je daar forse verandering in organiseren.
Dat zie je alle gemeenten, alle steden van redelijke omvang en goed ov doen. In buitenwijken zie je natuurlijk wel dat mensen, waar ze twee auto’s hebben, tegenwoordig kiezen voor één auto plus een bakfiets of een deelauto-abonnement et cetera. Je ziet ook wel daar dat bijvoorbeeld investeringen in fietsinfra, kijk ook wat je tegenwoordig met een elektrische fiets aan bereik hebt, dat je meters kan maken. Maar er is echt wel een verschil tussen die binnenstedelijke plekken, dicht bij het ov en plekken, inderdaad zoals u aangeeft, wat verder van de binnenstad. Daar zul je een ander stomppatroon zien, maar daar zie je wel ruimte voor ontwikkeling. Mevrouw De Jonge: Aanvullend wel een voorbeeld, waar we het over gehad hebben. Voor de regio is het Albert Schweitzer ziekenhuis gewoon een belangrijke werkgever. Er komen heel veel mensen uit de regio. Er werd gezegd van, het is niet vanuit de regio altijd makkelijk om daar te komen met openbaar vervoer. Dit was zo een die we in mobiliteit hebben besproken van, dat moet je gezamenlijk op gaan lossen. Hoe zorgen we ervoor dat de infrastructuur zodanig goed wordt dat ze niet eerst per definitie naar Dordrecht het station moeten en dan weer met een bus terug moeten, bij wijze van
55
spreken, naar het ziekenhuis. Dat zijn de dingen waarvan ... Dat willen we op regioniveau goed met elkaar gaan bespreken en ook kijken van, kun je daar gezamenlijk een lobby op zetten. Want alleen Dordrecht vragen van, mogen we nog een extra buslijn, dan scoor je niet zo goed als je zegt van, we doen dit, omdat er dan veel meer mensen die werken bij het ziekenhuis makkelijker er kunnen komen, ook in de nacht of op tijdstippen die nu dan onrendabel worden geacht voor openbaar vervoer. Zo moet je het zien dat we dan zeggen van, daar zit de kracht dan van de regio om ervoor te zorgen dat een belangrijke werkgever ook de mensen kan krijgen. Dat willen we dan ook faciliteren met zijn allen. De voorzitter: Wil ik het toch nu gaan afronden. Ik heb het idee zo dat er toch nog wat ontevredenheid heerst bij deze en gene over hoe deze commissie nu verlopen is. Ik snap daar ook wel iets van, in de zin van, we hebben consultatie en we hebben beeldvormend, we hebben oordeelsvormend, we hebben besluitvormend. Het loopt allemaal soms een beetje door elkaar. Nu hebben we de consultatieronde. Volgens mij hebben we daar nog niet zo heel veel mee te maken gehad. Ik snap ook wel de verwarring. Ik was ook eigenlijk verward door reacties daarover.
Dat ik dacht, we gaan gewoon met elkaar in gesprek en we hebben voldoende mensen om ons heen die vragen kunnen beantwoorden en die kunnen zeggen van, dat is een goede vraag of dat is een goede opmerking, die nemen we mee. Want in april komt het contourendocument 2.0 onze kant op, heb ik begrepen. Een Groeiagenda 2.0 komt onze kant op en de doorstart notitie energietransitie, zeg ik dat goed, komt ook onze kant op. Dat staat hier los van. Maar goed, we krijgen allerlei documenten. In een andere zaal is ook het ov en dat soort ... Wordt allemaal besproken. Het is een groot geheel. Het behelst heel veel portefeuille, zo ook het behelst heel veel dingen die elkaar raken. Ik vind het jammer dat dat voor sommigen zo verwarrend was dat men niet meer mee kon doen, om toch te proberen er nog met elkaar iets van te maken. Ik wil voorstellen om dit nu zo als oriëntatieavond af te sluiten, af te wachten wat er nog verder op ons afkomt. Mocht u zelf ook nog ideeën hebben, tegenwoordig heel hip in onze raad, met een initiatiefvoorstel of met een motie of amendement, dan houden denk ik de ambtenaren en de wethouders zich wel aanbevolen. Ik wens u allemaal ... Hartelijk dank iedereen die hier gekomen is. Ik wens u allemaal nog een fijne avond en voor straks welterusten en morgen weer gezond op.
56