2.6 2022-01-25 Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving - concept.pdf
Tekst van het document
Maar volgens mij is in de overeenkomst niet opgenomen dat wij verplicht zijn een schip te leveren, nee. Maar natuurlijk, dit is nog even in vergelijking met een tweedehands auto. Als mijn auto nu stuk gaat, dan weet ik zeker: ik kan er morgen 20 uitzoeken. Want ik zoek even rond en er zijn diverse modellen in de prijsklasse enzovoort. Dit soort schepen is dat iets anders, maar natuurlijk er zijn altijd schepen in onderhoud en dan worden andere
40
schepen ingezet. Dus daar wil ik best even naar kijken. Als dat de wens van de commissie is, en ik hoor die wens wel. Is er een andere mogelijkheid dan deze? Nou, dat lijkt me een goede vraag om even mee terug te nemen. De voorzitter: Ik heb nog twee interrupties open staan. Dat is eerst mijnheer Portier en daarna nog eentje van mijnheer Nederhof. De heer Portier: Ja, voorzitter. De wethouder blijft een beetje eromheen draaien of het nu wel of niet de verantwoordelijkheid van de gemeente is. Als het de verantwoordelijkheid is van Blue Amigo om ervoor te zorgen dat er een schip is, ja, dan kunnen we als gemeente gewoon zeggen van: nou ja, het kan het kopen voor wat het nu waard is en dan zorg je zelf maar dat het goed genoeg blijkt om in de vaart te houden. Wil je dat niet, dan zoek je ergens anders een schip. Nou, de GVB is net in Amsterdam overgegaan op elektrische boten. Koop een van die oude ponten daar, maar dat is niet de verantwoordelijkheid van de gemeente dan. Waarom gaan wij tonnen en tonnen en tonnen steken in een schip om daarmee een private partij te bevoordelen? Kan de wethouder dat mij uitleggen. De voorzitter: Wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Zoals ik net al zei: ik heb hier niet de exacte overeenkomst voor me bij de hand die me kan vertellen hoe exact die verantwoordelijkheid is.
Voor zover ik weet hebben wij niet de verplichting om een schip te leveren. Maar ik snap ook wel als wij geen schip leveren, dan moet er een ander schip komen. Nou, als we dat aan Blue Amigo vragen, dan zal daar waarschijnlijk ook een prijskaartje aan hangen. Dus ik wil die vraag meenemen, zoals ik net al zei. En inderdaad, het is sowieso een ingewikkeld verhaal. Je koopt een schip drie jaar geleden tegen een bepaalde waarde en nu is het zoveel minder waard geworden. Dat is een lastig verhaal, dat snap ik ook. En er zijn allerlei redenen voor in de techniek, het heeft ook met de markt te maken. Het is sowieso een ingewikkeld verhaal, daar ben ik me heel erg van bewust. Maar deze vraag neem ik mee en als er een andere oplossing is dan deze, dan gaan we kijken of dat misschien beter aansluit bij de mensen van de commissie en of dat onder de streep dan minder onvoordelig uitpakt. Want hoe dan ook, het is geen winst pakken. Dat is ook door andere insprekers al, of door andere commissieleden al gezegd. Het heeft deels te maken met afspraken van fair voor uw en fair voor onze tijd. Ooit is die verplichting overeengekomen om het schip over te nemen. Nou, dan heb je het ook te gebruiken en dat hebben we gedaan. Maar deze vraag neem ik even mee terug. De voorzitter: Wethouder, misschien mag ik de commissie een voorstel doen.
Want volgens mij is dit nog niet rijp voor een besluit te nemen. En ik zie alweer allerlei interrupties komen. Ik weet niet of er een deadline op dit dossier zit? De heer Van der Linden: Nee, er zit geen harde deadline op. Er zijn een paar detailvragen gesteld over waar de bepaling en over waar er voor of na onderhoud en wat dan wel en wat dan niet, die zijn ook al beantwoord in de extra vragen van GroenLinks. Maar ik merk toch dat daar wat verwarring over is, dan gaan we eerst kijken of we die kunnen verhelderen. En ik hoor eigenlijk een overstijgende vraag: zijn
41
wij verantwoordelijk voor het leveren van een schip? En zo nee, en letterlijk zijn we niet verantwoordelijk volgens mij, maar dat ga ik eventjes goed na, wat zijn dan de alternatieven? En wat kunnen we daarmee doen? En een vraag die daaruit voortvloeit is dan op een gegeven moment: wat wil je met het schip? Wil je dat inderdaad in opgepoetste toestand met een restwaarde die negatief is verkopen? Of wil je het gewoon laten we zeggen tegen executiewaarde kwijt? Waarbij ook boekverlies hebt, maar geen kosten maakt. Nou, dat is dan misschien een soort drie-laags aanpak in de vragen. Zal ik hem zo meenemen? De voorzitter: Wat mij betreft wel. Maar de commissie gaat over haar eigen agenda. Kan de commissie met dit voorstel leven dat we het gewoon aanhouden, omdat er geen fatale beslistermijn op zit? De wethouder nog met antwoorden komt en dat we het nu af gaan sluiten. Want we hebben bij het volgende agendapunt ook nog een inspreker en dat vind ik altijd een beetje vervelend als we die dan heel erg lang moeten laten wachten. Nou, ik zie mensen … De heer Nederhof: Voorzitter, mag ik nog heel even iets aanvullen? Want ik heb eventueel, sorry heel eventjes. Het gaat erom: waarom wil de Amigo die boot in 2019 niet overnemen? Omdat de prijs waarschijnlijk te hoog was, maar dat wil ik graag weten.
En ik denk dat u gewoon een onderhandelingsplan moet wijzigen en ook die Hooikade waterbushalte moet meenemen. En misschien is dat een opening om ons tevreden te stellen. Nou, dat horen we dan graag. De voorzitter: Kunt u dat toezeggen? Dan sluiten we dit onderwerp sluiten we af. Zijn er nog vragen die u mee wil geven aan de wethouder of aan het college, stuur ze dan even via de griffie aan het college. Met technische vragen, mijnheer Stolk. Heel kort. Als het niks anders is dan wat er al gezegd is. De heer Stolk: Het is eigenlijk zo dat de veerpont die dus nu in de vaart is, dat is waar we het nu over hebben die verkocht moet worden. Is dat juist? En dan heb ik een vervolgvraag? Dat is dus de pont die er nu vaart? Dan vraag ik mij af, als die dus nog een jaar moet varen, we hebben het over de veiligheid en achterstallig onderhoud. Hoe veilig is deze op dit moment en de komende tijd als wij hierover discussiëren? Moet die sowieso al niet de vaart uit? Dat is mijn vraag. De heer Van der Linden: Nou, die vraag kan ik beantwoorden. U heeft bij de stukken een aanschrijving gezien. Het onderhoud wat daarin wordt voorgeschreven, dat moet je uitvoeren, dat moet je ook willen uitvoeren. Je gaat niet varen met een schip waarvan je niet zeker weet of het veilig in de vaart kan blijven. Dit schip kan veilig in de vaart blijven.
Anders moet je meteen noodzakelijk onderhoud plegen en dat is altijd zo. En dat is gedaan. De voorzitter: Helder. Mijnheer Portier, is het echt dringend? Want ik wil echt door nu naar het volgende onderwerp. Ik ben beschikbaar tot 11 uur en daarna sluit ik gewoon de vergadering. Of gaat u gezellig met zijn allen door. Een korte opmerking.
42
De heer Portier: Voorzitter, ja, omdat mijnheer Nederhof meegeeft van: betrek de Hooikade erbij. Maar ik zou willen voorstellen om alle dossiers zuiver te houden en niet allerlei dingen met elkaar te gaan mengen. Dus dat lijkt mij geen goed idee. Dat wou ik nog even zeggen. En als verder inderdaad het voorstel aangehouden wordt, prima, akkoord. De voorzitter: Goed. Dan dank voor dit onderwerp. Dan sluit ik dit onderwerp af. 21. Bespreking dossier Hanneken van Dordt De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende onderwerp, dat is de bespreking dossier Hanneken van Dordt. Het zijn beantwoorden artikel 40-vragen van Gewoon Dordt over Hanneken. Portefeuillehouder is Rik van der Linden en Maarten Burggraaf. Afgelopen najaar heeft Gewoon Dordt om bespreking van het dossier Hanneken van Dordt gevraagd. De centrale vraag: hoe kunnen wij de realisering van het plan op de best denkbare locatie mogelijk maken? Voordat ik mijnheer Kleinpaste van Gewoon Dordt het woord geef, heeft mijnheer Dekker van Stichting Hanneken van Dordt gevraagd vanuit de stichting en de Kunstenaar de stand van zaken kort te mogen toelichten. Het woord is nu aan mijnheer Dekker die daarvoor net als andere sprekers vijf minuten krijgt. En daarna is de gelegenheid voor vragen te stellen aan de inspreker. Gaat uw gang. De heer Dekker: Ja, dank u wel, voorzitter.
Mijn naam is inderdaad Bertel Dekker, een bestuurslid van de stichting Hanneken van Dordt. Ons doel als bestuur is om samen met de kunstenaar de stad in de breedste zin van het woord, de omwonenden en alle betrokkenen die erbij zouden kunnen zijn, het beeld van Hanneken van Dordt te realiseren op een prominente plek in Dordrecht. Om even de stand van zaken te schetsen. Afgelopen jaar is er door de kunstenaar Gerard Lenting een schitterend schaalmodel gemaakt, vier meter hoog in schaal 1 op 5 van het beeld. Dat schaalmodel is eigenlijk een soort on-tour geweest. Het heeft bijvoorbeeld afgelopen najaar in de torenkamer van de grote kerk gestaan. Er zijn erg veel bezoekers geweest, 2500 reacties hebben we daarop gekregen. Eigenlijk overwegend heel positief, wat ik me ook voor kan stellen, want ik denk dat een heel aantal van u het ook wel gezien heeft, het beeld. Ja, het ziet er echt schitterend uit, zelfs in deze schaal. En ja, dan spreekt het alleen maar tot de verbeelding wat er straks in de volle grootte kan worden. Vervolgens is ook tijdens het dwaalspoor in december, de lichttocht door de binnenstad, heeft het beeld geprojecteerd gestaan op de zijgevel van hotel Belavu, direct naast de Boombrug, wat natuurlijk een prachtige historische referentie is. Omdat het beeld van de stad daar ook in het verleden ook gestaan heeft, er zijn oude kaarten en tekeningen uit.
En op dit moment is het schaalmodel naar de hal van het Albert Schweitzerziekenhuis gegaan en staat het daar tentoon. Dus als u het gemist heeft in de grote kerk en nog wil zien, loop even bij het ziekenhuis binnen zou ik zeggen. Dan over de locatie. U weet van de problematiek rondom de eerste plek die de kunstenaar en wij als stichtingsbestuur ook graag wilden. Rijkswaterstaat heeft daar natuurlijk een negatief advies op gegeven. Wij zijn als stichting van mening dat wij daar eigenlijk van zeggen de plek moet echt in overeenstemming zijn tussen Rijkswaterstaat, tussen de gemeente en alle betrokkenen. En wij volgen daarin het advies van de gemeente. De kunstenaar heeft een nieuwe plek voorgesteld op de Stadswerven-West. Wat ons betreft als bestuur ook echt een
43
schitterende plek. Ik heb in de vorige commissies de presentatie van het Waterplein aan mogen beschouwen. En ik denk dat die op die plek ook heel erg mooi tot zijn recht zou kunnen komen, het beeld. Er is al informeel overleg met onder andere Rijkswaterstaat over geweest en die waren informeel in ieder geval positief over die nieuwe plek. De formele reactie komt daar nog van. We zijn ook de vorige keer is bij de presentatie van de Stadswerven-West aan u een lijst met stakeholders gepresenteerd waar de gemeente in gesprek mee gaat, met de volledige ontwikkeling. En wij zijn ook als stichtingsbestuur op die lijst opgenomen, waar we natuurlijk erg blij mee zijn. Zij het dat wij wel de hoop hebben dat het beeld niet hoeft te wachten tot de hele procedure rond alle plannen op de Stadswerven rond is. Want wij willen graag het beeld eigenlijk zo snel mogelijk realiseren of gerealiseerd zien. Dat even voor wat betreft de stand van zaken. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Dekker, voor deze stand van zaken. Een heldere toelichting ook, dank daarvoor. Zijn er commissieleden die nog vragen hebben aan mijnheer Dekker? Ik zie als eerste mijnheer Oostenrijk. Mijnheer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Het verhaal van mijnheer Dekker, waarvoor dank, was helder. Toch nog even een prikkelende vraag, met de kijk van vandaag.
Als er geen probleem zou zijn met Rijkswaterstaat over beide locaties, waar zou dan nu vandaag de voorkeur naar uitgaan? De heer Dekker: Kan ik daar nu op antwoorden? De voorzitter: Ja hoor, dat mag. De heer Dekker: Heel goed. Wij hebben als stichtingsbestuur gezegd: wat wij belangrijk vinden is dat het beeld een mooie prominente plek krijgt in Dordrecht. Wij hebben in die zin hebben we ons in het verleden echt achter het idee gezet om op de kop van de Stadswerven het te krijgen, ik vind het nog steeds ook een schitterende plek persoonlijk. Maar we hebben gezegd: het maakt ons als bestuur in die zin plek A of plek B, wij gaan mee met wat de deskundige van de gemeente daarover gaat zeggen. Dus stedenbouw, maar ook Rijkswaterstaat natuurlijk. De heer Oostenrijk: En uzelf ook. De heer Dekker: Ja. De heer Oostenrijk: Oké, dank u. De voorzitter: Dank. Ik zie verder geen vragen meer aan mijnheer Dekker. Dus ik dank mijnheer Dekker voor het inspreken en deze heldere toelichting. Die was luid en duidelijk. En dan geef ik nu het woord aan mijnheer Kleinpaste. U mag gewoon nog bij ons in de vergadering blijven, dus luister gewoon nog eventjes met ons mee. Dank voor het inspreken. Mijnheer Kleinpaste van Gewoon Dordt, gaat uw gang.
44
De heer Kleinpaste: Ja, dank u wel, voorzitter. Fijn dat we toch nog toekomen aan dit onderwerp. Ja, kort en goed, wij maken ons zorgen over de manier waarop het beeld, waar we ook echt groot voorstander van zijn, dus dat deel ik ook met de stichting waar mijnheer Dekker net het woord voor voerde, om dat te kunnen realiseren. En we weten dat in de politiek de second beste optie het ook vaak wel kan worden, omdat dat makkelijker is. Dus ik ben ook blij te horen dat de stichting de beide locaties wat dat betreft in die zin ook wel omarmt. We hebben vragen gesteld eerder al, omdat we toch heel lastig vonden dat de informatie ons bereikte over de verstoring die het beeld zou verzorgen op de radar. We vonden dat verhaal wat lastig, we hopen altijd op een actieve informatieplicht en zo proactief mogelijke communicatie over van alles en nog wat. We hadden het gevoel dat in dit dossier daar behoorlijk aan getrokken moet worden om de feiten boven tafel te krijgen. En als je dan de onderzoeksresultaten leest en goed bekijkt, dan hadden wij best moeite met het advies van Rijkswaterstaat van: doe het nou niet op dit punt. Omdat we de argumenten daaronder gewoon niet heel erg goed begrijpen of niet heel erg goed doorzocht vonden.
Dat is een ding wat we met Rijkswaterstaat te maken hebben, maar de vraag is wel: wat heeft dit college en wat heeft de wethouder gedaan om met Rijkswaterstaat echt de onderste steen boven te krijgen en alle ins en outs rondom die argumentatie boven tafel te krijgen? Want als je met binnenvaartschippers spreekt, en we hebben daar ons toch ook wat in verdiept, dan zeggen die binnenvaartschippers: hetgeen waar we het meest last van hebben als wij varen op dit moment op het Rivierenpunt, is de brug. En de schaduwwerking als daar plezierjachten onderdoor komen, omdat ze die wat laat in het vizier hebben. En bij ons wilde er eigenlijk niet in dat we niet binnenkort sowieso een aanpassing van die hele radarsystematiek nodig hebben, omdat we nou eenmaal die Prins Klausbrug daar hebben aangelegd. En als dat dan toch nodig is, zou het dan niet voor de hand liggen om dan toch te gaan opteren voor de best mogelijke plek? En dat is volgens mij toch echt de plek die Gerard Lenting als eerste heeft bedacht. Dat zijn gewoon de punten en de vragen waar we heel erg mee zitten. Ook omdat wij echt vinden dat die punt, daar is het beeld het meest extra ver, daar staat het echt aan de rivier, niet een stuk terug op het Wantij. Daar komt het landmark voor Dordrecht volgens ons echt het meest optimaal tot haar recht.
Dus mijn vraag aan het college is van: had die informatievoorziening pro-actiever gekund dan dat gedaan is? Wat heeft het college gedaan om Rijkswaterstaat daar de onderste steen boven te krijgen over de feitelijke verstoring. Want als je TNO leest, dan is die verstoring tamelijk minimaal. En hoe is dan nu precies de stand van zaken? Klopt het, inderdaad het bericht heb ik ook gehoord dat Rijkswaterstaat gematigd positief is over de tweede locatie. En komt dan redelijk in beeld dat we daarmee in ieder geval ergens op een van de twee plekken het beeld zouden kunnen gaan realiseren. En ik ben bij mijn collega’s natuurlijk ook heel erg benieuwd, want we hebben er politiek nog nooit met elkaar over gesproken, hoe in andere fracties het gevoel over dit beeld ook ligt. Ik bedoel, wij zijn enthousiast, dat heb ik ook bij de presentatie destijds in de commissie al gezegd. Wij zijn ook heel erg benieuwd hoe dat voor andere partijen ligt. Dat was het even. De voorzitter: Dank, mijnheer Kleinpaste. En mijnheer Van der Meer die zegt: in twee zinnen kan ik een woordvoering doen. Nou, kom maar op. Mijnheer Van der Meer.
45
De heer Van der Meer: Ja. De tweede voorgestelde nieuwe locatie die lijkt ons eerlijk gezegd minstens zo aantrekkelijk als de oorspronkelijke, zeker als de parkeergarage en de rest van Stadswerven-Zuid wat groener wordt gemaakt. Het college geeft aan dat er op die alternatieve locatie waarschijnlijk geen problemen met de scheepvaart zijn. Maar zo zeggen ze een beetje cryptisch in antwoord op vragen van Gewoon Dordt: andere factoren spelen een rol. En ik zou graag horen van de wethouder welke andere factoren dat dan zijn en in welke richting die wijzen. Dank u wel. De voorzitter: Dat waren er toch meer als twee hoor, mijnheer Van der Meer. Maar u heeft het kort gehouden. Dan ga ik naar de drie zinnen voor mijnheer Noldus. Gaat uw gang. De heer Noldus: Ja, voorzitter, ik werd al nerveus van die drie zinnen. Ik denk: dat wordt toch spannend. Maar met de twee zinnen van mijnheer Van der Meer denk ik dat ik het met een beetje oprek ook wel red. We kunnen ons voor een groot deel ook wel vinden in de vragen van mijnheer Kleinpaste. Wij zijn eerder positief, wij zijn voor de komst van het beeld. En de kunstenaar en de mede-initiatiefnemers die hier zich ondertussen achter hebben geschaard, dat ze zich zo organiseren. We merken ook dat het leeft in de stad. Dus wat de Dordtse VVD betreft een aanwinst.
We waren ook eerst cryptisch over het rapport van Rijkswaterstaat, deels in lijn met de vragen van Gewoon Dordt hierover. En de nieuwe locatie zien wij ook als zeer interessant en kansrijk en een verrijking voor de stad. We hebben eerder in de bespreking van het gebied Wantij-West ook gevraagd om dit expliciet op te nemen in de plannen en mee te wegen in alle andere ideeën die er zijn voor dat gebied. En als u goed heeft geteld, dan heeft u drie punten gehoord volgens mij, voorzitter. En daar wou ik het bij laten. De voorzitter: Heel goed, mijnheer Noldus. Dan gaan we naar de korte woordvoering van mijnheer Struijk. Gaat uw gang. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen aantal zinnen genoemd hoor, dus ik hou me even vrij om het iets langer te doen dan de voorgangers. Het is eigenlijk best bijzonder, voorzitter, dat we spreken over de vraag hoe we de realisering van dit plan, een kunstwerk van dit formaat op de best denkbare locatie. Terwijl, en mijnheer Kleinpaste merkte het al op, we eigenlijk ons nooit hebben uitgesproken of we eigenlijk dit beeld willen, of we een beeld van dit formaat passend vinden voor onze stad. We hebben in de tijd een presentatie gehad van de kunstenaar, er zijn toen veel waarderende woorden gesproken. Er is ook gesproken over de plaats, de mogelijkheden, maar meer eigenlijk niet.
En ja, de volgorde bevreemdt ons dan wel een beetje dat we het nu weer gaan hebben over: wat is de best denkbare plaats? Terwijl we eigenlijk nog niet eens het erover gehad hebben van: willen we dit? Wat ons betreft hebben we respect voor het kunstwerk zoals het nu te zien is als een schaalmodel. Maar eerlijk gezegd hebben we over het formaat, het is 20 meter en er komt nog een forse sokkel bij. En als je dan even Kinopolis erbij denkt, dan komt er nog een stuk bovenuit volgens mij. Ja, het lijkt ons eigenlijk eerlijk gezegd zeker op die plaats te groot. Dank u.
46
De voorzitter: Dank, mijnheer Struijk. Dan geef ik nu even het woord, want u had al en interruptie en anders krijg ik echt ruzie met mijnheer Oostenrijk. Kort woordvoering van mijnheer Oostenrijk en hij had nog een interruptie. Mijnheer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, laat ik eerst met de interruptie beginnen in de tijdsvolgorde. En dat was eigenlijk de kwestie rond de radar in relatie tot de Prins Klausbrug, oftewel het beeld mag daar niet komen. Maar ik vind toch dat de wethouder nog meer helderheid moet geven over het verschil in berichtgeving over de radar rond de Prins Klausbrug. In de beantwoording van de vragen van Gewoon Dordt staat in het antwoord van vraag 3: eigenlijk de Prins Klausbrug is niet meegenomen in een onderzoek door TNO en er zijn geen signalen bekend. Echter de memo die schrijft, en dat is de memo van 16 februari 2021, dat is al heel lang geleden: de nieuwe Prins Klausbrug heeft wel degelijk impact op de radarinstallatie. Mijn vraag aan de wethouder is: kan hij klip en klaar aangeven wat die impact dan betreft? Is die impact zodanig dat de radarapparatuur desalniettemin moet worden aangepast, omdat de Prins Klausbrug daar staat? Of is dat niet het geval. Nu even maar terug naar het punt zelf. De CDA-fractie is eigenlijk positief over beide locaties. En wat dat betreft kan het dus op beide plekken.
Als uiteindelijk toch blijkt dat die niet op de punt van de Stadswerven kan, om wat voor reden dan ook, dan vinden wij de plek in het Wantijgedeelte vinden we ook prima. Nog wel even het punt, je uitspreken over de plek van het beeld en het feit dat het beeld daar mag komen, die staat natuurlijk wel even los van het vervolgtraject. Omdat ik kan me vaag herinneren, dat is destijds wethouder Sleeking, want toen ging het nog over de plaats van de sokkel op de punt, die heeft aangegeven dat de gemeente bereid is om de sokkelkosten te betalen. En het beeld zelf zou dus door particuliere initiatieven worden gefinancierd. Daar is natuurlijk nooit verder financieel zijn daar harde uitspraken over gedaan. Maar ik wil dan toch maar even in beeld krijgen hoe op dit moment het college dit financieel beoordeelt. Is dat dezelfde splitsing in kosten tussen het beeld sec en de sokkel? En als dat zo is, kan dan de wethouder nader aangeven wat die sokkelkosten dan wel zouden kunnen zijn. Want we moeten wel even een strikte scheiding maken tussen de willigheid voor de plaatsing en alles wat erachteraan komt. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Oostenrijk. Dan geef ik het woord aan mevrouw Jager. Mevrouw Jager: De microfoon wilde niet. Ik zal hem kort houden, voorzitter. Het maakt mij niet uit waar dat beeld terecht komt.
Ik ben wel van mening dat als TNO en Rijkswaterstaat zeggen dat iets niet kan, dat ik bereid ben om te accepteren dat dat zo is. Want zij hebben er tenslotte verstand van en wij niet, dus waarom zou je daar moeilijk over doen? Als de mensen met de tweede plek ook blij zijn, dan zou ik ook zeggen van: waarom niet? Maar ik ben er wel wezen kijken. En qua locatie vind ik het toch een beetje een dode hoek hoor. Ik heb niet het idee dat als je daar een heel groot beeld neerzet, dat het dan heel erg, op de tekening lijkt het heel mooi. Maar als je er gewoon gaat staan op de Lange Wantijkade bij de parkeergarage, dan denk ik van: nou, het is toch een stuk kleiner dan het op de tekening lijkt. Het zou wel beter zijn op die plek, denk ik, want op de Stadswerven zijn ook in die hoek nog vlak achter het beeld zijn nog huizen gepland. En ik weet zeker, ik heb wel eens een aantal keren naast een grote voorconstructie gestaan, ook met nog stalen buizen. En als het gaat stormen, dan gaat de wind heel hard fluiten door die buizen heen. En dan zou ik toch niet naast zo’n
47
beeld willen wonen. Dus wat dat betreft zou de tweede locatie dan toch wel beter zijn. En daar wil ik het gewoon even bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Jager. Even kijken hoor dat ik even netjes de volgorde aanhou. Dan volgens mij woordvoering van mijnheer Tabak van D66. Gaat uw gang. De heer Tabak: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, wij vinden het best wel wenselijk als dit prachtige beeld ook een prominente plek krijgt in de stad. Stadswerven-West zou voor ons ook passend zijn. De plannen zijn natuurlijk daar in ontwikkeling en misschien kan het meegenomen worden in de ontwikkelplannen. Andere plekken die wij misschien voor ogen hebben zou het Otto Dickeplein zijn of misschien op het nieuwe Maasterras. Maar als ik mijnheer Dekker hoor spreken van Stadswerven-West en de kunstenaar geeft het ook aan, dan lijkt die voor ons ook heel geschikt. Wat daarbij natuurlijk echt belangrijk is dat er een heel goed participatietraject gevolgd wordt en dat er goed gekeken wordt naar de consequenties voor de omgeving. Dat is het wat mij betreft. De voorzitter: Dank, mijnheer Tabak. Dan zie ik verder geen mensen meer of partijen die een woordvoering willen doen. Dan is de vraag aan de commissie: de antwoordbrief voor kennisgeving aan te nemen? En als nu al een motie, maar daar heb ik nog niemand over gehoord hoor, maar misschien dat die er nog aan zit te komen.
Als nu de motie wordt aangekondigd, dan gaat de antwoordbrief als bespreekstuk naar de raad. En daarbij dan de vraag of er alleen gestemd kan worden of dat er ook nog over gesproken gaat worden. Maar ik ga eerst even vragen: kan deze antwoordbrief ter kennisname naar de raad? En dan kijk ik heel even in de commissie. O, ik zie mijnheer Kleinpaste. Mijnheer Kleinpaste, gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dat er vanavond geen reactie van de wethouder komt? De voorzitter: Ik dacht dat die weg was, heel eerlijk gezegd. Maar is wethouder Van der Linden er nog? Dan gaan we naar de vragen van de wethouder. O, die zit te wachten. Gaat uw gang, wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: We hebben zelfs twee wethouders op voorraad, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Linden: We hebben twee wethouders, collega Burggraaf is ook in de call. En dat is omdat er zitten een paar aspecten aan de door u gestelde vragen. Deels gaan ze over het beeld zelf en deels gaan ze eigenlijk over de gebiedsontwikkeling. Nou, ik heb de vragen net aangehoord, ik ga proberen een korte reactie te geven op de vragen over het rapport. En over de vraag die mijnheer Oostenrijk stelt: wat kost een sokkel? En mijnheer Burggraaf kan iets meer vertellen over de visie op het gebied.
Ik denk trouwens dat we hier wel op terug moeten komen, want dit zijn min of meer ook soms technische punten. En in feite is ook, een aantal van u raakten dat al aan, misschien is er ook nog een debat nodig over: wat willen we nou precies? Wat willen we
48
met dit mooie beeld? Iedereen heeft er kennis van kunnen nemen. De meesten van ons denk ik zijn ook wezen kijken, ofwel in de hal van het ziekenhuis ofwel in de toren van de grote kerk. We hebben er een heel mooi schaalmodel gezien. Ik heb eigenlijk twee vragen gehoord of opmerkingen gehoord waar ik even kort op wil reageren. Een over het rapport. Ja, dit rapport is natuurlijk al een jaar oud zeg maar. Collega Sleeking heeft daar het een en ander op toegelicht. En uit de reactie op de vragen die zijn gesteld aan de hand van de artikel 40-vragen blijkt wel van: nou, de brug heeft geen dusdanige invloed op het radarbeeld dat er iets moet worden aangepast. Het beeld zou dat wel hebben. Daar moeten we het mee doen, met die expertise. Als u daar nadere duiding op nodig heeft, ja, dat zou een min of meer technische sessie vereisen denk ik. Dat kan natuurlijk altijd, maar ik kan daar verder weinig op aanvullen. De tweede vraag die mijnheer Oostenrijk stelt past eigenlijk ook een beetje bij de fase van het gesprek waar we in zitten. Ik meen me inderdaad te herinneren, ik was daar denk ik bij toen collega Sleeking aangaf van: nou, het beeld zou iets zijn wat door de stad bij elkaar wordt gebracht wellicht. En dan zou de Sokkel wellicht door de gemeente kunnen worden gefinancierd. Ik weet niet precies welke woorden hij daarbij heeft gebruikt, maar dat onderscheid is gemaakt.
Ja, ik kan natuurlijk niet zomaar zeggen nu wat een sokkel kost, want dat hangt natuurlijk heel erg af van de uiteindelijk maatvoering. Het hangt af van de bodem waar zo’n ding op moet, enzovoorts. Dus dat zijn vragen die we natuurlijk in het vervolg wel moeten meenemen, die mede ook bepalen hoe kansrijk zo’n traject wordt natuurlijk. Tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Wil wethouder Burggraaf nog? Ja, hij is al in beeld. Goedenavond, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Ja, ik hoef er niet heel veel woorden aan te wijden, anders dan dat we vorig jaar in oktober denk ik, september, in de commissie ook hebben stilgestaan bij het ontwikkelplan visie Wantij-West. Nou, daar gaan we volgende maand starten met het participatietraject, waarbij we ook belanghebbenden uit zullen nodigen en verschillende stakeholders om te horen welke ideeën zij hebben. En daar hoort absoluut ook dit project Hanneken van Dordt bij. Dus ja, in lijn van dat traject kan dan de locatie nader verkend worden en afgezet worden tegen alle andere ideeën die in dat gebied leven. En dan zou je in de loop van dit jaar het een beetje kunnen gaan afpellen en kunnen kijken van: past dat bij andere activiteiten die je in het gebied hebt, bij het beeld wat je over dat totaalgebied hebt? En dan kan je ook vraagstukken daarin afpellen als het gaat om de hoogte van het beeld, et cetera.
En daar zullen we de stichting nauw bij betrekken, bij dat participatietraject. De voorzitter: U krijgt een vraag van mijnheer Oostenrijk. Gaat uw gang, mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, dank u, voorzitter. Kan de wethouder bevestigen of ontkennen dat destijds wethouder Sleeking met zoveel woorden heeft aangegeven dat er een kostensplitsing was tussen de sokkel, toen nog op de punt van Stadswerven, en het beeld zelf? Want dat is natuurlijk wel van belang om dat te weten. En uit mijn herinnering staat mij bij zes ton. Maar we kennen allemaal die oude sokkel zoals die op de punt zou komen.
49
De voorzitter: Wethouder Burggraaf. De heer Burggraaf: Ja, we hebben de portefeuille gesplitst. Dus het gaat echt om kunst en openbare ruimte zit bij collega Van der Linden. Dus ik vind hem nogal technisch ook om daar, ik zou zeggen: tenzij Rik hier een antwoord op heeft zou ik zeggen van laten we dat nog eens even verderop in het traject op terugkomen. We hebben in ieder geval gesteld altijd dat het een cadeau aan de stad is. Dus nou ja, dat daarmee ook de crowdfunding daarvan een belangrijk onderdeel vormt. En dat als er groot draagvlak is, dat ook de gemeente bereid moet zijn om een stukje mee te financieren. Maar misschien dat Rik hier wat scherper duiding op kan geven. De voorzitter: Wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank. Nou, veel scherper dan dit gaan we het vanavond niet krijgen denk ik. Dat onderscheid is inderdaad gemaakt. En ik weet niet meer in welke vergadering, maar dat was volgens mij in een commissievergadering. En natuurlijk hangt het heel erg af van de plek, de maatvoering, het gewicht, de bodemgesteldheid en de omgeving hoe je zo’n sokkel voor je zou zien. Ik heb daar ook van de kunstenaar daar wel een paar keer iets andere signalen op gehad. Je kan hem helemaal los zetten, je kan hem ook verbinden met de oever, dat hangt natuurlijk van een heleboel dingen af. Ik weet niet op welk moment het handig is om zo’n inschatting te leveren.
Dat zou in deze fase natuurlijk alleen maar heel grofmazig kunnen. Als u die vraag heeft en daar graag een vervolgvraag op wil stellen, ja, dan moeten we die als technische vraag meenemen. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, het is geen technische vraag. Ik zou voor de geschiedschrijving en ook voor de toevoeging aan het dossier graag destijds de reactie van wethouder Sleeking bij dit traject willen beschouwen, omdat hij toen ook namens het college spreekt. En het is nu wat lastig als het tussen twee wethouders is en er geen duidelijk antwoord komt. Dus graag bij navraag een korte reactie, nu niet. De heer Van der Linden: Nee, maar het college spreekt altijd met een mond, ook als er drie personen zijn en ook als er een jaar verschil tussen zit. Dus we gaan even na wat precies is gezegd toen en dat is natuurlijk de basis van het vervolg. Alleen dat vervolg moet er dan wel zijn. Ja, een andere plek levert natuurlijk een ander soort kostenpost op, dat is heel logisch lijkt me. Dus daar moeten we even naar kijken dan. Maar laten we dat als startpunt nemen van het vervolg. De voorzitter: Helder. Dan kijk ik nog even naar de commissie. Er zijn geen vragen meer in de chat. Dus ik ga hem nog een keer stellen deze vraag: kan deze antwoordbrief ter kennisname of ter kennisgeving naar de raad? Er staat een kennisname en mijnheer Kleinpaste vraagt het woord.
Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter. Eigenlijk om te zeggen: het mag van mij wel ter kennisname naar de raad. Maar ik sluit niet uit dat Gewoon Dordt zo’n technische sessie,
50
als waar we het even over hadden, toch nuttig vindt. Maar dat laat onverlet, dan kan die brief ter kennisname naar de raad en levert die technische sessie nieuwe informatie op, dan komen we daar vanzelf op terug. De voorzitter: Helder. En dan kijk ik even de griffier aan wanneer dan zo’n technische sessie gaat plaatsvinden. Dat zal wel na de gemeenteraadsverkiezingen worden. Maar de griffier heeft het genoteerd en daar komt dan in ieder geval een vervolg op met een technische sessie. En uiteraard ook met de toezeggingen van beide wethouders met nadere informatie en het participatieproces. Dus ik wil dit onderwerp afsluiten en deze brief voor kennisgeving doorsturen naar de gemeenteraad. Dan zijn wij bij het een-nalaatste rondje. Sluiting 23. Rondvraag De voorzitter: En dat is de rondvraag. Zijn er nog mensen die een rondvraag hebben? En mijnheer Kleinpaste heeft ook een rondvraag. Dus kom er maar in, mijnheer Kleinpaste. Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Sorry, voorzitter. Ja, we hebben een paar vergaderingen geleden Maria Braanker als inspreker gehad over de borging van stedenbouwkundige bepalingen binnen onze bestemmingsplannen. Ik heb destijds al aangegeven: ik zou daar best een expertmeeting over willen hebben. Ik zag hem niet op de termijnagenda, dus ik was even het spoor bijster hoe we dat aan de vork kunnen prikken.
Want ik heb echt wel behoefte om met elkaar goed stil te staan bij de principiële vraag of die stedenbouwkundige bepalingen in de gemeente Dordrecht wel op een adequate wijze zijn geborgd. Want ik heb daar twijfel bij. De voorzitter: Helder. Mark zit hevig te schrijven, onze griffier. Dus ook dat wordt meegenomen en wordt u op uw wensen bediend. Waarschijnlijk ook weer na de gemeenteraadsverkiezingen met een nieuwe gemeenteraad en een nieuw college denk ik. Dan zie ik verder geen vragen meer voor de rondvraag. 24. Sluiting De voorzitter: Dan sluit ik de vergadering. Dan dank ik u ieder voor uw inbreng en wens ik u welterusten en fijne avond nog en morgen gezond weer op, zou Sonja zeggen.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 22 februari 2022.
51
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
52