2.6 2022-01-25 Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving - concept.pdf
Tekst van het document
Zonder dat er echt signalen zijn dat daar issues zijn is het wat ons betreft geen moment daarop om in te grijpen. De voorzitter: Dat was uw inbreng? De heer Noldus: U wil alle stukken gelijktijdig doen, hè? De drie agendapunten samen. Oké, dan over de huisvestingsverordening even kort. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter. De voorzitter: Dat is volgens mij mevrouw Van Benschop, ja. Mevrouw Van Benschop: Ja, dat was ik. Ja, het was nog op het stukje daarvoor. Ik typte het al in de chat, maar ik ga het toch gewoon even vragen. Want anders krijg ik er natuurlijk geen reactie op. Maar ik hoor mijnheer Noldus zeggen: als de markt niet meer werkt zoals die zou moeten werken, dat dan zelfs een liberaal als hij wel vindt dat daarop ingegrepen moet worden. Maar dat die niet weet of dat nu aan de orde is. Is dat echt zo? Of bent u het toch wel met ons eens dat de markt al heel lang niet werkt zoals die zou moeten werken? De heer Noldus: Ja, de opmerking die ik maakte ging heel specifiek over de vraag van mijnheer Portier. Kijk, we hebben er een paar maanden geleden ook staan pleiten, toen hebben we hier in de commissie gevraagd om hier werk van te maken en deze regeling zo snel mogelijk in te voeren, omdat de woningmarkt op dit moment niet gezond is door diverse redenen. Dus wat ons betreft voor de woningmarkt is dit een ingreep die we moeten doen.
Maar u had het misschien heel specifiek over de vervolgvraag van mijnheer Portier over een specifiek onderdeel daarvan. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter.
21
De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Volgens mij hebben we ook eerder in de commissie, en daar was ook de VVD het wel mee eens, gezegd dat we een combinatie moeten maken van verschillende maatregelen om het probleem ook weer niet te verschuiven naar een andere kant. Dus ik vraag me toch af waar de VVD nog de ruimte ziet om dit soort maatregelen niet aan te grijpen. Want als het uiteindelijk niet noodzakelijk blijkt, dan is dat hartstikke fijn. Maar volgens mij kunnen we beter op voorhand iets doen dan dat we achteraf zitten en te laat. Ik ben wel benieuwd hoe mijnheer Noldus daarnaar kijkt. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. Een goede vraag. Maar we maken hier met een aantal regels en aanvullende wetgeving wel inbreuk op het eigendomsrecht. En dat is ook iets om niet lichtzinnig mee om te gaan. Dus vandaar ook de doelmatigheid van de maatregelen, die moet ook passend zijn. Het moet aan de ene kant opleveren voor de doelgroep en voor de markt wat ze daarbij voor ogen hebben. Maar we mogen de doelmatigheid daarin niet uit het oog verliezen. Als we een ingreep doen, zoals we die nu voor ogen hebben. Dus wat ons betreft niet uit het oog te verliezen. Mevrouw Van Benschop: Nou ja, we verschillen van mening denk ik over wat de doelmatigheid van dit dossier is. Dank u. De heer Noldus: Dank u wel.
De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, dan ga ik kort over de huisvestingsverordening. Wij zijn niet per sé blij met de gelijktijdige invulling van een aantal andere wijzigingen, samen met de invulling van de opkoopbescherming daarin. Het vertroebelt wat ons betreft nog wat de discussie. Een aantal wijzigingen zijn voor ons ook wat lastig te doorgronden. Wordt er nu per saldo meer ruimte geboden en kunnen er dus meer mensen gebruik maken van de voorrangsregeling? Dan zouden wij daar niet voor zijn. Ons beeld uit de stukken is dat het per saldo een aanscherping is van de regeling, maar in hele specifieke gevallen toch meer ruimte geeft. En hoewel wij voor de voorrangsregelingen graag wat scherper zouden willen zien lijkt het ons een positieve verbetering. Er is immers bij 33 procent van de beschikbare woningen iemand met voorrang in een woning terecht gekomen. En we weten allemaal waar iemand voor mag, mag ook iemand langer wachten. Dus nou, over het algemeen gewogen lijkt dat redelijk in balans te zijn. We wachten ook de verdere discussie even af. Dan heel kort nog even over de motie van de PVV. Ik heb daar net ook al wat over gezegd. Wij snappen de aanleiding hiervan, maar wij vragen ons af of het probleem rondom wat hier specifiek in deze motie wordt gevraagd wel zo sterk is.
Uit de eerdere berichten begrepen we dat 75 tot 80 procent van de nieuwbouwwoningen wordt gekocht door mensen uit Dordrecht. Dus we zijn ook benieuwd naar of de wethouder die opvatting, die constatering, eigenlijk deelt. Want wat ons betreft moet er dus wel een oplossing zijn voor een probleem wat daarin ook echt speelt. Tot zover, voorzitter.
22
De voorzitter: Dank. Dan geef ik het woord aan de ChristenUnie/SGP. Ik weet even niet wie dat, ik denk mijnheer Struijk. De heer Struijk: Ja, er is er maar een aanwezig, dus dan zal ik het moeten doen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Struijk: Goed, wij zijn blij met de regeling opkoopbescherming zoals eerdere sprekers ook al aangehaald hebben. Er wordt terecht eigenlijk opgemerkt: een woning is bedoeld om te wonen en niet als winstobject. En omdat omliggende steden hiermee komen, moet je gewoon meedoen in verband met het waterbedeffect, want anders komen de beleggers massaal op Dordrecht af. Wat betreft de vaststelling wijzigingsverordening huisvestingsverordening kunnen we instemmen, met de opmerking dat het ons wel zorgen baart. Ik kwam een zinnetje tegen: het aantal aanvragen met als grond einde duurzame relatie jaarlijks toeneemt. Ik heb even wat gegevens opgevraagd en inmiddels blijkt dat bijna 30 procent van alle toewijzingen te zijn. Dat bewijst eens te meer hoe belangrijk preventie op dit terrein is. En wat betreft van de motie vreemd van de PVV, mevrouw Van Benschop heeft helemaal gelijk. Dat kan op dit moment gewoon nog niet. Dus dat zal zeker nog wel denk ik driekwart jaar duren. Mocht het wel mogelijk zijn op termijn, dan zou ik zelf in ieder geval dit gaan uitbreiden met personen die economisch gebonden zijn aan Dordrecht.
Dat lijkt me heel erg logisch. Je kan dan gaan kijken naar bepaalde beroepen waar grote tekorten zijn, zoals zorg, onderwijs, politie en dergelijke. Ja, als dan een potentiële leraar uit Krimpen aan de IJssel hierheen wil komen, dan moet je niet gaan zeggen van: ja, maar jij mag hier geen huis kopen. Dus over dit soort dingen alvast nadenken kan geen kwaad, want het is op deze manier zoals die er nu ligt heel kort door de bocht. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Dan gaan we even kijken naar de woordvoering van het CDA. En dat is denk ik mijnheer Chapel. Of is het mijnheer Oostenrijk? Wie mag ik van het CDA het woord geven? De heer Oostenrijk: Als het goed is zie je mij, voorzitter. De voorzitter: Nee, ik zie u niet, mijnheer Oostenrijk. Ik zie alleen een T. Nu wel. Ja, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, het mag duidelijk zijn dat wij erg verheugd zijn over de invoering van de regeling opkoopbescherming. Nou ja, het is duidelijk, wij hadden hem ook eerder gewild. Maar nu het niet anders lijkt te zijn qua datum komt wel de vraag aan de wethouder van: is het ambtelijk apparaat op 1 maart operationeel om het traject dan ook goed te volgen en zo nodig te handhaven? Want een papieren invulling is mooi, maar als de daad niet bij het woord wordt gevoerd, dan wordt het wel een magere situatie. Dus graag daarover een helder antwoord van de wethouder.
Wij zijn het met mijnheer Noldus eens dat er nog plussen en minnen, en nu ga ik over naar 18, huisvestingsverordening, dat er wat plussen en minnen inzitten. Maar ook wij kunnen ons vinden in de balans van de plusjes en de minnen. Dus daar wil ik ook verder niet in
23
detail op ingaan. Ja, de motie vreemd, het is net nog gezegd door mijnheer Struijk. Je kan iemand uit Zwijndrecht, ik zou zeggen, mag je niet verhinderen om hier in Dordrecht te gaan wonen. Datzelfde geldt voor diverse beroepen van mensen die dus hier in Dordrecht werken. En die zouden dan vanuit elders hier niet mogen wonen, ik zeg het maar even heel cru, maar dat is ook zo. Nogmaals, wij zijn, we wonen wel op een eiland maar we zijn geen eiland. We maken deel uit van Nederland. Dus wat dat betreft deze motie is veel te strak, veel te kort door de bocht. De voorzitter: Volgens mij krijgt u een interruptie. Er staat ga, dat heb ik heel vaak in de chat. Volgens mij ben ik de enige, maar ik ben blij dat mevrouw Van Benschop dat nu ook heeft. Mevrouw Van Benschop, interruptie. Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dat zie ik bij u ook altijd ja, ga. Dat is gewoon geworden, ik weet precies wat u bedoelt. Maar ja, ik heb hier een vraag aan mijnheer Oostenrijk, die refereert aan de woordvoering net van mijnheer Struijk. Waarbij hij zegt: nou ja, we zijn het ermee eens, we zijn een Nederland en iedereen moet hier kunnen wonen ofzo. Ik citeer waarschijnlijk niet helemaal correct, maar zoiets was de strekking. En nu ben ik wel benieuwd, want ik hoor daar wel een verschil en dat vind ik wel een heel belangrijk verschil.
Bedoelt u dat iedereen dan maar gewoon in Dordrecht moet komen wonen, inclusief de mensen die bijvoorbeeld zeggen: nou, Rotterdam vind ik te duur, dan ga ik in Dordt wonen. Waarmee wij dus totaal geen doorstroming op gang brengen en daar ook niet veel aan doen zeg maar voor de mensen die hier economisch inderdaad gebonden zijn, zoals mijnheer Struijk zei. Of bedoelt u dat u het eens bent met mijnheer Struijk dat er wel binding moet zijn met Dordrecht? Bijvoorbeeld door een baan. En dat u daarom vindt dat de motie te strak is. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. In elk geval die binding, die heb ik ook in eigen voorbeelden aangegeven, dus dat is een reëel punt. Als het gaat om sociale huurwoningen is er natuurlijk een andere regeling waardoor je dus aan beperkingen gebonden wordt om zomaar uit het niets hier in Dordrecht te komen wonen. Dus dat lukt ook niet. En we hebben, laten we zeggen, we kennen het feit dat pakweg driekwart, misschien wel 80 procent, laten we zeggen van alle mutaties binnen Dordt door Dordtenaren wordt geregeld.
Dus het is ook een beetje de vraag van: wat is het realiteitsgehalte om voor die 20 procent nog strengere regels te gaan hanteren, als dat we nu al hebben? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, mag ik nog een vervolgvraag stellen? Weet je, ik zou dat begrijpen, deze beredenering over de percentages, als we zouden zien dat de doorstroming heel lekker ging en dat alle starters en jongeren en mensen die graag op zichzelf willen wonen in Dordrecht en die hier bij ouders wonen of in een antikraakpand of noem het maar, tijdelijke huur, ook daadwerkelijk een huis zouden kunnen vinden. Dat blijkt nog helemaal niet het geval te zijn. Dus ja, ik denk toch dat die noodzaak daar wel uit blijkt, dat blijkbaar de groei van de stad door mensen van buitenaf ook belemmert dat mensen binnen de stad kunnen doorgroeien.
24
De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, maar dan leidt dit toch weer tot een wedervraag, wat mevrouw Van Benschop dan eigenlijk aan no-go maatregelen wil hanteren. Mevrouw Van Benschop: Sorry, aan wat? De heer Oostenrijk: No go-maatregelen. Oftewel, het moet onmogelijk zijn om anders dan belanghebbenden, oftewel sociaal of qua werkbindingen, dat je in Dordrecht mag komen wonen. Mevrouw Van Benschop: Ja, voorzitter? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Het lijkt mij niet dat het onmogelijk moet zijn om in Dordrecht te kunnen wonen. Het lijkt mij dat we er alles aan moeten doen om de kans voor Dordtenaren die nu geen huis kunnen vinden zo groot mogelijk moeten maken om wel een woning te vinden. En als dat betekent dat het percentage wat van buiten Dordrecht naar Dordrecht komt nog kleiner zou moeten om die doorstroming ook daadwerkelijk op gang te brengen. Ja, dan hebben wij daar geen moeite mee. Maar ik zou dat zeker niet op voorhand willen uitsluiten, want uiteindelijk zijn er nog een heleboel Dordtenaren die geen huis kunnen vinden en die er altijd naast grijpen en die niet profiteren van de zo genaamde doorstroming die op gang zou komen door de bouw van dure woningen. De voorzitter: Komt u even tot uw vraag, mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Nee, ik gaf antwoord op de vraag die mijnheer Oostenrijk aan mij stelde.
Ik heb geen vervolgvraag. Ik weet dat we daar in de volgende periode vooral over door moeten praten. De voorzitter: Helder. Dat was ook uw inbreng, mijnheer Oostenrijk? Of wil u hier nog op reageren? De heer Oostenrijk: Ja, een korte reactie. Kijk, wat mevrouw Van Benschop net zei, daar ben ik het ook mee eens. We moeten zo veel mogelijk ruimte bieden aan Dordtenaren die ook echt willen wonen. Maar daar is natuurlijk maar een echt recept voor en dat is bouwen, bouwen, bouwen. Dus geen verschil van mening. Maar ik moet, ik vind het prachtig dit soort statements, maar we hebben geen instrument om in het geval van koopwoningen, want daar hebben we het over, in ieder geval niet aan sociale huurwoningen, we hebben het over koopwoningen, om te kunnen verhinderen dat iemand uit, ik noem maar iets verder weg, iemand uit Gorkum hier dan niet in Dordt mag kunnen wonen. Mevrouw Van Benschop: Nou voorzitter, nog heel kort daarop. De voorzitter: Heel kort nog.
25
Mevrouw Van Benschop: Die wijziging van de huisvestingswet die ligt nu ter consultatie voor en die wordt verwacht dat die dit jaar wordt vastgesteld en dan is dat wel mogelijk. Dus dan moeten we het er later over hebben. De heer Oostenrijk: Ja, maar dat vind ik de koninklijke weg. Anders dan deze platte motie. De voorzitter: Helder. Dat was ook het einde van uw betoog, mijnheer Oostenrijk? Ja toch? Ja, hij is weg. Dan geef ik nu het woord aan D66. Wie is er van D66 aanwezig? Ik denk mijnheer Tabak. Mijnheer Tabak, goedenavond. Gaat uw gang. De heer Tabak: Een paar korte aanvullingen op de opkoopregeling, er is al heel veel gezegd waar we ons ten grote delen bij aan kunnen sluiten. We zijn heel blij dat het nu voorligt en per 1 maart wordt ingevoerd. Inderdaad ook echt heel goed zorgen dat het geëvalueerd en geïmplementeerd wordt in de tijd. Zeker van: goh, is die prijs nu gesteld? Als het goed wordt inderdaad kan er op bepaalde manieren ook misbruik van gemaakt worden. We lezen in de stukken dat er heel erg ingezet wordt op handhaving en dingen, maar ja, er wordt natuurlijk altijd wel de mazen van de wet worden straks natuurlijk weer opgezocht. Dus neem alsjeblieft ons op tijd mee, misschien na een halfjaar een goede evaluatie van: welke dingen spelen er en welke dingen zien we? Zodat de mazen ook gedicht worden die er zitten. De huisvestingsverordening zijn wij mee akkoord.
En de motie zoals net besproken is kan ik me eigenlijk vinden in de woorden zoals die ook door mijnheer Oostenrijk gezegd. En eigenlijk de discussie vond ik mooi tussen mevrouw Van Benschop en mijnheer Oostenrijk van: aan de ene kant zo groot mogelijk aanbod voor de Dordtenaren. Maar ja, laten we nou niet mensen van buiten Dordrecht uitsluiten om hier niet te kunnen gaan wonen, want dan krijgen we straks Rotterdam alleen voor Rotterdam en Dordrecht alleen voor Dordrecht en Gorkum alleen voor Gorkum. Volgens mij moeten we daar ook niet naartoe. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank. Dan geef ik nu het woord aan Beter voor Dordt. Dat is mijnheer Nederhof. Gaat uw gang. De heer Nederhof: Dank u wel, voorzitter. Nou, er is al heel veel gezegd. Kijk, alle vorige sprekers die waren dus redelijk positief tot positief over de punten 17 en 18. En Beter voor Dordt sluit zich daar uiteraard bij aan. We wachten nog even de antwoorden af van de wethouder, want er zijn nog wat vragen langsgekomen wat betreft die motie. Dus zoals ook eerst zou ik ook zeggen: ja, die kan nog niet. Dus ja, daar willen wij het eigenlijk ook even bij laten. Maar nogmaals, heel veel van hetzelfde gezegd is, ik zou de tijd sparen en ik wacht mij beurt weer af. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nederhof. Dan het woord aan de Partij van de Arbeid, mijnheer Jansen is dat volgens mij.
De heer Jansen: Ja, dat is correct. Ook ik ga niet alles herhalen wat al gezegd is. Voor wat betreft punt 17 hebben wij eigenlijk wel een kleine zorg. Oorspronkelijk hebben wij die opkoopbescherming wel als PvdA omarmen wij die. Alleen wij vragen ons af in
26
hoeverre het juridisch een probleem op zou kunnen leveren dat in deze opkoopbescherming heel Dordrecht gedekt wordt. Terwijl volgens ons in de wetgeving die daar landelijk voor is gesproken wordt over wijken. Dat je die opkoopbescherming op bepaalde wijken moet zetten. Dus dat zouden wij graag juridisch wel goed dichtgetimmerd willen zien. Voor wat betreft de huisvestingsverordening, dat heb ik al eerder aangegeven ook bij een ander onderwerp dat ik graag die 33 procent woningen die met voorrang verdeeld worden, dat ik graag opgesplitst zou willen zien naar welke categorieën deze gaan. Want volgens ons zitten bij die 33 procent ook een aantal mensen die eigenlijk uit beschermd wonen komen en dus vanuit de zorg. En dat zou eigenlijk weer een heel ander potje moeten zijn. En voor wat betreft punt 19 kunnen wij ons goed aansluiten bij mijnheer Struijk en mijnheer Oostenrijk. Op dit moment hoeven we het hier nog niet over te hebben, omdat het nog niet helemaal mogelijk is. En als we het erover gaan hebben, dan is de neiging, dan vinden wij het interessanter om inderdaad het economisch belang daar ook aan toe te voegen. Bovendien vragen wij ons af hoe groot die instroom … De voorzitter: Ik denk ik laat u even uitpraten, maar u krijgt een interruptie van mijnheer Struijk. Mijnheer Struijk, gaat uw gang. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter.
Het is niet zo zeer een interruptie, maar eigenlijk een antwoord op een vraag die mijnheer Jansen stelde. Hij zou het graag opgesplitst zien. Ik heb die gegeven bij geval vandaag opgevraagd en ik kan dus bevestigen dat ongeveer de helft van de toegekende woningen in Dordrecht, dat zijn mensen die uit een instelling komen. Leger des Heils en dergelijke. Dus bij deze is zijn vraag beantwoord. Service van de zaak. De heer Jansen: Dank u, mijnheer Struijk. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Struijk. Maak uw betoog af, mijnheer Jansen. De heer Jansen: Even kijken, waar was ik met de laatste zin gebleven. Oh ja, wij zien ook, nou misschien zien wij het verkeerd, wij zijn ook mensen. Maar wij zien het probleem niet zo heel erg wat wordt opgelost met die motie 19. Volgens ons is die instroom van buitenaf in Dordrecht nog niet zo groot. Dus dat, ja, daar zouden we dan ook wel graag iets meer, dat zouden we wel graag in kaart gebracht willen zien, voor we het hier echt over gaan hebben. Tot zover, mevrouw de voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank. En dan hebben we de laatste. Ik geloof niet dat iemand van de PVV aanwezig is. Dan geef ik nu het woord aan de SP, mijnheer Portier. Gaat uw gang. De heer Portier: Ja voorzitter, een paar korte opmerkingen. Er is al aardig wat gezegd. Nou, we zijn in ieder geval blij met de opkoopregeling.
En ook een goed idee om bij modelverordeningen aan te sluiten. Ja, even wat betreft over dat percentage mensen dat met een voorrangsregeling binnenkomt, dus nog de huisvestingsverordening hebben. Op het moment dat je veel meer woningen bouwt in die categorie sociale huurwoningen, dan daalt het percentage vanzelf, want je hebt dan gewoon veel meer woningen die ook naar anderen gaan. Dus dat is inderdaad de oplossing daarvoor. En
27
dan kom ik gelijk bij, nou, een kleine opmerking nog over het eerste punt. De opkoopbescherming, ja, het hele probleem zou niet bestaan, helaas hebben we dat als gemeente niet in de hand, als gewoon alle huurwoningen onder het puntenstelsel zouden vallen. Zodat beleggers niet torenhoge huren kunnen vragen voor iets wat maar een beetje boven de sociale huurgrens zit. Dat even als algemene politieke opmerking. Wat betreft dus de motie van het weren van vreemdelingen, zal ik maar zeggen. Waar tot mijn verbazing GroenLinks zich een klein beetje bij aan lijkt te sluiten. Ik denk dat het niet goed is om zoals in de Middeleeuwen muren om de stad heen te bouwen en mensen van buiten te gaan weren. Het is toch ook een beetje een vrijheid voor iedere Nederlander of iedere Europeaan zelfs om te gaan wonen waar die wil, in ieder geval binnen de Europese Unie. Het feitelijke probleem is al niet heel erg groot, er zijn ook gigantisch veel praktische problemen. Je moet een betaalbaar huis kunnen vinden als je wil gaan verhuizen. Maar ik ben er niet voor om aan alle praktische problemen die mensen al hebben om te gaan wonen waar ze zich prettig voelen, daar ook nog juridische bezwaren tegenop te gaan werpen. Dus wat dat betreft verwerp ik zowel de motie als de gedachte achter de motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Portier.
Volgens mij wil mijnheer Gündogdu nog even kort iets aanstippen. Klopt dat, mijnheer Gündogdu? Want anders ga ik zo door naar de beantwoording van het college. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Bedankt, voorzitter. Ik ga niet in herhaling vallen, want collega’s hebben het nodige gezegd. Waar ik benieuwd naar ben, en misschien heb ik er in het voorstel overheen gelezen hoor. Maar we hebben natuurlijk voor de komende jaren enorme ambitie als het gaat om bouwen. En met name ook in voormalige gemeentelijke gronden. Zou de opkoopbescherming überhaupt niet moeten gelden voor die locaties die middels zeg maar samenwerking met de gemeente tot stand worden gebracht? Ja, ik stel hem maar even aan het college, maar ik zou daar graag een antwoord op willen hebben. Dank u wel. De voorzitter: U krijgt daar een interruptie van, van mijnheer Portier. Mijnheer Portier, gaat uw gang. De heer Portier: Ja, voorzitter, ik ben een beetje verbaasd over de beperking die mijnheer Gündogdu op wil werpen. Want beseft die niet dat ook met enige regelmaat zeg maar sociale huurwoningen zeg maar in de verkoop gaan. Het idee van: dan kunnen mensen dan ook een betaalbare woning kopen. En er dus ook een bestaande woning naar gaat waar dit probleem geldt. Beseft u dat? De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Jazeker, jazeker. Het een wil het ander niet uitsluiten hoor.
Zo moet u het niet zien, mijnheer Portier. De voorzitter: Oké, helder. Dan zie ik niemand meer in de chat. Ik heb al aangegeven, er is volgens mij niemand van de PVV aanwezig die nog het woord wil. Dus dan stel ik voor dat we de wethouder het woord geven. Wethouder Stam, is die aanwezig?
28
De heer Stam: Jazeker. De voorzitter: Zeker. Dan krijgt u het woord. Gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ja, de opkoopregeling. We hebben er hard aan gewerkt de afgelopen maanden om hem een goede invulling te geven. Ja, voor wie geldt die regeling nou? Dat geldt voor bestaande woningen in alle wijken in Dordrecht die op het moment van overdracht vrij zijn van huur en gebruik met een WOZ-waarde tot de NHG-grens van 355. Mevrouw Van Benschop vroeg van: hoe zit het nou met die 355 en 455? Die NHG-grens is voor de gemeente gewoon goed vast te stellen op basis van taxaties. Een verkoopprijs is altijd moeilijk in te schatten. We zien tegenwoordig dat er veel wordt overboden. Een woning van vier ton kan weggaan voor 440, kan weggaan voor 470. En daarom is die NHG-grens van groot belang om die toe te passen. Die wordt overigens ook in een aantal andere gemeenten wordt die toegepast. Als ik dan kijk naar de vraag met betrekking tot de nieuwbouw. Ja, de wet maakt geen onderscheid tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Ook woningen in aanbouw kunnen op grond van een WOZ-waarde onder de regeling vallen. En omdat die opkoopregeling gaat gelden voor zowel bestaande bouw als voor nieuwbouw, is er al sprake van een vorm van zelfbewoningsplicht. Want je mag de woning voor vier jaar niet verhuren als je een nieuwbouwwoning hebt gekocht.
Waarom doen wij alle wijken? Omdat we zien op basis van het RIGO-rapport dat in alle segmenten heel veel vraag is. En natuurlijk zit er wel enigszins een risico aan vast, je moet het wel goed juridisch kunnen onderbouwen, er is hier ook wel een opmerking over gemaakt. En daarom hebben wij het OCD gevraagd om daar een analyse over te maken, die is er nu. We hebben daar ook nog het kadaster gevraagd om een aanvullend onderzoek te doen, een verdiepend analyseonderzoek. En dat rapport wordt in de eerste week van februari, c.q. de tweede week van februari verwacht. Het Rijk gaat na vier of vijf jaar zelf ook evalueren, maar ik denk wel dat het goed is dat wij als gemeente zelf ook die evaluatie, die monitoring, goed bij de hand nemen om te kijken wat het resultaat is. Er is ook de vraag gesteld door de VVD: is dit nou voldoende, biedt dit voldoende bescherming? Wij zijn van mening van wel. Want op het moment dat je als belegger een woning koopt waarvan je weet dat die in ieder geval al vier jaar niet verhuurd kan worden. En als de regeling wettelijk wordt verlengd zelfs langer. Mocht de regeling afgeschaft worden, dan mag een gemeente altijd nog twee jaar deze regeling doortrekken. Dus een investeerder heeft dan zes jaar niks aan de woning om te verhuren. Dus wij denken dat het voorlopig voldoende is om bescherming te bieden tot die NHG-grens van 355 duizend euro.
Ja, als ik dan kijk naar de opkoopregeling zelf, dan zit daar nog een vraag onder: is het ambtelijk apparaat al klaar? Wij zijn inmiddels in gesprek met de OZHZ om die handhaving goed vorm te geven. Die gesprekken lopen. We zijn met betrekking tot de invoering ook regionaal wat afspraken gemaakt met betrekking tot huisvestingsverordening en de opkoopregeling. Maar wij gaan er nog steeds vanuit dat we hem zo snel mogelijk kunnen invoeren. Of dat echt daadwerkelijk 1 maart is, dat zou de tijd moeten leren. Maar daar kunnen we misschien over een aantal weken u wat meer duidelijkheid over geven. Omdat we nog zitten met publicatie, we zitten nog met vergunningentraject, we zitten met die handhaving. Maar er wordt met man en kracht aan gewerkt om dat te doen. Als ik dan kijk naar die huisvestingsverordening, die hebben wij nu voorgelegd omdat er een aantal
29
wijzigingen inzitten. Er wordt gevraagd van: wat is nou de betekenis van die urgentie? We hebben daar ook onder andere de gebonden plicht van twee jaar opgerekt naar drie jaar. Dat hebben we gedaan juist om Dordtenaren meer de kans te geven die er langer wonen. Dus dat is een voordeel ten opzichte van de oude huisvestingsverordening. De voorzitter: Wethouder Stam, u krijgt een interruptie. Ja, sorry dat ik u onderbreek. U krijgt een interruptie van mijnheer Oostenrijk. Gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, dank u, voorzitter. Even over de datum 1 maart. Ik heb geluisterd wat mijnheer Stam daarover meldde en ik kan me er iets van voorstellen. Maar is hij bereid om dan in ieder geval eind volgende maand daarover nader te rapporteren? Want ja, dat die nu nog niet weet wanneer laten we zeggen het ambtelijk apparaat in stelling is gebracht, daar kan ik me iets van voorstellen. Maar we willen wel graag heel snel helderheid hebben over de datum waarin iedereen gerecipieerd is. De voorzitter: Wethouder Stam. De heer Stam: Ja, voorzitter. Dat is een terecht vraag van mijnheer Oostenrijk. En daar kan ik melden dat ik tot vervelends toe de ambtelijke organisatie hier vragen over stel van: zijn we al zover? Dus zeker eind februari kan ik u daar nader over berichten. Nogmaals, we zetten alles in het werk om het zo snel mogelijk in te voeren.
En ik kom daar zo snel mogelijk bij u op terug wanneer dat zover is. De huisvestingsverordening had ik al aangegeven dat we de woonplicht binnen de Drechtsteden al hebben verlengd van twee naar drie jaar. En daarnaast zijn er ook een aantal contingente afspraken gemaakt over opvang binnen gemeentes. Dus die zitten daar nu gelijk luidend in. Dan heb je het onderscheid tussen lokaal en regionaal. Er is ook een vraag gesteld over die 33 procent van toewijzing, kunnen we daar een splitsing voor aanleveren? Die kunnen we u leveren. Dus ik zal zorgen dat u die via de griffie toegezonden krijgt. Als ik dan kijk naar de motie, die vind ik eigenlijk heel lastig. Als je onderscheid maakt tussen huren en wonen, mensen hebben altijd nog een recht van vestiging. Dus wij kunnen niet tegen iemand zeggen van: u mag hier niet komen wonen. Wat wij wel doen via die huisvestingsverordening, dat we nu de voorwaarde gecreëerd als je wil huren dan moet je minimaal drie jaar al in de Drechtsteden hebben gewoond. Dus dat is wel enige borging dat Dordtenaren voorrang krijgen. En wat mijnheer Noldus ook heeft aangegeven, wij zien wel in alle nieuwbouwprojecten dat die veelal voor verdunning zorgen, dat die door Dordtenaren veelal worden gekocht. Dus wat dat betreft lopen we daar wel mee in de pas dat Dordtenaren voorrang krijgen.
Maar het heeft nog niet geleid tot een groei van onze gemeente, het aantal inwoners die we ook nastreven. Dus daar moet wel een soort breek even point komen, dat die nieuwbouwwoningen ook tot groei gaan leiden. Dus wat dat betreft een motie vind ik gewoon heel lastig, die zou ik ook niet willen adviseren om verder uit te werken. Daar moeten we denk ik in een volgende periode maar eens goed over met elkaar gaan praten wat er juridisch mogelijk is. Maar ik zie daar meer belemmeringen dan positieve kanten aan vast. En dan heb ik denk ik alle vragen en opmerkingen die zijn gemaakt heb ik bij deze beantwoord. Mocht dat niet zo zijn, dan hoor ik het graag.
30
De voorzitter: Dank u wel, wethouder Stam. Ja, als we zo de commissie gehoord hebbende, dat beide raadsvoorstellen punt 17 en 18 kunnen volgens mij als hamerstuk naar de raad van 1 februari. En ondertussen kan het college dan werken aan een definitieve huisvestingsverordening, inclusief opkoopbescherming, die dan half februari naar de raad komt of naar de commissie. Dus aan de commissie nu de vraag of beide raadsvoorstellen als hamerstuk naar de raad kunnen. Ik had mevrouw Koene had ik al gezien. Die was het al met beide raadsvoorstellen eens. En dan een punt van orde, dat kan altijd. Een akkoord. Dan geef ik even een punt van orde aan mijnheer Noldus. Gaat uw gang. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. Niet zo zeer over die twee raadsvoorstellen zelf, dus ik had iets te vroeg op enter gedrukt wellicht. Maar ik constateer wel met enige verbazing dat we net een motie van de PVV hebben besproken die er zelf niet is. Ik ga er wel van uit, wij gaan er wel van uit dat mocht deze motie ingediend worden in de raadsvergadering, dat we niet opnieuw in de raadsvergadering het debat hierover met elkaar zullen voeren. Volgens mij hebben we in de raadsvergadering afgesproken dat we het debat hierover betrekken bij de bespreking in de commissie. Dus dat wilde ik graag nog even inbrengen, voorzitter. De voorzitter: Ja, dat lijkt mij wel ja.
Want als we die motie hadden willen toelichten, dan hadden ze daar vanavond de gelegenheid voor gehad. En dan heb ik nog iemand gezien die zei: voorzitter. Dat was mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Hamerstuk is op zich prima, alleen ik heb mijnheer Stam nog wel horen praten over een OCD-rapport wat die daarbij wilde voegen, in verband met het antwoord op de juridische haalbaarheid. Misschien is het handig om die hier dan wel bij te voegen, zodat we die juridische haalbaarheid duidelijk inzichtbaar hebben voordat die door de raad afgehamerd wordt. De voorzitter: Mijnheer Stam, kunt u die toezegging doen? Of? De heer Stam: Daar ben ik nog even voorzichtig mee, omdat we eerst dat rapport van het kadaster willen zien en kijken wat daar de consequenties van zijn. Dus daar komen we dan in ieder geval 15 februari op terug. En als dat in de vorm is dat die goed te sluiten is, dan zullen we in ieder geval die bij u op de agenda zetten. OCD-rapport, dat hebben we wel maar die niet helemaal meer juist, omdat we de NHG-grens hebben opgetrokken naar 455 duizend euro. Vandaar ook het aanvullende onderzoek van het kadaster. Maar indien het er is en het is voldoende voor u, dan zullen we die bij de stukken voegen.
De heer Jansen: Met alle respect, we kunnen toch niet afhameren als we niet zeker weten dat het juridisch goed zit? En tot u dat rapport van het kadaster heeft weet u toch niet 100 procent zeker of het juridisch in orde is? De voorzitter: Wethouder Stam. De heer Stam: Op 15 februari zorgen wij dat het rapport voor u ter beschikking is.
31
De heer Jansen: Hartstikke goed, dank u wel. De voorzitter: Helder. Dan zie ik nog een geïrriteerde mijnheer Oostenrijk, die voor de tweede keer in de chat aan heeft gegeven dat die het woord wil. Mijnheer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, dank u, voorzitter. Even ten aanzien van stuk nummer 19. Ik weet niet of ik het in die zin goed begrepen heb van wat er daarover gezegd is richting de raad. Wat mij betreft wordt er alleen over gestemd. Dat voorstel wil ik doen. De voorzitter: Volgens mij hebben wij dat net al meerdere keren aangegeven. Mijnheer Noldus heeft het aangegeven, mevrouw Van Benschop heeft het aangegeven. We hebben afgesproken in de gemeenteraad dat de PVV de motie zou bespreken in de commissie. En ja, die zijn er nu niet, dus of het wordt gelijk stemmen en anders misschien dienen ze hem wel helemaal niet in. Ik weet het niet. Maar ik wil tot een afronding komen. Gezegd hebbende wat ik net gezegd heb, heb de naam van Evander toch wel horen voorlezen. Ja, maar ik zie hem toch echt nergens in de chat. Daar kunnen we wel over bezig blijven, maar niemand vraagt het woord. Dus ik ga dit onderwerp gewoon afsluiten, het gaat als hamerstuk naar de raad met de toezegging van de wethouder dat hij het rapport toestuurt. En ja, mijnheer Oostenrijk, ja, de naam is voorgelezen. Ik weet het, maar niemand vraagt het woord.
U mag van mij het woord doen voor de PVV, dat vind ik ook prima. Maar ik wil dit onderwerp even afsluiten. En dan eventjes tien minuten pauzeren om even de benen te strekken en even misschien een plaspauze in te lassen. Ik schors de vergadering voor tien minuten. De heer Stam: Ja, dan ga ik naar de commissie bestuur en middelen. De voorzitter: Gaat uw gang. Zo, beste mensen, ik open de vergadering weer. We hebben even de benen gestrekt en even wat gedronken. Ik heb ongelooflijke dorst vanavond. Misschien hebben jullie dat gezien, een beetje zout gegeten vanavond. 20. Beschikbaar stellen van krediet inzake verkoop veerpont De Biesbosch – Raadsvoorstel De voorzitter: We gaan door met agendapunt 20, het beschikbaar stellen van krediet inzake verkoop veerpont De Biesbosch. Portefeuillehouder is Rik van der Linden. De commissie besloot vorige week dit raadsvoorstel ter bespreking te agenderen. En de politieke vraag voor de bespreking is: moet de veerpont wel verkocht worden aan de nieuwe exploitant? Beter voor Dordt stelde die vraag. En ik geef nu eerst het woord aan mijnheer Nederhof van Beter voor Dordt en de andere fracties die ook het woord willen voeren kunnen alvast dat aangeven in de chat. En ik zag er al een paar voorbij komen. Ik geef eerst het woord even aan mijnheer Nederhof. Gaat uw gang. De heer Nederhof: Dank u wel, voorzitter.
Even een kort feitenrelaas uit de stukken. Met de opmerkingen van Beter voor Dordt en wat vragen. Het begon allemaal met een taxatie in december 2018 voor 260 duizend euro. Die moest aangekocht worden, de boot moest aangekocht worden zoals het afgesproken was. Januari 2019 wilde Amigo de
32
boot niet overnemen. De vraag is alleen waarom niet. Juni 2020 werd de boot getaxeerd van 165 duizend euro. En dit is de waarde zonder groot onderhoud, maar wel met de zekerheid om de veerpont in te kunnen zetten op een veerdienst. Onze vraag is dus: verschil in taxatie na 18 maanden, dat is meer een opmerking, na 18 maanden is dus een verschil van 95 duizend euro. Juli 2019 komt er nog een bestuursdwang, moeten we gelijk kosten maken, direct noodzakelijk onderhoud. Juni 2021 wil Amigo de boot wel overnemen, mits de gemeente achterstallig onderhoud wegwerkt. Ik weet niet welke datum dat was. Dit raadsvoorstel betreft de financiering van het achterstallige onderhoud van de veerpont à 305 duizend euro. Na revisie van de boot kan de boot ongeveer 50 duizend draaiuren mee. Dat is gemiddeld 16 uur draaien per dag. Dat komt dan uit op royaal acht jaar varen, dat staat in het taxatierapport. Na geplande revisie onderhoudswerkzaamheden is de waarde 725 duizend euro. De opdrachtgever bij de taxatie in 2020 is Aqualiner Fleet te Zwijndrecht. En dat is evenals Zwets onderdeel van Blue Amigo. Dat vinden wij een vreemde zaak. Er wordt genoemd groot onderhoud, noodzakelijk onderhoud en achterstallig onderhoud. Beter voor Dordt wil graag uitleg over de verschillen in onderhoud.
Wij vinden zelf dat dat verkopen voor die 140 duizend euro, dat eigenlijk de gemeente dat niet moet doen aan de nieuwe exploitant. Of hij kiest voor 98 duizend, zoals eigenlijk de executiewaarde is, en daar is de kous mee af. We hebben ook nog een korte vraag wat de bijdrage van de Altena is. En als laatste hebben we nog even gister met het fractieoverleg is een voorstel de veerpont te verkopen, niet aan de exploitant, en daar tegenover te stellen dat de waterbushalte Hooikade het gehele jaar in de regeling blijft. Omdat er natuurlijk daar ook het een en ander moet gebeuren. Maar goed, dit is eigenlijk wat vragen en opmerkingen en ik ben benieuwd naar de antwoorden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Nederhof. Ik ga even kijken hoor. Dan is de tweede die ik zag dat is mijnheer Van der Meer. Mijnheer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Voorzitter, ik was eerder. De voorzitter: O, mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. Dan was ik er eentje te ver naar boven. Ja, ik zie het. Mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik zal het maar eerlijk zeggen, ik ben geen scheepsmakelaar. Ik heb zelfs geen boot, maar ik denk zelfs als gewone Dordtenaar kan je wel wat vraagtekens stellen bij wat er hier gebeurd is. En dan splits ik hem even in tweeën. Aan de ene kant zeg maar de aankoop in december 2018.
Dat is toen, mijnheer Nederhof zei het al, voor 260 duizend euro gebeurt. En nou, krap drie jaar later is dat ding opeens, ik heb het even uitgerekend, 37 procent in waarde gedaald. Ja, we hebben het hier niet over een krant die een paar dagen later minder waard is. Maar over een grote veerpont wat je volgens mij jarenlang zou kunnen gebruiken. Dus dan vind ik het heel gek dat dat opeens zoveel minder waard is geworden. En de vraag is dan ook: hoe komt dat? Is dat ofwel omdat er heel zorgvuldig mee omgegaan is? En zou je dan de huurder kunnen aanspreken als gemeente? Ofwel is dat ding in eerste instantie verkeerd getaxeerd. Dan zou je misschien de taxateur kunnen aanspreken en zeggen van: nee, die taxatie in december 2018 die klopte helemaal niet. Want hoe kan het anders dat dat ding in zo’n korte tijd zo enorm in waarde is gedaald? Nou goed, dat is over dat eerdere
33
traject. Nu ligt er een voorstel van de wethouder om het schip te gaan verkopen. En die verkoopprijs zou dan die 165 duizend zijn. Maar dan meteen ook eerder als gemeente allerlei achterstallig onderhoud voor rekening te nemen. Dus per saldo betekent dat dat de gemeente het schip dan aan Blue Amigo cadeau geeft, plus een bedrag van 140 duizend euro erbij. En dat roept ook weer een aantal vragen op. Bijvoorbeeld dat achterstallig onderhoud, of dat onderhoud wat er moet gebeuren, kan dat niet worden gedekt uit de huuropbrengsten? De gemeente is nu eigenaar van die veerpont. Die wordt door een andere partij gebruikt, daar wordt natuurlijk huur voor betaald. Het roept ook de vraag op: wie is verantwoordelijk voor het bieden van een deugdelijk vaartuig voor de dienstverlening? Is dat de gemeente? Is de gemeente verplicht om dat ene vaartuig aan te bieden? Of is het juist de uitvoerder die een vaartuig wil gebruiken? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. Ik zie u nu niet op mijn scherm, maar u krijgt een interruptie van mijnheer Nederhof. Dus het is voor mij een beetje lastig. Ik ga even een beetje naar rechts kijken, want daar zie ik jullie wel in het scherm. Maar interruptie van mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Even een korte vraag aan mijnheer Kuhlmann.
Vindt u de taxatierapport van de koper, dat is eigenlijk die zelf de opdrachtgever is voor de taxatie. Vindt u dat niet vreemd? De heer Kuhlmann: Sorry, u viel net even weg voor mij. De heer Nederhof: Vindt u dat geen vreemde zaak dat een opdrachtgever zelf die boodschap laat taxeren als opdrachtgever dan? Het is net zoiets als u koopt een auto bij mij voor duizend euro en dan geef ik u drieduizend euro mee om hem op te knappen. En dat is toch een hele rare gewaarwording? Ik bedoel, het is een vreemde zaak dat een opdrachtgever die zelf de boot gaat kopen de taxatie laat uitvoeren. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Nou, laat ik hem in tweeën splitsen, want volgens mij zitten er twee elementen in. Ik vind het heel gek om nu, als gemeente willen we dat ding gaan verkopen. En eigenlijk als je net niet de bedragen met elkaar verrekent, dan is het een verkoop waarbij we nog behalve die veerpont ook nog geld meegeven. Dat vind ik heel gek, dat heb ik net genoemd. U noemde ook een ander punt van of het gek is of de koper opdracht geeft voor die taxatie. Nou kijk, we hebben het over twee verschillende verkopen. In december 2018 is het ding gekocht door de gemeente.
Ik vind het niet gek dat als je iets koopt, zeker als het iets heel duurs is, dat je een taxateur inschakelt om te kijken van: wat is de waarde? Klopt het wel, gaan we er een reële prijs voor betalen? Dus dat vind ik niet gek voor de gemeente en dat vind ik ook niet zo gek als dat straks voor de gemeente het verkoopt en dus Blue Amigo dat doet, zo’n taxateur inschakelt. Wat ik wel heel vreemd vind, dat heb ik net ook genoemd, is dat in die tussenliggende tijd, krap drie jaar, dat het ding opeens zoveel in waarde is verminderd. Dan klopt er iets niet. Ofwel zeg maar dat ding is als een soort bots-boot gebruikt in de tussenliggende tijd, ofwel een van die twee taxaties klopt niet. En laat ik het zo zeggen, ik zou het heel vervelend vinden als blijkt dat we er in 2018 teveel voor hebben betaald.
34
Dan zou je natuurlijk moeten kijken van: hé, is die taxatie goed gegaan? Als dat totaal mis is gegaan, dan moet je misschien die taxateur gaan aanspreken. Dus het zijn allemaal vragen die bij mij leven die wellicht aansluiten bij de zorgen die u ook heeft. Als ik verder mag gaan, voorzitter. De voorzitter: Zeker. De heer Kuhlmann: Want een zorg die we hebben, tenminste laat ik het zo zeggen. Als je kijkt naar de situatie nu op dit moment. De waarde van het ding is nu nog 165 duizend euro volgens dus het laatste taxatierapport. Maar je moet ook onderhoud gaan uitvoeren voor een veel groter bedrag dan dat, namelijk 300 duizend euro, meer dan dat zelfs. Dus het is net even kort en krachtig gezegd, dit ding is anderhalve ton waard en je moet voor meer dan drie ton aan onderhoud gaan doen. Dat roept natuurlijk de vraag op: kun je die hele pont dan niet veel beter total loss verklaren? Want op het moment heeft die eigenlijk gewoon een negatieve waarde. En als we dat doen, is in die situatie het eigenlijk niet veel handiger, want ik weet er is een tijd te overbruggen tot er een elektrische vaarpont is, is het in die tijd die we moeten overbruggen dan eigenlijk niet veel handiger als daar gewoon een boot tijdelijk wordt gehuurd? Het is een hele rits aan vragen, excuus dat het zo gaat. Misschien dat we er achteraf gezien toch nog wel eventjes een technische sessie over moeten doen.
Maar goed, dit ligt nu voor, dus vandaar deze vragen. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Kuhlmann. Dan ga ik door naar de woordvoering van mijnheer Van der Meer. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Voor ons is ook na de antwoorden op de vragen die wij hierover gesteld hebben dit nog steeds een niet te begrijpen voorstel. De gemeente verkoopt iets wat zelfs als executiewaarde bijna een ton is en geeft daar 140 duizend euro bij toe. Zonder onderhoud zou de taxatiewaarde 165 duizend zijn. Anderen hebben daar al meer vragen over gesteld, dat laat ik even voor wat het is. De gemeente lijkt dus zo’n drie ton in te leveren door de deal die wordt voorgesteld. Als argument wordt gegeven dat er achterstallig onderhoud is van ruim drie ton. Maar na uitvoering van dat achterstallig onderhoud zal de taxatiewaarde toch aanmerkelijk hoger zijn dan die 165 duizend. Dat was immers zonder groot onderhoud.
Vraag is, vraag 1: hoeveel zou de taxatiewaarde zijn na het achterstallig onderhoud wat noodzakelijk is? Ik begrijp uit de antwoorden op onze vragen dat als Blue Amigo daarna zelf nog extra aanvullend investeert, hoeveel moeten ze dan nog extra investeren dat dan de waarde van het kapitaalgoed zelfs 725 duizend euro is? Hoeveel winst om het zo maar te zeggen maakt Blue Amigo daar dan nog mee? Uit de antwoorden op onze vragen blijkt, en misschien is dat een deel van de oplossing van deze puzzel, dat het tweede argument is: als we de pont niet verkopen, dat de dienstregeling dan niet plaatsvindt. Met andere woorden, dat er niet gevaren wordt. Dat roept mijn derde vraag op: betekent dat dan met Blue Amigo is afgesproken dat zij de veerverbinding niet hoeven te onderhouden als de pont niet aan hen wordt verkocht? Dat geeft dan Blue Amigo wel een heel erg sterke onderhandelingspositie. En vraag vier, had deze afspraak als die er is niet aan de raad voorgelegd moeten worden, omdat er geld mee gemoeid is? In het voorliggende voorstel gaat het over minstens drie ton. En ik heb op zich geen bezwaar tegen subsidie voor het
35
openbaar vervoer, maar wel met deze gang van zaken. Want die is mij erg onduidelijk. Ik hoop dat de wethouder opheldering kan geven, want de antwoorden op onze vragen gaven dat nog niet. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Van der Meer. Maar u krijgt nog even een interruptie van mijnheer Nederhof. Gaat uw gang. De heer Nederhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, mijnheer Van der Meer. Vond u het ook niet vreemd dat dus in 2019, begin 2019, Blue Amigo had geen interesse in de boot. Dat is toch vreemd? En toen ineens is een traject ingezet en twee jaar later ofzo, en toen wilden ze hem ineens wel. Dus zij hebben de concessie, dan moeten zij toch zorgen voor het varen? Maar dat horen we dadelijk wel van de wethouder. Maar het blijft vreemd waar ze hem toen niet wilden en later dan ineens wel. En daar weten wij niet waarom. En ik ben het met u eens, dat hadden ze wel beter moeten vertellen als dat zo is. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat was niet echt volgens mij een vraag, maar meer … De heer Van der Meer: Dat was niet een vraag aan mij. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Dan gaan we door naar de woordvoering, mijnheer Struijk heeft gezegd van: het hoeft niet meer. Want het is al gebeurd. Dan een korte woordvoering van mijnheer Chapel van het CDA. Gaat uw gang. De heer Chapel: Oh ja, voorzitter.
Was mijnheer Portier niet voor mij? De voorzitter: Even kijken hoor. Zou kunnen hoor. Ja, mijnheer Portier, gaat uw gang. De heer Portier: Ja voorzitter. Ik kan eigenlijk aansluiten bij de woorden van mijnheer Van der Meer. In die zin dat hij zei van: ik weet niet wat voor winst er gemaakt wordt door Blue Amigo als we een boot op gaan knappen, waardoor die een taxatiewaarde krijgt van 725 duizend en die verkopen we voor 160 duizend. Ja, dat is vrij makkelijk uit te rekenen, dan hebben ze dus winst gemaakt van 555 duizend euro die de gemeente zo in de schoot werpt. Er wordt hier een krediet gevraagd aan ons van 140 duizend, dus dat is dan een hele vreemde zaak. Even afgezien van dat feit, stel dat de boot niet in taxatiewaarde toe zou nemen door het groot onderhoud. Ja, dan heb je inderdaad de situatie, ja, ook mijnheer Nederhof heeft graag een vergelijking met garages, dat begrijp ik wel. Maar als ik naar een garage ga en ik zeg van: nou, willen jullie even naar mijn auto kijken? En de garage zegt van: nou meneertje, er moet wel wat aan die motor gebeuren. Zeker 3000 bent u daaraan kwijt. Maar daarna willen we hem wel voor 1600 van uw overkopen. Ja, dan zeg je toch van: weet je wat, ik breng hem naar de sloop. Dus wat mij betreft kan deze deal absoluut geen doorgang vinden.
Het is gewoon een belachelijk cadeau aan een privaat bedrijf, waardoor geen enkele rechtvaardiging te vinden is naar mijn idee. Blue Amigo wilde de boot niet kopen, of ze kopen hem voor de waarde die die straks echt heeft, namelijk die 725 duizend euro. Of de deal gaat niet door, ze zien maar waar ze een boot vandaan halen. Dat is mijn woordvoering. Dank u wel, voorzitter.
36
De voorzitter: Dank, mijnheer Portier. Dan geef ik toch nu het woord aan mijnheer Chapel. Gaat uw gang. De heer Chapel: Momentje, voorzitter. Ja, kunt u mij horen? De voorzitter: Luid en duidelijk. De heer Chapel: Dank u. Ja, wij sluiten ons als CDA Dordrecht aan bij wat mijnheer Portier vertelde en mijnheer Van der Meer van GroenLinks, en de SP. Kijk, dit is een onderwerp wat in het verleden natuurlijk al niet goed is gegaan. Dus we zitten wel even met dingen uit het verleden. En we hebben wel zoiets van: dat moeten we ergens toch zien op te lossen. Want dingen uit het verleden kunnen we op dit moment niet terugdraaien, maar we kunnen er nu wel in een keer voor zorgen dat het goed gaat. Aan de andere kant, het moet natuurlijk ook niet de bedoeling zijn dat we een schip laten varen wat ondeugdelijk is. Want zo komt het eigenlijk op ons over. En dan zit je natuurlijk met die enorme kosten. Dus ja, we hebben toch wel wat vragen voor de wethouder. De meeste zijn eigenlijk al gesteld. Maar waar het ons eigenlijk om gaat is van: als je die 140 duizend euro dan uitgeeft en hij blijft varen, gaan we dan nog een keer het schip in of krijgen wij geld terug van Blue Amigo, omdat de waarde verhoogd wordt? Is dat contractueel vastgelegd of niet? En dan nog even over wat wordt geroepen eventueel over het bedrijf wat taxeert. Nou, daar vind ik nog wel wat van.
Alleen kan iemand dat ook voor ons uitzoeken en hoe gaat dat dan? Want ja, ik weet even niet wat ik op dit moment hiermee aan moet. Dus al met al, ja, het is iets uit het verleden en we moeten er wel wat mee. Dus tot zover. De voorzitter: Dank, mijnheer Chapel. Dan een korte woordvoering van mijnheer Stolk. Gaat uw gang. De heer Stolk: Ja, ik wilde eigenlijk ook inbrengen het volgende. Er is ook een nieuwe veerpont besteld voor Werkendam, waar het dan over gaat. En ik vraag mij af: hij is nog niet klaar. Maar heeft dat ook hiermee te maken? Want de veerboot die dus nu waar we het over hebben met een hele geldkwestie, die is dus eigenlijk niet meer goed te bevaren en te gebruiken, dus die moet de vaart uit. Maar wanneer komt die nieuwe veerpont om dat probleem op te lossen? Want dan hoeven we die boot helemaal niet aan Amigo te verkopen en kunnen wij ermee doen wat we willen. Dus mijn vraag is eigenlijk aan de wethouder van: wanneer komt die nieuwe veerpont, want dan is het probleem opgelost. Dat was het. De voorzitter: Dank, mijnheer Stolk. Nou, dan heb ik verder geen woordvoeringen meer, dacht ik. Even kijken hoor, even in de chat. Voordat ik weer iemand tekort doe vandaag. Interruptie van mijnheer Portier. Gaat uw gang.
De heer Portier: Voorzitter, mijnheer Stolk riep de vraag op van: wanneer komt de nieuwe veerpont bij Werkendam? Maar is hij het niet met mij eens dat dat een probleem is voor Blue Amigo, waar ze een boot vandaan halen? Zij hebben beloofd die dienst te gaan draaien, met de boten die ze daar beschikbaar hebben. Ja, als deze boot niet meer
37
door de gemeente verhuurd wordt, dan moeten ze ergens anders een boot vandaan halen. Bent u het niet met mij eens dat het gewoon hun probleem is? De heer Stolk: Ja, absoluut is dat een probleem voor de firma die dat doet. En het blijkt ook dat ze dus op 1 januari, voor zover ik het toentertijd heb gehoord, 1 januari die nieuwe boot in bedrijf moest komen. Dus ik denk dat daar ook een probleem ligt. Waarom is die boot nog niet klaar en wie gaat dan dat verschil betalen? Dus dat heeft alles ook te maken met die andere boot. De voorzitter: Helder. Dan zie ik verder geen vragen meer. Dan geef ik nu het woord aan wethouder Van der Linden. Volgens mij is die, ja, online. De heer Van der Linden: Ja, goedendag. De voorzitter: Goedendag, gaat uw gang. De heer Van der Linden: Goedenavond. Ik heb meegeschreven met een heleboel technische vragen. En ik moet even kijken of ik die allemaal nu kan beantwoorden. Want u bent via een voorstel en daarna nog via beantwoording van vragen van GroenLinks op de hoogte gesteld van een aantal details. U stelt nu wel een aantal vervolgvragen in detail. Misschien eerst even over het verschil in taxatiewaarde eind 2018 en nu. En dat is natuurlijk wel frustrerend.
Want ik denk dat veel mensen de neiging hebben om dit te vergelijken met bijvoorbeeld hun goede tweedehands auto, die natuurlijk na een paar jaar minder waard is geworden, maar 37 procent minder dat is wel heel fors. Factoren die hierin meespelen zijn dat zo’n veerpont niet hetzelfde is als een reguliere tweedehands auto. Een deel van de waarde hangt af van, nou ja, de beperkte markt waarin zo’n schip opereert. Het is ook zo, het is een heel oud schip, dat heeft u zelf ook al gezien in de stukken. Het is meer dan 40 jaar oud. En het brengt een aantal kosten met zich mee. Beide taxaties zijn uitgevoerd door een landelijk erkend bureau. En dat is natuurlijk ook niet een soort bureau dat je, daar zijn er niet heel veel van, maar dit zijn bureaus die volgens goede kwalitatieve standaarden opereren. Dus wat dat betreft, er is een verschil maar dat is wel hoe dit verhaal kennelijk in elkaar zit. Ik deel wel uw gevoel van, nou ja, ongenoegen over het gegeven dat we zo snel in moeten op de waarde van een schip. Zo’n schip is ook niet iets wat je heel graag koopt. Want ja, de gemeente heeft heel veel kapitaalgoederen en ook heel veel gebruiksgoederen. De voorzitter: Wethouder Van der Linden, u krijgt een interruptie van mijnheer Portier. Mijnheer Portier.
De heer Portier: Ja, voorzitter, de wethouder probeert de verschillen in taxaties te verklaren door het feit dat het een hele oude boot is. Maar ja, als een boot eerst 40 jaar oud is en daarna 41 jaar oud, dan is die 2,5 procent ouder geworden. Dan lijkt me dat niet een verschil van 37 procent in taxatiewaarde te kunnen verklaren. Is de wethouder dat met mij eens? De voorzitter: Wethouder Van der Linden.
38
De heer Van der Linden: Niet noodzakelijkerwijs. Ik zou dat heel graag willen, maar ik heb ook wel eens een tweedehands auto gehad die, kan ik u vertellen, 15 jaar oud was. En het verschil tussen jaar 15 en 16 was een paar duizend euro. Ook botte pech dan, in het geval van mijn auto. Ja, ik kan het niet beoordelen voor dit schip, maar natuurlijk een duurzaam verbruiksgoed wat je langer gebruikt kan natuurlijk een keer met aanzienlijke extra kosten worden geconfronteerd. Ik beschouw dit ook mee als een technische vraag. En de technische vraag is dan: hoe duidt het college, hoe duiden wij het verschil tussen taxatiewaarde eind 2018 en taxatiewaarde nu? Prima vraag, ik heb daar nu niet meer duiding op dan dit. De voorzitter: Een interruptie nog van mijnheer Nederhof. Gaat dat over hetzelfde, mijnheer Nederhof? Gaat uw gang. De heer Nederhof: Even de vraag is eigenlijk van: u gooit het nu allemaal in de technische hoek. Maar eigenlijk is het niet zo technisch, het is meer de gang van zaken. Dat in januari 2019 wilde Amigo de boot niet overnemen. En dan ineens zeg maar 18 maanden later, nog iets later, willen ze wel de boot overnemen, maar mits de gemeente achterstallig onderhoud wegwerkt. Dit is helemaal niet technisch, dit is heel vreemd dat het dan ineens wel nodig is.
En kijk, noodzakelijk onderhoud, groot onderhoud en achterstallig onderhoud zijn allemaal termen die in het verhaal staan. Ja nogmaals, ik vind het erg onduidelijk. En dat taxatierapport, nou, daar heb ik een beetje verstand van. Nou, ik heb het gevoel dat eigenlijk die tweede taxatie die boot helemaal een beetje naar de bodem is afgeschreven. Dus waarom wilde Amigo die boot toen niet overnemen en toen ineens wel? Omdat ze denk ik gewoon best wel wat financieel voordeel zagen, omdat ze ook al onderhoudswerkzaamheden kunnen ze in eigen beheer doen, dus dat is misschien meegenomen. Misschien zit dat erachter, maar goed. Ik ben benieuwd waarom. Dat heb ik nog niet gehoord van de wethouder. De voorzitter: Wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Nou, dat klopt, want die vraag had ik nog niet behandeld. Ik bedoel, u stelt een serie vragen en ik beantwoord eerst de een en dan de volgende. En daarna een volgende, daarna weer een volgende, daarna nog een volgende. En dan is toevallig deze vraag aan de beurt. Waarom heeft Blue Amigo drie jaar terug het niet gekocht en nu wel? Dat heeft te maken met het gegeven dat inderdaad het schip wat zero emissie vaart wat later wordt opgeleverd dan de bedoeling was. Dat zou even uit mijn hoofd begin dit jaar in de vaart zijn gekomen, maar het is een nieuw schip en ook een nieuw ontwikkelschip en dat gaat een jaartje langer duren.
Dus ik heb nog geen exacte datum, maar het zou ergens begin 2023 gaan worden. Dus die tijd moet overbrugd worden. Dat is de verklaring. Dat leidt meteen wel tot de vervolgvraag die u stelt, en daar heb ik nu geen heel concreet antwoord op, van: moeten we het schip dan verkopen of is het ook mogelijk dat er een andere oplossing geboden wordt? Bijvoorbeeld: zijn de schepen te huur? Waarbij wij ons schip dan uiteindelijk zonder groot onderhoud verkopen, waarbij het natuurlijk nog minder waard is. Maar dan heb je niet die kosten gemaakt. En zijn er intussen misschien schepen te huur? Dat moet ik even uitzoeken of dat kan. En dat geldt ook voor een paar andere vragen die u stelt. Het verschil tussen noodzakelijk, achterstallig en groot onderhoud, een goede vraag.
39
Noodzakelijk onderhoud heeft te maken met veiligheid, achterstallig heeft deels te maken met gebruikseffecten over langere jaren. En groot onderhoud, ja, dat is echt bedoeld om de technische inzet te garanderen. Even kijken. De voorzitter: Wethouder Van der Linden, even hoor. U krijgt nog een interruptie van mijnheer Van der Meer. Was u klaar, mijnheer Nederhof? De heer Nederhof: Ja, ik zal hem even uitzetten, sorry. Ik ben nog niet klaar, maar ik kom wel terug. De voorzitter: Dat is goed. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel. Ja, de wethouder die zegt het een en ander over mogelijke alternatieve oplossingen en zo die gekozen zouden kunnen worden. Dat klinkt een beetje alsof het probleem van zorgen dat er een schip is om mee te varen een probleem van de gemeente is en niet een probleem van Blue Amigo. Zie ik dat goed of moet ik dat anders zien? De heer Van der Linden: Kijk, we hebben eigenlijk twee discussies. Een: is het nou een fijne gedachte dat je als gemeente een veerpont in bezit hebt? En dan ook nog zo eentje als deze, een vrij grote en vrij oude waar we verder niet heel veel mee kunnen. Alleen maar, hij is geschikt voor deze verbinding maar je gaat hem niet op allerlei andere plekken inzetten. Dat is de eerste. Eigenlijk zou je denk ik op een gegeven moment daar wel weer vanaf willen.
Het tweede is, hoe zorgen we voor het verbinden van de Kop van ’t Land met de overkant, gedurende eigenlijk permanent. De aanleiding van: hé, dat nieuwe schip komt wat later. En de vraag: kunnen we dan het huidige schip kopen? Dat bood ons een oplossing, namelijk dan raken we op een bepaalde manier iets kwijt waarvan we zeggen van: ja, dit hoort niet bij de kerntaken van de gemeente om veerponten in bezit te hebben. Maar deze discussie leidt ook wel tot de vraag: moeten we hem verkopen? Nou, dat hoeft niet per sé, maar dan moet er wel een andere oplossing komen. En ik zou best even willen meenemen wat voor oplossing dat dan zou kunnen zijn en wat dat met zich meebrengt aan kosten. Want natuurlijk, als je dit schip niet verkoopt, wat moet er dan gebeuren om het in stand te houden zodat het nog wel een jaartje kan varen? En als je dat niet wil, ja, wat moet je dan doen om een ander schip te arrangeren? Dus die vraag neem ik even mee. De heer Van der Meer: Mag ik daar, voorzitter, nog een vervolgvraag bij stellen? Ook in lijn met wat mijnheer Portier al eerder heeft gevraagd. Want ik hoor u niet zeggen dat het een verantwoordelijkheid van Blue Amigo is om te zorgen dat ze een schip hebben om mee te varen. Het klinkt nog steeds alsof de gemeente daarvoor verantwoordelijk is. De heer Van der Linden: Nee, ik heb het contract hier niet bij de hand.