CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Grote Projecten 29 september 2021 - getekend.pdf

Commissie Grote Projecten Dordrecht 29 september 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 16: Vastgestelde Besluitenlijst en Notulen Commissie Grote Projecten18.062 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Mijnheer Portier geeft aan: moeten al die flapjes erbij met begrotingspost 6, 7, 8 enzovoorts? Ja, dat moet van de BWV, of van andere accountants die allemaal vinden dat dat moet. De heer Portier: Voorzitter, ja, ik vind het een beetje vreemd. Want bij de begroting zelf zouden we dan ook al die dingen moeten hebben. Het is een beetje gek dat je bij de begroting het niet hebt en bij een wijziging van de begroting wel. De heer Van der Linden: Ja, somnnige dingen moet je gewoon accepteren of niet, maar ik accepteer ze. We kunnen er best even technisch er een wat concreter antwoord op geven dan wat ik nu doe hoor. Maar het punt is gennaakt. Even over de huizen aan de Weeskinderendijk, dat zei u. Ja, dat staat niet in dit voorstel, dat staat ergens anders. En als u daar een concrete vraag over heeft, dan ga ik hem als technische vraag nneenemen. Maar ik kan me voorstellen dat dat nog een keer terugkonnt. Ja? Dan is Zwijndrecht nog in beeld? Zeker, ook daar is een spoorzone en daar ontwikkelen ze ook gebiedsprojecten. Daar zag ik deze week ook nog wat over in de krant staan. We werken ook via een stuurgroep heel nauw samen als wethouders aan beide zijden van de overkant, met een hele mooie brug in het midden. Dit voorstel gaat over onderdelen van de Dordtse spoorzone. Maar het punt dat u maakte is wel goed.

We moeten er niet in het vertellen van het verhaal over de spoorzone deels echt Dordtse verhalen bij vertellen. Maar het is wel het hele gebied, en dat maakt ook de kracht van het gebied. Dus eigenlijk wel heel goed dat u daarnaar vraagt. Dan vraagt een aantal van u vraagt: ja, kan het ook onderin wat concreter? Bijvoorbeeld bodemverontreiniging. Ja, een van de doelen is natuurlijk bij al die onderzoeken en gebiedsanalyses, dit is een van de meest ongevoerde stukken grond nabij Dordrecht van de afgelopen paar honderd jaar. Je weet sonns wel dat er iets kan zijn of iets is, maar niet precies waar het zit en hoe diep en hoe diffuus het is. En dat bepaalt mede of je er iets mee moet. Dat kunnen we nu dus nog niet heel concreet zeggen, ook niet onndat je, de vraag of je er iets mee moet hangt ook weer af van wat je met de ruinnte gaat doen en met de grond gaat doen. Als je er een parkeerterrein overheen legt, dan ga je er andere eisen aan stellen

21

dan wanneer je er een huis met een tuintje neerzet. Dus in dit stadium kan het niet veel concreter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, nou, dat is een redenering. Ik redeneer ook van dat we op een gegeven moment ontdekken dat er wat zit en dat we dan aanpassen van wat we daar dan gaan plaatsen. Dus die redenatie wordt ook gennaakt. En het gaat eronn, kijk, je ka niet precies weten, nnaar we kunnen echt wel nagaan wat voor soort industrie er geweest is, wat er allemaal geweest is, dus een vermoeden heb je. En dan kan je best wel een rekensom op loslaten wat er wel of niet gesaneerd moet worden. Zodra er asbest in zit, ja, dan weten we dat. Dus zo zijn er meer dingen te vinden waar je het zeker van weet. En de rest, ja. De heer Van der Linden: Maar goed, ik denk dat we het eens zijn. Je hebt daar wel onderzoek voor nodig om precies, zo precies mogelijk, want in veel gevallen is dat niet te zien, te kunnen bepalen wat er nou zit. loch? Oke, dan heb ik de concrete vragen gehad, denk ik. Ik heb alleen de hartenkreet van mijnheer Veldman. Ik was meer onder de indruk van het Frans dan van de vraag zelf. De heer Veldman: Voorzitter, het is ook ongeveer het enige Frans was ik ken. Maar nou, kijk, het punt is een beetje, en daaronn is het op zich wel wat mijnheer Gundogdu zegt van: 11 en 12 horen ergens bij elkaar.

We hebben dus bij 11 stellen we 1,4 miljoen voor de Dordtse spoorzone. Bij 12 wordt het gevraagd voor het Maasterras. Wat daar dan ook weer onderdeel van is. Dus het roept een beetje de vraag op van: krijgen we nu voor al die deelprojecten, zoals ik dat dan nnaar noem, nog separate voorstellen zoals van het Maasterras? En is het voor de Dordtse spoorzone, is dat dan echt beperkt tot het overkoepelende? Moet ik het dan zo zien? Of zie ik dat verkeerd? Want anders is dus mijn vraag, en daar ging dus die hartenkreet over van: ja, dan is 1,4 miljoen, dan beginnen we bij het Maasterras of waar we ook precies beginnen en dan komen we straks bij Amstelwijk of ergens halverwege erachter dat het geld op is voor de PowerPoint en de consultants en de bodennverontreiniging, et cetera. De heer Van der Linden: Als ik het goed zie en met wat we nu weten is dit wat we nodig hebben voor de hele spoorzone en voor het gebied Maasterras. En u weet ook dat rond het stationsgebied zelf een aantal andere onderzoeken !open ook over: hoe kun je omgaan met de toename in het ov? Hoe ga je om met de rangeerterreinen? Hoe ga je om met de 10 minuten sprinter en het stationsgebouw? Vorige week hebben we al heel concreet bij hamerslag hartstikke mooi het plan fietsenstallingpark vastgesteld, er komt nog Tuurborg, dat is al wat verder.

Spuiboulevard is ook al een krediet voor gegeven, dus zo bouw je natuurlijk ook rond al die gebieden de onderzoeken verder op en dan ga je ook echt bouwen. Eerste paal, iemand die vroeg daarnaar, 2024. En ik denk dat we in deze connnnissie steeds zo concreet mogelijk proberen mee te nennen in de mijlpalen en plannen die er zijn, want daar vroeg mijnheer Van der Kruijff nog naar. Wanneer kan ik kaders nneegeven of andersoortige opmerkingen nnaken? Ja, dat kan bij die momenten volop. Want zeker op het Maasterras moet natuurlijk nog heel veel gebeuren wil je daar

22

echt fijn kunnen wonen. Maar dat geldt in feite voor veel woongebieden, daar moeten we nog veel kaderstellende discussies voeren met elkaar.

De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, even niet door mu j heen praten. Voorzitter, de vraag die ik ook stelde was de mogelijkheid voor tijdelijke woningen. En als we natuurlijk zeggen: tot alle plannen gereed zijn is er juist heel veel tijd voorbij gegaan onn nog tijdelijke woningen eventueel in dit gebied te willen. Dus hoe kunnen we ergens toch die vraag hierin vlechten? De heer Van der Linden: Nou, dit vind ik zo'n nnooie vraag, waarvan ik zou zeggen van: laten we die gewoon nu alvast opschrijven. En ik weet niet of die in de onderzoeken die we nu uit gaan voeren al meteen aan de orde komt. Maar de opnnerking: wat doen we met tijdelijke woningen? Die is nu door zeker vier fracties gemaakt. Dus ik denk dat die vraag zeker terug gaat komen bij de verdere voorbereiding van het project spoorzone. Ook als we zien dat sommige gebieden echt nog heel lang in ontwikkeling moeten blijven, dan kan je wet vast een stukje tijdelijk bouwen. Dus die vraag nemen we gewoon mee. De voorzitter: Mijnheer Nederhof, u heeft wat over punt 12 dan? De heer Nederhof: Mevrouw de voorzitter, dit is een ander dossier, dan mag ik een andere woordvoering doen. Mag dat? De voorzitter: Nou, ik dacht dat mijnheer Wringer al wat had gezegd. De heer Nederhof: Nee. De voorzitter: Oke, nnijn excuses.

De heer Nederhof: Oke, ik wilde een korte vraag stellen en nnisschien kan de wethouder het meenemen. Onderzoeken Maasterras, ik weet niet of u zich dat nog kan herinneren 17 jaar geleden, dat was ook een project wat wel een miljoen gekost heeft in onderzoeken. Is daar nog wat uit te halen van al die punten die onderzocht moeten worden? Dat kan natuurlijk behoorlijk wat geld schelen, zeker de affaire met de Weeskinderendijk. Nou, dat heeft u al in beeld, neenn ik aan. De andere vraag is, de bodemvervuiling is daar gigantisch. Het is geen asbest, het is gewoon door al die houtbewerkingsbedrijven daar door tientallen jaren is dat goed vervuild. Er wordt dus een verliesgevende voorziening getroffen. Maar die gaat niet bij het totale budget wat neer gelegd is door de raad, dat gaat er niet af. Ik bedoel, dat gaat echt apart dat verlies. Want dat kan ook een paar miljoen worden, die bodemverontreiniging. De verliesvoorziening die komt dus eigenlijk uit een andere pot, uit de algemene middelen of wat ook voor reserves. Dat staat hier wet in dat het erin komt, verliesgevend wordt het. De heer Van der Linden: Ja, maar welke andere pot bedoelt u dan?

23

De heer Nederhof: Nou ja, als die maar niet uit het budget konnt. Want de onderzoeken gaan al met miljoenen, de verontreiniging met miljoenen en nu wat Joost Veldnnan net zegt: dan kan het dadelijk wel op een gegeven moment op zijn. De heer Van der Linden: Ja, maar we weten wat we willen onderzoeken. En we weten ook dat een aantal onderzoeken gaan leiden tot heel concrete resultaten over: hoeveel geluidsbelasting kan er zijn als je bepaalde functies wil hebben? Wat moet je doen met mobiliteit, hoe moet je omgaan met zichtlijnen enzovoorts. Bodemverontreiniging, nou, er is 150-200 jaar industrie geweest in dit gebied, er zit van alles wel of niet nog in de bodem op bepaalde dieptes enzovoorts. Maar goed, daar weten we dus nu niet exact van wat het betekent. Er is een programnna geweest waarbij we zeg maar een hele lijst met vervuiling, die al in de jaren 80 en 90 is opgebouwd, hebben kunnen saneren. Die lijst en dat budget is er niet meer. Er zijn wel andere voorzieningen. En die gaan er natuurlijk ook nog steeds wel, ook die dossiers blijven in ontwikkeling. Ook landelijke fondsen blijven in ontwikkeling. Dus mocht dat aan de orde zijn, dan gaan we daar natuurlijk gebruik van maken. Maar daar kan ik nu eigenlijk weinig concreet over zeggen dan dit. De voorzitter: Oke helder. Even kijken, u had nu alles doorgenomen.

Heeft er nog iemand van de connnnissieleden geen antwoord gekregen op een vraag of iets anders? Nee. Nou, dan ga ik, ja, er komt een pauze. Maar ik moet eerst even vragen of u het met nnij eens bent dat deze beide zonder bespreking als hamerstuk naar de raad kunnen, zonder amendennenten? Oke, prima. Dan gaan we even pauzeren. Wij gaan verder om 21:20. De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ja, ik wilde me even melden. Ik zat eerst in een andere vergadering. Bij deze. De voorzitter: Welkom.

12.Beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet Maasterras - Dordrecht CS — Raadsvoorstel De voorzitter: Oke, we gaan verder. Iedereen heeft zich ook zodanig opgesteld dat de presentatie goed te volgen is. Dat is mooi, dan hoeven we dat zo nneteen niet te doen, mijnheer Noldus.

13.Presentatie herontwikkeling Crownpointlocatie De voorzitter: Het volgende onderdeel namelijk waar we nu naar overgaan is de presentatie herontwikkeling Crownpointlocatie. Ik weet niet of ik het uit moet spreken als levs of als LEVS. Architecten en vorm die kunnen ons vanavond een eerste impressie geven van de plannen voor de locatie Crownpoint. En later dit jaar zal aan de raad ook

24

het bestemmingsplan voor deze locatie worden voorgelegd ter vaststelling. Ik wit jullie graag het woord geven. Wet de vraag of jullie jezelf ook nog even willen voorstellen. Dan weet iedereen met wie die te maken heeft. Ik heb begrepen dat hier een microfoon ligt. En het is fijn als u die wil gebruiken, vanwege dat dan ook de woorden mooi op de band komen. Gaat uw gang. De heer Van Mackelenbergh: Hartelijk dank dat wij vanavond wat van uw tijd gebruik mogen nnaken om iets te vertellen over de herontwikkeling van de Crownpointlocatie. Mijn naam is Reinier van Mackelenbergh. Ik ben van VORM, ik ben conceptontwikkelaar. VORM is een bouwende ontwikkelaar uit Rotterdam. Een fanniliebedrijf, 100 jaar oud en wij zijn hier vanavond samen met LEVS architecten. Adriaan Mout, partner, sannen hebben wij het afgelopen jaar sannen met de gemeente gewerkt aan de verkenning van de kaders waarbinnen wij denken dat een herontwikkeling van de Crownpoint locatie mogelijk gaat zijn. Dan moet je denken aan stedenbouwkundige kaders, beeldkwaliteitskaders en ook kaders in termen van haalbaarheid. Momenteel ligt er een ontwerp bestemmingsplan ter inzage. En betekent dat ook voor VORM als ontwikkelaar dat het moment is gekomen om de locatie definitief te kunnen gaan verwerven van de huidige eigenaar.

En daarnnee is voor ons groen licht eigenlijk gegeven en ook een mijlpaal bereikt om onze visie voor de plek concreet te gaan uitwerken in een plan. En over onze visie en onze interpretatie op deze opgave gaat Adriaan Mout jullie wat vertellen. De heer Mout: Nou, Adriaan Mout, dat heeft Reinier al gezegd. Het is LEVS, maar ik heb ook geen bezwaar tegen LEVS. Wij bestaan geen 100 jaar, maar 30 jaar. Maar goed, dat vind ik ook al best een tijdje. Nou, twee slides even over ons, want het gaat natuurlijk niet over ons. Wij zitten in Amsterdam, een bureau van ongeveer 40 mensen. Op het gebied daar, dat is Krukjeseiland in Amsterdam-Oost, een gebied wat eigenlijk, ik hoor het net een verhaal over de spoorzone, maar een gebied wat enornn in transitie is. Zoals heel veel gebieden van industrieel havengebied tot, ja, vooral heel veel wonen en werken. En daar gaat dit plaatje over, maar wij zitten daar zelf tussen en we doen een aantal projecten ook daar. En ja, ons werk zit eigenlijk over heel Nederland en is vooral laten we zeggen geent op woningbouw, op grotere woningbouw, geconnbineerd met stedenbouw. En daar voelen wij ons zeg maar ook fijn in. Dit soort gebiedsopgaven, binnenstedelijk, verdichten, dat zijn de dingen die wij belangrijk vinden en waar we ook heel veel werk in hebben. Maar goed, dat even genoeg over LEVS architecten. We zitten hier voor Crownpoint.

Reinier schetste het, we zijn laten we zeggen binnen de kaders aan het onderzoeken. We zijn ook voor VORM de haalbaarheid aan het testen, aan het tellen, mogelijkheden aan het onderzoeken van: wat kun je op deze plek nou doen? En op deze plek ligt natuurlijk in eerste instantie een heel erg goed ambitieus stedenbouwkundig plan. Dus dat is mooi. Op basis van het stedenbouwkundig plan zijn wij eigenlijk door gaan oefenen. En dat stedenbouwkundig plan dat gaat eigenlijk over dat hele stuk binnen die witte kaders, met heel veel annbitie. Ook met heel, laten we zeggen, ik had het net over die binnenstedelijke gebiedsontwikkeling. Nou, dit is er eentje van formaat zal ik maar zeggen, met straks heel veel wonen, heel veel werken en een hele transformatie van jaren 70 gebied naar de 21e eeuw zal ik maar zeggen. Nou, hier ziet u een beetje de kaders die mee zijn gegeven. Dus we hebben het over het

25

linker blok, dat is de plek waar Crownplaza nu zit. Maar uiteindelijk maakt het onderdeel uit van die ensemble van blokken. Nou, dat zal u ongetwijfeld vaker hebben gezien, want dit plan is langsgekomen. Blokken die gesloten blokken, maar wel met een grote doorwaadbaarheid en een hele grote interne differentiatie en gelaagdheid. Je ziet daaronder een doorsnede, die is eigenlijk genomen over onze locatie. Ik konn daar zo nneteen op terug, maar wat een van de dingen die opvalt is dat er een groot hoogteverschil zit tussen Spuiboulevard en het Geldelozepad. We gaan natuurlijk daar nieuwbouwen, slopen en nieuwbouwen. Maar een van de dingen die dan daarbij ook opvalt is dat we, er staat een stevig volume, we kunnen het allennaal zien als we hier naar buiten !open en naar links. Er staat een stevig volume, een heel eenduidig groot kantoorgebouw wat ook hoger is. En we gaan niet hoger, sterker nog, we gaan op heel veel punten lager dan dit volume. Maar we gaan het ook heel anders inrichten en inpassen en er komt heel veel differentiatie terug. En we gaan ook een aantal kwaliteiten terugbrengen. Nou, hier is dat plan, laten we zeggen een soort visualisatie of gedachte van het stedenbouwkundig plan al neergezet.

U kent dat plaatje met heel veel ambities die gaan over: hoe kun je nou wonen en verblijven op dit soort plekken? Hoe kan je het aangenaann maken, hoe kan je het autoluw maken? Hoe kun je die connectie met de openbare ruimte heel goed maken? En daar appelleert dit plan aan. En ik denk dat dat een heel erg sterk en goed plan is, als dat ook op deze manier uitgevoerd wordt echt een succes kan zijn voor laten we zeggen de verdichting van deze plekken. En heel veel toevoegen van wonen op deze plekken. Nou, we zoomen nu even in op Crownpoint, dus een van de drie blokken die daar zitten. Nu zit het een beetje in een stedenbouwkundig kader nog. We hebben natuurlijk aan de linkerzijde, de westzijde, een mooi groen pleintje. We hebben hier een straatje, daar bouw je net met een pleintje wat met de bestaande garage aan dit gedeelte weer een nieuwe stedelijke ruimte gaat vornnen. En verder hebben we een blok met een binnenterrein, daar ga ik even op inzoomen. Er staan allemaal getalletjes in, maar u kunt ervanuit gaan dat onder deze schema's zitten uitgewerkte woningen. Daar zijn we al heel veel in onze gedachtes mee. Maar de basis van het plan is een plan wat uit dit pleintje doorwaadbaar is, wat ook een binnenterrein heeft met groen en zelfs met bomen die in de grond staan. Maar er zit ook een garage onder, maar daar hebben we iets op bedacht.

En ook een blok met heel veel differentiatie in de manieren van wonen. Er zitten grote en kleine appartennenten in, in allerlei sectoren. Maar er zitten ook, en dat is denk ik voor dit plan best belangrijk, in de twee zijstraten zitten grondgebonden woningen, grotere woningen, gezinswoningen, en die staan hier. Ik wil niet te veel tijd nu daarin, ja, oke. Om dat even lets beter uit te leggen staan hier een aantal plattegronden achter elkaar. En zo meteen met een doorsnede. We hebben natuurlijk een parkeeropgave. En die parkeeropgave is complex, ik ga dat niet helemaal toelichten, want daar zit een hele gedachte achter voor het hele plan. Maar we willen die auto natuurlijk uit het straatbeeld hebben, dus we gaan op een bepaalde manier gebruik maken van ook bestaande parkeervoorzieningen. En we gaan een beperkte garage in het plan maken. En die garage is straks totaal onzichtbaar, zit half verdiept en wordt langs de straat overkluist door woningen. En over die garage heen gaan we een binnentuin maken. Een binnentuin die laten we zeggen deels privebuitenruimte omvat, maar ook een belangrijke collectieve functie heeft. Dus de bedoeling is dat nnensen elkaar daar gaan ontmoeten, dat je ook van buitenaf, ook als je er niet woont, naar binnen kunt en er doorheen kunt !open. Kortom, dat het een heel

26

erg prettig en intiem verblijfsklinnaat krijgt. We zitten eigenlijk in de noordkant en de zuidkant zit een concentratie van appartementen. Hier is dat veel laag en daar is het wat hoger. En daar tussenin zitten eengezinswoningen. Nou, dat is niet helemaal correct, het zijn gestapelde gezinswoningen. Het zijn twee keer hele grote woningen, waarvan de onderste een tuin hebben en de bovenste een dakterras. En het is op deze doorsnede wat beter te zien. Hier zien we die half verdiepte garage met die grote gezinswoningen, die allemaal direct op de straat aan takken. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat we hier een grotere hoogte kunnen maken door te zeggen: dat je items kunt aanbieden en deze overgang die is heel belangrijk. Die gaan we straks laten we zeggen heel precies en goed uitwerken. En daarboven zit weer een woning en hieronder staan bomen. En hier ziet u een lengtedoorsnede. Daarin is ook dat verschil te zien, daar maken we ook gebruik van. Want aan de Spuiboulevard ligt die garage half verdiept en hier ligt die op de grond. Als ik lets vergeet dan moet je dat aanvullen. Maar heel belangrijk is dat je ondanks het felt dat je dus de grond in gaat en een garage maakt en een heel aantrekkelijk binnenterrein. Nou, ik neenn u even heel snel door de verdere stapeling heen. Maar het plan verdwijnt zal ik maar zeggen langzaamaan in eerste instantie aan de zuidkant.

Te zien aan het Geldelozepad waar we een veel lagere schaal hebben. Dat gaan we straks ook zien. Tussenleden van die gestapelde maisonnettes verdwijnen op een gegeven moment en dan houden we de appartennenten over. Appartementen die deels in hoogteaccenten zitten. En voor die hoogteaccenten zijn ook speciale regels vanuit de stedenbouw opgesteld. Daar kom ik zo meteen nog even op terug. Maar dit is de organisatie van het plan op dit moment wat er uitgezocht is. Er is vanuit, ja, het begeleidende team en vanuit het plan wat er zit een bepaalde kwaliteit voor de beeldkwaliteit opgezet. Daar zullen wij ons straks ook aan moeten houden. Die is heel ambitieus, dus dat vinden wij natuurlijk heel aantrekkelijk. Maar het is ook een grote uitdaging. En in die beeldkwaliteit worden eigenlijk een aantal gebieden onderscheiden. Er wordt gezegd: de ruimte langs de Spuiboulevard heeft een bepaalde kwaliteit, het Geldelozepad heeft een bepaalde hele andere kwaliteit, en deze dwarsdoorsteek straatjes die hebben weer een andere kwaliteit. Die drie gebieden zijn in het stedenbouwkundig plan gedefinieerd en daar zijn ook regels voor opgesteld. Regels waar wij ons dus in die uitwerking nnee moeten overweg gaan. Nou, even niet te snel. Nou, dit is een jaar of wat geleden denk ik.

Maar laten we zeggen, het nnarkeert toch een tijdperk waarin we natuurlijk in de 70-80 jaren heel anders met de stad om zijn gegaan. En inmiddels weer terug zijn naar grote kwaliteit en de waarde van de binnenstad en hoe die gevloeid is en hoe je daar kunt wonen. Dus iedere tijd heeft zo zijn makken, maar ook zijn ideeen. En ook nu gaan we weer een nieuwe tijdsfase in. Over die Spuiboulevard zegt het stedenbouwkundig plan een aantal zaken. Die zegt: het nnoet een heel gedifferentieerd beeld worden met ook hoogteaccenten die hoeken markeren. Er zit een heel duidelijke verpanding, dat geldt voor het hele plan. Het plan gaat aansluiting zoeken bij bepaalde karakteristieken in Dordrecht en dat heeft toch heel vaak te maken met de binnenstad, dat je geen grote aaneengesloten blokken maakt, maar die architectuur is opgedeeld architectonisch. En er zit een hele belangrijke relatie met de straten en er zijn bijzondere entrees. Nou, in dat zelfde beeldkwaliteitsplan stonden dit soort referentiebeelden. Referentiebeelden, ja, daar hebben we eigenlijk dagelijks mee te maken, maar het geeft eigenlijk een soort gedachtegang aan van: dan heeft dit weer met dit te maken. Maar het is een gesprek met een idee wat je zou

27

kunnen ontwikkelen en uiteindelijk moeten de architecten dat weer concreet tot een plan maken. Maar dit zijn inspiratiebeelden. En als wij nu even de volumes, dit zijn puur de volumes gemaakt zoals we die uit dat telmodel halen. Daar zit nog helemaal geen verfijning en differentiatie, er zit geen architectuur in. Zover zijn we ook nog niet. Maar er zijn wel gedachtes over hoe die volumes zich zouden kunnen gaan ontwikkelen en hoe die architectuur zich zou kunnen gaan ontwikkelen. En daar hebben wij ook weer referenties bij gezocht die aansluiten bij de ambities in dat stedenbouwkundig plan. Daar moeten wij straks ook met de gemeente en stedenbouwkundigen, als wij die eerste plannen hebben, dat weer gaan afstemmen en gaan toetsen. Maar je ziet dat er een hele, er wordt op verschillende manieren gedacht over het combineren van architectuur. Het idee is ook dat er heel veel differentiatie inkomt. Maar dat het een hele mooie en rijk gedetailleerde omgeving gaat worden straks. Er zitten ook hoogteaccenten in. En een van de regels in het stedenbouwkundig plan is dat die torens, ja, ze worden torens ook genoennd, maar het zijn natuurlijk deels hoge accenten altijd een eindje teruggaan, dat ze daar staan in de tweede linie. Ze staan dus niet in de rooilijn zelf, ze liggen een eindje terug. Ze zijn slank, volgens het beeldkwaliteitsplan.

Dus er worden hoge eisen aan die accenten gesteld. Nou, die accenten zitten in Crownpoint eigenlijk daar op de hoek rechtsboven en hier waar de ruimte zit aan het groene pleintje daar. Volgens mij heeft deze nog geen naann, dat is nu nog geen straat. En ook daar hebben wij weer referenties gezocht. Het wordt ook niet zo, maar het zijn gedachtes over hoe je om zou kunnen gaan met de architectuur in dat soort accenten. En ook dit zijn weer allemaal voorbeelden die vrij stedelijk zijn, die heel rijk geornamenteerd zijn en heel veel kwaliteiten op zich hebben. Het Geldelozepad is natuurlijk een heel andere kant van het plan, laagdrempelig. Sorry niet laagdrempelig, maar kleinschalig. Het beeldkwaliteitsplan is daar ook heel duidelijk over en de nnassa's die we mogen maken die zijn veel kleiner. Die zijn drie lagen incidenteel en vierde laag onder een kap. Daar horen eigenlijk bijvoorbeeld dit soort beelden bij. Deze komen uit het beeldkwaliteitskader. Fijnnnazig, ook een soort passelering, maar toch ook een soort eenheid. Het is steeds zoeken naar eenheid en verscheidenheid. Dus samenhang, maar toch de soort differentiatie die je in de stad wil hebben ook laten zien. Nou, dat is hier te zien in de nog niet uitgewerkte versie. Drie lagen hoog met daarboven een set deck. Het zou ook een schuine kap kunnen worden, dat weten we allennaal nog niet.

En dit zijn beelden die daaraan appelleren. Dus dit is zo'n voorbeeld waarin er toch een grote mate van eenheid zit, maar doornnidden van een subtiele lijn en kleuren in metselwerk ontstaan daar ook weer verschillende ideeen over hoe dat zich zou kunnen manifesteren. En als laatste in deze reeks, en dan ben ik ook bijna door het verhaal heen, de tussenstraten die hebben een heel erg belangrijk verblijfsklinnaat, mogelijkheden daartoe. En het is autoluw, het is autovrij zelfs grotendeels. Het is kleinschalig. En je zou kunnen zeggen: er komen waarschijnlijk gezinnen te wonen. Dus de uitdaging is toch hier om dit soort milieus, het is toch stedelijk. We hebben niet echt voortuinen, maar we hebben wel zones. Dus om deze overgangen openbaar prive heel goed vorm te geven en heel goed na te denken: hoe werkt dat? Hoe gaan mensen elkaar ontnnoeten? Hoe kunnen kinderen veilig de straat op en hoe hou je sociale veiligheid? Hoe creeer je een stad, zal ik maar zeggen. En daar gaan dit soort voorbeelden over en daar zijn deze twee straten ook heel erg belangrijk in. Hier in ons ruimtelijk modelletje zijn deze twee stukken, waar ook die woningen zitten. Elke woning heeft een eigen voordeur, er zit ook heel veel contact met

28

de straat. En wij denken aan dit soort voorbeelden, aan dit soort ideeen, hoe je dat vornn zou kunnen geven met de voordeuren, met overgangszones, met gebouwen, met gennetselde muurtjes, met kleine tuintjes. Daar zijn allerlei middelen voor. En als laatste hebben we natuurlijk straks te maken met de binnenhoven, die laten we zeggen in beperkte mate, want ze zitten midden in de stad. Maar waar toch de verblijfskwaliteit grote eisen aan worden gesteld. Dus ze komen en grand gaan we maken, publieke routes die erdoorheen kunnen. En eigenlijk, dat had ik gezegd in het plan, moet de ambitie van de groene oase in de binnenstad eigenlijk oak. En ik denk: daar moeten we de at oak leggen met elkaar. Om te zorgen dat in deze plekken waar toch een hoge verdichting plaatsvindt, dat er oak kwaliteit terug wordt gelegd. Nou, mijn laatste vier sheets. De thema's die denk ik belangrijk zijn en een beetje geillustreerd met het werk wat wij maken. U moet een beetje door de oogharen kijken, want de schaal is soms heel verschillend. Maar dit gaat over verpanding, belangrijk voor deze plek, hoe ga je daar nou mee am en hoe kan je daarmee omgaan? Linksboven dus een heel veel grotere schaal, dat zit oak naast het PSV stadion, dat is een andere context. Maar hier in Harderwijk zit bijvoorbeeld het plan wat wij maken veel meer in relatie met wat we hier op gaan zoeken.

Die eenheid die er toch in zit, maar toch heel duidelijk panden. En in Haarlem hebben we een plan, dat zit nog dichter bij de historische binnenstad, daar is die verpanding nog veel sterker geworden. En een ander heel belangrijk thema die toch, waar de kwaliteit bij staat of valt is de kwaliteit van: wat realiseer ik en breng ik hier. Als wij niet daar hoge eisen aan stellen en dat heel goed maken, dan is het nog steeds niet goed. Dus wij zijn echt een bouwend bureau. Hier ziet u een aantal voorbeelden van het omgaan met materiaal, het omgaan met baksteen, het omgaan met recreeren. En juist op deze plek is dat heel erg belangrijk. Want in het stedenbouwkundig plan wordt het takje er niet bij genoemd, daar gaan we naar op zoek, naar hogere kwaliteit. Ja, het staat hier verkeerd. Er staat plaatselijke kwaliteit, dan zie je wat een nnoeilijk woord dat is. Maar het heeft echt iets te maken met subtiele verschillen in detaillering, in diepte. Hoe ga je am met kozijnen, soms diep, soms voor, hoe ga je am met steen? Hoe ga je dit soort dingen doen? Dit is toch wel de Hollandse annbacht verticaal, de vraag is hoelang we nog metselen. Want dat is oak in de hele duurzaamheidskwestie, maar het zit in onze genen en het hoort bij onze binnensteden. Dus steen, baksteen, zal altijd een rol gaan spelen in die beeldkwaliteit.

Die overgang van collectieve haven en naar deuren en naar binnenterreinen zei ik speelt een heel belangrijke rol. Er staan drie foto's van het plan van ons in Weesp, waarin oak de rol speelt van dit soort vrij stedelijke gebieden, maar toch heel aantrekkelijk. Dus er zit een zonering van binnen naar buiten van: hoe kom je in die waning, hoe ga je naar de stad? Maar oak hele aantrekkelijke plekken am te spelen, am te verblijven, am je buurman te ontmoeten en een praatje te maken. En als je dan wat hoogstedelijker wordt, dan is dit een deel van ons plan. Dan krijg je hogere wanden, maar dan nog steeds moet je in staat zijn am aantrekkelijke hoogwaardige ruimtes te maken en het parkeren op een goede nnanier te integreren. Dat zijn uitdagingen waar we voor staan, maar laten we zeggen waar wij allerlei goede oplossingen voor maken. En het allerlaatste plaatje is wat generieker, maar we staan natuurlijk in zijn algemeenheid voor een gigantische uitdaging. Niet alleen am heel veel woningen te maken, maar oak am toekomstveilig te stellen. Dus natuurinclusiviteit, duurzaamheid, circulariteit, speelt een rol en gaat steeds sterker een rol spelen. Nou, wij doen dat op dit moment op allerlei manieren. In Eindhoven bouwen we een houten, een

29

nnetselwerk in Amsterdam. Dit is een hele andere vorm, dit zijn oude wijnsilo's. Die zijn eigenlijk op een gebouw gestapeld voor weer meer woningen. Dit zijn hele grappige out of the box gedachtes, maar dat is het nadenken over: hoe gaan we om met onze middelen? Dat is natuurlijk ook lets wat onlosmakelijk bij elke opgave speelt. En ook in deze opgave, ook ails die heel erg ingekaderd en ligt het plan daar, zullen we daar zeg maar toekomstbestendige antwoorden voor zoeken. Dat is eigenlijk wat ik met u wilde delen? We gaan daar hopelijk snel echt een slag in maken.

De voorzitter: Dank u wel. Ik kan me voorstellen dat er vragen zijn. Mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Een fraaie presentatie, ambitie, nnooi. Ja. Is er bij de uitgangspunten ook bekend hoeveel woningen er gebouwd moeten of kunnen worden in dit deelblok? De heer Van Mackelenbergh: Volgens mij praatte ik net lets te dicht bij de microfoon, of valt dat mee? Oke. We hebben nu in het plan zitten circa 160 woningen. En het is altijd even zoeken in de uitwerking hoe dat verder gaat. Daar kan wat bijkomen, daar kan wat afgaan. Dat heeft met name te nnaken dat je in de architectuur en in de gevel gaat zoeken naar goede buitenruimtes. Niet alleen buitenruimtes die goed passen bij de appartementen, maar ook van buitenaf goed tonen en niet een te overweldigende indruk hebben als ze van buitenaf zichtbaar zijn. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff, ik kom bij iedereen hoor uiteindelijk. De heer Van der Kruijff: Ik heb een vraag. U liet die presentatie zien met beeldkwaliteit, maar op een gegeven moment zat er ook een plaatje tussen met Harderwijk aan de ene kant en Haarlem aan de andere kant. En de een had zeg maar wat meer vierkantige uitstraling, dat zijn mijn woorden hoor, en de andere wat in mijn woorden meer historischer en wat meer grachtenpandjes achtig met puntdaken erop.

Dus ik was benieuwd als je naar beeldkwaliteit kijkt, waar ga je nou bij aansluiten? Zeker dat Geldelozepad aan de achterkant, dat heeft ook een beetje wat oudere met die pandjes met puntdaken. En de overkant van de Spuiboulevard ook. Zeg je: daar gaan we in mee. Of wil je juist het contrast vierkantige gaan doen? De heer Van Mackelenbergh: Nou kijk... De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank. Dank ook voor de presentatie en de mooie beelden die getoond zijn. Gebaseerd natuurlijk op de kaders en de uitgangspunten die we daaraan hebben nneegegeven. En ik ben eigenlijk vooral daar ook op benieuwd of er binnen die kaders dan nog opvallende zaken of lastige zaken of onwerkbaarheden zelfs misschien wel zitten die u aan ons zou willen mee teruggeven. Misschien een beetje een gekke vraag in deze fase van het proces, maar ik vond het toch goed om daar een gevoel bij te krijgen wat we daar aan u meegeven als opgave. De heer Van Mackelenbergh: Als ik het goed begrijp is het dus wat lastig is geweest, of in ieder geval wat lastig gaat zijn in de uitwerking van het plan. Nou ja, goed, het is een

30

binnenstedelijke locatie. En dat betekent dat je aan de ene kant dat de uitstraling van het gebouw moet voldoende rust krijgen. Want als we echt inderdaad die parcelering gaan toepassen, dan krijgt het ook lets misschien wat kakelbons zal ik maar zeggen. Dus het is heel erg zoeken naar evenwicht. We maken die verbinding tussen dat stationsgebied en de oude binnenstad. En ja, dat moet organisch voelen, dat moet geen harde overgang worden. En ik denk dat het heel belangrijk is dat we voor de Spuiboulevard, die natuurlijk een integrale ontwikkeling gaat worden, met Crownpoint een hele goede eerste aanzet geven die ook laat zien dat het een plek wordt die als het ware vroeger door de stad een beetje werd weggeduwd en nu weer omarmd gaat worden. Het is wat Adriaan al zei een locatie die we vroeger zo hebben vormgegeven, maar waarvan we vandaag de dag zeggen: dat doen we nu niet meer. Ik denk dat de eerste aanzet die we maken met Crownpoint de uitdaging zal zijn: gaan wij het publiek overtuigen dat die Spuiboulevard echt een boulevard gaat worden waar je met plezier naartoe gaat en waar je gaat wandelen, misschien wel flaneren of een terrasje pakt. Maar in ieder geval, geniet van de omgeving. En dat is nu toch echt best anders, denk ik. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik vond het ook een nnooie presentatie, dank daarvoor.

Wat me ook aanspreekt is het accent op de verblijfsgebieden in de bebouwing. Daar heb ik een vraag bij, want u heeft een vrij volwassen uitstraling, tegelijkertijd wordt gezegd: het wordt een gebied waar ook heel veel gezinnen gaan wonen. Heeft u ook ervaring met of kennis van of ideeen over hoe je dan die verblijfsgebieden ook heel boeiend zou kunnen krijgen voor de jongere bewoners in datzelfde gebied? De kinderen. De heer Van Mackelenbergh: Nou, ik denk dat de kwaliteit voor jonge mensen en jonge gezinnen eigenlijk inherent al verbonden is aan de plek en aan de stad Dordrecht. Dordrecht is in alle eerlijkheid zonder goede sier te willen maken, toch een van de mooiste binnensteden van het land die wij hebben. En heel weinig mensen weten dat. Met de huidige druk op de woningmarkt Den Haag, Utrecht, Rotterdam, zien we dat heel veel jonge mensen zo'n oude historische binnenstad eigenlijk op 15 minuten rijden van een grote stad als Rotterdam of Den Haag ontzettend kunnen waarderen. En dat heel veel jonge mensen met een schuin oog nu naar Dordrecht aan het kijken zijn. Dus die kwaliteit voor jonge mensen, die zit eigenlijk in Dordrecht zelf. En het feit dat je vlak bij het station zit en ook zo die oude binnenstad binnenloopt. Dus De heer Mout: (buiten microfoon)'...' En het is natuurlijk tegelijkertijd zo dat '...'. Er zit hier ook een tuintje achter.

Je moet anticiperen op mensen die dat leuk vinden, aantrekkelijk vinden. Die denken verdelen en we doen het sannen. En dat zit heel nadrukkelijk in dit plan. En daar horen ook bepaalde type gezinnen bij die Ja, dat betreft toch een beetje dat mensen dat ontzettend leuk vinden. En de mensen die dat niet leuk vinden, die '...'. Ja, daar zit dat ook wel. Maar er zijn ook wel meer plekken waar ook is gezegd: we gaan niet meer verkavelen, maar prive aan iedereen een klein stukje geven en de rest gaan we genneenschappelijk doen. Allemaal banken en mensen

31

gaan eten en barbecueen en weet ik wat allemaal. Dus het werkt. Het werkt ook voor de sociale samenhang van zo'n buurt. Maar het brengt ook een kwetsbaarheid met zich.

De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Nou voorzitter, ik word wel heel enthousiast van dit verhaal. Wij hebben natuurlijk ook steeds gepleit voor: kies vooral voor hele hoge kwaliteit. En dat hoor ik in ieder geval zonder dat ik het expliciet had gevraagd heel veel terug, dus dank daarvoor. Wat ik misschien nog wel wil vragen, daar kunt u misschien nog iets over zeggen, wat natuurlijk ingewikkeld is. Of althans, als ik daarover nadenk dat ik het ingewikkeld vind is zeg maar hoe je die eerste 4,5 meter van een gebouw beleeft als je gewoon binnen komt wandelen. Want wij krijgen natuurlijk de presentaties, daar zie je plattegronden en hele grote overzichten. TerwijI je wil dat gebied inkomen of die nieuwe ontwikkeling binnenkomen en je niet onthutst voelen. Je wil een soort menselijke maat ervaren, je wil kwaliteit zien. Dat zeg maar. En ik hoor daar heel veel over, maar misschien kunt u daar nog lets meer over zeggen ook in relatie tot de rest. Want nu is in mijn optiek de Spuiboulevard, het is en niet monumentaal en het is niet de menselijke maat. Dus je wordt en niet overweldigd en je voelt je er niet prettig. En die beweging gaan we denk ik nu maken, hoop ik tenminste, met het hele plan voor de Spuiboulevard dat dat gewoon een prettige, aantrekkelijke, veilige verblijfsonngeving wordt. Klopt dat? Hoop ik.

De heer Mout: (Buiten microfoon) Maar de basis dat het een succes wordt zit natuurlijk in het stedenbouwkundig plan wat hier gemaakt is en besproken is. En ik denk dat daar toch een soort, wat er nu is gekeken Dus in het stedenbouwkundig plan wordt gewezen van: nou, daar en daar zijn misschien plekken die weinig actief zijn. Dus wij zijn heel erg gespitst ook om te kijken dat Dus je moet het ook hebben van ligging. '...'. Maar goed, laten we zeggen: ik ben blij dat er zo'n straks stedenbouwkundig plan ligt en dat het ook zo getoetst gaat worden. Want dat is wel waar het plan straks mee werkt of niet. Dus dat zal ook voor de ontwikkelaars, sonnmige dingen kost ze geld, maar Dus ik vind in de basis zit het er gewoon heel waardevol met blokken in. Ik denk dat de kwaliteit van de genneente straks te controleren en te waarborgen. De voorzitter: Oke, iemand nog? Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Ja, voorzitter, dank u. Het is nnooi om te zien dat Dordrecht weer een hofje erbij krijgt zo te zien. Kan je lets vertellen over de tijdlijn? Het bestemmingsplan ligt nu ter inzage, wanneer gaat de eerste paal de grond in? Wanneer is de eerste oplevering? De heer Van Mackelenbergh: Dat zijn altijd hele gevaarlijke dingen om daar wat over te beloven. Het bestennnningsplan zal vermoedelijk in december, heb ik begrepen, in ieder geval in de raad komen.

En dat is ook het moment voor ons, eigenlijk is dat moment nu dat wij die uitwerkingen, dat we die vorm gaan geven. Ja, en hoe lang duurt dat? Wat er zal gebeuren is dat er ook afstemming plaats gaat vinden natuurlijk met het stedenbouwkundige, dat er ook goed gekeken gaat worden hoe ons plan zich verhoudt tot zijn omgeving, ook in beeldkwaliteit. En dat is altijd een puzzelstuk en daar moet je

32

altijd van gedachten wisselen. Want het moet goed, je kunt dat niet nneer weghalen als het er staat. Dus je moet rekening houden met de toekomst. Nou ja, het zou moo' zijn als we over een jaar daar in ieder geval woningen in verkoop kunnen brengen, denk ik. En aan bouwtijd zal je sowieso aan twee jaar zitten om het simpele felt dat er een halve liter kelder onder het gebouw zit. Technisch is dat lastig. En laten we ook wel wezen, het is natuurlijk bouwen in de stad op een kleine plek, het is best een aardige dichtheid, best wat woningen. In de bouwlogistiek zullen we ook heel zorgvuldig nnoeten kijken hoe we dat doen op zo'n ma flier dat het veilig is en ook nninimaal overlast geeft voor omwonenden. Dus dat is even allennaal onder voorbehoud, nnaar wetende dat het bestemmingsplan nu ter inzage ligt betekent dat voor ons ook gezien het feit dat de kaders dat we daar afstemming over hebben en overeenstennnning, betekent dat wij gewoon gas kunnen geven. En dat zijn in de regel in de ontwikkeling de moeilijkste stappen om te nemen.

De voorzitter: Oke, iennand nog? De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ja, ik had ook nog een vraag. Het ziet er erg goed uit, het project. Mijn vraag is: wat voor woningen en wat voor prijs gaat eraan hangen? Is daar lets over bekend? De heer Van Mackelenbergh: Nou, we hebben afgesproken dat we 40% van het programma in het nniddel dure segment gaan laten vallen. En wat de prijzen betreft, dat is altijd lastig te zeggen. Dat zullen we gaan zien op het moment dat de woningen in ieder geval qua plattegronden goed gedefinieerd zijn en we ook weten hoe daarnaar gekeken wordt. Daar laten we ons door adviseren door een nnakelaar uit Dordrecht die daar goede kijk op heeft. Daar kan ik nog weinig over zeggen. Dat hangt ook samen met de kwaliteit van de woningen en hoe dat precies vorm krijgt. De heer Stolk: Ja, nnaar middel, is dat 4 ton, 5 ton? De heer Van Mackelenbergh: Ja, die woningen zullen er zeker tussen zitten. Dat hangt compleet van groottes af. Dus ja, er zitten woningen tussen van 65 vierkante meter en er zitten ook echt grote woningen tussen van 130 vierkante meter. Nou ja, goed, dat geeft at een beetje aan dat er een flinke bandbreedte tussen zit. De voorzitter: Verder nog iemand? Nee. Oke, heren dank voor de presentatie.

Ik heb trouwens tactiliteit opgezocht, want ik heb altijd zo'n soort dwangneurose dat ik moet kijken of er een andere term is. Het is wet wat ingewikkeld, moet ik zeggen. Want er wordt vooral in dit kader aangegeven dat hoe materiaal aanvoelt en hoe de gewaarwording van degene is die het nnateriaal aanraakt en duidt. Maar goed, er wordt dus over tastzin gesproken, maar nninstens zo belangrijk daarbij is onze gezichtszin. Dus als dat de manier is waarop je dus een waargenomen beeld vertaald naar je persoonlijke

33

voorkeur en herinnering. Dat zal dan waarschijnlijk ook het mentaal aanvoelen zeg maar van hoe het eruit ziet. Zoiets. De heer Van Mackelenbergh: Precies, en dat nnoeten wij bouwkundig vertalen. De voorzitter: Maar het is toch nnooi, dan hebben we weer een mooi woord erbij geleerd. De heer Van Mackelenbergh: Ik zal het voortaan voorzichtiger gebruiken. Wij gebruiken het heel makkelijk om te zeggen: dit is tactiel. Maar dat kun je niet zeggen eigenlijk. De voorzitter: Nou ja, ik zie dat ook Google moeite heeft om tactiel te vinden. Dus als Google het inderdaad niet weet. Je ziet het hier en daar wel staan, nnaar vrijwel overal in relatie tot textiel. Maar ja, dat was het dan. Maar hartstikke bedankt.

14.Rondvraag De voorzitter: Dan ga ik iedereen vragen bij punt 14 of er nog iennand wat heeft voor de rondvraag.

Sluiting De voorzitter: Nee, dan sluit ik hierbij de vergadering.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 9 november 2021. Dei`voorzitter,

. Kolff

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/343/documents/13634