CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Grote Projecten 29 september 2021 - getekend.pdf

Commissie Grote Projecten Dordrecht 29 september 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 16: Vastgestelde Besluitenlijst en Notulen Commissie Grote Projecten18.062 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE COMMISSIE GROTE PROJECTEN VAN DORDRECHT D.D. 29 SEPTEMBER 2021 Vergaderkamer 5

Voorzitter: mevr. Koene Raadsgriffier: dhr. Bakker Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. Gundogdu (Fractie Nijhof) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Nederhof (Beter voor Dordt) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Stalk (VSP) Dhr. Veldnnan (ChristenUnie/SGP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden Ambtelijke organisatie: Dhr. Van Oosterhout Inspreker: Dhr. Van Mackelenbergh (VORM), dhr. Mout (LEVS architecten) Opening

1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Dames en heren, goedenavond. Welkom bij de connmissie grate projecten, staat er geeneens boven zeg, jonge jonge, van pak hem beet 29 september 2021. 0 ja, heel kleine lettertjes, he, ik ben oak bejaard. Welkom dus. Voor het verslag noenn ik even de namen van de nnensen die hier aanwezig zijn bij deze vergadering. Links van mu j mijnheer Bakker namens de griffie. Namens het college mijnheer Van der Linden. Namens de annbtelijke organisatie mijnheer Van Oosterhout. Mijnheer Portier van de SP. Mijnheer Gundogdu van de fractie Nijhof. Mijnheer Kleinpaste van Gewoon Dordt. Mevrouw Van den Bergh van de PvdA. Mijnheer Noldus van de VVD. Mijnheer Van der Kruijff van het CDA. Mijnheer Nederhof van Beter voor Dordt. Mijnheer Wringer van Beter voor Dordt. Mijnheer Veldnnan van de CU/SGP. Mevrouw Kruger van GroenLinks. Goed. Kan de comnnissie instemmen met de agenda zoals die voorligt? Blijkbaar, wie zwijgt stemt toe. Dat is nnooi. Er zijn geen mededelingen aangemeld, ik weet niet of iemand alsnog iets nnede te delen heeft. Nee, prima.

2. Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 30 juni 2021

1

De voorzitter: Dan gaan we over naar punt 2, het vaststellen van de besluitenlijst van de adviescomnnissie van 30 juni 2021. Daar zijn geen wijzigingsvoorstellen op ingediend. Kan ik daaronn aannemen dat u alien instennt met de besluitenlijst? Yes.

3. Vragen aan het College De voorzitter: Dan gaan we naar 3, vragen aan het college. Er zijn geen vragen aangemeld. Ook niet iemand met ineens een aha ofzo, ook niet. Dank u wel.

Nieuwe behandelvoorstellen De voorzitter: Dan gaan we naar 4 tot en met 9, de nieuwe behandelvoorstellen.

4. Wijzigingsbesluit bestemmingsplan Gezondheidspark West / Middenzone — Raadsvoorstel De voorzitter: 4, wijzigingsbesluit bestennmingsplan gezondheidspark west/midden zone. Is een raadsvoorstel en het behandeladvies hierbij om dit te agenderen als hamerstuk voor de eerstvolgende raadsvergadering. Akkoord?

5. Raadsinformatiebrief jaarlijkse voortgangsrapportage Regio Deal Drechtsteden — Gorinchem (medio 2021) — Raadsinformatiebrief De voorzitter: De raadsinformatiebrief onder 5, jaarlijkse voortgangsrapportage regiodeal Drechtsteden Gorinchenn, medio 2021. Behandeladvies deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad te sturen. En mogelijk kan deze brief betrokken worden bij de bespreking van de groeiagenda, het uitvoeringsprogramma 2022. De heer Veldman: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja, ik wacht op de SP, maar die zegt niks zelf. Maar ik vroeg me af waarom we dit eigenlijk zo laat krijgen, dat is een. En twee stel ik voor dat dit ook wordt meegegeven als er niks in verandert aan een nieuwe raad. Want er staan allerlei belangwekkende processtappen in. De voorzitter: Oke, ik kan u geen antwoord geven op de vraag waarom het zo laat is. Ik kijk even links uit de flank naar mijnheer Van der Linden, die kan dat waarschijnlijk ook niet. Maar die kan er wel achteraan waarom. Dus daar komt de wethouder op terug. En voor wat betreft het meegeven aan de nieuwe raad ga ik ervanuit dat de commissiegriffier daarvoor zorgt. De heer Nederhof: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Nederhof.

2

De heer Nederhof: Mag ik vragen. Er staat: nnogelijk kan deze brief betrokken worden. Moeten wij daarover besluiten dat we dat vinden of niet? De voorzitter: U mag dat zelf doen als u dat wil, zoals mijnheer Van der Kruijff zegt.

6. Raadsinformatiebrief over proces ontwikkeling bouwterreinen — Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan gaan we naar 6, raadsinformatiebrief over proces ontwikkeling bouwterreinen. Het behandeladvies is deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad te sturen. En mijnheer Portier wil het woord. De heer Portier: Ja, voorzitter. Naar ons idee heeft het college de manier waarop projecten aangepakt worden heel veel ruimte aan ontwikkelaars. In veel gevallen wordt eerst met hun een plan opgesteld en daarna worden bestemmingsplannen ter wijziging naar de raad gestuurd, die moeten dan aangepast worden aan de plannen van de ontwikkelaars. Ja, naar ons idee zou het eigenlijk omgekeerd nnoeten zijn, dat je als gemeente bepaalt wat je wil, uiteraard in sannenspraak en inspraak met de burgers. Daarop het bestemmingsplan maakt, of zelf als je de grond hebt de ontwikkeling ter hand neennt, dan wel om ontwikkelaren binnen het bestemnningsplan te laten werken. We hebben eigenlijk een soort voorstel daarover zijn we aan het ontwikkelen. Dus wat ons betreft kan dit dan wel als informatiebrief of ter kennisname naar de raad, nnaar dan kondig ik even aan dat wij met een initiatiefvoorstel komen onn de procedures te veranderen en dit te beschouwen als een beschrijving van de huidige gang van zaken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Portier.

Dat is een raadsinfornnatiebrief, die doet dat ook. De huidige stand van zaken rond het bestaande beleid. En wij kijken nieuwsgierig uit naar uw initiatiefvoorstel. Iennand anders nog op dit punt? De heer Veldnnan: Voorzitter, nu ben ik het even kwijt. Mijn opmerkingen net gingen over punt 6. Ik dacht dat we daar waren, maar blijkbaar waren we toen bij punt 5, maak ik op uit de opmerking van mijnheer Portier. De voorzitter: Wij sturen gewoon alles naar de volgende raad. Ik wou dus zeggen: de grote projecten zijn sowieso voor een volgende raad heel erg interessant. Goed.

7. Beantwoorden artikel-40 vragen SP inzake subsidie betaalbare woningbouw Antwoord brief artikel 40/41 De voorzitter: Dan gaan we naar punt 7, beantwoorden artikel 40 vragen SP inzake subsidie betaalbare woningbouw. En het behandeladvies hierbij is deze antwoordbrief voor kennisgeving aan te nemen. Mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, voorzitter. Het behandeladvies is akkoord, ik heb wel een paar opmerkingen. Ten eerste blijkt uit de antwoorden dat er niet extra betaalbare woningen bijkomen ten gevolge van de plannen. Of waar de subsidie voor is aangevraagd. Dus je

3

kan je afvragen of dat geen oneigenlijk gebruiken van een subsidie is. Het tweede is dat als ik kijk naar de invulling van het woord betaalbaar, dan plaats ik daar ook een aantal grote vraagtekens bij. Er komen slechts 75 sociale huurwoningen of appartementen, er staat niet bij in welke categorie. Dus dat kunnen ook weer woningen van 700 euro zijn. En het grootste deel wordt koop, waarbij mu j vermoeden is dat dat heel dicht tegen die 325 duizend aan zal liggen. Dat moet echt anders, maar ook daarvoor zullen wij de komende tijd met voorstellen komen. Dank u wel.

De voorzitter: Heeft u nog meer concrete verkiezingsitenns, of blijft het hierbij? De heer Portier: Dat zijn dingen waar we jaar in jaar uit actie voor voeren, niet alleen in tijden van verkiezingen. De voorzitter: Zeker, mijnheer Portier.

8. Wethoudersbericht over indienen aanvraag woningbouwimpuls 3e tranche De voorzitter: Goed, dan gaan we naar 8. Wethoudersbericht over indienen aanvraag woningbouwimpuls 3e tranche. Behandeladvies is deze brief voor kennisgeving aan te nemen. Is dat akkoord? Oke, dank u wel.

9. Voortgangsmonitor bouwende stad per 1 juli De voorzitter: Dan krijgen we 9, voortgangsmonitor bouwende stad per 1 juli. U wordt voorgesteld kennis te nemen van de voortgangsmonitor bouwende stad. In de commissievergadering van 8 december kan des gewenst weer wat uitgebreider bij de voortgang stil worden gestaan aan de hand van de voortgangsmonitor per 1 oktober. Oftewel een nieuwe dus. Ja, goed. Akkoord? Dank u wel. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, er zit een vraag in opgesloten, in dat des gewenst. En ik denk dat het wel goed is onn dat te doen. En ik kan me van de vorige keer herinneren dat er ook ambtelijk een presentatie is gegeven. Ik vind de voortgangsmonitor nnooi met alle grafieken, nnaar ik weet dat af en toe een toelichting daarop ook wel verhelderend was. Dus als we dat 8 oktober ook zouden kunnen krijgen weer zoals de vorige keer, dan denk ik dat het wel een keer goed is. De voorzitter: 8 december, prima. Staat genoteerd.

Stukken ter bespreking 10. Groeiagenda 2030 - uitvoeringsprogramma 2022- lokale vaststelling opgavebladen — Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan we naar punt 10, raadsvoorstel groeiagenda 2030, uitvoeringsprogramma 2022, lokale vaststelling opgavebladen. Portefeuillehouder hiervan is mijnheer Martin Burggraaf, die nu in de vorm van mijnheer Van der Linden hier aanwezig is. Ja. Op 20 mei 2021 sprak u in deze commissie over het uitvoeringsprogramma 2022 bij de groeiagenda 2030 en nu ligt er voor u het

4

uitvoeringsprogramnna voor 2022. De vraag is of u aandachtspunten mee wil geven oor dit programma. Dus u hoeft niet te noemen wat er al staat. Het gaat hier om aandachtspunten die er nog niet in staan. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Wringer.

De heer Wringer: Ja, dank u, voorzitter. Inderdaad, nog niet zo lang geleden hebben we het plan voor 2021 besproken, nu bespreken we 2022. Uit de position papers, uitgangsnotitie of standpuntenbepaling, dat heb ik gelijk even voor u opgezocht, en het uitvoeringsprogramma 2022 lezen we veel ambitie en kernopgaven voor volgend jaar. Daar kan Beter voor Dordt zich goed in vinden. Deze documenten zijn een goede samenvatting van de verschillende programnna's. Aandachtspunten die Beter voor Dordt wit meegeven zijn: probeer eventuele corona-achterstanden in ieder geval in te halen. Het college weet wel welke dat eventueel zijn. Zoals ook vermeld Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, ik vraag het maar nneteen, anders moet ik dat weer opschrijven en onthouden van: het college weet welke corona-achterstanden, maar heeft u daar zelf wel een beetje idee bij wat dat mogelijk zou kunnen zijn voor achterstanden? De heer Wringer: Nee, op dit moment niet. Zoals vermeld in de documenten zitten we in een hoog sociaalecononnische bevolkingssannenstelling voor Dordrecht onder andere te bouwen voor deze doelgroepen. We nnissen een ICT, internet, technologisch startup locatie, zoals bijvoorbeeld De Cabollero Fabriek in Den Haag.

Waar ondernemers elkaar kunnen vinden, ondersteunen en misschien een nieuw sociaal platform misschien uitvinden, die Instagram en Google in de schaduw zetten. Je moet altijd hoog inzetten, denk ik. Bevorder wonen boven winkels, zeker op de Sarisgang kan er veel bereikt worden den ken wij. Zoals eerder besproken in bestuur en middelen, zet in op een grotere lobby provincie, Rijk en Brussel. Dat heeft de potentie om veel op te leveren voor Dordrecht in de toekomst. Een vraagje, hoe zit het met het revolverend fonds voor verduurzaming van woningen voor Dordtenaren? Kan er slimmer gebouwd worden, bijvoorbeeld door prefab woningen? Waar bijvoorbeeld ook statushouders in kunnen wonen, zolang ze op de lijst staan voor een sociale woning. Lekker weer buiten. Als het genneentelijk, deze is speciaal voor Glen, als het genneentelijk wagenpark aan vervanging toe is, vervang deze door een waterstof voertuig. Dat was het, voorzitter, onze punten. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, ik wit het een klein beetje kort houden. Want voor mu j al deze 11 documenten onderstrepen is dat eigenlijk de groeiagenda 2030, we hebben het vaker gezegd, een beetje een overbodige exercitie zijn. Een heel aantal zaken wordt toch ook op andere plekken opgenomen of uitgewerkt. Ik verwijs maar even op de regionale energiestrategie, die we ook at hebben vastgesteld.

Nou, daar hebben we hier een positiepaper groeiagenda Drechtsteden. Ook andere zaken worden op andere plekken

5

geregeld. Als we ook kij ken over bouwen en wonen, ja, we hebben niet voor niets ook een structuurvisie die we vastgesteld hebben. Dus de vraag is van: leidt deze hele groeiagenda niet alleen maar tot meer bestuurlijke drukte, meer druk op de raad? En fietst het niet door allerlei andere bestaande programnna's en manieren van besluitvorming heen? En daar wou ik het bij laten.

De voorzitter: Oke, dank u wel. Iemand anders? Mijnheer Gandogdu. De heer Giindogdu: Voorzitter, dank u wel. Wij hebben ons specifiek gefocust op de Dordtse situatie. Met name zeg maar de ontwikkeling in Dordrecht als het gaat onn de diverse opgaven. Nou, wat ons opvalt Ciberhaupt, dat we voor Dordt heel veel rode lijnen zien in de diverse opgavenbladen. En daar kunnen we natuurlijk het een en ander bij voorstellen, vanwege ook de impact van corona, maar we maken ons wel degelijk zorgen. Want het heeft natuurlijk een scope naar 2030 met behoorlijke opgaven en ambities. En op basis van de huidige inzichten weten wij niet of we die ambities waar kunnen maken, dan wel de vraag aan het college concreet: bent u tevreden met de gang van zaken zoals uit deze cijfers ook naar voren komt? En denkt u dat die annbitie naar 2030 wel gehaald kan worden? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, ik bleef even hangen bij het zinnetje naar de huidige inzichten, want ik ben dan heel nieuwsgierig welke inzichten de fractie Nijhof daarbij zelf concreet voor ogen heeft? De heer Gundogdu: Mijnheer Kleinpaste, met de huidige inzichten bedoel ik zeg maar de pre-coronatijd. Want we komen natuurlijk uit een dal, econonnisch gaat het naar verluid beter.

Maar we hebben natuurlijk een inhaalslag te maken, dus vandaar op basis van de huidige inzichten kunnen we zeg maar wel die ambities waarnnaken. In hoeverre zeg maar die 140 duizend inwoners, maar ook aantal woningen, aantal banen, de energietransitie. Want ja, werkelijk, ik zie alleen maar rode lijnen voor Dordrecht, dus ik maak me zorgen daarover. De heer Veldman: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja, ik wil ook vragen over die rode lijnen. Want is het mijnheer Gundogdu opgevallen dat rood in dit geval gewoon de kleurkeuze is van de lijn en de kolom? Dat is wellicht niet zo wijs geweest van de opsteller, maar dat zegt verder niets over de lijn en zich. De heer Gundogdu: Nou, mijnheer Veldman, volgens mij zegt dat wel degelijk iets over de lijn. Nee, om een voorbeeld te geven, aantal opgeleverde woningen. Kijk maar naar de Drechtsteden, de groene lijn, en naar Dordrecht. Nou, dan ziet u wel een enornn verschil.

6

De heer Veldman: Ja, dat is niet gek, omdat de Drechtsteden nou eennnaal groter is dan Dordrecht. De heer Gundogdu: Uiteraard, dat begrijp ik ook wel. Maar de verhoudingen, als u goed kijkt, want er zijn gelukkig ook nog kolommen, dan ziet u ook zeg maar dat wij als grote stad behoorlijk achteruit lopen op de Drechtsteden. En daar maken we echt oprecht ons zorgen over. De voorzitter: Even voor uw beeld, nnijnheer Gundogdu. U spreekt mu j aan met u en u heeft het over nnijnheer Veldman. De heer Gundogdu: Excuses, voorzitter. Voorzitter, vervolgens wat we ook het college willen voorleggen is, wij hebben het idee dat op dit moment op basis van deze cijfers het heel moeilijk gaat worden voor de komende jaren. En zijn er nou specifiek vanuit het college richting ons signalen, of waarvan u zegt van: nou, dit is echt een aandachtspunt, beste raad, hier verwachten we nog een knelpunt. Want dit is een stuk dat wij nu ter kennisname aannemen, maar ik wil graag van het college horen: waar verwacht u op korte termijn, op middelkorte termijn, concrete knelpunten, zodat we daar nu al rekening mee kunnen houden. Dat was het even voor nnijn eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, vrij kort een paar punten.

We lezen in de opgavenbladen op bladzijde 8 dat er wordt gewerkt aan een vernieuwde sannenwerking met woningcorporaties over ambities en doelen. Ik ben dan wel benieuwd wat daar precies mee bedoeld wordt. Wat er anders gaat en ik neem aan wat er beter gaat, wat we vanuit het CDA in ieder geval wel mee willen geven. Wij zijn de afgelopen periode een paar keer bij de wooncorporatie op bezoek geweest. En die gaven aan: a, dat ze inderdaad wel dingen veranderen en verbeteren. Maar we willen hier toch nog een keertje onderstrepen dat zij aangeven dat zeg maar ook in het recentere verleden ze toch wel de indruk hadden dat ze af en toe eerder bij de plannen betrokken hadden nnoeten worden om goed de sociale woningbouwannbitie in te kunnen passen. En dat ze nu in een te laat stadium, als eigenlijk de basistekeningen er at lagen, nog konden kijken hoe ze daar ingepast konden worden. Dus ze hadden de vaste overtuiging dat als ze eerder in het stadium, zeg maar aan het begin daarbij betrokken waren, dat dat beter was geweest en dat ook tot meer sociale woningbouw had kunnen leiden, het aantal woningen. Dat is hun opvatting die ik hier maar even terugkoppel. Ik wil in ieder geval aan het college nneegeven daar wat mee te doen, in ieder geval van meet af aan daarbij te betrekken. Los daarvan dat ik nog steeds benieuwd ben wat er nou bedoeld wordt met deze zin in de opgavebladen.

Een ander punt wat we mee willen geven. We weten allemaal dat er ook een acute behoefte is aan nneer woningen. En er zijn allerlei initiatieven in het land onn ook aan tijdelijke woningbouw te doen. En ook de Rabobank geeft er nogal veel publiciteit aan dat ze daar allemaal initiatieven op nemen. En ik zou het college ook mee willen geven ook eens over die as en andere assen te kijken hoe we ook in Dordt daar ons voordeel mee kunnen doen op de korte termijn. Dat is wat ik mee wil geven, voorzitter. Vervolgens heb ik nog een vraag. In de aanbiedingsbrief die we erbij krijgen lees ik dat er lokaal, maar dat wordt verder niet gespecificeerd, tenminste

7

ik heb het niet gevonden. Het was wel heel veel documentatie wat we kregen. Dat er lokaal onvoldoende aangehaakt zou worden bij de regionale ambities. En dan ben ik benieuwd: over wie gaat dat? Gaat dat over Dordt of gaat dat over andere gemeenten? En misschien dat daar wat meer geluid over gegeven kan worden wie er nou lokaal precies onvoldoende aanhaakt dan.

De voorzitter: Oke, dank u wel. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. Allereerst de groeiagenda zoals die er ligt kent zijn oorsprong in 2018. En nog niet zo heel lang geleden ziet de wereld er toch een stuk anders uit dan toen. En fijn om te lezen met een programma dat zover vooruit kijkt dat de thema's die daar staan onverminderd relevant zijn, wat de Dordtse VVD betreft. En wat ons betreft geen hele riedel vanuit ons verkiezingsprogrannma over allerlei accenten die we willen meegeven. Maar de nadruk willen we in deze tijd toch vooral leggen op woningbouwontwikkeling en het op stand houden van onze lokale economie. We zien verschillende cijfers dat het economisch gezien heel erg goed gaat. Maar dat is vooral toch ook de landelijke economie en ook de economie rondom de grote bedrijven, terwijI er lokaal echt nog wel een paar belangrijke stappen te zetten zijn en ook een aantal knelpunten zich echt nog wel in de economie bevinden. Dus wat ons betreft echt een aandachtspunt voor de komende periode om hier lokaal met de middenstand hand in hand te gaan om hier invulling aan te geven. Dan nog lets van bereikbaarheid. Daar zien we een aantal programma's staan. Dan begin ik met de terugdringen van de auto en eindigend met ook nog wel bereikbaarheid voor de auto. Wat ons betreft de N3, we hebben de afgelopen twee jaar de werkzaamheden gehad.

Die had met terugwerkende kracht natuurlijk niet beter gepland kunnen worden. Maar we hebben met zijn alien gezien wat voor overlast dat geeft en hoe blij we zijn dat dat binnenkort weer voorbij is. Toch willen we oproepen om in te zetten op verbeterde bereikbaarheid, vooral gekoppeld aan de gebiedsopgave die we hebben. Ook voor de auto. En dan nog een laatste punt, wat wellicht niet perse met de groeiagenda te maken heeft, nnaar een winstpunt wat daar wat ons betreft echt nog voor het oprapen ligt is de groene golf op de Laan der Verenigde Naties, die toch echt wel lang ligt te wachten met de afrondende werkzaamheden aan de N3. Wat ons betreft lets om in oktober nog met elkaar de champagne voor te ontkurken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan moeten we wel eerst de corona check app installeren. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Wat de groene golf precies met de groeiagenda te ma ken heeft snap ik niet 1, 2, 3. Maar als we het toch over de groene golf hebben, die bestaat inderdaad op de Laan der VN, maar die bestaat ook op de provinciale weg van Stadspolders naar de N3, als het goed is. En daar werkt die ook niet, dat is mijn eigen constatering. Dus als er toch naar groene golven gekeken gaat worden, zoals mijnheer Noldus voorstelt, kijk dan even naar alle twee.

De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, u had een interruptie op mijnheer Noldus? De heer Kleinpaste: Nee, ik wou aangeven dat ik zo ook nog even lets wilde toevoegen.

8

De voorzitter: Dat mag. Maar eerst gaan we naar mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Oke, dank u wel. Als GroenLinks willen we een aantal punten nneegeven. We hebben ook nog wel wat vragen. Er wordt gesproken over het aantal woningen, dus de getallen en hoeveelheden, maar wij vinden weinig terug over wat voor soort woningen dan precies allemaal. Er wordt gesproken over spreiding en sociale woningbouw evenredig over de andere gemeentes, de randgemeente wordt er gesproken. Nou, we kennen allemaal wel een bepaalde gemeente die op een gegeven moment heeft gezegd van: wij hebben nu voldoende erin gezet en we houden het zoals het is. Wat wordt daar dan dus precies mee bedoeld? Wij zeggen nog steeds bouwen naar behoefte. En inderdaad, het zo leuk zijn als je dat een beetje kan verspreiden. Ten aanzien van de banen, het aantal banen wordt gekoppeld aan het wonen. En dan zijn we zeer benieuwd van hoe dan die koppeling wordt gemaakt, wat voor banen en wat voor woningen horen daar dan precies bij? Mobiliteit, er wordt veel over alternatief vervoer gezegd. Nou, we zien al dat de A15 en A16, daar wordt hard aan gewerkt. Mijnheer Noldus noemde net de N3 al. Maar is het altijd nodig om de infrastructuur aan te pakken om het fileprobleem tegen te gaan, wanneer er meer alternatieven komen? En moet je daar dan niet steviger en anders op inzetten? Even kijken, dan heb ik nog de energietransitie.

Daar zien we dat de kosten voor de huishoudens en bedrijven heel anders uitpakken. En ja, daar zijn we ook benieuwd naar of dat niet op een andere manier georganiseerd kan worden. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter. Gewoon Dordt kan het kort houden. ik zou me graag bij mijnheer Van der Kruijff aansluiten bij zijn pleidooi om wat gerichter en wat nadrukkelijker ook te kijken naar tijdelijke woningbouw om de woningnood die stevig groeit op die manier in ieder geval in tijdelijkheid het hoofd te bieden en ook daarnnee tijd te winnen om dat structureler op te lossen. Ik sluit me graag aan bij de opnnerking van mijnheer Noldus over de lokale economie, omdat inderdaad in zijn algemeenheid de economie zich mooi ontwikkelt, maar er toch echt knelpunten liggen voor kleine bedrijven, middenstanders en dat soort zaken. Dus dat zijn twee accenten die net wat extra aandacht behoeven in deze notitie. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ja, even een vraag. Ik stel hem nu aan mijnheer Kleinpaste, terwijI ik hem ook net aan mijnheer Van der Kruijff had kunnen stellen. Of aan mijnheer Wringer. Er wordt gesproken over tijdelijke woningbouw. We hebben ook een project, volgens mij bij de Overkampweg, wat ook dan een tijdelijke woningbouw is.

Zien de heren, in dit geval u dan, ook dat als tijdelijke woningbouw? Want dat is geplaatst zodat we niet aan een hoop vergunningen hoeven te voldoen en om snel te kunnen starten. Of denken we dan echt aan die prefab woningen en ja, wat mooiere container achtige woningen. De heer Kleinpaste: Ik denk in dat opzicht aan alle opties die denkbaar zijn als het gaat om woningen die voor een periode van pakweg 10 tot 20 jaar neerzet. En die ruinnte

9

bieden aan verschillende doelgroepen die nu gewoon vastlopen op de woningmarkt en waarvoor dit dan toch de opstap kan zijn om lucht te krijgen en tijd te hebben om die structurele oplossing te vinden. Ik vind dat we op dat vlak echt een inhaalslag moeten maken. Ik vond de percentages die genoemd werden bij de woningnota gunstiger dan dat ik ze in mijn hoofd heb in ieder geval. Dus dit behoeft echt een groot accent, omdat de opgave gewoon enorm is.

De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh was net eerder, mijnheer Veldman. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter. Ja, wij wilden ook dit aspect doorgeven over de groeiagenda en aansluiten bij mijnheer Van der Kruijff en mijnheer Kleinpaste over de tijdelijke woningbouw, om daar veel meer nu aandacht en energie en budget in te steken om in ieder geval de grote nood te lenigen. Dat wou ik nog even bijdragen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Veldnnan. De heer Veldnnan: la, voorzitter, dank. Een paar opnnerkingen. De eerste betreft de stukken zelf en wat we daar nou precies uit moeten halen. Als er geagendeerd is een uitvoeringsprogrannma 2022, dan verwacht ik eigenlijk gewoon een kort overzicht van: wat gaan we nou in 2022 doen? En in al die stukken, maar misschien heb ik het dan toch gemist, vind ik dat eigenlijk niet of met heel veel nnoeite. Dus mijn oproep is zeg maar voor een vervolg van: laat al de strategische tekst achterwege of verwijs ernaar en kom met een overzicht van: wat is nou precies het plan voor dat jaar? Want anders zitten we hier toch denk ik wat teksten te herhalen, dat zou zonde zijn. Dus dat vooraf, voorzitter. En dan een paar puntjes. Eerst eens over de financien, dat staat ook in het aanbiedingsmemo zeg maar, of nota, dat de financien zijn gewaarborgd tot 2022 et cetera. En dan staat er ook nog iets over de budgetten van InnovationQuarter en deal en zo.

En toch maak ik daar een beetje uit op van: ja, is het geld nu voorzien om ook die uitvoering kracht bij te zetten? Want als je tot 2022 en je moet dan maar hopen dat de raden die er dan zijn weer zo bereid zijn of goed zijn om het geld uit te trekken, dat lijkt me geen prettige manier van werken. Ook niet met partners om ons heen met de provincie en het Rijk, dus dat is een. En voorzitter, dan het tweede punt, dat is misschien meer inhoudelijk. Maar een van de ambities was altijd om de bevolkingsgroei van onze stad te stimuleren. En daarom gingen we woningen bouwen. En je ziet dat die relatie tussen die twee en de aannames die daarin zijn gemaakt eigenlijk geen werkelijkheid worden. Laat ik het zo maar formuleren. Dat heeft natuurlijk allerlei oorzaken, maar het roept bij mu j wel de vraag op: moeten we dan op dat punt toch nog eens even nadenken als we die bevolkingsgroei zo belangrijk vinden, want een aantal andere aspecten waaronder de financiele degelijkheid van onze gemeente hangt daarmee samen, moet je dan niet nog eens even goed kijken of bijvoorbeeld je woningbouwprogramma klopt bij die aanname? Of dat je een aantal andere beleidsinstrumenten zou moeten inzetten om bijvoorbeeld meer mensen naar deze stad te halen op een andere manier, of waar ik groot voorstander van ben ervoor zorgt op de een of andere manier dat er toch wat meer mensen in een huis wonen.

Dus dat is meer een inhoudelijke vraag, maar die raakt volgens mu j wel een aantal belangrijke kernopgaven die we hier met elkaar zouden moeten willen bespreken. En achterliggende vraagstukken waarom we dit allemaal aan het doen zijn.

10

De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij heeft iedereen nu zijn zegje gedaan en kijk ik naar links, naar mijnheer Van der Linden. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Ja, ik zit links. Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vragen en de opmerkingen. Het is een beetje zowel eigen inzichten als vragen, dus ik moet even goed kijken of ik alles goed heb genoteerd. Eigenlijk is het misschien wel goed om eerst even aan te sluiten bij de opmerking van mijnheer Portier. En ook op die een aantal anderen van u hebben gemaakt. In hoeverre is dit nou iets specifieks? Of is dit eigenlijk ook niet lokaal? Nou, als het goed is doe je natuurlijk een touwtje om dingen die je met zijn alien, alle gemeentes, wil. Als het gaat om nnobiliteit, wonen en ook werk, en nog wel andere doeleinden, ook energietransitie, en probeer je daarmee een plus te maken. En dat is ook nodig als je overlegt met het provincie of het Rijk over grotere bijdrages of als je kijkt naar de programmering van onze regio of als je kijkt naar de opgaves die we hebben als het gaat om onderwijs en werk. Die houden zich natuurlijk niet aan gemeentegrenzen. Als het goed is herkend u wel veel wat we hier in andere commissies ook al bespreken. Gisteren ging het in deze connmissie of in deze ruimte volgens mu j ook over wonen en hoe je vanuit overheidswegen de woningmarkt kan stinnuleren. Best een moeilijke vraag.

Ik heb daar ook niet het gouden ei voor gevonden nog. Maar al die vragen komen ook een beetje terug bij u. Kunnen we meer doen aan tijdelijkheid of kunnen we meer doen aan het stimuleren van woningbouw voor andere groepen? Ja, dat vind ik voor een deel ook wel thuishoren in de lokale commissie of bij het lokale debat. Dit is meer de optelsom van de dingen die we samen willen regelen. Dat gaat op een aantal terreinen heel goed, heeft u kunnen zien. Op een aantal terreinen is het ook wel vast op: hoe goed is de samenwerking nou eigenlijk? Daar wijst ook een aantal van u wel naar. Als je kijkt naar die woningbouwopgave, dan slagen wij er best goed in om onze ambities waar te maken. Andere gemeentes hebben daar soms lets meer moeite mee, dat kan ook met de capaciteit te maken in de respectievelijke gemeentehuizen, maar ze zoeken wel de samenwerking. Dat gaat ook om de samenwerking met de corporaties, de afspraken moeten daarvoor herzien. En aan beide zijden hebben we eigenlijk wel geconstateerd: daar moeten we scherper op zijn, heb ik begrepen. En dat is ook wel nodig, zeker in het segment waar de corporaties in werken.

Als het gaat om mobiliteit, daarvoor geldt misschien nog meer dan voor andere onderwerpen dat dat lets is wat je voor een deel heel erg lokaal houdt, maar een aantal andere thema's, A15, N3, bereikbaarheid, nou nog een aantal andere dossiers, zoek je natuurlijk de samenwerking op. Dat doen we wel slimmer dan een paar jaar geleden. Als je het hebt over de ov samenwerking ten opzichte van de oude lijn ontwikkeling, de 10 minuten sprinter, het hoogfrequent vervoer. Ja, dat gaat tussen Dordrecht en Leiden, dat doen we niet met zijn allen, alle gemeentes, maar in Dordrecht zijn we er heel goed bij betrokken. N3 en A15 gaat eigenlijk over bijna alle Drechtsteden. Die samenwerking is heel goed. Niet alles wat je wil met de nnobiliteit zit in de groeiagenda. Mevrouw Kruger vraagt naar: moet alles over asfalt? Nee, natuurlijk niet. Als we alles over asfalt blijven doen, dan lopen we vast. Zeker als er zoveel 100 duizenden huizen in de Randstad bijkomen. En elke werkgeversorganisatie zegt ook: investeer natuurlijk in bereikbaarheid voor vrachtvervoer en grote stronnen op de weg, maar doe dat alsjeblieft ook in ov en op andere manieren. Nou, in onze regio hebben we ook nog eens een keer de waterbus. Dat zit in de dossiers die we bespreken, die 4e groeiagenda en ook met bijvoorbeeld

11

Rijkswaterstaat, ja, die gaan in deze periode vooral over het wegverkeer, over de A15 en de N3. Mijnheer Noldus verwijst naar het project N3, daar hebben we gezien wat je nog meer kan doen als zo'n weg er even uitgaat. In dit geval vooral het Wantijbrugproject, dat was echt een heel duidelijk voorbeeld van een weg die er echt niet meer is. Die weg is er gewoon even niet meer. Nou, en dan zie je ook dat alle alternatieven met de goede stinnulansen ook goed worden gebruikt en goed worden gevonden. Dat mensen hun gedrag zo kunnen aanpassen. Nou, daar moeten we veel meer mee doen. Dat moet ook, want bijna heel het wegennet, bijna alle grote vervoersassen in onze provincie, eigenlijk in heel Nederland wel, staan de konnende 5 tot 10 jaar in de steigers. Die worden vervangen of geOpgraded. Ik ben heel blij dat wij een beetje vooraan in die hele grote slag hebben gezeten. Wij zijn eigenlijk, nou de N3 is nu klaar, de brug naar Papendrecht komt over een paar jaar aan de beurt, de stadsbrug naar Zwijndrecht ook. Een heleboel dingen zijn alvast gebeurd, dat is mooi. Even kijken. Een aantal van u geeft aan: halen we nu knelpunten wel in? En zeker als het gaat over bijvoorbeeld corona. Nou, dat is best een beetje een heel breder vraag.

Kijk, als je bijvoorbeeld de arbeidsmarkt bekijkt, natuurlijk zijn er in sommige sectoren echt mensen overbodig geworden of tijdelijk zonder werk gaan zitten, maar heel veel mensen hebben meteen ook weer andere banen gevonden. En onze arbeidsmarkt, voor zover ik die cijfers ken nu, is behoorlijk op orde. Mensen zitten nog wel in de onzekerheid van: gaat het ook over zes maanden goed, als er misschien bedrijven alsnog om gaan vallen nu de coronasteun wegvalt. Of dat je andere dingen ziet gebeuren, of misschien gaat het toch nog nnis met de coronabestrijding. Aansluiting arbeidsmarkt onderwijs, dat is natuurlijk lets waar je minder snel op kan reageren. Die programma's lopen goed. Iemand van u vroeg: is er voldoende aandacht voor, nou ja, innovatieve hubs. Ja, onze duurzaamheidsfabriek is er een. Daar gebeurt heel veel, daar gebeurt ook steeds meer mee. U weet ook dat we HBO naar hetzelfde gebied hebben gehaald, dat daarvoor gebouwd wordt. Dus wat dat betreft denk ik dat we goed gesteld staan, maar je moet wel flexibel blijven inspelen op de ontwikkelingen die zich voordoen. Zeker als het gaat onn de relatie tussen werk en woningbouw en woningnnarkt. Een aantal onderwerpen horen denk ik echt thuis in de andere connnnissies. Ik verwijs even naar de groene golf en ook een aantal locaties die u zoekt voor tijdelijke woningbouw.

Ja, dat is echt iets denk ik voor de discussie in de commissie fysiek. Als het goed is heeft

De heer Van der Kruijff: Voorzitter, toch een vraag. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Even los of die aanname zou kunnen kloppen. Maar ik denk als je tijdelijke woningbouw, kijk, we hebben hier grote projecten kijken we naar de ontwikkeling spoorzone. Dat is een nneerjarig programma. Daar zou je kunnen overwegen, als daar een bepaalde gronden dat je zegt: die gaan de komende jaren of niet gebruikt worden, dat je daar tijdelijke woningbouw op realiseert. Of dat nou in containers is of lets intelligenter, dat zou allebei kunnen. Dat zeg ik dan maar meteen tegen nnevrouw Kruger. Dat zit wel in deze cornmissie. Connnnissie fysiek praat niet over die grote gebiedsontwikkelingen. Juist daar denk ik kan je kijken hoe je het in kan

12

passen. Een tijdelijke woning ziet ik niet voor me op een grasveldje in stadspolder, om maar wat te noennen. De heer Van der Linden: Helemaal gelijk. Wat ik bedoel is, dat zit niet zo zeer in de groeiagenda. Dus we gaan het wel bespreken in deze commissie, maar niet via de groeiagenda sec. Het kan natuurlijk wel heel goed zijn, want er zijn meer gemeentes met een spoorzone of gebieden die in transitie zijn, dat het thema tijdelijk wonen 10, maxinnaal 20 jaar, dat dat opgenomen wordt in de groeiagenda. Onndat meer genneentes daarmee bezig zijn. Maar helemaal eens natuurlijk, de spoorzone is echt zo'n plek waar je tijdelijk kan wonen en de spoorzone als projectgebied hoort hier thuis. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, nou, in zekere zin is het in aansluiting op wat mijnheer Van der Kruijff al zei. Want juist door dat tijdelijk wonen op te nemen in de commissie grote projecten geef je er extra aandacht aan en een extra accent op om ook gemeentelijk er gewoon heel scherp op te zijn dat je daar voortdurend op stuurt en ook probeert vooruitgang te boeken. De heer Van der Linden: Ja, eens. Een opmerking nog. Mijnheer Veldman vond de teksten wel heel uitgebreid en zei: ja, probeer het wat korter te houden en ook misschien wat puntiger. Maak er een tabel van, misschien is dat zelfs de mininnalistische variant.

Ik denk wel dat het goed is om daar nog eens even goed naar te kijken, want je moet geen dubbel werk gaan doen. Wat ik wel merk is dat het opstellen van een aantal stukken eromheen, met teksten eromheen, blijkt voor mensen die er ook lokaal mee bezig zijn een beetje dubbelop, maar het helpt ons wel aan andere tafels om het grotere plaatje te zien. Dus ik neem het verzoek graag mee, maar ik moet denk ik even kijken of dat op elke tafel handig is. Als je alles met een tabel vergadert, dat is soms ook weer wat kaal. De heer Veldman: Voorzitter, als ik heel even mag. Dat snap ik ook, maar als je het moet voorbereiden, als je je verplaatst in een raadslid, in Joost Veldman, en je moet dit dan in het weekend bekijken en je gaat eraan beginnen met de gedachte: we gaan nu het uitvoeringsprogramma 2022 bespreken met elkaar. En je krijgt dan 10 stukken met ontzettend veel tekst, en ik doe niks af aan die tekst, maar dan is wel de vraag: wat gaan we nu doen in Dordrecht 2022 wat direct gerelateerd is aan de groeiagenda? Dus eigenlijk is dat een dwarsdoorsnede van een aantal dingen die op andere plekken in Dordtse stukken al staan. En dan verwacht ik daar eigenlijk een soort overzicht van. Dat is mijn punt.

Dus oproep is om dat volgend jaar of bij een update ofzo nog even tegen het licht te houden van: misschien moet je deze stukken allennaal hebben om het gesprek met de provincie of weet ik het wie allemaal te voeren. Allennaal helennaal prima, maar is het voor bespreking hier en dan krijgt deze bespreking misschien ook net lets meer focus. Want ik hoor de collega's ook een beetje worstelen van: waar gaan we het nou eigenlijk over hebben? Tenminste, dat is mijn vertaling van de diverse inbreng. De heer Portier: Voorzitter.

13

De voorzitter: Mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, ik wil even toch van harte dit betoog van mijnheer Veldman ondersteunen. Want laten we wel wezen, de groeiagenda heeft los van wat ik daarvan vind, die is gewoon vastgesteld. Dus die stukken die zijn er allemaal al en dat hoeven we niet steeds te herhalen. De heer Van der Linden: Staat genoteerd, ja. Even kijken wat er nog aan opmerkingen gemaakt is. Ja, revolverend fonds, nnijnheer Wringer vroeg daarnaar. Ja, daar is gisteren in de commissie fysiek van besloten dat het een hannerstuk wordt, dus dat is hartstikke nnooi. Daar ben ik heel blij mee. Nou, inderdaad, gemeentelijk wagenpark vervangen, dat gaan we ook allemaal doen. Dat is geen groeiagenda onderwerp, maar dan kijken we steeds wat er nodig is en wat de meest kostenefficiente manier is om zo'n bedrijfswagens of het wagenpark te vervangen. Dit waren de concrete vragen, dank u wel. De voorzitter: Oke, dank u wel. De heer Veldman: Nou voorzitter, ik had nog een vrij beschouwende vraag. De voorzitter: Mijnheer Veldman, u krijgt nu het woord. De heer Veldnnan: Dank u wel, voorzitter. Ik had een meer beschouwende vraag over de relatie woningbouw-bevolkingsgroei en alle opgaven die daaraan gelinkt zijn. Met name uiteindelijk de toekomstige welvaart van onze stad. Dat is toch wel een beetje waar we dit allemaal voor doen.

En het roept juist allerlei vragen op, omdat die groeiagenda ontzettend ruimte-intensief is met woningen, verkeer en alles wat daarbij hoort. En als we dus de hoofddoelstelling, namelijk groei in aantal personen van de stad, niet lijken te halen, dan roept dat vind ik vragen op bij waar we nnee bezig zijn. En vrij fundamenteel, eigenlijk. De heer Van der Linden: Ik ken u ook als commissievoorzitter, en ik heb het wel eens gedurfd, u heeft mu j vrij regelmatig gevraagd am het vooral kort te houden. maar goed, als u een beschouwing wil dan kan dat natuurlijk. Nee, dat gaan we niet doen. Maar ik denk dat het punt wat u maakt wel klopt. Kijk, als je kijkt naar ons bouwprogrannma. Nou, natuurlijk staat het een beetje onder druk en het is best spannend, maar eind 2022 halen we de annbitie. En wat zien we nou aan het aantal inwoners, en dat heeft ook te maken met corona en ook met een stuk arbeidsmigratie die even weggevallen is, maar we zien dat er per huis in Dordt net ietsje minder mensen wonen dan 1,5-2 jaar geleden. En dat is niet wat wij hadden verzonnen. We dachten: nou, we gaan meer bouwen, er gaan natuurlijk ook meer mensen komen. En die zijn er ook wel geweest, maar dat is toch weer een klein beetje onder druk komen te staan. Ik verwacht daar heus wel terugveereffect als corona weg is en als ook de arbeidsnnigratie weer helemaal op orde is.

Maar voor een deel bouwen voor verdunning. Ergo, als we dat niet hadden gedaan, dan was die curve nog wel echt onnlaag gegaan, dat is ook wel een felt. Maar de vraag blijft natuurlijk heel geldig: wat voor huizen hebben we nodig voor de mensen die bij ons of in onze onngeving werken? Of wat voor huizen zoeken mensen die in onze stad

14

werken en nnisschien net in de omgeving wonen? Bijna alle projecten die we bouwen, mag ik even het zinnetje afma ken, bijna alle projecten die we gaan bouwen. Sorry voorzitter, mag ik het zinnetje afmaken? Dank u. Die worden heel snel verkocht. En ook soms staan er ook wachtlijsten voor. Dus in die zin beantwoordt het wel aan de vraag, maar het gesprek over: voor wie willen we nou bouwen? Willen we bijvoorbeeld nneer huizen bouwen voor de singels of voor een jonge starter, of juist voor de gezinnen die grotere huizen bouwen? Ja, dat blijft natuurlijk een voortdurend debat.

De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. 3a, mijnheer Van der Linden noemde net ook wat ik ook al genoemd had, de banen die gekoppeld worden aan het wonen. Van mensen willen wonen en werken in dezelfde omgeving. Maar dan ben ik toch ook wel benieuwd hoe dan het college, wat voor soort banen er precies dan hier in de omgeving moeten zijn. Want als we kijken naar nogal toch aardig wat logistiek wat we hebben, soort banen, ja, wat voor soort huizen ga je daar dan bouwen? En dan bedoel ik dus eigenlijk ook nneer: wat voor salarissen hebben mensen waarvoor je dan gaat bouwen? Dus daar zouden wij als GroenLinks toch wel wat meer duidelijkheid over willen hebben hoe het college dat ziet.

De heer Van der Linden: Misschien voert het wat ver om die beschouwing te voeren op basis van dit stuk. Maar hier is wel eens een presentatie langs geweest waarom die groeiagenda nou zo van belang is. En een van de plaatjes die daarin zit, die ook wel eens als een heel wezenlijk plaatje zie. Als je kijkt naar alle 16-jarigen, dan zit onze regio precies op het genniddelde niveau van Nederland als het gaat om wat voor onderwijs volgen ze. Als je kijkt 19 jaar later als al die mensen, of nog iets minder, dertiger zijn geworden, dan zie je opeens dat wij een heleboel mensen kwijt zijn geraakt, groepen kwijt zijn geraakt. En dat is niet erg als het gaat om de banen die vervuld worden op nnbo-niveau of op een aantal andere niveaus, maar dat is wel erg als je ook de innovatieve en de ontwikkelende banen hier wit hebben, zodat je ook je bedrijfsleven verder kan ontwikkelen. Dat is een invalshoek. De tweede invalshoek is die bijvoorbeeld van wat we doen op Kil IV. We hebben natuurlijk bij het bepalen van de uitgiftestrategie geformuleerd: er moet per hectare wel een aantal banen zijn. Natuurlijk is het deels ook logistiek, deels ook een aantal aanpalende sectoren. En dat zijn banen, nou, veelal op mbo-achtig niveau. Ietsje hoger, ietsje lager soms.

En voor zulke categorieen werk te organiseren hoop je ook dat, nou, ze hoeven niet allemaal in Dordt te wonen, maar dan hoop je ook veel nieuwe Dordtenaren binnen te halen. Dus daar passen alle woningen bij eigenlijk die we nodig hebben, denk ik. En natuurlijk, we bouwen in een aantal categorieen en hier is ook wel eens een percentage langs geweest dat volgens mu j uit mijn hoofd een gemiddeld nieuw huis levert zes verhuisbewegingen op. Want iemand verhuist uit zijn vorige huis, dat vorige huis komt op de markt en daar konnt ook weer iemand in.

Mevrouw Kruger: Voorzitter, dit laatste vind ik natuurlijk wel weer heel grappig, onndat wij voortdurend ook proberen aan te wijzen dat dat ook wel idealiter een leuk standpunt is, maar dat zien we gewoon toch niet zo heel veel gebeuren. Ja, ik heb het niet alleen over de banen die natuurlijk hier in Dordrecht uitgevoerd worden. Met het nieuwe

15

werken, ook veel thuiswerken, kan het zijn dat je, dan werk je ook alweer in de stad waar je woont. Dus ja, het wordt taalkundig staat het er allemaal leuk, maar echt om daar precies dan een juiste verbeelding bij te hebben denk ik dat dat toch wat ingewikkelder is. De heer Van der Linden: Maar zoekt u dan betere data of betere connectie tussen de data? Of zoekt u een andere strategie? Mevrouw Kruger: Nee, zeker betere data ook. We hebben het ook wel eens gehad over ander soort banen. Als je denkt aan de meer in de maakindustrie of in de circulaire economie banen, nou, meer op dat punt van: waar spreken we nou precies over? Dat hoef ik nu niet, maar wel gewoon stipt mee als je toch gaat uitwerken en dan later ook om in commissies te bespreken, geef daar ook eens een leuk overzicht over. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: la, voorzitter, ik wilde even aanhaken op een ander stukje van wat de wethouder in zijn beantwoording zei. Nannelijk dat alle huizen die we bouwen vrij vlot worden verkocht. En dat daar de conclusie aan verbonden werd: dus we bouwen kennelijk naar de behoefte die er is. Is het niet zo dat die huizen worden verkocht onndat de schaarse markt dan mensen toch gaan kopen, ook at voldoet het niet helemaal aan de behoefte.

En is er geen betere analyse nodig om toch te kijken hoe de reele behoefte ligt? De heer Van der Linden: Nou, de conclusie die je eraan verbindt, die heb ik niet expliciet getrokken. Het is wel zo inderdaad: alles wordt verkocht. Maar het kan heel goed zijn dat we daarnnee segmenten eigenlijk buiten beeld laten vallen. We zien wel natuurlijk dat elk jaar bouwen we lets meer en die ambitie wordt steeds concreter ingevuld. Nu zag ik van de week in de krant een aantal projecten waar, nou, echt kleine starterswoningen worden gebouwd. We hopen met de corporaties goede afspraken te maken over het sociale woningbouwprogramma. Er komen ook steeds meer gevarieerde locaties waar in verschillende segmenten wordt gebouwd. Ja, aan de zuidzijde van het station komt ook nog het Tulenborgh-gebouw. Ja, dat zijn allemaal segmenten waar we ook heel lang echt weinig hebben kunnen doen. De voorzitter: Niet allemaal tegelijk. Mijnheer Veldman die was daarnet al eerder, dus dan ga ik eerst naar mijnheer Veldman. En dan konn ik bij u, mevrouw. De heer Veldman: Ja, dank u. Onndat mijn vraag wel erg aansluit op wat nnijnheer Kleinpaste zei. U gaf ook aan zet maar die verdunning, om maar even dat woord te gebruiken. En dat wordt vaak gebracht alsof het een soort natuurwet is. Maar dat is het volgens mu j niet.

Je kunt beleidsinstrumenten en ook je aanbod in je woningbouw proberen zo in te richten dat die verdunning in ieder geval vermindert, laat ik het zo zeggen. Als ik in mijn omgeving kijk, dan merk ik bijvoorbeeld bij ouderen of mensen die net met pensioen zijn ook de behoefte om juist in kleine verbanden te wonen. Dan wonen er misschien per huis niet perse ontzettend veel mensen, maar wel op een relatief klein oppervlak wonen er dan veel mensen. Dat is bijvoorbeeld een. En er

16

ontstaat volgens mu j bijvoorbeeld behoefte, dat zie je in het buitenland cm ons heen veel meer, dat bijvoorbeeld oudere mensen of ouders bij hun kind of kinderen gaan wonen in van die kangoeroewoningen. En zeg maar dat is wat minder gebruikelijke bouw dan je in Nederland misschien aantreft, maar ik zou er wel voorstander van zijn em ook op dat punt de markt goed te analyseren en te kijken: zijn dat ook niet woningtypes die je nodig hebt, waarnnee je eigenlijk het ruimtebeslag heel erg kan beperken, waarbij je wel een heel aantal mensen op een goede manier bedient. De heer Van der Linden: Dank. Ja, ik denk dat het te ver voert om in het kader van de groeiagenda over dat soort segmentering te praten. Puur anekdotisch, ik ken inderdaad mensen die, nou deze nnevrouw was 90 plus, die woonde in het huis waarin ze haar gezin had op laten groeien en die zei: ik woon alleen nog op de benedenverdieping. De bovenste twee verdiepingen daar kern ik nooit meer, want mijn knieen zijn niet goed, en de kelder ga ik ook niet meer in. Dus ik woon eigenlijk maar in een kwart van mijn huis. Dat is voor haar was dat lange tijd heel fijn, maar het is natuurlijk voor de woningmarkt is het ook iets heel vreemds natuurlijk. Want als er meer mogelijkheden waren, dan had ze best wel weer de stap kunnen nennen onn naar een andere plek te gaan.

Dus eens, maar laten we dit een keer ik denk in de connnnissie fysiek bespreken aan de hand van woningbouwprogrannnna's. De voorzitter: Dat lijkt me een goed plan. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: 3a, ik ga tech nog eventjes, voorzitter. Ik onderstreep wat mijnheer Kleinpaste aangeeft over het feit dat we echt moeten gaan kijken waar nou behoefte aan is. Want u kunt wel zeggen: ik herken dat niet. Er worden woningen verkocht, dus kennelijk is daar de behoefte aan. Maar we kennen toch allemaal dat woningen echt boven de maat verkocht worden. Degenen die zich willen inschrijven voor een waning moeten daar ook at voor loten en dan vervolgens een huis wordt anderhalve ton meer verkocht als dat daar eigenlijk voor gevraagd wordt. Dus ik vind dat wat u zegt, nou ja, dat is dan tech niet het bewijs dat er huizen verkocht worden. Nee, we moeten echt wel gaan kijken, dan geef ik meer aan van wat nnijnheer Veldman ook aangeeft van: op wat voor nnanier ga je huizen neerzetten? Wat zijn de nnogelijkheden voor anderen ook em elders te gaan wonen, als je huis te great wordt. Dat vind ik veel belangrijker. De heer Van der Linden: Helemaal eens. Maar wat u nu aangeeft, dat overbieden enzovoorts, dat heeft natuurlijk meer te maken met hoe de woningmarkt hebben georganiseerd in dit land.

Dat er mensen zijn die 500 huizen kunnen wonen en die lekker wegzetten enzovoort, dat is natuurlijk een heel ander soort discussie dan bouw je voor de juiste doelgroepen. Want als je leuk voor de juiste doelgroepen bouwt maar die huizen worden vervolgens opgekocht door een particulier met hele diepe zakken. En die gaat ze vervolgens voor veel te veel geld, politieke opvatting, verhuren. Ja, dan kun je bouwen wat je wil voor doelgroepen die je wil, maar dan komen ze niet goed terecht. Maar dat is een andere discussie. De voorzitter: 3a, dat is een andere discussie en gelukkig gaan we daar nu ook wat meer aandacht voor geven en ook maatregelen op treffen dat dat niet meer verder gaat. Dank U.

17

De heer Wringer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank u wel, voorzitter. Even aanhaken op wat mevrouw Kruger eerder heeft gezegd over die data. Kijk, dat Distripark 4 heel veel banen oplevert, zoveel per hectare, maar we hebben daar ook wel eens een keer eerder naar gevraagd, maar op wat voor niveau zijn die banen nou? En kan je daar niet bij nieuw uitgifte van nieuwe locaties daar ook eisen in stellen zeg maar van op nniddelbaar, hoger of lager. Want als het allemaal ordepikkers zijn, dat brengt Dordrecht niet op een hoger sociaal economisch niveau. De voorzitter: Mijnheer Wringer, volgens mij heeft mijnheer Van der Linden dat al gezegd. Maar ik kijk nog even naar hem of hij daar nog iets extra's dan aan toe kan voegen. De heer Van der Linden: Nou, we hebben het erover gehad. Ik bedoel, we gaan ook gewoon fijn ordepikkers nodig blijven hebben en we gaan ook de ICT-beheerder nodig hebben die de systemen kan beheren. En we gaan ook de ontwikkelaars nodig hebben die nieuwe systemen bouwen en we gaan ook de mensen hebben die nieuwe gebieden ontwikkelen enzovoorts. En we hebben klanten nodig voor de spullen die ze pikken. Ik denk dat het goed is om, in alle uitvoeringsstrategieen zit ook een arbeidsmarktpotentieelanalyse en ook wat we daarmee willen volgens mij.

Dus misschien dat we daar op een ander moment nog eens over kunnen praten met een andere portefeuillehouder, en niet in een connmissie grote projecten in die zin. Maar dat laat ik aan u. De voorzitter: Iennand nog? Nee, dan wil ik graag dit punt afsluiten. Vraag is of dit raadsvoorstel als hamerstuk naar de raad kan. Ja? Niet iemand die nu al weet dat die een annendennent wil gaan indienen? Want dan gaan we namelijk nu vanavond gelijk de strijd aan. Mijnheer Portier. De heer Portier: Voorzitter, voor de verandering niet. De voorzitter: Goed zo. Ik wou net zeggen: er komt nog wel lets waarschijnlijk. Nee. Even kijken.

11. Beschikbaar stellen van een voorbereidingsbudget Dordtse Spoorzone — Raadsvoorstel De voorzitter: Wij gaan dan over naar punt 11, het beschikbaar stellen van een voorbereidingsbudget voor de Dordtse Spoorzone. De vraag is of er in de commissie nog fracties zijn die hierover het woord willen voeren. Het hoeft niet, want dan kunnen we concluderen met elkaar dat dat als hamerstuk naar de raad kan. Ik zie mijnheer Portier, ja, mijnheer Portier was de eerste. Gaat uw gang.

18

De heer Portier: Een paar opnnerkingen. Ik weet niet of alle stukken bijgevoegd zijn, het is misschien maar een klein dingetje. Ja, ik heb echt geen behoefte om te weten aan wat voor boekingsnumnner of grootboeknummer al die wijzigingen hangen. Beperk dat voortaan echt tot het voorstel, dat scheelt weer gigantisch veel stukken. Als ik ga kijken naar waar eigenlijk voorbereiding voor gevraagd wordt, we hebben natuurlijk al een heleboel voorbereiding gehad. Er is een heel plan, er is een boek geproduceerd et cetera. Nu gaan we weer inventariseren, in kaart brengen, onderzoeken et cetera. Het is ongetwijfeld heel mooi en heel nodig, maar ik maak me wel een beetje zorgen van: wanneer gaat de eerste paal in de grond? De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dit is toch gewoon vooral bedoeld om van die prachtige visie naar concrete realisering te konnen? Dus het lijkt me nuttig om die paal in de grond te krijgen, dat we dit wel hebben dit stuk. De voorzitter: Oke, mijnheer Gundogdu wilde wat zeggen. De heer Gundogdu: Ja, voorzitter. Ik wil dan ook even punt 12 ook erbij betrekken, als het mag van u. ik heb namelijk een opmerking over beide stukken. Ik vind de overhead als het gaat om communicatie, voorbereidingen en ambtelijke capaciteit, dat dat zeg maar op twee projecten is gebaseerd vind ik wel heel bijzonder.

Want kunnen we zeg maar kennis en knowhow die we hebben niet bundelen? Want Maasterras of de Dordtse Spoorzone, nou, volgens mu j ligt dat in elkaars verlengde. Dus dat zou nnijn oproep zijn. En een andere vraag die ik concreet wil stellen. We hebben in het verleden de woningen gekocht aan de Weeskinderendijk. Die hebben we dan vervolgens weer verkocht. Ja, met de kennis van nu hadden we dat natuurlijk nooit nnoeten doen. Maar ik ben ook vooral benieuwd hoeveel dat de gemeente, omdat we de Weeskinderendijkwoningen weer gaan opkopen of aan het opkopen zijn, hoeveel dat de genneente kost. De voorzitter: Oke. Is er verder nog iennand die een punt heeft? 0, mijnheer Veldman eerst. De heer Veldman: Voorzitter, ik heb een soort praktisch punt. omdat we nu, althans dat is mijn fractie voornennens om daarnnee in te stemmen, maar die 1,4 nniljoen beschikbaar te stellen als voorbereidingskosten. Nou, allennaal prima. Maar dat heeft dus betrekking op de hele spoorzone. TerwijI die eigenlijk is opgebouwd uit weer vier op zichzelf al substantiele ontwikkelingen. En waar onze fractie dus wat zorgen over heeft is: nou, we beginnen op plek 1, want die ontwikkelingen lopen ook niet synchroon allemaal. En dat dan op een gegeven moment als we bij deelproject 3 zijn zeg maar, dan is het geld op. Tennninste, dat voorzie ik. Dat geeft niet, maar zeg dat dan.

Dat doet dus de vraag op: is het niet logischer uiteindelijk om voor die vier separaat toch iets vast te stellen? Of op een ander moment daarop terug te komen, omdat het gaat echt om vier hele grote dingen op zichzelf. En daar zit een hek omheen en dat noemen wij spoorzone. Maar het begint bij het spoor met Zwijndrecht, of de brug, en het eindigt

19

bijna bij Moerdijk. En dat is allemaal spoorzone. Maar dat is dus een soort hartenkreet eigenlijk.

De voorzitter: Een wat? De heer Veldman: Een hartenkreet. Ik dacht: ik doe eens een andere taal. De voorzitter: Goed, mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, een paar punten. Er werd in het stuk gerefereerd natuurlijk aan het gezamenlijk ambitiedocument wat met Zwijndrecht gemaakt is, opgesteld is. En vervolgens kom je het woord Zwijndrecht nooit meer tegen. Dus we vroegen ons af: werken we eigenlijk intussen nog steeds samen met Zwijndrecht over spoorzone of zijn we van elkaar losgezongen? En hoe zit dat dan hierin qua voorbereidingskrediet? Dat is de ene vraag. De andere vraag is waar we nu eigenlijk precies staan op dit moment als we dit goedkeuren, als positie qua raad, met het meegeven van kaders. Want ik lees in het stuk dat dat plan ontwikkeld gaat worden, daar gaat allerlei participatie en communicatie plaatsvinden op basis van het ambitiedocunnent. Daar hebben we als raad ook zelf om gevraagd. Maar het is een meer stedenbouwkundig plan. Maar er komen natuurlijk ook heel veel andere vragen achter vandaan. Bijvoorbeeld: voor welke doelgroepen ga je bouwen en in welke prijsklasse ga je bouwen? Welke onderwijsvoorziening wil je daarin? Of het punt van net maar weer eens even ook hierin te fietsen: zou je ook iets kunnen met tijdelijke woningen in dit gebied? En die kaders zou ik als raad wel mee willen geven.

En moet ik dat dan nu doen of zegt u: dat moet u op een volgend moment doen. Of zegt u dan: als u dat had gewild, dan had u het eerder moeten zeggen. Want dan zeg ik het nu. De voorzitter: Zo dan, goed. Ja, dat is een soort dubbele ontkenning ook. Oke, ik had daarnet, wie was dat nou net die zei van: punt 12 kan ik erbij betrekken. Dat was volgens mu j mijnheer Giindogdu. Mochten anderen zich daartoe geroepen voelen, dan kan dat natuurlijk sowieso. Ik heb het alleen voorgesteld, maar ik bedoel: dat kan wellicht in een draai nnee. Dus als u daar nog een aanvulling op heeft, mijnheer Portier of wie dan ook. Nou, u zit me aan te kijken zo van: nee hoor, dat hoeft niet. De heer Portier: Laat ik even alleen zeggen dan dat ik het betoog van mijnheer Van der Kruijff ook van harte ondersteun. De voorzitter: Oke. Even kijken, wie wil het woord? Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, dank u wel. Ja, als we dan 12 er maar direct bij betrekken, want daar had ik wel wat over, over het Maasterras en dan wat we aan onderzoekskosten gaan krijgen. Dan wordt er ook wel degelijk genoemd dat het voorbereiden bouw- en woonrijp maken, dat dat er een onderdeel van is waarbij wij ons dan toch wel ongerust maken over: er wordt weer gesproken over een bodemvervuiling, dat dat allemaal nog niet duidelijk is. Er schijnen ook nog obstakels ondergronds te zitten die niet duidelijk zijn.

Wij verbazen ons daar nog steeds over dat dat niet bekend is. Ik bedoel, we weten allemaal als we een beetje in de geschiedenis duiken wat er gestaan heeft, dus wat er

20

nnogelijk kan zitten. Ja, waarom nog steeds niet, waarom wordt er niet een soort fonds dan gecreeerd voor bodemverontreiniging? Jaren geleden hadden we een speciaal beleid daarop, toen moesten alle genneentes ook verplicht de bodem saneren. Daar waren kredieten voor, daar was een soort fonds voor opgericht. En op een gegeven moment was dat niet meer nodig, hadden we zo genaamd alles wel gereinigd wat nnoest gereinigd worden en wat verstopt kon worden was verstopt. Maar we weten nu bij elk project wat we hier doen dat er onverwachte bodemverontreiniging naar boven komt. En dan zit je misschien op een gegeven moment voor een keuze. Nou, dan moeten we als die grond schoongemaakt wordt, gereinigd wordt, dan moeten we daar maar dure huizen op zetten, want anders komen we niet uit de kosten. Dus ja, wat gaan we daar nu eens aan doen om ervoor te zorgen dat dat niet voor verrassingen komt en dat we niet iedere keer lezen van: nou, mogelijk, want dat staat er nu in feite van dat we wel een negatieve grondexploitatie zouden gaan krijgen. De voorzitter: Dank u wel. Iemand nog over een van de twee stukken? Niet, dan gaan we naar de wethouder. De heer Van der Linden: Ja, dank. Ja, een paar vragen zijn half technisch.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/343/documents/13634