CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 Concept notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 30 november 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 februari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad 21 december 2021, de commissie Sociale Leefomgeving 24 november 2021, de commissies Bestuur & Middelen, - Fysieke Leefomgeving - Sociale Leefomgeving 30 november 2021, de commissie Grote Projecten 8 decembe29.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

En nogmaals, ik vind het ook inderdaad wat u aangeeft. De verenigingen die zitten echt te wachten op. Ondertussen zitten we ook wel, wat meneer Tiebosch ook zegt. Als er een nieuw collegeprogramma komt, dan zitten we inderdaad in mei-juni. Dus dat is dan weer een half jaar wachten. Maar ik vind het wel goed om te kijken naar de verdeelsleutel tussen alle verenigingen. Niet dat je nu, zeg maar, bij de mensen die dus hier aan tafel hebben gezeten. Om te zeggen van: laten we dat dan maar alvast gaan doen. Ik weet dat wethouder Stam ook een aantal goede dingen heeft gedaan die inmiddels zijn gerealiseerd. Maar het is maar een druppel op de gloeiende plaat als je kijkt naar die hele sportvisie. Concreet betekent het voor mij, als je het met de businesscase erover hebt en je hebt het ook over kleine verenigingen die misschien nog ondersteuning daarin nodig hebben om tot een goede businesscase te

39

kunnen komen, dan vraag ik me af van: is dit nou het punt waarin je zegt van: we gaan naar fase twee. En ik wil daar echt wel even op antwoorden van de wethouder dadelijk wachten. De heer Schalken: Ja, voorzitter. Nog een korte vervolgvraag. Want vanuit onze beleving, vanuit Beter voor Dordt, hebben wij het idee dat wat u nu wilt vragen, dat dat juist iets is wat vooral in fase twee nu in de uitwerking aan de orde moet komen. We hebben nu een basisprogramma klaarliggen. Heeft u niet ook het idee dat dat nu juist die fase twee is. En op het moment dat we dit nu kunnen vaststellen dat dan fase twee dan is, wat u concreet nu ook aangeeft. Mevrouw Stevens: Nee, ik heb niet het idee daarin, omdat voor mij nog een aantal punten in het programma staan die totaal niet concreet zijn. Die in mijn beleving vaag zijn. Waarvan ik eerst wil weten van: hoe gaat het nou verder. Nou, die punten zijn net al genoemd, zeg maar, ook door de vorige sprekers. En daar zou ik eerst wat terug van willen horen voordat ik hierover. En misschien wil ik het ook nog wel een keer terug in de fractie wel bespreken. Maar ik zit niet te wachten om dadelijk het in de raad te bespreken met twintig amendementen of twintig moties, waarvan ik denk van: ja, en dan verder. De heer Schalken: Ja. En als laatste, voorzitter, nog ingaan op wat mevrouw Stevens nu net aangeeft.

Vanuit Beter voor Dordt hebben we juist het idee dat wat u nu aangeeft, het concreter maken, dat ga je doen met die betrokken verenigingen op die bepaalde locatie. Dat hoef je niet in dat hele basisplan zoals dat nu ligt, dat basisprogramma zoals dat nu ligt, te doen. Maar juist met die betrokken verenigingen op een bepaalde locatie. Bent u dat niet met mij eens? De voorzitter: Nou, volgens mij, voordat dat beantwoord wordt. Volgens mij zijn jullie het gewoon in de basis niet met elkaar eens. De heer Schalken: Nou, misschien valt dat nog wel mee. De voorzitter: Nou, wat ik steeds hoor is: nee, we zijn het niet. Eigenlijk bent u het niet met elkaar eens en herhaalt u de vragen. En gezien de tijd wil ik vragen aan mevrouw Stevens of ze nog wel één keer antwoord wil geven, maar dan ronden we dit debat af. Want dat komt geen stap verder namelijk. Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Ja, het is een herhaling. Ik blijf gewoon zeggen van: ik ben het niet met u eens, omdat er voor mij nog een aantal punten in dit programma staan die niet concreet genoemd zijn waardoor je naar fase twee zou kunnen gaan. Dat is het einde van mijn betoog. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Stevens. Mijnheer Schalken, u kunt dadelijk uw mening daarover nog uitgebreid geven. Ik ga naar de laatste vragensteller. Dat is Gewoon Dordt.

En de vraag was: is er voldoende mate rekening gehouden met de fysiek beperkte inwoner bij de toegankelijkheid van verschillende sportparken? Wordt er optimaal rekening gehouden met hun omstandigheden? En dan wil ik het woord geven aan mevrouw De Fouw, die keurig netjes voor een scherm zit waar een spiegelbase in ieder geval staat met hoe zij heet en welke partij zij is. Bijzonder. Gaat uw gang.

40

Mevrouw De Fouw: Nou, wij hebben een aantal technische vragen ook gesteld. De voorzitter: Ja, die zijn nog niet beantwoord. Mevrouw De Fouw: En die zijn inderdaad nog niet beantwoord. Dus daar kan ik niet zoveel over doen. We waren vooral benieuwd in hoeverre er aandacht is geweest voor fysiek beperkte Dordtenaren in het kader van iedereen doet mee. En denken dus dat er minstens aandacht moet zijn voor een toegankelijkheid van parken en accommodaties. Die beantwoording wachten we dus even af. En afhankelijk van die antwoorden overwegen wij inderdaad om daar een amendement of motie over in te dienen. De voorzitter: Oké. Verder heeft u geen woordvoering nog? Mevrouw De Fouw: Nee, dat was eigenlijk wel het belangrijkste. Voor de rest denk ik dat iedereen, dat alles wel gezegd is. Laat ik het zo zeggen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Voor de overige partijen die nog geen woordvoering hebben gehad. Die zullen zichzelf moeten aanmelden. En ik zie dat mevrouw Van Benschop. Die heeft wat dat betreft de sprint gewonnen. En die mag aftrappen. En daarna. Ik zal even de volgorde een beetje proberen in de gaten te houden. Daarna meneer Den Heijer, mevrouw Stolk, meneer Boersma en meneer Schalken. Gaat uw gang, mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou ja, ik ga proberen zo min mogelijk te herhalen van wat al gezegd is.

Het is mij duidelijk dat hier een stuk ligt waar heel veel mitsen en maren aan zitten. En dat hadden wij eigenlijk ook. Je begint met het lezen van het stuk en dan denk je: nou, het is best wel breed opgezet en er wordt over veel nagedacht. Dan blijkt het 81 pagina’s te tellen. Dat vind ik voor een programma echt heel veel. Ik wil graag onderschrijven wat meneer Tiebosch zei als het gaat over de uitgangspunten. Daar missen wij er ook een aantal. Maar dan kom je bij pagina 41 en dan wordt het concreet. En daar noem ik dan het maar even het handelingsperspectief per sportpark. En waar wij daar een beetje moeite mee hebben is dat ik begrijp het stukje gewenst profiel van het sportpark. Dan ga je een bepaalde richting op. Maar dan bij de gewenste acties gaat het van heel concreet naar ongelofelijk breed. En daar missen we gewoon echt een bepaalde visie. Er wordt vrijwel niet gesproken over de ongeorganiseerde sport en de individuele sporters, met uitzondering van ik dacht Schenkeldijk. Waar dan ineens vanuit de sportaanbieders genoemd wordt dat er een veldje moet komen. Dus eigenlijk alle informatie die meegegeven is vanuit de startnotitie, die meegegeven is vanuit de sportaanbieders, die wel benoemd staat in de ontwikkelingen in de inleiding, die missen we gewoon in het handelingsperspectief per sportpark. En daar zit precies ook ons dilemma.

Dat als je dit vaststelt in de vorm die er nu ligt. Ik hoorde meneer Schalken net zeggen: dan komt er vervolgens een uitwerking per sportpark. En dat wordt dan weer een apart programma. So far, so good. Maar dan zal dit gebruikt worden als basis voor de uitwerking van dat concrete programma. En daar maken wij ons wel zorgen om, want er mist gewoon een hele hoop focus als het gaat over inderdaad toegankelijkheid. Als het gaat over die maatschappelijke functie die we graag willen op die sportparken. Over multifunctioneel gebruik. Over de individuele en ongeorganiseerde sport. Dus ik denk dat we hier een potentieel vijf uur durend debat krijgen in de raad, waarbij inderdaad twintig amendementen ingediend gaan worden.

41

Want ook wij vinden dat als we dit op deze manier gaan vaststellen, dat we daar dingen in zullen moeten amenderen. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, u krijgt een vraag van meneer Schalken. De heer Schalken: Ja, voorzitter. Dank u wel. Een vraag richting mevrouw Van Benschop met betrekking tot wat u aangeeft. Ik gaf al eerder aan, ook richting mevrouw Stevens van de PvdA, dat wij vanuit Beter voor Dordt juist het idee hebben dat richting die volgende fase dingen per sportpark concreter worden, waarbij je juist op dat moment samen met die betrokken sportparken of die betrokken verenigingen op dat betreffende sportpark of op die locatie, dat je dan die uitwerking gaat maken. Waar je ook bijvoorbeeld denkt aan wat u aangeeft: de toegankelijkheid, de bereikbaarheid. En hoe je inderdaad die samenwerking concreter maakt. Is dat niet ook veel prettiger dan wanneer dat al aan de voorkant vast ligt zonder dat daar met al die individuele verenigingen over is gesproken? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, ik denk dat het proces zoals meneer Schalken dat voorstelt een hartstikke goed proces is. Waren het niet dat er in dit stuk gewoon gewenste acties staan die op sommige punten heel concreet zijn, te concreet wat mij betreft. Dan gaat het over, nou ja. Ik kan het nu niet zo snel vinden, maar dan staan er hele concrete punten die dan gerealiseerd zouden moeten worden onder gewenste acties.

Terwijl er aan de andere kant gesproken wordt over het aanpassen van bestemmingsplannen om maatschappelijke programmering en multifunctioneel gebruik mogelijk te maken. Vind ik echt een ambtelijke opdracht die gewoon zou moeten volgen uit namelijk het vinden van die maatschappelijke partners die je wilt laten samenwerken en het multifunctioneel gebruik. Dus het gaat voor mij een beetje alle kanten op. Er is wat mij betreft hier geen. Dit zou een kader moeten zijn of een richting voor het uitwerken van die programma’s. En dat is het naar mijn idee niet. Dan vervolgens ligt er een wensenlijstje naast per sport van de sportaanbieders die dan ook graag wat willen. Dat zijn nou dingen waarvan ik denk: dat hoort inderdaad per sportpark uitgewerkt te worden. Dus daar kan ik u helemaal vinden. Maar wat mij betreft zou het veel, ja. Dat klinkt natuurlijk raar in dit verband. Maar gewoon abstracter moeten zijn: welke kant willen we op. Ik zou een vertaling willen zien in de gewenste acties van de uitgangspunten die genoemd worden in de inleidingen van het stuk. En ik zie die samenhang gewoon niet. Er wordt gesproken over veel mensen die individueel sporten en deelnemen aan ongeorganiseerde sport. En dan kijk ik per sportpark naar de gewenste acties en dan komt het bij één sportpark terug. De heer Schalken: Ja, maar dan nog even, voorzitter, een vervolgvraag ook op mevrouw Van Benschop.

En misschien is dat wel ook iets richting ons als commissie. Al zit ik daar nog niet zelf zo lang intensief bij. Ik hoor u over abstracter, abstracter. Ik hoorde net meneer Van Dam Timmers over concreter, concreter. Zijn wij niet bijna als commissie dat wij de ambtelijke organisatie en de wethouders soms met een onmogelijke opdracht op pad sturen, wat dan uiteindelijk dit product heeft opgeleverd? Waarvan ik denk dat vanuit Beter voor Dordt, dat de basis goed is, wat ik net al aangaf. En dat wij hopen dat juist in die uitwerking echt concreet specifiek met die betrokken verenigingen per sportpark die uitwerking aan de orde komt.

42

Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, ik verbaasde mij ook over de inzet van het CDA in deze commissie. En dat heb ik volgens mij ook best duidelijk gemaakt. Ik verbaasde mij er ook over dat het concreter had gemoeten. Want volgens mij hebben we afgesproken dat die concrete vertaalslag plaats zou vinden in, zeg maar, programma’s per sportpark. Dus wat dat betreft ben ik het echt helemaal met meneer Schalken eens. Alleen als ik dan een sportparkenprogramma krijg dat een basis vormt voor de uiteindelijke uitwerking, dan wil ik wel graag zien dat alles wat we in de uitgangspunten hebben genoemd, wat er in de startnotitie staat, wat er op is gehaald, de ontwikkelingen gewoon überhaupt in de sport, het belang van sporten voor de gezondheid in coronatijd, dat had ik dan wel graag willen zien in dat kader wat uiteindelijk gebruikt gaat worden voor de uitwerking van die concrete plannen. En ja, meer kan ik er niet van maken. Ik vind dat het incompleet is. Er gaat per sportaanbieder wordt het heel concreet en is het echt op detailniveau af en toe, wat ik begrijp. Want die verenigingen zijn gesproken. Maar aan de andere kant. Ja, het heeft voor mij geen samenhang. De voorzitter: Uw punt is helder, mevrouw Van Benschop. Ook u gaat nu in herhaling vallen. Mevrouw Van Benschop: Ja. De voorzitter: Ja, dat begrijp ik. De vraagstelling leidt er ook toe.

Meneer Van Dam Timmers heeft zich inmiddels gemeld met een interruptie. Ongetwijfeld om over uw verbazing over zijn inbreng te praten. Ik wil wel aan ieder aan gaan vragen nu om het kort te houden, want het is half elf geweest. We gaan om elf uur stoppen. En ik kan u nu al voorspellen dat we volgende week verder gaan met deze beraadslaging, want er is nogal wat over te zeggen. Dat blijkt. En dat geeft niet. Beter lang gesproken, maar dan wel uiteindelijk met een goed advies richting de raad, dan dat we het afraffelen en uiteindelijk in de raad met een diarree aan moties en amendementen komen te zitten. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Van Dam Timmers. Dank u, voorzitter. Ja, het is echt mijn naam. Maar een goed punt wat u, denk ik, maakt. Ik denk dat we. We hebben er lang over gedaan om hier te komen, dus dan moeten we het ook goed invullen. Ja, ik verbaas me toch wel even een klein beetje over de inbreng van mevrouw Van Benschop. En dat verbaast haar natuurlijk ook weer niet natuurlijk dat ik mij daarover verbaas. En dat komt omdat. Ik denk dat we elkaar best goed begrijpen. Want als ik naar dit sportparkenprogramma kijk, dan is het uiteindelijk geen programma geworden. Wij hebben ooit gevraagd om een sportparkenvisie en daarom vonden wij elkaar. En de inleiding in dit stuk zegt zelf: wij komen niet met een visie. Wij komen met een programma.

Nou, en dan verwacht ik een programma. En vandaar dat mijn inbreng op die manier is gegaan. En dan heb ik nog een vraag, want ik hoor u een beetje denken van: ja, er wordt onvoldoende buiten de lijntjes gekleurd of buiten de lijntjes gedacht. Dat hoor ik u, tussen de lijnen door hoor ik u dat zeggen van: is er creatief genoeg nagedacht? Is dat nou wat u bedoelt? Ik snap niet helemaal wat u nou bedoelde toen u eerder zei van: soms is het heel concreet, soms is het heel vaag. Wat vindt u daar nou van? Ik snap niet waarom u daar zo’n probleem mee heeft. Mevrouw Van Benschop: Ik heb daar een probleem mee, omdat als je te concreet wordt op dit niveau in een dergelijk sportparkenprogramma, dan ga je dingen missen in de

43

uitwerking, omdat gedacht wordt: het ligt. Dit is wat we gaan doen. De gewenste acties. Dus er staat letterlijk hier bij sportpark Reeweg: de parkeerplaats aan de zuidzijde meer vergroenen en hier een auto te gast gebied van maken. Nou, dat is een redelijk concreet idee, zeg maar. Zal ik maar zeggen. Maar aan de andere kant staat er dan: het aanpassen van bestemmingsplannen om maatschappelijke programmering en multifunctioneel gebruik mogelijk te maken. Ik denk dan: maak een keuze. Dus of je zegt: we gaan in gesprek met partijen om ervoor te zorgen dat we hier een maatschappelijke functie naar het sportpark halen. En dat mag ik niet zeggen op zo’n lelijke manier. Dan maakt het mij niet uit dat er ambtelijk dan gekeken wordt naar een aanpassing van een bestemmingsplan. Prima. Die krijgen we dan wel te zien. Want we stemmen namelijk in met dat multifunctioneel gebruik. Dus dat is een logisch gevolg. Alleen ik ben gewoon op zoek naar eenzelfde niveau van acties. En ik word er een beetje ongemakkelijk van dat sommige punten heel concreet zijn. Sommige punten zijn op een veel breder niveau. Andere punten is eigenlijk een soort ambtelijke inzet en veel minder politiek en waar willen we naartoe. En dan ben ik bang dat als die vertaalslag gemaakt gaat worden naar de concrete sportparkenprogramma’s per sportpark, dat je dingen gaat missen. Want dit gaat de basis zijn.

En ja, dan zullen wij ook moeten amenderen. De heer Van Dam Timmers: Ja, dat vind ik een goed punt. En dat begrijp ik. Dat komt ook eigenlijk terug op het punt dat wij maakten. Ja, het is of onvoldoende. Het is eigenlijk onvoldoende concreet dan. Als die input allemaal is opgehaald, dan zou het er ook allemaal nu in moeten staan. De voorzitter: Helder. Mevrouw Van Benschop: Nou ja, daar zijn we het niet over eens. De heer Van Dam Timmers: Ja. De voorzitter: Ik wil deze discussie nu stopzetten. Heeft u nog meer punten, mevrouw Van Benschop? Mevrouw Van Benschop: Nou ja, ik wilde maar even positief eindigen. Dat ik het dus wel heel erg waardeer dat er een poging is gedaan om die perspectiefkaarten te maken. Want ik denk wel dat dit. We zitten gewoon aan het einde van een periode. We gaan dadelijk naar een volgende periode toe. En dit geeft wel handvaten ook voor de nieuwe raad om te toetsten of we nou de juiste weg opgaan met de uitwerking van die sportparkenprogramma’s per sportpark. Dus ik vind het in principe. Ik vind het veel te lang. Maar in principe die perspectiefkaarten, prima. Maar ze moeten wel aansluiten. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Den Heijer van de VVD is de volgende. De heer Den Heijer: Ja, dank u wel, voorzitter.

Laat ik het moment even markeren dat er vrij weinig avonden voor zullen gaan komen in de toekomst dat de VVD en GroenLinks het zo erg met elkaar eens zullen zijn. Dus laat ik daar maar even. De voorzitter: Een interessant perspectief, mijnheer Den Heijer.

44

De heer Den Heijer: Ja, we komen allemaal tot nieuwe perspectieven zo op de avond laat. En ik wil daarmee ook naar de organisatie, misschien een beetje raar om dat op dit moment te doen, maar ook wel gewoon een compliment uitdelen, omdat ik vind dat we het ons als politiek ook niet makkelijk hebben gemaakt de afgelopen tijd. En dat dit dossier ook behoorlijk gepolitiseerd is geraakt. En dan raak je misschien soms het einde ook een beetje zoek. Nou, dan constateer ik nu dat er vanavond heel veel verenigingen naar ons kijken. Ik constateer ook dat er 83 procent van de sporters in Dordrecht vanavond niet ingesproken heeft. Dat zijn namelijk de mensen die niet lid zijn van een vereniging. En ik constateer ook dat er door insprekers wordt gezegd: de huidige situatie is op basis van verdeel en heers. En een andere inspreker die drukte het eigenlijk uit van, het eufemistische van: het gaat hier om het aanwenden van de gelden en waar ze terecht komen. En volgens mij is dat nou precies waar wij voor op aarde zijn in de gemeenteraad. En hoe sturen we daar dan op. En dat is volgens mij het vraagstuk wat we hier voor hebben liggen. En dan ben ik het gewoon met de andere partijen eens. Dat ik worstel met dit stuk. Ik vind het een ingewikkeld stuk, omdat ik het lastig vind om dit te zien als een visie. En ik vind het lastig om dit te definiëren als een programma.

En zoals ik ook eerder al heb gezegd, had ik eigenlijk nog een stap verder terug willen nemen. En ook samen met het sportkompas in de hand, wat nu wel in dit stuk verwerkt is, had ik dit steviger willen vertalen en opnieuw willen bepalen welke kaders stellen we überhaupt aan sport en waaraan moet dat voldoen en hoe gaan we dat in deze eeuw tot een hoger niveau en hoger plan tillen in Dordrecht. Waar ik me nog zorgen om maak is: hoe verhoudt dit stuk zich binnen andere beleidsstukken, zoals bijvoorbeeld het geamendeerde onderdeel van de omgevingsvisie. En ik zie ook dat er al een voorschot wordt genomen op de IAP. Nou, die is naar mijn weten, maar volgens mij moest de griffier dat nog checken, is daar niet vastgesteld. Het lijkt mij lastig, want bij dat beleidsstuk hebben wij dezelfde vraagstukken besproken, omdat daar ook weer een hoop bij kwam kijken. En daar zijn we ook gewoon niet uitgekomen. En de grootste pijn zit ook bij het derde beslispunt. Het woordje maatwerk. En dat is nou precies waar wij eigenlijk vanaf willen en waar ook insprekers een refereren. We gaan daar nou vanaf. En hoe verhoudt zich dat dan tot beleidsregels. En hoe kunnen we nou juist niet op basis van maatwerk, maar juist op basis van beleid goede sportparken vormgeven? En dan ben ik het heel erg met D66 eens. Dat je dat ook gewoon integraal moet bekijken.

Dus wat ik net zeg, 17 procent is lid van een vereniging. Er zullen ook heel veel andere commerciële sporters en gebruikers zijn, die misschien in commercieel maar ook in gemeentelijk vastgoed acteren of zullen acteren. We hebben natuurlijk een maatschappelijke opgave, maar ook een hele grote ruimtelijke opgave met woningbouw en de coronakilo’s. Die zitten natuurlijk meer in die maatschappelijke opgave. En ook gewoon het hele aspect sport zelf, waarom dat belangrijk is. En ik ben het heel erg met D66 eens dat dat gewoon, dat je die samenhang gewoon er niet echt in kunt ontdekken in dit stuk. En daar is die wel voor bedoelt, in mijn opzicht. En daar zal misschien niet iedereen het mee eens zijn, maar dat vindt de VVD. Je ziet bijvoorbeeld ook dat belangen elkaar dan tegen gaan komen. Dan heb je bijvoorbeeld: we willen open sportparken. En dan zegt de vereniging: ja, maar wij niet, want dan gaan hangjongeren ons veld in de fik zetten. Ja, dat is lastig. Ja, maar dan druist dat dan weer in tegen open sportparken. Hoe gaan we dat dan regelen. Hebben we alleen verenigingen nodig of moeten we ook naar andere aanbieders kijken met individuele sporten, waar GroenLinks het ook over zei. En afrondend, voorzitter, heb ik anders dan andere sprekers vind ik drie maanden tot aan de verkiezingen toch echt wel lang. Ik vind eigenlijk dat we ook de handschoen gewoon

45

op moeten pakken. Ik denk dat we dat ook gewoon met zijn allen samen gewoon moeten doen zonder elkaar te veel de maat te nemen. Ik denk dat we er ook een beetje praktisch in moeten staan. En dan is de vraag eigenlijk: ja, waar willen we nu landen? Ik denk dat we met zijn allen het erover eens zijn dat het stuk een worsteling is voor ons allemaal. Er zitten aspecten in waar we vrolijk van worden. Er zitten aspecten in waar we wat minder vrolijk van worden. Dat is altijd als we met sportbeleid bezig zijn. Zo heb ik het in ieder geval afgelopen jaren ervaren. Er is nu drie ton vrijgespeeld om dat onderzoek te starten. Een prioriteringsslag te maken. Terecht hoor, daar gezegd van: dan gaan we een jaar dat misschien dat verder uitwerken en tot concrete programma’s komen. En hoe verhoudt zich dat dan tot die twee miljoen die nu gereserveerd is? En ziet de wethouder kansen om met een goed raadsvoorstel te komen? En op basis van welke afwegingskaders gaat die dat dan in die tussentijd doen? En hoe kijkt hij dan naar die middelen die ook zitten in de Dordtwijkzone? In hoeverre landen die daar dan ook in? Ik zag het wel in het financieel kader staan, maar misschien heeft u daar nog wat meer duiding op nodig. Nou, en dat is kortom gewoon de vraag: wat gaan we dan nu doen? We zitten constructief in de wedstrijd, maar wel heel kritisch op het stuk wat er nu voorligt, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Heijer. Ik wil jullie erop wijzen dat het inmiddels kwart voor elf is. Ik wilde de sprekerslijst nog wel afmaken, maar wel met de dringende vraag om het zo kort mogelijk te houden en niet te herhalen wat vorige sprekers u al verteld hebben. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, dank. Ik zal het proberen inderdaad kort te houden, want er is al heel veel gezegd. Ik wil wel één iemand vanavond een compliment geven. Dat is meneer Tiebosch. Die heeft heel goed uiteengezet waar D66 voor staat en waar hij voor staat. Dus dank daarvoor. Dus dat ga ik niet verder herhalen. Ik ga wel een paar dingetjes van meneer Tiebosch herhalen die ik de raad en mijn collega’s nog niet heb horen zeggen. En dat is een leven lang sporten en bewegen en de seniorensport. Het ontbreekt weer in elke bladzijde. En dat is al vaker gebeurd. Maar dat gaan we dadelijk wel weer zien met de verkiezingen. Want dan gaat iedereen het natuurlijk voor de senioren opnemen. Maar dat is in dit geval weer niet het geval. Goed, dat gezegd hebbende. Waar moeten wij nu naartoe? En reflecterend en terugkijkend op de periode die achter ons ligt. Dat wil ik toch wel heel eventjes doen. Zijn wij nou als politiek betrouwbaar geweest? En zijn we nou eerlijk geweest tegen die verenigingen? Nou ja, vanuit de VSP betreft: nee, dat denk ik niet.

We zijn al acht jaar bezig met de sport in Dordrecht. En hebben we nu gedaan, en hebben we nu beloofd aan die verenigingen wat we zouden doen. Als je kijkt wat er aan geld gemoeid is, wat er aan ambtenaren ingevlogen is. Nou, dat zijn kapitalen. Ik zal de bedragen maar niet noemen wat er aan volgens mij sportregisseurs. Ik weet even niet hoe die mensen heten. Maar er is heel veel geld in gekomen. We wilden naar drie à vier sportparken. Nou, daar is ook niks van terecht gekomen. Nu ligt er een nieuwe visie. En nou hoor ik iedereen iedere keer zeggen wat ook in dit programma terugkomt: daar moet een businesscase gemaakt worden. En dan ook nog een maatschappelijke businesscase. Ik hoor ook de insprekers vanavond zeggen van: ja, wij hebben eigenlijk een gezonde vereniging. Wij willen dat eigenlijk niet. Hoe kijken wij daar tegenaan? Ja, dat is hier dus niet in opgenomen. Waar wij ons ook zorgen over maken, dat zijn met name, en mevrouw Stevens heeft dat ook al aangegeven, de kleine verenigingen. Grote verenigingen, de achthonderd plus

46

verenigingen, waar je meer dan 800 leden hebt, die hebben vaak een goed bestuur zitten. Ik heb vanavond drie insprekers gehoord over de sport, of vier. Laat me dat even kwijt zijn. Die weten waar ze het over hebben. Die weten ook waar je het geld eventueel vandaan kan halen. Die mensen zitten al jarenlang te wachten. En waar zeggen wij nu vanavond ja tegen? Ik weet het echt niet. 2015 heb ik ook vol vertrouwen ja gezegd tegen de sportparkenvisie. En dan hoor ik meneer Schalken vanavond zeggen van: ja, maar er ligt toch een basis. Dan zit die de wethouder te helpen. En volgens mij ook een beetje voor de wethouder te praten. Dat vind ik ook een beetje een brevet van onvermogen, want meneer Stam kan prima voor zichzelf praten. Maar waar die meneer Stam mee had kunnen helpen, en daar heeft meneer Tiebosch ook aangegeven, die tien miljoen die wij als oppositie beschikbaar hebben willen stellen. Die uit de Enecogelden. Want dat geld, dat hadden we. Daar had je je wethouder mee kunnen helpen. Daar had je hem mee op pad kunnen sturen. De integraliteit, wil ik het ook nog even over hebben. Ontbreekt aan ieder, ja, ding. En nogmaals, we moeten nu eerlijk zijn. En dit moet niet een verkiezingsstunt gaat worden van wie dan ook. Ik denk dat de verenigingen echt recht hebben op de sport in Dordrecht. En wat wij nu als gemeenteraad willen.

En ik vind: de politiek heeft al een deuk gekregen qua vertrouwen. Laten wij dan in ieder geval laten zien dat we wel te vertrouwen zijn en het ook goed gaan doen. En ik weet nogmaals oprecht niet waar we hiermee naartoe gaan. En daar wil ik het even voor nu bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Meneer Den Heijer, die heeft een vraag. De heer Den Heijer: Ja, ik ben inmiddels bekend met het verhaal van mevrouw Stolk. Het gaat soms ook een beetje vervelen, moet ik eerlijk zeggen. Hoe sympathiek ik u ook vind. Maar u zegt: ik weet gewoon niet meer hoe we nu verder moeten gaan. Maar weet u het echt niet meer? Ziet u nou echt geen uitweg of heeft u nog geen andere ideeën? Want ik ben gewoon benieuwd hoe we met zijn allen nou gewoon hier wel uit kunnen komen. Volgens mij is dat toch ook de reden waarom u en ik hier om tien voor elf ’s avonds nog in de politieke arena zitten. Dat is toch je drijfveer, spreek ik via de voorzitter. Mevrouw Stolk: Ja. Volgens mij begrijpen meneer Den Heijer en ik elkaar volkomen, want ik ken meneer Den Heijer niet anders als voorvechter en om dingen voor elkaar te krijgen. En volgens mij is dat ook best wel gelukt af en toe. Maar ik wil echt weten, en dat meen ik oprecht, dat als we hier ja tegen zeggen, waar zeggen wij dan ja tegen? Want ik ben echt een beetje bang om nog zomaar. Als je nou de discussie horende.

En meneer Van Verk, de voorzitter, gaf het aan. Dat we dadelijk een diarree aan moties en amendementen krijgen. Ja, weetje, daar zit ik ook niet op te wachten. Dus laten we dan het nog een keer een avond verder inhoudelijk gaan bespreken. Dat we er met elkaar uit gaan komen. En nogmaals, ik denk dat wij elkaar wel gaan vinden, mijnheer Den Heijer. Ook al ben ik misschien een beetje kritisch en vindt u mij misschien een beetje lastig vanavond. Dat mag. Dat vind ik bij u niet. Maar laten we hem positief insteken en laten we nou kijken of we met deze raad in het belang van de Dordtse sportverenigingen er met elkaar uit kunnen komen. Dat is. En dat weet u van mij als geen ander. Ik draag de sport een warm hart toe en u ook, zeg ik dan even via de voorzitter. Maar laten we nu wel iets neer gaan leggen, een goede basis, waarop we inderdaad na 16 maart mee verder kunnen. En daar zit mijn grootste zorg. En die hoorde ik bij meerdere partijen.

47

Ook bij meneer Tiebosch. Dus laten we daarmee aan de slag gaan. En dat je dan met elkaar ergens een motie of nog een amendement straks in gaat dienen, prima. Waar je het verschil mee wilt maken. Maar ik zou het mooi vinden om het met elkaar te doen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Stolk. Het antwoord is duidelijk. Mevrouw Van Benschop heeft nog een vraag. De vraag kort formuleren. Mevrouw Van Benschop: Ja, doe ik. Dat was eigenlijk naar aanleiding van wat mevrouw Stolk net zei. Ik wil even helder hebben of we op dezelfde lijn zitten, want ik begrijp helemaal wat ze zegt over: waar zeggen we ja tegen. Misschien moeten we hier wel over doorpraten voordat we ja zeggen. Maar ik hoorde ook in die zin erbij zeggen: want vanwege het belang van de Dordtse sportverenigingen. En ik wil even zeker weten: is dat het uitgangspunt van de VSP? Dat dit sportparkprogramma alleen is voor de sportverenigingen. Of gaat het over de sportende Dordtenaren? Dat is voor mij gewoon even belangrijk om te weten, of we op dezelfde lijn zitten. De voorzitter: Een kort antwoord graag. Mevrouw Stolk: Een kort antwoord, ja. Dit gaat over de sport in Dordt, dus niet alleen de verenigingen, maar ook individuele sport. Want dat is het allerbelangrijkste. Het gaat gewoon over de sport in het algemeen. Mevrouw Van Benschop: Oké. Helder, dank u.

De voorzitter: Dan ga ik over naar de woordvoering van meneer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter. Dank u wel. Er is al heel veel gezegd, dus ik ga ook proberen om niet te herhalen. Ik denk dat toch wel de meest belangrijke dingen en de beste analyses vanuit meneer Tiebosch en mevrouw Van Benschop komen. En daar hoor ik ook een beetje uit, dat gevoel had ik ook steeds, van: het is een stuk wat een beetje op twee gedachten hinkt. We hebben gevraagd om een visie. Dat heeft zich uiteindelijk vertaald in een programma. Alleen dat programma is aan de ene kant heel concreet en aan de andere kant ook weer heel algemeen en verwijst naar een aantal doelstellingen waarvan meneer Tiebosch terecht zegt: ik mis daar nog wel een aantal doelstellingen in. Dan snap ik ook wel weer, als je naar het eind kijkt met een uitvoeringsprogramma per sportpark. Ik geloof best dat dat meerwaarde heeft en dat we daar uiteindelijk naartoe moeten. Alleen dan vraag ik me wel af: hoe gaan wij dan straks bij die uitvoeringsprogramma’s per sportpark toetsen dat daar dus ook echt gaat gebeuren wat wij met zijn allen belangrijk vinden. Dus dat is en het belang van sportverenigingen en het belang van de individuele sporters. En dat we kijken naar mensen met een beperking. En dat we kijken naar onze ouderen, hoe die daarin voorzieningen hebben.

En wat mij dan opvalt is dat we eigenlijk in dat eerste deel, dat visie deel, dat daar sommige dingen ook gewoon wat blijven hangen en onuitgesproken blijven. En dat maakt het ook wel lastig om dan straks met elkaar te beoordelen van: wat levert dit nou voor een bijdrage aan de doelen die wij als raad aan onze sport stellen? En het bijzondere vind ik, als je het stuk leest, dat we van de sportverenigingen daar uiteindelijk best wel behoorlijk hoge verwachtingen dan formuleren. Want er wordt bijvoorbeeld gezegd: een sportvereniging die de intentie heeft om te groeien, groeien in ruimte, die moet gewoon daar met een heel concreet plan komen. En die moet zijn toekomstige ontwikkelingen in

48

beeld kunnen brengen. En die moet dan ook aangeven wat de impact van dat hele verhaal is op de doelstellingen van de gemeente. En die vond ik eigenlijk wel lastig. Want als wij al moeite hebben om onze eigen doelstellingen goed te formuleren en straks ook dan te toetsen of wij een bijdrage leveren aan die doelstellingen. Hoe kunnen wij dat dan van onze sportverenigingen verwachten? Dat nog even als aanvulling op dan die andere punten. Ik heb nog één specifiek punt. Dat is eigenlijk niet genoemd. En dat is vanuit onze fractie eigenlijk al die jaren al gevraagd en wat een onderdeel was van het coalitieprogramma. Van: ja, wat doen we nou met de beheer constructie van onze sportparken en accommodaties? Er wordt nu een constructie gekozen wat we al eerder besproken hebben, ook bij de verenigingshallen. De constructie. Dat je het eigendom juridisch en economisch onderbrengt bij de verenigingen die dat pand gebouwd hebben, die accommodatie gebouwd hebben. Alleen de grond blijft van de gemeente. En ik blijf dat een wat hybride constructie vinden. Want de vraag is uiteindelijk op het moment. Er wordt heel veel verwacht van die sportverenigingen. Dat zij dat pand dan ook goed onderhouden en beheren. De vraag is hoe realistisch dat is, zeg maar, gezien de financiële situatie.

En wat gebeurt er op het moment dat dat toch niet blijkt goed te gaan? Zijn wij dan uiteindelijk toch niet eindverantwoordelijk? Dan mis ik ook een beetje in het hele stuk een risicoparagraaf wat we daar dan mee gaan doen. Nou, de vraag is even van: houden wij op deze manier niet een constructie in stand die ook voor verenigingen ingewikkeld blijft? En daarbij is ook dus de vraag die ik net al aangaf: gaan we ook met dit programma niet behoorlijk hoge eisen stellen aan verenigingen en verwachtingen waarvan je je af kan vragen of ze die echt waar kunnen maken? Even kijken hoor. Dan had ik nog één puntje, geloof ik. Ja, nog één punt. Dat wordt eigenlijk niet in het stuk, volgens mij, benoemd. Ik vond in die zin de politieke vraag van de PvdA ook best wel aardig. Want die zegt gewoon van: in hoeverre voldoet dit verhaal nou aan het collegeakkoord? Daar is toen gekozen voor die grote koepelverenigingen. En dat is in de praktijk niet van de grond gekomen. Of jammerlijk mislukt. Het is net hoe we dat met elkaar dan ook aanduiden. En dat gaat er nu eigenlijk helemaal uit. De vraag is van: is dat gewoon iets waarvan we zeggen: oké, dat hebben we destijds erin gezet. En dat heeft niet gewerkt, dus daar gaan we ook gewoon acuut mee stoppen.

Of kan de wethouder ook nog iets aangeven van: in hoeverre is er nou gekeken of je, nou ja, dergelijke constructies voor sportparken wel wilt blijven doen? Ook omdat er gesproken wordt over meer samenwerking tussen de verschillende sportverenigingen. Of is deze optie gewoon helemaal buiten beeld en gaan we het anders doen? En dat dan ook wel in relatie tot de vraag van: hoe gaan we dan als gemeente en vanuit de gemeente ook de sportparken ondersteunen bij alles wat er op hen afkomt? En bij best wel de eisen die deze tijd aan sportverenigingen stellen. Tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Boersma. Een korte, heldere inleiding. Leidt ook niet tot vragen, zie ik. Mijnheer Schalken. De heer Schalken: Ja, voorzitter. Ik zie dat ik nog wel twee minuten heb. Nu heb ik gelukkig al via een aantal vragen. De voorzitter: U heeft al heel wat tijd ingenomen. De heer Schalken: Nou, volgens mij valt dat wel mee. De voorzitter: Dat hoeft u niet meer te herhalen.

49

De heer Schalken: Nee. Ik ga zeker ook niet een hoop dingen herhalen. Volgens mij heb ik eerder al aangegeven in mijn interrupties dat we vanuit Beter voor Dordt in ieder geval zien dat er nu met het sportparkenprogramma een basis ligt, waarvan wij vanuit Beter voor Dordt ervanuit gaan dat in die uitwerking, in die fase twee, en de vervolgperiode, dat het met de individuele verenigingen op de bepaalde sportparken of in de bepaalde gebieden die uitwerking wordt gedaan. Waarbij dan natuurlijk nadrukkelijk ook gekeken wordt naar het sporten met een beperking. Een leven lang sporten, zoals mevrouw Stolk onder andere dat ook noemde. Dat daar dus die invulling wordt gedaan samen met die verenigingen en andere maatschappelijke organisaties die daarbij betrokken zijn in de uitvoering. En om misschien ook nog terug te komen op de woorden van de VVD van: we zitten constructief in de wedstrijd. Ik hoor inderdaad veel mensen, veel partijen, die nog vragen hebben. Maar ja, toch ook met elkaar, toch ook wel het gevoel hebben van: ja jongens, we moeten nu ook wel wat gaan leveren en wat gaan doen. Concreet maken richting die verenigingen. Want die hebben echt best wel flink wat geduld gehad. En ja, daarvoor mogen we ook onszelf voor in de spiegel kijken. Dus wat mij betreft is dit hier nu nog niet afgerond en kijk ik graag uit naar ook een constructieve tweede termijn.

Waarbij we in de voorbereiding goed met elkaar eruit komen om te kijken of we, zeker met onze verantwoordelijkheid richting die verenigingen en al die andere maatschappelijke organisaties en met de doelen die we hebben, toch iets concreets weg kunnen zetten waarmee we op korte termijn gewoon echt verder kunnen. En ja, misschien nog één vraag. Ik hoop ook eigenlijk niet dat de ambtelijke organisatie nu vanaf het opleveren van dit programma nu stil zit en gaat zitten afwachten. Maar zeker ook achter de schermen wel ook al wel verder in gesprek is met de volgende stappen die gezet moeten worden. Hier wil ik het even bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schalken. De heer Schalken: In twee minuten. De voorzitter: Helemaal goed. Dank u wel. Meneer Van Dam Timmers heeft. Ik weet niet wat die aan het doen is, maar er komen veel cijfers en andere dingen. Ik geloof wel dat het goed is. Hij blijft bezig. Mooi. Mevrouw Van Benschop. Een agressieve kat. Oké, dat kan. Die een borrel op heeft volgens meneer Den Heijer. Mevrouw Van Benschop, had u nog een vraag of een opmerking? Mevrouw Van Benschop: Ja, ik heb nog één vraag aan meneer Schalken. En dat is eigenlijk: welke status Beter voor Dordt dan toeschrijft aan dit programma als het hier niet in genoemd hoeft te worden zoals toegankelijkheid en dat soort zaken in het algemeen.

Maar als dat uitgewerkt moet worden per sportpark. Wat gaan we hier dan eigenlijk vaststellen? Dit is dan toch het uitgangspunt? De heer Schalken: Voorzitter, volgens mij gaf ik net aan dat dit nu de basis is, de vaststelling van dit sportparkenprogramma. En dat wij ervanuit gaan. En daarmee wil ik u eigenlijk ook de handreiking geven en kom ik ook terug op de constructief in de wedstrijd zitten, zoals ook de VVD aangaf. Dat het wellicht wel goed is om in een volgende ronde met elkaar daar nog wat meer helderheid over te krijgen. Want wat Beter voor Dordt betreft zijn dit zaken die dus in die uitwerking op die specifieke locaties dadelijk nader uitgewerkt worden. Dat samen met die verenigingen wordt gekeken naar

50

die toegankelijkheid. En ook dat leven lang sporten. Dat dat ook met elkaar, met die verenigingen die dat dan samen gaan doen, wordt uitgewerkt. De voorzitter: Goed. Mevrouw Van Benschop: Nou, ik ga er in de tweede termijn verder vragen over stellen. Dank. De voorzitter: Lijkt mij ook. Wij gaan nu echt afronden. En ik kom tot de conclusie dat we niet verder zijn gekomen dan de eerste termijn van de commissie over de visie van de sportparken. Dat betekent dus dat meneer Stam de volgende keer de wedstrijd opent, om het maar in sporttermen te houden. En de volgende keer is 14 december. Dat betekent dat die ook de tijd heeft en krijgt om alle vragen die gesteld zijn, en dat waren er nogal wat, dat die dan kan voorbereiden, de beantwoording daarvan. Dat geeft hem wat tijd. Dat is één. Twee, ik zou willen voorstellen om de partijen uit te nodigen om concept visies of moties of amendementen in te dienen, zodat we daar ook wat meer gericht over door kunnen praten en niet het verhaal alle kanten uit gaat bewegen. We hebben eigenlijk allemaal wel geconstateerd dat we niet helemaal blij zijn en nog niet helemaal op de banken staan te springen, dat we dingen missen. Nou, dat gezegd hebbende denk ik dat het goed is dat we daar de focus op proberen te leggen. Wat we dan wel zouden willen. Hoe we het wel zouden willen. Ik zeg expres visies, zienswijze op visies, moties en amendementen.

En bij dat eerste, bij het woord visies, bedoel ik dat je misschien nog niet precies weet hoe je amendement of motie eruit gaat zien, dus de vorm daarvan nog niet echt lekker past bij hetgeen wat je kwijt wilt. Maar dat bijvoorbeeld de vorm van een zienswijze, dus je gedachtes op papier zetten. Ik zou het liefst willen dat we mega accommodaties bouwen op alle sportparken. En dat beargumenteert waarom je dat dan zou willen. Dat dat ook een vorm is die wat mij betreft de discussie een stukje verder zou kunnen helpen. Laten we ook vaststellen dat elke partij zelf de afweging moet maken of die dat wel of niet gaat doen. We hebben daar ook een dag of veertien de tijd voor. Maar ik stel voor dat het misschien prettig is om dat deze week zo mogelijk al te doen. Zodat we en allemaal kennis ervan kunnen nemen, maar ook wethouder Stam op basis van die documenten ook wat meer inhoud kan geven aan de beantwoording van al die vele vragen. Want ik neem aan dat iedereen de hoofdpunten verwoord in moties en amendementen en niet alle komma’s en punten die je misschien verandert zou willen zien. Een ingewikkeld verhaal. Kort samengevat komt het erop neer dat ik u uitnodig om zelf als partij of met andere partijen na te denken over hoe je het wel zou willen. Dat zo goed mogelijk probeert te verwoorden. En dat dat niet per se een motie of amendement hoeft te zijn.

Dat moet voldoen aan allerlei vormgegevens. En dat kan ook een vorm van een overweging. Ik noem het maar voor het gemak een visie of een zienswijze. Meneer Van Dam Timmers komt erbij, dus die wilt iets zeggen. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ja, ik denk dat dat een heel goed idee is. Maar dan stelt u dus eigenlijk voor om de beantwoording van de wethouder over twee weken eerst te doen en dan vervolgens eerder ingediende visies. Want als je het over amendementen en moties hebt, dan wordt het alweer heel concreet gelijk. Om die dan daarna met elkaar te bespreken. De voorzitter: Ja.

51

De heer Van Dam Timmers: En hoe ziet u dan het pad verder? De voorzitter: Dan hoop ik dat wij dan op basis van de ingediende verhalen kan meneer Stam zich ook verder voorbereiden. Dan kunnen we een gerichte discussie hebben met elkaar op dat moment. En zou dat aan het eind van de commissievergadering of aan het eind van de bespreking moeten leiden tot de conclusie dat wij op 21 december hierover in de gemeenteraad met elkaar van gedachte gaan wisselen dan wel een stemming houden, om het even. Maar dan zouden we wel 21 december de besluitvorming kunnen doen. Het kan ook zijn, dat is een variant op die dans, dat je zegt van: ja, we weten het eigenlijk allemaal nog niet zo goed. We willen nog, dat we dadelijk in de volgende periode een beeldvormende sessie hebben. Dat gaat ongetwijfeld leiden tot uitstel in januari. En dat zou ik u niet willen adviseren. Ik zou eigenlijk gewoon huiswerk willen geven. De heer Van Dam Timmers: Ja, dat lijkt mij inderdaad het beste idee. Dan kunnen we wel echt door. Dat is, denk ik, wat we ook moeten willen met elkaar. De voorzitter: Dat wil iedereen eigenlijk, dat heb ik wel gehoord, in één of andere vorm. En dat kunnen we dan bespreken. Ik zie meneer Stam ook overigens in beeld. En wellicht dat die ook hier iets van vindt? De heer Stam: Ja, voorzitter. Het is natuurlijk ontzettend jammer dat het vanavond niet tot een eerste termijn komt.

Is misschien ook maar goed naar aanleiding van alle vragen. Dat we die even goed kunnen oppakken en uitwerken. De voorzitter: Precies. De heer Stam: Ik wil eigenlijk dan toch wel één ding meegeven, als dat mag binnen een minuut. Als je kijkt waar we vandaan komen met die sportparkenvisie, van bezuinigen, dat we nu willen investeren bij de verenigingen. Dan is dat eigenlijk al een grote slag die we gemaakt hebben. Als je naar dit plan kijkt, dan is dat daar een eerste opzet toe. Er wordt gesproken over concreet. Er wordt gesproken over indammen. Wat onze insteek is, is van: hoe ga je nou om met die sportparken. En hoe ga je verenigingen nou helpen. Ik heb een aantal verenigingen vanavond horen inspreken. En die hebben daar ook gezegd van: is dat te vroeg of te laat. Ja, wat wordt er dan bedoelt met te laat? Is dat twee jaar? Is dat zes jaar? Is dat tien jaar? Wat ik vanuit mijn rol heb geconstateerd is dat de gemeente Dordrecht, laat ik die heel breed trekken, de politiek, de afgelopen tien jaar niet goed in staat is geweest om onze verenigingen goed te faciliteren. En daar proberen we nu een opzet voor te maken. En als je daar dan gaat kijken van hoe je dat gaat doen, dan gaan we dat per concreet uitwerken. Dat is de opzet die we nu zouden doen. En één van de punten die hier is aangehaald.

Waarom ga je nu nog niet concretiseren? Ja, dan kom je toch weer terug op het geld wat de afgelopen jaren toch heeft ontbroken om die verenigingen goed te helpen. De vraagstukken die wij bij de verenigingen hebben opgehaald, die hebben we opgenomen. De ene keer heel concreet, de ander minder. Er is heel breed gesproken, grote verenigingen, kleine verenigingen, met de doelstelling om de hele Dordtse sportwereld vooruit te helpen. En dat wil ik in ieder geval kort meegeven voor de volgende discussie.

52

De voorzitter: Nee, dat neem ik ook zondermeer aan dat dat de intentie is. Ik noem het maar de geloofsbelijdenis van u over de wijze waarop we hiermee omgaan. Maar dat is de aanzet voor het vervolg over twee weken. Ik stel voor dat we nu de vergadering eigenlijk schorsen tot over twee weken. En dan op 14 december verdergaan met dit programma. De beantwoording van de artikel 40-vragen van GroenLinks dan oppakken. De voor die avond geplande raadsinformatiebrief over de cliëntondersteuning stel ik voor die door te schuiven naar 8 januari. Dan is meneer Van der Vlies toch al uitgenodigd in verband met de themabijeenkomst sociale wijkteams. En dan kunnen we dan. Dan past de agenda redelijk in elkaar. En dan kunnen we over veertien dagen verder praten met elkaar. En ik zie dat de meeste mensen. Ik zie geen tegen geluiden. Alleen maar de vraag om nu af te gaan ronden. En dat gaan we doen. Ik wil iedereen bedanken voor zijn of haar inbreng. Het was een pittige avond, maar wel een goede avond. En ik hoop dat we over veertien dagen eruit komen. Iedereen nog een prettige avond en een goede nachtrust en tot volgende week, wellicht weer achter de schermen. Tot ziens.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 februari 2022. De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/395/documents/15338