2.5 Concept notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 30 november 2021.pdf
Tekst van het document
Want zij kunnen hun ervaringskennis daar ook over inbrengen. Nou, dat was het. Ben ik binnen de vijf minuten gebleven? De voorzitter: U bent bijna binnen de vijf minuten gebleven. Mevrouw Felten: Nou, daar doe ik het voor. De voorzitter: Ik vond het dusdanig snel gaan en interessant dat ik dat lekker heb laten lopen. Wel even een praktische vraag. U heeft schijnbaar een PowerPointpresentatie had u voorbereid, die u ernstig heeft ingekort. Zou u wel de volledige presentatie naar onze griffier willen sturen, zodat ze dat kan verspreiden? Mevrouw Felten: Zeker. En ik zal daar een lijstje bijdoen van handige artikelen, publicaties, die praktisch zijn. Ja, die gemaakt zijn voor gemeenten op dit thema. De voorzitter: Fijn. U heeft het e-mailadres van de griffier? Mevrouw Felten: Volgens mij wel. Maar zo niet, dan ga ik het aan u vragen.
21
De voorzitter: Oké. Kijk het even na. Ondertussen heeft mevrouw Stolk een vraag aan u. Mevrouw Felten: Ja. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter. Dank aan mevrouw Felten voor het heldere betoog wat zij heeft gehouden. Discriminatie is één van de belangrijke onderwerpen. Alleen wat ik had gehoopt wat u in de presentatie mee zou nemen, maar dat heb ik eigenlijk een beetje gemist, de leeftijdsdiscriminatie. Hoe kijkt u daar tegenaan? En wat weet u daarvan? Of wat kunt u ons daar nog over vertellen? Mevrouw Felten: Ja. Een hele goede vraag. Wij weten dat leeftijdsdiscriminatie speelt op de arbeidsmarkt. Daar is ook bewijs voor dat dat zo is. Het speelt iets minder dan discriminatie op grond van afkomst, maar is desalniettemin zeker een groot probleem. Dus we zien eigenlijk dat de discriminatie, als ik het dan even toespits op de arbeidsmarkt. Er zijn natuurlijk tal van terreinen. Dat het goed is om steeds te kijken naar afkomst en naar leeftijd. We weten ook sinds nieuw onderzoek dat huidskleur ook specifiek een rol speelt. Dus niet alleen waar je geboren bent, maar ook of je een donkere of lichtere huid hebt. En we weten dat bij discriminatie op grond van sekse is niet zo zeer bij de sollicitatieronde een probleem, maar wel bij de doorgroei. Nou, het bekende glazen plafond. En een andere factor is natuurlijk ook heel belangrijk.
Dat zijn mensen met een arbeidsbeperking. Die zien we ook, dat die structureel gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt. En ten slotte, wil ik ook toch nog even noemen, transgenderpersonen. Zijn ook een groep die veel gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt. Er is in Nederland nog wel weinig onderzoek voor. Dus we hebben er geen harde cijfers over. Maar dat horen we wel veel terug uit ervaringsverhalen. Dus ja, het is heel goed. Ik had heel veel willen vertellen. Maar ik heb het even een beetje beperkt gebleven. Vanuit KIS ligt onze nadruk op discriminatie op grond van afkomst, religie en huidskleur. Dat is onze opdracht. Maar wij proberen steeds ook in die handreiking die wij bijvoorbeeld hebben gemaakt voor BZK het plaatje breder te trekken, omdat discriminatie op verschillende gronden speelt. Een goed anti-discriminatie beleid kijkt ook naar die verschillende gronden. Mevrouw Stolk: Oké, helder. Dank. De voorzitter: Dan heeft meneer Van der Net een vraag. De heer Van der Net: Ja, één vraag, voorzitter. Ja, ik zeg weleens uit een geintje: ik ben een blanke man van middelbare leeftijd en heteroseksueel. Tegenwoordig voel ik me aardig gediscrimineerd. Maar ik heb ook wel de vraag richting mevrouw. Want ze had het wel heel snel over naming and shaming. Maar ze gaf alleen het positieve voorbeeld.
Maar ik bedoel van: geef je dan ook aan dat bedrijven dan benoemd worden als ze geen beleid hebben? Mevrouw Felten: Ja, ik heb het gehad over naming and faming. Dat is namelijk voor gemeenten. Het is niet naming and shaming, maar naming and faming.
22
De heer Van der Net: Dan had ik u verkeerd verstaan. Dan ben ik al gerustgesteld, mevrouw Felten. Mevrouw Felten: Dat is niet gek, want naming en shaming is wat bekender. Maar wij hebben voor gemeenten ook een folder gemaakt specifiek over naming and faming juist, omdat dat veel beter te doen is voor de gemeenten. Bij naming and shaming loop je tegen allerlei juridische problemen aan. Dat je het moet kunnen aantonen. En dat is erg complex. De gemeente Amsterdam is dat wel aan het uitzoeken. Die zijn een onderzoek aan het doen om te kijken of je bedrijven die geen anti-discriminatie beleid hebben bijvoorbeeld kan uitsluiten van opdrachten. Maar dat is een onderzoek wat nog loopt. En dat is ook het eerste. Ja, naming and faming is echt iets wat goed te doen is. En dat betekent. De heer Van der Net: Laten we het positief houden, mevrouw. Zoals u het nu uitlegt vind ik het prima. Maar dan andere geval en dat onderzoek, daar zou ik zwaar op tegen zijn. Maar ik vroeg mij eventjes af. Ik heb het verkeerd verstaan. Dank u voor uw uitleg. Mevrouw Felten: Ja, ik zal u ook het document over naming and faming toesturen. En daar staan verschillende gemeentes zijn daar ook mee aan de gang. Het is bijvoorbeeld interessant om te kijken in Rotterdam. Die hebben een netwerk 010. Daar wordt ook bijvoorbeeld een prijs uitgereikt. En, nou ja. Dat is een hele mooie ontwikkeling daar.
Waar een bedrijf ook echt ondersteunt wordt om hier goed beleid op te voeren. En met positieve aandacht ook beloond worden als zij zich daarvoor inzetten. Ja. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. Mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, allereerst ook bedankt, mevrouw Felten, dat u komt inspreken. Ik heb een vraag. U ondersteunt de gemeentes bij het voeren van anti-discriminatie beleid. Maar wat zijn de ervaringen van de gemeentes? Krijgt u dat ook terug van, zeg maar, die gericht anti-discriminatie beleid voeren? Mevrouw Felten: Ja. In de zin dat vooral de grote gemeenten hebben echt een heel gericht anti-discriminatie beleid. Je ziet dat kleinere gemeenten wel eerste stappen zetten of beleid hebben wat wel bijdraagt aan het verminderen van discriminatie, maar wat ze niet benoemen als anti-discriminatie beleid. Dat geldt bijvoorbeeld voor 81 procent van de gemeenten die geen expliciet anti-discriminatie beleid hebben. Die hebben dat eigenlijk wel impliciet, als je goed kijkt naar wat ze doen. Wat is de ervaring van die gemeentes met hun anti-discriminatie beleid? Nou, ik denk dat het nog te vroeg is om echt te zeggen van: er zijn effecten. Maar je ziet wel, omdat het ook nog wel best wel in de kinderschoenen staat.
Maar je ziet bijvoorbeeld op arbeidsmarktdiscriminatie dat er heel positief door bedrijven ook wordt gereageerd op die ondersteuning die bijvoorbeeld in Amsterdam en in Rotterdam wordt geboden. Daar hebben ze een ondersteuningsbedrijf vanuit diversiteit in het bedrijf is dat. Jullie wel bekend. Daar kunnen werkgevers dus terecht met vragen. Maar die hebben ook alle tools op hun website staan. Die houden netwerkdagen. En daar wordt tot nu toe erg positief op gereageerd. Ook op het naming and faming valt goed. Het naming and shaming uiteraard minder. Maar je ziet dat dus bedrijven, dat er wel degelijk veel bedrijven zijn die echt zeggen: oké, wij willen hier wel iets aan doen. Ook bijvoorbeeld vanuit personeelstekort. Maar vaak niet weten hoe. En dat is natuurlijk. Wij hebben ook pas nog
23
een onderzoek gedaan bij grote bedrijven. En die hebben toch echt best wel hier ruimte voor om er iets aan te doen. Maar dan nog is het vaak zoeken van: wat doe je hieraan. Nou, laat staan dat je dat vraagt aan een Mkb’er met bijvoorbeeld twintig mensen personeel. Dus die ondersteuning van die bedrijven, daar wordt tot nu toe bijvoorbeeld in Amsterdam en Rotterdam. Mijn indruk is dat daar goed op gereageerd wordt. Ook op anti-discriminatie beleid op scholen. Bijvoorbeeld Amsterdam is daar eigenlijk al jaren mee bezig. En dat is daar eigenlijk gewoon een vanzelfsprekendheid geworden. Ik zie ook veel gemeenten die dialoogbijenkomsten houden tussen. Dat zie je ook bij de kleinere gemeenten. Dus niet alleen de griffier, maar juist ook in kleinere gemeenten die bijvoorbeeld veel doen rondom de burgers met elkaar in gesprek brengen. En daar wordt nu een evaluatie van gedaan. Dus ik zal niet voor mijn beurt spreken wat daar precies uitkomt. Maar tot nu toe is ons beeld dat die gemeenten daar enthousiast mee aan de slag zijn en ook in ieder geval de indruk hebben dat ze daarop impact maken. En dat klopt ook met wat we weten wetenschappelijk gezien. Ontmoeting, mensen die elkaar echt ontmoeten, dat vermindert ook vooroordelen. Vooroordelen zijn vaak gebaseerd op het niet kennen van die ander. En het leren kennen van een ander helpt om vooroordelen te verminderen.
En je ziet dat steeds meer gemeenten dat inmiddels oppakken. De voorzitter: Goed. Dan meneer Bosman. De heer Bosman: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ik wachtte even een tijdje met het stellen van mijn vraag, maar ik dacht: ik ga het toch doen. In ieder geval aan mevrouw Felten dank voor het inspreken op dit belangrijke onderwerp. Wat ik zei: ik raak altijd een beetje confused. We hebben een inclusief beleid. En begrijp ik het nu goed dat u zegt: daarnaast moet je dan eigenlijk nog een anti-discriminatie beleid hebben. Of kan dat anti-discriminatie beleid binnen het inclusieve beleid passen? Mevrouw Felten: Een hele goede vraag. De heer Bosman: Die is helder. Mevrouw Felten: Ja. Nee, dat is een hele logische vraag. Je bent ook niet als. Ik jij meteen, sorry. Maar u bent ook niet de enige die tegen deze vraag aanloopt. Die horen wij veel van gemeenten. Zoals ik zei heeft dus één derde van de gemeenten een expliciet anti-discriminatie beleid. Maar van de gemeenten, dus die twee derde die dat niet hebben, die hebben wel een beleid wat eigenlijk bijdraagt aan het verminderen van discriminatie. Zoals een inclusiebeleid, diversiteitsbeleid, een integratiebeleid. Nou, dat kan een emancipatiebeleid of specifiek een LHBT-beleid ook nog. Dus dat zie je in meer gemeenten. En in de handreiking hebben wij uitgelegd hoe je dat, zeg maar, bij elkaar kan zetten. Je kan bijvoorbeeld.
Daar zijn eigenlijk tal van mogelijkheden in. Je kan binnen je inclusiebeleid een paragraaf maken wat specifiek gaat over anti-discriminatie. Waar je ook ingaat op bijvoorbeeld de meldingen. Discriminatie is natuurlijk ook strafbaar. Dat maakt het ook anders dan het inclusiethema. Daar kan je ook aangeven wat je nog doet, bijvoorbeeld ook binnen inclusie, wat ook bijdraagt aan discriminatie. Daar kan je ook dus ingaan op bijvoorbeeld wat je doet om het verminderen van de gevolgen misschien van discriminatie. Dus als het gaat over weerbaarheidsremming, empowerment van jongeren bijvoorbeeld die te maken hebben met discriminatie. En zo kan je dat eigenlijk met elkaar bundelen. Het maakt in die zin eigenlijk niet uit of je zegt
24
van: wij noemen dat een inclusiebeleid en we maken daar een paar paragrafen antidiscriminatie in. Of we maken een anti-discriminatie beleid dat we vervolgens koppelen aan het inclusiebeleid. Daar zijn diverse mogelijkheden in. We hebben ze op een rijtje gezet in die handreiking. Maar het is ook even zoeken naar wat past bij jullie als gemeente. De heer Bosman: Oké, dank. De voorzitter: Goed. Ik zie verder geen vragen meer aan u, mevrouw Felten. Ik zou u willen danken voor uw bijdrage. Mevrouw Felten: Graag gedaan. De voorzitter: Ik wil de commissie voorstellen om nu tien minuten te pauzeren tot vijf voor half tien. Zodat wij allemaal even onze benen kunnen strekken, handen kunnen wassen en andere bezigheden kunnen doen. Pauze tot vijf voor half tien. Mevrouw Felten: Tot ziens. Agendadeel: Nieuwe behandelvoorstellen 10. Artikel 40 vragen RvO van fractie Gewoon Dordt over Programma Sportparken De voorzitter: Tot ziens. Goedenavond, het is vijf voor half tien. En wij gaan verder met de bespreking van het programma sportparken. Enige contact. Op 14 juli 2020, dus dat is bijna twee jaar geleden, ruim 1,5 jaar geleden, heeft de gemeenteraad de startnotitie herijking toekomstvisie sportparken vastgesteld. In die startnotitie is aangegeven op welke wijze toegewerkt zou worden naar het programma sportparken en welke uitgangspunten hiervoor de basis zouden vormen.
Onder meer zouden dat zijn een structuur uitwerken die toekomstbestendig is, baseren op de behoeften van de stad, van opgaven en activiteiten naar een uitvoeringsagenda en een investeringskaart, een aanscherping van de rol van de gemeente ten opzichte van inwoners en sportaanbieders. Vervolgens hebben wij een programma sportparken ontvangen. En daar hebben verschillende partijen een zevental vragen bij gesteld. Die staan opgenomen in het RIS en in de vergaderapp, dus die ga ik nu even niet herhalen. Ik deel u wel mede dat er een advies is van de sportraad. Dat is ook toegevoegd aan de stukken. En vanuit de griffie is er een korte notitie uw kant uitgekomen waarin nog eens drie bladzijden worden geschetst. Welke stappen en welke processtappen er zijn geweest in de afgelopen jaren rondom dit thema. Ik ga dadelijk beginnen met het CDA het woord te geven. Die heeft vragen gesteld. En zo zal ik dat steeds doen. Heeft er afdoende participatie plaatsgevonden en herkennen participanten hun inbreng? En in vervolg daarop. In hoeverre is er voldoende rekening gehouden met de fysiek beperkten? Dat is een vraag van Gewoon Dordt.
Wordt er over voldoende mate recht gedaan aan de individuele of niet georganiseerde sport? En als laatste vroeg het CDA: heeft het programma de gewenste duidelijkheid die sportverenigingen nodig hebben? Ik zou meneer Van Dam Timmers willen vragen om de bespreking af te trappen. De heer Van Dam Timmers: Ja, hartelijk dank, voorzitter. En inderdaad gaat het om aftrappen. Ik denk dat we vanavond flink veel gaan bespreken. En ik kijk ernaar uit om
25
met jullie allemaal ook in gesprek te zijn. En ik hoop dat we tot goede, dat we tot stappen komen die betekenisvol zijn en dat we daarin ook met elkaar verder kunnen. Vanavond bespreken we dus de langverwachte stukken over de sportparken. Vanuit het CDA Dordrecht zijn we blij dat er nu een stuk ligt, maar tegelijkertijd zijn we ook teleurgesteld dat het stuk er nu ligt en niet al twee jaar geleden. We staan nu zo’n drie maanden voor de verkiezingen, waardoor het niet realistisch is dat de ambities en ook onze ambities voor de sport in de komende maanden gerealiseerd gaan worden. Het stuk krijgt als titel: het programma sportparken. Wat ons betreft is deze titel op dit stuk niet passend. Er is wel een begin van een analyse gedaan van opgehaalde input, maar er is wel duidelijk verdieping nodig per sportpark en ook per sportvereniging en ook voor de individuele sporter. Kortom, ideeën omgezet in concrete plannen. Onze vraag is dan ook: weet eigenlijk al een sportvereniging wel wat er gaat gebeuren op basis van dit programma? Kennen zij allemaal het programma? Zijn ze op de hoogte gesteld van het programma? Allemaal vragen. Als fractie hebben we er veel gesproken. Maar zij geven aan eigenlijk niet zo concreet voor hun vereniging te weten wat de plannen zijn. De insprekers van vanavond geven dat eigenlijk ook aan.
Wat ons betreft zou dit stuk ook moeten uitblinken over de rol en verantwoordelijkheden die we hebben als gemeente en als raad. We vinden het voor drie jaar werk op dit vlak eigenlijk wel een magere oogst. Ook zijn we wel benieuwd naar de verbinding die er moet zijn, die er wat ons betreft moet zijn, met andere plannen zoals het verenigingshallenplan en ook de relatie tot de Dordtwijk-zone. Hoe ziet de wethouder dit? Graag ga ik in op een aantal van de politieke vragen en kom ik tot een aantal punten. Eén, het programma sportparken geeft wat ons betreft nog niet de gewenste duidelijkheid richting de plannen voor de verenigingen en ook niet voor de individuele sporter. Onze vraag aan de wethouder: welke concrete stappen gaan er binnenkort gezet worden om deze duidelijkheid richting de verenigingen wel te zetten? De sport in Dordrecht en ook met name de verenigingen, ook die vanavond inspraken, hebben daar recht op. We moeten eerlijk zijn, zoals ik ook eerder aangaf. We zitten nog 3,5 maand voor de verkiezingen en het is niet reëel dat er dus concreet heel veel schoppen in de grond gaan en dat er veel gerealiseerd zal worden. Wel moet het college wat ons betreft werk maken de komende maanden voor het gereed maken van concrete plannen en ideeën, zodat een volgend college voortvarend aan de slag kan. Verenigingen moeten duidelijkheid krijgen en de schop moet de grond in.
Het CDA Dordrecht zou miljoenen willen investeren in de sport, maar wel op basis van concreet afgewogen plannen met oog voor alle sporten, verenigingen en sporters. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. Ja, u zette precies op het goede moment een punt. Er zijn inmiddels al drie mensen die vragen hebben. We beginnen bij meneer Boersma. De heer Van Dam Timmers: Super. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank. Even een toelichtende vraag op het betoog van meneer Van Dam Timmers. Hij heeft het over de duidelijkheid naar de sportclubs. De concreetheid, zeg maar, van het verhaal. Nou staan er natuurlijk. Het is een heel programma met waar straks allemaal uitvoeringsprogramma’s komen op al die verschillende sportparken, waarin waarschijnlijk veel meer duidelijkheid gaat komen. Misschien kunt u concreet aangeven: vindt u dat, zeg maar, onvoldoende? Zou u het nu al concreter willen hebben? Of zegt u van: ja, weetje. Wat eigenlijk net één van de
26
sportverenigingen zei. Ja, weetje, het duurt allemaal zo lang voordat we nou precies weten wat het plan voor ons sportpark is. En dan zijn we eigenlijk misschien al klaar met de investering die we willen doen. De heer Van Dam Timmers: Nou, ik vind het. Dank voor uw vraag, dat zeg ik via de voorzitter. Ik denk dat u eigenlijk het antwoord al geeft, mijnheer Boersma. Ja, ik denk inderdaad dat als iets een programma sportparken is, dat ik op basis van dat woord al meer concrete invulling ook verwacht richting die verenigingen. En ik vind echt dat die verenigingen daar ook recht op hebben. Zeker ook gezien de looptijd die over dit stuk heen is geweest, denk ik. Het had wat mij betreft, en eigenlijk ook wat het CDA Dordrecht betreft, dus veel concreter gemogen. Veel meer duidelijkheid. En ook, ja, meer afwegingen van. Globaal. We hebben niet onbeperkte middelen uiteindelijk. Ja, waar kiezen we voor. En op basis van welke criteria. En dat gaat verder dan alleen de ledenaantallen. De heer Boersma: Ja, dank u. Duidelijk. De voorzitter: En dan heeft mevrouw Van Benschop nog een vraag aan u. Mevrouw Van Benschop: Ja, voorzitter. Dank u wel. Nou ja, wat mij opvalt is dat ik het woord concreet nu geloof ik acht keer heb gehoord in het stukje van meneer Van Dam Timmers. Alleen ik vind dat hij zelf helemaal niet concreet is.
Ik hoor vooral dat het college maar met plannen moet komen en dat de verwachting was dat het allemaal concreter zou zijn. Maar wat vindt het CDA dan zelf wat hier concreet in had moeten staan? Wat dan uiteindelijk wel die duidelijkheid had geboden. Welke richting had er dan moeten worden gegeven? De heer Van Dam Timmers: Ja, hartelijk dank, voorzitter. Ik dacht dat u het nooit zou vragen. Ik denk dat dat een hele goede vraag is. Uiteindelijk ben ik natuurlijk geen ambtenaar. Ik kan mij alleen baseren op de gesprekken die wij gevoerd hebben met een breed aantal sportverenigingen. En als ik dan eventjes terugkijk naar: wat komt er eigenlijk in al die gesprekken naar voren als het gaat om concrete aanpak. Dan gaat het vaak om het concreet aanpakken van de verkeerssituatie op een heel aantal sportparken. Het gaat om concrete plannen voor bijvoorbeeld zo’n blaashal. Het gaat om. En hoe die financiering geregeld kan worden. Het gaat om concrete plannen voor verduurzaming of een verduurzaamheidsgroepje op een sportpark. Het gaat dus echt om hele eigenlijk wat kleinere concrete punten. Maar ook van: wanneer is onze vereniging aan de beurt voor vernieuwing van het veld. Dus echt dat soort concrete punten. En dat zou wat het CDA betreft de focus moeten zijn. Dus die toegankelijkheid, accommodaties, nieuwe velden. Dat soort punten. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter.
De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Ja. Nou ja, ik begrijp dat meneer Van Dam Timmers geen ambtenaar is. En de punten die hij nu noemt vind ik inderdaad meer op ambtelijk niveau dat die uitgewerkt zouden moeten worden. Maar eigenlijk is mijn vraag dan: had dat in dit programma gemoeten? Want wat meneer Jan Willem Boersma net zei. Er komen
27
dadelijk nog allerlei programma’s per sportpark. Ik ga ervanuit dat dan dit soort concrete slagen gemaakt worden. Ik vond zelf eigenlijk dat vanaf pagina 43 werden het een soort perspectiefkaarten, noem ik het maar even, per sportpark. Ik vond dat ze daar zodanig concreet werden dat het voor mij niet meer helder was: wat zijn nou precies de ambities en welke lijnen zetten we uit. Het was meer een verzameling van wensen van de verenigingen die daar zitten. Maar ik lees daar vrijwel niks over ongeorganiseerde sport of over individuele sporters. Dus ik ben een beetje op zoek naar of we nu wel hetzelfde verwachten van een dergelijk stuk. En of we dadelijk niet een hele commissiediscussie gaan krijgen op verschillende niveaus. Want volgens mij was dit het overkoepelende verhaal. Komt die concrete uitwerking over concrete punten dadelijk in die programma’s per sportpark. En geven we hier juist te weinig ruimte of te weinig richting over het overkoepelende verhaal. Maar is het misschien zelfs wel te concreet, als je kijkt naar het wensenlijstje per sportpark. Dus de vraag is of we op hetzelfde niveau proberen de discussie aan te gaan. De heer Van Dam Timmers: Dank. Ja, dank voor die vraag. Is denk ik een hele goede vraag. Ik denk dat we inderdaad op een verschillend niveau deels daar zitten. Maar waar het dan om gaat is: we hebben inderdaad gevraagd om een sportvisie.
Er komt vervolgens een sportparkenprogramma. En vervolgens zit het programma daar niet in. Terwijl we daar wel jaren mee bezig zijn. Nou, en dan denk ik: ja, dan zijn we dus, zoals ook eerder gezegd werd vanavond, zijn we dan als gemeente niet te laat. Nou, dat vond ik eigenlijk een heel goed punt. Dus ik snap uw punt. Ik had een andere verwachting dan wat er uiteindelijk gerealiseerd is. Ja, dat klopt. En daar ben ik enigszins teleurgesteld over. Want ik vind dat die verenigingen onderhand in deze collegeperiode toch wel de duidelijkheid zouden moeten krijgen van: wat gaan we nou doen. Mevrouw Van Benschop: Dat onderschrijf ik helemaal hoor. Ik had ook iets anders verwacht. Maar dan is er nog een laatste vraag, als dat mag, voorzitter? De voorzitter: Ja, hoor. Tuurlijk. Mevrouw Van Benschop: Vindt het CDA dan eigenlijk dat we die programma’s per sportpark maar moeten laten zitten? En dat dit stuk eigenlijk gewoon terug moet naar het college met de opdracht: maak het maar concreet per sportpark in dit sportparkenprogramma. En dan hebben we het er verder over. Of wat is dan de oplossing vanaf nu? Welke proces zou dan nu ingezet moeten worden? De heer Van Dam Timmers: Ja, dank voor de vraag. Ik denk dat het proces wat ingezet moet worden is. Terug naar de tekentafel heeft, denk ik, op dit moment niet zoveel zin. We zitten kort voor de verkiezingen.
Ik denk dat het college verder moet werken. Dat er verdere concretisering wel moet komen als vervolg hierop. En dat we dan, ja, in een collegeonderhandeling dat soort stappen, dat er echt concrete stappen gezet gaan worden. En dat er ook daadwerkelijk die verbeteringen gerealiseerd gaan worden. De sport in Dordrecht heeft daar echt gewoon recht op. En wat ons betreft is het gewoon tijd om echt aan de slag te gaan met concrete plannen. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dan wil ik nog één opmerking maken. Want als ik dit proces zo hoor, dan denk ik: volgens mij zijn die verenigingen daar niet mee geholpen als we wachten tot er een nieuw college zit. Dus ik ben heel erg op zoek: wat gaan we nu
28
doen met het stuk wat hier nu ligt. Welke richting wil het CDA op? Kunnen we dadelijk zestien amendementen verwachten in de raad? Wordt dit een hamerstuk wat het CDA betreft? Wat wilt u met dit stuk? De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ik wil eerst de bespreking verder vandaag afwachten. En dan wil ik daar op in gaan. Ik denk dat het goed is om alle aspecten eerst goed te bespreken met elkaar en dan daar een keuze over te maken. Ik ga niet op voorhand voordat we besproken hebben al mijn eindconclusie. Dat kan niet, want dat hangt dus af van de bespreking van vanavond. Mevrouw Van Benschop: Ja, voorzitter. Ja, dat vind ik toch een. Sorry, dan ga ik toch nog één keer. Ik vind dat een lastige opmerking. De voorzitter: Ik ga ingrijpen, mevrouw Van Benschop. En dat geldt voor iedereen. U kunt gewoon vrijuit met elkaar in gesprek gaan, in debat. Mevrouw Van Benschop: Oké. Fijn. Nee, ik vind dat toch een lastige opmerking om de bespreking van vanavond af te wachten. Want als ik meneer Van Dam Timmers zo beluister, dan is hij gewoon niet tevreden met wat er nu ligt. En ja, dan gaat niks wat een andere partij daarover zegt iets veranderen aan wat er nu ligt. Dus mijn vraag is gewoon: we kunnen het wel oneens zijn over wat erin zou moeten staan, maar dit stuk ligt er nu.
Dus gaat het CDA daar iets aan doen of niet? En volgens mij is dat niet afhankelijk van wat een andere partij daarover zegt. U heeft daar vast een idee bij, zeg ik via de voorzitter. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ik heb daar zeker een idee bij. En wij willen ook graag bijdragen aan verdere concretisering. Maar uiteindelijk kunnen wij nu natuurlijk niet in dit stuk die concretisering amenderen. Dus daar zal een vervolg op moeten komen waarin dat er wel komt. Maar ik denk dat het geen doel dient om hier zestien of twintig amendementen op te gaan indienen, want dan komen we er uiteindelijk nog niet. Ik wil ook geen per vereniging dezelfde input gaan ophalen. Dat is niet mijn doel. Ik wil dat er voor sporters in Dordrecht goede mogelijkheden liggen voor zoveel mogelijk mensen. En dat bereiken we nog niet met dit programma, dus moet er dan een vervolg komen met concretisering, met heldere stappen, met wat er gaat gebeuren in 2022, in 2023, in 2024. Ja, en daar hebben we niet heel veel tijd meer voor. Dus ik wil een beetje aan de slag. Dat is wat ik wil. En ik hoop dat dat voldoende duidelijk is. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde meneer Van Dam Timmers toch ook wel. Ja, sluit ik me daar toch wel aan bij mevrouw Van Benschop. Ik hoor ook heel veel onvrede.
Nou, dat herken ik ook, want er zitten toch wel heel veel open einden in dit programma. Maar u geeft aan van: laten we wat stappen nemen. We hebben nog heel kort de tijd. We hebben dadelijk de verkiezingen. Misschien een heel ander college. We hebben geen glazen bol wie er in dat college komt te zitten. En misschien zeggen die wel
29
van: daar zijn we het helemaal niet mee eens. We willen hele andere uitgangspunten. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Hele andere uitgangspunten. Ik begrijp niet helemaal waar u op doelt. Wat voor uitgangspunten bedoelt u dan? Op welk vlak? Want dit is wel een hele brede vraag en daar kan ik dus niet echt een antwoord op geven. Mevrouw Stevens: Oké, ik zal hem wat inkorten. Maar wat ik ermee bedoel is: ik vind hem ook heel lastig. Want u hoort duidelijk net bij de insprekers zeggen van: ja, we willen aan de gang. We willen. Het duurt al zo lang. Dat snap ik ook heel goed. Dat je dan op begeven moment zoiets hebt van: ja, we willen verduurzamen. Maar tevens hoor ik u ook zeggen van: ja, er zitten toch nog heel veel open einden in dit stuk. Dingen die vaag zijn. Die nog niet helemaal concreet zijn gemaakt. U geeft dan aan van: ja, laten we daar dan mee beginnen. Die concreet maken en dan in een nieuw college kijken van: hoe gaan we daarin verder. Nou, mijn vraag is dan van: stel nou dat er nu werd genoemd van: de kleinere verenigingen. Van: hoe doen die dat met die businesscase. Stel nou dat daar een andere visie of een ander manier van denken over zit, dan zijn we weer van vooraf aan. Ik zit heel erg te zoeken van: moet dit stuk.
Is dit nou wel een stuk wat je zo op deze manier zou kunnen gaan bespreken? Gezien al die niet concrete zaken die erin staan. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ik denk dat ik uw vraag begrijp. Het is natuurlijk zo dat als er een ander college zit dat er andere afwegingen gemaakt kunnen worden. Ja, ik hoop dat het CDA Dordrecht heel groot wordt en dat wij daarin zitten. Dan weet ik in ieder geval wat onze afwegingen zullen zijn. Dus ik roep iedereen op natuurlijk om daar wat mee te doen. Mevrouw Stevens: Het goede. De heer Van Dam Timmers: Ja, het goede te doen. En kijk, dus dat is moeilijk te voorspellen. Tegelijkertijd zie ik, en ook bij alle reacties, ook alle aanwezige raadsleden vanavond en commissieleden vanavond, zie ik de grote betrokkenheid bij dit onderwerp. Er is dus grote onvrede met hoe we het op dit moment doen. En dat geeft, denk ik, voor ons allemaal ook de verantwoordelijkheid en ook de urgentie om daar goed mee aan de slag te gaan. En dat vind ik ook heel fijn. Ook als je met sportverenigingen spreekt. Mensen zijn heel enthousiast. Er zit veel energie in Dordrecht bij al die verschillende verenigingen. En ik denk dat we als gemeente af en toe toch niet voldoende helpen en ze in de steek laten en niet op tijd zijn. Nou, en dat moeten we proberen te veranderen.
Dus dat is ook één van de redenen waarom we ons, samen met een aantal andere partijen, ingediende amendement afgelopen begroting. Om die twee miljoen te reserveren. Zodat die urgente problemen die er zijn, dat er concrete plannen op die urgente problemen wel mogelijk zijn al snel. Dus ook al in de komende maanden, wat ons betreft. Maar uiteindelijk ben ik geen ambtenaar en kan ik die lijnen wel wensen, maar zal het college en zullen ook de ambtenaren wel die uitvoering ook moeten kunnen doen. Ja, en daar heb ik geen grip op. Dus dat is vooral een oproep die ik, denk ik, en die we met elkaar, denk ik, doen. Heb ik uw vraag zo voldoende beantwoord?
30
Mevrouw Stevens: Ja, dat begrijp ik. En u zegt ook van: dat ik geen ambtenaar ben. Dat begrijp ik ook. Maar mijn vraag is dan, heel concreet maak ik hem dan. We hebben net gehoord een paar wensen. Wanneer het over zo’n hal gaat of over die waterdingen, velden. Maar er zijn ook nog andere verenigingen die misschien daar ook wel iets in willen en die niet gehoord zijn nu. En dat was met name. Vanuit die tennisvereniging werd daar natuurlijk ook het één en ander genoemd. Is het dan zo dat we nu zeggen van: nou, diegene die nu wat hebben ingediend, daar gaan we dan mee aan de gang. En de rest wachten we nog even mee. De heer Van Dam Timmers: Nou, zo zou ik daar. Daar zou ik niet voor pleiten. Kijk, volgens mij hebben wij een wethouder in Dordrecht op dit gebied. Wij hebben een heleboel ambtenaren op dit gebied. We hebben een sportbedrijf op dit gebied. We hebben een heleboel verenigingen die zich bezighouden met sport. We hebben individuele sporters. En het ophalen van informatie, dat staat op zich wel breed in dit programma. Uiteindelijk moeten er afwegingen gemaakt worden om het ook te wegen van: wat is voor ons allemaal en voor alle Dordtenaren van belang. En ja, daar moeten dan voorstellen op komen. Dus ik denk niet dat je een soort van wie het hardste schreeuwt, zeg maar. Of niet per se schreeuwt, maar wie het snelste indient ofzo, dat je die moet helpen.
Nee, je moet een afgewogen plan daarbij maken. En er is veel input opgehaald. Alleen ik mis die uitwerking van: wat heeft nou de urgentie. Maar misschien komt de wethouder daar zo meteen mee en heeft die daar een heel goed plan bij. Dus die vraag heb ik natuurlijk ook gesteld. Mevrouw Stevens: Dan wachten we het af. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter. Ik zit eigenlijk tenenkrommend en met verbazing te kijken naar meneer Van Dam Timmers. Hoe die dit verkiezingspraatje mooi houdt naar alle sporters en sportverenigingen. Maar meneer Van Dam Timmers vergeet volgens mij dat zijn partij al acht jaar in een college zit en wij al acht jaar met de sportparkenvisie bezig zijn. 2015 staat me nog op het netvlies. 2015 hebben wij de sportparkenvisie aangenomen. Als ik dat toen met de wetenschap van nu had geweten, was ik daar nooit mee akkoord gegaan. Maar wat ik niet begrijp. U zegt van: het is allemaal niet concreet. En ik sluit me aan hoor bij de woorden van mevrouw Van Benschop en mevrouw Stevens. Eigenlijk zegt u: het is niet rijp voor besluitvorming. Dat zegt u wel, dat u dat niet vindt, maar dat haal ik uit al uw woorden. Want als ik u nou vraag van: hoe is de participatie van al die verenigingen geweest? Nou, wij hebben hier heel veel verenigingen nu gehoord. Dat zijn RCD hebben we gehoord. We hebben CC gehoord. En nog een aantal verenigingen.
Dat zijn grote verenigingen. Oranje-Wit komt vaak langs. Dat zijn grote verenigingen, 800 plus verenigingen zeg ik dan maar ongeveer, met 800 leden. Maar ik weet niet of u weet hoeveel sportverenigingen op dit eiland zitten met veel minder ledenaantallen. En hoe kijkt u dan daartegen? Zijn deze verenigingen. Want u bent vast langs geweest bij Oranje-Wit, en misschien bij EBOH, RCD. Prima, want die hebben een goed bestuur zitten. Die zijn goed vertegenwoordigd. Maar hoe zit het nou met die clubs? Wanneer krijgt nou een kleine vereniging plek op zo’n sportpark? Kunt u mij dat vertellen?
31
De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Een hele goede vraag stelt u daar, denk ik. Nou, Dordrecht kent misschien wel honderd, nee, meer dan honderd, verenigingen, waarvan een heel aantal grote verenigingen, maar eigenlijk een nog veel groter aantal kleine verenigingen die of eigen velden hebben of huren of van allerlei dingen doen. Wij gaan niet alleen langs bij grote verenigingen. Wij zijn bij een heel breed aantal verenigingen geweest. Ook op bijvoorbeeld de sportboulevard met de sportraad en allerlei soorten verenigingen op de Krommedijk. Dus wat ik uit uw vraag herken is dat: is er voldoende input van die kleinere verenigingen. Dan denk ik, en dat is ook de reden waarom ik, denk ik, dat als politieke vraag stel. Onze indruk is dat dat niet het geval is. Mevrouw Stolk: Oké. Helder. Die conclusie trek ik ook. Heb ik een vervolgvraag. Hoe kijkt u naar uw coalitieakkoord ten opzichte van drie sportparken, vier. Want dat heb ik al heel vaak genoemd. Dit college wilde drie à vier grote sportparken. Wat is daar nou eigenlijk van terecht gekomen in die acht jaar dat ook het CDA in deze coalitie zit? Wat is daar nou werkelijk van terecht gekomen wat afgesproken is vanaf 2015 tot heden? En dan zeggen we nu: nou, dan hebben we hier een sportprogramma.
Dus ik wil eerst van u weten: wat is daarvan terecht gekomen en wat heeft u daaraan gedaan, om dat te veranderen? En ten tweede. Waarvoor zouden wij dit nu ineens voor de verkiezingen, net voor de verkiezingen, terwijl het al die tijd tegen is gehouden, ook door het CDA tegen is gehouden, om die sportparkenvisie neer te leggen? Want ook uw partij heeft het tegengehouden. Hoe kijkt u daar tegenaan? Dus A, de drie of vier sportparken. En B, waarom komt u daar nu mee met dat mooie verkiezingspraatje voor de sport in Dordt. Ik vind het mooi hoor, dat u dat doet. Maar die belofte die u gedaan heeft, daar is voorlopig nog niks van terechtgekomen. Ja, een brug bij Oranje-Wit. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dank. Dank ook voor de vragen. En ook dank voor uw betrokkenheid bij de sport. Ik denk dat ik dat toch ook moet zeggen. Ik denk dat we elkaar daar ook vaak in kunnen vinden. Ik denk dat dat ook belangrijk is. Als u op punt A kijkt van die drie a vier sportparken. Ja, uiteindelijk is dat natuurlijk niet gerealiseerd. Dus wat is daarvan terechtgekomen? Nou, dat is niet gerealiseerd. Dat is denk ik een ding wat zeker is. En het tweede is van: ja, is gerealiseerd wat de plannen waren.
Nou, uiteindelijk moeten we natuurlijk constateren dat we nu na 3,5 jaar dit stuk bespreken wat nog onvoldoende concreet is, dus dan kan je vaststellen dat onze ambities op dit vlak en ook als ik in ieder geval terugkijk naar ons verkiezingsprogramma van vier jaar geleden, dan zijn we niet gekomen waar we willen staan. We zijn op punten er wel gekomen. U noemt een voorbeeld van die brug of het aanpakken van parkeerproblemen bij een bepaalde vereniging. Of het aandacht vragen voor verschillende sportverenigingen. Of voor verdelingsvraagstukken. Ik noem een onderwerp bijvoorbeeld sportpark waar DVO op zit. Ik ben heel even de naam van het sportpak kwijt. Die ook op eigen grond zitten. Ook zo’n voorbeeld waar we een aantal keer aandacht voor hebben gevraagd. Dus er is heel veel aandacht geweest, maar de uiteindelijke realisatie van veel van die dingen is niet gelukt. Tegelijkertijd zijn er ook een hoop dingen wel gelukt, die ook heel langslepend waren. Ik noem Dubbeldam. Ik noem een aantal, die velden die nu op de Krommedijk gerealiseerd worden. Dus er gebeuren wel ook goede dingen. Maar ja, als je alles overziet, dan wil je meer. En dat is ook wat ik, denk ik, in mijn woordvoering helder maak. Is dat wat ons betreft wordt het CDA veel groter, waardoor we veel meer kunnen realiseren.
32
Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat is duidelijk dat het CDA groter wil worden. Ik hoop het eerlijk gezegd niet. Maar wat gaat u er nou precies aan doen? Wat gaat u nu die verenigingen beloven wat u ook vier jaar geleden heeft beloofd en die vier jaar daarvoor? Wat gaat u daar dan concreet aan doen? En dat u zegt van: ja, er is gerealiseerd dat er een kunstgrasveld neer is gelegd en dat Movado is blijven zitten. Daar zijn wij hartstikke blij voor. Maar geef alstublieft die credits dan wel aan wethouder Stam en trekt u dat niet naar uzelf toe dan. Geef dan ook de credits daar waar die moeten komen. Want dat doen we ook met uw wethouder. Uw wethouder krijgt ook de credits. Geef dan ook de credits aan meneer Stam, want dat zou u wel sieren. De heer Van Dam Timmers: Ik wil hier nog wel heel even op reageren. Wij hebben het nog niet exact over de wethouder gehad, dus daar wil ik ook niks op dat moment over zeggen. We hebben het over het college als geheel en daar had ik het dus over. Dus het college als geheel, en dus wethouder Stam, heeft inderdaad een heleboel goede dingen daar gerealiseerd. En dat is, denk ik, heel goed. En daar ben ik blij voor, voor al die verschillende verenigingen. Maar uiteindelijk willen wij nog wel meer. En dat is iets wat ik hier probeer te betogen.
We hebben ook een dualistisch stelsel waarin ik als commissielid eigenlijk het college controleer of de gewenste veranderingen of die ook gerealiseerd worden voor onze sporters in Dordrecht. En daar kunnen wij elkaar best in vinden. En ik hoop dan dat we allebei groter worden, zodat we deze plannen kunnen realiseren. De voorzitter: Goed. Ik merk dat de discussie zich gaat herhalen. Ik stel vast dat de verkiezingskoorts gaat oplopen bij de leden van de commissie. Dat is één. En ik stel vast dat iedereen de grootste wil worden. Nou, er zal er maar één zijn die dat wordt. En ik constateer een aantal nieuwe inzichten bij het CDA die ik nog niet eerder had gehoord en razend interessant vindt. Bent u bijna klaar met uw betoog? De heer Van Dam Timmers: Ik ben bijna klaar met mijn betoog. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van Dam Timmers: Ik wou graag verder. Ja, ik sloot net af met dat we sport en sportparken en ontwikkeling daarvan van groot belang vinden voor Dordrecht. En daar wil ik dus ook het even verder oppakken. Wij zien, ik zeker ook zelf als dokter, dat de fysieke en mentale gezondheid onder druk staat en dat daar, zeker omdat alles om vijf uur gesloten is, dat daar, nou ja, dat die druk ook gaat toenemen. En dat we richting de toekomst dus grote stappen moeten zetten. Nog een aantal vragen aan de wethouder. En dat gaat met name over de gewenste duidelijkheid.
Hoe ziet de wethouder die? En ook over de concrete verdeling ook per sportpark. Hoe ver. Misschien staat het niet in dit stuk. Maar hoe ver zijn we daar nou mee? En hoe gaat dat voor die diverse sporten en ook voor de individuele sportbeoefenaars? Hoe gaat het proces verder? En waarom is dit verdere proces niet wat concreter nog in dit stuk benoemd? Wat zijn nou eigenlijk de ambities op dit moment van het college? Wat voor 2022? Wat voor 2023? En wat voor 2024? Ik zou ook graag een gedachte-experiment met de wethouder willen doen. Kies een sportpark uit. Bedenk een ambitieus plan. En bedenk het waar en het waarom. Kort wil ik nog heel even de aandacht vestigen, zoals ik net ook al zei in een reactie, op de in het amendement gereserveerde twee miljoen euro. Welke urgente problemen wil de wethouder hiermee oplossen? Wanneer gaat de schop op deze urgente problemen de
33
grond in? En wat staat er volgens de wethouder voorop? Wij kunnen wel komen met ons lijstje met prioriteiten, maar wij hebben natuurlijk niet zo’n complete inventarisatie gedaan zoals ik verwacht dat voor dit stuk wel is gedaan. Kortom, duidelijkheid richting de sporten en verenigingen moet hier eigenlijk de leidende sleutel in zijn. Als ik dus even terugkijk op de vragen die gesteld zijn, ook de discussies die ik met andere heb gehad, dan zijn er nog flink wat concrete stappen te zetten om echt tot een programma met de gewenste duidelijkheid voor verenigingen te komen. Wat het CDA Dordrecht betreft komen we uiteindelijk tot een programma wat uitlegbaar is richting alle Dordtenaren sportend bij een vereniging of individueel en een programma waarin dus nauwkeurige afstemming is per sportpark en waarin de afwegingskaders voor iedereen helder en, misschien nog wel veel belangrijker, uitlegbaar zijn. Ik ben blij dat het stuk er nu ligt, maar ik denk wel dat onze stad en onze clubs en de individuele sporter nog wel beter verdient. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Van Dam Timmers. De voorzitter: Van Dam Timmers. Ja, soms blijf ik het fout doen. In ieder geval dank voor uw inleiding, die op zich aan duidelijkheid niets te wensen overliet. En ik ga nu naar meneer Tiebosch, want D66 heeft ook een aantal vragen gesteld.
In hoeverre moet inspraak breder worden georganiseerd dan alleen bij de sportclub? De tweede vraag was: wanneer er in deze sportvisie voldoende aandacht gegeven wordt aan meerdere belangen en meerdere doelen op het gebied van sport en gezonde leefomgeving? En drie: welke rol en verantwoordelijkheid is er weggelegd voor de gemeente Dordrecht op het gebied van voorzieningen, bijvoorbeeld fietsvoorzieningen, autoluw, en kabelvoorzieningen? Mijnheer Tiebosch. De heer Tiebosch: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Tiebosch: Nou, van verkiezingskoorts naar corona is volgens mij maar een klein sprintje. En als wij het vanuit D66 ook hebben over: wordt er in deze sportvisie voldoende aandacht gegeven aan meerdere belangen en meerdere doelen op het gebied van sport en gezonde leefomgeving, dan is het antwoord wat wij erop hebben: dat is eigenlijk nee. En dat komt. Nou, één. Corona heeft sowieso al voor heel veel Dordtenaren extra kilo’s gegeven. Maar we hebben vooral goed gekeken naar wat er in maart 2021 van dit jaar in opdracht van de rekenkamercommissie Dordrecht een onderzoek is gedaan naar het sportaccommodatiebeleid in Dordrecht door het Mulier Instituut. Het sportonderzoek voor beleid en samenleving.
En daar blijkt eigenlijk uit dat ten opzichte van de meeste andere gemeentes, zeker in de omvang van Dordrecht, dan is het aantal mensen wat georganiseerd of ongeorganiseerd in Dordrecht sport, dat is heel laag te noemen. En wat je nu ook ziet in coronatijd, dat is dat er nog meer mensen stoppen met sporten en vooral ook bij de mensen die laag opgeleid zijn. Dus als je nu kijkt naar het programma wat voorligt en je hebt het over tempo, en het gaat eigenlijk alleen maar in het sportverhaal over vitale sportparken, en er wordt op geen enkele manier bij de uitgangspunten wordt er ook maar gerept dat er een ambitieniveau moet zijn om zoveel mogelijk Dordtenaren te laten sporten en bewegen, dan is dat ook een uitgangspunt wat,
34
wat ons betreft, veel nadrukkelijker erbij zou moeten komen. Dus in die zin geef ik al gelijk mee dat wij dit graag in de raad zouden willen bespreken en wel degelijk met amendementen en met moties willen gaan komen. Als het gaat over corona. Het wordt wel op een bepaalde manier wordt het een klein stukje in het rapport wordt het benoemd. Maar als het gaat over die meerdere belangen, dan zul je ook. Die coronatijd, die gaat niet meer weg. En de verwachting is ook met het ambitieniveau van deze nota, acht jaar, acht tot tien jaar, dat wij gewoon die hele acht tot tien jaar met corona of met de volgende pandemie te maken hebben. En dat betekent dus ook dat er nog meer urgentie is om op een goede manier te kijken of hetgeen wat we met zijn allen willen gaan realiseren of dat ook coronaproof gedaan kan worden. Want we willen optimaal het hele jaar door dat er op die sportparken gesport kan gaan worden. Als het gaat over die meerdere belangen. Ja, wij hebben nog meer belangen. En dat is: juist nu is er een kans om het sociale domein en het fysieke domein met elkaar te gaan koppelen. Daar vind je eigenlijk nog te weinig van terug.
Natuurlijk, er wordt wel gesproken om de functies gezondheid en onderwijs meer met elkaar te gaan doen, maar er wordt bijvoorbeeld op geen enkele manier nog gekeken in hoeverre dat je misschien preventie jeugdzorg ook hier een rol in zou kunnen laten spelen. Er wordt ook voor de rest weinig gekeken naar concreet bejaarden, ouderen, ook meer een positie geven. Niet alleen in de vrijwilligers, maar ook een stem. Een leven lang sporten en bewegen. Wat zij nodig hebben in die sportaccommodaties. Wij vinden ook dat maatwerk is hartstikke goed. En daar komt dan ook onze inspraakvraag komt daar vandaan. Dat zou je dan met dat maatwerk zou je ook die inspraak eigenlijk al vrij snel kunnen organiseren. Om de buurten waar het betreft, dus rondom sportpark Reeland of Krommedijk, om de bewoners, er werd vanavond bij de insprekers werd er ook al gezegd van: wat ons betreft zou daar prima een baan kunnen waar mensen kunnen gaan rennen of wat dan ook. Dus probeer nu ook al snel die inspraak op te halen om te weten wat er vanuit de wijken ook voor ideeën zijn om in die sportparken te gaan realiseren. Dan het tempo. Wij hebben eigenlijk vanavond al gehoord met de insprekers, ga nou niet een heel jaar, want dat staat er gewoon in dat stuk. Als die verkiezingen in maart 2022. Nou, dan wordt er voor de rest wordt er eigenlijk heel 2022 wordt er niks gedaan.
Staat ook eigenlijk gewoon in van: de uitvoeringsplannen, de uitvoeringskredieten, op basis van het nieuwe coalitieprogramma. Nou, dan praten we misschien alweer over mei of over juni. Als het een beetje tegenzit, dan haalt dat geeneens nog de kadernota 2023. Hup, weer een jaar verloren. Dus je zult eigenlijk naast die 0,3 miljoen die het college zelf al had gerealiseerd de twee miljoen uit het amendement en de vier miljoen die in de Dordtwijkzone voor sport beschikbaar is eigenlijk zelf nu, en daar kunnen wij deze raadsperiode, deze collegeperiode, kunnen we dat nog realiseren. We kunnen als overheid, als gemeente, kunnen wij vrij makkelijk en tegen weinig rente geld lenen. Om daar in ieder geval al te zorgen dat er in 2022 een fonds of in ieder geval geld beschikbaar is waarmee die verenigingen die we vanavond hebben gehoord in 2022 al willen gaan starten, om daar snel mee te kunnen praten. En niet een heel jaar voorbij te laten gaan. Nou, dan hebben we als het gaat over die corona. Ik denk toch dat dat iets is wat heel erg van belang is ook met wat voor accommodaties of gezondheid en onderwijs, wat daar dan in gaat plaatsvinden. We moeten geen dingen bouwen die vervolgens de rest van het jaar door onze eigen burgemeester weer worden gesloten, omdat het niet safe is. Dus daar moet nu al gewoon goed naar gekeken worden. Want het gaat nooit meer weg.
Om te zorgen dat we daar rekening mee houden. En iedere euro die wij dus vanuit de gemeente in die sportaccommodaties steken, ja, die moet
35
vooral ook gericht zijn op sport en bewegen. En niet alleen vanuit de sportverenigingen, maar ook van de bewoners van Dordrecht. Dus er wordt ergens in het stuk bijvoorbeeld, dan kom ik op die kabels. Er wordt ergens gesproken over: we zijn nog aan het nadenken over de financiering van de glasvezel op de sportaccommodaties. Nou, dat is nou zo’n punt waar D66 van zegt: daar zouden wij eigenlijk met de schaarse middelen die we vanuit de gemeente Dordrecht hebben, daar zouden wij echt ook een motie voor in willen dienen. Dat we daar zeker van zijn. Dat daar in ieder geval geen euro ingestoken wordt. Daar moet op een andere manier maar gekeken worden hoe dat wordt gefinancierd. Maar zoveel mogelijk zorgen dat het besteed wordt aan het echte sporten en bewegen. En dan kom ik op de rol van de raad zelf. De voorzitter: Meneer Van Dam Timmers heeft een interruptie, mijnheer Tiebosch. De heer Tiebosch: Ja. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Eigenlijk een verhelderende vraag. Ik snap niet helemaal uw punt over die glasvezel. Dat gaat over de Schenkeldijk, staat dat erin. Maar ik snap niet zo goed waarom u dat helemaal los ziet, omdat zeker met Covid blijft. Ik ben de laatste die dat zal ontkennen, want ik zie het iedere dag. Maar waarom vindt u dat zo’n probleem? Dat zou toch juist, zeker gezien Covid, heel handig zijn? Dat je ook op afstand met elkaar kunt sporten.
De heer Tiebosch: Dat je op afstand met elkaar kunt sporten. Nou, dan denk ik dat je dat dan toch niet gaat visualiseren met elkaar een avondje naar de Schenkeldijk en iedereen zit thuis achter de hometrainer. Dat bedoelt u toch niet? De heer Van Dam Timmers: Nou, er zijn heel veel sportverenigingen die nu, ook mijn eigen vereniging bijvoorbeeld, toch trainingen ook juist op die manier aanbieden, omdat het dan nu even wel kan. En daarvoor is goed internet juist ook overal van belang. Dus ik snap niet zo goed waarom u deze helemaal los ziet. De heer Tiebosch: Nou, ik zie het helemaal los, omdat de gemeente Dordrecht die doet nogal lastig over euro’s bij elkaar krijgen voor dit hele verhaal. U doet daar zelf ook aan mee. Want toen wij het hadden over die businesscases van die opbrengsten van de Enecoaandelen, toen heeft de voltallige oppositie die heeft tien miljoen daarvoor willen vrijspelen. En we zitten nu zitten we allemaal euro’s bij elkaar te sprokkelen. En dan zou ik niet als eerste zou ik euro’s erin willen steken in kabels onder de grond, maar proberen om een plan met elkaar, om ook in coronatijd gewoon het zodanig te doen dat we op die sportparken kunnen komen. De heer Van Dam Timmers: Ja, ik snap uw prioritering. Dank. Ja. Nee, ik snap hem. De heer Tiebosch: Oké. Dan de rol van de gemeenteraad zelf.
De gemeenteraad doet zich echt fors tekort als je kijkt ook naar wat het rapport van het Mulier Instituut heeft opgeleverd. Dat is dat je, als je kijkt naar onze begroting, naar onze P&C-cyclus, dan is er eigenlijk steeds minder inzicht in wat er in die sport nou precies omgaat. Dus mijn pleidooi is ook, en dat zou ik dan ook graag nog willen doen in een motie of in een amendement. Dat zal wel een motie zijn. Om in ieder geval te zorgen dat er in de komende periode gekoppeld aan dit programma, dat daar dan ook een programma komt
36
wat echt gaat over sporten en bewegen met al die verschillende onderdelen waar we het dan ook vanavond over hebben. Zodat wij ook als gemeenteraad, dat we het kunnen blijven monitoren. En dat we ook vooral de. De voorzitter: Mijnheer Tiebosch. Meneer Boersma heeft inmiddels een vraag aan u. De heer Tiebosch: Ja, laat maar komen. De heer Boersma: Ja, voorzitter. Die had eigenlijk nog betrekking op dat vorige punt, van die kabels en leidingen en dat soort dingen. Want ik snap helemaal het punt van meneer Tiebosch. En als ik het nou goed begrijp, wilt u dan eigenlijk zeggen van: laten we dan vooral dat soort dingen. Als je het hebt over fietspaden, ontsluiting, kabels, glasvezel. Laten we dat dan vooral uit andere middelen doen, zeg maar, die daarvoor bestemd zijn en niet uit het sportbudget. De heer Tiebosch: Ja, precies. Dus de verbinding tussen dus het sociale domein en het fysieke domein. Dat had ik ook echt verwacht als we het hier hebben over een integrale nota. Dan kom je eigenlijk precies ook op het punt dat die sportambtenaren die wij hebben, die zitten blijkbaar zitten die niet goed aan tafel bij al die ruimtelijke tekentafels die er zijn. We zijn volop bezig om naar die 140 duizend inwoners te gaan. Er moet overal woningbouw komen. Ik denk dat juist die sportambtenaren, die moeten door ons geholpen worden om veel meer positie te krijgen bij al die fysieke plannen.
En daarom zou het ook goed zijn om in die nieuwe periode, maar dat gaan jullie geloof ik ook doen, te stoppen met die commissie sociale leefomgeving en met die commissie fysiek. Maar zorg nou wel dat je op dat programmaniveau mensen bij elkaar gaat krijgen van die gemeenteraad die en dat fysieke beheersen en dat sociale beheersen. En daarmee zou je dus ook als het gaat over die fietspaden. Ja, dat is voor mij ook gewoon een uitgangspunt. Dat moet je niet ergens op pagina negen op gaan schrijven onderaan. Dat is gewoon. Daar moet je mee beginnen. Je moet die infrastructuur moet je gewoon goed op orde hebben. Dat staat in het stuk. Dordrecht wil graag een autoluwe stad worden. Nou, dan moet je zeker ook vanuit het fysieke moet je eigenlijk als college moet je het niet alleen maar hebben over al die sportzaken, maar dan moet je ook nu gelijk al gaan proberen om zoveel mogelijk op het gebied wat nodig is om die fietsers daar op een goede manier te krijgen of met deelvervoer of verzin maar even wat. Maar als je ook kijkt naar de manier waarop je naar stations. Nou, openbaar vervoer hebben we volgens mij niks meer over te vertellen, als ik het goed begrepen heb van de terugkoppeling van de Thorbeckeweg. Maar ga er in ieder geval wel mee aan de slag. Dat er zoveel mogelijk mensen op een veilige manier naar die sportplaatsen kunnen komen.
De heer Boersma: Voorzitter, ik heb het helemaal eens hoor met die koppeling van fysiek en sociaal. Ik denk dat we dat de komende tijd ook zeker beter gaan moeten doen. Maar denkt u ook niet dat een deel van wat u aangeeft, met die verschillende belangen en gewoon wat breder kijken, ook niet te maken heeft met het begin van het stuk. Dat er verwezen wordt naar het Dordtse sportkompas. Die heeft vier elementen. Sport, ontdekken, beleven en plekken. En vervolgens wordt er gezegd van: eigenlijk gaat deze motie gaat over plekken. Daar is die ook helemaal op geconcentreerd. Op de sportparken, zeg maar. Daar komen dan nog wel wat van die fysieke dingetjes bij. Maar misschien dat we dan, wij met zijn allen, wel concluderen dat het eigenlijk gewoon de focus dusdanig smal geworden is dat een aantal van die elementen die we nu vanuit
37
meerdere leden vanuit de commissie al naar voren horen brengen, dat die gewoon, dat we die missen. Als je kijkt naar de structuur en je zegt: eigenlijk wordt het gewoon een programma voor alle sportparken die we hebben met alle positieve en minder positieve dingen eraan. Voor mijn gevoel ontbreekt er dan een tussenstuk. De heer Tiebosch: Ik ben het met u eens. De heer Boersma: Mooi. De heer Tiebosch: Nou, dan het laatste nog. Kijk, dat gaat. Als je even kijkt naar de hele discussie die we gehad hebben rond die inzet van die Enecomiddelen. Daar heeft toen de commissie bestuur en middelen, die heeft daar hele stoere taal hebben ze daar geuit over hoe al die businesscases eruit moesten zien. En wat is gebleken bij al die verschillende onderdelen toen we ze uiteindelijk in de raad gingen bespreken? Er was geen één businesscase was hetzelfde. En zelfs een aantal businesscases waren gewoon helemaal niet aanwezig. En nu gaan we met de stad aan de slag met sportverenigingen. Nou, eigenlijk herhaalt een beetje de discussie die we gehad hebben met het verenigingshallenplan. Ook hier vragen insprekers hulp bij de gemeente om ze te helpen met duurzaamheid. Maar ik kan me ook voorstellen dat ze hulp nodig hebben bij die businesscase. En nou zit het hem vooral in dat punt zes bij die uitgangspunten. In geval van kansrijke businesscases via een subsidieregeling.
Dus er zitten eigenlijk twee dingen in. Wat is dan kansrijk? Dus het lijkt me ook goed dat we daar vanuit de gemeenteraad een definitie bij gaan geven. Want kansrijk, dat wil niet zeggen van: een sluitende businesscase. Dat gaat ook vooral om: wat is de maatschappelijke winst ook voor Dordrecht. Dat zouden wij graag nog in deze periode in ieder geval benoemd willen hebben. En als het gaat over een subsidieregeling. Ja, dan vragen we aan de wethouder eigenlijk heel snel om: wat is er dan volgens het college, wat zou er dan al in die huidige subsidieregeling nog moeten worden aangepast? Of is daar nog helemaal niks? Nou, voorzitter. Voor de eerste termijn lijkt me dit meer dan voldoende. De voorzitter: Dat lijkt mij ook. Dank u, mijnheer Tiebosch. Een vrij compleet verhaal, zou ik zeggen. We gaan over naar de volgende spreker. Dat is mevrouw Stevens van de PvdA die de vraag heeft gesteld: voldoet het plan in voldoende mate aan de in het collegeakkoord geformuleerde doelstellingen? Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou ja, ik zal het niet zo heel uitgebreid houden, want in grote delen ben ik het ook eens met meneer Tiebosch wanneer het gaat over die integraliteit. Dat zou voor ons. Dat is voor ons ook echt wel een punt, omdat ik denk van: je zou ook moeten kijken inderdaad naar die woningbouw of fysiek die fietspaden, enzovoort.
Ik ga dat allemaal niet herhalen. Daarnaast blijft het voor ons wel dat het heel duidelijk is een stuk wat gewoon op heel veel punten open einden zijn. Dus wat niet echt concreet gemaakt wordt. Het lastige hierin is, is dat ik net ook van de insprekers heel duidelijk heb kunnen horen van: schiet nou op. Wij willen naar die duurzaamheid. We willen die velden aan kunnen leggen. En het duurt allemaal al zo lang. De andere kant van het verhaal is dat we ook hier al heel lang over praten, al jaren in ieder geval. En dat we ook met elkaar moeten kunnen kijken van, want dat hoor ik ook door partijen zeggen, van: het moet dan maar naar de raad. En dan gaan we weer allerlei amendementen krijgen. En we krijgen allemaal moties op het stuk. Nou, dan denk ik van: kan in dit stuk, en dat is ook een vraag aan de wethouder, een aantal dingen niet
38
gewoon geconcretiseerd worden? En dan gaat het ook met name over bijvoorbeeld dat maatwerk wat dan genoemd wordt. Ja, wat is dat dan? Wat is die maatwerk? We hebben het over vitale sportparken. Organisatorisch en maatschappelijk. Dat is allemaal in mijn beleving, of in onze beleving moet ik zeggen, is dat toch, zijn dat hele vage. Want in hoeverre wordt er inderdaad die partijen bij betrokken. Nou, dat is ook net wat er ook al genoemd wordt. Heb je het over preventie. Heb je het over de jeugdzorg. We hebben het allemaal erover gehad in die sportvisie. En dat zie ik helemaal nergens in terugkomen. Even kijken hoor, want de rest is al. Het blijft gewoon een heel lastig punt in de zin van: moet je dit nou nog in deze periode, moet je nou hier nog zeggen van: jongens, we gaan naar de volgende fase. Er is toen twee miljoen al beschikbaar gesteld. En moet je daar dan een soort verdeelsleutel maken van de mensen die nu wat hebben aangegeven. En in hoeverre worden de kleinere verenigingen ondersteunt, inderdaad door te vragen naar die businesscase, om te kijken naar die subsidie. Ja, dat zijn toch wel voor ons nog wel vragen die er zijn waarvan ik denk: moet je het nu op dit moment zeggen van: laat dit stuk nu gewoon doorgaan naar de raad. Daar zit echt wel een vraag nog. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken: Ja, voorzitter. Dank u wel.
Een vraag aan mevrouw Stevens, want u geeft aan van: moet dit nu wel naar de raad. En u geeft aan de andere kant ook aan van: we hebben eigenlijk al lang op een plan zitten wachten. En daar zijn we ook zelf voor een groot deel schuldig aan. Maar er ligt nu in ieder geval een basis. En als ik ook zo de insprekers hoor, dan denk ik vanuit Beter voor Dordt van: oké, dit is nu de eerste fase. Laten we nu het proberen met al die partijen, want nog niet alle partijen zijn betrokken geweest. Er zijn wel veel partijen, die hebben een bijdrage geleverd aan het programma zoals het er nu ligt. Maar dadelijk in de concrete uitwerking ga je op de deelprojecten ga je echt met specifieke onderwerpen. De voorzitter: Mijnheer Schalken, wilt u tot uw vraag komen? De heer Schalken: Ja. Ga je met de specifieke verenigingen op een bepaalde locatie ga je verder praten. Maar vindt u nu eigenlijk vanuit de PvdA: wacht nu even af? Of waar ik vanuit Beter voor Dordt zeg: laten we alstublieft nu met een aantal partijen concrete plannen nu verder uit te gaan werken in die fase twee. Mevrouw Stevens: Ja. Nou, ik denk dat het heel belangrijk is om te kijken van, en dat hoor ik graag straks terug van de wethouder, van: over welke partijen hebben we het nou. Met wie is er nou eigenlijk allemaal al gesproken. En welke toezeggingen zijn daarin gedaan. Dat hoor ik graag terug.