CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2026.07.07 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 6 oktober 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de gemeenteraad van 14 juli 2026 en de Dordtse Dinsdag van 30 juni, 7 juli en 8 september 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 522.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT - DORDTSE DINSDAG D.D. 7 JULI 2026 Vergaderzaal 5 1. Werkbezoek aan AZC Dordrecht en locaties voor de huisvesting van Oekraïense ontheemden 2. Vaststellen Perspectiefnota 2027 Voorzitter: Mevrouw Van Vugt-Roose Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Dorresteijn (GroenLinks-PvdA) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Hoogduijn (D66) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Pauwels (GroenLinks-PvdA) Dhr. Peters (VSP Dordrecht) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Dhr. Stolk (VSP Dordrecht) Dhr. Verdoorn (Forum voor Democratie) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder J. Veldman De voorzitter: Een goedenavond allemaal. Ik open hierbij de commissievergadering over het raadsvoorstel over vaststellen perspectiefnota. Dat gebeurt in drie zalen gelijktijdig. We hebben het hier over het gedeelte Bouwend en Bereikbaar Dordrecht. Ik heet u allen van harte welkom, de mensen die hier zitten, maar ook mensen die achter ons zitten en de mensen die thuis meekijken. Om ons even voor te stellen is altijd het een goed idee in verband met de notulen, heb ik begrepen. We beginnen nu hier links commissiegriffier.

De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Hoogduijn: Emre Hoogduijn, D66. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, Socialistische Partij. 1 De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. Mevrouw Rutten-Alberts: Saskia Rutten-Alberts, PVV. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Peters: Goof Peters, VSP Dordrecht. Mevrouw Van Dorresteijn: Floor van Dorresteijn, GroenLinks-PvdA. De heer Pauwels: Sam Pauwels, GroenLinks-PvdA. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Verdoorn: Dirk Verdoorn, Forum voor Democratie. De heer Veldman: Joost Veldman, wethouder. De voorzitter: Franciske van Vugt, vanavond uw voorzitter. De aanleiding voor deze vergadering, op 23 juni hebben we de algemene beschouwingen gehad op de perspectiefnota en toen zijn er al diverse moties ingediend. Het college heeft op de toen ingediende moties ook al een eerste reactie gegeven. In de afgelopen dagen hebben we nog de nodige moties erbij gekregen. Vanavond bespreken we de moties die bij dit onderdeel horen in oordeelsvormende zin.

Het is dan vooral de bedoeling dat u als raad met elkaar in debat gaat. Na de termijn van de commissie zal het college nog reageren. Omdat we maar 1 uur beschikbaar hebben en geen 2 uur zoals in de andere zalen en het college op 24 juni al gereageerd heeft op de moties van toen, zal het college zich ook vooral richten op de moties die nieuw zijn. De behandeling van de perspectiefnota wordt afgerond op 14 juli. Dan wordt er ook over alle moties gestemd. Ik stel voor om de fracties die een nieuwe motie hebben ingediend eerst kort het woord te geven, daarna de al ingediende moties en daarna alle andere fracties die hierop willen reageren. Dan begin ik nu graag met de motie … De heer Gündogdu: Voorzitter, mag ik een vraag stellen? De voorzitter: Dat mag. U kijkt helemaal goed. We hebben vorige week wat geoefend met via de voorzitter spreken. 2 De heer Gündogdu: Zeker, voorzitter. Ik heb geleerd. Voorzitter, ik neem aan dat het nog mogelijk is om op basis van vanavond moties aan te passen voor de raad, officieel, volgende week? De voorzitter: Ja. Sterker nog, moties kunnen worden aangepast. Dit kan ook worden aangegeven. Ze kunnen ook in de loop van de week nog worden ingediend. Ze mogen zelfs tijdens de raadsvergadering nog worden ingediend. Dat is de vrijheid met moties. Aangepast tijdens de raad is soms ook nog best wel een goed middel om het er toch doorheen te krijgen.

Dan gaan we naar de motie Toegankelijkheid in wijkuitwerkingen mobiliteitsplan van GroenLinks-PvdA. Eerst aan u het woord, mijnheer Pauwels. U mag deze motie kort inleiden. De heer Pauwels: Dank u. Wij vinden het heel belangrijk dat de toegankelijkheid geborgd is. Er is een mobiliteitsplan en we willen dat de uitwerkingen per wijk worden meegenomen. In het ontwerp van een stad is het heel vaak zo dat er naar allerlei zaken wordt gekeken, de doorstroming, hoeveel parkeerplaatsen et cetera. We merken dat het extra aandacht en energie kost om ervoor te zorgen en je te verplaatsen in mensen die tegen drempels aanlopen, letterlijk en figuurlijk. Dat is de kern van waarom we dit heel belangrijk vinden. We denken dat deze motie een stap is om concreet hier iets mee te doen. De voorzitter: Dank u wel. Dat is heel duidelijk. Dan gaan we naar de volgende motie en die is ook van GroenLinks-PvdA, Dordrecht heeft hoge ambities, heel hoge ambities. De heer Pauwels: Extreem hoge ambities. Het is duidelijk dat er nu daar een project niet doorgaat. Wij vinden het heel belangrijk dat er op die plek in de stad gebouwd gaat worden en dat er ook veel woningen komen. Dat moet onderzocht worden. Een manier om dat te doen, en dat stond ook in de oorspronkelijke plannen zo, dat is langer dan tien jaar geleden, is dat gebouwen heel hoog mochten worden. Die werden kleiner om wat voor reden dan ook.

Wij denken dat als je de hoogterestricties laat varen, je daarmee meer woningen kunt realiseren met de schaarse ruimte die we hebben. De voorzitter: U noemt het woordje daar. Dan gaat het over de Stadswerven, de ontwikkelingen die daar zijn stilgelegd en waar u een andere invulling vraagt. Ik wil eerst even alle moties en dan gaan we op elkaar in, want anders ben ik bang dat een laatste motie misschien helemaal geen aandacht meer krijgt. Ondertussen is wethouder Burggraaf aangeschoven. Ook van harte welkom. Dan gaan we naar de derde die nog is ingediend. Dat is Onderzoek de mogelijkheden tot (her)oprichting Gemeentelijk Woningbedrijf van de Socialistische Partij. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik heb iets meer woorden nodig. Excuus daarvoor. Op 1 juli onlangs is de Wet versterking regie volkshuisvesting ingegaan. Daarmee heeft de Tweede Kamer besloten dat twee derde van de woningen die gebouwd worden betaalbaar moeten zijn en dat er bij nieuwbouwprojecten 30 procent sociale huur moet zijn. Daarmee moet de gemeente ook aan de slag met een eigen volkshuisvestingprogramma. Het college heeft ook al aangekondigd dat we dit op korte termijn kunnen verwachten. Dat is erg goed.

De vraag is, op welke manier ga je deze getallen bereiken en welke gereedschappen heb je hiervoor nodig? Deze motie zegt, 3 binnen dat programma zou je kunnen onderzoeken wat ervoor nodig is om, naast de normering, ook terug te keren naar een gemeentelijk woningbedrijf, zodat je een extra middel hebt om de regie waar te maken. Elke 4 jaar worden er duizenden woningen beloofd. In 2018 4.000 in 4 jaar, in 2022 ook 4.000 en afgelopen maand 3.000. Sinds 2018 zijn er slechts 2.600 toegevoegd in plaats van 8.000. Wat ons betreft ligt de vorm en omvang van het bedrijf nog helemaal open. Daar doen wij nu nog geen uitspraken over. Dit dient echt als een startpunt. We zien bijvoorbeeld dat wooncorporaties soms moeite hebben met financiering, dat veel senioren graag naar een huurappartement zouden willen doorstromen, maar dat zijn vooral hele dure huren tegenkomen. Dat maakt het voor hen niet interessant. We zien dat op gronden waarop wel een woonbestemming ligt, het soms erg lang duurt voordat er een ontwikkeling komt. Dit woningbedrijf zou kunnen dienen als een soort stok achter de deur, duidelijk als toevoeging in de gereedschapskist en niet als vervanging van iets anders. Daarmee komen wij, denk ik, ook de partijen tegen moet die wat meer vertrouwen hebben dan wij in de markt als oplossing voor de woningnood. Dank. De voorzitter: Dank u wel.

Het toevoegen van een woningbedrijf om regie te kunnen houden op de gewenste doelgroepen, woningen enzovoort. Dan gaan we naar de vierde motie en die is van de fractie DENK, Bied de Dordtse woningmarkt zuurstof. De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, te veel starters, jonge gezinnen en middeninkomens worden buitengesloten van de koopwoningmarkt. Wij vinden dat we innovatieve voor oplossingen zoals KoopSmarter, Duokoop en vergelijkbare constructies serieus moeten onderzoeken. DENK wil niet alleen meer woningen bouwen, maar wil ook zorgen dat mensen die woning daadwerkelijk kunnen betalen. In enkele steden waar dit van toepassing is, worden positieve resultaten gezien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Helder verhaal. Dan mogen de twee al ingediende moties ook nog kort worden toegelicht, maar niet met meer woorden dan in de raad. Even een korte herhaling. Beter voor Dordt, alternatieve route via Kerkeplaat. Mevrouw Lindner: Dank u wel, voorzitter. Onze motie is onveranderd gebleven. Wij willen wel nog een keer goed benadrukken dat we echt voor de elektrische karretjes, vergelijkbaar met het ziekenhuis, willen inzetten tussen het busstation en de opstapplaats van de pont en dan de tijdelijke parkeerplaatsen daar. De voorzitter: Dank u wel. Helder. Dan komen we weer terug bij Op Ons Eiland en DENK. Ik weet niet wie het woord wil.

Op Ons Eiland krijgt het, mijnheer Gündogdu, over Betaalbaar kopen door inzet van erfpacht. De heer Gündogdu: Voorzitter, u brengt mij een heel lastig parket, want ik heb tijdens de commissiebehandeling, pardon, de raadsvergadering alleen maar aangegeven dat ik een motie erfpacht heb en ik heb daar geen andere woorden aan besteed. Ik wil het toch wel even kort inleiden. Het is met name een oproep richting onze raads- en commissieleden, want het college kan ik toch niet overtuigen. Dat zeg ik op basis van de ervaring uit de vorige periode. Beste collega's, nog twee weken geleden hebben wij een akkoord gegeven, althans akkoord, hebben we kennisgenomen van het coalitieakkoord, waarbij toch wel betaalbaarheid van woningen heel scherp is verwoord. Daar zijn we het volledig mee eens. Onze rol vanuit de raad is ook om mee te denken hoe wij deze opgave voor 4 elkaar kunnen krijgen. We weten immers dat heel veel Dordtenaren, jongeren, starters, maar ook doorstromers niet een woning kunnen kopen vanwege eenvoudigweg de prijs. Er is een mogelijkheid. Sterker nog, dat is niet mijn mening. Er is een hoogleraar, ik heb de website geopend, en dat is Peter Boelhouwer van TU Delft. Hij is op uitnodiging van de collega's van GroenLinks anderhalf jaar geleden in Dordrecht geweest. Hij is toch wel echt een kenner van erfpachtconstructies.

Hij heeft een vurig pleidooi gehouden van, probeer nu op kleine schaal wat de voordelen dan wel nadelen kunnen zijn van erfpacht en zet dat überhaupt uiteen. De laatste erfpachtconstructie die wij hebben uitgegeven in Dordrecht is van 1968. Met erfpacht kunnen wij namelijk 15 tot 20 procent van de oorspronkelijke verkoopprijs naar beneden halen. Er komt een canon. Het wil niet zeggen dat we het wegstrepen, maar het biedt de kopers de gelegenheid om op termijn hun grond te kopen. Juist voor starters is het interessant, omdat het aannemelijk is dat hun inkomen omhooggaat in de loop van de jaren. Ik kan er nog heel veel meer over praten. Ik zie al handbewegingen van de voorzitter. Ik hou ermee op, maar ik kijk vooral de raads- en commissieleden aan. De voorzitter: Het is niet dat ik het u niet gun of zo, maar we moeten met elkaar het uur verdelen. Voor iemand van wie het niet het idee is, bent u toch wel behoorlijk een pleidooi aan het voeren, denk ik. Wie mag ik het woord geven om vragen te stellen aan een van de indieners of om al een mening te geven, een reflectie, op de ingediende moties? Ik zie al heel wat mensen die wel los willen gaan. Mijnheer Hoogduijn van D66. De heer Hoogduijn: Dank u wel, voorzitter. Gelijk ook een vraag richting mijnheer Gündogdu, want in de motie wordt onder andere bijvoorbeeld opgeroepen tot een pilot voor erfpacht.

Ik ben heel benieuwd hoe een pilot voor erfpacht eruitziet. Dat loopt volgens mij namelijk over een aantal jaren en decennia zelfs. Hoe moet zo'n pilot er dan uitzien? Ik ben benieuwd naar hoe u dat ziet. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu van Op Ons Eiland. De heer Gündogdu: Voorzitter, het is niet zozeer een pilot voor een x-aantal maanden of jaren. De gedachte bij dit dictum is een pilot voor een van de opgaven, we hebben heel veel woningbouwambities her en der in de stad, om bij in ieder geval een of een aantal van die opgaven de erfpachtconstructie in te zetten en op basis daarvan juist te achterhalen van, wat zijn de kinderziektes, waar lopen de kopers dan wel de gemeente tegenaan? Op basis daarvan kunnen we er lering uit trekken voor toekomstige erfpachtconstructies. De voorzitter: Dat is voor nu het antwoord. Dan ga ik naar mijnheer Hartmeijer van de Socialistische Partij. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik heb een vraag aan PRO, Groenlinks PvdA nog, geloof ik. Het is echt verwarrend, want op de motie staat PRO. De motie over de Stadswerven is een motie over een specifieke locatie. Nu is er al recent een ontwikkelaar afgehaakt om daar te ontwikkelen. Heeft de partij ook overwogen om in de motie op te nemen dat de grond niet verpacht of niet verkocht wordt, maar in gemeentehanden blijft. Is dat een optie? De voorzitter: Mijnheer Pauwels van GroenLinks-PvdA.

5 De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. Dat hebben we niet overwogen, maar dat zou prima kunnen. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann van de VVD. De heer Kuhlmann: Dan een vervolgvraag. Als ik het goed begrepen heb, stelt GroenLinks-PvdA in de motie rondom Stadswerven voor om op een specifieke locatie, de punt van Stadswerven, waar nu de hondenuitlaatplek is, een grote torenflat te bouwen of iets groots met appartementen en zo. Dan verbaast me het antwoord dat u een paar seconden eerder gaf, dat de grond ook in eigendom van de gemeente zou kunnen blijven. Zou de gemeente dan zo'n flat moeten bouwen en die dan moeten gaan verhuren of worden het appartementen die verkocht worden en dat de grond die daarbij hoort ook verkocht wordt of sorteert u ook al voor op een soort erfpachtconstructie? Ik ben heel benieuwd hoe ik een en ander met elkaar moet rijmen. De voorzitter: Mijnheer Pauwels, aan u het woord. De heer Pauwels: Goede vraag. We hebben het niet zo complex met allemaal experimentele zaken overwogen. Dat bedoelde ik ook te zeggen tegen mijnheer Hartmeijer, wij willen meegeven dat we denken dat hier meer woningen gerealiseerd kunnen worden dan oorspronkelijk bedoeld is en dat er zelfs ruimte zou zijn voor publieke voorzieningen op de begane grond als wij als raad ertoe bereid zijn om te zeggen, het mag een stukje hoger. We denken dat het heel positief is, zonder nadelen.

We wilden het ook nog niet tot op de letter gaan voorkauwen, juist omdat we denken dat het heel belangrijk is om nu, in deze fase, ook u niet al te veel af te schrikken. De voorzitter: Er zijn nog wat verdere vragen op dit onderwerp. Mevrouw Van Herwijnen van Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Pauwels gaf net antwoord en gaf aan, hoger bouwer heeft geen nadelen. Nu zit er op dat gebied een molenbiotoop. Dit betekent dat er nu met het huidige maaiveld niet hoger gebouwd mag worden dan 24 meter. Ziet u dat niet als een nadeel en hoe staat u daar dan tegenover? De heer Pauwels: Ik kan me voorstellen dat het een nadeel is. Tegelijkertijd is voor ons woningbouw heel belangrijk. Ik weet niet in hoeverre er natuurschade of wat dan ook zou ontstaan in dit geval. Ik denk dat het onderzocht moet worden. In de basis, als wij willen … Iedereen hier heeft mond vol over, we moeten eens iets aan de woningnood doen. Dat zal ook negatieve gevolgen hebben. Ik kan me voorstellen dat er echt wel wat nadelen zijn, maar in dit geval zien wij deze locatie als een uitermate geschikte locatie om wat hoger te bouwen. De voorzitter: Er komen nog wat meer vragen. Mevrouw Van Herwijnen eerst. Zij wilde nog doorvragen. Mevrouw Van Herwijnen: Niet over deze vraag. Ik heb nog een vraag over deze motie.

Mag ik die ook nog stellen aan mijnheer Pauwels? De voorzitter: Dat is goed. Dan gaan we daarna naar mijnheer Hoogduijn. 6 Mevrouw Van Herwijnen: In het omgevingsplan is nu een bepaald bouwvak aangegeven waarbinnen gebouwd zou moeten worden. Ik begrijp uit deze motie dat dit verruimd moet worden in wat nu andere bestemmingen zijn, zoals bijvoorbeeld openbaar gebied en dergelijke, zodat die ook bebouwd zouden kunnen worden. Het betreft een vrij versteende wijk op dit moment. Hoe kijkt u daarnaar om nog meer bebouwing op het openbaar gebied te realiseren? Heeft u daar compensatiemogelijkheden voor vergroening in gedachten? Ik had even die vraag nog aan mijnheer Pauwels. De voorzitter: Mijnheer Pauwels, de verstening en de vergroening. De heer Pauwels: Allereerst zijn we ervan uitgegaan dat het ruimtebeslag hetzelfde blijft, maar dat er alleen hoger gebouwd wordt. Hoe het zit met de mate van vergroening, daar hebben we ons niet over gebogen in deze fase. De voorzitter: We gaan naar mijnheer Hoogduijn. Hij had ook een vraag over deze motie. D66. De heer Hoogduijn: Dank u wel, voorzitter. In de grondhouding sta ik helemaal positief tegenover het uitwerken van een scenario voor verdichting op het punt van de Stadswerven. Ik ben wel benieuwd.

Er wordt ook gevraagd in het dictum om inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn voor een evenwichtige balans in de prijsklasse van het type woningen dat daar dan eventueel zou komen. Is het voor GroenLinks-PvdA een acceptabele uitkomst wanneer het scenario laat blijken, er is daar een project mogelijk dat de hoogte ingaat, maar wel met woningen in een hoge prijsklasse om het te realiseren? De heer Pauwels: Ons uitgangspunt is 30 procent sociale huur bij alle ontwikkelingen. Er zal zeker gekeken moeten worden of dat haalbaar is. Als het al dan niet haalbaar is, dan moeten we die discussie later voeren. Het is primair van belang dat er überhaupt meer woningen komen, maar onze insteek zal dan zeker zijn, 30 procent sociale uur. De voorzitter: Mijnheer Kolkiliç van DENK. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. We hebben vorige week een presentatie gehad over de cijfers met betrekking tot grondbedrijven. Volgens mij zat u ook tijdens die commissie naast mij. Gezien de cijfers is het lastig betaalbare woningen te bouwen op de Stadswerven. Wat is de reden dat u zich specifiek nu op de Stadswerven richt, terwijl GroenLinks-PvdA een partij is die betaalbare woningen wil? De heer Pauwels: Hele terechte vraag. Ons doel is om de woningnood aan te pakken. Dat betekent meer woningen. Tegelijkertijd zien wij dat er veel te weinig betaalbaar gebouwd wordt.

Dat zijn dingen die je op verschillende plekken in de stad moet doen. Dit is nu toevallig een plek waar wij zien, als je wat hoger bouwt, heb je meer woningen, de gemiddelde kosten per woning kan je misschien lager krijgen, je kan zelfs ook nog iets kleiner gaan bouwen en dat leidt tot meer woningen en tot verlichting van de woningnood. 7 De voorzitter: Dan had ik aan mijn linkerkant volgens mij daarnet nog Beter voor Dordt die ook een woordvoering wilde doen of vragen wilde stellen. Nee? Dan heb ik dat … Dan mevrouw Nieuwland van ChristenUnie/SGP. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Wel over de volgende motie. Ik weet niet of dat … De voorzitter: Ja, dat kan. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Ik wil graag nog een vraag stellen. Wel aan GroenLinks-PvdA, maar over de motie Toegankelijkheid bij de wijkuitwerkingen. Daar vroegen wij ons als fractie af wat nu de verandering is ten opzichte van het staande beleid. We hebben namelijk in het mobiliteitsplan ook bewust die toegankelijkheid opgenomen, echt op meerdere plekken. We echt ook bewust die keuze gemaakt dat we rekening moeten houden met fysieke beperkingen, aandacht voor de toegankelijkheid van mensen met mobiliteitsproblematiek enzovoorts. Ik kan zo een aantal bladzijdes noemen. Wat doet dit anders dan we tot nu toe al hebben? De voorzitter: Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter.

Dit is een hele terechte vraag en ook een hele goede. In het mobiliteitsplan komt toegankelijkheid vaak terug, in de plannen van de coalitie komt toegankelijkheid vaak terug. Daar zijn wij heel blij mee. Wat we met deze motie willen doen, is toegankelijkheid niet iets laten zijn dat je een beetje extra doet omdat we het zo belangrijk vinden, maar dat je zegt, dit is een uitgangspunt in hoe wij onze stad gaan ontwerpen en inrichten. Wat deze motie beoogt, is het zwaartepunt meer naar die toegankelijkheid brengen. Wat we daarnaast ook actief voorstellen hier is, neem ervaringsdeskundigen mee in je ontwerpproces. Dat is daadwerkelijk een toevoeging. We willen hier echt expliciet over toegankelijkheid geïnformeerd worden. Het is niet een van de vele ambities die wij allemaal hebben, maar het is iets waar ervaringsdeskundigen meegenomen moeten worden, waarover gerapporteerd wordt en wat een uitgangspunt is in hoe we onze stad ontwerpen, zodat over een tijdje de hele stad toegankelijk is. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann heeft over de motie ook een vraag.

De heer Kuhlmann: In het verlengde van de vraag van mevrouw Nieuwland, begrijp ik het goed uit het antwoord van mijnheer Pauwels dat GroenLinks-PvdA met deze motie de lat echt een stuk hoger legt dan die tot nu toe is en dat er dan misschien, om het maar een naam te geven, een soort van Bootsman-norm wordt gecreëerd die wel erg streng is op dit vlak? Hoe hoog wordt de lat dan gelegd? Begrijp ik het goed dat echt wel een ambitieuzere en hogere lat is dan het bestaande beleid? De voorzitter: We gaan het vanaf nu hebben over een hoge norm. Het woord is aan mijnheer Pauwels. 8 De heer Pauwels: Het gaat om focus, meer focus op toegankelijkheid. We zien in de praktijk dat het nog heel vaak misgaat, omdat er in het ontwerpproces te weinig rekening mee wordt gehouden, ervaringsdeskundigen weinig, niet of laat betrokken worden, omdat er ook niet over gerapporteerd wordt. We hebben hier niet een hele harde norm als in, zoveel straten moeten toegankelijk zijn. We zeggen, het wordt een uitgangspunt in het ontwerpen van onze stad. Dat gaat nu te vaak mis. Ik hoop dat het een antwoord is op de vraag. De voorzitter: U bent wel de pineut vanavond. Het CDA heeft er ook nog een vraag over. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u, voorzitter. Het zat een beetje in dezelfde lijn.

Mijn eerste vraag werd door mevrouw Nieuwland terecht gesteld, wat mist er nu? Ik hoorde nu ook zeggen, er zijn ervaringen waarbij het niet goed gaat. Volgens mij zie ik juist nu heel veel ervaringen voorbijkomen waar het wel goed gaat, dat drempels worden weggenomen. Het woord toegankelijkheid komt heel vaak voor in de mobiliteitsnota. Ik ben echt nog op zoek van, is dan alleen een ervaringsdeskundige aan boord trekken echt wat deze motie beoogt? De voorzitter: Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: We zeggen drie dingen. We nemen toegankelijkheid als uitgangspunt in de wijkuitwerkingen van het mobiliteitsplan. Ik denk dat het een toevoeging is dat je elke keer redeneert vanuit, is dit toegankelijk ja of nee. Dat heeft met focus te maken. Inderdaad, we willen ervaringsdeskundigen en belangenorganisaties meer betrekken. Het gebeurt nu al, maar het kan echt een stuk beter. Dat is waarom we deze motie ook gemaakt hebben. We denken oprecht dat dit een stuk beter kan. We willen ook geïnformeerd worden over wat er gedaan is met toegankelijkheid in de wijkuitwerkingen. De voorzitter: Mijnheer Klerk, CDA. De heer Klerk: Toch een vervolgvraag. Het kan beter, hoor ik dan. Ik vind dat toch niet onderbouwd. Waar gaat het dan niet goed en waar kan het daadwerkelijk beter? Ik ben daar echt naar op zoek. De heer Pauwels: Er zijn nog heel veel plekken in deze stad niet goed toegankelijk.

Dat is de essentie. We hebben niet een meting gedaan of een volledig overzicht van alle plekken die niet toegankelijk zijn, maar we komen nog steeds heel veel plekken tegen die niet toegankelijk zijn. De voorzitter: Een vervolgvraag nog en dan ga ik weer naar de … De heer Klerk: Als ik de mobiliteitsnota goed gelezen heb, en ik heb het er weer eens bij gepakt, zie ik juist dat … We kunnen niet die hele stad in één keer aanpakken, maar juist als we werk met werk maken, als er dingen aangepakt worden, dan is het uitgangspunt, dat staat meermaals in de mobiliteitsnota genoemd, toegankelijkheid. Ik laat me graag op dat punt nog overtuigen en anders is, wat het CDA betreft, deze motie overbodig. De voorzitter: Is dat een vraag of wilt u er nog op reageren, mijnheer Pauwels? 9 De heer Pauwels: In het mobiliteitsplan staan dingen over toegankelijkheid, maar het is geen beleid of gaande praktijk om, als je een ontwerp maakt, nu een ervaringsdeskundigen te betrekken of toegankelijkheid concreet als uitgangspunt te hanteren en daar ons als raad ook over te informeren. Dat zijn daadwerkelijk extra dingen. De voorzitter: Mijnheer Hoogduijn, D66. De heer Hoogduijn: Een simpele vraag, voorzitter.

Dit is weer zo'n motie waar ik het in de grondhouding helemaal mee eens zou kunnen zijn, maar ik begrijp niet waarom GroenLinks-PvdA zich beperkt tot, ongelukkige woordkeuze, waarom alleen mensen met een beperking hierin worden opgenomen. Toegankelijkheid is in mijn optiek veel breder dan enkel mensen met een beperking. Het gaat ook over oudere mensen, moeders met kinderwagens en noem maar op. Waarom enkel en alleen mensen met een beperking? De heer Pauwels: Dat is ook niet hoe wij het hebben ingestoken. Wij vinden dat de stad toegankelijk moet zijn voor iedereen, ook voor mensen die dement zijn geworden, voor mensen ... Dit is een heel breed onderwerp en zeker niet beperkt tot een kleine doelgroep die mijnheer Hoogduijn van D66 net noemt. De voorzitter: Een vervolgvraag. De heer Hoogduijn: Wordt dit dan aangepast in de motie? Daar staat nu wel expliciet enkel mensen met een beperking. De heer Pauwels: Als dat zo is, dan passen we het aan, maar in mijn beleving is het wel degelijk de brede correcte definitie. Dat gaan we even dubbelchecken. De voorzitter: Ik wil u ook erop wijzen dat er meer moties zijn. Er zijn over drie moties al wat vragen gesteld. We kunnen misschien nog naar anderen. Mijnheer Kuhlmann, VVD. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter.

De motie van de Socialistische Partij voor wat betreft een gemeentelijk woningbedrijf, ik begreep, als ik goed geluisterd heb naar mijnheer Hartmeijer, dat de motivatie daarbij ook is om een stok achter de deur te hebben richting de bestaande woningbouwcorporaties, voorzitter. In dat verband ben ik benieuwd, als we nu eens gespecialiseerde woningbouwcorporaties aan onze stad zouden verbinden en die uitnodigen, zodat het aanbod wat groter wordt, bijvoorbeeld corporaties gericht op studenten of ouderen, hoe kijkt mijnheer Hartmeijer daarnaar? De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer, hoe kijkt u naar de alternatieven? De heer Hartmeijer: We hebben het ingestoken als een hele brede verkenning. Dat soort initiatieven lijken mij zeer welkom. Wellicht gaan zij zo veel bouwen, en ook zo veel bouwen naar behoefte, dat zo'n gemeentelijk woningbedrijf in de studie die wij voorstellen helemaal niet meer nodig is, maar dat moet blijken in een verdere verkenning. Wij hebben het heel open ingestoken. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. 10 De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Wat dat betreft heb ik goed nieuws voor mijnheer Hartmeijer, omdat exact die afspraak om gespecialiseerde woningbouwcorporaties aan onze stad te binden, zoals corporaties gericht op studenten en ouderen, is afgesproken in het coalitieakkoord.

Wellicht dat die stok achter de deur al veel dichterbij is dan u misschien eerder dacht. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven over een of meer van de moties? Mijnheer Klerk, CDA. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb over twee moties een aantal vragen. Allereerst een vraag die gaat over de motie van GroenLinks-PvdA, over de hoge ambities van Dordrecht en het stuk grond op de Stadswerven. Om het plan binnen enkele weken uit te werken vind ik erg ambitieus, maar daar ga ik niet over. We vragen ons wel af, en dat is misschien eerder een vraag aan het college, wat kan er nog wel? De zorg in de derde overweging delen we namelijk wel, het feit dat dit nu teruggegeven is, wat komt er hier aan projecten nog in de vertraging en waar kan er nog wel wat gedaan worden? Dat bepaalt dan ook mede in hoeverre we die motie goed genoeg vinden. Dan een andere vraag. Die is aan mijnheer Gündogdu, denk ik. Ik heb het er niet bijgeschreven, maar het gaat over de erfpacht. Ik zie een duim omhooggaan. In het verleden, en ook in andere gemeenten, zie je dat de voordelen van erfpacht niet echt zichtbaar zijn. In de praktijk is het vaak ook wel een tijdelijk effect.

Als de woningprijs omlaaggaat, omdat een woning via een erfpachtconstructie wordt verkocht, zie je dat het een relatief kort effect heeft, omdat daarna de marktwerking zijn werk doet en de prijzen toch weer omhooggaan en uiteindelijk het prijsverschil heel klein is. Dat zie je in de praktijk ook wel in het verleden gebeuren. Hoe ziet mijnheer Gündogdu dat? De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, wat mijnheer Klerk aangeeft, dat is ten dele waar. We weten inmiddels dat er veel steden in het land zijn waar erfpacht heel wat jaren geleden is ingevoerd, zelfs tot problemen heeft geleid. Rotterdam is een aantal keren behoorlijk in het nieuws gekomen. Dat is juist de oproep die wij doen, erfpacht kent in beginsel een enorm voordeel voor de doelgroep die wij graag willen bedienen, maar dit betekent ook dat de rol van de gemeente daar niet ophoudt. Het betekent wel dat je de kopers van erfpacht, althans, de geïnteresseerden, ook heel goed uitlegt wat de voor- en nadelen zijn, zodat mensen goed weten waar ze in stappen. Er zijn in diverse gemeenten in dit land ook nieuwe erfpachtconstructies, waarbij juist vanuit het verleden opgedane ervaring is meegenomen. Dat is de opdracht die we aan het college willen meegeven.

Erfpacht heeft zo zijn voor- en nadelen, eerlijk is eerlijk, maar omdat we zo veel ervaring hebben opgedaan vanuit andere steden, kunnen we al die ervaringen gaan bundelen ten behoeve van onze Dordtenaren die wij graag willen bedienen. Het wil niet zeggen dat de nadelen daarmee ook direct zijn weggestreept. Dat is dan juist de rol vanuit de gemeente om, wederom, we vallen in herhaling, de geïnteresseerden heel goed te begeleiden in dit proces. De voorzitter: Er zijn er nu een paar. U heeft nog een doorvraag op uw eigen vraag, mijnheer Klerk? 11 De heer Klerk: Dat is de laatste, voorzitter. Althans, met betrekking tot deze motie. Ook in lijn met wat mijnheer Hoogduijn eerder aangaf, juist transacties in onroerend goed zijn vaak langetermijntransacties, langetermijnverplichtingen die je aangaat. Als je dan zegt, we gaan lessons learned bundelen … Mevrouw Koene is wel een gemis. Ik mag weer Engelse woorden gebruiken, maar ik ben er helemaal niet meer goed in. De voorzitter: We gaan iets doen met wat we geleerd hebben. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. We gaan dan iets doen waarbij er heel veel slechte ervaringen zijn om te kijken of iets wat niet helemaal lekker werkt toch misschien wel ergens lekker kan gaan werken. Ik vind dat nogal en groot experiment. De heer Gündogdu: Voorzitter, toch even een correctie. We gaan niet fouten uit het verleden weer uitvinden.

Dat gaan we niet doen. Er zijn gemeenten in het land, vandaar dat ik ook even refereerde aan hoogleraar Boelhouwer die als expert wordt ingehuurd door vele gemeenten en corporaties, waar alle lessons learned vanuit het verleden goed in beeld zijn. Die fouten gaan we niet meer maken. Er zijn heel veel gemeenten die de nieuwe erfpachtconstructies juist omarmen en daarmee aan de slag gaan. We gaan niet opnieuw de fout maken die in het verleden is gemaakt. De voorzitter: Er zijn nog wat vragen over deze motie. Mijnheer Kuhlmann van de VVD. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik hoor mijnheer Gündogdu zeggen van, we gaan niet de fouten uit het verleden herhalen. Dan ben ik toch benieuwd hoe hij het volgende beoordeelt, een wezen eigenschap van erfpacht is dat je tot in de eeuwigheid de erfpachtcanon hebt. Kort gezegd, degene die zo’n huis koopt moet altijd de erfpachthouder, de gemeente, betalen. De canon wordt om de zoveel tijd weer opnieuw vastgesteld. Dat zie je in Rotterdam, Den Haag, Amsterdam. Elke keer als het wordt bijgesteld, zie je enorm veel discussie. Dat nadeel blijft bestaan, hoe innovatief je ook doet. Bij erfpacht hoort nu eenmaal zo’n erfpachtcanon.

De voorzitter: Uw vraag? De heer Kuhlmann: Ziet mijnheer Gündogdu dat? Als hij de nadelen ziet, bekend is met de nadelen die je in het land ziet, waarom denkt hij dan dat het voor Dordrecht slim zou zijn om zoiets te introduceren? De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, we zijn in Dordt slimmer. Hoe? De heer Gündogdu: Voorzitter, in Dordt zijn wij slimmer. Al de gemeenten die fouten in het verleden hebben begaan, dat hoeven wij niet te doen. Voorzitter, laat ik met het volgende beginnen, ik heb dat zojuist ook aangegeven, erfpacht heeft ook zijn nadelen. Canon is daar een van. Het is uiteraard een leenovereenkomst van een stukje grond, maar op basis van al die kennis uit het verleden van diverse steden is er inmiddels zoveel kennis en ervaring opgebouwd, dat er juist op dit moment steden zijn in Nederland die erfpacht herintroduceren. Sterker nog, mijn oproep zou richting het college zijn, nodig deze hoogleraar eens een keertje uit om ons vanuit zijn visie toe te lichten over wat de voor- en nadelen zijn van erfpacht, zodat we daar een keer het gesprek over aan kunnen gaan. Mijn oproep is, het college wil dat niet omarmen … 12 De voorzitter: We gaan straks vragen aan het college om er even op te reflecteren. U begint dingen te herhalen. Ik ga even naar de volgende vraag. Mijnheer Hoogduijn, D66, ook over deze motie volgens mij of niet? De heer Hoogduijn: Dank u wel, voorzitter.

Het is alleen wel een beetje in het verlengde van wat mijnheer Kuhlmann zei, want als liberaal vind ik erfpacht een waanzinnig goed idee als het werkt. Mijnheer Gündogdu refereert aan fouten uit het verleden waar we van leren en hedendaags voorbeelden waar het goed werkt. Ik ken hedendaagse voorbeelden waar dit echt helemaal niet goed werkt of waar het een tijdje goed werkt, bijvoorbeeld Amsterdam, en waar nu de kosten de pan uitstijgen. Ik ben heel benieuwd naar de voorbeelden van mijnheer Gündogdu. De voorzitter: Een goed voorbeeld. De heer Gündogdu: Voorzitter, de voorbeelden uit Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zijn erfpachtconstructies die in de jaren ’50, ’60, ‘70 zijn opgesteld. Je kan tijdens een wedstrijd niet de regels veranderen. Dat dit leidt tot problemen, ben ik met u eens. In Rotterdam, daar heb ik zojuist aan gerefereerd, is dat zo. Inmiddels is er, op basis van al die fouten, zo veel ervaring opgedaan, dat juist nu bijvoorbeeld gemeenten als Aalsmeer erfpacht in de nieuwe vorm omarmen. De oproep van ons is dan ook, we hebben een motie, we willen het graag op de agenda zitten. Het college heeft al eerder gezegd, daar beginnen we niet aan. Dit is een hulpmiddel richting het college. Ook vanuit onze raad kunnen we wellicht onze inwoners juist met dit instrument bedienen.

Als ik niet kan overtuigen, is mijn oproep, we hebben een professor Boelhouwer, de kenner van erfpachtconstructies in het land, hij volgt dat ook allemaal op de voet, nodig hem een keertje uit, zodat hij uw vragen kan beantwoorden. De voorzitter: Mijnheer Pauwels van GroenLinks-PvdA. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. Ik heb een vraag aan mijnheer Hoogduijn van D66. Mag dat? Bijna iedereen die hier zit, zit bij een partij die in de verkiezingstijd heeft gezegd, we gaan alles doen om de woningnood op te lossen. Nu is er een innovatief idee waarbij iemand die erop gestudeerd heeft zegt, dat zou best kansrijk kunnen zijn, waarom zouden we dat niet proberen en waar komt deze conservatieve houding vandaan? De voorzitter: Mijnheer Hoogduijn. De heer Hoogduijn: Dank u wel, voorzitter. Ik heb aangegeven dat ik als liberaal in principe tegen erfpacht heel positief sta, want ik vind het een waanzinnig goed idee als het werkt. Ik zie erfpacht nu niet per se als een innovatieve nieuwe vorm. Integendeel, dit soort constructies bestaan al heel lang. Zoals mijnheer Gündogdu heel goed aangeeft, ook in het verleden hebben deze constructies niet goed gewerkt. Ik hoorde mijnheer Gündogdu ook bijvoorbeeld zeggen over Amsterdam dat het constructies zijn uit de jaren ’50, ‘60 en ’70. Dat is niet zo.

In Amsterdam is het recentelijk opnieuw uitgeprobeerd en daarvan blijkt nu dat juist die kosten van de canon, waar mijnheer Kuhlmann ook aan refereert, ontzettend aan het stijgen zijn. Ik probeer te denken in wat werkt en dat vind ik geen conservatieve houding. 13 De voorzitter: Ik stel voor dat we naar een reflectie van het college gaan, tenzij er nog hele brandende vragen zijn aan een van de andere raadsleden. Mijnheer Kuhlmann heeft dat en dit kan hij heel kort verwoorden. De heer Kuhlmann: Voor wat betreft de motie M6, de alternatieve route naar de Kerkeplaat, uiteraard in verband met de werkzaamheden aan de Papendrechtsebrug, de zorgen over het verkeer delen we. Vandaar waardering voor de motie van Beter voor Dordt. Toch even wat scherper, voor welke doelgroep is dit bedoeld? Als het gaat om mensen die met de auto van Dordt naar Papendrecht gaan of verder, dan gaan zij over de rijkswegen en niet via de fietserspont. Mensen die met het openbaar vervoer gaan, zullen doorgaans via een andere route gaan en meestal beschikken over enige vorm van mobiliteit. Op het moment dat je dit niet hebt, kom je bij de Drechthopper terecht. De karretjes en de parkeerplaats, ik begrijp de motivatie erachter, maar voor wie is het nu bedoeld? De voorzitter: Mijnheer Lindner, Beter voor Dordt.

Mevrouw Lindner: Wij zijn zelf gaan kijken en de afstand van de bushalte tot aan de veerpont is 700 meter. Voor sommige mensen is dat niet te belopen. Wij dat er een alternatief moet komen om die mensen wel de mogelijkheid te kunnen geven om in ieder geval de pont te bereiken voor als ze naar bijvoorbeeld Papendrecht moeten. De voorzitter: Voor mensen die slecht ter been zijn om dan een alternatief te hebben? Mevrouw Lindner: Precies. De voorzitter: We gaan naar de reflectie van het college op alle zes de moties. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, ik weet niet of u een volgorde daarin wil hanteren, maar anders begin ik met die van de Kerkeplaat. Ik heb daar inderdaad ook al een en ander over gezegd. Ik vind de vraag van mijnheer Kuhlmann wel een terechte. In algemene zin proberen we daar het autoverkeer echt te ontmoedigen, omdat we anders bang zijn dat daar eerder een opstopping ontstaat dan een oplossing. Voor het overige is de pont vooral heel geschikt voor mensen die met een fiets naar de overkant gaan. Als je lopend gaat, dan ben je aan de overkant en dan ben je aan de overkant. Dan kun je op zijn best een deelfiets pakken, maar dan vraag ik me af waarom je niet met een deelfiets naar de pont gaat.

Als je met de bus gaat, heb ik de vorige keer ook uitgelegd, kun je echt het beste doorrijden naar het treinstation, de trein pakken en naar de overkant gaan. Dat is wat ik daar nu even over wil zeggen. Voorzitter, dan kom ik op de motie over de toegankelijkheid wijkuitwerkingen. Daar is al best wel veel over gezegd, ook veel wat ik er zelf over zou willen zeggen. Inclusieve en toegankelijke stad, dat is een van de kernuitgangspunten in het Mobiliteitsplan 2040. Om dit er dan nog een soort overheen te doen, voelt een beetje als iets overdoen wat er de facto al in staat. De uitgangspunten sluiten ook aan bij weer een ander beleidsstuk dat gaat over inclusieve en toegankelijke stad. Ik zeg het even in mijn eigen woorden. Vanuit die optiek zou het college dit overbodig willen noemen of willen ontraden, omdat we echt van plan zijn om dit een onderdeel te laten zijn van beleid. Daar wil ik wel aan toevoegen, als we die wijkuitwerkingen maken, dan is het op dat moment, daar moeten we heel eerlijk zijn, 14 papier. Er is helemaal niet genoeg geld om te denken, dan gaan we in een soort masterplan hele wijken opnieuw aanleggen. Dat kan helemaal niet. Als het plan of beleid er is, dan zullen we de urgentste knelpunten proberen zo snel mogelijk op te lossen met het geld dat er is. Er is in het coalitieakkoord ook wat extra geld voor vrijgemaakt.

Voor het overige geldt het dan, voor de jaren daarna, als het uitgangspunt voor wanneer er werkzaamheden zijn, als er een riool moet worden vervangen of wat dan ook. Dat is misschien even wat ik daar nu over zeggen wil, voorzitter. Dan heb ik, volgens mij, de moties voor dit blokje gehad. De voorzitter: Mijnheer Pauwels heeft een vraag. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. Als deze motie overbodig zou zijn, kunnen we er dan van uitgaan dat bij het aanleggen, uitvoeren, starten van nieuwe projecten toegankelijkheid een uitgangspunt is, ervaringsdeskundigen geraadpleegd worden en dat wij als raad geïnformeerd worden over de toegankelijkheid, zoals in deze motie staat? Zo niet, dan zouden we graag vernemen hoe wel. De voorzitter: De wethouder. De heer Veldman: Voorzitter, ik begon ermee dat ik zei, in het beleid is dit een uitgangspunt. Vanuit die conclusie of constatering vind ik de kern van de motie overbodig. In hoeverre en hoe intens er wordt samengewerkt met ervaringsdeskundigen, dat weet ik simpelweg op dit moment niet. Over het mobiliteitsplan zelf wordt, is de bedoeling, gerapporteerd, maar we moeten nog beginnen met de eerste wijkuitwerkingen. Althans, dat stuk moet u nog krijgen. Ik zou u vooral ook willen oproepen als u die uitwerking krijgt, heb hier oog voor en toets het college op haar eigen uitgangspunten of de door de raad vastgestelde uitgangspunten.

Dat is het minste wat we met elkaar kunnen doen. De voorzitter: Dan gaan we, denk ik, naar wethouder Burggraaf over de andere vier moties en de vraag van het CDA staat ook nog open. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat ik de vraag van het CDA … Is het aan mij, over deze motie, gesteld? De voorzitter: Wat kan er wel op de Stadswerven? De heer Burggraaf: Daar zal ik op ingaan. Voorzitter, allereerst motie M18 Betaalbaar kopen door inzet van erfpacht. Ik ben daar in de gemeenteraad ook al duidelijk in geweest. Mijnheer Gündogdu zei het zelf ook al, er zijn al aardig wat discussies tussen uw raad en het college geweest. We hebben er ook al een keer een inhoudelijke sessie over gehad in de commissie. In ons standpunt is niets veranderd en het feit dat we dit instrument ontraden. Tegelijkertijd begrijpen we wel de oproep om zo veel mogelijk te doen om te zorgen dat, waar het kan, de woningmarkt betaalbaar is. Motie M28, waarin een aantal regelingen worden genoemd om te verkennen, is er wel een waar we mee bezig zijn in het kader van het te ontwikkelen volkshuisvestingprogramma dat er komt. Nog niet gezegd dat het wordt ingevoerd, maar wel om zo meteen, als we daarmee naar 15 uw raad komen, inzichtelijk te maken, in hoeverre kunnen dat soort instrumenten al dan niet helpen, zijn ze effectief of niet? [AI op telefoon wethouder hoorbaar] Dat klopt helemaal.

Naast mij wordt gezegd dat het erop lijkt dat we een discussie over volkshuisvesting voeren. Dat kan ik bevestigen. Je zou kunnen zeggen, motie M28 is overbodig. De voorzitter: Is het M18? De heer Burggraaf: Nee. M18 ontraadt het college. Dat had ik in de raad ook al meegegeven. De voorzitter: Van DENK is dan M28? De heer Burggraaf: Van DENK. Er is ook een motie M28 van DENK. Die is van DENK. Excuus, van Op Ons Eiland en DENK. Dat wordt al meegenomen in het volkshuisvestingsprogramma. In die zin is de motie niet nodig. Als het door de raad toch in stemming wordt gebracht en niet wordt aangenomen, dan weten we dat we daar het werk niet meer in hoeven te steken. U moet zelf even afwegen hoe u met die motie omgaat. Even kijken. Dan hadden we motie M26 van PRO over de Stadswerven en de punt van de punt, zoals we het noemen. Een van de laatste plekken waar gebouwd kan worden op Stadswerven. Voorzitter, de ambitie om zo effectief en efficiënt mogelijk met ruimte om te gaan, is een hele goede, zeker in deze tijd. Hetgeen waar PRO toe oproept, zal er uiteindelijk toe leiden dat we juist in de vertraging schieten en hier minder snel de gewenste woningen kunnen realiseren, omdat het huidige bestemmingsplan hier feitelijk al het maximale bouwvlak biedt. Een bepaalde afstand van de rivier moet je aanhouden in verband met de veiligheid daar.

Het werd al even genoemd door Partij voor de Dieren dat we ook qua hoogte beperkt zijn door de molenbiotoop die daar zit. In het bestemmingsplan is vastgelegd hoeveel woningen je maximaal kan realiseren. Als je daar nog weer allerlei verkenningen gaat doen, aanpassingen in gaat doen, dan ben je uiteindelijk juist meer tijd kwijt en verwachten we daar verder geen winsten te kunnen behalen. Onze oproep zou zijn, laten we vooral hier zo snel mogelijk, in dezelfde lijn als nu is ingezet, doorgaan, zodat we in ieder geval de grootste kans hebben op zo snel mogelijk woningbouw op die plek. Daarmee onderraden we deze motie. De heer Klerk: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Klerk, CDA. De heer Klerk: Dit punt raakt aan de vraag die ik stelde zojuist. Even of ik het goed begrijp, ik gaf aan dat de derde overweging in de motie, het niet volledig benutten van bouwmogelijkheden op het punt van de Stadswerven kan ertoe leiden dat woningbouwambities van de gemeente tegen vertragingen et cetera oplopen. Als ik de wethouder goed begrijp, zegt hij, als deze motie uitgevoerd wordt, juist dan loopt het vertraging op. Er zijn nog wel genoeg mogelijkheden om de woningbouw op dit punt, binnen wat er al bedacht was, toch voortvarend te laten geschieden? De voorzitter: De wethouder, is die aanname juist? 16 De heer Burggraaf: Het eerste deel klopt.

Het tweede deel van, kunnen we het hiermee snel uitvoeren, is ook even afhankelijk van het feit dat we het weer opnieuw in de markt moeten zetten. Het is in eerste instantie teruggegeven door de ontwikkelcombinatie. Dan kijken we even goed, hoe kunnen we het dan weer goed in de markt zetten om de kans van nieuwe ontwikkeling zo groot mogelijk te maken? Het pleidooi van het college hier is vooral, zorg dat je het doet binnen de randvoorwaarden die al in het bestemmingsplan zijn meegegeven en ga nu niet weer allerlei nieuwe onderzoeken doen, want dat kost allemaal weer tijd. Zoals ik net weer aangaf, zitten we met allerlei bouwvlakken, bouwhoogtes, een maximumaantal woningen. Dat is allemaal op basis van heel uitvoerig onderzoek geweest en op basis waarvan u het bestemmingsplan heeft vastgesteld. Dat zal veel tijd kosten, maar geen resultaat opleveren. De voorzitter: Mijnheer Pauwels heeft hierover een vraag. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. De eerste vraag gaat over vertraging. Het feit dat de ontwikkelaar nu dit project teruggeeft, is op zich al een enorme vertraging. Dat komt omdat de businesscase niet rond te krijgen is.

Zou het niet zo kunnen zijn dat als er meer woningen gerealiseerd kunnen worden op een klein stukje grond, de businesscase aantrekkelijker is? Stel nu dat we het met dit vooruitzicht een paar jaar geleden hadden gedaan, de hoogterestrictie laten varen, misschien dat er wel een businesscase geweest was en was het wel gerealiseerd. Met andere woorden, in hoeverre is het nu wel zeker dat het doorgaat en zou dit tot vertraging leiden? Dan nog een kleine opmerking daarnaast van ons, het idee van de motie is niet per se, we zijn heel erg benieuwd naar een onderzoek. Van ons zou de motie ook kunnen zijn, we laten een aantal extra verdiepingen bijbouwen en dat passen we aan in de plannen. Zou dat wel een oplossing zijn? De voorzitter: Kan het een oplossing zijn om het, hoe noem je dat, omgevingsdingen, bestemmingsplan, aan te passen? De heer Burggraaf: Dat laatste aspect niet. Wat ik aangaf, daar zit al een heel onderzoek achter. Daar zit je ook, nogmaals, met de bouwhoogte in relatie tot de molenbiotoop. Er is een ding waarvan je zou kunnen zeggen, daarmee had je een paar jaar geleden de kans op realisatie kunnen vergroten. Dat is zeggen, het is een heel bepalende plek van de stad, maar we vinden het niet zo belangrijk hoe het eruit komt te zien als er maar een gebouw komt met zo veel mogelijk woningen. Dan was hij eerder tot ontwikkeling gekomen.

Het feit dat het deze plek complex maakt, is dat het een punt is in het ontwikkelgebied, dat het ook bouwtechnisch ingewikkelder maakt om daar te bouwen. Het is qua bouwlogistiek ingewikkeld en het is een zeer beeldbepalende plek waar destijds de raad van heeft gezegd tegen het college, die is zo beeldbepalend voor de stad, dat wij daar extra eisen aan stellen en we willen dat u daar iets van hoge kwaliteit neerzet. Dat maakt het allemaal wel minder eenvoudig. Daarbinnen hebben we vervolgens allerlei slagen gemaakt om te kijken, hoe kunnen we het dan toch zo efficiënt mogelijk maken om de kans van realisatie zo groot mogelijk te maken? Wij hebben nu het idee dat de ontwikkelaar het niet kan realiseren, maar wij hebben nog goede hoop dat de markt, andere marktpartijen, daar wel toe in staat zouden kunnen zijn. Dat is ook de reden dat we hebben gezegd, dan gaan we het weer opnieuw in de markt zetten. 17 De voorzitter: Hierover nog een interruptie. Mijnheer Pauwels.

De heer Pauwels: Als ik de wethouder goed beluister, is de kern van de vraag dan, in hoeverre is de huidige hoogte, zoals het nu in het bestemmingsplan staat, een technische keuze of een politieke afweging? Als het een technische afweging is, we kunnen nu eenmaal niet hoger bouwen, vind ik dat een heel ander verhaal dan wanneer we zeggen, wij als raad vinden het belangrijk dat er meer gebouwd wordt en dat de projectontwikkelaar een betere businesscase heeft, waardoor wij het prima vinden dat er hoger gebouwd wordt. In welke mate is dit een technische of een politieke kwestie? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, het is technisch daar waar het gaat om de molenbiotoop met vrijwaringzones in de ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast is er, in zijn totaliteit voor de Stadswerven, een kwaliteitsplan neergelegd, waarbij je ook kijkt naar, hoe verhouden verschillende hoogtes zich tot elkaar en hoe maakt dat bij elkaar een ensemble die de uitstraling van de Stadswerven hoogwaardig maakt? Dat is uiteindelijk een politieke keus. Je kan ook zeggen van, vinden we niet belangrijk, we vinden het ook prima als het een Oost-Europese uitstraling krijgt en we maken er maar vierkante, rechte gebouwen van, zo hoog mogelijk. Daar kunt u politiek voor kiezen, maar dat zou niet in lijn zijn met de andere ambities die u meegeeft in de omgevingsvisie en eerder rondom Stadswerven.

De voorzitter: Mijnheer Pauwels, ik snap dat u hier barst van de vragen, maar op een motie hebben we nog helemaal niet gereflecteerd. Dat doen we eerst even. Dan kijken we of er nog tijd is. De motie van de SP over het gemeentelijk woningbouwbedrijf. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat ging over het woningbouwbedrijf of woningbedrijf. Ik heb gelezen in het politiek akkoord dat er ook veel aandacht wordt gevraagd voor maatregelen om nog intensiever met de woningcorporaties te gaan samenwerken en om te kijken hoe daar het realisatietempo omhoog kan. Daar ziet het college ook vooral de weg in en niet in het opnieuw zelf oprichten van een gemeentelijk woningbedrijf, want daar zitten ook weer allerlei risico’s aan verbonden, vraagt een enorme investering in je gemeentelijke organisatie. Dat zou, wat ons betreft, vooral zijn, schoenmaker blijf bij je leest en zorg dat je de capaciteit die je hebt vooral op een aantal andere dingen inzet als het gaat om de vergunningverlening, stedenbouwkundige inzet, goede strategische gesprekken en aansturing van de corporaties en niet in het oprichten van weer een eigen gemeentelijk woningbedrijf. Daarmee ontraden we deze motie. De voorzitter: Dan heeft wethouder Veldman nog een toevoeging op wat hij zojuist heeft gezegd en verteld.

De heer Veldman: Voorzitter, een van de elementen in de motie, en dat vroeg mijnheer Pauwels net expliciet nog, is of ervaringsdeskundigen betrokken worden bij de uitvoering van het beleid. Ik had het net even niet scherp, maar het staat wel keurig in mijn voorbereiding, bij de uitwerking van de wijkplannen worden relevante 18 belangenorganisaties en deskundigen, ervaringsdeskundigen, betrokken. Dat wilde ik nog even toevoegen. De voorzitter: Dan mijnheer Pauwels. U mag uw slotvraag nog stellen over de Stadswervenmotie. De heer Pauwels: Begrijp ik de wethouder goed dat een hogere flat per definitie een lelijkere flat is? De voorzitter: Dat is een persoonlijke mening, maar hij spreekt namens het college. Ik ben heel benieuwd. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat hoeft zeker niet zo te zijn. In het geval van de Stadswerven, op de punt, binnen het stedenbouwkundig kader dat er is, is het college er wel van overtuigd dat wat er nu ligt de beste kwaliteit geeft voor de plek daar. Als je daaraan gaat wijzigen, boet het in op de kwaliteit van de Stadswerven. De voorzitter: Ik stel voor dat we naar het eind toewerken van deze vergadering. Ik heb van GroenLinks-PvdA gehoord dat ze een aanpassing overwegen over de motie van de wijkaanpassingen. Er is ook een soort toezegging geweest. Niet een volledige, maar het is aan deze fractie om te bepalen of dat voldoende is of niet.

U heeft verder allerlei informatie ontvangen waarop u uw oordeel kunt baseren. Dat wordt dan 14 juli duidelijk. 14 juli is ook de laatste datum waarop eventueel nog nieuwe moties kunnen worden ingediend. Ik heb ook begrepen dat er nog 1 motie in de maak is van Forum dat bij dit onderwerp hoort. Daar gaan we ook naar uitkijken. Wilt u alles aan flesjes, kopjes enzovoort meenemen naar de pantry? Allemaal bedankt. 3. Geen Wensen en bedenkingen kenbaar maken nieuwbouw Albert Schweitzer ziekenhuis (ASz) - Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Van Vugt-Roose Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Van Dorresteijn (GroenLinks-PvdA) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Hoogduijn (D66) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Pauwels (GroenLinks-PvdA) Dhr. Peters (D66) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Stolk (VSP Dordrecht) 19 Dhr. Verdoorn (Forum voor Democratie) Dhr. Winters (D66) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: mevr. Trompetter De voorzitter: Een goedenavond. Ik open hierbij de volgende commissievergadering over het raadsvoorstel Geen wensen en bedenkingen kenbaar maken inzake nieuwbouw Albert Schweitzer ziekenhuis. Het gaat om een oordeelsvormende vergadering.

Dit is een voortzetting van vorige week volgens mij. Het was vorige week? Niet twee … We hadden zo veel te bespreken met elkaar, dat een voortzetting nodig is. Het college heeft het allemaal aangehoord, alle vragen genoteerd. Het college zal zo dadelijk beginnen met een reflectie op alle vragen. Voordat we daarmee beginnen, wil ik u vragen, met het oog op het verslag, om u allemaal voor te stellen. Begin ik hier links van mij. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Hoogduijn: Emre Hoogduijn, D66. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Winters: Hank Winters, D66. Mevrouw Rutten-Alberts: Saskia Rutten-Alberts, PVV. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Peters: Goof Peters, VSP Dordrecht. Mevrouw Van Dorresteijn: Floor van Dorresteijn, GroenLinks-PvdA. De heer Pauwels: Sam Pauwels, GroenLinks-PvdA. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Verdoorn: Dirk Verdoorn, Forum voor Democratie. 20 De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf namens het college. Mevrouw Trompetter: Manon Trompetter, ambtelijke ondersteuning. De voorzitter: Franciske van Vugt, vanavond uw voorzitter.

De aanleiding, de eerste termijn hebben we gehad, ik herhaal het toch nog even kort, en we zetten dat vandaag voort. Er zijn wat vragen gesteld, niet heel veel. Er is ook een amendement aangekondigd van Beter voor Dordt. Ik kan me voorstellen dat de wethouder nu graag wil reflecteren op wat er is gezegd en besproken. Dan is het woord aan mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Er zit nu inmiddels weer een week tussen uw bijdrage en de reflectie hierop. Als ik even samenvat wat u toen inbracht, dan denk ik dat ik alle vragen zo'n beetje wel raak als ik even een samenvatting geef van hoe het traject is verlopen met betrekking tot het ziekenhuis en hun vraag voor nieuwbouw, en dan specifiek locatie Middenzone, tot het punt waar we nu staan. Het klopt inderdaad, op de Middenzone bij het Gezondheidspark is een woningbouwlocatie in het bestemmingsplan vastgelegd door uw raad. We hebben in de vorige periode op een gegeven moment een discussie gehad met betrekking tot het realiseren van die 720 woningen en in hoeverre daar sociale huurvoorraad in zou kunnen zitten. Dat was toen ook in samenhang, deels, met een discussie over Spuiboulevard. Daar is toen naar voren gekomen dat in plaats van de oorspronkelijke 108 sociale huurwoningen die in totaal op de Middenzone gerealiseerd zou worden, van de 720, het aantal zou worden opgevoerd naar 216 sociale huurwoningen.

Daarmee zit ruim 30 procent van dit programma op het sociale en verder woningen in andere segmenten. Vervolgens is het zo geweest dat het ziekenhuis begin 2025, u heeft ook de tijdslijn gezien, aan de gemeente kenbaar maakt van, wij zijn weer verder in onze verkenning van de noodzakelijke renovatie of vervanging van onze huidige locatie. Zij waren bij een analyse terechtgekomen dat het voor hun noodzakelijk was om tot nieuwbouw over te gaan en niet tot renovatie. Dat heeft u ook allemaal van het ziekenhuis te horen gekregen. Het eerste moment dat het bij ons aan tafel bekend werd, was de reactie, de Middenzone, we snappen dat het een mooie locatie is, maar daar zijn al woningbouwplannen voor. Het is daar niet voor geschikt. Tegelijkertijd wel de constatering dat een ziekenhuisvoorziening in onze stad van enorme toegevoegde waarde is er 1 is die je, richting je bewoners, als voorziening graag zou willen behouden, ook in de werkgelegenheid een grote waarde heeft en een partner is die zich steeds meer ontwikkeld tot 1 waarbij het op alle andere beleidsmatige doelstellingen in het sociale domein een goede partner zou kunnen zijn. Tegelijkertijd hebben we toen ook gezegd van, we willen graag met u kijken naar hoe we dan wel een plek kunnen aanbieden in Dordrecht. Daar zijn toen 17 locaties in beeld geweest.

We zijn via gezamenlijke werkateliers gaan kijken van, in hoeverre zou het op 1 van die locaties mogelijk kunnen zijn? Tijdens die zoektocht, want dat was de vraag, in hoeverre is de raad op tijd geïnformeerd, hebben we een keer in de raad een bespreking gehad over een update van de grex, de grondexploitatie. Op dat moment zaten we nog in het traject waarbij we de locatie van de Middenzone volledig voor de woningbouw wilden inzetten en overtuigd waren dat uit de verkenning van andere locaties een andere plek gevonden zou kunnen worden. Dat bleek vervolgens, in die ronde, uiteindelijk toch niet op andere locaties haalbaar, om allerlei goede redenen. Nogmaals, dat is echt uitvoerig bekeken. Het is niet van, deze plek staat me beter aan of niet. 21 Het ging echt om plekken die qua veiligheidsnormen niet goed voldeden, in de tijd daarvoor niet geschikt waren, in de bereikbaarheid niet goed waren et cetera. Toen zijn we op een gegeven moment een stap verder gegaan op de Middenzone, maar nog steeds met het uitgangspunt om in fase 1 nog wel de woningen te kunnen realiseren. Ook dat bleek vervolgens niet haalbaar te zijn. We hebben u daar als raad in oktober ’25 in meegenomen, dat dit een nieuwe realiteit was en we toch naar de Middenzone voor de vestiging van het ziekenhuis moesten kijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1157/documents/50599