2.5 2026.03.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
Maar de hoofdfocus van de leeraanpak is de ondiepe funderingen, juist vanwege het nieuwe van de problematiek. In Dordrecht bijvoorbeeld is er interactie tussen de verschillende typen funderingen. Als je over maatregelen gaat nadenken, moet je heel goed nadenken, als ik hier iets ga doen voor een ondiepe fundering, heeft dat dan geen negatieve gevolgen voor woningen op een paalfundering? Daar gaan we zeker in de praktijk tegenaanlopen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik bedoel meer hoe de financiering is gedaan bij de paalrot.
20
De heer Gersonius: De ervaringen? Sorry, ik had uw vraag verkeerd begrepen. Die ervaringen nemen we zeker mee. We hebben alle collega’s al bij elkaar geroepen die betrokken waren bij de paalrotaanpak. Wat kunnen we nu al leren van jullie ervaringen? Dat zullen we zeker blijven doen. De heer Takens: Mag ik daar een ding op zeggen, misschien? De voorzitter: Uiteraard. De heer Takens: Dat proberen we ook te doen. Zo meteen komt het wel. We zijn hiermee begonnen en we hebben ons hier al in verdiept. Wat we al vrij snel wel constateerden, ook samen met het ministerie, en daarom zijn we nu onder de titel gebiedsgerichte leeraanpak bezig om te kijken, hoe kunnen we ons verhouden tot dit probleem en wat zouden we daaraan kunnen doen, is dat het probleem maar ook de mogelijke oplossingsrichtingen en de handelingsperspectieven heel erg anders zijn. Je ziet vaak bij de houten paalfunderingen dat je al dan niet met de buren met de mandelige muren, de gedeelde muren, tot een aanpak komen. Dan moet iedereen wel meedoen. Daar hebben we jaren procesondersteuning en financiering voor gegeven. Dan kun je daar een nieuwe fundering op zetten. Heb je het probleem uit de wereld geholpen. Hier zie je dat je een heel lastig probleem te tackelen hebt waarin een hele straat allemaal hele kleine huizen zonder een fundering heeft die langzamerhand tegen het grondwater aan gaan liggen.
Wat moet je doen? Als de ene buurman denkt, ik ga mijn huis verstevigen, ik ga daar een fundering op zetten en ik ga ook nog mijn pand optillen, dat is technisch misschien allemaal mogelijk, dan heeft het heel veel consequenties voor de panden daarnaast. Daarom hebben we het over gebiedsgerichte aanpak, een leeraanpak. De manier waarop we tot oplossingen moeten komen, moeten we opnieuw een beetje uitvinden. Dat is het grote verschil. We kunnen daar zeker heel veel van leren, maar het grote verschil is dat je daar een concreet bouwkundig perspectief hebt. Hier is dat ingewikkelder en moet je het integraler gaan doen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter, kan ik het zien alsof de huizen verzuipen? De heer Takens: Verzuipen is een beetje overdreven. Aan de andere kant, mevrouw Kelder heeft vorige keer een presentatie gehouden, het is een hele nuttige vraag namelijk, en daarbij het voorbeeld gegeven van een oudere vrouw die woont in een van die kleinere arbeiderswoningen in zo’n straat waarin het allemaal speelt en, zoals Berry zei, de kuilproblematiek heeft. Die mevrouw heeft wel meerdere malen water over de vloer gehad en is bejaard. Ze heeft de vloerbedekking eruit gehaald, want wat moet je met vloerbedekking als je begane grond om de drie jaar blank staat? Dat is best wel vaak. Ze heeft dan plavuizen op de vloer en dat is koud.
Daar heeft ze kleden overheen gelegd en daar is ze over gevallen. De voorzitter: Kunt u het misschien kort samenvatten? De heer Takens: Ja. Het is een beetje gechargeerd zoals u het zegt, maar er zijn situaties waarin je dit wel kunt zeggen. Het water staat letterlijk tot aan de lippen van mensen.
21
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Dam Timmers. Ik heb nog twee vragen die gesteld willen worden. De heer Van Dam Timmers: Eigenlijk een verhelderende vraag. U vertelt al heel veel technische inzichten die allemaal bekend zijn. Dan vraag ik me nog een beetje af, als heel veel van die technische inzichten al bekend zijn, waarom noemen we het dan nog steeds een leeraanpak? Dat is het toch een plan van aanpak dat je aan het schrijven bent? De heer Gersonius: Het probleem is juist dat er op dit moment geen goed handelingsperspectief is. Dat is de leer aanpak. Dat het handelingsperspectief er niet is, komt grotendeels door een onrendabele top. We spreken hier over woningen die vaak, ik weet niet exact, maar 2, 3 ton waard, daartussenin. Als je gaat kijken naar wat de oplossingen kosten, het aanpakken van de funderingen kost vaak al 1 ton. Je hebt die stapeling van opgaven. Je hebt ook de isolatieopgave. Dat kan ook zomaar 30.000 of meer zijn als je nog achterstallig onderhoud hebt. Het feit dat er geen handelingsperspectief is, maakt het de leeropgave. Daar zit ook de moeilijkheid. Het voorstel in de leeraanpak is om met bewoners in gesprek te gaan, wetende dat er op dit moment niet een zicht is op een handelingsperspectief. Daar hebben verschillende partijen een rol in.
Die huizen zijn nu meer waard in de markt dan dat ze waard zijn op basis van de technische staat van de woningen. Er zitten heel veel barrières die we moeten wegnemen met elkaar. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Dat ging over het leren. Dan met name over het leren uit het verleden. De techniek nu is anders, de technische uitdaging is anders. Maar het moeilijkste, namelijk het mobiliseren van alle bewoners en zorgen dat het betaald wordt, zorgen dat er voldoende participatie is, daar ligt in onze optiek de grootste uitdaging. We hebben begrepen dat de paalaanpak in het verleden op dat vlak juist heel goed gewerkt heeft. In hoeverre heeft u op dat vlak het verleden meegenomen? De heer Gersonius: Absoluut. Ik denk dat ik me helemaal aansluit bij wat u zegt. Daar zit een hele grote uitdaging. Die ervaringen nemen zeker mee. Maar ook daar zit nog wel een leercomponent. De ervaringen uit het verleden en hoe we zoiets aanpakken dat we bewoners gemotiveerd krijgen en dat het initiatief vanuit hen komt … We willen als gemeente vooral naast de bewoners gaan staan. Hoe doen we dat goed? Die ervaringen nemen zeker mee. Ik denk dat die ervaringen nu landelijk zijn doorgegroeid in het KCAF vanuit de ervaring in Dordrecht. Daar onderhouden we nog steeds nauwe samenwerking mee. De voorzitter: Gaat u verder. Ik wil voorstellen dat u even uw verhaal afmaakt.
Ik heb even gespiekt bij de drie lijnen en daar komen dit soort vragen in terug. De heer Gersonius: Dit zijn de drie vragen die we landelijk willen beantwoorden, in het landelijk spoor. Soortgelijke vragen komen terug in de Dordtse aanpak. Belangrijk is dat we vertrekken vanuit plaatje van de hele stad. Wat ik al toelichtte in het begin, we weten waar de woningen zitten. We willen vooral zicht krijgen op waar de meeste urgentie zit.
22
Welke woningen zijn als eerst kwetsbaar? Kunnen we zicht krijgen? Dat kunnen we. Waar zit dan die stapeling van opgaven en welke opgaven spelen nog meer? Vanuit die stapeling van opgaven toeredeneren naar een langetermijnstrategie. Wat pak je eerst aan, waar zitten verschillen als het gaat over de typen opgaven, waar kun je wel of niet meeliften met verdichting bijvoorbeeld van de stad? Dat moet uiteindelijk uitmonden in een langetermijnstrategie. Bij de meest urgente plekken is het, het idee om de buurt in te gaan en in de praktijk te kijken naar wat haalbaar is. Zowel qua technische oplossingen, maar ook in hoe je bewoners meekrijgt en tegen welke valkuilen je dan aanloopt. Wat zijn ook best practice ervaringen, inclusief vanuit het verleden? Als we in de buurt aan de slag gaan, dan zullen we ertegenaan lopen dat we, om die handelingsperspectieven te bieden, nieuwe instrumenten nodig hebben, financiële arrangementen, juridische instrumenten. Dat kunnen zeker instrumenten zijn die we in het verleden al in Dordrecht gebruikt hebben. Ook communicatief of participatie daaromheen. Hoe zetten we bewoners in de lead? Daarbij leren we van andere steden. Heel kort, van Rotterdam kunnen we bijvoorbeeld leren over de bloksgewijze aanpak. Zij kijken naar twee bouwblokken. een blok sloop-nieuwbouw en een ander blok grootschalige renovatie.
Belangrijk verschil daar is dat het in Rotterdam vooral corporatiebezit is. De participatieaanpak keukentafelgesprekken zoals Emmen het doet. Wij hebben eenzelfde type aanpak voor ogen. Van Arnhem kunnen we leren van de stadsbrede analyse die zij gaan doen. In Zaanstad speelt ook de stapeling van opgaven. Het interessante van Zaanstad is dat ze een aantal van die woningen met ondiepe funderingen hebben aangepakt. Daar kunnen we van leren. Ronnie neemt het stokje over. De voorzitter: Dank u wel voor deze toelichting. Dan krijgen we nu mijnheer Takens. De heer Takens: Dank u wel. Dank u wel, Berry. Ik ga nu even in op de leeraanpak Dordrecht, zoals we die in ieder geval nu een beetje aan het uitdenken zijn met ons ambtelijk integraal team. De opmerking van mijnheer Pauwels en de andere vraagsteller van, leer vooral van het eerste, we zijn hier ook om van jullie te horen welke suggesties jullie willen meegeven. Deze dia is heel belangrijk om op te schrijven. Al die kennis en ervaring, gooit dat niet weg, maar steek het in een nieuw jasje en neem het weer mee. Gaan we zeker doen. Verder ook belangrijk, toen we het met het ministerie hadden over wanneer het plan van aanpak moet worden ingediend voor de financiering, zeiden ze, hier heb je een documentje met een aantal boxjes, tip dat aan en dan krijg je een brede doeluitkering om het te doen.
Wij hopen, denken en verwachten dat jullie plan van aanpak iteratief is en dat jullie het nog meerdere malen gaan omgooien, op detail gaan finetunen en aanpassen aan wat je leert gedurende de 3 jaar. Kijk dan na 3 jaar hoe je dat verder kan brengen. Er zit wat overlap in met wat Berry net vertelde. Onze leervragen zijn niet per se heel anders als de andere koplopergemeenten. Wat we willen doen is een stadsbrede langetermijnstrategie en een stadsbrede analyse op die 7.000 woningen zonder fundering, maar ook de verschillende typen van woningen. Ik ga daar zo meteen nog even iets meer op in. Krijgen van handelingsperspectief door instrumenten aan te bieden of door te kijken welke instrumenten kunnen bijdragen aan het in beweging brengen van het vraagstuk. Niet per se het in beweging brengen van ons of van woningeigenaren, maar gezamenlijk richting oplossingen. En op de meest urgente plekken kijken hoe je dat het best aan zou kunnen pakken. Wat kunnen we
23
daarvan leren als we dingen uitdenken en in gesprek gaan met mensen? Er staat heel veel op deze slide. De kern hiervan is dat we zoiets hebben van, we hebben eerst heel algemeen een overzicht nodig van wat er speelt, waar dat speelt, maar ook van wat voor soort woningen, woningtypes en woningeigenaren er zijn. Iemand met een hele grote woning op een dijk heeft wellicht een heel ander vraagstuk dan iemand met een kleine woning in Krispijn, waar in straat 50 van dat soort woningen naast elkaar staan. Zo proberen we daar doorheen te gaan. Dat geeft ook sturing aan wat we verder willen doen. Mevrouw Kruger gaf het al aan, het is best een beetje complex. Als je hier vragen over hebt, dan kan dat nu. Mijnheer Groenewege. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Takens: Via de voorzitter, zeggen ze dan altijd. De heer Groenewege: Een beetje ruzie over wie de voorzitter is hier. Ook wel grappig. Is die strategie bijvoorbeeld ook een visie op, in deze wijk doen we sloop-nieuwbouw en hier gaan we juist opkrikken en funderingen verbeteren? Dat geeft natuurlijk ook perspectief voor bewoners van eraan zit te komen. Bij de warmtetransitie poogt de gemeente dat te doen, om iedere wijk een overzicht te geven van, deze warmteoplossing komt er voor uw huis aan.
Komt dat perspectief er ook voor bewoners op dit vlak? De heer Takens: Wat ik net al zei, ook richting mijnheer Pauwels, we zijn hier om suggesties mee te nemen en te kijken, is dit wat we hieronder moeten verstaan? Ik denk dat het heel goed is om deze suggestie mee te nemen en te kijken hoe het zit. Ik had het zelf ook in mijn hoofd. Lijkt dit dan op de warmtetransitievisie per buurt of zit het nog een stapje hoger waarin je meer kijkt naar typologieën van woningen en bewoners en wat daar dan een logische oplossing voor is? Vertaal je dat niet direct naar je buurten of doe je dat wel? Misschien is het een tweetrapsraket. Ik denk dat het wel een logische mogelijkheid kan zijn. De voorzitter: Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Jullie begonnen met zo'n heel mooi plaatje met verschillende gebieden in Dordt, van lichtblauw tot donkerblauw. Ik zie dat hier niet direct in terug. Het zal er wel achter zitten, maar in hoeverre wordt dat in een stadsbrede aanpak genomen? Dat is best wel complex en groot. Ik kan me voorstellen dat je niet alles kan of misschien wil doen en dat je, je bijvoorbeeld op een van die gebieden meer richt. Maar dat zie ik hier niet. De heer Takens: Het is misschien wel goed om even te vertellen waar je mee begint in de leeraanpak en met wat niet. In mijn optiek heeft het 3 lijnen.
Dat betekent niet dat we eerst 2 jaar lang met punt 1 bezig moeten gaan om bij punt 3 te komen en alvast aan de slag te gaan. De vorige keer hebben we onze analyse gepresenteerd over waar de meest urgente wijken zitten als je kijkt naar het aantal woningen dat tussen nu en 20 jaar flink last krijgt van grondwaterproblematiek, zoals we het nu inschatten, of water in de woning. Het ligt voor de hand, en dat zal ik zo bij punt 3 nog wel aangeven, dat je in die buurten gaat kijken. 2 wordt een beetje gevuld langs 1, wat is er dan stasbreed nodig, en 3, wat haal je uit de pilots op qua instrumentarium dat je weer nodig hebt om meters te
24
maken voor de hele stad? Zo kijken we er beetje naar. We gaan niet heel lang op alles zitten wachten. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik ben ook een keer naar een sessie geweest en daar kwam het heel erg over, wat gaat er gebeuren als we wateroverlast krijgen? Er is een punt bij Reeland waar het water echt een kom is. Nemen jullie mee wat er gebeurt als er een keertje wateroverlast komt en waar de lage punten zijn? Bij Komatistraat is het echt een kuil. Wordt dat ook meegenomen? De heer Takens: Het is een van de aanleidingen om dat gebied wel als een van de meest urgente gebieden te zien. Dan ga ik direct even naar de allerlaatste voordat er staat afronding en vragen. Dat is deze. Die raakt daar, denk ik, dan kijk ik ook even naar Berry, een beetje aan. De Komatistraat is wel een voorbeeld. Het is misschien een van de meest kuilachtige plekken in de stad waar het als eerste zichtbaar wordt. We kijken en, en. Bij het huidige recente rioleringsproject is nadrukkelijk gekeken, kun je, wat je anders niet zou doen, extra kijken om toch de hoogste nood voor de komende jaren weg te werken? Maar de doorkijk met de klimaatverandering en de bodemdaling laat dan ook wel zien dat je op een gegeven moment weer tegen de grenzen van het systeem gaat aanlopen.
We willen daar wel kijken van, kan je niet toch met slimme maatregelen nog meer doen? Anderzijds, we gaan er een beetje gek doorheen, maar is dat ook een buurt waarin we zien dat die stapeling van opgaven wel heel erg groot wordt. Kun je dan ook met bewoners in gesprek gaan over, hoe zit het dan, wat merkt u daar zelf al van? Het voorbeeld dat ik net aanhaalde van die mevrouw, dat is in de Komatistraat. Daar zijn al mensen met heel veel vochtproblemen, met schimmel en soms met wateroverlast. Daar komen die twee dingen bij elkaar. Kunnen we nu nog iets verzinnen om komende jaren te zorgen dat er niet heel veel problemen ontstaan? We zien dat we dan weer tegen de grenzen gaan aanlopen van wat we in de openbare ruimte kunnen gaan doen en dat we het eerlijke gesprek met die bewoners wel moeten gaan aangaan over, wat kunnen we dan gezamenlijk bedenken? Is dat een voldoende antwoord? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dat zijn allemaal particuliere huizen. Als al die mensen die huizen, grof gezegd, verkrotten, moet je daar dan niet grotere plannen mee gaan doen? De heer Takens: Ik zeg het misschien nu niet zo, het zijn ook hele stevige keuzes, maar het is wel een goede opmerking.
We willen wel kijken, maar dat begint open en zonder plan of vooropgezet idee, om met die bewoners te praten over wat er op die buurt afkomt, op hun afkomt, wat dat betekent voor hun woning en voor de toekomst van zo'n buurt voor de komende twintig, dertig, veertig jaar en uiteindelijk naar welke keuzes we met zijn allen moeten gaan maken om te kijken hoe je daar dan uit kunt komen. Daarom staat er ook wel, kansen voor betere stedelijke ontwikkeling. Dat hebben we er niet voor niks opgezet. Die raakt al een beetje aan wellicht herstructurering en dat soort discussies. Daarom is het wel heel erg mooi dat we nu in die nationale aanpak zitten, wat mijnheer Gersonius ook al zei, want onderdeel daarvan is, zeker voor ons als Dordrecht, dat we bij het begin met Rotterdam en Zaanstad echt onder de aandacht hebben gebracht dat we zodanig zware stedelijke problematiek hebben, dat we het niet alleen kunnen tackelen. Dat heeft het ministerie nu opgepakt, binnen een nationale aanpak voor drie jaar, door een soort leeraanpak aan te kondigen. Achter die leeraanpak zit een
25
discussie over geld, middelen en structurele financiering voor herstructurering van dit soort plekken. Ik weet niet of het heel politiek is, maar het is wel het gesprek dat daarna komt. Leeraanpak is leuk, maar als je daarna niks hebt om bewoners verder te helpen en wel de hele dure projecten voorstelt, dan kom je niet ver. De voorzitter: Mijnheer Wringer.
De heer Wringer: Dank, voorzitter. Jullie gaan inventariseren wat de omvang van probleem is per buurt, verschillende typen woningen, woningeigenaren. Kan het ook zijn dat er verschillende oplossingen uitkomen voor een woning, woningeigenaar? Worden die verschillende oplossingen dan ook voorgelegd met participatie van, dit zou kunnen, maar dat ook? De heer Takens: Ja. We proberen het echt zo in te steken dat het begint en het eindigt bij die woningeigenaar. Dit zijn allemaal particuliere woningen. We hebben daar niets of niet alleen iets over te zeggen. Dit betekent dat we ze willen faciliteren. Wij kunnen wellicht, met de expertise die wij kunnen aanbieden of inhuren in de leeraanpak, met de middelen van het Rijk, kijken met de bewoners naar wat de oplossingen zijn die zij zelf het beste zouden vinden in hun situatie. Ik zei net al, alles hangt samen in zo’n buurt. Het betekent wel dat individuele oplossingen van de een er niet toe kunnen leiden dat de buurman daardoor extra in de problemen komt. Er moet iets van gezamenlijkheid in zo'n straat plaatsvinden. Daar moeten we echt een beetje op aansturen. Die gezamenlijkheid moet wel vanuit henzelf komen. Als er dan twee oplossingen zijn, er liggen varianten voor, zij kiezen zelf voor iets dat linksom of rechtsom kan en zij kiezen rechtsom, dan is dat in eerste instantie aan hen.
Of er moeten dan weer hele andere problemen achter wegkomen waardoor ze beter linksom kunnen kiezen. Wij gaan niet iets opleggen. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Nu we toch op deze slide zitten, bij aan de slag, in hoeverre is er perspectief op dat er de komende drie jaar al daadwerkelijk aan de slag wordt gegaan met het verbeteren van buurten? Als er nog geen koekblik met munten beschikbaar is, dan wordt het wel lastig om dit soort dingen uit te rollen. In hoeverre is er echt sprake van een aanpak? De heer Takens: Dat is een terechte opmerking. Anderzijds, het uitdenken en het met elkaar beginnen, begint ook bij het in gesprek gaan met de bewoners. We haalden het voorbeeld aan van Emmen. Zij beginnen met keukentafelgesprekken met de bewoners. Aan de andere kant moet je niet gaan haasten naar oplossingen, maar moet je ook het proces met de bewoners ingaan en daar naartoe werken. Het is belangrijk om daar heel erg goed de tijd voor te nemen en varianten mee te nemen. Soms is het misschien nodig om bepaalde onderzoeken die je al hebt gedaan of waarvan je ambtelijk denkt, dit is toch allemaal duidelijk, nog een keer te doen, zodat bewoners het gevoel krijgen serieus genomen te worden, dat het heel belangrijk is en dat het heel zorgvuldig gaat.
Als we over drie jaar, aan het einde van de leeraanpak, met een groep bewoners in een bepaald gebied iets hebben waarvan we denken, dit is tastbaar, dit zou haalbaar kunnen zijn, hier kunnen we mee de boer op naar de Rijksoverheid en we kunnen hier wat duiten voor
26
ophalen, dan hebben we, denk ik, ontzettend veel bereikt. Vertel mij welk binnenstedelijk herontwikkelingsproject gaat van we moeten dit doen naar aanpakken binnen vier jaar. Dat gebeurt sowieso niet. Je moet er met elkaar heel lang over nadenken en over praten. Ik denk dat het niet zo’n probleem is om te zeggen, wat jammer dat we niet binnen twee jaar op de stoep staan om dingen te gaan doen. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik wil me een beetje aansluiten bij mijn collega hiernaast. Waar het voor mij dan een beetje op neerkomt, als je iets een aanpak noemt en vervolgens is er geen geld om daadwerkelijk de aanpak aan te pakken, om het zo maar te zeggen, dan organiseer je voor inwoners met deze taal echt wel enorme teleurstellingen. Ik denk wel, hoe je iets noemt, dat moet het dan ook zijn. Dat vind ik wel wat ingewikkeld hierin. Ik denk toch, in ieder geval voel ik dat zelf een beetje aan, als het gaat over private woningen … De voorzitter: Uw vraag is? De heer Van Dam Timmers: Mijn vraag is, als het gaat om private woningen, dan is er nu geen zicht op geld, terwijl je met al deze aanpakwoorden wel de schijn wekt dat er geld is. Hoe denkt u dat de gemeente ervoor kan zorgen om de verwachtingen helder te krijgen bij inwoners? De heer Takens: Dat is echt een hele goede vraag.
U zult niet verbaasd zijn dat we als ambtelijk team voor de formatie al voorwerk doen met fiches en informatie die op de formatietafel kunnen landen. Wij werden erop gewezen dat hier echt een dilemma zit. Zo werd het toen genoemd. Wat is het bestuurlijke dilemma? Je ziet dat je in gesprek moet gaan met bewoners over. Dan zeg je dat je een aanpak wil ontwikkelen en een plan wil gaan maken met bewoners, maar je hebt aan de achterkant nog helemaal niks geregeld over of er ergens iets van financiering voor is. Ga je niet je eigen teleurstelling organiseren? Een zinnetje, dan geef ik woorden … Ik denk dat taal belangrijk is en dat de verwachting aan de voorkant duidelijk is. Dat je zegt dat we met bewoners willen kijken naar wat er aan de hand is, wat er speelt, hoe ze daar zelf in staan, of we kunnen nadenken over bepaalde oplossingen, wetende dat wij niet zomaar de oplossing hebben en niet zomaar de financiering voor alles in de zak hebben zitten. We moeten een begin maken. Ik zeg weleens, de andere kant is, als je helemaal geen plan of idee hebt, zeker bij het Rijk of provincie, wat voor verhaal heb je dan die kant op? Dan hebben zij ook zoiets van … Ik denk dat verwachtingsmanagement heel belangrijk is. Berry, wil jij daar iets op aanvullen? De voorzitter: Dank u wel. U bent net zo goed als de politici om van een zinnetje heel veel bijzinnen te maken.
De heer Takens: Dat zeggen ze wel vaker tegen mij. De voorzitter: Het is duidelijk. Het is een grapje tussendoor. Mijnheer Gersonius. De heer Gersonius: We hadden dat gesprek volgens mij vorige week of de week daarvoor met het Rijk. Zij gaven ons ook wel een advies mee daarin van, haal het uit het frame
27
van de problemen en ga meer naar het frame van de kansen toe die er liggen. Ik denk dat je met elkaar, en daarin zijn, volgens mij, zeker ook de bewoners zelf aan zet, een lonkend perspectief moet creëren. Dan kun je aansluiten bij opgaven die er zijn en geld dat er is vanuit het Rijk vanuit een bouwopgave bijvoorbeeld. Je moet dat met elkaar willen, kansen zien en ervoor durven gaan, denk ik. Wij zijn aan zet, maar de bewoners zelf ook. Die verwachtingen leg je vooraf heel goed neer. Dan is er, volgens mij, het meest zicht op het geld. De voorzitter: Gaat u verder. U heeft nog lijn 2 overgeslagen. Ik weet niet of het misschien toch al terloops aan de orde is geweest? De heer Takens: Op zich wel. In lijn 2 gaat het ook om welk instrumentarium je op een gegeven moment nodig hebt en je verder moet gaan ontwikkelen om meer handelingsperspectief aan eigenaren en onszelf te bieden. 1 van de dingen die we echt wel gaan doen, is meer kijken met echte experts op gebied van grondwater of we het grondwatermeetnet verder kunnen uitwerken? Kunnen we kijken naar welke instrumenten we nodig hebben om tussen 1 en 3, de strategie en de buurtgerichte aanpak, toch iets te zetten dat instrumenten geeft om ons te helpen? Dat is, zoals ik het mezelf nu hoor zeggen, een beetje vaag. Het zijn de dingen die we gaan leren in 3 en met de andere gemeenten moeten uitwisselen.
Een voorbeeld daarvan is dat Rotterdam een werkgroep financieel heeft over de blokaanpak waar ze kijken naar, huiseigenaren hebben een hypotheek, een bestaande hypotheek, wel of geen financieringsmogelijkheden, welk instrumentarium zou je qua leningen of andere mogelijkheden kunnen ontwikkelen, die er al dan niet zijn of in Dordrecht niet zijn, die op dit punt een blokkade kunnen wegnemen? De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Bedankt. Handelingsperspectief van bewoners, aan de ene kant goed om dat in ieder geval inzichtelijk te hebben voor bewoners, maar het gaat wel uit van de zelfredzaamheid van mensen, terwijl er natuurlijk ook mensen zijn die misschien een beetje overweldigd zijn door de hoeveelheid opgaven die op hen afkomt als het gaat om hun eigen woning. Ze moeten verduurzamen, isoleren, van het gas af, de fundering blijkt niet te deugen. Bij het verduurzamingsbeleid hebben we het steeds vaker over ontzorgen. Dat de gemeente dingen op zich neemt om te regelen, dat wij offertes opvragen of een stichting namens de gemeente. Is het niet een goed idee om ook het ontzorgen van bewoners of de mogelijkheden daartoe in deze lijn mee te nemen? De heer Takens: Ik zie Berry al schrijven.
Ik denk dat het echt een hele goede is om mee te nemen om niet alleen te kijken naar bewonerssamenwerking, maar ook het stukje ontzorgen en ondersteuning bieden uit te vergroten. De voorzitter: Zijn er nog vragen over deze drie lijnen? Dat is allemaal duidelijk. Dan nog een algemene vraag, heeft u als commissie toch nog iets specifiek mee te geven wat niet aan de orde is geweest? Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Dank u. Sowieso bedankt voor deze presentatie die heel duidelijk was. Heel mooi dat de gemeente hiermee bezig is. Wij zien dat de gemeente hier ook wel echt
28
een rol in heeft. We kunnen hier een enorm verschil maken. Wij zijn voor die bloksgewijze aanpak. Dat is niet per se Rotterdams, het is ook Dordts. De bloksgewijze aanpak heeft heel goed gewerkt. Een vereiste daarvoor is een actieve gemeente, goede informatie naar de bewoners en hen het vertrouwen geven dat zij hier besluiten over kunnen en mogen nemen. Dat vinden we heel belangrijk. Niet dat het idee hebben dat we ze een bepaalde richting op moeten bewegen, maar dat zij echt een keuze mogen maken. Volgens mij werkte het in het verleden zo dat als 70 procent van de bewoners in een bepaald blok ergens voor waren, dan werd het uitgevoerd, een aannemer gezocht. Dat soort daadkracht en vertrouwen is wat wij graag zouden zien. We denken dat het logisch is dat je hier op een gegeven moment budget voor moet gaan reserveren, als politiek zijnde. Dan zouden we heel graag willen zien dat hier heel snel actie in wordt genomen. De voorzitter: Iemand anders nog een waardevolle tip of opmerking? Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank. Voorzitter, in algemene zin denk ik dat taal er breed toe doet. Ik maakte er net al een opmerking over. Voor veel mensen is het soort taal dat we hier hebben best wel bedreigend.
Ik denk dat het daaraan gelijk ook erg belangrijk is dat je, net zoals 20 jaar geleden of 2004, toen al die onderzoeken rondom funderingsproblematiek er waren, van tevoren heel helder schetst waar de gemeente wel van is, maar vooral ook waar de gemeente niet van is, zodat je voorkomt dat je die teleurstelling organiseert. De gemeente kan best meedenken in onderzoeken, maar het uiteindelijk financieren van dit soort veranderingen lijkt me echt een brug te ver. Je kunt beter aan de voorkant helder zijn dat wij niet honderden miljoenen hebben liggen om deze problemen op te pakken. Die zullen er, na verwachting, de komende 10 jaar, in mijn beleving, ook niet zijn. Zoek het aan de voorkant uit, zou mijn pleidooi zijn. Voor de rest, goede informatievoorziening, aanwezigheid in de buurt. Wat mijnheer Pauwels ook zegt, dat je echt fysiek aanwezig bent. Dat is in Dordrecht noodzakelijk om ook de niet-digitale medemens te bereiken. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Ik wil daar toch wel iets tegenoverstellen, niet alle ambitie gelijk als een soort kind met het badwater weggooien, zou ik zeggen. Ik was naar het Congres Openbare Ruimte. Daar waren we als raadsleden voor uitgenodigd en er was ook een praatje van de gemeente Leiden.
Die hadden gezegd, met het budget voor de rioolvervanging hebben we hele straten aangepakt, van gevel tot gevel, straten vergroend, heringericht, noem maar op. Wat als je die aanpak nog een stukje verbreed en je niet van gevel tot gevel gaat, maar van achtergevel tot achtergevel en dan ook een herstructurering heel integraal aanpakt, zowel de openbare ruimte als privéwoningen? Als je daarvoor budgetten kunt combineren, dan maak je ook een verduurzamingsslag, een vergroeningsslag, je doet iets aan de funderingen, je kan uit allerlei potjes middelen onttrekken. Misschien is dat ook wel de ambitie die we nodig hebben om dit probleem juist wel op te lossen. De voorzitter: Integrale aanpak, klinkt weer mooi. Ik zie hier al duimpjes omhooggaan. Dan wil ik aan u vragen, hoe wilt u hierbij betrokken zijn? Want als ik het stuk lees, gaat
29
het over een periode van 2026 tot 2028. Dat is nooit zo in beton gegoten, of in dit geval in een fundering gegoten, het kan weleens langer duren of misschien zelfs korter. Je weet het maar niet. Maar hoe willen we hierbij betrokken blijven? Dat er met de nieuwe periode, ik doe maar even een voorzet, meteen weer een stand van zaken is? Ik neem aan dat er dan toch wat te vertellen valt. Ik zie mevrouw Lammens. Zij heeft een idee. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik denk dat de nieuwe raadsleden hier ook van op de hoogte moeten zijn. Daarna toch zeker wel ieder jaar en dat als er grotere veranderingen komen, we tussentijds extra worden ingelicht. Ik denk dat het wel belangrijk is dat we hier goed van op de hoogte worden gebracht. De voorzitter: Dat lijkt me een goed plan. Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Ik denk dat het goed zou zijn als de raad gekend zou zijn in de manier van participatie, want daar kan je best wel wat keuzes in maken. Dat is ook een fundamentele uitdaging hier. Dat je dit op een bepaalde manier voorlegt om daar een gedragen besluit in te kunnen nemen. De voorzitter: Aan twee kanten is dit opgeschreven.
Als ik zelf nog wat mag toevoegen, we noemden net een periode, maar het zou mooi zijn als er op een gegeven moment toch wat meer geknipt is in het tijdspad van, nu zijn we aan het onderzoeken, in die periode kunnen we het gaan uitvoeren, zodat wij als raad wat meer onze controlerende taak kunnen opvatten of er wel voldoende voortgang zit in het geheel. Dat kan door omstandigheden anders zijn. Nu is het een groot geheel. Ik kijk nog even rond, want het is tijd om af te ronden. Ik zie helemaal geen vragende ogen. Meer van, we hebben voor voorlopig voldoende informatie. Ik wil mijnheer Takens en mijnheer Gersonius bedanken voor de input. Voor u zo, wel thuis. Sommigen van ons gaan nog naar een volgende commissie. Degenen die hier de zaal verlaten, graag uw kopjes, flesjes en dergelijke meenemen naar de counter. Dank u wel. 3. Beschikbaar stellen van een krediet voor Uitbreiding fietsenstalling Drievriendenhof – Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt)
30
Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: dhr. Good, dhr. Kruidhof De voorzitter: Het werkt nog steeds. Mijnheer Van der Net, dit gaat over de fietsenstalling. We gaan beginnen. Het belletje werkt nog wel. Even wachten op stilte en dan gaan praten. Dit is de allerlaatste commissievergadering van deze raadsperiode. Die gaan we even goed vullen We hebben tot 23.00 uur de tijd. Het hoeft niet. Ik heb net al gezegd, we kunnen over een kwartiertje klaar zijn. Dan kunnen we gaan genieten van onze … We gaan niet genieten van het reces, want we hebben volgende week nog een gemeenteraad. Goedenavond, allemaal. Ik wil eerst even vragen of u zich allemaal wil voorstellen. Dan zal ik even uitleggen waar deze commissie over gaat. Mag ik weer bij mijnheer De Feijter beginnen? De heer De Feijter: Dat mag. Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, ook Gewoon Dordt. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Net: John van der Net, Dordtse VVD. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Kruidhof: Edward Kruidhof, beleidsadviseur Mobiliteit voor de ambtelijke ondersteuning. De heer Good: Bryn Good, senior adviseur Parkeren voor de ambtelijke ondersteuning.
De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De voorzitter: Ik ben Kitty Kruger, uw voorzitter van vanavond. De Agendacommissie heeft vorige week besloten het raadsvoorstel over beschikbaar stellen van een krediet voor uitbreiding fietsenstalling Drievriendenhof beeldvormend te agenderen. Beter voor Dordt en Partij voor de Dieren hadden namelijk nog een aantal concrete vragen bij het raadsvoorstel. Ik wil de heren, dan moet ik even spieken, Kruidhof en Good het woord geven. Gaat u gang. Wilt u dat iedereen even wacht tot de sessie voorbij is of mogen we tussendoor vragen stellen? Kijk eens even. We wachten vol spanning af. Gaat uw gang. De heer Good: Er zijn een aantal technische vragen gesteld. Daarom zitten wij hier vanavond. Beter voor Dordt en Partij voor de Dieren hadden wat aanvullende vragen. Ik ga proberen het zo kort mogelijk te houden. De presentatie is onverdeeld in een aantal hoofdstukken, 4 stuks in totaal. Bepaalde hoofdstukken geven antwoord op bepaalde vragen.
31
Per hoofdstuk wil ik graag de gelegenheid bieden om in relatie tot dat hoofdstuk vragen te stellen. Aan het einde is er nog de gelegenheid om algemene andere vragen te stellen. We kunnen meteen van start gaan. Naar de toekomst, dat is de samenvatting voor wat we nu zien aankomen. Het Mobiliteitsplan 2040 is vastgesteld. Daar staan een aantal ambities in verwerkt. Op dit moment wordt er nog gewerkt aan de uitwerking in het beleid. Daar loopt momenteel onderzoek voor om het uiteindelijk cijfermatig te onderbouwen. Op dit moment is de huidige fietsparkeervraag in kaart gebracht. Het uitgangspunt is wel dat er zo veel mogelijk fietsparkeren van straat naar een inpandige stalling verhuist. Daar gaan we de komende jaren naartoe werken. Fietsstalling Drievriendenhof is daar een belangrijke schakel in. Als je gaat kijken naar hoe de stallingen nu gebruikt worden, dat sluit aan bij de vraag van Beter voor Dordt, hebben we wat statistiek. Belangrijk om even te benoemen, dit zijn geen bezettingscijfers. Die zijn niet beschikbaar. Dit zijn echt het aantal fietsen dat door de voordeur naar binnen is gegaan. Dat wordt op dit moment door handmatige tellingen bijgehouden. In totaal komt het ongeveer neer op 150.000 fietsen die elk jaar ons fietsenstallingen in fietsen. In het jaar 2023 was dit ongeveer de grafiek voor het Achterom en het Statenplein. In 2024 zie je een lichte stijging.
Uiteindelijk gebeurt er in 2025 iets interessants, de fietsstalling Statenplein sluit en je ziet Drievriendenhof ontstaan in de grafiek. Wat je ziet in de maand oktober, is dat toen het Statenplein dichtging, het gebruik van de fietsenstalling gegroeid is. In totaal zijn ongeveer 3.000 gebruikers van het Statenplein verhuisd naar zowel Achterom als Drievriendenhof. Dit betekent dat er nog steeds behoefte is aan een stalling. Die wordt niet meer voldaan door het gebruik van het Statenplein. Daardoor zijn Achterom en Drievriendenhof een alternatief. Zijn er tot nu toe vragen over de statistiek? De voorzitter: Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Het gebruik geeft een indicatie, maar de bezettingsgraad zou veel interessanter zijn, want dan weet je of het voldoende is of niet. Bij het station, bij de nieuwe fietsstalling, zit wel zo'n heel systeem. Hebben jullie er wel over nagedacht om die statistieken uiteindelijk om te kunnen zetten naar een bezettingsgraad? De heer Good: Zeker. Dat is nog niet heel concreet uitgewerkt, maar we weten dat er een aantal systemen op de markt zijn die relatief simpel de bezettingsgraad kunnen gaan weergeven. Op dit moment is er nog geen inkooptraject voor gestart, maar we houden er wel rekening mee dat de kwaliteit van de fietsstallingen naar een ander niveau moet. Daar horen dit soort voorzieningen bij.
Een vol/vrij-signalering aan de buitenzijde die fietsers aangeeft hoe de stalling gebruikt kan worden. Dit is onderdeel van dat beeld. Nu is het er nog niet, maar die wens bestaat zeer zeker. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Good: Als we het dan hebben over de kosten, is er een kleine specificatie ten opzichte van het bedrag dat in het raadsvoorstel genoemd is. Wat even belangrijk is om bij de kosten in de gaten te houden, is dat het een raming betreft. Hier liggen geen offertes daadwerkelijk aan ten grondslag. Het is een raming die is opgesteld op basis van de realisatie van de originele fietsenstalling. Daar zitten een aantal elementen in die wat ruimer geraamd zijn met
32
specifiek de vloer. De vloer is nu een winkelvloer. Dat moet een veilige vloer worden, geschikt voor het gebruik door fietsers. Daar horen wat kosten bij. Nu hebben we in die zin een meevaller gehad dat de verhuurder uiteindelijk in onderhandelingen bereid is gevonden om het opleverniveau iets hoger te realiseren op het moment dat wij tot een overeenkomst komen, waarbij de vloer waarschijnlijk iets goedkoper zal uitpakken. Dit is wel de raming waar we het mee moeten doen. We verwachten dat deze kosten uiteindelijk maximaal uitgegeven zullen gaan worden. Zijn daar aanvullende vragen over? De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dit zijn de eenmalige kosten voor de verbouwing. Ik ben meer benieuwd naar de structurele kosten, want het zijn, volgens mij, commerciële huurprijzen. De heer Good: Dat klopt. Het is een commerciële huurprijs. Er is een klein stukje licentiegelden extra, maar de huurverhoging is substantieel. Het is ook winkelruimte. Dat is vergelijkbaar met wanneer wij een andere winkelruimte in de stad zouden willen gebruiken als fietsenstalling. De heer Wringer: Volgende vraag? De voorzitter: Jazeker. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Dat begrijp ik. Ik las dat het contract voor 20 jaar is.
Is er halverwege een mogelijkheid voor een opt-out? Het zal niet de eerste keer zijn dat de gemeente Dordrecht een langdurig huurcontract aangaat waar we niks aan hebben. En mijn tweede vraag is, wat betaalden we voor, het is een soort besparing, de fietsenstalling onder het V&D-pand? Die kosten hebben we nu niet meer. De heer Good: De eerste vraag, daar moet je me even helpen. De opt-out, sorry. De optout zit in de conceptovereenkomst. Het is nog niet getekend. Na 10 jaar, mochten er beleidsveranderingen zijn waardoor we de fietsenstalling Drievriendenhof geen logische plaats meer vinden, is er een optie tot het openbreken van het contract. Uiteindelijk is het wel de doelstelling om een langjarige samenwerking aan te gaan met de verhuurder. Ook met name omdat we de kosten dan goed kunnen afschrijven. De vorige fietsstalling had een relatief korte contractduur. Daar zitten een aantal risico's aan verbonden op het moment dat je weg zou moeten. De fietsenstalling V&D, meen ik, dat durf ik niet met 100 procent zekerheid te zeggen, dat het bijna niet ter beschikking werd gesteld … De heer Kruidhof: Dat was voor een symbolisch bedrag van 1 euro per maand. De heer Good: Dat had, volgens mij, relatie met de ontwikkeling die daar zou gaan plaatsvinden. De heer Kruidhof: Daar staat vroeger ook een fietsenstalling en die is daarnaartoe verplaatst.
33
De heer Good: Dat is, in die zin, niet helemaal eerlijk te vergelijken, want zo’n kans krijgen we nooit meer. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Good: Er waren ook wat vragen vanuit Partij voor de Dieren over de indeling. Dit plaatje is meegezonden met het raadsvoorstel, waarbij het rechts omkaderde deel de huidige fietsenstalling is, een smalle doorgang met aan twee zijden rekken. Het groene deel komt erbij en het roze deel gaat weg. Dan zie je nog een etalage aan de voorzijde die niet bij de fietsenstalling hoort. Die wordt ter beschikking gesteld aan de verhuurder om winkelruimten op te leuken. Als we dan gaan kijken naar een schets van de indeling, er zijn nog geen CAD-tekeningen of iets dergelijks, is dit een voorstel dat in de initiële aanzet is meegenomen. Wat hier belangrijk bij is, is dat we de norm die we vroeger gebruikten, niet meer gebruiken. Het is een beetje een lokkertje zoals je daarin staat. Wat zegt de verouderde norm? Dat is ook een belangrijke vraag die terugkwam rondom het gebruik van bakfietsen. Uiteindelijk is de doelstelling dat de fietsparkeerplaatsen geschikt zijn voor een groot aandeel verschillende soorten fietsen, waaronder bakfietsen, maar ook zeker e-bikes met wat bredere banden, brede sturen en dergelijke. Op de schets zie je dan het rode vlak, ik weet niet of ik het met de muis kan aantonen, aan deze zijde, voor de niet-standaard fietsen.
Dat is een fietsparkeerstrook, zoals het zo mooi heet, waar geen beugels of dergelijke zijn waar de fiets in moet. Het is een vrij vak waar ze gebruik van kunnen maken. Omdat de norm niet meer helemaal passend is voor het gebruik, NS ziet dit ook, zij gaan steeds meer naar een de standaard fiets die verdwijnt, omdat er geen standaard fiets meer is, want elke fiets heeft wel een mand, een breed stuur, een brede band, zie je dat dat percentage dat hier staat, gereduceerd wordt. De standaard fiets wordt wat minder belangrijk en de buitenmodel fietsen, zoals dat heet, worden belangrijker in de inrichting. Om mee te liften op die nieuwe informatie, gaan we gebruikmaken van de adviezen van de leveranciers van de fietsenrekken om de indeling te maken. Ook in het inkooptraject wordt hen gevraagd, dit is de plattegrond, teken in zoals het marktconform, nu, zou gebeuren. Die informatie ontbreekt nog. De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank. Ik zie daar 3 procent brom- en snorfietsen. In de oude fietsenstalling konden ook scooters geparkeerd worden, er zat een wc-mogelijkheid voor bezoekers en marktkoopmannen en er zaten kluisjes in. Komt dat allemaal terug in de nieuwe fietsenstalling? De heer Good: Fiets- en bromfietsen in ieder geval niet. Dat heeft te maken met een stukje brandveiligheid in het pand. Het kan niet binnen de huidige overeenkomst.
Fietsenkluizen staan nu niet op de planning. We moeten sowieso kijken wat we aan voorzieningen willen aanbieden. Dat is iets wat ook stadsbreed geldt. We hebben het niet alleen over de aankleding qua logo’s, bebording, vindbaarheid op de stadsbrede routering, maar ook over de kwaliteit die je in de fietsparkeerlocatie biedt. Een belangrijk onderdeel daarvan is bijvoorbeeld e-laadvoorzieningen. Vanuit brandveiligheid kan dat nu niet, maar er zijn alternatieven waardoor het wel zou kunnen in een soort laadkluis.
34
De voorzitter: Het openbaar toilet hoor ik mijnheer Wringer nog zeggen. De heer Good: Die is in kaart geweest. Uiteindelijk is het nu geen onderdeel van het voorstel. Mocht er in de toekomst noodzaak zijn, dan zouden daar mogelijkheden voor zijn. De voorzitter: Ik mag het niet vragen, want ik ben voorzitter. Ik ben van de openbare toiletten. Ik vraag toch even wat. Een beetje zonde dat het dan nu niet meteen meegenomen wordt, want wij hebben al zo weinig openbare toiletten in Dordrecht. Ik neem aan dat dit toilet alleen openbaar is als de fietsenstalling open is. Ik zou toch overwegen om het meteen mee te nemen en niet te wachten tot mensen gillend roepen, ik heb het nodig. De heer Good: Dit onderwerp is uitvoerig besproken in de verschillende versies van het raadsvoorstel. Uiteindelijk is bewust besloten om het buiten de fietsenstalling te houden, omdat er ook een tijdselement in de fietsenstalling zelf zit. De overeenkomst ligt er en er zit haast achter. Dat is ook de reden dat we hier vanavond zitten. Uiteindelijk is het toiletonderdeel er daardoor specifiek uitgehaald. Het staat wel op de radar bij de wethouders die dit in de portefeuille hebben, Burggraaf en Veldman, maar specifiek hier niet. Uiteindelijk kunnen wij alleen maar vanuit parkeren eventueel ruimte ter beschikking stellen. De voorzitter: Dat lijkt me een heel goed plan.
De heer Good: Daar is eventueel mogelijkheid voor. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Striebeck. De heer Good: Overigens wordt er wel in de Spuihavenparkeergarage een heel mooi openbaar toilet opgenomen. Dat is een goed begin. De voorzitter: Een goed begin. Voort daarmee. Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u wel. Er is wel een personeelstoilet? De heer Good: Ja. Mevrouw Striebeck: Die is wel ingetekend? De heer Good: Ja. Mevrouw Striebeck: Hoe moeilijk kan het dan zijn om daarnaast een ruimte te maken voor het publiek in de stad? De heer Good: Het beheerelement is daar wat lastiger. Een openbaar toilet beheren is niet een standaard toilet beheren. Een andere vraag? De voorzitter: U mag verder.
35
De heer Good: De indeling is duidelijk. Dat was kort maar krachtig het verhaal. Zijn er nog andere vragen over andere onderwerpen die nu niet aan bod zijn gekomen? De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. De vraag is, wordt de nieuwe ruimte eenlaags of tweelaags ingericht? De huidige ruimte is tweelaags. De wat modernere fiets met een wat hoger stuur past nu niet fatsoenlijk tussen de eerste en twee laag. Je wordt nu gestald waar de bijzondere fietsen gestald moeten gaan worden. Hoe gaat dat plaatsvinden in de nieuwe ruimte? De heer Good: Op het moment dat van de ingekochte fietsenrekken getoetst zou of ze voldoen aan de FietsParKeur zoals dat heet, het keurmerk voor het type rek, dan zouden ze daar niet meer voor een aanmerking komen. De fietsenrekken die we willen gaan inkopen, hebben dat nadrukkelijk wel. We hebben de klachten van de gebruikers aangehoord zodra de fietsenstalling openging, variërend van de sturen tot aan het hoofd stoten aan de fietsenrekken zelf, omdat de hoogte net nadelig is. Dat wordt zeer zeker meegenomen, omdat het ook voor ons een bron van ergernis is. De bestaande fietsenrekken worden op een andere locatie ingezet waar het net wat minder nauw komt als een of twee rekken worden overgeslagen, zodat ze toch nog een goed leven hebben. De voorzitter: Wie nog wat over de fiets? Mijnheer Wringer.
De heer Wringer: Dank, voorzitter. De oude fietsenstalling was open tot middernacht. Verandert de openingstijd nog? Volgens mij is het nu open tot 19.00 uur. De tweede vraag, er wonen ook mensen boven aan de overkant. Zijn die op de hoogte gesteld, worden zij er nog bij betrokken, is er een participatievorm van iets? De heer Good: Er is destijds een omgevingsvergunning aangevraagd. Er was een bezwaarmogelijkheid. Van de originele fietsenstalling in ieder geval. Qua openingstijden is er geen wijziging tot op heden. We hebben altijd gezegd, de openingstijden zijn zoals ze nu zijn, maar er zijn wel mogelijkheden tot uitbreiding. Het is expliciet in de huurovereenkomst opgenomen, in de oude, maar ook in de nieuwe versie, dat wij mogen afwijken van de openingstijden van de passage. In de eerste versie van de overeenkomsten was dat een beperkende factor. We hebben zelfs uiteindelijk opgenomen dat er eventueel een mogelijkheid is tot het onbemand maken van de fietsenstalling. Dat is nu een beperkende factor. In het huidige beleid is daar geen enkele doelstelling voor. Maar eventueel in de toekomst, bijvoorbeeld voor langparkeren door bewoners of andere bezoekers, zou het wenselijk kunnen zijn dat mensen overnachten. In de huidige vorm is dat niet zo. Dan moet de fietsenstalling elke dag leeg zijn. Het is ook technisch en in de overeenkomst niet mogelijk.
Door het openbreken van de overeenkomst is die mogelijkheid er uiteindelijk wel ingezet. Dat biedt weer ruimte voor de toekomst. De voorzitter: Fietsen kunnen overnachten. Ik moest er even aan denken. Ik dacht eerst de bezoeker. Wie nog een vraag? Ik kijk eventjes rond. Ik zie geen vragen. Ik wil beide heren danken voor de presentatie en u allen voor deze … Wat erg. Ik vergeet even mijn allerlaatste vraag. Wat gaan we met dit stuk doen? Wilt u dit oordeelsvormend of zegt u,
36
dit klinkt logisch en hier gaan we zo mee akkoord? Hamerstuk naar de raad. Ik ben nu helemaal van mij à propos. Mevrouw Van Herwijnen, als hamerstuk naar de raad? Mevrouw Van Herwijnen: Onze vragen zijn in principe voldoende beantwoord. Wij vinden het een helder stuk nu. Het kan, naar ons idee, een hamerstuk worden. De voorzitter: Ik kijk rond. Ik zie niemand die het er niet mee eens is. U kunt ten alle tijden een stemverklaring uitbrengen wanneer het als hamerstuk naar de raad gaat. Dan zeg ik nu echt, dank u, allen, voor uw aanwezigheid. Kopjes, flesjes mee naar de pantry. Dit was de allerlaatste commissie. Er is er nog een bezig. Als u er echt geen genoeg van krijgt, dan kunt u aanschuiven. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2026.
De griffier,
De voorzitter,
G.J.P. van Soest
N. Mol
37