2.5 2026.03.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 3 MAART 2026 Vergaderzaal 5 1. Vaststellen Buurtakkoord "Ons Vierkant" - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Stolk (VSP) Mevrouw Striebeck (VSP) Portefeuillehouder: wethouder M. Merx Ambtelijke ondersteuning: dhr. Van Diejen De voorzitter: Goedenavond, beste mensen. Mevrouw Stolk, het is niet meer nodig. Dank u wel voor het aanbod. Mevrouw Van den Bergh doet de deur dicht en mijnheer De Feijter doet dat aan deze kant ook. Een goedenavond. Wij zijn bijeen in verband met het raadsvoorstel Buurtakkoord Ons Vierkant. Er is een vergaderquorum dat moet worden gehaald. Ik heb geconstateerd dat het in ieder geval qua zetels zo is, qua fracties net niet. Met mevrouw Van den Bergh is de achtste fractie binnengekomen, maar dat is geen negen. Dat geeft niet. We hebben meer dan 20 zetels hier vertegenwoordigd en dan is het genoeg. We kunnen prima vergaderen en dat gaan we doen. Ik heet de raads- en commissieleden hartelijk welkom.
Ik heet welkom wethouder Merx namens het college, mijnheer Van Diejen van de ambtelijke ondersteuning, de mensen die achter mij op de tribune zitten en de mogelijk vele kijkers thuis die heel benieuwd zijn wat wij vanavond gaan besluiten. Wat we in ieder geval gaan doen, dat is ons keurig netjes voorstellen. Wethouder Merx, u heeft het in uw leven al vaak gedaan, u mag het voor gaan doen. De heer Merx: Marc Merx, wethouder. De heer Van Diejen: Niels van Diejen, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Van den Bergh: Jacqueline van den Bergh, PvdA. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP.
1
De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Van der Net: John van der Net, Dordtse VVD. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier. De voorzitter: Mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter. Goed, waarom zitten wij hier? Vorige week is in een beeldvormende vergadering gesproken met de opstellers van het buurtakkoord Ons Vierkant. Er was ook een inspreker, mijnheer Van Kekem. Vanavond voeren we het politieke debat over het raadsvoorstel aan de hand van politieke vragen. De eerste vraag, doet dit buurtakkoord recht aan de situatie rondom het Kromhout of is het te algemeen en te vrijblijvend? De vraag komt van mijnheer Hartmeijer van de SP. Tweede vraag, is het buurtakkoord voldoende helder over de scheidslijn waar de buurt wel en niet overgaat, omdat bepaalde problematiek zodanig groot, complex, is dat het niet kan worden opgelost via het buurtakkoord? De vraag komt van mijnheer Van Dam Timmers van het CDA, die mij zojuist meedeelde dat hij er niet bij kan zijn, omdat het in een andere zaal over huisartsen gaat. Dat is ook wel in zijn interesseveld, zullen we maar zeggen. Anderen van het CDA kampen met ziekte.
Er is ook nog iemand, denk ik, naar het debat. Dat weet ik wel zeker. Mevrouw Van Vugt op het Da Vinci, waar ook van uw fracties mogelijk mensen heen zijn. De tweede politieke vraag gaan we wel behandelen, maar mijnheer Van Dam Timmers zal zijn mond erover moeten houden. De derde politieke vraag, moet het buurtakkoord juist wel een oplossing vormen voor de eerste problemen? Die vraag was van mevrouw Van den Bergh van de Partij van de Arbeid. Maar voordat we hiertoe overgaan, wil ik graag wethouder Merx even het woord geven om de commissie te informeren over enkele actuele ontwikkelingen rondom het buurtakkoord, c.q. de vertegenwoordiging van de bewoners in de beheergroep. Wethouder Merx, aan u het woord. Mijnheer Merx: Dank u wel, voorzitter. Woorden doen ertoe. Woorden, of ze zijn uitgesproken, in apps staan, op papier zijn gezet, maar ook niet uitgesproken, doen ertoe. Ik kom daar zo dadelijk kort op terug. Het wordt geen heel lang verhaal. In maart 2025 heeft u opdracht gegeven om op de hoogste vorm van participatie, namelijk de buurt zelf een plan te laten maken binnen de financiële kaders zoals u die heeft meegegeven. Daar is hard aan gewerkt. Ik zou zeggen, participatie in optima forma door de 5 mensen die daaraan geschreven hebben. Er zijn enquêtes gehouden. Die zijn ook bijgevoegd. Het geeft ook een gemêleerd beeld. Waar je woont maakt uit wat je graag wil.
Er is met 140 huishoudens gesproken. Zij vertegenwoordigen ongeveer 340 personen. Er is een plan gemaakt, er zijn 2 inloopavonden geweest, veel enthousiasme, maar er zijn ook kritiekpunten geuit. Die kritiekpunten zijn, voor zover dat mogelijk was, verwerkt in het plan. 1 van de
2
grootste zaken is, en dat zit soms wat helderder en soms wat meer verstopt in de politieke vragen, u heeft niet de opdracht gegeven, en dat is ook onmogelijk, aan deze mensen om het probleem of de problemen rondom overlast die gerelateerd is aan enkele of sommige bewoners van het Leger des Heils … Laat ik het maar heel duidelijk zeggen, lang niet alle bewoners van het Leger des Heils veroorzaken overlast. Het zijn er een aantal. De meesten werken keihard om hun leven weer op orde te krijgen en veroorzaken geen overlast. Desalniettemin ziet iedereen in die wijk dat er overlast is. Daar maakt men zich zorgen over, terecht. Daar gaat dit plan niet over. Daar kunnen deze bewoners ook helemaal niks aan doen. Daar gaat u dadelijk zelf over in discussie. Ik zal reageren op de punten. Wat ik in ieder geval hier wil uitspreken, zijn mijn meer dan welgemeende complimenten aan de opstellers van het buurtplan. Ik ben trots op deze mensen en op iedereen die daaraan bijgedragen heeft. Ook op de ambtenaren die bijgedragen hebben, zich dienstbaar hebben opgesteld, niet voorgeschreven hebben wat er opgeschreven moest worden, maar samen met de bewoners dit plan hebben gemaakt. Daarom spijt het mij vreselijk dat ik u moet vertellen dat, naar aanleiding van allerlei omstandigheden, vorige week vrijdag mij het bericht bereikte dat 4 van de 5 mensen gezegd hebben, wij stoppen ermee.
We stoppen ermee omdat we kennelijk onvoldoende vertrouwen hebben. Wat we ook doen, sommige mensen in de wijk blijven negatief moeten reageren op elk initiatief dat er komt. De overlast blijft bestaan, ook al doe je nog hele mooie dingen met de zaken. In een nagesprek bleek ook wel dat als er op een gegeven gesproken wordt over het aanpassen van het plan, ze voelden dat aan, en er een letter zou veranderen, dan is het niet meer ons plan en stoppen wij ermee. Zonder dat dit gebeurd is, zijn ze ermee gestopt. Mij hebben inmiddels heel veel berichten bereikt, deze mensen doen niet meer mee. Zij hebben definitief afgehaakt. Maar mij hebben berichten bereikt, ook van de insprekers, dat ze wel dit plan steunen, absoluut, maar dat voor sommigen dit plan niet ver genoeg gaat. Ze hebben er wel alle begrip voor dat deze bewoners en mensen daar zelf niet toe aan zet zijn. Dat is namelijk de politiek. Wat doen we met maatschappelijke opvang in deze stad? Dat is aan ons en aan u. Als u dit plan vaststelt, en dat hoop ik van harte, dan zullen wij op zoek moeten naar mensen die dit weer gaan trekken. Dat zal geen eenvoudige opgave zijn, maar die uitdaging wil ik wel heel graag aan. Met deze mensen ga ik, ondanks het feit dat ze tot tweemaal of driemaal toe hebben aangegeven, wij doen het niet meer, wel in gesprek, want ik wil ze echt een hart onder riem steken. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder Merx voor deze toelichting. Het is, ik had het iets eerder al gehoord, heftige informatie, denk ik. Mensen die zich zo ingezet hebben en zich dan toch geroepen zien om ermee te stoppen en het bijltje erbij neer te gooien. Het neemt niet weg dat het buurtakkoord en het plan er nog wel liggen. We gaan daar, zoals u zegt, mee verder. Ik heb ook nog even teruggedacht aan de vergadering van vorige week. Ik kan me herinneren dat ik ze aan het eind ook bedankt heb voor hun aanwezigheid en de reacties die ze op de vragen gegeven hebben. Misschien zijn wij royaler geweest met kritische opmerkingen dan met complimenten. Ik denk, ze zijn nu niet hier aanwezig, maar ik vermoed dat ze wel meekijken, dat ik in ieder geval wel namens de voltallige commissie spreek als ik zeg dat wij echt veel waardering hebben voor al het werk dat deze mensen hebben gedaan. Als iemand zegt, niet namens mij, dan geeft u het maar aan. Maar ik denk dat we het echt allemaal wel hebben. We zijn raadsleden en soms
3
kijken we weleens heel kritisch ergens naar en komen we misschien te kritisch over. Dat was vast en zeker van niemand de bedoeling. Ondertussen zit met name de wethouder wel een beetje met de gebakken peren, want hij zit in ieder geval voorlopig even zonder groep waar hij mee kan sparren. Laten we ervan uitgaan dat het weer goedkomt. Dit gezegd hebbende, denk ik dat het goed is dat wij nu het werk gaan doen dat van ons verwacht mag worden. Dit betekent dat we heel concreet over het raadsvoorstel gaan praten. Daarbij betrekken we met name de 3 politieke vragen die ik u voorgelezen heb, waarbij ik misschien voor alle zekerheid nog even aan wil geven dat er een nieuw stuk bij de stukken zit. Dat is een brief van mijnheer Van Kekem. Hij had hier graag weer willen inspreken. Daar krijgt hij de kans niet voor, want dat staat ons reglement niet toe bij een oordeelsvormende vergadering. Hij heeft wel een brief gestuurd. Als u dat bekeken heeft, ik ga het niet helemaal voorlezen, heeft u in ieder geval gezien dat hij echt wil benadrukken dat het buurtakkoord het gevolg is van een heel intensief traject. Burgers, bewoners, gemeente en maatschappelijke partners hebben er heel veel tijd en energie in geïnvesteerd. Het draagvlak is opnieuw getoetst. 68 bewoners hebben hun steun uitgesproken. Geen tegenstemmers.
Het bewijst in ieder geval dat er wel de bereidheid is om de samenwerking voort te zetten. Mocht u meer willen weten en het nog niet gelezen hebben, doe het op een gegeven moment alsnog. Dit wilde mijnheer Van Kekem ons nog even meegeven. Misschien dat hij wellicht de vorige keer toch iets te kritisch overgekomen is. Ik ga aan u vragen, wie wil er graag het woord voeren? Mevrouw Stolk. Dan ga ik u als eerste het woord geven en daarna mijnheer De Heer. Daarna zien we wel wie er nog meer willen. Mevrouw Van den Bergh zie ik al. Het komt zo meteen wel. Voorlopig kunnen wij vooruit. Mevrouw Stolk, aan u het woord. Mevrouw Stolk: Voorzitter, door de wethouder en u is al heel veel gezegd. Laat ik beginnen met te erkennen dat hier veel werk in is gaan zitten. Ook vanuit de VSP, dank aan alle participanten en bewoners die hun tijd en energie hebben gestoken in dit akkoord. Dat verdient waardering. Voorzitter, wat voorligt is vooral een visiedocument. Het benoemt problemen, maar pakt niet concreet aan. Juist in deze wijk is veiligheid en overlast al jaren het dominante probleem. Dat blijkt ook uit de enquête en uit talloze signalen van bewoners. Toch zien we geen harde maatregelen, geen duidelijke termen, geen meetbare doelen. We lezen woorden als monitoren en onderzoeken, maar deze wijk is al jarenlang onderwerp van monitoring en overleg.
Voorzitter, deze wijk verdient na jarenlange overlast eindelijk eens een keer een oplossing die werkt. Geen papieren geruststelling, maar echte verbeteringen. Als wij dit akkoord vastleggen tot 2035, zonder afdwingbare afspraken, dan accepteren we feitelijk dat de huidige situatie het vertrekpunt is en blijft voor de komende 10 jaar. Dat vind ik, en vinden wij, een zware keuze. Bij veiligheid wordt erkend dat schorsingen bij het Leger des Heils direct leiden tot onveiligheid, maar een concrete aanpak ontbreekt. Geen harde afspraken over vermindering van incidenten, geen duidelijk alternatief. Dan moeten we de fundamentele vraag durven stellen, past de huidige vorm van het Leger des Heils in deze dichtbevolkte wijk nog wel? Als een voorziening structureel leidt tot overlast en onveiligheidsgevoelens, dan mag die vraag niet taboe zijn. De voorzitter: Mevrouw Stolk? Mevrouw Stolk: Mijnheer de voorzitter.
4
De voorzitter: Ik ga u er wel even op wijzen dat we het met name gaan hebben over het buurtakkoord en de politieke vragen die gesteld zijn. We moeten het niet de hele avond gaan hebben over of het Leger des Heils daar wel of niet hoort te zitten. Dat is op dit moment niet aan de orde. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik weet dat u mensen heel graag wijst op hun dingen. Maar als we dit onderwerp nu niet behandelen, dan ga je misschien het buurtakkoord niet goedkeuren, terwijl we dat wel willen. We moeten wel die fundamentele vraag met elkaar stellen. Of dat nu vanavond ter sprake komt of niet, ik laat me door u echt niet woorden in de mond leggen. Dat doet u heel graag, maar ik ga daar vanavond even niet in mee. Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn … De voorzitter: Mevrouw Stolk, ik wil zelf nu heel even reageren op wat u zegt. Ik heb u geen woorden in de mond gelegd. Ik heb alleen aangegeven dat we moeten praten over het buurtakkoord aan de hand van de drie politieke vragen die gesteld zijn. We gaan niet het Leger des Heils er direct bijslepen. Dan moet u een keer een agendavoorstel doen om het daarover te gaan hebben. Op dit moment niet. Mevrouw Stolk: Voorzitter, mag ik heel even? U wil deze commissie altijd woorden in de mond leggen op een belerende toon.
Als wij dit nu niet kunnen bespreken … Het is een fundamenteel probleem dat het Leger des Heils overlast geeft in die buurt. Het buurtakkoord dat er nu ligt is heel goed. Ik wil dadelijk een voorstel doen aan de commissie om het uit elkaar te trekken. U bent mij schijnbaar eerdere keer voor. De voorzitter: Wat u nu zegt is, denk ik, niet correct. Ik zou werkelijk niet weten welke woorden ik u in de mond gelegd heb. Belerend ben ik 43 jaar geweest toen ik leraar was. Mevrouw Stolk: Dat bent u nog steeds. De voorzitter: Ik wil absoluut niet belerend overkomen. Ik wil wel helder maken, ik ben de voorzitter en het wordt van mij verwacht dat ik de gang van zaken op een goede wijze laat gebeuren. We moeten het hebben over wat op de agenda staat. Niet over een verwijt waarvan u volgens mij niet kunt aantonen dat het klopt. Mevrouw Stolk: Voorzitter, u valt in herhaling. U praat vanavond dadelijk de hele commissie vol. Ik wil het graag over de inhoud... Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik denk dat we deze discussie moeten stoppen voor beiden, want het wordt erg persoonlijk gemaakt. Dat vind ik niet terecht. Een voorzitter heeft het laatste woord. Zo zitten commissies in elkaar. Dat weet mevrouw Stolk ook. De voorzitter: Dank u wel.
5
Mevrouw Stolk: Voorzitter, dan ga ik ook even richting mevrouw Kruger reageren, een voorzitter van een commissie is dienend aan de commissie. Dat is een voorzitter. Die mag en moet de commissie netjes leiden en niet sturen. De voorzitter: Mevrouw Stolk, nu moet u even stoppen. Een voorzitter moet netjes lijden soms ook sturen. Er wordt van mij verwacht dat ik zodanig stuur, dat we niet afwijken van waar we het over moeten hebben. Daar bent u, misschien wel bewust, dat weet ik niet, wel mee bezig. U wil koste wat kost het Leger des Heils erbij halen en vervolgens ook nog mijn voorzitterschap ter discussie stellen. Dat moet u op een andere manier doen. Dat moet u niet hier doen, want anders ga ik u het woord ontnemen en ga ik naar een ander. Heel simpel. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ontneemt u mij nu maar het woord. Doe dat maar. De heer De Heer: Voorzitter, zou ik een inhoudelijke vraag mogen stellen aan mevrouw Stolk? De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ik gooi het even over een andere boeg. Ik hoor dat mevrouw Stolk zegt dat het te vaag is. Over algemeen te veel een visie. Er zitten twee documenten onder, waaronder een actieplan. Ik vraag me af hoe mevrouw Stolk daarnaar kijkt. In dat actieplan is geprobeerd … De meningen zullen verschillen. Je kunt zeggen, het moet meer SMART, concreter, meer meetbaar. Dat verschilt per punt.
Maar ik lees, als ik daar doorheen ga, na de noeste arbeid van de hele groep die hieraan heeft gewerkt en de hele wijk, dat er toch wel heel veel meetbare en hele duidelijke resultaten en verplichtingen in staan die we met elkaar daarin aangaan. Hoe kijkt mevrouw Stolk daarnaar? Want anders lijkt het alleen maar alsof het een soort van een document is dat van vaagheden aan elkaar hangt. Zo lees ik dat toch echt niet. De voorzitter: Mevrouw Stolk, reageert u daarop. Mevrouw Stolk: Voorzitter, wij kijken daar toch heel anders naar kijk. Wij hebben het nu bij die bewoners neergelegd, maar de structurele oplossing, en dan kom ik daar toch weer op terug, zit in het Leger des Heils. Is een dichtbevolkt buurtje dat al … Ik weet niet hoeveel jaar ik in deze raad zit, maar zolang hebben we het al over dit onderwerp. Er is nul opgelost. Af en toe is er wat verbeterd. Ik weet dat u wethouder Merx best veel gedaan heeft de afgelopen jaren, maar is het voldoende geweest? Dan zeggen wij, nee. De voorzitter: Mevrouw Kruger heeft een vraag. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Ik wil toch aan mevrouw Stolk vragen of echt het Leger des Heils het enige probleem is. Als ik in de stukken lees, dan staat er heel duidelijk dat de hele buurt, het hele vierkant, ligt in een locatie van de buurt net buiten het centrum.
Het is versteend met kleine straatjes, verloedering van panden, illegale kamerbewoning, drugshandel, een druk wegverkeer en geluidsoverlast. Al die dingen hebben niet direct met het Leger des Heils te maken. Die wordt er en passant bij genoemd. Het is een veelvoud aan problemen. Als ik deze nu oplees, hoe kijkt u daar
6
dan tegenaan? Ook in relatie met het met de visie en de aanpak waar mijnheer De Heer net op duidde? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Als u even geduld heeft, kom ik daar zo op. De voorzitter: U zei, wij willen ook met een oplossing komen. Misschien is het een idee als u daar dan mee wil komen? Mevrouw Stolk: Ik wil eerst mijn woordvoering afmaken. Tenzij mij het woord ontnomen wordt, dan hoor ik dat graag. De voorzitter: Ik zou wel willen vragen of u dan richting het voorstel, de oplossing, toe wil gaan werken. Mevrouw Stolk: Ik heb een woordvoering gemaakt waar alles in zit. Als ik dat niet mag doen, dan heeft het voor mij geen zin. De voorzitter: We gaan het aanhoren. Mevrouw Stolk: Voorzitter, tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn. De problematiek die hier samenkomt lijkt inmiddels zo groot dat het misschien ook voor het leger des Heils nog beheersbaar is binnen deze setting. Dat is geen verwijt, maar een constatering. Juist daarom moeten we durven kijken naar de schaal, locatie en spreiding. Ook voor de illegale kamerverhuur, daar komt het, mevrouw Kruger, en de verloedering wordt actie vooruitgeschoven naar 2027, terwijl bewoners nu overlast ervaren. Handhaving uitstellen is geen oplossing. We kunnen wipkippen, bankjes en plantenbakken neerzetten. Dat ziet er misschien vriendelijk uit, maar daarmee lossen we de oorzaak niet op.
Als de kern van de overlast samenhangt met de huidige situatie rond het Leger des Heils, dan moet daar een oplossing voor gezocht worden, anders blijven we pleisters plakken op een open wond. Daarom zou mijn voorstel zijn, en daar komt het, om dit buurtakkoord los te trekken van de discussie met het Leger des Heils. Je lost nu dit probleem met buurtakkoord niet met elkaar op. De bewoners die dit buurtakkoord gemaakt hebben doe je daar enorm mee tekort. Tegelijkertijd vind ik dat we ook eens een keer de discussie met elkaar moeten voeren. Het Leger des Heils doet goed werk. Is de buurt waar zij nu zitten wel de juiste plek? Dat leg ik dan hier voor in de commissie, als we die 2 dingen uit elkaar kunnen trekken, dan zijn wij bereid om de discussie hierover op een ander moment te voeren. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik snap het niet helemaal. Er is een hele tijd terug, en de wethouder noemde dat in het begin al, besloten om te gaan werken aan dit plan met niet de verwachting dat in het plan die hele situatie uit elkaar zou worden getrokken. Mevrouw Stolk heeft ervan geweten destijds. Dat hebben we laten gebeuren. Er is heel veel inzet en bloed, zweet en tranen in gestopt. Nu ligt dat plan er, staan we op de valreep om daarover te beslissen en zegt mevrouw Stolk, je moet dat uit elkaar halen.
7
Gooit mevrouw Stolk dan daarmee al die inzet vanuit de wijk met al het bloed zweet en tranen en liefde dan niet last minute net voor de eindstreep in de prullenbak? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, volgens mij luistert mijnheer De Heer niet goed maar. Ik zeg juist dat we het buurtakkoord los moeten trekken van de problematiek die daar zit. Het buurtakkoord lost namelijk de problematiek in die wijk niet op. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dat was een hele zinvolle opmerking geweest voor aan dit buurtakkoord was begonnen en gewerkt. Nu ligt het zoals het er lag in de verwachting die we ook hadden destijds, dat het een integraal verhaal is met de erkenning dat daar een Leger des Heils zit, met dat er een wijk rondom zit die zo zijn uitdagingen en zijn wensen heeft. Zo is dat plan tot stand gekomen. Ik benoem in ieder geval bij dezen dat ik het moment niet heel erg begrijp om dit hele plan en deze vorm ter discussie te stellen. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dat is een oordeel. Er zit geen vraag in. De voorzitter: Mijnheer Roggekamp stak ook zijn hand op. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb zelf op het stuk van ik heb zelf op dat stuk Vrieseweg gewoond, lang geleden.
Als we nu kijken naar hoe het Leger des Heils daar zit en wat voor problemen zij naar zich toe krijgen, dan denken we dat het wel degelijk goed is om in de komende maanden ergens een keer te kijken naar, moet het Leger des Heils al deze rollen opvangen? Wij zouden graag willen voorstellen om dat wel te gaan doen, los van dit buurtakkoord. Dit buurtakkoord willen we. Ook met de hosting van het Leger des Heils, maar mogelijk met andere type mensen, niet de zware type mensen die ze nu ook hebben, maar bijvoorbeeld zoals in de periode dat ik er woonde. Als we dat los zouden kunnen trekken, dan zou het misschien de discussie vanavond een heel stuk makkelijker kunnen maken. De voorzitter: Uw opmerking is genoteerd. Ook Gewoon Dordt wil heel graag op termijn keer spreken over het Leger des Heils. Prima. Staat genoteerd. De heer Roggekamp: Los van dit buurtakkoord. De voorzitter: Los van het buurtakkoord, want nu hebben we het over het buurtakkoord. Dat was precies wat ik wilde. Mevrouw Stolk, bent u klaar met uw woordvoering? Dan ga ik naar mijnheer De Heer en daarna mevrouw Van den Bergh. Dank u wel. De heer De Heer: Voorzitter, we hebben de afgelopen jaren best wel regelmatig als fractie kritiek geuit op participatietrajecten, maar dit is toch wel van een andere orde.
Groot compliment, ook namens onze fractie, op de noeste arbeid die is verzet door iedereen om tot dit resultaat te komen. Omwille van de transparantie maak ik trouwens
8
graag de opmerking dat ik zelf ook vanaf april bewoner ben van deze wijk in beweging. Maar wat hier voorligt, is een plan dat is geschreven en wordt gedragen door een groot aantal bewoners. Dat is duidelijk, ondanks het stukje onduidelijkheid dat nu op het eind is ontstaan. Dit plan en de wijk verdienen elkaar. Wat de ChristenUnie/SGP betreft, is dit plan niet te algemeen en ook niet te vrijblijvend. De scheidslijnen zijn, wat ons betreft, op dit moment duidelijk genoeg. Het is een stevig startpunt. Zo is het ook wel gecommuniceerd. Zoals gezegd wordt het waar nodig jaarlijks opnieuw tegen het licht en levend gehouden. Dat is, denk ik, een uitstekend verhaal. We hebben nog nagedacht of het zinvol is om die leefbaarheidsnorm, of met andere woorden het rapportcijfer zoals eerder gezegd, toe te voegen aan de doelen. Om te voorkomen dat dit ook weer uit het budget van de wijk moet komen en om te voorkomen dat we dan te veel sturen op momentopnamen, zoals we dat wel hebben begrepen, vinden we het voor nu geen reden om dat voor te stellen. Het mag duidelijk, zijn waardering en steun vanuit onze fractie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Heer. Dan ga ik naar mevrouw Van den Bergh, daarna mevrouw Kruger en dan mijnheer Van Antwerpen.
Mevrouw Van den Bergh: Ben ik te verstaan? Ik wilde toch nog even reageren op wat u zei, wethouder Merx, over hoe de bewoners die ingesproken hebben dat ervaren hebben vorige week in onze commissie. Er was duidelijk ook iemand, ik ben nooit goed in namen, die zei, we waren niet zo betrokken bij het geheel en een groot deel van onze inbreng zien wij niet echt terug in het buurtakkoord. Daar begon hij mee in te spreken. Later kwamen ook degenen die er actief bij betrokken waren. Dat bleek een minder aantal bewoners te zijn. Voor ons was dat toch een aanleiding om te daar wat dieper op in te gaan. We vinden het buitengewoon jammer dat de initiatiefnemers, de vier mensen waar u het over had, mijnheer Merx, zich nu hebben teruggetrokken naar aanleiding van die discussie in onze commissie. Dat vinden wij bijzonder jammer. Je kunt zeggen, we gaan steeds meer toe naar participatie, meedoen van bewoners, ondernemers in onze stad en in allerlei vormen. Daar zijn we zoekende in. Ook de rol en de discussie, dialoog, hoe je het wil noemen, van de raad zit daarbij. Dan vind ik het jammer dat het gelijk hier niet goed is gegaan. We zouden dan toch nog wel graag meer een gesprek willen hebben met de mensen die dit gestart zijn. We vinden het jammer dat ze zich nu gelijk helemaal terugtrekken. Maar dat is hun keuze. Daar kun je verder niks aan doen, maar wij vinden dat jammer.
Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik hoor wat mevrouw Van den Bergh zegt. Ik geloof dat ik de wethouder heb horen zeggen dat ze toch zullen proberen om weer, zeker met de initiatiefnemers, in gesprek te gaan om te zien wat mogelijk is. De voorzitter: De wethouder heeft inderdaad gezegd dat hij zijn uiterste best gaat doen, maar ze hadden hem niet veel hoop gegeven. Mevrouw Van den Bergh: Dat steunen wij ieder geval als partij, maar ik denk ook als commissie. Ik vind dat het niet goed is gegaan. Als mensen zich gekwetst voelen of om wat voor reden dan ook zich onveilig voelen, dat is niet goed. Laat ik dat zo zeggen. Dat
9
neemt niet weg dat wij ook een aantal opmerkingen hebben gemaakt, zeker kritische opmerkingen, over hoe verder en dat het niet, wat ons betreft, wat duidelijker had gekund. Wij vinden dat een buurtakkoord de weerslag moet zijn van de bewoners in die buurt. Zij wonen op verschillende plekken in de buurt. Zij ervaren de situatie anders. Dat werd vorige week heel duidelijk aangegeven. Wat ons betreft kan het buurtakkoord zo doorgaan. Het is tenslotte door de bewoners samengesteld. Wij hopen alleen, en daar zijn wij nog wel benieuwd naar, zeker nu de initiatiefnemers zich hebben teruggetrokken, dat de bewoners die inspraken, een groep van 68 die zich niet helemaal 1-op-1 konden terugvinden in het buurtakkoord, niet blijft zeuren. Dat daar een vorm voor gevonden wordt, zodat het op een gegeven moment toch een weerslag is van alle bewoners in deze wijk. Je kunt je nooit voor 100 procent allemaal terugvinden in voorstellen, maar dat het geen tweespalt geef. De voorzitter: 1 opmerking, mevrouw Van den Bergh, het getal 68 dat ik voorgelezen heb, zijn de mensen die juist aangeven dat ze wel achter het buurtakkoord staan. Mevrouw Van den Bergh: Dat begrijp ik ook. Maar dat het niet blijft schuren. Laat ik het zo zeggen. Dan is het goed. In principe gaan wij akkoord. Het is niet voor het eerst dat we hierover praten. Zolang ik in de raad zit, is dit al een kwetsbaar gebied.
We denken dat alle beetjes helpen. Of het Leger des Heils daar moet blijven, daar ga ik verder niet op in, voorzitter. Dat is een andere discussie. Wij waren er wel voor om het buiten het centrum te plaatsen, zelfs op bedrijventerreinen. Maar dat is een discussie die misschien volgende keer weer terugkomt. Voor alsnog steunen wij dit akkoord. We hadden het graag af en toe wat scherper geformuleerd willen zien, zeker wat betreft overlast van kamerverhuur. Vooralsnog steunen we zeker dit initiatief. Het is van en door bewoners. Nogmaals, wij hopen dat er toch nog een vervolggesprek komt met de initiatiefnemers. De voorzitter: Dank u wel. Dat hoopt, denk ik, iedereen. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Wij als GroenLinks kunnen ons achter het plan scharen. Wat is er? De voorzitter: Dat was even eens seintje van iemand die straks het woord wil. Mevrouw Kruger: Ik dacht dat ik iets verkeerd deed. We zijn juist zo blij dat dit plan een heel goed, en dan ga ik even weer naar boven scrollen voor hoe het ook alweer heet, actieplan heeft. Niet alleen een visiedocument, maar een actieplan. Ik heb net een aantal dingen genoemd waarbij ik zei hoe lastig die buurt ligt in steen. Versteend gebied, de dag- en nachtopvang is er, maar ook verloedering in van de panden enzovoorts. Eigenlijk komen alle problemen die genoemd worden in dat vierkant terug in het actieplan.
Mevrouw van den Bergh geeft het aan, het is allemaal niet strak genoeg. Hoe kan je dingen zo strak zetten dat er nooit iets kan veranderen? Nu wordt er bijvoorbeeld op Kromhout te snel gereden, net als op de Sint Jorisweg. Een andere keer wordt die weg versmald en dan kan er weer rustig gereden worden. Het verandert. Dat noemde mijnheer De Heer al zo goed, een wijk in beweging. Als ik alles lees, en ook het plan van aanpak, dan heb ik echt respect voor hoe dit zorgvuldig met alle aspecten is weergegeven. Ik zou willen dat voor elke buurt zo'n plan gemaakt werd, ook voor mijn buurt. Er wordt gezegd, andere wijken scoren hoger omdat ze misschien toevallig geen
10
snelweg tussen hun wijk hebben lopen. Dat kan allemaal zomaar zo zijn. Het gaat erom dat de mensen zich veilig voelen en dat eraan gewerkt wordt om een goed geheel te krijgen. Als ik dit actieplan lees, dan denk ik, petje af hoe dat voor elkaar is gekregen. Ikzelf ben er vanaf het begin af aan bij geweest, ook bij alle participatiemomenten in de in de Kamer op de Vrieseweg, bij het Leger des Heils zelf enzovoort. We hebben gezegd, het Leger des Heils moet anders. Ook dat wordt hier integraal meegenomen. Juist over de punten waar men last van heeft, personen die veel lawaai maken, onbegrepen gedrag hebben op straat, wordt wat over gezegd. Daar is ook handhaving voor om er iets mee te doen. Ik zeg niet dat het de oplossing is, maar het is een ander probleem in zijn totaliteit. Wij kunnen hier volledig achterstaan. Nogmaals, de complimenten aan alle inbrengers die daaraan gewerkt hebben. En hier wilde ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik hoop dat ze meeluisteren. Mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, Beter voor Dordt staat positief tegenover zaken zoals een buurtakkoord waarbij buurtbewoners, gemeente en partners actief samenwerken en actief worden betrokken. Ook vanaf onze kant alle waardering voor iedereen die daaraan heeft meegewerkt. Het is een hoop werk geweest.
Heel spijtig om te horen dat 4 van de 5 mensen die erbij betrokken waren, vanaf het begin volgens mij, daarmee gestopt zijn. Voorzitter, wij hadden na de beeldvormende sessie in eerste instantie het idee dat er toch wat verschillende invalshoeken waren. Laten we het zo maar noemen. Ik ben blij met de woorden die hier net uitgesproken zijn door u en de wethouder over dat het buurtakoord toch breed gedragen wordt. Ik bedoel, 68, het magische getal 68 zoals u noemde, van de mensen heeft aangegeven achter dit buurtakkoord te staan. Dan denk ik, prima. Dat geeft mijns inziens weer dat het een breed gedragen akkoord is. Het punt waar we wel nog wat mee willen, is de lengte van het buurtakkoord. Volgens mij hebben we het voor 10 jaar, terwijl er aan de andere kant sprake is van redelijk wat nieuwbouw op een gegeven moment. Hoe ga je die mensen meenemen in een buurtakkoord dat nu voor 10 jaar wordt afgesloten? Betekent dit dat je die dan meepakt op het moment dat zaken geëvalueerd worden? Je kunt ook stellen, ga het buurtakkoord aan voor een kortere periode. De voorzitter: Ik denk dat mijnheer Van der Net u wat wil vragen. De heer Roggekamp: Dat denk ik ook. Zijn lampje brandt. De heer Van der Net: Niet wat vragen. Volgens mij staat er heel duidelijk in dat dit een levendig document is en dat elk jaar een evaluatie plaats zal vinden.
Dan kan er een herziening plaatsvinden, ook gezien de veranderende situatie, voorzitter. Dat wil ik mijnheer Van Antwerpen nog even meegeven. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Net. Mogelijk is de vraag van mijnheer Van Antwerpen beantwoord. Ik heb gezien dat de wethouder het in ieder geval ook opgeschreven heeft. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, mijnheer Van der Net vatte goed samen wat ik daarvoor zei, waarbij ik aangaf, volgens mij heb je twee varianten. Je laat de nieuwe situatie in een levend document jaarlijks meepakken met een evaluatie of een andere variant is dat je zegt, we sluiten het buurtakkoord af voor een kortere periode, waarna je
11
kijkt of je wellicht met een nieuwe buurtsamenstelling naar een volgend buurtakkoord moet gaan. De voorzitter: Was dat gelijk uw woordvoering? De heer Van Antwerpen: Ja. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, er is apart gevraagd om mij echt aan de politieke vragen te houden. De eerste vraag was of het akkoord recht doet aan de situatie. Vorige week hebben we best wel een behoorlijke discussie gezien tussen insprekers en de mensen die het presenteerden. Dat is ook niet zo gek. Als je gaat kijken naar zowel de Sint Jorisweg, het Kromhout, de Vrieseweg, het zijn heel andere situaties. Het is eerder al gezegd, dan is het knap dat je een plan kan maken waar al die dingen zo instaan. Is dat dan meteen het meest ideale plan? Wij denken van niet, maar het is een heel mooi begin. We zien dit plan zeker als een goed begin. Er wordt gezegd, het is levendig. Als het levendig is en je ziet het als een begin, dan denken we dat we mogelijk wel meer overleg moet hebben dan eens per jaar, zeker in het begin. Misschien dat je naar eens per jaar kan gaan als het een paar jaar draait, maar in het begin denken we dat er vaker overleg moet zijn over hoe we het praktisch aanpakken. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Een vraag aan mijnheer Roggekamp. U zegt, overleg meer dan een keer per jaar.
Volgens mij is er sprake van een keer per jaar een evaluatie. Als ik de stukken lees, wordt er buurtcomité opgezet. Dat wordt meer ingebed dan het nu is. Er is een initiatiefgroep geweest enzovoorts. Ik kan mij zo voorstellen dat u zeker wil weten dat er meerdere keren overleg plaatsvindt. De heer Roggekamp: We willen dat er de mogelijkheid is om eerder al bij te sturen als we denken dat het misschien net iets anders zou moeten zijn. Dat je niet een jaar hoeft te wachten op een evaluatie en het een kant opgaat. Of dat ze zelf met dingen zitten die ze anders willen, maar dan ligt het een jaar vast. Die flexibiliteit willen erin houden. Dan kom ik meteen op de tweede vraag, is het helder waar de buurt over gaat? Dat is ons ook niet helemaal helder. Daarom zouden we heel graag de raad betrekken bij dit soort overleggen. Of de raad of de buurt gaat er dan over. Ik denk dat we allemaal hetzelfde willen voor zo’n buurt. Dan gaan we er zeker over. De derde vraag was of dit ernstige problemen oplost. Dat denken we niet. Ik heb het net ook al aangegeven, we zouden graag in een ander type sessie vooral over de zwaardere problematiek, de wethouder gaf aan, het gaat misschien maar om een paar mensen, bespreken in de raad. We denken dat het niet zozeer de buurt hoeft te zijn die de problemen gaat oplossen, maar dat wij als raad dit soort problemen van de mensen op moeten lossen.
Misschien wel met andere middelen. Maar dat moet niet in deze sessie. Dat moeten we ergens anders doen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb gezien dat ook uw naam genoteerd is. De wethouder zal daar vast zo meteen wel op ingaan. Mijnheer Van der Net.
12
De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter. Een beetje een kwalijke situatie die is ontstaan door de perfecte participatie en uiteindelijk toch door waarschijnlijk niet duidelijk te hebben waar dan de buurt en waar de gemeente over gaat. Ik denk dat daar met name de verwarring door is ontstaan. Dit is een buurtakkoord. Het is door middel van participatie, zoals het hoort, tot stand gekomen. Wie ben ik dan als volksvertegenwoordiger om hiervoor te gaan liggen? Maar ik besef me wel terdege dat dit buurtakkoord het probleem van de overlast niet gaat oplossen. Dat kan de buurt ook niet. Dat is iets wat de overheid moet gaan doen. De overheid moet het gaan oppakken. We zien dat de kamerverhuur en het Leger des Heils daar het probleem in zijn. Wij hebben in ieder geval, ik geef het ook richting mevrouw Stolk even aan, in ons verkiezingsprogramma duidelijk aangegeven dat wij een onderzoek willen naar de locatie, ook gezien de problematiek van het leger des Heils. Dat komen toch steeds meer mensen met, zoals mevrouw Kruger het altijd zegt, onbegrepen gedrag. Voor de rest vinden wij dit buurtakkoord wat dat betreft wel prima. Wel de vraag richting de wethouder om nog even duiding te geven met betrekking tot de kamerverhuur en de handhaving en wanneer dat op gang gaat komen. Voor de rest steunen wij dit akkoord van harte, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Net.
Mijnheer Groenewege, ik wilde u vragen of u ook nog het woord wil, maar u bent mij al voor. De heer Groenewege: Dank u wel. We hebben als Partij voor de Dieren een beetje een bescheiden rol gepakt in deze commissie en het echt als een oordeelsvormende commissie gebruikt om ons een oordeel te vormen over het raadsvoorstel en over de politieke vragen. Maar er waren wel al een paar dingen die ons duidelijk waren. Allereerst superveel waardering voor de bewoners die zich hebben ingezet voor het opstellen van dit buurtakkoord. Het is ook nog eens heel mooi. Dat is wel leuk, vind ikzelf als iemand die veel bezig is met vormgeving. Ten tweede dan de vraag die ook echt voorlag in de beeldvormende commissie, is dit, vooral het actieplan dat mevrouw Kruger al noemde, concreet, SMART, genoeg? Wij vinden het voor een actieplan, zeker voor een eerste versie van een levend document, behoorlijk SMART. Dan lag de vraag voor, moet die leefbaarheidsscore van 7.2 een doel op zich worden? Wij zien een leefbaarheidsscore niet als doel op zich. Eigenlijk is zo'n leefbaarheidsscore vooral een gevolg van een thematische inzet op leefbaarheid op allerlei vlakken. Mevrouw Kruger heeft al genoemd dat er op allerlei vlakken leefbaarheidsuitdagingen zijn in dit deel van Dordrecht. We hebben er echt vertrouwen in dat als je op al die vlakken gaat inzetten, uiteindelijk die leefbaarheidsscore gaat toenemen.
De score zelf is geen doel op zich. Prettig wonen in de wijk is dat wel. Het voelt voor ons ook een beetje ongemakkelijk als je die 7,2 als norm zou gaan hanteren voor specifiek dit wijkje. Er zijn ook andere wijken in Dordrecht waar overlast wordt ervaren. Niet door een daklozenopvang, maar door andere oorzaken. Moet je daar dan ook niet een leefbaarheidsscore als doel gaan hanteren? Hoe wegen we het dan ten opzichte van de leefbaarheidsscore die de wijk nu haalt? Dat is best wel een ingewikkelde afweging. Zeker, denk ik, voor een raad die niet alleen naar een wijk kan kijken, maar die het effect op de hele stad in ogenschouw moet nemen. Als we bijvoorbeeld de daklozenopvang gaan verplaatsen, dan knapt de leefbaarheidsscore van deze wijk ermee op, maar je zal een leefbaarheidsscore van een andere wijk daarmee naar beneden duwen. Dat soort
13
moeilijke afwegingen moeten we daar ook in meenemen. Al met al steun voor hoe dit nu voorligt. Zoals mijnheer Van der Net ook zei, als bewoners iets hebben opgesteld en ze hebben er zo veel tijd en moeite ingestoken, dan moet je wel echt van goede huizen komen en met goede argumenten komen om daarvoor te gaan liggen. De hebben wij niet gezien in deze commissie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Groenewege. Dat waren, volgens mij, alle fracties. Ik ga naar de wethouder namens het college. Wethouder Merx. Mijnheer Merx: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, commissieleden, voor de steun die u allen unaniem heeft uitgesproken voor dit plan van de buurt. Dat zal deze mensen echt goed doen. Het zijn er meer dan 68 die dit plan van harte ondersteunen in de wetenschap dat het niet alle problemen gaat oplossen. Daar heeft u zojuist een hele hoop woorden aan gewijd. Maar ik denk dat het heel belangrijk is en dat het ook het college gaat helpen, of ik er ben of mijn opvolger, om mensen weer bereid te vinden hier in de op te richten buurtverenigingen, dat is 1 van de actiepunten, en daar hun schouders onder te gaan zetten. Die steun hebben ze heel hard nodig, want het is geen gemakkelijke wijk en geen gemakkelijke opgave. Meer dank dan dit kan ik niet uitspreken, want meer dank is er niet uit te spreken. Dan ga ik even een aantal opmerkingen langs.
Er is een aantal keren gezegd, wat is van de gemeente en wat is van de buurt? Laat ik vooropstellen dat wij hier moeten leren loslaten. Wij als gemeente moeten leren loslaten. U als raad zal, en dat heeft u zojuist gedaan, moeten leren loslaten als wij participatie in deze vorm een warm hart toedragen. Wij zijn in dit plan niet meer van wij en zij, maar we zijn partners. Wij moeten als partners gaan optreden om het actieplan dat er ligt, gebaseerd op de visie, daadwerkelijke uitvoering te gaan geven. Het betekent dat we allemaal wel vanuit onze eigen verantwoordelijkheden hetgeen moeten gaan doen dat nodig is om deze buurt weer een stukje leefbaarder, leuker en gezelliger te maken. Dat vooropgesteld. We komen ook met de beheergroep, die niet meer bestaat, maar mocht het bestaan of weer gaan bestaan en anders met de vereniging, minimaal 1 keer per kwartaal bij elkaar om met elkaar te spreken. We zullen u in ieder geval elk jaar informeren over de voortgang. Mocht er tussentijds iets zijn waarvan we denken, nu moeten we de raad gaan informeren, want dit gaat echt niet goed of het gaat juist heel erg goed en we zijn er trots op, dan zullen we daar zeker tussentijds de raad in meenemen. Er is een paar keer gezegd, zijn de afspraken nu zo duidelijk? Daar zijn de meningen over verdeeld. Ik denk dat het op dit moment het maximaal haalbare is. Dit zijn hele concrete afspraken.
Misschien niet in de vorm van allerlei rapportcijfers enzovoort. Daar zijn ook worden over gewisseld, maar dit is op het moment hetgeen we met elkaar hebben kunnen bereiken. De meting, dat is een discussie geweest, ook in die groep, want er zijn mensen die zeggen, maar we willen graag dat de OCD elk jaar een en de thermometer erin steekt. Dat kost wel 16.000 euro. We hebben met elkaar afgesproken, dit is het budget dat we hebben. Elk jaar 16.000 euro plus de huur van de Buurtkamer, dan blijft er veel te weinig geld over voor de andere activiteiten. Men heeft gezegd, en daar is niet iedereen het mee eens, maar verreweg de meerderheid wel, laten we het dan op een andere manier volgen. We kunnen we de Fixi-meldingen en de klachten in de gaten houden en we kunnen het op basis van de gesprekken die we voeren in de gaten houden. Dan houden we zelf de thermometer in de hand om te kijken hoe het gaat. Mevrouw Van den Bergh
14
zei het al, we waren niet betrokken, een groot deel van onze inbreng zien wij niet terug. Diezelfde mijnheer heeft het, denk ik, iets anders bedoeld. Hij heeft nu de brief geschreven waarin hij zegt dat hij in korte tijd 68 mensen bij elkaar heeft geharkt die het buurtakkoord echt steunen. Er zit een maar bij en dat hebben zowel hij als de dame die vorige week insprak gezegd, dit is niet alles. We onderkennen allemaal dat we daar een probleem hebben met de aspecten die u zojuist genoemd heeft. Daar kunnen de buurtbewoners niet zo heel veel mee. Zij hebben daar niet zo veel invloed op. Behalve op wat hier staat, dat ze met het Leger des Heils afspraken maken, dat het Leger des Heils ook in de beheergroep zit en dat we met elkaar gaan zorgen dat we zo veel mogelijk … Gegeven de situatie, want die is zo op dit moment, dat daar een Leger des Heils zit. Mijnheer Groenewege verwoordde dat zojuist ook, als u vindt dat het ergens anders naartoe moet, dan moeten we een brede discussie gaan voeren met elkaar over waar dan wel? Welke wijk gaan wij geheel of gedeeltelijk … Gaan we het verspreiden? Een industrieterrein hoorde ik mevrouw Van den Bergh zeggen. Waar gaan we dat dan doen? Dat is een andere discussie. Dit plan is uitgegaan van het gegeven dat het Leger des Heils er is en de klanten er zijn. Een groot deel van de klanten veroorzaakt echt geen overlast.
Het zijn hele vriendelijke mensen die proberen hun leven weer op orde te krijgen. Er zijn er een aantal met multiproblematiek waar ze wel last van hebben. Maar er zijn ook andere problemen in de wijk waar we gezamenlijk aan gaan werken. Ik nodig u van harte uit om in de nieuwe raadsperiode met elkaar de discussie te gaan voeren over hoe hiermee om te gaan. De voorzitter: Mijnheer De Heer heeft een vraag voor u. De heer De Heer: Voorzitter, in de tussentijd even een vraag. Wij hebben begrepen dat er een beheergroep is geweest die dit stuk heeft opgesteld. Ze hebben er hard aan gewerkt. Daarvan hebben van de vijf nu gezegd, we stoppen ermee. Het vooruitzicht was dat er een bewonersvereniging zou komen. In het ingekomen stuk wordt mogelijk een interimbeheergroep genoemd. Zou die beheergroep überhaupt nog doorgaan tegen de tijd dat de vereniging wordt opgericht of zou het sowieso tot stilstand komen? De voorzitter: De wethouder. Mijnheer Merx: De beheergroep als zodanig zou opgaan in de vereniging. Daar heb je alleen mensen voor nodig. Deze mensen hebben dit nu even gezegd. Waarschijnlijk, zoals ik het begrepen heb, maar ik ga nog met ze in gesprek, ik wil de verwachtingen niet te hoog stellen, waren ze daar tot nu toe heel definitief over. Het is overigens niet alleen, dat hoorde ik net ook, hetgeen in de commissie gezegd is. U moet uzelf niet te veel pijn doen.
Dat heeft wellicht meegespeeld, maar er is meer gebeurd dat reden is geweest voor deze mensen om te zeggen, we stoppen ermee. Even kijken. De nieuwbouw van Beter voor Dordt. Er wordt veel nieuwbouw gepleegd en hoe gaan we die mensen betrekken? Een van de schrijfsters geeft, ik ga mijnheer De Heer alvast blij maken, denk ik, aan alle nieuwe bewoners een welkomsttasje. In welke wijk maak je dat mee? Ik heb begrepen dat de mensen wel doorgaan met dit soort activiteiten. Daarin staat dan beschreven hoe je betrokken kan worden, de buurtapp en misschien ook als lid van de vereniging. Ik weet verder niet hoe de vereniging eruit gaat zien. Misschien met werkgroepen en weet ik het allemaal. Het is wel de doelstelling dat zo veel mogelijk mensen gaan participeren. Ik zie u alweer naar de knop gaan. Dat heb ik gezegd, een keer per drie maanden. De flexibiliteit, Gewoon Dordt, zeker. Het is een levend
15
document. Daarmee zeggen we, we moeten de flexibiliteit hebben om in te kunnen spelen op veranderingen die zich op enig moment voordoen. Wij houden ons wel, een beetje het praktisch gezien, het recht voor om het op collegeniveau met deze mensen dan af te spreken. Mocht dat echt leiden tot onoverkomelijke problemen, veel meer geld of wat dan ook, dan weten we u echt te vinden. Het is een plan dat sowieso elk jaar tegen het licht wordt gehouden van, waar staan we, hoe gaat het, zijn er andere dingen voor in de plaats gekomen of is wat we toen bedacht hebben toch niet zo belangrijk en moeten we het vervangen door iets anders? Die flexibiliteit zit er zeker in. Dan denk ik dat ik in grote lijnen … De heer Van der Net: Nog niet alles, voorzitter. De heer Merx: U heeft gevraagd niet duidelijk te hebben waar het over gaat en waar de gemeente over gaat. De voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Merx: Dat is kamerverhuur en … De heer Van der Net: Voorzitter, het was mij duidelijk, maar volgens mij was dat in de buurt niet geheel. Vandaar dat er wat onduidelijkheden waren door de inspreker. De vraag was, in het stuk staat dat er wordt gehandhaafd op de illegale kamerbewoning, maar dat het nog even duurt. Misschien kan de wethouder nog even uitleggen wat daar het plan worden is en waarom het zo lang moet duren.
Mijnheer Merx: U heeft onlangs, in september van vorig jaar, meen ik, de verordening vastgesteld voor goed verhuurderschap. De verordening is een, maar dan moet het ingeregeld worden. Maar dat richt zich vooral op de mensen die verhuren, dat de huurders het op zichzelf goed hebben en dat de verhuurder aan de … Daar gaan we wel op handhaven. Daarmee komen de rotte appels, maar ik aannemen, naar boven. Daar kunnen we dan wat mee. Dat heeft even tijd nodig. Vandaar dat deze jaartallen er ook in staan. De voorzitter: Even tijd, daar neem mijnheer Van der Net, denk ik, geen genoegen mee. De heer Van der Net: Wat de wethouder bedoelt is natuurlijk de legale verhuur, maar we hebben vaak ook in die buurt te maken met illegale kamerverhuur. Wat ik nu weet, is dat er een melding moet komen richting, volgens mij, de omgevingsdienst om daar dan een verzoek in te dienen voor handhaving. En mijn vraag is, dat kan toch ook nu? Dan hoeven we niet op de uitwerking van de verordeningen te wachten. De voorzitter: De wethouder. Mijnheer Merx: Als u het echt heeft over illegale kamerverhuur, niemand weet dat er verhuurd wordt, maar het gebeurt wel, daar is inmiddels een werkgroep opgestart onder handhaving. Zij zijn al begonnen. De voorzitter: Goed. Was u klaar?
16
De heer Merx: Dat gebeurt op vele plekken in Dordrecht. Het is niet alleen daar. Dan ben ik, denk ik, klaar. De voorzitter: Mijn vinger ging naar het knopje. Ik dacht even, mijnheer De Heer kennende zit hij binnen de kortste keren in de beheergroep. Maar toen dacht ik, dat is niet handig. Zo handig zal hij ook wel zijn om het niet te doen. Dat gezegd hebbende, de wethouder heeft zijn reactie gegeven. Zijn er nog mensen die in de tweede termijn iets willen zeggen? Ik concludeer dat het antwoord nee is. Dan is de volgende vraag, hoe gaan we hiermee verder? Ik heb een vermoeden dat dit een hamerstuk zou kunnen worden. Maar als iemand het er niet mee eens is, dan moet hij of zij dat even zeggen. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik ga het even mee terug nemen naar mijn fractie. Dan wordt het een stemverklaring, motie of amendement. De voorzitter: Dank u wel. In het laatste geval weten we allemaal dat het sowieso verheven wordt tot bespreekstuk waarbij we het over de motie zullen hebben. De conclusie is, het wordt een hamerstuk. Mogelijk komt de VSP met een stemverklaring, dat mag altijd, of een motie. Dat gaan we zien. Ik dank u allen hartelijk voor uw inbreng. De wethouder ook en mijnheer Van Diejen die hem af en toe wat ingefluisterd heeft, zonder dat gaat het niet, en de mensen achter voor hun belangstelling. Ik sluit deze vergadering.
Ik wens u nog een genoeglijke avond. Neem alstublieft uw bekertje, flesje of wat er ook staat, met u mee.
2. Agenderingsverzoek College aan Agendacommissie betreffende consultatie over Plan van Aanpak Nationale Leeraanpak Bodemdaling en Funderingsproblematiek Dordrecht Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Pauwels (PvdA) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: dhr. Gersonius, dhr. Takens
17
De voorzitter: Goedenavond. Het is klokslag 21.00 uur. Ik denk, laten we maar gelijk van start gaan. Wij zitten hier voor een agenderingverzoek van het college over een plan van aanpak Nationale Leeraanpak Bodemdaling en Funderingsproblematiek in onze mooie stad Dordrecht. Allereerst welkom, alle raadsleden en commissieleden. In mijn annotatie staat mijnheer Veldman. Hij komt misschien nog of zit achter mij. Hij zit in een andere commissie. Ik denk dat de twee heren mogelijk goed het woord kunnen doen. Voor het verslag vraag ik eerst event aan iedereen om zich voor te stellen. Dan begin ik daar helemaal in de verte. Wilt u beginnen? De heer De Feijter: Bart de Feijter ChristenUnie/SGP. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Gersonius: Berry Gersonius, ambtelijke ondersteuning, adviseur Water en Bodem. De heer Takens: Ronnie Takens, beleidsmedewerker Wonen. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland.
De voorzitter: Ik ben uw voorzitter vanavond, Kitty Kruger. Op 2 december vorig jaar heeft de commissie een toelichting gehad op de opgave die er ligt wat betreft de niet onderheide woningen met een verhoogd risico op schade door bodemdaling. De gemeente doet inmiddels mee aan een gebiedsgerichte leeraanpak als onderdeel van de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek. Eerder is gesproken dat de raad zou worden geconsulteerd over het Dordtse plan van aanpak. U krijgt zo eerst via een presentatie een toelichting op concept plan van aanpak. Dan eindigt de presentatie met 3 lijnen van de aanpak. Bij elke lijn is er even een moment waarop u vragen kunt stellen en inhoudelijk kunt reageren. Ik wilde nu eerst het woord geven aan mijnheer Gersonius. De heer Gersonius: Ik zal beginnen met de inleiding op de Dordtse leeraanpak. Ik zal even vertellen over de context en de landelijke leeraanpak waarin Dordrecht meedraait. Het begint met de context, de landelijke aanpak en Ronnie neemt het stokje dan over en gaat verder met de 3 lijnen van de Dordtse aanpak. We zijn hier 2 december geweest.
18
Toen hebben we de problematiek aan u toegelicht. Ik zal er niet te lang op ingaan. Nog even in herinnering roepen, het gaat om 7.000 niet onderheide woningen in Dordrecht. Die woningen hebben een ondiepe fundering en zijn meestal gebouwd voor 1950. We hebben een goed beeld van waar die woningen zich bevinden. Hier zie je het percentage van dergelijke woningen per buurt. Hoe blauwer, hoe groter het percentage woningen per buurt. Donkerblauw betekent dat meer dan 30 procent van de woningen in zo'n buurt een ondiepe fundering heeft. Dit geeft het aantal woningen aan, maar is niet per se de urgentie. Niet alle woningen die zo'n fundering hebben, zijn nu urgent. Met urgent bedoel ik dan dat die woningen nu al problemen ervaren door de bodemdaling. Problemen in de zin van waterschade. Doordat de woningen mee zakken met de bodem ontstaan er als het ware een soort van kuilen in het landschap, waar bij hevige neerslag het water dan naartoe gaat. Het gaat altijd naar het laatste punt. Dat loopt dan vaak de woning binnen over de drempel, door de voordeur. Maar ook het grondwater kan een probleem zijn. De woningen hebben ook te maken met vochtoverlast door hoge grondwaterstanden. Dat geeft optrekkend vocht en heeft vaak schimmel tot gevolg. Als het tegen zo’n houten balkenvloer aanstaat, kan het tot gevolg hebben dat de houten balken beginnen te rotten.
Het kan zorgen dat het niet gelijkmatig zakt, het scheef zakt of staat. Het komt in een aantal buurten voor dat de verschillende typen funderingen naast elkaar staan. Bijvoorbeeld een woning ondiep gefundeerd die naast een woning staat die wel gefundeerd is, hetzij op houten palen, hetzij met een betonnen fundering, paalfundering, daarbij krijg je ook dit soort schade door scheurvorming en scheefstand. Maar het zijn niet alleen de fysieke gevolgen, het zijn ook de sociaal-maatschappelijke gevolgen. Die hebben we vorige keer aan u toegelicht. Zeker vocht en schimmel. Dat geeft gezondheidsproblemen. Als het water door hevige neerslag door de voordeur komt, leidt het vaak tot stresssituaties die soms langdurig kunnen zijn. Als je het probleem wil aanpakken, kan dit ook financiële consequenties hebben. Het is vaak heel duur om zo'n probleem aan te pakken. Die draagkracht is er vaak niet. De goedkopere woningvoorraad is vaak waar dit soort type problemen optreedt. Als er meerdere van dat soort woningen zijn in dezelfde buurt, dan kan dit wellicht ook op de lange termijn gaan leiden tot verpaupering van de buurt als de problemen niet worden aangepakt. Vaak is het niet alleen de problemen met funderingen. Het is, wat we gezien hebben, vaak een stapeling van problematiek. De woningen zijn, omdat ze wat ouder zijn, vaak slecht geïsoleerd. De lagere energielabels.
Een aantal van de woningen heeft te maken met achterstallig onderhoud. Het is vaak privaat bezit. Dat is zeker kenmerkend voor Dordrecht als we het vergelijken bijvoorbeeld met een andere gemeente, zoals Rotterdam, die ook meedoet in de leeraanpak. Daar zie je dat het veel meer corporatiebezit is. Daarnaast is het niet alleen een probleem met woningen, maar het is in buurten die vaak smallere straat hebben, auto's geparkeerd voor de deur, weinig mogelijkheden tot vergroening, je ziet bijvoorbeeld hittestress in zo’n buurt. Er is ook een relatie tussen de openbare ruimte en de woningen, zeker als wij onderhoud gaan doen. We hebben recent gemerkt bij onderhoud dat het moeilijker en duurder wordt om het onderhoud aan de riolering te doen, omdat je bijvoorbeeld niet meer de straat genoeg kunt droogleggen of kunt ophogen, omdat het water anders de huizen nog sneller instroomt. Er zit zeker een relatie tussen die openbare ruimte en de woningen. Die gestapelde opgave was ook echt aanleiding. Dat hebben we vanuit Dordrecht samen met een aantal andere gemeenten geagendeerd bij het Rijk, heb nu voldoende oog voor die stapeling van opgaven. Die agendering was succesvol. Door de minister is midden
19
’24 aangekondigd dat ze die stapeling van opgaven wilde meenemen in de aanpak van de funderingsproblematiek. Er is een nationale aanpak gekomen. ABDTOPConsult heeft een advies uitgebracht hoe die aanpak eruit zou moeten zien. Dat heet De Olifant onder de Kamer. Dat heb ik de vorige keer toegelicht. Daarin is aangegeven, neem die stapeling van opgaven mee en start daarop een gebiedsgerichte leeraanpak met een aantal koplopers, ofwel gemeenten, ofwel regio's. Hier ziet u lijstje van gemeenten en regio's die meedoen. Daar is gekeken naar een goede spreiding over het land, geografisch. Maar er is ook gekeken naar een spreiding van verschillende typen opgaven. Wij zijn nadrukkelijk een van de meer stedelijke gebieden daarin samen met een aantal andere steden. De periode is voor 3 jaar. Van ‘26 tot ‘28. We staan aan het begin van de leeraanpak. Ronnie zal het dadelijk aan u toelichten. We geven nu het plan van aanpak vorm met wat we als Dordrecht willen gaan doen in de aanpak, maar aansluitend bij de nationale leeraanpak en het doel daarvan, van elkaar leren. Zowel van elkaar leren als ook leren voor andere gemeenten, de rest van Nederland. Dat is het belang van het Rijk, zodat we daarna echt vervolgstappen kunnen gaan zetten met de aanpak van de funderingen en bodemdaling. Er zijn 4 doelgroepen. Wij zitten in de eerste doelgroep van de koplopers die onderling leren.
Er zijn nog wel andere koplopergemeenten of regio's in Nederland die we in een eerste ring betrekken. Zij hebben vergelijkbare problematieken. Meer het peloton van gemeenten die leren van de koplopers. Er is aandacht voor, hoe kunnen we goed andere gemeenten meenemen die niet bij de koplopers zitten? Er is nog een inhoudelijk veld. Dit is niet een probleem van de Rijksoverheid. In eerste instantie ligt de verantwoordelijkheid bij de bewoners. Maar zeker ook financiële instellingen, makelaars bijvoorbeeld, koepelorganisaties van de verschillende overheden, kennisinstellingen, dat hele veld is betrokken in de leeraanpak. Gekeken is, hoe hebben we met elkaar de interactie, met de verschillende doelgroepen en hoe kunnen we zorgen dat we onze leerpunten en resultaten gaan vastleggen? De voorzitter: Mevrouw Lammens heeft een verduidelijkende vraag, denk ik. De heer Gersonius: Heel goed. Dat mag. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. We hebben in Dordrecht paalrot gehad. Wordt dat meegenomen in dit programma? De heer Gersonius: Het programma is voornamelijk gericht op de ondiepe fundering, omdat het nieuwe problematiek is. Als we de buurt ingaan, we komen dadelijk op wat de verschillende sporen zijn van die leeraanpak, zul je wel zien dat er verschillende typen funderingen naast elkaar staan. Dan is het zeker belangrijk om daar aandacht voor te hebben.