CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2026.02.10 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 10 maart 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 3 februari 2026 en de Dordtse Dinsdag van 27 januari en 10 februari 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 520.307 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

20

is een groot complex waar heel veel ouderen en alleenstaande wonen, waar naar mijn gevoel een grote eenzaamheid bestaat. Daar was een conciërge van de coöperatie. Die is wegbezuinigd. Daarmee is een enorme kans voor toeleiding verdwenen en dat zie je vaker, omdat dingen efficiënter moeten. En misschien zouden we een aantal instituten die nu wel bij mensen over de vloer komen of over de vloer zouden kunnen komen minder efficiënt moeten maken en iets meer tijd geven om die warme toeleiding te verzorgen. De voorzitter: Daar is geld voor nodig en ik denk dat dat ook dan heel politiek gaat worden. Maar in ieder geval, dank voor de aanvulling. Ik denk dat we naar een afronding moeten. Het was denk ik een hele boeiende bespreking. Een goede presentatie, maar ook hele goede vragen. En de eerste vraag die ik ga stellen is, zien de initiatiefnemers naar aanleiding van deze avond redenen om hun initiatiefvoorstel aan te passen? De heer De Heer: Voorzitter, in de basis denk ik dat we een mooi gesprek met elkaar hebben gehad, waarin we een aantal duidingen hebben kunnen geven aan hoe we het bedoelen en dat we voor een belangrijk deel ook dezelfde dingen volgens mij met elkaar wensen. Ik denk niet dat het nu per se om een hele grote aanpassing vraagt.

Althans, van wat we hebben gehoord en als we elkaar zo hier aankijken, denk ik niet dat we iets hebben gehoord wat om een hele grote aanpassing vraagt. Hooguit dat dat het completer en rijker heeft gemaakt door de duiding die we er met elkaar aan hebben gegeven. De voorzitter: Dan schat ik in dat de commissie er geen behoefte aan heeft om het dan na die paar hele kleine aanpassingen en verduidelijkingen nog een keer op dezelfde manier te bespreken. Als ik het verkeerd zie, dan moet u dat nu zeggen. Ik hoor in ieder geval niets en ik zie ook weinig reacties van, dan moeten we dat nog een keer gaan doen. Dan is de volgende vraag aan u als commissie, is er voldoende informatie bij u binnengekomen? Weet u voldoende om een standpunt in te nemen? En zo nee, dan mogen fracties aangeven of ze het nog een keer willen. Dat verwacht ik eerlijk gezegd niet, dus dan komen we bij de laatste vraag. Wat gaan we doen met dit voorstel? Gaat het als hamerstuk naar de gemeenteraad, gaat het als stemstuk naar de gemeenteraad of wilt u nog een oordeelsvormende bespreking? Mijnheer Damen. De heer Damen: Ik zou graag een wat uitgebreidere reactie willen hebben van het college. De voorzitter: Het college heeft natuurlijk wensen en bedenkingen gegeven. Wat zou u nog meer willen? Dat is dan de vraag. Mijnheer Van der Meer.

De heer Van der Meer: Daar zitten wat mij betreft wel een paar aanknopingspunten in om wellicht accenten wat anders te leggen. Ik zal wel voor een oordeelsvormende bespreking pleiten. De voorzitter: Dat is één. En ik denk mijnheer Damen misschien ook. Of niet? Dat is twee. Mevrouw Koene.

21

Mevrouw Koene: Ik heb geloof ik wel de behoefte om ook nog wat extra mee te geven, met name richting het college. Dan moet er toch … De voorzitter: Dan wilt u dat ook, ga ik maar vanuit. Dan hebben we er drie en dat is voldoende. En ik zie daar nog een paar vingers. Weliswaar tellen die twee maar voor één, maar ik heb ze gezien. Dan gaan we dat denk ik besluiten. Dit wordt oordeelsvormend nog een keer in de commissie geagendeerd. Dan is het wel fijn als er politieke vragen zijn. Mevrouw Koene is daar heel goed in. Mevrouw Koene: Meestal niet, voorzitter. De voorzitter: Wel om ze af te keuren. Mevrouw Koene: Ja, wel om ze af te keuren. Ik ben helemaal van mijn stuk. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, misschien kan ik alvast een suggestie doen. Dan kan mevrouw Koene nog een moment nadenken over een goede politieke vraag. De voorzitter: Wel heel leuk als nu de initiatiefnemers met een politieke vraag komen. De heer Van Dam Timmers: Dat is toch hartstikke leuk. De beste politieke vraag is altijd, kan de commissie instemmen met het initiatiefvoorstel? De voorzitter: Die wordt genoteerd. Kan de commissie instemmen met het initiatiefvoorstel. Dat is echt een open deur. Mijnheer Hartmeijer. En daarna mevrouw Van den Bergh.

De heer Hartmeijer: Een poging is misschien, in hoeverre voegt dit initiatiefvoorstel zaken toe boven op wat de gemeente nu al doet? De voorzitter: In hoeverre voegt dit initiatiefvoorstel iets toe aan wat de gemeente al doet. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: En hoe verhoudt zich dit initiatief tot de bezuinigingen die zijn gedaan op het sociale domein, met name de indexatie? De voorzitter: Hoe verhoudt dit initiatiefvoorstel zich tot de bezuiniging die al gedaan zijn, met name wat betreft de indexatie. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Het lijkt mij goed om nog te discussiëren over de vraag of de insteek onder het label eenzaamheid de meest verstandige insteek is op dit dossier. De voorzitter: Is de insteek eenzaamheid het verstandigste label, of zoiets. Maak er maar wat moois van. De voorzitter: Mijnheer Damen, we hebben er al vier. Er mag een vijfde. De heer Damen: Ik zou graag de vraag aan de orde hebben, zijn er nog andere zaken die in dit verband aan het gemeentelijk beleid moeten worden toegevoegd? En dan denk ik met name in de richting van het verbeteren van de toeleiding.

22

De voorzitter: Een politieke vraag over het verbeteren van de toeleiding. Mevrouw Koene, ruim de tijd gehad. Mevrouw Koene: Ik denk dat het een beetje in de strekking zit van wat de heer Hartmeijer zei. En dan met name, wat is er dan nodig eventueel om het beleid ook bij te sturen? Want nu ligt er een reactie van het college, dit doen we allemaal al. Even heel platgeslagen. Maar wat zou dan nog hetgeen zijn waardoor we toch nog iets toevoegen om het beleid beter te maken? De voorzitter: Wat is nodig om het beleid wat er al is nog beter te maken. Dat kan een hele boeiende avond worden, denk ik. Drieënhalf uur wordt er ingepland, hoor ik net. Ben ik niet beschikbaar als voorzitter. Ik dank u allen voor uw betrokkenheid. Het was een mooie bespreking, denk ik. Publiek bedankt dat ze ook aanwezig waren. De mensen van de ambtelijke organisatie, Van Tuijl en Van Oosterom, bedankt. En ook de wethouder. Maar bovenal de initiatiefnemers hartelijk dank. Ik wens u nog een fijne voortzetting van deze avond en een vriendelijk verzoek of u uw spulletjes die voor u staan mee wil nemen. Dat wil zeggen de bordjes, glazen, flessen, enzovoort. Dank u wel. 4. Vaststellen verordening Sociaal Domein Dordrecht - Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Van Engelen Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr.

Balorian (VVD) Mevr. Van den Bergh (Partij van de Arbeid) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouder: wethouder C. van Benschop, wethouder J. Veldman Ambtelijke ondersteuning: dhr. Haksteeg De voorzitter: Goedenavond allemaal. De bel heeft geluid. Dat betekent dat we gaan beginnen. Het is ook 20.32 uur, dus ruim tijd. Maar we moesten even wachten op wat technische mankementen. Die zijn nog niet helemaal opgelost. Eén camera doet het niet zo goed, maar daar zullen we niet zo heel veel last van hebben. Misschien alleen mevrouw Koene. Maar dat vond u ook niet erg, hoorde ik net. Mijn naam is Yara van Engelen. Ik ben vanavond uw voorzitter. We gaan het hebben over de verordening

23

Sociaal Domein en voordat we dat gaan doen en ik de vergadering verder ga toelichten, gaat iedereen zich eventjes voorstellen, zodat ons publiek op de tribune en thuis weet wie er allemaal aan tafel zitten. En dan begin ik aan mijn rechterhand. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA Dordrecht. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. Mevrouw Balorian: Maylis Balorian, Dordtse VVD. De heer Haksteeg: Stephan Haksteeg, adviseur jeugdhulp. De heer Veldman: Joost Veldman, wethouder. Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder. De voorzitter: Kijk, vanavond twee wethouders aan tafel. Dat beloof wat. Laat u vooral horen, zeg ik dan even tegen de raads- en commissieleden, want nu zitten ze er om te luisteren. Even toelichting op de vergadering.

De vorige keer hebben we een beeldvormende vergadering over dit onderwerp gehad op 20 januari en vanavond voeren we het politieke debat erover. Ondertussen hebben we ook een voorstel ontvangen van het college voor een wijziging op deze verordening. Die nemen we natuurlijk vanavond ook in behandeling. En er ligt nog een derde document onder en als de raadsinformatiebrief naar aanleiding van een signaal van het Ouderplatform ZuidHolland-Zuid over een mogelijk onbevoegd genomen besluit op het gebied van de jeugdhulp. Vorige keer ook een paar keer aan bod gekomen. Die ligt er ook onder. Die kunnen we natuurlijk aan het eind van de vergadering ter kennisgeving naar de raad sturen, mocht u dat willen. Dan gaan we zo meteen de eerste termijn in, waar de fracties gewoon lekker hun woord kunnen voeren en ook met elkaar in debat kunnen gaan. Doet u dat alstublieft aan de hand van de politieke vragen die de vorige keer uit de commissie

24

zijn ontstaan. Sociaal domein is natuurlijk een breed onderwerp, dus we hebben het geprobeerd tot deze vragen te beperken. Welkom ook. De Partij van de Arbeid is ook aangesloten aan tafel, dus dan kunnen we beginnen. Is er een fractie die graag wil aftrappen? Beter voor Dordt, de heer Van Antwerpen. Gaat uw gang. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, Beter voor Dordt heeft tijdens de beeldvormende sessie over deze verordening al aangegeven dat er een aantal zaken zijn waar we niet direct mee kunnen instemmen en waarvoor we mogelijk amendementen zullen gaan indienen bij de behandeling in de raad. Ons grootste probleem in deze verordening zit bij de Drechthopper. Tijdens de perspectiefnota is de meerderheid van de gemeenteraad akkoord te gaan met het gelijkstellen van de eigen bijdrage aan het openbaar vervoer. Echter, naast de verhoging van de eigen bijdrage zien we dat er in de spits ook nog eens 40 procent extra betaald dient te gaan worden. En dat lijkt ons niet echt wenselijk en ook niet in overeenstemming met wat er tijdens de perspectiefnota is vastgesteld. Weliswaar staat er in … Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Koene van Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Even nieuwsgierig, hoor. Want we zouden de tarieven koppelen aan de openbaarvervoertarieven en ook die zijn duurder buiten de daluren.

De voorzitter: Uw antwoord, mijnheer Van Antwerpen. Uw reactie. De heer Van Antwerpen: In zoverre, in de trein inderdaad kan je bijvoorbeeld zeggen, ik heb een dalurenkaart. Maar volgens mij heeft de Drechthopper geen dalurenkaart, dus volgens mij klopt uw betoog niet. De voorzitter: Volgens mij bedoelde u net wat anders. Mevrouw Koene legt hem nog een keer uit. Mevrouw Koene: De vraag is even, we zouden het koppelen aan de openbaarvervoertarieven, in mijn beleving. En openbaarvervoertarieven kennen gewoon daluren en niet-daluren. Dat de Drechthopper geen daluren kent, maar als ze het tarief volgen, zo bedoel ik hem, is het dan niet logisch, vraag ik dan aan de heer Van Antwerpen, dat ook in de spits de tarieven iets hoger zijn? De voorzitter: De heer Van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dat vinden wij niet logisch. Bij deze. De voorzitter: En dat is een verschil van mening. Dat kan. Gaat u verder. De heer Van Antwerpen: Juist ook juist ook omdat er best wel mensen zullen zijn die gewoon in de spits moeten reizen, of je in nou in de Drechthopper zit of in openbaar vervoer zit, regulier openbaar vervoer zit. Soms ontkom je er niet aan om in de spits te moeten reizen. En om dan 40 procent extra te betalen, daar vinden wij wel wat van. Nu staat er weliswaar dat er een regeling gaat komen om mensen die tot 140 procent van

25

de bijstandsnorm hebben een korting te geven die gelijk is aan de verhoging. Dat lijkt een royale regeling, maar dat is die niet. En ik zal u uitleggen waarom. Als we het hebben over 140 procent van de bijstandsnorm, dan hebben we hebben het voor een alleenstaande over 70 procent van het minimumloon. Als u even met me meerekent, 140 procent van 70 procent is 98 procent. Dat betekent dat een alleenstaande die een inkomen heeft onder het wettelijk minimumloon net buiten deze regeling valt. 98 procent is immers geen 100. De voorzitter: Een interruptie van de heer Bootsman, GroenLinks. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Een korte vraag aan de heer van Antwerpen over die compensatieregeling. Wil de heer Van Antwerpen hiermee zeggen dat de compensatieregeling eigenlijk niet breed genoeg is, dat mensen er heel snel buiten vallen. Bedoelt u dat? De heer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Ik heb een veel beter voorstel, mijnheer Bootsman. Als we die verhoging niet doorvoeren, hoeven we ook niks te compenseren. De tweede reden waarom wij die compensatieregeling geen goed plan vinden, is omdat die slechts vastgesteld is voor de duur van 1 jaar. En het derde punt is, het zou volgens de beantwoording op de technische vraag van mevrouw Balorian van de VVD 33 duizend euro opleveren.

Wat wij ons afvragen, is dat inclusief of exclusief de extra ambtelijke uren die nodig zijn om dit rondpompen van geld geregeld te krijgen? En daarnaast, het laatste punt daarvan, is wat ik net al zei. Soms kunnen mensen niet anders dan in de spits reizen. En om daar nu gelijk die mensen daar zoveel de dupe van te laten worden, lijkt ons geen goed plan. Een ander punt, voorzitter, waar wij het waar wij moeite mee hebben, dat is ook een van onze politieke vragen. Dat gaat over artikel 3.3.9, want daar staat nu, letterlijk: indien de beschikking periode afloopt en ondersteuning nog niet is beëindigd, kan het college besluiten de cliënt te informeren via een brief dat door of namens de cliënt een melding kan worden gedaan als ondersteuning nodig is. Wij zijn van mening dat dit geen kan-bepaling, maar een zal-bepaling moet zijn. Je wilt immers niet het risico lopen dat mensen door wat voor reden dan ook geen verlenging aanvragen van een indicatie terwijl de behandeling nog niet afgerond is, want daardoor gooien we mogelijk het kind met het badwater weg. Tot zover even in de eerste termijn. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Andere fracties? Mevrouw Van den Aardwegh, CDA. Gaat uw gang. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Het CDA is blij met deze nieuwe verordening sociaal domein. Hij is simpeler dan hoe het was en overzichtelijk door het integrale.

Hij is ook anders geschreven dan andere verordeningen, wat prettig is. Het voorstel om de tarieven van de Drechthopper gelijk te trekken aan het ov vinden we redelijk. We zijn niet per se voorstander van het ontmoedigen, maar eerder voorstander van het aanmoedigen en stimuleren van buiten de spits reizen om diverse redenen. We denken bij de vraag over veranderingen, of die ook nadelig uit kunnen werken, dat aanpassingen altijd nadelig kunnen uitwerken, maar dat lijkt ons natuurlijk niet het doel. We denken dat hardheidsclausules altijd bedoeld zijn in het voordeel van de burger. En als dit niet zo is, dan horen wij het graag. We vinden het alternatieve aanbod voor specialistische jeugdhulp heel goed, maar we hebben het

26

idee dat daar nog heel veel achter zit en het te eenvoudig is om dit zomaar te doen. Dan was nog een vraag. We denken ook dat het kan-besluiten een zal-bepaling zou moeten zijn, het CDA. De voorzitter: Dat was een heel helder betoog aan de hand van de politiek vragen, waarvoor dank. Mijnheer Venderbos, heeft u een interruptie op het CDA? Ik wilde namelijk nog zeggen, volgens mij is er niemand die u nog van mening wil veranderen aan tafel, dus dan kunnen we verder. Dan ga ik naar Partij voor de Dieren. Mijnheer Venderbos, gaat uw gang. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. Ik wil het ook alleen over de Drechthopper hebben. De Partij voor de Dieren vindt dat het openbaar vervoer betrouwbaar, frequent, betaalbaar en toegankelijk moet zijn, ook voor mensen met een beperking. Dat het eerdere raadsbesluit om de tarieven voor de Drechthopper gelijk te schakelen met tarieven voor het openbaar vervoer niet is overgenomen in de verordening, is voor ons dan ook niet te accepteren. In de beantwoording op de technische vragen van mevrouw Balorian, wat de financiële consequenties van het verhogen van de tarieven voor de Drechthopper tijdens de spitsuren zijn, geeft het college aan dat dit nodig is om het gebruik in die uren te ontmoedigen, want in de spits zijn chauffeurs namelijk hard nodig voor het vervoer van andere doelgroepen en duren de ritten langer door de drukte.

Het niet verhogen in de spitsuren geeft waarschijnlijk indirect extra financieel nadelige consequenties, omdat de totale vervoersbehoefte niet efficiënt kan worden uitgevoerd. In feite worden de mensen die gebruikmaken van het Drechthopper in de spitsuren dubbel gestraft. De eerste straf is de versobering van de dienstverlening tijdens spitsuren om de dat chauffeurs van het Drechthopper elders ingezet gaan worden. De tweede straf is een verhoging van 40 procent op de tarieven tijdens spitsuren. Met andere woorden, meer betalen voor minder service. Dat er maatregelen genomen moeten worden waardoor de Drechthopper minder frequent zal rijden, daar heeft de Partij voor de Dieren het al moeilijk mee. Om daar ook nog een tarief hogen tegenaan te gooien, is voor ons onbegrijpelijk. Dank u. De voorzitter: Dat is ook heel helder. Volgens mij een interruptie van de heer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Eigenlijk meer een vraag. Betekent dat dat de Partij voor de Dieren met ons meegaat als we een amendement hierover indienen? De voorzitter: Gelijk even voelen hoe het zit. De heer Venderbos-Lambinon: Als u een amendement indient en wij kunnen er achterstaan, uiteraard. De voorzitter: Dat is een heel politiek antwoord. Als u een amendement indient en wij kunnen daarachter staan, dan stemmen we ermee in. De heer Bootsman van GroenLinks voor een woordvoering, denk ik.

De heer Bootsman: Ik had eigenlijk ook nog een vraag aan de heer Venderbos, als dat mag.

27

De voorzitter: Ook een interruptie. Gaat uw gang. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. De heer Venderbos sprak over het openbaar vervoer, dat dat toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. Daar kan ik het natuurlijk alleen maar volmondig mee eens zijn. Maar de Drechthopper is natuurlijk eigenlijk doelgroepenvervoer en dat is weer net iets anders als het openbaar vervoer. En om gewoon even het debat zuiver te houden dacht ik, dat is een goede aanvulling. De heer Venderbos-Lambinon: Daar heeft de heer Bootsman helemaal gelijk in. De voorzitter: Goed om het bij de goede begrippen te houden. Nog van het CDA. Mevrouw Van den Aardwegh. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Dank, voorzitter. Onze vraag aan mijnheer Venderbos is dan ook, hoe gaan we de capaciteitsproblemen oplossen dan, als dit niet zo zou gebeuren? De voorzitter: De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Ik kan geen capaciteitsproblemen oplossen en dat de andere doelgroepen ook bediend moeten worden, dat is duidelijk. En dat daardoor iets aan de capaciteit van de Drechthopper gaat gebeuren, dat begrijpen wij. Maar om dan ook nog eens meer geld te gaan vragen. Als ik in de spits rij zonder abonnement, dan betaal ik gewoon het spitstarief, maar om daar nog eens een keer 40 procent op te gaan gooien, dat is voor ons onbegrijpelijk.

De voorzitter: Volgens mij hebben dan de interrupties op Partij voor de Dieren gehad. Dan ga ik naar de volgende woordvoering. De heer Bootsman van GroenLinks. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. GroenLinks Dordrecht kijkt positief naar de nieuwe verordening sociaal domein. Wij zien dat het college zorgvuldig werk heeft gemaakt van het integraler maken van de verordening en het ontschotten van het sociaal domein, waar wij altijd een groot voorstander van zijn geweest. Tegelijkertijd hebben we daar een aantal vragen en aandachtspunten. Allereerst over de Drechthopper, daar komt hij weer, en de kosten daarvan. Daar is natuurlijk waarschijnlijk een goede reden om af te wijken om ook die spitsheffing te doen. We hebben dat kunnen lezen met de capaciteit, maar wel willen we van het college weten, moet dit echt? Is er echt geen andere manier? Zodat wij als raad kunnen begrijpen hoe dit past binnen de doelstellingen van bereikbaarheid, maar ook betaalbaarheid voor onze inwoners die afhankelijk zijn van het doelgroepenvervoer. Want voor GroenLinks Dordrecht is het belangrijk dat de Hopper beschikbaar en betaalbaar blijft voor de Dordtenaren die deze voorziening het hardst nodig hebben en die zonder de Hopper gewoon niet meer kunnen participeren in het sociale leven. En dan gaan we naar de tweede politieke vraag over de algemene impact van de verordening.

Elke verordening die we vaststellen kan natuurlijk nadelig uitpakken voor sommige inwoners, ook de huidige verordening die we hebben we vragen dan ook aan de wethouder of er specifieke punten zijn waarop deze nieuwe verordening misschien veel nadeliger is dan de huidige situatie. De derde politieke vraag is van onszelf namens mijn collega mevrouw Kruger, toegang tot activiteiten en preventieve trajecten.

28

En wij zien echt wel dat er mogelijkheden zijn om hier iets meer op in te zetten. Zo zijn er voorbeelden van jeugdigen die misschien wel op de wachtlijst stonden voor een specialistisch traject, maar die in de tussentijd heel veel baat hadden bij bijvoorbeeld deelname aan sport of al dat soort dingen meer. GroenLinks vindt dat inwoners de kans moeten krijgen om ook op deze manier ernaar te kijken en dan blijkt misschien wel dat een specialistisch traject helemaal niet nodig is. En dat helpt dan ook weer om druk op wachtlijsten te verminderen. Iets waar de jeugdigen die wel op een specialistisch traject wachten, direct profijt van hebben. Tot slot willen wij ... De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer De Heer van ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Een vraag aan de heer Bootsman over dat laatste punt, specialistische hulp. En dan in de tijd dat we daarop wachten dat er alternatieven zijn. Ik denk dat collega mevrouw Kruger vorige keer ook nog wat breder dat probeerde in te vullen met bijvoorbeeld ook muziek of andere culturele inzet. Is het dan ook het idee van GroenLinks dat die sportvereniging of die muzieklessen dat die ook door de gemeente worden betaald, of dat dat meer gewoon goedbedoelde suggesties zijn in de tussentijd aan deze mensen om daarmee aan de slag te gaan? De voorzitter: De heer Bootsman, GroenLinks.

De heer Bootsman: Dank voor de vraag. Mijns inziens kan je dat tweeledig zien. Wij hoeven natuurlijk geen sportabonnement te betalen als mensen dat zelf kunnen betalen, maar soms heb je bijvoorbeeld wel muziektherapietrajecten bijvoorbeeld. Dan is het wel weer een vorm van therapie, dus dan zou dat wel weer onder de jeugdhulp kunnen vallen. Maar GroenLinks zegt hier niet, we gaan iedereen maar gewoon een sportabonnement of een muziekles abonnement geven. Zo moet u dat ook niet zien. De voorzitter: Dan kunt u verder met uw betoog. De heer Bootsman: Laatste stukje. Wij willen ook even aandacht vragen voor die zalbepaling, waar Beter voor Dordt het ook al over had. Wij vinden dat dit inderdaad een zal-bepaling moet worden. Je kunt er niet van uitgaan dat mensen die al van alles mankeren dat zelf 100 procent kunnen onthouden. En in de praktijk blijkt dat zorgaanbieders dit vaak ook niet melden. Denk bijvoorbeeld aan huishoudelijke ondersteuning. Huishoudelijke ondersteuning gaat echt niet zeggen, jouw indicatie loopt bijna af. Ze bellen alleen maar als hij is verlopen en we komen niet meer. En dan ben je natuurlijk al te laat. En het is wat dat betreft wel belangrijk dat de continuïteit van ondersteuning voor de inwoners die dit nodig hebben gewaarborgd blijft. Voorzitter, om af te ronden. Wij steunen deze verordening van harte. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel.

Nog een interruptie van de heer Hartmeijer, SP.

De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. De heer Bootsman weet veel meer van dit onderwerp dan ik, dus ik vraag even zijn visie op iets. We hebben het over tekort aan

29

chauffeurs bij doelgroepenvervoer. Er wordt gesproken over, we moeten meer ritten bundelen, er moet misschien sneller communicatie komen tussen de cliënten. Hoe organiseer je dat? Dat soort dingen. Hoe kijkt de heer Bootsman, wat is zijn visie daarop? Hoe zou dat opgepakt moeten worden? De heer Bootsman: Dank, voorzitter. Het chauffeurstekort bij doelgroepenvervoer is al jaren een groot probleem. Niet alleen hier in Dordrecht, maar ook als je naar het landelijk doelgroepenvervoer kijkt, de Valys, is dat gewoon een gigantisch probleem. En hoe dat we dit op moeten pakken is mijns inziens ook weer tweeledig. Je zal altijd mensen hebben die niet met het openbaar vervoer kunnen reizen, die geen eigen vervoer hebben en voor wie het doelgroepenvervoer noodzakelijk is, die er echt niet zonder kunnen. Voor die mensen moet er gewoon ruimte zijn. Die moeten dat kunnen gebruiken. Maar er zijn ook zat mensen, ik ken er zelf persoonlijk een aantal, die met het doelgroepenvervoer reizen terwijl ze best maar het openbaar vervoer kunnen, maar die vinden het lastig om met het openbaar vervoer te gaan. Die vinden dat eng. En ik denk dat er ook een stukje ingezet zou kunnen worden op inderdaad ook weer het stukje normaliseren, het stukje laten zien, je kan met het ov, ik snap dat je het eng vindt. Met Valys zie je dat al. Daar kan je reizen met Valys Begeleid.

Dan gaat er iemand met je mee de eerste paar keren de trein in om je te laten zien hoe het werkt. En je ziet dat dat heel erg helpt. Misschien is dat ook iets wat we lokaal zouden kunnen doen. De voorzitter: De heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Maar dan zegt de heer Bootsman dan eigenlijk we zouden op een veel slimmere concretere manier moeten kijken hoe en wanneer we doelgroepenvervoer toekennen aan mensen? Nee, dat zegt hij niet. Even voor mijn helderheid. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Wat ik eigenlijk zeg is dat er best wel aardig wat mensen zijn die nu met het doelgroepenvervoer reizen, die er ook recht op hebben, maar die eigenlijk best met het ov zouden willen reizen. Maar die of denken dat het niet kan, of nog in eerste instantie niet alleen durven, omdat het ook best wel … Ik zit zelf in een rolstoel. Het is niet makkelijk om met het ov te gaan. En het is superingewikkeld, maar er zijn heleboel mensen die eigenlijk denken dat het doelgroepenvervoer het enige manier is waarop zij zich kunnen verplaatsen. En die ook wel het liefst anders willen, maar die het eigenlijk niet durven omdat het allemaal eng is. En wat ik zeg, dat begrijp ik, maar daar zou je wel iets aan kunnen doen. De voorzitter: Helder. Dank u wel. De volgende fractie die ik het woord mag geven. Wie wil daar echt nog iets over zeggen? Ja, dat mag. De heer Hartmeijer van de SP.

En dan gaan we daarna naar ChristenUnie/SGP.

De heer Hartmeijer: Dank u, voorzitter. Ik zit normaal niet op dit onderwerp, ik mis wat kennis en historie. Het voorstel was in ieder geval voor mij vrij technisch, dus bij de meeste politieke vragen wacht ik even het debat af en luister ik vooral. Maar als het gaat om doelgroepenvervoer en het tekort aan chauffeurs, wat gewoon een reëel probleem is,

30

vragen wij ons af of dat werken met een extra bijdrage voor de cliënten in de spitsuren nu de oplossing gaat zijn. We zijn daar niet gelukkig mee. En ons is niet duidelijk hoe je via een ontmoedigingsregeling zoals deze dan gaat zorgen voor meer chauffeurs en betere werkomstandigheden om mensen aan je te binden op het moment dat dit je grootste probleem is. We hebben in deze zaal ook wel eens een hele mooie ontmoeting gehad met mensen vanuit de bijstand die via de Wijkhopper wellicht door wisten te stromen naar de Drechthopper. En liggen daar dan niet veel meer kansen? De vele soloritten worden genoemd. Ik denk dan, iedereen werkt tegenwoordig met apps, snelle communicatie. Ik stipte het net al eventjes aan. En is er niet veel te winnen door op een slimme manier ritten te bundelen? Maar wellicht is er al op dat gebied veel in gang gezet. Maar zoals ik zeg, ik vervang even mijn collega. Ik heb een andere startplaats op dit onderwerp. Daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Het middenstuk klonk gewoon alsof u er hartstikke veel verstand van heeft. Fake it ‘til you make it. Dan kom je er echt wel. Zijn er nog interrupties op? Volgens mij niet. Dan gaan we naar de ChristenUnie/SGP. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. We zijn eigenlijk wel enthousiast over de verordening.

Ik moet zeggen dat vorige keer toen ik zag dat hij in de planning eraan kwam, dat ik dacht, dat wordt een bespreking. En de vorige keer was eigenlijk best wel overzichtelijk en ook in het lezen ervan, dat ik dacht, ik denk inderdaad dat we veel gewoon teruglezen in wat we hebben qua aanloop hebben genomen in de visie. Ook complimenten daarvoor. Goed leesbaar. Ik lees veel terug. Er waren ook een aantal punten, een aantal zorgen die werden genoemd, vooral over die Drechthopper. Heb ik ook wel op zitten kauwen. Ik kon dat nog niet helemaal 100 procent duiden. Net hoorde ik nog meer cijfers van Beter voor Dordt langskomen. Ik denk, nu ben ik hem toch kwijt. Ik hoor graag ook van de wethouder straks de reflectie erop. Dat ik denk, zijn we inderdaad onnodig mensen aan het straffen hier of is dit inderdaad gewoon een gezonde manier van omgaan met schaarste, omdat we eerder ook al iets van een differentiatie hadden en straks weer, dus hoe moeten we dat begrijpen? Daar dan graag de reflectie van de wethouder op. En tot slot inderdaad dan dat punt van de zal-bepaling. Ik denk dat dat heel scherp is. Als dat inderdaad die uitwerking kan hebben, dan steun voor wat Beter voor Dordt daarin voorstelt. Tot zover. De voorzitter: Ook heldere standpunten. Dank u wel. Mevrouw Balorian, heeft u een interruptie? Een woordvoering. Volgens mij zijn er verder ook geen interrupties.

Dan gaan we eerst naar mevrouw Balorian van de VVD en dan daarna VSP. Gaat uw gang. Mevrouw Balorian: Dank, voorzitter. Ook wij zijn ontzettend blij met de verordening sociaal domein. Het integraler werken binnen de verordeningen door één verordening ervan te maken levert denk ik een hoop op. De technische vragen die we hebben gesteld zijn al meerdere keren aangestipt. En het gelijktrekken van de kosten met het openbaar vervoer is ook iets waar wij vanuit de Dordtse VVD achter staan. Hoewel, het ophogen met 40 procent is ook iets waar wij een beetje mee worstelen. Wij sluiten ons eigenlijk aan bij de heer De Heer en zijn ook heel erg benieuwd naar een reflectie vanuit de wethouder hierop.

31

De voorzitter: Dank u wel. En u heeft helaas ook een plafondcamera te pakken, maar dat was mevrouw Balorian van de VVD. Ook geen interrupties. Dan gaan we naar mevrouw Striebeck van de VSP. Mevrouw Striebeck: Dank u wel. Voorzitter, de VSP kijkt naar deze verordening vanuit het perspectief van de inwoner die afhankelijk is van ondersteuning. Juist dan zijn duidelijkheid en betaalbaarheid cruciaal. Wij vinden het onjuist dat een eerder raadsbesluit om de tarieven gelijk te schakelen met openbaar vervoer niet is geborgd in de verordening, terwijl er wel wordt gestuurd op hogere tarieven in de spits. Dit raakt juist ouderen, mensen met een beperking die geen alternatief hebben. Daarnaast zien wij risico's in ruimere flexibiliteit in de uitvoering. Maatwerk is belangrijk, maar mag niet leiden tot rechtsongelijkheid. De VSP ziet kansen in een alternatief aanbod om specialistische hulp te ontlasten, mits dit aanvullend is en niet ten koste gaat van tijdige, passende zorg. Tot slot vinden wij dat informeren van cliënten over het aflopen van een beschikking geen keuze mag zijn en dit moet een zelfbepaling zijn, zodat inwoners tijdig weten waar zij aan toe zijn. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Ook weer keurig aan de hand van de politieke vragen. Dat betekent dat we de goede onderwerpen te pakken hebben. En een interruptie van de heer Bootsman, GroenLinks.

De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor mevrouw Striebeck namens de VSP zeggen dat maatwerk niet mag leiden tot rechtsongelijkheid. En ik vroeg mij af wat zij daar precies mee bedoelde. De voorzitter: Een duiding, mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Als ik begrijp, wordt er gekeken naar andere hulp voor de jeugd. Maar dat moet ook wel de juiste hulp zijn, dat dat niet de echte hulp in de weg zit. De voorzitter: Alternatieve hulp die nog steeds aansluit op de zorgvraag. Dan een partij die ik nog niet heb gehoord. Wil PvdA nog wat zeggen? Mevrouw Van den Bergh, gaat uw gang. Mevrouw Van den Bergh: Heel kort. We hebben niet veel toe te voegen aan wat er al is gezegd en wij gaan mee met de opstelling van Beter voor Dordt over die zal bepaling. En als jullie daar een amendement over indienen, dan gaan we mee. En ook de opmerking over de Drechthopper en over de verhogingen zien wij niet zo zitten. Als daar ook amendementen voor worden ingediend, dan doen we mee. De voorzitter: Dat is ook heel helder. En dan heeft Beter voor Dordt alvast de belofte binnen. Een interruptie van de heer Bootsman, GroenLinks. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor mevrouw Van den Bergh zeggen over de kostenverhogingen van de Drechthopper. Bedoelt zij daarmee de spitsheffing of wat we al eerder hadden besloten, de gelijktrekking van de tarieven? Want die begreep ik niet helemaal.

32

Mevrouw Van den Bergh: Nee, ik heb het niet over de gelijktrekking, maar over de extra verhoging in de spits. De voorzitter: Dat was verhelderend. Dank u wel. Volgens mij hebben we dan zo de eerste termijn gehad. Alle partijen langsgegaan. Mevrouw Koene van Gewoon Dordt, heeft u nog een inbreng? Nog even niet. Dan gaan we naar de termijn van de wethouder. Dan krijgen we vast reflectie op de Drechthopper en dergelijke. Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: De Drechthopper en dergelijke of vooral de Drechthopper? Geloof ik ook. Dank u wel, voorzitter. Allereerst ben ik wel blij om te horen dat er in ieder geval meerdere keren een opmerking wordt gemaakt over de leesbaarheid van de verordening en dat mensen toch ook wel heel blij zijn dat die er nu ligt. Dat enthousiasme delen wij. Dat is ook echt geen makkelijke opgave geweest. Daar zitten alle mensen die daaraan gewerkt hebben. Ik wil ze echt nogmaals heel hartelijk bedanken, want het is echt een heel ander stuk dan dat we van een verordening gewend zijn. Dat heb ik dan in ieder geval gezegd. De vragen over de Drechthopper. Ik ga even beginnen met de kan-zal bepaling, trouwens. Ik denk dat dat makkelijker is. In de nieuwe verordening staat een kan-bepaling omdat een zal-bepaling betekent dat we dat bij alle gevallen doen.

Terwijl, we geven juist aan, er is een extra schemaatje toegevoegd bij de stukken, de extra toelichting, en er zijn drie typen indicaties die we afgeven aan drie type inwoners, zal ik maar zeggen. Eén is inwoners die kortdurende of acute problemen hebben, bijvoorbeeld een botbreuk of iets dergelijks, en daardoor tijdelijk ondersteuning nodig hebben. De tweede groep inwoners zijn de inwoners met een ontwikkelperspectief waarvan je weet, het kan even gaan duren, maar de hoop en verwachting is dat het op een gegeven moment minder of helemaal niet meer nodig zal zijn. En de derde groep is de groep met een levenslange beperking die ook levenslang en levensbreed die ondersteuning nodig zal hebben. Daar zitten de verschillen. Als wij er een zal-bepaling van maken, dan zullen we ook bij die eerste groep met een tijdelijke ondersteuningsvraag een brief moeten sturen met de mededeling dat de indicatie gaat aflopen. En dat leidt ertoe dat we duizenden extra brieven gaan versturen aan mensen waarvan we eigenlijk weten, in de basis, dat er gewoon een einddatum is omdat dan de ondersteuningsvraag stopt. Mocht dat niet zo zijn, dan is er een hulpverlener bij betrokken en die kan altijd aan de bel trekken. In dit uitzonderlijke geval is de tijd waarvoor u een indicatie heeft afgegeven onvoldoende en moet die verlengd worden.

Maar dat is de enige van de drie doelgroepen waar de kan-bepaling op zit. De voorzitter: En daar komt een interruptie over van de heer Van Antwerpen, Beter voor Dordt.

De heer Van Antwerpen: Ik denk dat het al verwacht werd. Maar dan lopen we toch het risico, voorzitter, dat als wij misschien wel een met beperkt aantal beperktere groep alleen met een kan-bepaling werken, dan lopen we nog altijd het risico dat mensen buiten de boot gaan vallen? U geeft aan dat de organisatie die betrokken is ook aan de bel kan trekken. Een beetje het voorbeeld wat mijn buurman, mijnheer Bootsman, net bootsman net zei. Je loopt altijd het risico dat dingen niet gebeuren. Ik denk dat je dat eenvoudig kunt ondervangen door heel simpel daar een brief aan te wagen. Je zou het zelfs kunnen overwegen om desnoods digitaal mensen te gaan benaderen, of wat dan

33

ook, als je geen postzegels uit wil geven. Maar meent u nu echt, laat ik het als vraag stellen, meent u nu echt … De voorzitter: De wethouder. De heer Van Antwerpen: Meent de wethouder nu echt dat je bij het handhaven van een kan-bepaling niet het risico loopt dat mensen buiten de boot vallen? De voorzitter: Wethouder Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dat heeft de wethouder niet gezegd, dat je dat risico niet loopt. Wat ik ermee heb proberen uit te leggen is, wij geven een indicatie in die kortdurende gevallen, in de nieuwe situatie, van drie tot zes maanden. Op moment dat je een indicatie afgeeft van drie maanden, dan moeten we na twee maanden een brief gaan sturen. Tenminste, dat begrijp ik zoals het hier dan nu wordt toegelicht. Uw indicatie loopt over een maand af, want u had een gebroken been en daar heeft u huishoudelijke ondersteuning voor gekregen. En wilt u die verlengen, ja of nee? Op die manier gaan we iedere inwoner die ooit wat voor type ondersteuningsvraag dan ook heeft gesteld eigenlijk de uitnodiging doen om te verlengen, ook als we eigenlijk van tevoren weten dat het voor een beperkte tijd is.

De hele verandering in een nieuwe verordening is juist dat we weten dat er heel veel onzekerheid is bij mensen die iedere keer opnieuw een indicatie moeten aanvragen of die een brief krijgen, uw indicatie of loopt af, terwijl we weten dat dat eigenlijk een levenslange ondersteuningsvraag is. Maar je wil niet de andere kant op doorslaan dat je eigenlijk iedereen een verlengde indicatie het geeft, of in ieder geval iedere keer uitnodigt om hem te verlengen. We hebben voor twee doelgroepen absoluut die brief nodig. Eigenlijk voor één. Dat is de middelste groep dat is die groep die voor een langere periode, maar niet levenslang ondersteuning krijgt. En voor de kortdurende trajecten, en dan gaat het echt over dit soort incidentele ondersteuning. Dat gaat niet over mensen die voor langere termijn iets nodig hebben, maar drie tot zes maanden. Daar gaan we dan geen brief sturen en dat is de reden voor de kan-bepaling. Maar uiteindelijk is het altijd een politieke keuze. We hebben alleen met elkaar afgesproken dat we zouden normaliseren. En dat is wel waar dit in past. De voorzitter: Over politiek gesproken. Ik heb eerst een interruptie van de heer Bootsman van GroenLinks en dan ga ik naar mevrouw Van den Bergh. De heer Bootsman.

De heer Bootsman: Allereerst dank aan de wethouder voor deze duidelijke uiteenzetting. Dat maakt het voor ons wel ietsjes anders, want het is inderdaad waar dat mensen met een levenslange en levensbrede beperking eigenlijk leven in angst van indicatie tot indicatie. Daar krijgen wij ook heel veel signalen over uit de stad en dat is niet oké. Maar ik begrijp goed dat de kan-bepaling alleen ingezet gaat worden bij mensen die tijdelijk ondersteuning krijgen en die mensen weten ook al dat het tijdelijk is, want het is alleen omdat er iets tijdelijks aan de hand is. Begrijp ik de wethouder zo goed? De voorzitter: Wethouder Van Benschop.

34

Mevrouw Van Benschop: Dat heeft u helemaal goed begrepen. De voorzitter: Dat is een duidelijke bevestiging. Mevrouw Van den Bergh, Partij van de Arbeid. Mevrouw Van den Bergh: Wethouder, kunt u dat dan niet oplossen door de eerste groep uit te sluiten van de zal-bepaling. De voorzitter: Het was wel netjes wethouder, maar wel direct. Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dat vind ik echt een hele technische vraag. Ik weet niet of dat kan en ik kijk even op de tribune. Maar ik vraag me wel even af, ik zit nog heel even hardop te denken, sorry, maar wat dat dan precies voor verschil maakt. Want door de kan-bepaling, waarbij we in de beleidsregels en dergelijke gewoon vast hebben liggen dat we voor die tweede groep altijd een brief sturen en de derde groep een levenslange indicatie krijgt, hebben we eigenlijk al een toelichting gegeven op die kan-bepaling, dus het maakt voor de verordening niet veel uit. Dat ligt al vast dat we het op die manier gaan doen. Er ligt vast dat voor de eerste groep geen brief verstuurd wordt, dat is die kortdurende, en voor die tweede groep altijd een brief verstuurd wordt. En daarom staat er een kan-bepaling, omdat als er een zal bepaling zou staan geldt het voor iedereen. Maar in de beleidsregels leggen we altijd vast hoe we die kan-bepaling in uitvoering brengen. De voorzitter: Ik zie langzaam maar zeker geknik. Toch nog een vervolgvraag.

Mevrouw Van den Bergh: Maar dat staat dan niet in de verordening, maar wel in de toelichting. Mevrouw Van Benschop: In de beleidsregels. De voorzitter: Dat is dan bij deze toegelicht. Dan kan de wethouder verder. Mevrouw Van Benschop: Dan gaan we toch naar de Drechthopper. Ik hoor heel veel over de spitstarieven en ik hoor veel over het tekort aan chauffeurs. En de spitstarieven zijn eigenlijk … Nee, laat ik even beginnen met, bij de perspectiefnota hebben wij 4 beleidskeuzes voorgelegd aan de raad om besparingen te realiseren op de Drechthopper. Daar zijn we mee aan de slag gegaan. Bij de begroting heeft u dat bedrag van 500 duizend euro vastgesteld en wij hebben in de loop van de tijd al die maatregelen uitgewerkt en gekeken, in hoeverre halen we daarmee de besparing die we hebben toegezegd? Daar is dit eigenlijk ook een uitwerking van, omdat blijkt dat sommige dingen lager uitvallen, hoger uitvallen. En dat hebben we ook toegelicht. Het punt is, de differentiatie in tarieven was er al. Er was al een tariefdifferentiatie bij de Drechthopper tussen dal en spits. Het dal was 40 procent goedkoper dan de spits. Vervolgens is er vastgesteld om gelijk te trekken met het ov. Dat is gebeurd.

Maar inderdaad, het is niet standaard bij de bus dat je een differentiatie hebt tussen dal en spitstarief en daarom hebben we het verschil, die differentiatie die we al in de oude verordening hadden, in het oude beleid, meegenomen in dit voorstel, in deze verordening. Daar kan ik van alles van vinden. Wij hebben dit voorstel gedaan

35

omdat we van mening zijn dat we op deze manier absoluut mensen niet beperken, want mensen kunnen nog steeds gebruikmaken van de Drechthopper in de spits. Over een rit van 5 kilometer is het zelfs voordeliger. Voor de minima, excuus. Het is niet voordeliger voor de reguliere gebruikers, maar wel voor de minima. Wij trekken gewoon het tarief gelijk en daarmee laten we mensen een eerlijke prijs betalen voor de dienst die we leveren. Tenzij mensen het niet kunnen betalen, dan kunnen ze gebruikmaken van de Dordtpas voor die korting. De voorzitter: Een interruptie van de heer Van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, begrijp ik dan goed dat het tarief in de daluren op openbaar vervoer niveau liggen en dat in de spits de gebruiker meer betaalt dan openbaar vervoer? Eigenlijk in afwijking van wat er tijdens de perspectiefnota is vastgesteld? Begrijp ik het dan goed? De voorzitter: Wethouder Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Het zijn twee vragen in één. De eerste vraag beantwoord ik met ja, dat klopt. Het daltarief is gelijkgetrokken met het ov-tarief. En we hebben de differentiatie die we eerder al hadden in het beleid meegenomen in de nieuwe situatie. Dat kan uitgelegd worden als anders, maar dit is gewoon overgenomen van hoe de situatie was.

En daarmee is er niet één tarief voor dal en spits zoals wel bij het ov, maar is er een differentiatie tussen dal en spits zoals die eerder is vastgesteld, juist om te ontmoedigen om te reizen in de spits. Om juist gebruik te maken van de daluren. De voorzitter: En ook nog een interruptie van de heer Bootsman, GroenLinks. De heer Bootsman: Dank, voorzitter. Begrijp ik de wethouder goed dat deze differentiatie in dal- en spitstarieven bij Drechthopper er ook al was voordat de raad bij de perspectiefnota de ombuiging vaststelde naar ov-tarief gaan, en dat we eigenlijk als raad hadden kunnen weten dat je dan ook die spitstarieven meeneemt? De voorzitter: Wethouder.

Mevrouw Van Benschop: Die laatste is ook eigenlijk weer twee opmerkingen. Die eerste klopt, inderdaad. Die differentiatie was er al. Dat is ooit in beleid vastgelegd met als reden om te ontmoedigen of eigenlijk juist te bevorderen om te reizen in de daluren. En die hebben wij gewoon meegenomen in de nieuwe situatie, omdat je anders zowel hetzelfde opstaptarief krijgt in dal als in spits. En dan heb je niet meer een prikkel om meer te reizen in de daluren, wat we wel graag zouden willen. En dat is wat er gebeurd is. Maar nogmaals, het is allemaal een politieke keuze, dus als er een amendement wordt ingediend, dat kan. Dat leidt alleen wel tot een lagere besparing en dat zou niet de voorkeur van het college hebben. De voorzitter: Helder. Dan kunt u verder, volgens mij.

36

Mevrouw Van Benschop: Dan werd er nog de suggestie gewekt dat chauffeurs van de Drechthopper in de spits op andere op andere plekken worden ingezet. Dat is niet zo. De chauffeurs van de Drechthopper zijn chauffeurs die ook het leerlingenvervoer rijden. Dat is al zo. Dat is op dit moment al zo. Maar wat we wel zien is dat al die leerlingen om 8.30 uur op school moeten zijn of om 8.45 uur. Rond die tijd. En dat is precies in de spits, dus wij willen graag dat mensen minder gebruikmaken van de Drechthopper, van het vraagafhankelijk vervoer, tijdens de spits, zodat we nog beter en efficiënter kunnen rijden in het leerlingenvervoer. Het is niet dat we dan nu iets anders gaan doen met de chauffeurs. Die doen dat nu ook al, die combinatie. Maar u weet ook dat er in het verleden genoeg problemen zijn geweest met wachttijden en dergelijke bij de Drechthopper omdat er en in de spits gewoon heel veel voertuigen op de weg zijn en er minder chauffeurs beschikbaar zijn. De voorzitter: De heer Venderbos van de Partij voor de Dieren. De heer Venderbos-Lambinon: Toch nog even een vraagje. Chauffeurs van de Drechthopper worden nu al ingezet voor het andere vervoer, laat ik het zo zeggen, en het aantal chauffeurs blijft gelijk. Er komen niet minder chauffeurs te rijden in de spitsuren bij de Drechthopper. Of zie ik het verkeerd? Mevrouw Van Benschop: Nee. Sorry.

De voorzitter: Het mag soms ook natuurlijk gaan. Wethouder Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Nee, dat is absoluut niet de insteek van deze maatregel. Dat is absoluut niet zo. De chauffeurs blijven hetzelfde. We kunnen alleen beter, betrouwbaarder, efficiënter, effectiever plannen als we minder mensen hebben die gebruikmaken van het vraagafhankelijk vervoer tijdens de spits. Maar we gaan niet chauffeurs naar huis sturen of zo. We hebben er juist meer nodig. De voorzitter: Bij deze een kleine oproep. Volgens mij kunt u dan weer verder. Er staan nog wat dingen op papier.

Mevrouw Van Benschop: Ik vond de vraag, zijn er onderdelen waar deze verordening nadeliger is, wel heel groot. Wij hebben in principe alles uiteengezet in de was-wordttabel. En het is natuurlijk ook wel een beetje een persoonlijk of subjectief iets of je het nadeliger of voordeliger vindt. Ik vind dat een moeilijke vraag om te beantwoorden. De voorzitter: Misschien dat de heer Bootsman wel een verhelderende vraag daarover heeft. De heer Bootsman. De heer Bootsman: Zeker. Het was natuurlijk ook zo'n brede politieke vraag dat wij ook niet zozeer wisten wat we ermee moesten, dus we dachten, misschien dat het college toch iets weet waarvan wat daarvan … Of daar moeten we op letten. Maar wij hebben kennisgenomen van de was-wordt-lijst. Dat is wat ons betreft duidelijk. De voorzitter: Wethouder Van Benschop, was dat uw termijn?

37

Mevrouw Van Benschop: Volgens mij heb ik alles beantwoord. Misschien niet naar tevredenheid, maar ik heb wel alles beantwoord. Dat De voorzitter: Er is nog een resterende vraag van de heer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Dat klopt, want mijnheer De Heer was mijn rekensommetje op een gegeven moment halverwege een beetje kwijt. En misschien zou u duidelijkheid kunnen scheppen daarin. Het gaat om de rekensom, er staat dat er voor mensen tot 140 procent van de bijstandsnorm, dat die regeling bestaat dat je je geld terug kan krijgen. Ik heb het rekensommetje neergelegd dat de alleenstaande die uitsluitend het minimumloon heeft, 100 procent van het minimumloon, dan buiten die regeling valt als je uitgaat van de bijstandsnorm voor een alleenstaande is het 70 procent. 140 procent van 70 is 98. Dat is geen 100. De voorzitter: Ik ben in ieder geval blij dat u hem heeft uitgerekend zodat ik dat niet hoef te doen. Ik wilde net zeggen, ik geef de wethouder even een klein beetje tijd. We gaan even naar wethouder Veldman. Die is er ook. De heer Veldman: Voorzitter, dank. Een paar vragen voor mij. Eén van de heer Bootsman die eerder is gesteld door mevrouw Kruger, over het alternatief aanbod. Ik denk dat het daar even belangrijk is om het doel daarvan eerst voorop te stellen. Namelijk, het doel is dat jeugdigen het aanbod krijgen of de hulp die echt nodig is.

En we zien nu dat er te veel jeugdigen eigenlijk te specialistische of te zware hulp krijgen. Dat is denk ik wel even belangrijk om te accentueren en om die scheefgroei, zou je kunnen zeggen, recht te trekken of om daar veranderingen aan te brengen, hebben we een aantal instrumenten geïntroduceerd of een aantal samenwerkingen bijvoorbeeld opgestart. En dan moet u bijvoorbeeld denken aan samenwerkingen met huisartsen, met het onderwijs, resultaatafspraken met Dordrecht Sociaal. Maar bijvoorbeeld ook via het Wijkavontuur en Life Goals. Dat is een pilot waarin jongeren bijvoorbeeld sport kunnen gaan doen. Op die manier moet je hem echt benaderen en zo doen we dat ook. En in die zin vind ik dat juist een mooie en ook passende beweging bij de overkoepelende doelstelling van deze verordening. En dan was er, maar die vraag die werd mij eigenlijk pas duidelijk in het interruptiedebatje, een vraag van mevrouw Striebeck over maatwerk versus rechtsongelijkheid. En die zou dan betrekking hebben vooral op de jeugdzorg, als ik het goed heb begrepen. Het ingewikkelde van die vraag, zeg ik eerlijk, is dat rechtsongelijkheid alleen optreedt als je het over volstrekt gelijke gevallen hebt die je dan ongelijk behandelt. En het idee van maatwerk is juist dat je precies kijkt, of zo precies als maar mogelijk is, wat een jeugdige in dat geval nodig heeft en je daarop ook handelt.

Dan mogen we ervan uitgaan dat de professionals die in twee gevallen maatwerk toepast en die twee gevallen heel erg op elkaar lijken, dat dat dan ook wel leidt tot twee soortgelijke vormen van maatwerk. Maar als we het hebben over de grote groep van jeugdigen waar de problematiek heel vergelijkbaar is, dan, en dat heeft u ook in de stukken kunnen lezen, is het eerste wat we willen doen dat er behandeling of therapie, of welk woord u daar ook voor kiest, binnen groepsverband plaatsvindt. En dan is er natuurlijk, zou ik willen zeggen, geen sprake van rechtsongelijkheid.

38

De voorzitter: Dan hebben we gelijk het stukje jeugdhulp en jeugdzorg gehad. En dan heeft wethouder Van Benschop toch echt wel veel tijd gehad om deze vraag even op te zoeken. Het kan natuurlijk ook zijn dat die gewoon later beantwoord moet worden, schriftelijk. Maar ik geef u even de kans. Is er iets over te zeggen? Mevrouw Van Benschop: Ik ga gewoon ook een verduidelijkende vraag stellen. Mag dat? Er is een bijstandsnorm. Er is een sociaal minimum, een wettelijk sociaal minimum. Dat is waar wij mee rekenen. Die 140 procent van het wettelijk sociaal minimum. En volgens mij werd er iets gezegd over minimumloon. Maar al onze minimaregelingen zijn gebaseerd op 100, 120, 130, 140, 150 zelfs, procent van het wettelijk sociaal minimum. Dat is hoe wij een minimaregeling berekenen. En zo gelden ze ook allemaal. En deze valt dan in de categorie 140 procent van het wettelijk sociaal minimum. De voorzitter: Er zit een verschil tussen het minimumloon en wettelijk sociaal minimum. Mevrouw Van Benschop: En weer een verschil met de bijstandsnorm. De voorzitter: De heer Van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u. Sorry, wethouder, maar er staat in de stukken gedateerd op 9 december 2025 letterlijk een inkomen tot 140 procent van de bijstandsnorm. Vandaar mijn rekensom. Mevrouw Van Benschop: Ik zie inderdaad wat gezichten daarachter, dus het staat er niet goed.

Dat is dan even mijn conclusie. Wij rekenen met minimaregelingen altijd met het wettelijk sociaal minimum. Dat is wat we altijd doen. Dan ga ik hem zelf aanpassen. Dan staat het er gewoon niet goed. Daar heeft u gewoon gelijk in. Moet ik u gewoon gelijk geven. De voorzitter: Even voor de duidelijkheid, de berekening klopt wel. Mevrouw Van Benschop: De berekening klopt wel, maar mijnheer Van Antwerpen heeft gewoon gelijk dat als daar staat, de bijstandsnorm, dan staat het er verkeerd. Dat is namelijk iets anders dan het wettelijk sociaal minimum. En we hebben altijd onze minimaregelingen gebaseerd op het wettelijk sociaal minimum, dus het staat er gewoon verkeerd. De voorzitter: Dat is mooi dat die fout is ontdekt. De heer Bootsman, GroenLinks. De heer Bootsman: ik heb een korte, wellicht technische vraag over dit onderwerp. Als dat gewoon aangepast moet worden, zoals de wethouder zegt, is daar dan een technisch amendement voor nodig of gaat dat nog vanuit het college? De voorzitter: Ik heb het even gecheckt bij de griffier, want dit gebeurt natuurlijk wel vaker en zijn meningen een beetje verdeeld dat het lelijk is dat de raad het oppakt. Maar het is inderdaad zo dat, hij kan eigenlijk niet terug naar het college, maar het mag wel met een technisch amendement. Dat kan gewoon.

39

Mevrouw Van Benschop: Wat een verwarring allemaal. Het klopt helemaal, alleen omdat er in de verordening nu gesuggereerd wordt dat de sociale dienst aan inkomensbeleid doet, zit er nog een wijzigingsbesluit in de lijst van stukken die tegelijk wordt vastgesteld met de verordening. En daar gaat dit stukje tekst toevallig, niet toevallig, maar dit stukje tekst gaat eruit. Daarmee is het opgelost. Neemt niet weg dat het wel gewoon een fout is die ontdekt is, maar omdat hij op de verkeerde plek staat, wordt hij er met het wijzigingsbesluit sowieso al uitgehaald. De voorzitter: Dan is er uiteindelijk geen technisch amendement nodig. Dat scheelt weer. Altijd fijn, een beetje verwarring precies op dit dossier, want het is helemaal niet breed verder. Nog andere vragen hierover of is het voor iedereen nu wel duidelijk? Bij mij is het kwartje gevallen. Kwartje minimumloon. De heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Voorzitter, ik heb nog best wel wat vragen, maar die zijn heel erg technisch van aard. Die kan ik beter gewoon schriftelijk stellen. Dat is denk ik niet nu het moment, maar even als aanvulling. De voorzitter: Dat lijkt me inderdaad beter. Maar dan weten in ieder geval de wethouder en ambtenaren dat die er nog aan zitten te komen. Dan kijk ik even naar de commissie of er nog behoefte is aan de tweede termijn.

Zijn er nog partijen van mening veranderd of blijven alle standpunten, aangekondigde amendementen en dergelijke staan? De heer Bootsman van GroenLinks heeft behoefte aan een tweede termijn. De heer Bootsman: Dank u, voorzitter. Een korte tweede termijn en dat gaat vooral over die kan-zal bepaling, of hoe dat ding ook heet. De wethouder gehoord hebbende, snappen we eigenlijk heel goed dat mensen die voor een tijdelijk iets als een gebroken been of na een operatie geen brief krijgen en wij vinden het goed om te horen dat de mensen voor wie de indicaties langer lopen en voor wie het ook vaak blijvend is wel nog een brief krijgen. Want het is natuurlijk bizar dat je geen brief zou krijgen en je indicatie loopt af terwijl je bijvoorbeeld iets hebt wat nooit over gaat. En daar gaan we nog even verder over nadenken, maar ik denk dat dat het zo wel duidelijk is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Verder zie ik geen handen voor een tweede termijn. Wel zijn er amendementen aangekondigd, wat betekent dat dit stuk sowieso als bespreekstuk naar de raad gaat. En betekent dit ook dat we de raadsinformatiebrief die bij dit onderwerp eronder ligt, dat we die ter kennisgeving aan de raad meesturen? Ja. En dan inderdaad beperkt de bespreking zich tot de ingediende moties en amendementen. En is daarvoor 2 minuten genoeg? De vergaderdiscipline zit er goed in bij dit stukje van de raad.

Dat is fijn. Dan is dat ook de getrokken conclusie. We gaan het bespreken in de raad, het beperkt zich tot moties en amendementen en de spreektijd is 2 minuten. Dan wil ik iedereen hartelijk danken voor deze vergadering. Een fijne avond en neem vooral uw lege flesjes weer mee. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 maart 2026.

40

De griffier,

De voorzitter,

G.J.P. van Soest

N. Mol

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1070/documents/46711