CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2026.02.10 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 10 maart 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 3 februari 2026 en de Dordtse Dinsdag van 27 januari en 10 februari 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 520.307 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 10 FEBRUARI 2026 Vergaderzaal 1 1. Auditcommissie 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: De heer Van Soest Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: wethouder M. Merx, wethouder J. Veldman De voorzitter: Beste mensen, goedenavond. Het is 19.00 uur. Ik wil graag starten met het plenair vragenhalfuurtje, als de deur dicht mag en iedereen gaat zitten. Dank u wel. Welkom allemaal. Het vragenhalfuurtje van 10 februari 2026 met vanavond twee vragen, ook twee onderwerpen. De eerste vraag is een vraag van de VVD en die gaat over het parkeren bij de Minnaertweg. En naar ik begrijp gaat de heer Kuhlmann de vraag toelichten. Gaat uw gang, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Op korte termijn dreigen er veel parkeerplekken verloren te gaan bij de inrichting van de Minnaertweg en de omliggende ringen. De rioolwerkzaamheden zijn op zich een logische kans om bij het opnieuw bestraten verbeteringen aan te brengen, zoals gezellig groen, maar er mogen daarbij natuurlijk geen parkeerplekken verloren gaan. Daarom hebben we de volgende vragen.

In de eerste plaats, vindt het college het wenselijk als bewoners straks hun auto niet meer in hun eigen buurt kunnen parkeren? Begrijpt het college dat de ruime meerderheid van de bewoners graag tenminste de huidige parkeercapaciteit wil behouden? Twee, waarom gaat het college bij haar nulmeting uit van de papieren situatie van het beperkte aantal formele parkeerplekken in plaats van de praktijksituatie? Daarmee bedoel ik het aantal auto's dat in de buurt staat geparkeerd op de momenten dat vrijwel alle bewoners thuis zijn, zoals een doordeweekse nacht of zondagmorgen. En de derde vraag, is het college bereid om toe te zeggen dat er bij de herinrichting geen parkeerplekken verloren gaan ten opzichte van de daadwerkelijke parkeercapaciteit en dat onder meer alle 15 bestaande haakse parkeervakken op de Minnaertweg behouden blijven? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Gelukkig is de heer Veldman nog op tijd aangeschoven en heeft hij de vragen in ieder geval op papier al gezien. Als het goed is. Ga ik naar u toe voor het antwoord. Mijnheer Veldman.

1

De heer Veldman: Dank, voorzitter. En excuus dat ik iets te laat was. Ik werd even op de gang aangesproken. Voorzitter, de parkeerdiscussie op de Minnaertweg. Bewoners kunnen hun auto nog steeds in hun eigen buurt parkeren straks. Dat is nu zo en dat is straks zo. Er komt hetzelfde aantal parkeerplaatsen terug. Wat wel het geval is, is dat in sommige gevallen de loopafstand tot de parkeerplaats iets langer zal zijn dan nu het geval. En dat wordt veroorzaakt eigenlijk door 2 dingen, door 2 redenen. De nieuw aan te leggen parkeerplaatsen zijn breder en langer dan nu het geval. Eenvoudigweg hangt dat samen met dat auto's langer en breder worden. En het tweede is dat de gemeente ook meer groen in deze wijk wil toevoegen. Maar ik onderstreep, het gaat om hetzelfde aantal parkeerplaatsen, zowel formele plekken, illegale plekken, wat voor plekken dan ook. En er zijn verschillende tellingen geweest en ik heb begrepen dat daar ook nog wel wat discussies over zijn geweest, maar onderaan de streep zijn het hetzelfde of meer aantal plekken. Dan de tweede vraag over die tellingen. In de parkeertelling door een extern bureau zijn alle auto's geteld die op verschillende plekken staan en ook op verschillende maatgevende momenten in de wijk stonden geparkeerd. Dat aantal wordt ook ruim teruggelegd. Dat heb ik net al uitgelegd.

Ook voor het aantal geparkeerde auto's die door bewoners zelf zijn geteld wordt in de nieuwe situatie dat aantal parkeerplaatsen gerealiseerd. Dan nog een hele specifieke vraag. Die heeft u ook gesteld, maar daar was ik net even niet bij, over die 15 plekken. Dat is echt heel specifiek. Als wij de vraag goed begrijpen, dan wordt gedoeld op het middengedeelte waar voorheen 15 plekken waren. Daar komen nu 14 haakse parkeerplekken terug, waarvan er 2 met markering voor elektrische voertuigen. En hier speelt dat omdat die maatvoering net ietsje breder is dan voorheen, per saldo op 15 plekken daar een plek op die plek verloren gaat, maar die wordt dan elders in de wijk wel weer gevonden. Dat heb ik erop te zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Een helder antwoord, denk ik. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank, voorzitter. Goed om dit te horen. Dit stelt in elk geval mij gerust en ik vermoed ook de bewoners. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar de tweede vraag. En dat is een vraag van de VSP en die gaat over de Spirea. Wie van de VSP mag ik het woord geven? Mijnheer De Vries, gaat uw gang. De heer De Vries: Dank u, voorzitter. Namens de VSP wil ik uw aandacht vragen voor de situatie rondom het parkeerterrein bij de Spirea tijdens de recente sneeuw- en gladheidsperiode.

Gebruikers constateerden dat de trein gedurende deze periode niet begaanbaar was, wat heeft geleid tot onveilige situaties voor bezoekers en omwonenden. Hoewel onze muziekvereniging hiermee kan omgaan, geldt dat niet voor alle gebruikers van het terrein. Aan het parkeerterrein is een gezondheidscentrum gevestigd dat dagelijks wordt bezocht door mensen met medische beperkingen. Tijdens de sneeuwperiode zagen wij bezoekers met krukken en rolstoelen zich met grote moeite een weg banen door de gladheid. Dit achten wij een onwenselijke en potentieel gevaarlijke situatie. Naar aanleiding van meerdere Fixi-meldingen, 70 door de huisartsenpost, werd door de gemeente aangegeven dat het terrein als privéterrein wordt beschouwd en er daarom niet wordt gestrooid.

2

De VSP heeft de volgende vragen. Duidelijk inzicht te geven in de vermeende status van het terrein, inclusief eventuele aanspraken over beheer en gladheidsbestrijding. Te heroverwegen of, gezien de functie van het terrein en de aanwezigheid van het gezondheidscentrum, strooiacties in de toekomst alsnog kunnen worden uitgevoerd of gecoördineerd. En de laatste, indien het terrein daadwerkelijk uitsluitend particulier zou zijn, de betreffende eigenaar c.q. beheerde actief te attenderen op zijn zorgplicht en de risico's voor kwetsbare gebruikers. Dat is het. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting op de vraag. Wie vanuit het college mag ik het woord geven? Mijnheer Merx, gaat uw gang. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Dank u voor de vragen. Gelukkig lijkt het erop dat het voorlopig niet gaat sneeuwen. Maar op het moment dat je dat zegt, zul je zien dat het volgende week weer helemaal vol ligt in het land. Maar daar zullen de kinderen weer heel erg blij mee zijn als dat zou gebeuren. Maar de feitelijke situatie is dat dit terrein gewoon eigendom is van de gemeente. Het is niet van privé of particulier of wie dan ook, het is gewoon van de gemeente. We hebben er vanmiddag nog eens goed over gesproken. Wat zou er dan kunnen? En eigenlijk is het korte antwoord niks.

En dat heeft te maken met het feit dat we meerdere parkeerplekken hebben en andere voorzieningen in de stad die in tijden van sneeuw en gladheid gewoon moeilijker begaanbaar zijn. En het is voor een gemeente en voor de HVC in dit geval ondoenlijk om al die plekken allemaal te strooien en te ontdoen van sneeuw. Dat redden we gewoon niet. Simpelweg, het is niet uitvoerbaar. En als we het bij de een doen, dan zouden we het ook bij de ander moeten doen. En eigenlijk mede naar aanleiding van de ervaringen van de vorige periode waar de meningen over verdeeld waren, laat ik dat zo maar zeggen, maar ikzelf denk in ieder geval, mensen hebben enorm hun best gedaan, waren er toch nog vragen over de hoofdroutes en de fietspaden die slecht begaanbaar waren. Daar ligt wat ons betreft, en de bus routes, onze prioriteit. Wat we in zijn algemeenheid communiceren is, mensen, houd uw eigen stoepje schoon. Of als u een winkel heeft, en ik heb het in de binnenstad in ieder geval na een paar dagen zien gebeuren, probeer, ook al is het gemeente-eigendom, de stoep en de straat, laten we met elkaar proberen de zaak begaanbaar te houden. En haal zand bij de Stadswerken. We zijn nog even naar aanleiding van vragen aan het kijken of er ook nog meerdere plekken zand in de stad kan worden neergezet.

Niet in de hoop dat iedereen, zoals ik de vorige keer al beantwoord, daar met zijn aanhangwagen komt om het zand in te scheppen om in het voorjaar zijn tuintje op te hogen. Maar in ieder geval, ben daarop voorbereid. En zeker als je op dat soort locaties zit, maak met elkaar afspraken over, als het weer gebeurt, kunnen wij dan samen zorgen dat in ieder geval onze voorzieningen fatsoenlijk bereikbaar zijn? Wij kunnen het gewoon niet waarmaken. De strooirondes redden we misschien op een dag al niet eens, want als we het daar doen moeten we het ook op andere plekken gaan doen en dan wordt het niet uitvoerbaar. En daar communiceren we met regelmaat over in ieder geval ook op onze website. Maar het is ook uiteindelijk gewoon, althans, zo denken wij erover, je burgerlijke plicht om te zorgen dat in dit soort tijden mensen rekening houden met elkaar, rekening houden met de mensen die moeilijk ter been zijn om in ieder geval in jouw directe omgeving de boel zo schoon mogelijk te houden. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende antwoord, denk ik.

3

De heer Stolk: Maar de het antwoord is eigenlijk erg onbevredigend, omdat er gestuurd wordt naar dat de mensen zelfredzaam moeten zijn. Er zit een huisartsenpraktijk, er zit een ziekenhuis, röntgen doen ze daar. En ik denk dat het helemaal openbaar is en dat het wel … Ik neem aan dat bij het ziekenhuis ook gestrooid wordt en bij de brandweer wordt er ook gestrooid. En ik denk dat dat hier ook moet gebeuren. De voorzitter: Wilt u daarop reageren? De heer Merx: Ja, voorzitter, een korte reactie daarop. De gemeente is verantwoordelijk voor de hoofd strooiroutes. De hoofdwegen, de fietspaden, doorgaande fietspaden, de busbanen. Dat strooien wij. Verder zijn er vele andere organisaties die hun eigen terrein gewoon onderhouden. En die maken daar afspraken over of op welke manier ze dat ook regelen. Daar kunnen mensen het wel regelen. Ik vraag mij af waarom op dit soort plekken, dat zijn niet alleen maar kwetsbare mensen die er wonen die niks kunnen. Er zijn ook organisaties die zitten die misschien best eens eventjes de handen in elkaar kunnen steken in deze bijzondere periodes, die eens in de tig jaar voorkomen, om even de handen bij elkaar te steken en niet meteen naar de overheid te kijken, wanneer kom je het voor ons oplossen? Maar gewoon zelf een keer de handen uit de mouwen steken.

En dat klinkt heel naar, maar gewoon met elkaar afspraken maken, hoe zorgen wij dat onze terreinen nog begaanbaar blijven? En dan hoeft dat niet van de ene uiterste hoek tot de andere uiterste hoek spik en span te zijn, maar zorg er in ieder geval voor dat de mensen vanaf de parkeerplaats goed bij de voorziening kunnen komen. En dat is eigenlijk het enige wat we vragen. Wij kunnen het niet, dus we zullen toch met elkaar moeten zorgen in deze maatschappij dat we de wereld een beetje veilig en leefbaar houden. En dat moeten we met elkaar doen en we moeten stoppen ook om bij elk probleem naar de overheid te kijken die het allemaal wel weer gaat oplossen. De voorzitter: Ik denk dat we niet verder tot elkaar komen. De heer Stolk: Even een laatste vraag. Het is een openbare straat, dus de gemeente is ervoor verantwoordelijk. De voorzitter: Daar heeft de wethouder al op geantwoord. De heer Merx: Laatste poging. Bijna heel Dordrecht is openbaar. Want we hebben ook uit wijken, uit erven gekregen, het is hier glad. Kan u hier komen strooien? Nee, dat kunnen we niet, ook al zijn het gemeentewegen. Wij moeten ons prioriteiten stellen met de capaciteit en de middelen die we hebben. En ik zou het graag doen, hoor. Ik zou het graag doen. Maar we hebben gewoon de mensen, de capaciteit en de middelen niet, dus moeten we het met elkaar oplossen.

De voorzitter: Wat mij betreft tot zover de vraag en het antwoord en hebben we hiermee de twee vragen die er voor vandaag waren behandeld. En wens ik u een goede vergaderavond. 3. Initiatiefvoorstel 'Dordt Ontmoet' van de fracties CU-SGP, CDA en VSP

4

Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Balorian (VVD) Mevr. Van den Bergh (Partij van de Arbeid) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouder: wethouder W. van der Kruijff Ambtelijke ondersteuning: mevr. Van Oostrom-van der Meijden, dhr. Van Tuijl De voorzitter: Goedenavond, beste mensen. We zijn hier bij elkaar voor de bespreking en de uitleg van het initiatiefvoorstel Dordt Ontmoet. Dit is een beeldvormende vergadering en ik heet alle raads- en commissieleden van harte welkom. Ook welkom wethouder Van der Kruijff die zich afvroeg wat hij hier moest doen, maar die in ieder geval heel erg welkom is. En ik vind het altijd gezellig als hij erbij zit. De initiatiefnemers de heer De Heer, mevrouw Striebeck en ik zou normaal gezegd hebben mevrouw Van Vugt-Roose, maar die is vanwege verdrietige familieomstandigheden niet aanwezig, maar wordt waardig vervangen, neem ik aan, door mevrouw Van den Aardwegh en de heer Van Dam Timmers.

Welkom links voor mij, de ambtelijke ondersteuning, de heer Van Tuijl en mevrouw Van Oosterom. En uiteraard ook welkom de mensen op de publieke tribune en de kijkers luisteraars thuis. Zoals gebruikelijk gaan de aanwezigen hier zich eventjes voorstellen en ik begin aan mijn rechterhand. Die kan heel goed voordoen hoe het hoort. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland.

5

Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, VVD. Mevrouw Balorian: Maylis Balorian, Dordtse VVD. Mevrouw Van Oostrom-van der Meijden: Susan van Oostrom, teamleider bestaanszekerheid en meedoen. De heer Van Tuijl: Nick van Tuijl, beleidsadviseur met onder andere eenzaamheid. De heer Van der Kruijff: En Wim van der Kruijff, wethouder. De voorzitter: En mijn naam is, de meeste aanwezigen zullen dat wel in de gaten hebben, niet de heer John van der Net, want die is afwezig. Hij stond wel op het schema en ik hoop hem vanavond te vervangen. En mijn naam is Leen Struijk. Een korte toelichting voor de reden van de vergadering. De indieners van het initiatiefvoorstel Dordt Ontmoet dat gericht is op tegengaan van eenzaamheid lichten hun voorstel vanavond toe. Daarna is er gelegenheid voor het stellen van verduidelijkende technische vragen. Aan de indieners en eventueel aan de ambtelijke ondersteuning.

En u hoorde het, ik heb een beetje de nadruk gelegd op het woord technisch, Het is een beeldvormende sessie, we gaan het niet politiek maken vanavond. De heer De Heer gaat de presentatie geven en er vast en zeker van alles bij vertellen. En op zijn verzoek het liefst de vragen achteraf. Als u echt iets niet snapt, geef dan een seintje. Maar liever aan het eind. Mijnheer De Heer, aan u de eer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Wat fijn dat we vanavond het initiatiefvoorstel dat we samen met de VSP en met het CDA hebben ingediend kunnen bespreken. En we zien uit naar jullie inhoudelijke vragen en opmerkingen. En voorzitter, we zijn ons als partijen, en ik vermoed ook echt raadsbreed, steeds meer bewust van de eenzaamheid in ons land en zeker ook in onze stad. En de cijfers liegen er niet om, we scoren gewoon gemiddeld slecht. Ruim 50 procent van onze stad kent lichte of heel serieuze eenzaamheid. Of zoals het uitvoeringsprogramma elkaar helpen voor de monitor ook hanteert, 56 procent van onze inwoners voelen zich eenzaam. Dat is een zorgelijk rapportcijfer. Dat is reden tot actie. En daarnaast kunnen we als gemeenteraad ook niet blind zijn voor de kosten van eenzaamheid. Eenzaamheid verergert of creëert psychische klachten, meer uitval, minder productiviteit, hogere zorgkosten, et cetera. En

6

de enige rekensom die te maken is, maakt duidelijk dat het jaarlijks om miljarden in ons land gaat en als partijen erkennen we met elkaar direct dat bestrijding van eenzaamheid ook echt niet eenvoudig is en ook hebben we echt niet de illusie dat het helemaal oplosbaar is. Maar we hebben wel de overtuiging dat er meer nodig is en dat er meer kan. En dit initiatiefvoorstel erkent ook heel duidelijk de inzet van de gemeente, erkent de inzet van de stad en alle mooie ook bestaande initiatieven die er zijn. Maar dit voorstel vult ook aan, versterkt, en we hopen dat jullie het ook op die manier ontvangen vanavond. We nemen jullie mee in de onderdelen van het programma. In eerste instantie de doelen. Die zijn drieledig en die zullen we ook steeds terug laten komen. Het gaat om preventie, het voorkomen dat inwoners in eenzaamheid terechtkomen. Het gaat om ondersteunen zodat mensen beter de weg naar hulp ook weten te vinden, uit die kuil weten te klimmen. En om het herstel van eenzaamheid. Het plan wat wij hebben ingediend kent vijf verschillende onderdelen. Dat zijn deze en die hebben we eigenlijk onderling verdeeld met zijn drieën. De eerste twee neem ik zo voor mijn rekening en geef ik ook het stokje steeds door. De eerste, het zowel online als offline in beeld brengen van bestaande ontmoetingsplekken in de stad in samenwerking met bestaande wijkinitiatieven en buurthuizen.

Zoals genoemd, er gebeurt al ontzettend veel in onze stad, maar het is gewoon niet eenvoudig vindbaar. Maak zichtbaar wat er allemaal voor bijzonders gebeurt in onze stad, zouden wij zeggen. Het is nu erg versplinterd en er is niet één duidelijke plek waar mensen kansen van ontmoeting kunnen vinden. En in de collegereactie wordt gesproken over een sociale kaart. Jammer dat dat de vorige keer in de beantwoording van onze Artikel 40 vragen niet per se voorkwam, maar dat is blijkbaar voor ons in ieder geval nieuwe info. Fijn dat daarover na wordt gedacht in een vorm. Wij zouden willen zeggen, neem dan ook de input die wij in ons initiatiefvoorstel hebben opgeschreven mee in de voorbereiding. Maak er gebruik van. Een aantal punten hier nog bij om te noemen is dat met dit punt we willen inzetten op bestaande mogelijkheden, waar dat kan. Ook bijvoorbeeld het platform Dordt West. Maar we weten ook allemaal, er is niet alleen eenzaamheid in Dordt West. Dit betreft onze hele stad, dus daarom zouden het ook buiten de collegereactie om ook breder willen trekken dan alleen maar dit gebied. En inderdaad, wat ik al zei, neem de inzet van Dordt Ontmoet ook mee in de voorbereiding van een mogelijke, in welke vorm dan ook, want we hebben daar nog geen details over, een mogelijke sociale kaart.

En de doelen die hier dan bij horen zijn ondersteuning met kans op herstel, zoals ook al eerder in die drietrapsraket van doelen genoemd. Het tweede punt, het stimuleren van sociale activiteiten, zoals het organiseren van kleinschalige evenementen, ontmoetingsdagen, workshops in wijkverband. Je zou kunnen zeggen, et cetera. Er is veel meer op te sommen. De initiatieven die er zijn en nieuwe initiatieven die zich ontwikkelen verdienen support en steun van onze gemeente, maar er is meer nodig. Al is het alleen maar tips, bijvoorbeeld voor kleine wijkinitiatieven om goed vindbaar te zijn, of tips om aan te sluiten bij andere bestaande initiatieven, de weg weten te vinden. Niet alles hoeft heel veel geld te kosten. We hebben meer ruimte voor initiatieven in onze stad nodig. Denk bijvoorbeeld ook aan een aanspreekpunt bij de gemeente om zo'n buurtinitiatief op te pakken. Maak het bekend, maak het laagdrempelig. En ook kort om te benoemen, wat ook in de collegereactie stond was, jebentnietalleen.nl, dat die een nieuw leven zou moeten krijgen. Dat is zeker nodig en dat roepen wij met elkaar al ook echt langer. Die website is al lange tijd een verouderde pagina met weinig actueels. Ook op dit moment kent de website een hele mooie activiteitenkalender, maar die is

7

compleet leeg. Dat onderstreept eigenlijk ook wel onze oproep. Een paar punten daarbij. Er is inzet op ondersteuning van sociale activiteiten in onze stad, is onze mening, die verdient meer. Maak de mogelijkheden beter vindbaar en ook sterker. En inderdaad, de website jebentnietalleen.nl verdient nieuw leven met de doelen hierbij dan ook ondersteuning en herstel. En dan ga ik voor de volgende twee punten naar mijn collega aan de rechterkant. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Het derde punt wat we belangrijk vinden is het opzetten van mentoren en buddysystemen. Vrijwilligers worden gekoppeld aan eenzame inwoners voor persoonlijke ondersteuning en gezelschap en voor toeleiding naar een van de vele verenigingen die onze stad rijk is. Hierdoor word je gezien en je wordt ook ergens verwacht, want je maakt afspraken met elkaar en telt mee. Want mede door de kansen die geboden worden door vrijwilligers kunnen eenzame mensen, jong en oud, hun leven weer als zinvol leren ervaren. Laten we dat werk steunen. Mensen gaan meer of weer meedoen en dat komt naast dat het voor de persoon ten goede komt, ook ten goede van onze stad. Punten die we daar belangrijk in vinden zijn, versterk de bestaande organisaties die buddysystemen aanbieden en breng ze in kaart. Geef ruimte aan nieuwe organisaties die je werk voor willen maken en geef ze ruimte. Doel daarbij is preventie en herstel.

Het vierde punt is het uitvoeren van een educatie- en bewustwordingscampagne, waarmee de kennis over eenzaamheid wordt vergroot en daardoor eerder wordt herkend. Dat kan bijvoorbeeld door er meer aandacht aan te geven in communicatie. Het voorbeeld over de jongeren in het initiatiefvoorstel maakt duidelijk dat ondanks wat er is, er niet preventief ingegrepen werd. Instanties faalden, zowel formele als informele. Meer jongeren raken op deze manier eenzaam en we hebben de overtuiging dat het anders kan. Dat komt bovendien ten goede aan de samenleving. Want stel je voor als hier wel jaren eerder was ingegrepen. Alle professionele zorgkosten die later gemaakt moesten worden, hadden we dan als samenleving niet hoeven dragen. De jongere in kwestie had een veel minder eenzaam leven kunnen hebben en haar kansen om haar plek in de samenleving in te nemen waren vele maanden beter geweest. Iedereen ving iets op, maar niemand pakte door. Ook buiten de week van eenzaamheid is aandacht nodig voor deze problematiek. Maak het ook makkelijker voor scholen, huisartsen en anderen om de vrijwillige inzet in de strijd tegen eenzaamheid te vinden. Verruim de boodschap. Ook hier doel, preventie en herstel.

Mevrouw Striebeck: Het moet mogelijk worden voor ondernemers, organisaties en particulieren om hun eigen ruimte beschikbaar te stellen voor sociale ontmoeting. Er zijn veel potentiële ontmoetingsplekken in de stad waar nog beter gebruik van kan worden gemaakt. Ontmoeting kan overal ontstaan waar mensen de ruimte krijgen om elkaar te zien en te horen. Niet alleen op de bekende plekken, maar juist ook daar waar het leven zich afspeelt. Laten we bestaande ontmoetingsplekken versterken en nieuwe kansen omarmen bij ondernemers, organisaties en inwoners. Met initiatieven als Dordt Ontmoet, bijvoorbeeld ook bij De Wiele, kan ontmoeting een warme en laagdrempelige plek krijgen binnen de aanpak van eenzaamheid met passende ondersteuning. Zo maken we ruimte voor verbinding, dichtbij en in de wijk. Er benut ook de bestaande locaties, maar benut ook nieuwe kansen, juist in tijden van schaarste. Inzet Dordt Ontmoet meenemen in de

8

verkenning van de toekomstige Dordtse coalitie tegen eenzaamheid. En het doel is ook weer ondersteuning en herstel. De heer De Heer: Dat is veel tekst. Tot slot, we hebben even het besluit bijgezet of in ieder geval ons voorstel, hoe willen we dit vangen? Want we dienen iets in, wat vragen we dan precies? We vragen om in te stemmen, we vragen het college van burgemeesters en wethouders opdracht te geven om in derde kwartaal van 2026 met een plan van aanpak te komen. Daarin de punten uitgewerkt zoals wij die meegeven en daar waar er al iets bruist, op dat punt versterk dat en maak dat concreet. Het hoeft geen heel nieuw eenzaamheidsbeleid te worden. Dat is niet onze bedoeling, maar we vragen wel om meer concrete inzet op dit thema. Wat ik al zeg, we vragen inderdaad hiermee niet om een concreet eenzaamheidsbeleid, maar wel een plan van aanpak. Hartstikke goed ook als het college in de tussentijd zeker ook vanuit het uitvoeringsprogramma elkaar helpen al en met het een en ander bezig is. Dan kan het ook meteen worden meegenomen. Maar ook horen we graag in een plan van aanpak welke extra mogelijkheden er kunnen worden voorgesteld, zodat we daar ook bij de begroting weer over kunnen spreken met elkaar. Kom met een voorstel, voeg kansen samen en geef de raad, ons allemaal, de mogelijkheid om de strijd tegen eenzaamheid te intensiveren, want wat ons betreft verdient onze stad dat.

Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank aan dit drietal voor de toelichting op het initiatiefvoorstel. En nu zie ik de heer Hartmeijer en daarna mevrouw Van den Berg, die inmiddels aangesloten is voor degenen die dat nog niet opgevallen was. Die mag als tweede de vraag stellen. Ik begin met mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik heb het initiatief met veel plezier gelezen. Om op dat laatste blokje in te gaan, blokje vijf, benut bestaande locaties. De initiatiefnemers noemen ook kerkgebouwen, met name als locaties waar je misschien wat meer zou kunnen organiseren. Nu kan je je voorstellen dat een kerkgemeenschap doordeweeks ook wel activiteiten heeft in dat gebouw, maar welke kansen zien de initiatiefnemers daarin? Want je hebt ook te maken met misschien wel vrijwilligers die daar weer die weer opgeroepen moeten worden tot iets. Maar is zijn daar mogelijkheden? Welke kansen zitten daar? De voorzitter: Mijnheer De Heer, gaat u antwoord geven? Of mevrouw Striebeck? Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u voor de vraag. Wat de vrijwilligers betreft, voor vrijwilligers zou het ook een oplossing zijn als zij eenzaam zijn. Dat werkt dan aan beide kanten. En soms kunnen gewoon ruimtes beter gebruikt worden, ’s avonds, overdag. Soms zien we dat er gewoon twee keer in de week iets is en de rest van de week niet.

Dat zou heel mooi zijn als dat opgevuld kan worden. De voorzitter: Mijnheer De Heer, een aanvulling. De heer De Heer: Voorzitter, misschien kan ik dat kort aanvullen. Want inderdaad, een goede vraag, hoor. Wat wij merken is dat we twee dingen proeven. Er zijn veel vierkante meters inderdaad in de stad die op heel veel momenten onbenut zijn. Dat er tegelijkertijd heel veel behoefte is aan ontmoeting en ontmoetingsplekken. Het gaat om

9

ouderenorganisaties, dat gaat om jongerenorganisaties waarop er gesproken, van RNewt tot ook Wij voor de Jeugd die aangeven, we zouden eigenlijk veel meer willen organiseren, maar moeilijk, moeilijk, plekken. Wij zouden heel graag willen dat die gastvrijheid die we tegelijkertijd ook proeven ook bij ondernemers in onze stad, dat het elkaar beter weet te vinden. En daar zou de overheid, de gemeente Dordrecht, een hele mooie, faciliterende rol in kunnen hebben. Dat is wel echt een nieuw voorstel wat we hier doen. De voorzitter: Dank u wel. U wil een aanvullende vraag stellen, mevrouw Koene? Mevrouw Koene: Hoe dan? De voorzitter: Mijnheer De Heer, daar heeft u vast een idee over. De heer De Heer: Mooie vraag. Mand. Daar kunnen verschillende dingen natuurlijk ontstaan. Dat zouden we op zich ook aan het college willen geven om daarover na te denken, hoe zij dat inpasbaar zien. Maar je zou kunnen zeggen dat er een plek komt waar organisaties, kerken, moskeeën en het bedrijfsleven hun gastvrijheid kenbaar kunnen maken. Dat zij ook een partner willen zijn in de strijd tegen eenzaamheid en in het versterken van ontmoeting in onze stad. Waarin ze aangeven, wij willen ook een gesprekspartner zijn, wij willen ook onze gastvrijheid en beschikbaarheid kenbaar maken, zodat er inderdaad hele mooie matches en dingen bij elkaar kunnen komen.

En het voelt als een soort van onbenutte kans nu als je aan de ene kant hoort dat er veel vierkante meters ook voor gastvrijheid is en aan de andere kant schaarste. Dan denk ik dat daar winst te behalen is en om die reden hebben we dit ook wel als een kans benoemd. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter en allen. En wellicht, het is misschien niet zo gebruikelijk, heeft de heer Damen nog een aanvulling. Dank voor het initiatief en wat jullie hebben toegelicht. Dat klinkt allemaal heel mooi. Maar aan de andere kant, we hebben toch een paar vragen. Want er wordt natuurlijk, u geeft dat zelf ook aan, alle drie, er wordt al veel gedaan in deze stad. Het is alleen niet misschien allemaal even kenbaar en allemaal even goed op elkaar afgestemd. Maar de vraag is of dat zo erg is. Onze ervaring is dat mensen het woord eenzaamheid, als je dat te veel benadrukt, dat je activiteiten ontwikkelt om eenzaamheid tegen te gaan, dat mensen dat niet plezierig vinden. Mensen willen wel ergens naartoe gaan waar het gezellig is, waar ze andere mensen zien. Maar niet waar het accent ligt op eenzaamheid, want dan voelt men zich weer achtergesteld en dat men niet hetzelfde is als andere mensen.

De voorzitter: Uw vraag is? Mevrouw Van den Bergh: De vraag is, hoe wil je, want hoorde ik iemand zeggen, preventief ingrijpen? Wat moet ik me daarbij voorstellen? En waarom gaan wij dan bezuinigen op met name sociale activiteiten, oftewel niet indexeren? De voorzitter: Dat laatste kunnen we het nu niet over hebben, want dat is heel duidelijk een politieke vraag.

10

De heer Gündogdu: Voorzitter. De voorzitter: Even wachten, mijnheer Gündogdu. Mevrouw Van den Bergh: Ik wilde ook nog even vragen of men ook denkt aan het Huis van Actief Burgerschap, want daar zitten ook een heleboel initiatieven en die kunnen ook coördineren en op elkaar afstemmen. De voorzitter: Twee vragen hebben we nu over preventief en het Huis van Burgerschap. Kunt u hem zo meteen, als u hem even probeert te onthouden. Moet nog wel lukken, denk ik. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ik ga het proberen. Ik denk dat het heel terecht is wat de collega van de Partij van de Arbeid zegt over eenzaamheid. Als je dat woord te veel gebruikt, dat mensen die zich eenzaam voelen of zich daar misschien niet eens bewust van zijn dat zij eenzaam zijn, maar daar wel mee te kampen hebben, dat dat niet heel erg aanspreekt. Ik denk dat dat ook de reden is dat wij ons initiatiefvoorstel Dordt Ontmoet hebben genoemd en niet actieplan tegen eenzaamheid. En ook de communicatie die we dan beogen of die we mee zouden willen geven in uitwerking zou ook gericht moeten zijn op ontmoeting. Dat is hopelijk de rode draad die jullie ook lezen in het in het voorstel, dat we meer inzetten op ontmoeting en daarmee de strijd tegen eenzaamheid, maar wel met u met die focus en die communicatielijn. Tweede is het punt van Huis van Actief Burgerschap.

Ik denk inderdaad dat zo'n organisatie ook een partner zou kunnen zijn in het geheel. Maar hoe exact in uitwerking, daar heb ik nu verder geen tekst bij. De voorzitter: Voldoende, mevrouw Van den Bergh? Het preventief nog niet, denk ik. Mevrouw Van den Bergh: De vraag over het preventief ingrijpen. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Dank, voorzitter. Als het gaat om de jongeren in het verhaal, dan is het wel duidelijk denk ik dat deze jongeren heel vaak hebben aangegeven bij verschillende mensen dat het niet zo lekker ging en daardoor uiteindelijk in een isolement terechtkwam. Als we het over preventief hebben, dan is het dat we met zijn allen ogen en oren hebben om te zien waar iets mis zou kunnen gaan, potentieel mis zou kunnen gaan, en dat iemand zich gehoord voelt. En ik denk dat dat het begin is van eenzaamheid oplossen, als we iemand zich gehoord laten voelen. De voorzitter: Uw vraag is inmiddels beantwoord, denk ik. Dan mag het de heer Gündogdu worden die in beeld komt. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Eigenlijk ook in het verlengde van wat mevrouw Van den Bergh zojuist aangaf. Overigens, namens Op Ons Eiland onze complimenten voor dit initiatiefvoorstel. Dat mag gezegd worden.

Voorzitter, waar wij naar op zoek zijn is, we kunnen wel ongeveer uiteenzetten hoe eenzaamheid eruitziet, maar wat hanteert de overheid of de gemeente als eenzaam zijn? Is daar een bepaalde definitie? En de tweede vraag is, hoe ontstaat het? We zitten in een samenleving waar we echt in een soort ratrace zitten. Rennen, rennen, rennen. Omkijken naar elkaar wordt

11

steeds minder en minder. Maar als we teruggaan naar de kern, dat we het ontstaan van eenzaamheid willen bestrijden, loopt dat synchroon met datgene wat jullie voorstellen? De voorzitter: Mijnheer De Heer gaat een poging wagen. De heer De Heer: Ik doe graag een poging. Dat is een moeilijke vraag, want dat is inderdaad een hele brede definitie. Eenzaamheid kent misschien ook een clichébeeld of we hebben daar plaatjes bij in ons hoofd, maar dat is ongelofelijk divers. Je kunt ook heel eenzaam zijn omgeven door heel veel mensen of je kunt inderdaad geïsoleerd leven en juist behoefte hebben aan heel veel mensen, of op jezelf wonen en eigenlijk helemaal niet zoveel behoefte hebben aan. Wij hebben inderdaad vooral ingestoken op de bestrijding van eenzaamheid door ontmoeting. En inderdaad, je kunt andere manieren van bestrijding van eenzaamheid denk ik ook toepassen.

Wij geloven dat dit een hele concrete manier is en ook een wat meer tastbare manier om dit aan te gaan, door inderdaad in te zetten op de groep die … Ook door veel gesprekken die je voert of dat je erover leest, documentatie, dat er ook een grote groep is in deze tijd van individualisering, moet ik wat snel zeggen want anders struikel ik over het woord, maar dat steeds meer mensen aangeven dat ze er alleen voor staan in het leven, dat ze zich minder verbonden voelen met de omgeving, je minder weet wie je buren zijn in een steeds voller wordende stad. En dat we ook lezen dat het heel gezond is om dan in te zetten op meer kans op ontmoeting. Laagdrempelige, eenvoudige, voor de hand liggende kansen op ontmoeting. De voorzitter: Aan het geknik van de heer Gündogdu te zien, is zijn vraag goed beantwoord. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het woord ontmoeting heel erg goed is, om dat centraal te stellen en het niet te zeer aan de eenzaamheid te koppelen. Ik vraag me bijvoorbeeld bij dat buddyinitiatief af, wie organiseert dat? Wie bepaalt of ik een buddy nodig heb en ik zo eenzaam ben dat ik een buddy nodig heb? Of hoe gaat dat? Daar zou ik graag iets meer toelichting op willen hebben. Het tweede is dat die ontmoetingsplekken in kaart moeten worden gebracht. Dat is mooi om dat in kaart te brengen.

Dat zal nog wel lukken, wat er allemaal is. Maar wat doen we dan met die inventarisatie? Daar ben ik erg benieuwd naar de ideeën van de initiatiefnemers. Hoe zorg je nou, want er zijn vaak wel allerlei websites over bijvoorbeeld, waar kan ik vrijwilligerswerk doen? Maar heel veel mensen komen niet bij zo'n website terecht. Wat kun je doen om die koppeling toch tot stand te brengen? Hebben jullie daar ideeën over? Dat zijn mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Wat de buddy betreft zat mijnheer Van Dam Timmers te trappelen om daarop te gaan reageren. Ik weet niet of hij de tweede vraag ook voor zijn rekening neemt, maar dat gaan we horen. De heer Van Dam Timmers: Zeker, voorzitter. Ik ga mijn best doen om deze twee vragen te beantwoorden. Als het gaat om de buddy's bepalen mensen natuurlijk uiteindelijk zelf waar ze behoefte aan hebben. Het is een vrij land, mensen worden niet gedwongen om dat te doen, maar het is natuurlijk wel iets wat je dan kan aanbieden. Maar het initiatief ligt uiteindelijk natuurlijk wel bij degene die dat al dan niet wenst. Daar staat of valt het

12

uiteindelijk weer mee. En heel veel dingen zijn inderdaad gericht op ontmoeting. En als je veel mensen ontmoet, wil nog niet zeggen dat je dan niet meer eenzaam bent, maar je bent in ieder geval niet meer alleen. En vanuit ontmoeting kan je natuurlijk kan er wel iets gebeuren met de eenzaamheid. Het is eigenlijk een stapsgewijze aanpak. Maar ook in deze zaal, ook al praat je met heel veel mensen, kun je je nog steeds eenzaam voelen. Dat los je daar niet helemaal mee op, maar daar bestaat natuurlijk ook geen oplossing voor. Dat moet je met elkaar doen. De voorzitter: Een aanvullende vraag van mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Een kleine vervolgvraag. Dat snap ik. Uiteindelijk komen er mooie sociale contacten tot stand die tot minder eenzaamheid leiden. Dat is natuurlijk prima. Alleen het is een initiatiefvoorstel. Wat is de rol van de gemeente daarbij? Dat zou mijn vraag eigenlijk zijn. De voorzitter: Wie durft? Mijnheer De Heer. De heer De Heer: En dan specifiek vraagt mijnheer Van der Meer over de buddysystemen, denk ik ook wel. Wij hebben een inventarisatie gedaan. We hebben best wel een hoop huiswerk ook afgelopen tijd gedaan in aanloop naar het initiatiefvoorstel dan lezen we een hoop over dat buddysystemen ook heel goed en succesvol kunnen werken in de strijd tegen eenzaamheid. En dan heb je allerlei mixen.

Jongeren met elkaar, ouderen met elkaar, jongeren met ouderen en alle varianten die je daarop kunt maken. We hebben ook een aantal initiatieven in onze stad die daar ook mee werken. Dat zijn soms hele kleine initiatieven, sommigen wat groter. Sommigen heel pril en kwetsbaar, waarvan wij zeggen, het zou heel goed zijn om daar waar de kansen er wel liggen, om dat meer zuurstof te geven en dat bijvoorbeeld in de uitvoering van dit initiatiefvoorstel de gemeente ook in gesprek zou gaan met die bestaande initiatieven om te kijken, wat hebben ze nodig? Hoe zouden de krachten bijvoorbeeld ook gebundeld kunnen worden, zodat ook niet alles nieuw hoeft worden opgetuigd, maar dat wat er al is dat dat verder kan gaan kan gaan bloeien? Vanuit die gedachte hebben we dat punt specifiek opgeschreven. De voorzitter: Die vraag van inventarisatie gaat mijnheer Van Dam Timmers nu doen? De heer Van Dam Timmers: Zeker. Dat was de tweede vraag, hoe vinden mensen uiteindelijk de inventarisatie? Dat is natuurlijk een hele goede vraag ook, want dat is een van de problemen. Hoe zorg je dat de juiste mensen bij de juiste informatie komen? Dat is denk ik de uitdaging van onze tijd in algemene zin, omdat we heel veel informatie hebben, maar die niet uitkomt bij de mensen die hem nodig hebben. Wat op dit vlak wel kan helpen, is dat je natuurlijk heel veel vindplaatsen hebt in onze stad.

Dat kan zijn bij het buurthuis, bij de huisarts en dat dat soort plekken als die mensen die veel mensen tegenkomen als er eenzaamheid speelt, dat die kunnen doorsturen naar zo'n website. En dat doen we in bredere zin ook op andere vakgebieden. En ik denk dat je moet aansluiten bij dat soort praktijken die er al zijn om de bekendheid van zo'n vindplaats breder te maken. En dat is ook praktisch toepasbaar, omdat de gemeente op veel van die plekken al zijn informatie ook nu al deelt.

13

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Dam Timmers. Mevrouw Koene staat op mijn lijstje. Ik heb de andere drie ook gezien, maar mevrouw Koene was de eerste. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Goed natuurlijk altijd als er een initiatief wordt genomen zeker om eenzaamheid te bestrijden. Ik denk dat dat een van de meest hardnekkige dingen is op dit moment. Ik noem dat vanuit mijn studie een grootstedelijk vraagstuk en dat is ook eigenlijk waardoor ik de vraag bij jullie neer wil leggen of je … Tenminste, ik ben even aan het zoeken omdat ik het nu al vrij concreet en zo vind, al een beetje ingevuld, hoe jullie ertegenover zouden staan om een etage terug te gaan. Niet een stapje terug, maar gewoon op een iets abstracter niveau en dan in de vorm van bijvoorbeeld actieonderzoek. Het kan een stageproject zijn of wat dan ook. Dat dat vraagstuk eerst op een andere manier nog in kaart wordt gebracht, ook met ervaringen van wat wel en niet werkt. Want het is nu al heel snel dat het in de uitvoering gaat, maar sommige dingen daarvan weet ik nu al dat dat niet gaat werken, bij wijze van spreken. Hoe zouden jullie ertegenover staan als de gemeente zegt, wij gaan hier iets mee doen, maar daar gaan we even bijvoorbeeld actieonderzoek laten doen? De voorzitter: Mijnheer De Heer, u knikt het hardst.

De heer De Heer: Wij hebben, en dat is inderdaad wel goed dat ik dat noem, maar het lijkt nu alsof we hebben gezegd, we hebben een leuk gesprek gehad met een kop koffie en we hebben een paar actiepunten erin geknald. Dat is niet hoe het is ontstaan. We hebben daar inderdaad een zorgvuldige aanloop in genomen. We hebben ook heel veel gelezen over inderdaad ook dingen die niet werken. We hebben ook geprobeerd te duiden wat dan past bij Dordrecht en wat hier al is geprobeerd, of wat hier op dit moment wel lijkt te werken. En vervolgens hebben we dat geprobeerd te trechteren en te zeggen, wij denken met dat wat we hebben geleerd, dat dit goede handvatten zouden zijn voor onze stad om meer aandacht te geven aan ontmoeting, aan meer ontmoeting in de strijd tegen eenzaamheid. Op zich is er wel denk ik al een deel van wat u vraagt, wat mevrouw Koene benoemt, dat er al wel werk voor is verzet. Niet door een werkstage of een student die daar zich voor heeft ingezet. Mocht in de uitvoering van dit initiatiefvoorstel het college dat bijvoorbeeld ook mee willen nemen door inderdaad naast het voorstel wat ze ons willen doen ook een lijn willen lopen op een iets abstracter niveau om dat daarnaast ook te leggen, zodat we dat wat straks voorligt aan ons allen w inderdaad ook op dat niveau kunnen duiden, dan is dat een mooie suggestie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Heer.

Dan was mijnheer Venderbos. Daarna mijnheer Van Antwerpen en dan mevrouw Balorian en dan mevrouw Lammens. Of jullie samen, dat zien we wel. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. Allereerst complimenten voor de initiatiefnemers. Ik heb toch wel even een vraag over het benutten van bestaande locaties. Er zijn een aantal genoemd. Kerken, moskeeën en dergelijke, maar er zijn ook locaties, ik ken er toevallig wat, die waarschijnlijk onder de radar zitten. Die overdag leegstaan en 's avonds benut worden voor allerlei activiteiten. Hoe zou je die kunnen bereiken? Want daar zit ook een hoop potentie.

14

De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Mag ik misschien een vraag terugstellen? Want ik heb het idee dat collega Venderbos aan een aantal locaties denkt. Zou hij die iets concreter kunnen maken? De voorzitter: De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Ik denk aan één locatie die ik persoonlijk ken. Dat is op de Merwedestraat, waar nu Geef het Dordt zit. Daarnaast zit een pand, dat wordt 's avonds gebruikt voor muzieklessen, voor oefenen van bands en overdag staat het compleet leeg. En ik denk niet dat dit bekend is bij de gemeente … Het is bekend dat het pand er is. Het is een gemeentelijk pand. Maar of men weet wat daar overdag gebeurt, ik denk het niet. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, zoiets zou uit zo'n inventarisatie natuurlijk naar voren kunnen komen. Ik denk dat dit niet het enige voorbeeld zou zijn. Wat uiteindelijk denk ik belangrijk is, we denken natuurlijk, mensen wonen in Dordrecht, maar veel mensen wonen in een wijk. En wat je moet hebben is dat mensen niet zozeer een plek in de stad hebben, maar een plek in hun buurt waar zij zich vertrouwd bij voelen. Dat kan zo'n plek zijn.

Maar uiteindelijk is het niet van belang welke plek dat is als mensen maar een tweede huiskamer of een tweede plek hebben waar ze die ontmoeting kunnen vinden en alles wat daaraan bijdraagt, dat denk ik dat wij zien als een als een toevoeging daaraan. Dat kan ook zo'n plek zijn. Zeker. De voorzitter: Mijnheer Venderbos, aanvullend. De heer Venderbos-Lambinon: Dus in feite is het zo dat de omwonenden uit de buurt aan zouden kunnen geven, daar staat een pand, dat staat overdag leeg. 's Avonds wordt het gebruik voor andere doeleinden. Zou dit niet een pand kunnen zijn om in aanmerking te komen? De voorzitter: Er wordt driftig geknikt. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, het zou natuurlijk kunnen. Maar stel, er is in dezelfde straat al een andere geschikte locatie waar zoiets gebeurt of in die wijk is er al een plek die heel actief is, dan ligt natuurlijk voor de hand om die plek die al heel bekend is eerst te gebruiken. Je wil ook niet op alle plekken iets doen. Je moet ook wel weer clusteren. De voorzitter: Mijnheer De Heer wil nog wat toevoegen. De heer De Heer: Meer om wel te noemen, de eigenaren van zo’n pand, in dit geval is het een pand van de gemeente, dan kun je inderdaad actiever zo'n suggestie doen. Die gaan zelf over hun eigen pand. Als zij dat 95 procent van de tijd gewoon leeg willen laten

15

staan met het licht aan, vind ik dat heel onverstandig, maar dan is dat aan hen. Ik denk dat er inderdaad ook veel plekken zijn waar dat wel mogelijk is, maar het is aan de eigenaar van die locatie dan zelf uiteraard. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Dank u wel, voorzitter. Allereerst complimenten aan de initiatiefnemers. Ik heb nog een suggestie ik mee wil geven. U noemde net vrijwilligers. U weet als geen ander, bij iedere organisatie staan ze te springen om vrijwilligers. Ik zou de suggestie mee willen geven om in ieder geval ook het contact te zoeken met bijvoorbeeld een Sociale Dienst Drechtsteden. Mensen die een arbeidsverplichting hebben, meer dan de helft, ongeveer twee derde gok ik landelijk, is niet in staat om weer terug te gaan naar de arbeidsmarkt, maar die zou wel wat om handen willen hebben. Je zou kunnen kijken in hoeverre dat daartoe mensen bereid zijn om vrijwilligerswerk te gaan doen. Daaraan gekoppeld zit er daar ook een stukje voordat iemand gaat starten. Die vrijwilligers kwamen naar voren bij dat buddyverhaal. Worden die vrijwilligers dan ook daarin getraind? Of hoe zien jullie dat voor je? De voorzitter: Die eerste is denk ik genoteerd. En die tweede, getraind, training. Mevrouw Van den Aardwegh. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Dank, voorzitter.

Er bestaan natuurlijk organisaties die dat soort dingen kunnen doen. We hebben er niet over nagedacht, hoe gaat dat vorm krijgen? Maar wel dat het belangrijk is dat er educatie komt. We hebben niet een kant-en-klaar plan. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer van Antwerpen, een vervolgvraag. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, bij mijn vorige opdracht heb ik iets soortgelijks opgetuigd in de gemeente Bergen op Zoom, sociale activering. Als de initiatiefnemers interesse hebben, heb ik daar wel documentatie van. De voorzitter: Ik denk dat ze dat zeker hebben. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Absoluut. Dank ook voor die suggestie, daar kunnen we veel van leren. En wat we ook noemden, er zijn een aantal van die plekken waar ook buddyinitiatieven zijn. Die zijn soms heel klein en pril, andere wat groter. Daar is al veel kennis. Inderdaad, er werd net ook genoemd INZET078 waar veel kennis zit, om juist ook over te dragen aan hen die hier verder mee aan de slag willen. Er zit veel enthousiasme en veel kwaliteit in onze stad, dus als we dat makkelijker maken om daarmee met die handvatten aan de slag te gaan, dan kan er gewoon meer gebeuren. De voorzitter: Dank. En ook inderdaad dank voor de zeer nuttige tips. Mevrouw Balorian. Mevrouw Balorian: Dank, voorzitter. Complimenten aan de initiatiefnemers voor het initiatiefvoorstel.

Wat je vaak ook ziet is dat sportverenigingen een hele belangrijke ontmoetingsplek zijn voor jong en oud, echt alle leeftijden. Ik vroeg me af, in hoeverre is dit meegenomen in het initiatiefvoorstel om dit ook te gebruiken in de strijd tegen eenzaamheid?

16

De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ik was toevallig met een aantal collega's afgelopen maandagavond nog bij een overleg van voorzitters van voetbalverenigingen. Dan proef je dat ook helemaal. Dat zijn plekken waar er heel veel bruist, maar er ook heel veel kansen zijn. Vrijwillige inzet ook. Schaarse vrijwillige inzet, maar er gebeurt heel veel, er bruist heel veel. Ik ben het eigenlijk helemaal eens met mevrouw Balorian, dat daar veel potentie zit op die plekken. De voorzitter: Dat is nog meer aanvullende informatie voor de initiatiefnemers. Dat is mooi. Mijnheer Van der Meer, u stond er ook nog op. Dat is waar. De heer Van der Meer: Een heleboel is al gezegd door de heer Van Antwerpen en mevrouw Balorian. Het lijkt mij dat inderdaad er heel veel maatregelen mogelijk zijn die ontmoeting stimuleren. En misschien nog wat meer stimuleren als je het juist niet expliciet aan eenzaamheid koppelt. Dat je kan zeggen, er zijn vrijwilligers nodig voor van alles en nog wat. De sportverenigingen helpen als je een laag inkomen hebt met de Dordtpas makkelijk in en dat soort dingen helpen denk ik ook. En het laatste wat ik nog mee wil geven, want daar kan de gemeente ook wat aan doen, is ruimtelijke inrichting van wijken. Dat er ook buiten plekken zijn waarop mensen makkelijk met elkaar aan de praat raken. Dat is misschien ook nog een aandachtspunt.

De voorzitter: Nog meer tips binnen voor de initiatiefnemers. Heel mooi. Vruchtbare tips. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Een mooi voorbeeld. Dat hebben we natuurlijk al eerder genoemd, als je het hebt over bankjes op bepaalde plekken of fietsjes waar mensen bij elkaar zitten, van die trapfietsjes. Dank u. De voorzitter: Dat laatste was even reclame voor het CDA, volgens mij. Maar vooruit, deze keer. Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik zat na te denken. Mijn moeder is al jarenlang lid van Vrouwen van Nu. En die dames gaan met elkaar gaan ze naar een tuinclub toe en daar een tuin bewonderen, ze gaan samen naar het theater toe, ze gaan bloemschikken, ze doen van alles. En dat is eigenlijk wel een club ook die echt aansluit bij dit vraagstuk. Het is van vrouwen vanaf 50 jaar tot dik in de 90 en ze komen gewoon allemaal bij elkaar en dat is echt wel een gezellig clubje. Vroeger waren het de Plattelandsvrouwen en dat zij nu de Vrouwen van Nu. Ik wilde het toch nog even noemen hier. De voorzitter: Mooi. Geweldig al die aanvullingen. Mevrouw Van den Aardwegh. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Dat is een mooi voorbeeld, net zoals dat er nu zo'n clubje is van appeltaarten bakken, bijvoorbeeld. Dat begint ergens en is natuurlijk reuze positief. De voorzitter: Appeltaarten zijn er ook. Die worden ook gebakken.

17

De heer De Heer: Voorzitter, misschien ter aanvulling. Ik kan het helemaal omarmen. Dat is fantastisch. En wij zouden met dit initiatiefvoorstel dat soort mooie dingen die bruisen in onze stad nog veel beroemder willen maken. Dat het nog makkelijker te vinden is, makkelijker toegankelijk, zodat het kan groeien en kan gaan bruisen. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Voorzitter, ik ben natuurlijk ook helemaal enthousiast over dat er op dit punt een initiatief wordt genomen. Maar ik hoor u nu steeds allerlei dingen noemen die er zijn en dan is er ook nog eenzaamheid. En waarom komt dat niet bij elkaar? De suggestie is dat die informatie er niet is. Maar is dat onderzocht? Zou je niet veel beter moeten kijken welke mensen echt geconfronteerd worden met eenzaamheid, de weg niet weten te vinden in het woud van initiatieven dat al bestaat? Want die analyse, hoe zit die eenzaamheid dan in elkaar, wie zijn er eenzaam, wie hebben daar het meest mee te maken, wat zijn daar de oorzaken van en waarom vinden ze niet de weg naar al die clubs? Want we hebben heel veel clubs in Dordrecht, bizar veel. Waarom vinden ze die weg niet? Is dat omdat ze niet met computers kunnen omgaan of omdat ze verlegen zijn of omdat ze buitenlandse talen spreken? Wat is er aan de hand? De voorzitter: U had het over een woud, ze zien tussen de bomen het bos niet meer. Mevrouw Striebeck.

Mevrouw Striebeck: Als ik erop mag reageren. Er is zoveel dat het gewoon onbegonnen werk is om te zoeken wat er voor jou geschikt is. Wij hebben wel voorbeelden bijvoorbeeld uit Dubbeldam. Dubbeldammers voor Dubbeldammers. Die maken een heel overzicht wat er in hun wijk te doen is. Dat zijn mooie overzichten waar dingen in staan waar mensen wat aan hebben. Want als je niet kan vinden waar je naartoe zou willen gaan, dan ga je niet. Eigenlijk zou er zoiets moeten komen als wat Dubbeldammers voor Dubbeldammers heeft gedaan voor hun wijk, maar dan voor heel Dordrecht. Waar je kan zien wat er is, waar en voor wie welke leeftijdsgroepen. De voorzitter: U bedoelt waarschijnlijk voor elke wijk apart. Want u zegt voor heel Dordrecht. Mevrouw Striebeck: Voor elke wijk, maar ook voor Dordrecht zou dat misschien best wel goed zijn. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Maar hebben wij aan die eenzame mensen of mogelijk eenzame mensen gevraagd, is dat inderdaad het probleem, dat je het niet kunt vinden? En hoe kunnen wij je dan het best informeren? Moet je daar niet beginnen? Gewoon eens kijken, hoe zit dat nou? Waar zit die eenzaamheid en waarom vinden mensen zelf geen oplossing? De voorzitter: Mevrouw Striebeck.

18

Mevrouw Striebeck: Als ik daarop mag reageren. Als je eigenlijk in je eigen woonomgeving kijkt, dan heb je ook mensen die je nooit ziet. Dat zijn misschien mensen die eenzaam zijn en dan zou je als bewoners eens een keer een bezoekje daar kunnen brengen en dan kan je horen waar zo iemand behoefte aan heeft. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Misschien aanvullend op wat de heer Damen vraagt. Er zijn verschillende vormen van eenzaamheid. Daar hebben we het net al ook over gehad. Wij hebben in ieder geval geconcludeerd dat een deel van … Niet het oplossen van eenzaamheid, want dat zijn al veel te veel grote woorden, maar de aanval tegen of het verkleinen van eenzaamheid, dat ontmoeting daar een belangrijke factor in is. En we weten ook, ook met de mensen die we zelf hebben gesproken of die mensen die we zelf ook vast in onze eigen wijk in onze omgeving zullen spreken, niet iedereen is overal zomaar van op de hoogte en niet alles is voor iedereen zomaar goed vindbaar over wat er mogelijk is in onze stad. Dat concluderen wij wel op basis van wat wij terug horen en de rondes die wij hebben gedaan. Hier is natuurlijk huiswerk aan voorafgegaan. Dat neemt niet weg dat wat u zegt, dat niet voor iedereen dat de oplossing is. Dat ben ik helemaal met de heer Damen eens.

Dat sluit een beetje aan op wat mevrouw Koene eerder ook zei dat je best kan kijken op een ander abstractieniveau, wacht even, buiten deze oplossingsrichting die wij bieden, waarvan we zeggen, hier is echt winst te behalen, kijk maar naar deze en deze voorbeelden. Daar geloven we inderdaad in. Anders hadden we dat inderdaad niet ingediend. Maar dat er ook nog andere routes zijn om te verkennen, mogelijk in lijn met wat mevrouw Koene eerder ook voorstelde. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Heer. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Mag ik een vraag aan de ambtenaren stellen? De voorzitter: Ik wilde eigenlijk net gaan voorstellen, als er geen vragen meer zijn voor de mensen daar, dan zou er bijvoorbeeld een vraag of aan de wethouder of aan de ambtenaren gesteld kunnen worden. En u bent mij voor. Het antwoord is dus ja. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag zou zijn, er zijn aan de hand van de initiatiefnemers, maar ook allerlei ideeën uit de commissie naar voren gebracht over wat je met vraagstuk zou kunnen doen. En ik ben erg benieuwd wat de reactie vanuit de organisatie. Wat gebeurt er al en waardoor zij jullie geïnspireerd? De voorzitter: Mijnheer Van Tuijl of mevrouw Van Oosterom. Mijnheer Van Tuijl gaat beginnen. De heer Van Tuijl: Zeker.

Wat wij ook in onze reactie hebben gezegd, is dat er eigenlijk al heel veel gebeurt in de stad en dat we heel veel initiatieven hebben die vanavond ook misschien onvoldoende genoemd zijn, helaas. Maar die zijn er wel. We hebben Dordt Sociaal, we hebben van alles. Die zijn hier ook vandaag aanwezig. De Helpende Handen, van alles. De Dordtse Helden. Wat dat betreft gebeurt er al heel veel en dat is ook onze insteek, denk ik.

19

De voorzitter: Mevrouw Van Oostrom. Mevrouw Van Oostrom-van der Meijden: Eigenlijk horen wij, als ik voor mezelf spreek, niet heel veel nieuws. Want het is echt een heel mooi, sympathiek initiatief. Maar bijvoorbeeld het platform Samen Dordt, we hoorden over de kerken. Die zijn er al mee in contact. Op de website van Dordrecht Sociaal kun je allerlei activiteiten vinden. Sociaal Recept met de huisartsen, daar zijn ook sociaal makelaars die wat langer de tijd hebben. En juist mensen die denken met medische klachten te komen waarbij eigenlijk meer een eenzaamheidsvraag ligt of wat dan ook hebben daar de tijd voor. Die mensen worden dan meer warm toe geleid naar allerlei initiatieven in de stad. En ik weet dat rondom de GALA, dat is het Gezond en Actief Leven Akkoord, daar zijn ook middelen beschikbaar. Daar zijn we juist ook in contact met sportverenigingen om te kijken wat die kunnen betekenen. Ik denk dat we al echt heel veel doen. Stichting Maatschappelijk Betrokken Ondernemen, ook zo’n organisatie. We hoorden het bedrijfsleven. Die hebben daar ook een rol in. Ik denk dat vooral heel erg zit in de zichtbaarheid en de vindbaarheid. En dat vond ik ook wel een hele mooie, want er is heel veel en de websites zijn er al. De vraag is alleen, niet iedereen komt daar en hoe zorgen we ervoor dat mensen daar komen? Maar er wordt echt al heel veel gedaan.

Wij zeggen ook in onze wensen en bedenkingen, versterk vooral hetgeen wat we nu al doen in plaats van hele nieuwe dingen te bedenken. Maar dat is onze visie. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Oosterom. En misschien wil iemand van jullie daarop reageren. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ik denk heel herkenbaar, hoor. Ik heb zojuist in mijn introductie namens ons ook willen zeggen, we erkennen heel erg de inzet die er al is. We maken ons tegelijkertijd ook heel erg zorgen om de cijfers. Want we kunnen wel zeggen, we doen al heel veel, maar zijn we tevreden? Dat is een andere vraag. Dan zouden wij zeggen, er mag meer gebeuren, waarbij we vooral bij punt één en punt vijf denken echt iets nieuws te presenteren. Dat we zeggen, één duidelijke plek, heel toegankelijk, online-offline, voor Dordtenaren om echt als een goede vindplaats om al die ontmoeting laagdrempelig te kunnen vinden. Dat missen we op dit moment. Want inderdaad, door de bomen het bos, et cetera. Dat moet en kan beter. En punt vijf inderdaad, het beter benutten van bestaande capaciteit die we nu ook gewoon nog niet in beeld hebben. Dat is ook iets nieuws. Het is niet daar nog nooit iets in gebeurt, maar dat kan beter. Er is heel veel onbenutte capaciteit, zou onze inzet zijn. En de punten twee, drie en vier, daar gebeuren al mooie dingen, maar versterk dat. Dat is denk ik samengevat wel onze oproep daar.

En maak het vindbaar. De voorzitter: Dank voor de reactie, mijnheer De Heer. En mijnheer Damen die wil ook nog iets toevoegen. De heer Damen: Net werd het van de ambtelijke kant al gezegd. De toeleiding is heel belangrijk. We hebben de energiewachten. Die gaan bij mensen langs die een energietoeslag hebben en daar wordt gekeken naar of het huis beter geïsoleerd kan worden. Maar tegelijkertijd kijken die iets verder rond en die doen af en toe ook een poging om toe te leiden. Zoiets is ook mogelijk bij Aafje. Als de wijkverpleegster langskomt, kan ze ook verder kijken en tips geven. Bij mij in de buurt op de Mauritsweg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1070/documents/46711