CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2025.11.18 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 16 december 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 11 november 2025 en de Dordtse Dinsdag van 4 november en 18 november 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 528.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 18 NOVEMBER 2025 Vergaderzaal 1 1.

Vragenhalfuur Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Portefeuillehouders: wethouder W. van der Kruijff, wethouder R. van der Linden De voorzitter: Goedenavond dames en heren, welkom bij het vragenhalfuur van 18 november 2025. Net zo goed als dat het niet echt stormloopt aan toeschouwers, zijn er ook niet echt heel veel vragen. Maar er zijn er twee en die mogen gesteld worden. Mijnheer Van der Net, u mag beginnen. De heer Van der Net: Dank u wel. Wederom over het Leger des Heils. Maar er zijn ook wel wat ontwikkelingen daar, want wij horen op dit moment, voorzitter, dat met name mensen met een ggz- en/of verslavingsprobleem zich melden bij de crisisopvang van het Leger des Heils aan het Kromhout. En wij stellen in ieder geval vast dat, dat zorgt voor meer druk op de leefbaarheid in het gebied.

Twee vragen, voorzitter, herkent het college dit beeld? En zo ja, is dit het gevolg van de verplaatsingen per 1 oktober van het meldpunt voor daklozen van het Leger des Heils naar het Stadskantoor of heeft dit een andere aanleiding? En vraag twee, is het college het met ons eens dat dit, zijnde het Kromhout, geen geschikte locatie is voor de opvang van mensen met deze problematiek? En zo ja, is het college bereid om maatregelen te nemen om de instroom van deze mensen richting het Leger des Heils te beperken? Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Het is altijd leuk als je zegt, misschien heb je iets te veel vragen, dat je er dan gewoon twee van maakt waar je alles inzet. Dat is helemaal goed. Compliment. Ik ga een wethouder aankijken. Die kant op? Mijnheer Van der Kruijff, gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Als de vragen komen over de situatie op het Kromhout is of wethouder Merx vanuit overlast, dan wel wethouder Van der Kruijff als het gaat over het Leger des Heils. In dit geval ging het over het Leger des Heils, vandaar ik. En de vraag is, herkennen wij het beeld van meer druk op de leefbaarheid in het gebied? Dan is het antwoord natuurlijk, ja. Daar heeft wethouder Merx ook al eerder antwoord op gegeven en dat ook geduid. Maar de aanleiding die u schetst, herkennen wij niet.

Dat het zou komen doordat zich met name mensen met een ggz- of verslavingsprobleem zich melden bij de crisisopvang.

1

De doelgroep voor maatschappelijke opvang, zoals wij die zien, is niet veranderd sinds het meldpunt, want daar refereert u aan, naar het Stadskantoor is verplaatst. Het zijn, wie zich ook daar melden, nog steeds de zelf de categorie dakloze inwoners die inderdaad ook wel aanvullende problematiek kunnen hebben. En dat kan van alles zijn. Dat kan inkomen zijn, dat kan financiën zijn, dat kan van verminderde zelfredzaamheid zijn, kan inderdaad ook psychische problematiek zijn of verslaving. En die mix is niet veranderd door de verplaatsing van het meldpunt. Dat was uw aanname, dat het daarmee te maken zou hebben. Die herkennen wij niet. En ook van de mensen, dat hebben nog even nagevraagd, die sinds 1 oktober zijn toegelaten tot de opvang, hebben wij geen overlastmeldingen ontvangen bij de politie. Ook die relatie kunnen we niet eenop-een leggen. Uw tweede vraag, of we het eens zijn dat het Kromhout geen geschikte locatie is voor de opvang van mensen met deze problematiek en of we bereid zijn maatregelen te nemen om de instroom van de mensen te beperken. Juist het openen van het nieuwe toegangsloket maatschappelijke opvang in het Stadskantoor is bedoeld om de aanloop bij het Leger des Heils te verminderen. Dat is juist een maatregel die zou moeten bijdragen. Wij hopen ook gaat bijdragen, maar het is nog kort dag aan wat u beoogt.

Want door daar te melden, zie je dat minder mensen direct bij het Leger des Heils opvang krijgen, maar dat ook eerder begeleiding wordt ingezet en dat het verblijf bij maatschappelijke opvang wordt verkort. Inwoners worden sneller naar de juiste hulpverlening doorgeleid, zoals bijvoorbeeld een beschermde woonvorm. Dat zou juist het goede effect moeten hebben in plaats het slechte effect, maar we kunnen dat nog niet meten. Er wordt wel gestuurd, dat was uw vraag. Wordt er gestuurd op verbetering en verkorting van het verblijf? Daar is het antwoord, ja. Door deze nieuwe maatregelen. En, dat heeft wethouder Merx ook al bij een eerder vragenhalfuurtje gezegd, voor de openbare ruimte zetten we extra handhaving in, zijn er overlastgevenden in beeld. Dat doen we samen met het Leger des Heils en ook die letten daar ook op. Ook mensen van buiten het gebied, Het is aangemerkt als aandachtsgebieden. Er worden stopgesprekken gevoerd, vanuit overlast. Dat was niet direct uw vraag, maar wordt echt al het nodige gedaan, wat we kunnen doen. De voorzitter: Ik hoor mijnheer Van der Net zeggen, waarvan akte. En hij knikt. Dank, wethouder, voor dit antwoord. Gaan wij naar de volgende vraag en die wordt gesteld door mijnheer Kuhlmann van de VVD. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter.

Zonder dat hierom wordt gevraagd door bewoners van dit gebied, heeft het college de procedure voor invoering van betaald parkeren in gang gezet voor het gebied dat ambtelijk wordt omschreven als Krommedijk en omgeving. Dat is het gebied wat wordt omgrensd door de Crayensteynstraat, de Twintinghoevenweg, de Dubbeldamseweg Zuid en de Korte Scheidingsweg. Het gaat, kort gezegd, om een groot deel van het Land van Valk. Dit initiatief van het college, en de uitspraken die namens het college zijn gedaan op de informatiebijeenkomst afgelopen woensdag 12 november in deze zaal, roepen bij de Dordtse VVD vragen op. Een, waarom kiest het college ervoor om op eigen initiatief de procedure te starten voor invoering van betaald parkeren in het gebied Krommedijk en omgeving, terwijl er geen verzoek ligt van de bewoners van dit gebied? Dit gaat lijnrecht in tegen het uitgangspunt dat betaald parkeren alleen wordt ingevoerd wanneer bewoners in een gebied daar zelf om vragen en voldoende handtekeningen

2

ophalen om de procedure te starten. Twee, waarom is op de informatiebijeenkomst het Mobiliteitsplan 2040, met daarin STOMP, aangehaald als motivering voor invoering van betaald parkeren, terwijl uit de behandeling van het Mobiliteitsplan glashelder is dat de uitbreiding van betaald parkeren gebied geenszins tot de doelstelling behoort van raad en college? En ten slotte drie, hoe kijkt de wethouder ernaar dat meerdere bewoners de boodschap die op de informatiebijeenkomst namens het college werd gegeven, hebben ervaren als pro betaald parkeren, terwijl de wethouder zelf steeds zegt een neutrale houding te hebben ten aanzien van betaald parkeren? De voorzitter: Benieuwd naar dat antwoord, mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vragen. Die zijn ook wel verhelderend as het gaat om hoe we omgaan met betaald parkeren in onze stad. Daar hebben we ook een aantal jaren geleden heel bewust een keuze in gemaakt, om dat te formaliseren in een stappenplan. En die stappen nemen wij zeer serieus. Ik ga even een paar handbewegingen maken om te duiden waar we het over hebben. Het gebied Krommedijk en omgeving wordt aan de noordkant omsloten door een spoorlijn met daarachter de Indische Buurt. Maar op basis van het stappenplan is vorig jaar besloten, in meerderheid, betaald parkeren in te voeren.

Aan, voor de kijker deze kant, Hoekenessestraat ligt een verzoek voorzien van handtekeningen om de enquête uit te voeren. We kennen de uitslag nog niet, maar de parkeerdruk is toegenomen. Het zou best kunnen leiden tot de conclusie, hier gaan betaald parkeren invoeren op basis van het stappenplan. En aan de onderzijde, Leerpark-Noord, loopt dezelfde discussie. Wat je dan ziet is, het is een compact gebied, waarvan je kan voorspellen dat de parkeerdruk, die nu op sommige plekken echt al hoog is, in heel snel tempo, namelijk een paar weken, binnen een paar dagen, dat wanneer in een van die andere gebieden betaald parkeer is ingevoerd, dat daar het parkeerdruk zo hoog wordt, dat mensen zeggen, wij willen ook betaald parkeren. En die discussie kun je afwachten, kunnen we doen. We hebben daarvoor gekozen, mede naar aanleiding van discussies die ook in de buurt zelf wel plaatsvonden, om te zeggen, los van het feit dat we dit stappenplan hebben, dat we ook serieus willen nemen, we gaan geen enquête doen, voordat daar de stapjes voor zijn genomen, maar we kunnen wel een informatiebijeenkomst bij elkaar roepen. Er zijn er nu twee geweest, om aan te geven, dit speelt er. Uit ervaringen elders in de stad weten we hoe snel die druk oploopt. Het waterbedeffect, wat we hier al een keer of twintig hebben besproken in de afgelopen jaren.

Het waterbedeffect dat optreedt nadat je ergens betaald parkeren invoert, dat willen we echt voor zijn. We willen niet eerst een half jaar frustratie en dan een hele poos afwachten of het wel lukt om handtekeningen te verzamelen. We willen echt vroegtijdig mensen informeren. Dit speelt in de buurt van uw buurt. Die bijeenkomsten zijn geweest en daar zijn heel veel verschillende dingen gehoord. Mensen zeiden, bedankt voor de informatie. En natuurlijk, mensen zeiden ook, zie je wel, jullie willen weer betaald parkeren invoeren. Waar halen jullie het lef vandaan? Even in deze toonzetting misschien niet, maar wel met dit soort opmerkingen. De derde vraag ging daar ook over. De tweede vraag kom ik zo op terug. Pro betaald parkeren, tijdens de bijeenkomst is dit een aantal malen gezegd. Jullie willen betaald parkeren invoeren. En als je het niet wil, is het wel jullie schuld, want omliggende wijken hebben betaald parkeren gekregen. Dat omliggende wijken betaald parkeren krijgen, heeft te maken met parkeerdruk, mede door wijken daaromheen. Dat leidt tot het

3

stappenplan enzovoorts. En natuurlijk, de parkeerdruk in de eigen wijk kan ook aanleiding zijn om betaald parkeren in te voeren. We hebben ons nooit uitgelaten als pro betaald parkeren, want u weet, betaald parkeren in wijken levert ons echt geen geld op. Het is geen melkkoe. Dat is een keer of vijftien gezegd tijdens de bijeenkomst. Het is geen melkkoe, we hebben er alleen maar kosten aan. Al-met-al verdienen we aan betaald parkeren, dankzij bezoekers die parkeren. Dat moet ook, want je moet wel een beetje kunnen functioneren met je parkeerorganisatie. Maar betaald parkeren in wijken levert ons, onder de streep, geen geld op. De informatiebijeenkomst was vooral bedoeld om nu informatie te geven, zodat op enig moment, en dat kan zomaar gebeuren als de parkeerdruk zodanig oploopt dat mensen zeggen, doe die enquête maar wel, een zorgvuldige beslissing kan worden genomen. En veel mensen herkennen zich daar ook in. Die vonden het fijn dat ze werden meegenomen. Nog even over vraag twee, waarom is op de informatiebijeenkomst gewezen naar het Mobiliteitsplan 2040, terwijl uitbreiding van betaald parkeren daar geen doelstelling van is? Op die manier is ook niet verwezen naar het Mobiliteitsplan. Er is wel over het Mobiliteitsplan gesproken.

Niet als argument voor de invoering van betaald parkeren, maar meer om aan te geven dat we in een veranderende tijd zitten en veranderende stad zitten en dat, al naar gelang ontwikkelingen, je de mogelijkheid hebt om een groenstrook om te zetten in extra parkeervakken, of juist niet. Of andersom. Er is wel gesproken over het Mobiliteitsplan, maar niet als argument voor betaald parkeren. Tot zover, in het kort. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Ik ben blij dat ik u niet gelegenheid heb gegeven voor een lange versie. Mijnheer Kuhlmann heeft een vervolgvraag. De heer Kuhlmann: Nu ben ik toch benieuwd, want het heeft bij mij nog niet de helderheid gegeven waar ik op had gehoopt. Voorzitter, ik hoop dat de wethouder dat toch kan doen. Wat is nu het vervolg, na deze informatiebijeenkomst, voor het gebied Krommedijk en omgeving? Komt er nu automatisch een enquête of komt hij er niet? En is het aan bewoners zelf om handtekeningen in te zamelen, als ze dat willen? Zijn de bewoners nu klaar met betaald parkeren, tenzij ze zelf in actie komen of komt er opnieuw een initiatief vanuit de gemeente? De heer Van der Linden: Er gaat niks automatisch. Wij kunnen met onze handen over elkaar gaan zitten. En dan doen we niks geks, want dan volgen wij letterlijk de procedure. Dat gaan we natuurlijk niet doen, want u weet wat er gebeurt. Dat kunt u voorspellen. We weten allemaal wat er gebeurt.

Op het moment dat Hoekenessestraat gaat zeggen, wij willen toch betaald parkeren, we vinden het niet leuk, maar we willen het graag, want de parkeerdruk neemt toe, dan gaat die parkeerdruk ook in de naastgelegen wijk toenemen. Wat we wel kunnen doen, naast de informatiebijeenkomst, is mensen niet alleen zeggen, ga maar de regen in, bel maar aan en kijk maar of het je lukt om handtekeningen te verzamelen. We kunnen wel op basis van een OCD-brief bij mensen aangeven, als je wil, kun je aangeven om wel of niet de volgende stap te willen doen. We kunnen mensen wel helpen met die handtekeningen. Niet om te zeggen, nu hebben we een meerderheid, nu gaan we het lekker doen. Maar wel om aan te geven, in plaats van mensen, en dat hebben we zelf meegemaakt vorig jaar in een andere wijk, heel veel uren te laten stoppen in langs de deuren te lopen en al dan niet mensen thuis te treffen, we kunnen wel helpen om die handtekeningen te verzamelen. Handtekeningen voor of tegen het

4

starten van de procedure. Dat kan. Dan is er een punt en een witregel. We hebben ook afgesproken dat als de Hoekenessestraat een uitslag heeft die positief is, dat wil zeggen dat er betaald parkeren wordt ingevoerd, dan zou je op basis van de brief en de uitslag en de handtekeningen kunnen zeggen, beste mensen, wilt u, op basis van de enquêteuitslag gaan we dat dan beslissen, wel of geen betaald parkeren? We volgen de procedure. Alleen, we kunnen hem wel versnellen hiermee. Dat is fijn. De voorzitter: Laatste vraag, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik ben toch benieuwd, en misschien moet ik daar ook op terugkomen via schriftelijke vragen, hoe de wethouder denkt dat, wat hij net vertelde, rijmt met de procedure die we met elkaar hebben afgesproken. In de eerste plaats, er is nog geen betaald parkeren in het buurtje Hoekenessestraat en omgeving. Daar loopt die procedure op verzoek van bewoners. En in de tweede plaats, dat vind ik het belangrijkste, in de procedure hebben we met elkaar afgesproken dat daar bepaalde stappen in zitten. De eerste stap is dat het een initiatief is vanuit bewoners zelf. Dat zij handtekeningen gaan ophalen en dat daarmee de procedure wordt gestart. Ik hoor de wethouder nu in zijn antwoord zeggen, dat organiseren we vanuit de gemeente.

Ik ben heel benieuwd hoe de wethouder dat rijmt, dat is mijn vraag, met de procedure zoals we die met elkaar hebben afgesproken. De voorzitter: De laatste keer. Ook voor de wethouder. De heer Van der Linden: Dank u wel. Ik ga het opnieuw vrij kort houden. Ik snap die vraag en die vraag hebben we ook intern uitvoerig besproken. Een maand of wat geleden hebben we in vergaderzaal 5 gezeten met mensen die, terwijl wij met onze armen over elkaar zaten, het letterlijk zelf hebben we gedaan. Heel veel aangebeld, heel veel geprobeerd, heel veel mensen niet thuis getroffen. En dat is precies wat we hebben beoogd destijds, 6 jaar geleden, het moet uit de wijk komen. Maar we hebben ook wel geconstateerd met elkaar, of je een beetje meer voor of een beetje meer tegen invoering van betaald parkeren bent, dit is heel frustrerend. Niet voor de uitslag, maar wel voor de ongelooflijk veel uren die mensen erin moeten stoppen.

Daar hebben we intern over gesproken en gezegd, past het binnen de procedure om alleen maar te wachten? Of kunnen we, als we signalen krijgen uit de buurt van, eigenlijk vinden we die handtekeningenactie echt nodig, maar we zien er wel een beetje tegenop, en als we zien dat in de omgeving aan noord-, west- en zuidkant zoveel ontwikkelingen zijn, waardoor je kan voorspellen, dit gaat zoveel druk op opleveren, die handtekeningen gaan een keer nodig zijn, of we het leuk vinden of niet, dan kunnen we best helpen om in ieder geval de mogelijkheid te geven die handtekening te zetten. We zijn totaal neutraal op de uitslag. Nee is nee, ja is ja. En pas bij voldoende handtekeningen ga je de volgende stap in, maar dat past binnen de procedure. Maar daar kunnen we best nog wat uitgebreider over wisselen. Want we hebben ook gezien, door de ervaringen aan de Erasmuslaan en door de Indische Buurt, waar eigenlijk eenzelfde soort herhaling nodig was, wat ontzettend veel uren en ook heel veel frustratie kostte in die wijk en ook hier, dat de procedure die we hebben heel goed werkt, maar dat het wel goed zou zijn om nog eens tegen het licht te houden. En om daarmee de boel te kunnen versnellen, zonder dat je daarmee de uitslag vanuit dit kantoor beïnvloedt. Punt. Alles in 1 zin, voorzitter. Dank u.

5

De voorzitter: Ik wil niet veel zeggen, maar volgens mij, als we jullie twee op het podium zetten in de Kunstmin, hebben we een avondvullend programma. De heer Kuhlmann: Hier is het laatste woord nog niet over gezegd. Dat klopt, voorzitter. De voorzitter: Ik wilde net zeggen, ik voelde het al aankomen, dat dit nog een vervolg gaat krijgen. Maar doen jullie dat vooral of schriftelijk of met een bak koffie met elkaar. Dit was het, dames en heren. Fijne avond. 2.

Agenderingsverzoek Burgemeester over Drugs Voorzitter: De heer Van der Net Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (PvdD) Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Den Heijer (VVD) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Mevr. Pichel (Fractie Pichel) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouders: burgemeester N. Mol, wethouder R. van der Linden Ambtelijke ondersteuning: mevr. Van Dam, mevr. Maleton Overige aanwezigen: dhr. Van Beek, mevr. Goldschmeding, dhr. Hilgevoord, dhr. Ter Laak, dhr. Aan de Wiel.

De voorzitter: Stipt op tijd. Het is 19.30 uur en wij gaan beginnen aan een beeldvormende commissie. In ieder geval welkom, eenieder. En ik ga eerst even de lijst langs om te kijken wie er allemaal aanwezig zijn. En dan begin ik links naast mij met de vraag, wie hebben wij naast ons hier? Dat is mijnheer Mol, als portefeuillehouder op dit moment. Dat staat er. Dan misschien even in de microfoon uw naam en waar u voor werkt, alstublieft. Mevrouw Maleton: Mia Maleton, ambtelijke ondersteuning. Beleidsadviseur Gezondheid. De heer Hilgevoord: Sjors Hilgevoord van Youz preventie.

6

Mevrouw Goldschmeding: Marije Goldschmeding van het RIEC Rotterdam De heer Aan de Wiel: Mark aan de Wiel, van de politie. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, van Fractie Pichel. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. De heer Ter Laak: Thomas ter Laak, KWR Water. De heer Van Beek: Ruben van Beek, Trimbos-instituut Utrecht. Mevrouw Van Dam: Merit van Dam. Ik ben ambtelijke ondersteuning en ik werk voor team Veiligheid. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is John Van den Net en ik ben uw voorzitter. Waarom zijn wij hier bij elkaar? Het college heeft een rioolwateronderzoek laten uitvoeren naar drugsresten, om een beeld te krijgen van het drugsgebruik in Dordrecht. Vanavond worden de uitkomsten van dat onderzoek gepresenteerd. Daarnaast wordt de commissie geïnformeerd over de preventieve maatregelen om drugsgebruik tegen te gaan en een strafrechtelijke en bestuurlijke aanpak van drugshandel.

Het voorstel is om iedereen even aan het woord te laten en dan daarna de vragen te stellen die er zijn richting de commissie. En ik geef dan eerst het woord aan mijnheer Mol, om dit ook een beetje in te leiden. De heer Mol: Voorzitter, dank. Ik vind fijn dat ik breed vanavond andere mensen kan adresseren als collega's. Niet alleen leden van het gemeentebestuur, maar vooral ook heel veel mensen vanuit de, dat noemen wij, veiligheidskolom. Mensen met wie ik als burgemeester elke dag samenwerk of anders vanavond ook hier als adviseur welkom heet. Centraal staan de uitkomsten van een rioolwateronderzoek en wat daar aan drugsresten in is aangetroffen. En toen ik dat zag, zeiden wij met elkaar, daar moeten we

7

ook de gemeenteraad over informeren. Maar dan is de vraag, wat kun je daar mee? We zeiden tegen elkaar, binnenkort gaan wij als organisatie ook in gesprek met de gemeenteraad over een nieuw Integraal Veiligheidsplan, waarin aan de orde komt, oe gaat het met Dordrecht? Wat gaat er goed, wat gaat er niet goed op het gebied van veiligheid en wat gaan wij de komende jaren doen? Waar gaan we focus op leggen, om deze stad veiliger te maken, dingen te verbeteren? Daarin komt drugs ook prominent aan de orde. Niet alleen het gebruik, maar ook het effect op de ondermijnende criminaliteit. En vanavond is vooral echt een beeldvormend moment. En wij, u en ik, hebben de luxe dat we door heel veel professionals ondersteund worden, die hier veel verstand van hebben. Ik zou u ook echt op het hart willen drukken om van uw hart geen moordkuil te maken en alles te vragen. Later gaan we nog met elkaar in gesprek over de toekomst, maar ben vooral ook nieuwsgierig. Misschien denkt u, wat is er voor samenhang en wat kan ik met zo’n rioolwateronderzoek? Ik denk dat we met elkaar ook verbanden moeten leren zien. En wat we ook aan de mensen die ons vanavond adviseren moeten vragen, om het voor onze inwoners in de toekomst veiliger te maken. De voorzitter: Dank u wel. En dan kijk ik ook nog een keer naar mevrouw Van Dam om in ieder geval het woord te geven voor het eerste stukje, neem ik aan.

Even in de microfoon hier of in de losse microfoon voor de opnames, alstublieft. Mevrouw Van Dam: Dank u, voorzitter. Ik zal de inleiding doen. De burgemeester heeft al een aantal dingen aangegeven. Wij geven u vandaag inzicht in de huidige, repressieve en preventieve aanpak, met daarbij aangevuld de resultaten van het rioolwateronderzoek dat in januari is uitgevoerd. Het IVP, kort voor het Integraal Veiligheidsplan, en de Lokale Nota Gezondheid zijn de belangrijkste documenten op basis van dit thema. Zoals u heeft gezien, er zullen vier presentaties worden gegeven. En ik hoop dat u niet geschrokken bent van het aantal sheets. Het is een hoop. Ik realiseer me dat het veel is, maar ik beloof dat we niet elke sheet uitgebreid zullen bespreken. Het is een informerende sessie. Wellicht is het handig als naslagwerk. Ik denk dat het goed is om Thomas nu het woord te geven. Hij zal de eerste presentatie verzorgen. De voorzitter: En nog ter aanvulling, mijnheer Den Heijer is ook aangesloten in deze commissie. En mevrouw Van den Bergh is ook nog aangesloten. En dan mijnheer Ter Laar. Hij gaat ons door een presentatie heen leiden, denk ik. Gaat uw gang. De heer Ter Laak: Goedendag allemaal. Mijn naam is Thomas ter Laak. Ik ben senior onderzoeker bij KWR. Dat is het onderzoeksinstituut van alle Nederlandse drinkwaterbedrijven. Inmiddels ook een Belgisch drinkwaterbedrijf.

We onderzoeken niet alleen drinkwater, maar ook afvalwater of rioolwater. En dit onderzoek hebben we niet alleen gedaan. Natuurlijk samen met de gemeente maar, ook met AQUON en met Waterschap Hollandse Delta. Want Waterschap Hollandse Delta beheert rioolwaterzuiveringsinstallatie en AQUON helpt met de bemonstering. Zonder deze partijen zouden we zoiets nooit kunnen doen. Dat om even toe te lichten. En dit onderzoek geeft inzicht in het gebruik van de verschillende typen drugs in Dordrecht. En ik zal tevens een soort vergelijking maken met een aantal andere steden, omdat een getal niet zoveel zegt, maar in context met andere getallen wat meer zegt. Hoe werkt dat rioolwateronderzoek? In ons rioolwater komt alles wat we doen en laten. Daar komen sporen van in dat water. Of dat onze gezondheid is, ons voedsel, maar ook onze legale

8

en illegale middelen die we tot ons nemen. En daar kan je sporen van vinden in dat rioolwater. En als je die meet, en je weet allerlei andere informatie, kan je iets zeggen over het gebruik. Bijvoorbeeld van drugs, maar ook van medicijnen. En in het geval van drugs is het heel lastig om op andere manieren erachter komen hoeveel er gebruikt wordt. Bij medicijnen kan je bij de apotheken langsgaan om te vragen wat er voorgeschreven wordt. Dan heb je een referentiegetal en dat geeft informatie voor de gezondheid van de populatie en ook voor ondermijnende activiteiten. Hoe werkt dat precies? Wij bemonsteren het afvalwater. Dat doen wij volume proportioneel. Dat is een technische term. Maar rioolwater zal elk uur van de dag een andere samenstelling en een ander volume hebben. De voorzitter: Ik onderbreek even. De burgemeester sprak mij terecht aan. Want ik heb hem hier wel voor, maar als andere mensen last van een stijve nek krijgen, is het wat makkelijker om ergens anders te zitten om mee te kijken. Dat is een tip, het hoeft niet. Gaat u door. De heer Ter Laak: Misschien ik, maar dat zullen we dan wel merken straks. We bemonsteren. Als er meer rioolwater langs stroomt, in de rioolwaterzuiveringsinstallaties binnenkomt, nemen we wat vaker een monster. Komt er wat minder in de nacht langs, nemen we wat minder vaak een monster.

In totaal nemen zo'n 300 monsters over een geheel van 24 uur. Om de zoveel minuten hebben we dan een monster. En dat vroegen we allemaal samen en dan hebben we een dagmonster. En dat doen we dan 7 dagen achter elkaar. En op die manier heb je ook de verschillende dagen van de week, waarin misschien het gebruik van de middelen ook anders kan zijn, en je hebt een representatief monster voor elke 24 uur. Dat analyseren we op een aantal biomarkers. Dat kunnen zowel de moederstoffen, de drugs zelf, zijn, de actieve stof in de drug, als ook een metabolistische stof waar het menselijk lichaam die drug in omzet. En daarmee is bestudeerd in hoeverre die stabiel zijn in het systeem. En op die manier kunnen we terugrekenen hoeveel grammen van de actieve stof gebruikt zijn. Dat kan je vervolgens uitrekenen per 1.000 inwoners, want het is lastig om een grote en een kleine stad te vergelijken. Om een eerlijk vergelijk te maken, druk je dat uit per een aantal inwoners. En je kan terugrekenen naar hoeveel grammen consumptie dat was. Je kan ook met informatie over zuiverheden, van onder andere het Trimbos, iets zeggen over hoeveel straatkwaliteit dat dan betekent. Want, laten we zeggen, als je 1 gram van een stof vindt die in cocaïne zit of die je uitscheidt als je cocaïne hebt gebruikt, betekent dit dat je 3,5 gram hebt gebruikt, omdat je zoveel omzet.

En dan betekent dat ongeveer dat er 5 gram straatkwaliteit is verkocht en is gebruikt, omdat 70 procent ongeveer de zuiverheid van cocaïne is. Zo reken je in stapjes terug hoeveel er ooit ergens van hand tot hand ging. En dan zegt dat iets over de lokale drugsmarkt. Dat hebben we gedaan voor Dordrecht. Aan de rechterzijde zie je de drugs die we hebben onderzocht en of we de moederstof of de metaboliet hebben onderzocht, een stofwisselingsproduct. Dat gaat om cocaïne, cannabis, amfetamines, ook wel bekend als speed, MDMA. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, mag ik even wat vragen? Kan je tussendoor iets vragen of straks? De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh, ik had gezegd, even na de presentatie. Houdt u het nog even vast. Gaat u door.

9

De heer Ter Laak: En nog een aantal andere middelen zijn onderzocht. We kijken naar het totale gebruik van de drugs, we kijken naar de week- en weekendpatronen. Zijn er in het gebruik verschillen tussen de verschillende dagen van de week? En we vergelijken het, in dit geval, met Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. De data van Dordrecht zijn van januari 2025. Toen zijn de monsters genomen. De data van de andere steden zijn van bijna een jaar eerder, maart 2024. En het gunstige, in het geval van Dordrecht, is dat de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Dordrecht min of meer alle inwoners van Dordrecht bedient. Dordrecht is een eiland. Waarschijnlijk is er ook om die reden een rioolwaterzuivering dat al het water van alle mensen verzamelt. We hebben 99,9 procent. Er zijn waarschijnlijk nog een paar mensen op een septic tank aangesloten, ergens in het buitengebied, maar de rest hebben we allemaal bemonsterd. En de data staan hier, van 15 tot 21 januari. We hebben voor alle drugs resultaten, maar omwille van de tijd zal ik er een paar toelichten. Ik laat zien cocaïne, cannabis en MDMA. Aan de linkerkant zie je telkens de dagen van de week. Mijn weken lopen altijd van het midden van de week en dan het weekend in het midden, omdat dat qua plaatje wat gunstiger uitkomt als je een bepaald weekpatroon hebt. Het begint bij woensdag en het eindigt bij dinsdag.

En dan zie je in dit geval voor benzoylecgonine, dat is een omzettingsproduct als je cocaïne hebt gebruikt, wat je uitplast, dat er iets meer gebruik is gedurende het weekend. E het duurt natuurlijk ook even voordat het, het lichaam verlaat. De piek ligt op de zondag, maar dat heeft waarschijnlijk te maken met het hoogste gebruik op de zaterdag. Aan de rechterzijde zie je altijd een plaatje met Dordrecht aan de linkerzijde in het blauw en de grijze kleuren zijn de steden Rotterdam, Utrecht en Amsterdam. En dan zie je in het geval van cocaïne dat, dat ongeveer gelijk is aan de andere steden. Dat het gebruik per 1.000 inwoners. Zo is het in dit geval uitgedrukt, niet een groot verschil is met de andere steden. Amsterdam steekt daar een klein beetje bovenuit, maar voor de rest niet. Ik zeg eigenlijk altijd dat het vergelijkbaar is als het ongeveer binnen een factor 1.3 van elkaar valt. En dat is om een reden. Omdat je een week meet, dat is een steekproef voor een heel jaar. Er zit wat onzekerheid op allerlei metingen en op allerlei variaties. Als verschillen erg klein zijn, noem ik dat vergelijkbaar. Want de resolutie is nu eenmaal niet scherper dan dat. Ik noem het vergelijkbaar, in dit geval, met Rotterdam en Utrecht. Als we dan kijken naar cannabis, dan zien we weer een beetje hetzelfde. Wederom vergelijkbaar met Rotterdam en Utrecht.

En Amsterdam steekt er, in dit geval, een flink eind bovenuit. En je ziet hier een niet echt duidelijk een weekpatroon. Het gaat wat heen en weer. Meestal zien voor cannabis wat vlakkere lijnen. Ik kan het niet helemaal verklaren. Maar wat we doorgaan zien, bij cocaïne zien we vaak een piekje in het weekend. Voor cannabis zien we vaak geen verschil gedurende dagen van de week. En als we dan naar MDMA, ofwel xtc, kijken dan zie je een heel typisch weekpatroon. Dan zie je juist dat in het weekend meer gebruikt wordt. Ook wederom hier, het duurt event voordat het stofje het lichaam verlaat, het door de buis helemaal wordt getransporteerd naar de zuivering. Daarom zit het piekje weer op zondag, met nog een staartje op maandag. En je ziet dat het gebruik in Dordrecht wat lager is dan in de andere gemeenten waar we in dit geval mee hebben vergeleken. En het grootste verschil is met Amsterdam, maar ook wat lager dan Rotterdam en Utrecht. En dit is nog wel even belangrijk, we hebben de week die we hebben gemeten, bewust samen met de gemeente gekozen. Op het moment dat er geen grote evenementen, geen bijzonderheden waren. Want zou je dit doen rond nieuwjaarsdag, dan krijg je natuurlijk een heel ander beeld. En zou je dit doen in de vakantieperiode, dan zijn een

10

hoop mensen weg. Dan zou je misschien weer een ander beeld krijgen. Dat betekent dat je secuur moet kiezen. En dat betekent ook dat dit een soort basisniveau is. En dat zal op andere momenten van het jaar, als er een feestdag is misschien, wel ietsje anders zijn. We hebben ook in verschillende steden laten zien dat, dat zo is. Alleen, in dit geval was dat niet de vraag. En als we dan even kijken naar de grammen en de euro's, dan zien we een beeld wat we altijd zien als we dit soort vergelijkingen maken. Cannabis en cocaïne zijn, zowel qua volume als qua hoeveelheid geld, veruit de grootste van de stoffen die we, in dit geval, hebben onderzocht. En je ziet dat amfetamine nog een redelijk deel uitmaakt van het aantal grammen, maar op de eurokant veel kleiner is. En dat is logisch. Amfetamine is namelijk per gram vele malen goedkoper dan cocaïne. En daardoor zie je dat de financiële markt relatief klein is, terwijl de consumptiemarkt misschien nog wel een relevante fractie vertegenwoordigd. Het is wel lastig om dit te vergelijken, omdat de dosering van deze drugs niet per drug precies gelijk zijn. En ook het type manier waarop je het neemt. Iemand neemt misschien wel 10 lijntjes, maar niet 10 xtc-pillen achter elkaar. In die zin is het ook een beetje lastig om dat soort dingen helemaal plat te vergelijken, maar dit is onze beste manier om het te laten zien. Dat even als nuance.

Samenvattend, het gebruik per 1.000 inwoners hebben we laten zien en het vergelijken met steden. En je ziet dat het doorgaans het vergelijkbaar is met Utrecht en met Rotterdam. Dat geldt ook voor de drugs die ik nu, in dit geval, niet heb laten zien. Daar zag je dat ook vaak. Als we het helemaal doorrekenen, komt het ongeveer neer op 500 gram per dag aan cocaïne, wat wordt gebruikt. En dat is straatkwaliteit. Want je kan het op meerdere manieren gebruiken. Je kan het ook als crack gebruiken, je kan het ook eventueel injecteren. Dat gebeurt niet zoveel. Maar als je het allemaal als lijntjes zou gebruiken, dan zou dat ongeveer zoveel lijntjes zijn. Dat is een indicatief getal. En het gaat om ongeveer 2 kilogram Nederwiet, waarvan dan ongeveer 12, 13, 14 procent THCgehalte in zit. En dat gaat om 6000 joints per dag, ongeveer. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. En dan is het aan de commissie. Dan ga ik natuurlijk naar mevrouw Van den Bergh, die volgens mij een vraag had. Mevrouw Van den Bergh: Ik had een vraag. Bij de laatste sheet is er al een topje van de ijsberg opgelicht. Want ik vroeg me af, kun je ook in dat afvalwater de kwaliteit meten? Maar er staat bij die sheet, straatkwaliteit. En kunt u daar iets over zeggen? Is dat goed, is dat slecht, is dat middel? En ik had een volgende vraag. Dat is misschien niet bij uw presentatie, maar ik leg het toch maar neer.

Afval in het buitengebied, drugsafval in het buitengebied, is daar ook onderzoek naar gedaan of niet? De heer Ter Laak: U laatste vraag doe ik even eerst, want dat is het makkelijkst. Wat we altijd doen, is checken of de niveaus en de weekpatronen kloppend zijn en of er geen gekke dingen aanwezig zijn. We kunnen ook checken op allerlei andere stoffen die in het rioolwater zitten en we hebben hier geen enkele indicatie dat er op dat moment afval is gedumpt. Dat is iets wat we wel regelmatig bijvoorbeeld aantreffen in de rioolwaterzuivering van Eindhoven. Die betrekt een heel groot buitengebied. De stad Eindhoven is ongeveer de helft van de inwoners, tien andere gemeenten plus al het buitengebied de rest van die zuivering. En daar zien we dat heel regelmatig. En wat we altijd doen als we die data niet vertrouwen, dan zeggen we, we kunnen het niet gebruiken om consumptie mee te verklaren. In dit geval was dat niet zo. En dan even op de eerste vraag. Wat wij meten zijn de actieve stoffen in de drug. In cannabis zit

11

tetrahydrocannabinol. En wij meten dan de metaboliet, de carboxylzuur, van tetrahydrocannabinol in het rioolwater. Een heel verhaal. Dat betekent dat wij niks weten over de kwaliteit van wat op straat verkocht wordt. Daar weet Trimbos veel meer van. Maar wij meten alleen de echte actieve stof. Het kan zelfs zo zijn dat een drug wordt verkocht en ze zeggen, er zit 3-MMC in, maar iemand verkoopt stiekem een andere stof, omdat die andere moeilijk te verkrijgen is bijvoorbeeld. Wij zien alleen de echte stof. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, ook een vraag. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voor het onderzoek. Ik ben een leek op dit punt. Nu vroeg ik mij af, zijn ook stoffen onderzocht die in de gewone medicijnen van de apotheken zitten? En zo ja, hoe onderscheid je dat? De heer Ter Laak: Een hele goede vraag. Dat geldt in feite voor amfetamine. Amfetamine bestaat uit 2 spiegelbeeldmoleculen. Net als mijn handen, daarom doe ik dit. En dexamfetamine is een van die twee spiegelbeeldmoleculen en die wordt ook gebruikt voor ADHD-medicatie. Op Nederlands vlak is ongeveer 3 procent van de consumptie van amfetamine toe te schrijven aan legaal gebruik, voorgeschreven gebruik. En dat geldt ongeveer voor Dordrecht. Ik ken de voorschriftgetallen niet voor Dordrecht zelf, maar dat zal in dezelfde ordegrootte vallen. Er zit een klein beetje gewoon gebruik in. We hebben ook ketamine gemeten.

Ketamine is in principe ook een geneesmiddel. Dat wordt bijvoorbeeld toegepast als mensen ongelukken hebben en in een ambulance even helemaal platgelegd moeten worden. Maar dat gebruik is zo minimaal. Ik heb ook wel discussie gehad. Dat wordt binnen de ziekenhuismuren, intramuraal, niet gebruikt. Alleen maar bij dat soort uitzonderlijke gevallen. Dat is ook nihil ten opzichte van het gebruik illegaal. In dit geval heb ik daar ook geen correctie op toegepast. De voorzitter: Mijnheer De Heer en daarna mijnheer Den Hartog nog. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. En dank ook voor alle informatie. Ik leer veel. Ik denk dat er vooral wordt vergeleken tussen verschillende steden. Is er ook een vergelijk te geven met verschillende jaren? Dat je bijvoorbeeld afgelopen x-aantal jaren ziet dat bepaalde soorten drugs enorm in opkomst zijn of dat bepaalde ook weer afnemen in populariteit? En dan snap ik dat het misschien voor Dordrecht niet te zeggen is, omdat we dat niet x-aantal jaren achter elkaar hebben gedaan, maar is daar iets over te zeggen in algemene zin? De heer Ter Laak: Daar is zeker iets over te zeggen. We meten in Amsterdam, Utrecht en Eindhoven sinds 2010. En we zien dat het voor een aantal van deze middelen, cocaïne onder andere, een stijgende lijn laat zien. Ook in Europees verband werken we samen met allerlei instituten. Zien een beetje dezelfde trends.

Cocaïne wordt goedkoper, terwijl alles duurder wordt. De kop koffie in 2010 was echt wat goedkoper, dan dat het nu is bij de koffietent. Maar cocaïne is nog steeds 50 euro de gram en bovendien nog wat zuiverder dan destijds. Eigenlijk krijg je meer waar voor je geld, zou je kunnen zeggen. We zien stijgende lijnen. En we zien bijvoorbeeld ook dat drugs als die MMC’s opkomen, als we als we kijken naar de data. En ook lijkt het weer wat af te nemen. In ieder geval in onze data op een paar plekken, maar daar hebben we nog niet zoveel informatie over.

12

Ketamine is sterk toegenomen. Helaas zijn we dat pas gaan meten sinds een aantal jaar, maar dat lijkt de afgelopen jaren sterk toegenomen. We hebben het ooit, in het begin helemaal, in 2010 gemeten. Toen konden we het haast niet aantreffen. Het was zo laag, dat we het nauwelijks aantroffen. Toen zijn we eigenlijk gestopt met het meten, omdat we dachten, we zitten allemaal nullen te meten. Dat is niet zo zinnig. En toen hebben we het een jaar of 3, 4 geleden weer opgepakt en toen was het overal. En nu wordt het meer. Je ziet dat dingen inderdaad verschuiven. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Ik heb nog een vraag over de interpretatie van de cijfers. Ik zie per 1.000 inwoners 10.000 lijntjes. De heer Ter Laak: Dat is voor alle mensen, de 122.000. De heer Den Hartog: Daar ging mijn vraag om. Dat leek me met een simpele rekensom op 10 lijntjes per persoon te liggen. De heer Ter Laak: Dat lijkt mij niet. De heer Den Hartog: Ik wilde graag vragen, wanneer is er echt sprake van zware verslaving? Met eventueel daaraan gekoppeld gedrag. De heer Ter Laak: Ik denk dat u daarvoor bij mijn buurman moet zijn. Dan moet u nog even wachten. De heer Van der Net: Dat is inderdaad een mooi bruggetje, hoor ik. Mijnheer Den Heijer, ook al voldoende? Dan stel ik voor dat we naar mijnheer Ruben van Beek van het Trimbos-instituut gaan.

En hij gaat een landelijk beeld geven ten aanzien van de gebruikers, heb ik hier staan. Het komt goed. Hier staat het Trimbos-instituut. U heeft het woord. Gaat uw gang. De heer Van Beek: Dank u. Bedankt voor de uitnodiging en dat ik hier wat mag vertellen. Ik werk bij het Trimbos-instituut in Utrecht. Wij doen onderzoek, monitoren drugsgebruik, maar ook mentale gezondheid en we doen ook veel op het gebied van preventie. Ik denk dat u deze presentatie maar moet zien als een soort menukaart. Als u nog vragen heeft, benader mij vooral. Vanwege de tijd is mij gevraagd niet overal heel uitgebreid bij stil te staan. Mocht ik uw vraag nog niet beantwoorden, mijnheer Den Hartog, dan moet u hem straks nog even keer stellen. Wat doen wij? Ik ben zelf projectleider van Nationale Drug Monitor. Dat is een website waar we proberen alle gegevens over drugsgebruik in Nederland samen te vatten. Een soort basis voor beleidsmedewerkers, vooral landelijk. Maar u kunt daar ook uit putten voor allerlei gegevens. En wat staat daarin? Er staan heel verschillende soorten onderzoeken in. We hebben vragenlijstonderzoek. Dan vragen we mensen wat voor drugs ze gebruiken. En dat heeft natuurlijk zijn beperking, want niet iedereen gaat vertellen wat hij gebruikt. Daarom zijn rioolwateranalyses heel handig. Daar kijken wij ook naar.

Daarnaast hebben we bepaalde groepen, waarvan we weten dat die vaker drugs gebruiken, zoals bijvoorbeeld uitgaande jongeren. Dat is een groep die wat vaker drugs gebruikt dan andere groepen. Daar doen we ook onderzoek naar. Dat vatten we daar ook samen. We monitoren ook de drugsincidenten. Mensen die drugs

13

gebruikt hebben en onwel worden op een feest of misschien zich gewoon bij een ziekenhuis melden. Dat wordt allemaal gelogd en dat houden we ook bij. En we houden natuurlijk ook bij hoeveel mensen zich melden bij de verslavingszorg. Maar daar kan straks de collega van Youz misschien nog meer over vertellen. En ook de druggerelateerde sterfte houden we bij. En eigenlijk proberen we met al die gegevens bij elkaar een beeld te krijgen van hoe het zit drugsgebruik in Nederland. En nu ga ik een aantal middelen langs. Cannabis, dat is de meest gebruikte drug in Nederland. De meeste mensen kennen het waarschijnlijk als wat in een joint zit. Misschien ruik je het weleens op straat. Maar de laatste jaren wordt het ook steeds vaker in voeding verwerkt, zoals dat tweede plaatje wat u daar ziet. Dat zijn hele mooie bonbons en daar zit cannabis in. Dat kun je eten en als je daar te veel van eet, dan word je waarschijnlijk beetje onwel. Daar zit toename in, trouwens. Mensen die onwel worden na dit soort edibles. Dat is omdat het heel lang duurt voordat het werkt. En als je het helemaal genomen hebt, kun je het niet meer niet nemen. Dat is soms een overweldigende ervaring die vrij lang duurt. Waarom gebruiken mensen drugs? Dat is bij alle drugs wel een beetje hetzelfde, omdat ze denken dat het leuk is. En per drug verschilt het wel een beetje welke motieven er zijn.

Wat je vaak ziet bij cannabisgebruikers is dat ze, als ze dat vaak gebruiken, het een beetje is als ondersteuning voor slaap. Zij zullen vaak blowen voordat ze gaan slapen. Dat is vooral bij mensen die echt veel gebruiken. En je hebt natuurlijk ook mensen die verslaafd raken en die proberen juist te ontsnappen aan gevoelens of emoties die ze hebben. Dat is overigens ook bij alle drugs wel een reden voor verslaving. Hoeveel mensen gebruiken cannabis? 1 miljoen het afgelopen jaar. En het gebruik is het hoogst onder dertigers, twintigers, mannen en hoogopgeleiden. Dat is ongeveer bij alle drugs wel waar. En vaak is het idee dat het gebruik onder scholieren of jongeren schrikbarend toeneemt, maar eigenlijk is dat ook bij bijna alle drugs dalende. Dat is goed nieuws. De NIX18-campagne werkt. Want het idee was toen als we de alcoholleeftijd verhogen, dan gaan al die kinderen drugs gebruiken. Dat blijkt niet waar te zijn. In Dordrecht, eigenlijk zei je het daarnet al, in die hele metingen zien we helemaal geen afwijkende dingen. In de gemeente springt er soms een middel uit. Dan denk ik, hier moeten we wel echt specifieke aandacht voor. Hier springt niks uit. Dat betekent dat je alle dingen die je landelijk ook moet doen, hierin ook kan doen. Dat er niet iets uitspringt, is niet per se reden om niks te gaan doen. Dat had u misschien ook al zelf geconcludeerd.

Xtc is echt een uitgaansdrug. En dat zag je net ook in die patronen. Meestal zit er zo'n piek in het weekend en doordeweeks een stuk minder. Mensen vinden het leuk vanwege de euforische effecten en ze worden heel knuffelig met elkaar. Heel gezellig allemaal. Ze krijgen daar ook veel energie van. Je kan het lang volhouden op een festival met dansen en zo. 500.000 mensen gebruikten dat het afgelopen jaar. En voor de rest een beetje hetzelfde beeld als bij die anderen. Wat trouwens wel bij de meeste drugs zo is, als je over het hele land heen kijkt, is het beeld is vaak dat mensen dan heel tijd allemaal middelen gebruiken en verslaafd zijn, maar bijna alle middelen worden maar een paar keer per jaar door mensen gebruikt. Het gros gebruikt het 1 of 2 of 3 keer. En er is een klein clubje, die raakt wel verslaafd. Vaak niet aan MDMA, overigens. En dat is een beetje het probleem, maar dat is wel een minderheid van de gebruikers. Cocaïne, dat komt in 2 vormen. Dat zei Thomas net ook al. Cocaïne en crack cocaïne. Naar crack cocaïne is pas ook een onderzoek naar gedaan. Dat is wel echt aan het stijgen, in de zin van gemarginaliseerde gebruikers die op straat leven. Dat is wel een zorg. Dat zal misschien hier ook wel spelen. En cocaïne wordt

14

meestal gesnoven. Vooral de snuifcocaïne, in recreatieve context, is vaak in combinatie met alcohol. Mensen gaan eerst drinken, worden dan dronken en raken de coördinatie kwijt en dan denken ze dat cocaïne een goed idee is. Het probleem is alleen dat cocaïne dan samen met die alcohol een nieuw molecuul vormt, namelijk naar coca-ethyleen. Dat is nog veel giftiger dan die 2 stoffen los zijn. Dat is ook niet zo'n goed idee. Maar dat is wel vaak hoe het in een recreatieve setting gebruikt wordt. Er zijn echt heel veel verschillende soorten gebruikers. Er zijn mensen die misschien op vrijmibo of in het weekend in een kroeg gebruiken. Maar er zijn ook wel mensen die een fysieke baan, maar soms ook een kantoorbaan hebben, die ze lang vol willen houden en ook het gebruik combineren met dat soort werk. Dat is bijvoorbeeld bij xtc niet echt zo. 300 mensen gebruikten het afgelopen jaar. Ook weer die andere trends, die voor alle drugs gelden, gelden hier ook. Synthetische cathinonen, dat is nu als groep. Eerst was er 4MMC, heel lang geleden, als soort vervanger van MDMA toen dat moeilijker verkrijgbaar werd doordat de precursoren aangepakt werden. Dat is echt begin jaren 2000 of rond 2008 was dat. En later is 3-MMC op de markt gekomen. Dat is snel heel populair geworden, maar ook heel regionaal verschillend. Ik heb rechtsonder een kaartje van Nederland gezet.

En dan zie je dat bijvoorbeeld in Groningen, rechtsboven, is het gebruik heel hoog en dan in Amsterdam ook. Maar Flevoland bijvoorbeeld weer een stuk lager. En zelfs op stadsniveau zie je hier hele groot verschillen. Zwolle is bijvoorbeeld een stad waar dit gebruik vroeg heel al erg hoog was. Dit is een middel, dat kan op lokaal niveau spelen of echt helemaal niet spelen. En 3-MMC is overigens ook op een gegeven moment verboden geworden. En nu is het dan 2-MMC. Ze gaan hele tijd door met het doorontwikkelen van die stofjes. Maar meestal als mensen nu 3-MMC kopen, dan zit er niet echt 3-MMC in. Gelukkig is het wel zo dat de middelen die er dan wel in zitten, een ongeveer vergelijkbare werking hebben en niet veel schadelijker zijn dan 3-MMC zelf. 3-MMC is wel echt verslavend, trouwens. Dat is wel een van de grote groepen in de verslavingszorg die toeneemt, samen met ketamine. Dat is de volgende slide. Het wordt ook in geneeskunde gebruikt, ook in de dierengeneeskunde overigens. Het is een beetje een alcoholachtige roes bij lage dosering. Bij hoge dosering krijg je ook een psychedelische, hallucinerende werking. Wat vooral blijkt, is dat er, bij regelmatig gebruik, zeer ernstige klachten aan de blaas en de urinewegen kunnen ontstaan. Daarom is er in Den Bosch recent ketamine poli geopend. En dat is omdat er steeds meer mensen zich melden met dit type klachten.

Dat echt een zorg, die klachten. Ook dat patroon hier was een mix van waarschijnlijk problematisch gebruik en recreatief gebruik. Andere drugs. Methamfetamine is zo'n horrordrug die je vaak in de VS in van die filmpjes ziet. Het is een middel dat in Nederland niet echt speelt, behalve in een kleine groep mannen die seks hebben met mannen in een camsekssetting. Dat zijn mensen die onder invloed van dit middel, wat heel lang werkt, veel langer nog de amfetamine, het dan wat langer volhouden. Het is hier eigenlijk heel laag. En dat zou je ook verwachten, denk ik. Amfetamine, daar is niet zoveel bijzonders en ook heroïne is gelukkig heel laag. En ook het is, na de heroïne-epidemie van de jaren ’90, goed om te zien dat het ook hier nog steeds laag is. Dat is in sommige andere landen in de wereld heel anders. Wat ik nog even wilde zeggen, is dat er nog een hele reeks drugs zijn die we niet gemeten hebben. Die kunnen hier spelen of die kunnen hier niet spelen. Dat kunnen de lokale partners u beter vertellen, dan ik dat kan vertellen. De conclusie is, er springt niet echt iets uit, maar dat betekent dat gewoon nog steeds aandacht moet hebben voor al die drugs die verslavend zijn. Dat wordt toch vaak

15

vergeten, maar cannabis is na alcohol de grootste groep mensen in de verslavingszorg. Dat verdient wel aandacht. Cocaïne, amfetamine, 3-MMC en ketamine, dat zijn middelen die verslavend zijn en dat zal ook hier spelen. En bij MDMA-gebruik en xtc-gebruik spelen vooral die acute gezondheidsincidenten. Mensen die oververhit raken of uitgedroogd. Dat is ook een reden voor zorg. En mijn advies is om hier, lokaal, ook met mensen uit de gemeente kijken, wat zien we in de verslavingszorg of op straat en welke middelen spelen nu? Welke doelgroepen moeten we adresseren om dat te verhelpen? En hier op de volgende slide nog wat dingen die u kunt lezen. Er zijn nog veel meer dingen die ik me net bedacht. We hebben ook het afgelopen jaar nog duidingssessies georganiseerd over cocaïne en cannabis, waarin we, samen met allerlei mensen hebben gekeken, wat is daar aan de hand? Misschien nog wel interessant om te lezen. En als u vraag heeft, kunt u mij altijd bereiken of nu nog een vraag stellen. De heer Van der Net: En dan zie ik gelijk een aantal vingers. Eerst mijnheer Den Heijer met een vraag. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Ik heb twee vragen. Kunt u bevestigen dat het gebruik van cocaïne, als een op de tien mensen dat in een weekend doet, volstrekt in lijn is met wat we bij andere steden zien? Dat vind ik nogal een heftige conclusie namelijk.

En het tweede is, we hebben hier in Dordrecht een veel kleinere studentenpopulatie dan in vergelijkbare steden, terwijl dat vaak een groep is waarbij het de normaalste zaak is om daarmee experimenteren, nog even los wat we daarvan vinden. Kunt u iets zeggen over de situatie van Dordrecht? Of valt überhaupt op basis van dit onderzoek daar iets over te zeggen? En zo nee, wat voor tips heeft u dan om daar beter onderzoek naar te kunnen doen? De heer Van Beek: Dank voor de vraag. Ik denk, in het laatste geval, is het zaak om met lokale mensen van de verslavingszorg en ook andere partijen zorg te kijken, welke mensen zijn dat dan, die gebruiken in deze gemeente? In sommige gemeenten zullen dat studenten zijn, maar dat kunnen ook de werkende mensen zijn. In Amsterdam heb je de Zuidas met allemaal advocaten. Daar hangt een aura omheen, dat mensen daar ook gebruiken. En dat eerste wat u zei, een op de tien mensen. De heer Ter Laak: Dat er 10.000 lijntjes worden gesnoven, wil niet zeggen dat 10.000 mensen een lijntje snuiven. Het kunnen ook twintig lijntjes in een neus zijn. De heer Van Beek: En dat is standaard bij rioolwateranalyses, je weet niet hoeveel mensen precies dat aan het gebruiken zijn. Vaak heb je zo'n 80/20 regel. 20 procent van de mensen gebruiken 80 procent van de drugs. Dat zijn de mensen die problematisch gebruiken.

En de overige 80 procent, dat zijn de recreatieve mensen die misschien een paar keer per jaar een klein beetje gebruiken en dat misschien krijgt of leent van vrienden in een soort uitgaanszetting. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog, ik zag nog een vinger. De heer Den Hartog: Dank u. Dank voor een heel informatieve presentatie. Mijn vraag is, de ene drug is uiteraard de andere niet. En hoe gevaarlijk is het, in termen van effecten die het heeft, voor de persoon zelf? En vervolgens, daaraan gekoppeld, wellicht voor de samenleving, als het gepaard gaat met dat mensen geld nodig hebben, om maar wat te

16

noemen. Kunt u daar iets over geven en die verschillende soorten drugs kunnen categoriseren? De heer Van Beek: Dat is altijd een hele interessant vraag. Dat hangt af van hoeveel je gebruikt en welke schade daar dan vervolgens door ontstaat. Er is ooit zo’n drug ranking gemaakt door het RIVM en ook door een Britse onderzoeker, David Nutt. En daar is een soort ranking aangebracht. En dan zie dat middelen als heroïne en andere opioïden heel hoog staan en bijvoorbeeld psychedelische middelen, zoals paddenstoelen, heel laag gerankt worden, omdat die dan minder schadelijk zouden zijn. Maar het hangt er wel van af hoeveel je gebruikt. Sommige mensen zeggen, ik kan beter een pil nemen dan een glas alcohol. Dat is niet waar. Het is wel zo dat in verslavingszorg de grootste groep alcohol is, maar er zijn ook veel meer mensen die alcohol drinken. En van een biertje zul je niet zo snel een ernstige complicatie krijgen. Dat kun je bij een pilletje in principe wel krijgen. En u had het, denk ik, ook over gemarginaliseerde mensen die op straat leven en drugs of alcohol gebruiken, of allebei. Daar is ook een deel van de schade geen goede voeding en persoonlijke verzorging. En dan is misschien wel de schade van de drugs en alcohol nog ondergeschikt aan al die levensstijldingen, waar ze sowieso onder lijden. Dat is moeilijk om daar een eenduidig antwoord op te geven.

De voorzitter: Nog een vraag? De heer Den Hartog: Misschien iets meer verduidelijken. Dan wil ik het graag toespitsen op het effect voor de samenleving. Ik begrijp dat het effect heeft voor de gebruiker. Waar heeft de samenleving het meeste last van, dat veroorzaakt wordt door gebruik? Zijn dat de cannabisgebruikers die vooral veel overlast veroorzaken of de cocaïnegebruikers? Kunt u daar iets over zeggen? De heer Van Beek: Ik denk dat, dat per gemeente verschilt. Ook hier zou ik zeggen, kijk lokaal, met de partners, wat hier het verhaal is. Mensen die op straat leven vallen meestal op. Maar we hebben net gezien, de omzet uit cannabis en cocaïne, daar zit het grootste geld. Als ik denk aan ondermijning, daar zit geld en daar zit ook macht. En dat is, denk ik, ook een goede voor de politie. Daar gaat hij vast zo meteen nog iets over vertellen. Maar dat is ook iets wat je dan mee moet wegen. De voorzitter: De politie komt hierna. Mijnheer Wringer nog en dan gaan we naar de volgende. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Eigenlijk was mijn vraag hetzelfde als de tweede vraag van mijnheer Den Hartog. Of er overlast is meer voor uppers of downers en of daar iets voor te zeggen is. Maar die heeft u net beantwoord. In de presentatie staat dat twintigjarige mannen, hoogopgeleid, de meeste gebruikers zijn.

Is er iets te vertellen over gebruik onder vrouwen? De heer Van Beek: Bij alle drugs is het percentage gebruik onder vrouwen aanmerkelijk lager. En het verschilt een per middel. Bijvoorbeeld bij xtc zie je dat het gat kleiner wordt. Daar is een soort emancipatieslag gaande. Maar bij andere drugs blijft dat gat

17

best wel aanzienlijk. Soms is er een twee of drie keer hoger percentage mannen in vergelijking met vrouwen. Het verschilt per middel. De voorzitter: Een korte vraag door mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Ik las inderdaad, en u noemde het net ook, dat bijvoorbeeld paddo's niet zijn meegenomen in het rioolwateronderzoek. Ik dacht te begrijpen, uit wat ik eerder een keer las, dat het aantal smartshops bijvoorbeeld in Nederland wel meer toeneemt en steeds normaler wordt en zichtbaarder. Is daar nog iets over te zeggen? En ik vraag me even af, waarom dat niet mee is genomen? De heer Van Beek: Die tweede vraag, dat weet ik niet zo goed. De heer Ter Laak: Al die moleculen moet je kunnen meten in dat rioolwater. En in het geval van paddo's, zijn het ook psilocybine, geloof ik. Er zitten allerlei verschillende moleculen. We hebben daar, op dit moment, niet standaardmethode voor om dat zo te kunnen meten. Dat is het kortste antwoord. Er zijn een aantal middelen van het lijstje die we in principe wel kunnen meten. Maar soms is dat ook een kostenaspect, omdat je dan veel meer werk moet doen De heer Van Beek: En voor de smartshops, dan moet ik zeggen, dat kan ik niet helemaal beantwoorden, omdat ik niet zo goed weet hoeveel het aantal smartshops gestegen is.

Wat ik wel weet over paddenstoelen, is dat heel veel mensen die krijgen van vrienden en die laten groeien in een koelkast of in een schuur en niet zozeer kopen bij een smartshop. Er wordt minder gekocht bij smartshops. Mensen laten dat zelf groeien. Ik denk dat de impact beperkt is. De heer Van der Net: Dan in ieder geval dank ook weer richting het Trimbos-instituut. Alstublieft, de microfoons dan uit. En dan ga ik naar mijnheer Aan de Wiel, die nu de zapper krijgt. De heer Aan de Wiel: Dank, voorzitter. Ik ben Mark aan de Wiel. Ik ben een van de operationeel specialisten binnen ons lokale basisteam, basisteam Dordrecht. Eigenlijk heten we Drechtsteden Binnen, maar dat omvat het hele eiland van Dordrecht. En wij zijn verantwoordelijk voor de strategie en de adviseurs van de teamleiding. En ik heb onder andere drugs en georganiseerde criminaliteit in mijn portefeuille. Het rioolwateronderzoek heeft al wel wat indicaties gegeven voor het lokale drugsgebruik. Maar ik ga u wat meer vertellen over de repressieve aanpak die wij lokaal, op dit moment, hanteren. En ik wil u in eerste instantie event meenemen in hoe de signalen binnenkomen. Zoals gezegd, het rioolwateronderzoek geeft enige indicatie over hoe drugs gebruikt wordt in de gemeente.

Wij, maar ook lokale partners, zoals handhaving achterin de zaal en andere ketenpartners in de veiligheidsketen, krijgen via allerlei manieren meldingen binnen. Dan kunt u denken, telefonisch, via de website, maar ook Meld Misdaad Anoniem-meldingen. Melders die graag anoniem willen blijven, die uiteindelijk anoniem een melding doen. Die komen onder andere ook bij ons binnen, maar ook bij het bestuur. Het TCI, dat is het Team Criminele Inlichtingen, is een speciale eenheid die ons ook nog af en toe van inlichtingen verschaft, waarbij wij ook meldingen krijgen. En uiteraard ook de visuele waarnemingen van handhavers, van wijkmanagers en van wijkagenten. En dat komt allemaal via ons basisteam binnen. Vervolgens gaan wij

18

daar een toetsing op doen. En we gaan aan de hand van die melding een aantal vragen beantwoorden. En we gaan kijken of we, als het gaat om die meldingen, voldoende informatiepositie hebben. U moet het zo zien, het kan zijn dat een melding nog verder uitgediept wordt. Dat wij een melding krijgen over een adres dat bijvoorbeeld niet voorkomt, waarbij we eerst onderzoek moeten doen. Wie staat er op het adres ingeschreven? Komen deze personen voor? En uiteindelijk wordt op deze manier een melding gewogen, wat voor acties wij daar dan op moeten ondernemen. Een andere vraag die we uiteindelijk stellen, is of er bijvoorbeeld integrale afspraken nodig zijn, of een melding een behoorlijke maatschappelijke impact heeft en of het prioriteit heeft. En aan de hand daarvan stellen wij lokaal, binnen het basisteam, de aanpak vast. Dat kan intern zijn, binnen de collega's van blauw, dat we daar acties uitzetten. Dat kan ook interne samenwerking zijn met bijvoorbeeld de districtsrecherche, die ook op ons bureau gevestigd is. En uiteindelijk kunnen we ook uitwijken naar een integraal verband. En dat is met het bestuur en de ketenpartners in een lokaal overleg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/913/documents/44975