CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2025.10.07 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 november 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 14 oktober 2025 en de Dordtse Dinsdag van 30 september, 7 oktober en 28 oktober 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 519.822 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

En daar zei iemand, ik zie haar nog voor me, dan heb je een leuke kroeg, maar dan sta je tussen de veertigjarigen, dat is niet de sfeer die ik leuk vind. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, een korte vraag. Want ik wil daarna eigenlijk dit onderwerp in een keer laten vertellen door mijnheer, want we halen het gewoon niet. De heer Van der Meer: Een vraagje daarover. Mijn vraag daarover was in heel kort of dit betekent dat er bij jongeren behoefte is aan kroegen enzovoort, die alleen aantrekkelijk zijn voor jongeren? De voorzitter: Mijnheer Barendregt. De heer Barendregt: Dat is een goed punt, natuurlijk. Natuurlijk zijn kroegen … En ook veertig plus. Dit is een terecht punt, maar het gaat er niet om of de mevrouw gelijk heeft of de jongedame gelijk heeft, het gaat om haar beleving. De voorzitter: In ieder geval als het woord kroeg valt, dan is iedereen ineens vol aandacht. Dat viel me wel op. Ik stel voor dat u het onderwerp levendig binnenstad probeert even in vijf minuten te doen. De heer Barendregt: De jongeren waarderen Dordrecht en zijn historische binnenstad. Die jongeren willen niet allemaal naar de kroeg, want die hebben ook daar niet allemaal geld voor, dus er is een behoefte die verder gaat dan horeca. Volgens de jongeren bruist Dordrecht niet echt, dus ze waarderen de binnenstad, maar ze vinden het ook een beetje oubollig.

Bibelot is ook genoemd, doelgroep wordt ook gezien als eerder dertigjarigen en wat oudere, dan wat jongere. En voor de jongeren uit de Drechtsteden, die vinden de Bibelot niet supergoed bereikbaar. De gemeentelijke ambitie heeft natuurlijk die ambitie om die binnenstad levendig te houden, maar in balans met wonen, dus daar worden duidelijk meerdere belangen gewogen in dat slijpen aan de diamant in die … De horecanota zegt, we gaan ruimte maken en er wordt ook ruimte gemaakt letterlijk, er

21

komt meer ruimte voor terrassen en wat je ziet in de cultuurnota, dat is heel duidelijk een beleidsstuk. Cultuur is er echt voor iedereen. Jongeren hebben daar aandacht, maar andere groepen hebben ook heel nadrukkelijk aandacht in de cultuurnota, dus geen specifieke, geen speerpunt voor jongeren in de cultuurnota. En in het evenementenbeleid zien we wel extra aandacht voor jongeren. Horeca is ondernemen. Ondernemers moeten ruimte hebben en ondernemers moeten natuurlijk ook ergens brood in zien. En als zij denken, er komen te weinig jongeren die mijn omzet gaan laten draaien, dan investeren ze niet, zo simpel is het eigenlijk. Is er dan een match? Ja, Dordrecht wil meer reuring in de binnenstad. Die horecanota benoemt dat heel duidelijk. En wat ik hier nog even wil benoemen, voor de horecanota zijn jongeren ook geraadpleegd en of het een wonder is of niet, het lijkt wel omdat de jongeren geraadpleegd zijn voor het opstellen van de horecanota, ik weet niet of het zo is, maar het lijkt wel of ze daardoor ook een plek hebben in die horecanota. En dat is ook nog een goed punt, vind ik, daar werden we ook op gewezen, in de horeca ontmoet je elkaar, maar ontmoeten staat niet gelijk aan horeca. Dat betekent dat je ook op andere plekken, in andere gelegenheden, binnen, buiten je anderen kunt ontmoeten. Ik ga door in verband met de tijd. Het gaat over onderwijs.

Er is niet een ruim aanbod aan hboopleidingen en geen universiteit. Dat vind ik jammer, zegt iemand. Dordrecht heeft een sterke basis in het mbo, het Leerpark. Er is een beperkt aanbod hbo, maar het is heel weinig. Het is weinig bekend onder de jongeren die wij in de focusgroep hadden. Er is wel een pabo en er is ook deeltijd hbo, de associate degree, maar dat lijkt toch wel meer gericht te zijn op werkenden en een leven lang leren dan op jongeren. En een belangrijk punt wat door het hele onderzoek heen blijft geweven, zit eigenlijk, de hbo's van Rotterdam en Breda zijn echt dichtbij en dat zijn eigenlijk ook alle twee aantrekkelijke studentensteden. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Inderdaad een vraag over mbo en hbo. In het stuk staat inderdaad of in het rapport staat duidelijk dat jongeren niet helemaal op de hoogte zijn van het aanbod in opleidingen die het hbo biedt, maar zijn jongeren van het mbo dan wel op de hoogte van alle opleidingen die het mbo biedt of zijn die minder meegenomen in het onderzoek? De heer Barendregt: Die zijn minder meegenomen in het onderzoek. Ik denk dat dat het kortste antwoord is. De bekendheid van het mbo is niet als apart meegenomen in het onderzoek. De voorzitter: Nog een vraag van mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Waarom is daar voor gekozen? De heer Barendregt: Het kwam niet aan de orde in de focusgroepen.

En als ik denk hoe dat gaat, dan worden jongeren als ze naar het voortgezet onderwijs gaan en ze gaan een diploma halen, dan wordt er gewoon thuis besproken, denk ik, wat ga je doen? Dan komt de voorlichting vanuit de mbo's. En die aansluiting voortgezet onderwijs naar mbo, op een of andere manier denk ik dat die veel logischer is en veel meer binnen het zicht dan

22

dat hele brede palet van hbo-opleidingen binnen en buiten Dordrecht. Dus ik denk eerder dat dat meer zit in … De voorzitter: Laatste korte vraag, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Maar dat zijn dan inderdaad vooral aannames en niet bevestigd? De heer Barendregt: Nee, ik kan niet … Precies, ik heb geen harde data om te zeggen, zo zit het. De voorzitter: Goede conclusie, denk ik van u. Gaat u gerust verder naar het belangrijkste stuk. De heer Barendregt: De gemeentelijke ambitie, de gemeente streeft ernaar om jongeren een doorlopende onderwijscarrière te bieden en de gemeente heeft ook vooral een taak naar het voortgezet onderwijs. Maar ze hebben geen aparte taakstelling op het gebied van hbo-onderwijs. En de gemeentelijke ambitie zegt ook, wij willen heel graag dat jongeren studeren en dat ze een volledige onderwijscarrière hebben. De gemeentelijke ambitie is niet per se, niet expliciet, dat moet allemaal in Dordrecht plaatsvinden. Dat is ook heel duidelijk. In het beleid en uitvoering is in Dordrecht heel erg belangrijk, een glansrijke toekomst. Daar is veel aandacht voor. Houd jongeren binnenboord, zorg ervoor dat ze een opleiding afmaken, zorg ervoor dat ze goed de arbeidsmarkt op komen. Er is ook de Dordrecht Academy, dat zijn de hbo-opleidingen. Daarvan lopen een aantal opleidingen wel en een aantal opleidingen minder.

De sociale opleidingen lopen beter dan de technische opleidingen. Career boost zou je kunnen zeggen, dat past ook in een groter onderwijs arbeidsperspectief, waarin stages worden geboden en een leven lang leren context wordt geboden. En om het nog weer even terug te brengen naar studenten. In september, ik was er niet bij, maar is het tweede Dordtse studentenfestival gehouden, dus dat is wel duidelijk een poging van de gemeente om te laten zien van, jullie zijn er, we bevestigen … Jullie zijn studenten en we verwelkomen jullie. Dat is een mooie actie. Is er een match op het gebied van mbo? Zeker, want daar is denk ik Dordrecht behoorlijk compleet. Er wordt met het studentenfestival denk ik, wel geprobeerd een brug te slaan naar het gevoel van, in Dordrecht ga je niet alleen naar school, maar je kunt er ook studeren. Dus ik denk dat dat een soort … Dat dat wel een belangrijk symbolisch ding is. En Rotterdam en Breda blijven logische opties. Zal ik die naar jou of zal ik … De voorzitter: Conclusies en aanbevelingen. De heer Barendregt: Ik maak deze slide af en dan geef ik het stokje terug aan Femke.

Dan gaan we even achterover leunen, dan hebben we met die jongeren gesproken en hebben we met iedereen gesproken en dan denk ik, wat doet Dordrecht nu eigenlijk op het gebied van het aantrekkelijk maken van de stad voor jongeren, waardoor jongeren misschien ook in Dordrecht willen blijven wonen en in de stad blijven om aan die mooie demografische doelen te werken? We zien dat er ambitie is en er is aandacht voor jongeren, dat is gewoon ontegenzeggelijk waar. En er wordt ook echt geprobeerd om jongeren te behouden voor de stad, wat alleen niet altijd helder is of dat ook aansluit op de belevingswereld van jongeren. Dus soms ontkomen we niet aan de indruk dat het

23

beleid wordt vooral voor jongeren gemaakt en niet met jongeren. Dat is denk ik een gevoel wat overblijft. Mijnheer Van der Meer. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Kunt u benoemen, waar volgens u de kortsluiting vooral zit tussen aan de ene kant het gemeentelijk beleid en aan de andere kant de beleving van jongeren? De voorzitter: Mijnheer Barendregt. De heer Barendregt: Dat is denk ik aanbeveling nummer één, die geef ik zo aan Femke, dus als u even … Dus wonen en huisvesting, de gemeente spant zich in, schept voorwaarden, maar de invloed en dat is logisch vanwege lange bouwcycli et cetera op de woningmarkt is nog gering. De levendige binnenstad en cultuur, er is echt brede erkenning dat de binnenstad van Dordrecht wel wat reuring kan gebruiken. Het staat denk ik ook letterlijk zo in één van de nota's. Maar dat er ook grenzen zijn aan die reuring, want er zijn ook andere belangen in die binnenstad die gediend moeten worden. En voor een renderende horeca is massa nodig en je kunt je afvragen of die massa er is. Je hebt gewoon inkomsten nodig. En die gratis evenementen, het studentenfestival, heb ik al genoemd. Het aanbod voor hoger onderwijs is beperkt en weinig bekend. Dat hebben we ook genoemd. En de bereikbaarheid is een voordeel en een nadeel, want je pakt net zo makkelijk de trein Dordrecht uit als de trein Dordrecht in.

De voorzitter: Mevrouw Sijbrandi gaat het overnemen, denk ik. Mevrouw Sijbrandi: Want er komen vier aanbevelingen, dat hebt u ook kunnen lezen in het rapport. Tegelijkertijd, als ik vanavond de vragen beluister, denk ik, één van onze aanbevelingen is feitelijk om … Misschien moet ik ze gewoon allemaal even op toveren. De vragen vanavond gaan heel erg over, is het representatief, weten de onderzoekers wel wat de jeugd wil, hebben we de jongeren wel bevraagd van buiten de stad, hebben we wel de goede groepen, hebben we wel een voldoende diverse groep aan respondenten gehad? Eén van onze aanbevelingen is en ik moet hem even zoeken hier ergens tussen, is om te kijken, dat is volgens mij de eerste, geef de jongeren wat meer een stem in het maken van beleid. Dat zou je bijvoorbeeld kunnen doen door een jongerenraad in te stellen. Je kunt ook een andere vorm … Ik ga heel even door. De voorzitter: Maak hem even af. Mevrouw Sijbrandi: Want ik ben even een betoog aan het opbouwen. Je kunt ook een ander instrument kiezen. En dat is wel, wanneer wij onderzoek doen, dan doen we onderzoek en de aanbevelingen, er zijn veel rekenkamers gaan niet over tot aanbeveling.

Dit is een gemeenteraad die dat heel graag wel wil, steeds vraagt, Rekenkamer, kunnen jullie iets verder gaan, kunnen jullie aanbevelingen geven? En als je zegt, er moet een plan van aanpak komen, kunnen jullie dan bij wijze van spreken de eerste hoofdstukken van dat plan van aanpak schrijven? Hier is het … We komen feitelijk eigenlijk tot twee hoofdlijnen waarvan we zeggen daar moet je een aanbeveling op formuleren. Eén is, luister naar de jongeren, geef ze een stem in het maken van beleid. En volgens mij gaan de meeste vragen daar vanavond over.

24

En het tweede is, want feitelijk zijn het positieve conclusies in het onderzoek, namelijk er gebeurt heel veel, er is heel veel aandacht voor jongeren. Op die drie punten die jongeren heel belangrijk vinden, gebeurt heel veel. Alleen ze weten het niet altijd, ze beleven het niet altijd op de manier, zoals de beleidsmaker het heeft bedoeld, het bereikt ze niet altijd en het sluit ook niet altijd aan bij wat zij zelf heel graag hadden gewild. Dus dat zijn echt twee dingen. Eén is, betrek de jongeren bij het maken van beleid en twee is, realiseer je dat misschien een beleidsmaker het net even anders ziet of interpreteert of vindt dan hoe de jongeren dat zien. En nogmaals natuurlijk kun je daar nog een enquête van een paar honderd jongeren opzetten, dat is uitstekend om dat ook nog een keer te doen. Maar het is wel heel goed om je dat te realiseren. En vervolgens is misschien het derde punt om een breinaald door die verschillende beleidslijnen te halen die of gaat over wonen of gaat over een levendige binnenstad of gaat over onderwijs. Want daar zit natuurlijk een interactie tussen, die je wel misschien nog wat meer draaiende moet kunnen krijgen om de stad Dordrecht echt aantrekkelijk te maken en te houden voor de jeugd. En dat is eigenlijk het algemene verhaal.

Hier hebben we hem eigenlijk in vier punten uiteen gesplitst, het coördineren, het woningaanbod afstemmen, de kloof overbruggen tussen beleid en beleving. Daar heeft Cas net het een en ander over verteld. En die nabijheid van andere steden kun je zien als, daar moet je misschien tegen vechten, want wij willen ook een studentenstad of wij willen ook heel veel studentenkamers. Maar je kunt ook denken, jongeren kiezen gewoon voor een andere stad of misschien zijn het gewoon gewend hier en die vinden dat prima, maar misschien hoort daar ook wel een andere woonbehoefte bij. En dat is één van de punten die wij natuurlijk ook hebben aangestipt. Ik zou het daar graag bij laten, maar volgens mij waren er nog vragen. De voorzitter: Ik dacht dat ik mijnheer Ayverdi daarnet zag, klopt dat of niet? Wilde u net een vraag stellen of mijnheer Aarden, ik zag daarnet rechts … Mijnheer Aarden dan. Het was toch een A in ieder geval. De heer Aarden: Bedankt. We hebben in het verleden eerder een jongerenraad gehad in Dordrecht, ik heb daar zelf ook nog deel van uitgemaakt in een ver verleden. En ik lees ook in de beantwoording dat het college het wil doen met flexibele participatie in plaats van een vaste jongerenraad.

Maar hebben jullie dan ook aanbevelingen hoe je zoiets invulling kan geven dat je ook representatief of de jongeren erbij betrekt in plaats van dat je alleen een paar jongeren krijgt die toevallig heel erg betrokken zijn bij de Dordtse politiek? Dat eigenlijk. De voorzitter: Hoe krijg je die raad gevuld met de jongeren die je eigenlijk moet hebben? De heer Barendregt: Ik denk dat vanuit de focusgroep heb ik daar niet echt heel veel opgehaald over hoe wil je meedoen? We hebben wel met reeds participerende jongeren gezeten en niet-participerende jongeren, dus het was een gemengde groep. En het kost gewoon echt moeite om jongeren of op een flexibele manier en misschien is een jongerenraad wel heel saai, elke twee weken vergaderen, dus misschien moet je daar wel wat creatief in zijn. En ik vind hoe het college daarop reageert, vind ik eigenlijk best wel, denk ik … Het past wel bij hoe jongeren zijn, in plaats van je lang ergens binden, meer een aantal keren leuke dingen doen, zal ik maar zeggen. Dus ik zou eerder daarop inzetten. Maar ze

25

moeten vooral vroeg in het proces worden betrokken en je moet daar tijd voor vrijmaken. De voorzitter: Dank u. Ik denk dat pizza's helpen. Mijnheer Van der Meer, u heeft een vraag. De heer Van der Meer: Ik kijk nog even naar de afstemming van dat woningaanbod. Er worden in Dordrecht studio's gecreëerd. Er is een hospita regeling die verruimd is. Maar dat sluit, als ik het goed begrijp, niet aan bij de behoefte van de jongeren. Zou u de aanbeveling voor wat er wel aan woningen moet worden aangeboden, nog wat kunnen specificeren? Want kopen is ook geen optie. De voorzitter: Wie? Wat wel? Mevrouw Sijbrandi: Wetend dat de wooncrisis, zo hebben we het ook opgeschreven, die is natuurlijk ook in Dordrecht aan de hand, dat is één. Twee is, daar maakt mijnheer net ook al even … Had daarnet ook een vraag over van, kan het zijn dat als je het hebt over de gemiddelde leeftijd 22, dat dat van invloed is op de woonwens die jongeren hebben neergelegd in het onderzoek. Zeker, zelf denk ik, maar goed, ik ben 5 dagen per week met wonen bezig, zelf denk ik dat het goed is om die hele trits gewoon in beeld te brengen en je hebt gewoon alles nodig. Dus die hospitaregeling ook goed, maar denk dan niet dat je het over jongeren van 21 plus hebt, want die zijn daar een beetje doorheen. Studentenkamers, ja, ook nodig, studio's ook nodig.

En dan is betaalbaarheid en toegankelijkheid gewoon een ontzettend belangrijke. De voorzitter: Dank u. Een laatste vraag dan, denk ik, nog mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Een korte vraag nog. Als we aan willen sluiten bij het huidige beleid, waarom is er dan gekozen om niet glansrijke toekomst te volgen en dus de leeftijd 16 tot 27 te hanteren? Want daarbij zou je ook gelijk het mbo mee kunnen nemen en daar zitten al programma's in die ook jongeren betrekken bij beleid. De voorzitter: Een korte reactie waarom die leeftijdsgroep niet gekozen is. Maar daar hebben we het weer over de aanpak. De heer Barendregt: Ik kan me niet precies herinneren hoe in de oorsprong we tot die doelgroep afbakening zijn gekomen. Maar ik denk, wij zijn wel begonnen bij achttien en waarom precies weet ik niet. Daar heb ik eigenlijk geen goed antwoord op. De voorzitter: Dat is ook een antwoord. Na een laatste vraag komt altijd een allerlaatste vraag. En dat mag mevrouw Lammens dan doen.

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de leeftijd van 18 komt, omdat heel veel mensen die vwo hebben gedaan, de jeugd die gaan met 18 op kamers. Alleen ze gaan met 18 niet in Dordrecht op kamers, ze gaan naar een andere stad. Maar dat in Dordrecht de jongeren zeggen dat ze graag een eengezinswoning hebben, dat komt omdat zij … Ze gaan eerst naar mavo-havo en daarna naar het mbo en dan zijn ze

26

met 21, 22 hebben ze het mbo klaar, gaan ze werken, dus dan hebben ze geld en willen ze graag weg bij de ouders en dan willen ze graag een eengezinswoning hebben. De voorzitter: Maar dat was niet zozeer een vraag, maar meer een wijze aanvullende opmerking. Dat is mooi dat u dat zo doet, want dan kan ik toch de allerlaatste vraag door mijnheer Schalken laten stellen. De heer Schalken-den Hartog: Dat is mooi, dank u wel. Ik kom nog even terug op dat stukje bij de eerste aanbeveling over de jongerenraad. Want het staat ook een aantal keren genoemd in het rapport. En met het idee dat de jongerenraad misschien niet altijd aansluit bij het betrekken van de jongeren en er wel heel veel andere groepen en georganiseerde groepen zijn van jongeren die wel georganiseerd zijn. Is het niet veel handiger om dan dat soort groepen, zoals zo'n jongerennetwerk wat er is en R-Newt en dat soort zaken om die gewoon meer en vaker ook te betrekken bij de uitdagingen die er liggen? De voorzitter: Mevrouw Sijbrandi. Mevrouw Sijbrandi: Ja, ik denk dat dat een uitstekend idee is. Een jongerenraad kent voor- en nadelen. Het voordeel is dat je waarschijnlijk met veel jongeren te maken hebt en je aan de voorkant dat vraagstuk van representativiteit kunt tackelen, dat is natuurlijk belangrijk.

Het heeft als nadeel dat niet iedereen zin heeft om daaraan deel te nemen, waarmee je misschien toch weer afschraapt aan representativiteit en ook een beetje aan zin in vergaderen. Je moet eigenlijk altijd naar die plekken gaan waar de jongeren toch al zijn. Dus je moet zelf gewoon super flexibel zijn in je tijd. Je moet op je fiets stappen, ga naar die sportclub, ga naar de moskee, ga naar die kroeg toe om daar met jongeren te praten en doe dat heel regelmatig. Het brengt wel hetzelfde vraagstuk met zich mee, waar we de eerste 25 minuten ons volgens mij op stuk hebben gebeten, namelijk is dit wel representatief? Ik denk dat je op een gegeven moment ook keuzes moet maken en de durf moet hebben en ook dit onderzoek hoop ik te omarmen en niet alleen de vraag stelt van, is het allemaal 100 procent representatief en waar? Maar meer, zitten hier interessante handreikingen in voor ons als raad en voor het college, ook om het college te helpen om nog effectiever te worden in het maken van een aantrekkelijke woonstad voor jongeren. Dat zou het appel zijn. De voorzitter: Dank u wel. En dat advies van naar de kroeg gaan, dat moeten we dan aan de wat jongere raadsleden overlaten, denk ik. Collega's, ik kijk u even aan. In ieder geval dank ik mevrouw Sijbrandi en de heer Barendregt hartelijk voor de presentatie.

En ik vraag aan de collega's, heeft u voldoende informatie of is er nog een beeldvorming … Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Heel eerlijk, ik weet niet zo goed wat ik met het rapport aan moet. Als ik kijk naar in hoeverre het representatief is, in mijn opinie is dat niet representatief. We hebben het hier over elf jongeren, bepaalde leeftijden vallen daarbuiten, we hebben het over de raad en dan zeggen we eigenlijk van, we hebben de zeven grootste partijen gehaald, maar daar is nauwelijks op gereageerd. Dan denk ik, waarom verander je dat niet, waarom kijk je dan niet vervolgens door iedereen uit te nodigen? Dan wordt dat iets breder, als je zo weinig input hebt. Als we het hebben over elf jongeren, omdat ze moeilijk te bereiken zijn, waarom gaan we niet naar de scholen toe? En gewoon daar ter

27

plekke navragen. Ik heb zoiets van, als ik nu kijk naar dit rapport, er zijn zoveel veronderstellingen, want … De voorzitter: Ik ga u onderbreken, want ik denk dat dit niet nog wat toevoegt aan wat daarnet ook al een beetje door u geopperd is. Wat u betreft was het niet helemaal representatief. Maar wij moeten verder en ik heb de vraag … De heer Tutupoly: Dat snap ik, maar dan is de vraag … De voorzitter: Wij begrijpen denk ik helemaal precies wat u bedoelt. Dat is uw mening. De heer Tutupoly: Nee, u vraagt hoe nu verder en dan denk ik van, zou je dan niet naar een oordeelsvormende vergadering moeten? De voorzitter: Dat is mijn volgende vraag zo meteen, maar eerst is de vraag altijd, heeft u voldoende informatie beeldvormend opgehaald en als het antwoord ja is, dan kun je gaan vragen, wilt u oordeelsvormend? Of kan het als hamerstuk naar de raad? Dat is natuurlijk ook een mogelijkheid, ik laat het eventjes aan u over. Wie komt er met een voorstel? Moet dit oordeelsvormend of gaat het als hamerstuk naar de raad? Mevrouw Lammens stelt voor hamerstuk. Mevrouw Van den Aardwegh. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Mijn voorstel zou zijn een oordeelsvormend. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik sluit daar wel bij aan.

Ik heb voldoende informatie over wat het Rekenkameronderzoek heeft opgeleverd, maar dat geeft nog niet een eenduidig antwoord op hoe we het gemeentelijk beleid beter op jongeren kunnen afstemmen en het zou leuk zijn om daar gewoon een oordeelsvormende bespreking over te hebben. De voorzitter: Prima. Vingers omhoog wie voor een oordeelsvormende vergadering is. Dat is een ruime meerderheid, want we hebben er elf, dus acht of zes was genoeg en ik zag er al meer dan acht. Dan wil ik wat … Mevrouw Wepster: En de politieke vragen. De voorzitter: Die komen nu, de politieke vragen, want die hebben we ook nodig. U heeft al politieke vragen, maar die van Van der Meer die hebben we al. Wie heeft er nog meer een politieke vraag? Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij zouden graag de politieke vraag mee willen geven, hoe representatief is het met het oog op jongeren op het mbo? De voorzitter: Hoe representatief was het onderzoek met het oog op jongeren op het mbo? Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik zou het iets verder willen trekken. Hoe representatief is dit voor jongeren in de Dordtse samenleving en kunnen wij hier de juiste conclusies uit trekken? De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer Tutupoly heeft het precies goed verwoord.

28

De voorzitter: Dat is handig en voor de heer Schalken ook. Maar we hebben mijnheer Aarden nog. De heer Aarden: Misschien een beetje hulp met hoe het te formuleren, maar wat ziet de commissie als een goede manier om jongeren te betrekken bij het lokale beleid? De voorzitter: Dat is een hele mooie in aansluiting op wat u net vroeg. Mijnheer Ayverdi. De heer Ayverdi: Hoe ziet de commissie om jongeren te laten spreken met sleutelfiguren in plaats van politici? Want ik had ook net gevraagd, is dat effectief om jongeren te laten spreken met wethouders en raadsleden? Maar is dat wel effectief? Is dat een verbeelding, is dat een goede connectie met de jongeren? De voorzitter: Ik denk het ook, ik denk dat dat ongeveer is wat de heer Aarden bedoelde. De heer Ayverdi: Maar dan ook met de sleutelfiguren binnen de jongeren. De voorzitter: Sleutelfiguur erbij halen. Ik denk dat we zo meer dan voldoende hebben om een gezellig avondje te vullen en ook een nuttig avondje uiteraard. Aldus besloten, oordeelvormend komt hier op de agenda. Ik dank u hartelijk voor uw inbreng. Ik verwacht eerlijk gezegd dat een heleboel blijven zitten. Als u niet blijft zitten, graag uw spulletjes meenemen en ik wens u dan een genoeglijke avond en de anderen een fijne voortzetting. 5.

Agenderingsverzoek Rekenkamer over Gezamenlijke dialoog met fracties over onderwerpen voor het Werkprogramma Rekenkamer 2026 Voorzitter: De heer Struijk Griffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Laban (CU/SGP) Dhr. ’t Lam (SP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Dhr. Tutupoly (Op ons Eiland) Overige aanwezigen: dhr. Buiting, dhr. Oostlander, mevr. Khadjé, dhr. Zwaan. De voorzitter: De trein naar Amsterdam, o nee, sorry. Heel goed, je hebt een leuke achtergrond. Mensen, we zijn hier bijeen voor een gezamenlijk dialoog over onderwerpen voor het Werkprogramma Rekenkamer Dordrecht 2026. En ik heet de raads- en commissieleden welkom en ook onze gasten, de leden en medewerkers van onze

29

Rekenkamer, waarvan u zo meteen, als u ze nog niet kent, de namen ook gaat horen. Welkom ook eenieder op de publieke tribune en ook degene die thuis met ons meekijken of met ons meeluisteren als ze het beeld uitzetten, dat kan natuurlijk ook. Ik ga eerst aan u vragen om u voor te stellen. En ik doe de hele avond al hetzelfde. Ik ga gewoon weer mijn rechterhand als eerste het woord geven. Mevrouw Wepster: Anneloes Wepster, raadsgriffier. De heer Zwaan: Joost Zwaan, secretaris onderzoeker bij de Rekenkamer. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. De heer ‘t Lam: Jack ’t Lam, SP. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op ons Eiland. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Khadjé: Sylvia Khadjé, Rekenkamer, bestuursassistent. De heer Oostlander: Steven Oostlander, voorzitter van uw Rekenkamer. De heer Buiting: Kasper Buiting, lid Rekenkamer. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw commissievoorzitter. Waarom zitten wij hier? De Rekenkamer wil graag met u in gesprek over haar werkprogramma voor 2026.

Het doel van de dialoog van vanavond is inzicht krijgen in de thema's die bij de fractie leven, zodat de Rekenkamer deze kan benutten als input voor het jaarlijkse werkprogramma. Ik ga ter inleiding het woord geven aan Steven Oostlander, namens de Rekenkamer Dordrecht. Mijnheer Oostlander, aan u het woord. De heer Oostlander: Ik zat net op de tribune en heb ik met veel belangstelling de discussie gevolgd. We zijn nu bezig met onderwerpen voor 2026, het onderwerp dat we een uur geleden bespraken, is Dordrecht een aantrekkelijke woonstad voor jongeren, werd vorig jaar genoemd in dezelfde sessie die wij hier met elkaar hadden, door heel veel fracties. Dat vonden we allemaal met elkaar, jullie als raadsleden, allemaal een belangrijk thema. En dat is belangrijk voor een Rekenkamer om onderzoek te doen, wat aansluit bij wat er leeft en speelt in de gemeenteraad. Alle rekenkamers in Nederland, dat zijn er zo'n vierhonderd en ook die in Dordt, die zijn onafhankelijk. En dat wordt door sommige rekenkamers heel strak geïnterpreteerd, als in we willen niks met die

30

gemeenteraad te maken hebben. Er is in de rekenkamerwereld ook een andere stroming, daar hoort de Dordtse Rekenkamer bij en die zegt, je bent onafhankelijk ten aanzien van je methode van onderzoek, je aanpak en je bevindingen en in je keuze van je onderwerpen, maar je moet wel het gesprek voeren met de raadsleden over die bevindingen, zoals we net hebben zitten doen met elkaar. Maar ook met elkaar het gesprek voeren, wat gaan we dan precies onderzoeken? Bijvoorbeeld zijn we bezig met de opstart en een onderzoek doen naar asielopvang in Dordrecht. Dat gaat nog dit jaar van start, het staat in het werkprogramma 2025. Dat kwam ook uit die sessie. Wat we andere jaren altijd deden, was dan gingen we langs bij alle fracties. Misschien weet u dat nog wel en dan stommelden wij een aantal maandagavonden door dat oude stadhuis naar al die fractiekamers en dan hadden wij een hele lijst en dan gingen wij daarna met elkaar van, wat vinden we zelf belangrijk? Wat is door veel fracties genoemd? En toen was eigenlijk het idee, laten we dat in een gezamenlijke vergadering doen. We zitten hier ook met veel raadsleden bij elkaar en dan vragen we dadelijk aan iedereen, wat zou je zelf een belangrijk thema vinden? En wat er dan gebeurt, is dat er interactie ontstaat. Dat jullie gaan zeggen, asielopvang, zo ging het vorig jaar, het hele politieke spectrum, vonden mensen dat een interessant thema.

En zo is dat op zo'n selectielijst gekomen en dan word je relevant als Rekenkamer. Want dan ben je onderzoek aan het doen wat aansluit bij wat leeft in de raad. Want wij kunnen wel met elkaar vinden dat wij … Dat staat op onze groslijst, grondpolitiek een heel belangrijk thema vinden en daar gaat veel geld in om, maar is dat in deze raad een superbelangrijk thema? Ik weet het eigenlijk niet. En daarom is het belangrijk om daar met jullie over in gesprek te gaan. Dat is denk ik de meerwaarde van deze sessie. En dan blijf ik benadrukken, dat hoor je ook te zeggen als voorzitter, let op, die onafhankelijkheid blijft voor ons buiten kijf. Deze Rekenkamer bepaalt in de basis zelf wat ze doet, maar dan zeg ik er altijd achteraan, maar je moet van goeden huize komen om een wens die breed in de gemeenteraad wordt gesteund, om die gewoon naast je neer te leggen. Dat is denk ik het belangrijkste. Ik had daar een paar slides over Kasper, dat dingetje ligt naast jou, zal ik even dat, klikker, heet dat geloof ik. Dit soort dingen heb ik net genoemd. We maken dus selectiecriteria, we hebben daarvoor ook een groslijst. Die groslijst kan niet op een slide, zolang is die, want … Het zijn er twee, Bauke. Maar daar zie je aan dat we eigenlijk alles bewaren, want dat zijn in de basis bijna altijd relevante thema's. Je ziet wel dat dingen vaak terugkomen.

Vorig jaar werd genoemd afvalbeleid, dat gaat over afvalstoffenheffing. Dat is een thema, maar dat heeft deze Rekenkamer vier jaar geleden of vijf jaar geleden ook al een keer onderzocht, we hebben nou eenmaal beperkte middelen, je gaat niet iedere vier jaar hetzelfde doen. Wat ik zelf belangrijk vind, is wat ik net noemde, het moet aansluiten bij wat jullie als raad belangrijk vinden, maar het moet ook wel enige burgergerichtheid hebben. Los wat jullie vonden van de representativiteit van het onderzoek, zaten hier zes jongeren op de tribune net, die hebben meegedaan aan het onderzoek, die waren hier anders nooit geweest. Dus dat is een burgerrelevant thema en dat vind ik zelf ook altijd belangrijk bij die selectiecriteria. We kunnen wel weer een onderzoek doen naar inhuur externen, daar gaat veel geld in om, maar wat kan dat de meeste mensen hier schelen? Die willen vooral dat de gemeente efficiënt en goedkoop werkt. Maar wij proberen altijd thema's te zoeken die dus zonder meer voor iedereen relevant zijn. En ik haal vaak als voorbeeld aan, ik heb het hier al eens eerder genoemd, de Rekenkamer van de gemeente Ede deed een keer onderzoek naar de onderhoud van boomspiegels. Dat zijn die cirkels om

31

bomen heen. Daar kan je om lachen, maar daar ergeren mensen zich aan als die er slecht uitzien en vol staan met onkruid. Plus in zo'n cirkel of al die honderd, ik weet niet hoeveel het er waren, die zeggen in zijn totaliteit iets over hoe het groenonderhoud wordt georganiseerd. Dus ook een klein thema, wat door burgers wordt gezien als vervelend of onwenselijk, kan leiden tot grote bevindingen. Dat is denk ik goed om even te benadrukken. Alles wat jullie noemen, gaat straks op die groslijst komen en blijft ook gewoon bewaard. En ik zeg hierbij toe, want het is een beetje onze eigen things-to-do lijst, dat we die eens even goed redigeren en ook meesturen met het hele werkprogramma, want daar kun je dan zelf ook nog eens een keer op terugkijken. Dat staat groot en klein door elkaar, maar dat gaan we dan even netjes maken en dan doen we die er voor de volgende keer gewoon bij, dat kan denk ik helpen. Dit zijn de grote werken die we dit jaar gedaan hebben. Aantrekkelijke woonstad, hebben we het natuurlijk net over gehad, ondermijning is voor de zomer geweest, sportvisie, belangrijke thema's. We hebben voor 2026 met elkaar afgesproken, daar was ik zelf ook bij, om de Rekenkamer met het oog op het ravijnjaar een korting te geven.

Wij hebben toen onze budgetten herijkt, want één van de feedbackpunten die jullie gaven, was jullie besteden veel uit en doen weinig zelf, dat we onze secretaris onderzoeker, hij zit daar, wat extra urenuitbreiding geven uit het onderzoeksbudget gefinancierd, zodat we proberen volgend jaar dezelfde productie te halen, waarbij we wat meer zelf doen. Zelf doen is uiteindelijk toch vaak goedkoper. Dan zul je soms wel hebben dat je wat kleinere thema's moet kiezen. Dat even als achtergrond. Maar wij proberen ieder jaar vier dingen te doen. En dan gaan we dat volgend jaar ook gewoon proberen. Dit is dan wat we nog dit jaar … In ieder geval gaat Dordrecht Sociaal opgeleverd worden, dat gaat denk ik vooral over de inzet van wijkteams. Asielopvang en reserverisico's, dat is nog doorloop naar volgend jaar. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, u heeft een vraagje? Mevrouw Schnabel: Ja, dank u wel. Ik heb een vraag over asielopvang. Ik begrijp inderdaad dat daar veel vraag naar is geweest op eerder moment. Maar ik vraag me ook af, komt dat rekenkameronderzoek voor de verkiezingen? Omdat we zien natuurlijk landelijk dat dat politiek heel gevoelig is en op het moment dat we dat voor de verkiezingen plaatsen, dan kan dat ook zo zijn eigen wending nemen of komt dat na de verkiezingen om ervoor te zorgen dat we er gewoon rustig naar kunnen kijken? De voorzitter: Mijnheer Oostlander.

De heer Oostlander: In uw vraagstelling hoor ik een voorkeur voor na de verkiezingen. Wij hebben daarmee geworsteld van, wanneer lever je dit op? Want je wil, als je het voor de verkiezingen laat uitkomen, is dat een politieke keuze. En daarna is het ook een politieke keuze. Toen zeiden we, we hebben onszelf weer aardig in de voet geschoten, maar toen gingen we een doorloopplanning maken van wat zijn de formele termijnen voor de reactie van het college, reactie van de ambtenaren, hoeveel weken onderzoek hebben we zelf, nog twee weken kerstvakantie. Toen zeiden we, het gaat sowieso niet gehaald worden voor het verkiezingsreces. Dus eigenlijk door de feiten worden we gedwongen om het aan de nieuwe raad aan te bieden. Dus dat is denk ik het uitgebreide antwoord op uw vraag. Heb ik allemaal al gezegd, behoefte van de raad, heb ik groter gemaakt in lettertypen, want dat vind ik het belangrijkste. Die groslijst, ik laat hem hier zien, die gaan we niet bespreken, maar daar zeg ik van toe, die gaan we er gewoon bij

32

doen. Dan kunnen jullie daar gewoon nog eens kijken wat je bijvoorbeeld vaak terug ziet komen. Er is één fractie die daar erg op aandringt, is bijvoorbeeld onafhankelijkheid van het Dordrechts Museum. Ik heb daar zelf niet zo'n goed beeld bij. Maar dat is een thema wat ieder jaar wel een keer genoemd is door een fractie. Dus dat komt dan bij ons op de groslijst. Je ziet daar ook staan, effectiviteit van wijkteams. Dat is ook ooit ergens genoemd en dat is iets wat we nu zelf zitten te doen. Mijnheer de voorzitter, dat is een lange inleiding om iets heel eenvoudigs te vragen, namelijk wat zouden wij in 2026 kunnen gaan doen? Wat we vorig jaar gedaan hebben, is dat we gewoon een ronde gemaakt hebben en toen hebben wij ondertussen mee zitten schrijven en gezegd, we horen deze thema's veel terugkomen, is daar overlap in? Het is geen besluitvormend overleg in mijn beleving, maar we kijken van, zijn er dingen die we vaker horen? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oostlander. Ik meld eventjes voor de notulen dat de heer Van Dam Timmers inmiddels gearriveerd. Daar ben ik zo blij mee, dat ik hem gelijk als eerste het woord ga geven. Komt u maar eens met een eerste idee van, waar zou de Rekenkamer zich bijvoorbeeld mee bezig moeten gaan houden? De heer Van Dam Timmers: Dank u, voorzitter.

Als rechtgeaard CDA'er kan ik natuurlijk niet achterblijven bij het gezinsbeleid als onderdeel van een eventueel onderzoek. Omdat je ziet … Vanuit onze politieke fractie geloven we natuurlijk in het gezin als hoeksteen van de samenleving, dat dat ook veel jeugdzorg kan voorkomen als het beleid daarop goed gericht is. En we vragen ons af of dat een thema zou kunnen zijn, waarin je zou kunnen kijken van, hoe zit het beleid van de gemeente daar mee? En is daar iets waar dat dan af te meten is of iets aan te verbeteren valt? Ik denk niet dat dit nu het moment is om dat verder toe te lichten, maar dat meer als thema. Daarnaast hebben we veel leefstijlbeleid aangenomen de afgelopen jaren als gemeente, waarin we streven naar vermindering van de hoeveelheid mensen die roken, alcohol drinken en andere middelen gebruiken die niet echt bijdragen, maar ook inzet op gewicht bijvoorbeeld. En ik vraag me af, wat is de effectiviteit daarvan en hebben wij dat als gemeenteraad eigenlijk goed aangepakt en doen we de goede dingen? Dan ook het wijkwensen budget hadden wij nog als idee.

We hebben dat natuurlijk vanuit de gedachte dat we inwoners betrekken bij hun eigen buurt en de stad om iets te bereiken voor hun buurt en onze vraag is, is dat in de uitvoering ook daadwerkelijk zo? En vinden onze inwoners dat ook? Komt daar ook echt wat van terecht en is dat wat ervan terechtkomt ook duurzaam zinnig? Draagt dat echt wat bij aan zo'n buurt en die mensen? En als laatste hebben we ook nog een vraag eigenlijk over voorzieningen in onze stad. We hebben gezien dat we heel veel voorzieningen hebben, buurtkamers, buurthuizen met een heel verschillende dynamiek per locatie. Soms zitten ze ook vlak bij elkaar met toch een heel verschillende doelgroep en het gaat ook bijvoorbeeld over zorg, het gaat over supermarkten et cetera. We hebben wijken waar weinig zit, wijken waar heel veel zit. En onze vraag is, het college zegt vaak, dat ze daarop sturen, maar doen we dat ook? En hoe effectief is dat dan? Toch nog een nakomer misschien nog. We hebben ook veel beleid gevoerd, zeker vijf jaar geleden op het gebied van eenzaamheid en de aanpak van eenzaamheid. En onze vraag is, heeft dat geleid tot een verbetering op dat dossier of zouden we juist iets anders moeten doen?

33

De voorzitter: Dank u wel. Het CDA is goed bezig geweest en het zou zomaar kunnen dat u het gras gedeeltelijk voor iemands voeten heeft weggemaaid. Maar dat mag die persoon dan zelf zeggen. Mijnheer Van der Meer, u heeft ook wat. De heer Van der Meer: Het sluit inderdaad gedeeltelijk aan. Ik had drie thema's op mijn lijstje staan. Eén is het buurtwerk, dat sluit enerzijds aan bij de sociale wijkteams, ook bij het thema eenzaamheid, wat de heer Van Dam Timmers noemde en andere zaken. Maar het is ook een beetje breder dan dat. Mijn kernvraag daarbij zou zijn van, helpt de manier waarop we in buurten aan het werk zijn om, wat ik dan maar even noem, sociale samenhang te bevorderen? Het heeft met eenzaamheid te maken, het heeft met zelfredzaamheid te maken, het heeft met minder of meer burenhulp en sociaal contact, minder isolatie te maken. Dus dat zou één thema zijn wat ik graag aan zou willen dragen. Tweede, klimaatadaptatie, hoe staat dat in de verschillende delen van de stad met boomkroonbedekking, wateropvang, tegen hittestress, dat soort thema's. Op sommige plekken doen we daar veel aan, op andere misschien wat minder. Het zou goed zijn om dat eens te bekijken, denken wij. En tenslotte het vastgoed van de gemeente. Gemeente heeft vastgoed, dat wordt verhuurd, dat wordt soms ook verkocht.

Hoe is dat gekoppeld aan maatschappelijke doelstellingen die we daar mee hebben, zetten we ons vastgoed goed in om allerlei activiteiten in de samenleving juist te faciliteren? En ten slotte, de heer Oostlander noemde zelf het thema van grondpolitiek, even in een snelle dingetje, dat vind ik eigenlijk wel een heel interessant thema. Het sluit natuurlijk aan bij onder andere huisvesting waar al eerder onderzoek naar is gedaan. Maar we hebben recentelijk er wel voor gekozen om een actief grondbeleid te voeren, wat houdt dat in en waar leidt dat toe? Wat zijn de effecten daarvan? Dat zou mij heel erg interessant lijken om dat te denken, maar dat komt alleen maar omdat u mij op dat idee heeft gebracht. De voorzitter: Dan was dat ook uw persoonlijke mening en misschien niet die van uw fractie, maar hij is toch genoteerd. Mevrouw Lammens en daarna mijnheer Aarden. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Onze fractie is wel benieuwd naar goede bereikbaarheid. Dat blijft natuurlijk wel een hot thema de komende jaren. We zitten volgend jaar met de Papendrechtsebrug die er negen maanden uitgaat. Daarna gaat er ook nog de Zwijndrechtsebrug uit, de tunnel gaat geloof ik nog onder handen genomen worden.

Maar ook bij de Baanhoekbrug, die fietsbrug hangt aan de NS-brug en ze hadden daar al problemen met kan er genoeg noodverkeer over, hoeveel kan die brug belast worden? Dus gaat die brug niet kapot, zodat we dadelijk de fietsers er niet meer over kunnen heen laten gaan? Dus ik ben heel benieuwd hoe we zitten eigenlijk met de bereikbaarheid, maar ook gewoon de bereikbaarheid naar de stad. Ik was van de week gewoon bij een modezaak hierachter en die zegt van, de parkeerplaatsen zijn allemaal weg, want die garage is dicht, die garage is dicht, ik heb gewoon minder bezoekers, dus ook bereikbaarheid, hoe is de stad bereikbaar? Dus dat we gewoon eens goed onderzoek hebben daarnaartoe. Hoe blijven we allemaal bereikbaar, hoe kunnen we uit de Wilgenwende hier komen? En een groot onderzoek bereikbaarheid. En een ander onderzoek wat mij ook interesseert, is de daklozen die we in Dordrecht hebben. Dat zijn de daklozen, mensen die gescheiden zijn en thuis moeten blijven wonen en geen andere noodopvang, al hebben we hierachter ook nog een opvang voor gescheiden mensen, maar ook bij het Leger des Heils en in combinatie met drugs, je mag bij het Leger

34

eigenlijk geen drugs gebruiken, doen ze wel en we hebben natuurlijk nog meerdere opvangplekken, maar dat we kijken hoe zitten we eigenlijk in de opvang? De voorzitter: Dat was hem? Dank u wel. Mijnheer Aarden. De heer Aarden: Ik heb wel vragen, alleen ik zit een beetje met of de Rekenkamer de juiste plek is om die vragen bij neer te leggen. Dus ik dacht, ik vertel het gewoon en dan kunnen jullie aangeven of het wel iets is of niet. Maar ik zou graag meer willen weten over de weerbaarheid van de gemeente bij rampen, onder andere klimaatrampen, maar eigenlijk in brede zin. Hoe het zit met de bestuurlijke stabiliteit van de gemeente tijdens rampen? De effectiviteit van de informatievoorziening richting inwoners? Of er onbenutte kansen zijn waarop de gemeente lokale organisaties kan ondersteunen bij het vervullen van een maatschappelijke rol tijdens rampen? En of dieren effectief worden meegenomen in rampenplannen? Maar ik weet dus niet zo goed, omdat het financieel aandeel is misschien wat minder, maar het is wel … De voorzitter: Dank u wel. Wie? Mevrouw Lindner was eerst en dan mijnheer Laban. Mevrouw Lindner: We hadden het in de fractie over handhaving en vooral dan de zichtbaarheid, kwaliteit en omtrent het imago eigenlijk van handhaving. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter.

Wij hebben in de fractie ook besproken dat we een aantal mogelijk onderwerpen wilden aandragen. Dat gaat onder andere over brede welvaart. Hoe doen we dat als Dordrecht en welke aanbevelingen kunt u geven om dat te verbeteren? Tweede is, hoe doen we het als Dordrecht als toeristenlocatie binnen Nederland en zijn daar mogelijkheden om dat te verbeteren? Het derde punt is, wat zijn de aantoonbare effecten van maatregelen als opkoopbescherming en antispeculatiebeding op het meer beschikbaar stellen van woningen voor starters? En het laatste is, toegankelijkheid is een prioriteit horen we vaak in de gemeente, zijn we als Dordrecht open voor mensen met een lichamelijke of fysieke beperking? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Laban. Mijnheer Tutupoly was mevrouw Schnabel net voor. De heer Tutupoly: Misschien even een aanvulling op één van de onderwerpen die net werd aangegeven, namelijk de zelfbewoningsplicht. Hier wordt gevraagd wat het effect is voor starters voor een woning te kopen. Ik zou het misschien iets breder willen trekken, ook wat het effect is op de huurwoningen die er zijn, want we zien eigenlijk dat heel veel van die woningen die te huur gezet waren, eigenlijk nu door beleggers verkocht worden doordat er allerlei regelgeving is en dan richt je eigenlijk heel erg op de koopmarkt.

Maar mensen die niet bij de bijl kunnen, zullen moeten huren en die huurvoorraad wordt minder. Daarnaast even het onderwerp ook van het grondbeleid. Dat zouden wij ook een hele interessante vinden. En ten aanzien van de voorzieningen in de stad, er zijn heel veel voorzieningen, ik weet niet of deze vraag bij jullie neergelegd kan worden, maar er zijn heel veel voorzieningen in de stad, waar misschien ook veel organisaties hetzelfde doen dan wel zijdelings hetzelfde doen, in hoeverre dit eigenlijk de meest efficiënte manier nu geregeld wordt?

35

De voorzitter: Dat was het, mijnheer Tutupoly? Dan mag mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Wij zouden graag nog toe willen voegen om wat nader in te gaan op jongeren en schulden, want we zien dat landelijk veel problemen ontstaan bij jongeren door onder andere schulden en daar zouden we graag ook een rekenkameronderzoek over willen. De voorzitter: Helemaal mooi. Volgens mij is bijna iedereen aan de beurt geweest, maar natuurlijk nog niet. Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Ik heb me bewust een beetje aan de achterkant laten plaatsen, want wij hebben er in de fractie over gesproken. Er is al een hele groslijst. We zijn met zijn drieën in de fractie, maar alle drie nog vrij kort actief en wij konden ook niet specifieke onderwerpen benoemen, los van wat er al in de groslijst staat om weer toe te voegen aan die lijst. Ik denk dat je ook een beetje moet oppassen dat die groslijst niet dusdanig lang wordt, dat we alleen maar onderwerpen toevoegen in plaats van het feit dat we maar drie of vier onderwerpen kunnen uitvoeren. Dus van onze kant wordt er niks toegevoegd. Tot slot nog wel de opmerking richting mijnheer Oostlander, want die noemde terecht, denk ik, we gaan onderzoeken doen, die moeten aansluiten bij de raad. Maar ik constateer dat zeven van de zestien fracties hier niet aanwezig zijn.

Dus hoe belangrijk vindt de raad het dan? Dat vind ik jammer dat er zoveel fracties niet zijn. De heer Van der Meer: Wij vinden het belangrijk. De voorzitter: Het vervelende van zo'n opmerking is altijd, dat degene die het betreft het niet horen, dat is dan weer jammer. De heer ‘t Lam: Ze kunnen het wel lezen in het verslag. De voorzitter: Ze kunnen het ook nakijken, zeker. Er zijn negen fracties, dus zeven ontbreken er. Negen fracties zijn hier. Maar ik ben het met uiteraard met u eens. Maar dat viel me al eerder op. Dank voor uw bijdrage, ook al heeft u niks nieuws aangeleverd, het was wel een waardevolle. Ik kijk nog even rond. Dan heeft iedereen in ieder geval zijn dan wel haar zegje kunnen doen. Misschien een korte reactie mijnheer Oostlander? De heer Oostlander: Er was echt een feitelijke vraag, mijnheer de voorzitter. En dat is weerbaarheid, van de heer Aarden, hoort dat tot taakgebied van de Rekenkamer? Het meest zuivere antwoord is dat moet je nog even heel goed uitzoeken. Maar het is natuurlijk wel zo dat in de hele inrichting van het Veiligheidshuis, dat een belangrijke rol is voor de gemeenten en met name in de persoon van de burgemeester, dat zag je ook in op het vraagstuk van ondermijning. Je ziet wel dat op het gebied van rampenbestrijding, calamiteitenmanagement, de veiligheidsregio natuurlijk een hele grote rol speelt.

Waarin de gemeente weliswaar in het bestuur participeert, maar niet automatisch heel makkelijk daar toegang toe heeft. Terwijl u dat zat te zeggen, zat ik te denken, het zou wel eens een leuk idee zijn om rekenkamers in onze veiligheidsregio te benaderen van, zullen we er samen eens een keer wat aan doen? Maar dat krijg je niet geschaft voor 2026, want dan moet je al die rekenkamers benaderen. Maar ik vind het wel echt een heel erg leuk idee. Wat mij opviel, is dat meerdere mensen hebben gezegd, grondpolitiek. Ik heb dat misschien uitgelokt, had ik misschien mijn grote snavel moeten

36

houden, maar er gaat natuurlijk een aanmerkelijk financieel belang speelt hier. Er gaat veel gemeenschapsgeld in om. En een echte Rekenkamer, dat vind ik, moet ook af en toe een zwaar financieel onderwerp aandurven. Daarom doen wij nu ook dingen als financiën en reserves, hebben we op die lijst staan, want dat zijn bij uitstek aandachtsgebieden waar je als raadslid, als leek eigenlijk, dat geldt denk ik voor de meesten van u, niet per definitie heel veel van afweten. En dan is het juist fijn om zoiets ingewikkelds als bij een Rekenkamer neer te leggen. Dat is in ieder geval een punt waarvan ik tegen mijn collega’s heb gezegd, dat zou ik zelfs nog wel hoog willen prioriteren. En als ik heel eerlijk ben, vind ik al die andere thema's ook wel interessant. Maar we moeten op een gegeven moment wat knopen gaan doorhakken. De voorzitter: Dat is het nadeel als er zoveel wordt aangereikt. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Even een reactie op wat gezegd werd over weerbaarheid. Sommige dingen heeft de gemeente wel degelijk mee te maken. Bijvoorbeeld ik noemde het thema klimaatadaptatie, daar valt ook onder, wat te doen in geval van wateroverlast, hoogwater en dat soort dingen. En dat zit wel degelijk in het beleid van de gemeente en heeft ook met weerbaarheid te maken. De voorzitter: Dank voor de aanvulling. Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter.

Ik wil even een aanvulling geven op de waterhoogte. Afgelopen donderdag, ik was tezamen met Pieter, vandaar dat hij die vraag ook had … In het Energiehuis waren er workshops en toevallig waren wij daar samen bij aanwezig en daar werd gezegd, we waren aan het uitzoeken wat de beste shelterplekken waren als het hoogwater was, waar we dan naartoe moeten gaan en wat zijn de beste routes? En toen was de vraag ook van, waarom zijn de dijken dan niet hoog genoeg? De dijken zijn wel hoog genoeg, alleen niet bij het kop van het land. En die is twaalf jaar geleden verhoogd, maar niet hoog genoeg. En alleen wij gaan daar dus niet over. Daar gaan de dijkgraven over en dat is eigenlijk wel een probleem. Dus we kunnen wel zeggen van die dijk moet hoger, alleen de raad gaat er niet over, maar we moeten wel de shelterplekken en de routes gaan uit lopen zoeken. Dus dat is denk ik ook iets om mee te nemen dan. De voorzitter: Dat is een tegenstrijdigheid. We gaan inderdaad niet over de dijken, maar we moeten wel zorgen dat de burgers kunnen vluchten, omdat die dijken niet hoog genoeg. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dus je zou ook de dijk nog een keer kunnen onderzoeken van, we zitten nu toch in een andere fase als vijftien jaar geleden. De voorzitter: Maar nu heb ik mijnheer Van Dam Timmers getriggerd, mijnheer Van Dam Timmers.

De heer Van Dam Timmers: Ik zou er toch wel sterk voor willen pleiten om toch ook wel als gemeenteraad bij onze leest te blijven en niet op het gebied van het waterschap onderzoeken te gaan doen, omdat we ook onze invloed als gemeenteraad daarop echt heel beperkt zijn. En je wilt toch uiteindelijk dat rekenkameronderzoek ook wel een

37

praktische toepassing vervolgens kunnen hebben voor de gemeenteraad en ons in een positie brengen dat we daar wat mee kunnen. Dit zijn bekende feiten. Dat lijkt me dan niet zinvol om dat nog los te onderzoeken en dat geldt ook voor de veiligheidsregio, wat natuurlijk niet echt een gemeenteraadsaangelegenheid is en als gemeenteraadslid kan ik er dan ook niks mee. De voorzitter: Ik denk dat u gelijk hebt wat die dijken betreft. Maar mevrouw Lammens had het meer over de vluchtroutes en dergelijke en daar gaan wij als gemeente natuurlijk wel degelijk over. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Hele kleine aanvulling. Er zijn gemeenten die weerbaarheid echt toepassen in verschillende beleidsonderdelen, dus in die zin kun je het wel breder trekken en op die manier inzetten. De voorzitter: We laten het over aan de Rekenkamer. Iemand die nog iets wil zeggen? In ieder geval ga ik vragen aan mijnheer Oostlander of hij de indruk heeft dat de Rekenkamer genoeg munitie heeft gehad. Ik schat in dat ik het antwoord wel weet, maar ik wil het graag uit uw mond horen. De heer Oostlander: Er zijn sowieso een aantal thema's genoemd waar ik zelf niet direct aan gedacht had, zoals die weerbaarheid.

Dat moet je nog heel verder uitpluizen, gaat dat over de weerbaarheid van de gemeentelijke organisatie? Gaat het over digitale weerbaarheid? Fysieke weerbaarheid? Gaat het over de weerbaarheid van de burgers? Wat doe je daar dan aan? Allemaal van dat soort issues. Dus dat zet mij aan denken, dat is een nieuw thema. Ik heb ook een aantal dingen gehoord, zoals bijvoorbeeld schuldhulpverlening voor jongeren, dat zijn thema's die heeft de Rekenkamer, denk ik een jaar of vier, vijf geleden ook al eens onderzocht en dat bracht mij tot de gedachte van, misschien zouden we voor een aantal van die thema's kunnen kijken of we niet gewoon een kleine opfris kunnen doen van wat we toen zagen en wat daar toen wat daarmee gedaan is. Dank u wel. De voorzitter: U ook bedankt. Ik denk dat ik iedereen die hier aan tafel zit hartelijk kan danken, dat ik de vergadering kan sluiten en dat ik u kan vragen of u de tafels keurig netjes leeg achter wil laten en alles op de bestemde plek wil brengen. En dan wens ik u nog een genoeglijke avond. Dank u. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 november 2025.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

N. Mol

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/929/documents/44026