2.5 2025.09.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
38
Mevrouw Zijdemans: Ik moet eerlijk zeggen dat die hele 7 doelen nu voor de eerste keer bij mij wordt gemeld, tenminste via de presentatie die je hebt gezien. Maar wij zijn van mening dat het hoveniersbedrijf niet past in deze situatie, gezien het toch echt onder een milieucategorie 3.1 valt. Wat ik vorige keer ook zei, dat het betrekking heeft op middel tot grote industrie. We hebben het nog steeds over een stiltegebied. En wat ook kwalijk is, en al heel vaak door de rechter is benoemd, is dat het wordt continu vergeleken met een recreatief bedrijf. Maar het hoveniersbedrijf is geen recreatief bedrijf. Waarom wordt deze vergelijking iedere keer gemaakt? Plus dat de oprit, die momenteel is, zoals die nu is, met de bestemming wonen en tuin, die mag eigenlijk al niet eens ten dienste staan van de huidige recreatiefunctie op het perceel, want wonen en tuin en recreatie hebben ook niets met elkaar te maken. En ik heb wederom van de Omgevingsdienst niets te horen gekregen over het feit dat het de oprit wonen en tuin betreft, en waarom hier dan bedrijfsmatige activiteiten op uitgevoerd mogen worden? De voorzitter: Wie heeft er nog meer een vraag? Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Eerder toen ik daar ben wezen kijken, kwam er ook een klein vrachtwagentje langs.
En mijn vraag is, is er überhaupt wel schade geweest aan een van jullie huizen? Zo ja, hoe kwam dat? Mevrouw Zijdemans: Het is in het verleden zeker gebeurd dat wij schade hadden aan onze woning, want onze dakgoot is er meerdere keren vanaf gereden. Daarom waren wij ook heel erg blij dat de Landbouwweg is aangelegd. Want laten we vooropstellen dat de boeren hun werk moeten kunnen uitvoeren, maar voor hen was die hele dijk ook niet fijn. En nu met dit plan gaat er weer een serieuze dijkverzwaring, betreft verkeer, worden aangelegd. En dat begrijpen wij ook niet. Er is in jullie visie opgenomen dat die dijk verkeersluw gemaakt moest worden. En dan zouden we hem nu weer opnieuw gaan verzwaren. De voorzitter: Is er nog iemand die een vraag heeft aan de inspreker? Ik kijk even heel goed en zorgvuldig grond. Nee? Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, eigenlijk meer een opmerking naar wat ik straks heb gevraagd, om de door mij ingediende vragen schriftelijk te beantwoorden. Dat zou mij, ik zeg dat zou mij reden kunnen geven om nadere vragen aan de inspreker te stellen. Maar die beantwoording heb ik nu niet. En uit het oogpunt van zorgvuldigheid lijkt me het goed dat ik exact weet wat het college beantwoord heeft op deze vragen. De voorzitter: Wat natuurlijk altijd vrijstaat om in een later stadium alsnog bij de inspreker vragen te stellen.
Mijn vraag is dan wel nu aan de commissie of jullie voldoende informatie verzameld hebben om, nog even spieken hoor, jongens, want het is een ingewikkeld … Om tot een politiek standpunt over het raadsvoorstel te komen? Of dat er nog behoefte is aan iets anders? Dat is aan u als commissie. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik zou toch hechten aan een oordeelsvormende vergadering.
39
De voorzitter: Een oordeelsvormende vergadering. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ten eerste, ik was nieuwsgierig naar de vragen van mevrouw. En ik wilde graag met de commissieleden en raadsleden op de dijk gaan kijken, om te laten zien en voelen wat de bewoners zien en voelen. De voorzitter: Uw eerste opmerking was dat u een vraag heeft aan de inspreker, of ze misschien nog een vraag heeft? Heeft u nog een vraag? Mevrouw Zijdemans: Jazeker. Mijn allereerste vraag, maar dat had ik eigenlijk al aan het begin van deze avond heel graag willen weten, klopt het überhaupt wel hoe het nu verloopt? De rechtbank heeft namelijk de vergunning met betrekking tot perceel W200, voor het vestigen van het hoveniersbedrijf, vernietigd. En ik zie nu in de conceptaanvraag vergunning, met betrekking tot het bedrijf, dat er aanvullende stukken zijn ingediend die momenteel bij u ter inzage liggen. Maar zover wij hebben begrepen vanuit de rechtbank bestaat heel deze vergunning niet meer, moet die compleet overnieuw en zou die ook niet meer onder de Wabo-voorwaarden getoetst mogen worden, maar onder de nieuwe Omgevingswet. Daarentegen klopt het wel dat de rechter het besluit heeft vernietigd op de vergunningsaanvraag voor de uitrit. Die zou wel nog bestaan. En daar zou een nieuw besluit op genomen kunnen worden.
Maar waarom ligt deze vergunning dan nu weer voor, onder de oude voorwaarden? Want dat begrijp ik niet. De voorzitter: Dat is iets wat in ieder geval de commissie niet gaat beantwoorden. Ik heb al even naar links gekeken. En ik zie geknik. Er komt een antwoord. De heer Verhees: Daar wil ik zeker op antwoorden. Het klopt inderdaad dat beide vergunningen nu vernietigd zijn door de rechter. De aanvragen zijn er nog wel. En wat zegt de jurisprudentie en de juridische literatuur daar dan over? Op het moment dat het gaat om het verduidelijken en op kleine dingen aanvullen van een aanvraag, dan mag dat onder de bestaande aanvraag. En omdat deze aanvraag nog van voor 1 januari 2024 is, want deze procedure is voor ‘24 gestart, voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, valt dat nog onder het overgangsrecht. Met andere woorden, valt dat nog onder de Wabo. En dat betekent, we hebben nu nog te maken met twee aanvragen waar nog niet op is beslist, want de besluiten zijn weg. Die zijn aangevuld en verduidelijkt op bepaalde punten, net zoals de rechter eigenlijk ook al had aangegeven. Die had aangegeven ook richting het college, college, u heeft op een aantal punten uw overwegingen niet helemaal op orde. Dat moet aangepast worden. Er was ook sprake van een tekening waar een aantal dingen niet duidelijk op waren opgetekend. Dat moest verduidelijkt worden.
Dat is aangeleverd door de aanvrager. En dat heeft geleid tot op dit moment de ontwerpbeschikkingen die nu voor u liggen en het verzoek om de verklaring van geen bedenkingen.
40
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Vries. De heer De Vries: Voorzitter, nog één vraagje. Mag dat nog even? De voorzitter: Dat was eigenlijk al voorbij, maar gaat uw gang. De heer De Vries: Misschien begrijp ik het niet hoor, maar als een aanvraag is vernietigd, dan bestaat die toch niet meer? Hoe kan je daar dan verder op doorbouwen? Misschien dat ik het niet begrijp hoor. De heer Verhees: Het gaat niet om de aanvraag. Het gaat om het besluit wat is genomen. Het besluit is weg, maar de aanvragen bestaat nog. Die zijn niet ingetrokken of wat dan ook. Die bestaan nog. En daar moet wat mee. Daar moet een besluit op worden genomen. En dat ligt nu op dit moment voor. Mevrouw Zijdemans: Er komt telkens ter sprake dat er geen andere doelen voor dit perceel waren. Maar de vorige eigenaar heeft wel degelijk bij u een aanvraag ingediend. Zij wilde een paardenhouderij, plus een bedrijfsmatige woning. Heeft ze drie voorbeelden van ingediend. Die hebben jullie allemaal afgewezen. En vervolgens haar een brief gestuurd dat zij illegaal woonde en het perceel binnen zes weken moest verlaten. En ik heb eventueel ook nog een oud dossiernummer uit 2016. De voorzitter: Ik vind dit echt iets wat niet voor nu is, want dit is iets waar onze commissie in feite niks mee kan. Mevrouw Zijdemans: Maar daarom wordt het wel heel de tijd toegestaan, dit bedrijf, omdat niemand anders er iets mee wilde.
De voorzitter: Maar dit is wel heel erg lastig, want wij hebben deze informatie allemaal niet. Mevrouw Zijdemans: Ik mocht het ook niet insturen. De voorzitter: Maar goed, ook dat is niet aan mij en aan ons. Ik weet hier ook niet één, twee, drie mee wat ik … Dit is denk ik iets waar op een ander moment even contact over opgenomen kan worden, dat jullie dat afstemmen dat daar duidelijkheid over komt. Is dat een idee? De heer Verhees: Dat gaan we verder uitzoeken. De voorzitter: Of in een zienswijze aangeven. Maar ik bedoel, misschien is het wel zo elegant om dit … De heer Verhees: Geef graag dat dossier. Als u inderdaad een kenmerk ervan heeft of een datum, dan ontvang ik die graag. De voorzitter: Dan doen we dat zo meteen even met elkaar schriftelijk. Mevrouw Van Herwijnen heeft een idee wat wij hier nu mee gaan doen, met dit stuk.
41
Mevrouw Van Herwijnen: Nee, voorzitter, ik wilde eigenlijk aangeven dat ik niet weet hoe ik nu met dit dossier om moet gaan. Want de beantwoording van het college vond ik eigenlijk onbevredigend. Want ik heb nog steeds niet het gevoel dat er een goede ruimtelijke afweging is gemaakt. Dat het eigenlijk maar een beetje maakbaar is gemaakt, naar het initiatief toe. Ik weet nu niet eigenlijk, moet ik dan richting oordeelsvormend of moet ik gewoon schriftelijk nog vragen gaan stellen? Ik zit een beetje ermee in mijn maag, voorzitter. De voorzitter: Ik denk dat het juist heel goed is om het dan oordeelsvormend te bespreken, omdat u dan het college aan de tand kan voelen waarom bepaalde besluiten wel of niet voorgesteld worden. Mijnheer Van Antwerpen gaat nu het verlossende woord spreken. De heer Van Antwerpen: Het verlossende woord? U heeft hoge verwachtingen van mij. Maar ik denk dat het goed is als het college dan wel zorgt dat de schriftelijke beantwoording van de vraag, waar mijnheer Oostenrijk het over had, ruim voor die tijd aanwezig zijn. En niet bijvoorbeeld pas op dinsdagmiddag. De voorzitter: Ik denk dat het college dat gehoord heeft. Maar als u gaat voor een oordeelsvormende bespreking, dan zit daar sowieso minimaal twee weken tussen, want volgende week hebben we raad. Dan is er iets meer tijd. Oordeelsvormende bespreking.
Ik heb daar vijf fracties voor nodig die dat willen. Eén, twee, drie, vier, vijf. Dat zijn er zes, zeven, acht. Volgens mij allemaal. Helemaal goed. Een voltreffer. Ik wil nog wel even graag een politieke vraag. En mevrouw Van Herwijnen gaat die geven. Mevrouw Van Herwijnen: Daar ben ik geen ster in, in het formuleren van politieke vragen. Maar wel zoiets van, hoe ziet de commissie het vestigen van een hoveniersbedrijf binnen onze doelstelling in de Omgevingsvisie. De voorzitter: Dat lijkt me een politieke vraag waar we alles aan op kunnen hangen. Prima. En dan gaat de griffie ervoor zorgen dat die ingepland wordt. En dan komen wij hier op een later moment weer over te spreken. Dank allemaal. Graag flesjes, glazen en andere attributen naar de plek waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 oktober 2025.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
N. Mol
42