2.5 2024.12.10 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 10 DECEMBER 2024 Vergaderzaal 1 1. Auditcommissie 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf, wethouder R. van der Linden, wethouder M. Merx De voorzitter: Beste mensen, het is 19.00 uur. Welkom bij het plenaire vragenhalfuurtje van dinsdag 10 december. We hebben vandaag een viertal vragen. En de eerste vraag is een vraag van de VVD. Die gaat over de snelheidscamera’s en 30 kilometerstraten. En mijnheer Kuhlmann gaat hem kort toelichten. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. De Dordtse VVD wil al tijden lang dat er meer gehandhaafd wordt op hardrijders, ook in 30 kilometerstraten. Afgelopen dinsdag maakte het Openbaar Ministerie bekend dat handhaven met rits palen in 30 kilometerstraten effectief is en dat flitspalen vanaf nu in heel Nederland in 30 kilometerstraten kunnen worden ingezet. En wij vinden dat heel goed nieuws, want het is hoog tijd dat we de pakkans vergroten voor scheurende verkeersaso’s in Dordtse 30 kilometerstraten. Daarom de volgende vraag aan het college, aan de wethouder van verkeer.
Wanneer gaat de wethouder aan de slag om flitspalen voor onze 30 kilometerstraten aan te vragen? Graag, bij voorkeur wat ons betreft, mobiele flitspalen, zodat we ze kunnen rouleren door al die Dordtse en Dubbeldamse 30 kilometerstraten waar verkeersaso’s veel te hard scheuren, zoals de Gravensingel, de Van Baerlestraat, het Begijnhof, de Dubbelsteynlaan, de Noordendijk, de Dubbeldamseweg, zowel zuid als noord, de Zuidendijk. En dit is slechts een selectie uit een lijst die nog veel langer zou kunnen zijn. Wij willen daar heel graag mee aan de slag. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Volgens mij is er weinig aan toe te voegen. Mijnheer Van der Linden, gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dank. Ik kondig even aan dat ik na de derde vraag opstap. Niet omdat ik geen belangstelling hebben voor de vierde vraag, maar ik moet om half acht ergens anders zijn. Dank voor de vraag.
1
Net als u waren wij ook heel blij met deze beleidswijziging. Goed idee. Wat we zien allemaal dat ze niet alleen op 50 wegen, maar ook op 30 wegen er af en toe, maar op heel veel plekken heel vaak veel te hard gereden wordt. Die handhaving moet meer aandacht krijgen. Het is niet zo dat wij nu kunnen zeggen, weet je wat ‘...’ zijn, ook dit zal net zoals bij de 50 wegen wel een zorgvuldige afweging vereisen. En daar is een beleidskader voor nodig. Dat wordt opgesteld door het Openbaar Ministerie. Maar zijn wel in voorbereiding om het gesprek te voeren, zodat we zo snel als mogelijk op kansrijke plekken het liefst een flexibele paal kunnen neerzetten. En ik denk zelf, u noemde een aantal plekken, wat in ieder geval relevant zal zijn, is ook het aantal voertuigen per etmaal. Dat helpt bij de aanvraag. En een plek noemde u natuurlijk niet, de Prinsenstraat. Dat is ook een plek waar af en toe heus wel te hard gereden wordt. Daar hebben we nou een hele mooie proef met plantenbakken. Dat kan ook werken. Maar we moeten die afweging goed maken. Tot zover. De voorzitter: Kort, maar krachtig. Dank u wel. Ik denk ook een helder antwoord, de heer Kuhlmann, toch? De heer Kuhlmann: We kijken er enorm naar uit. We houden het heel goed in de gaten. De voorzitter: Hartstikke goed. De heer Kuhlmann: Dank. De voorzitter: Dank u wel. De tweede vraag is een vraag van de SP. En die gaat over Chemours.
En mevrouw Kamphuis heeft aangegeven dat ze hem kort gaat toelichten. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. In het AD van 9 december stond een artikel, waarin vermeld werd dat Chemours een aanvraag heeft gedaan bij de provincie om 27 nieuwe soorten PFAS te mogen uitstoten. Dit betekent een forse verhoging van het aantal kilo’s uitstoot per jaar. Inspectie Leefomgeving en Transport is zeer kritisch over deze aanvraag en heeft al een negatief advies uitgesproken richting de provincie. Naar aanleiding hiervan hebben wij de volgende vragen. Eén, wat kan de gemeente Dordrecht hierin betekenen? Is de wethouder bereid om in gesprek te gaan met de provincie over deze aanvraag en daarin het advies van de ILT te ondersteunen? En twee, eerder dit jaar sprak de ILT ook al een negatief advies uit over een extra lozing op het water, waar de provincie nog geen besluit over heeft genomen. Is de wethouder ook bereid om deze aanvraag hierin mee te nemen? De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. Normaal gesproken een vraag voor mevrouw De Jonge, maar de heer Van der Linden neemt waar. De heer Van der Linden: Dank. Antwoord op de eerste vraag. En dat is natuurlijk een bekend thema. We maken samen met gemeenten Molenlanden, Papendrecht en Sliedrecht gebruik van ons adviesrecht dat we hebben bij zulk soort vergunningsaanvragen.
En in dit geval betekent het dat we heel binnenkort het advies namens onze gemeenten gaan verzenden aan de DCMR. En ambtelijk zijn we ook al in goed gesprek hierover.
2
En zoals bij eerdere adviezen dat ook het geval is geweest, krijgt u via een wethoudersbericht een afschrift van dit advies. Tweede vraag, eerder dit jaar speelde dit. En ook in dit geval hebben we gebruik gemaakt van dat adviesrecht. En u bent op 17 april geïnformeerd over ons advies, via een wethoudersbericht. Ik kan het gaan voorlezen, maar het lijkt me niet nodig. Maar het waren een stuk of vijf punten waar we beredeneerd hebben aangegeven hoe wij erin staan. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Mevrouw Kamphuis, korte vervolgvraag. Mevrouw Kamphuis: Heel kort. Hoe heeft de provincie daarop gereageerd en DCMR? De heer Van der Linden: Dat weet ik niet. We kunnen in ieder geval laten nagaan of daar een reactie op is geformuleerd. De voorzitter: En dan komt die schriftelijk onze kant op, neem ik aan. Dank u wel. Dan gaan we naar de derde vraag. En die komt van het CDA. En die gaat over het parkeren bij de Sportboulevard. En als het goed is, gaat mijnheer Oostenrijk de vraag kort toelichten. Gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Voorzitter, het zijn trouwens twee verschillende vragen, maar even dit terzijde. Maar eerst over de Sportboulevard. Het CDA Dordrecht heeft gehoord dat vrijwilligers van sportverenigingen problemen ervaren met het parkeren bij de Sportboulevard. En dat hierover een brief is gestuurd door de voorzitter van het gebruikersoverleg.
Zij stellen dat de huidige compensatieregeling voor topsporters en vrijwilligers wordt afgebouwd, terwijl de parkeertarieven ook komend jaar gaan stijgen, vanaf 2023 met 50 procent. Met alle gevolgen van dien voor de inzet van vrijwilligers en de continuïteit van de verenigingen. Het CDA wil dat de huidige compensatieregeling voor parkeren blijft bestaan. De vragen zijn, welke stappen gaat het college zetten om de parkeerproblemen van de vereniging op te lossen? Vindt het college dat het huidige bedrag voor compensatie voldoende is, zowel nu als in de toekomst, wanneer er een nieuwe parkeergarage komt? Is het college het met het CDA eens dat de communicatie over de planning van parkeerwijzigingen richting sporters, personeel, bezoekers van het ziekenhuis en toekomstige bewoners van het gebied verbeterd kan worden? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Ik ga weer naar de heer Van der Linden voor een antwoord. De heer Van der Linden: Dank u wel. Dank voor de vragen. We kennen de brief. Die hebben we inderdaad ook ontvangen. U stelt daar drie vragen over. Het klopt, we hebben sinds 2011 een apart parkeerregime op deze plek, op het Gezondheidscentrum en Sportboulevard parkeerterrein. Daar is destijds ook een regeling voor de vrijwilligers voor in het leven geroepen om die parkeerkosten, die op zich niet heel hoog waren, maar om die wel te compenseren.
Feit is dat we de laatste twee jaar de tarieven hebben verhoogd. Het potje wat daarvoor bestemd was, dat is in de afgelopen jaren nooit opgekomen. Dat is nu voor het eerst wel opgekomen. En dat is natuurlijk aanleiding om dan te kijken wat we ermee gaan doen. Want er is geen doel, zoals kennelijk in de brief heeft gestaan, zoals u hem weergeeft, om die regeling af te bouwen. Dat is niet de bedoeling. We gaan in gesprek om te kijken hoe we hiermee om kunnen gaan. Dat is de eerste vraag. Het tweede, wat daarmee samenhangt, is natuurlijk wel, we zien allemaal
3
dat een aantal sporters van wat verder weg moeten komen. Sommige sporters hebben ook zware spullen bij zich. Dan is de fiets niet zo’n voor de hand liggend vervoermiddel. We gaan natuurlijk wel even kijken, is de huidige regeling nog helemaal nodig of kun je ook andere dingen doen? Maar daar gaan we over in gesprek. Ook over de hoogte daarvan. Hij stelt ook een vraag over de communicatie. Vorig jaar hebben we voor het eerst in lange tijd de tarieven verhoogd. En toen gaf het gebruikersoverleg aan van, hier zijn we niet vooraf over geïnformeerd. Dat vonden we zelf ook erg slordig. Toen is ook al aangegeven dat we ook in ‘25 een verhoging zouden doen. En in de zomer is nog een brief gestuurd over die tariefsverhoging. Daarbij we hebben nog niet het gesprek gevoerd over de compensatieregeling. Maar dat gaan we wel doen. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. De heer Oostenrijk: Korte vervolgvraag, voorzitter. De voorzitter: Een korte vervolgvraag. De heer Oostenrijk: De wethouder heeft gezegd, we zijn niet van plan om af te bouwen. Maar dat is iets anders dan de vraag of er compensatie kan komen in relatie tot de tariefsverhoging. Dat is heel iets anders. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Linden: Maar in de brief stond, tenminste zoals u hem weergaf, dat die afgebouwd zou worden. En dat is niet het geval.
We gaan met de gebruikers in gesprek over de hoogte van het potje. En ook of er naast de auto nog andere vervoersmiddelen zijn. Dat gaan we natuurlijk ook altijd vragen. Maar we zijn van mening dat vrijwilligers heel belangrijk zijn, ook in de sport. En dat je daarom moet kijken wat je daaraan kan doen. De voorzitter: Dank u wel voor nu. Dan hebben we nog een vierde vraag. En die komt ook van het CDA. En dat is een vraag over de verlichting bij de Kuipershaven. En dat is ook een mijnheer Oostenrijk die de vraag toelicht. Gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Dank u, voorzitter. Het CDA Dordrecht heeft meldingen gekregen over de slechte verlichting op de Kuipershaven. Zeker nu tijdens de Dordtse Decemberdagen. Hierdoor komt dit mooie, historische stadsgebied minder goed tot zijn recht. Ook de verlichting van de historische Damiatebrug is nu niet in werking. De vraag is, wat vindt het college ervan dat de karakteristieke, historische brug niet verlicht is? En is het college voornemens hier iets aan te veranderen? Dit ook in tegenstelling dat vorig jaar de Damiatebrug wel was verlicht. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Ik ga naar de heer Merx voor de vraag. Wethouder Burggraaf, oortjes uit, ga zitten. En we hebben een mooie vraag voor u. U kent de vraag wel al.
De heer Burggraaf: Ik heb het gehoord op de oortjes, maar die schijnen een minuut achter te lopen, heb ik nu ontdekt. Een beetje tegenwind.
4
De voorzitter: Wethouder Burggraaf, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Dat ging over een vraag over de Damiatebrug, toch, en de verlichting. Allereerst fantastisch dat het licht in de binnenstad zoveel aandacht kreeg. Want vorige week werd er ook al een vraag over gesteld. Ik heb ook al een vraag van dezelfde strekking van de heer Schalken beantwoord. En het is een prachtige brug. We hebben ook de Lange IJzeren Brug, die nu heel mooi verlicht is. Dat was zo’n groot succes vorig jaar dat we dat nu de komende vijf jaar op dezelfde wijze kunnen voortzetten. En ik ben het met u eens dat ook dat deel van de stad het verdient om mooi verlicht te worden. We hebben ook maar een bepaald budget. Daar moeten we keuzes in maken. Daar is de Damiatebrug niet in betrokken, voor dit jaar. Maar we hebben het bij het Binnenstadsbedrijf en de POBD aangekaart. En die zullen volgend jaar kijken of ze ook deze brug in de verlichting mee kunnen nemen. En of er koppelkansen ontstaan in de toekomst om ook deze brug mooi uit te lichten in onze historische binnenstad. De voorzitter: Dank u wel. Een korte vervolgvraag? De heer Oostenrijk: Het is eigenlijk meer een oproep om toch te bewerkstelligen om dat zelfs deze winter nog in gang te zetten. Want u heeft met prachtige woorden ook kenbaar gemaakt dat vele Amerikanen ons bezoeken inmiddels. Velen komen dan bij de Merwekade binnen.
En dan komen ze via het Groothoofd de Kuipershaven binnen. En dan vallen ze in het donker. De voorzitter: Nog kort, mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Niet helemaal in het donker, want we hebben hem wel van onderaf verlicht. Het is niet heel erg zichtbaar. Maar als je in ieder geval op het water een rondvaart doet, dan zie je dat wel. Ik vind het erg mooi dat er zoveel toeristen de stad in gaan. En ik snap uw pleidooi, maar voor dit seizoen is het echt te kort dag. Dat gaat niet lukken. Nogmaals, de wens om de brug mooi uit te verlichten, die delen we. Die ligt ook op tafel. En dan gaan we kijken hoe we daar invulling aan kunnen geven. Maar voor deze winter is dat te kort dag. De heer Oostenrijk: Maar voorzitter, volgend jaar kunnen we erop rekenen? De heer Burggraaf: Ik ga niet treden in de aanpak die vanuit POBD en het Binnenstadsbedrijf wordt gedaan. Dat wordt daarin meegenomen, in die verlichting. Maar ik ga in ieder geval daar wel een warm pleitbezorger van zijn, want ik deel wel de analyse die u heeft gemaakt en de heer Schalken over de mail ook al kenbaar maakte. En als we kijken naar onze visie op de binnenstad, dan is de Wolwevershaven daarin ook echt een belangrijk gebied, die weer een ander type verblijf biedt. We hebben een mooi kernwinkelgebied. Maar dat is juist wel een mooi feeëriek deel van de stad, die het ook verdient om uitgelicht te worden.
Nogmaals, die wens en die behoefte deel ik. Een keiharde toezegging doe ik niet, want uiteindelijk binnen een totaalbudget moet je afwegingen maken. Maar dat deze plek daarin een sterke voorkeur verdient, dat deel ik met u. De voorzitter: Volgens mij is het signaal duidelijk geweest. Dit waren de vragen voor vandaag. Ik wens u een prettige vergaderavond.
5
3. Beantwoorden door het college van artikel 39-vragen RvO van de heren Kolkiliç (DENK), Katif (Beter voor Dordt), Gündogdu (OOE), Stam (FvW) en mevr. Stolk (VSP) over Ontwikkelingen huisvesting Nestas en H3OAntwoordbrief artikel 40/41 Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Portefeuillehouders: wethouder W. Van der Kruijff Overige aanwezigen: dhr. Batasu, mevr. De Haan, De heer Karaca, mevr. Levering, dhr. Bomius De voorzitter: Dames en heren, goedenavond. Ik begrijp van de griffier dat mijn gong het niet doet. Dat wil ik ook zeker weten natuurlijk. Doet het niet. Welkom bij deze commissie, die gaat over de beantwoording door het college van artikel 39-vragen over ontwikkelingen huisvesting Nestas en H3O. Ik ga even een voorstelronde doen. Links van mij mevrouw Vermeulen van de griffie. Dan krijgen we de heer Batasu, mevrouw De Haan en de heer Karaca. Dat zijn alle drie ouders die met de betreffende scholen te maken hebben. Daarna krijgen we mijnheer Van Pelt van Forum.
Mevrouw Van Engelen en de heer Bootsman van GroenLinks. Mevrouw Boom van de VVD. Mijnheer De Heer van de CU/SGP. Mijnheer Gorter van Op Ons Eiland. Mijnheer Hartmeijer, SP. Mijnheer Kolkiliç en de heer Ayverdi zit iets verderop van DENK. Dan krijgen we de heer Katif en mevrouw Jager van Beter voor Dordt. Mevrouw Stolk en mevrouw Striebeck van de VSP. De heer Oostenrijk van het CDA. En nou ben ik het kwijt. Mevrouw Levering van de ambtelijke organisatie en de heer Bomius. En mijn naam is Irene Koene. Dat was dat. De toelichting waarom we hier bij elkaar zijn. De fracties DENK, Beter voor Dordt, Op Ons Eiland, Van Waardhuizen en VSP hebben artikel 39vragen gesteld over de ontwikkelingen bij huisvesting van scholen van Nestas en H3O. En de Agendacommissie heeft besloten de beantwoording van die vragen door het
6
college te agenderen voor een beeldvormende vergadering. En voor het gesprek zijn ook vertegenwoordigers uitgenodigd van de ouders van de scholen, die ik net voorgesteld heb. Die hebben een brief gestuurd ook aan de gemeenteraad. En die zit bij de vergaderstukken. De besturen van Nestas en H3O zijn uitgenodigd. Zij hebben aangegeven niet aanwezig te zijn. Zijn wel bereid om schriftelijk te reageren op eventuele vragen die beantwoord zouden moeten worden. Hun reactie is overigens toegevoegd aan de stukken. Voordat ik de gasten aan tafel het woord geef om een korte toelichting te geven op hun brief, wil ik graag eerst de voorzitter van de CTOO het woord geven, om even vanuit die context de commissie toe te spreken. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. De Commissie Toezicht Openbaar Onderwijs, het CTOO, werd genoemd in zowel de artikel 39-vragen als in het agenderingsverzoek. En als voorzitter van deze commissie hecht ik er waarde aan om kort iets toe te lichten. Als CTOO waarderen we het natuurlijk in algemene zin om door de drie onderwijsstichtingen Nestas, Dalton en Johan de Witt tijdig geïnformeerd worden over belangrijke ontwikkelingen. En tegelijkertijd is onze rol als CTOO wel echt slechts beperkt tot het waken over de kwaliteit en de continuïteit van het openbaar onderwijs in onze stad.
En daarnaast is er een informatieplicht richting het CTOO over mogelijke negatieve ontwikkelingen. Maar dan ook is de Raad van Toezicht van de school zelf eerst verantwoordelijk om de risico's in te schatten. Ook is het goed om te vermelden dat het CTOO enkel belast is met het toezicht op het openbaar onderwijs en daarmee niet op het toezicht op H3O. We begrijpen dat deze ontwikkelingen hinderlijke gevolgen hebben voor de leerlingen en hun ouders. Maar wat het CTOO betreft, is deze ontwikkeling in de basis geen aanleiding voor het vooraf informeren van het CTOO, zoals dat bijvoorbeeld ook bij andere sluiting, nieuwbouw of samenvoeging van schoollocaties niet altijd het geval was. Maar vooral zijn we van mening dat het niet noodzakelijk was, omdat de kwaliteit en de continuïteit, zoals genoemd, van het openbaar onderwijs hierdoor niet in het geding is. En tegelijkertijd herkennen we ontstane onrust onder ouders en luisteren we ook namens het CTOO vanavond met interesse naar alle informatie rondom deze ontwikkelingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik graag de ouders de... Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Als wij vragen hebben over het CTOO, moet je dat dan nu doen of moet dat op een ander moment? De voorzitter: We hebben het nu niet over het CTOO. Maar als u een vraag heeft aan de heer De Heer, dan nee, oké, prima.
Dan wil ik graag de gelegenheid geven aan een van de ouders, alle ouders, ik weet het niet wat precies de bedoeling is. Aan twee ouders om een korte toelichting te geven op uw brief. Ik zou zeggen, gaat uw gang. U kan het middelste knopje indrukken en dan... Zie, dat werkt. De heer Batasu: Kijk eens. Ik heb het genoteerd. Ik ga het even voorlezen. Zo. Even kijken. Hallo en bedankt dat we uitgenodigd zijn. Ten eerste wil ik aangeven dat het bestuur van H3O zeer amateuristisch heeft opgetreden tegenover de ouders, tegenover
7
ons. Tijdens de informatieavond bleek duidelijk dat zij geen antwoorden hadden op vragen die zij niet hadden verwacht. Ze waren de kluts kwijt en lieten de PowerPointpresentatie niet eens zien, waarbij ze snel door de pagina's heen sloegen. 3 weken eerder, dat was begin oktober, was er een informatiebijeenkomst over de komst van de flexwoningen. Dat weten jullie wel. En daar werd een duidelijke vraag gesteld, waar moeten de kinderen naar school? Het antwoord was dat de kinderen met de schooldiensten buiten Wielwijk naar school zouden gaan. En binnen 3 weken horen wij als ouders en de docenten van de school ook dat wij de school moeten verlaten en onze kinderen buiten de wijk naar school moeten sturen. Dat is 1 plus 1 is 2. Het antwoord was al bekend. Maar in de loop van de tijd zullen wij met zijn allen zien dat het waar is. Wij hebben niks tegen de vluchtelingen, maar omdat onze kinderen de dupe zijn dat is een vraagteken bij ons. Dat is mijn mening, laat dan een flexschool bouwen naast de woningen. Want de flexwoningen worden wel geplaatst. En waarom geen flexschool? Dat is even een korte samenvatting van de bijeenkomst en een korte toelichting op onze brief. En ten tweede, ik heb het uitgezocht, er zijn 36 basisscholen in Dordrecht. Basisscholen, geen speciaal onderwijs, maar echte basisscholen in Dordrecht. Waarvan slechts 2 openbare en 1 christelijke school in Wielwijk.
In de verhouding is dat heel weinig vergeleken met andere wijken. Ik zou zeggen, doe eens even een check in Google Maps. Daar kan je gewoon zoeken naar basisschool. Dan zie je het zelf. Dan komen ze gewoon als een champignon, paddenstoel naar boven. Wielwijk heeft ongeveer 6.300 inwoners, waarvan 1.200 kinderen in de leeftijd van 0 tot 15 jaar. Dat is exclusief de nieuwe buurt Dordts Buiten en Amstelwijck. Die is nog in de realisering. Dat wordt gebouwd. Ik heb de Structuurvisie, ikzelf, Dordrecht 2040 en het Mobiliteitsplan 2040 gelezen. Het ziet er gewoon in principe heel goed uit. Echter de komst van de flexwoningen en het verdwijnen van 1 basisschool vormen een duidelijke tegenstelling met de visie die 10 jaar geleden is opgesteld. Als er een school verdwijnt en er tegelijkertijd nieuwe woonwijken komen, zullen er mobiliteitsproblemen ontstaan. Dit terwijl in het Mobiliteitsplan voor Wielwijk duidelijk staat aangegeven dat de huidige straten niet voldoende capaciteit hebben voor veel autoverkeer. De mensen die er komen wonen zijn meestal starters met kleine kinderen en die in verwachting zijn. En die hebben vaak al 2 auto's. En ze gaan niet met kleintjes op de fiets, maar in een auto naar school. We leven gewoon in 2024. Toen ik 8 was, 9 was, 9 jaar oud ging ik zelf alleen in de bus van Noordendijk naar Krispijn. Maar ik heb zelf een dochter van 8.
Ik laat haar niet alleen in een bus, eerlijk gezegd. Vroeger kon dat wel, maar nu niet. Ten derde, de toekomst van de kinderen staat op het spel. De prestaties en het zelfvertrouwen van de kinderen kunnen afnemen door de verandering in hun omgeving. Bovendien zullen de klassen in de omliggende scholen overvol raken, wat de kwaliteit van het onderwijs negatief kan beïnvloeden. Kortom, we staan voor een uitdaging waarin we moeten zorgen dat de voorzieningen en de infrastructuur van Wielwijk in balans blijven met de groei van de wijk. Ik hoop dat we dan samen tot een oplossing kunnen komen die in het belang is van alle inwoners, gemeente Dordrecht en vooral de kinderen van Wielwijk. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Wat is een idee? Wilt u direct al een vraag stellen aan de heer Batasu of zullen we eerst de heer Karaca ook laten spreken of mevrouw De Haan? Sorry, excuus. Zullen we dat eerst doen? Mevrouw De Haan, gaat uw gang.
8
Mevrouw De Haan: Dank u wel. Zoals Ali aangaf, eind november heeft het bestuur van H3O aangekondigd basisschool De Fontein, locatie Wielwijk, te willen sluiten. Zij zijn al eerder voor deze beslissing komen te staan. Dat is tien jaar geleden. Toen die tijd werd er besloten dat het belangrijk was dat in deze wijk vooral christelijk onderwijs vertegenwoordigd bleef. Mijnheer kwam en de beslissing kwam onverwacht en zonder voorafgaande signalen dat de school niet rendabel zou zijn of dat de sluiting overwogen zou worden. Het gebrek aan communicatie heeft veel vragen en zorgen bij ons als ouders, personeel en betrokkenen opgeroepen. Basisschool De Fontein is van cruciaal belang voor de wijk. Dat gaf mijnheer al aan. Het biedt als enige christelijke onderwijsvoorziening in Wielwijk, in Crabbehof een plek waar leerlingen, en dat vinden wij heel belangrijk, uit diverse achtergronden samen leren en groeien. Deze kleinschaligheid is juist een kracht. Kinderen krijgen persoonlijke aandacht en er is ruimte voor inclusiviteit. De school is een voorbeeld van harmonie tussen culturen en sociale klassen, waar zowel christelijke als islamitische leerlingen zich thuis voelen. Ook heeft de school met succes kinderen uit de Oekraïne opgevangen, wat aantoont hoe flexibel en toegewijd ons team is.
Het besluit van H3O is genomen zonder noemenswaardige betrokkenheid van ouders, personeel of de medezeggenschapsraad. Er zijn geen inspanningen geleverd om samen te zoeken naar oplossingen voor mogelijke problemen. En dit vinden wij heel zorgwekkend. Zeker gezien de veranderde demografie in Wielwijk, waar, wat mijnheer al aangaf, duizenden nieuwe woningen worden gebouwd. Dit zou voor ons gevoel kansen moeten bieden voor onze school, zodat voor onze kinderen de veiligheid gewaarborgd blijft. Ook speelt bij ons de vraag, hoe kan het zo zijn dat wij als getroffen school als laatste worden meegenomen in het besluit? Ons is ter ore gekomen dat het gebouw aangewezen zou worden aan de Albatros. Deze vraag hebben wij herhaaldelijk gesteld aan de heer die ons dit verhaal kwam vertellen. Mijnheer zei dat er nog geen nieuwe ideeën waren over waar het gebouw naartoe zou gaan. Wij hadden werkelijk onze kont op de bank geplaatst en we kregen in ons oudersysteem onder onze ogen dat het gebouw toegekend zou worden aan de school naast ons, De Albatros, omdat deze school uit zijn voegen barst.
Aan ons is de vraag, waarom is er nooit iets gedaan? Of tenminste bij ons ligt de vraag, waarom is er nooit iets gedaan aan, zet deze school op de kaart? Waarom zie je alleen maar dingen over De Albatros en niet van onze school? Onze kinderen zijn doelbewust op die school geplaatst, omdat ze extra begeleiding nodig hebben. En dat is iets waar het heel erg al aan tekortschiet in het onderwijs. Zij noemen het een schaal van kleine veranderingen, maar voor ons heel groot. Zoals mijnheer ook al aangaf, de veiligheid en de socialiteit van onze kinderen wordt hiermee tenietgedaan. Dank jullie wel. De voorzitter: Ik wil jullie beiden heel erg bedanken voor jullie inbreng. Het is best dapper om dat te doen op dit podium. Ik zie mijnheer Hartmeijer al zijn vinger opsteken. Die weet nog helemaal niet wat ik wil gaan zeggen. Inderdaad, of er vragen zijn. Maar deze commissie, of tenminste deze bijeenkomst staat ook geagendeerd als een gesprek. En in die zin wil ik dat nog even benadrukken. En natuurlijk kunnen er vragen gesteld worden. Laat ik dan maar met mijnheer Hartmeijer beginnen. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Eventjes ter opheldering. Want ik hoorde de heer Batasu zeggen, wij vermoeden dat kinderen uit Oekraïne dan daar les krijgen. Maar de
9
gemeente zegt, het heeft helemaal geen relatie met dit onderwerp. Mijn vraag is, wat voor informatie heeft de heer Batasu dan? Misschien dat wij iets niet weten. Maar er zit nu een soort tegenstelling in. Daar iets meer opheldering misschien over. De heer Batasu: Ik denk nog steeds hoor. Ik sta gewoon achter mijn punt. Daar komen gewoon vluchtelingen. De heer Hartmeijer: Maar heeft de heer Batasu daar concrete aanwijzingen voor? De heer Batasu: Een bewijs? Bewijs heb ik niet. Hoeft ook niet. Dat was gewoon duidelijk. Op 2 oktober werd die vraag gesteld door een van de bewoners daar in de wijk. Terechte vraag. Waar gaan die kinderen van die vluchtelingen heen? Hadden ze geen antwoord op. En binnen drie weken zijn we gewoon uitgenodigd met een bericht op Parro, digitale uitnodiging, morgen hebben we een informatiebijeenkomst. Het eerste wat die directeur zei, we gaan de school sluiten. Ik stak mijn vinger op. Heeft dat te maken met de komst van de flexwoningen? Had hij geen antwoord op. Werd hij gewoon rood. Alles haalt hij gewoon door de war. Hij ging niet meer presenteren wat er allemaal gepresenteerd werd. Zo begon het. Ik ben niet dom. Maar we hebben niks tegen de vluchtelingen. Onze kinderen moeten gewoon de school verlaten. Dat is het. Ze moeten gewoon naar een andere wijk. Eentje heeft geen vervoer. Ik ken heel veel ouders, die hebben geen auto's.
Die zeggen, waar moet ik heen met mijn kinderen? Naar Krispijn of naar Sterrenburg. Die heeft geen vervoer. Op de fiets? Met drie kinderen op de fiets. De voorzitter: Dank u wel. Heeft er nog iemand... mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal vraagjes. De scholen hebben natuurlijk besloten om samen te gaan. En zoals de heer Hartmeijer net al zei, de gemeente zegt, dat heeft er helemaal niks mee te maken. De scholen beslissen, wij gaan daar weg op die locatie. En de gemeente beslist, daar komen flexwoningen. Dat staat volgens de antwoorden van de gemeente los van elkaar. Ik heb er een vraag over. U had het net over extra begeleiding op school. Ik vroeg mezelf af of het echt gaat om een school waar ook extra begeleiding geboden wordt? En daarnaast, zijn er al eerdere redenen gegeven om de school, zodat verplaatst wordt, of kreeg jullie dat echt pas te horen toen het ook al bekend was van de flexwoningen, om het zo maar te zeggen? Dank u wel. Mevrouw De Haan: Het is zo dat mijnheer op een gesprek is geweest, voordat wij te horen kregen dat de school zou gaan sluiten. Een voorgenomen besluit, zo noemde mijnheer dat ook. En eerder werd er in zijn vergadering... En daarom versterkt het zijn vermoedens heel erg. Dat die school daarvoor wordt gebruikt.
Dat komt, omdat er eerder een gesprek heeft plaatsgevonden met mensen uit die wijk, in de naaste omgeving. Vervolgens is er op de openbare school naast ons een vergadering een week daarvoor geweest. Zij waren al op de hoogte dat zij het gebouw toegekend zouden krijgen. En dat frustreert ons heel erg. Op een donderdag kreeg de MR het te horen, op een vrijdag werden de leerkrachten geïnformeerd en op een dinsdagavond daaropvolgend zaten wij daar en kwam mijnheer met dit besluit. Voorafgaand is ons nooit iets ter ore gekomen. Wij hebben altijd normaal gecommuniceerd, ook met de leerkrachten. En wat betreft de extra begeleiding, doordat de school zo kleinschalig is, is
10
er meer aandacht voor de kinderen en worden signalen sneller opgevangen en zijn zij krachtig in het apart nemen van bepaalde leerlingen. Mijn kind is hoog sensitief. Die heeft deze begeleiding nodig. En daarom vind ik het zo fijn en heb ik voor deze school gekozen, omdat het gewoon heel kleinschalig is en dat de communicatie niet... Dat het niet heel lang duurt voordat er actie ondernomen wordt tegenovergestelde van het kind. En dat vinden wij gewoon heel fijn. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw gaf net aan, kleinschalige school. En in de krant had een van de bestuurders van de instellingen een interview waarin zij aangaven dat juist door te weinig leerlingenaantallen ze gaan fuseren. Hoeveel klaslokalen zijn er eigenlijk? Mevrouw De Haan: In het gebouw waar wij nu zitten, zijn er officieel 6 lokalen. Zeg ik dat goed? Ja, 6 lokalen. Aan de overkant hebben wij kleinere gebouwtjes. En daar zouden normaal de kleuters en de peuters geplaatst worden. Maar doordat we zo kleinschalig zijn, gebeurt dat allemaal in één gebouw. Wij hebben gecombineerde klassen. In één gebouw zitten de peuters tot en met groep 8. En dat is ook de reden waarvoor wij niet kunnen uitgroeien, denk ik zelf, tot een school van 200 leerlingen, omdat die ruimte er niet is. En dit is altijd zo geweest.
En bij ons speelt nu de vraag, waarom nu? En de mijnheer die de presentatie kwam geven, hoe gortig het klonk, zei hij, kwalitatief onderwijs wordt hier niet geboden. En dat komt bij ons als ouders heel hard aan, omdat wij weten dat onze kinderen begeleid worden, zoals ze begeleid horen te worden. En vervolgens zet je de leerkrachten voor ons gevoel ook een beetje voor... Hoe moet ik het benoemen netjes? Ik zal het maar niet benoemen. Ik denk dat we dat allemaal wel kunnen invullen. En toen vroeg ik hem, maar wat is kwalitatief onderwijs? En meerdere malen kon mijnheer mij daar geen antwoord op geven. Het was zelfs zo heftig... En dan vind ik als bestuurslid van de Raad van Bestuur van H3O of Nestas dat je daar wel tegenover ouders staat die verantwoordelijkheden tegenover hun kinderen hebben en wel normale antwoorden kan geven. En hij verwees steeds naar een onafhankelijk persoon die naast hem stond. En die probeerde de orde te handhaven. Ik vind het ronduit zwakzinnig als je een paar ouders die heel geëmotioneerd antwoorden niet normaal te woord kan staan. En dan later ook nog moet horen dat mijnheer zich bedreigd voelde en eigenlijk de wijkagent erbij geïnformeerd had. Dat vind ik als bestuurslid van een bestuur, met zo'n zwaar iets wat je naar ouders moet brengen, persoonlijk gezegd zwakzinnig. De voorzitter: U heeft daar een aanvulling op, want anders dan ga ik namelijk...
Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ook dank natuurlijk aan de insprekers. Ga er maar eventjes zitten, zou ik zeggen, met best wel een beladen onderwerp ook voor jullie als ouders. Ik hoor jullie zeggen dat die kinderen extra aandacht nodig hebben. We hebben met een aantal partijen vragen daarover gesteld. En ik hoorde net over Oekraïense kinderen. Volgens mij het antwoord, het ligt in de lijn der verwachting dat de Oekraïense kinderen te zijner tijd naar school gaan in de wijk waar ze wonen. Maar wat doet dat met uw kinderen als zij de wijk uit moeten of eventueel weg van die school?
11
De heer Batasu: Bij mij kinderen doet het gewoon niks, omdat mijn kinderen ook vrienden en vriendinnen hebben op locatie Krispijn. Maar de andere kinderen wel. Zij willen gewoon niet naar Krispijn. En zij willen ook niet aan Sterrenburg. Ik heb de ouders ook gesproken. Zij willen gewoon in de buurt blijven. De school ernaast, De Albatros, is al overvol. En dan gaan een stuk of 20, 30 daarheen. Wat gebeurt er dan? Overvolle klas. En misschien krijgen ze daar ruzie, worden ze gepest. Want een nieuwe leerling wordt altijd gepest. Niet altijd. Dat komt wel vaker voor. Nieuwe leerlingen, nieuwe klasgenoten worden gewoon een soort... Het is geen discriminatie, maar gepest. Laat ik maar zo zeggen, gepest op school. Dat kan gewoon gebeuren. En de kans dat dat gebeurt, is zeer hoog. En het is een andere omgeving voor de kinderen. Ik heb een ouder gesproken. Haar dochter zit in groep 7. En zij heeft, als het goed is, volgend jaar een Cito-toets. En zij moet de school verlaten naar een nieuwe omgeving. Dan zit ze gewoon in groep 8. En ze presteert heel goed. Nieuwe omgeving. Nieuwe klas. Misschien vindt ze het niet leuk. Volgend jaar, volgend seizoen. Dan haalt ze gewoon een lagere score dan wat er verwacht werd. Dat vind ik gewoon erg voor de ouder en voor de dochter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Heer. Aanvulling. Mevrouw De Haan: Een aanvulling inderdaad.
Want als mijnheer het heeft over kinderen met dat soort problematiek, dan spreek ik over mijn eigen kind. Ondanks dat zij hoog sensitief is, heeft zij ook moeite met binding, met vertrouwen opbouwen. En ik denk dat als ik haar uit dat kleine groepje haal en in een grote groepering gooi dat zij verdwijnt in de massa. En dan ben ik bang dat het nog minder goed gaat met mijn kind, als dat het nu gaat. De voorzitter: Zeker. De heer Karaca: De Fontein Wielwijk moet je eigenlijk zien als een soort familieschool. Even zo gezegd. Er zijn volgens mij daar iets van 70, 75 leerlingen op dit moment. En wij zijn ondertussen ook verhuisd naar een andere wijk. Alleen de reden dat wij daar gebleven zijn, is eigenlijk de kwaliteit van de docenten, de omgeving. Het is eigenlijk een warm bad voor hen. Of wij dadelijk als de school gaat sluiten daar problemen mee hebben, weet ik niet. Maar als ik geografisch kijk naar de mensen die in Wielwijk wonen en dan met name Wielwijk, Zeehavenlaan en noem maar op, heeft 70, 80 procent bijvoorbeeld geen auto. Hoe ga je dat realiseren met kleine kinderen? Is daarover nagedacht? Hoe gaan de kinderen dadelijk bijvoorbeeld naar de stad? Moet er gefietst worden in december, in november, in januari? Daar moet wel goed naar gekeken worden, denk ik.
Als je een school in Sterrenburg gaat sluiten, dan heb je toch een bepaald niveau van mensen dan als je een school gaat sluiten in Wielwijk. Daarin ook financieel en qua opleiding. En die mensen komen dan echt in een andere omgeving. En natuurlijk, mensen moeten uit hun comfortzone. Maar ik weet niet of dat handig is bij zo’n school, waar al jaren, wat ik heb begrepen al een jaar of 30, 40, waar de omvang van het totaal aantal leerlingen eigenlijk tussen de 70 en 90 schommelt, daar nu een besluit over gemaakt wordt om dat te gaan sluiten. Of het door de vluchtelingen komt, die discussie laat ik even terzijde. Maar er moet wel nagedacht worden over de toekomst van die kinderen. En mijn dochter zit in groep 6. Voor haar zal het ook een stap worden dadelijk. Wat gaat dat doen richting de Citotoets en met haar toekomst? Als dat beïnvloed wordt door zo een drastische verandering, wie ga ik dan aansprakelijk stellen op dat moment? En mijn oudste dochter kan daar wel wat makkelijk mee omgaan. Die
12
gaat volgend jaar naar de middelbare. Maar mijn tweede kind is toch wel gevoelig met veranderingen. En dat zijn toch wel drastische veranderingen voor haar, denk ik, waar ze moeilijk mee zal omgaan. Vandaar even mijn aanvulling. De voorzitter: Dank u wel. Even voor de volledigheid merk ik op dat dit wel wordt opgenomen. Enige persoonlijke gegevens van mensen, dat zeg ik ook even in jullie richting, wordt dan natuurlijk wel vastgelegd. In het kader van de privacy misschien opletten. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank aan de gasten en ook jullie inspreken. Ik hoor twee dingen, onvrede over het besluit, maar ook over de communicatie in de weg daarnaartoe of de korte weg daarnaartoe. En het kan natuurlijk dat sowieso een schoolbestuur besluit, er gaat een verandering plaatsvinden of er wordt een school gesloopt, er wordt nieuw gebouwd of er sluit iets. Dat gebeurt vaker, ook in Dordrecht. En dat is niet altijd een democratisch proces natuurlijk ook, dat ouders daar met elkaar een meerderheid van stemmen in hebben per se. Dat besluit zou op verschillende manieren genomen kunnen worden. Dan heb je ook het proces ernaartoe. En daar hoor ik bij jullie beiden ook wel onvrede over.
Even los van de uiteindelijke besluiten die nu zijn genomen, hoe ze voorliggen, ben ik even benieuwd, wat voor andere rol hadden jullie willen hebben als ouders die niet per se in het proces zitten van meerderheid stemt? Maar hoe hadden jullie dan je rol gewenst?
Mevrouw De Haan: Ik denk dat wij sowieso heel erg geschrokken zijn van het besluit. Vooral omdat er voorafgaand niks gecommuniceerd is. En dat riep ook heel veel vragen op bij de ouders, omdat er werd gezegd, tien jaar geleden hadden we deze locatie al moeten sluiten. Maar om het christelijk onderwijs te willen blijven vertegenwoordigen in de wijk hebben we ervoor gekozen om het te laten. Vervolgens kregen we te horen, en dat weten we allemaal, dat de bezuinigingen in het onderwijs heel groot zijn. En dat door coronagelden, zo zei mijnheer het letterlijk, de school mee open is gehouden. En daaropvolgend zei mijnheer weer, maar kwalitatief onderwijs... En hoe moeten wij ons dan als ouder voelen op dat moment, en als leerkracht die daar zit en de nieuwe directrice die er nog net twee maanden zit? Die hadden allemaal zoiets van, hè? En stelden wij de vraag, waarom is er nooit wat uit de Raad van Bestuur naar voren gekomen, hoe kunnen wij die school omhoog pimpen en meer leerlingen daar aanstellen? Omdat mijnheer gewoon letterlijk zei, deze stekker had er al tien jaar geleden uitgetrokken moeten worden. De heer De Heer: Voorzitter, toch een vervolgvraag. En ik hoor ook dat over coronageld. Dat is natuurlijk in het onderwijs ook zo geweest dat er heel veel tijdelijke gelden die kant op gingen. En dat dingen die misschien anders moeilijk waren geweest toch mogelijk waren.
In dit geval misschien dan is de argumentatie van de school het openhouden van de school. Daar heb ik verder niet veel mening over te delen. Maar dat hoor ik dan ook aan, net als u. Tegelijkertijd neemt dat niet weg dat dan uiteindelijk het besluit hetzelfde is. Ik denk dat ik u hoor zeggen, het is te kort dag geweest. Opeens hoorden we dat. Had het dan voor jullie heel veel verschil gemaakt, dat is echt even de zoektocht van, dat jullie veel eerder mee hadden worden genomen in dat proces van besluitvorming, ook al had het uiteindelijke besluit dan hetzelfde geweest?
13
De heer Karaca: Ja, dat denk ik sowieso wel. Wat ik net aangaf, wij zijn twee jaar geleden verhuisd. En bewust hebben we toen gekozen om hier te blijven. Dan had je misschien al de keuze gemaakt om ergens anders alvast naar een nieuwe school te gaan. Maar dat terzijde. We hebben toen duidelijk gevraagd, wat hebben jullie al die jaren gedaan om deze school op de kaart te zetten? Want het was een soort ondergeschoven kindje van De Albatros geweest. Want wanneer je zei, De Fontein, dan wisten veel mensen niet waar de school zich vestigde. En toen hebben we echt duidelijk gevraagd, wat heb je dan al die jaren gedaan om het op de kaart te zetten? Want je weet dat het slecht gaat. Het aantal leerlingen neemt af. En daar hadden ze niet echt een antwoord op. Dan hebben ze wel wat in de krant gezet. Maar wie leest tegenwoordig de krant? Met alle respect. Dat soort zaken. En als je met dat soort argumenten komt en halve antwoorden, de emoties lopen daardoor drastisch hoog op, waardoor je dit krijgt. En de acceptatie is er niet. En iedereen wil de school eigenlijk gewoon openhouden, inclusief de docenten, de leerkrachten, even zo gezegd. Mevrouw De Haan: Ik denk dat als dit eerder ter sprake had geweest, dat ouders misschien anders hadden gereageerd. Maar doordat er zoveel toevallige samenhangen rondom de wijk zijn, roept dat ook heel veel vragen bij ouders op.
En dan vragen wij als ouders zijnde duidelijke antwoorden. En die krijgen wij niet. En worden wij maar verwezen van het kastje naar de muur. En mijnheer wil geen directe antwoorden geven. En dat vind ik gewoon voor een Raad van Bestuur niet netjes. De heer Batasu: Ik wilde nog even een toevoeging doen. Tijdens de presentatie zijn eerste reden was, van de directeur van H3O, financieel. Liet hij gewoon allemaal grafieken zien, tabellen zien van 5 jaar geleden. Toen zei ik, ik was ook emotioneel geworden, hou eens even op met die grafieken en zo. Kom met een goede reden. Toen zei hij ineens gewoon, landelijk 200 leerlingen per school, minimale eis. Dan stak ik weer mijn vinger op. Mijnheer, ik zit in de bouw. 200 leerlingen binnen dit gebouw past gewoon niet. Er zijn maar 6 lokalen. 1 lokaal is voor de peuters. We hebben gewoon 5 lokalen over. 200 delen door 5 is 40 leerlingen in een lokaal. Dat gaat gewoon niet. Dan was hij gewoon verder op zoek naar een andere reden. Maar ik vertrouwde het gewoon niet. Het ging gewoon van links naar rechts. Het ging gewoon verkeerd. Dat is het. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Pelt. De heer Van Pelt: Ik denk dat mijn vraag inmiddels beantwoord is. Want ik begrijp dat het om een kleine school gaat, met een beperkte ruimte, maar wel met een afnemend aantal leerlingen in de loop der jaren.
Dat hoorde ik uw buurman namelijk net zeggen, dat het leerlingenaantal afnam. Mevrouw De Haan: Tien jaar geleden hadden zij zelfs tien leerlingen minder in de klassen. Ik snap dat hij zegt, afnemende leerlingen, want dat heeft mijnheer van het bestuur ook benoemd, meerdere malen. En voordat onze kleintjes in die groepen kwamen, wisten we daar ook niet zo heel veel van af. De heer Karaca: Ik vul hem even kort aan. Met afnemen bedoelde ik meer mijn kleinste dochter. Die zit in de peuterspeelzaal. Ik heb er 4. En daar zie je dat het aantal peuterleerlingen wat minder zijn op dit moment. Dat bedoelde ik met afnemen. En wat er
14
daarvoor... Want ik ben zelf in Wielwijk geboren en getogen, even zo gezegd. Totdat mijn kinderen naar school gingen op De Fontein, kende ik De Fontein zelf ook niet. En dat bedoel ik met de school op de kaart zetten. Terwijl ik al 37 jaar in Wielwijk heb gewoond, even zo gezegd. De heer Batasu: Even kijken. Heel kort. Ik ken heel veel vrienden en kennis, die gaan straks ook in Amstelwijck of Dordts Buiten wonen. Van de week ging ik naar de kapper. Daar zag ik een paar. Die vroeg, Ali hoe is de school De Fontein? Want ik heb kinderen die gaan straks naar De Fontein. Ik zei, wacht eens even, de school gaat sluiten. Dat was ook een bom voor hem. Hij wilde heel graag zijn kinderen voor De Fontein inschrijven, maar het is ook balen voor hem. Dat is een van de toekomstige bewoners in Dordts Buiten, Amstelwijck. De heer Karaca: Mag ik nog kort even aanvullen? Dan stop ik ook. Ik denk dat het ook onderschat wordt wat het gaat doen met die nieuwe nieuwbouwwoningen. Er gaat een school sluiten. Je hebt De Albatros in Wielwijk. En er komen nieuwe huizen. Er komen nieuwe gezinnen met veel kinderen waarschijnlijk. En ik denk dat je dan over 10 jaar weer gaat zeggen, er moet een nieuwe school komen in Wielwijk.
En daar moet denk ik ook goed over nagedacht worden om te kijken, wat gaat dat in de toekomst brengen met al die nieuwbouwwoningen? Dat zijn iets van, volgens mij uit mijn hoofd, 500 nieuwe woningen. En ik bedoel, tel dat eens op. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolkiliç, u had ook nog een vraag. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. 68 leerlingen ongeveer. Hoe worden jullie nu begeleid vanuit de school zelf? Zoeken zij mee naar een andere onderwijsinstelling of moeten jullie dat allemaal zelf uitzoeken? De heer Batasu: Ik weet niet. Ik vind het toch wel heel snel gaan vanuit het bestuur. Tijdens de informatieavond zeiden ze, mensen, tussen februari en april wordt een definitief besluit genomen. Dit is een voorgenomen besluit. Maar ik merk dat ze gewoon vanaf... Dat is in november, waren ze al eigenlijk begonnen met te pushen, zoek maar een andere school. Wat willen jullie doen? Willen jullie nog onder De Fontein blijven of willen jullie naar een andere school in een andere wijk of willen jullie hiernaast? Dat is De Albatros. Ze zijn al een maand aan het pushen. Zullen we een afspraak inplannen, want wij willen bespreken? Ik had zoiets van, weet je wat, ik wacht gewoon even af. Ik heb al een besluit. Mijn kinderen blijven gewoon op De Fontein. Dat is het. Ik ben gewoon tevreden met de docenten en met het bestuur. Het is gewoon kwaliteit. Dat is het. Dat geef ik ook toe.
Maar ik wacht nog even af met mijn besluit. Mevrouw De Haan: Mag ik daar even kort op reageren? Ik heb zelf contact gezocht met een school in Sterrenburg. En mevrouw was heel openhartig en zei ook, kom gewoon eens een keer langs. Kom een keer sfeer proeven. Wij weten allemaal dat het slecht is voor onze kinderen om hun midden van een schooljaar vanaf de ene school naar de andere school te gaan doen. Dat werd ons ook ten strengste, tenminste ten strengste afgeraden... Ze zeiden gewoon, laat het schooljaar gewoon gaan. Wij begeleiden jullie daarbij. Ik zou op vrijdag een gesprek hebben op de desbetreffende school, waar ik het nu over heb. En vervolgens werd ik gebeld, wij hebben te snel u de kans gegeven om
15
naar onze school te komen, want uit de Raad van Bestuur mogen wij op dit moment geen leerlingen van De Fontein aannemen. En dan denk ik bij mezelf, waar zijn jullie als bestuur mee bezig? Wij moeten kijken naar het passend onderwijs voor ons kind. Er wordt geadviseerd, blijft bij De Fontein, anders krijg je een totale leegloop. Dan krijg je te horen, je krijgt alle medewerking. En dan ga je als ouder zijnde sfeer proeven op bepaalde scholen, want ik bedoel als ouder zijnde ken je je eigen kind het best. En dan vervolgens krijg ik terug gecommuniceerd, we zijn te hard van stapel gelopen. We houden dit even in. Uit de Raad van Bestuur is naar voren gekomen dat dit niet mocht. En dan denk ik, één en één is twee. De heer Karaca: Nog een korte aanvulling daarop. Wij hebben een rondleiding gevraagd in Crabbehof, John F. Kennedyschool. En die werd afgewezen, omdat het allemaal te snel ging. En een maand later zijn we wel teruggebeld. Alleen hadden we ondertussen geen interesse meer. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dat is even gewoon een vraag. Wat voor rol speelt het CTOO hier dan in, als we het hebben over openbaar onderwijs? Want de John F. Kennedyschool is wel openbaar onderwijs. Dat is maar gewoon even een vraag die u misschien kan beantwoorden. De voorzitter: Die ga ik niet beantwoorden als de voorzitter van de CTOO hier zit.
En die kan nogmaals, want dat heeft hij in eerste instantie daarnet al gedaan, benadrukken wat de rol is van het CTOO. De heer De Heer: Voorzitter, het CTOO is echt beperkt tot het waken over de kwaliteit en continuïteit van het openbaar onderwijs. En we hebben het inderdaad over twee scholengroepen in Dordrecht. H3O die niet openbaar is en Nestas die dat wel is. We moeten ons voor een deel al opknippen van, waar hebben we het nu over? Want we hebben het over twee scholen tegelijkertijd. En dan is inderdaad onze rol maar heel beperkt. En inderdaad, zoals dit vaker voorkomt wanneer een scholengroep besluit om samen te gaan of een locatie op te heffen of nieuw te bouwen, dan zijn dat in de basis besluiten die door een Raad van Bestuur zelf kan en mag worden genomen. En daar waar dat noodzakelijk is of echt de continuïteit en de kwaliteit in totaliteit in Dordrecht in gedrang zou komen, dan is er een informatieplicht naar het CTOO. In die zin, van deze ontwikkeling hebben we natuurlijk wel heel veel betrokkenheid vanuit de interesse vanuit het onderwijs hoe we als CTOO daarin zitten, maar niet vanuit een soort plicht om daar aan tafel te zitten en besluitvorming of iets dergelijks. Mevrouw Stolk: Voorzitter, mag ik daar nog op reageren? De voorzitter: Jazeker, mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Nou hebben wij jaren geleden een hele discussie daarover gehad, over het samengaan van het katholiek onderwijs met het openbaar onderwijs. Daar hebben we hele discussies over gehad wat voor rol het CTOO daarin had. En daar ging het met
16
name erom, er zijn namelijk docenten en ouders die kiezen voor een bepaalde school. De ene kiest voor openbaar onderwijs. De andere kiest voor christelijk onderwijs, islamitisch onderwijs, katholiek onderwijs. Dat gaat iets doen met zowel de leraren... Want wat doet het met de leraren als zij van een christelijk onderwijs naar een openbaar onderwijs gaan? Maar dat kan ook iets betekenen voor de leerlingen die daar zitten. En volgens mij, als je het dan hebt over het CTOO, heeft het CTOO wel heel duidelijk een rol hierin. Ik zie de voorzitter nee schudden. Ik maak hem even af hoor, voorzitter. Het gaat namelijk over, wat is passend onderwijs voor die kinderen? En als dat betekent dat dat de kwaliteit niet ten goede gaat... Ik zeg niet op voorhand dat dat zo is, maar ik denk zeker wel dat er in die fusie een rol weggelegd is voor het CTOO om de kwaliteit te waarborgen van het onderwijs. De voorzitter: U zag mij een klein beetje nee schudden, omdat de heer De Heer juist net nog een keer benadrukte dat op het moment dat de raden van bestuur besluiten om samen te gaan, dat wij daar geen rol in hebben. Vertaal ik het even kort. Maar vertaal ik dat goed, mijnheer De Heer. Ik ga ook nog even... Want ik heb aan de heer Bomius gevraagd of hij een technisch antwoord kan geven op dit soort processen. De heer De Heer: Voorzitter, aan deze kant.
De voorzitter: Ik zat even naar een teleurgestelde mijnheer Katif te kijken. U eerst, dan mijnheer Katif, dan mijnheer Bomius. Gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, ik hoop hem hiermee ook af te ronden. Maar wat ik nog zou willen zeggen, er zijn twee processen. Je hebt één het proces, hadden wij als CTOO vooraf moeten worden ingelicht? Dan is mijn antwoord, als voorzitter van het CTOO, nee, ons inziens niet, omdat de continuïteit van het openbaar onderwijs in Dordrecht in algemene zin is hierdoor niet in het gedrang. En de kwaliteit ons inziens op dit moment ook niet. Tegelijkertijd zou je kunnen zeggen, als CTOO kun je hier natuurlijk wel je oog op richten en de komende tijd dat in de gaten houden. En als dingen zich zouden ontwikkelen of er allerlei zorgelijke ontwikkelingen zijn. Dan heb je misschien in de toekomst, stel dat, een rol als CTOO. Maar dat is heel iets anders dan waar we het nu over hebben en hoe wij ook in de agendering terechtkwamen als CTOO van, hadden wij niet aan de voorkant al in informatie een rol gehad? En dan is inderdaad ons antwoord daarin nee. Tot zover. De voorzitter: Mijnheer Katif. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Katif: Voorzitter, als u onze ambtelijke organisatie zo meteen antwoord geeft, dan zou ik graag ook mee willen geven dat vanuit het werkdocument Commissie van Toezicht op Openbaar Onderwijs met name bijlage 3...
En ik ga het niet helemaal citeren. Maar het gaat over onderwijskwaliteit, over leerlingenaantallen, het personeel, continueer het openbaar onderwijs. Een algemene zaak om u daar even bij wil betrekken als het gaat om gespreksrichtlijn, tweejaarlijks. Want we hebben wel degelijk een functie als CTOO. Ik snap wel de voorzitter. Ik ben lid van de Commissie van Toezicht, maar de
17
voorzitter snap ik wel. Maar ik zou graag van u willen weten, betrek even die bijlage 3 erbij in, uiteraard ook wat van de andere kant van de tafel ook gezegd wordt, graag. De voorzitter: Mijnheer Bomius gaat een mooi technisch antwoord geven, waarbij hij de dingen betrekt die relevant zijn. Gaat uw gang. De heer Bomius: Want ik hoop dat het niet al te hoge verwachtingen zijn van de ambtelijke organisatie. Er zijn heel veel thema’s besproken waar eigenlijk het antwoord vrij eenvoudig van is, dat we over heel veel dingen niet gaan. Waar gaan we dan in ieder geval wel over? Ik heb ze even opgeschreven. Had ik niet voorbereid, maar ik weet ze wel. Dat is onder andere onderwijsachterstandenbeleid. Dat is onder andere leerplicht, leerlingenvervoer. De aansluiting onderwijs, jeugdhulp, dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid overigens. We moeten zorgen voor voldoende kwalitatieve gebouwen. Daar weet mijn collega meer over, maar dat staat ook niet onder druk of iets dergelijks door deze move. En al veelal besproken continuïteit van het openbaar onderwijs, onderwijskwaliteit waarborgen van het openbaar onderwijs. Daar is denk ik voldoende over gezegd. En wat bijlage 3 betreft, de vraag is of dat helemaal mijn rol is. Dan moet ik misschien een beetje hulp krijgen van beide voorzitters. Dat gaat inderdaad over de gespreksrichtingen voor het tweejarige relatiegesprek.
Dat is eigenlijk ingericht op basis van relatie en niet op basis van wettelijke taken. Dat is volgens mij een verschil, omdat je wel op basis van relatie een aantal zaken vanuit interesse van een CTOO wil terughoren. Dat heb ik ook wel de heer De Heer horen zeggen. En ik denk dat ik daar mijn antwoord wel mee kan afdoen. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: Eerst mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik hoor u zeggen dat er geen rol bestaat voor het CTOO tussen deze problematiek. Ik noem het een beetje problematiek, want ik hoor hier mensen zitten die zich heel veel zorgen maken om hun kinderen en waar die terechtkomen. Die waarschijnlijk nu een bepaald onderwijs hebben wat mogelijk, en dat weet ik niet, want dat vul ik nu even in, wat eventueel niet gegeven kan worden bijvoorbeeld... Waar hadden we het net over? Wie was er bij de John F. Kennedyschool geweest? Want daar zitten de zorgen. En daarvoor vraag ik, wat voor rol, en dan heb ik het niet over moeten of zouden, maar kunnen betekenen voor deze ouders om bepaalde zorgen daarin... Want ik zit ook maar hardop mee te denken. Om de zorgen van deze ouders weg te nemen. De voorzitter: Ik denk dat dat een vraag is die op dit moment niet beantwoord kan worden. Ik kan hem wel beantwoorden, maar ik geloof niet dat dat mijn taak is, want het ligt voor een heel groot deel bij H3O.
In ieder geval voor wat betreft de situatie van de ouders die hier aan tafel zitten. En hoe verdere processen lopen, dat ligt wel vast. Maar het is inderdaad wat er net gezegd wordt en wat de heer De Heer ook al heeft gezegd, daar ligt een beperkte taak waar wij invloed op kunnen uitoefenen. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, toch heel kort. Misschien kan ik wel de opmerking meegeven, we als CTOO blijven natuurlijk betrokken bij het openbaar onderwijs. Ook nu
18
deze ontwikkeling, mocht die door worden gezet en mocht dat zich zo ontwikkelen, dan blijven wij, zij het op afstand, zij het beperkt tot wat we ook daarover kunnen lezen over hoe we tot elkaar verhouden, wel betrokken bij dat openbaar onderwijs. En volgen we natuurlijk ook deze ontwikkelingen op afstand. De voorzitter: Dit is best een lastig onderwerp om zo even met elkaar... Want we hebben naar jullie geluisterd. Er zijn denk ik hele terechte vragen gesteld. Er is ook wel een voorzichtige conclusie dat wij hier aan tafel de situatie serieus nemen, maar dat we niet bij machte zijn om daar voor jullie iets aan te veranderen. Ik weet zeker dat als de heer De Heer zegt, namens het CTOO, dat er wordt gelet op bepaalde dingen dat dat ook gaat gebeuren. En dat er ook uiteindelijk door een wethouder wellicht nog contact opgenomen kan worden, want dat is nou eenmaal voor een wethouder allemaal wat logischer om contact op te nemen met een schoolbestuur dan vanuit de raad. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Ik zag mevrouw Van Engelen ook. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Een vraag ter verduidelijking, maar ook om het even te benadrukken denk ik voor iedereen. Want er is natuurlijk een extra drempel hierin. De voorzitter van het CTOO benoemde ook al, het gaat niet over openbaar onderwijs en het gaat hier een christelijke school aan. Dat is nog een extra drempel.
Ik dacht, misschien vindt... De voorzitter van het CTOO wilde toch even benadrukken dat... Is het inderdaad zo, openbaar onderwijs valt er nog wel iets te zeggen en te controleren, maar als het gaat over christelijk onderwijs dan staan wij eigenlijk met lege handen. De voorzitter: Zeker, mevrouw Van Engelen. Dank u wel voor deze aanvulling. Het is alleen wel zo dat het nu min of meer zo uit zou kunnen pakken dat de leerlingen van De Fontein naar een openbare school gaan. En dat in die zin daar natuurlijk contact over moet zijn. En dat er ook duidelijkheid moet zijn voor ouders wanneer ze daar eventueel welkom zijn om te kijken of het wat is, et cetera. En ik denk dat dat iets is waarvan ik net al zei, waar de wethouder ook een rol in kan spelen. Mevrouw De Haan. Mevrouw De Haan: Maar voor ons is het juist heel belangrijk dat onze kinderen christelijk onderwijs blijven volgen. Daarom vond ik het argument wel heel goed. En dan vraag ik mezelf af, waar moeten wij naar uitwijken? Hoeveel christelijk onderwijs is er eigenlijk in de regio Dordrecht? Dat zijn er heel erg weinig. En zij vonden het zo belangrijk om bijna in elke wijk vertegenwoordigd te blijven. En vooral in de wijk waar ik persoonlijk vandaan kom, is het juist zo belangrijk dat dat stukje ook meegegeven wordt. Vooral als je kijkt naar de wijk Wielwijk, denk ik dat ik voor ons drieën spreek.
Waar moeten wij als ouders naartoe voor christelijk onderwijs? Dat is wat mijnheer bedoelde. De voorzitter: Daarvoor geef ik ook de heer Bomius, want die heeft een volledig overzicht van de scholen in Dordrecht. Mijnheer Bomius. En anders dan gaat hij dat heel snel schakelen.
19
De heer Bomius: Ik kan het wel opzoeken. Maar christelijk onderwijs is wat dat betreft in Dordrecht ook wel voldoende aanwezig. Dat neemt niet weg dat het in Wielwijk weggaat. Dat ben ik met u eens. Maar er zijn toch wel een school of vijftien tot twintig die er over blijven. Voorzitter, als ik nog een kleine toelichting mag geven. U heeft daar niks aan overigens. Ik heb een technische rol. Maar ook mijn dank aan uw verhaal. In principe niet mijn rol om dat te zeggen, maar ik doe het toch. Ik heb in de beantwoording van de artikel 39-vragen, dat zijn er een stuk of vijftien, ook een linkje meegestuurd naar het basisondersteuningsplan. En in dat basisondersteuningsplan staat ook beschreven wat er zou moeten gebeuren wanneer een leerling van de ene school naar de andere school gaat, tussentijds. En daar hebben de besturen afgesproken dat ze een bedenktijd van een week of zes mogen innemen. Dat is misschien klein beetje een toelichting op uw verhaal. En u heeft er niets aan, maar het kan een technische verklaring zijn van wat er is gebeurd. Dat er in eerste instantie een rondleiding gegeven zou worden. En dat daarvan is gezegd, doen we toch niet. En vier of vijf weken later werd er alsnog contact opgenomen. Zo'n verhaal hoorde ik net. Dat zou een verklaring kunnen zijn. Dank u wel, voorzitter.