CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2024.11.19 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 17 december 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 26 november 2024 en de Dordtse Dinsdag van 12 en 19 november 2024 Vergaderzalen 1, 3 en 521.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 19 NOVEMBER 2024 Vergaderzaal 1 1. Werkbezoek RV Vaststellen gebiedsgerichte aanpak ontwikkeling WDO i.c.m. Agenderingsverzoek college over Ontwikkeling werklocatie WDO 2. Vragenhalfuur 3. Agenderingsverzoek van de fracties CDA, GroenLinks, PvdA, VVD en DENK over aanpak huiselijk geweld Voorzitter: Mevrouw Pichel Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Balorian (VVD) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Stevens (Partij van de Arbeid) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Portefeuillehouders: wethouder W. van der Kruijff Overige aanwezigen: mevr. De Bruin, mevr. Buldeo (Slachtofferhulp Nederland), mevr. Van der Enden, mevr. Haaijema, dhr. Van Mourik, mevr. Ten Hoor, mevr. Kuijpers De voorzitter: Goedenavond, dames en heren. We zitten lekker in gesprek. Het is half acht. Ik dacht, we gaan de vergadering maar openen. Welkom iedereen. Welkom iedereen aan tafel. Welkom aan onze gasten. Een paar mensen op de tribune, mensen thuis. Welkom bij de commissie.

Een beeldvormend rondetafelgesprek naar aanleiding van artikel 40-vragen die zijn gesteld. Voordat we gaan beginnen wil ik graag dat jullie voor het verslag even jezelf voorstellen. Voor de gasten geldt dat gewoon alleen even naam en organisatie waar jullie van zijn. En dan uiteraard de fracties even rond. En dan ga ik rechts van mij beginnen. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. Mevrouw Buldeo: Buldeo, Slachtofferhulp Nederland.

1

Mevrouw De Bruin: Hannie de Bruin, Slachtofferhulp Nederland. Mevrouw Van der Enden: Simone van der Enden, politie. De heer Van Hoften: Danny van Hoften, politie. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Stevens: Inge Stevens, Partij van de Arbeid Dordt. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. Mevrouw Balorian: Mailys Balorian, Dordtse VVD. Mevrouw De Heer: Betsy de Heer, Forum voor Democratie. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Haaijema: Rianne Haaijema, Stichting Mendoo. De heer Van Mourik: Pieter van Mourik, Veilig Thuis. Mevrouw Ten Hoor: Doena ten Hoor, Centrum Seksueel Geweld. Mevrouw Kuijpers: Judith Kuijpers, vrouwenopvang Safegroup. De voorzitter: En mijn naam is Ruby Pichel. En ik ben uw voorzitter vanavond. Zoals ik net ook al heb gezegd, de reden van de vergadering is dat er een aantal fracties zijn geweest, fractie CDA, GroenLinks, Partij van de Arbeid, VVD en DENK...

En die hebben een agenderingsverzoek ingediend om een rondetafelgesprek te houden met deze organisaties, die hier nu aan tafel zitten. Deze organisaties zijn betrokken bij de aanpak van huiselijk geweld. En het voornaamste doel van vanavond is voor de gemeenteraad om erachter te komen wat zij eventueel zouden kunnen doen of kunnen bijdragen aan de aanpak van huiselijk geweld, naar aanleiding van de vragen die zijn gesteld en de beantwoording die is

2

gekomen van het college. De beantwoording zit ook bij de stukken en zal betrokken worden bij dit rondetafelgesprek. Zoals jullie kunnen zien, hebben we een grote groep mensen, een zestal instanties. Mijn voorstel is om te beginnen met drie sprekers, om die het woord te laten doen. Graag alleen even verhelderde vragen stellen als dat nodig is. Maar dan doen we na de drie sprekers even een vragenronde. En dan vervolgens doen we de drie volgende sprekers. Kan de commissie daarmee instemmen, dat we in ieder geval die aanpak doen? En daarna, we blijven allemaal aan tafel, als we het gesprek hebben, dan kan natuurlijk iedereen gewoon weer vragen stellen. Iedereen is gewoon bij dat gesprek betrokken. Dan kijk ik even naar de groepen. We hebben een bepaalde volgorde eigenlijk ook met elkaar afgesproken, om een soort logische volgorde te hebben van sprekers in het verhaal. En we hebben de sprekers ook gevraagd, neem ons mee in een korte beschrijving en de zogeheten klantreis, wat is er gaande? Hoe komt het bij jullie binnen? Wat zijn de stappen? Zodat we dat allemaal op de een of andere manier enigszins chronologisch kunnen meekrijgen. Dan willen we beginnen bij de politie, om die eerst het woord te geven. Dan hebben we Slachtofferhulp, die vervolgens aan het woord is. En dan krijgen we een korte presentatie van de heer Van Mourik van Veilig Thuis. En dan beginnen we met die drie.

En dan kunnen we van start. Ik zou zeggen, wie van jullie gaat het woord nemen? Mevrouw Van der Enden gaat het woord nemen. Mag u uw microfoon aanzetten en gaat uw gang. Mevrouw Van der Enden: Hallo allemaal, ik zal eerst even de route van onze meldingen meenemen. We krijgen een melding. Dat is een heterdaad melding of een niet heterdaad melding. Maar we beoordelen die melding op strafbare feiten en op veiligheid. Tegenwoordig kijken we veel meer naar veiligheid dan naar het strafrechtelijke gedeelte. Ook kijken we naar, wat wil het slachtoffer? Die verandering is nog steeds gaande. Als er een melding is van huiselijk geweld, dan wordt er ook altijd een leidinggevende van ons benaderd en gevraagd, doen we de goede dingen? En mocht er een strafbaar feit zijn, dan gaan we natuurlijk strafrechtelijk oppakken. Dat is een landelijk protocol. En we maken eigenlijk ook altijd een VT-melding op. Dat is even in het kort de route. Een Veilig Thuis melding. Sorry. Wij hebben echt goede contacten met Veilig Thuis en het Veiligheidshuis. Achteraf, na de melding, als er een melding voorrang moet hebben, dan hebben we ook even telefonisch contact met Veilig Thuis, of via de mail. En grote casussen, met aangehouden verdachten, worden ook vaak besproken in het Veiligheidshuis. Mijn rol bij de politie. Ik ben operationeel expert wijkagent voor zorg en veiligheid.

Die rol is ontstaan na meerdere inspectierapporten. Daar zijn aanbevelingen uitgekomen richting de politie. Ik werk bij doelgroepen. Die hebben onbegrepen gedragspersonen. Huiselijk geweld, daar verstaan we ook kindermishandeling onder, stalking, eergerelateerd geweld. We doen vermiste personen en jeugd. Niet alleen huiselijk geweld. Maar eigenlijk alle meldingen die gaan via ons. En kijken wij op proces of dat goed gaat of niet. En ik probeer daarboven te hangen en kijken of dat proces ook goed verloopt. En overschrijdende problematiek pak ik ook op. En zoals ik al zei, wij kijken veel meer naar het slachtoffer dan alleen het strafbare feit. De voorzitter: Is het een verhelderende vraag, sorry, mevrouw Kruger? Mevrouw Kruger: Ja, even een korte vraag. Overschrijdend? Ik verstond het niet helemaal.

3

Mevrouw Van der Enden: Wijkoverschrijdend. Wij werken in gebieden. Maar wijkoverschrijdend. Over heel Dordt. De voorzitter: Helder. Dank u wel voor uw inbreng. Dan gaan we naar Slachtofferhulp. Aan wie mag ik het woord geven? Gaat uw gang. Mevrouw De Bruin: Fijn dat we hier zijn. Hannie de Bruin, Slachtofferhulp. Onze grote netwerkpartner is de politie. Als slachtoffers vandaag aangifte doen, dan hebben wij een elektronisch doorgiftesysteem vanuit de politie naar onze organisatie. Als ze vandaag aangifte doen, dan is dat morgenochtend bij ons. Wij selecteren op doelgroepen. En dan proberen we binnen 48 uur al onze slachtoffers te benaderen. Dat is over het algemeen, alle slachtoffers. In principe krijgen wij geen slachtoffers van huiselijk geweld. Die zet de politie eigenlijk gelijk altijd door naar Veilig Thuis. Soms is een melding niet helemaal duidelijk en wordt er gewoon aangifte gedaan en komt er op een later tijdstip pas naar voren dat er huiselijk geweld aan de orde is. Dan verwijzen wij ze eigenlijk gelijk door, zeker voor de psychosociale opvang, naar Veilig Thuis. Wat kunnen wij dan wel doen voor de cliënten van Veilig Thuis, de slachtoffers van Veilig Thuis? Wij ondersteunen ze voornamelijk op praktisch gebied. En dat is niet veel meer dan alleen de aanvraag van het Schadefonds Geweldsmisdrijven, als er heel veel verwondingen zijn.

Op het juridisch gebied is het een ander vlak. En ik denk dat ik daar van jou... Die kan er nog iets meer over zeggen. Mevrouw Buldeo: Slachtofferhulp Nederland. Het kan ook zo zijn dat op de ZSM, versnelde strafrechtketen, dat wij een cliënt spreken, een slachtoffer. En daar ‘...’ na voor het gedeelte beoordelen en beschermen. Dan gaan we na of ze een gedragsaanwijzing wensen in de vorm van een contact- en een locatieverbod. Maar we bieden ook in het verdere traject van onze dienstverlening juridische dienstverlening. En dat is wel waar bijvoorbeeld... Stel je voor dat het een strafzaak wordt. Dan krijgt het slachtoffer schadeformulieren. En daarbij helpen we bij het invullen van de schadeformulieren. Dan kun je bijvoorbeeld materiële schadepost of immateriële schade. Maar ook het opstellen van een schriftelijke slachtofferverklaring. We gaan ook mee naar zitting, om eventueel die vordering benadeelde partij verder toe te lichten en de schriftelijke slachtofferverklaring voor te lezen. Mevrouw Kruger: Voorzitter, even korte uitleg over ZSM. Want u zegt wel heel snel, dat is een versnelde strafrechtketen. Maar ik denk dat heel veel mensen niet weten wat ZSM is. Mevrouw Buldeo: Dat klopt. Dat is een ketensamenwerking met verschillende ketenpartners. De politie, het Openbaar Ministerie, Veilig Thuis, Slachtofferhulp Nederland, de reclassering, Raad voor de Kinderbescherming.

Zitten allemaal bij elkaar. Vanuit hun eigen professie proberen zij zo snel mogelijk bij veel voorkomende criminaliteit, die op de verdachtenmonitor binnenkomt, verdachten die binnen zitten, na te gaan wat de wensen zijn, in dit geval voor het slachtoffer. Gaan wij dan, vanuit Slachtofferhulp Nederland, na wat de gevolgen zijn en wat de wensen zijn. En bij de wensen zou je kunnen denken aan een contact- en een locatieverbod. En wij geven dat dan door aan de officier van justitie. ZSM staat ervoor dat we inderdaad in

4

de versnelde strafrechtketen met elkaar zo snel mogelijk tot een interventie proberen te komen. De voorzitter: Mijnheer Safranti, zag ik uw hand? De heer Safranti: Een verhelderende vraag, voor mij dan. U gaf net aan dat u selecteert op doelgroepen. Helemaal in het begin. Mevrouw De Bruin: Slachtoffers die aangifte doen van een strafbaar feit, die ondersteunen wij. Denk dan aan mishandeling, verkeersongevallen, woninginbraken. Dat. Ik wil nog heel eventjes wel terugkomen op de psychosociale ondersteuning. Het gebeurt inderdaad weleens een enkel keer dat een cliënt bij ons binnenkomt, een slachtoffer bij ons binnenkomt met de melding van geweld. En als het toch huiselijk geweld is, dan proberen wij de cliënt wel zo ver te krijgen dat we een melding mogen doen bij Veilig Thuis. Wij melden nooit aan zonder medeweten van de cliënt. Wat wij wel doen, is als wij vermoeden van huiselijk geweld en dat de kinderen erbij betrokken zijn en de cliënt wil niet meewerken, dat we weleens anoniem naar Veilig Thuis bellen om te kijken, dit is er aan de hand, hoe kunnen we dat het beste oplossen? Hoe kunnen we het beste bewegen, dat de cliënt jullie richting op komt? Want ook bij ons staat natuurlijk voorop dat de cliënt zo goed mogelijk geholpen wordt.

Willen ze wel naar Veilig Thuis en zit daar een overbruggingsperiode bij, dan blijven ze in die periode gewoon bij ons voor een gesprek komen, voor de psychosociale opvang, voor een luisterend oor, tot ze daar zijn waar ze moeten zijn. Dat ter aanvulling. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tutupoly, is het een verhelderende vraag, want we gaan zo... Gaat uw gang. De heer Tutupoly: U had het er even net over dat u eventuele wensen van een slachtoffer aan een officier van justitie, zal ik maar zeggen, mededeelt. Is dat naast de advocaat dan, als ze een slachtofferadvocaat heeft, of is het in de plaats van? Mevrouw Buldeo: Goede vraag. Op de ZSM, in die versnelde strafrechtketen, is het echt nog in de fase dat we vanuit Slachtofferhulp Nederland contact opnemen en het benaderingsgesprek hebben en nagaan waar de wensen liggen en wat de gevolgen zijn. Daarna sturen we altijd een mail met extra informatie. Maar in die fase kun je er nog niet vanuit gaan of er sprake zou zijn van bijvoorbeeld een kosteloze advocaat regeling. In een later traject, bijvoorbeeld bij onze juridische dienstverlening, als er eventueel een strafzaak gaat komen, en het feit of de tenlastelegging is dusdanig dat het ziet op een kosteloze advocatenregeling, dan verwijzen we inderdaad. Dan informeren we de cliënt daarover.

De voorzitter: De heer Van Dam Timmers, is dit wel een verhelderende vraag of een verdiepende? De heer Van Dam Timmers: Een hele verhelderende vraag uiteraard, mevrouw Pichel of mevrouw de voorzitter. De verhelderende vraag is als volgt. We hebben het nu de hele tijd over mensen die aangifte doen. Maar er is natuurlijk een hele grote groep mensen die niet per se aangifte doen, maar die wel slachtoffer zijn. Hebben jullie daar dan ook een rol in of zit er dan geen rol?

5

Mevrouw Buldeo: We hebben zeker wel een rol. Cliënten kunnen op verschillende manieren bij ons komen. Inderdaad door een aangifte of een melding bij de politie, bij het EDP, Elektronische Doorgifte Politie. Maar dat is inderdaad met betrekking tot die aangifte. Maar het kan ook via de gegevens van het EDOM, dat is Elektronische Doorgifte Openbaar Ministerie. Kan ook via het contact en advies en informatiecentrum van ons zijn. Kan ook via het casemanagement zijn. Kan ook via de ZSM weer zijn. Kan ook online zijn, dat men zichzelf aanmeldt. Kan ook door derden zijn. En het kan ook door een piketdienst zijn. Op verschillende manieren kan men in contact met ons komen. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik graag naar de presentatie van Veilig Thuis. De heer Van Mourik heeft de presentatie voorbereid. En Clark zet hem klaar. De heer Van Mourik: Hij doet het? Ja. Goedenavond, mij is inderdaad gevraagd om jullie even mee te nemen in een stukje cliëntreis bij Veilig Thuis. En dan heb ik eigenlijk als eerste sheet deze even meegenomen. Dit is meer in het algemeen. Dat zegt nog niet eens direct wat over Veilig Thuis, maar het gaat hier natuurlijk vanavond over huiselijk geweld en kindermishandeling. En daarin zie je eigenlijk... Dit is iets meer gericht op de kinderen, maar hij is net zo goed van toepassing voor volwassenen, de 18-plus.

Welke partijen komt zo iemand dan tegen op het moment dat er zorgen over diegene zijn? Zoals hier zichtbaar is, hier begint hij eigenlijk feitelijk, de cliëntreis. Degene die dan centraal staat. De omstanders. Er werd al benoemd, politie, die komt eruit weg. Een dokter, een sport, onderwijs. Dat soort partijen. Daar start vaak de zorg dat je zegt, het gaat bij iemand niet goed en wat moeten we daar dan in doen? Vervolgens zie je verschillende paden lopen van routes die zo iemand dan aflegt. Het kan zijn dat die geeneens meer veilig thuiskomt, maar dat diegene zelf of via de dokter doorverwezen wordt naar bijvoorbeeld het sociaal team of het wijkteam, om daar dan de eventuele benodigde hulp te krijgen. En op die manier ook verder te gaan. Het kan ook zijn dat dat onvoldoende is en dat het uiteindelijk alsnog gemeld wordt bij Veilig Thuis. Of vanuit deze kant bij Veilig Thuis komt. Normaal gesproken hoop je ook dat bij Veilig Thuis het daarna stopt. Maar ook dat zou kunnen zijn dat het onvoldoende is. Dan gaat het door naar eventueel het gedwongen kader. Dat is de Raad voor de Kinderbescherming. Met daarin uiteindelijk naar de kinderrechter. Die komt dan tot een uitspraak of er een ondertoezichtstelling nodig is of een uithuisplaatsing.

Dat is misschien het eerste misverstand wat ik gelijk weer vanavond weg wil nemen, wat vaak genoemd wordt, is dat Veilig Thuis mensen of kinderen uit huis plaatst. Die bevoegdheid hebben wij niet. Dat komt echt enkel voort vanuit de kinderrechter. En die geeft dan vervolgens aan de jeugdbescherming, als het een kind betreft, de opdracht om die maatregel uit te voeren. Dat is misschien even in een korte vogelvlucht. Maar dat is wat meer schetsmatig wat iemand doorloopt. En dan wat specifieker op Veilig Thuis ingezoomd. Excuus. Het proces wat iemand doorloopt, is namelijk... Er is iemand, een omstander, het kan een professional zijn, het kan iemand uit de buurt zijn, het kan een familielid zijn, het kan misschien een gezinslid zelf zijn, die heeft zorgen over iemand. Je zou zeggen, omdat het vaak gaat over de meldcode, is dat de hoofdtaak van Veilig Thuis een melding is. Dat is niet enkel dat. Veilig Thuis is een advies, ik benoem het bewust, advies- en meldpunt. Een belangrijke rol, die wij ook proberen te vervullen, is een stuk advies geven. Juist in dat kader proberen we het verschil te maken, in de hoop dat het daarmee geen melding wordt. In de hoop dat diegene waar het over gaat zelf verder kan. Dat begint daar bovenin. En iemand belt naar ons. Het kan de school zijn die zegt, ik heb hier een kind,

6

een leerling waar ik me zorgen over maak. Wat moeten we daarmee doen? Vervolgens komt hij bij ons bij de meldingsdienst terecht. En iemand van de meldingsdienst neemt dat gesprek aan. En die gaat met diegene in gesprek. Omdat we eigen willen zoeken van, vertel eens wat meer over die context. Waar zit dat kind, waar zit deze leerling in en wat maakt nu dat jij zorgen hebt? Diegene is gehouden aan de meldcode. Maar daar zitten een aantal stappen in. Maar je probeert eigenlijk in dat gesprek te verkennen van, zijn deze zorgen, die u heeft als leerkracht, ook bekend bij de ouders? Al dan niet, welke hulpverlening zouden jullie kunnen inzetten via schoolmaatschappelijk werk, via de jeugdgezondheidszorg. Dat soort stappen. Op het moment dat zij aangeven, we hebben met de ouders gesproken. En de zorgen die we hebben, zijn ook besproken, maar die veranderen niet. Dan gaan ze een stap verder in de meldcode. En de meldcode kent vijf stappen. De eerste stap is zelf signalen. Dat is misschien wel de belangrijkste. In hoeverre zijn de beroepskrachten, in dit geval nu we hier zijn Dordrecht, goed genoeg bekend met waar ze op moeten letten om al dan niet te zeggen, ik maak me zorgen over iemand. En dan het gesprek te starten.

Stap twee is dan vervolgens dat je advies vraagt, dat kan intern, maar zeker ook met Veilig Thuis, om te bespreken, wat moeten we hier nu mee doen? Maken we ons terecht zorgen? Is er nog wat in nodig of kunnen we ook gewoon verdergaan? Stap drie is dat je met de mensen zelf in gesprek gaat, als professional zijnde die zorgen heeft, om vervolgens te kijken, kunnen we dan toch afspraken maken? Of dat je daarin vertelt, ik maak me zoveel zorgen, we gaan een melding doen bij Veilig Thuis. In dat geval, op het moment dat ze bij ons een melding doen, dan zit je eigenlijk bij dit stukje. En dan uiteindelijk komen wij aan zet en zeggen, wat is er aan de hand? We gaan beoordelen, dat heet dan triëren, aan de hand van een landelijke veiligheidstaxatie. Die vullen we in, om dan te bepalen, wat is daar dan nodig? Het kan zijn dat we zeggen, er zit al zoveel hulp in, er is weinig inzet vanuit Veilig Thuis nodig. Dat we over kunnen gaan tot een directe overdracht, heet dat dan. En dan gaat de casus naar bijvoorbeeld een wijkteam toe, omdat we zeggen, ze zijn al betrokken. Of omdat we zeggen, het is dusdanig weinig informatie, laat het eerst maar eens verrijkt worden met de hulpverlening, omdat we het een belangrijke taak vinden dat niet zozeer Veilig Thuis heel veel verdiepende onderzoeken doet, maar juist zo snel mogelijk hulp daarbij betrokken is.

En dat stukje zie je ook bij ons, als het gaat uiteindelijk om cijfers, dat ongeveer tachtig procent dragen wij over naar de hulpverlening, nadat het bij ons binnengekomen is en wij het beoordeeld hebben van wat er aan de hand is. We doen dit overigens niet alleen voor Dordrecht natuurlijk, maar dat doen we voor de andere negen gemeentes ook. We zijn regionaal. Voor de tien gemeentes in Zuid-Holland Zuid doen we dit. Maar het kan ook zijn dat we zeggen, er is wel wat nodig. En dat is een verdiepende interventie vanuit Veilig Thuis. Want dat is een dienst, zoals we dat dan noemen in ons vakjargon, als het ware. En dat is dan een onderzoek of een voorwaarde en vervolg. Die beide kennen een beetje dezelfde voortgang, is dat we eigenlijk beginnen bij de mensen zelf, het gezin, de volwassenen de kinderen, om eens te horen, wat is er nu aan de hand? We hebben een melding gehad, zoals ik net schetste, van een school. Maar het kan ook een huisarts zijn of iemand anders of buren. En vragen, vertel ons eens wat meer erover. Wat is er volgens jullie aan de hand? Dan vervolgens eventueel het netwerk eromheen ook nog te spreken. En dat is deze stap eigenlijk. Dat kan een school zijn, kan een huisarts zijn, dat kan iemand anders zijn die belangrijk is voor dat gezin. Waarbij we eigenlijk ook dezelfde zorgen bespreken van, wat ziet u over dit gezin of dit huishouden? En wat is

7

daarvoor nodig om het te veranderen? Op het moment dat alles gewoon in goede harmonie gaat en we met deze mensen het gesprek kunnen voeren en daadwerkelijk in samenwerking komen. Uiteindelijk is dat namelijk ook een belangrijk gedachtegoed dat we het vaak, zeker bij de start, in samenwerking proberen te doen, omdat we zeggen, uiteindelijk veranderen wij de situatie niet, maar daar hebben we deze mensen net zo goed hard voor nodig. Daarom beginnen we ook bij de mensen zelf. Hoop je dat die in het traject, door het goed transparant te maken wat je doet, uitleg te geven, de mensen ook kan bewegen tot verandering. En uiteindelijk hopen we aan het einde van een onderzoek of een voorwaarden en vervolg tot de conclusie te komen, jongens, wat is er nu voor nodig? Welke hulp dan wel welke veiligheidsvoorwaarden, zoals wij dat noemen? Je zou een beetje kunnen denken aan veiligheidsafspraken. Dat maakt het iets kleiner. Dat alcohol niet gebruikt mag worden op het moment dat er kinderen zijn, als er alcoholproblemen zijn, et cetera. Dat zouden dan voorwaarden kunnen zijn, die we vervolgens overdragen via een warme overdracht aan een wijkteam of een andere hulpverlener.

Die gaat er vervolgens mee aan de slag om te kijken, kunnen we tot verbetering komen? En eens in de zoveel tijd, dat heet dan monitoren, komen wij weer bij de mensen op de lijn om na te gaan, hoe is de stand van zaken nu? Wordt er gehouden aan de afspraken, voorwaarden of is daar een verbetering nog in nodig of een aanpassing? Wanneer dat niet zo is, dan ronden we het af. Wanneer het wel zo is, dan eigenlijk de sheet ervoor, dan zou het kunnen zijn op het moment dat we een zwaardere maatregel nodig hebben om daadwerkelijk verandering teweeg te brengen. Dat is eigenlijk een beetje de schets wat je hierin ziet, is dat we zeggen, we vragen mensen om hen heen. Maar ook luisteren naar het kind of naar de volwassene, wat is hun verhaal? En wat doen we dan als we geen afspraken... Als dat niet lukt, dan gaan we naar deze kant toe. Dan is er meer nodig. Lukt het wel, dan gaan we naar die kant toe. Praten we nog een keer erover en hoop je het op die manier af te ronden. Dat is denk ik een beetje in een korte notendop de cliëntreis, aan de hand van de praatplaat. Daar heb ik ook nog voor het stukje, een beetje meer even een technische uitwerking, hoe een melding verloopt. Begint aan de linkerkant. Het is niet altijd de melding. Begint eigenlijk met een signaal. Iemand belt ons.

Dan is eigenlijk de eerste vraag, wordt het een advies, dat hopen we en daar zetten we met name op in, dan wel een melding? En vervolgens zie je de route die zoiets technisch kan doorlopen. Dat is denk ik om een beetje inzicht te krijgen in hoe dat proces verloopt. En heb ik tot slot, als laatst een beetje een samenvatting van de belangrijkste elementen die binnen dit Veilig Thuis plaatsvinden. Misschien ook voor jullie beeld in dat opzicht, er zijn in Nederland 25 Veilig Thuizen. We zijn 25 verschillende Veilig Thuizen. We zijn wel verenigd in een vereniging. Dat heet dan het Landelijk Netwerk Veilig Thuis. Maar je ziet dat elk Veilig Thuis een eigenheid heeft, omdat het bepaald wordt door de regionale context, met zijn eigen gemeentes, met zijn eigen hulpverlening. Niet elk hulpverlening is op elke plek in Nederland beschikbaar. Daarin zie je dat er daadwerkelijk verschillen zitten. In dit geval is dat wij... Van boven naar beneden eigenlijk, zoals u kunt lezen. We geven advies en ondersteuning. Waar nodig geven we ook voorlichtingen. We nemen meldingen aan. We voeren een veiligheidsbeoordeling uit. We doen onderzoek of voorwaarden en vervolg, als dat nodig is. Overdracht. Op het moment dat we een onderzoek of een voorwaarden en vervolg doen, is dat altijd een warme overdracht. Dan hebben we altijd contact met de overdrachtspartijen.

Zijn we ook bij het gesprek en laten daarna los, om vervolgens naar de monitoring te gaan. Verder hebben we nog een inzet

8

vanuit het Crisis Interventie Team. Dat is eigenlijk op het moment dat, zoals nu, kantoren zijn dicht en er gebeurt wat, politie belt of komt ergens, die heeft ons nodig. 24/7 zijn wij bereikbaar en beschikbaar. En gaan we ook in dat geval, samen met politie op, om dat soort zaken ook weer de crisis te beslechten en te kijken of we het naar de volgende dag kunnen brengen, zodat we overdag weer verder kunnen bestendigen. Dan hebben we procesregie, tijdelijk huisverbod, stukje vrouwenopvang. Dan werken we samen met de Safegroup. En als laatste denk ik daar nog een aanvulling op, dat is de procesregie vanuit MDA++. Dat is denk ik even in een korte vogelvlucht. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter. De heer Van Mourik: De multidisciplinaire aanpak. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, u had een vraag? Mevrouw Kamphuis: Mijnheer ging het al uitleggen. Dank u wel. De voorzitter: Top. Helemaal goed. De heer Van Mourik: Graag gedaan. De voorzitter: Multidisciplinaire aanpak. ++? Microfoon. De heer Van Mourik: Excuus. Dat is even een goede. Dat is in ieder geval dat je meer intensieve aandacht hebt dan normaal gesproken. Maar ik zal die eventueel nog even nazenden, echt daadwerkelijk even de uitwerking ervan. De voorzitter: Hartelijk dank. Helemaal goed. Dan ga ik de commissie even aankijken om eventueel vragen te stellen. Mevrouw Stevens zie ik als eerste, van de Partij van de Arbeid.

Gaat uw gang. Mevrouw Stevens: Dank u wel. Ik heb een aantal vragen voor Veilig Thuis. We hadden het net over de MDA, de multidisciplinaire aanpak, ++. Als ik het goed begrepen heb uit het vorige, is dat een overleg waar diverse instellingen bij betrokken zijn, om te voorkomen dat mensen, cliënten nog een keer het verhaal moeten vertellen. Maar dat er een soort warme overdracht is om de cliënt door te verwijzen. Mijn vraag daaraan is, hoe gaat het ermee? Want ik hoor uit geluiden dat dat niet altijd heel soepel gaat en dat cliënten toch vaak hetzelfde verhaal moeten vertellen. Ik wil daar graag iets verduidelijkend op. Mijn tweede vraag is, u gaf net in de presentatie aan, op het moment dat iemand aangemeld wordt, dan wordt er bekeken of die eventueel doorverwezen kan worden. En mijn vraag is, hoe groot zijn nu de doorlooptijden? Want het is fijn als je gelijk geholpen wordt. Maar als je vervolgens nog een half jaar moet wachten om bijvoorbeeld bij Yulius of bij het sociaal wijkteam terecht moet, is dat erg lang. Een andere vraag had ik bij de politie. Mijn vraag is, er wordt ook wel genoemd dat vaak bij huiselijk geweld aangiftes gedaan worden die nog niet tot een aangifte leiden, maar dat er meldingen gedaan worden. En mijn vraag is, hoe vaak komt het voor dat er ook ambtshalve aangifte door de politie gedaan wordt, bestaat dat nog? Dat is eigenlijk een concrete vraag.

9

De voorzitter: Dank u wel. Zullen we eerst naar de heer Van Mourik gaan voor de beantwoording van die twee vragen? Gaat uw gang. De heer Van Mourik: Ja hoor. De eerste, met betrekking tot MDA++. Wat mijn beeld daar vooral is, is dat we daar een overleg hebben georganiseerd, wat in mijn optiek echt van meerwaarde is. We pakken daar eigenlijk de topcasuïstiek in deze regio op. Dat is niet dat we elke casus via die manier van werken oppakken, maar dat moet echt wel een casus zijn waarbij we zien, de normale, reguliere wegen zijn uitgelopen en daar is uiteindelijk niks uit voortgekomen. Eigenlijk zijn dit, om het zo maar oneerbiedig te mogen zeggen, wat meer de draaideurcliënten, die we iedere keer terug zien komen. Daarvan hebben we gezegd, in plaats dat we nu weer opnieuw een nieuws cyclus starten, weer een melding bij Veilig Thuis, we gaan hem weer overdragen, die doen weer één ding, et cetera... Hebben we gezegd, kunnen we niet dit soort casuïstiek op een andere tafel brengen? Dat is de MDA++-tafel. Om daarmee eigenlijk deze mensen ook zelf aan tafel uit te nodigen. De mensen zitten er zelf bij. Die vragen we ook van tevoren om met elkaar te zeggen, bent u akkoord met het feit dat we hier met u het gesprek aangaan? Staat u ook open voor dat er meerdere partijen zijn? Dan moet u denken aan iemand van Yulius, iemand vanuit Veilig Thuis, vanuit het wijkteam, eventueel vanuit MEE.

En andere partij waarvan we zeggen, het is belangrijk dat die aan de tafel zitten om met elkaar die casus of die context te bespreken. En eigenlijk stellen we de vraag aan deze mensen van, wat is nodig om ervoor te zorgen dat u hier niet meer zit? Want iets in het voorgaande traject lukt iedere keer niet. En toch maakt dat we iedere keer u weer terugzien. Dat betekent dat je daar geen honderden casussen kan doen. We zitten op ongeveer, uit mijn hoofd gezegd, zo'n rond de tien, vijftien casussen waar we intensief op betrokken zijn. Met regelmatig komen die terug op de tafel met deze partijen. Daar zit ook een kernteam omheen. We hebben een voorzitter met een kernteam vanuit die verschillende ketenpartners, die dan de casus met de ouders of met de volwassenen bespreken. En dan kijken, wat is ervoor nodig om verandering te maken? En daarin zien wij op dit moment echt wel positieve gevolgen dat we zeggen, we zijn met deze mensen aan de start. Die willen veranderen. En hoe kunnen we dat verder gaan brengen? Dat is misschien even de eerste reactie op de vraag van mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Mag ik daar even aanvullend iets op vragen? De heer Van Mourik: Jazeker. Mevrouw Stevens: Want hoe is dan die samenwerking tussen die kernpartners? Want daar zijn de geluiden heel verschillend over. En dat is denk ik wel heel belangrijk om daar die goede samenwerking te hebben.

Terwijl bijvoorbeeld van de Raad heb ik al gehoord dat die weer eruit gestapt is. Mijn vraag is, hoe is die samenwerking? De heer Van Mourik: Ik ben even op zoek, want de Raad an sich heeft hier niet zozeer bijgezeten, want dit zit namelijk echt toe op de zorgkant. Eigenlijk zit die aangehaakt, een soort aan de kant van het Zorg- en Veiligheidshuis. Voor degenen die dat niet weten, maar die hebben een casus complex volwassenen. En daarin worden eigenlijk vanuit de strafkant meer casuïstieken besproken om te kijken, wat is er voor nodig om zo’n casus verder te brengen? Dit zit veel meer op een stukje zorg. De partner als de Raad, die ik op

10

ander momenten wel tegenkom, zitten hier niet zozeer bij. Het zit hier echt op de zorgkant. We zitten echt in het vrijwillig kader. Het zit echt aan die hoek, waar we met deze mensen in gesprek zijn. En onze ervaring tot op dit moment is dat aan een tafel hele goede samenwerking is. Waar denk ik de uitdagingen liggen, maar die liggen in de breedte, is op een stukje casusregie. Wat versta je daar dan onder? En wat betekent dat dan? En tot hoever loopt dat dan? En heb je daar dan ook de tijd voor, ja of te nee, als je casusregisseur bent? Ik denk dat daar veel meer de uitdaging zit dan op de samenwerking, omdat ze namelijk ook recentelijk, pak hem beet oktober is het geweest, oktober, september, hebben ze ook met elkaar verschillende trainingen weer gehad, om juist dat soort teamgevoel met elkaar te creëren. Op dat vlak zit het in mijn optiek echt wel goed. De voorzitter: Is ook uw vraag over doorlooptijden zo voldoende behandeld? Mevrouw Kruger: Voorzitter, mag nog aanvullende vraag? Mevrouw Stevens: Sorry, dat klopt inderdaad. Mijn vraag is, op het moment dat je een doorverwijzing doet naar bijvoorbeeld een sociaal wijkteam of anderen, kan daar een hele poos tussen zitten. En hoe je dan om met die wachtlijst? De voorzitter: De heer Van Mourik.

De heer Van Mourik: Deze eerst beantwoorden? De voorzitter: Sorry? De heer Van Mourik: Deze vraag eerst beantwoorden, omdat mevrouw nog een vraag had? De voorzitter: Even de vraag inderdaad van mevrouw Stevens nog. En dan gaan we door. De heer Van Mourik: Hartstikke goed. Wat betreft doorlooptijden, op het moment dat we overdragen, dat betreft echt wel een uitdaging. Dat zien we niet voor niets. Dat zit niet alleen bij Veilig Thuis of jeugdbescherming met zeden. Dat zien we echt in de brede keten. En dat vraagt iedere keer zoeken naar, welke casus hebben we, hoelang kan die wachten? Het liefst heb je dat elke casus binnen de termijnen zouden moeten vallen., maar de werkelijkheid is ook gewoon dat dat niet altijd lukt. En daarna hoop je dan met aanvullende afspraken te kijken van, als wij als Veilig Thuis misschien iets langer aanblijven om onder iets te stutten, alleen daar zit je dan vervolgens weer tegelijkertijd met je eigen doorlooptijden in. Maar uiteindelijk, en dat is wat je met elkaar... En dat merk ik wel in dat soort casuïstieken, probeer je met elkaar te zoeken naar de beste oplossing van de minste, als het ware. Een ideale is het niet. En je ziet hem echt. En met name ook wel aan de GGZ kant. Dat vraagt gewoon tijd. Heb je mensen gemotiveerd. En vervolgens draag je hem over. En dan kan het best wel even duren.

En het risico daarop is dat deze mensen dan zeggen, het duurt nu inmiddels zo lang, voor mij is het wel goed zo, want we zitten in de spiraal of de cirkel van geweld uiteindelijk weer. Dat is wel een consequentie wat eraan vastzit.

11

De voorzitter: Ga ik eerst naar mevrouw Kruger van GroenLinks. En ik zie inderdaad de handen nog van DENK en van SP. Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog even op van mevrouw Stevens een vraag een vervolgvraag zeggen. Want ik ga er echt vanuit dat de intentie van alle partijen die aan tafel zitten goed is van, zoveel mogelijk met elkaar praten. Er zijn afspraken gemaakt. Er liggen dingen vast. Maar dat is op die tafel. En dan gaat het het veld in. En dan komt het er echt op aan of het heel duidelijk is van, is de overdracht sowieso van die tafel wel overgekomen aan degene, de partner die ermee aan de slag is? Buiten dat is het vaak niet één partner, omdat bij huiselijk geweld, geweld in huis je hebt met volwassenen te maken, met kinderen, met van alles en nog wat, ouderen. En zeker als we het... We hebben het al nog over het vrijwillig kader, want het strafrechtelijk kader is natuurlijk nog wel even wat anders. Hoe kan dat in mijn oog ook beter nog geborgd worden? Dat die overdracht ook een warme overdracht is en dat dat vastgehouden wordt? Want net als mevrouw Stevens heb ik ook wel andere geluiden gehoord, dat iemand opeens het loslaat en dan ligt het kind of het gezin weer ergens midden op die tafel.

De heer Van Mourik: Ik denk dat uiteindelijk komt het ook voor dat wij constateren, op het moment dat hem hebben overgedragen, dat hij opeens stil komt te liggen. We merken wel, zoals we hebben toevallig in dat gezin... Vanavond hebben we toevallig dit gesprek ook, maar vandaag hebben we een leerwerkconferentie gehad tussen bijvoorbeeld het wijkteam en Veilig Thuis, waarin we expliciet met elkaar het gesprek hebben gevoerd van, hoe loopt die samenwerking? En wat zien we nu gebeuren? En je hoopt met dat soort interventies an sich alleen al juist te versterken van, snap je wat mijn werk is, snap ik wat jouw werk is? En ik denk dat in de basis de samenwerking tussen eigenlijk alle partijen met wie wij samenwerken wel goed zit. Het zit hem veel meer in die details. Uiteindelijk zal 98 procent wel goed gaan. Alleen er zal een percentage zijn waar het misschien wat minder goed gaat. Je hoopt door met elkaar het gesprek te hebben tussen de partijen, op het moment dat je constateert, we hadden afgesproken dat je het zou oppakken, dat is niet gebeurd, dan schalen wij dat intern ook op. Dan kan het bij mij terechtkomen.

Dan zoek ik contact met de leidinggevende van de desbetreffende organisatie, om daar ook weer het gesprek over te voeren van, wat maakt dat? En vaak wat je ziet, is dat het op inhoud tussen de medewerkers zelf al besproken wordt, om dit soort dingen zoveel mogelijk te voorkomen. Wat wij daar zelf in doen, is dat je dingen ook schriftelijk probeert te maken. Op papier dat we duidelijk maken van, dit is de melding, dit zijn de zorgen die we hebben en dit zijn eigenlijk de veiligheidsvoorwaarden en vragen die we hebben, die we van jullie verwachten dat jullie omzetten naar een veiligheidsplan. En op het moment dat wij hem warm hebben overgedragen, dan in de monitoring komen we daar ook op terug. En juist dat soort dingen, in die monitoring dan kijk je van, maar volgen we het plan en volgen we de route? Misschien nog even in het bijzonder, want daar begon u mee, voor het stukje MDA++. Dat is wel net een andere werkwijze. In die zin, eigenlijk hebben we daar echt strak de afspraak, een hulpverlenende partij, wie het ook betreft, stopt niet nadat het pas op de tafel is geweest. Daarmee juist te borgen dat ‘...’ zegt, waar we voorheen zeiden, mijn rol is uitgespeeld, want mevrouw of mijnheer heeft geen hulpvraag meer, laten we die vraag expliciet in die casus, wat zo zwaar is, terugkomen

12

aan een tafel van, is dat ook daadwerkelijk zo of is daar nog meer in nodig? En daarmee borg je eigenlijk dit stuk, dat het eigenlijk niet voor kan komen dat het er af valt. De voorzitter: Dan ga ik nog even terug naar de vraag van mevrouw Stevens richting de politie, want die was er ook nog, over de ambtshalve aangifte. Wie van jullie kan daar antwoord op geven? Mevrouw Van der Enden: Wij kijken steeds vaker naar wat een slachtoffer wil. Maar daarnaast, als we bij een melding komen en er zijn strafbare feiten zodanig, dan houden we zeker ambtshalve nog aan. Dat gebeurt nog steeds. De voorzitter: Mijnheer Safranti van DENK. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ook de signalen zijn bij ons bekend. Alleen wil ik twee vragen hier even stellen. Wat we wel meekrijgen, is dat vaak Veilig Thuis de acties uitzet, maar meestal afhandelt met een telefoontje van, gaat het allemaal wel thuis goed met u? En zo'n mevrouw aan de lijn geeft aan, het gaat allemaal wel goed. Dat dan de casus snel afgesloten wordt. Dat merken we wel in de praktijk. Maar wat we wel weten, is bijvoorbeeld dat bij zo'n telefoontje ook de partner thuis is. Dan durven ze ook niet vrijuit te praten. Mijn vraag is, in hoeverre is dit bij Veilig Thuis bekend? En klopt mijn verhaal wel? Die klopt wel. Maar ik vraag het.

En inderdaad, zo ja, wat gaan ze eraan doen? En een tweede is meer een voorstel, maar misschien werkt het al in praktijk hoor. Weet ik niet. Want mijnheer gaf aan dat er een warme overdracht is natuurlijk vanuit Veilig Thuis richting wijkteams. Maar andersom ook? Gebeurt dat ook? Want wat we ook zien, is bijvoorbeeld zo'n wijkteam dat die signalen oppikt of meekrijgt vanuit welke hoedanigheid dan ook, gezien de plaatjes die wij hebben gezien. Kunnen zij middels een registratienummer, want alle zaken worden natuurlijk geregistreerd daar, dat ze al door een telefoontje aan te geven, we hebben hier een casus, we pakken hem al op, maar kunnen jullie dit al registreren bij Veilig Thuis? Dan hoeft niet heel dat riedeltje opnieuw gespeeld te worden of doorlopen worden. Maar dat het wijkteam dit al oppakt, maar dat dat wel geregistreerd wordt bij Veilig Thuis? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Mourik. De heer Van Mourik: Misschien even voor het gemak met de eerste vraag van, komt het voor dat wij bellen en op die manier afsloten? Ja, er zijn zeker ook casuïstieken die we afsloten, nadat we met de cliënten gesproken hebben. Die proberen we uitgebreid te bevragen op basis van de informatie die we hebben. En die informatie ziet breder dan enkel vaak de melding die we hebben. Het begint al op het moment dat wij die casussen hebben.

En dat kan een professionele melding zijn. Het kan een politiemelding zijn. Gaan we die casus ook verrijken. En daarin hebben we dat we een stuk van de Raad voor de Kinderbescherming bevragen. Dat we ons eigen systeem nogmaals doorlopend kijken, welke informatie hebben we al in het verleden over dit gezin? En dat nemen we dan mee in de afweging. Het is echter wel een heel klein percentage wat op die manier wordt afgerond. Ik denk dat het, pak hem beet, grofweg misschien 4, 5, 6 procent is van de totale casuïstiek die op die manier wegvalt. Wat wel voorkomt, is dat we deze mensen bellen. En dan vragen wat er aan de hand is, om ze vervolgens door te geleiden naar een

13

stuk hulpverlening, vaak vanuit het wijkteam. Zoals ik eerder in mijn presentatie al aangaf, dat is ongeveer 80 procent wat bij ons binnenkomt wat we direct weer overdragen naar aanwezige hulpverlening of waarvan we zeggen van, dat zou goed zijn als de eerste benadering vanuit de hulpverlening of vanuit het wijkteam is. Dat is de grootste groep. Ik denk daarnaast is wat u aangeeft, dat als u signalen daarvan heeft dat wij gebeld hebben bij slachtoffers of degenen die het betreft, waarbij ook de pleger, ongeacht of het een man of vrouw is, daar proberen we wel op toe te zien. Ik neem hem alleen wel ter harte en ik zal hem ook meenemen, nogmaals, de organisatie in dat dat een signaal is wat u heeft opgevangen. We kunnen het niet altijd uitsluiten. Dat is altijd het lastige. Je probeert te horen van, weet ik zelf ook, op het moment dat je in de meldingsdienst zit, dan ben je gefocust op het gesprek. Hoor ik iemand op de achtergrond. Dan vraag je ook uit van, komt het nu op dit moment wel uit? Kunt u vrijuit spreken? Maar dan heb je niet... We kunnen niet meekijken op dat moment. Daar zit altijd het risico op dat vlak. Maar je hoopt dat uit te sluiten. Dat is misschien even mijn eerste antwoord op uw eerste vraag.

Het tweede punt, zouden we niet op het moment dat het wijkteam zich zorgen maakt enkel een belletje hoeven geven dat het geregistreerd is en daarmee klaar? Nee, dat kan niet zonder meer. En dat heeft vooral te maken met onze landelijk handelingsprotocol, die ook op dat moment... Ook met dat informatieprotocol. Dat is ook landelijk. Die beide documenten schrijven voor dat elke melding een triage besluit moet hebben. Dat wil zeggen dat elke melding of signaal, dat wij daar daadwerkelijk wat mee moeten willen kunnen doen, dat we dat moeten registeren op persoonsgegevens. En daarvoor hebben we een melding nodig. Op dat moment krijgen wij onze wettelijke bevoegdheid om ook daadwerkelijk die informatie op te schrijven. Op het moment dat je dat niet hebt, mag je als Veilig Thuis feitelijk er niks mee doen en zou je het alleen maar in het adviesstuk kunnen beschrijven. Maar dan kan je niks registreren in de zin van, dat het terug te halen is dat als ik u vorige week heb gesproken en ik kom daarna nieuwe informatie, dat ik vanuit een andere hoek dat niet met elkaar kan koppelen. Dat is de enige mogelijkheid, via een melding. En dat zit vast aan restricties vanuit het landelijk handelingsprotocol, plus dan het informatieprotocol.

En dat ziet dan uiteindelijk toe dat elke melding die we doen bij ons gemeld wordt, echter, en daar zit denk ik misschien wel een stukje waar weer de combinatie komt met uw eigen voorstel als het ware, als wij zien dat de hulpverlening er al in betrokken is, is de eerste actie die wij na die beoordeling, die verrijking hebben gedaan, is bellen met de hulpverlening. Dit en dit hebben we van jullie gekregen. Vaak al bij de aanmelding. Kunnen jullie verder? En dat noemen wij in ons jargon als het ware een radarmelding. En daarmee is de inzet vanuit Veilig Thuis niet dusdanig ten opzichte van andere meldingen, maar wordt hij wel geregistreerd. De voorzitter: Vervolgvraag, de heer Safranti? De heer Safranti: Ja. Even een aanvullende vraag, voorzitter. Want volgens mij, of ik heb hem niet volledig goed kunnen uitleggen of... Want ik krijg een half antwoord terug, in dit geval. Mijn voorstel of verzoek was meer van, een wijkteam krijgt een melding, of dat een I28 formulier is of een politiemelding, uit welke hoek dan ook, maar dan niet direct de collega's van het lokaal team huiselijk geweld... Zo zal ik het maar even noemen, van het sociaal team. Maar vanuit een andere hoek. Maar er is een melding. En zij hebben zoiets van, dit is echt voor ons. Laten wij dit maar oppakken, voordat het weer helemaal

14

naar Veilig Thuis moet en weer terug moet. Dat is eigenlijk wat ik wilde voorstellen of vragen, of dat niet middels een... Want de melding is er. Die zou zo doorgestuurd kunnen worden. Maar middels zo'n registratienummer dat dat al opgepakt wordt in zo'n wijkteam. In praktijk loopt dit al trouwens, maar niet hier. De heer Van Mourik: Ik ben even op zoek hoe u dat bedoelt, want dat heb ik volgens mij proberen te beschrijven in dat... De heer Safranti: Ik zal het anders uitleggen. Een lokaal zorgteam, lokaal zorgnetwerk, die krijgt zo'n melding binnen vanuit politie of vanuit woningstichting, dat daar huiselijk geweld is gepleegd of wat dan ook. En je hebt collega's naast je die dit al doen. In plaats van dat het helemaal naar Veilig Thuis moet, kan je hem overdragen, zodat zij dat in verbinding met de contactpersoon bij Veilig Thuis dit laten registreren en zelf al kunnen oppakken. In het kader ook van dat het heel snel opgepakt kan worden, voordat het naar Veilig Thuis moet. De heer Van Mourik: Zoals ik zojuist aangaf, vanuit Veilig Thuis kunnen we alleen maar werken met de melding. En de politie daarentegen, u noemde het in uw voorbeeld, op het moment dat er sprake van kindermishandeling en huiselijk geweld, is er ook een landelijke afspraak dat ze dat soort meldingen alleen bij Veilig Thuis doen. Daarmee is die route gewoon landelijk vastgelegd.

Vanuit de landelijke kant, de politie krijgt die meldingen. En dan kom ik weer op uw stuk wel terug. Op het moment dat wij dat zien, probeer je hem zo snel mogelijk bij die hulpverlening te brengen, waar die nodig is. Alleen is die wel vanuit onze kant verrijkt en beoordeeld. En ik denk dat dat, naast dat het misschien een gedeelte tijd kost, is het namelijk ook wel een belangrijke weging. Omdat het namelijk ook zo kan zijn, is dat je meerdere signalen van het verleden hebt gehad die je niet vanuit die politie krijgt waarvan je zegt, we kunnen het nu niet direct overdragen, maar we hebben daadwerkelijk eerst onderzoek vanuit Veilig Thuis nodig. Naast dat er zeker, en dat zal ik ook erkennen, een bepaalde tijdsvertraging in zit... Want normaal gesproken zou je verwachten, ik zie iets, ik bel gelijk door en die pakken het gelijk op. Het gaat relatief best snel. Binnen enkele dagen kan het ook daar liggen. Op het moment dat het echt acuut is, diezelfde dag nog, zoals ik aangaf, zit er ook een Crisis Interventie Team. Die rukten dan ter plekke uit. Als politie bij wijze van nu belt, zijn er nu collega’s die stappen in de auto om met ze mee te gaan en dat gesprek te voeren. Op die manier loopt dat wel. De voorzitter: Voldoende voor nu, de heer Safranti? Ik wilde eigenlijk nog naar mevrouw Kamphuis.

Of is dit even aanvullend op dit stukje, mevrouw Kruger? Dan ga ik u op mijn lijstje zetten. Mevrouw Kamphuis, SP. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde aan Veilig Thuis vragen of jullie ook werken samen met het CIT-team, Crisis Interventie Team? En zijn die ook in de avond en in weekend bereikbaar? Want ik heb andere verhalen gehoord. En wat doen jullie als ze niet bereikbaar zijn? De heer Van Mourik: Zoals ik net aangaf in de presentatie, het Crisis Interventie Team valt onder Veilig Thuis. Daar geef ik ook direct sturing aan, via de teamleiders. Wij zijn echt als Veilig Thuis 24/7 bereikbaar, zowel telefonisch als op het moment dat het nodig

15

is dat wij erop afgaan en een risico-inschatting ter plekke maken. Dat kan in de Hoeksche Waard zijn. Dat kan hier in Dordrecht zijn. Het kan nu om drie uur zijn. Het kan om elf uur zijn. Als wij gebeld worden, dan pakken we hem eerst telefonisch op om te kijken, kan het wachten of niet? Want uiteindelijk weten we ook dat het ingewikkeld is om in de avond en nachten hulpverlenende partijen, als het echt nodig is, ook aan tafel te krijgen. Want die zijn ook met kantoortijden. Maar als dat niet kan, dan gaan we kijken, wat is ervoor nodig om tot aan de volgende dag, vaak half negen, want dan gaan alle loketten weer open, wat is daarvoor nodig om dan te de-escaleren, zoals wij dat dan noemen. En op die manier afspraken te maken voor de nacht. En daarna zullen wij op dat moment naar huis gaan, als dat mogelijk is. En dan ronden we het op die manier af. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer De Heer van ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. En dank ook voor alle informatie. Heel leerzaam. Ik dacht net te begrijpen in de beantwoording van vragen ook dat er een klein aantal casussen zijn van een overdracht via Veilig Thuis naar een andere partij, dat het weleens gebeurt dat iets tussen wal en schip belandt of dat iets stil komt te liggen. Daar is best wel wat over gedeeld en uitgelegd.

Maar tegelijkertijd was ik nog steeds op zoek naar, wat is echt de essentie van dat zoiets gebeurt? En waar zit hem dat echt in? En wat zou dan ook volgens u vanuit Veilig Thuis een oplossing kunnen zijn? En zit hem dat bijvoorbeeld dan in de AVG of in miscommunicaties, want waar mensen werken, worden weleens fouten gemaakt, of personeelstekorten? Ik ben op zoek naar iets meer duiding van de hoofdreden. De heer Van Mourik: Inderdaad, zoals u zelf al schetst, er is niet een directe aanleiding waarom dat gebeurt? Het is in een klein geval dat dat soms voorkomt. En wat je daarin ziet, is dat het veelal toch wel terug te relateren is aan een stukje ook miscommunicatie dan wel verwachtingen. Dat zit hem vaak op dat vlak dat de verwachting was dat ik verantwoordelijk was voor de casus en daarmee ook dacht dat ik kon afronden. Daarmee misschien vergeten om net nog ook contact op te nemen met in dit geval Veilig Thuis om te zeggen, ik heb de hulpvraag ontvangen. Ik ben met de ouders aan de slag gegaan. Dat is op zich succesvol geweest. En ik ben klaar. Het verschil is dat wij als Veilig Thuis hebben gemiddeld genomen bij zo'n casus dat we echt een warme overdracht hebben gedaan naar aanleiding van een onderzoek, ongeveer anderhalf jaar nog monitoren. Daarin hebben wij een verwachting van de overdrachtspartijen dat ze ongeveer ook anderhalf jaar betrokken zijn.

Dat is, wat je soms merkt, gewoon ingewikkeld, omdat zij namelijk een andere termijn hebben en voor hun beeld terecht op dat moment ook klaar zijn. Daar zit ook een ingewikkeldheid in. Ik denk dat het een gedeelte daarop zit. Het zal soms ook misschien te maken zijn, dat is geeneens bewust, dat mensen zeggen toch, doordat je een werkdruk hebt, en ik zal geeneens zeggen wachttijd, maar gewoon de werkdruk, kan het best zijn dat je zegt, zonder bewuste bedoeling, een andere casus gaat misschien wel voor of ik kan nu afronden en ik ga door. Dat is wat ik eigenlijk vooral constateer, is dat het merendeel van dit soort casussen lukt het wel. Heb je ook contact. Zoeken zij ook contact met ons. Ook bij vragen. En op die manier probeer je dat te voorkomen. Maar helemaal uit te sluiten, dat lukt gewoon helaas niet. Mevrouw Stevens: Voorzitter.

16

De voorzitter: Is dit een aanvullende vraag? Mevrouw Stevens: Ja. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Stevens: Ook voor Veilig Thuis natuurlijk. Ik neem aan dat u ook de vragen heeft gelezen en de antwoorden die er gekregen zijn. En een van de vragen was, hoe tevreden zijn de slachtoffers ‘...’ de gemeente met de genomen acties na melding? En dat is eigenlijk een beetje een vervolgvraag. Want ik hoor ook, er wordt gemonitord, er wordt gekeken. Want het beantwoorden vind ik wat vaag. Want ik denk, als je dan aan het monitoren bent, wat maakt dan dat je niet kan kijken van hoe de hulpverlening is verlening is verlopen door Veilig Thuis. De heer Van Mourik: Zoals natuurlijk in de beantwoording al stond van de vraag, die heb ik ook vanmorgen nog even nageslagen erop, het is daarin altijd lastig te duiden. We hebben natuurlijk te maken met een doelgroep, even vanuit mijn perspectief, die niet op mij zit te wachten. Het is niet dat ze bij mij hebben aangebeld om te zeggen, kom vooral bij mij binnen, want ik heb mijn partner geslagen of er is iets mis. Veel meer zie je dat een omstander, het kan politie zijn, het kan buren zijn, het kan een onderwijs zijn, et cetera, zeggen, ik maak me zorgen, ik trek hier een grens en ik ga melden. Dat doet al iets in het stukje vertrouwen en verwachting van de ander.

Wel zijn we, en dat doen we eigenlijk in samenspraak ook wel met toentertijd zo'n twintig Veilig Thuizen, op dit moment, in ieder geval bij onze kant, de anderen zijn al verder, zijn we ook aan het in te richten van, kunnen we een soort toch een cliënttevredenheidsonderzoek doen. En dat zit hem dan niet zozeer of je tevreden bent met het feit dat ik bij u betrokken ben geraakt, want dat zal over het algemeen misschien wel negatief zijn in de zin van, u gaat zich bemoeien met mij, terwijl ik daar niet om gevraagd heb. Maar dat zal veel meer zien op het stukje van, heeft u alle informatie gehad die u nodig had als gemelde persoon? Meer in die lijn van die vragen hopen we ook boven tafel te krijgen waar dan onze eigen dienstverlening verbeterd zou moeten worden of aangepast moet worden. Ik hoop in het komend kwartaal dat ik daar de eerste resultaten van kan zien. Maar dat is echt voor ons nu pionieren. We staan aan het begin om te zeggen, we willen hier iets in. En tot op nu was het heel lastig naar boven te krijgen. En daarmee hopen we dat in ieder geval te veranderen. En nu ben ik even uw tweede deel van de vraag kwijt, maar die wilt u vast wel herhalen. Mevrouw Stevens: Natuurlijk.

Ik had het erover van, als je toch aan het monitoren bent, dan weet je ook op een gegeven moment, als je dan een terugkoppeling krijgt van, hoe tevreden is de cliënt? Dat zou je dan mee kunnen nemen. Is meer een suggestie. De heer Van Mourik: Zeker. Juist ook deze mensen, vanuit de monitoring, hebben ook een onderzoek of voorwaarde en vervolg gehad. En juist die groep, waar we intensief betrokken zijn, willen we dit stukje klanttevredenheid aanbieden. Op die manier wordt dat meegenomen. De voorzitter: Ga ik naar mevrouw Kruger van GroenLinks.

17

Mevrouw Kruger: Dank u wel. Ik heb even een vraag over toch wat meer een juridischachtige setting van, op het moment dat bijvoorbeeld de dader uit huis geplaatst wordt, dan is het de bedoeling ook dat in feite tijdens die eerste tien dagen de hulpverlening ingezet wordt. Ik weet, er zijn allemaal lange lijsten, wachtlijsten, enzovoort. In hoeverre is dat nu haalbaar? In hoeverre hebben jullie daar positieve resultaten mee, dat inderdaad op het moment dat er een uithuisplaatsing is, dat de slachtoffers meteen gehoord worden en gekeken of daar een hulpverlening op kan? De slachtoffers, maar ook de daderhulpverlening, wordt die ook meteen ingezet? De voorzitter: U kunt daar antwoord op geven, de heer Van Mourik? De heer Van Mourik: Ja hoor. Ja, wel degelijk. Wij zien een tijdelijke huisverbod is echt een crisismaatregel. Dat is veelal startend vanuit de politie. Daar hebben we de samenwerking op. Die komen bij een casus, worden gebeld en zeggen, maar er is hier dusdanig fors geweld gepleegd, we moeten hier misschien wel denken aan een tijdelijk huisverbod. Daarvoor hebben we eerst een screening, een risicotaxatie. Die we dan vervolgens nalopen, zowel bij het slachtoffer als bij de pleger. Daar begint het al.

En die informatie brengen bij elkaar, om dan vervolgens aan de officier van dienst op dat moment hem om voor te leggen en zeggen, als wij dit concluderen, gaat gewoon via een vastgesteld instrument, denken, geven wij het advies, een positief of misschien een negatief. Maar uiteindelijk is het dan aan de hulpofficier om te besluiten, komt er een tijdelijk huisverbod? Maar op het moment dat die wordt uitgesproken, volgt hij ook daadwerkelijk op die manier op. Hij gaat in, tien dagen. En zo nodig wordt hij nog verlengd. En in die tien dagen dan voeren wij de procesregie. Dan halen wij Fivoor aan tafel, om te spreken met de dader. We halen het wijkteam ervoor aan, met de volwassenen. Vanuit het kind wordt ook met de kinderen gesproken. En dat noemen we ook wel een netwerkgesprek dan wel een systeemgesprek. En die informatie wordt bij elkaar gebracht om te kijken, is dit voldoende? Misschien dat we deze mensen vanuit deze gesprekken ook kunnen motiveren tot hulp vanuit het wijkteam dan wel vanuit Fivoor. En als dat niet voldoende is, kan het zelfs zo zijn, en dat is het voordeel dat het zo bij Veilig Thuis is geïntegreerd, is dat we hem ook zouden kunnen doorzetten naar een onderzoek vanuit Veilig Thuis om te kijken, moet hij misschien zelfs doorgezet worden naar de Raad voor de Kinderbescherming. Er zit nog een andere ketenpartner ook aan tafel.

Bij tijdelijk huisverboden schakelen we ook met enige regelmaat met bijvoorbeeld de Safegroup. Het kan zo zijn dat je zegt, een Safegroup biedt meer dan enkel alleen tijdelijk huisverbod. Dat een ambulance traject nodig is, juist om deze persoon, het slachtoffer misschien wel weerbaarder te maken. Dat zijn allemaal van dat soort stukken die daarin meelopen. Maar op het moment dat het een crisis is, dan is het ook bij de ketenpartners dat daar wel gekeken wordt naar alle mogelijkheden om dat zo snel mogelijk in kaart te zetten. Mevrouw Kruger: Voorzitter, even toch een aanvullende vraag. Want dit is het proces. En dat is heel mooi. Maar gewoon echt een oprechte vraag en niet om... Maar gewoon, lukt het ook? Omdat we hebben gewoon overal personeelstekort, in de zorg en... Het proces is zo mooi, maar lukt het ook? Ik wil daar gewoon eerlijk antwoord op. De heer Van Mourik: Maar het is echt het oprechte eerlijk antwoord. Maar dat zit hem met name, omdat we dit echt beschouwen als een crisis. Hetzelfde is dat als ik kijk naar

18

ons crisisteam, dat gaat 24/7 eruit. Dat zou misschien in uren hooguit dat het vertraagd wordt, maar er is geen casus die wij op dat moment niet oppakken. Hetzelfde geldt vanuit het tijdelijk huisverbod. We hebben een aantal gewoon tijdelijk huisverbod procesregisseurs, waarmee we dat proces direct kunnen starten. Er is geen tijdelijk huisverbod proces wat stilligt. En vervolgens zit daar ook de afspraak met de hulpverlening. En hoe het daadwerkelijk bij de wijkteams vervolgens er nu op toeziet, dat durf ik niet zeggen. Maar op het moment dat zij contact hebben, hebben ze ook de aanmelding, probeer je ook verder te pakken. Dat zit op dit stuk zeker. De voorzitter: Ik ga heel even... De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De voorzitter: Even in het kader van tijd, want ik heb nog twee vragen inderdaad van heer Van Dam Timmers en mevrouw Van Herwijnen. En we hebben ook nog de drie sprekers. We hebben nog een uur, want er is ook nog heel even denk ik een korte pauze, even drinken. Is dit even aanvulling op of is dit uw eigen vraag? Want anders komt u na mevrouw Van Herwijnen. Dan doen we dat even. Akkoord om het even zo te doen en dat we na deze vragen, wat is het, misschien even pauze? Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Ik had ook inderdaad een vraag aan de heer Van Mourik. Hij gaf in zijn presentatie aan dat de doorlooptijden soms onder druk staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/775/documents/36766