2.5 2024.03.05 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept .pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 5 MAART 2024 Vergaderzaal 5 1. Agenderingsverzoek College Visie Voortgezet Onderwijs (Consultatie) Voorzitter: Mevrouw Stolk Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Mevr. Boom-Vos (VVD) is later aangeschoven Dhr. Bootsman (GroenLinks) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter Voor Dordt) De heer Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Portefeuillehouder: Wethouder C.C. van Benschop Insprekers: Dhr. Beijeman, bestuursvoorzitter Stedelijk Dalton Mevr. Kooij, beleidsmedewerker Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Mevr. Levering, ambtelijke ondersteuning vanuit het team Jeugd en Onderwijs Mevr. Mudde, directeur-bestuurder Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Voorzitter: Goedenavond, dames en heren, welkom op deze Dordtse Dinsdag, 5 maart 2024. Mijn naam is Margret Stolk, ik mag vanavond uw voorzitter zijn. Vanavond hebben we op de agenda het agenderingsverzoek college visie voortgezet onderwijs; het is een consultatie. De structuur van de bespreking, hoe gaan we het doen? Beeldvormend consultatie.
En allereerst welkom, en met name de raads- en commissieleden en natuurlijk ook wethouder Van Benschop, namens het college. Voor het verslag ga ik eerst even vragen aan de raads- zijn commissieleden, en dan begin ik links van mij, even kort een voorstelrondje. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. Mevrouw Kooij: Diane Kooij, beleidsmedewerker samenwerkingsverband. Mevrouw Mudde: Allet Mudde, directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband.
1
Mevrouw Jager: Ineke Jager, van Beter Voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter Voor Dordt. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. Mevrouw De Heer: Betsy de Heer, Forum voor Democratie. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Beijeman: Rob Beijeman, bestuursvoorzitter Stedelijk Dalton. Mevrouw Levering: Ingeborg Levering, ambtelijke ondersteuning vanuit het team Jeugd en Onderwijs. Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder. De voorzitter: Dank, en ook welkom aan de gasten en de ambtelijke ondersteuning, natuurlijk, de heer Beijeman, namens het onderwijs, mevrouw Mudde en mevrouw Kooij, namens het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs, en mevrouw Levering, namens de gemeente. Dan even toelichting, het college heeft verzocht om een consulterende sessie over de conceptvisie voortgezet onderwijs.
Het college wil daarbij antwoord krijgen op de vraag of de raads- en commissieleden zich kunnen vinden in het voorgestelde ambitie en uitgangspunten, en of er nog andere aandachtspunten zijn aan het college, die u wilt meegeven voor de verdere ontwikkeling van de onderwijsvisie voortgezet onderwijs. De gemeente, het onderwijs en het samenwerkingsverband geven eerst een toelichting op de voorliggende conceptvisie. Aansluitend daarop is er gelegenheid voor het stellen van verduidelijkende, technische vragen en voor een reactie op het concept. En dan wil ik eerst het woord geven aan wethouder Van Benschop voor een korte introductie, en daarna is het woord aan mevrouw Levering en de overige gasten voor de presentatie. Dus aan u het woord, mevrouw Van Benschop, als aftrap. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat we heel wat animo hebben hier in de zaal om het te hebben over deze visie. Dat is ook zeer terecht, gezien het gaat over de Dordtse jongeren die ons allemaal aangaan.
2
Even kijken hoor, we zijn, we gingen eerst even het programma doornemen. Nou, het programma van vandaag, we krijgen zo meteen een korte toelichting op het proces, op het opstellen van de startfoto, dus wat is de situatie nu, en de conceptvisie. Vervolgens zullen we de speerpunten die u wellicht herkent vanuit de Dordtse Onderwijsvisie nul tot twaalf jaar, die we dus ook gebruikt hebben voor deze visie, toelichten. Waarbij de basisvaardigheden door de heer Beijeman zullen worden toegelicht, preventie en zorg door mevrouw Mudde, en de brede ontwikkeling door mevrouw Levering, vanuit de gemeente. En ook, wat is nu het vervolg nadat we deze sessie gehad hebben? Vervolgens aan het einde van het programma is er natuurlijk dus ruimte voor gesprek en voor vragen, ook om input mee te geven. En ik denk dat het goed is om hier nog even te benadrukken, we hebben hier te maken met drie partijen, die met elkaar afspraken gaan maken rondom de jongeren en het onderwijs, maar allen met een eigen verantwoordelijkheid. Dus de basisvaardigheden zitten écht bij het onderwijs, preventie en zorg écht bij het samenwerkingsverband. En die brede ontwikkeling, dat is eigenlijk waar u als raad ons de input op mee kunt geven, of in ieder geval, waar u ook uw wensen in duidelijk kunt maken, want dat is iets waar de gemeente de stappen op zet. Ik denk dat we nu naar de volgende sheet.
Nou, welkom; dat heb ik eigenlijk al gedaan. Dat hebben we wel gedaan. Nou, wat is nou de aanleiding om te komen tot een Dordtse Onderwijsvisie? In 2020 is de Dordtse Onderwijsvisie vastgesteld voor nul tot twaalf jaar. Ook in die onderwijsvisie wordt nadrukkelijk gesproken over doorgaande leerlijnen. En de doorgaande leerlijn stopt uiteraard niet na het PO, maar gaat daar juist verder. Er was geen afsprakenkader met het voortgezet onderwijs, om de samenhang tussen die drie net benoemde speerpunten, om daar een afsprakenkader voor te krijgen, zodat je ook met elkaar rondom die jongeren elkaar aanspreken, maar ook weet, wie is waarvan? En, dat is mooi meegenomen, er was een route naar een nieuw integraal huisvestingsplan voor het voortgezet onderwijs, en daarvan hebben we gezegd, laten we nou de inhoud ook koppelen aan de gebouwen. Dit alle was de aanleiding om tot een afsprakenkader te komen. Maar het doel is een gedeelde onderwijsvisie voor het Dordtse voortgezet onderwijs, aansluitend bij die drie speerpunten van de Dordtse Onderwijsvisie nul tot twaalf jaar. Wat ons betreft stopt het ook weer niet na deze visie. We hebben vervolgens ook nog het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs, wat hier weer een logisch vervolg op zou moeten zijn.
Maar daar hebben we weer een ander proces voor te lopen, wat ook nadrukkelijk raakt aan onder andere Glansrijke Toekomst, waar we op een ander moment weer op terug zullen komen. Dus dit is in ieder geval het afsprakenpakket waar we het vandaag over willen hebben. En dan ga ik denk ik nu het woord doorgeven aan Ingeborg. De voorzitter: Dank, wethouder Van Benschop. Ga uw gang, mevrouw Levering, van de ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Levering: Ik wilde inderdaad al starten. Ik wil jullie graag eerst wat vertellen over het proces dat we gelopen hebben, om tot deze conceptvisie te komen. Want dat is wat er nu voorligt, nog geen definitief stuk, maar echt een concept, waarop u nog in de gelegenheid wordt gesteld om aandachtspunten en aanvullingen mee te geven. Er is vanaf het begin af aan gestart als een gezamenlijk traject, met de drie partijen die nu al een aantal keer genoemd zijn, dus de gezamenlijke scholen voor het voortgezet
3
onderwijs, samenwerkingsverband en de gemeente. En om die reden onder andere is er ook voor gekozen om met een externe partij te werken, dat is landelijk onderwijsadviesbureau Sardes. Daar staan ook de personen die hier aan hebben meegewerkt, Karin, Puk en Sien, die staan hier genoemd. Sardes heeft uiteindelijk de opdracht gekregen om ons te begeleiden bij deze, bij de totstandkoming van deze visie, en ook in het voortraject om te komen tot die startfoto. Dus, hoe staan we er nu voor? Even kijken, er is zowel een regiegroep, als een visiegroep is er opgesteld. In de regiegroep zitten deze personen, dus de drie bestuurders van de drie partijen. En de rol van die regiegroep is dus ook om zicht te houden op de voortgang en uiteindelijk ook besluiten te nemen, waar de visiegroep de zaken voorbereidt. Op de volgende sheet zie je de personen die in de visiegroep hebben deelgenomen, dus dat zijn mensen uit het werkveld van de verschillende organisaties. En die zitten ook nadrukkelijk in die visiegroep, niet alleen namens hun eigen organisatie, maar als vertegenwoordiger van de hele achterban. Eerst is er dus een startfoto gemaakt om de stand van zaken weer te geven en daarna zijn de gesprekken gevoerd. Die startfoto, er is, met de visiegroep is er bepaald welke indicatoren we daarvoor in beeld moeten brengen. En toen is Sardes dus gestart met die dataverzameling.
Dat gaat om heel diverse informatie, dus zowel openbare data, als data die we vanuit die drie partijen hebben aangeleverd, maar ook gesprekken die zij gevoerd hebben, een vragenlijst die er onder de school is uitgezet en rondetafelgesprekken. Daar zal ik zo ook nog iets meer over vertellen. En in die visiegroep is dus ook uiteindelijk die startfoto, die u als commissie nu ook ontvangen heeft, die is vastgesteld. Er zit een beetje een disclaimer bij, in de zin dat het nooit helemaal compleet kan zijn. Plus, het is natuurlijk een momentopname, die startfoto. Op de volgende sheet zie je ook de rondetafelgesprekken die er gevoerd zijn. De sessie met de leerlingen, die was heel goed bezocht, het was ook een hele leuke sessie, heb ik meegekregen, ik was daar zelf niet bij, heel veel input gegeven. Maar sommige andere gesprekken waren, was gewoon wat beperktere deelname. Dus we hebben in de visiegroep ook met elkaar gekeken, kunnen we dit nu echt gebruiken, moet er meer info verzameld worden, of is dit het? En we hebben wel gezegd, het is allemaal herkenbaar, dus we kunnen er ook gewoon mee verder, ook al weten we dat het … Ja, je wil altijd meer, meer informatie. De bevindingen uit de startfoto, die gaan we zo toelichten per speerpunt.
Wat waren bijzondere uitkomsten en waarom zijn die onderdelen dan opgenomen in de conceptvisie? En wat nog even goed is om te weten, dat heeft u ook denk ik gezien in het conceptstuk, dat er ook twee voorwaardelijke afspraken werden genoemd. Het kwam heel duidelijk naar voren dat het personeelstekort, de moeite om aan voldoende en goed personeel te komen binnen het onderwijs, dat dat soms belemmerend werkt voor de ambities en afspraken. Dus die staat bij de voorwaarden, willen we ook met elkaar aan werken. En ook die samenwerking, overleg en een gezamenlijke aanpak. Dan komen we bij de toelichting op speerpunt één. En dan ga ik het woord doorgeven aan mijnheer Beijeman. De voorzitter: Nou, dat ga ik doen. Nee, dat geeft niks hoor, maar dat is gewoon een beetje de volgorde die we hier hanteren. Ik ben, vanavond mag ik uw voorzitter zijn. Mevrouw Levering: Natuurlijk.
4
De voorzitter: En ik ga de mensen het woord doorgeven. Maar dat is, dat maakt niet zoveel uit hoor. Ga uw gang, mijnheer, nou ben ik uw naam kwijt. De heer Beijeman: Dank u, voorzitter. Mijn naam is Rob Beijeman. Ik kan me voorstellen dat je van je à propos raakt. De basisvaardigheden, die zijn al heel veel genoemd natuurlijk, daar krijgt het onderwijs behoorlijk wat subsidie voor. Omdat op dit moment, en als we naar Dordt kijken, dat ongeveer 20 procent van de schoolverlaters als functioneel analfabeet van school gaat, dat er nog een aantal leerlingen echt slecht lezen. En dan hebben we het ook nog over rekenen en dat soort vaardigheden. Dus dat moet absoluut de speerpunten zijn voor het onderwijs in Nederland, en zo zeker voor Dordt. In Dordt is het eigenlijk nog iets minder gesteld, dat heeft met allerlei oorzaken te maken, kunt u ook lezen in de foto. Maar dat heeft ook wel met een lange ontstaansgeschiedenis van Dordrecht te maken. Het lerarentekort is één van de dingen die ons echt ook tegenwerkt. Op moment staan er ongeveer driehonderd vacatures Nederlands open in het land. Bij elkaar zijn het er ruim drieduizend. Dus ik zie een aantal herintreders die van harte uitgenodigd worden, zie ik nu al. Maar in ieder geval zorg over. En dat betekent dat een integrale aanpak rondom de basisvaardigheden op scholen echt voorwaardelijk is. Dat is niet nieuw.
Het mooie is dat de onderwijsvisie nul tot twaalf daar echt nu stappen in het maken is door extra lessen, extra inzet. Dus we hopen dat, of tegen de tijd dat ze overstappen, dat ze eigenlijk al beter naar voren komen als hun voorgangers. En daar moeten wij op doorborduren. Verder is de overgang van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs is een vaak genoemde, dat die warme overdracht, die verschilt heel erg per school en ook per stichting. Daar willen we aan werken. Een andere is dat de uitstroomniveaus van de ISK, wij hebben, onze stichting heeft de ISK in huis. Deze leerlingen die stromen eigenlijk stelselmatig lager uit als dat hun vermogens zijn. Dat kan ook niet anders, ze krijgen twee jaar de tijd om de taal machtig te worden. Gemiddelde tijd om dat écht een beetje te doen is vijf of zes jaar. Dus zij komen met taalachterstand binnen en dat betekent dat ze ook op een minder niveau gaan beginnen. Dat betekent niet dat ze in hun leven niet op kunnen klimmen, maar ze hebben daar langer de tijd voor nodig en ze hebben meer tegenwerking. Je kan allemaal de verhalen lezen over het tegenwerken bij stages, of bij beroep zoeken, op moment dat je een andere naam, tenminste, een naam hebt die niet Nederlands, op je cv zet. De volgende, volgens mij is er nog één. We gebruiken hierbij de referentieniveaus voor taal en rekenen, dan zien we dus dat de Dordtse jeugd daaronder zit.
Daarbij gaan we met taalverwerving in leesbevordering aan de slag. Er zijn al contacten met bibliotheken gelegd. Ook die krijgen subsidie voor de basisvaardigheden. De overgang PO-VO. Het mooie is dat er op dit moment weer een subsidieronde is, helaas een subsidieronde, maar het is in ieder geval een subsidieronde voor de overstap van PO-VO te versterken. Het onderwijs aan nieuwkomers; zijn we samen met de gemeente heel druk bezig om daar meer vorm aan te geven. Nou, niet meer vorm, er moet meer onderwijs gegeven worden. Daar waar onze ISK drie jaar geleden ongeveer tachtig, negentig leerlingen had, zitten we nu ongeveer bij vijfhonderd leerlingen. En je moet je voorstellen dat je daar ook geschoold personeel voor moet vinden, laat staan ruimte. Dat is ook iets.
5
De overgang voor het voorgezet onderwijs naar het vervolgonderwijs is ook een aandachtspunt. Glansrijke Toekomst wordt genoemd. Maar zo zijn er andere initiatieven om die overstap naar het mbo, de overstap naar het hbo en naar de Uni, om die te verbeteren, maar die worden in het plan verder uitgewerkt. Maar dit zijn wel de hoofdthema's die er zijn. Niet heel spannend, maar eigenlijk wel weer terug naar de basis waar het over moet gaan. Volgens mij waren dit mijn sheets. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank, heer Beijeman. Ik heb uw naam weer onthouden. Dan ga ik even kijken naar de dames. Mudde of Kooij, wie mag ik het woord geven? Ga uw gang. Mevrouw Mudde: Volgende sheet. Dank je wel. Speerpunten preventie en zorg. Wat u ook heeft kunnen zien in het onderzoek is dat het welbevinden van de leerlingen wat zorg en aandacht vraagt. Stress, pesten, tot ook met name de samenwerking met onderwijs, en tussen onderwijs en jeugdhulp. De signalering bij de sociale teams, als het gaat om uitval, dreigend uitval, meer ook vanuit de zorgkant.
Behoefte aan expertise ten behoeve van preventie, dus ook de handelingsverlegenheid soms bij docenten, als, ik signaleer iets, wat heb ik daarvoor nodig? En hebben we dan de juiste mensen in huis qua zorg in de ondersteuningsstructuur, om eigenlijk preventief schooluitval te voorkomen? Thuiszitten, is een voortijdig schoolverlaters een belangrijke. Er zijn meer, relatief veel thuiszitters. Die worden geregistreerd op basis van de standaard registratie bij de scholen. Daar gaan we wel … En we gaan een project daarop zetten, waarbij we, met drie pijlers, waarbij de doelgroep wordt gedefinieerd van de thuiszitters. En dat we dat ook gaan registreren met elkaar, dus dat we ook met de gemeente het gesprek kunnen voeren over het aantal thuiszitters. En dat doen we niet alleen met de gemeente, maar ook met de zorgpartijen, waaronder de LVS, de lip lift. Pijler één is dus doelgroepenregistratie en de registratie an sich. Pijler twee van dat project is een regietafel opzetten, waarbij we met verschillende partijen de dreigende schooluitvallers, dan wel ook de thuiszitters … We zien die kinderen, dus dan gaan we ook met ze meelopen om te zorgen dat we ze een keer weer kunnen terugleiden, mogelijk met partieel onderwijs, tot uiteindelijk weer terugstroom naar een onderwijsvoorziening. Pijler drie van dat project is een dekkend aanbod.
Hebben wij voldoende voorzieningen in huis, in het Dordtse, als het gaat om de groep thuiszitters weer terug te leiden naar het onderwijs? Dan zou je kunnen denken aan een speciale onderwijsvoorziening, tot misschien wel ambulante docenten, samen met jeugdhulp partijen, die de leerlingen die thuis zitten gaan bezoeken en aan de hand gaan nemen richting weer een vorm van onderwijs. Verder, de samenwerking met het onderwijs, er ligt een soort conceptontwerp, samen met de gemeente, voor de onderwijszorgarrangementen en de zorg-onderwijsarrangementen. Nou, onderwijszorgarrangementen, wat moet je daarin verstaan? Dat is de jeugdhulp in het onderwijs onderbrengen, meer de samenhang met een aantal zorgpartijen gaan opzetten binnen het onderwijs. En de andere kant op, de zorg-onderwijsarrangementen zijn een aantal kinderen, ook thuiszitters, die bijvoorbeeld bij een zorgboerderij verblijven, geen onderwijs volgen. En daar willen wij het onderwijs naartoe gaan brengen. Dus de ontwikkeling, samen met Dordt Sociaal en een aantal zorg-jeugdhulp partijen, de oza’s en de zoa’s gaan vormgeven. Daarnaast de basisondersteuning, dat zei Rob ook al, dat zou …
6
De basisondersteuning binnen alle scholen organiseren zou uiteindelijk ook moeten leiden tot dekkend aanbod in eerste instantie in de school, met preventieve activiteiten en ook ter voorkoming van schooluitval. Dat komt ook terug in de versterkende basis. De integrale aanpak onderwijs en jeugd, wat ik net al zei, de oza’s en de zoa’s, maar ook de regietafel voor thuiszitters. We zien ze, we laten ze niet meer los. Ja, dat eigenlijk rondom de preventie en interventie, rondom preventie en zorg, die terug gaan komen in de visie. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Wilde u nog iets? Nee, oké. Dan hebben we onze insprekers hebben we … De heer Den Boer: Er komt nog een stukje. De voorzitter: Er komt nog een stukje? Natuurlijk mag u, natuurlijk, ga uw gang. Mevrouw Levering. Mevrouw Levering: Er kwam inderdaad nog een stukje achterna, achteraan, want we hebben natuurlijk ook nog speerpunt drie, de brede vaardigheden. Die zijn onder regie van de gemeente. Het is overigens niet zo dat elke partij alleen verantwoordelijk is voor het speerpunt waar je voor staat, dat is natuurlijk een gedeelde verantwoordelijkheid. Maar als partij voer je de regie op dat onderdeel. En dat derde speerpunt, brede vaardigheden, is onder regie van de gemeente.
Nou, de opvallende bevindingen uit de startfoto, dat was dat heel veel scholen wel redelijk wat aanbod hebben op het gebied van sport, kunst en cultuur, maar dat er naar verhouding erg weinig aandacht nog is voor natuur- en milieueducatie. En ondanks dat er al wel aandacht voor is, wetenschap en techniek, werd dat ook aangegeven als wenselijk dat daar toch meer aandacht aan werd besteed, want daar is nu een basis voor, maar dat kan verder uitgebreid, of naar andere schooltypen ook. Ook werd er aangegeven, onder andere in die gesprekken die er gevoerd zijn ook, er is toch nog meer aandacht ook voor sport en bewegen gewenst, met name ook de koppeling met welbevinden van leerlingen. Ook kwam er uit die startfoto dat er toch voor sommige leerlingen drempels zijn om deel te nemen aan activiteiten. Dat kunnen financiële drempels zijn, maar dat kan ook zijn dat er bijvoorbeeld, als een activiteit niet op de eigen school plaatsvindt, dat ze dan toch niet zo gauw komen. En als laatste, de oriëntatie en de voorbereiding op het vervolgonderwijs, dat dat zeker de aandacht verdient, dus vandaar dat dat ook in de visie terugkomt. Dit zijn de onderdelen die er nu in staan. Voorbereiding van jongeren op de arbeidsmarkt, daar is, even erbij pakken hoor, daar is een koppeling gemaakt met wat scholen nu doen aan loopbaanoriëntatie en begeleiding.
Er zijn verschillende dingen over gezegd, misschien moeten we dat eens kritisch tegen het licht houden en kijken hoe we dat praktischer een betekenisvoller voor leerlingen kunnen maken. Er zit een stukje nu in de visie voor extra ondersteuning van kwetsbare jongeren, voor wie het eigenlijk op voorhand eigenlijk al, dat je zou kunnen zeggen, ze hebben een stukje extra ondersteuning nodig bij die overstap. Het extra aanbod vanuit het onderwijs, dat gebeurt nu al wel qua buitenschoolse activiteiten. Maar er staat nu, is opgenomen in de visie dat we streven naar een uitgebreider activiteitenaanbod. Er zijn ook scholen die al werken met de regeling School en Omgeving, of daarmee nu gaan werken.
7
En verder zijn de onderdelen die hier genoemd worden, sport en bewegen, kunst en cultuur, natuur en milieu, wetenschap en techniek, zijn allemaal al wel onderdelen waar de gemeente nu op investeert. Er is natuurlijk contact gezocht met de collega’s intern, de ambtelijke ondersteuning die daarbij betrokken zijn, en hebben we gekeken waar we nog ambities en afspraken daarover konden opnemen. Tot zover over de speerpunten. Het vervolg in het proces is, we hebben, net als dat we hier nu met de raad dit doornemen, hebben we dat ook met het onderwijsveld, met de hele achterban gedaan, alle VO-scholen, op 8 februari. Vandaag natuurlijk hier in de raadscommissie. En nadien wordt al die input verwerkt en besproken in die visiegroep en regiegroep. En het kan ook zijn natuurlijk dat er toch tegengestelde input gegeven wordt, dus daar zal dan ook een besluit over moeten worden genomen, wat nemen we wel of niet op, want het blijft een gezamenlijk stuk. En dan hopen we de definitieve versie te kunnen opstellen en uiteindelijk ondertekenen. Dat was eigenlijk de toelichting van ons uit. De voorzitter: Nou, dank. En ook volgens mij een heldere toelichting van zowel de ambtelijke organisatie, als het samenwerkingsverband. Ik ga nu eventjes rondkijken naar de commissie voor het vragen van technische vragen, zodat deze nog beantwoord kunnen worden door de gasten die hier aan tafel zitten.
Ik keek als eerste naar links, en dames gaan voor volgens mij, mijnheer Kleinpaste; heeft u geen moeite mee volgens mij. Dus mevrouw Jager van Beter Voor Dordt, en daarna kom ik richting de heer Kleinpaste. Ga uw gang, mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Dank u wel. Even mijn andere bril erbij pakken. De voorzitter: Helemaal goed. Mevrouw Jager: Nou, de vragen waren, gaat u akkoord met de conceptvisie? En heeft u nog aanvullingen, dan wel opmerkingen? De voorzitter: Ik wil … Even, heel even, mevrouw Jager. We gaan alleen technische vragen stellen, dus even … Mevrouw Jager: Dat stond niet in het stuk. De heer Den Boer: Zo meteen. Zo meteen gaan we de rest doen. De voorzitter: Zo meteen. Nu. Daarna gaan we de rest doen. Dus we gaan nu eerst technische, want daarvoor zei ik ook, technische vragen, zodat die nog beantwoord kunnen worden door de mensen die aan tafel zitten. En daarna mag u nog een toelichting geven op hetgeen wat … Mevrouw Jager: Nou, het is maar een hele korte, maar goed. Van de vragen had ik er maar eentje geselecteerd. Ik moet even zeggen, we hadden er veel meer, een aantal, nou, niet heel veel meer, maar toch een aantal. En die sturen we gewoon per mail door naar de wethouder nog voor, nog net in het weekend. Is dat goed?
8
De voorzitter: Volgens mij is dat… Technische vragen zijn altijd goed om dat even via de griffie te doen, dan komt dat … Mevrouw Jager: Ja, anders wordt het later. Dat gaan we doen. De voorzitter: Is prima, ja hoor. Mevrouw Jager: Maar wat wél een vraag was bij ons, wat wordt er verstaan onder doorzettingsmacht? De voorzitter: Wie mag ik daar het woord voor geven? Ga uw gang, mevrouw Kooij. Mevrouw Mudde: Soms zie je bij een dreigende… Sorry? De voorzitter: Mevrouw Mudde. Dat doe ik even voor de band, vandaar … Mevrouw Mudde: Ja, precies. De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Mudde: Soms zie je dat er heel veel mensen heel bevlogen bezig zijn om iets te gaan organiseren, om te voorkomen, bijvoorbeeld de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs, het vinden van een passende plek. Daar zijn gedragswetenschappers bij betrokken, zorgcoördinatoren, er zijn ib’ers bij betrokken, intern begeleiders, er zijn mensen vanuit Dordt Sociaal bij betrokken. Maar wie gaat er nou eens een klap op geven? Dus de doorzettingsmacht om uiteindelijk een besluit te nemen. Zo moet je dat … Mevrouw Jager: En die wordt gewoon bepaald. Mevrouw Mudde: Dat kan verstevigen. De voorzitter: Mevrouw Jager, zou u dat alsjeblieft via de voorzitter willen doen? Mevrouw Jager: Sorry, voorzitter. De voorzitter: Ga uw gang.
Mevrouw Jager: Voorzitter, dus dat betekent dat dat wordt beschreven, dat in het ene geval is dat die organisatie of die persoon, en zo kunnen daarvoor verschillende dingen, verschillende namen staan. Begrijp ik dat goed? De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Mudde: Een regisseur, dus iemand … Mevrouw Jager: Oké. Mevrouw Mudde: Die wordt aangewezen als, hij is voor mij en ik laat hem niet meer los.
9
Mevrouw Jager: Oké. Mevrouw Mudde: En ik ga soms misschien ook een besluit forceren bij een school, of bij een zorgorganisatie. Mevrouw Jager: Helder, dank u wel. De voorzitter: Dank. Dan ga ik nu naar de heer Kleinpaste, van Gewoon Dordt. Ga uw gang. De heer Kleinpaste: Dank u wel voorzitter. En als u met toestaat, heb ik twee vragen naar aanleiding van de presentaties. De eerste vraag is of er een kort sfeerbeeld te geven is van de sessie met het onderwijsveld van 8 februari, want ik ben wel benieuwd naar een eerste reactie op deze zelfde presentatie. En de andere vraag wordt een beetje ingegeven door de uitspraak die vrij bekend is, als je doet wat je altijd al deed, krijg je wat je altijd al kreeg. Wat gaan de drie partijen die ik best gloedvol in dit visiedocument hoor praten over wat er moet gebeuren, wat gaan die nou concreet morgen anders doen om ook een andere uitkomst te krijgen? Want het papier is geduldig, maar ik ben ook heel nieuwsgierig naar welke concrete vertaalslag al te melden is. De voorzitter: Dank, mijnheer Kleinpaste. Wie mag ik hier het woord over geven van de gasten, of? Mijnheer Beijeman. De heer Beijeman: Doe ik alleen de eerste vraag, die was makkelijker. Het sfeerbeeld. Van alle scholen waren er twee mensen, dus het was een goed gevulde zaal. We hebben, in drie rondes hebben we de speerpunten afgepeld.
Er zaten mensen vanuit bestuurders, er zaten directeuren, er zaten teamleiders, er zaten docenten. En uiteindelijk werd het een zeer gedragen stuk, wel met aanvullingen. En vooral ook met, wat gaan we nu doen? Dus dat is ook wel, komt wel een beetje tegemoet aan uw volgende vraag. Maar in ieder geval een gedragen stuk, waar iedereen zich in herkende, maar ook de gezamenlijkheid meer gaan dragen. Als we het over doorzettingsmacht hebben, dan gaat het ook bijvoorbeeld over gezamenlijkheid. Dat je gezamenlijk afspraken maakt over, af en toe heb ik er even niets meer over te zeggen, ondanks dat het over mijn school gaat. Dat gaat over doorzettingsmacht en het anders doen. Dus ik was er heel blij mee. Een zeer geanimeerd gesprek, en er zijn wel behoorlijk wat notities gedaan. Maar niet dat we denken, nou, het is een stuk wat volslagen alles misslaat. Tweede vraag, wat gaat u nu concreet anders doen? Ik kan het hoogstens voor het onderwijs naar raden. Ik kan het voor mijn eigen organisatie hopelijk zeggen. Maar wat er anders? Als het over basisvaardigheden gaat, gaat het eigenlijk weer om … En wat doen we anders? Misschien doen we wel weer hetzelfde als twintig jaar geleden, en dat is, focus op wat er echt moet gebeuren in het onderwijs. En als ik nou weer in de krant lees dat het nu weer de week van, wat is het, verliefdheid of lentekriebels. De heer Kleinpaste: Lentekriebels.
10
De heer Beijeman: Daarna, hiervoor hebben we dat de verlichting moet kloppen. Daarna hebben we de week van het geld. Als we die dingen nu allemaal niet hoeven te doen en weer ons gewoon zes, zeven uur Nederlands in de week geven, rekenvaardigheden, misschien gaat het daar wel over. En dan is het niet anders, maar opnieuw het weer gaan doen waar we voor opgeleid zijn, en dat is de basis weer in orde brengen. Dat is echt voorwaardelijk. En ik wijs niet al die andere dingen af, alleen, we kunnen niet alles in diezelfde tijd. En dat is wel waar het over gaat. En dan moeten we … Kijk, het plan is nu de ambitie, de ambitie uitwerken naar gedragingen en acties. Dat moet nog gebeuren, maar er wordt al keihard gewerkt in de scholen. Voor de andere omgeving kijk ik naar de overkant en links van me. Dank u. De voorzitter: Wilt u daar ook nog een antwoord opgeven? Ga uw gang. Mevrouw Levering: Ja, graag. Ik wil daar graag wat op aanvullen. Want wat we in die zin anders gaan doen, is met name ook dat we nu die afspraken vastleggen. Daar start het nu mee met de visie. En als dit eenmaal is vastgesteld, dan komt er een uitvoeringsprogramma waarin we dus, en een structuur van werkgroepen of iets dergelijks, waarin we gaan kijken, wat moeten we nou gaan doen om dit waar te maken, om deze afspraken en ambities te realiseren? En dat was er nog niet.
Wat niet wil zeggen dat er natuurlijk niks gebeurde in samenwerking. Maar die structuur en die afspraken, die waren er nog niet. En dat gaat een, als het goed is, een groot verschil maken. De voorzitter: Voldoende antwoord op uw vraag, mijnheer Kleinpaste? De heer Kleinpaste: Ik ben positief gestemd met de antwoorden, ja. De voorzitter: Kijk, dat is altijd mooi. Zijn er commissie- of raadsleden die nog technische vragen hebben? Ik zie de vinger van de heer Van Ballegooijen. Ik wist het even niet meer hoor. Mijnheer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Een paar vragen. Allereerst, in de visie op pagina 7 staat het een en ander over taalniveau. En er staat ook, op het gebied van lezen kan er op korte termijn wat gebeuren om met name het leesplezier te bevorderen. Dat is op zich heel goed. Maar we vroegen ons af of er ook met de langere termijn rekening, wat op langere termijn … Mis ik dat, of is dat, of lees ik daar dan langsheen, zullen we maar zeggen? Zoals de lange termijn voor het bevorderen van leesvaardigheid. En dan één pagina daarvoor, pagina 6, daar staat het een en ander over de voorwaarden van voldoende gekwalificeerd personeel. Daar staat ook een doelstelling eigenlijk, soort van, bij het eerste pijltje, om het lerarentekort proberen op te lossen vanuit gezamenlijkheid, dus Dordrecht breed.
Wij vroegen ons af, hoe gaat dat SMART, als doelstelling, dus specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden gemaakt worden, die doelstelling? Hij is nu nog vrij open, breed, vaag. Dus hoe gaat dat wat specifieker gemaakt worden, zodat we dat ook, nou ja, dan echt kunnen weten, wat kunnen we verwachten van de maatregelen?
11
En tot slot daaraan gelinkt, worden ook, want er staat ook dat er naar creatieve manieren gezocht gaat worden, wordt er dan bijvoorbeeld ook gedacht aan zaken als sociale stages voor leerlingen van havo, vwo, qua bijles? Of moeten we aan andersoortige oplossingen denken? Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Van Ballegooijen. Wie mag ik daarover het woord geven? Ja, mevrouw Levering, ga uw gang. Mevrouw Levering: Wat betreft de leesvaardigheid, er staat inderdaad, korte termijn. Maar in de ambities en afspraken die eronder staan, staan ook wel wat langetermijndoelen genoemd. Dus dat is meer de omschrijving denk ik in de tekst daar, want het is meer om aan te geven, hier kun je meteen mee starten. Lange termijn is onder andere hoe de bibliotheek bijvoorbeeld nog meer op het voortgezet onderwijs gaat inzetten en ondersteunen. De tweede vraag gaat over het lerarentekort, ik zoek het er even bij, en de aanpak. Dat is eigenlijk, er is nu een groep die zich daarover buigt, die staat er ook in genoemd, passie voor onderwijs. Er zijn nu volgens mij niet of nauwelijks VO-besturen bij aangesloten. En dat staat hierin beschreven, nou, daar willen we, ook voor het VO willen we daar een gezamenlijke aanpak op ontwikkelen.
Dus dat moet dan ook vanuit … Dat voert te ver om het hierin te beschrijven wat er daadwerkelijk gaat gebeuren, maar dat zou dan vanuit die groep kunnen uitgewerkt gaan worden, inderdaad concreet uitgewerkt. De derde vraag, creatieve manieren, hè? Creatieve manier om het aan te pakken. Nee, heb ik niet direct een antwoord op. Wil jij aanvullen? De voorzitter: Ga uw gang, mijnheer Beijeman. De heer Beijeman: Creatieve manieren kunnen hier ook ontstaan natuurlijk, daar gaat het vooral om. Op het moment dat we het al bedacht hebben is het niet creatief meer. Dus we staan echt wel open voor heel veel. Zo'n voorbeeld als eerste klas, dat is ooit weleens uitgedaan, dat je naast je studie ook bijles gaat geven, tutoring systemen. Dat zijn zeker dingen die helpen, zeker in het bijles gebeuren. Puur om mensen voor de klas te krijgen, dat is een ander probleem, want je wil gekwalificeerd personeel. De onderwijsregio's zijn in oprichting, zijn opgericht. Daar willen wij graag ook wel een Dordts onderdeel van maken. Ik denk dat er voor Dordt echt wel te winnen is. Dat moeten we ook zeker samen doen met de gemeente. Want ik denk dat, wat we zien is dat mensen op korte termijn best wel een stukje willen rijden voor hun werk, maar op langere termijn zich willen vestigen in de stad waar ze zich goed voelen.
Betekent iets voor het vestigingsbeleid voor onderwijzers, en dat betekent ook iets over parkeerbeleid. Maar dat hebben we op een ander moment weleens een keer genoemd en dat zal ik nu niet doen. Oeps. Maar dat zijn wel de dingen waar het over gaat. Het smartificeren, uiteindelijk moet het zo SMART zijn, dat elke les gegeven wordt door een gekwalificeerd onderwijzer, dat is de wet. Alleen we kunnen er niet aan voldoen, dus we hebben daar iedereen bij nodig. Betekent dat we ook echt op zoek gaan naar zijinstromers, mensen die altijd ambitie hebben, die ook verleiden om het onderwijs in te gaan. Maar ook de parttimers verleiden om wat grotere parttime banen te gaan nemen.
12
Op moment dat in het onderwijs er ongeveer 20 procent, nou, 10 procent meer lesgegeven wordt door iedereen, hebben we het probleem opgelost, hoeven we geen nieuwe mensen erbij hebben. Maar dat hebben we nog niet voor elkaar, want het is ook een baan die eigenlijk alleen maar parttime uit te voeren is volgens parttimers. Dus het is nog wel een moeilijk onderwerp, maar wel waar oplossingen zitten. Het enige nadeel is dat we echt op moeten boksen tegen Rotterdam. Dat is een vrij, nou, laat ik het een robuuste campagne doen waarbij het personeel uit Dordt weggekocht wordt. Zo simpel is het. En dat zijn dingen die echt op landelijk niveau en provinciaal niveau ook hun aandacht verdienen. En daar moeten we mee aan de slag. Dank u. De voorzitter: Dank, mijnheer Beijeman. Ik hoor van wethouder Van Benschop dat ze ook nog even wat aan wil vullen, en misschien dat dat helpt voor uw vraag die er nog staat. Ga uw gang. Mevrouw Van Benschop: Nou, ik werd even getriggerd door dat verhaal van de heer Beijeman, om daar nog even op aan te vullen dat we nu heel druk bezig zijn met onze arbeidsmarktaanpak. En daarin definiëren we ook wel beroepen die voor onze regio echt van groot belang zijn. En het onderwijs is er daar één van.
Ook dat is niet zaligmakend, ook daar gaan we niet het hele probleem mee oplossen, maar dat zijn wel manieren om de koppeling te zoeken tussen de ambities die we met elkaar vastleggen en wat hebben wij daar vanuit onze rol dan ook weer in te doen? Dus, we hebben het er wel eerder over gehad, het Regionaal Werkcentrum dat met ecosystemen gaat werken en dergelijke. Nou, één van die ecosystemen kan dus ook zijn, het onderwijs op zich, of mogelijkheden om zij-instromers op te leiden. Dus het is wel iets wat je vanuit verschillende disciplines moet benaderen. En ook daar gaat natuurlijk een visie wel bij helpen, dat je een gezamenlijk beeld hebt, waar willen we naartoe? De voorzitter: Dank voor de aanvulling. Mijnheer Van Ballegooijen, nog een aanvullende vraag? De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben overigens heel blij met het heldere en uitgebreide antwoord. Eén vraag nog voor mevrouw Levering. U had het over de passie voor onderwijs, dat dat geconcretiseerd nog gaat worden. Mag ik er dan vanuit gaan dat dat, als dat concreet is, dat dat ook weer voor komt te liggen voor ons, dat wij daar ook in ieder geval deelgenoot van worden? De voorzitter: Mevrouw Levering. Mevrouw Levering: Nou, het passie voor onderwijs is een bestaande club mensen die al binnen het primair onderwijs zich hierop richt.
En wat er nu in de visie is opgenomen is, we kijken of dat we daar als VO-besturen bij aan kunnen sluiten. Dus dat is nog niet in kannen en kruiken, dat kan ook een andere variant worden. En dat is niet iets wat automatisch denk ik hier in de commissie of in de raad terugkomt, maar waar zeker op … Als we rapporteren over de voortgang van deze visie, als die zou zijn vastgesteld, dan kan dat natuurlijk ook weer aan de orde komen hier. De voorzitter: Eén aanvullende vraag nog?
13
De heer Van Ballegooijen: Ja, misschien ter verduidelijking, voorzitter. Het ging me eigenlijk voornamelijk niet eens zozeer specifiek om passie voor onderwijs. Ik noem dat wel, maar het gaat me meer specifiek om die gezamenlijke aanpak om het lerarentekort, waarvan u zei, die moet nog keer geconcretiseerd worden, en ik noemde dat passie voor onderwijs, maar dat was misschien wat verwarrend. Daar was eigenlijk de vraag op gericht. Maar ik denk dat het antwoord dan nog steeds staat, vermoed ik. Dank u wel. De voorzitter: Dank. En het is ook een visiedocument, de uitwerking daarvan, die moet nog komen, die komt toch ook uw kant op. Zijn er nog … Ja, ik zie nog een vraag daar in de hoek. Mevrouw Van Herwijnen, ga uw gang. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Ik had nog even een vraag aan mevrouw Levering over dat extra aanbod. U gaf in de presentatie al aan dat er op scholen echt wat meer aandacht is voor sport en voor cultuur, maar dat natuur en milieu echt nog wel achterblijft. Hoe wordt gezorgd voor de bewustwording voor dat belangrijke onderwerp en hoe dat meer in het onderwijs kan worden geïntegreerd? De voorzitter: Wie? Mevrouw Levering. Mevrouw Levering: We hadden even overleg over wie de vraag gaat beantwoorden, inderdaad.
De eerste vaststelling was, het is, het blijft gewoon achter ten opzichte van de andere activiteiten, dus vandaar dat het er ook zo nadrukkelijk in is gekomen. En het sluit ook aan bij de visie die er vanuit de gemeente zelf is opgesteld op natuur- en milieueducatie. Maar er staat ook in, we willen ons op alle scholen richten en elke jongere moet hiermee in aanraking komen, dus ook het voortgezet onderwijs. Maar in de praktijk zien we dat er, dat die visie op NME, dat die nog niet helemaal is geïmplementeerd. Dus deze afspraak, die geeft ons ook weer handvatten om daarmee verder te gaan, in samenspraak met de aanbieders, met Weizigt en Biesboschcentrum. Wil je aanvullen? Mevrouw Van Benschop: Nee, nee. De voorzitter: Nee? Dank. Dan zag ik nog een vinger. Was u dat nou, mevrouw Jager, of niet? Mevrouw Jager: (Buiten de microfoon) Nee, als we klaar zijn met de technische, dan heb ik ook nog wel … De voorzitter: Ik kom zo, ik ga dadelijk aan uw wensen voldoen. Nee, het gaat even over de technische vragen. Als we de technische vragen, als we de technische vragen hebben gehad, dan wil ik nu de commissies vragen. En volgens mij krijgt mevrouw De Jager dan als eerste het woord, want die zit echt te trappelen, te popelen om te reageren op de vraag van het college wat de raads- en commissieleden vinden van deze conceptvisie.
Nou, omdat mevrouw De Jager zo zit te popelen, ga ik als eerste het woord geven aan mevrouw Jager. Ga uw gang.
14
Mevrouw Jager: Dank u wel, voorzitter. Beter Voor Dordt heeft er gisteravond nog uitgebreid over gesproken. Wij missen een aantal dingen, zoals bijvoorbeeld de organisaties die stages begeleiden en verzorgen. Die zie ik nergens komen in organisaties waarmee gesproken wordt. En ik heb van alles heb ik maar één puntje gepakt. En wij denken verder dat de integratie van leerlingen met een vso perspectief alleen kan slagen met voldoende inzet van mensen en middelen, want daar hebben jullie het ook steeds over. En dat is nou precies volgens mij, dat zeiden jullie net ook al, dat is waar het wringt. En dat is op meerdere plaatsen, dat het wringt op mensen en middelen. Dus het is een prachtig plan, het is een prachtige visie, maar ja, mensen en middelen moeten eerst komen denk ik, want anders dan gaat het toch niet lukken. En vooral dat, nou ja, mijnheer had het net al over de mensen die gevonden moeten worden, maar de middelen die zijn ook niet om uit te vlakken, natuurlijk. Vragen wat er onder doorzettingsmacht wordt verstaan, dat hebben we al gedaan. Verder hebben we dus nog een flink aantal vragen, maar die sturen we per mail door. En ik ga even een knuppeltje in een hoenderhokje gooien. Zeker voor waar het onderwijs aan jongeren betreft, zou ik persoonlijk graag een speerpunt aan het geheel toevoegen. En dat speerpunt is sociale vaardigheden.
Mijn persoonlijke mening, ik vind dat rekenen, taal, is allemaal ontzettend belangrijk, maar als je ziet hoe ze met elkaar omgaan af en toe, dan denk ik, nou, een potje sociale vaardigheden zou ook geen kwaad kunnen. Dus, en dan vinden wij, even kijken hoor, moet ik even doorscrollen. Wat vinden wij van het concept van de visie? Nou, het ziet er best goed uit. En vinden we het goed? Ja, voorlopig wel, maar we wachten wel even de definitieve versie natuurlijk af voordat we zeggen dat we het echt goed vinden. En verder, wat was de tweede vraag ook alweer? Nou, dat kan ik zo gauw niet vinden. Maar in ieder geval, al onze verdere opmerkingen, die sturen we dus gewoon nog voor maandag door naar de wethouder, en dan kunnen ze nog meegenomen worden. De voorzitter: Helder. Mevrouw Jager: En dan gaan ze maar later, want anders dan heb je er twee. De voorzitter: U heeft het drie, u heeft het drie keer gezegd, dus u krijgt ze drie keer terug. Mevrouw Jager: Oké. De voorzitter: Nee hoor, de wethouder die heeft het al genoteerd en ze komen er … Mevrouw Jager: Ze komen eraan. De voorzitter: Ze komen eraan. Mevrouw Jager: We gaan even een paar dagen weg, dus dan kan het even niet.
15
De voorzitter: Dan ga ik eventjes verder kijken. Wie mag ik verder het woord geven over het richting geven, of wat vinden de commissieleden of de raadsleden van deze conceptvisie? Dan zag ik mevrouw Van Herwijnen, die was net ietsje eerder, ik kan er niks aan doen. Mevrouw Van Herwijnen, ga uw gang? Ik ben niet gekleurd hoor. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Ik denk dat ik me dan eventjes moet richten op mevrouw Mudde, is het volgens mij? Ik had eigenlijk de vraag of dat er gefaciliteerd wordt in het oprichten van een Gender and Sexuality Alliance op scholen. Dus dat scholieren een, zich kunnen versterken in een groep om de veiligheid op school te bespreken. De voorzitter: U krijgt daar nu nog geen antwoord op hoor. Dit is gewoon wat u mee wilt geven en wat u ervan vindt en wat u mist, wat u nog aan het college mee wil geven. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, die is … De voorzitter: Volgens mij heeft de wethouder hem genoteerd. Hij komt dadelijk uw kant op. Mevrouw Van Herwijnen: Super, dank je wel. De voorzitter: Wie mag ik dan het woord … Mijnheer Kleinpaste, ga uw gang. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik kan een lang verhaal of een kort verhaal houden, maar laat ik het maar bij een kort verhaal houden, in dit geval. Want ik ben eigenlijk heel erg tevreden over dit wat er aan visie ligt. Goede uitgangspunten, goede speerpunten.
En ik ben blij dat de drie samenwerkingspartners er blijk van geven dat het ernst is om echt samen op te trekken. Dus dat is hartstikke mooi. In eerdere besprekingen heb ik al vaker aangehaald dat er uiteindelijk maar één sociaal domein is waar al die jeugdigen en jongeren in vallen, en dat domein heet opgroeien. Dus je moet het echt met elkaar doen, en daarom word ik blij van dit verhaal. Ik hoef ook geen vierde speerpunt, als het gaat om de sociale vaardigheden. Want zo, ik bedoel, er valt altijd genoeg te leren op het gebied van sociale vaardigheden, dat vooropgesteld. Nou ben ik toevallig ook leraar en ook mentor van een groep. Ze zijn afgelopen week op stage geweest, ik kreeg onverkort van alle stagebedrijven terug dat het heel erg sociaalvaardige en vriendelijke jongeren waren, die in die bedrijven en in die organisaties zijn geweest. Dus het komt wel goed met ze, uiteindelijk. Dus laten we daar ook vooral bij stilstaan, het glas is niet halfvol, maar driekwart vol. En natuurlijk moet er een aantal dingen veel beter. We kenden de PISA onderzoeken, we kennen allerlei knelpunten die er liggen. Ik ben blij dat daar in samenhang met elkaar aan gewerkt gaat worden. En dan is het verder zaak om in de voortgang vooral vinger aan de pols te houden om te zien of dat zo gaat lopen.
En ja, het knelpunt, ik bedoel, dat ben ik eens met mevrouw Jager, zit ‘m in middelen en zit ‘m in bemensing. Arm Dordrecht, er gaat weer een leraar Nederlands weg in de zomer. Maar ja, daar zal dus heel veel op gefocust moeten worden. Nou ken ik de ontwikkeling van passie voor onderwijs, dus ik hoop echt dat voor het voortgezet onderwijs ook iets wordt gevonden, om ook een dam op te werpen tegen dat wat er in Rotterdam gebeurt.
16
Moet ik stiekem erbij zeggen dat ik dan in Krimpen aan den IJssel werk en niet in Dordrecht. Ik zou zeggen, het plan is echt prima. Zorg dat het niet bij een plan en niet bij papier en niet bij vergaderen blijft. Ga aan de slag. Daar ging mijn vraag ook eigenlijk over. En ik proef gewoon dat daar vol op wordt ingezet, dus daar ben ik blij mee. De voorzitter: Dank, mijnheer Kleinpaste, mooie woorden. Wie mag ik dan het woord geven? Mevrouw Boom, van de VVD, ga uw gang. Hebben we twee woordvoerders, mag dat? De heer Den Boer: Ja. De voorzitter: Vanavond wel, mag, toegestaan. Mevrouw Boom-Vos: Dank u, dank u wel, voorzitter. Ik had het heel even gevraagd aan de griffie of dat ik aan mocht schuiven. Het is mijn portefeuille, en de vorige commissie is al afgelopen, dus ik vind het zo belangrijk, en is fijn dat ik even aan kan schuiven. Dan ga ik stoppen daarover. Wij zijn erg blij met de visie die hier voorligt, en de sporen die hier aangegeven zijn. Blij dat ook aandacht is voor thuiszitters. Ook echt de complimenten voor de moeite die daar het afgelopen jaar is gedaan, en in de visie ook erin staat. De laaggeletterdheid staat er gelukkig ook in. En ik zou echt vragen, behoud die aandacht die jullie er nu voor hebben, want deze is superbelangrijk, zeker ook op langere termijn.
Zoals gezegd, laat de basis, zoals in de visie staat, laat de basis op orde zijn, en dan is laaggeletterdheid de eerste basis. En prettig dat er gekeken is naar gekwalificeerd personeel. We snappen dat dat een probleem is, maar dat er naar wordt gekeken. Dus fijn dat het opgenomen is. De voorzitter: Dank, mevrouw Boom. Ik zou zeggen, neem alle complimenten tot u, ook de wethouder en de ambtelijke organisatie en degenen die hierbij betrokken zijn. Want dat gebeurt niet iedere dag, zal ik maar zeggen. Maar, complimenten moet je altijd goed in ontvangst nemen en mee naar huis nemen dadelijk. Wie mag ik verder het woord geven over deze visie? Of zegt iedereen, nou, wij zijn het eigenlijk allemaal wel eens met deze visie, we zijn blij met deze visie? Want dan ga ik afronden en dan ga ik naar een conclusie dadelijk. Nee hoor, ja, je mag reageren. Ik ga nog even het woord geven aan … Als iedereen echt niets meer toe te voegen heeft, dan ga ik het woord geven aan wethouder Van Benschop. Ga uw gang. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, je hoort hier heel vaak voorbijkomen, de ambities hangen samen met de mogelijkheden in middelen en personele inzet. Ik denk dat dat inderdaad iets is waar we in alle beleidsterreinen ongelooflijk tegenaan lopen. Dat gaat niet alleen in deze visie spelen, het speelt overal.
Ik heb er wel vertrouwen in, dat gaat zowel over, kunnen we creatieve manieren verzinnen, hoewel we die nog niet uitgewerkt hebben, in het vinden van personeel en het behouden en het binden van personeel? Dat geldt natuurlijk ook voor de manier waarop we sommige dingen in kunnen regelen. Kunnen we meer zaken in collectiviteit doen?
17
Gaat allemaal misschien meer over jongeren, de thuiszitters of de vso scholen. Kunnen we sowieso breder, creatiever kijken hoe we ook minder mensen nodig zullen hebben? Dat is eigenlijk even een algemene opmerking. Er werd een opmerking gemaakt over de GSA’s, de Gender and Sexuality Alliances. Ik weet dat, Dalton heeft er volgens mij sowieso één, maar daar moet het Dalton maar op reageren. Maar dat is ook wel iets wat op scholen op zich wordt georganiseerd, waar het jongerenwerk dan bij aangehaakt wordt. Dus ik denk niet dat het passend, of het samenwerkingsverband dat op scholen op gaat leggen. Maar dat is natuurlijk wel iets wat je in een gesprek mee kan nemen, heb je daar als school aandacht voor, dat kan zeker. Dan ga ik nog heel eventjes het … Nee, ga ik aan de voorzitter vragen of we het woord mogen doorgeven, om even iets te duiden over de stage, de organisaties die begeleiden richting stage. De voorzitter: Dat mag altijd. En ik ben niet zo streng hoor, dat valt best wel mee, maar dat is voor de band. Dat is juist voor de band, dat u weet wie er praat. Mevrouw Levering, ga uw gang. Mevrouw Levering: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde aanvullen over de stagecoördinatoren op scholen. Zeker ook in het voortgezet speciaal onderwijs en in het praktijkonderwijs heeft dat een hele belangrijke plek.
Er staat een stukje in, in de visie nu, dat we dat ook verder willen ondersteunen door het aanstellen van een netwerkcoördinator. Die is er ook inmiddels al, dus dat is een voorschot op deze visie. En dat is iemand die ook met die stagecoördinatoren van deze vso- en praktijkonderwijs scholen de verbinding legt in de regio met de gemeente, met andere organisaties, om die begeleiding van leerlingen te verstevigen. Dus dat is misschien goed om nog te weten. En verder ook dat niet elk onderdeel wat er op school aandacht aan wordt besteed, dat vindt u terug in deze visie, omdat een heel deel is natuurlijk ook gewoon de wettelijke onderdelen van het curriculum, ook sociale vaardigheden en burgerschapsvorming. En nou, noem maar op. Dat staat niet allemaal uitgewerkt in deze visie, omdat dat al een gegeven is, zeg maar. Mevrouw Jager: Voorzitter, mag ik daar heel even op reageren? De voorzitter: Mevrouw Jager, ga uw gang. Mevrouw Jager: Nou, ik had het niet zozeer over wat op scholen gedaan wordt daaraan, maar de organisaties zelf, die de stages doen, zeg maar. Want er wordt overlegd met ouders, met leerlingen, met leraren, maar nooit met de bedrijven of organisaties, stichtingen, die die kinderen daadwerkelijk begeleiden. En ik heb van de week toevallig een hele inspirerende bijeenkomst gehad met zo’n organisatie.
Ik denk, nou, dat zou helemaal geen kwaad kunnen als daar ook eens mee gepraat werd. De voorzitter: Uw vraag is? Mevrouw Jager: Dat bedoel ik. De voorzitter: Uw oproep is helder. Wie mag ik daarover het woord geven? Mevrouw Van Benschop.
18
Mevrouw Van Benschop: Ik denk dat we even twee dingen. Er zijn eigenlijk twee soorten stages, zou je kunnen zeggen. Dus je hebt voor het vo de maatschappelijke stage, of in de loopbaanoriëntatie begeleiding, dat ze kennismaken met bepaalde sectoren. Ik denk dat de vraag van mevrouw Jager zich vooral richt op studenten die in het mbo zitten, en die echt ondergebracht worden, noemen we het maar even, bij bedrijven om daar hun stage te lopen. Dan begrijp ik de vraag niet. Mevrouw Jager: Er waren zelfs stagiaires bij Yulius vandaan, dus dat heeft niet zozeer met mbo te maken. De voorzitter: Heel even, is de vraag duidelijk? De heer Beijeman: Nou, er ligt nu een organisatie in het midden waar we de naam niet van weten en waar niet mee gesproken wordt, dat zal ongetwijfeld zo zijn, dus we komen graag in contact. Gemiddeld gezien moeten wij, bij erkende leerbedrijven moeten wij onze stages onderbrengen, de erkende leerbedrijven. Daar mogen we dat alleen doen. En dat betekent ook dat er afspraken zijn over de begeleiding en het gesprek met die leerbedrijven, en dat er langsgegaan wordt. Gaat dat altijd goed? Ongetwijfeld niet, anders krijgen we dit soort verhalen niet. Maar wordt er met de stagebedrijven gesproken? Ja, van tevoren, tijdens en na de stage. Dat is het uitgangspunt. De voorzitter: Dank voor deze verhelderende, verhelderend antwoord.
Ik kijk nog eventjes de commissie rond. Ik heb eigenlijk twee vragen. Heeft u als commissie en raad voldoende mee kunnen geven aan het college? En de vraag aan het college en samenwerking natuurlijk, want het gaat in gezamenlijkheid, heeft u voldoende om hiermee verder te kunnen bouwen aan dit visiedocument? Dan kijk ik eerst even de commissie- en raadsleden aan. Ik zie iedereen instemmend knikken. Nou, dan ga ik toch maar de wethouder het laatste woord geven, denk ik. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Nou, volgens mij hebben we echt wel boven tafel gekregen waar het zwaartepunt ligt. Volgens mij hebben we die voor, over het algemeen ook allemaal wel benoemd in de visie. Volgens mij kunnen wij hiermee verder, zitten we dus op de goede lijn, dat is wel heel erg fijn. Daarom hebben we dit consultatiemoment ook genomen, en niet een volledige en afgeronde visie gepresenteerd, omdat dit wel het moment is waarop u nog wat mee kunt geven. Dus ik ben blij om te horen dat we op de goede lijn zitten. We werken dit verder uit, ronden het af en dan uiteraard komt het nog terug naar de raad, wat het eindresultaat is geworden. En daarna is het aan de slag richting uitvoering, en ook daarover zullen we de raad natuurlijk blijven informeren. Dus wat mij betreft heeft het college nu in ieder geval voldoende opgehaald. De voorzitter: Dank. Nou, dan gaan we afsluiten.
We hebben, dit was een consultatie, hier zit verder geen vervolg aan. Het college en de samenwerkende partijen, die gaan nu aan de slag om verder uit te werken aan dat visiedocument. Volgens mij een mooi document, als ik het even samen mag vatten. Volgens mij ook complimenten vanuit de raad en commissie. Dus ik zou zeggen, bouw verder waar jullie mee bezig zijn. En ja, we zien de uitslag daarvan binnenkort nog wel een keer hier in de commissie verschijnen.
19
Dus, succes. Ik wil iedereen bedanken voor deze constructieve bijeenkomst. De genodigden die hier waren, dank dat jullie hier vanavond aanwezig wilden zijn. Mensen thuis en op de publieke tribune, want die was ik vanavond vergeten, dank voor jullie aanwezigheid. En dan zou ik zeggen, fijne avond nog en wel thuis. 2. Stadsas: OV Aangaan van een koopovereenkomst voor Van Baerleplantsoen 26 en beschikbaar stellen van een krediet voor de aankoop, verplaatsing en restauratie van de oranjerie/washuis – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Laban (CU/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Portefeuillehouder: Wethouder H. van der Linden Ambtelijke ondersteuning: Mevr. Nijenhuijzen, Projectmanager Stadsas Dordt. De voorzitter: Goedenavond.
Ik constateer dat het negen uur is, dus ik stel voor dat wij gaan beginnen met deze commissievergadering, waar het gaat over het raadsvoorstel ‘aangaan van een koopovereenkomst voor Van Baerleplantsoen 26 en beschikbaar stellen van een krediet voor de aankoop, verplaatsing en restauratie van de Oranjerie’. Deze vergadering is oordeelsvormend, dat betekent dat er een quorum vereist is. En de commissiegriffier en ik hebben geconstateerd dat minuten geleden dat quorum al ruimschoots aanwezig was. Dus we kunnen hier besluiten gaan nemen, we kunnen een oordeel gaan vellen. Ik heet u allen hartelijk welkom, ik heet ook de pers hartelijk welkom, uiteraard de wethouder en de ambtelijke ondersteuning, u als raadscommissieleden en de mogelijke kijkers thuis. Gewoontegetrouw gaan we even het voorstelrondje doen en laten we beginnen met de wethouder, die aan mijn rechterhand zit, en daarna zo het rondje tegen de klok volmaken. De heer Van der Linden: Dank u wel. Rik van der Linden, wethouder. Mevrouw Nijenhuijzen: Aafke Nijenhuijzen, projectmanager Stadsas Dordt.
20
De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter Voor Dordt. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk, en ik ben uw voorzitter deze avond. Goed, waarom deze vergadering? Vorige week hebben we een beeldvormende sessie gehad, en daar ging het dus over het onderwerp wat ik zojuist genoemd heb. En de commissie heeft het besluit genomen om dit oordeelsvormend te gaan agenderen. Daar horen politieke vragen bij, er zijn er toen een paar genoemd en er is nog aanvulling gekomen. Ik zal ze u eventjes voorlezen. Kan de raad instemmen met de aankoop van de gebouwen en gronden? Daar kwam het CDA mee. Heeft dit voldoende nut? DENK Dordrecht. Kan de raad zich vinden in de beoogde nieuwe locatie voor de Oranjerie? Wederom het CDA.
Ik wijs er hier overigens u wel op dat de locatiekeuze geen onderdeel is van het raadsbesluit, dat is een collegebevoegdheid. Maar u mag er natuurlijk best wel wat over vinden en wat over zeggen, maar dat komt straks wel. Maar het is dus collegebevoegdheid, misschien wel goed om dat even ter harte te nemen. Dan is er nog een vraag, weer van het CDA, is de raad bereid de rijksmonumentenstatus van de Oranjerie op het spel te zetten, als voor een andere locatie dan de kaslocatie in de tuin van het Duurzaamheidscentrum wordt gekozen? Verder waren er nog aanvullende technische vragen van Op Ons eiland, Gewoon Dordt en GroenLinks.
21
Die zijn beantwoord en de beantwoording is aan de stukken toegevoegd. En als laatste heeft Gewoon Dordt een conceptmotie ingediend, en die is ook bij de stukken gevoegd. En zo dadelijk zal de heer Kleinpaste daar vast het één en ander over zeggen. Maar, er zitten hier meer mensen die wellicht het woord willen gaan voeren over dit onderwerp. Ik wil graag eventjes inventariseren. Ik zie de heer Groenewege, ik zie de heer Hartmeijer, Bootsman, Noldus, mevrouw Stolk, Damen, de heer Damen, dan zie ik de heer Laban, mijnheer Kleinpaste. En als laatste zie ik, maar dat betekent nog niet automatisch dat u als laatste gaat spreken, de heer Van Dam Timmers. En dat gezegd hebbende, ga … De heer Wringer: Voorzitter. De voorzitter: Ik zie daar, sorry, mijnheer Wringer, ik zal u er eventjes tussen proppen. Komt gewoon goed. U kent inmiddels hoe we dit doen. Er komt, iedereen, degene die dat willen, die kunnen kort hun standpunt weergeven. En de heer Kleinpaste doet iets meer, zoals u net gehoord hebt. De wethouder gaat reflecteren en daarna, nou ja, dan gaan we kijken hoe het afloopt. En ik had gezegd, de heer Van Dam als laatste, maar die mag dan voor deze keer als eerste het woord gaan voeren. Mijnheer Van Dam Timmers, graag kort en bondig, gezien het aantal woordvoerders. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter, dank.