CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2023.09.12 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 10 oktober 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 19 september en de Dordtse Dinsdag van 27 juni en 12 september 2023 Vergaderzalen 1, 3, 521.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De heer Van der Meer: Ik zou graag aan de heer Stam willen vragen in wat voor richting hij een motie wil indienen? De heer Stam: Voorzitter, ik denk dat ik daar vrij helder in ben geweest. Dat gaat zeker over de resultaatbestemming. En nogmaals het gaat niet om getrouw en het gaat niet om, maar ik denk dat we breed in de gemeenteraad, wat mijnheer In ‘t Veld ook zegt, waar de ontbrekende leden en fractievoorzitters dan ook bij zijn, wel met elkaar goed

17

moeten bespreken wat nu eigenlijk het grote probleem is en dat daar oplossingen voor moeten komen en op het moment dat wij dat hier in de commissie eventjes bespreken en als hamerstuk doorglijden, dan zegt mijn gevoel van ja dan zijn toch een heleboel mensen die missen wat. Je hoeft er niet een uur over te discussiëren, maar we moeten wel goed weten wat die stand is en wat dat betekent naar de toekomst toe en hoe een gemeenteraad dan de oplossingen ziet en welke kaders kan een gemeenteraad daarvoor meegeven? Maar goed, aan de andere kant voel ik ook vanuit de coalitie op mijn klompen aan welke kant het opgaat. De voorzitter: Ja, oké, maar dat betekent natuurlijk niet … We hebben vanavond, ik denk, best een goede bespreking gehad.

Denk dat de wethouder die heeft dat ook aangegeven dat bepaalde punten geduid zijn die ook wel heel eerlijk zijn die kritisch zijn, maar die wel heel eerlijk zijn en ik denk dat u zichzelf wel recht of tenminste dat u het recht heeft om ook zo'n verhaal bedoel dan kunnen we hem bij wijze van spreken gewoon voor twee minuten agenderen, maar dat u als raad ook dat geluid van kritiek, maar ook zorg kan laten horen en ook dat er dan toch wel een conclusie die de wethouder toch ook van dat de bereidheid is om met elkaar aan te gaan werken, dat dat helemaal niet zo gek is om daar het orgaan gemeenteraad voor te gebruiken, omdat nog eens onder de aandacht te brengen. Bedoel dat is toch het politieke moment waarvoor we in de politiek zitten. Dus dat doet wel meer recht aan dan dat … Maar goed, dat is mijn … Ik bedoel ik mag eigenlijk misschien helemaal niet zeggen, maar ik vind wel dat je als raad gewoon zelf ook steeds meer moet proberen om je positie te pakken en dat kan je dus wel op zo’n manier. Of je positief bent, negatief bent, maakt niet uit. En of de coalitie nou toch gewoon ermee instemt en dat er een meerderheid is, dat maakt ook niet uit. Het is wel podium om je geluid te laten horen. Dus dat is eigenlijk even van mij uit. En mijnheer Stam is, denk ik, helder in als die motie gaat indienen dat dat over de resultaat bestemming gaat.

Dus als er nog iemand anders is die zoiets heeft dan wil ik ook wel die en die politieke vraag erbij, ook goed. We hebben nog, wat zag ik net? 20 minuten, dus. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ik ben het eens met uw advies en wat de heer stam ook zei volgens mij kunnen het beste bespreken om sowieso onze zorgen over de inhoud, maar ik denk dat de oppositiepartij ook nog wel andere voorstellen, moties hebben. En terecht. Dat hoort ook bij een jaarrekening. En we hoeven niet per twee minuten vol te praten. We kunnen ook gewoon aansluiten bij, maar laat je je punt maken. En ik vind de jaarrekening moet wel besproken worden. Simpel. De voorzitter: Oké. Dan kijk ik even … Sorry mijnheer In ‘t Veld. De heer In ’t Veld: Een bevestiging van wat er net gezegd is, maar ik denk ook dat het goed is dat ook het college ook de kans krijgt, net als vanavond, om een toelichting te geven en wat er inderdaad dan gaat gebeuren. Lijkt mij goed zeg maar voor de openheid en de samenwerking college en de raad. De voorzitter: Ja zeker, dus op het moment dat je als raad je podium pakt, geef je ook op direct het college podium. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u, voorzitter. Mijn vraag even naar de commissie. Heel goed geluisterd en opgelet, maar ik hoor net ook mevrouw Boom zeggen dat er toch nog wel wat zorgen zijn. We hebben net dingen kunnen zeggen, vragen kunnen stellen.

Wethouder heeft antwoord kunnen geven en over welke zorgen hebben we het dan

18

verder nog waar we nog over willen praten en kunnen we daar hier nog 20 minuten voor gebruiken? Mevrouw Boom-Vos: Voorzitter, ik neem aan dat dit een indirecte vraag aan mij is. Mijnheer Heijkoop heeft eigenlijk mijn zorg een beetje vooral weggehaald door de bestuursopdracht te vermelden dat het college dit oppakt en dat die bestuursopdracht gaat delen met de commissie. Meer kunnen we, denk ik, op moment dit even niet verwachten. Dus ik heb niet andere zorgen die ik in de raad zou melden. Ik weet niet of dat iemand anders dat wel heeft, maar ... De voorzitter: Oké. Ik kijk even naar de griffier. We doen tot twee minuten, inderdaad. Mocht er iemand anders zijn die ineens een ingeving krijgt om nog een motie of een amendement te bedenken kondig dat dan even op tijd aan, zodat andere mensen zich daar ook op voor kunnen bereiden. Dat bespoedigt ook de bespreking. Ja? Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, maar wat er op de agenda komt te staan dat zijn de jaarstukken en de resultaatbestemming en niet alleen eventuele moties die daarover worden gesteld. Dat lijkt mij wel van belang dan kan de discussie gewoon open gevoerd worden. De voorzitter: Dan moet je ook nog politieke vragen formuleren.

De heer Van der Meer: De jaarstukken zijn een soort verantwoording van het college dus vaststelling betekent van we zijn het ermee eens dat dit resultaten zijn en daar kunnen redenen voor opmerkingen over zijn. ‘…’ nu ook bijvoorbeeld een aantal opmerkingen over het inhoudelijke beleid gemaakt. Dat moet in de raad dan ook kunnen, want het is een … Dus de algemene politieke vraag is gewoon van stemmen we in met deze verantwoording over het afgelopen jaar? De heer Safranti: Voorzitter? De voorzitter: Dat vind ik te makkelijk. De heer Safranti. De heer Safranti: Ja, inderdaad. Dat vind ik ook een beetje te makkelijk, want die vraag die kan je hier ook stellen. De helft van de commissie heeft niet gesproken en dan wil je in de raad dit ter discussie brengen dus ik begrijp dat ook niet. Kijk als er een motie komt, prima, maar als er geen verdere politieke vragen zijn en inderdaad de wethouder heeft gewoon eerlijk en open heel veel dingen ook toegezegd en ook eerlijk erkent dan denk ik wat wil je nog gaan discussiëren in de raad? Als je dat wil gaan doen, we hebben hier alle ruimte en niemand zegt wat, maar in de raad willen we gaan discussiëren. Ik begrijp het niet. De voorzitter: Dan moet je een algemene, politieke vraag stellen van wat vinden we van het proces rond de jaarstukken, zoiets dergelijks. Ik weet het ook niet, Ik doe ook maar een suggestie naar jullie.

Want het is … De heer Safranti: Voorzitter, ik was, volgens mij, een van de meest kritische personen in deze commissie. Ik heb mijn punten gemaakt. Ik heb daar een antwoord op gehad, net als mevrouw Boom, ben ik tevreden. En dan wordt er nu gediscussieerd zullen we maar in de raad gaan discussiëren over een ...

19

De voorzitter: Nee, mijnheer Safranti, die is, denk ik, iets te kort door de bocht. Ik heb u aangegeven als commissie dat naast de aangekondigde motie, waardoor het sowieso op de agenda komt te staan als bespreekstuk, het wellicht ook recht doet aan het gesprek wat gevoerd is en dat dus ook op het juiste podium nog even wordt aangegeven door iedereen … Het hoeft niet, u hoeft niks te zeggen in de raad, maar dat is maar hetgeen waarvan ik heb gezegd, gezien het proces, gezien de lelijkheden die er ook de afgelopen besprekingen zijn geweest, denk ik dat er vandaag zeer constructief, na de auditcommissie en nu dit, is gesproken. En dat het recht zou doen aan die besprekingen. Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij komt ook nog het advies van de auditcommissie, dat in ieder geval in de raad weergegeven moet worden. Dus we kunnen hem denk ik niet alleen afhameren. Ga ik dan vanuit. De voorzitter: Een advies van de audit commissie wordt in principe niet in raad besproken. De heer Stam: Maar, voorzitter. Beperken we tot een motie. De motie die wij in gedachten hadden die gaat radicaal om als ik dit verhaal hoor. Mijn zorg is nog niet weggenomen.

Dan krijg je dezelfde discussie in de gemeenteraad, maar als ik naar de resultaatbestemming kijk en ik hoor iedereen dan zijn wij nu wel voornemens om toch wel een bedrag te gaan reserveren om een soort personele frictiebudget om de wethouder en college te ondersteunen om op een andere manier met die met die personele problemen om te gaan. Misschien hoeft dat niet van je resultaat bestemming, maar als je dan toch hier uitspreekt dat je de zorg hebt, dat je voldoende gediscussieerd hebt, maar je stuurt een college met lege handen pad, dat vind ik dan ook niet terecht. De voorzitter: Maar als er een motie wordt ingediend wordt het altijd besproken. Dus dan laat ik het aan ieder zijn vrije geest om dat in te vullen rond de motie die wordt ingediend om daar iets aan toe te voegen wat een puntje op de I kunnen zijn. Ja, want anders dan gaan we nu ongeveer drie-en-een-half uur zitten proberen om de techniek te lijf te gaan. Precies. Dus dan wordt dat dan wordt dat dus op deze manier twee minuten aan de hand van een motie in de geest van de bespreking van vanavond. Volgens mij kunnen we dan met elkaar, op een nette manier, dit afsluiten. Ik wens jullie nog een fijne avond. Wethouder heeft haast. Het is zeker warm. Ik bedoel, maar dat hoort er ook bij. Fijne avond nog. 3.

Vaststellen Startnotitie Dordrecht Klimaatneutraal 2040 – Startnotitie Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Struijk (CU-SGP) Mevr. Boom-Vos (VVD)

20

Portefeuillehouders: wethouder De Jonge. Ambtelijke ondersteuning: Mevr. Van Luik. Dhr. Van Lier. De voorzitter: Hallo, goedenavond. Het is. tien uur dus we gaan beginnen. Kan het? Wat staat er op de agenda? Op dit moment is het raadsvoorstel vaststellen startnotitie Dordrecht klimaatneutraal 2040. Het is een technische briefing dus dat betekent dat alle politieke vragen die u heeft dat u die even moet opsparen tot een ander moment. En ik zal even noemen wie dat allemaal zijn. Links van mij mevrouw Vermeulen van de griffie, mijnheer Van der Meer van GroenLinks, wordt wel saai zo. Mevrouw van Herwijnen van de Partij voor de Dieren, de heer Hartmeijer van de SP, de heer Wringer van Beter voor Dordt, heer Van Pelt en mevrouw Pichel van Forum voor Democratie, de heer Struijk van CU-SGP, mevrouw Boom, VVD. En dan heb ik twee mensen namens de ambtelijke organisatie en dat zijn de heer Van Lier en mevrouw van Luik en een wethouder. Dat is mevrouw De Jonge en ik ben Irene Koene. Toelichting waarom we deze vergadering houden? De startnotitie klimaatneutraal is vervangen en de commissie heeft technische vragen kunnen stellen. Daar is geen gebruik van gemaakt, overigens, maar dat kan nu dus ook tijdens de commissie. U krijgt een presentatie waar de samenhang tussen verschillende onderdelen uit zal gaan blijken. Nou, dat. Wat zei ik daarnet? Oh ja, technisch. Het is technisch, inderdaad.

Ik geef het woord aan mevrouw van Luik. Voor de presentatie. Ik heb heel streng gezegd, want was vanuit de griffie meegegeven een kwartier, maar het kan in vijf minuten, want dat is bij mij vijf minuten presentatie is lang zat. En ik weet niet wat wenselijk is? Wat heeft u liever dat de vragen even opgespaard worden dat we na de presentatie dan met elkaar in gesprek gaan of dat het tijdens de presentatie kan? Mevrouw Van Luik: Als jullie het graag tot vijf minuten beperken, dan denk ik dat de vragen ook wel vijf minuten kunnen worden opgespaard. Dat we het dan daarna toen. En desnoods kunnen we even terug naar een sheet als daar behoefte aan is. De voorzitter: Doen we dat, helemaal goed. Spreken we dat af. Dan heeft u het woord. Mevrouw Van Luik: Dank u wel. Mijn naam is Loes van Luik. Ik ben programmamanager energietransitie en ook coördinerend programmamanager op klimaatneutraal. Dat is natuurlijk nog veel breder, dus daar werken heel veel mensen aan in onze organisatie. Ik heb mijn eerste 100 dagen er net opzitten, dus het is ook een mooie start om hier met jullie het erover te hebben. En ik heb meegenomen Bas van Lier van bureau 2030 die voor ons de nulmeting heeft uitgevoerd om ook juist op die technische aspecten toelichting te kunnen geven. Waarom heeft u een startnotitie klimaatneutraal ontvangen? Dat heeft eigenlijk meerdere reden.

Als ik het heel snel probeer te zeggen, dan is het omdat we een verbreding en een versnelling hebben. Dus zo'n klimaatneutraal 2050 naar klimaatneutraal 2040 en van een energietransitie naar compleet klimaatneutraal. Dus dat zijn echt andere dingen en dan is het ook goed om daar met u oriënterend ook over te wisselen wat gaan we doen en hoe gaat dat eruitzien in een routekaart? En ook waarom hebben we een startnotitie om ook de start met elkaar te bepalen. Dus wat is ons uitgangspunt als we naar klimaatneutraal toe willen? En daar is die nulmeting voor. Bas, dan draag ik hem even aan jou over.

21

De heer Van Lier: Dank u wel, Loes. Waar komt het vandaan? Ik denk dat dit voor zichzelf spreekt. Sustainable development goals 2615 door een heleboel landen wereldwijd ondertekend eind van 2015 is dat verder afgesproken in het de Treaty of Paris, waar een aantal afspraken zijn gemaakt en in 2022- 2023 is fit voor Fifty Five uit de Europese Unie daar verder meegegaan waarin onderaan onder andere een aantal concrete doelstellingen zijn genoemd rondom CO2 uitstoot en de reductie daarvan. In Nederland is dat Paris agreement, de afspraken in Parijs vastgelegd in een klimaatakkoord en dat hebben we in Nederland zelfs een klimaatwet vastgelegd. En dat brengt ons naar Dordrecht en daar is vandaag het gesprek over. Namelijk de startnotitie van hoe gaan we naar klimaatneutraal Dordrecht in 2040. Wat is dat dan, klimaatneutraal? Volgens mij hebben we het ook al wel kort benoemd in die in de startnotitie. Dus ik wil hier ook niet te lang bij stilstaan, maar het gaat in ieder geval over het totaal van activiteiten die geen negatief effect hebben op het klimaat en het klimaat is de temperatuur op een plek over een langere periode. En klimaat wordt vaak beïnvloed door CO2 en andere broeikasgassen die die voor opwarming zorgen. Dus dat is de definitie zoals die hier staat gebruikt hebben. Dan om stappen te maken, is het handig als we het concreet kunnen indelen in een aantal thema's.

De thema's, heeft u gelezen, zijn van rechts naar links, economie, bouwen en gebouwde, omgeving en mobiliteit. Daaronder staat energie. De energie stoot an sich niks uit, want de energie hebben wij al ondergebracht in bijvoorbeeld wonen. Dus in de CO2 uitstoot van huishoudens, woningen zit al daar dus dat is niet een apart energiekopje, maar het maakt wel integraal onderdeel uit van deze opgave daar zitten andere thema's in. Grote uitstoter is onze economie in Dordrecht. Vooral wat betreft overige broeikasgassen. De CO2-uitstoot van onze industrie en economie in de stad wordt vooral veroorzaakt door CO2 equivalenten en dat zijn fluorgassen, methaan – en lachgassen en in dit geval zelfs vooral fluorgassen. Dat is een groot uiterste, ongeveer de helft van het totaal in Dordrecht, 1 miljoen ton CO2-uitstoot. Hebben we er invloed op is natuurlijk ook wel een vraag die we ons stellen van kunnen we daar ook wat aan doen als stad? Soms wel, soms niet. En er is natuurlijk ook nog een eigen verantwoordelijk. Er zijn een deels landelijke, Europese wettelijke afspraken en deels kunnen we met de industrie en de economie ook zeker in gesprek en hebben we een heleboel maatregelen die we daar kunnen uitvoeren. Dan bouwen en de gebouwde omgeving.

Daar zitten eigenlijk … Het grootste deel daar zijn onze woningen die daarvoor CO2 uitstoten en daar zie je dat het ook echt alleen om CO2 gaat en veel minder om die overige broeikasgassen. En dit is typisch iets waar we mee aan het werk zijn in de stad rondom de energietransitie denk aan de transitie visie warmte waar we bezig zijn om woningen van het gas af te halen. Dat zijn maatregelen die typisch hier van toepassing zijn. En dat betekent ook dat onze invloedsfeer hoog is. Derde. Mobiliteit. Ook weer vooral CO2. En dat zit hem voor een deel in die snelwegen dus de uitstoot, hoe harder we rijden, hoe meer CO2 we uitstoten. Een tweede goede is daar de binnenvaart, er staat binnenvaart een recreatievaart met dat recreatievaart is nihil, dus daar mag u binnenvaart voor lezen. Loes, zijn we binnen de vijf minuten? Mevrouw Van Luik: We zijn een beetje aan het rennen, omdat het vijf minuten zijn, maar jullie vragen kunnen natuurlijk inzoomen en dan kunnen we stilstaan nog wat langer bij bepaalde onderdelen. We hebben dit als laatste sheet, dus hoe ziet dat proces eruit? Want rondom mobiliteit en rondom energietransitie die ziet u helemaal links staan, er zijn natuurlijk al voor deze notitie notities uw kant opgekomen en daar liggen ook al concretere plannen.

Maar voor bouwen bijvoorbeeld, nieuwbouw en voor economie zijn we nu echt aan het inventariseren welke losse initiatieven lopen er al en hoe kunnen we dat tot een robuust programma richting klimaatneutraal 2040 brengen? Dus je ziet nu een startnotitie op alle

22

vier de thema's. We hebben geadviseerd om een ronde tafel, vooral gericht op de onderdelen waar nog geen rondetafelgesprek op is geweest. Dus bijvoorbeeld op energietransitie heeft u die ook al in het voorjaar gevoerd, maar nog lang niet op alle thema's. Wij gaan in ieder geval in de klimaatweek die van 30 oktober tot 5 november is met partijen in de stad ook in gesprek, want je moet niet in je eentje doen. Je wil ook juist de kracht van iedereen in de in de stad benutten. En zowel de raadsbehandelingen als het gesprek met de stad, als onze uitwerking van alle projecten en dat doorrekenen naar welk effect heeft dat nu op CO2 uitstoot? Gaat uiteindelijk in de routekaarten landen en die krijgt u in de eerste helft van volgens jaar te zien waar we dus echte heel concreet kunnen zeggen dit zijn de maatregelen die we voorstellen. Dit is de CO2 reductie die dat met zich meeneemt en eventueel daar zijn deze aanvullende middelen voor nodig. De voorzitter: Oké. Dank je wel. Ik heb wel vooraf zelf even de vraag.

Ik zie in de presentatie de woorden staan sustainable development goals en the Paris agreement, zijn dat dusdanige termen dat die niet in het Nederlands kunnen? Mevrouw Van Luik: Ik denk dat dat gewoon de bronnen uit vandaan komt, omdat dat wereldwijde afspraken zijn, Europese afspraken dus dat is de voertaal voor die voor die overeenkomsten, maar wij gebruiken hierin in Dordrecht tijden zoals het gaat gewoon over klimaatneutraal de Nederlandse varianten. De voorzitter: Oké en CO2 equivalenten? Mevrouw Van Luik: Helaas, daar kunnen we niet helemaal onderuit. Dus alles is teruggerekend naar CO2 hoeveelheden. Dus bijvoorbeeld die uitstoot die bij industrie zag, waar het gaat over fluorgassen, methaan, die hebben eigenlijk heel veel impact maar om het niet over zes verschillende grootheden te hebben wordt alles teruggerekend naar CO2 dus dat mogen ze niet zeggen dat is geen CO2 maar een CO2equivalent. Dus ik hoop dat we die term snel onthouden met elkaar, want het is het is inderdaad een vervelende, maar wel om op te kunnen tellen en een totaalplaatje te kunnen maken. De voorzitter: Erg spijtig. Wie heeft er een vraag? Mijnheer Van Dam. De heer Van Dam: Dank u, voorzitter. Om ook een deel antwoord op uw vraag te geven, je zou het natuurlijk ook CO2-gelijken kunnen noemen dan heb je in feite hetzelfde bereikt. Dank voor de presentatie over startnotitie.

In feite op zich hele nette startnotitie. Ik heb een aantal vragen en die zitten met name in van ook de vraag van welke impact hebben wij inderdaad als Dordrecht? Dus waar ligt onze beleidsvrijheid en beleidsruimte? Denk ik bijvoorbeeld aan de binnenvaart van wat is onze impact? Wat kunnen wij doen? Maar ook als ik aan de industrie denk dan weet ik dat bijvoorbeeld het Planbureau voor de leefomgeving en die rekent al die grote industrieterreinen door. Als gemeente hebben we daar niet de expertise, denk ik. Maar hebben we dan wel de uitvoeringsverantwoordelijkheid of kracht? Is dat wel van ons? Niet om onze verantwoordelijkheid te ontnemen, maar laten wij niet ook dingen gaan doen die andere overheden doen, want we hebben onze capaciteit denk ik ook nodig op de plekken waar wij dat dat kunnen. En een derde vraag is … Die zitten meer op de startnotitie. Stel, je gaat hier verder mee aan de slag, hoe denken jullie dan over de prioritering?

23

De voorzitter: Voordat er antwoord gegeven wordt, wil ik wel iedereen erop patent maken dat politieke vragen, als ze gesteld worden of ze neigen naar politiek, dat ik dan de wethouder het woord ga geven, omdat ik dat wel zo ‘…’ vind. Dus dat kunnen jullie ook met elkaar afstemmen wie wat dan oppakt. Mevrouw Van Luik: Even oefenen. Ik zei tegen Tanja schop maar onder tafel als het als je zegt het is te inhoudelijk, dus ik pak hem. Sorry, wethouder De Jonge. Welke impact heb je als Dordrecht? Dat hebben in de sheet ook geprobeerd duidelijk te maken. Dus niet alles is binnen je beïnvloedingssfeer als gemeente. Als je bijvoorbeeld naar die snelwegen kijkt die om Dordrecht heen lopen, waar je de uitstoot van afhangt. Voor industrie geldt hetzelfde, ben je niet altijd aan zet, maar bijvoorbeeld wel weer als je kijkt naar bedrijventerreinen en de panden die daar zijn gevestigd en het zoeken naar een energiesysteem en hoe je met elkaar energie deelt. Daar kun je echt wel stappen in zetten. En volgens mij kiezen we er ook voor om slim in te zetten op de dingen waar je wel aan zet bent en te lobbyen op de dingen waar je niet aan zet bent. De heer Van Lier: Kort inzoomen op binnenvaart.

Er wordt samengewerkt met alle partijen in Nederland en specifiek met de haven van Rotterdam wordt er gekeken naar hoe kunnen we als Nederland daar een rol in spelen in het verduurzamen van de binnenvaart scheepvaart? En volgens mij praat Dordrecht daar ook aan mee. Ik kijk even naar de wethouder. En met uw vraag met betrekking tot economie en industrie. Er zijn een aantal zaken waar je inderdaad landelijk afspraken over maakt, maar de bedrijven hebben zelf ook een verplichting straks om aan een heleboel wetgeving te doen. De stad gaat ook helpen. En een derde wat ik daaraan toe zou willen voegen, is dat het ook gaat om kennis te delen, is natuurlijk ook een instrument wat we wel kunnen inzetten als voorbeeld dus je hebt een pakket van wet dwang en verleiding. Mevrouw De Jonge: De laatste vraag ging nog over prioritering. Dat is wel een bestuurlijke afweging uiteindelijk hè. Van waar gaan we de capaciteit die we hebben op inzetten? Nee we hebben niet genoeg als we dit hele programma in een keer aan willen pakken dus wat we gedaan hebben, daar heeft u bij start mobiliteit en energie al een eerste proef van gezien. Kijk echt naar de momenten at we hebben en dat kan zijn dat er in de stad een kans is dat daar energie zit in een wijk of bij een bedrijf die zegt van, wij willen aan de slag. We kijken ook heel goed naar de landelijke regelingen die we hebben.

We krijgen straks isolatieprogramma, we krijgen via de netbeheerder warmte komen er ook subsidies dus we kijken ook heel erg goed als we dat combineren waar zit de grootste kans om de grootste slagen te gaan maken? En daar steken we in eerste instantie alle energie in, maar er zit wel een basis in dat altijd in alle routekaart heet het tegenwoordig, in alle routekaarten komt wel een soort basis van altijd is er aandacht voor alle vier alleen de intensiteit varieert dus naar de gelegenheid en de kansen die we zien daarvoor. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Dank voor de presentatie. Ten eerste, ik vind het heel knap hoe je je precies kan bepalen hoe we CO2 en andere gassen in Dordrecht in een jaar kan berekenen. Ik zou daar wel iets meer over willen weten. Er staat in de startnotitie ook een tabelletje over energie en daar staat totaal bekende nieuwbare energie. Kan ik dat lezen als duurzaam opgewekte energie. En is dat het geval dan heb ik daar een vraag over, want die is tussen 2015 2020 maar van 12 tot 14 procent gestegen, ondanks dat we vier windturbines in 2016 kregen, twee zonneparken in 2019. Ik snap die cijfers niet helemaal. Volgens mij hebben we daar door die duurzaam

24

opgewekte energie ongeveer 24 procent van onze eigen energievoorziening voorzien. Dus misschien kunt u dat wat duiden. De voorzitter: Kunt u hem iets te technischer houden, mijnheer Wringer? De heer Wringer: Nog technischer? De voorzitter: In deze fase is het nog helemaal niet van belang wat u ervan vindt. De heer Wringer: Maar ik wil het toch wel graag weten dus van 12 en 14 procent is maar 2 procent toename en volgens mij moet dat veel meer zijn of ik lees het verkeerd, dat kan ook, mevrouw de voorzitter. Dat is eigenlijk mijn eerste vraag. Ik heb nog wat andere vragen, maar die bewaar ik nog even, als het goed is.... De heer Van Lier: Hoe we komen aan die cijfers was de eerste vraag. Hoe kunnen we dat berekenen? Het zijn geen metingen. Het zijn cijfers die landelijk door het RIVM en moet ik het goed zeggen, CBS worden samengesteld in de klimaatmonitor en die cijfers worden jaarlijks gepubliceerd. En wat wij hier gedaan hebben is al die cijfers eigenlijk bij elkaar gezet en aan u gepresenteerd.

Herkomst van die cijfers is deels meten en deels gemiddelde en dat is een beetje afhankelijk van als wij helemaal gaan inzoomen op welke sector dat is, kunnen we daar details over aanleveren, maar dat gaat vrij ver voor, denk ik, voor nu, maar dus we hebben niet gemeten zelf maar we hebben de cijfers vanuit met de landelijke overheid overgenomen en dat geeft ook als voordeel dat we ook goed kunnen vergelijken, want dat doen allemaal als Nederland gemeenten hetzelfde. Dan de vraag over duurzame energie. Zal ik dat doen? Wil jij dat doen? Mevrouw Van Luik: Ja, ik kan in ieder geval een poging wagen. Je ziet inderdaad dat het percentage eigenlijk relatief weinig toeneemt. Je moet het ook wel zien … U moet het ook wel duiden ten opzichte van totaal energieverbruik wat toeneemt over diezelfde jaren, maar dat het percentueel weinig toeneemt is volgens mij zie je wel die nieuwe windparken er terug in, maar of dat dat dan klopt met die percentages hoe dat precies zit … Bas, ik kijk toch ook heel even naar jou. De heer Van Lier: Het exacte antwoord heb ik niet. Het vermoeden is dat daar een soort na-ijl effect zit in de cijfers, dus we zullen dat denk ik over een langere periode moeten kunnen monitoren om de windmolens exact te kunnen terugzien.

De voorzitter: Aanvullend hier op, mijnheer Struijk? De heer Struijk: Mag ik even misschien mijnheer helpen? De windmolens die zijn eind 2016 geplaatst en je ziet ze precies terug in 2017 zie je een behoorlijke stijging. Dus ik dacht laat ik het antwoord even geven. De voorzitter: Kleine vervolgvraag. De heer Wringer: Kleine toevoeging. Ik had een grote stijging verwacht. Eigenlijk windturbines 2,3 megawatt dus dat is 2300 huishoudens maal vier dat is al 16 procent van alle huishoudens in Dordrecht en dan komen dus … De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u, voorzitter. In de startnotitie wordt verwezen naar het rapport van IPCC en dat de opwarming van de aarde met anderhalve graad 10 jaar eerder wordt

25

bereikt. Wat is daar de kwantum fysische verklaring voor? Voor die versnelde verwachting van de anderhalve graad opwarming? De heer Van Lier: De groei aan uitstoot van CO2 is daar het gevolg … Wordt veroorzaakt door groei in CO2 uitstoot wereldwijd. Mevrouw Pichel: Dank u, voorzitter. Dat snap ik, maar ik vraag naar de Kwantum fysische verklaring van de toename in temperatuur. De heer Van Lier: Ik begrijp de term kwantum fysisch niet helemaal, maar ik kan wel uitleggen hoe het broeikaseffect werkt. Zou dat antwoord op uw vraag geven? Mevrouw Pichel: Ik hoop het. De heer Van Lier: Laten het proberen. Doordat we steeds meer CO2 in de lucht hebben in onze atmosfeer en dat is dus eigenlijk tussen de aarde en de ozonlaag en daar komen steeds meer CO2 deeltjes. Die deeltjes die hebben de eigenschap om warmte vast te houden dus naarmate de zon op onze aarde schijnt zijn en er zijn meer deeltjes in die tussenlaag die die warmte mooi kunnen vasthouden, warmt de aarde heel erg op dus dat is eigenlijk de reden waarom dat de aarde opwarmt, omdat we dus iets uitstoten en daardoor krijgen we een soort van deken die we over de aarde heen leggen van CO2 deeltjes en andere stoffen en die kunnen niet meer uit die ozonlaag en dat is de reden waarom dat we opwarmen.

Mevrouw Pichel: Mag ik nog even een vraag stellen? De informatie die ik heb, zien we het juist dat een bepaalde schaduw als het ware de zogeheten deken is die die die de wereld bedekt en dat juist verlichting hetgeen is wat warmer is dan schaduw en dat verlichting uiteindelijk ook het doel is van de evolutie van het bewustzijn van de aarde. De voorzitter: ik weet niet of dat u daarmee nog een aanvullende vraag stelt dat hiermee wil duiden waar uw vraag vandaan komt. Mevrouw Pichel: Ik wil wel duiden waar de vraag vandaan komt. Ik zoek inderdaad naar de kwantum fysische verklaring, omdat we kijken naar … De opwarming van de aarde wordt hier gezien als iets negatiefs, natuurlijk. U geeft ook aan en dat heeft te maken met de hoeveelheid CO2 deeltjes, de moleculen die dus blijkbaar meer warmte toetrekken dan dat we zouden willen. Toch? Als ik uw verklaring goed begrijp? De heer Van Lier: Vasthouden. Ze houden vast. Mevrouw Pichel: Vasthouden. Dus dat is eigenlijk de waarom van de temperatuurstijging. De manier waarop ik daarnaar kijk, als we gaan kijken naar die temperatuurstijging op moment dat we gaan kijken naar een verhoging van bewustzijn dan heeft dat veel heel vaak te maken met inderdaad een bepaalde verlichting, letterlijk een verlichting, dingen die donker zijn die mogen verlicht worden.

Er is wat meer zwaarte en meer donkerte en meer lagere frequentie, om het even zo te zeggen. Op het moment dat je dingen wil gaan verhogen als je een frequentie wil gaan verhogen dan gaan moleculen sneller bewegen. Lage frequentie is een lage beweging van moleculen, een hoge frequentie is een snelle beweging van moleculen. Moleculen die sneller bewegen, worden warmer. En als je ook schaduw vergelijkt met licht of verlichting, dan weten we ook dat licht warmer is dan schaduw. Waarmee we dus ook kunnen zeggen dat het eigenlijk een logische verklaring is dat temperaturen stijgen vanwege de verlichting c.q. evolutie van bewustzijn of verhoging van frequentie.

26

De voorzitter: Ik dacht dat mijnheer Struijk de onderwijzer was, maar dat talent schuilt ook in u, mevrouw Pichel. Het is heel technisch zelf, het is zo technisch dat ik denk dat bijna niemand dit echt helemaal snapt, maar ik weet niet of een van jullie daar nog een reactie op … Want dit is eigenlijk heel diep. Mevrouw Van Luik: Ik denk dat dit wel voorbijgaat aan hoe we hier vanuit CO2 toename en opwarming hebben gekeken naar wat het betekent om klimaatneutraal te zijn. Waarbij we de beweging volgen, zoals we die hier kennen. Ik vind het ingewikkeld om verder in te gaan op wat u zegt op dit moment. Mevrouw Pichel: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik begrijp de reactie en dat respecteer ik, hoor. Dat is ook goed en ik snap dat daar wellicht moeilijk een antwoord op te geven is, maar juist omdat er maatregelen worden getroffen vanwege hier dus een opwarming die hier zou komen terwijl deze benadering eigenlijk zegt de opwarming zou mogelijk een gevolg kunnen zijn van de versnelling van de moleculen van de verhoging van de frequentie en van een verschuiving van schaduw naar verlichting, moeten we dat dan wel tegengaan? Want ik ben namelijk van mening dat het verhogen van … De voorzitter: Uw mening wil ik eigenlijk niet horen in een technische sessie.

Mevrouw Pichel: Nee, dat snap ik, maar die mening ligt aan ten grondslag dat deze toelichting wordt gegeven van moet iets omhoog of moet iets omlaag. De voorzitter: Ja, oké helder. Ik denk dat het misschien heel uitdagend is om een keer samen een afspraak te maken en daarover verder te stoeien, maar als u het niet erg vindt, ga ik nu verder om andere mensen de gelegenheid te geven om hun vragen te stellen. Dank u wel. Mijnheer Hartmeijer om te beginnen. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik heb een vraag over de vergaderstukken. Er zijn wat bouwstenen. Je hebt een bouwsteen bouwen en gebouwde omgeving en een bouwsteen energie. Bij de bouwen staan de wooncorporaties als gesprekspartner vermeld, warmtenet et cetera. Bij energie, waar het gaat om de zonnepanelen, zon op dak, et cetera, staan de corporaties niet vermeld. En ik vroeg me af wat is daar de reden voor? Of zit dat bij steden in begrepen, misschien? Dat was mij niet helemaal duidelijk. Mevrouw Van Luik: Bij energie proberen we ons echt te richten eigenlijk op het staartje wat u ook terugziet dus op het totale energiesysteem dus dan gaat het over hoeveel energie gebruiken we op totaal en hoeveel daarvan wekken we duurzaam op? Dus eigenlijk vergroot van het aandeel duurzame opwek. En dan zijn de woningbouwcorporaties niet per se gelijk de eerste partner.

Die heb je natuurlijk wel waar dat effect heeft op de gebouwde omgeving dus daarom hebben we hem daar wel heel expliciet opgenomen. De voorzitter: Helder. ik zag de hand van mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Een heel praktisch vraagje om te checken of ik het goed snap. Bij mobiliteit gaat het over de uitstoot op het grondgebied van de

27

gemeente Dordrecht en niet bijvoorbeeld over hoeveel de inwoners van Dordrecht verrijden. En dat soort dingen. Oké. Dat heb ik dus goed begrepen. En een tweede vraag die ik had, die gaat over energiebesparing, want met name bij bedrijven werd in de presentatie aangegeven daar hebben we heel weinig greep op. Dat is vooral landelijk beleid. Ik heb daar nog een andere vraag over straks, maar met de energiebesparing speelt natuurlijk ook bij bedrijven een heel grote rol en daar is ook een forse ambitie voor geformuleerd, 30 procent in tien jaar tijd of zo dus dat is echt heel veel en daar zou ik graag wat meer over willen horen hoe die 30 procent gerealiseerd gaat worden in grote lijnen. Mevrouw Van Luik: Dank u wel voor de vraag. Ik denk ook dat daar een mooie scheidslijn zit waarom we ook hebben gezegd je hebt daar soort gemengde invloed op dus op een aantal dingen heb je geen invloed, want dan heb je het over landelijke wet- en regelgeving, maar juist op elektriciteitsverbruik, op gasverbruik heb je wel degelijk invloed en zijn we nu ook per bedrijventerrein in kaart aan het brengen waar wordt nu veel gebruikt? Waar zijn bijvoorbeeld ook mogelijkheden voor energie delen, energiegemeenschappen en verduurzaming? Want dat verschilt nogal per bedrijventerrein hoe dat er nu bij zit.

Hoe verouderd is het? Hoeveel bedrijven zitten daar bij elkaar? Dus daar zijn we nu met omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid een analyse op aan het maken. En op basis van die analyse gaan we bepalen welke aanpak er … En die komt dan ook in de routekaart terug, welke aanpak we pakken voor de bedrijventerreinen, want daar hebben wel degelijk veel werk te doen en ook wel invloed kunnen we ook wel echt ‘…’ De heer Van der Meer: Twee vervolg vraagjes. Een is dat een belangrijke maatregelen om besparing ook bij woningen te realiseren is het uitfaseren van de EFG woningen, daar moeten eigenaren natuurlijk aan meewerken. Hebben jullie een inschatting van hoeveel eigenaren daaraan mee gaan werken en wat dat oplevert in termen van energiebesparing? Dat is een. En de andere vraag gaat over die energiegemeenschappen op bedrijventerreinen. Ik kom in de landen ook voorbeelden tegen waar bedrijventerreinen wat dat betreft gekoppeld zijn en woonwijken. Is dat ook een optie die jullie meenemen? Mevrouw Van Luik: Uw eerste vraag over de EFG labels en willen mensen dan ook meedoen? Wat interessant is, is dat we in de regio net een pilot hebben gehad in Hardinxveld-Giessendam. Ook juist op deze labels. Dat is niet per se makkelijk, omdat mensen allerlei redenen hebben om dat niet te doen. Ik ben al ouder, ik heb de middelen niet.

Dus met het nationaal isolatieprogramma zijn er wel echt middelen beschikbaar om mensen daarin te begeleiden, maar het is geen wondermiddel waarbij negen van de tien mensen juichend zeggen dit gaan we doen, dus dat is best wel een intensief traject, verwacht ik. Ja, precies waar de EFG labels in het bezit van de woningbouwcorporatie zitten, hebben zij mede verplichting om daar ook mee aan de slag te gaan met een harde deadline. Waar u het heeft over bedrijventerreinen. De heer Van der Meer: Sorry. Als dat mag, voorzitter. Even over die EFG labels. Wat kan dat opleveren dan? Daar heb ik helemaal geen beeld van. Levert dat twee procent besparing op of vijf of … De heer Van Lier: Schot van de boeg. Het gaat serieus schelen als je het gasverbruik, dan doe ik een voorzichtige schatting op basis van websites als Milieucentraal. 20 procent minder gas verbruik is heel voorzichtig in ingeschat. En labeling is ook nog gaan we naar … Dat is natuurlijk ook nog een beetje een berekening. Uiteindelijk gaat het ook nog van hoe ga je om met je energieverbruik? Dus je kunt de deur de hele dag open

28

laten staan dus daar zit ook nog een stukje bewustwording, maar 20 procent besparing is niet … U mag dat niet opschrijven trouwens … De heer Van der Meer: Ik schrijf het toch op. De heer Van Lier: Want dat is het is heel ingewikkeld om dat exact te duiden. Het is geen exacte wetenschap, maar het is wel richting niet een ondergrens die ik wel durft te benoemen. Mevrouw Van Luik: Waarbij vervolgens als je het in het totaal beschouwt, het er ook over hebt, zoals u net heeft gezien 25 procent komt uit de bebouwde omgeving, weer een percentage daarvan is woningen en weer een percentage daarvan zijn woningen met EFG labels. Dus als je optelt in het totaal effect op klimaatneutraal dan zitten al die schakels er nog wel tussen. De voorzitter: Ik geloof dat er inmiddels zes mensen zijn die vervolgvragen hierop hebben. Ik wil even gewoon een klein beetje meer disciplines. Ik ga even via links, daar houd ik op zich niet van … De heer Van der Meer: Mijn tweede vraag. De voorzitter: Oké, eerst uw tweede vraag en ik weet niet of mevrouw van Herwijnen vraag. Dan gaan we daarna … En dan gaan we zo dan even het rijtje af. Mevrouw Van Luik: Tweede vraag ging over bedrijventerreinen waar die ook mogelijk bij woonwijk dus dat je je daar samen kunt kijken naar kun je naar een energie delen toe. Wij gaan alles bekijken, dus zeker ook welke winst daar te behalen is.

Dan moet het er natuurlijk wel overgaan dat die ook bij elkaar in de buurt liggen en dat is als je in Dordrecht op de kaart kijkt voor veel bedrijventerreinen niet zo, maar er zit ook potentie in. Dus dan gaan we zeker ook naar kijken. De voorzitter: Mevrouw van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank je wel. En ook bedankt voor de startnotitie. Ik was eigenlijk een beetje benieuwd naar windopwekking, want zonoffensief staat er natuurlijk wel expliciet bij, maar de zoektocht naar wind, die kom kom ik eigenlijk nergens tegen of zit hij ergens onder een paraplu? Mevrouw Van Luik: Die die zit in het totaal van hernieuwbare energie dus die zit op de kaart energie dus dat dat is hernieuwbare energie uit zon, uit wind en uit … En u ontvangt voor het einde van het jaar de herijking van de fysio pint energie, zodat u ook met elkaar het gesprek kunt voeren over welke plaats u wil dat dat in het totale energiesysteem heeft. De voorzitter: Mijnheer Van Dam. De heer Van Dam: Dank, voorzitter. Hartelijk dank. Eigenlijk twee vragen of misschien drie, maar een aanvullend op wat de heer Van der Meer zegt over de EFG labels. Mijn vraag gaat over hoe accuraat is dat nou eigenlijk, want die worden natuurlijk alleen vastgesteld op basis van prognoses.

In het verleden waren die heel matig qua praktische inhoud en in het heden zijn ze niet zo matig, maar doen mensen dat alleen als hun huis verkocht wordt. Is niet zo vaak. Dus hoe goed is onze informatie? Dat is vraag een. De tweede vraag is, zijn er eigenlijk ook elementen in deze startnotitie die voor onze

29

inwoners of voor bedrijven eigenlijk helemaal niet haalbaar zijn en waar de grote zorgen over zijn? En de derde vraag is, welk risico zit er in deze startnotitie of in deze veelheid aan maatregelen voor eigenlijk de haalbaarheid binnen onze organisatie als gemeente? Mevrouw Van Luik: Ik ga, denk ik, hoe verder uw vragen komen hoe meer naar links kijken maar uw eerste vraag over de EFG labels. Help me nog heel even. Wat was het ook alweer precies ... De heer Van Dam: De vraag is hoe accuraat … Is dat een … We hebben daar eerder wel staatjes van gezien, maar hoe betrouwbaar is dit nou? Mevrouw Van Luik: Niet heel, want het is eigenlijk precies wat u zegt. Vaak worden ze pas vernieuwd als mensen huizen gaan verkopen. Dus ook in pilot HardinxveldGiessendam kwamen ze ook tegen dat ze aanbelden en dat iemand zijn al volledig had geïsoleerd, maar niet de moeite waard vond om te betalen om een nieuw label daarop te krijgen. Dus we doen het met het bestand wat we nu hebben en dat is dat is deels accuraat, omdat je best wel weet hier zijn woningen uit een bepaald bouwjaar met een bepaalde …. En daar is weinig meer aangedaan, is dan de veronderstelling over het algemeen, maar wij komen ook dingen tegen dat de labels helemaal niet kloppen, dus dat is wat we gaan ontdekken met de aanpak van die EFG labels, maar dat is zeker een factor waar we wel rekening mee houden.

Andere vraag is, is het voor een aantal partijen niet haalbaar of zijn er zorgen en wat is het risico ook voor de haalbaarheid vanuit de organisatie. Die ga ik denk ik even aan jouw vragen. Mevrouw De Jonge: Dank je wel. Dat zijn natuurlijk de vragen die ons ook bezighouden. We maken deze exercitie om daarmee te kunnen gaan bepalen van hoeveel hebben we nodig aan capaciteit, aan financiële middelen, aan andere middelen? Daarvoor gaan we ook samen met de komende maanden die ronde tafels in samen met de stad om ons daar goed door te laten voeden van hoe zit nou het complete vraagstuk in elkaar? En dat willen we dan ook echt en die plannen die in het eerste halfjaar 24 vooral deze routes gaan opleveren. We zijn wel heel erg blij met het geld dat we hebben gekregen van het kabinet om in te kunnen zetten op capaciteit. Dat maakt ook echt nu dat we flink kunnen uitbreiden en dat doen heel erg ook in een uitvoeringsorganisatie. Dat hopen we de volgende keer te kunnen presenteren, want dat zijn we nu echt, as we speak, nog helemaal aan het verfijnen. Dus dat zal volgende keer … Sorry, als ik spreek. Dan kunnen we daar meer van laten zien. Dus dat helpt ons enorm wel op dit moment dat we daar wel zien dat we aan de slag kunnen. Maar ja, haalbaar en betaalbaar is natuurlijk altijd al ‘…’ Dat hebben we gelobbyd dat dat in het klimaatakkoord van Nederland ook is gekomen.

En dat zullen we ook steeds bij onze een landelijk minister en staatssecretaris onder aandacht blijven brengen, maar als we alle mensen mee willen kunnen nemen dan zullen zij ons echt moeten helpen. En deze transitie kunnen we als gemeente niet zelf allemaal betalen en ook daarvan ben ik op dit moment heel positief, als je ziet hoe het gaat. We krijgen verkiezingen, dus ik denk dat we in november misschien iets meer weten wat de toekomst is van die middelen, maar in ieder geval voor deze drie jaar staan ze allemaal veilig. De voorzitter: Mijngeer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. De nulmeting is uit 2019, als het goed is. We zijn inmiddels vier jaar verder. Wanneer kunnen we de volgende meting verwachten? Want ik ben wel benieuwd of we al een beetje op weg zijn of niet.

30

Mevrouw Van Luik: Die metingen komen met twee jaar vertraging worden die uitgevoerd, landelijk. Dat is erg vervelend, want dat maakt dat je dat je best wel met oude cijfers zit. En er is bewust nu voor 2019 gekozen, omdat 2020 en 21 de andere jaren waarover cijfers beschikbaar zijn, de coronajaren zijn geweest dus dat zijn best vertekende cijfers dus we hebben eigenlijk het meest recente normale jaar genomen als uitgangspunt en we hebben nu cijfers tot met 2021 beschikbaar. De voorzitter: Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een kort vervolgvraagje op de EFG labels. Ik meende te horen zeggen dat bij de corporaties er dwang kan uitgeoefend worden, maar we hebben in Dordt ook heel veel kleine particuliere verhuurders en het zou mij niet verbazen als juist die allemaal van dat soort krochten verhuren. Is daar niks mogelijk? Mevrouw Van Luik: Ja, daar zijn zeker wel dingen mogelijk. Volgens mij valt het ook onder dezelfde wettelijke verplichting om daarvoor 2030 aangepakt te hebben. Zij zijn wel wat lastiger om de tafel te krijgen en te organiseren om dat te doen, maar ook daar helpt het wettelijke kader ons. De voorzitter: Eerst naar mevrouw Boom.

Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Ik had eigenlijk op basis van een vergaderstuk twee vragen opgesteld. Eentje is, denk ik, al beantwoord, maar even een check vraag. In de startnotitie staat heel duidelijk hoeveel er verminderd moet worden om klimaatneutraal te worden in 2040. Hoe we dit gaan verminderen is afhankelijk van de ronde tafel en de gesprekken in de stad en daarna komt ‘…’. Oké. Dan een andere vraag. Wat is de status van de bouwstenen die bij de vergaderstukken zaten? Mevrouw Van Luik: Wat bedoelt u met status? Voordat ik niet uw vraag beantwoord. Mevrouw Boom-Vos: Wordt dat jullie uitgangspunt of zijn ronde tafels de gesprekken? Mevrouw Van Luik: Feitelijk is dit een inventarisatie van wat er nu al loopt en waarvan we nu denken daar moet je in ieder geval aan gaan werken als je het over klimaatneutraal is, maar we hebben het heel bewust inderdaad de term bouwstenen gegeven, omdat je juist nu ook dat traject in wil en die gesprek in wil en dat kan betekenen dat je daarop bijstuurt. Dus de status is een voorlopige, maar zonder die bouwstenen werd was dit wel een hele abstracte exercitie alleen dus daarom hebben we wel voor gekozen om ze bij te voegen om beeld te geven van wat we nu doen en wat logische, mogelijke paden lijken om straks tot de routekaart te komen. Mevrouw Boom-Vos: Oké. Nee, ik ga de VVD punten hier niet inbrengen.

De voorzitter: Dat wil ik ook helemaal niet horen. Daar zitten we niet voor. Mevrouw Pichel.

31

Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde toch nog even een poging wagen met mijn vraag net met de kwantum fysische verklaring. En ik ga kijken of ik mijn vraag even anders kan inkleden. De voorzitter: Ik wil graag dat u een vraag stelt en niet een heel verhaal houdt, dus dat gewoon een concrete vraag komt, waar concreet antwoord op gegeven kan worden. Dus als u dat kan, prima. Mevrouw Pichel: Voorzitter, ik had daarnet een concrete vraag gesteld over de kwantum fysische verklaring en daar kon geen antwoord op gegeven worden. Dus vandaar dat ik mijn vraag een beetje zou willen toe lichten. De voorzitter: Prima, maar als u dat dan doet op een manier dat er ook wat makkelijker antwoord gegeven ... Dat bedoel ik alleen maar. Het is super technisch wat u bespreekt en dat gaat op dit moment een commissievergadering een klein beetje te boven. Maar gaat uw gang? Mevrouw Pichel: Oké. Ik dacht namelijk dat dit wel een technische sessie was, maar dan … De voorzitter: Ik heb u net heel veel ruimte al gegeven om dat te doen. Dus alleen het is wel … Het gaat heel ver. Mevrouw Pichel: Het wordt heel technisch. Oké, sorry. Ik wist niet dat daar bepaalde beperkingen oplagen op hoe technisch ze waren, maar ik ga me best doen om hem … De voorzitter: Nee maar de raad is een lekenbestuur dus het moet ook zodanig zijn dat het gewoon nog te volgen is voor iedereen.

En dat is het enige wat ik u even meegeef dus gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Oké. Ik ga nog even naar … Het staat hier volgens mij niet in, maar het wordt natuurlijk verwezen naar IPCC en dan is ‘…’ ook natuurlijk niet. Dit is natuurlijk ook gebaseerd op de grafiek, het temperatuurstijging waarin we natuurlijk zien vanaf ongeveer begin jaren 80 de stijging natuurlijk exponentieel was. Dat is waar zorgen baart. Dus ik ben inderdaad op zoek naar die kwantum fysische verklaring. En de wijze waarop ik eigenlijk inderdaad een vraag zou willen stellen en ik stel deze vraag, omdat er natuurlijk allerlei maatregelen worden genomen op basis van dit fenomeen. En in dit fenomeen kijk ik eigenlijk inderdaad naar de verklaring van die stijging. En voor die verklaring van die stijging zien we dat er een evolutie is van de ontwikkeling van de mensheid en daar zien we dus een verschuiving van een lagere frequentie naar een hoog frequentie. En zoals ik ook net al aangaf dan hebben we het over de trilling van de moleculen die langzaam trillen zijn kouder. moleculen die sneller trillen worden warmer. Dingen die sneller bewegen worden warmer. En daar kijk ik dus ook naar dat als we dan zeggen dat is een vergelijking, maar ook de evolutie van bewustzijn is een verlichting in het geheel van de mensheid. Een letterlijke verlichting. Licht is ook warmer dan schaduw.

En op moment dat we gaan kijken naar die verlichting is dan dat dan niet inherent aan de ontwikkeling van het bewustzijn van de mensheid? Wat uiteindelijk de bedoeling is en dat op moment dat dat vergroot en de verlichting dus vergroot en vervolgens natuurlijk de duivel schreeuwt het wordt hier te warm, naar wie willen we dan luisteren? Naar de verlichting of naar de schaduw? De heer Van Dam: Voorzitter, mag ik een punt van orde maken?

32

De voorzitter: Zeker. De heer Van Dam: Dat ik denk dat het wel wenselijk is dat we het hier hebben over de startnotitie Dordrecht klimaat 2040, want daarvoor zijn we hier bij elkaar en ik heb toch de indruk dat we het daar in de afgelopen paar minuten niet over hebben gehad. Mevrouw Pichel: Voorzitter, ik verwijs naar iets wat in de startnotitie staat en er wordt verwezen naar het IPCC rapport waar ik vraag om een kwantum fysische verklaring van de toename van de opwarming van de aarde. Het staat hierin. De voorzitter: Er zijn inmiddels diverse pogingen gedaan om te kijken of u van een antwoord voorzien kan worden en ik denk niet dat dat dezelfde golflengte is. Dus u heeft nu weer een vraag gesteld dat was alleen niet echt een technische vraag in de zin dat was een vrij open vraag die ook niet echt in mijn beleving heel erg technisch te beantwoorden is. Mevrouw Pichel: Voorzitter, volgens mij hebben deze mensen ook nog geen gelegenheid gegeven om een antwoord te geven. De voorzitter: Nee, maar ik ben van de vergaderorde en niet u. Dus ik ga nu vragen of dat anders opgelost kan worden, maar zover was ik nog niet. Dus als een van jullie twee een technisch antwoord kan geven op de vraag. De heer Van Lier: Ik houd het, denk ik, even kort.

Het gaat steeds over het IPCC rapport en dat is iets wat wij vanuit onze startnotitie niet ter discussie hebben gesteld en we hebben de uitgangspunten van al die wetenschappers die daarnaar gekeken hebben voor waarheid aangenomen en op basis van dat rapport hebben wij deze overgenomen. Dat is denk ik het verhaal dus het IPCC rapport is denk ik niet iets wat vandaag waar ik iets over kan zeggen dus dat dan zou ik u daar naar willen terugverwijzen. De voorzitter: Oké. Voorstel. Is het wellicht een idee dat u de vraag die u wilt stellen op papier zet en dat u die schriftelijk stelt, want ik denk dat dit echt niet het podium is waar u het antwoord krijgt waar u naar op zoek bent. Mevrouw Pichel: Ja, dank u voorzitter. Ik heb net het antwoord gekregen dat er inderdaad verwezen wordt naar het IPCC rapport en dat er geen antwoord kan gegeven worden. Ik zal in de fractie bespreken of we daar nog aanvullende vragen over willen stellen. De voorzitter: Maar dat is dus de suggestie die ik doe, dat u dat dan eventueel schriftelijk doet? Even kijken. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik heb nog een andere vraag in vervolg op een aantal punten die genoemd zijn over besparing. Dat gaat natuurlijk niet alleen over de EFG labels. Gaat ook over andere vormen van energiebesparing en over het geld wat er van het Rijk gekomen is om dingen aan te pakken.

En de wethouder zei net van het gaat voor een belangrijk deel ook naar de uitvoering en daar wil ik graag nog wat meer over horen van hoe dat dan aangewend wordt. Er is veel discussie over geweest over hoe met name ook particulieren eigenaren en kleine bedrijven geholpen en ontzorgd kunnen worden. Gaat het daarover of gaat het over andere elementen in de uitvoering? Mevrouw Van Luik: Het gaat zeker ook daarover. We zijn op dit moment bezig om daar eigenlijk een nadere uitwerking van te maken in echte routekaart energiebesparing die dus daar eigenlijk … Die komt binnenkort uw kant op. De landelijke middelen zijn ter

33

dekking van personeelskosten dus die zetten wij in om mensen te begeleiden, te helpen wat zijn nou de goede maatregelen? Zowel op besparing als op alternatieven voor gas, voor warmte alternatieve. En als het over uitvoering gaat dan gaat het dus echt over projecten in de wijken, wijkaanpak maken en daarin mensen ook ontzorgen en begeleiden. De heer Van der Meer: Prima, dankjewel. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer wilt u uw microfoon … Of u moet natuurlijk nog een vraag hebben maar ... De heer Van der Meer: Ik verzin ze zo, hoor. De voorzitter: Dat weet ik, dat u dat doet, maar ik geloof niet dat dat … Ik denk dat u al een aantal vragen heeft gesteld waarmee wat verheldering heeft gekregen. Iemand anders nog? Oké. Vooruit.

De heer Van Dam: Wat ik altijd ingewikkeld vind en dat is natuurlijk ook een ingewikkeld onderdeel aan startnotities is de vraag over de concrete acties en doelen en want we houden natuurlijk heel erg van startnotities hier en we stellen heel graag plannen op en schrijven grote rapporten en we maken gebruik van rapporten en conclusies die anderen hebben gemaakt, maar de vraag die bij mij sterk leeft ook als ik zo'n startnotitie lees, hoe kan ik en dat is een beeldvormende vraag, hoe kan ik als raadslid nou bijdragen aan een beetje actie of vlotheid op zo’n thema, zodanig dat het ook tot actie komt? Mevrouw de Jonge: Daar wil ik wel een poging toe doen. Want wat ligt er in uw vermogen? Dat zijn twee wijzen om het zo maar te zeggen. Dat is in uw raadswerk dat u kritisch meekijkt met alle voorstellen die voorbijkomen en aangeeft van hoe zit het precies? En meer actie erin. Dat is natuurlijk een optie. Maar u kunt natuurlijk ook … U loopt ook in de Dordtse samenleving rond. U hoort en ziet van alles. U kunt ook mensen erop gaan attenderen en ook in die zin ondersteunen door te zeggen van er is een energieloket of stel uw vraag bij de gemeente. Er zitten hier ook vertegenwoordigers van Dordtse organisaties die ook met energie bezig zijn, die ook heel graag inwoners en zelfs ondernemers ook willen helpen.

Dus ik denk dat dat een rol is die u zeker kunt nemen door steeds ook de verbindingen te leggen tussen de partijen die een ieder kunnen helpen en dat is soms een gemeente, maar ook heel vaak een andere partij. En als u zegt van ik weet het even niet, laat het alsjeblieft weten, want zo moeten we, denk ik. met zijn allen samen deze opgave aan het is grootst, het is complex en we hebben eigenlijk iedereen nodig om snelle stappen te gaan maken die nodig zijn om aan de ene kant het milieu te besparen, maar ook de energierekeningen van mensen zo laag mogelijk te kunnen houden. De voorzitter: Ik denk dat dat een mooie boodschap is om de bespreking mee te beëindigen. Even kijken. Er staat een rondetafelgesprek ingepland. Dat is door de agendacommissie al gedaan. Ik weet niet of u daar behoefte aan heeft, want dat is natuurlijk aan uzelf. Dus die kan dan doorgaan en heeft de commissie daar een specifieke input op wat betreft de wensen wat er besproken kan worden of wat er meegenomen kan worden. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Ik heb de agendacommissie niet kunnen kijken, maar is er al bekend wie de dan aan tafel zit? Welke partijen?

34

De voorzitter: Dat moet ik schuldig blijven. Ik ga ervan uit dat een rondetafelgesprek inderdaad wat mensen erbij worden gehaald en … Maar ik heb geen idee of de agendacommissie dat heel specifiek al heeft bepaald. Ik denk dat het ook belangrijk is dat … Maar dat u zeker ook zelf gewoon aan kan geven wie u daar graag bij zou willen hebben dan. Ik bedoel want de agendacommissie is hartstikke goed, maar met zijn allen zijn we misschien nog beter. Dat kan altijd. De heer Hartmeijer: Ik vroeg me gewoon af of er misschien al suggesties waren geopperd. Was ik gewoon benieuwd zijn. De voorzitter: Is mij niet bekend. Breed. Heel breed. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Voor mij eigenlijk de vraag gaat de ronde tafel per thema of is het een ronde tafel alle vier de thema's tegelijkertijd. De voorzitter: Ik werk niet bij de griffie dus ik wil het voorstel doen dat dit even uitgezocht wordt. Dus wat is er precies in de agenda commissie gezegd? Hoe gaat het geagendeerd worden? Zeg dat dan daarnet gelijk. Mevrouw Vermeulen: Tuurlijk weet ik dat. Besluit is een rondetafelgesprek en heel breed nodige en dan ook uit de vragen die hier kwamen nog misschien wat specifieke richting, maar in ieder geval breed nodig, want partijen hebben al aangegeven in de eerder stadium bij de bespreking van de doorstartnotitie energietransitie van we willen hier weer uitgenodigd worden.

Dus dan denk ik aan alle betrokkenen. Drechtse energie, Drechtse stroom, klimaat, coalitie, enzovoort, enzovoort. De voorzitter: Maar dat mag best ergens zwart op wit komen. Dus dat is dan inderdaad mijn verzoek of dat aan de commissie gestuurd kan worden zodat de commissie eventueel kan kijken van ik mis die en die nog en dat dat dan eventueel nog toegevoegd wordt. Mijnheer Van der Meer. De heer Van Der Meer: Daarnaast is er door ons indertijd een agendering ook ingediend om een aparte kennissessie over duurzame opwekking. En die zit ook in de planning. Dus dat thema kan ook voor een deel in die sessie aan de orde zijn. Dus als er aanvulling gezocht wordt, denk ik vooral voor de andere thema's. De voorzitter: Mijnheer Van Dam. De heer Van Dam: Voorzitter, daar sluit ik mij bij aan, want die sessie gaan we niet voor niks organiseren. En de andere aandachtspunt voor mij is ook, ik zou het ook willen hebben met de partij die aansluiten over de uiteindelijke uitvoering en capaciteit en hoe ze dat wat tips of dingen daarvoor zijn, omdat daar vanuit onze fractie in ieder geval veel zorgen over zijn. De voorzitter: Oké. Mevrouw Boom-Vos: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Vanuit onze fractie is vooral ook heel vaak per thema. Mobiliteit is toch wel een ander iets dan bouwen of economie.

35

De voorzitter: Mocht u het met, zoals het aangedragen wordt, niet eens zijn dan kunt u altijd een tegenbod doen in het systeem dat bij de hoe heet dat ding? Agendacommissie. Het is laat. Anders nog iets? Twee ons leverworst? Mevrouw Boom-Vos: Misschien nog even voor het proces. Wijzelf vonden de startnotitie echt goed omschreven en omkaderd. Naast de ronde tafel hebben wij niet echt een behoefte aan nog een oordeelsvorming en zou die wat ons betreft door mogen. De voorzitter: Daar zijn we nu nog niet. Dus dat. Maar dat is alvast goed om te horen, denk ik voor de wethouder. Verder nog iets? Want dan ga ik afronden en dan dank ik alle hartelijk voor uw inbreng. En dan zou ik zeggen tot volgende week in de raad.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 oktober 2023.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/584/documents/26782