CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2023-01-24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 maart 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 7 februari en de Hamerraad en Dordtse Dinsdag 24 januari, 14 februari en 21 februari 2023 Vergaderzaal 1,3,529.927 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

38

bijvoorbeeld broodkliko staat er al, hè. Ga in gesprek met de doelgroepen waar het om gaat en ga vooral geen A-4tjes ophangen met heel veel tekst, want dat gaat niet werken. Een voorbeeld, ik geef een voorbeeld heel snel, bijvoorbeeld in Utrecht in een wijk hetzelfde probleem en daar hebben we in die wijk de imam erbij gehaald en ja, die heeft ons ontzettend geholpen door de boodschap over te brengen en dat ging wel helpen. Hier zie je die plaatjes ook nog, bijvoorbeeld hier de kliko's, de broodkliko's. Ja, daar moet je wel weer goed mee omgaan, want als je het zo neerzet en het blijft 's nachts zo staan, dat gaat je niet helpen. Dat vindt die rat wel fijn. Hebben we voldoende inzicht in de oorzaak van het probleem? Ja, dat is de vraag, hè? Je kent de risico's. Hebben jullie als gemeente een doel van wat accepteren we en je zal dat in beeld moeten gaan brengen door een risico inventarisatie uit te voeren van hebben we wel goed in beeld wat er aan de hand is? Is onze groenvoorziening op orde, is onze afvalverwerking daadwerkelijk op orde of ons rioolbeheer? We denken het vaak van wel, toch zien we uit ervaring vaak dat daar toch tekortkomingen zijn, onbewuste, die erin meespelen.

Dit hele, en dat is de laatste trouwens, het hele plaagdierbeheer, ja, heeft met drie onderdelen te maken en eigenlijk heb ik ze benoemd, zeg maar, in de hele serie van sheets, is de reductie van de populatie, dus het bestrijden. Alleen, ja, daar haal je het probleem niet mee weg. Dus dat kan je wel doen, maar die reductie van die draagkracht is heel erg belangrijk. Zorg dat die rat geen voedingsbodem heeft dat hij zich kan ontwikkelen tot een plaag of ongewenste schuilgelegenheden. Je kan zeggen, ja, moeten we alles dan kort gaan maaien? We hebben te maken met biodiversiteit. Je zal daar een evenwicht in moeten vinden met zijn allen. En voorkom die migratie, die preventie van migratie. Zorg ervoor, als ik ergens ratten heb, dat ik dan niet op een andere locatie hetzelfde probleem ga creëren. En ja, dan is de vraag wat staat, en ik zet bewust ons ertussen, te doen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Middelkoop. Ik zou zeggen, blijf even nog staan. Inmiddels is mevrouw Stolk van de Verenigde Senioren Partij aangeschoven. Mijnheer Uysal van GroenLinks en mijnheer Den Heijer van de VVD. Voor de mensen thuis en op de tribune.

Zijn er vragen? Mevrouw Stolk, heeft u nog een vraag? Mevrouw Stolk: Nou, niet zozeer aan deze mijnheer, want eigenlijk heeft u heel duidelijk uw presentatie gegeven van hoe ga je het inrichten, is er een risico inventarisatie gemaakt en waar wil je naartoe? Dat zijn natuurlijk heel belangrijke dingen. Maar ik zou liever zo even het gesprek aangaan met de commissie als dat mag. De voorzitter: Nee, prima, want dan kunnen we meneer Middelkoop vragen om te gaan zitten. Oh sorry. Ik zie een vinger. Ja, gaat uw gang. Mevrouw …: Dank je wel. Ik had nog even een vraag over, want u schetst natuurlijk heel goed het probleem is de mens en uiteindelijk niet het plaagdier. Is het mogelijk om die plaagdruk te reduceren met alleen preventieve maatregelen zonder het dier uiteindelijk te hoeven bestrijden? De heer Middelkoop: Het bestrijden zal altijd een onderdeel blijven van de plaagdierbeheersing en een beheersplan. Je stelt voor jezelf een acceptatiegrens op, dan leg je vast in een beleidsnotitie: wij accepteren dit en daar hang je wat aan vast. Wat betekent dat dan voor bijvoorbeeld de groenvoorzieningen of rioolbeheer? Wat moeten die dan extra gaan doen aan preventieve maatregelen om ervoor te zorgen dat je niet

39

over die drempelwaarde heen gaat en ga je daar wel overheen, en dat gaat misschien best wel een keer gebeuren, zal je moeten bestrijden. Maar dan moet je ook gaan kijken wat de oorzaak is, anders blijf je weer bestrijden tot je een ons weegt. Dus preventie is een heel belangrijke. Plat gezegd, wat niet geboren hoeft te worden, hoef je ook dood te maken. Ik denk dat dat uw bevredigend antwoord zal zijn. De voorzitter: Mijnheer Damen, u had volgens mij ook een vraag. De heer Damen: Ja, ik heb in uw verhaal gemist, het bestrijden van ratten in huizen en wooncomplexen. Er is sprake in Dordrecht van een aantal complexen waar heel veel ratten in het complex zitten. En dan gaat het om fysieke maatregelen, maar ook de afspraken die je met een woningeigenaar kunt maken. De heer Middelkoop: Een heel goede opmerking, hoor. De ervaring leert: ratten in woningen, dan spreken we 99,9 procent over bouwkundige gebreken, rioleringen die gebrek hebben onder de woningen of bij de huisaansluiting en waar het niet goed zit. En we zien ook bij hoogbouw dat daar onder de flats gigantische problemen zijn met ratten, die hebben daar schuilgelegenheden, het voedselaanbod is er en zodra er ook maar bouwkundige zaken niet op orde zijn, dan gaan die ratten naar binnen, komen die ratten naar binnen en maak maar eens een ronde door een wijk.

Ga maar eens kijken, bijvoorbeeld, naar, ik noem één voorbeeld, regenafvoeren die aan de onderkant kapot zijn, open zijn. Er zit geen rooster, geen bolroostertje voor. Een nieuwe pijp, daar klimt zo’n rat niet in, maar zodra die wat aanslag heeft, gaat een bruine rat gewoon via de regenpijp omhoog, via het dak, via het dakbeschot, via pannen, ze kunnen zo weer binnenkomen. We zien regelmatig gewoon gigantische nesten van bruine ratten onder de dakpannen, terwijl je dat eigenlijk niet zou verwachten. Maar puur heeft dat te maken met bouwkundige tekortkomingen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik hoorde mijnheer al een paar keer opmerkingen maken over de oorzaak. Een aantal dingen gezegd en we moeten de oorzaak bestrijden en daar zou ik het eigenlijk inderdaad wel even over willen hebben, hè, die oorzaak. U geeft een aantal dingen aan in uw presentatie, het voedsel wat er ligt, het eten wat niet wordt weggegooid. We zien ook in de stukken dat daar wat voorbeelden worden aangegeven. Dus kunt u nog even duidelijk aangeven waar u ziet waar dan die oorzaak zit, hè, even voor de duidelijkheid, zodat we daarop kunnen inzoomen om dus ook te kunnen kijken van hoe kunnen we het dus aanpakken bij de bron, in plaats van symptoombestrijding.

De heer Middelkoop: En de oorzaak doelde je op het voedselaanbod wat buiten aangeboden wordt door allerlei redenen. Mevrouw Pichel: Ja, het lijkt me dat het daarom gaat en volgens mij, als ik zo de stukken zie en uw presentatie, is dat het. De heer Middelkoop: Ja. Wat we zien is dat bepaalde bedrijfsmatige processen in het mogelijke ophalen van afval, ledigen van containers, of wat dan ook, dat die bedrijfsmatige processen niet op orde zijn. Hetzij misschien door de afvaldienst, maar

40

ook vaak zien we het bij voedingsbedrijven, horecabedrijven die het niet goed op orde hebben. Die containers staan negen van de tien keer wagenwijd open, doppen die eronder zitten, onder de containers, zijn er van af. We zien helemaal niet wat er aan de hand is, maar die ratten die hebben daar een compleet restaurant en dat zijn dus vaak bedrijfsmatige tekortkomingen die voedingsbodem zijn voor rattenplagen. En dat is per situatie verschillend, zelfs per wijk kan dat verschillend zijn. Bij de ene kan het zijn van joh, we hebben een prachtige biodiversiteit, dus laat lekker alles groen, laat lekker dichtgroeien. Maar we zijn met zijn allen wel de eendjes aan het voeren. Die combinatie met elkaar, die zorgt best wel voor, kan best zorgen voor overlast, maar vaak zijn het meerdere combinaties die bij elkaar komen. We zien ook heel vaak dat de weg tussen een school en een winkelcentrum en waar de jeugd loopt, niet overdreven, een paar keer per maand doen we dergelijke onderzoeken en dan ja, dan zit die weg, vooral daar zitten de rattenholen. Ja, dat is niet zo gek, die kinderen die gaan op pad naar de plaatselijke bakker of snackbar, dat deden wij vroeger ook toen we jong waren, dan ging de boterham de sloot in.

Zo'n school is dan vaak, ja, dat zijn niet een paar kinderen, het zijn heel veel kinderen en er gaat heel veel brood en lunchpakketjes verdwijnen continu in die taluden van die sloot. Nou, als dat nog eens toevallig in een gevoelige wijk is, ja, dan is probleem gecreëerd. Dus ook de voorlichting op de scholen is van belang om iets mee te doen, om over na te denken. Als dit speelt, he. Ik noem nu een voorbeeld. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Een vervolgvraag, mag ik die stellen? Dank u wel voor alvast een deel van oorzaak aan te wijzen. Ik zie dus ook hier en u gaf net zelf ook aan in Utrecht een voorbeeld van we halen een imam erbij en ik zie hier ook staan nou, Haarlemse moslims en moskeeën overlast. Want het leek heel erg daarop toegespitst dat dat ook te maken had met het niet mogen weggooien van eten en dat dat dus ervoor zorgt dat er eten blijft, zie ik hier, hè, lees ik hier, hè? Dus is dat dus ook een onderdeel van de oorzaak want dan … De heer Middelkoop: Dat kan, dat is per gemeente zelfs per wijk van gemeente kan dat heel verschillend zijn. We zien wel vaak terugkerend bij sociale woningbouw en oudbouw en dan hebben we de combinaties bij elkaar, dat dat dit met zich meebrengt.

Mevrouw Pichel: Nog eentje? Want ja, ik zou hem dan heel specifiek willen maken, want waar ligt dan hier bij ons in Dordrecht het probleem? Want we kunnen natuurlijk allerlei ideeën verzinnen. De heer Middelkoop: Ik ken uw problemen binnen Dordrecht niet, ik weet alleen dat er een ratten … De voorzitter: Misschien is die vraag straks voor de ambtenaren. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is ook misschien niet gericht aan u, maar ik vind het … Bedankt allereerst voor de … Wacht, dit is onhandig. Bedankt voor de presentatie. Dat is duidelijk, alleen waar ik nu nieuwsgierig naar ben, en dat is ook een van de redenen waarom dit geagendeerd is, denk ik, van hoe kunnen wij nu met hè, u legt de nadruk heel erg op de oorzaak aanpakken, de oorzaak aanpakken. Ik ben heel erg nieuwsgierig van ja, hoe is de handhaving nu en ligt dat ergens, is daar iets met

41

elkaar in tegenspraak of hè, werken wij elkaar tegen? Gaat het alleen op basis van fictiemeldingen en een folder op een school? Ik zeg het even wat zwart wit, of hoe gaat dat nu? Daar ben ik wel heel erg nieuwsgierig naar nu, nu ik dit gehoord heb. De voorzitter: Nou, duidelijk verhaal. Ook de vraag van mevrouw Pichel, misschien dat jullie daar iets in kunnen betekenen. Mevrouw Stolk: Nou, voorzitter, als ik even een voorstel mag doen. Volgens mij is de presentatie helder. Ik zou graag het gesprek als commissie met elkaar aan willen gaan en kijken, wat heeft de wethouder nou van ons nodig om dit probleem op te gaan lossen? De voorzitter: Prima. Ja, wethouder. De heer …: Misschien mag ik dan eerst even … De voorzitter: Nee, de wethouder nu. De heer Merx: Ja, om de vraag van mevrouw Stolk te beantwoorden. Dank voor de presentatie, in de eerste plaats. Een, tussen aanhalingstekens, feest van herkenning. Ik ben zelf met degene die hier in Dordrecht ratten bestrijd op pad geweest. De landelijke regelgeving zegt ook, bestrijden mag je pas gaan doen als je echt preventieve maatregelen hebt genomen. Deze mijnheer die kijkt ook echt naar de omgeving van wat is er aan de hand nou.

De voorbeelden die u geeft, op sommige plekken hebben we hier echt een rattenwalhalla, de schuilplekken zijn ongelooflijk, struikjes, klimop, dat zijn voor de meeste ratten gewoon geweldige laddertjes om naar boven te komen. De afval die op straat ligt die mensen op straat gooien. Ik kreeg laatst bijna een halve zak wit brood in mijn nek toen ik aan de andere kant van hier de ‘…’ haven fietste. Er was iemand van boven uit het raam gooiden ze witbrood naar buiten. Misschien voor de eendjes, maar waarschijnlijk uiteindelijk voor de ratten. En wat ik heel belangrijk vind in deze commissie, is dat we met zijn allen begrip krijgen van waar komt dat nou eigenlijk door, hè, en daar heeft deze mijnheer al een heel goed antwoord ook op gegeven, en wat kunnen we met elkaar daaraan doen? Want dat is een probleem eigenlijk, als ik het heel plat sla, dat we met mekaar veroorzaken en dus ook met elkaar zullen moeten gaan oplossen. De oplossing ligt bij de veroorzaker en dat zijn wij met zijn allen en misschien u en ik in wat mindere mate, maar andere mensen hebben wat minder moeite met afval op straat gooien of dat soort dingen. Maar ook heel lieve oude dametjes of heertjes die met hun kleinkinderen de eentjes gaan voeren, met alle goede bedoelingen van dien, ja, dat zijn toch wel dingen die wel bijdragen aan de ratten populatie.

Maar dus dat begrip, zeg maar, dat zou ik heel fijn vinden als we dat met mekaar hebben om ook met mekaar te gaan zoeken naar de oplossing, want ik denk ook dat ik en alle ambtelijke collega's u ook heel hard nodig hebben in de aanpak van het probleem. De voorzitter: Fijn, voordat ik naar mevrouw Stolk ga even mijnheer Boersma nog. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank. Ja, want ik wou eigenlijk even op de opmerking van mevrouw Stolk ingaan, die begrijp ik. Ik zit wel even met de vraag hoe wij dan met elkaar in gesprek gaan zonder direct oordeelsvormend in gesprek te gaan en ik vraag me af, hebben wij dan al het zicht wat we willen hebben qua informatie, zeg maar, want

42

ik merk een beetje ook in de reactie dat collega raadsleden halen allemaal hun eigen specifieke ding eruit, hè, dat kunnen verschillende oorzaken zijn, terwijl ik van die mijnheer hoor die er verstand van heeft: kijk ook vooral naar het totale plaatje, want als je één ding eruit haalt en je kan handhaven, kun je echt extreem gaan doen. En als we dan niet het onderliggende probleem met zijn allen goed in de gaten hebben, dat kan dus per wijk verschillen, dan dweilen we nog met de kraan open en dan blijven die ratten terugkomen. De voorzitter: Duidelijk. Even de wethouder nog. De heer Merx: Ja, sorry, want goed dat de heer Boersma dat zegt. Dat meten en weten waar de populatie het grootste is, dat is natuurlijk best lastig, maar we hebben wel wat instrumenten. We hebben de fictiemeldingen. Dat is wel echt wel een belangrijke bron van informatie. Tegelijkertijd, op mijn verzoek is sinds begin dit jaar houdt de HVC ook echt de gevangen ratten bij en waar ze gevangen worden. En die combinatie, want het is niet zo dat elke melding ook meteen de gevangen rat oplevert, in slechts vijfentwintig procent van de gevallen wordt ergens een rat gevangen.

Dus als je die informatie kan gaan koppelen met de informatie waar we klachten krijgen over afval op straat en dat soort zaken, dan krijg je echt weer de informatie op basis waarvan je heel gericht kan gaan inzetten op je preventieve maatregelen, uiteindelijk ook de bestrijding. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja. Ik wil daar graag op aansluiten, want die informatie is er dus, maar hoe compleet is dat? Met andere woorden, hoe goed is het beeld bij HVC of bij de ambtelijke organisatie over waar vooral het probleem zich voordoet en hoe goed is het inzicht in wat per plek daar de belangrijkste oorzaken van zijn? De voorzitter: Wethouder. De heer Merx: Ja, dat is natuurlijk een vraag die ik zo niet kan beantwoorden, want wat ik niet weet, weet ik niet. Maar we moeten dat beeld wel zo compleet mogelijk krijgen. En we hebben best wel een behoorlijk inzicht inmiddels op basis van de meldingen van fictie met ratten plus ook de meldingen over afval en dat past behoorlijk goed op elkaar. Nou gaan we dat nog verrijken, zeg maar, met de informatie over waar worden dan ook echt de ratten gevangen.

Want dan weet je, misschien is een aanname waar ze zich bewegen, als het ware, en die combinatie maakt dan dat je daar heel goed op kan acteren en wat ik al zeg, degene die bij ons van Netwerk de rattenbestrijding doet, die kijkt ook echt met de melder, en ik ben erbij geweest, echt reuze interessant, ik kan bijna iedereen aanraden, maar die man heeft daar geen tijd voor. Die kijkt ook echt door de ogen van een rat om te zien, ja, letterlijk, bij wijze van spreken, om te zien welke kansen zo'n beest allemaal in die omgeving heeft. Waar haalt hij zijn voedsel vandaan, waar haalt hij zijn nestmateriaal vandaan? Want het gaat niet alleen om voedsel, het gaat ook over afvalresten, kartonnetjes, plastic en weet ik het allemaal, wat die beesten weer nodig hebben om nestjes te maken. Maar het gaat ook, het is net ook genoemd, over de gebreken aan gebouwen. Woonbron bijvoorbeeld, weet ik, die heeft een bepaald appartementencomplex, of een flatgebouw, zeg maar, om het flatgebouw hebben ze daar een grindbakje aangelegd, waardoor die ratten daar niet meer naar beneden kunnen. Daar is het probleem echt in het gebouw echt wel afgenomen. Dus op die

43

manier proberen we met elkaar ook die maatregelen te nemen om te voorkomen dat die - ratten zich verder kunnen voorplanten. Maar het belangrijkste is, ja, je moet er geen voeding aan geven, alles waar je voeding aan geeft en aandacht aan geeft, dat groeit. De voorzitter: Deze mevrouw even, ambtelijk apparaat. Mevrouw …: Ja, misschien nog even ter aanvulling op wat de wethouder zegt over wat we doen met de meldingen. We gebruiken inderdaad fictie en daar voeren we dan een analyse op uit van waar zien we dat er vooral veel meldingen zijn en dan gaan we samen met gedragsdeskundigen van Duurzaamheidscentrum Weizigt en andere collega's kijken van wat speelt daar nou in die wijk en op die manier gaan we kijken wat de oorzaak is van het probleem van rattenoverlast. Want wat de heer Middelkoop wel zei: soms komt het door bijplaatsingen van afval, maar soms komt het ook doordat mensen inderdaad dieren te eten geven. Dus dan gaan we eerst kijken naar wat is daar de oorzaak en vervolgens gaan we samen met HVC en Netwerk kijken wat we daaraan kunnen doen.

En in de beantwoording van de artikel 40 vragen hadden we ook al aangegeven dat we bijvoorbeeld bij Crabbehof park zo'n gecombineerde aanpak hebben gedaan, omdat we ook zagen dat daar inderdaad vanuit geloofsovertuiging te eten aan de dieren werd teruggebracht, dat we daar met taalcoaches aan de slag zijn gegaan om de mensen daar echt meer bewust te laten worden van wat er gebeurt als je afval of etensresten op straat achterlaat. Dus nou ja, we proberen daar in die aanpak al iets breder te kijken. De voorzitter: Fijn. Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ja, zal je ook niet verder moeten kijken dan alleen de fictie meldingen? Want zoals net de heer Middelkoop al aangaf, je moet natuurlijk ook zorgen dat er geen voedingsbron is zodat het zich gaat verplaatsen. Even als voorbeeld, de plastic zakken die eigenlijk tegelijk al aan de lantarenpaal opgehangen worden op het moment dat ze net opgehaald zijn en vervolgens over de grond heengaan met wind en dergelijke. Dat is natuurlijk ook een doorn in het oog. Dat is misschien niet direct voedsel, maar er zitten wel vaak etensresten of wat dan ook aan vast. En als je uitsluitend op die melding afgaat, ja, dan heb je het ‘…’ bepaalde regio of buurt, maar ja, het gaat zich vervolgens, denk ik, wel verplaatsen.

De voorzitter: U had daar … Mevrouw …: Ja, dat klopt en dat is inderdaad ook gekoppeld aan ons programma schoon waarin we echt kijken ook, inderdaad, naar de PMD zakken en afval. Maar ik kijk nu heel even naar mijn collega's die daar zitten, ik ben dus betroffen met dierenbeleid, maar zij zijn specifiek op afval. Misschien kan mijn collega daar even antwoord op geven, want het is een gecombineerde aanpak. De voorzitter: Graag met een andere microfoon. De heer …: Ik kan ook daar zitten, natuurlijk. Oh, met de microfoon. Oh ja, dat zou ook kunnen. Ja. De heer …: Dit signaal hebben we ook gezien, dat er best veel zakken vroegtijdig worden aangeboden op straat. En dan ook kapot gaan of ja, dieren maken ze ook kapot. We

44

hadden al, zeg maar, een aantal plekken met haken ooit een keer als pilot gebruikt om het straatbeeld netter te maken. Nou. Het nadeel daarvan is dat het ook gezien wordt als een plek om de zaken op te hangen, wat weer niet wenselijk is. Maar goed, gezien de overlast van dieren die zakken kapotmaken, en dat zijn niet alleen ratten, ook meeuwen en katten, zijn we nu weer bezig met op meer plekken de haken op te hangen en sowieso, we hebben in ieder geval bij alle ondergrondse containers alle haken opgehangen, zodat die zakken niet bij die container gelegd worden. Want ja, dat is ook weer de start van meer afval daarnaast. We zijn ook begonnen met een communicatiecampagne voor de mensen om de zakken pas, zeg maar, vlak voor de inzameling aan te bieden en niet de hele week. We hebben ook al met het nieuwe beleid de twee wekelijkse inzameling van zaken naar wekelijks verkort, dat kon ook financieel uit omdat het de Dordtenaren best goed afval scheiden. Dus we krijgen ook een goede vergoeding daarvoor, maar nog steeds is die hele week eigenlijk te lang dat er een zak op straat. We hebben ook een aantal perscontainers, dus we roepen ook aan om mensen om daar gebruik van te maken, want die zijn eigenlijk heel onbekend en als je toch al je hier moeite doen om plastic te scheiden, op weg naar, ze staan allemaal bij een supermarkt, dan kan je je zak meenemen.

Daar zijn we nu net mee begonnen in een aantal buurten en we pakken zo gewoon buurt voor buurt om echt aandacht te geven en de inwoners te bereiken. Want anders, als je de hele stad doet, dat doen we ook, hebben we al gedaan, maar dan bereik je alleen de mensen die goed Facebook lezen. Terwijl ook heel veel mensen wel meedoen, maar de gewone communicatie niet bereiken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Daar had ik toch even een vraag over, want u geeft aan: we hangen meer haken op. Ik denk dat dat eigenlijk ook een beetje het probleem, denk ik ook, onder andere is. Mensen, ja, het alternatief wat mensen hebben is die zak op hun eigen balkon bewaren of in een schuur en dat is vaak het probleem, denk ik, voor die mensen die geen containers hebben. Want ik denk ja, ik moet wat met die zak en dan hang ik hem liever aan een paal, dan hebben ze daar het probleem, dan dat ik hem ergens in mijn schuur of op mijn balkon zet. Dus ik vraag me af in hoeverre het plaatsen van meer haken dan eigenlijk een oplossing biedt, want ja, we zien in ieder geval tegengestelde berichten.

De heer …: U heeft al het grondstoffenplan, het meerjarig grondstoffenplan aangenomen en daar staat als maatregel in om te kijken om de zak plastic ook bij de hoogbouw met containers in te zamelen en dat voorstel zijn we nu aan het uitwerken en daar komt dit jaar plan een plan van aanpak naar college. De voorzitter: Oké, dank wel u wel. Mijnheer Damen, u had ook een vraag? De heer Damen: Ja, ik hoor dat de gemeente al heel veel doet. Ik ben zo nieuwsgierig wat dan de ontwikkeling in de laatste jaren is. Neemt het aantal ratten nou toe? Neemt het aantal fictiemeldingen toe? Wat is het resultaat van het gemeentebeleid? De voorzitter: De wethouder. De heer Merx: Ja, nou ja, goed, er is van alles geprobeerd in de afgelopen jaren en het is een ingewikkelde zoektocht. We zijn ook niet uniek in Nederland als het gaat over

45

rattenplagen of rattenoverlast of hoe je het ook wil noemen. U zien wel een lichte stijging, volgens mij, als ik het goed zeg, hè, met het aantal fictiemeldingen met ratten. Maar op basis van de informatie die we nu hebben, is het niet dat het echt sky high is, maar het is wel iets waar mee aan de slag zijn om, wat net Pieter al genoemd heeft, waar we verder aan het kijken zijn en wat kunnen we nog meer doen? Er komt een plan van aanpak ook naar de raad. We zitten ondertussen niet, zoals zojuist al is gezegd, op onze handen om te wachten tot het plan een keer hier ligt. Ondertussen gaan we al van alles doen. We gaan bijvoorbeeld eind van de maand gaat u dat, als het goed is ook wel merken, gaan we een nou ja, ik noem het dan maar even een wedstrijd, maar zo mag ik het eigenlijk niet noemen, maar de schoonste buurt van Dordrecht in samenwerking met al onze partners. Het start eind januari. Dan gaan we echt met flyers en de buurt bezoeken, met onze partners, met ook bijvoorbeeld de woningbouwvereniging.

Een soort van competitietje: wie is de schoonste buurt van Dordrecht? Om daarmee, zeg maar, ook dat gedrag en het denken van mensen, misschien helpt dan een competitie, want we kunnen 100.000 keer vertellen dat iets niet mag, maar men doet het toch, misschien een competitie dat men zegt ja, maar ik ben trots op de straat en ik werk daaraan mee, want wij hebben gewoon de mooiste, schoonste staat van Dordrecht. Nou, dat soort instrumenten zijn we allemaal bezig en daar gaan we ook mee verder. Maar concreet een antwoord op uw vraag is ja, we zien een lichte stijging, dus dat betekent dat we nog niet het ei van Columbus hebben gevonden en daar zijn we nog steeds druk naar op zoek en we hopen al alle kleine beetjes helpen. De voorzitter: Fijn om een enthousiaste wethouder naast je te hebben. Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor heel veel interessante voorstellen die op het gebied van preventie, volgens mij, ook echt wel het verschil maken en ben het ook met de Partij voor de Dieren eens dat je nou, dat het uiteindelijk, volgens mij, valt of staat bij hoe mensen zich gedragen. Dus ik ben ook benieuwd hoe de gemeente ook in kaart brengen hoe bijvoorbeeld ook boetes uitgedeeld worden naar die mensen.

Want volgens mij kun je heel veel preventief proberen op te lossen maar uiteindelijk zal je ook de stok af en toe bij de hand moeten pakken en dat ook bijvoorbeeld in relatie tot een aantal fictiemeldingen, dus waar aantal meldingen heel hoog is, daar zou je dan ook van willen zien, tenminste dat is dan onze opvatting, dat je daar dan ook ziet dat het aantal boetes ook hoog is en zit in dat regime ook ideeën dat je bijvoorbeeld, ik zie best wel differentiatie binnen verschillende steden, dat je bijvoorbeeld ook gewoon voor die bepaalde gebieden het misschien reden is dat je dat gewoon omhoog gooit, dat je ook je echt gestraft voelt als je rommel maakt in je buurt. De voorzitter: Uw vraag is duidelijk, mijnheer Den Heijer. Wethouder. De heer Merx: Ja, dank u wel. Nou, daar komen we zeker op terug ook in het plan waar we mee bezig zijn. In zijn algemeenheid geldt voor gedragsverandering, want dat is wat je uiteindelijk wil, dat je eerst moet zorgen dat de alternatieven voor de inwoners goed zijn en dat ze ook geen excuus meer hebben, als het ware, om te zeggen nou, mijn plastic afvalzak die hang ik gewoon de dag meteen als die vol is aan de paal, want ik heb geen ruimte om dat ding op te hangen. Dus dan moet je zorgen dat je, wat Pieter net vertelt, dat je bijvoorbeeld containers hebt waar die dingen ingezet kunnen worden.

Als je dat voor mekaar hebt en mensen weten wat er van ze verwacht worden, mensen

46

hebben de mogelijkheden om het goed op te bergen, dan moet je ook niet terugdeinzen dat als mensen dan toch nog steeds vinden nou, ik gooi het toch nog steeds op straat of te vroeg, om dan handhavend op te treden. De uitdaging is wel om in het zakje met de kartonnetjes en de blikjes en weet ik het allemaal, iets te vinden van wie dat vandaan komt. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar je moet er niet voor weglopen om uiteindelijk zeker handhavend op te treden. Ja hoor, dat ‘…’. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Worden de heterdaadjes, zogezegd, worden die geregistreerd binnen de gemeente? De heer Merx: Ongetwijfeld. Er worden boetes uitgeschreven en dan wordt dat geregistreerd. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Gezien de tijd. Mevrouw Stolk en mijnheer Tutupoly. Mevrouw Stolk: Ik heb toch nog wel een aantal vragen, hoor. De wethouder zegt van ja, uiteraard, maar heeft u ook zicht daarop, hoeveel boetes er uitgedeeld worden? En ten tweede wil ik toch even terugkomen op die ratten, want ratten is gewoon echt dramatisch en wat wij ook horen van inwoners van de stad is dat ze die fictiemeldingen niet meer doen. Die fictiemeldingen daar zeggen ze van nou, we worden niet gebeld of dan is een fictiemelding afgehandeld, terwijl die niet afgehandeld is en daar kan ik u echt voorbeelden van geven.

Maar waar ik meer naartoe wil eigenlijk, want je moet natuurlijk een aantal dingen doen en als ik dan kijk ook, want ook mijn collega's gaven aan van ja, er zijn best wel belangrijke dingen natuurlijk die je moet doen, maar ik wil toch even terugkomen op die rattenplagen hè. De oorzaak, preventie. De voorzitter: Graag kort. Mevrouw Stolk: Ja, ik neem even de tijd, mijnheer de voorzitter. Een risico inventarisatie, zit dat, bent u daarmee bezig? Bent u in kaart aan het brengen of die risico inventarisatie, die die meneer net aangaf, of we die hebben? Dan ten tweede, en dat was eigenlijk op het antwoord op onze vragen, vraag één: klopt het dat de woningwet voorschriften bevat voor de gemeente over ongedierte, reinheid en preventie blablabla en dan zegt de gemeente nee, en dan lees ik bij de VNG: de woningwet bevat voorschriften over ongedierte, reinheid, blablabla. En de gemeente heeft de taak toe te zien op de naleving van de voorschriften van de bouwverordeningen en in geval van overtreding handhavend op te treden.

Nou zijn wij niet altijd voor dat handhaven, maar klopt het dat wij in onze verordening dat niet hebben staan, dat u eigenlijk geen kant op kunt met de verordening zoals die er nu ligt? Dat vind ik wel een heel belangrijke vraag, want wij kunnen een plan maken, of u kunt een plan maken, maar als dat in strijd is met de verordening die wij hier hebben liggen … De voorzitter: Mevrouw Stolk, uw vraag is echt duidelijk. Die kunnen we echt nu gaan stellen. Uw vraag is duidelijk.

47

Mevrouw Stolk: Ik laat me toch echt niet opjagen, hoor. De voorzitter: Nee, nee, maar gezien de tijd … Mevrouw Stolk: Ik ga nog steeds over mijn eigen spreektijd en volgens mij bent u in dienst van deze commissie en mogen wij nu aan de hand van dit vragen stellen. De voorzitter: Maar uw vraag is duidelijk. Ik zeg niet dat u het niet mag stellen. Mevrouw Stolk: Kom op zeg, dit is … Mevrouw …: Ik heb inderdaad die beantwoording van die vraag laten checken met onze juridisch adviseur. We hebben hem inderdaad, hij staat niet in onze bouwverordening, maar wat wij wel in ons dierenbeleid hebben opgenomen, is dat wanneer volksgezondheid in geding is of de veiligheid, dat wij acteren. Dus in die zin, we pakken het alsnog aan. Dus om het extra op te nemen in de bouwverordening zou voor ons in ieder geval niet uitmaken. De aanpak is alsnog hetzelfde. De voorzitter: Een vervolgvraag, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Hoe komt het dan dat er nog steeds ratten door bepaalde wijken heenlopen en niet een klein beetje, maar echt ongelooflijk veel. En tuurlijk wachten we op het plan wat er komt, maar die ratten lopen er nu en we hebben net in dat filmpje gezien hoe snel die beestjes zich voortplanten. Ik hoor u net vertellen dat als er plastic zakken opgehangen worden dat dat een week van tevoren al gebeurt. Ja, dan lopen we een beetje achter de feiten aan. Heb ik een beetje het idee.

De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Stolk: Maar ik durf niets meer te zeggen, hoor. De voorzitter: De wethouder. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, we hebben, ik vind het jammer als mensen niet meer melden, laat ik dat vooropstellen, want dat is voor ons een enorme belangrijke bron van informatie. Nou, goed. Er loopt overigens op dit moment ook een evaluatie naar het gebruik van fictie en hoe we dat kunnen verbeteren. Dus daar zijn we mee bezig. Als u die mensen spreekt, en u spreekt er heel veel, alstublieft, vraag ze gewoon te blijven melden. Want wat we niet weten, kunnen we niks meer doen. Dat is één. En het begint toch echt uiteindelijk ook weer bij het gedrag van onze eigen inwoners. Het heeft echt te maken met het afval, met de mogelijkheden die je deze beesten biedt om zich te kunnen voeden en zich te kunnen voortplanten. En we zullen dus ook, ik wil het daar niet mee afschuiven, maar het is ook te makkelijk om het in de schoenen helemaal van de gemeente te schuiven. Ik zeg niet dat u dat doet, maar daar moeten we wel rekening mee houden, dat dat echt iets is wat we gezamenlijk moeten aanpakken. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De heer Merx: Ja, oh, sorry, dat ben ik niet.

48

De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Wat wordt er dan tot nu toe, laat ik hem concreet maken, bent u in gesprek met imams? Er zouden een aantal weken geleden of een aantal maanden geleden zouden daar borden opgehangen worden. We zijn pas nog even door de wijk geweest, die borden hangen er nog niet. De voorzitter: Wethouder. De heer Merx: Ik weet niet precies over welke borden u het heeft, maar ik ben zeker in gesprek geweest met, maar goed, dat hoor ik zo wel welke borden u precies bedoelt, maar ik ben zeker in gesprek geweest ook met de imam en met een forse vertegenwoordiging van de islamitische gemeenschap en dat naar aanleiding van een krantenartikel waarin ik iets of wat gechargeerd werd geciteerd en ik daarin gezegd heb dat de moslimgemeenschap het eten, zeg maar, in de struiken deponeert, omdat het teruggegeven moet worden aan de dieren. Nou, daar is mij door de imam verteld, nou, dat is niet zo. Wij mogen geen eten verspillen, maar we mogen het ook niet zomaar in de struiken gooien, want dat is juist heel slecht voor de dieren, want niet elke eten is even gezond voor elk diertje of het zo maar te zeggen. Dus dat is eigenlijk helemaal niet vanuit het moslimgeloof, althans dat is mij zo uitgelegd, de bedoeling en dat komt daar in ieder geval niet voort.

Het komt echt, en uiteindelijk maakt het ook, heb ik mij toen gerealiseerd, niet uit of het nou op basis van geloof of niet geloof of luiheid of gemakzucht of waar het dan ook door komt, het is uiteindelijk niet goed en dat moeten we goed tussen de oren krijgen van de mensen, want je creëert zelf je eigen probleem. Dat laat onverlet dat wij echt wel stevig doorgaan. We komen met dat plan, maar ondertussen zijn we al bezig met het ontwikkelen bijvoorbeeld van lespakketten voor scholen. De mijnheer noemde het al hè, tussen de winkelcentra en de scholen, daar zie je vaak een rattenpopulatie toenemen. Nou, het zijn juist die scholen die we dan ook wellicht gaan benaderen om te zorgen dat die leerlingen tussen de oren krijgen om die afval niet op straat te gooien. We zijn bezig met de plaatsen van gft en dan vooral de etensresten containers in het kader van ons grondstoffen beleid. Uiteraard gaan we gewoon ook door met de bestrijding van ratten. We zijn bezig met een projectmatige aanpak op hotspots, bijvoorbeeld de Tollenstraat en Ruys van de Beerenbrouckweg, dat loopt, een schone buurt, waar ik net wat over verteld heb, zijn we bezig met een project verbeteren pbd aanbiedmomenten op meerdere locaties, hè, daar heeft net Pieter al wat over verteld.

Kijk ook naar wat er gebeurt en kijk of je daar ook je inzameling op een andere manier kan doen of met de frequentie iets kan gaan doen. Het aanbrengen van die kroonhaken, nou, mijnheer Tutupoly zegt: dat is het paard achter de wagen spannen, maar liever dat ze eventjes aan een kroonhaak hangen dan midden op straat slingeren, dan gaan ze nog eerder kapot. Nog liever is dat ze gewoon eventjes binnen hangen en een dag van tevoren aan de haak worden gehangen, zodat ze niet al te lang aan straat hangen. Nou, we zijn bezig ook met winkeliers om daarmee in gesprek te zijn om te zorgen dat zij hun afval op een fatsoenlijke of in ieder geval, ik zeg niet dat ze het onfatsoenlijk doen, maar op een manier aanbieden die in ieder geval niet bijdraagt aan de rattenpopulatie. We zijn bezig met woningbouwstichtingen om ook daar te kijken, ik noemde net al bijvoorbeeld het voorbeeld van Woonbron die om hun panden grindbakken aan het leggen is, ik noem het maar even grindbakken, et lijkt met Formule 1, maar dat is het niet, maar grindbakjes aan het aanleggen is om te voorkomen dat die

49

ratten onder de grond kunnen komen. Zo zijn we met al van zaken bezig. We laten ook daar waar we nu, en dat zal wellicht gaan veranderen in het beleid, daar waar we nu nog afval aantreffen, met een adres erop, sturen we de afvalcoach langs om te vertellen dat het niet mag. En daarna, als ze het nog een keer doen, krijgen ze een boete. Nou, misschien moeten we dat, als we het allemaal goed voor mekaar hebben maar eens omdraaien. Eerst een boete en dan uitleggen, nog een keer uitleggen dat het niet mag. Nou, kortom, we zijn daar echt wel het druk mee bezig, maar het valt en staat, het succes valt en staat met het gedrag van onze eigen inwoners. En ik kan daar helaas niks aan veranderen. Daar moeten we echt blijven communiceren met elkaar om te zorgen dat dat gedrag gaat veranderen. De voorzitter: Dank u wel, voorzitter. Laatste vraag vanuit mevrouw Pichel. En dan ga ik echt tot een afronding. Mevrouw Pichel: Zal ik snel beginnen, dan kunnen we … De voorzitter: Alsjeblieft. Want ja, we moeten echt helaas gaan afsluiten. Mevrouw Pichel: Nee, ik zou graag inderdaad nog even een verdiepingsvraag willen stellen.

Eigenlijk, wethouder Merx zegt net aan het eind nog even heel duidelijk: het gaat echt om het gedrag hè, daar ging mijn verdiepingsvraag ook eigenlijk over, want ik denk dat het voor ons allemaal duidelijk is dat handhaving en het, nou ja, de rattenplaag bestrijden het laatste is wat we willen doen, dat we eerst naar de oorzaak gaan. En ik vind het prachtig hoe de wethouder altijd met heel leuke ideeën komt om allerlei dingen in de wijk te doen, dat is natuurlijk ontzettend leuk, maar dat stukje gedrag inderdaad en het stukje bewustwording en mevrouw van de ambtelijke ondersteuning noemt het net natuurlijk ook al, ze gaf net een heel mooi voorbeeld aan dat bijvoorbeeld naar de wijk toegaan en dingen uitleggen en als het zelfs nodig is, om de vertaling te geven van wat de gevolgen zijn. Dat vind ik wel een heel belangrijk stukje met die bewustwording, want ik denk, iets uitleggen is één ding, maar als we het voorbeeld aanhouden, en u gaf het net ook aan, ja, er mag geen eten worden weggegooid, bijvoorbeeld vanwege het geloof, dan kun je de gevolgen uitleggen. Maar ik denk dat daar nog een stukje dieper bewustzijn is, want er gaat nog een stukje aan vooraf van het niet weggooien. In eerste instantie is het niet de bedoeling dat men meer neemt dan nodig is. De voorzitter: Mevrouw Pichel, alsjeblieft de vraag. Mevrouw Pichel: Ja, dank u wel.

In de eerste instantie is het de bedoeling dat men niet meer neemt dan nodig is en als men niet meer neemt dan nodig is en er blijft wat over, dan is het niet de bedoeling dat je dat weggooit en als we het hebben over dus een gedragsaanpassing, dan gaan we eerst naar bewustwording. Dus mijn vraag is dan ook, hè, welke mogelijkheden zien jullie om dus inderdaad daar die diepgang te zoeken omdat dat wellicht een grootser effect zal hebben. De voorzitter: Daar hebben we een heel belangrijke deskundige voor aan tafel zitten. Mevrouw …: Ja ja. Kijk, bewustwording zet ook nog niet aan tot het juiste gedrag. Kennis is geen doen, hè. Weten is nog geen doen. Wat heel belangrijk is bij de gedragsverandering is om bij de doelgroep zelf goed achterhalen welke drijfveren

50

mensen hebben om dat te doen en als je daarop kan inspelen, dan kan je gedrag veranderen in kleine stapjes. Dus dat gaat om ene kant kan je educatie, kennis geven, maar je moet ook je basis op orde hebben. Waar kan ik het kwijt, mijn afval? Maar alleen maar bewustwording, ik ben bewust dat ik gezond moet eten. Dat doe ik niet, hè? Bewustwording, ik snap het wel dat dat wordt genoemd, maar het zet nog niet direct aan tot gedragsverandering, daar is meer voor nodig. Dus meer wat Rosalie ook vertelde dat je de factoren kent die spelen in een wijk. Onder een doelgroep, de groep die je wil bereiken. Dus dat is … Bewustwording zet nog niet gelijk aan tot gedragsverandering. En wat ik nog wel wil aanvullen over de lespakketten is dat we vanuit Weizigt wel een lespakket hebben ontwikkeld juist voor volwassenen. Die gaat over afval scheiden en ook over het voorkomen van ratten door afval in de afvalbak te doen. Mevrouw Pichel: Even een verdiepingsvraag, maar wilt u daar dus zeggen dat we dus niet overgaan tot een diepe, diepere laag van bewustwording, omdat het volgens u niet aanzet tot de gedragsverandering? Mevrouw …: Wat ik ermee wil zeggen is dat als je gedrag wil veranderen, moet je weten waarom mensen iets niet doen en dat betekent dat je je dus moet goed moet verdiepen in de doelgroep die je wil bereiken en dat is per wijk anders.

Dus dat is wat ik ermee wil zeggen, dat bewustwording niet leidt tot gedragsverandering. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Tutupoly en daarna ga ik echt afsluiten, jongens. De heer Tutupoly: Ik heb alleen een hele korte. We hebben het net even gehad over eventueel boetes bij handhaving of de schoonste wijk. Wordt er dan ook gekeken naar het verschillende serviceniveau in de wijken, want daar zit natuurlijk ook een verschil per wijk, wat we teweeg kunnen brengen. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder tot slot. De heer Merx: Ja, kijk, ik probeer even uw vraag te begrijpen, maar we kijken wel, ik denk dat het belangrijk is dat je kijkt naar wat de oorzaken zijn in een wijk wat net verteld wordt: er kunnen verschillende oorzaken zijn. Niet elke wijk heeft dezelfde aanpak nodig. Dus je moet echt toch wel een soort van maatwerk gaan leveren. In sommige stukken van de wijk zal je misschien eerst moeten gaan werken aan de sociale cohesie binnen een straat, zeg maar, hè. Want we hebben we het altijd over wijken, maar het verschilt gewoon per straat. In de ene straat heb je een echt een afvalprobleem en ligt alles op straat en je gaat één keer links en één keer rechts en je komt gewoon in een hele schone andere straat in dezelfde wijk, maar heel schoon. Dus je moet, en in sommige straten spreken mensen mekaar ook niet meer aan, hè.

Dus ook daaraan zullen we moeten gaan werken om te zorgen dat we die sociale cohesie waar mensen weer gewend zijn om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen stukje straat, voor hun eigen woning, maar ook voor hun omgeving, daar zullen we ook aan moeten gaan werken. Het is echt wel een veelkoppig monster, maar het maakt echt uit waar het probleem zich voordoet en wat voor omgeving het is en dat vraagt een bepaalde aanpak en dat is, zeg maar, maatwerk. Maar ik weet niet of dat precies de vraag was, het antwoord is op de vraag die u gesteld heeft. Oh, dat bedoelt u, ja ja ja ja ja ja. Dat is een ander vraagstuk. Hier gaat het echt over het afval dat of te vroeg of anderszins wordt aangeboden, dat vraagt … Daar gaat het in dit geval niet om hè. Niet

51

hoe vaak de hegjes worden gesnoeid. Maar als nou blijkt dat bijvoorbeeld, deze verzin ik ter plekke, blijkt dat in een bepaalde straat heel veel bosjes zijn en waar heel veel ratten in die bosjes zitten, om het zomaar te zeggen en daar nestelen ja, dan gaan wel even kijken of we die bosjes niet wat beter moeten snoeien zodat die ratten, want het zijn prooidieren, veel minder schuilplekken hebben, want dat vinden ze niet prettig, schuilplekken. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Nogmaals, we zijn ruim over de tijd. Mijn excuses dat ik ook misschien zo heb moeten reageren maar ja, ik moet me ook aan de tijd natuurlijk houden. Tot conclusie, we hebben heel veel acties gehoord vanuit de wethouder, vanuit de ambtelijke organisatie. De vraag naar jullie toe is natuurlijk: kunnen we hiermee leven of willen wij een vervolg hierin geven? Wat voor vervolg? Er komt een plan? Oh, ik hoor dat er een plan aankomt. Prima. Dan ter kennisname dan richting raad? Wanneer hoor ik. De heer Merx: De planning is eind van dit eerste kwartaal. Ik moet helaas zeggen dat de bezetting wat mager is en degene die hiermee bezig was even uitgeschakeld is. We zijn op zoek, op dit moment, naar wie dit kan overnemen, want omdat het een heel hoge prioriteit heeft, maar dat betekent dat er weer andere dingen zullen moeten gaan vallen. Dus het streven is nog steeds eind het eerste kwartaal.

Het kan een week of twee later worden. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Kan er dan ook bij dat plan een inventarisatie gemaakt worden? De heer Merx: U bedoelt een inzicht waar, wat, meldingen en dat soort zaken? Jazeker, ja hoor, geen probleem. De heer …: Dank u wel, voorzitter. Even voor de duidelijkheid het plan wat komt, is dat een notitie over afval of echt gericht op die rattenplaag? De heer Merx: Nee, het gaat veel breder. Ratten zijn uiteindelijk een uitkomst van hoe wij met ons afval of met etensresten en dergelijke omgaan. Dus het gaat om het afval, want daar zit een van de belangrijkste oorzaken, voeding voor deze beestjes. De heer …: Dus dat komt er wel nadrukkelijk in naar voren? De heer Merx: Zeker, omdat dat, zeg maar, de letterlijke belichaming is van het afvalprobleem wat we hebben. De voorzitter: Mijnheer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dan als aanvullende vraag daarop, want we hebben aan het begin gehoord dat het niet alleen afval is, het probleem is breder. Dus in hoeverre komt straks die breedte dan in dat plan, namelijk wat over afval gaat? Dat is dan eigenlijk mijn eerste vraag erbij. En tweede is, komt daar dan ook in dat plan van

52

aanpakken een focus op gebieden, hè? Want dat is terecht hè, dat mevrouw Stolk daar aandacht voor vraagt. In sommige buurten is het echt heel veel en is het echt heel schrijnend en gewoon goor. In andere buurten niet, dus gaan wij een algemeen plan van aanpak maken wat we over de hele stad uitstrooien of gaan wij een plan maken waarvan je zegt van nou, in die buurt gaan we ons daarop richten, in die buurt gaan we ons daarop richten. Tenslotte, ik denk dat gewoon tot die tijd, tot eind van dit eerste kwartaal maar goed, daar ga ik gewoon vanuit, de wethouder inschattend, dat echt gewoon die aanpak wat we nu doen op handhaving en gewoon checken en gewoon direct reageren, dat die gewoon consequent wordt doorgevoerd. De heer Merx: Ja, op dat laatste kan ik sowieso volmondig ja zeggen, want we gaan niet op onze handen zitten in afwachting tot er een plan hier … Dat wij een plan gemaakt hebben, een vervolgstap en dus daar gaan we zeker mee door. Antwoord op uw tweede vraag is ja zeker. We willen echt een risico, een probleem gerichte aanpak. Dus we gaan niet zomaar iets over alle wijken heen storten. Vandaar dat we ook echt die fictiemeldingen willen hebben. Nogmaals, mijn oproep aan iedereen die ook mensen hoort, ik doe geen melding meer, doe het als je blieft wel. De ratten die geteld worden, maar ook de fictiemeldingen over afval en andere problemen.

En het is, wat u terecht opmerkte, het is een veelkoppig monster. Er zijn vele oorzaken, rioleringen, gaten in huizen waar ratjes makkelijk naar binnen kunnen kruipen. Dat soort dingen. Overigens is dat nu al praktijk, hè, want wat ik zojuist al vertelde, degene, als we een fictiemelding hebben, dan gaat degene van Netwerk erop af en die kijkt echt naar welke mogelijkheden heeft en wat deze bewoners allemaal moeten doen om, zeg maar, zo preventief mogelijk te voorkomen dat de ratten zich verder kunnen uitbreiden en naar binnen kunnen komen. Dus, en die kijkt ook naar waar zit die voeding dan, waar haalt hij zijn voeding vandaan, hoe klimt hij naar daarboven en daar geeft hij echt heel uitgebreid advies op. Dus daar gaan we ook gewoon mee door. Mevrouw Stolk: Voorzitter, één afsluitende vraag nog. Moeten wij eigenlijk toch niet een apart rattenplan hebben? Want we hebben, ja, misschien ben ik dan wel een ratje nu, maar als ik dat zo hoor, het is echt wel een terugkerend probleem en het is ook niet zo makkelijk te bestrijden. Het is gewoon maar een vraag, want het blijft echt een ergernis nummer één in bepaalde wijken en wij krijgen nog steeds de meldingen daarvan en ze lopen er nog steeds. Ze lopen gewoon door de tuinen, ze gaan onder de flats, gaan ze door. Nou, noem alles maar op. Ja, jullie kunnen naar me kijken wat je wil.

Nee, maar ik laat me echt niet opjagen vanavond, echt niet. De voorzitter: Mijnheer de wethouder. De heer Merx: Ik zit even, ik ga niet, het klinkt heel streng en naar wat ik nu ga zeggen, maar zo is zeker niet bedoeld. Want even ook luisteren naar de zin na de komma. Ik ga niet een apart rattenplan maken, maar we nemen wel de rattenbestrijding mee in het totaalplan. Dus er komt, het gaat ook echt in het plan over hoe gaan wij verder met de bestrijding en het voorkomen van ongedierte, maar het maakt onderdeel uit van het totaalplan. De voorzitter: Top. Met alle toezeggingen en de punten die zijn genoemd. Nou nee, die was volgens mij naar aanleiding van de vraag van mevrouw Stolk. Kunnen wij

53

concluderen dat deze ter kennisgeving naar de raad kan en dat we eind het eerste kwartaal, dat we op bericht kunnen wachten. Klopt dat? De heer Merx: Ja, zeker. Ik streef er met iedereen die hier aanwezig is ernaar om het eind van het eerste kwartaal een plan te hebben liggen. Maar hang me niet op als het een paar weken later wordt, we zitten gewoon echt met een probleem. De voorzitter: Duidelijk. Ik wil jullie allemaal bedanken.

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/551/documents/22171