2.5 2022-01-25 Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen - concept.pdf
Tekst van het document
20
traject meenemen? Dan kan je al heel veel discussie hebben die langzaam rechtgetrokken wordt in het verdere proces van het project over de binnenstad. Daar werd ook aangegeven, dat hebben wij ook gemist, dat er eigenlijk een goed stappenplan moet komen. Wat zijn de prioriteiten? Waar gaan we mee beginnen? Wat ons betreft ontbreekt er ook een groot stuk cultuur. Er is niet helemaal duidelijk, waar is behoefte aan, hoe gaan we het doen? Want ik hoor wel bijvoorbeeld iedereen pleiten over een horecaconcentratiegebied, maar de heer Van der Kruijff roerde het al aan, welke soorten, hoe gaan we dingen clusteren? Het moet nog allemaal uitgewerkt worden. Vragen die wij hebben gesteld, onder andere over, parkeren hebben we net al genoemd, bereikbaarheid voor gehandicapten, verbinding met de wijken, die worden nu allemaal beantwoord met, dat zijn visies op hoofdlijnen. Daar moet nog echt aardig wat aan gewerkt worden. Daarbij pleiten we dan ook dat gewoon alle belanghebbenden, inwoners, maar ook bijvoorbeeld, we hebben het genoemd, een jongerenraad vanaf het begin af aan betrokken worden bij de verdere ontwikkeling van deze ambitieuze plannen rondom het slijpen van de diamant. Voorzitter, dit was het. De voorzitter: Ik wilde net zeggen, dat klonk als een punt. Mevrouw Kruger: Ja toch? De voorzitter: Ja.
U heeft best een helder verhaal, denk ik, want ik zie verder geen interrupties of vragen aan u. Dan dank ik u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Wringer. Mevrouw Van den Bergh: Aan wie, zei u? De voorzitter: Daar is hij al. Gaat uw gang. De heer Wringer: Ja? De voorzitter: Ja, we zitten er al helemaal klaar voor. De heer Wringer: Ik dacht dat de heer Wisker eerder was, maar oké. U overviel mij een beetje, voorzitter. De voorzitter: De heer Wisker is al geweest. De heer Wringer: Is al geweest. Dank, voorzitter. Na vorige week de insprekers gehoord te hebben en de schriftelijke inbrengen van deze week nog toegevoegd is, is Beter voor Dordt ook verheugd dat vrijwel alle partijen van 90plus het eens zijn met de visie op hoofdlijnen die nu voorligt. Dank allen voor hun inbreng. Ook Beter voor Dordt vindt dat een mooi, integraal Toekomstbeeld Binnenstad ligt. Opgemaakt uit de vele bestaande beleidsprojecten, interviews, betrokken inwoners, ondernemers, vastgoedeigenaren en de gemeente Dordrecht. Bij het lezen van de documenten borrelen er natuurlijk allerlei vragen op van hoe, wat, waarom zo? Dat blijkt ook wel uit de insprekers en schriftelijke bijdragen van de verschillende partijen. We willen meegeven dat ze de overdenkingen van al deze partijen meenemen in hun verdere uitwerkingen van de plannen. Beter voor
21
Dordt kijkt dan ook uit naar het integraal uitvoeringsplan en de businesscases. We zullen onze opmerkingen en wensen dan ook kenbaar maken. Bijna alle denkbare punten worden in het document wel aangestipt. Beter voor Dordt wil een paar positieve punten benoemen. Het kleine winkelgebied. Meer beleving en roering, zoals de heer Den Heijer ook uitgebreid in zijn woordvoering heeft bekendgemaakt. Maar wel met natuurlijk een goede afweging tussen de horecagebieden en de bewoners. De uitbreiding van het voetgangersgebied. Het terrassenbeleid. Het actief benaderen van de ondernemers, of ze zich willen vestigen in onze binnenstad. Veiligheid, duurzaamheid, inclusiviteit voor iedereen. Wel kan er denk ik nog een stap gemaakt worden op het toerisme. Dordrecht is natuurlijk nog steeds een stad die niet heel goed bekend staat. Het is natuurlijk een parel of een diamant, in dit geval, die veel beter naar buiten moet treden naar België en de rest van Nederland. Vergeet ook, over België gesproken, niet naar Brussel te kijken voor de financiering. Zeker als we de parkeergarage onder de Wolwevershaven willen gaan bouwen. Op zich is dat een out of the box idee. Als je dan toch out of de box idee wil denken, waarom ga je dat dan niet automatiseren? Een volledig automatische ondergrondse parkeergarage, zodat je geen aan- en afvoerwegen hebt. Dat scheelt misschien ook weer.
Maar dat kwam me net op toen de heer Kleinpaste daarover begon. Beter voor Dordt is goed te spreken over de samenwerking tussen de verschillende partijen, maar het kan natuurlijk altijd beter. Betrek meer inwoners bij de ontwikkelingen en ook partijen als de vereniging Oud Dordt. Neem ze mee aan de voorkant van de uitwerkingen van deze visie. Iedereen die hierbij betrokken is, heeft een mening en een stem. Natuurlijk zijn er soms verschillende belangen, maar hopelijk worden deze in goed overleg vlot opgelost en kan er voortvarend uitvoering worden gegeven om het Toekomstbeeld Binnenstad in de praktijk te brengen. Verder dan nog, Beter voor Dordt stemt in met het onderzoek na een coöperatief samenwerkingsmodel, zoals gevraagd werd. We stemmen ook in met het voorbereidingskrediet van 250.000 euro. Dat was onze bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Het was helder, want ook geen vragen. De heer Wringer: Nee? Zelfs niet van de heer Kleinpaste? De voorzitter: Nee. De heer Wringer: Een beetje teleurstellend, maar oké. De voorzitter: Maar hij is er toch nog wel, mijnheer Kleinpaste? De heer Kleinpaste: Sorry dat ik geen vraag stelde. De voorzitter: Maar u krijgt nog een kans, want ik ga nu heel gauw het woord geven aan mevrouw Van den Bergh, die ik helaas heb overgeslagen zojuist. Mijn excuses. De heer Wringer: Precies. Er was iemand die u heeft overgeslagen.
Mevrouw Van den Bergh: Dat kan niet hoor. Voorzitter, ik moet even de camera aan. Goedenavond.
22
De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Van den Bergh: Ik wil allereerst beginnen met, zonder ondernemers is er geen bruisende binnenstad. Deze ondernemers hebben het heel erg moeilijk gehad en nog steeds. Er begint nu weer een beetje perspectief te komen. Gelukkig kunnen ze nu weer open, al is het nog niet zoals we het allemaal willen. Evenals de cultuursector, want die heeft het ook heel moeilijk. In grote lijnen kan ook de PvdA akkoord gaan met deze notities over de ontwikkeling van de binnenstad. Maar we hebben wel een aantal aandachtspunten en een aantal opmerkingen waar … Of tenminste, een opmerking waar we het niet zo mee eens zijn. Wij denken dat we de positie van ondernemers voorlopig de komende tijd erg moeten versterken. Er is ook in de media een aantal malen een MKB-wethouder genoemd. Wij denken van als dat kan helpen, moeten we dat doen. Iemand die echt helemaal voor de wat ondernemers aangaat in het midden en klein bedrijf en met name ook in de binnenstad. Wat toch ook een grote zorg is op dit moment, is voldoende personeel. Maar goed, dat gaat nu even buiten deze notitie. De voorzitter: U bent me net voor. Mevrouw Van den Bergh: Wat zegt u? De voorzitter: Ik zeg, u bent me net voor, dat u lekker buiten de notitie aan het concentreren was. Maar gaat u nou verder met de notitie? Mevrouw Van den Bergh: Ja.
De voorzitter: Maar goed, eerst wil de heer ’t Lam een vraag stellen. Maar ik hoop niet dat dat over het onderwerp gaat wat buiten de notitie was. De heer ’t Lam: Een klein beetje. Mag ik opmerken dat mevrouw Van den Bergh niet tevreden is over de huidige wethouder die de MKB belangen behartigt dan, als ze een speciale wethouder wil in het volgende college? Mevrouw Van den Bergh: Nee, dat heb ik … Voorzitter, dat heb ik helemaal niet gezegd. De voorzitter: Dan is dat zo beantwoord. Dat heeft u niet gezegd. Gaat u verder met de notitie, want anders krijgen we een hele discussie duidelijk over een wethouders … Mevrouw Van den Bergh: Dat ga ik ook niet doen. Ik zeg alleen even dat ik dat niet gezegd heb. Ik zit even te kijken. Dat was het punt over de positie van de ondernemers in de binnenstad. We hebben een heleboel insprekers vorige week gehoord. Dat vonden wij heel goed, dat zoveel mensen betrokken zijn en ook betrokken blijven bij de uitwerking. Wij denken bijvoorbeeld, om de ondernemers weer wat lucht te geven, zeker met de horecaconcentratiegebieden waar wij ook groot voorstander van zijn, maar ook bijvoorbeeld door ze nu de komende tijd eens wat extra avonden en eventuele nacht te geven dat winkels en horeca open kunnen zijn en de cultuur.
Zodra dat ook weer een beetje kan, zodat ze weer extra inkomsten genereren, extra omzet om de schade in te halen, want ze hebben flink schade geleden.
23
De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh, nu ga ik toch echt inbreken. Ik vind het een geweldig pleidooi, maar het gaat er niet om wat ik vind, maar ik moet wel in de gaten blijven houden dat het over de visie op de binnenstad blijft gaan. Ik nodig u graag uit het daarover te hebben. Een visie gaat over iets wat verder weg ligt dan de komende twee weken. Als u een ander onderwerp wil aansnijden, dan adviseer ik u daar vooral te agenderen. Mevrouw Van den Bergh: Prima. Dan ga ik door naar de bewoners. Die waren er de vorige keer ook, vorige week. Over de balans tussen rust en reuring en heel erg veel reuring. Want je hebt inderdaad verschillende gradaties van lawaai of herrie of hoe je het wil noemen. De bewoners pleiten ervoor, dat was mij opgevallen, toch ook wat meer een bruisende binnenstad, omdat ze zich onveilig voelden vaak na vijf uur en in de avonden. Om te kijken of er ook wat publieke functies meer betrokken kunnen worden in de binnenstad. Dan kom ik bij het volgende. Dat wij hebben op zich moeite met het ontwinkelen zoals het nu voorgesteld wordt in deze notitie. Wij hebben veel meer voorkeur voor een mix aan functies, ook winkel, horeca, maar ook andere functies. Niet te veel de nadruk gaan leggen dat er overal gewoond moet worden. Want de aantrekkelijkheid voor startende ondernemers moet blijven, ook in de binnenstad.
Ook bijzondere, creatieve ondernemers moeten hun weg kunnen vinden niet direct in het kernwinkelgebied, want daar zijn de huren veel te hoog voor. Daar willen wij ook meer aandacht voor in de uitwerking hoe je de speciale couleur locale en de creatieve, startende ondernemer toch een ruimte kan bieden in onze binnenstad zonder gelijk te veel dat het bemoeilijkt wordt door te hoge huren en te veel voorwaarden waaraan ze niet kunnen voldoen. De voorzitter: Dan geef ik nu … U verwacht het niet, maar toch gebeurt het, de heer Kleinpaste wil graag een vraag aan u stellen. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik noemde zelf in mijn bijdrage al even het voorbeeld uit Schiedam, waar je juist ziet dat die gemengde straten daar heel wel aan bijdragen. Ik ben nog een beetje op zoek naar de zorg die mevrouw Van den Bergh voelt dat startende ondernemers of kleinere ondernemers op de couleur locale, wat ik ook geaccentueerd heb … Ik herken me verder in die bijdrage. Maar waarom dat niet in deze notitie goed vervat zou zijn? Want ik denk dat het slijpen aan de diamant juist ook voor die ondernemers weldegelijk de ruimte biedt.
Waar ligt uw zorg? Mevrouw Van den Bergh: De zorg ligt bij het feit dat wij bang zijn dat nu in die aanloopstraten of in die overloopstraten of in die mixgebieden … Als er te veel de nadruk wordt gelegd op wonen en dat … Het staat ook duidelijk in die notitie, dat er ook over verplaatsingen gesproken wordt van winkels. Dat zij op lasten … De risico’s dat die lasten te hoog wordt voor de ondernemers. Wij zouden meer in de uitwerking, ofwel via een motie, dat waar de VVD het ook over had, zien hoe je die positie van startende, creatieve, leuke winkeltjes, ondernemers beter tot zijn recht kan laten komen in de binnenstad. Dan ook in het kernwinkelgebied, maar zeker ook in die straten daaromheen. Wij denken dat dat beter kan dan dat het nu in de nota staat. Dan kom ik bij het volgende. Ook over de inbreng van de Bomenridders over meer groen in de binnenstad. Er wordt ook gesproken over een groenvisie van de binnenstad. Wij steunen
24
ook het pleidooi om de Bomenridders daarbij te betrekken in het verdere uitwerken, dat er meer groen in met name onze binnenstad kan zijn. Ik las vandaag, als ik even een korte opmerking erover kan maken, voorzitter, dat Dordrecht staat in de top 10 van de meest groene steden van 2021. Ze heeft de 9e plek bereikt. Dat is natuurlijk goed. Maar dat zou ook mooi zijn als dat doorgetrokken wordt naar onze binnenstad. Want onze wijken kennen veel groen, maar onze binnenstad … We kunnen toch kijken waar dat meer kan. Dan tenslotte kom ik ook over de discussie, sluit ik even aan, van de Grote Markt. We zijn heel blij dat die Grote Markt ook in de plannen komt. Dat is lange termijn. Dat gaat heel veel kosten. Maar wij denken dat het een grote aanwinst is. Wij zien het wel als een goede doorgang naar het havengebied. Wat betreft het parkeren, wij denken op dit moment dat onder de Grote Markt toch helemaal geen slechte keuze is. Wij vinden het best als ook de Wolwevershaven, daaronder, wordt onderzocht. Maar wij denken toch de Grote Markt. Dat vinden wij een wat logischere ligging. Dat je dan ook vanuit het havengebied kan parkeren in die Grote Markt parkeergarage, zodat de Grote Markt ook sterk kan vergroenen. Heel mooi. Dat je langs die havens, want daar zijn we het helemaal mee eens, mooie wandelgebieden moet hebben.
Dat het meer een leuk verblijfsgebied wordt, met ook lichte daghoreca of anderszins wat publieke functies. Maar heel rustig. Hier geen grote reuring. Tenminste, dat hoeft van ons helemaal niet. Zeker ook logische, herkenbare bestrating naar voorzieningen. Als je dat ook gelijk meeneemt, dat bracht vorige keer Dordrecht Marketing in, dat dat ook mooi meegenomen kan worden in de uitwerking van deze visie. Maar in grote lijnen steunen wij de ontwikkeling van de binnenstad zoals die wordt aangegeven in deze notitie. Dat was het. De voorzitter: Ik dank u wel, mevrouw Van den Bergh. Dan ga ik naar de heer Polat. De heer Polat: Voorzitter. De voorzitter: Daar is hij. Gaat uw gang. De heer Polat: Ik ben hier, maar mijnheer Jack ’t Lam was eerder dan mij. De voorzitter: Echt waar? Ik had de heer ’t Lam na u staan. Maar dan geef ik het woord aan de heer ’t Lam. De heer Polat: Helemaal goed. Dank. De heer ’t Lam: Voorzitter, dat verrast mij, want in de chat stond mijnheer Polat toch echt voor mij. De voorzitter: Bij mij ook, maar … De heer ’t Lam: Ik ga ook niet twijfelen aan de leiding van deze voorzitter. Vanuit de SP een aantal opmerkingen, een aantal kanttekeningen over deze uitgebreide visie op de binnenstad. Door een aantal mensen is er al iets gezegd over de participatie. Daar wil ik ook mee beginnen.
Het college gaat hier niet altijd goed mee om, terwijl wij toch een goede participatie- en inspraakverordening hebben. Dat het nu ook weer niet goed is
25
gegaan, dat blijkt wel uit de inbreng van het Bewonersplatform. Wij vinden dat dit echt anders moet. Wij steunen dan ook de oproep dat participatie onderdeel is van alle nog vast te stellen uitvoeringsprogramma’s. Wij overwegen daar een amendement op de visie in te dienen, zodat het ook vastgelegd wordt dat we alle uitwerkingsvoorstellen, de bewoners erbij betrekken en niet alleen de ondernemers en de vastgoedsector. Niet alleen de bewoners, maar ook Bomenridders en andere belanghebbenden. Dan ga ik naar mijn tweede punt, het kernwinkelgebied. Het verkleinen van het kernwinkelgebied is een goed idee. Er ligt nu een uitwerkingsvoorstel met negentien gebieden. Dat voorstel is afkomstig van een werkgroep, bestaande uit de vastgoedsector, ondernemers en ambtenaren. Opvallend is dat vorige week bij de inspraak bleek dat de ondernemers over drie gebieden anders denken dan er in het stuk staat. Ook opvallend is dat de bewoners er niet zijn in gekend. Dat vertelde het Bewonersplatform. Wat ons betreft gaat het stuk even terug naar het college om twee dingen te doen. Eén, de afwijkende mening van de PCOB erin te vermelden. Dan hebben we een compleet stuk. Wat er uiteindelijk uitkomt, is wat anders. Maar hun mening bij die afwijkende punten mag er best in. Het stuk vrij te geven voor inspraak.
Dan niet alleen voor het Bewonersplatform, want die vertegenwoordigen maar twintig bewoners, maar voor alle bewoners, alle ondernemers en alle eigenaren in de binnenstad. Dan het derde aandachtspunt, de autoluwe zone. Dat vinden wij een goed idee. We vragen ons alleen af, welk gebied behelst het nu precies? We nemen aan dat de raad daar uiteraard nog een concreet voorstel voor krijgt. De Bomenridders gaven al aan dat er meer groen en minder blik moet komen. Wat ons betreft gaan we uit van een vrij ruim gebied en nemen we ook de hele Voorstraat, de Wijnstraat en het gebied langs de Oude Maas mee in de autoluwe zone. Verder zouden wij graag zien dat die autoluwe zone alleen tussen ’s morgen vijf en elf met auto’s bereden mag worden, zodat het ook rustig is in de andere uren. De vierde opmerking gaat over parkeren. Wat de SP betreft parkeren de bewoners straks in de garage van de Visstraat en de nog te bouwen garage op de Grote Markt. Als het een autoluw gebied wordt, kunnen anderen dan de bewoners daar ook niet komen. Maar dat zal ongetwijfeld betekenen dat een aantal bewoners ook op straat moet parkeren. Ik zie nu een interruptie? De voorzitter: U krijgt ook uw deel van de heer Kleinpaste. Mijnheer Kleinpaste. De heer ’t Lam: Ik wilde een punt zetten, dan kan hij … De heer Kleinpaste: Ik blijf het natuurlijk allemaal met belangstelling volgen.
De heer ’t Lam noemde bij het autoluw zijn ook een duidelijke bloktijd waarbinnen auto’s nog wel zouden kunnen rijden. Een tijdsaanduiding die mij wat ongunstig voorkomt voor heel veel bewoners in die binnenstad. Hoe denkt de heer ’t Lam dat die bewoners daarmee uit de voeten kunnen? De heer ’t Lam: Ik snap de vraag eerlijk gezegd niet, want bewoners van de binnenstad mogen wat de SP betreft gewoon in de binnenstad parkeren, of in de Visstraat of op de Grote Markt. Voor de rest zal dat op straat moeten zolang er geen andere plekken zijn. Die mogen de hele dag in- en uitrijden. Daar wil ik zo nog een opmerking over maken hoe dat we dat denken te doen.
26
De heer Kleinpaste: Dan begreep ik u op dat punt verkeerd. Heel fijn dat ze de hele dag in en uit mogen rijden. De heer ’t Lam: Uiteraard. We gaan niemand de toegang tot zijn woning ontzeggen, mijnheer Kleinpaste. Dat doen we door op ieder adres één gratis ontheffing te geven voor het autoluwe gebied. Dan kan iedere bewoner met één auto bij zijn gebied komen. Verder vinden we dat er ook vrije toegang moet zijn voor hulp- en dienstverleners. Dan een vraag aan het college over die parkeergarage op de Grote Markt. In De Dordtenaar heb ik gelezen dat het gaat om een garage voor slechts honderdvijftig auto’s. Heb ik dat verkeerd begrepen? Ik ben benieuwd hoeveel dat er dan in kunnen. Als wij een voorstel krijgen over het parkeren, graag ook uitleg hoe het parkeren gaat aan de randen van de autoluwe zone, want bezoekers en mensen die in de stad werken moeten daar gaan parkeren. We moeten toch echt voorkomen dat de mensen die aan die randen wonen overstelpt worden met parkerende auto’s en dat de overlast daar ontstaat. Grote Markt. Wat ons betreft wordt het gebied wat vergroot wat we aan gaan pakken. Het Bewonersplatform gaf dat ook al aan. Met een parkeergarage op de Grote Markt zouden de huidige parkeervakken langs de Kuipershaven en bij de Aardappelmarkt ook kunnen vervallen.
Op die manier krijg je, daar hebben we het al even over gehad zonet met andere sprekers, een wat natuurlijker overgang tussen de binnenstad en het havengebied, die zoveel mogelijk autovrij is. Dan iets over woningen voor jongeren. Mevrouw Kruger heeft er al een opmerking over gemaakt. Maar ook ik vond de meest vreemde opmerking vorige week bij in inspraak van een vastgoedeigenaar, die opmerkte dat er voor arme, jonge mensen geen woonplek in de binnenstad zou zijn. Die is er wat de SP betreft nadrukkelijk wel. Als we voor dure woningen op Stadswerven 44 miljoen gemeenschapsgeld bijpassen, dan moeten we ook maar eens wat geld uittrekken voor jongerenhuisvesting, bijvoorbeeld op de Grote Markt, de Botermarkt of de tijdelijke parkeerplaats achter de Steegoversloot. Ik hoorde straks een spreker zeggen dat we die moeten betrekken in het parkeren, maar dat is toch echt een tijdelijke parkeerplaats, want ook daar zou woningbouw komen. Voorzitter, dan tot slot de coöperatie. In dit model, om de binnenstad verder uit te werken, ziet de SP helemaal niets. Net als bij alle onderwerpen stelt de raad het beleid vast, het college bereidt het voor en het college voert het vervolgens uit. Prima als het college zich daarbij door belanghebbenden laat adviseren, maar we gaan wat de SP betreft geen bevoegdheden overdragen aan een coöperatie, waarbij onduidelijkheden zullen gaan ontstaan.
We hebben het nu al over de participatie, die in het stuk van de werkgroep is overgeslagen. Straks is er wellicht ook onduidelijkheid over de verantwoordingsplicht richting de gemeenteraad. Hoe zit het met de budgetten? Wie gaat die beheren? Gaat zo’n coöperatie ook meewerken aan onderzoeken van accountant of de Rekenkamercommissie? Kortom, dat past niet in een organisatie zoals we die bij de overheid kennen. Tot slot, voorzitter, is het ook nog zo dat vastgoedeigenaren en ondernemers, als ze deelnemer zijn in de coöperatie, met twee petten komen op te zitten. Ze hebben een onderneming, ze hebben de eigendommen en ze moeten werken aan de uitwerking van de visie van de binnenstad. Voor je het weet heb je te maken met belangenverstrengeling. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Lam. Maar mevrouw Van den Bergh heeft een vraag aan u. Mevrouw Van den Bergh.
27
Mevrouw Van den Bergh: Ja, voorzitter? De voorzitter: Ja, zeker. Mevrouw Van den Bergh: Ja? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Mevrouw Van den Bergh: Mijnheer ’t Lam, u had het over dat coöperatiemodel. Want toen werd ik daardoor getriggerd. Maar er staat hier dat het college doet een onderzoek naar of dat wel een geschikt model is. Tenminste, zo lees ik het. Maar u zegt, u wilt het niet of u wilt het ook niet laten onderzoeken, want wij willen dat onderzoek wel eerst zien? De heer ’t Lam: Voorzitter, wij willen de coöperatie niet. Wat ons betreft hoeft er dan ook geen onderzoek plaats te vinden. Want we zien helemaal het nut van een dergelijke organisatievorm niet zitten, ook al omdat, wat ik opmerkte, dan de gemeenteraad en de andere aspecten in een overheidsorganisatie min of meer buitenspel komen te staan. De voorzitter: Helder antwoord op de vraag van mevrouw Van den Bergh. Dat was hem, mijnheer ’t Lam? Dan gaan we nu naar de heer Polat. Dat is de laatste in mijn rijtje, in ieder geval. De heer Polat: Dank, voorzitter. Ook in mijn rijtje. In ieder geval, dank voorzitter. Wij zijn tijdens de bespreking van de agenda 2030 heel kritisch geweest tegenover de uitwerking van de binnenstad. We zijn nu blij dat in ieder geval, nu het uitgewerkt is, dat er ook twee onderwerpen, gastvrijheid en beleving, bij zijn gekomen. Dat vinden wij een belangrijk onderdeel ervan.
D66 heeft enkele jaren geleden Dordrecht getypeerd als verborgen juweel. Dat slijpen aan een diamant, dat dat gewoonweg daar een aansluiting aan heeft, spreekt ons zeker aan. Want Dordrecht is zeker een diamant. Dat moeten wij ook koesteren. Voor de invulling van de visie, daar zijn wij … Grote delen zijn we mee eens. Vooral het onderdeel participatie waarbij de ondernemers, de gemeente, de vastgoed en in matige mate ook de bewoners bij betrokken zijn en de ondernemers, dat vinden wij goed. De betrokkenheid van de ondernemers hierbij, vooral de bewoners willen wij natuurlijk meer. Vorige week is er natuurlijk ingesproken, maar we zouden graag daar meer van willen zien. Dat het ook een belangrijk onderdeel van de participatie wordt. Waar wij wel een vraagteken bij hebben, was vorige week ook ingesproken over het uitgaan van de jongeren. Dat er gewoonweg vooral in de uitgaanscentra meer verruiming van de openingstijden moet plaatsvinden. Dat vinden wij ook belangrijk, willen we de jongeren in Dordrecht houden en niet naar Rotterdam of naar Breda. Zij moeten gewoon hier hun ei kwijt kunnen. Ook speelt Dordrecht natuurlijk een belangrijke centrumrol voor de jongeren vanuit Zwijndrecht of Papendrecht of andere delen van de Drechtsteden. Wij zien dat dat gewoonweg een belangrijk onderdeel moet gaan worden van de plannen in de toekomst.
Verder is het, zoals ik zei, vinden wij dit plan heel goed. Past ook helemaal in ons verkiezingsprogramma, want we hebben enkele jaren geleden gezegd dat D66 wil dat de historische binnenstad meer gaat bruisen. D66 zet in op een kleiner kernwinkelgebied.
28
Dan creëer je ruimte voor andere functies, zoals wonen, werken of recreëren. We kunnen deze dagbezoekers zo een nog mooiere beleving bieden en deze visie geeft precies invulling aan wat wij hebben beoogd. We zijn daar heel erg blij mee. Wat betreft het programma, dat wordt natuurlijk uitgewerkt. Wij zullen er misschien niet bij zijn, maar we gaan het zeker volgen in de toekomst als D66 dat het ook goed uitgewerkt wordt. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Polat. Dan kom ik nu bij de wethouder. Over het algemeen positief, op een paar uitzonderingen na. Veel aandacht besteed aan het horecaconcentratiegebied, het wonen in relatie tot de binnenstad, de bereikbaarheid, groen en heel vaak is er wat gezegd over de betrokkenheid van bewoners. Tenslotte zijn er drie moties min of meer aangekondigd. Eentje die te maken heeft met de kleine winkeltjes in de aanloopstraten. Een motie over de waarborgen voor de leefbaarheid en rust. En de joodse historie voor wat betreft de omgeving van de Grote Markt. Ik geef het woord aan de wethouder. Gaat uw gang. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik had inderdaad ook ongeveer diezelfde dingen op een rijtje staan. Ik heb de goede verwachting dat ik inderdaad alles in de eerste termijn ook ga beantwoorden. Allereerst ben ik erg blij om te horen dat er zoveel enthousiasme en steun is voor deze visie bij de fracties.
Als ik even terugkijk op de afgelopen drie jaar, dan zie ik dat er in onze mooie binnenstad echt een aantal hele goede samenwerkingen zijn ontstaan. De POBD was er al. De gebruikers, de horeca, de winkels georganiseerd. Maar er zit nu ook een kwartiermaker. We hebben sinds vorige week nu ook het vastgoed wat wel indertijd betrokken was, maar die hebben zichzelf nu ook officieel verenigd in de VvE 3311. Dat is heel belangrijk, want zowel de gebruikers van de plekken in de binnenstad als de eigenaren hebben daar belangen bij. Het Binnenstadsbedrijf, de samenwerkingsvorm waarin we die verschillende belangen bij elkaar brengen, dan kan je werken aan een collectieve doelstelling waarbij je met elkaar op verschillende belangen wel met hetzelfde collectieve doel aan de slag kan. Hetzelfde hebben we ook in de afgelopen drie jaar gedaan met de bewoners. Ik meen me te herinneren dat dat ook door het Bewonersplatform is aangegeven. Die hebben we vanuit de gemeente ook actief ondersteund. Die groep hadden al met elkaar ook wat vergezichten voor de binnenstad neergezet. Die hebben we ook ondersteund om dat naar een financieringsverslag te brengen, waardoor je ook in gelijke mate dat kan meenemen ten opzichte van de andere belangen en de visie die er ligt.
Dan is het goed om te horen dat ook de gemeenteraad met die visie enthousiast is, want dat is een hele belangrijke, omdat dat uiteindelijk bepaalt, zoals de SP het stelt, dat de gemeente of gemeenteraad niet buitenspel staat. Want als gemeente stel je je eigen visie en kaders vast. Je geeft de middelen mee. Vanuit het openbare, publieke belang zit je vervolgens met private belanghebbenden, de vastgoedeigenaren in het gebied, met de winkeliers en de horecaondernemers samen om die binnenstad sterk te maken. Dan werkt coöperatiesamenwerking, het coöperatiemodel heel erg goed. Dat is dan ook de reden dat we nu hebben voorgesteld aan u om dat model verder uit te werken. Ik ben ook blij dat we dan zo meteen voortvarend aan de slag kunnen. Want je ziet ook bij het Rijk dat er nu met de impulsaanpak diverse subsidies vrijkomen, omdat ook het Rijk ziet dat er in die binnensteden geïnvesteerd moet worden. Om daar ook in de toekomst die
29
binnensteden nog zo gezellig en levendig te houden, ondanks de uitdagingen die de onlinemarkt en dergelijke biedt. De voorzitter: Ho, ho, ho. Ik hoor een adem. Mijnheer ’t Lam had een vraag aan u, waarschijnlijk over de coöperatie. De heer ’t Lam: Dat heeft u heel goed vastgesteld, voorzitter. Kan de wethouder eens uitleggen waarom een coöperatie nodig is, terwijl je ook heel goed als college zonder een samenwerkingsvorm met alle belanghebbenden kan overleggen? Want met allerlei andere vormen van dingen die we realiseren, gaan we ook geen coöperatie met alle belanghebbenden vormen. Het is me niet duidelijk waarom deze vorm nodig is. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat is omdat de binnenstad, met het kernwinkelgebied wat je maakt en de kracht van het gebied, daar kan je niet alleen als gemeente in acteren. Daar heb je alle gebruikers en alle eigenaren bij nodig. Juist via een coöperatiemodel kan je elkaar dan heel goed vinden op de collectieve doelstellingen. Ieder neemt vervolgens de verantwoordelijkheid in dat samenspel om naar die collectieve doelen toe te werken. Op die manier ga je bijvoorbeeld krijgen dat vastgoedeigenaren zeggen van, op die plek zou het heel goed zijn als die keten er zou komen. Mijn pand leent zich er niet voor, maar ik weet van een collega, op die plek zou het wel prima kunnen. Daar spelen we naartoe.
Dan kan je als gemeente in zo’n zelfde verband zeggen, goh, als we op die plek in de openbare ruimte in de looproute wat moeten investeren, dan kan je op die manier veel beter met elkaar opwerken om zo’n binnenstad binnen de visie die je neerlegt ook echt in de toekomst verder te brengen. Goed, dan was er veel discussie … De voorzitter: Mijnheer ’t Lam is niet helemaal tevreden zie ik. De heer ’t Lam: Ik vind het een wat warrig verhaal, want als wij de sportparkenvisie gaan ontwikkelen, dan gaan we ook geen coöperatie aan met alle sportverenigingen en alle eigenaren en iedereen die erbij betrokken is. Dat kan je ook in een gewone overlegvorm doen. Daarbij komt nog dat bij die coöperatie we gaan samenwerken met de vastgoedeigenaren en ondernemers, die ook nog een direct belang hebben, omdat ze eigenaar zijn of ondernemer. Die zitten met twee petten op een coöperatie. Ik vind dat een systeem waarbij de controle en de verantwoordelijkheden zoekraken. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Goed, voorzitter. Ik heb het toegelicht waarom ik dat geheel anders zie dan de heer ’t Lam het schetst. Ik ben ervan overtuigd, als je niet deze stap zet, dat je dan niet slagvaardig kan werken aan die toekomst van de binnenstad en die visie kan bereiken, zoals we die nu met elkaar bespreken en hopelijk zo meteen in de gemeenteraad met elkaar vaststellen.
Dan over die gezellige, levendige binnenstad. Daar zitten een aantal aandachtspunten die ook door verschillende partijen zijn benoemd. Dat ging onder andere over de verhouding tussen wonen en de levendigheid via onder andere de horeca. Daar is aardig wat discussie over geweest. Ook vragen van, wanneer komt dat horecabeleid dan onze kant op? Hoe zien horecaconcentratiegebieden
30
er dan uit? Ik kan mij heel goed vinden in eigenlijk die ik, denk ik, over de breedte wel bij iedereen hoor, is, maak horecaconcentratiegebieden met gradaties erin. De ene horecaplek is er veel meer een van het nachtleven en het andere is er veel meer een van restaurantjes. Zo zijn er misschien nog wel wat meer smaken te bedenken. Je moet dan ergens beginnen. Wat we vooral hebben gedaan, is nu die concentratiegebieden pakken zoals die in het oude horecabeleid van 2007 genoemd waren. Wij hebben de ambitie om voor de zomer te starten met dat horecabeleid, om dat op te gaan stellen, zodat we in ieder geval voor het volgende terrasseizoen 2023 dat ook ter vaststelling aan u voor kunnen leggen. Dat beleid gaat inderdaad die gradaties in kaart brengen. Eerst nog eens kritisch kijken naar, op welke plekken in die binnenstad kan je dat aanbrengen? Is dat nu compleet, of zitten daar nog andere gebieden tussen? Hoe kan je daar dan de goede balans met ook de bewoners vinden? Waarbij je gebieden hebt die vooral op die gezelligheid en die levendigheid zitten. Waarbij je ook met elkaar afspreekt, daar is dit het geluidskader en het levendigheidskader wat we dan acceptabel vinden. In andere gebieden is dat wat meer in de verhouding richting het wonen. Dat kan je dan mooi in dat kader vastleggen.
Volgens mij kan je dan ook als ondernemer met veel meer houvast, net zoals bewoners dat in de wat rustigere gebieden hebben, de toekomst tegemoet. Dan was er de vraag over die openingstijden. Het is nu zo dat je een ontheffing kan vragen binnen het gebied van de binnenstad om gewoon geen sluitingstijd te hebben. Het is al aan 32 ondernemers verstrekt, die permanente ontheffing in het gebied. Het is zo dat je voor de andere ondernemers maximaal 5 keer per jaar een incidentele ontheffing kan aanvragen. De Dordtse VVD vroeg of dat via een kraskaart kan en of die verlaatjes die erin zitten zou kunnen worden uitgebreid. U had het erover van 4 naar 12. Dat zou dan een stap van 5 naar meer zijn. Of je op bepaalde plekken het geheel open zou moeten gooien, zonder zo’n ontheffingsvergunning. Dat zijn allemaal zaken die we, denk ik, goed mee kunnen nemen in het horecabeleid, om te kijken of we daarin misschien nog wat dingen kunnen, hoe zeg je dat, regelvrijer maken binnen die horecaconcentratiegebieden en nog gebruiksvriendelijker, waar het gaat om de ondernemers. De voorzitter: De heer Polat. Uw geluid staat uit. Ik hoor nog steeds niks. Mijnheer … Ik hoor niks. Dan geef ik even het woord aan de heer Veldman. Wacht even, hij doet het. De heer Polat: Hij doet het. De voorzitter: Nou overal van afblijven. De heer Polat: Dank.
Mijn vraag was eigenlijk over de openingstijden bij de horecaclusters. Maar daar heeft de wethouder gezegd, daar gaan we naar kijken. Maar wat moet ik me daaronder voorstellen? Gaat u daar gewoonweg nu ruimere openingstijden hanteren, of is dat gewoonweg meer een discussie eigenlijk? De voorzitter: Misschien kan ik dan meteen ook de heer Veldman, want die zal wel over hetzelfde punt gaan, dan kunt u twee vragen in een keer beantwoorden waarschijnlijk. De heer Veldman: Voorzitter, inderdaad even over die openingstijden. Ik hoorde de wethouder, dat wilde ik toch even onderstrepen, wat mij betreft goed noemen van, als
31
je kijkt naar verruiming van die openingstijden, dan moet je het ook koppelen aan die horecaconcentratiegebieden en goede afspraken over wat, waar en wanneer. Dat moet wat mij betreft hand in hand gaan, zodat die duidelijkheid ontstaan. Dat is één. Dat onderstreep ik. Het tweede, dat was ik gewoon wel echt benieuwd. De wethouder zegt, er zijn 32 ondernemers die nu een ontheffing hebben. Dat roept bij mij dan heel erg de vraag op van, is er dan nog extra vraag naar verruiming? Want 32 komt op mij als een behoorlijk aantal over. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik denk twee dingen. Eén is de zogenoemde verlaatjes die ik hoorde. Ik denk dat dat echt iets is wat de ruimte moet bieden om ook aan horecaondernemers die buiten zo’n concentratiegebied zitten in incidentele gevallen toch ook eens een keer wat langer door te kunnen gaan. Dat je daar die flexibiliteit in kan bouwen en kan zeggen van, bij dit aantal vinden we dat in verhouding met de levendigheid die je van een binnenstad als bewoner kan verwachten en ook rekening mee moet houden en de balans goed is, laat ik het zo zeggen. Voor een aantal van die ontheffingen, wat mij betreft is dat vooral iets wat je eens een keer goed scherp in kaart brengt bij dat horecabeleid. Zodat je ook inzichtelijk hebt op welke plekken ze zitten.
Dan inderdaad de vraag is van, werkt dat via de permanente ontheffing goed, of zou je dat ook meer regelvrij kunnen maken binnen de gebieden? Ik zie dat vooral als een uitwerkingsaspect. Wat ik overigens ook in nauwe samenwerking met de burgemeester moet doen, want dat gaat natuurlijk uiteindelijk ook over een OOV-aspect. Dat vergt ook een aantal andere overwegingen en afwegingen. Laat ik dat vooral onderdeel maken van het horecabeleid wat we nog gaan opstellen. Nogmaals, wat mij betreft laten we daar geen gras over groeien. Als deze visie wordt vastgesteld, gaan we daar ook meteen mee aan de slag om samen met het nieuwe terrasbeleid, waar nu nog wat onderzoeken voor lopen, snel te kunnen gaan voorleggen aan u. Maar voor de zomer, zoals werd gezegd, dat is echt nog iets te snel. Dat zal na de zomer worden. Maar in ieder geval voor het volgende terrasseizoen. De voorzitter: Dan geef ik nu even het woord aan mevrouw Van den Bergh, want die heeft ook een vraag aan u. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, hele korte. Ik had het nog over nachtwinkels, dat was ook een van de facetten. Om dat te onderzoeken, past zoiets ook in zo’n horecaconcentratiegebied waar iets meer kan? Nachtwinkels geven natuurlijk toch ook iets meer verruiming van geluid. Past zoiets erin of juist helemaal niet? Dat wil ik nog weten. De heer Burggraaf: Nachtwinkels, daar speelt ook een leefbaarheidsaspect bij.
Ik denk dat bij een nachtwinkel ook wel wat meer speelt dan alleen of het in een horecaconcentratiegebied zit. Daar zal natuurlijk ook heel snel dingen als verkeersbereikbaarheid, het aantal parkeerplekken, dat soort zaken een belangrijk aspect zijn. Of dat dan past binnen een horecaconcentratiegebied, dat durf ik zo op voorhand niet te zeggen. Maar volgens mij hebben wij volgende week of de week erop in deze commissie ook nog een discussie over openingstijden. Dan kunnen we dit aspect
32
ook nog wat nader met elkaar bediscussiëren. Want volgens mij was dat naar aanleiding van een ondernemer die vroeg van, goh, waar zou ik mijn nachtwinkel kunnen vestigen? Even kijken hoor. Dan hoorde ik verder nog wat verhalen over, hoe zit dat met dat wonen in die binnenstad. Ons beeld is ook absoluut niet om dat een monotoon woongebied te maken. Dat heeft u ook in de visie goed kunnen lezen. Het is wel zo dat je in een kernwinkelgebied zegt van, daar moet geen wonen in de plinten komen. Want daar wil je die aaneengeslotenheid van een gebied hebben. In de aanloopstraten gaat die mix wel komen. Zoals ook in de visie beschreven staat, is het ook niet zo dat buiten dat gebied alleen maar wonen is. Er is ook zeker ruimte voor nog dienstverleningsconcepten en voor werken. Om even in te gaan op de vraag van, hoe zit het dan met winkels als … De karakteristieke winkels die net buiten het kernwinkelgebied zitten, zoals Nobel’s werd genoemd, nog anderen bij de Grotekerksbuurt. Allemaal van dat soort typische Dordtse lokale winkels. Dat is ook wel het beeld wat in die visie staat. Dat je de aanloopstraten en het aanloopgebied uiteindelijk wel aantrekkelijk houdt. Ik weet niet wie de technische vragen heeft gelezen, maar dat hebben we daar ook aangegeven. Dat staat ook in het raadsvoorstel.
Daar hebben we ook binnen het Binnenstadsbedrijf met vastgoed en de POBD afgesproken dat we nog een gezamenlijke analyse gaan doen hoe dan die mix in dat buitengebied, of buiten het kernwinkelgebied eruitziet. Dan kan je ook thematische lijnen maken, zoals u bijvoorbeeld rondom de Kunstkerk de thematische lijn gaat krijgen richting de Voorstraat als het gaat om kunst en cultuur. Zo heb je dat ook als het gaat om misschien wat meer Dordtse ambachtelijke … Typische Dordtse winkels en bedrijven. Ik ben ervan overtuigd dat als je die qua thematische visie ook heel scherp neerzet, zoals u dat ook ziet bij het kaartje wat erbij zit, dat je daarmee ook partijen vanzelf verleidt als ze een keer denken van, goh, ik wil me vestigen in die stad, waar kan ik dan het beste naartoe? Dan krijg je vanzelf versterking. Dat soort assen. Waarbij nogmaals het kernwinkelgebied is als je zegt van, ik wil echt een winkel hebben en ik wil daar die loopstroom hebben. Als je dan zegt, net die mixgebieden, dat kan je dan langs die as gaan zoeken. Volgens mij ben je dan aan het werk aan een sterke binnenstad. Dan de discussie over groen. De Bomenridders hadden het inderdaad ingesproken, die ambitie is hoog. In de verdere uitwerking gaan we ook deze als eerste beetpakken om een uitvoeringsplan op te maken. Daar zullen we zeker partijen bij betrekken die daar ook goede input op hebben.
Om dan maar het bruggetje naar parkeren te maken, ik denk dat waar mevrouw Kruger van GroenLinks mee kwam, als een plek die nu inderdaad enorm versteend is, het Otto Dickeplein, waar je nu als je met de waterbus bij de hoofdhalte aankomt eigenlijk je daar Dordrecht inkomt nou niet op haar paasbest. Daar zit een enorme kwaliteitsslag te maken. Tegelijkertijd moet je je ook … De bereikbaarheid is dan heel belangrijk, dat je van het ene vervoer naar het andere kan overstappen. Ik vind het zeer interessant om dat nader te onderzoeken, zoals al wordt opgeworpen om eens te kijken of je daar inderdaad die parkeerambitie die er ligt, waarvan wordt gezegd, het blik van straat, maar wel één-op-één-parkeerplekken in die bebouwde omgeving ervoor in de plaats bieden, om daar ook het Otto Dickeplein in dat onderzoek te betrekken. Zoals hij al voor de Grote Markt staat ingetekend. Daar werd door de SP gevraagd, over hoeveel plekken heb je het dan? De huidige plek geeft 106 parkeerplekken op de Grote Markt. Als je zo meteen in het plan met parkeerlagen kan werken, dan zijn het er ongeveer 125 per parkeerlaag. Het is maar even de vraag dan,
33
hoeveel lagen je daar vervolgens in aanbrengt, wat de maximale parkeercapaciteit is die je daar dan kan bereiken. De voorzitter: Sorry, ik moet daar even … Want de heer Polat zit al heel eventjes te wachten dat hij een vraag kan stellen. Ik geef even de heer Polat het woord. De heer Polat: Voorzitter, misschien heb ik het gemist, maar over de participatie van de bewoners. Hoe ga je ervoor zorgen als wethouder om de bewoners meer te betrekken bij alle plannen? De voorzitter: Volgens mij was de wethouder nog niet klaar. Misschien komt hij daar nog op. De heer Burggraaf: Die zal ik zo meteen wel … Ik heb dat inderdaad nog als laatste kopje hier staan. Bij het parkeren was ik gebleven. De doelstelling om die binnenstad aantrekkelijk te maken, als je een kaart van de binnenstad kijkt, dan is er heel veel groen, maar er zit veel ook op privaat groen, in de hofjes en in tuinen. Het openbaar groen kan echt nog een flinke slag krijgen. Daar heb je ruimte voor nodig. Tegelijkertijd wil je wel ook aan de bewoners nog de parkeerplekken kunnen geven die er zijn. Dat is een verplaatsing naar de bebouwde parkeervoorzieningen. Zoals de Grote Markt een belangrijke is. Gewoon Dordt oppert voor de Wolwevershaven als een garage onderwater. Ik vind de ambitie om heel veel plekken te creëren in het gebied en daar haast mee te maken … Die ondersteun ik.
Maar de gepresenteerde oplossing op die plek, dat lijkt mij niet verstandig om daar nog heel veel tijd in onderzoek in te gaan steken. Het is een enorm kostbare oplossing op een plek waar je te maken hebt met hoog en laag water, stromend water. Echt wel een uitdagende omgeving. Zoals ik ook al volgens mij de Dordtse VVD hoorde zeggen van, waar ga je dan in- en uitrijden? Dat is precies dezelfde bedenking die ik ook had toen ik voor het eerst van deze suggestie hoorde. Want je zit midden in een historisch gebied. Als je de vergelijking in Amsterdam bekijkt, waar het nu wordt aangelegd, heb je daar echt een heel ander gebied eromheen zitten met in- en uitrijden dat ik dat op deze plek echt niet als een realistisch scenario zie. Dat we beter onze energie kunnen steken in de Grote Markt, het Otto Dickeplein, de Steegoversloot, wat nog een [parkeerbestemming] heeft, dan hiernaar te gaan kijken, omdat ik verwacht dat je echt van een koude kermis thuiskomt. De voorzitter: Dat wel. We gaan even kijken of u de heer Kleinpaste heeft kunnen overtuigen. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik ben nog niet geheel overtuigd, maar … De voorzitter: Bijna. De heer Kleinpaste: Ik denk er toch wel anders over dan de wethouder aangeeft. Er zijn zelfs steden waarbij ze ondergronds zulke afstanden afleggen dat je bij de Grote Markt naar binnen kunt rijden om toch onder de Wolwevershaven te staan.
Maar ik denk dat het toch serieus, als het gaat om aantallen parkeerplekken, daar vinden we elkaar, dat is beter onder de Wolwevershaven. Eb en vloed is niet van invloed op de situatie als je
34
het eenmaal aangelegd hebt. Ik zou daar toch wel meer dan op een avondje als deze naar willen kijken en het niet meteen naar de prullenbak willen verwijzen. U wilde ook het Otto Dickeplein onderzoeken. Ik zou de suggestie toch serieus meenemen en nog eens in overweging nemen. Maar wellicht moeten we dat dan in de raad met een amendement of een motie aanvragen. We zullen kijken. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder. De heer Burggraaf: Goed voorzitter, ik heb al toegelicht welke bezwaren en belemmeringen ik daar zie. Qua financiële uitdaging denk ik dat je op zo’n plek al snel uit moet gaan van ongeveer een ton per autoparkeerplek. De stelregel zit tussen de 15 en 25 duizend over het algemeen bij parkeergarages. Het is ook een flinke investering, die uiteindelijk weer ten koste gaat van allerlei andere investeringen die we in de binnenstad ook belangrijk vinden en ook in deze visie zijn verwerkt. Dan, even denken, de bewoners. De voorzitter: Participatie. Bewoners. De heer Burggraaf: De participatie, de bewoners en het wonen. Ik weet niet of ik dat benoemd heb, maar ik zie het idee van woning voor jongeren niet zo in de binnenstad. Je ziet steeds meer wonen boven winkels. Maar goed, volgens mij is dat ook wel voldoende toegelicht dat daar juist ook goede kansen liggen voor de jongeren in de binnenstad.
De participatie, er is ook geopperd van, de jongere doelgroep wordt die goed betrokken? Krijgt de binnenstad ook voldoende aantrekkelijk aanbod voor de jongeren? Dat is er zeker eentje die we zullen meenemen ook in het Binnenstadsbedrijf om eens neer te leggen van, welke voorzieningen liggen er nog in die binnenstad die jongeren graag willen hebben die er nu nog niet in voldoende mate zijn, om ook een uitnodigende propositie te hebben richting partijen om daar vervolgens in te investeren. Want uiteindelijk is het natuurlijk … Moet het de ondernemers zijn die daar dan vervolgens op inspringen en dat aanbod gaan creëren. Voor wat betreft de participatie, op het moment dat je op een concrete plek een stap verder gaat komen in de uitvoering, dan ga je met belanghebbenden participeren. De Grote Markt, daar ligt nu een visie. De eerste stap die we gaan doen, is met de directe omgeving daar een participatieproces opzetten, een soort ontwerpatelier, waarin je een aantal uitgangspunten hebt neergelegd en dan gaat kijken van, welke gedachtes leven daar dan in de buurt? Hoe kan je daar uiteindelijk het beste plan van maken? Dat gaat dan vanzelf tot een voorlopig ontwerp leiden die dan ter besluitvorming uw kant op komt. Dan ook transparant is welke verschillende belangen er in zo’n gebied zitten. Hoe verschillende partijen ertegenaan kijken.
Dan kunt u als raad ook een goed gewogen oordeel maken. Want uiteindelijk is dat wat u moet doen, alle belangen inzichtelijk hebbend tegen elkaar afwegen en te kiezen wat uiteindelijk in het beste belang van de stad is. Zo gaan we dat participatietraject verder vormgeven bij de uitwerking van de visie. Dan hoop ik, voorzitter, dat ik alles benoemd heb wat naar voren is gekomen. Zo niet, dan hoor ik dat vanzelf in de tweede termijn. De voorzitter: Er was in ieder geval een ding nog. Dat was een motie over joodse herdenking rond het gebied van de Grote Markt. Dat was een idee van
35
ChristenUnie/SGP, van de heer Veldman. Ik weet niet of u daar iets over kan zeggen? Of zegt u, neem ik mee of … De heer Burggraaf: Kijk, ik denk twee dingen. Eén is wat ik anderen ook heb horen zeggen van, koester de historie van de stad die je hebt. Maak dat ook beleefbaar en interessant voor toeristen en zichtbaar. Dat is een algemeen iets wat we zeker ook meenemen en denk ik ook wel voldoende in de visie verwoord staat. Ik vraag me af of dat … Kijk, nogmaals, we gaan een soort ontwerpatelier in. We kunnen dit als een notie erin meenemen. Maar om dit als een randvoorwaarde mee te nemen in de ontwikkeling daar, dat lijkt me wat ver gaan. Ik zie dat we bij ontwikkelingen in de stad, bij ontwerpen, bij straatnamen et cetera wordt juist ook altijd naar de historische context gekeken. In die zin zal die historische context van de grote markt echt wel zijn plekje krijgen. Maar om het als een centraal uitgangspunten te nemen, dat daar de ontwikkeling omheen georganiseerd moet worden, zal ik maar even zeggen, dat lijkt me toch wel wat ver gaan. De voorzitter: Daar is hij weer. Ik zie een aantal mensen die graag een tweede termijn zouden willen. Dan begin ik maar weer even van bovenaan het lijstje. Dezelfde volgorde. Als het kan extreem kort, want we hebben nog een ander onderwerp.
Ik vermoed zomaar, mede gelet op het aantal moties dat is aangekondigd, dat dit ook in de raad zal worden besproken. Ik begin met de heer Den Heijer. Heeft u nog behoefte aan een tweede termijn op dit moment? De heer Den Heijer: Korte tweede termijn en nog een vraag die misschien openstaat of ik heb het gemist in de beantwoording. Nog terugkomend op de sluitingstijden en openingstijden. Ik merk ook dat de wethouder daar positief tegenover staat om dat in ieder geval uit te werken. Ik ben ook blij dat hij het horecabeleid opnieuw op tafel wil leggen. Ik maak me alleen wel een beetje zorgen over de termijn. Maar ik wil ook de wethouder niet met een onmogelijke boodschap op pad sturen. Maar enige urgentie, gezien de afgelopen twee jaar, lijkt me wel op zijn plaats. Stel nou dat de horeca weer tot later open mag, dan zou die horeca toch best wel behoefte hebben aan niet vier verlaatjes, maar bijvoorbeeld die twaalf waar ik over begon. Zou de wethouder daar misschien toch nog naar kunnen kijken of dat op korte termijn kan? Desnoods met een soort pilotvorm of iets in die hoedanigheid. Ik weet dat ik veel van de wethouder vraag, want het staat dan niet in beleid. Dat snap ik ook. Maar misschien zou hij het in een inloopperiode kunnen doen. Het laatste punt is, het verbindingsstuk tussen bijvoorbeeld ook bereikbaarheid van het Leerpark met de binnenstad.
Hoe kunnen we die studenten beter verbinden met de binnenstad? Ik denk dat de wethouder heeft gezegd dat hij dat meeneemt in de uitwerkingen, maar dat zou ik nog even bevestigd willen zien. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, veel dank. Misschien toch even reagerend ook op de woordvoering van de wethouder over de joodse historie van de Grote Markt. Kijk, ik heb niet opgeroepen om dat soort tot centraal leidmotief van de Grote Markt te maken. Maar ik heb gevraagd, als je dat gebied beetpakt, zorg dan dat dat gewoon op een goede
36
manier terugkomt. Nodig wat mij betreft architecten, kunstenaars, ruimtelijke ordening daarbij uit, om dat op een goede manier vorm te geven. Niet te groot maken, maar zeker meenemen. Dat even nog ter verduidelijking. Voorzitter, dan tot slot, kijk, voor ons is echt essentieel reuring en levendigheid prima, maar echt hand in hand met leefbaarheid. Zoals ik de Dordtse VVD nu hoor en ook weet van welke club onze wethouder is, u begrijpt, dan word ik een beetje heen en weer geslingerd tussen de subtiliteiten van de wethouder en de woordvoering van de Dordtse VVD. Ik geef maar even duidelijk aan, wij willen dit steunen, maar absoluut in balans. Dat is voor ons een cruciale voorwaarde. De voorzitter: Helder. Dan ga ik naar de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog een keer toch ook terugkomen op de participatie. Dat ook naar aanleiding van de vragen van de heer ’t Lam over het Binnenstadsbedrijf en die coöperatie. Ik heb daar nog eens goed naar gekeken. De eigenaren, participanten van het Binnenstadsbedrijf zijn de POBD, de vastgoedeigenaren en de gemeente. Daar komen bewoners niet in voor. Daar komt de cultuur niet in voor.
Ik snap de vraag van de heer ’t Lam wel van, hoe gaan we dat dan regelen en hoe gaan we dat borgen, hoe houden we hun positie stevig, maar ook onze positie als raad, als volksvertegenwoordiger, ook van die mensen stevig? Vooral omdat ik verderop in de notitie ook lees, het bestuur van de POBD, dat zijn gemeente, horeca en vastgoedeigenaren, bepaalt de strategische keuzes. Voor de nadere uitwerking wordt gewerkt met drie werkgroepen. Daar zitten al deze mensen niet in. Dat vergt voor ons echt nog wel een nadere toelichting en uitwerking, die nu niet hoeft, maar wel voor we tot zo’n coöperatie overgaan. Voorzitter, nog een andere vraag. Het volgende agendapunt is toch een corrigendum. Dat las ik in de agenda. Dat is agendapunt 6 van straks waarbij de wethouder voorstelt, deze visie, dit Toekomstbeeld, hier niet mee in te stemmen, maar het vast te stellen. Misschien kan hij nog even een duiding geven waarom hij precies dat verschil wil maken, want misschien lost dat ook wel de vragen op die wij nog hebben rondom participatie. Want die vraag hebben we natuurlijk ook ooit gehad bij Spoorzone en Maasterras, dat we niet hebben ingestemd, maar hebben vastgesteld en vervolgens daar komt nog een heel traject achteraan waar van alles gaat gebeuren qua participatie. Graag nog een paar woorden daarover. De voorzitter: Helder. Dan ga ik naar de heer Wisker. De heer Wisker: Voorzitter, dank.
Voorzitter, ik heb geen behoefte aan een tweede termijn. Wat ik wel graag zou willen horen van de wethouder, is hoe hij kijkt naar dat verhaal wat ik heb opgehangen over het Statenplein en de markt. De voorzitter: Helder. De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang.
37
De heer Kleinpaste: Ik had wat moeite met mijn microfoon. Sorry. Daar ben ik. Ik vond het schot voor de boeg over de kosten van de Wolwevershaven-variant die ik naar voren bracht wat … Laten we dat nog eens rustig op een bierviltje narekenen. Dat vond ik toch wat jammer. Maar goed, we zullen zien wat we daar dan precies mee moeten gaan doen. Verder sluit ik me toch aan bij de sprekers die al over de participatie zijn begonnen. Het blijft zaak dat heel goed te regelen. Ik ben niet tegen de coöperatiegedachte die ook is geopperd, maar laten we het wel eerst zorgvuldig bestuderen of dat inderdaad een versnelling teweeg kan brengen in alle ambities die hier liggen. Want alleen als het goed geborgd is, zou je ermee moeten instemmen. Laat ik het daar maar bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat de wethouder nu al een groot verlanglijstje heeft meegekregen wat hij kan uitzoeken, of wat hij misschien zelfs al gewoon kan gaan realiseren. Alles wat meegegeven is door onze fracties en door de woordvoerders, die vorige week aan bod zijn geweest. Er lijken aardig wat tegenstellingen te zijn. Rust, reuring, historie en nieuw. Verbinding met de wijken is nog niet goed aan de orde geweest. De mindervaliden willen we toch echt goed een plaatsje geven. Ik onderstreep het stuk over de participatie.
Dat lijkt ook weer een tegenstelling te zijn tot de coöperatie. Ik ga me daar nog eens even goed in verdiepen, zodat we als het in de raad komt daar iets zinnigs over kunnen zeggen. Mijn vraag aan de wethouder is, te kijken of er misschien een mogelijkheid is om allerlei varianten die nu genoemd worden met een soort van filmpjes te duiden. Je kan van die prachtige filmpjes maken van bijvoorbeeld, ik noem maar even het Otto Dickeplein zoals het er nu uitziet en hoe ziet het eruit als er groen bovenop is? Je kan zelfs een filmpje maken met een ondergrondse garage. Wie weet is dat te doen. Dit was mijn tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: Ik dank u wel. Dan ga ik door naar de heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik zal het kort houden. Ook wij vinden de balans tussen levendigheid en leefbaarheid belangrijk en participatie voor de inwoners. We hadden eigenlijk dezelfde vraag als het CDA. Wat is het verschil tussen vast te stellen en in te stemmen? Is daar een juridisch verschil tussen? Dank u. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, heel kort. Even, de wethouder zei het al, over die winkelopeningstijden komen we apart nog een keer terug. Ook over de nachtwinkel. Daar doen wij dan goed aan mee, aan die discussie.
Maar wij vragen toch ook extra in deze nota extra aandacht voor de positie van de ondernemers die nu toch hun extra inkomsten moeten zien te verwerven op korte termijn. Hoe dat goed geregeld kan worden, ook in deze nota. Niet alleen voor de korte termijn, maar ook voor de langere termijn. De coöperatie, daar sluit ik me aan bij de anderen die er opmerkingen over hebben gemaakt, goed in beeld te brengen wat de gevolgen zijn en of de cultuursector daarin opgenomen kan worden. Naar aanleiding van de opmerkingen van de VSP over
38
de markt, wij zouden ook willen kijken van, kun je markt zelfs niet verruimen door bijvoorbeeld een extra dag of ook ’s avonds? Of dat meegenomen kan worden ook in deze nota, die mogelijkheden. Dat was het. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer ’t Lam. De heer ’t Lam: Voorzitter, ik hoorde de wethouder vertellen over participatie, dat hij dat wil doen in de vorm van een atelier bij de uitwerkingsvoorstellen. Bij een atelier denk ik toch altijd aan meer selectie van mensen die wel of niet kunnen deelnemen. We hebben niet voor niets een participatie- en inspraakverordening die heel helder regelt dat bij nieuw beleid die verordening van toepassing is. Ik zou toch echt willen vragen de verordening toe te passen. We worden gevraagd nu straks ook het uitwerkingsvoorstel voor de negentien gebieden van te stellen. Daar heeft in ieder geval geen participatie plaatsgevonden, ook niet in de vorm van een atelier. Dat zal toch echt eerst vastgesteld moeten worden voor ons, de SP althans, voor je iets kan vaststellen. Mijn vraag over wat het autoluwe gebied wordt, heb ik niet beantwoord gehoord, tenzij ik even niet opgelet heb.
Dan klopt het, dat kan de wethouder straks dan nog wel even bevestigen of ontkennen, dat het college met dit voorstel het niet ziet dat we als we woningbouw plegen in de binnenstad, dat dat woningen voor jongeren zijn? Over de coöperatie is al het nodige gezegd en voel ik ook hier en daar wat steun van fracties, dat ze daar ook meer over willen horen, meer willen weten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar de heer Polat. De heer Polat: Dank, voorzitter. Ik zal het ook heel erg kort houden. Ik heb al vragen gesteld over de participatie. Op basis van de antwoorden van de wethouder denk ik dat de participatie beter moet gebeuren. De SP heeft daar een voorstel voor gedaan. We staan als D66 achter dat voorstel. Wat betreft de openingstijden, dat heeft de wethouder gezegd dat het op dit moment een open einde is. Daar wordt nog wat onderzocht, voordat het vorm gaat krijgen. Dat zouden het heel erg waarderen wanneer de jongeren ruimte krijgen om langer in de stad te kunnen blijven. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Polat. Dan ga ik naar mijnheer De Boer, die zich zojuist ook gemeld heeft. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Ik ben niet aan het woord geweest in de eerste termijn. Ik was even aan het schakelen met het andere domein Sociaal.
De voorzitter: U weet dat we in de tweede termijn zitten nu? De heer De Boer: Ja, daarom heb ik die vraag ook gesteld. De voorzitter: Maar niet dat u een hele eerste termijn gaat doen. De heer De Boer: Ik ga geen eerste termijn doen, want ik heb genoeg gehoord. Inderdaad een mooie visie. Natuurlijk wel aandacht inderdaad voor participatie. Maar mijn vraag is even, het kan zijn dat ik dat net even gemist heb, er staat in de raadsbrief
39
dat wij circa binnen drie maanden, na drie maanden een uitgewerkt programma krijgen. Waarschijnlijk is het al genoemd dat dat net ongeveer rondom de verkiezingen valt. Ik weet niet of dat inmiddels al is opgeschoven naar de volgende periode, of dat dat naar eerder is gehaald? Ik was even benieuwd wat daar … Of is daar al een vraag over gesteld? De voorzitter: Nee, u bent de eerste. De heer De Boer: Dan misschien toch een goede vraag. De voorzitter: Hele goede vraag. Dan ga ik gauw door naar de wethouder. Gaat uw gang. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Het was voor mij het leren van een nieuw woord, corrigendum. Ik vind hem wel erg chique. Dat is gewoon puur technisch ingegeven. Ik kreeg terug van de griffie dat het instemmen en vaststellen, dat daar toch een juridisch onderscheid in zit. Hetzelfde wordt ermee beoogd, maar vaststellen is de term daarvoor. Verder verandert er niks aan hetgeen we aan u voorleggen, maar dan is de correcte term om het vast te stellen is dan vaststellen en niet instemmen. Dat is de achter … Ik hoop dat het daarmee voldoende is verduidelijkt. Ik denk het wel. Dan voor wat betreft de participatie. Kijk, als het gaat om die gebieden, daar zijn verschillende sessie op geweest waar echt alle partijen ook bewoners, ook raadsleden een keer in sessies al bij elkaar zijn geweest op het stadskantoor.