2.5 2022-01-25 Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE BESTUUR EN MIDDELEN DORDRECHT D.D. 25 januari 2022 Vergaderkamer online Voorzitter: Dhr. Merx / Mevr. Kruger Commissiegriffier: dhr. Bakker Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. De Boer (Fractie Nijhof) Dhr. Bosuguy (D66) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. De Lijster (GroenLinks) Dhr. Merx (VVD) Dhr. Peters (VVD) Dhr. Polat (D66) Dhr. Veldman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Wisker (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Dhr. Kranendonk Portefeuillehouders: de heer Burggraaf, de heer Stam 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond allemaal, welkom bij de commissie Bestuur en Middelen van 25 januari 2022. De dag waarop bekend werd gemaakt dat we langzamerhand weer wat meer vrijheid terug gaan krijgen en naar een restaurant kunnen en eventueel naar een kroeg, maar tot tien uur ’s avonds en de quarantainemaatregelen wat worden versoepeld. Welkom allemaal. Welkom iedereen die ook hierin meekijkt vanuit allerlei belangen en organisaties. Zijn er van uw kant mededelingen. Dan kunt u daar even over nadenken. Als u erover nadenkt, ga ik ondertussen even opnoemen wie er aanwezig is. Dan begin ik met de heer Polat. De heer Bakker, die zit tegenover mij. De heer Burggraaf.
De heer Kleinpaste. De heer Peters. Mevrouw Van den Bergh. De heer Veldman. De heer ’t Lam. De heer De Lijster. De heer Wisker. De heer Wringer. Mevrouw Kruger. De heer Kranendonk. De heer Bosuguy. De heer De Boer. Mijnheer Den Heijer. De heer Van der Kruijff. Welkom allemaal. U had misschien verwacht hier nu mevrouw Kruger aan te treffen als voorzitter. Die wil echter het woord voeren over het onderwerp diamant – Toekomstbeeld Binnenstad Dordrecht. We hebben maar eventjes geruild. Althans in zoverre, ik heb gezegd, dan ga ik wel voorzitten. Na punt 4 draag ik
1
het stokje weer over aan mevrouw Kruger. Goed, dan ga ik eventjes in de chat kijken of er mededelingen zijn. Ik zie de heer Kleinpaste volgens mij. Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik doe toch maar even de mededeling, na agendapunt 4 verdwijn ik uit deze vergadering en ga ik naar de commissie Fysiek. Mijn collega Irene Koene gaat dan van Fysiek naar Bestuur en Middelen. We maken die switch na agendapunt 4. De voorzitter: Dan hopen we dat dat synchroon loopt, dat er niks misgaat. De heer Kleinpaste: Dat is altijd spannend in de commissiestructuur, maar we gaan ons best doen. De voorzitter: Zeker. Dan tot en met punt 4 gaan we maar van uw aanwezigheid in ieder geval genieten. 2. Vaststellen besluitenlijst commissie Bestuur en Middelen van 18 januari 2022 De voorzitter: Dan kom ik bij punt 2, want ik zie verder geen mededelingen. Ik heb ze ook niet. Dat is het vaststellen van de besluitenlijst commissie Bestuur en Middelen van 18 januari jongstleden. Kan deze zo worden vastgesteld? Dat kan. Dan is hij bij deze vastgesteld. 3. Vragen aan het College De voorzitter: Wij hebben geen vragen ontvangen die u aan het college wilde stellen. Maar het kan zijn dat u op de trap naar boven of waar dan ook dacht van, ik heb toch nog een vraag aan het college. Dan is dit de gelegenheid. De heer Veldman: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Veldman.
De heer Veldman: Ik werd even wakker door uw opmerking. Toen dacht ik, ik had eigenlijk nog wel een vraag. Voorzitter, wij hebben, ik denk, anderhalf, twee maanden geleden in deze commissie best wel uitvoerig stilgestaan bij wat dan onder de verzamelnaam straatintimidatie wordt geschaard. Dat is allemaal hartstikke erg en goed dat daar een aanpak voor komt. Nou werd ik toch wel wat opgeschrikt vandaag in de krant, dat er winkels zijn waar leuzen op de straat zijn geklad, met name slagerijen. Dat de politie daar dan van zegt, dat is allemaal heel vervelend, maar daar kunnen we verder niks mee. Terwijl ik dan denk, voor mij valt dit ook onder straatintimidatie. Ik heb deze vraag niet van tevoren aangemeld, maar ik kan me zo voorstellen dat, ik weet niet precies wie van het college allemaal aanwezig zijn … Maar ik zou eigenlijk oproepen, ga daar nog eens vanuit dat perspectief het gesprek over aan of er echt niks mogelijk is. Want kijk, een kindertekening is stoepkrijt op de stoep. Dat is wel echt van een heel andere orde dan dit.
2
De voorzitter: Helder. Er is alleen de heer Burggraaf. Maar vorige week hebben we met elkaar vastgesteld dat dit onderwerp nog op de agenda komt, nadat het onderzoek wat gedaan wordt is afgerond. Daar ligt een plan van aanpak, om dan te kijken in hoeverre dat plan van aanpak aansluit op de resultaten van het onderzoek. Kunt u ermee leven dat we dit voorbeeld meenemen in die discussie? Uw geluid staat uit. De heer Veldman: Voorzitter, ik kreeg ook die melding. Dat vind ik prima, voorzitter. Alleen ik weet niet, ik was daar geloof ik niet helemaal bij. Maar is het punt wat ik nu aanroer ook in dat kader toen benoemd? De voorzitter: Nee, maar bij deze. Ik vraag aan de griffier of hij dit mee wil nemen om dat ook te behandelen bij de discussie. De heer Veldman: Dank u wel. De voorzitter: Alstublieft. Dan zie ik mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Ik wil even toch inhaken op wat de heer Veldman aangeeft. De heer Veldman: Hoeft niet hoor. Mevrouw Kruger: Dat doe ik … De voorzitter: We gaan geen discussie voeren. Mevrouw Kruger: Ik ga geen discussie voeren. Ik wil alleen wel bepleiten omdat er iets … Wat mij ook choqueerde, wat er op staat valt wel onder intimidatie, maar omdat het toevallig op straat staat, vind ik het niet in vergelijking met straatintimidatie. Dat we daar eventjes duidelijk … De voorzitter: Daar nemen we notie van, mevrouw Kruger.
Mevrouw Kruger: Goed zo. Dank u wel, mijnheer Merx. De voorzitter: Want we zeiden, we gaan geen discussie doen bij de vragen. Mevrouw Kruger: Ik geef alleen even aan dat daar een verschil in zit. Dank u wel. De voorzitter: U heeft daar een andere mening over. Ik dank u wel. Dan kijk ik nog een keer. Dan is er verder niemand die nog een vraag heeft aan het college. Stukken ter bespreking 4. Slijpen aan een diamant – Toekomstbeeld Binnenstad Dordrecht – Raadsvoorstel
3
De voorzitter: Dan gaan we door naar punt 4. Slijpen aan een diamant – Toekomstbeeld Binnenstad Dordrecht. Vorige week heeft u geluisterd naar reacties van ondernemers, inwoners en andere betrokkenen. U heeft ook de schriftelijke reacties ontvangen. Die zijn afgelopen maandag, in ieder geval wat er nog binnen is gekomen, extra ook in het systeem gezet. Heeft u allemaal kennis van kunnen nemen. Nou is het aan u om zich uit te spreken over deze binnenstadvisie. Ik zie dat de heer Den Heijer zich volgens mij al gemeld heeft. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Dank u, voorzitter. Ik wil me graag aansluiten bij waar u de vergadering mee opende, dat we natuurlijk ongelofelijk blij dat er weer mogelijk is in onze binnenstad ook vanaf morgen. Dat de horeca, cultuur en evenementen weer uit de pauzestand kunnen. Hoe moeilijk ook, zelfs tijdens de harde lockdown, die we allemaal nog voelen, hebben we onze binnenstad op de kaart weten te zetten. Naast het Venetië van het noorden, gaan we nu ook door het leven als het Antwerpen van Zuid-Holland. Dat is toch ook mooi. Het eerste wat mij wel te binnen schoot, helaas, was dat het natuurlijk afgelopen twee jaar veel te stil is geweest in onze stad. Voor velen een gemis, voor sommigen een prettige gewenning. Dat baart me zorgen. Want als de horeca straks weer gaat draaien, dan zullen helaas de klachten ook weer toenemen.
Dat maakt onze ondernemers en onze jongeren daarmee ook kwetsbaar. Laat ik van dit moment gebruikmaken om te zeggen, als je in de binnenstad gaat wonen, dan is dat een bewuste keuze. Een keuze voor gezelligheid, winkelend publiek, mensen op terrasjes en ja, ook voor jongeren die ’s nachts uitgaan. Wil je dat niet, dan hebben we geweldige, rustige, groene buitenwijken of prettige hofjes in het centrum waar je kunt wonen. Koop desnoods oordoppen. Je hebt als binnenstadbewoners nou eenmaal geen garantie op rust. Dat brengt me bij het eerste punt in reactie op dit plan. Meer nachtleven voor jongeren en meer ruimte voor ondernemers. Nu is de sluitingstijd doordeweeks twaalf uur. In het weekend uiterlijk twee uur. Vier keer per jaar is er een ontheffing mogelijk om tot later open te blijven. Hiervoor moet een hoop papierwerk worden ingevuld en kiezen ondernemers ervoor om die ontheffing gebundeld in te zetten bij de Back Rivers, je weet wel, dat is dat festival wat voor corona in Dordrecht actief was. Dan zijn de ontheffingen op. Daarom wil ik het aantal verlaatjes voor ondernemers in Dordrecht verhogen naar wat wettelijk mogelijk is, namelijk van vier naar twaalf verlaatjes. Ook wil ik het college vragen hoe zij kijkt naar de kraskaartensystematiek die in Rotterdam wordt gebruikt, om het papierwerk voor ondernemers te beperken.
Ons voorstel voor horecaconcentratiegebieden staat nu in dit plan. Dat is mooi. Is het college bij de uitwerking van dit plan bereid horecagebieden met geluidsgradaties in te richten? Iets soortgelijks wordt nu gedaan in Breda. Waardoor het Scheffersplein een echt feestplein kan worden en Het Magazijn bijvoorbeeld een mooie, leuke uitgaansplek, maar dan weer met andere geluidsgradaties. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer, u heeft een interruptie van de heer Kleinpaste. Mijnheer Kleinpaste, gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik zit met enige instemming te luisteren naar de bijdrage van de heer Den Heijer hoor. Ook op dat vlak kan hij op een aantal punten op mijn bijval rekenen. De clustering van die horeca gaat natuurlijk helpen om daar wat meer
4
mogelijk te maken. Maar zou je niet gewoon moeten pleiten om in een deel van die clusters ook echt de sluitingstijden maar open te laten? De heer Den Heijer: We gaan het echt heel erg met elkaar eens zijn, de heer Kleinpaste. Er is een voorstel wat ik anderhalf jaar geleden heb gedaan, om inderdaad, zoals in Nijmegen of in Groningen is dat volgens mij het geval, bepaalde gebieden sluitingstijden überhaupt los te laten. Ik laat me vertellen dat je … In Dordrecht kun je gewoon een permanente ontheffing aanvragen. Je zou ook later dan twee uur gewoon open kunnen zijn. Maar je ziet voor heel veel ondernemers dat op dit moment misschien nog niet rendabel is, maar dat verruiming van verlaatjes, wat we ook eerder hoorden bij de insprekers dat dat wel soelaas zou bieden. Dat dat ook heel makkelijk te regelen is voor die ondernemers. Dat lijkt mij al een hele mooie stap. Met u ben ik het eens. Ik heb het zelf ook eerder genoemd in de commissie. Dan op jongeren en studenten, want zonder hen gaat dat niet lukken. Die moeten gewoon meer connecten met deze binnenstad. We hebben straks een prachtige hogeschool in onze stad met duizenden studenten. Die moeten niet dagelijks met dat treintje weer naar huis rijden, maar ook genieten van deze stad.
Daarom wil ik dat we doelen stellen met partners, zoals de POBD, hoger onderwijs, om het nachtaanbod te vergroten en meer jongeren naar het centrum te trekken. Denk ook aan bereikbaarheid van het Leerpark. Daar is ook een toezegging geweest toen wij het krediet verleenden bij de Dordrecht Academy. Hoe staat het met die toezegging? Dat is mijn vraag. De intenties van dit plan spreken me aan. Echter krijgen ondernemers met een visie niet per se meer zekerheid. Daarom is het de hoogste tijd om het horecabeleid überhaupt te gaan herijken, zodat we dit kunnen vastleggen. Dit beleid zou er voor de zomer moeten liggen. Kan het college dit toezeggen? Tot slot, de tijdelijke terrassen moeten blijven staan, in ieder geval dit jaar en wat mij betreft permanent. Wat is daarvan nu de stand van zaken? Dat was eigenlijk mijn blokje. Ik zie mijnheer Van der Kruijff. Dat zal wel iets anders zijn. De voorzitter: Zeker, mijnheer Van der Kruijff. U zei tot slot. U bent klaar, dan kan … De heer Den Heijer: Met mijn blokje. De voorzitter: O, met het blokje. Hoeveel blokjes komen er nog? De heer Den Heijer: Ga ik naar mijn volgende blokje. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik voelde zo aan dat dit einde blokje horeca was in de gezellige binnenstad. Ik denk dat we allemaal zijn voor een gezellige binnenstad.
Maar ik hoorde u in het begin zeggen, de bewoners kopen maar oordopjes. Nou ben ik benieuwd als u het over zonering hebt, welke zonering u dan voor ogen hebt waar de bewoners maar oordopjes moeten kopen. De heer Den Heijer: Dat heb ik al eerder gezegd. Bijvoorbeeld het Scheffersplein, is natuurlijk een heel mooi gebied waar je zo’n zonering zou kunnen doen. Ik denk dat je ook in het verlengde van de Voorstraat zou kunnen denken. Je zou kunnen denken in de
5
gebieden die ook nu aangewezen zijn in dit plan als een horecaconcentratiegebied, daar vind ik die denkrichting hartstikke goed. Daarbij zeg ik natuurlijk ook van, we moeten ook denken aan die geluidsgradaties. Je zou aan niveau A, B, C, D, E, F kunnen denken. Dat je bijvoorbeeld A een A-locatie horeca, dat je daarvan het Scheffersplein maakt. Dat je daar inderdaad veel ruimer kijkt naar wat er mogelijk moet zijn, ook met geluid. Dat is echt wel wat ik vind. De heer Van der Kruijff: Mag ik dan nog een vraag, want u pleit ervoor ook goed overleg tussen een heleboel partijen. Maar daar hoorde ik u, ik neem aan dat dat bewust was, maar ook misschien wel een vergissing, de bewoners niet noemen. Vindt u dat de bewoners zelf ook nog iets te zeggen hebben over die zonering? De heer Den Heijer: Kijk, nu verbindt u eigenlijk twee dingen aan elkaar. Dat is een beetje flauw. De heer Van der Kruijff: Ik doe dat vaker. De heer Den Heijer: Dat is flauw dat u dat doet, maar dat is uw goed recht. Ik dacht dat ik het woord had, voorzitter. De voorzitter: Geen ruzie maken. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Ik zeg dat wij met partners moeten kijken, bijvoorbeeld POBD en hogescholen, om te kijken hoe we het voor jongeren op dat punt aantrekkelijker kunnen maken. Tegelijkertijd weet ik natuurlijk ook dat wij gewoon participatieproces moeten doen.
Steun ik ook dit plan waarin staat dat je bijvoorbeeld met bewoners gewoon moet kijken wat goed zou kunnen zijn in de uitwerking. Natuurlijk. Ik heb ook gezegd dat in de binnenstad gewoond moet kunnen worden. Je hebt ook mooie hofjes waar het gewoon rustig moet zijn. Ik pleit ook voor gebieden waar het rustig kan zijn. Maar als je in de buurt van zo’n gebied woont, dan weet je dat je daar … Dan is dat een bewuste keuze, naar mijn indruk. Dan vind ik ook dat we iets moeten doen voor onze jongeren en de ondernemers zou ik daar dan weer wat meer ruimte kunnen geven. De voorzitter: Ik hoor u zeggen, u betrekt de bewoners. Dat was de concrete vraag van de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Precies. De voorzitter: Dan ga ik naar mijnheer Veldman. Die heeft namelijk ook een vraag aan u. De heer Veldman: Voorzitter, dank. De heer Den Heijer en mij in persoon zijn het niet altijd op dit thema helemaal eens, maar we zullen eens kijken of we nog een eindje kunnen komen. Voorzitter, want ik snap het betoog. Ook herkenbaar. Maar ik mis inderdaad de bewoners en daarmee mis ik ook een belangrijke kernkwaliteit van onze stad, dat in ieder geval in delen van de binnenstad het gewoon rustig is. U waardeert dat negatief, terwijl ik juist ontzettend veel mensen hoor die dat als kernkwaliteit van de
6
stad zien. Dan moet u niet de andere kant op redeneren nu van, o, de hele stad moet stil. Dat hoort u mij niet zeggen. Maar ik zie het wel als een kernelement op diverse plekken in de stad. Daarom vind ik uw voorstel om te kijken van, wat betekent die horecaconcentratiegebieden wel interessant. Want als ik u goed begrijp, dat is dan de vraag, vindt u dan met mij dat op dat punt deze visie eigenlijk nog wat onduidelijk is, omdat alleen horecaconcentratiegebieden daar zijn aangewezen waar toevalligerwijs soms een clustertje van restaurants zit. Maar daarmee is het mijn optiek nog geen, per se, horecaconcentratiegebied. Ben u dat met mij eens? Hoe ziet u dat? De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Kijk, dat iets in de praktijk misschien heel erg horeca-achtig over begint te komen en dat dat groeit, maar dat dat in de techniek nog niet zo vastgelegd is, of dat je dat nog beter vast moet leggen, dat ben ik met u eens. Als je kijkt naar … Ik kijk ook niet per se naar een heel gebied en verklaar dat helemaal hetzelfde. Ik kijk wel gewoon naar wat voor doelgroepen zou je bijvoorbeeld kunnen laten wonen op bepaalde plekken? Als ergens veel horeca is, dan lijkt het mij logisch om daar mensen te laten wonen die dat leuk vinden, dat ook meer mogelijk te maken. Dat is ook iets wat we tijdens de inspreeksessies gevraagd hebben.
Wat zou je daar bijvoorbeeld ook aan kunnen doen? Ik vind met u, daarom heb ik ook om die herijking gevraagd, dat we dit gewoon beter moeten vastleggen. Dat je in bepaalde gebieden gewoon echt veel mogelijk moet maken. Maar ik ben het ook met u eens, de binnenstad heeft ook prachtige hofjes en daar moet je ook gewoon kunnen wonen. Dat ben ik met u eens. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Kruger. Mijnheer Veldman, u wilde nog een vraag erachteraan stellen? De heer Veldman: Ja, ik wilde even een vervolgvraag stellen, als u dat toelaat. Want kijk, de heer Den Heijer heeft het steeds over hofjes. Dan vind ik toch dat het een beetje karikaturaal wordt. Want in hofjes, dat is dan de stilteplekken. Eigenlijk zegt hij, alle andere mensen moeten verder niet zeuren. Dan vind ik toch echt dat u de inwoners van de binnenstad te weinig recht doet. Ook op andere plekken in de binnenstad wonen gewoon mensen die niet in een hofje wonen. Die hebben daar kapitale panden vaak, die ze gewoon keurig onderhouden. Waardoor onze binnenstad de kwaliteit heeft die hij kent. Ik vind wel dat u in uw pleidooi, dat is verder prima, maar die inspanning van die inwoners ook wel recht moet doen. Als zij klagen, dan kan het al dan niet terecht zijn. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer.
De heer Den Heijer: Kijk, het is natuurlijk een karikatuur als je zegt dat ik gezegd heb dat die mensen dan niet zouden moeten zeuren. Ik heb gezegd dat de binnenstad gewoon, wat mij betreft, te stil is op heel veel gebieden. Ik denk dat we een hele mooie eerste stap hebben met de horecaconcentratiegebieden. Ik denk dat we dat steviger moeten verankeren in nieuw horecabeleid. Dat de heer Veldman en ik over die stilte het niet eens zijn, dat is gewoon een politiek verschil van inzicht, denk ik. De voorzitter: Mevrouw Kruger.
7
Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Den Heijer, u noemt jongeren in de binnenstad. Dat ze naar de binnenstad komen en dat we ze ook in de binnenstad … Dat we jongeren in Dordrecht houden. Vorige week werd er inderdaad ook genoemd de mogelijkheid voor jongeren om in de binnenstad te wonen. Maar misschien heb ik het verkeerd gehoord. Werd er toch duidelijk gezegd van, het zal heel moeilijk worden voor jongeren die weinig geld hebben om in de binnenstad te gaan wonen. Hoe kijkt u daartegenaan? Vindt u dat dat wel mogelijk moet zijn? De heer Den Heijer: Ja, absoluut. Dat ben ik met u eens. Mevrouw Kruger: Maar hoe ziet u dat dan? Want het is inderdaad zo, de heer Veldman zei het al, er wonen heel veel mensen in kapitale panden die ze goed onderhouden. Er zijn weinig plekken in de binnenstad waar de wat meer goedkopere woningen zijn. Hoe gaan we dat doen? De heer Den Heijer: Ik zie het binnen mijn eigen kringen. Mijn zusje woont bijvoorbeeld in een soort studentenkamertje in de binnenstad, wat echt betrekkelijk betaalbaar is. Mevrouw Kruger: Betrekkelijk betaalbaar. De heer Den Heijer: Ik denk dat je … Kijk, wonen is gewoon duur tegenwoordig. Daar kunnen we heel moeilijk over doen, maar dit is betrekkelijk betaalbaar. Dat is net te doen. Maar ze woont er met heel veel plezier. Ze kan het zelf betalen met een bijbaan in de horeca.
Als u aan mij vraagt van, wat kunnen we daar meer in doen? Wonen boven winkels is bijvoorbeeld een voorstel wat we eerder hebben gedaan. Transformeren van panden. Misschien dan iets kleinere woonruimtes, maar wel geschikt voor jongeren. Daar moet je keuzes in maken. Inderdaad misschien bij die horecagebieden sturen op die doelgroep en misschien daar meer mogelijk voor maken. Ik denk dat u dat ook wel een interessante richting vindt. Wat mij betreft moeten we in die richting denken. Mevrouw Kruger: Zeker. Maar dan heeft dat ook uw aandacht, dat ook jongeren die net iets wat minder bij kas zitten ook de mogelijkheid hebben om juist ook in die binnenstad te wonen. Dank u. De voorzitter: Kijk. Gaat u verder mijnheer Den Heijer met uw laatste blokje, denk ik. De heer Den Heijer: Het is ons wat. Even kijken. De fijne, kleine winkeltjes, voorzitter. Omdat we de winkelstraat en aanlooproutes anders gaan benutten, dat leidt wellicht onbedoeld tot fricties. Want hoe zorgen we ervoor dat dit geen afbreuk doet aan kleine ambachtelijke zaakjes of pioniers die op een stille, prachtige plek concepten hebben ontwikkeld. Denk aan bijvoorbeeld het nieuwe elan van de Grotekersbuurt, zoals Nobel’s Brood. Dit komt in dat plan naar onze smaak nog onvoldoende naar voren.
Hoe kunnen we in onze visie dit verwerken hoe we hiermee omgaan en hoe we dit blijven stimuleren? Heeft het college überhaupt hier een visie op? Anders overweeg ik daarop een motie. Dan echt tot slot, voorzitter. Als politici zijn wij wel gewend om in de krant te staan of op straat kritiek te krijgen. Daarover is ook een artikel onlangs verschenen. Maar een ondernemer die vermeende overlast geeft, maar dat feitelijk niet doet, heeft te
8
maken met omzetverlies. Dat gebeurt helaas te vaak dat een ondernemer kopje onder gaat. Bij een klacht van een bewoner wordt er door de omgevingsdienst gemeten bij die ondernemer. Wanneer de meting positief is, wordt daar geen melding van gemaakt bij de ondernemer. Wanneer die negatief is wel. Iemand klaagt over de ondernemer, maar de ondernemer houdt zich aan de regels en wil een gesprek daarover met de bewoner. Wanneer de bewoner weigert dit gesprek aan te gaan, zou dit eigenlijk ook vastgelegd moeten worden. Ook de ondernemer heeft recht op correspondentie om later daarop terug te vallen als er forse boetes of zelfs sluiting dreigt. Ik vraag het college om met de omgevingsdienst in gesprek te treden en dit mogelijk te maken. Daarbij afspraken te maken om de geluidsmetingen zowel positief als negatief actief met de ondernemers te delen. Dit was mijn eerste termijn. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Heijer. Maar u bent nog niet klaar, want de heer Kleinpaste had vermoedelijk nog een vraag aan u. De heer Kleinpaste: Voorzitter, die vraag gaat eventjes terug in het betoog van de heer Den Heijer, daar waar hij Nobel als voorbeeld noemde. Mijn indruk in het hele Toekomstbeeld is dat dat soort dingen wel mogelijk blijft, ook in het Toekomstbeeld, om op die plekken leuke initiatieven te kunnen vormgeven en te kunnen uitrollen.
U kondigde tussen neus en lippen een motie aan waarvan ik dan eigenlijk iets meer wil horen van, wat behelst dan precies die motie? Want wellicht denken we er hetzelfde over, maar dan is het me nog niet helemaal helder. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Waar ik bang voor ben, is dat omdat je anders gaat kijken naar kernwinkelgebieden, met andere woorden, we verkleinen het, dan gaan we dat repareren door ook naar die aanlooproutes te kijken. Daar staan best interessante elementen over in dit stuk. Maar waar ik bang voor ben, kijk, dit stuk daar moeten we echt tien jaar mee door, is dat je daarmee onbedoeld ondernemers die juist buiten die gebaande paden, buiten die kerngebieden iets willen starten waar we eerst misschien nog niet van zagen van, dat zou op die plek wel wat kunnen zijn, dat die dan geconfronteerd worden met een hele complexe situatie om je daar te kunnen vestigen. Of dat daardoor het bestemmingsplan niet zou kunnen. Dat ze tegen beperkingen aanlopen, omdat juist de gemeente heel erg stuurt om dat allemaal geconcentreerd te krijgen. Dat zou frictie op kunnen leveren. Dat zou je kunnen voorkomen doordat nu goed, misschien zou het ook wel een amendement kunnen zijn, al in het een beginstuk van zijn visie te zetten. Want dan kun je het daarna goed in beleid gieten.
De voorzitter: Ik denk dat het een helder antwoord was voor de heer Kleinpaste, want ik zie hem niet meer terugkomen. Dan dank ik u voor uw inbreng. Dan ga ik door naar de volgende die zich gemeld heeft. Dat is de heer Veldman. De heer Kleinpaste: Het was volstrekt helder. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, heel veel dank. Ook veel dank voor de uitwerking en ook dank voor alle inwoners en organisaties die hun opvattingen met ons hebben gedeeld in
9
het voortraject. Dat is heel goed om daar kennis van te nemen. Voorzitter, een paar algemene, inleidende woorden. Dan, wat ik vooral positief vind en dan heb ik nog een aantal aandachtspunten waarmee ik afsluit. Voorzitter, die binnenstad is natuurlijk een ontzettend aantrekkelijk gebied. Ik noemde het net al even in het interruptiedebatje. Wat ons betreft is het zo’n aantrekkelijk gebied, omdat het historie en nieuw elan aan elkaar verbindt en omdat het reuring en rust aan elkaar verbindt. Wat ons betreft zijn dat ook in de toekomst kernelementen die echt behouden moeten blijven en versterkt. Wij zien daar heel veel van terug in deze visie. Maar het betoog van de heer Den Heijer doet bij ons ook wel de vraag rijzen hoe de wethouder dat ziet. Want we zien met name in deze visie toch ook elementen terug die misschien meer neigen naar extra reuring dan als handhaving of garantie van die goede balans. Misschien dat als inleiding, voorzitter. Dan een aantal dingen waarvan we zeggen, dat is echt wel goed. Ik noem bijvoorbeeld het gevelfonds. Vinden we echt een heel goed initiatief, omdat dat natuurlijk bijdraagt aan hoe je de stad beleeft en het tegengaan van verpaupering. Een ander punt, voetgangersgebied rondom het Achterom. Daar hebben wij eerder voor gepleit vanuit onze fractie toen dat werd heringericht.
Dat dat dan nu toch uiteindelijk in deze visie staat, is misschien wat laat, maar dat staat er dan toch maar. Heel goed, wat ons betreft. Ook bewoning bij en boven winkels vinden we goed, hoewel we nog wel graag ook de wethouder zouden zien reageren op de inbreng van de POBD de vorige keer, die daar toch wel een andere opvatting over heeft. Dat riep bij mij de vraag op, is het en/en, of kan het ook iets meer of/of zijn? Voorzitter, dan kom ik op een drietal aandachtspunten. Het eerste is de horecaconcentratiegebieden. We vinden het goed dat we gaan werken, meer gaan werken dan tot nu toe, met horecaconcentratiegebieden. Maar bij ons roept het wel de vraag op, wat kan er nu in welk horecaconcentratiegebied? Eigenlijk wel een beetje langs de lijn ook die de heer Den Heijer schetsten, hoewel ik iets minder enthousiast ben van al te veel herrie. Maar ik denk dat het voor iedereen in de binnenstad wel helpt als helder is, waar kan nu precies wat? Als ik dan de kaart zoals ik die nu bij de stukken zie, op mij laat inwerken, bekruipt mij toch het gevoel dat als er een aantal restaurantjes zijn, prima dat die er zijn, zou ik zeggen, maar dan hoeft dat voor mij nog niet per se een horecaconcentratiegebied te zijn waar ook luide muziek bijvoorbeeld bij hoort. Dan zou dat een horecaconcentratiegebied kunnen zijn waar je gewoon uit eten kan.
Die gelaagdheid in het type horeca en wat je daar dan ook vindt kunnen, daar mis ik wel echt die dingen. Ik denk ook dat dat de bewoners en de organisaties in de binnenstad meer houvast zou kunnen geven. Dat brengt mij op het tweede punt, voorzitter. Dat is leefbaarheid en rust. Ik heb daar ook een technische vraag over gesteld van, wat zijn de waarborgen die er zijn voor inwoners op het gebied van leefbaarheid en rust? Het antwoord is eigenlijk dat die er, behalve de algemene dingen, niet echt in dit stuk verder belegd zijn. Dat vind ik eigenlijk jammer, omdat als je aan de ene kant zegt, er moet meer reuring komen en daarmee komt ook het risico van overlast toch met zich mee, dan vind ik eigenlijk ook dat je naar de bewoners een handreiking moet doen, hoe hou je het dan met elkaar leefbaar en in de hand? Ik zou daar wel graag nog wat tekst over hebben, want anders overweeg ik daarover wel een motie. Voorzitter, tot slot. Dat is dat we het echt heel positief vinden dat in deze visie staat aangekondigd dat het gebied rond de Grote Markt echt van een update gaat worden voorzien. Dat hadden we natuurlijk rond de discussie vanuit de Eneco-gelden ook al een keer hier kort aan de orde. We zouden het heel goed vinden als bij de
10
uitwerking van die visie die voormalig joodse historie van dat gebied op de een of andere manier een plek krijgt in die uitwerking. Zodat als mensen daar komen in de toekomst zichtbaar wordt … Hoe? Dat mogen stedenbouwkundigen en architecten, kunstenaars, zich wat mij betreft op uitleven. Maar dat dat terugkomt. Ik denk dat dat waardevol is voor zo’n gebied, wat nu toch erg ontdaan is eigenlijk van historie, dat dat een plek terugkrijgt. Ook hierover overwegen wij een motie komende raadsbehandeling. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Ik dank u wel. U heeft geen interrupties. Het verhaal was glashelder. Dan geef ik het woord aan de heer Van der Kruijff. Dat was de volgende in het rijtje. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, laat ik maar met de eindconclusie beginnen. Dat het CDA positief is over deze visie. Ik zet ook wel even een streepje onder het woordje visie, want ook wij beseffen ons, dat beseffen de insprekers die we vorige week gehoord hebben zich ook, dat er natuurlijk nog wel op heel veel punten nadere uitwerking en overleg vergt. Maar goed, het begint met een visie. Die ligt vandaag voor. Wij vonden het ook prettig vorige week van de insprekers te horen dat zij allemaal begonnen met positief te zijn over deze visie. Vervolgens wel een aantal aandachtspunten hadden. Maar in de basis allemaal positief waren. Hetzelfde geldt voor het CDA.
Voorzitter, ik wil kort, het klinkt veel, maar ik ga het kort doen, een zestal punten langs lopen. Laat ik maar beginnen met het punt waar al veel over gesproken is, de horecaconcentratiegebieden. Het CDA is daar heel enthousiast over om dat te gaan doen. Want wij denken dat het een hoop duidelijkheid gaat scheppen wat waar wel en niet kan. Vervolgens zijn we het eens, hoewel de heer Den Heijer en de heer Veldman het allebei van een andere kant aanvlogen, maar wel tot dezelfde conclusie kwamen, dat het goed is om dat helder in te kaderen wat waar wel en niet mag. Wij beseffen ons ook dat er ook meerdere soorten horeca zijn. Of ergens een restaurantje is of een café dan wel nachthoreca dan wel, ik zeg het maar even ouderwets, een discotheek of een dancing, ik weet niet hoe je dat tegenwoordig noemt, dat heeft hele verschillende regimes nodig, denken wij. Wij denken ook dat het goed is dat onderscheid te gaan maken. Wij vinden het ook belangrijk, vandaar ook net mijn interruptie erop, dat bij die zonering de bewoners betrokken worden. Natuurlijk kun je op voorhand zeggen, die zullen allemaal gaan klagen en gaan zeuren en ze doen maar oordopjes in, maar dat is niet hoe het CDA erover denkt. Wij denken echt dat je de bewoners met respect zult moeten behandelen. Dan kan ik niet op voorhand beloven dat er geen enkele bewoner teleurgesteld zal raken.
Maar het begint wel met goed overleg, met respect, ook naar de bewoners. Voorzitter, natuurlijk, wij willen ook jongeren in de binnenstad. Daar lezen we nog niet heel veel hierover, waar het over wonen gaat. Wij weten, er zijn wel een paar jongerencomplexen vlak bij het Scheffersplein, naast De Beren restaurant, zal ik maar zeggen, aan de andere kant van het straatje. Maar er mogen er wel wat meer komen. Wonen boven winkels en misschien nog wel boven horeca, dat zou weleens een goede optie kunnen zijn voor jongeren. Dat als eerste punt, voorzitter. Het tweede punt gaat over de omvang van het kernwinkelgebied. Er is een motie aangenomen, kleiner maar fijner. Voorzitter, dat is geen doel op zich, maar dat was een middel voor een ander doel. Het doel was namelijk om leegstand en verloedering van de binnenstad te voorkomen. Als de POBD zegt, wij denken en we kunnen ook beargumenteren waarom
11
er geen leegstand zal ontstaan, dan hoeft het natuurlijk niet per se. Tegelijkertijd hebben wij als raad van vele andere experts en ook nog wel van voormalige wethouder Sleeking gehoord dat er toch echt vanuit de retail aangegeven wordt dat het aantal vierkante meters winkeloppervlak wat nodig is in de toekomst kleiner wordt vanwege allerlei omstandigheden. Dat wij in de visie zeggen, laten we daarop voorsorteren, laten we zorgen dat er geen leegstand ontstaat, maar waar mogelijk dan daartussen dan ook wonen mogelijk te maken of cultuur mogelijk te maken of andere maatschappelijke functies mogelijk te maken, daar is het CDA voor. Wij lezen in de visie wel dat daar nog overleg en verdere uitwerking op komt. Laten we dat vooral goed met elkaar beargumenteren. Voorzitter, het derde punt gaat over participatie. Wij hebben de indruk, maar wij horen daar graag van het college nog wel een reactie op, dat tot op heden de bewoners nog maar matig zijn ingebed in het participatieproces. We horen heel veel over vastgoedeigenaar-ondernemers, de andere ondernemers, winkels, horeca et cetera, maar dat moet wel ook goed ingebed worden, want dat heb je hard nodig als je gaat veranderen dat je ook de bewoners niet alleen meekrijgt, dat klinkt zo, maar dat ze ook recht gedaan wordt. Graag daar een belofte op, zal ik maar zeggen, vanuit het college.
Vorige week hadden we ook inspraak van de Bomenridders. Ik weet niet of het alleen de Bomenridders moeten zijn, maar ik denk ook vanuit die hoek, want hij sprak ons wel aan. Als je kijkt naar de binnenstad die nu zo versteend en waar ook hittestress in binnensteden echt een hot issue is, om ook in deze hele verandering, in deze visie te kijken hoe we dit binnenstad kunnen vergroenen en hoe we dat kunnen invullen. Een inzicht van een expert is altijd welkom. Voorzitter, het volgende punt gaat over het historisch havengebied. Is ook onderdeel van de binnenstad, maar wel van een heel ander karakter. Dat is rustig. Daar komen de toeristen op af. Onze oproep is, houdt dit toch echt authentiek. Zorg wel voor goede verbindingen, via goede wandelroutes, bewegwijzering. Dat onze toeristen ervan genieten. Misschien hier en daar wat rustige horeca voor de toeristen, maar geen drukke uitgaanstoestanden in dit gebied. We horen veel over de Grote Markt. Hoe essentieel ook. Ik sluit overigens aan bij het pleidooi van de heer Veldman, om bij de transformatie van dat gebied recht te doen aan de joodse historie en dat zichtbaar te maken. Maar wij denken dat ook op andere plekken, als je wandelroutes maakt en bewegwijzering realiseert, je moet kijken hoe je de binnenstad voor toeristen verbindt met dat mooie gebied daarbuiten, dat daar een natuurlijke loop ontstaat. Laatste punt, voorzitter.
Gaat over de autoluwe binnenstad, parkeren, bereikbaarheid. Dat vergt nog wel heel wat uitwerking. Er wordt gedacht over bewonersparkeergarages in de Visstraat. Er wordt gedacht over de Grote Markt, een parkeergarage. Is een goed begin van denken, maar wij beseffen ons dat er nog heel veel achter vandaan komt. Maar wij denken ook dat je goed moet gaan kijken naar het parkeren op straat. Als je een aantrekkelijke binnenstad wil, helpt heel veel blik op straat niet, voorzitter. De relatie met de transferia aan de Weeskinderendijk, maar wij denken ook nog wel aan het parkeerterrein dat achter de oude Doelesteyn stond, achter het Steegoversloot, dat je dat ook zou moeten betrekken van hoe je goede routes krijgt. Wij zijn ook heel benieuwd, daar sluit ik mee af, voorzitter, hoe bewoners zelf aankijken tegen het parkeren van hun auto’s. Willen ze dat graag in hun straat, of denken zij ook dat het er fijner van wordt en aantrekkelijker van wordt als ze dat elders zouden kunnen doen? Tot zover.
12
De voorzitter: Dank u wel. Maar de heer Kleinpaste heeft nog een vraag aan u, denk ik. De heer Kleinpaste: Ja, hij zit al enige tijd terug in het betoog van de heer Van der Kruijff, waar hij over de Grote Markt sprak. Ik kom straks ook nog wel even over de Grote Markt te spreken, denk ik. Waar hij dacht met bewegwijzering het wel beter te kunnen oplossen om die verbinding tussen de oude havens en de binnenstad te maken. Maar vindt de heer Van der Kruijff als zodanig de Grote Markt eigenlijk de meest logische verbindingsroute tussen binnenstad en het kernwinkelgebied, of zou er niet op een hele andere plek een betere, ook voor toeristen, logischer route kunnen ontstaan en zouden we ons daarop moeten focussen? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik denk als je echt kijkt naar de kern van het kernwinkelgebied, dan heb je het toch over de pleinen, Statenplein, Scheffersplein, waar ook de horeca zit. Dan is de route van de Grote Markt de meest logische route, denken wij, naar achteren als je wil gaan genieten van het historisch havengebied. Als je echt als toerist komt die een rondje Dordt gaat doen, dan zijn er natuurlijk ook andere toegangsroutes. Die hebben we aan de noordkant langs de Grote Kerk en het Blauwpoortsplein. Die hebben we halverwege, denk ik, bij de Augustijnenkerk het bruggetje over.
Die hebben we helemaal aan het eind van de Voorstraat-Noord ook nog bij het Groothoofd en de route daar. We kennen allemaal het rondje Dordt. Dat is de route. Maar we denken dat op al die plekken het goed is met bewegwijzering, zowel het rondje Dordt, de verbinding met het havengebied helder te maken. Maar ook als je daar aan het wandelen bent, dat je altijd weer weet hoe je terug kunt komen naar het gezellige gebied waar de terrasjes zijn, waar de winkels zijn, dat je je kunt oriënteren. Dat bedoelen we met bewegwijzering. De heer Kleinpaste: Dank u wel voor het antwoord. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Kruijff. Dit waren ze, denk ik, mijnheer Van der Kruijff. Dan ga ik door naar de heer Wisker. Dat was de volgende in het rijtje. Mijnheer Wisker, gaat uw gang. De heer Wisker: Voorzitter, dank u wel. Een mooie visie. Ambitieus. Maar dat zijn we gewend van dit college. We zijn er als VSP bijzonder positief over, laat ik daarmee beginnen. Breed uitgewerkt en wat ons betreft ook goed dat er zoveel instanties bij zijn geraadpleegd. Bij de visie van het verkleinen van het kernwinkelgebied zien wij toch wel wat haken en ogen. De ruilverkaveling die u hier voor ogen staat, zal minder gemakkelijk zijn dan wordt voorgespiegeld. Als ik daar een voorbeeld bij mag geven.
Een ondernemer die in de plint van het winkelgebied zit, zal maar een fractie van de huur betalen vergeleken met de huurprijs in het centrum. Ik neem niet aan dat de compensatie die u voor ogen staat inhoudt dat we tot in lengte van jaren het verschil gaan compenseren. Daar zien we nog wat problemen. Als er al wat geslepen dient te worden aan een de diamant Dordrecht, dan zal wat ons betreft prioriteit dienen te worden gegeven aan de Grote Markt. Ik zie de toeristen al uit de trein stappen op het station, de map Dordrecht ontvouwen en zeggen, laten we eens beginnen op de Grote Markt. Daar aangekomen treffen ze een trieste parkeerplaats met een geblindeerde Action winkel aan. Triest begin. Je krijgt nu eenmaal geen tweede kans voor een eerste
13
indruk. Marketingtechnisch een slechte zaak. Daar zal echt wat aan moeten gebeuren. Het tweede slijppunt, wat ons betreft, het Statenplein. Nog altijd wordt dit prachtige plein vijf dagen per week gegijzeld door twee dagen markt. Doordat er vrijdag en zaterdag markt op staat, is er vijf dagen niets te beleven op dit prachtige plein. Marketingtechnisch ook een trieste zaak. Horeca gaat daar niet zitten, want zij kunnen dan op vrijdag en zaterdag geen terras uitzetten. Dit Statenplein zou net als het Scheffersplein zeven dagen in de week een bruisend stadsstuk moeten zijn. Niet de rotte kies die het nu vijf dagen in de week is. Ook zijn wij van mening, met u, dat de havens zoveel als mogelijk betrokken moeten worden bij de bruisende binnenstad. De herinrichting van de Grote Markt, net zagen we er al even een discussietje over, zou hier invulling aan kunnen geven. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Wisker. Maar de heer Kleinpaste heeft zich weer gemeld. Mijnheer Kleinpaste, gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik luister met veel plezier naar de bijdragen van mijn collega’s. Daar waar het me niet helder is, wil ik ook graag duidelijker hebben hoe het zit. De voorzitter: U heeft groot gelijk. De heer Kleinpaste: Dat geldt ook voor de heer Wisker die een aantal behartenswaardige dingen zegt over het Statenplein.
Ik ben dat voor een deel ook met hem eens, want dat plein is vijf dagen in de week niet gezellig en niet goed genoeg. Ik zou het ook graag gezelliger zien daar. Maar heeft de heer Wisker dan ook gedachten of ideeën of opvattingen erbij hoe we dan de weekmarkt, die ook waardevol is en die twee dagen per week goed functioneert en veel bezoekers trekt, kan blijven bijdragen aan die bruisende binnenstad en wel de kwalitatief goede weekmarkt kan blijven die het nu is? De heer Wisker: De heer Wisker heeft het uiteraard niet voor het zeggen en de VSP ook niet. Maar wij zouden dan graag vanaf de Sarisgang via de Bagijnhof tot langs de patatzaak van Ladage tot aan de Mediamarkt doortrekken. Dan heb je een prachtige sliert. Het verkeer wat de binnenstad in moet komen, kan dan via het Achterom. Dat is een visie die wij zouden toejuichen. Niet dat het Statenplein continu wordt gegijzeld door de markt. Dat is maar een optie. Er zijn er waarschijnlijk meer. Mijnheer Kleinpaste … De heer Kleinpaste: Voorzitter, mag ik daar nog een vervolgvraag nu op stellen? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Een korte vraag, zonder hele inleiding. De heer Kleinpaste: Een korte vraag. Want we lezen ook over de rode loper van het station de stad in over de Stationsweg-Johan de Wittstraat. Die komt dan in de dagen dat er veel toeristen komen precies uit op de markt in plaats van waar die toerist wil zijn.
De voorzitter: Uw vraag is?
14
De heer Kleinpaste: Hoe ziet de heer Wisker de verhouding tussen die rode loper en de markt op de plek die hij voor ogen heeft? De heer Wisker: Ik heb in een eerder stadium ook over een andere rode loper horen praten bij de ontwikkeling van met name het Huis van Stad en Regio. Het liefst zou ik er dan komen via het Beverwijcksplein. Er is een alternatief. De voorzitter: Er zijn alternatieven. Dan mijnheer Wisker dank ik u wel voor uw inbreng. Dan gaan we door naar de heer Kleinpaste. U zag hem net al in beeld. Mijnheer Kleinpaste, gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. In grote lijnen, laat ik daar dan ook maar mee beginnen, is ook Gewoon Dordt positief over hetgeen er voorligt en over de visie die hierin wordt ontvouwd. Uiteraard hebben wij ook wel zeker aandachtspunten. Als het gaat om het verkleinen van het kernwinkelgebied, dan zijn wij daar een voorstander van. We zien best dat daar ook wat risico’s in schuilen, met name als het gaat om winkelhuur die wat meer in de periferie van het centrum wat goedkoper is dan echt in dat kernwinkelgebied. Daar zien we wel dat daar wat aan moet gebeuren. Maar het verkleuren van een aantal toegangswegen tot dat kernwinkelgebied lijkt ons een hele positieve zaak.
Recent las ik daar ook nog een artikel over met hele positieve ervaringen in Schiedam, waar juist het verkleuren, het mixen van functies in die aanlooproutes tot een hele nieuwe dynamiek lijdt, die heel goed is voor startende ondernemers, voor een ander type winkel dan wat je puur in het kernwinkelgebied zou willen hebben. Iets meer de couleur locale dus. Wij zien daar weldegelijk mogelijkheden om zowel die gemengde vorm toe te passen als toch de kansen voor de ondernemers daar goed overeind te houden. Dat zou ik toch wel heel graag geaccentueerd willen zien. Wij zouden wel heel graag een goede verbinding willen tussen dat waar de toerist voor komt, namelijk de historische binnenstad, en dat waar de toerist zich daarna ook nog kan gaan vermaken, het kernwinkelgebied en de horeca die geconcentreerd wordt, wat ook een goed idee is. We maken ons daar wel zorgen over, want voor ons gevoel is de Grote Markt niet bij uitstek de meest aangewezen plek om die verbinding op een zorgvuldige manier tot stand te brengen. Wij hebben spottend weleens gezegd, het snelste succes wat Dordrecht zou kunnen boeken, ook als het gaat om toeristen niet in verwarring te brengen, is de Grote Markt vooral geen Grote Markt meer noemen. Want die naam leidt tot verwarring. Want iedere toerist denkt inderdaad, Grote Markt, jottem, moeten we naartoe, daar is het leuk.
In Dordrecht is dat gewoon niet het geval. De logische routes zouden we dan echt … Kijk, dat komt vanzelf wel. De logische routes zouden we op een andere plek moeten leggen. Dan is te denken aan het echt eens goed inrichten van het Cees Buddinghplein. Dan is te denken aan de route via de Vleeshouwersstraat, die echt heel erg goed is, ook voor toeristen. Is een van de leukste straatjes voor de verbinding tussen winkelgebied en historisch centrum. Verder inderdaad, dat noemde de heer Van der Kruijff al, via Blauwpoortsplein, via de Palingstraat en het Groothoofd kom je ook uiteraard heel goed terecht op het historische gebied. De Grote Markt hoort er net niet bij voor ons gevoel. De voorzitter: Bij de Grote Markt drukte de heer Veldman de knop weer in. Nu we weer bij de Grote Markt zijn aangekomen, geef ik de heer Veldman het woord.
15
De heer Veldman: Voorzitter, dank. Ik ben het op zich voor een heel belangrijk deel eens met de heer Kleinpaste. Hij noemt een heleboel routes om ook in het havengebied te komen, die allemaal stuk voor stuk hun eigen schoonheid hebben. Maar ik denk dat de heer Kleinpaste het ook met mij eens moet zijn, die Grote Markt ligt er nou eenmaal. De inzet van het college vind ik wel te waarderen, om dat gebied aan te pakken. Of je het dan noemt dat dat dan de entree van het achterliggende havengebied moet zijn, of dat je gewoon dat gebied eens even bij de kladden pakt en een enorme kwaliteitssprong gaat laten maken, dat laatste zou mijn voorkeur hebben. Al die andere routes die u noemt, ik ga ook altijd via die andere routes naar het havengebied, om heel eerlijk te zijn. Maar als ik op de Grote Markt kom denk ik altijd wel, Nederlanders zijn toch wel heel slecht in het vormgeven van een plein. Ik zou zeggen, laat Dordrecht dan de handschoen oppakken om dat eens te verbeteren. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: In die zin, Nederlanders zijn niet zo heel erg goed in pleinen, daar krijgt u bijval van mij. Dat bij mij de tranen in de ogen springen als ik op de Grote Markt sta, mag ook duidelijk zijn. Het is een gebied wat wel zou moeten worden geüpgraded.
Maar wat je daar volgens mij zou moeten doen, is daar concentreren op woongenot en niet zozeer om het nog kunstmatig te blijven betrekken bij de verbinding tussen het winkelgebied en het historisch gebied wat Dordrecht kenmerkt. Ik zou daar dan toch hele andere keuzes in maken dan hier worden gemaakt. Een van de keuzes die we vanuit Gewoon Dordt zouden willen bepleiten, is ook om daar geen parkeergarage te gaan aanleggen. Wij zien veel meer, dat is deels ingegeven doordat we ook met een aantal mensen nog eens wat zijn gaan doorpraten, onder andere met wat vastgoedondernemers, waaronder Pieter van Loon. Wij zouden veel meer zien om de parkeergarage onder de Wolwevershaven te gaan aanleggen. Dat is heel goed mogelijk. We hebben vergelijkbare projecten in Nederland ook even onder de loep genomen. Meest kenmerkend is misschien de Marnixgracht in Amsterdam, waar die ook gewoon onder de gracht is aangelegd. Dan krijg je een grotere, ruimere parkeergarage voor alle omwonenden. Heeft het hele grote voordeel dat je in het historisch centrum heel veel parkeren op straat weghaalt, daar groen voor kunt terugbrengen. Dat nog meer kwaliteit toevoegt aan die historische binnenstad. Dat zou ons pleidooi zijn om nog meer lef en ambitie te tonen en heel goed te gaan uitzoeken of ze niet een veel betere is. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, dit maakt wat los.
Als eerste bij de heer Wisker en daarna bij de heer Den Heijer. Mijnheer Wisker. De heer Wisker: Mijnheer Kleinpaste, een mooi betoog. Ook ik kan ver met uw gedachtegang meegaan. Maar heeft u enig idee wat een parkeergarage onder een water aan kosten oplevert? De heer Kleinpaste: Het zal een slordige bom duiten kosten. Dat ben ik zondermeer … De heer Wisker: Ik zou zeggen, ga eens praten met de gemeente Alkmaar. Die zijn daar bijna failliet aan gegaan.
16
De heer Kleinpaste: In Amsterdam gaat het op een aantal terreinen heel erg goed. Ik zou het wel rustig uitgezocht willen hebben. Want het zou, volgens ons in ieder geval, een betere optie zijn dan de Grote Markt. Het biedt ook heel veel ruimte in het historische centrum om daar aan kwaliteitsverbetering te doen. Alle kademuren moeten zo’n beetje worden gerenoveerd de komende jaren. Je kunt ook twee vliegen in een klap slaan. Je kunt het in een keer goed doen. Dan een damwand erin aan twee kanten. Onder die Wolwevershaven meteen die garage aanleggen. Is duurder waarschijnlijk dan op de Grote Markt, maar goedkoop is niet altijd de beste optie. Goedkoop kan ook weleens duurkoop blijken te zijn. Het lijkt ons het onderzoeken waard om daar toch een net ander accent aan te brengen dan in de notitie staat. De heer Wisker: Dan denk ik dat u zich hier toch behoorlijk aan vertild. Maar de tijd zal het leren. De heer Kleinpaste: We zullen dat gaan zien. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Hier ben ik. De voorzitter: Kijk eens aan. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Ik vind het eigenlijk altijd een beetje flauw als iemand gewoon zijn idee in de arena gooit en gewoon eens even buiten die kaders kleurt en gewoon eens anders probeert te denken … Weet je, dat vind ik altijd heel positief.
Ik ga nu eigenlijk de rol innemen die u al het hele debat inneemt van, misschien begrijp ik dan gewoon een onderdeel van uw verhaal niet voldoende. Stel ik u die vraag. Ik waardeer dat prachtige centrum van Dordrecht. Als wij daar een parkeergarage onder gaan leggen, gewoon als fotoalbum ongeveer, het is heel mooi daar, dan vraag ik me één af, is dat strategisch dan wel een goede plek, omdat dat juist … Als we het over kernkwaliteiten, vind ik dat een kernkwaliteit, op die plek. Precies die Wolwevershaven. Twee, waar moeten volgens u dan die auto’s erin en eruit rijden? Want daar ben ik dan wel benieuwd naar, gewoon praktisch gezien. De heer Kleinpaste: Kijk, ik ben geen parkeergarageontwerper hoor. Hou me ten goede. Je gaat iets aan kwaliteit verliezen, want ergens moeten die auto’s er inderdaad in. Daar moet je voorzieningen voor treffen. Dat is duidelijk. Dat zou aan de kant van het vlak mogelijk wel kunnen, net voorbij, God hoe heet het café daar, heb je wel ruimte om dat eventueel te kunnen doen. Maar daar heb ik in die zin nog niet in de uitvoering over nagedacht. Maar daar verlies je iets aan kwaliteit, want je moet zorgen dat die auto’s onder dat water, op die parkeerlaag terechtkomen. Je wint aan kwaliteit, omdat je heel veel blik die nu op straat staat dan straks in die parkeergarage hebt staan. Waardoor de kaders veel vrijer worden.
Waardoor je daar groen kunt toevoegen. Waardoor je daar bankjes kunt toevoegen. Waardoor je daar verblijfsgebied kunt maken, waar heel veel toeristen en ook heel veel Dordtenaren volgens mij van gaan smullen. Het is een kwestie van heel erg goed ontwerpen. Er zijn in Nederland mensen die daar heel veel meer en
17
beter voor hebben doorgeleerd dan ik. Laat die dat ontwerp vooral doen. Maar ik zie daar wel mogelijkheden. De heer Den Heijer: Dat is een laatste vraag. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik snap dat u daar … Kijk, u roept op naar een onderzoek. Dat gaat ook heel veel capaciteit vergen. Tegelijkertijd benoemt u dan de ingang van die parkeergarage … Ik snap dat u dat nu even uit uw mouw moet schudden. Dat benoemt u ongeveer op een plek waar nu mensen selfies staan te maken en dat een van de mooiste plekken van de stad is zo ongeveer. Terwijl waar het college het beoogt te doen, dat is echt honderd meter verderop, of tweehonderd meter. Wat winnen we er dan met uw idee aan? De heer Kleinpaste: Dat is relatief gesproken honderd meter verderop als je echt aan die kant van de Kuipershaven, van de Wolwevershaven woont, het is als je verder weg woont niet echt honderd meter verderop, maar lastiger. Wij vinden gecentreerd de plek onder de Wolwevershaven ook eigenlijk een betere dan de Grote Markt. Maar daar valt over te redetwisten uiteraard. Ik denk dat je er heel veel mee kunt winnen als je ook daar op die manier aan werkt. Dat er met de Grote Markt iets anders moet gebeuren, dat mag ook volstrekt helder zijn. Wat ons betreft ontwikkel je dat veel meer richting wonen en een rustige omgeving waar ook prettig gewoond wordt, met wat wijkfuncties.
Er werd ook al geschetst in het plan dat dat veel meer wijkgericht dan stadsgericht zich zou moeten ontwikkelen. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, volgens mij heeft u zeer uitgebreid antwoord gegeven op de vragen. Dat werkt u geweldig uit, maar dat is niet nodig, want u heeft al antwoord gegeven op de vraag. De heer Kleinpaste: Het is het antwoord op de vraag. De voorzitter: Dat begrijp ik, maar we willen ook op tijd klaar zijn. U was klaar met uw woordvoering? De heer Kleinpaste: Daarmee heb ik de meeste accenten inderdaad wel gelegd. In grote lijnen bijval voor het plan en op accenten is het echt nog te verbeteren met nog iets meer lef, nog iets meer ambitie. Daar komen we ongetwijfeld over te spreken. Nog een nabrander wellicht. Bijval voor wat de heer Van der Kruijff ook over participatie noemt. Ook wij vanuit Gewoon Dordt vinden dat bijzonder belangrijk. Moet goed worden ingericht. Moet goed worden vormgegeven. Het viel inderdaad op dat bewoners op dit moment nog wat in die participatie erachteraan huppelen. Dat kunnen we verbeteren. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan ga ik door naar mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Ik heb met belangstelling ook naar mijn collega’s geluisterd. Voordat ik mijn eigen woordvoering verder ga uitwerken, wil ik
18
meteen even inhaken op het parkeren, want prachtig plan van de heer Kleinpaste om de Wolwevershaven te onder … Ik wilde bijna zeggen ondermijnen, maar dat is natuurlijk helemaal een verkeerd woord. Maar te onder kabelen om daar een parkeergarage te zetten. Ik denk dat je dan op verkeerde plekken nog de stad binnen moet komen, of de hele stad nog moet doorkruisen om daar te geraken. Wat dachten we allemaal van een parkeergarage onder het Otto Dickeplein? Ik weet niet of het mogelijk is, want ik heb inmiddels in al die jaren begrepen dat we niet alleen een stad boven de grond hebben, maar ook een hele stad onder de grond. We kunnen wel heel veel willen, maar soms is dat bijna onmogelijk vanwege kabels en weet ik veel wat er allemaal onder die grond ligt. Maar het Otto Dickeplein zou in onze ogen niet eens zo’n gek idee zijn. Dan kom je vanuit de Riedijk en de andere kant kom je de stad in, onder het Otto Dickeplein. Dan boven op het Otto Dickeplein, het is al een keer gezegd in de social media, een grote boom in het midden waar we met zijn allen rond omheen kunnen zitten. Langs de kanten nog bomen en struiken, zodat dat plein ook groen is. Dan heeft meteen die parkeergarage een groen dak. Dat even over het parkeren. Want we willen natuurlijk ook … GroenLinks wil dat de binnenstad autoluw wordt. Dat is gelukkig door vele insprekers ook al aangegeven.
Ik zie twee mijnheren al reageren op het Otto Dickeplein. De voorzitter: Ik heb zitten klokken, maar hij was binnen de klok. De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik vind het Otto Dickeplein wel een aardige gedachte, maar dat lost niet het probleem op voor bewonersparkeren rondom Kuipershaven, Wolwevershaven, Grote Markt. Mevrouw Kruger: Dat klopt. De heer Kleinpaste: Dan blijf je nog zitten dat daar wel iets moet gebeuren. Voor het overige, Otto Dickeplein is, ik zou bijna zeggen net zo triest als de Grote Markt. Dat ze daar wat aan moeten gaan doen, dat ben ik onmiddellijk met u eens. Mevrouw Kruger: Super. De voorzitter: Dank. Mijnheer ’t Lam. Dat was een hele korte. Mevrouw Kruger: Hij kijkt zeer ernstig, maar … De voorzitter: Daar is hij weer. De heer ’t Lam: Ik kwam even niet in beeld. Maar: goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. De heer ’t Lam: Ik begrijp dat mevrouw Kruger dan het Otto Dickeplein wil gaan gebruiken voor bezoekersparkeren. Maar daar hebben we toch de parkeergarage bij het Energiehuis voor? Waarom zouden we voor bezoekers zo dicht bij elkaar twee parkeergarages gaan maken? Het lijkt me een beetje een kostbare ingreep. Dan kunnen we het geld beter voor andere doeleinden gebruiken.
19
Mevrouw Kruger: Ik denk dat de parkeergarage bij het Energiehuis één ding is, maar volstrekt onvoldoende, zeker als de parkeergarages uit de binnenstad weggaan. Dan kan je met de parkeergarage op het Otto Dickeplein daar een vervanging voor vinden. Bovendien zou deze ook gebruikt kunnen worden uiteraard voor inwoners van de stad. Want als je kijkt rond het Otto Dickeplein, langs alle havens en alle straatjes, wat een blik daar staat. Dan is dat heel goed mogelijk dat men dan in die parkeergarage de auto neerzet. Het is niet voor de deur, maar daar hebben we het in heel de stad, ook in alle buitenwijken, al over, hoe ga je auto’s op zo’n danige manier wegzetten zodat bewoners daar ook niet al te veel hinder van ondervinden. Maar goed, ik ga verder met mijn betoog. Genoeg over het parkeren. Ik zou beginnen, maar ik ben nu meteen even ingehaakt op dat parkeren. Ook weer, zoals ik vorige keer al bij het … Toen we begonnen met dit agendapunt te agenderen, complimenten aan de opstellers van de documenten, want er is veel geluisterd en opgehaald. Dank ook aan alle insprekers van vorige week, die laten zien dat het thema leeft. Dat veel mensen zich druk maken over hoe de binnenstad vorm moet gaan krijgen. Die diamant moet geslepen worden, maar we moeten er zeker ook heel voorzichtig mee omgaan. Want als je er keihard op gaat knallen, breekt hij in alle stukken uiteen.
Dan hebben we misschien leuke, kleine glinsterplekjes, maar het is nog steeds geen een geheel. Mijn ervaring is toch wel dat we vaak op kleine stukjes gaan werken en niet dingen aan elkaar verbinden. Dit stuk geeft alles om dat wel te gaan doen. Wij hebben geluisterd naar de reacties van vorige week en ook nog eens wat extra toegestuurde zienswijzen gelezen. Daar wil ik er graag een aantal uitlichten waar wij ook al kritisch op waren. Allereerst, de heer Van der Kruijff heeft het genoemd. De Bomenridders hebben een hele goede inspreektijd gehad. Die in het kader van de klimaatverandering en het ontstenen en vergroenen duidelijk hebben benoemd. Zij gaven aan, dat hadden wij ook opgemerkt, dat er weinig suggesties in het hele plan staan. Zij pleiten dan ook voor het opstellen van een algeheel groenplan in dit totale traject. Ze willen graag meedoen. Wij verwachten dan ook dat zij een uitnodiging krijgen in de participatie. Het wonen in de binnenstad. Het werd net ook al genoemd, meer jongerencomplexen. Ik ging daar ook al iets op in bij mijn interruptie bij de heer Den Heijer. Je ziet, ik merk dat ook bij mijn collega’s, dat er toch wel wat verschillen van mening zijn. Projectontwikkelaars die zeggen ook, wonen en reuring, dat kan prima bij elkaar. Als je dan de inwoners, de insprekers hoort, die vrezen dat juist.
Ze zeggen van, wonen in de binnenstad, zeker in de plinten waar winkels zijn, ’s avonds zijn die winkels dicht. Dan wordt het er wat donker, wordt het er wat onguur en voelen we ons onveilig. We hebben ook een stuk meegestuurd nog gekregen die laten zien, als je in de binnenstad gaat wonen waar nu winkels zitten, dat er fietsen voor de deur komen te staan, dat er gordijnen voor de ramen komen. Ik denk dat dit hele stuk over wonen in de binnenstad nog echt wel water door de rivier moet om te kijken wie, wat, waar en hoe we dat gaan vormgeven. Want ook dat kwam vorige week aan de orde, hoe kunnen je sturen op verdraagzaam wonen? Hoe kun je dit bijvoorbeeld in contracten meegeven voor mensen die huizen gaan kopen of gaan huren? De participatie. Alle partijen hebben dat volgens mij ook al aangegeven. Bewoners hebben gezegd in hun inspreektijd dat zij eigenlijk zich niet echt goed gehoord voelen, zeker niet aan het begin van het project. Wij hebben ook dat in onze vragen gesteld. We hebben een matrix meegestuurd gekregen, waarbij je ziet in periodes wanneer iemand kan inspreken. Waarom niet bijna alle … Of bijna? Waarom niet alle belanghebbenden meteen aan het begin van het