CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 2026.07.07 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 6 oktober 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de gemeenteraad van 14 juli 2026 en de Dordtse Dinsdag van 30 juni, 7 juli en 8 september 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 522.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dat is ook een tijd geweest, in de kredietcrisis bijvoorbeeld, waarin er flinke verliezen waren en vervolgens de reserves eigenlijk te weinig bleken in zo’n grondbedrijf. Toen moet je opeens in je algemene middelen bijstorten en van daaruit weer op allemaal andere zaken dan je ontwikkeling van gronden of bouwen moest gaan bezuinigen om dat te kunnen doen. We hebben ook een tijd gehad waarin allerlei plannen die er al waren enorm zijn afgeboekt. Er is ook een tijd geweest dat er daardoor rigoureus is gesneden in de stad om te zorgen dat die reserves weer in evenwicht waren. Vanuit grondbedrijfperspectief zou ik vanuit college mee willen geven dat als je kiest voor een stad in ontwikkeling en je wilt dat langjarig doen, dan moet je vooral kiezen voor stabiliteit. Wij hebben toen ook gezien in zo’n tijd van crisis, waarbij je in één keer allerlei 41 plannen stillegt, weer plannen wijzigt, dan duurt het weer heel lang voordat je dat weer op de rit krijgt. Gebiedsontwikkelingen hebben eigenlijk een gemiddelde looptijd van 15 jaar. Je wil vooral zorgen dat je over zo'n lange looptijd stabiliteit kan bieden, want je weet altijd: in zo'n lange ontwikkeling gaan er een keer vette jaren en magere jaren zijn. Wil je uiteindelijk die ontwikkeling over die lange periode robuust kunnen realiseren, dan moet je zorgen dat je dat soort schommelingen kunt opvangen.

U heeft hier de keuze voor een systeem om die reserves wel bij elkaar te zetten. Als je helemaal robuust dat soort effecten zou niet zou willen, dan zou je eigenlijk moeten kiezen om die twee reserves apart van elkaar te organiseren. Een ander punt is: hoe doe je dat in het grondbedrijf? Zorg dat je aan de voorkant, als een ontwikkeling start, heel goed alle risico's in beeld hebt en een goede prognose maakt: rekent zich dat rond? Of heb je op het moment dat je de grondexploitatie opent daar een tekort op? Dat is de werkwijze nu in het grondbedrijf met de reserve die er is. Je hebt niet een dusdanige reserve dat je kunt zeggen: we stoppen er aan de voorkant een verlieslatende ontwikkeling in. Nee, om die stabiliteit te bieden, kijken we naar: als je ergens een grondexploitatie start, dan moet je aan de voorkant zorgen dat je daar ook de middelen op organiseert. Dat was bijvoorbeeld het Maasterras waar een flinke, onrendabele top op zat. Dat is daar gedaan door onder andere subsidies van het Rijk en door de inzet die u heeft gedaan vanuit de reserves op de stadsasontwikkeling. Hoe zorgen we dan voor stabiliteit? We zorgen dat dat aan de voorkant goed gebeurt en dat we vervolgens kritisch monitoren hoe het gaat met de voortgang. Om even in te zoomen op de grondexploitatie van Leerpark, die Beter voor Dordt aanhaalde met het tekort wat waarmee het is afgesloten.

Van die ruim 18 miljoen heeft u een raadsvoorstel voor gehad in november 2025, om die grondexploitatie te sluiten. Daarin is toegelicht dat 9,1 miljoen van dat nadeel bestond uit financieringslasten, rente. Dat kwam als gevolg van vertraging door de kredietcrisis. Een van de aspecten waar je echt op moet sturen is de voortgang van je van je ontwikkeling. Als dat langer duurt dan je verwacht had, dan leidt dat ook tot hogere financieringslasten, tot hogere kosten aan de andere kant. Dat is een aspect waarop je kan sturen om dat in de hand te houden. Nogmaals, verder is het handig om wat reserves te hebben. Op die manier kun je in ieder geval over de tijd die schommelingen opvangen en stabiliteit creëren. Dan een hele discussie vanuit Partij van de Arbeid-GroenLinks en een aantal andere partijen over wel of niet binnenstedelijk bouwen. Dat is voor het grondbedrijf in die zin niet zo relevant als je zorgt dat je vanuit het uitgangspunt aan de voorkant zorgt dat iets niet verlieslatend je grondbedrijf inkomt. In het algemeen zijn er gewoon hele verschillende studies en inzichten. Kijk, het voordeel van binnenstedelijk verdichten is dat je kwaliteit in de stad toevoegt. Je kunt vaak gebruikmaken van voorzieningen die er al zijn. Je hebt dichter bij de voorzieningen ook weer nieuwe inwoners zitten.

Aan de randen van de stad moet je vaak weer investeren in allerlei infravoorzieningen. Dat past ook niet altijd in het beleid dat wij hebben als het gaat om de mobiliteit, waarin je juist dicht bij je voorzieningen wilt zitten. Dit zijn eigenlijk geen discussies die het grondbedrijf raken. Dit zijn discussies die we moeten voeren als het gaat om de keuzes die we maken rondom stadsontwikkeling. Het is natuurlijk wel zo dat we nog wat grondbezittingen hebben in het buitengebied. Die staan nu niet tegen woningbouwwaarde in de boeken. Het is wel zo dat daar dan een waardestijging uit voort zou komen. Dan de differentiatie van de grondprijs. Het is correct wat de Dordtse VVD daar stelt, dat er in verhouding een wat groter verschil zit in de korting die op de sociale grondprijs wordt gegeven in Dordrecht 42 ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Daar hebben we in de raadsinformatiebrief van 31 maart 2026, rondom de prestatieafspraken, ook de raad over geïnformeerd via een benchmark. In dat soort prestatieafspraken is dat uiteindelijk een keuze die u daar maakt, voor welk kortingsniveau u kiest. Dan heb ik volgens mij alle vragen beantwoord, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank, de heer Burggraaf. Is dat ook zo volgens de partijen in de zaal? De heer Visser. De heer Visser: Dank u, voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen dat: dit raakt het grondbedrijf niet.

Dit raakt vrij expliciet het grondbedrijf wel. Het eigen grondbedrijf waar de wethouder de leiding aan geeft, zegt: stop met deze projecten. Deze projecten zijn veel risicovoller, brengen meer financiële lasten met zich mee en leveren minder op. Hoe kan de wethouder dan zeggen dat dit het grondbedrijf niet raakt en daarmee niet de rest van de gemeente? De heer Burggraaf: Voorzitter, wat ik heb gezegd, is: je moet aan de voorkant zorgen als grondbedrijf dat je een goede risicoanalyse maakt van dat de projecten die je in je grondbedrijf opneemt, zodra een grex geopend wordt. Als daar een project bij zit waar grote risico's aan zitten, dan zal zich dat ook vertalen in vervolgens hogere risicoreserveringen. Die worden natuurlijk afgezet tegenover de verwachte grondopbrengsten. Als er grotere risico’s zijn, dan staan daar grotere kosten tegenover. Dan is de kans groot dat je ook grote, onrendabele toppen hebt. Op het moment dat je zo'n grondexploitatie opent, dat is waar we vanuit grondbedrijf dan streng op zijn, doen we dat niet als dat niet met de goede risicoreservering gedekt wordt. Aan de voorkant betekent dat dat als je een binnenstedelijke locatie vindt waarbij een onrendabele top zit, dat u dan als raad vervolgens op dat moment moet besluiten of het geld ervoor over heeft om die ontwikkeling te starten.

Dat moet dan vanuit grondbedrijf-perspectief gepaard gaan met voldoende reserves die u dan meegeeft om die onrendabele top aan de voorkant af te dekken. Zodat we dan vervolgens daarbinnen vanuit grondbedrijf kunnen sturen dat er wordt ontwikkeld binnen die parameters die afgesproken zijn. De voorzitter: Een korte reactie door de heer Visser. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Begrijp ik de wethouder dan goed dat hij in feite zegt: we gaan nu bakken met verlies pakken, omdat de risico's aan de voorkant niet goed zijn ingeschat? De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Dat begrijpt u denk ik niet goed. Ik zou ook niet zo goed weten waar deze constatering vandaan komt. De voorzitter: De heer Visser. De heer Visser: Uit de eigen prognose van het grondbedrijf, in het verlengde van de vraag die Beter voor Dordt heeft gesteld. 43 De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Goed, er zijn een aantal nadelen die zich voordoen, maar die worden opgevangen vanuit de risico's. Als u de prognose gelezen heeft en erin terugkijkt, ziet u ook dat er een aantal grondexploitaties voordelig zijn verlopen. Ik deel niet de conclusie dat daar ergens enorm grotere nadelen aan zitten dan dat wij hadden voorzien. Anders dan dat het klopt dat er een aantal grex’en negatief zijn gesloten.

Dat hebben we ook al eerder toegelicht, zoals bij het Leerpark, waar de grondslag daarvan lag. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan nog iemand? Niemand. Dan zou ik willen voorstellen om hier een hamerstuk van te maken richting de raad, met uiteraard de mogelijkheid voor een stemverklaring, mocht een van jullie dat nodig vinden. Kan iedereen daarmee akkoord gaan? Dat is het geval. Dat is mooi. Dan dank ik iedereen voor zijn of haar bijdrage aan deze vergadering. Ook de wethouder en zijn ambtelijke ondersteuning, de raads- en commissieleden, de griffier uiteraard. Dan wil ik jullie alleen nog vragen jullie kommen, flessen en andere gerei mee naar de keuken te nemen. Dan hoop ik jullie in ander verband te zien, hopelijk in raadsverband en anders alvast een hele goede vakantie. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2026. De griffier, De voorzitter, C. Bronsveld N. Mol 44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1157/documents/50598