CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 2026.05.12 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 23 juni 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 26 mei 2026 en de Dordtse Dinsdag van 12 mei, 19 mei 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 515.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 12 MEI 2026 Vergaderzaal 5 1. Nieuwe 380kV Hoogspanningslijn Geertruidenberg - Krimpen aan den IJssel of Crayestein (technische sessie) Voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen Raadsgriffier: Mevrouw Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Aarle (CDA) Dhr. Van der Bijl (Beter voor Dordt) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Den Hartog (GroenLinks-PvdA) Mevr. Van der Heiden (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Pauwels (GroenLinks-PvdA) Dhr. Rudoj (Op Ons Eiland) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Dhr. Verdoorn (Forum voor Democratie) Dhr. Vroon (VSP Dordrecht) Dhr. Winters (D66) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: dhr. Persoon Overige aanwezigen: mevr. Van Beek, dhr. Verkerk De voorzitter: Welkom allemaal. Hierbij wil ik de vergadering openen. Dit betreft een beeldvormende commissievergadering over de nieuwe hoogspanningslijn Geertruidenberg – Krimpen aan den IJssel of Crayestein. Ik heet van harte welkom alle raads- en commissieleden aan tafel, even kijken, de ambtelijke ondersteuning en onze gasten mijnheer Verkerk en mevrouw Van Beek. Voor het verslag vraag ik even de aanwezige raads- en commissieleden om zichzelf voor te stellen en dan begin ik aan mijn linkerzijde.

De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Van der Bijl: Richard van der Bijl, Beter voor Dordt. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren.

1

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. Mevrouw Van der Heiden: Daniella van der Heiden, Dordtse VVD. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Den Hartog: Paul den Hartog. En we heten nog steeds GroenLinks-PvdA Dordrecht, binnenkort PRO. De heer Pauwels: Sam Pauwels. Niet PRO, GroenLinks-PvdA. De heer Rudoj: Alexander Rudoj, Op Ons Eiland. De heer Verdoorn: Dirk Verdoorn, Forum voor Democratie. Mevrouw Rutten-Alberts: Saskia Rutten-Alberts, PVV. De heer Vroon: Youri Vroon, VSP. De heer Van Aarle: Sander van Aarle, CDA. De heer Winters: Hank Winters, D66. De heer Persoon: Theun Persoon, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Van Beek: Jaccomien van Beek, ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De heer Verkerk: Timo Verkerk, TenneT. De voorzitter: De aanleiding van deze commissievergadering is dat de verwachting is dat de huidige hoogspanningsverbinding tussen Krimpen aan den IJssel en Geertruidenberg binnenkort vol raakt. Daarom wordt door TenneT al een aantal jaar gewerkt aan het plannen van een nieuwe hoogspanningsverbinding om ook in de toekomst onze regio van voldoende stroom te kunnen blijven voorzien. TenneT onderzocht de afgelopen periode tien mogelijke tracés, waarvan de meeste over Dordts grondgebied en Natura 2000-gebied de Biesbosch gaan.

Dit gaat mogelijk flinke impact op Dordrecht hebben. Omdat een flink deel van de raads- en commissieleden nieuw is en omdat de raad later dit jaar input mag geven over het regioadvies over het tracé, is ervoor gekozen u eerst uitgebreid over dit dossier te laten informeren. Ik heb begrepen dat mijnheer Verbeek daar een presentatie voor had. Verkerk, sorry. Verkerk. Precies. Even kijken. Ik denk dat ik even voorstel om met deze presentatie te starten. De vraag is, wilt u tijdens de presentatie al vragen beantwoorden of zegt u van, bewaar ze eventjes tot het einde? De heer Verkerk: Voor mijn beeld, ik denk dat deze ook voor de opnamen zijn en dat het wel nodig is dat ik echt in de microfoon praat. Vragen tijdens de presentatie zijn helemaal prima. De voorzitter: Dan stel ik voor dat u mag starten met de presentatie. De heer Verkerk: Hartelijk bedankt dat wij hier vandaag onze informatie mogen geven over ons project. Ik heb weliswaar de microfoon laten regelen, zodat ik naast het scherm

2

kon staan, maar ik ken mijn eigen microfoondiscipline een beetje en ik vrees dat ik hem na een tijdje zo ver laat zakken, dat ik dan voor de opname niet meer verstaanbaar zou zijn. Ik kies er toch voor om dan even hier te blijven zitten, terwijl het scherm aan die zijde is. Als iemand dat heel vervelend vindt vanwege de hele tijd heen en weer kijken, dan ga ik ervoor staan. Helemaal goed. Dan houden we het even zo. We hebben de zeer lange projectnaam Nieuwe hoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel of Crayestein. Zoals de voorzitter al aangaf, is de hoofdzaak het informeren, wat we vanavond zullen doen, Ik heb wel in overleg met mijnheer Persoon ook wat andere projecten rondom Dordrecht meegenomen, omdat breed in de energietransitie veel verschillende projecten lopen. Ik heb ook wat achtergrondinformatie van onze organisatie en wat wij aan doen zijn binnen de energietransitie en wat andere projecten die in en om Dordrecht lopen of van start zullen gaan. Qua agenda, eerst even de energietransitie en de rol die wij daarin vertegenwoordigen, om vervolgens in te gaan op de verschillende projecten. We staan nog even stil bij de participatie die vanuit jullie rol als gemeenteraad speelt, maar ook voor de bredere omgeving en hoe dat er de komende tijd uitziet. Ten slotte planning en daarna ongetwijfeld nog wat vragen van jullie zijde.

Zoals eerder gezegd, mochten jullie tussentijds vragen hebben, laat het alsjeblieft weten. Dat is wel zo makkelijk. De energietransitie is een onderwerp dat, denk ik, tegenwoordig niet heel veel introductie meer behoeft. Enkele jaren geleden was het nog heel erg noodzakelijk om de organisatie TenneT toe te lichten en wat wij precies doen. Inmiddels hebben wij het lokale en landelijke nieuws zo vaak gehaald in de afgelopen jaren, dat het bijna een huishoudnaam is geworden. De energietransitie, waar dat vandaan komt. Door de klimaatdoelstellingen die binnen Europa zijn gesteld in combinatie met de ontwikkelingen binnen het geopolitieke vlak, zien wij dat de vraag naar elektriciteit enorm is toegenomen en in de prognose nog verder toe zal nemen. Dat leidt ertoe dat veel van de netten die wij nu hebben niet meer toereikend zijn voor het transporteren van dat net. Dat is de wettelijke taak waar TenneT voor aan de lat staat. Wij zijn een 100 procent staatsonderneming. Het ministerie van Financiën is onze enige aandeelhouder. Dit maakt dat wij deels het beheer van het bestaande net doen, maar ook uitbreiden daar waar noodzakelijk. Die noodzaak komt heel erg terug in deze ontwikkelingen. Ik zie dat er een vraag is.

De heer Winters: Even voor mijn begrip, hogere klimaatdoelstelling van 55 tot 60 procent, wat is die 55 tot 60 procent? De heer Verkerk: Dat is CO2-neutraal, daarmee minder verbruik van fossiele brandstoffen en een overgang naar elektrificatie. De heer Winters: Dat snap ik. De voorzitter: Ik zag ook nog een vraag van mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag even een vraag stellen over de datacenters, komen er hier in de regio ook nog datacenters bij? De heer Verkerk: Niet dat ik weet. Onze taak is het transporteren van elektriciteit en eventueel aansluiten van grote afnemers. Er lopen geen projecten nu om een grote afnemer van datacentra te doen, maar we zien wel dat dat er dusdanige energievragen zijn, dat die al een impact hebben op de manier waarop wij het net inrichten. Dat speelt niet lokaal. Dat is wat meer een landelijk plaatje. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel.

3

De heer Verkerk: Als we dan kijken naar het net, waar ik al eerder naar refereerde, wat is dan het net dat TenneT beheert? Het is een misschien een niet volledig duidelijk plaatje op deze afstand, maar dat bestaat uit alle energievoorzieningen van 110 kilovolt, 110.000 volt, of hoger. De 110.000 en 220.000 volt verbindingen vinden voornamelijk in het noorden van het land plaats. In de overige delen van het land zien we de opsplitsing tussen 150.000 en 380.000 kilovolt, waarbij het voornaamste transport binnen Nederland plaatsvindt op een zogeheten landelijke ring. Die loopt hier. Het is niet echt een hele mooie ring, maar dat is wel hoe wij hem hebben genoemd. Die komt hier deels langs. De verbinding tussen Krimpen aan den IJssel en Geertruidenberg is daar een onderdeel van. Dit betekent dat het een beetje onze hoofdsnelweg voor het transport is. Dan hebben we het over nationaal en internationaal. We zien op dit plaatje meerdere internationale verbindingen richting Noorwegen en ook Engeland en een veel wind-opzeeverbindingen. De voorzitter: Sorry, ik zie een vraag van mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Ik lees deze kaart een beetje zoals ik een NSkaart zie met allemaal routes. Wat me dan in ieder geval opvalt, ik zie heel veel verschillende lijnen.

Dat heeft natuurlijk te maken met die verschillende voltages, maar tussen de drukst bevolkte provincies van Nederland, Noord- en Zuid-Holland en NoordBrabant, is die rode lijn die je bij Geertruidenberg ziet de enige verbinding. Betekent dit dat het zeer kwetsbaar is, net zoals bij het NS-treinnet, en dat wanneer het ene knooppunt misgaat alles platligt? Is dat hier ook zo? De heer Verkerk: Als we het hebben over een calamiteitsituatie, dan is het niet echt gerelateerd aan dat ene lijntje tussen Krimpen aan den IJssel en Geertruidenberg. Het geldt voor de hele ring. Mocht daar een totale uitval zijn … Er is enkele jaren geleden nog een voorbeeld geweest van een Apachehelikopter die een hoogspanningsverbinding heeft geraakt in de Bommelerwaard, bij Tiel. Dan heeft dat wel een groot effect. Dit is een van de redenen dat we in dit project kijken naar dat we willen zorgen, als we een extra verbinding aanleggen, dat het niet te dicht tegen de andere verbinding aanzit, zodat ze elkaars back-up kunnen zijn. Wat wel zo is, door die ringstructuur, ook al zou je een volledige onderbreking van een verbinding hebben, heb je altijd de back-up via de andere routes. In dat opzicht is het niet heel kwetsbaar. De voorzitter: Een vervolgvraag. De heer Den Hartog: Nog een vervolgvraagje.

Ik kan mij herinneren van een vorige presentatie, dat is al wel weer lang geleden, dat er, ik meen, iets van negen verschillende tracés werden onderzocht, waaronder tracés die niet hier vlakbij liepen. In hoeverre is het probleem, als er een calamiteit is, meegenomen bij een keuze voor welk traject moet worden gekozen? De heer Verkerk: Het speelt daar zeker in mee. Dat komt in 1 van de ontwerpvoorwaarden terug. Dat is een minimale afstand van de bestaande verbinding. Dat is, even samengevat, een valafstand plus een 15 procent. Mocht het onwaarschijnlijke geval gebeuren, want er is Nederland nog nooit een 380kVverbindingsmast ineens omgevallen, dan mag het nooit de andere verbinding raken. In dat ontwerpcriterium komt het terug. Dat is op het landelijk niveau hoe het elektriciteitsnet in elkaar zit. Uiteindelijk is er ook een veel lokalere vraag, in dit geval van Stedin. Dat is hier de regionaal netbeheerder. Als we kijken hoe dat overgaat naar de huisaansluitingen hier in de bewoonde omgeving, dan is dit daar een heel mooi plaatje voor. TenneT is tot aan dit punt verantwoordelijk. Het 10 tot 20kV onderstation is

4

van Stedin, maar deze 380, 150kV stations zijn nog van ons. Vaak zien we wel, als we het hebben over netcongestie, dat zit vaak eerst op een lager spanningsniveau. De vraag komt dan bij een regionaal netbeheerder, bij ons, wij hebben meer capaciteit nodig, maar kunnen zelf de capaciteit niet naar de plek krijgen, waarbij er een aanpassing van TenneT nodig is voordat er vervolgmaatregelen van Stedin mogelijk zijn om die congestie op te lossen. De voorzitter: Mijnheer Wringer heeft een vraag. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik denk dat het een goed punt is dat mijnheer aankaart. Daar heb ik een vraag over. Als we de 380 kilovolt laten aanlanden in Crayestein, helpt dat ons met het verhelpen van de netcongestie van Stedin op het middenspanningsnet? Zijn we dan eerder van een netcongestie af dan wanneer we de lijn doortrekken naar Krimpen aan den IJssel of niet? De heer Verkerk: Nee. Dit project, de nieuwe 380kV-verbinding, is niet een congestieoplossend probleem, omdat het veel meer op dat hoge abstractie elektriciteitstransport zit. Wat daar wel bij helpt, er lopen andere projecten. Als we naar deze kaart kijken, dit is even ingezoomd op het grootste gedeelte van de gemeente dat ik op deze kaart kon krijgen, we missen een klein stukje in het zuiden, een aanpassing op station Crayestein is de hoofdinvoeding van elektriciteit voor deze regio.

1 van de projecten die daar ook loopt, is om een vierde transformator te plaatsen op dat station. Dan is er meer capaciteit voor een regionaal netbeheerder. Een tweede project dat daarin speelt, is bij de buurgemeenten. Op dit moment is station Dordrecht Zuid de voornaamste invoeding voor het eiland Hoeksche Waard. Daar is op dit moment alleen een 50 kilovolt-verbinding van Stedin die ook de Dordtse Kil oversteekt. Dat is het lichtgroene lijntje, naast de dikke rode van ons. Daar zijn ook aanpassingen bezig, maar dan zou die voeding anders gestructureerd worden, zodat station Dordrecht Zuid ontlast wordt. Dat is ook een manier om daar meer capaciteit voor te krijgen. Dat zijn, in deze regio, meer de congestieoplossende projecten. De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik dacht zo, als je die 380 kilovolt in Dordrecht laat eindigen, dan kan je ook makkelijker de elektriciteit transformeren naar middenspanning. Dan heb je meer capaciteit. Dezelfde vraag is, als die lijn in Dordrecht eindigt, helpt dat ons met de toekomstige woningbouw, helpt het voor onze ondernemers of maakt dat geen verschil uit? De heer Verkerk: Indirect. Uiteindelijk is dit wel het hoofdtransport.

Het is geen direct congestieoplossend probleem, maar als we dit niet zouden doen en de verbinding tussen Krimpen aan den IJssel en Geertruidenberg loopt vol, zien we wel dat in onderliggende netten steeds meer problemen ontstaan. Het aansluiten, nettechnisch is er vanuit TenneT geen verschil tussen Crayestein en Krimpen … Het probleem wordt op beide manieren opgelost. Het is eerder dat het niet doen een groter effect heeft dan het wel doen, zogezegd. Lokaal, ook al zouden we het morgen aan kunnen sluiten, betekent het niet dat er iets verandert voor de inwoners van Dordrecht. De heer Wringer: Als laatste … De voorzitter: Gaat uw gang.

5

De heer Wringer: Het maakt voor Dordrecht niet uit het bij Crayestein eindigt of in Krimpen? Klopt dat? De heer Verkerk: Dat hangt ervan af hoe je die neemt. Op een elektriciteitsniveau niet, ik denk qua impact wel. Als het een alternatief is naar Krimpen, dan kan het zijn dat de gemeente Dordrecht niet geraakt wordt. Dan is er geen negatief landschappelijk effect, als dat zo ervaren zou worden. Als het naar Crayestein gaat, dan is er wel zeker een effect op de gebieden daaromheen, omdat het binnen de gemeente ligt. Ik zie overigens dat mijn batterij, als we het toch over energietransitie hebben, begint te knipperen. Volgens mij doet hij het nog, maar het kan zijn dat ik straks daar ook wat congestie ervaar. Mede door de vragen zijn sommige punten misschien al een beetje aan het licht gekomen, maar als we het hebben over de projecten in en rondom Dordrecht, dat focust zich dan voornamelijk op het station Crayestein en station Dordrecht Merwedehaven. Merwedehaven ligt in het havengebied, waar wij aanpassingen verwachten. Ik heb hier even een opsomming gemaakt. Het is voornamelijk het aansluiten van Stedin en de transformatoren die Stedin heeft. Dat zijn meer achter-de-hekken-achtige projecten, wat wij een klantaansluiting noemen. We zien wel dat station Dordrecht Merwedehaven vrij klein is en daar wordt behoorlijk wat van gevraagd.

Dat is ook de doorvoeding richting Dordrecht Zuid en zal in de toekomst ook een het startpunt zijn voor de voeding van het station net boven Gorinchem. Het herinrichten en uitbreiden van station Dordrecht Merwedehaven is daarin een belangrijk punt. Daarvoor worden enkele transformatoren van Stedin, die nu op dat station zijn, daarbuiten geplaatst, zodat er wat meer ruimte vrijkomt voor onze aansluitingen, om te zorgen dat voor de ondergrondse verbindingen die daarop aan moeten landen de velden beschikbaar zijn. Een station moet u dan een beetje zien als een stoppenkast, maar dan in een iets hoger voltage uitgevoerd systeem. Als alle groepen bezet zijn, dan kan er geen aansluiting op zijn. Het vrijmaken van die groepen maakt dan dat er nieuwe verbindingen gemaakt kunnen worden. Op het hogere voltage niveau, de 380kV, hebben we het project dat we nu al eerder noemden, de nieuwe bovengrondse verbinding, maar ook een aanvullende vierde transformator op station Crayestein. Er staan er nu 3. Als er een vierde bij zou komen, dan maakt dat het mogelijk … TenneT werkt volgens een zogeheten redundantiesysteem. We hebben altijd 1 extra transformator op een station staan. Als we er 4 hebben, dan kunnen we er 3 gebruiken. Dat zou dan een verhoging van circa 33 procent zijn in de capaciteit of 50 procent als je zo kijkt dat we van 2 in gebruik er 3 in gebruik kunnen hebben.

Dat gezegd hebbende, het is wel een uitdaging, want station Crayestein is niet heel groot voor onze begrippen is best wel ingenesteld tussen allerlei andere functies. Aan de ene zijde de golfbaan, de herinrichting van de afvalbult, dat zal ondertussen niet meer als afvalbult bestempeld worden en de Natura-2000 aan het zuiden. Dat is, denk ik, voor ons hoogspanningsproject 1 van de grote uitdagingen, de ruimte om daarop aan te kunnen sluiten. Ik weet niet of er nog specifieke vragen zijn over andere projecten? Anders zoom ik even in op een 380kV-project. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Die 380kV-verbindingen, zijn die altijd bovengronds of zijn die ook ondergronds? De heer Verkerk: Een hele goede vraag. Het sluit mooi aan, denk ik, bij deze sheet over onze ontwerpuitgangspunten. Er is nu, in Nederland, circa 10 kilometer 380kV verkabeld. Dat is in de Randstadverbinding, ondergronds. Alle andere 380kV-verbindingen zijn bovengronds. Dat heeft vanuit netstabiliteit een hele sterke voorkeur. In aanleg, omdat het goedkoper is aan te leggen, maar het is vooral veel beter te beheersen in een

6

storingsscenario. Ze treden minder vaak in storing. Als er wat mee is, dan zijn ze visueel veel makkelijker te inspecteren dan een ondergrondse verbinding en de storingen zijn vaak sneller opgelost. Daarbij, dat voelt misschien wat tegennatuurlijk, zijn ze ook beter gekoeld door luchtkoeling. Dat is voorspelbaarder. Dan zie je ook dat de ervaring die wij daarmee hebben en de modellen, in bijvoorbeeld weersfluctuaties, veel stabieler zijn en daarmee we meer capaciteit beschikbaar hebben op een bovengrondse verbinding. We hebben wel als uitgangspunt een komma, tenzij. Dat wil zeggen dat als er een ruimtelijk knelpunt is dat door ondergronds aan te leggen volledig weggenomen kan worden, dat wel onderzocht wordt. Het beste voorbeeld dat ik daarvoor heb is UNESCOwerelderfgoed. Dat is omdat het over het algemeen beschermd is op zicht en zichtlijnen. Dat is net iets wat bij een hoogspanningsverbinding een raakvlak is, want ze zijn goed zichtbaar. Daar wordt ondergronds dan een onderzoeksopties. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Mag ik een volg vraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Ja. Dan kom ik daarna bij mijnheer De Feijter. Mevrouw Lammens-Oostdijk: En Natura-2000 gebieden? De heer Verkerk: Het kan een aanleiding zijn om ook ondergronds te onderzoeken. Er zit een beperking aan de lengte van ondergronds die je aan kan leggen.

Om de overgang van bovengronds naar ondergronds te faciliteren, heb je een zogeheten opstijgpunt nodig. Die zijn vrij fors voor dit voltage. Dan moet u denken aan ongeveer een voetbalveld voor zowel het intreden- als het uittredenpunt. Dat moet dan net voor en na zo'n kwetsbaar gebied liggen om die meerwaarde te leggen. In dit geval, als we het in een open ontgraving, echt het vrijgraven, zouden moeten doen, hebben we het al snel over een sleuf van enkele tientallen meters breed en 2 meter diep, wat ook een significant effect heeft op waardes. Dan zou je er ook onderdoor moeten kunnen boren. Dat kan een oplossing zijn. Voor nu, waar we in het onderzoek zitten, hebben wij nog niet een gebied binnen … Het zit zo erg aan elkaar die Natura-2000, dat het geen ondergrondse oplossingen met zich meegebracht heeft. De voorzitter: Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde net wat technische nadelen over de ondergrondse kabel. Hoe ik het heb begrepen, maar verbeteren mij vooral als ik het verkeerd heb, gelden die nadelen vooral voor een ondergrondse wisselstroomverbinding en is een gelijkstroomverbinding veel stabieler en gunstiger. Er zijn ook al voorbeelden van, over grote afstand zelfs, de NorNedkabel tussen Noorwegen en Nederland.

Nu zijn er ook hier in de regio steeds meer geluiden die opgaan, onder andere vanuit de gemeente Altena, gemeente Molenlanden, maar ook de ChristenUnie/SGP hier in Dordrecht heeft er vragen over gesteld, of er een elfde optie te onderzoeken is, namelijk een ondergrondse gelijkstroomkabel. Is dat voorstel inmiddels ook bekend bij TenneT en is hier eventueel bestuurlijk al over gesproken? De heer Verkerk: Zeker. Het voorstel is bekend. Er heeft nog geen bestuurlijk overleg plaatsgevonden sinds wij die brief hebben ontvangen. Het eerstvolgende bestuurlijk overleg is nu op 15 juni gepland, deels ook omdat de gemeenteraadsverkiezingen daar een beetje tussenin vallen, maar dat zult u van dichtbij meegemaakt hebben. We hebben wel al ambtelijk een reactie gegeven op een burgerraadslid van de gemeente Altena. Het is correct dat het bepaalde voordelen heeft. Het is zeker over lange afstand stabieler, veel minder verliezen. Daarom is het ook uitermate geschikt om diepe wind-opzeeparken aan te sluiten op wat straks in Geertruidenberg gaat gebeuren. Dat komt in

7

het Hollands Diep te liggen. Het nadeel is dat de capaciteit van een gelijkspanningskabel lager is. Om deze verbinding, we hebben het dan over een 4K verbinding, na te bootsen, hebben we 6 kabels nodig, 3 heen en 3 terug, en voor ieder van die kabels een converterstation, omdat de rest van ons net op wisselspanning is gebaseerd. Die converterstations zijn ongeveer 5,5 hectare groot, circa 25 meter hoog. Als we het hebben over een verbinding Geertruidenberg-Crayestein, dan hebben we in de buurt van Crayestein circa 15 hectare nodig om die converterstations te plaatsen. Hetzelfde ook in Geertruidenberg of Krimpen aan den IJssel. Het knelpunt zit echt in een wisselspanningsverbinding. Heel elektrotechnisch lost dit het probleem niet zo goed op, omdat we een volledig nieuw component introduceren in het net en daar ook weer wat onzekerheid en instabiliteit mee in zouden introduceren, terwijl dat juist in deze verbinding is wat we niet willen. Dat is ook de reden waarom we hem niet hebben meegenomen en ik ook heb aangegeven dat het niet een elfde alternatief is dat wij als kansrijk zien om nu mee te nemen. De voorzitter: Een vervolgvraag is prima. Dan kan mijnheer Wringer daarna. De heer De Feijter: Voorzitter, ik begrijp dat het een nieuw element toevoegt in het huidige netwerk.

Tegelijkertijd lijkt het me dat onder andere die NorNedkabel en ook windparken op zee en dergelijke in verbinding staan daarmee. Ik ben benieuwd, zonder dat het te technisch wellicht gaat worden, hoe dat zich dan tot elkaar verhoudt. Ik ben benieuwd of het puur proceduretechnisch mogelijk is om in de tijd dat de onderzoeken nog lopen iets in de vorm van een quickscan te doen. Het zal niet zo uitgebreid kunnen als de rest van de onderzoeken, want die lopen met een reden al een aantal jaar. Is het mogelijk om dat toch nog mee te nemen? De heer Verkerk: Wat wel een belangrijk onderscheid is tussen NorNed en wind-opzeeverbinding is dat zeker die wind-op-zeeverbinding eenrichtingsverkeer is. Er is niet een scenario dat wij elektriciteit richting de windmolens hoeven te transporteren. Die kenmerken zich juist door die grote afstanden, waardoor de gelijkspanning een groot voordeel biedt. Het is een beetje het verschil tussen het net dat we in Nederland en binnen Europa hebben, wat heel stabiel is, en de invoeding daarvan. Dan is het prima als daar een converterstation tussenstaat. We hebben nog een hele ter inzage periode te gaan wanneer onze MER- en IEA-onderzoeken zijn. Het is altijd theoretisch mogelijk dat er een alternatief bijkomt.

TenneT is nu niet voornemens om dat voor dit specifieke onderwerp te gaan doen, omdat wij het gevoel hebben dat we voldoende hebben toegelicht waarom dit niet een oplossing is voor het probleem dat we aan het doen zijn. Het is wellicht wel mogelijk … Ik weet niet of die brief ook met de raadsleden is gedeeld? Ik kan me voorstellen dat we het nog een keer met de gemeenteraden of via onze ambtelijk contactpersoon delen, zodat u het nog een keertje door kan nemen. De heer De Feijter: Dat zou fijn zijn. De voorzitter: Dan had mijnheer Wringer nog een vraag. De heer Wringer: Dank, voorzitter. In aanvulling op de vragen van mijnheer De Feijter over de ondergrondse kabels, in de Delta Rhine Corridor zijn vier, vijf buizen die van Botlek naar Moerdijk naar Chemelot lopen en er is ook een gereserveerd voor een hoogspanningskabel, volgens mij. Ik begrijp uit dit verhaal dat het waarschijnlijk een gelijkspanningskabel wordt en dan heb je de nadelen van de grote oppervlakte nodig voor invoer en uitvoer ervan.

8

De heer Verkerk: Er is een tijdje een initiatief geweest om te kijken of TenneT aan kan sluiten bij het huidige initiatief om een, dan moet ik even goed zeggen, want mijn collega kom bij de Delta Rhine Corridor vandaan, ik wil nu even geen fouten maken, waterstofen CO2-leiding richting Chemelot te brengen. Vanuit het ministerie is besloten dat TenneT, deels omdat de grote lengte kabel, het tijdig beschikbaar hebben van die verbinding, als een complex vraagstuk plus spanning in buizen met gevaarlijke inhoud, het initiatief stopt. Het wordt nog wel, ook vanuit het onderzoek dat nu vanuit het ministerie in de vorm van VAWOZ wordt gedaan, wel diverse diepe aanleidingen om onderzocht, waaronder eentje in Maasbracht en in de buurt van Chemelot. Dat zou dan een gelijkspanning zijn, waarbij het op locatie wordt omgezet naar wisselspanning, zodat het lokaal inzetbaar is. De voorzitter: Mijnheer Winters. De heer Winters: Ook nog een vraag. Misschien heel simpel, maar de noodzaak van deze leiding heb ik zelf nog niet begrepen of gemist. Kunt u het misschien nog een keer uitleggen? De heer Verkerk: Het zou zeker kunnen dat ik daar nog niet voldoende bij heb stilgestaan. Dank u wel. De noodzaak zit in deze verbinding. Dit is de bestaande 380kV. Die is, denk ik, ondertussen 3 jaar geleden versterkt, van 2.500 ampère naar 4.000 ampère.

Wellicht ook gezien, wan er hebben toen heel veel, op vrij spectaculaire hoogtes, karretjes in gehangen en veel werkzaamheden zijn daaraan geweest. Nu zit hij op zijn maximale vermogen van 4.000 ampère. Desondanks zien we dat rond 2030 die verbinding vol zit. Een verdere opwaardering is dan niet mogelijk, omdat alle onderliggende systemen dan niet meer geschikt zouden zijn zonder dat we ieder station en onderliggend systeem zouden moeten aanpassen. Dan is de enige oplossing om er een draadje bij te leggen, in huishoudtermen, maar dat is een iets grotere impact op dit spanningsniveau. Daar komt het project vandaan. Dat is echt het verhogen van die transportcapaciteit. Dat zien we overigens op meer locaties. Er zijn nu vanuit TenneT 6 initiatieven om nieuwe 380kV bovengrondse hoogspanningsverbindingen te leggen, naast deze, waarvan ook 2 in de landelijke ring. Die vraag zien we op meerdere locaties. De voorzitter: Mijnheer Van Aarle is het volgens mij. Sorry, ik moet nog eventjes wennen aan de namen, beste mensen. De heer Van Aarle: Dank u wel. Aansluitend op mijn buurman, die bovenste kabel is in 2030 vol en de kabel die nu van Krimpen naar Crayestein loopt wordt dan doorgetrokken naar Geertruidenberg? Dat is wat het is? De heer Verkerk: Dan is een van de opties.

Als we kijken naar de optie GeertruidenbergCrayestein, dan hebben wij Geertruidenberg vooraan in onze projectnaam gezet, want dat is onze grote stabiele factor en daarna zijn er heel veel mogelijkheden. In het geval dat we een optie vinden om Geertruidenberg en Crayestein te verbinden, is er in de verbinding tussen Crayestein en Krimpen aan den IJssel voldoende capaciteit beschikbaar om die te laten fungeren als de rest van de verbinding, zonder dat daar verder aanpassingen aan noodzakelijk zijn. Een van de redenen dat dit zo is, is dat de verbinding die u richting het westen ziet gaan, richting de Maasvlakte gaat. Die stopt in Nissewaard bij Simonshaven en vervolgens Amaliahaven bij de Maasvlakte. Dat is een verbinding waar ook meerdere wind-op-zee-aanlandingen, de oudere aanlandingen, aankomen. Dat is een grote invoerverbinding. Als we nu kijken naar de elektriciteit die

9

daarop binnenkomt, dan gaat dat via Crayestein en Krimpen uiteindelijk richting grotere afnemers in de vorm van Brainport bij Eindhoven, maar ook Chemelot. Dat is best wel een omweg. Als het in een keer naar beneden kan, dan zien we dat we beide verbindingen kunnen ontlasten. De voorzitter: Mijnheer Van Aarle heeft volgens mij een vervolgvraag. De heer Van Aarle: Dat klopt. Dank u wel, voorzitter. Dan is mij niet helemaal duidelijk wat nu de vraag is van de of, of naar krimpen of Crayestein. Het is toch duidelijk dat als het naar Crayestein gaat, dit dan voldoende is? Dat is dan toch uw antwoord? De heer Verkerk: Ja. Als het naar Crayestein kan, dan is dat inderdaad voldoende. Als we het hebben over een beetje de zoektocht van ons project, dan is dat gestart met de vraag, zorg voor een tweede verbinding of een aanvullend circuit, dat is een halve verbinding, tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel. Bij die eerste scan is gebleken dat een aansluiting op Crayestein ook een oplossing zou zijn. Daar waar TenneT in het verleden wellicht zou hebben gekozen voor, dan gaan we Geertruidenberg-Crayestein initiëren, hebben we in dit project wel gezien, met de Biesbosch die tussen die twee stations ligt, vrij breed, dat we niet zeker wisten of een verbinding tussen Geertruidenberg en Crayestein überhaupt mogelijk zou zijn.

TenneT heeft inmiddels heel veel ervaringen opgedaan met trajecten waarbij we in een vrij laat stadium een aanvullende vraag kregen, in een Raad van State-procedure bijvoorbeeld, en we dan terug moest naar de tekentafel. We hebben gemerkt dat dit enorm veel tijd vroeg. Vandaar dat we dit alternatief, wellicht, als je er zo naar zou willen kijken, tussen Geertruidenberg en Krimpen in 1 keer meenemen en alles nu op tafel hebben. De voorzitter: Mijnheer Verdoorn had nog een vraag. De heer Verdoorn: U zegt dat de stroom vooral uit de hoek komt van de Maasvlakte. Ik vroeg me af of er ten westen van Geertruidenberg, of misschien ergens ten westen van Moerdijk of zo, ook nog een station is dat een alternatief beginstation zou kunnen zijn die dan de stroom richting Krimpen aan den IJssel zou kunnen voeren. De heer Verkerk: Ik zit even na te denken. Er zijn wel stations in die richting. De dichtstbijzijnde is dan Borsele. Nee, Rilland, net aan het begin van Zeeland. We hebben wel vaker de vraag gekregen, als dit dan een grote stroomtoevoer is, is dan een verbinding tussen, laten we zeggen, Nissewaard en richting het zuiden niet een oplossing, wetende dat de verbinding die daar loopt ook op dit moment verzwaard wordt, dat het project nu loopt.

Dat zou niet de verlichting geven op de verbinding Geertruidenberg-Krimpen aan den IJssel, omdat het transport dat bij wijze van spreken bij Groningen in ‘…’(00:36:06) binnenkomt, ook hier overheen gaat. Een verbinding tussen Geertruidenberg en Crayestein heeft dat dubbele effect, en het verlichten van Crayestein-Krimpen, om dit mogelijk te maken, maar daarbij ook zorgen dat we die zusterverbinding voor Geertruidenberg-Krimpen aan den IJssel hebben. Dit maakt dat het zoekgebied net voorbij de Moerdijkbrug stopt, omdat een verbinding die of meer naar het centrum van het land zou liggen of richting het westen het originele vraagstuk niet voldoende oplost. De heer Verdoorn: Dan een vervolgvraag. De voorzitter: Gaat uw gang.

10

De heer Verdoorn: Bij snelwegen wordt vaak geprobeerd om dingen te bundelen. U geeft hier aan dat er een ander knelpunt is dat ook uitbreiding nodig heeft. Zijn er dan niet mogelijkheden om die hoogspanningslijnen te bundelen? De heer Verkerk: Bundelen wel. Met bundelingen hebben we nog steeds te maken met het ontwerpuitgangspunt dat we geen gebruik kunnen maken van de bestaande mast. Er zijn verbindingen. Een voorbeeld is de verbinding tussen Geertruidenberg en Eindhoven. Dat heeft 3 circuits, 3 leer 3 verbindingen. Dat is niet iets wat TenneT nu wil. Het zou ook heel lastig zijn om de huidige masten om te bouwen naar zo'n constructie. We gaan weer terug naar het eerdere kwetsbaarheidspunt, dat je nog steeds 1 verbinding hebt en dat er een soort cascade-effect en uitval zou kunnen optreden. Als we het hebben over bundelen, dat gaat, maar dan hebben we het nog steeds over een onderlinge afstand van 100 meter. Masten zijn ongeveer 60 meter hoog. Dan staan ze naast elkaar en zoeken we elkaar wel op. Er zitten ook alternatieven bij die dat juist heel erg proberen. Het woord combineren dat wij gebruiken, dat we er 1 verbinding van maken, dat is niet mogelijk. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik zag net corridor 10, van Krimpen aan den IJssel naar Geertruidenberg. Dat loopt er al. Is het mogelijk dat je daar nog een verbreding maakt? De heer Verkerk: Ja.

U bedoelt op het linker kaartje? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja. Hier zie ik corridor 10 staan. Is het mogelijk dat je hem … De heer Verkerk: Ja. Mevrouw Lammens-Oostdijk: De Biesbosch is een uniek Natura-2000 gebied. Om daar nu allemaal leuk van die masten in te zetten, is ook wel een beetje zonde. Het is nodig. Het is niet de vraag of dit wel of niet moet, het moet. Ga je dit door de Natura 2000-gebied doen? Dat is de vraag. De heer Verkerk: Eens. Dat is inderdaad de vraag. En corridor 10 is geen bestaande verbinding. Het linker plaatje is het originele zoekgebied. Dat is volgens mij in 2022 gepubliceerd. Het rechter plaatje zijn onze corridors. Dat zijn de 10 verschillende routes die wij hebben ontwikkeld om de problemen op te lossen, waarbij corridor 10, de meest oostelijke, er specifiek uit is gekomen om helemaal buiten Natura-2000 te blijven. Moet ik wel zeggen dat het daardoor dwars door de Waal en de Nieuwe Hollandse Waterlinie heengaat, want die liggen bij Waardenburg. Er is niet een alternatief of corridor dat we hebben kunnen ontwikkelen die overal tussendoor weet te fietsen. Normaal gesproken zouden wij een MER- en IEA-onderzoek in willen gaan met 3, 5 aan de hoge kant, alternatieven.

Wij hebben er 10, mede doordat we meteen de 2 eindpuntenconstructie, van A, naar B of C, hebben, maar ook omdat we zien dat er veel mogelijkheden mogelijk zijn en die willen we voldoende gedegen onderzoeken. Als de staatssecretaris concludeert dat een alternatief die raakvlak heeft met Natura-2000 de beste optie is, dan willen we daar een verhaal bij hebben met welke alternatieven we hebben overwogen en waarom dit dan moet. Dat vind ik richting de omgeving ook nodig. De voorzitter: Mijnheer Pauwels. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Mag ik een vervolgvraag?

11

De voorzitter: Ja. Dan kan mijnheer Pauwels hierna de vraag stellen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Die corridor 10, valt hij al af of is dat nog steeds een mogelijkheid? De heer Verkerk: Ze zijn allemaal nog levend, zogezegd. De natuuronderzoeken resteren ons. Omdat we bij de Biesbosch zitten gaat het voornamelijk over vliegbewegingen van vogels. Die zijn heel lastig te modelleren. We weten dat er vogels tegen verbindingen aanvliegen, maar het is heel moeilijk om dat in kaart te brengen, zeker in een gebied als de Biesbosch waar de vogels niet heel lang blijven liggen. Het is heel lastig om daar tellingen op te doen. We weten al dat we voor dit gebied echt gedegen moeten onderzoeken. Daar waar dit in het verleden misschien wat makkelijker te compenseren viel of weggeschreven kon worden, zogezegd, weten we dat het hier niet gaat werken, omdat het zo'n belangrijk rustgebied is. Wij hadden gehoopt met misschien 9 van de 10 onderzoeken gereed te kunnen zeggen van, 1 of 10, dat kan niet of 6 kan echt niet. We zien dat we echt het laatste vrij centrale puzzelstukje van die natuuronderzoeken nodig hebben om te kunnen zeggen wat er wel en niet kan. 10 is een optie.

Wat daar wel heel complex aan is, omdat het dwars door de Nieuwe Hollandse Waterlinies heengaat, en dat doet 9 ook, dat is echt dit gebied, het is de kernzone tussen twee forten door en het is 1 van de gebieden waar we ondergrondse stukken hebben moeten onderzoeken om dat effect weg te nemen, wat vanuit TenneT een heel lastig vraagstuk is door die eerdergenoemde nettechische onzekerheden die dat introduceert. De voorzitter: Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Bedankt. Zijn er hele sterke voordelen aan het door de Biesbosch heen bouwen? Ik denk dat er niemand is die hier graag in de Biesbosch bouwt. Het lijkt alsof het westelijke en het oostelijke tracé grotendeels de Biesbosch zouden ontzien, zeker ook het gegeven dat er vertraging ontstaan is, er allemaal natuuronderzoeken zijn gedaan en tijd heel veel geld kost. Mijn gevoel is dat door de Biesbosch heen ook enorme voordelen zou moeten hebben en ik ben benieuwd wat die zijn. De heer Verkerk: Wat is uw aanname? Dat een tracé door de Biesbosch grote voordelen heeft omdat ze er nog inzitten, bedoelt u? De heer Pauwels: Ja. De heer Verkerk: 1 van de voordelen die het heeft, is afstand. Dat is verreweg de kortste de afstand van A naar B. We hebben het over corridor 5. Dit is een 14 kilometer en dat is het kortste alternatief dat we hebben.

Corridor 10 is 50 kilometer, waarbij het, denk ik, geen noodzaak is om een kostendeskundige expertise te hebben om te snappen dat corridor 10 daarmee een stuk kostbaarder is dan 5. Wil niet zeggen dat bouwen in een gebied als de Biesbosch extreem complex is en daarmee ook heel erg kostenverhogend. Er zitten hier echt wel een paar alternatieven tussen die er met wat kennis van het gebied als zeer onlogisch eruitzien, maar het is ook gedaan om te zorgen dat we zeker weten dat het niet kan en dat we ook goed in kaart kunnen brengen wat de effecten zijn. De voorzitter: Mijnheer Groenewege.

12

De heer Groenewege: Hoe ziet de ruimte onder een hoogspanningsverbinding door de Biesbosch er in theorie uit? Moet dat helemaal kaalgekapt zijn, scorched earth? De heer Verkerk: Dat is een hele goede vraag. Er zit een maximale hoogte aan bebouwing en begroeiing die wij onder een hoogspanningsverbinding toestaan. TenneT vestigt daar een zakelijk recht voor, een zakelijk recht voor opstal. Dan kunnen eigenaren ook vragen om daar snoeiwerkzaamheden uit te voeren. Wat het complexe voor de Biesbosch is, daar staan heel veel opstanden die bestaan uit zachthout ooibossen, heel veel wilgen, die in dat gebied wel een beetje aan hun natuurlijke einde levensduur zitten en waarbij de verwachting niet per se is dat ze nog heel erg groeien. 1 van de dingen die wij voor die tracés hebben bekeken, is wat is nu de maximale hoogte is. Als je het heel sec gaat bekijken, dan is het volgens mij 1 meter 75, als je naar onze eisen gaat kijken. Toen hebben we gekeken, maar dat hoeft niet, want die bomen groeien niet. Het is wel zo dat er een maximale hoogte is. Dat is voornamelijk om te voorkomen dat er ooit een boom doorgroeit, die verbinding aanraakt en daarmee kortsluiting creëert. Het is een vrij nat gebied, misschien is het ook wel klaar bij alleen de kortsluiting, maar dat wordt wel meegenomen. Wat we ook voor de Biesbosch daarmee hebben onderzocht, je hebt een x-aantal mastposities nodig.

Normaal gesproken staan die 400 meter uit elkaar. Voor dit gebied hebben we gekeken, is het dan mogelijk om die afstand te vergroten? Daarmee gaan de masten omhoog, maar neem je de minimale hoogte ook mee. Is dat dan een optie, dat je er een soort van doorheen springt met zo min mogelijk voeten aan de grond en heel weinig of zo min mogelijk effecten in het gebied? Dat is 1 van de oplossingen waar we naar kijken voor de Biesbosch. Dat is een beetje een valkuil voor dit project, een gebied zo complex als de Biesbosch, we hebben moeten kijken of we er überhaupt wel kunnen komen. Kunnen we die werkterreinen inrichten? Dat is weliswaar een tijdelijke inrichting, maar je moet denken aan een werkterrein van zo'n 80 bij 80 meter keer een x-aantal masten om de 600 meter, vrij ondiepe watergangen. Er is ook gekeken of ze bereikbaar zijn per duwboot en of baggeren nodig is. We hebben het onderste uit de kan gehaald om zeker te weten of het überhaupt wel maakbaar was. We zien daar voor alternatieven 3, 4 en 5 weinig, zoals mijnheer van GroenLinks-PvdA zei, grote voordelen uit ontstaan. Het is een gebied waar het heel moeilijk is om een hoogspanningsverbinding te realiseren, maar we willen dat wel voldoende onderzocht hebben. De voorzitter: Nog een vraag van mevrouw Rutten-Alberts. Mevrouw Rutten-Alberts: Dank u.

In de Biesbosch vaar ik nog weleens en dan zie ik van die hoogspanningsmasten al staan. Kunnen die niet een soort van gebruikt worden? Ze staan er al en dat je daar nog iets aanhangt van een zijtakje of zo, ik noem maar een dwarsstraat. Ik heb echt totaal geen idee of dat het mogelijk is, maar ik heb zoiets van, ze staan er al, gebruik ze. De heer Verkerk: Ik snap uw vraag. Er liep vroeger een verbinding van Geertruidenberg naar Crayestein toe. Die is volgens mij een flinke tijd geleden voor de helft afgebroken. Het gedeelte tussen het onderstation in de Biesbosch en Crayestein is komen te vervallen. Ongeveer bij Kop van ‘t Land kwam het in Dordrecht aan. Dat is 150 kilovoltverbinding. Die masten zijn niet meteen geschikt voor deze voltage. Ze hebben iets kortere armpjes en zijn niet geschikt voor het gewicht van een 380 kilovolt-verbinding. De draden die eraan hangen zijn dikker en daarmee zwaarder. De veilige afstand tussen de dradengeleiders is groter. Daar waar voor een 150 kV 1,5 meter een veilige werkafstand is, als iets binnen 1,5 meter komt, dan vindt er overslagplaats, is dat bij 380

13

kilovolt een kleine 4 meter. We hebben wel gekeken, en dat is alternatief 5, kunnen we misschien ook kijken naar een uitwisseling door de ene te bouwen en de ander af te breken en heeft dat dan netto misschien geen of weinig verschil? Er was er al 1 en er is er nog 1, maar dat zou dan wel betekenen, nieuwe verbinding bouwen, oude verbinding afbreken waarbij een verbinding afbreken in de Biesbosch ook niet per definitie een hele makkelijke exercitie, plus dat het ondertussen voor diverse soorten, waaronder de visarend, een nestlocatie is geworden. Dat is niet 1-op-1, maar er is wel gekeken of het feit dat het er al is een voordeel kan zijn voor een nieuwe verbinding. De voorzitter: Dan geef ik nog even mijnheer Wringer een mogelijkheid om een vraag te stellen en dan denk ik dat we even door moeten gaan met de presentatie. U bent volgens mij halverwege de presentatie. Ik denk dat we nog wel tot die afronding moeten komen. Wat ik een voorstel is mijnheer Wringer nog even het woord te geven, dan alleen nog vragen stellen als er bij sheets vragen zijn ontstaan en anders de vragen op te sparen tot na de presentatie. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik werd even getriggerd door het woord vervallen. U zei dat de 150 kilovolt-leiding die nu door de Biesbosch loopt, door de Brabantse Biesbosch, is komen te vervallen.

Betekent dat dit dat het niet meer in gebruik is en eventueel afgebroken zou kunnen worden? De heer Verkerk: Nee. Er is een nog een station in de Biesbosch aanwezig. Er loopt nog een verbinding van station Geertruidenberg naar ongeveer waar de O van corridor 5 staat. Er was vroeger nog een gedeelte dat doorging naar Crayestein. Het gedeelte tussen Crayestein en het station in de Biesbosch is verwijderd. Even kijken naar de onderzoeken die we hebben gedaan. Dat is in 8 thema’s gesplitst. Dat zijn de, denk ik, relatief bekende milieueffectthema's die allemaal in een integrale effectanalyse samengevat worden. Voor 7 van de 8 thema's zijn we gereed en voor een groot gedeelte van het thema natuur ook. Wel zien we dat het in kaart brengen van die effecten op specifiek natuur zo complex blijkt en nog niet eerder gedaan is, dat het samen met ons ingenieursbureau heel veel afstemming vraagt. Als we hier conclusies aan verbinden, dan willen we dat het de juiste zijn. We hebben nu in de planning staan dat het in september, net voor de zomer, wacht even met de planning tot ik wat over de data zeg, gereed zal zijn. We hebben deze thema’s al heel even langs zien komen, over het bovengronds, tenzij. Op het onderste plaatje zien we zo'n converterhal. Dit is een visualisatie die de wind-op-zee-projecten gebruiken, waaronder de Nederwiek 3 die in Geertruidenberg aanlandt.

Dat is een oppervlakte is van een kleine 5,5 hectare en de hoogte is een 20, 25 meter. Het best wel een behoorlijke blokkendoos. Rechtsboven zien we zo’n opstijgpunt waar ik eerder naar refereerde. Dat is op de verbinding RandstadNoord. Die gaat onder het Amsterdam-Rijnkanaal door. Dan zien we dat het echt een hele grote oppervlakte vraagt om dat om te brengen en weliswaar in dit geval onder het Amsterdam-Rijnkanaal een oplossing bood, maar dan wel aan de noord- en zuidzijde van het kanaal weer een groot effect met zich meebrengt. Het moet echt wel een goede aanleiding zijn om zoiets in te zetten. Daarbij zien we de afwegingen om zoveel mogelijk bovengronds te willen blijven, dat het vermogen gegarandeerd moet zijn, transport zo stabiel mogelijk blijft, kans op uitval laag moet blijven en ook kosten uiteindelijk daarin meespelen. Verder zien we vaak vragen terugkomen van, maar wat zien onze burgers of wij als gemeente daar nu van terug en wat kunnen we verwachten? Er zijn enkele wijzigingen of initiatieven die eraan zitten te komen. In het verleden wordt wel gesproken over een uitkoopbeleid vanuit TenneT/EZK voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Dat ging toen over woningen die binnen een magneetveld

14

vielen. Dat was een 0,4 microtesla zone die zo'n verbinding bevat en kwam voort uit het voorzorgsbeleid dat door het ministerie is opgesteld. In tegenstelling tot wat vaak de bekende informatie is, is het volledig toegestaan om pal onder een hoogspanningsverbinding te wonen. Er is niet een hele harde indicatie dat er een significant negatief effect optreedt van daaronder wonen, maar omdat er ook onderzoeken zijn die dat niet volledig uitsluiten, is er een voorzorgsbeleid waar wij ook mee traceren. Wij willen zo min mogelijk woningen in de buurt van zo'n verbinding hebben. In het kader van draagvlak, maar ook het faciliteren en versnellen van de energietransitie, is er een aankoopbeleid ingericht dat per 1 januari van dit jaar van werking is. Verblijfsobjecten die binnen 100 meter aan weerszijden van een verbinding komen te vallen, van een nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding, krijgen vanuit het ministerie, TenneT, want TenneT is volgens mij de uitvoerende tak daarin, een aankoopbeleid om de woning aan te kopen. Dat is vrijwillig. Dat is niet verplicht, maar geeft wel mensen de mogelijkheid om te verhuizen, mochten ze dat willen. Vaak worden die woningen na afronding van het project weer op de markt gezet, als dat mogelijk is. Daarnaast is er ook vanuit het ministerie een gebiedsfonds ingericht.

Tenminste, het ministerie is druk doende om dat gebiedsfonds goed in te richten, omdat er veel projecten in het kader van de energietransitie op elektriciteitsniveau gebeuren en sommige gemeenten, ook hier in de buurt, ongetwijfeld heeft u de berichten rondom Moerdijk en wat daar speelt langs zien komen, worden behoorlijk groot ‘…’(00:55:30). Als er eenmaal iets is, dan bouwen we het net voort van waar dat is. Dat is nog niet volledig uitgekristalliseerd. Het is wel bekend dat het een injectie is om de leefkwaliteit van belanghebbenden te verbeteren in en om het gebied en dat daar nu een fonds beschikbaar is van net geen 200 miljoen euro, maar dat is wel een landelijk fonds. Nu is het ministerie druk bezig om te kijken welke projecten zich daarvoor lenen en hoe we daar onderscheid in maken, zodat het geld wel zo goed mogelijk besteed wordt. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog, u heeft een verduidelijkende vraag? De heer Den Hartog: Ja. Ik zat nog even over die huizen daaronder. Eerder zei u, en dat lijkt me heel erg logisch, dat die afstanden zodanig moeten zijn dat bij een calamiteit, mocht er een onverhoopt omvallen, de volgende op een grotere afstand ligt. Waarom is dat niet voor huizen dan? De heer Verkerk: Het is wel zo dat de verbindingen zodanig gedimensioneerd worden dat we er niet van uitgaan dat ze omvallen.

In die risicobeoordeling zit dat het niet zo'n hoog risico is dat het een aanleiding is om woningen daar niet te willen hebben. Rondom snelwegen hebben we ook een buffer van, volgens mij, 300 meter waarvan we zeggen, is dat een strook waarin we woningen zouden willen hebben of niet? De triggers zijn net niet voldoende om te zeggen dat het volledig onveilig is dat we het niet willen. Dat geldt ook voor zo'n bovengrondse hoogspanningsverbinding. Het aankoopbeleid nu is veel meer gericht op draagvlak en tegemoetkomen aan een wijziging van omgeving die mensen dan ongetwijfeld wel zullen ervaren. Uiteraard, maar dat zal u niet onbekend zijn, want het is de reden waarom wij hier zijn, is het verkondigen van ons project en het op de hoogte brengen van de omgeving van groot belang. We hebben sinds de start van het project een hele actieve samenwerking met onze ambtelijke projectgroep, waar wij zo transparant mogelijk proberen alle stukken te delen en echt te faciliteren, omdat wij het heel belangrijk vinden dat die kennis aanwezig is. Uiteindelijk vragen wij ook de regio, dat zijn alle betrokken bevoegde gezagen, in dit geval 15 gemeenten, 2 provincies, om een regioadvies op te stellen. Dat regioadvies wordt alleen maar beter als de kennis goed is en alle consequenties duidelijk zijn. Daarnaast is de gemeente voor

15

een gedeelte van de vergunningen bevoegd gezag. Het is wel zo, dat voor dit soort projecten, 220 kilovolt en hoger, het projectbesluit bevoegd gezag bij het ministerie ligt. Vandaar dat de staatssecretaris, dat was voorheen minister, maar sinds vorig jaar, denk ik, wordt het de staatssecretaris van KGG, daar het voorkeursalternatief in kiest. De gemeente is nog wel bevoegd gezag voor diverse uitvoeringsvergunningen die aan bod komen wanneer de aannemer uiteindelijk ‘aan land komt’(00:59:00). Ook dat soort vergunningen worden gecoördineerd binnen wat voorheen de coördinatieregeling was. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Even voor mijn helderheid, komt er een voorstel vanuit TenneT aan de staatssecretaris en daarnaast, parallel, een regioadvies of wordt dat een document? De heer Verkerk: Het zijn twee documenten. Vanuit TenneT wordt er een notitie opgesteld. We hebben de volledig objectieve neutrale onderzoeken die gedaan zijn, waar ook geen weging in zit. Die hebben niet een thema boven een ander gesteld met een soort wegingsfactor. We hebben naast het regioadvies een advies vanuit TenneT, waarbij wij zeggen, wij zien dat dit alternatief er als meest gunstig uitkomt. In een soort ideale wereld hebben we een heel unaniem regioadvies dat volledig aansluit bij ons advies.

Dan hebben wij een hele goede taak gedaan in het informeren en duiden van onze onderzoeken. In de praktijk zien we weleens dat daar wat verschillen in zitten. Verder is het zo, afhankelijk van de gemeente, dat er nog een grondeigenaarsrol is vanuit de gemeente. Wij gebruiken vaak de kanalen die de gemeente al heeft om inwoners te informeren. Echter, de een-op-een afstemming, zoals wij hier nu ook zitten, houden wij nu vaak bij professionele stakeholders, bevoegde gezagen en gemeenteraden op aanvraag. Gezien het projectgebied en de hoeveelheid inwoners die we daar hebben, zijn keukentafelgesprekken op dit moment nog niet realistisch voor ons. Dat wijzigt op het moment dat we een voorkeursalternatief hebben. Als we kijken naar … De voorzitter: Sorry dat ik u nog even onderbreek, maar ik heb nog even een vraag van mijnheer Verdoorn. De heer Verdoorn: Wat is het vorige vergelijkbare project dat vooraf is gegaan aan deze 380kV-leiding? De heer Verkerk: Bedoelt u het meest recente nieuwe hoogspanningsverbindingsproject? De heer Verdoorn: Ja. De heer Verkerk: Dat zou Rilland-Tilburg zijn. Het is een project dat in de volksmond ook wel Zuid West Oost wordt genoemd. Dat is nu net in de uitvoering. Dat is de verbinding tussen het station in Rilland en uiteindelijk Tilburg.

Als we kijken naar welke participatie we nu met de bredere omgeving doen, dan hebben we de formele inspraakmomenten. Wanneer wij stukken publiceren, het voornemen en het participatieplan, maar ook de concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau en straks ons concept-voorkeursbeslissing van de staatssecretaris, zijn dit momenten dat wij in samenwerking met het ministerie de informatieavonden organiseren waar reacties mogelijk zijn. Daarnaast zijn we ons wel heel erg bewust dat er tussen onze concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau en straks de publicatie van het concept 4 jaar zit. Dat was niet de planning. We hebben op verschillende momenten nog extra contactmomenten georganiseerd, zoals in de zomer vorig jaar. We waren op diverse locaties, volgens mij ook hier in het gemeentekantoor, beschikbaar om toelichting te geven op informatie. Hier hebben we het bij de golfbaan

16

gedaan, want het gemeentekantoor was niet in de buurt van het project. Verder hebben we een actieve website, maar ook een nieuwsbrief en zetten we social media in waar het logisch is. We zien bij dit soort projecten dat het bereiken van de brede omgeving echt een beetje een olievlekachtige constructie is, waarbij we door maar vaak genoeg te informeren steeds meer mensen te bereiken. We willen niet, dat wanneer er straks een voorkeursalternatief wordt gekozen, dit een hele een schok is. Het zou fijn zijn als iedereen dan wel weet dat het project speelt. Daarbij, we verwachten, maar dat zal ik straks bij de planning misschien even kort toelichten, in het najaar weer informatiemomenten te organiseren. Het regioadvies is gebaseerd op de MER en de IEA. Aangezien het een politiek besluit is, zal het regioadvies ook in de gemeenteraad behandeld worden, waarbij die stukken waarschijnlijk een bijlage zijn. Dan zijn ze impliciet openbaar. Wij willen niet dat mensen per ongeluk het gevoel krijgen dat ze de stukken alleen hebben kunnen vinden in een bijlage van een raadsvergadering. Wij kiezen ervoor om het regioadvies, wanneer dit start, transparant beschikbaar te stellen. Er is nog geen formele reactie mogelijk, maar het betekent ook dat we de context van wat het is en wat het vooral niet is goed kunnen duiden.

Om dat goed te kunnen duiden verwachten wij wat informatiemomenten te organiseren, zodat mensen een plek hebben om naartoe te kunnen gaan met hun vragen. Als we het dan toch even hebben over de planning, de groene stipjes zijn inmiddels gepasseerd en we zitten nu in de fase na het oranje stipje, waarbij we midden 2027 verwachten dat de concept-voorkeursbeslissing te hebben. Daar zitten ook de integrale effectanalyse, plan-MER en omgevingsnotitie bij. Een omgevingsnotitie is een los document, omdat het bij ons niet in onze integrale effectanalyse zit. Dat is meer een aanvullende plek voor stakeholders. Gemeenten hebben natuurlijk hun regioadvies. Er zijn diverse stakeholders, en dan denk ik even aan een Evides of ProRail, die hun raakvlak misschien niet kunnen duiden in een milieuthema, maar waarbij het wel handig is om bij de staatssecretaris duidelijk te hebben, als u dit alternatief kiest, bent u zich dan wel bewust dat de drinkwatervoorziening van Evides daarin geraakt wordt? In het einde van 2027 zou dan de voorkeursbeslissing vastgesteld moeten zijn, waarbij we in het begin van 2029 ook echt het projectbesluit gereed hebben om te publiceren en eind 2029 vast kunnen stellen en kunnen starten met de uitvoering. Als we zover in de tijd plannen, dan wordt het altijd een beetje een bandbreedte, maar de verwachting is dat we ergens tussen 2033 en 2037 klaar zijn.

De voorzitter: Bedankt voor de presentatie. Zijn er vanuit de commissieleden nog vragen? Ik zie mijnheer Pauwels, mijnheer De Feijter, mijnheer Wringer, mijnheer Van Aarle, mijnheer ... Ik ga ze allemaal eventjes opschrijven. Ik begin met mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: In hoeverre is, of wanneer wordt, er een serieuze doorrekening gemaakt van de kosten van de verschillende tracés? Ik kan me zo voorstellen dat er een aantal potentiële tracés afvallen. Dan met name die door de Biesbosch, want dat is extreem duur. Wanneer wordt dat gedaan en hoe gaat dat in zijn werk? De heer Verkerk: De kostenanalyse is onderdeel van de integrale effectanalyses. Dat is gedaan. We zien inderdaad grote verschillen in kosten. De langere tracés kunnen zomaar een factor 2 duurder zijn dan kortere alternatieven. Dat is niet een reden voor ons om het nu af te laten vallen, want het zou ook kunnen zijn dat het hele lange, dure tracé het enige vergunbate tracé is. Dan zijn de kosten die daarbij gemoeid de kosten die we moeten betalen om het probleem op te lossen. Die zit er wel in. De voorzitter: Mijnheer De Feijter.

17

De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Om op het laatste punt uit de presentatie nog even kort teruggekomen, ik begreep dat het 2033-2035 gereed zou moeten komen. Eerder in de presentatie hoorde ik dat er vanaf 2030 problemen zouden kunnen gaan optreden. Hoe verhoudt dat zich tot elkaar? Dan nog een korte tweede vraag, in informatie die met ons gedeeld is, zouden de natuuronderzoeken in het tweede kwartaal van 2026 afgerond zijn. Is dat inmiddels zo en loopt het nog op planning om nog af te komen in dit kwartaal? De heer Verkerk: Dat is heel goed gehoord. Er zit een drie tot vijf jaar verschil tussen wanneer wij verwachten dat het probleem optreedt en wanneer we gereed zijn. Er zit in deze planning, en nog steeds, wel een ambitie om te kijken of we versnelling kunnen vinden, maar de realisatie is wel, en dat zien we bij veel projecten in de energietransitie, dat het probleem al optreedt op het moment dat de oplossing nog moet plaatsvinden. Er zijn ook vergelijkbare projecten. Bijvoorbeeld tussen Diemen en Ens wordt het knelpunt verwacht volgend jaar of het jaar daarop al op te treden. Zij hebben ongeveer een vergelijkbare doorlooptijd als wij. Da zien we dat het congestievraagstuk op het hogere transportnet ook echt wel gaat spelen. Over uw tweede vraag, we hadden vandaag een sessie over de warme overdracht van natuuronderzoeken die gereed zouden zijn. Dat is niet gelukt.

Specifiek op gebiedsbeoordeling, maar ook effecten op verschillende soorten. We zien toch echt wel dat dit een heel complex thema is. We merken ook dat onze ingenieursbureaus het best wel spannend vinden om hier hele concrete uitspraken over te doen, wetende dat zij de eerste zullen zijn die hier echt een uitspraak over doen. Als ze het goed hebben, dan zullen ze dat heel goed vinden, maar ze voelen ook wel echt wel de spanning van, als we hier een uitspraak over doen, dan moet het wel staan als een huis. We hebben vandaag aan de ambtelijke projectgroep medegedeeld dat we geen losse review van de natuuronderzoeken meer doen, maar die nu meenemen in de grotere review van de MER en de IEA. Ik had het eerder al gezegd, ik wacht even tot het plaatje van de planning. Ik zie nu dat het hier niet in staat. De review van die stukken start, volgens mij, in september waarbij we wel moeten zorgen dat we ons bewust zijn dat we het goed moeten coördineren en dat er genoeg tijd is om daarnaar te kijken. De heer De Feijter: Sorry, een korte vervolgvraag. Begrijp ik hieruit dat er dan in de tussentijd geen mogelijkheid is voor de gemeente om er, in die zin, feedback op te geven? De heer Verkerk: Niet los. Het was eigenlijk een dubbelen. We hadden nu de review van de natuuronderzoeken. Die effecten zouden verwerkt worden en zouden in de MER en IEA terugkomen die in september start.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1105/documents/48571