2.4 2026.03.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 3 MAART 2026 Vergaderzaal 1 1. Vragenhalfuur Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: De heer Van Soest Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Noldus (VVD) Portefeuillehouders: wethouder M. Merx, wethouder J. Veldman De voorzitter: Goedenavond, dames en heren, ik wil u allemaal even verzoeken om te gaan zitten. Mijnheer Kuhlmann, mijnheer Noldus. De orde is gelijk hersteld. Goedenavond, allemaal bij het vragenhalfuur. Historisch moment. Het is het laatste vragenhalfuur van deze periode en daar gaan we wat leuks van maken. Tenminste, er zijn twee partijen die een vraag hebben aangemeld en die gaan wij de gelegenheid geven om daar een mooi antwoord op te laten geven door het college. Als eerste wil ik graag mijnheer Kuhlmann het woord geven. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. In antwoord op de vraag van het bewonerscomité Land van Valk, om bij eventuele invoering van betaald parkeren te kijken naar een regeling waarbij alleen 's avonds en 's nachts betaald hoeft te worden voor het parkeren en overdag niet, schrijft wethouder Veldman in zijn brief van 13 februari 2026 dat er in zijn voorstel is gekozen voor betaald parkeren van 9.00 uur 's morgens tot 22.00 uur ’s avonds.
Het bewonerscomité is weliswaar uitgenodigd door de wethouder voor een gesprek op 9 maart, maar de wethouder schrijft hierbij, het vastgestelde parkeerbeleid blijft het uitgangspunt bij het gesprek van 9 maart. De Dordtse VVD maakt zich zorgen dat ten onrechte wordt gedaan alsof de door de gemeenteraad vastgestelde regels rondom betaald parkeren alleen ruimte bieden voor het tijdvak van 9.00 uur 's morgens tot 22.00 uur 's avonds en dat er geen andere tijden mogelijk zijn, terwijl de door de gemeenteraad vastgestelde regels rondom betaald parkeren juist ruimte bieden om in verschillende gebieden met betaald parkeren verschillende tijden te hanteren. Het Land van Valk is bovendien een gebied aan de andere kant van het spoor met evident andere omstandigheden dan het centrum van onze stad waar betaald parkeren geld van 9.00 uur 's morgens tot 22.00 uur ’s avonds. Daarom de volgende vraag, is het college bereid om in het gesprek met de bewoners op 9 maart open en constructief te voeren zonder stellingname vooraf door de gemeente over het gewenste tijdvak, wetende dat de gemeenteraadscommissie in mei nog over het Land van Valk en over het stappenplan voor invoering van betaald parkeren gaat spreken.
1
De voorzitter: Dank u wel. U heeft heel handig gebruik gemaakt van de vragen die u niet mocht stellen en om die dan een klein beetje te verwerken in de tekst. Daar gaat mijnheer Veldman vast nu een mooi antwoord op geven. De heer Veldman: Voorzitter, dank. Ook mijnheer Kuhlmann, dank voor de vraag. Het antwoord op uw vraag is, ja, wij gaan open en conservatief dat gesprek aan, maar wel binnen het geldende beleid. Dat is het antwoord. Dat er in mei een gesprek is, is mooi en prima, maar totdat er anders besloten is, geldt wel het beleid zoals we dat nu kennen. Het klopt dat daar geen afbakening is in het tijdvak, zoals u dat zegt. Maar we moeten wel kijken naar de uitvoerbaarheid en de effecten op de rest van de omgeving. Binnen die kanttekeningen gaan wij zeker een open een constructief gesprek voeren met de inwoners, zowel de voor- als de tegenstanders overigens, van het Land van Valk. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik ben toch benieuwd of de wethouder niet ziet dat juist om die vooren tegenstanders wat dichter bij elkaar te brengen, het handig is als er niet alleen een alles-of-niets optie op tafel ligt en dat het voor dit gebied, dat echt andere omstandigheden kent dan het hart van de binnenstad, passend is om te kijken naar andere tijden. De voorzitter: Mijnheer Veldman.
De heer Veldman: Voorzitter, daarom gaan we het gesprek aan met de bewoners van Land van Valk. De voorzitter: Lijkt me helder. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Aan de Slangenburg in Sterrenburg zorgen bewoners zelf voor het gemeentegroen. Dat is precies zoals de gemeente het beoogt. Zij hebben daar een afspraak over met de gemeente. Niet om het groen netjes bij te knippen, maar om de natuur juist de ruimte te geven ten behoeve van de vele vogels en andere dieren die er leven. En toch ging het mis. Het afgelopen jaar moesten de betreffende bewoners al meerdere keren ingrijpen. Vorige week stond de aannemer opnieuw voor de deur. Zes à zeven struiken en bomen zijn geveld vlak voor het broedseizoen. Aanleiding bleek een anonieme Fixi-melding. Dat was voldoende om een bestaande zelfbeheerafspraak en de ecologische waarde terzijde te schuiven. Wij vermoeden dat dit niet een opzichzelfstaand geval is.
De Partij voor de Dieren heeft daarom de volgende vragen, hoe kan een Fixi-melding een zelfbeheerafspraak zomaar overrulen, wordt er getoetst aan het eigen beleid dat hoogte geen reden is voor kap, wat verandert de wethouder concreet in de werkwijze, zodat dit niet opnieuw kan gebeuren, hoe worden zelfbeheerafspraken geborgd in het systeem, zodat ze ook echt worden nageleefd en is de wethouder bereidt om plekken waar bewoners voor biodiversiteit zorgen, structureel te beschermen? De voorzitter: Dank u wel. Dat had ik helemaal niet verwacht. Dat is dan weer gezellig. Mijnheer Merx.
2
De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1, hoe kan het dat een Fixi-melding een zelfbeheerafspraak zomaar overrulet? Het eenvoudige antwoord daarop is dat ons daar helemaal geen zelfbeheerafspraak bekend is. We houden een logboek bij van alle afspraken die worden gemaakt van alle initiatieven en daar staat deze niet op vermeld. Bij de wel gehonoreerde initiatieven leggen we een adoptietegel neer. Op de adoptietegel staat zelfbeheer en dan weten degenen die het groen onderhouden in opdracht van de gemeente, daar moet ik van afblijven, het zijn de bewoners die daar verantwoordelijk voor zijn. Hier ligt geen tegel. Dat is nog even gecheckt, maar dat hebben wij in ieder geval niet aangetroffen. Maar we hebben inmiddels wel via Fixi uitgevonden wie dan de bewoners zijn die contact met u hebben gehad en daar gaan we in ieder geval mee in gesprek. Als zij dat zelf wil onderhouden, dan kunnen we daar prima afspraken over maken. Vraag 2, wordt er getoetst aan het eigen beleid dat hoogte geen reden is voor kap? Dat klopt. Hoogte is op zichzelf geen reden voor kap. Overigens is hier, ik lees even voor uit andermans werk, geen kap uitgevoerd, maar snoei. De wortels van de struiken zitten nog in de grond en lopen razendsnel weer uit. Over enkele maanden is ook het gesnoeide stuk weer minstens 1 meter hoog.
Kap of snoei is van vele factoren afhankelijk en wordt steeds opnieuw beoordeeld. Tegelijkertijd is het dan wel heel jammer voor de vogeltjes die daar misschien hun nestje hadden willen bouwen, want die moeten dan een aantal maanden wachten. Dat doen ze niet. Wat verandert de wethouder concreet in de werkwijze, zodat dit niet opnieuw kan gebeuren en hoe worden zelfbeheerafspraken geborgd in het systeem, zodat ze echt worden nageleefd? Eigenlijk hebben we een goedwerkend systeem. Alleen, dan moeten wel de afspraken ook daadwerkelijk gemaakt en vastgelegd zijn. Dat gaat over het algemeen heel erg goed. Het gebeurt echt weleens een enkele keer dat een hovenier over de tegel heen kijkt en toch aan het werk gaat, maar dat is zelden. Is hij bereid om daar waar bewoners voor biodiversiteit zorgen, structureel te beschermen? Uiteraard. U begon er ook mee bij uw vraagstelling, we juichen het van harte toe dat bewoners zelf meer het initiatief gaan nemen om het groen in hun omgeving te onderhouden in het kader van biodiversiteit, maar ook in het kader van sociale cohesie. Want je ziet dat daar waar mensen gezamenlijk het groen gaan onderhouden, mensen veel meer met elkaar in contact komen, elkaar gaan begrijpen, gaan verstaan en dat op die manier de sociale cohesie op een enorme manier wordt bevorderd. We zien daar hele mooie voorbeelden van.
Wij stimuleren dit en wij juichen het van harte toe. Dan kom ik weer terug bij het antwoord op vraag 1, vandaar dat we contact gaan opnemen met deze melder om eens te kijken, wat wil je dan precies, hoe gaan we dat doen en welke afspraken kunnen we daarover maken? De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, ik wil in ieder geval de wethouder bedanken voor het antwoord en dat hij het initiatief wil nemen om met deze bewoners in gesprek te gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dames en heren, dit was het. Ik wil iedereen bedanken voor zijn of haar aanwezigheid. Ik heb gezien dat de spoeling dun is geworden vanavond. Maar toch, degenen die er zijn, wil ik allemaal fijne vergaderingen toewensen. Tot de volgende. 2. Beantwoording artikel 40-vragen RvO over gevolgen definitief verdwijnen huisartsenpraktijk (Rondetafelgesprek)
3
Voorzitter: Mevrouw Boom-Vos Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Balorian (VVD) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Pauwels (PvdA) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder T. de Jonge, wethouder J. Veldman Ambtelijke ondersteuning: dhr. Cornax, mevr. Huizer Overige aanwezigen: dhr. Able, dhr. Koedoot, mevr. Mills, mevr. Vaartmans De voorzitter: De laatste keer voor mij deze periode. Hij is zo leuk. Welkom raads- en commissieleden. Ik zie dat wethouder Veldman aanschuift om mee te luisteren. Welkom aan onze gasten van DrechtDokters, VGZ en onze ambtelijke ondersteuning vanuit de gemeente. Ten slotte heet ik ook de mensen die op de publieke tribune zitten welkom en eventuele kijkers thuis. Voor het verslag ga ik eerst de aanwezigen vragen om zich kort voor te stellen. Ik begin aan mijn linkerkant. De heer Koedoot: Ik ben Marcello Koedoot, manager Acute Zorg bij DrechtDokters. Mevrouw Mills: Ik ben Jursica Mills, strategisch manager programma’s bij DrechtDokters. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA. Mevrouw Balorian: Maylis Balorian, Dordtse VVD.
De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA Dordrecht. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP.
4
De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. Mevrouw Huizer: Linda Huizer, beleidsmedewerker gemeente Dordrecht. De heer Cornax: Lauran Cornax, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Vaartmans: Ingrid Vaartmans, VGZ. De heer Able: Mark Able, senior zorginkoper VGZ. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: Mijn naam is Karin Boom en ik mag de voorzitter zijn vanavond. We zitten hier bijeen naar aanleiding van schriftelijke vragen vanuit de PvdA over het verdwijnen van een huisartsenpraktijk. Ik moet zeggen, het CDA heeft ook veel actie ingezet. Naar aanleiding van die vraag en de agendering van het CDA, heeft de Agendacommissie besloten de meeste betrokken partijen uit te nodigen voor een rondetafelgesprek, het is vooral beeldvormend, en een gesprek met elkaar, zodat we een beter beeld kunnen krijgen van wat de rollen zijn, wie wat doet en hoe wij elkaar daar gezamenlijk actief in kunnen benaderen. Het Albert Schweitzer Ziekenhuis is ook uitgenodigd om aan te sluiten, maar zij vindt deelname niet passend, omdat het geen rol heeft in het organiseren van huisartsenzorg. Het ziekenhuis heeft wel een statement afgegeven. Dat is toegevoegd aan de stukken bij deze commissie.
Aan zowel de gemeente, DrechtDokters en VGZ is gevraagd, zoals ik zei, om een korte toelichting te geven over de stand van zaken, de rollen die zij vervullen ten aanzien van de huisartsenzorg, de rol die zij eventueel zien voor ons als gemeenteraad en de inzet die al gepleegd is en nog wordt gepleegd om ervoor te zorgen dat alle inwoners van Dordrecht een huisarts hebben. Na de presentatie is er gelegenheid voor het stellen van vragen en het voeren van het rondetafelgesprek. Wij verzoeken jullie om met het stellen van vragen te wachten tot alle drie de presentaties zijn geweest, want vaak loopt het in elkaar over. Dan ga ik nu het woord geven aan mevrouw Linda Huizer van onze gemeente. Gaat uw gang. Mevrouw Huizer: Dank u wel. Allereerst vinden we het ontzettend fijn dat we uitgenodigd zijn om vandaag met zijn allen toelichting te kunnen geven. Ik vind het heel fijn dat het op korte termijn gelukt is om de meest prominente partijen in de huisartsenzorg, vanuit VGZ en DrechtDokters, vanavond hier hebben. Bij dezen, heel fijn. We willen dat met een korte toelichting beginnen vanuit de gemeente, waarbij we eerst vanuit ruimtelijke ordening willen schetsen welke rol wij als gemeente vervullen daar waar het gaat om huisartsenzorg en huisartsenvesting. Ik zal eerst het woord aan Lauran geven.
Daarna zal ik vanuit het sociaal domein een toelichting geven op wat wij aan interventies en ondersteuning doen om onze huisartsen in de stad te ontlasten, daar waar we juiste zorg op de juiste plek kunnen bieden. Vervolgens zal VGZ het woord nemen en een toelichting geven over hun rol, een stukje ingaan op de situatie rondom praktijk Berkhout, maar vooral ook toekomstgericht kijken. Daarna zullen we het woord geven aan DrechtDokters. Zij zullen ook een korte
5
toelichting verzorgen. Daarna is er, volgens mij, openheid voor het rondetafelgesprek en om dat te gaan voeren. Bij dezen, Lauran, aan jou het woord om een toelichting te geven. De voorzitter: Mag ik heel even tussendoor, Lauran? Ik wel even voor de notulen noteren dat mijnheer Ayverdi van DENK ook aangeschoven is, zodat hij dadelijk een vraag kan stellen. Gaat uw gang. Dank je. De heer Cornax: Goedenavond, allemaal. Mijn naam is Lauran Cornax. Ik ben beleidsadviseur ruimtelijke ordening bij de gemeente Dordrecht. Ik ben gevraagd om vanavond wat toelichting te geven op de rol die de gemeente heeft voor wat betreft de ruimtelijke ordening met betrekking tot huisartsenhuisvesting. Sowieso is het voor je stad, de leefbaarheid en de omgevingskwaliteit van belang dat je voldoende maatschappelijke voorzieningen hebt en kan huisvesten. Daarom hanteren we vanuit ruimtelijke ordening een faciliterende rol richting de huisvesting van huisartsen of eerstelijnszorg. Bij faciliteren kan je een aantal acties bedenken. Dat begint bijvoorbeeld bij het vastleggen in een beleidsvisie wat voor doelen je hebt met betrekking tot huisvesting hiervan. In de gemeente Dordrecht is vorig jaar in de omgevingsvisie ook al meegegeven dat we het belangrijk vinden dat er op de verschillende plekken in de stad huisartsen gevestigd en beschikbaar zijn.
Daarnaast kan je bij nieuwe gebiedsontwikkeling of nieuwe nieuwbouwplannen vanuit ruimtelijke ordening meegeven, we constateren dat er qua geografische dekking niet voldoende huisartsen zijn in dit gebied. En als een nieuwe gebiedsontwikkeling zich aandient, dan zou je dat kunnen meegeven. Wanneer er noodzaak blijkt voor een huisartsvestiging en het binnen een plan past, dan is het uiteindelijk aan de gemeenteraad om daar een omgevingsplanwijziging voor vast te stellen. Op de kaart die we hier op deze sheet zien, is aangegeven, en ik hoop dat u het kunt zien, waar alle huisartsenpraktijken zich tot voor kort bevonden. Dat zijn de oranje stippen. Dat is op dit scherm misschien wat lastig te zien, maar uit deze kaart kan je wel afleiden dat op zich de geografische dekking in Dordrecht aardig is. Je ziet wel dat op bepaalde plekken in de stad de afstand tot een huisartsenpraktijk wat groter is dan op andere plekken. Zo zie je bijvoorbeeld dat op De Staart, en met name De Staart-Oost, de afstand groter is. Je ziet het bijvoorbeeld ook dat waar Maasterras voorzien is, de kaart wat roder kleurt. Vanuit ruimtelijke ordening, en vervolgens komt dat in de omgevingsvisie komt terug, hanteren we de voorzieningenmonitor. Daarbij maken we gebruik van de handreiking Voorzieningenniveau voor een gezonde leefomgeving.
Daarin staan wat kengetallen gegeven van, hoeveel huisartsen zou je stad willen hebben voor het aantal inwoners dat je hebt? Het kengetal dat in de handreiking wordt gegeven, is 1 huisarts per bijna 3.000 inwoners. Naar schatting bedient in Dordrecht elke huisarts zo'n 2.040 inwoners. Althans, we hebben lastig zicht op hoeveel huisartsen fulltime werken. Er zit nog wel wat nuance bij deze cijfers. Wat ik net al aangaf, is dat er mogelijkheden zijn is om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen mee te geven waar behoefte aan is. Zo zie je dat bijvoorbeeld ook bij het Maasterras ruimte in het plan is opgenomen voor maatschappelijke voorzieningen, waaronder mogelijk een gezondheidscentrum. Waar wij binnen de gemeente ook aan werken, zijn de zogenaamde gebiedsprogramma's. Misschien kent u die wel. Dat zijn stukken waar op basis van allerlei verschillende data geanalyseerd is, waar liggen in dit gebied, in deze wijk of in deze buurt nu de
6
aandachtspunten? Dat gaat heel breed over de zeven doelen van de omgevingsvisie. Daar komt ook het aanbod van huisartsen in terug of het tekort daaraan. Op basis van de data zie je dat de nabijheid van huisartsen op deze plekken verbeterd kan worden. Dat even voor wat betreft ruimtelijke ordening. Mevrouw Huizer: Waar we als gemeente ook druk mee zijn, is om vanuit het sociaal domein te kijken hoe wij kunnen aansluiten bij de eerstelijnszorg. Dat doen we al jarenlang met verschillende interventies. Je ziet door de komst van onder andere het Integraal Zorgakkoord, dat wij steeds intensiever samenwerken met de partijen in de eerste lijn, maar ook tweedelijns met de ziekenhuizen. Het mooie daaraan is, denk ik, als je kijkt naar wat kunnen wij doen, vooral de huisartsen die te maken hebben met krapte te ontlasten door niet-medische vragen die daar gesteld worden ook vanuit preventie op te pakken. Een mooi voorbeeld daarvan is, wat we volgens mij al zes jaar doen, het sociaal recept. Dat houdt in dat er een sociaal makelaar gekoppeld is aan een huisartsenpraktijk. Die kan ingeschakeld worden op het moment dat er bij niet-medische vragen ondersteuning nodig is. Dan zie je vaak dat zij proberen mensen actief te verbinden aan wijkinitiatieven, zoals bijvoorbeeld sportactiviteiten, maar ook clubgebouwen of andere inloopactiviteiten waar ze aan kunnen deelnemen.
En we zien dat het best heel succesvol verloopt. Doordat wij het in Dordrecht hebben, is er in het Integraal Zorgakkoord voor gekozen om dat regionaal te gaan uitbreiden en te gaan intensiveren, ook met landelijk beleid ten aanzien van het sociaal verwijzen dat er komt. We zijn druk vanuit het IZA bezig om nog nauwer de samenwerking hierin met de huisartsen op te zoeken. Daarnaast hebben we de centrale inlooppunten vanuit Dordrecht Sociaal waar mensen laagdrempelig met al hun vragen binnen komen lopen. Vooral de POH’ers binnen de huisartsenpraktijken zijn hier goed van op de hoogte en kunnen mensen hier naartoe verwijzen. Een product dat we ook al enkele jaren hebben, is de praktijkondersteuner Jeugd. Dat is een gezamenlijke financiering met VGZ daar waar het gaat over ggz en mentale problemen. Ook daar proberen we steeds nauwer de samenwerking op te zoeken in hoe wij huisartsen kunnen ontlasten door kinderen, maar ook volwassenen met ggz-problematiek, te laten ondersteunen vanuit de POH, de praktijkondersteuner. Daarnaast zijn we bezig met het opzetten van een regionaal mentaal gezondheidsnetwerk. In planvorming heet dat Mentiek.
Het gaat erover dat er een verkennend gesprek gevoerd gaat worden voor mensen die zich melden bij de huisarts, waar sprake is van mentale problemen en waar in het verleden de huisarts verwijst naar de ggz geïndiceerde zorg, de duurdere professionele ggz-zorg. We gaan nu gezamenlijk met de huisarts en sociaal werk kijken of het mogelijk is om vanuit het sociaal domein deze vragen op te pakken. Dat is deels bedoeld om de wachtlijsten in de ggz terug te dringen. Dat zijn een aantal voorbeelden die we hier in Dordrecht doen om, naast een positief vestigingsklimaat voor huisartsen, ook op het sociaal domein te ondersteunen, zodat we de huisartsen in hun taken kunnen ontlasten. Tot zover even wat we in Dordrecht op het sociaal domein daarvoor doen. Dan wil ik nu het woord geven aan Mark vanuit VGZ. De heer Able: Dank je wel. Fijn dat wij hier vanavond ook wat mogen komen toelichten. Ik heb 2 slides vanavond. De eerste gaat in op de rol van de zorgverzekeraar. De tweede zal wat specifieker ingaan op de casuïstiek die hier speelde, wat daar allemaal gebeurd is en wat we daar gedaan hebben. De eerste, de rol van de zorgverzekeraar. Dat geldt
7
voor VGZ, maar ook voor alle andere zorgverzekeraars. Er zijn niet alleen VGZverzekerden in Dordrecht. Wel een heleboel. Ongeveer 42 procent is het marktaandeel dat VGZ heeft. Maar ook de andere verzekeraars hebben hier verzekerden. Zij hebben allemaal wel een beetje dezelfde rol. Wij zijn verantwoordelijk voor het voldoende inkopen van huisartsenzorg, zodat alle verzekerden van ons, maar ook van andere verzekeraars, huisartsenzorg kunnen ontvangen. Dat is een speerpunt in ons beleid, heb ik nog opgeschreven. Dat is daadwerkelijk zo. We hebben afgelopen jaar ons beleid voor de komende 2 jaar weer vastgesteld en daarin staat toegankelijkheid met stip bovenaan en op plek 2 en 3 ook nog, omdat we zien dat het wel een heel belangrijk onderwerp is. Je ziet het ook bij de tweede bullet. Wij proberen dat in te vullen samen met partners, want wij kunnen dat vanuit de verzekeraar niet alleen. We hebben geen huisartsen op de bank zitten of op de plank liggen. Wij hebben de partners nodig om daar ook stappen in te zetten en de huisartsenzorg te kunnen waarborgen. We proberen dat zo veel mogelijk op de middellange en lange termijn te doen om casuïstiek te voorkomen.
Maar we maken ook plannen om te voorkomen dat er situaties plaatsvinden zoals het hier aan de hand is, met het acuut wegvallen van een huisarts, en dat we dan de zorg voor onze klanten, onze verzekerden, zo goed mogelijk kunnen waarborgen. Wij denken dat de huisartsenzorg in Nederland goed is, maar we zien ook dat er druk staat op de huisartsenzorg. Dit komt door de dubbele vergrijzing. De populatie wordt ouder, maar ook de huisartsen worden ouder. We moeten wel met elkaar gaan kijken met elkaar hoe we de zorg beschikbaar kunnen houden. Dan moeten we, denk ik, ook gaan kijken naar andere manieren om de zorg te kunnen verlenen. Wij zien in ieder geval van de oplossingen in een aantal punten die op de slide staan. De eerste is een zorgtransformatie met het toevoegen van digitalisering en digitale schil, dat is hybride zorg. Even heel kort, digitale schil houdt in dat we een digitale schil, wat het woord al zegt, om de fysieke huisartsenpraktijk heen bouwen waar de verzekerde, als deze vragen heeft, eerst digitaal zijn vraag stelt en kijkt of het daar opgelost kan worden en als het niet zo is, dat de verzekerde dan alsnog door kan gaan naar de fysieke praktijk. Ook kijken wij naar de inzet op informele netwerken, omdat wij denken dat informele netwerken kunnen helpen om zorg te voorkomen en als zorg nodig is, om die zorg zo kort mogelijk te houden.
Dan heb ik het over professionele zorg. Wij proberen de zelfredzaamheid te verbeteren en ook de eigen regie op een hoger plan te brengen. Daarbij kun je denken aan bijvoorbeeld zelf thuis meten door patiënten, waarmee ze meer eigen regie over hun ziektebeeld kunnen krijgen. Dat scheelt in de huisartspraktijk qua werk. Ten slotte hebben we nog het investeren in bijvoorbeeld de mentale gezondheidsnetwerken waar Linda het al over had. Dat is een manier om de mensen op de juiste plek hun zorg te laten krijgen. Dan even inzoomend op de casuïstiek waar het Dordrecht de afgelopen tijd over ging. Ik heb geprobeerd om het heel beknopt samen te vatten, want er is een heleboel gebeurd en de past allemaal niet op 1 slide. De hoofdlijnen staan, denk ik, hier. Wat is er gebeurd? De praktijk had 1 huisarts in de praktijk. Hij was ook eigenaar en enige beslissingsbevoegde. Hij is uitgevallen door ziekte en dat was meteen een gat in de zorg voor de verzekerden. In principe is de huisarts zelf verantwoordelijk om dit soort gevallen op te lossen. Eigenlijk moet daar vooraf een plan van, wat gebeurt er als ik uitval, wat moet ik dan doen en wat moet er gebeuren om de zorg door te kunnen laten lopen? Dat was niet of niet voldoende gebeurd. Het probleem dat daar nog bij kwam, is dat de praktijkhouder niet beschikbaar of aanspreekbaar was. Wij hadden niemand in de
8
praktijk waar wij zaken mee konden doen. De zorg moet natuurlijk wel doorlopen. De verzekerden gingen op zoek in de regio en de omgeving van de praktijk, waardoor de druk toenam op de andere praktijken. Uiteindelijk heeft met name DrechtDokters een hele goede rol gespeeld door tijdelijk de waarnemende locatie op de huisartsenpost open te stellen, waardoor de patiënten in ieder geval zorg konden krijgen. Wat speelt er op dit moment? De praktijkhouder heeft aangegeven dat hij niet meer terugkomt. Hij heeft een aantal gevolmachtigden aangewezen en met die mensen zijn wij nu bezig, samen met DrechtDokters, om te kijken of wij een structurele oplossing kunnen vinden voor de mensen die in de praktijk ingeschreven stonden. Tot die tijd blijft de tijdelijke voorziening die we hebben op opgezet in de lucht, zodat de zorg in ieder geval door kan lopen. Welke opties bekijken we dan om tot die structurele oplossing te komen? Er zijn 2 hoofdlijnen, we kijken of we patiënten kunnen overschrijven naar andere praktijken en we onderzoeken of 1 of meerdere huisartsen een deel of de volledige populatie die nog over is, over kan nemen. Wat zijn dan nog acties op de middellange termijn? Samen met DrechtDokters zijn wij vanuit VGZ bezig om te kijken naar een regiopraktijk. Dat is een vorm van hybride praktijkvoering, wat ik zojuist al een beetje heb toegelicht.
En nogmaals, in het beleid van VGZ is de toegang voor huisartsenzorg 1 van de speerpunten. Wij proberen met DrechtDokters en de individuele praktijken afspraken te maken, zodat er bijvoorbeeld bij iedere praktijk een plan ligt wat er moet gebeuren in het geval van zaken die je niet verwacht, zodat de zorg in ieder geval geborgd is. Dan kan het, denk ik, door naar DrechtDokters. Mevrouw Mills: Dan een stukje over DrechtDokters. We zijn de regionale huisartsenorganisatie, van oudsher verantwoordelijk voor de inkoop van de chronisch ketenzorg, waarbij we vooral praktijken ondersteunen bij de implementatie van de ketenzorg, maar ook een stukje kwaliteitsmanagement doen en in de praktijk ondersteunen in het innoveren en verbeteren van de chronische ketens die we hebben. Wij hebben ook de huisartsenpost, daar zijn we verantwoordelijk voor, waarbij we de zorg in de A- en W-uren organiseren. We zijn verantwoordelijk voor 7 gemeenten, de Drechtsteden. Dordrecht valt onder, maar ook Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en volgens mij mis ik er dan nog eentje. Wat zei je? Alblasserdam inderdaad. Met alle maatschappelijke uitdagingen zien we dat de rol van DrechtDokters is verschoven van het inkopen en het managen van de ketenzorg naar meer borgen van de toegankelijkheid van huisartsenzorg.
In gesprek met de huisartsen, maar ook in gesprek met VGZ kijken we naar de plannen van, hoe kunnen we ervoor zorgen dat de huisartsenzorg toegankelijk blijft voor alle inwoners? Zo hebben we projecten gericht op de wijksamenwerking en om die beter op te zetten, om de toestroom van de huisartsen en ander personeel in de huisartsenpraktijk op gang te krijgen, maar ook een stukje digitalisering, innovatie in huisartsenpraktijk, en om dat allemaal beter te maken, zodat het allemaal blijft lopen. We hebben 89 praktijken die lid zijn, want we zijn een corporatie. Een ander project dat we ook doen, is het matchen van starters en stoppers. We kijken regelmatig naar welke huisartsen bijvoorbeeld binnenkort met pensioen gaan en nieuwe huisartsen die net de opleiding hebben afgerond. We kijken of we daar een match in kunnen maken, zodat ze mogelijk op lange termijn de praktijk kunnen overnemen. We begeleiden nieuwe huisartsen bij het opstarten van nieuwe praktijken. Een mooi voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld Hendrik-Ido-Ambacht, waarin we in samenwerking met de gemeente
9
praktijk Hendriek hebben opgezet en de praktijk vanaf dag 1 hebben ondersteund in het opzetten, de bedrijfsvoering, patiënten werven en noem maar op. Zo kijken we steeds verder naar wat er nodig is, in overleg met de huisartsen, om de continuïteit van huisartsenzorg te kunnen waarborgen. Dan is het nu tijd voor de vragen. De voorzitter: Dank u wel. Het zat nog even tot mij door te dringen. Ik zie iedereen redelijk rustig. Volgens mij een hele informatieve sessie. Zijn er direct vragen die we willen stellen, waar jullie je over verwonderen? Ik ga als eerst even het woord aan mijnheer Van Dam Timmers geven. De heer Van Dam Timmers: Dank u wel. Dank ook aan allen presentaties, voor alle informatie. Dat is op zich wel verder verhelderend. Maar waar ik nog aanvullend benieuwd naar ben, dat is een van de vragen waar deze bijeenkomst wel een beetje, in ieder geval voor ons, ook voor bedoeld is, is, wat zou er nodig zijn, ook vanuit de gemeente, om het probleem dat er al langer was, maar nu lokaal is toegenomen … Welke rol zien de verschillende organisaties voor de gemeente om daarin mee te werken aan een oplossing? Zijn er gedachtes over wat dat zou moeten zijn of is misschien de opvatting dat het helemaal niet zou moeten zijn en dat de gemeente al alles doet wat kan om dit op te lossen? De voorzitter: Ik zie u naar de DrechtDokters kijken. Die geef ik eerst het woord.
Mevrouw Mills: Na een overleg met de huisartsen geven zij voornamelijk aan dat zij merken dat patiënten heel vaak bij de huisartsen terechtkomen met vragen die niet medisch inhoudelijk zijn. Waar een sterke behoefte aan zou zijn, is dat inwoners goed worden geïnformeerd over, welke vraag stel je wel aan de huisarts, waarvoor ga je naar de buurman en wat voor andere sociaal-maatschappelijke initiatieven zijn er, in dit geval, in Dordrecht, waar je dan je vragen tot kan richten om zo de druk in de huisartsenpraktijk iets meer omlaag te krijgen. Eigenlijk nemen huisartsenpraktijken in Dordrecht geen nieuwe patiënten meer aan, omdat ze kampen met een personeelstekort. Als ze wel voldoende personeel hebben, kunnen ze niet uitbreiden, omdat de panden vaak te klein zijn. Als er via de gemeente een pand beschikbaar wordt gesteld, dan is het weer te duur, kunnen zij het we niet bekostigen met de inkomsten die ze hebben vanuit de huisartsenzorg. Dat zijn wel dingen waar de huisartsen graag met de gemeente over in gesprek zouden willen. Enerzijds het informeren van de inwoners, maar anderzijds, kunnen we kunnen jullie ons ondersteunen in het uitbreiden van de praktijk om wel meer patiënten te kunnen aannemen? Als derde punt geven zij aan dat ze er een beetje tegenaan lopen dat hun patiënten door heel Dordrecht verspreid.
Patiënten hebben vrije artsenkeuze, maar dat maakt wel dat zij bepaalde patiënten die in de buurt of de wijk wonen …. Ze kunnen geen grenzen stellen aan de patiënten die bij ze ingeschreven staan, waardoor ze vaak bij huisbezoeken best wel door heel Dordrecht heen moeten rijden, moeten fietsen. Dat vraagt heel veel tijd. Ze kunnen de patiënten dan niet weren. We moeten kijken hoe we daarmee omgaan. De voorzitter: Volgens mij waren het drie duidelijke punten. Mijnheer Van Dam Timmers, gaat uw gang.
10
De heer Van Dam Timmers: Kort aanvullend, in andere gemeenten, je ziet het inderdaad in bijvoorbeeld Hendrik-Ido-Ambacht, maar ook in de provincie Zeeland, zijn er weleens acties geweest om meer huisartsen te trekken of nieuwe praktijken te starten. Is dat iets waarbij de gemeente in Dordrecht een rol zou kunnen spelen of zien jullie dat niet? Mevrouw Mills: Jazeker. Maar als je meer huisartsen of huisartsenpersoneel gaat trekken, dan moet je wel ruimte hebben om die mensen een kamer te geven om bijvoorbeeld patiënten te zien. Dat speelt ook een rol. Bijvoorbeeld om. De voorzitter: Omdat het een rondetafelgesprek is, en vooral een gesprek met elkaar, is het misschien handig, want u heeft drie duidelijke punten en u geeft al aan dat het informeren wel gebeurt, dat de gemeente daar nog iets verder over toelicht hoe zij die rol zien. Is dat iets wat zo is, kunnen we dat verder uitbreiden? Ik zet u nu voor het blok, maar ik probeer een rondetafelgesprek te gaan verzinnen. Als het niet zo is, dan kunt u dat zeggen. Mevrouw Huizer: Daar waar ik het voor het stukje sociaal domein kan aangeven, herken ik dat heel erg. Ik denk dat we een hele mooie samenwerking daarin hebben met DrechtDokters en VGZ om daar waar we kunnen de huisartsen zo veel mogelijk te ontlasten als het niet om medische vragen gaat.
Ik weet niet of de toelichting of voorbeelden die gegeven zijn daar voldoende … Ik zie knikken. En vanuit de ruimtelijke ordening denk dat Lauran daar misschien nog iets toe kan voegen over het Maasterras bijvoorbeeld. De heer Cornax: Wat ik daaraan kan toevoegen is misschien een herhaling van wat ik net verteld heb, we proberen in die zin een faciliterende rol aan te nemen, waarbij ik me kan voorstellen dat er, mocht er behoefte zijn aan een nieuwe praktijkruimte of uitbreiding daarvan, vanuit ruimtelijke ordening mee kan worden gedacht. De voorzitter: Dank u wel. wel. Dan nodig ik jullie uit, dit is dubbel geweest, maar als jullie dadelijk iets hebben van, dat wil ik dat toelichten, om je gang te gaan. Roep mij dan even aan. Ik hoorde u ook over de kosten. Daar hebben we net een kostprijsdekkende huur over afgesproken. Dat ligt vast. Ik ga naar mijnheer Pauwels. U had ook een vraag. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. We zijn sowieso heel dankbaar dat iedereen hier nu is en dat alle organisaties hier op zo'n korte termijn konden zijn. Het leeft heel erg in de stad en we maken hier ons zorgen om. Dit is, zoals ik het begrijp, een redelijk structureel probleem, een tekort aan huisartsen. In die context de vraag aan de zorgverzekeraar, het probleem werd mooi geschetst.
Een aantal oplossingen lijken oplossingen van, laat het aan de patiënten en zijn omgeving zelf over et cetera. We zitten in systeem waar marktwerking een rol speelt. Zou je niet huisartsen meer kunnen betalen, hogere vergoedingen uitdelen? Dat lijkt me misschien zelfs de primaire rol van de zorgverzekeraar. Die vraag aan de zorgverzekeraar. Dan ook, waarom wel of waarom niet? Misschien wordt het al overwogen? Ik heb nog een vraag aan de gemeente. Maar misschien kan ik beter nu stoppen?
11
De voorzitter: Ik zou de vraag gelijk even stellen. Dan kunnen we daar in een keer antwoord op geven. De heer Pauwels: Het is misschien een beetje creatief gedacht, maar kunnen we niet als gemeente zeggen, we vinden huisartsenzorg zo belangrijk, we reserveren een klein budget en daarmee gaan we huisartsen naar onze stad, onze regio trekken door gesubsidieerd panden ter beschikking te stellen? We vinden kunst belangrijk. Bij kunst doen we het al. Zouden we niet kunnen zeggen, beste huisarts … De voorzitter: Mijnheer Pauwels, hier ga ik u toch wel even in … Dit is niet beeldvormend meer. Dit is meer politiek. De heer Pauwels: Het is een praktische vraag. De voorzitter: Het is aan de raad om budgetten toe te … Ik ga het heel even … Waar u naartoe wilde is, wat kunnen wij vanuit de gemeente nog meer doen? Volgens mij vraagt u, zijn er meer mogelijkheden die u aan de raad voor wil stellen en waar wij dan besluiten over moeten nemen? Mag ik het zo interpreteren, zodat ik het wat beter voor onze ambtelijke ondersteuning kan doen? De heer Pauwels: Het doel is niet om hier een politieke discussie over te hebben. Maar in praktische zin, kunnen wij een systeem of een manier vinden om panden goedkoper te maken, zodat de gemeente een actieve rol kan spelen om ervoor te zorgen dat er meer huisartsen zijn? De voorzitter: Dat kan.
Volgens mij hebben we net over de kostprijsdekkende huur afspraken gemaakt. Ik laat het open, ook aan de ambtelijke ondersteuning. Fijn dat u zegt, het is meedenkend, maar het zijn vooral dingen waar de raad over gaat. We gaan eerst even naar VGZ om te horen of zij antwoord kunnen geven op uw vraag.
De heer Able: Dat ga ik proberen. De link verzekeraar en geld is logisch. Die begrijp ik. Ik denk wel dat je de laatste tijd ziet dat geld niet per se meer de grootste drempel is. Het is echt de beschikbaarheid van mensen, maar ook van ruimtes, die de knelpunten zijn. Vanuit VGZ, wat ik al aangaf, zetten wij de toegankelijkheid bovenaan. We proberen daar ook op in te zetten. Dat doen we ook middels het aanbieden van mogelijkheden tot financiële vergoedingen. Een concreet voorbeeld daarvan is de vergoeding voor meer tijd voor de patiënt, misschien hier wel bekend. Sinds 2025 is dat een landelijke prestatie, waarbij huisartsen per ingeschreven patiënt een extra vergoeding krijgen om meer tijd voor de patiënt te kunnen krijgen. Zij kunnen dat bijvoorbeeld gebruiken om extra personeel in te zetten en daardoor de consultduur wat te verlengen. Dat is een landelijk prestatie geworden nadat VGZ daar als eerste mee gestart was. Het is altijd fijn om te zien dat goed voorbeeld goed doet volgen. Verder hebben wij een aantal individuele addenda. Zo noemen we dat. Bij de huisartsenovereenkomst kunnen huisartsen aangeven dat zij addenda willen afsluiten. Een van de addenda die wij sinds dit jaar hebben, is het addendum voor de start van een nulpraktijk.
Op het moment dat een huisarts wil starten met een nulpraktijk, van bodem af aan starten, kunnen zij daarover contact met ons opnemen en is er mogelijkheid tot een extra aanvullende
12
vergoeding totdat de praktijk op een niveau is dat het zichzelf kan bedruipen. Dat doen we bijvoorbeeld. We hebben extra addenda voor vergoedingen van bijvoorbeeld een praktijkmanager, zodat de huisarts alle niet-medische zaken die ook moeten gebeuren in de praktijk, deels kan afstoten naar een praktijkmanager en zich bezig kan houden met het geven van zorg. Indirect maken wij afspraken met de regionale huisartsenorganisaties als DrechtDokters, zodat zij de huisarts kunnen ondersteunen in de onderwerpen die boven praktijkniveau zijn. Voor de grotere onderwerpen die wel moeten gebeuren in de regio, maar waar de praktijk geen tijd of een kleine schaal voor heeft, maken we afspraken met de regionale huisartsenorganisaties, zodat via die weg de huisarts in natura ondersteund wordt, meer tijd en ruimte krijgt om zijn vak uit te oefenen en meer werkplezier krijgt. Zo kan de huisarts het langer kan volhouden willen nieuwe huisartsen instromen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik de ambtelijke ondersteuning aan of u zegt, wij kunnen antwoord geven op de vraag of we algemene ontwikkelingen zien.
Of zegt u, dit is iets voor de raad en er komen eventueel voorstellen na overleg met de wethouder naar u toe? Mevrouw Huizer: Hetgeen ik in ieder geval kan aangeven, is dat we in de specifieke situatie van praktijk Berkhout hebben gekeken vanuit vastgoed of wij maatschappelijk vastgoed hebben dat we tijdelijk in kunnen zetten voor het opvangen van huisartsenzorg. Daarin hebben we wel meegedacht, alleen leeft die behoefte op dit moment niet. Dat is niet helemaal het antwoord op jouw vraag, maar dat is wel wat we in ieder geval hebben gedaan vanuit de bestaande panden, om mee te kijken. We hebben meegedacht over zorgaanbieders die mogelijkheden hebben in ruimtes die zij vrij hebben staan. We proberen wel zo creatief mogelijk mee te denken waar eventueel tijdelijk huisartsen gevestigd kunnen worden. Verder denk ik dat het vooral aan de raad is. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mijnheer Van der Meer. De heer Van Der Meer: Dank, voorzitter. Ook bedankt voor alle toelichting. Ik had een vraag aan VGZ. Er werd naar voren gebracht dat er naast digitalisering geïnvesteerd wordt in informele netwerken, zelfredzaamheid en mentale gezondheidsnetwerken.
Ik snap de preventieve werking daarvan, maar wat kan een verzekeringsmaatschappij daaraan doen? Wat doen jullie daar in concreto aan? De heer Able: Wat u al zegt, we proberen afspraken te maken met de ketenpartners om de netwerken in de lucht te krijgen, zodat ze zelfstandig kunnen functioneren en kunnen bijdragen aan onder andere de toegankelijkheid van de huisartsenzorg. De heer Van Der Meer: En vervolgvraag. Kunt u iets zeggen over wat voor knelpunten zicht daarbij vooral voordoen? Wat is de moeilijkheid daarvan? Want ik neem aan dat de netwerken ook de ambitie hebben om die functie te vervullen. De heer Able: De moeilijkheid is dat wij als verzekeraars afspraken moeten maken die direct een-op-een te koppelen zijn aan een individuele verzekerde. Dit soort onderwerpen zijn vaker breder dan een verzekerde. Het is altijd wel lastig om daar een goede modus in te vinden om toch die afspraak tot stand te kunnen doen komen. Als u
13
vraagt, wat is lastig voor de verzekeraar, dan is dat wel een punt waar we altijd goed naar moeten kijken. Maar we zien wel dat de samenwerking met partners in het veld, met de gemeente, maar zeker ook met DrechtDokters bijvoorbeeld, de laatste tijd echt veel prominenter en beter wordt. Wij denken dat het bij gaat dragen tot een nog betere zorg in het veld. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, laatste vraag. De heer Van Der Meer: Laatste vervolgvraag. Begrijp ik daaruit dat de zorgverzekeraar ook aan die informele netwerken enzovoort financieel bijdragen? De heer Able: Daar kunnen we altijd naar kijken. De voorzitter: Dank u wel. U wil er wat aan toevoegen, mevrouw Vaartmans? Mevrouw Vaartmans: Ja. In aanvulling op wat Mark zegt, een aantal weken geleden hebben we hier een stuk gepresenteerd rondom het integrale transformatieplan vanuit IZA-gelden, het Integraal Zorgakkoord. Daar zitten onder andere DrechtDokters, wij als VGZ en de gemeente veelvuldig met elkaar aan tafel. Een van de pijlers in het plan is de regionale preventie-infrastructuur, waar we met elkaar kijken, met experimentele gelden vanuit het IZA, welke projecten, welke voorzorgcirkel, buurtknoopachtige activiteiten we kunnen exploreren en om dit mede vorm te geven.
De verzekeraar heeft daar op dit moment, zoals Mark al zegt, geen direct geld voor, maar in het Integraal Zorgakkoord kunnen we daar wel mee experimenteren. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Dan ga ik nu naar mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter en dank voor de presentaties. Zeer informatief, in ieder geval voor mij. Een week of 4 geleden was ik bij een Dordtse huisarts. Deze had ook een huisarts in opleiding en die liep daar een coschap mee. Ik zeg, hartstikke mooi, we kunnen je goed gebruiken in Dordrecht. De huisarts zegt, we hebben voldoende huisartsen in Dordrecht, maar ze werken te weinig. Ze werken te veel in deeltijd. Is er een inzicht in hoeveel huisartsen in deeltijd werken en wordt er iets geprobeerd om te stimuleren dat ze een halve dag meer gaan werken? Als je kijkt naar de 120 praktijkhoudende huisartsen, als een groot deel een halve dag meer gaat werken, dan is een groot deel van het probleem opgelost, lijkt mij. De voorzitter: Volgens mij werd in de presentatie net al gezegd dat het inzicht moeilijk was, maar u grijpt naar de knop. Dan ga ik u eerst het woord geven. De heer Able: Dank u wel. We willen allebei graag antwoorden, zie ik. Ik hoop niet dat ik het gras voor je voeten weg ga maaien. Je ziet inderdaad wel dat, vergeleken met een aantal jaren terug, het deeltijdpercentage in de huisartsenzorg flink is toegenomen.
Wij zeggen ook altijd, er zijn voldoende huisartsen in Nederland, je moet alleen zorgen dat ze op de goede plek zitten, op het goede moment. Dat is wel iets, maar het hoeft niet zo te zijn dat als er minder huisartsen fulltime werken, de huisartsenzorg te weinig of niet voldoende is. Ik heb, voordat ik hiernaartoe kwam, nog even met mijn collega's van zorgadvies en bemiddeling afgestemd van, hoe is de situatie, hoe ervaren jullie het in Dordrecht? Zij zeggen, het is wel lastig, maar alle vragen die er zijn voor huisartsen, zijn
14
wel te plaatsen, even los van incidenten zoals recent zijn geweest. In die zin is Dordrecht nog niet de meest lastige locatie in het land. Wij kennen steden en dorpen waar het moeilijker te halen valt. Wij kunnen huisartsen in die zin niet dwingen om meer te gaan werken. Misschien zou ik het af en toe willen, maar dat niet. Wij proberen wel te stimuleren dat ze, wanneer ze niet fulltime werken, bijvoorbeeld wel met partners werken, zodat ze met twee mensen een fulltime volledige praktijk kunnen oppakken. Dat zie je steeds vaker gebeuren. De voorzitter: Volgens mij was dit voldoende. U wilde nog iets toevoegen? Mevrouw Mills: Misschien een kleine aanvulling. Wellicht dat in de tijd van nu huisartsen minder fulltime werken, maar we zitten ook in een enorme ontwikkeling waarin we zien dat de zorgvraag toeneemt. We proberen de zorg uit de tweede lijn naar de eerste lijn te krijgen. De werkdruk neemt daar nog meer toe. Tegelijkertijd zien we dat de huisartsen steeds meer vragen krijgen die in een sociaal domein horen of in het eigen netwerk zou moeten kunnen worden opgelost. Het is misschien een klein onderdeel, maar ik denk dat er grotere lijnen lopen die veel belangrijker zijn voor de toegankelijkheid van huisartsenzorg, dan de parttimers. De voorzitter: Duidelijk. Dank u wel. Mijnheer Burakçin, u wilde graag een vraag stellen. De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter.
Nu het zo dat dokter Berkhout opeens is weggevallen. Heel veel patiënten zijn daar de dupe van geworden. Ik kan me voorstellen dat dokter Berkhout misschien al langer kampte met bepaalde problemen. De vraag is meer, zijn er toetsingsmomenten over de bekwaamheid van de huisartsen? Want je hoort namelijk in de wandelgangen, ik zal niet de voorbeelden noemen, dat er ook sociale problemen waren met dokter Berkhout. Had dit bijvoorbeeld voorkomen kunnen worden? Zijn er überhaupt toetsingsmoment waarop dit soort dingen in kaart worden gebracht? De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De voorzitter: Sorry, ik dacht dat … De heer Van Dam Timmers: Een punt van orde is misschien wel, we kunnen het niet over individuen hebben in deze vergadering. De voorzitter: Volgens mij wordt nu de vraag gesteld, zijn er toetsingsmomenten? Dat we het niet over een casuïstiek hebben. Goed dat u het even zegt. Daar letten we met zijn allen goed op. De heer Burakçin: Ik wil daar zeker op letten, maar net is al een aantal keren dokter Berkhout met naam genoemd. Volgens mij is de aanleiding waarom we hier zitten, dat het ook gaat over mijnheer Berkhout. De voorzitter: Laten we er niet te veel over hebben.
15
Mevrouw Huizer: Misschien wel goed om aan te geven, we hadden het over praktijk Berkhout. Dat is ook nog anders. De voorzitter: Volgens mij een goede correctie dat we daar zo zorgvuldig mogelijk met zijn allen mee omgaan. Ik zag mijnheer Able naar de knop gaan om antwoord te geven. De heer Able: Dank u wel. In zijn algemeenheid, de instantie die toetst de zorg, is de inspectie. Dat valt niet binnen de verantwoordelijkheden van de verzekeraar. We kunnen wel signalen delen als wij die ontvangen, maar de inspectie voor de IGJ is het orgaan dat toetst op hoe de zorg wordt vormgegeven. De voorzitter: Dank u wel. Gaat uw gang. De heer Burakçin: Krijgen jullie wel van de inspectie signalen binnen als het bijvoorbeeld iets mis is? De heer Able: Dat kan. De inspectie doet bijvoorbeeld ook steekproefsgewijs inspecties. Die publiceren ze en zijn openbaar. Daar kunnen wij ook kijken wat daar speelt. Maar de inspectie kan ook op signalen acteren als zij die ontvangen. De heer Burakçin: Een laatste vraag, mag dat nog? De voorzitter: Ik wil wel even aangeven dat alles informerend is. Wij zijn heel blij dat VGZ hier zit, maar zij hoeven zich niet te verantwoorden. Dat gevoel krijg ik een beetje. De heer Burakçin: Voorzitter, wij krijgen echt heel veel vragen hierover van cliënten. Er zijn al verschillende mensen bij ons op de lijn geweest die met dit soort vragen zitten.
Zij zouden graag geïnformeerd willen worden. Het is, denk ik, het moment om dit soort vragen te stellen. De vraag is meer, hebben jullie wel signalen gekregen over de toestand van de praktijk van de dokter? De voorzitter: Dan ga ik nog een keer, waarom vraagt u dit direct aan VGZ? Dan is het meer, zijn er signalen geweest over deze praktijk? Dan zijn er drie partijen, ik wil hier toch even onpartijdig in zijn, die daarop antwoord kunnen geven. Laten we het zo interpreteren. Dan was de vraag, zijn er van tevoren, bij iemand van deze partijen, signalen geweest dat hier extra ondersteuning of een vervanging moest komen? Gaat uw gang. De heer Koedoot: Wij hebben wel wat signalen ontvangen over het gebruik van de huisartsenspoedpost in avond en nacht. Dan kijken wij natuurlijk wat het aandeel is van patiënten en waar die patiënten vandaan komen. Op basis daarvan hebben wij een gesprek gevoerd om te kijken waar we kunnen ondersteunen. Jursica heeft net toegelicht dat dit ook onze rol is. We constateren, maar we kijken ook waar we kunnen ondersteunen. Die handreiking is zeker gedaan. De voorzitter: Dank. Want ik snap wel dat u de behoefte heeft aan deze informatie. Ik zat u even aan te kijken. U bent tevreden voor nu. Mevrouw Balorian had ook nog een vraag.
16
Mevrouw Balorian: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen, als dat kan. Dank u wel voor de presentatie aan iedereen. Mijn eerste vraag werd deels al gesteld door mijnheer Wringer. Aan het begin van de presentatie werd aangegeven dat de norm 2.095 patiënten per huisarts is en dat we in Dordrecht op 2.040 zitten. Dat is, denk ik, prima. De vraag werd deels al gesteld, want er werd aangegeven, sommigen werken parttime, maar we hebben dat niet goed in zicht. Is er een manier om dat inzichtelijk te krijgen? Zijn er misschien andere gemeenten die dat al op een bepaalde manier inzichtelijk hebben gekregen, zodat je kan onderzoeken of er daadwerkelijk een probleem is binnen je stad? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede is, er werd in de presentatie aangegeven dat er in deze specifieke casus een plan moest liggen, dat is blijkbaar voor elke huisartsenpraktijk, voor als iemand ziek wordt of er iets anders aan de hand is. In hoeverre wordt getoetst dat elke huisarts daadwerkelijk een plan heeft klaarliggen en wie pakt dat dan op? De vraag is trouwens aan iedereen. Ik heb geen idee wie het kan beantwoorden. De voorzitter: Ik kijk even naar de gemeente of zij inzichtelijk hebben of er een probleem binnen de stad is. Is die informatie voor u beschikbaar of niet? Ik zag ook dat mijnheer Koedoot antwoord wil geven.
Mevrouw Huizer: Ik denk eerder dat DrechtDokters inzage in die gegevens heeft, dan wij. Sowieso van een plan. Toetsen of er een plan is als een huisarts uitvalt, ligt niet bij de gemeente. De voorzitter: Dat is duidelijk. Dank u wel. Gaat uw gang, mevrouw. Mevrouw Mills: Als ik daar heel even kort op mag reageren, we hebben in 2022 bij alle huisartsen een uitvraag gedaan naar de ingeschreven patiënten. Daaruit bleek dat circa 3.000 patiënten wel bij de huisartsen in Dordrecht ingeschreven staan, maar daar niet wonen. Dat was ook wel mijn vraag aan de gemeente. Op basis van de presentatie zou je kunnen concluderen dat er in principe ruimte is bij de huisartsen in Dordrecht om nieuwe patiënten aan te nemen, maar de huisartsen geven aan dat ze die ruimte niet hebben vanwege de vrije artsenkeuze. Ze hebben heel vaak patiënten die elders wonen, omdat zij zich daar niet kunnen inschrijven bij een huisarts. De voorzitter: Mijnheer Cornax, gaat uw gang. De heer Cornax: Zoals ik tijdens de presentatie aangaf, het is indicatief. We hebben gekeken naar, hoeveel huisartsen zijn er nu in Dordrecht en hoeveel inwoners hebben we? Maar we hebben bij onze afdeling geen inzicht in welke huisartsen parttime werken en welke huisartsen nog inwoners van buiten Dordrecht bedienen. Dat is slechts indicatief. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga u zo het woord geven.
Volgens mij had u nog een tweede vraag over het plan van de huisartsen en wie toetst dat her er ligt. Is er iemand die er antwoord op geven? Gaat uw gang, mijnheer Able. De heer Able: Dank u wel. Wij hebben afspraak gemaakt dat de komende twee jaar iedere praktijk zo'n plan gaat opstellen en dat toetsen wij samen met de Zorggroep.
17
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Pauwels, u had nog een verdiepende vraag. De heer Pauwels: We kennen veel mensen, maar niet de hele stad. Er zijn een paar mensen naar ons toegekomen die geen huisarts konden vinden. Heeft iemand een idee hoeveel Dordtenaren op dit moment geen huisarts hebben? De voorzitter: Dat is een hele goede vraag. Ik hoor gefluister aan de overkant, maar volgens mij mijnheer Able. De heer Able: We hebben alleen inzicht in onze eigen verzekerden. Ik heb nagevraagd bij mijn collega hoe de stand van zaken nu is. Met betrekking tot de casuïstiek waar we het vanavond over hebben, staan er nu vijf mensen die zich gemeld hebben op de wachtlijst. Van die vijf staan er drie vragen uit bij andere zorgaanbieders of zij de patiënt over kunnen nemen. Dat is op dit moment de situatie die er is. Het kan wel zo zijn dat dat mensen zich niet melden. Dan weten we ook niet dat zij op zoek zijn naar een huisarts. Dat is altijd wel lastig. De voorzitter: Ik zie dat mijnheer Koedoot graag nog wat wil zeggen. Dan ga ik daarna verder.
De heer Koedoot: Wij hebben vorig jaar die getallen in kaart gebracht door de uitvraag bij de huisartsen. Toen kwamen op 2.837 mensen die geen huisarts hebben. Niet ingeschreven bij een huisarts en wel in Dordrecht wonen. Dat was volgens mij de vraag. Dat varieert in de regio. Het kan best zijn dat mensen hier wel een huisarts hebben, maar dat hij in Ambacht zit, of andersom. Dat maakt het probleem nog complexer. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga eerst naar mevrouw Nieuwland. Of gaat het over … Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Dank u wel. Ik wil graag nog over ruimtelijke ordening een vraag stellen. Wat in het kaartje heel erg opvalt, is dat De Staart geen huisarts heeft. Ik was even benieuwd of die situatie er al lang is of dat het vrij recent ontstaan is, omdat er een huisarts gestopt is. Weet u dat? De heer Cornax: Daar kan ik geen antwoord op geven. Dat weet ik niet. De voorzitter: Dat is ook een antwoord. Mijnheer Van Dam Timmers, u had nog een vraag. De heer Van Dam Timmers: Die laatste vraag, voorzitter, het is volgens mij zo dat de huisarts die op De Staart zat, is verhuisd naar net over de brug. Die zit nu niet meer op De Staart, maar is naar een van de energiegebouwtjes die daar hersteld is. Vandaar dat hij van De Staart is vertrokken. Maar hij zit niet heel ver van De Staart af tegenwoordig.
Mijn vraag was is nog steeds over ruimtelijke ordening en ook een beetje verdiepend. Het aantal huisartsen op zich is een knelpunt, maar het aantal locaties is nog meer een knelpunt. Toch komt er in ieder geval bij de gemeenteraad nooit langs dat er problemen zijn met locaties, dat iets niet mogelijk zou zijn, dat er praktische bezwaren zouden zijn
18
of dat het de gemeente een nieuwe ontwikkeling in de weg staat. Daarom vraag ik me af, is dat wel het geval of is dat nooit aan de hand geweest? Want dat maakt wel een beetje waar de oplossing van de gemeente nog vandaan kan komen. De voorzitter: Mijnheer Cornax, kunt u daar net wat meer informatie over geven? De heer Cornax: Het is mij niet bekend dat dit soort vraagstukken bij ons team zijn ingebracht van, we zoeken extra plek voor huisartsenhuisvesting. Maar misschien dat de andere gesprekspartners daar wel voorbeelden van hebben binnen Dordrecht. De voorzitter: Ik kijk even rond of daar voorbeelden van zijn en of DrechtDokters zich bezighoudt met de locaties of meer met de artsen Mevrouw Mills: Een van de exercities die wij hebben gedaan, is het opstellen van een lokale werkagenda waarin we per gemeente met de huisartsen in gesprek zijn gegaan over, welke onderwerpen vinden jullie belangrijk om de toegankelijkheid te borgen de komende jaren? Ik weet nog dat in Dordrecht de huisartsen voornamelijk zeiden, en een aantal waren best wel gefrustreerd, dat ze maar niet verder konden komen in de gesprekken met de gemeente. Maar zij geven aan dat ze het hebben gepoogd voordat ik in ieder geval daar in dienst was of daar een bepaalde rol in speelde.
We zijn nu wel in een verkennende fase om te kijken, waar loopt het dan op vast en welke stappen kunnen we zetten om die gesprekken wel weer op gang te brengen? De voorzitter: Daar zit vooruitgang in? Mevrouw Mills: Ja. De voorzitter: Dat is goed om te horen. Even wachten. Mijnheer Van der Meer. De heer Van Der Meer: Dank u wel, voorzitter. Het is mij inmiddels niet meer helemaal duidelijk of er nu wel of niet een tekort is aan huisartsen. Want als ik het verhaal goed begrijp, dan zijn er op zich genoeg huisartsen in Dordt voor de omvang van de bevolking, maar sommige huisartsen hebben klanten van buiten. Er zijn ook mensen in Dordrecht die geen huisarts hebben. Althans, niet in Dordrecht, maar mogelijk wel elders. Is er per saldo een tekort of zitten mensen alleen bij een huisarts die te ver weg woont? De voorzitter: Mijnheer Koedoot. De heer Koedoot: Het is de combinatie van deze dingen. Er is een landelijk tekort aan huisartsen en we zitten met de vrije artsenkeuze, waardoor huisartsen niet op de meest logische plaats patiënten hebben wonen. We hebben ook niet zicht op alle mensen. Dat maakt het verschil van mensen die wel en niet ingeschreven staan. Die doen ook een beroep op de huisartsen. Als je niet ingeschreven staat en je hebt wel zorg nodig, krijg je die, maar dat komt bovenop de drukte in een praktijk al ervaart.
Dat is in een grote stad meer dan in een andere gemeente. De heer Van Der Meer: Dat snap ik. U zegt, er is een landelijk huisartsentekort. Maar de vraag of er in deze regio een tekort is, kunt u niet beantwoorden. Of weten we dat niet?
19
Mevrouw Mills: Wij denken wel dat er een tekort is. Als we al zien dat alle praktijken in Dordt gesloten zijn voor nieuwe patiënten, dan laat het zien dat er een tekort is, want anders zouden ze wel ruimte hebben om nieuwe patiënten in te schrijven. Tegelijkertijd, om het aantal goed vast te stellen, dat is heel lastig omwille van de drie punten die mijn collega net noemde. Daarnaast zijn praktijken eigen bedrijven met een eigen bedrijfsvoering. Als wij als regio-organisatie daar een rol in willen spelen, moeten zij ons wel toestemming geven om daarin mee te kijken. De voorzitter: Was het leven maar simpel. Ik kijk heel even naar mijnheer Pauwels, want volgens mij wilde hij nog een vraag stellen. Daarna ga ik naar mijnheer Wringer. De heer Pauwels: Stel, er is politieke wil om meer huisartsen naar praktijken in Dordrecht te halen door middel van het goedkoper maken van huisvesting, welke praktische bezwaren zouden er zijn? Welke praktische obstakels zouden overwonnen moeten worden? De voorzitter: Dat is een mooie vraag, mijnheer Pauwels. Ziet iemand praktische bezwaren? Het is een mooie vraag, maar ook een moeilijke vraag. Mijnheer Able. De heer Able: Ik kan wel iets zeggen.
Een nieuwbouwsituatie is vrij duidelijk, maar je hebt ook bestaande praktijken die in de locatie waar ze zitten te weinig ruimte hebben voor alle nieuwe zorg die in de praktijk is binnengekomen de afgelopen jaren. Denk aan praktijkondersteuners en dat soort zaken. Dan is het soms lastig om binnen de praktijk meer ruimte te creëren. Dat wordt dan wel een lastig vraagstuk, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Vrije huisartsenkeuze is mooi, maar hoe werkt het in de praktijk? Als ik naar Utrecht verhuis, ik kan daar geen huisarts vinden, ik heb wat en ik lig op bed, komt mijn Dordtse huisarts dan op huisbezoek in Utrecht? Hoe werkt dat dan, vroeg ik mij af. De voorzitter: Mijnheer Koedoot, kunt u daar een antwoord op geven? De heer Koedoot: Ik zit even te twijfelen of ik het gewenste antwoord geef of het eerlijke. Je mag dan contact opnemen met je huisarts in Dordrecht. Die komt geen visite rijden. In de praktijk zien we dan dat mensen wachten tot de spoedpost opengaat. Die is beschikbaar voor iedereen en dan word je geholpen. Of een huisarts in de buurt die dan tijd maakt om je te komen beoordelen. De voorzitter: Zo wordt het systeem dan nog verder onder druk gezet. Ik kijk even rond of de dorst gelest is voor alle informatie die gewenst is. Zijn er nog vragen? Is er nog behoefte aan extra informatie? Het is ingewikkeld.